Bijlage 2.2 Vergaderstukken takendiscussie van het besluitvormende AB van 18 november 2021.pdf
Tekst van het document
werken de GGD en VNOG met een aantal verschillende applicaties ter ondersteuning van het primaire proces.
Business
Intelligence ! informatiegestuurd werken: VR is zich aan het versterken op
informatiegestuurd werken
(informatiegestuurde brandweerzorg,
risicogericht werken) en
ontwikkelt daar tools voor. Het is de vraag of hier veel synergiewinst te bereiken valt. Enerzijds
is denkbaar dat een team op een wat grotere schaal tot een hoger professioneel niveau kan
komen. Anderzijds is de informatiebehoefte van GGD en Veiligheidsregio verschillend, zodat ook het risico bestaat dat beide om de schaarse capaciteit concurreren.
Informatieveiligheid: de VNOG voldoet aan het minimale informatiebeveiligingsniveau. Landelijk is
er
een
versnellingsprogramma
informatieveiligheid
gestart.
Dit
is
voor
verplicht
Veiligheidsregio's en heeft tot doel om uiterlijk 1-1-2023 op een volwassenheidsniveau 3 tot 4 aan de AVG en de BIO te voldoen. Dit wordt binnen de VNOG nu op verzoek van het bestuur
vertaald naar een plan van aanpak en vraagt nog besluitvorming over de bijpassende middelen. Inkoop: de VNOG is een grote inkoper: jaarlijks lopen er 9 Europese, 25 meervoudig onderhandse
en 30 enkelvoudig onderhandse aanbestedingen. De inkoopfunctie is in een landelijke
benchmark kan Veiligheidsregio’s vergeleken met andere regio’s en is daar gua kwaliteitsniveau gunstig uit naar voren gekomen. Het is goed mogelijk dat de GGD van deze professionaliteit kan
meeprofiteren. Daarbij dient wel te worden opgemerkt dat wat de VNOG en GGD NOG inkopen op onderdelen van elkaar verschilt. Dat hoeft voor het inkoopproces geen nadeel te zijn - in dat proces kan worden geborgd dat GGD-specifieke kennis wordt meegenomen. Maar voor het
realiseren van inkoopvoordelen levert dit een beperking op, omdat voor een belangrijk deel
verschillende zaken worden ingekocht. Huisvesting
!
facilitair:
de
VNOG
werkt
op
62
locaties
in
de
regio,
waarvan
44
brandweerkazernes. Het hoofdkantoor van de VNOG is gevestigd te Apeldoorn en er zijn nog 6
andere grotere werklocaties (Harderwijk, EIburg, Apeldoorn Saba, Doetinchem, Groenio en Zutphen). De meeste locaties zijn eigendom van gemeenten en in gebruik bij de VNOG; er is
geen leegstand. In principe is denkbaar dat door colocatie en gezamenlijk inrichten van facilitaire processen (schoonmaak, leveringen, huur/verhuur, etc.) voordelen te behalen zijn. Bovendien
kan gezamenlijke huisvesting een strategische investering in de samenwerking zijn. Het gegeven
dat er geen leegstand is, maakt echter dat op korte termijn colocatie niet gemakkelijk zal zijn. Wel voorziet de Veiligheidsregio binnen afzienbare termijn ontwikkelingen (zowel qua locaties
als qua organisatie van de facilitaire functie) die kansen bieden om samen efficiënterte opereren. Het vergt een verdere verkenning om te bepalen of en hoe er voordelen te behalen zijn op de
middellange termijn. 3.3. Betekenis voor kwaliteit en kosten
In onderstaande tabel wegen we de kansen (kwaliteitswinst en kostenreductie) van samenwerking
met de Veiligheidsregio af tegen de eerder door de GGD geïnventariseerde knelpunten en ambities om invulling te geven aan de Koersnotitie.
21
I 10
r Lijst met ambities en knelpunten
Kwaliteitswinst
Kostenreductie (structureel)
1.
Verbeteren accountmanagement
NVT
NVT
2.
Langjarige contracten
NVT
NVT
3.
Data 3.1. Informatieveiligheid 3.2. Beter benutten van data
Ja Beperkt
Nee Nee
4.
Arbeidsmarkt
NVT
NVT
5.
Knelpunten financiën)
6.
(inkoop,
en Ja
Beperkt
Communicatie
Ja
Beperkt
7.
Medische milieukunde
Ja
Nee
8.
Infectieziektenbestrijding ! crisisbeheersing
Ja
Onwaarschijnlijk
bedrijfsvoering
personeel
Uit het overzicht blijkt dat de samenwerking met de Veiligheidsregio in ieder geval kwaliteitswinst
kan opleveren bij de knelpunten ! ambities 3.1, 5, 6, 7 en 8. Efficiëncywinst (‘minder meer’) zal naar
verwachting beperkt zijn: De Veiligheidsregio komt uit een fase waarin de basis op orde is gebracht en dat betekent dat toevoeging van GGD-taken wel enige, maar niet veel financiële voordelen zullen opleveren.
Voor de automatisering, waar traditioneel veel schaalvoordeel te behalen valt, geldt dat GGD NOG al samenwerkt in het verband van het HSC. Er valt niet te verwachten dat samenwerking
met de Veiligheidsregio ten opzichte van die samenwerking veel zal verschillen in kosten.
De belangrijkste voordelen zijn te verwachten bij inkoop en in de HR-sfeer en mogelijk bij
communicatie. Wij taxeren dat het hier om een orde grootte van enkele tienduizenden euro’s gaat. Bij een vergaande vorm van samenwerking (vorming van een shared service centre) is in staf en
management van de bedrijfsvoeringsafdelingen aanvullend nog enkele tienduizenden euro’s te besparen. 3.4. Impact verandering (tempo en kosten)
Naast de structurele impact zijn bij de afweging van samenwerkingsmogelijkheden ook het tempo van de verandering en de veranderkosten van belang.
Tempo en kosten van de verandering worden mede beïnvloed door de te hanteren vorm: een volledig geïntegreerde shared service organisatie voor GGD en Veiligheidsregio is moeilijker te realiseren
dan een aantal praktische samenwerkingsafspraken op basis van vrijwilligheid. Deze laatste zijn vrij eenvoudig en snel te realiseren. Voor het opzetten van een volledig geïntegreerd shared service
center voor GGD en Veiligheidsregio moet rekening worden gehouden met een implementatietermijn van minimaal een jaar en met kosten voor projectleiding, harmonisatie arbeidsvoorwaarden.
22
lil
personele begeleiding en inrichtingskosten. Mogelijk ontstaan er frictiekosten, maar de kans hierop is klein, aangezien de huidige medewerkers van Veiligheidsregio en GGD in de nieuwe organisatie
een plek kunnen krijgen. Alles bij elkaar is onze ervaring dat een veranderbudget van ca. € 200.000
gewenst is. Wanneer besloten wordt ook de
ICT-dienstverlening over te
hevelen van
HSC
naar de
Veiligheidsregio, ontstaat een grotere kostenpost. Die bestaat enerzijds uit de kosten voor de doorlopende dienstverlening van het HSC (ontvlechtings-Zdesintegratiekosten) en anderzijds uit
begeleiding van de overgang (overdracht apparatuur, systemen en data). De precieze omvang van de kosten is van een aantal factoren afhankelijk, maar de schattingen lopen uiteen van ca. € 200.000 tot € 700.000.
23
112
4. Samenwerkingsmogelijkheid met andere GGD’en 4.1. Introductie Zoals in hoofdstuk 2 al is geschetst, wordt tussen de GGD’en in Oost-Nederland al op diverse taken
samengewerkt. Voor een aantal ambities ! knelpunten van GGD NOG is versterking van de inhoudelijk
samenwerking via Oost-Nederland mogelijk. Voor wat betreft de samenwerking op bedrijfsvoeringstaken leggen we in deze verkenning de focus op de bestaande samenwerking via het HSC. In theorie is denkbaar dat de GGD NOG met buurregio’s samen zou werken op het gebied van bedrijfsvoering, maar de taxatie is dat hierop niet op korte
termijn actie mogelijk is en bovendien gepaard gaat met (ontvlechtings)problemen bij het HSC. 4.2. Samenwerkingsmogelijkheden
Voor wat betreft de versterking van inhoudelijke samenwerking zijn - aanvullend op de bestaande samenwerkingen en gericht op de knelpunten en de ambities uit de Koersnotitie - de volgende
richtingen denkbaar: Medische milieukunde: alle GGD’en hebben te maken met een toenemend aantal vragen over
gezondheid in de leefomgeving. Door kennis uit te wisselen en patronen in vragen te analyseren is mogelijk winst te behalen bij de kwaliteit en (in beperkte mate) de efficiëntie van de inzet van
milieukundigen. Dit zal - zo schatten wij in - niet direct tot ‘minder meer’ leiden, omdat dit
ingeregeld moet worden; wel kan het in voorbereiding op de komst van de Omgevingswet helpen om dan een efficiënte slag te maken. Bovendien lijkt het aantrekkelijk om als samenwerkende
GGD’en de mogelijkheid tot aanvullende financiering vanuit de provincie te onderzoeken.
Infectieziektenbestrijding ! crisisbeheersing: de onderwerpen infectieziektenbestrijding en crisisbeheersing staan als gevolg van de Corona-pandemie nadrukkelijk op de agenda van alle
GGD’en. De koepel van GGD’en en GHOR-organisaties (GGD GHOR NL) heeft in een brief aan de informateur het standpunt ingenomen dat een versterking van deze taken en een meer un iform kwaliteitsniveau en vragen om meer landelijke sturing op de uitvoering, in ieder geval door
uniformering van de werkwijze en informatiesystemen. De manier waarop een en ander invulling krijgt, is mede afhankelijk van de richting die een nieuw kabinet op dit punt wijst. Dit onderwerp
blijft daarmee buiten verdere beschouwing in deze notitie.
Naast deze taken is op meer GGD-taken sprake van een groeiend besef dat kwaliteitsniveau en
personele schaarste vragen om een meer uniforme uitvoering tussen regio’s. Denk bijvoorbeeld aan forensische geneeskunde, en TBC-bestrijding.
Deze waarneming heeft ook betekenis voor de bedrijfsvoering. De uniformering van werkwijzen vraagt immers ook om bijpassende opleiding en training, HR-beleid en ICT-systemen, die daarmee ook vaker
in samenwerking tussen GGD’en ontwikkeld moeten worden.
Waar het gaat om bedrijfsvoeringssamenwerking met andere GGD’en is relevant dat NOG een aantal taken nog niet heeft belegd bij HSC (zie de tabel in paragraaf 2.3). De mogelijkheid bestaat deze
24
I 13
taken alsnog te beleggen bij HSC. Daarbij is het volgende relevant: vanwege de constructie ‘voor
gemene rekening’ is het pakket van HSC niet te beschouwen als een soort ‘winkel’ waar vrijelijk uit ‘geshopt’ kan worden. De enige keuze is de deelname in HSC uit te breiden tot het volledige pakket. Dit betekent concreet:
Volledige ICT-ondersteuning Informatiebeveiliging
Inkoop
Personeelsadministratie Financiële administratie De organisaties die HSC vormen hebben afgesproken dat adviserende taken (HR-advies, business
control)
in
de
moederorganisaties
worden
georganiseerd.
Om
dichtbij
de
verschillende
moederorganisaties te opereren heeft HSC het beleid dat medewerkers een deel van hun tijd op de locatie van de moederorganisaties werken.
4.3. Betekenis voor kwaliteit en kosten
Op dezelfde manier als we dat voor de Veiligheidsregio hebben gedaan, geven we in onderstaande
tabel aan wat het verwachte effect is van samenwerking met andere GGD’en (Oost-Nederland voor de inhoudelijke taken; HSC voor de bedrijfsvoering). Lijst met ambities en knelpunten
Kwaliteitswinst
Kostenreductie (structureel)
1.
Verbeteren accountmanagement
NVT
NVT
2.
Langjarige contracten
NVT
NVT
3.
Data 3.1. Informatieveiligheid 3.2. Beter benutten van data
Ja Ja
Ja Ja
4.
Arbeidsmarkt
NVT
NVT
5.
Knelpunten bedrijfsvoering (personeel en financiën)
Ja
Ja
6.
Communicatie
Nee
Nee
7.
Medische milieukunde
Ja
Beperkt
8.
Infectieziektenbestrijding ! crisisbeheersing
NVT
NVT
Afnemen van de taken die GGD NOG nu (nog) niet bij HSC heeft belegd leidt tot kwaliteitswinst
(vermindering kwetsbaarheid, vergroten kwaliteit).
Voor wat betreft het effect op de kosten is een exacte berekening van het effect van volledige
deelname in HSC in dit stadium ingewikkeld te bepalen. Dat komt omdat het effect bestaat uit drie onderdelen:
25
lu
De daling van kosten bij NOG als gevolg van overheveling naar HSC; De stijging van kosten van HSC door toename van het takenpakket; Effect van de herverdeling via de verdeelsleutels tussen de moederorganisaties.
Een indicatieve berekening levert op dat de directe kosten bij de GGD NOG die samenhangen met
aan HSC overte dragen taken ongeveer€ 550.000 zijn. Bovendien zijn door samenwerking op inkoop nog aanzienlijke kostenbesparingen te verwachten. We schatten in dat voor GGD NOG de kosten
tussen € 600.000 en € 700.000 per jaar zullen dalen. Daartegenover stijgen de kosten via het HSC. Wij hebben binnen het kader van dit onderzoek geen
eigenstandige berekening kunnen maken, maar hebben het HSC gevraagd een inschatting te geven
van het verwachte gecombineerde effect van de stijging van kosten en herverdeling van de
verdeelsleutels. De inschatting die het HSC heeft gemaakt is dat dit voor GGD NOG neerkomt op ca. € 600.000 per jaar. Het lijkt daarmee aannemelijk dat de business case van onderbrengen van de taken bij HSC vanuit
GGD NOG niet alleen kwalitatief maar ook financieel positief is. 4.4. Impact verandering (tempo en kosten)
Wanneer GGD NOG alle mogelijke activiteiten onderbrengt bij HSC, is dat voor HSC een relatief bescheiden verandering. Er is immers al ervaring met de werkwijze met meerdere moederorganisaties
en GGD NOG is al een bekende. De verandering kan dus relatief snel ingaan. Het belangrijkste aandachtspunt betreft frictiekosten voor personeel. Wanneer de taken van GGD
NOG over gaan naar HSC, geldt in principe het uitgangspunt ‘overgang van onderneming’, waarbij mensen recht hebben op een overstap naar de nieuwe organisatie. Hierbij dient wel te worden
aangetekend dat de huidige standplaats van de medewerkers (Warnsveld) ver af ligt van de nieuwe standplaats (Tilburg). Het valt niet uit te sluiten dat dit voor sommige medewerkers een te grote stap
zal zijn, hoewel het effect van hybride werken (thuis, bij HSC en nog steeds bij GGD NOG) dit mogelijk
dempt. Over deze en andere gevolgen van de overgang is overleg noodzakelijk met de OR en betrokken medewerkers. Mogelijk is het voor een zorgvuldige invulling van goed werkgeverschap noodzakelijk
individuele regelingen te treffen. Hiermee kunnen kosten gemoeid zijn. In het licht van de huidige arbeidsmarkt en met de mogelijkheden die er zijn voor maatwerk tussen GGD en HSC schatten we
in dat die beperkt kunnen blijven tot een bandbreedte van € 100.000 - € 300.000. Dit zou een
terugverdientijd van tussen de 1 a 3 jaar betekenen.
26
I 15
5. Samenwerkingsmogelijkheden gewogen 5.1. Samenvattende observaties Uit de verkenning van de samenwerkingsmogelijkheden zijn de volgende samenvattende observaties
te maken:
1.
Beide samenwerkingsopties (Veiligheidsregio en HSC) bieden voor kwaliteit, kwetsbaarheid en kosten van de bedrijfsvoering voordelen. Voor kwaliteit en kwetsbaarheid zijn deze naar
verwachting aanzienlijk, voor kosten zijn deze beperkt maar relevant. 2.
De synergievoordelen
voor de taken
ICT,
informatieveiligheid, inkoop,
personeels- en
salarisadministratie en financiële administratie zijn naar verwachting bij het HSC nog iets groter
dan bij de Veiligheidsregio.
3.
Voor risico- en crisisbeheersing, communicatie en mogelijk voor huisvesting ! facilitaire zaken
biedt samenwerking met de Veiligheidsregio synergievoordelen die het HSC niet biedt.
4.
De financiële voordelen die in deze rapportage zijn geraamd, zijn met de nodige onzekerheid
omgeven. Een nadere analyse is noodzakelijk voordat definitieve besluiten worden genomen. 5.2. Analyse Uit het voorgaande wordt duidelijk dat samenwerking op uitvoering van taken voor de kwaliteit,
kwetsbaarheid en kosten voordelen biedt. De vraag die dan aan de orde is, is welke vorm van
samenwerking hierbij de voorkeur heeft. Vooropgesteld:
beide
potentiële
partners
bieden
sterke synergievoordelen
op
kwaliteit en
kwetsbaarheid en mogelijk ook op kosten. Een belangrijk gegeven bij de afweging tussen VR en HSC is dat de samenwerking met HSC niet zonder meer kan groeien en krimpen al naar gelang de behoefte van GGD NOG. Doordat de
samenwerking is vormgegeven via een gemene-rekeningconstructie, kan de verdeelsleutel niet eenvoudig worden aangepast. Dat betekent de facto dat er drie smaken zijn: de samenwerking met
HSC op het huidige niveau continueren, de samenwerking beëindigen of de samenwerking uitbreiden tot het volledige dienstenpakket. Voor de samenwerking met de Veiligheidsregio moet de vorm nog
worden bepaald en zijn dus meerdere varianten mogelijk. Beëindigen samenwerking HSC en alle bedrijfsvoeringstaken beleggen bij VR: de afspraken over
ontvlechting van de HSC-samenwerking maken dat deze keuze een kostenpost oplevert voor
frictiekosten én dat de ICT-backoffice moet worden overgedragen. Dat is een kostenpost die naar verwachting niet binnen redelijke termijn valt terug te verdienen met synergievoordelen uit
samenwerking met de VR. Bovendien is het twijfelachtig of NOG in een dergelijk model gebruik kan blijven maken van het team Inzicht: meerdere GGD’en hebben interesse getoond in
participatie in het HSC en dat is vooralsnog afgehouden, om de governance niet te complex te maken. De vraag is hoe de partners zullen reageren op een verzoek van NOG hieromtrent. Dit alles bij elkaar genomen maakt een volledig uittreden uit het HSC onaantrekkelijk.
27
116
Wat dan resteert is de afweging tussen twee opties 1) Voortzetten huidige situatie en zoveel mogelijk taken beleggen bij Veiligheidsregio of 2) Volledig participeren in HSC en resterende taken beleggen bij Veiligheidsregio. Bij deze afweging is vanuit het perspectief van GGD NOG
vooral relevant bij welke organisatie taken naar verwachting het best op zijn plek zijn. Op hoofdlijnen kan daarvoor worden gesteld dat dit de HSC-samenwerking is. Immers, zowel op informatisering (benutten data), salarisadministratie (cao), inkoop (specifieke producten en diensten voor GGD’en) zijn de overeenkomsten tussen GGD’en net wat groter dan de
overeenkomsten van de GGD met de VR. Daarmee valt meer synergie te verwachten in HSCverband dan tussen GGD en VR. De verkenning die we naar kosten hebben uitgevoerd, levert
bovendien een redelijke kans op dat de samenwerking met HSC kosten bespaart.
Met een keuze voor versterking van HSC sorteert GGD NOG bovendien voor op de groeiende behoefte aan samenwerking tussen GGD’en die als gevolg van de Corona-pandemie zichtbaar is.
Bovenstaande laat onverlet dat er dan nog een aantal taken blijft waarop samenwerking tussen VR en GGD meerwaarde heeft. Dat geldt sowieso voor samenwerkingsambities op het gebied van risicoen crisisbeheersing en op het terrein van communicatie. Mogelijk kan ook bij facilitaire zaken !
huisvesting synergie worden bereikt met de Veiligheidsregio. Om dat goed te bepalen is een meer
gedetailleerde verkenning noodzakelijk.
5.3. Advies Wij adviseren het bestuur van de GGD NOG op basis van deze verkenning het volgende:
1.
Besluit tot volledige participatie in HSC, onder de voorwaarde dat uit een nadere uitwerking blijkt dat de business case voor de kosten van GGD NOG positief is (gedefinieerd als structurele
verlaging van de kosten en een terugverdientijd van ten hoogste vier jaar). 2.
Besluit tot versterking van de samenwerking met de VNOG op de gebieden risico- en crisisbeheersing en publiekscommunicatie.
3.
Bezie in de loop van 2022 welke verdere mogelijkheden voor samenwerking met de
Veiligheidsregio bestaan op het gebied van facilitair! huisvesting.
28
I 17
las ADVIES
MEMO
Voor:
Algemeen Bestuur GGD Noord- en Oost-Gelderland
Van:
Marcel Benard Jacco van Gastel
Betreft:
Inzichten uit benchmark en strategische opties voor vervolg
Datum:
21 april 2021
1.
Inleiding
GGD Noord- en Oost-Gelderland bevindt zich in een fase van heroriëntatie, door een combinatie van externe en interne factoren. De aanpak van Covid-19 heeft een grote invloed op het functioneren van
de GGD: enerzijds is de rol van de GGD zelden zo relevant gebleken en krijgt de GGD veel waardering; anderzijds stelt de crisis de organisatie voor dusdanige uitdagingen dat het piept en
kraakt. De organisatie is bovendien bezig met een verandering van werken, gericht op het beter presteren en beter inspelen op de verschillen in de lokale situatie waarin de GGD het werk moet
doen. Dit streven heeft geresulteerd in een door het AB omarmde Koersnotitie, waarin onder meer
het gewenste samenspel tussen GGD en gemeenten is beschreven. Vanuit de organisatie van de
GGD wordt daarnaast gezocht naar manieren om kwetsbaarheden en urgente knelpunten in de
organisatie aan te pakken.
Tegelijk hebben de gemeenten - ‘eigenaar’ van de GGD - ook hun eigen zorgen: de begrotingen van gemeenten staan onder forse druk. Een deel van de gemeenten verwacht daarom ook van de GGD,
net als van andere gemeenschappelijke regelingen, een bijdrage in de gewenste ombuigingen. Het
AB heeft zich daarom de vraag gesteld welke besparingen mogelijk zijn. Lysias is gevraagd om te ondersteunen bij de zoektocht naar besparingsmogelijkheden. In deze notitie treft u onze bevindingen aan. De notitie is als volgt opgebouwd: In paragraaf 2 beschrijven we de door ons gehanteerde werkwijze; In paragraaf 3 beschrijven we de uitkomsten van de uitgevoerde benchmark, resulterend in
enkele conclusies; In paragraaf 4 komt aan de orde op welke manier GGD NOG vanuit het perspectief van gemeenten kostenbesparingen kan realiseren;
Paragraaf 5 bevat ons advies over te nemen vervolgstappen. In de bijlage is een overzicht opgenomen van welke B-taken door welke gemeente wordpo] afgenomen; ook bijgevoegd is een sheetpresentatie waarin alle bevindingen uit de benchmarl^
uitgebreid zijn weergegeven.
Lysias Advies
T: 033 464 70 70
IBAN:
NL18 ABNA 0574 2170 53
Soesterweg 310d
E: infoiaiysiasadvies.nl
KvK:
30166304
3812 BH Amersfoort
www.lysiasadvies.nl
BTW:
NL809282471B01
29
2. Opdracht en werkwijze In de relatief korte tijd die voor de verkenning beschikbaar was (twee maanden), heeft Lysias de
volgende activiteiten uitgevoerd:
1.
We voerden een lichte benchmark uit van het kostenniveau van GGD NOG ten opzichte van
andere GGD’en, als ondersteuning bij
het zoeken
naar besparingsmogelijkheden door
efficiëntiewinst. De gedachte hierachter is dat de benchmark werkt als een soort scan die aangeeft wanneer GGD NOG bij een bepaalde taak of activiteit relatief hoge kosten maakt in
vergelijking met andere regio’s: zo’n situatie zou dan nader geanalyseerd kunnen worden. Hierbij dient te worden aangetekend dat een exacte vergelijking van GGD’en wordt bemoeilijkt door
verschillen in organisatievorm en takenpakket. Die verschillen beïnvloeden de vergelijkbaarheid
en maken dat uitkomsten niet verabsoluteerd kunnen worden. We hebben daarom voor onze analyse gebruik gemaakt van twee verschillende informatiebronnen:
De landelijke benchmark GGD’en, uitgebracht door GGD GHOR Nederland, op basis van
cijfers uit 2019;
Een eigen analyse van de begroting 2021 van GGD NOG en drie referentieregio’s die qua
inwoneraantal, aantal gemeenten en stedelijkheid/landelijkheid vergelijkbaar zijn: Hollands
Noorden, Brabant-Zuidoost en Zuid-Limburg. 2.
We maakten een vergelijking van het takenpakket van GGD NOG met andere GGD’en als
hulpmiddel bij takendiscussie. Het doel van beide analyses was verkennend: in korte tijd wilden we relevante bouwstenen voor het
bestuurlijke gesprek aanreiken. Deze rapportage bevat daarmee geen gedetailleerde analyse van
alle werkprocessen van de GGD NOG.
3. Uitkomsten benchmark In deze notitie vermelden we de voornaamste conclusies uit de benchmark. Voor een uitgebreide re
toelichting verwijzen we naar de sheetpresentatie in de bijlage, waarin alle verzamelde cijfers zijn opgenomen. Uit de benchmark komt het volgende naar voren:
GGD NOG is qua formatie de kleinste zelfstandig gepositioneerde GGD in Nederland. Gemiddeld
hebben GGD’en 347 fte. GGD NOG heeft in de benchmark 182 fte en is daarmee # 23 van de 25 GGD’en. De twee GGD’en die kleiner van formatie zijn (Rotterdam-Rijnmond en Gooi en Vechtstreek), hebben een zeer beperkt takenpakket en zijn onderdeel van een groter concern
(gemeente Rotterdam, resp. Regio Gooi en Vechtstreek).
Op de taken uit het primaire proces die goed vergelijkbaar zijn tussen GGD’en is het
kostenniveau van GGD NOG gemiddeld tot laag, zowel in vergelijking met de referentieregio’s als met de landelijke benchmark: bij epidemiologie, infectieziektenbestrijding en technische
hygiënezorg ligt de inzet in NOG duidelijk onder het landelijk gemiddelde. Bij medische
30
I2
milieukunde en gezondheidsbevordering zet NOG ongeveer even veel in als het landelijk
gemiddelde. Overigens wordt in het landelijk gemiddelde van infectieziektenbestrijding de zgn. VISI-normering (veldnormen) niet gehaald. Er lijkt op basis van deze scan van kosten weinig
aanleiding om dieper in te gaan op besparingsmogelijkheden bij de genoemde taken. Ten opzichte van andere GGD’en zet NOG een relatief groot deel van zijn formatie in op overheadfuncties: 7,95% van de formatie betreft overheadfuncties, iets hoger dan het landelijk
gemiddelde van 7,31%. Het aandeel Finance & Control en Personeel & Organisatie in de totale formatie van NOG behoort tot de hoogste in Nederland. Het totale percentage overheadkosten is met 32% relatief hoog. Bij de duiding hiervan is relevant dat GGD NOG een relatief kleine GGD is - de inzet van F&C en P&O betreft deels ‘vaste’ kosten waar schaalnadelen spelen. Bovendien
maakt een aantal andere GGD’en deel uit van een ‘concern’ (gemeente, VR, regionaal samenwerkingsverband), waardoor kosten gedeeld worden. Wij hebben de uitkomsten van de benchmark ook gedeeld met de ambtelijke leiding van GGD NOG
en hen bevraagd op het beeld van de organisatie. l/l/e herkennen de door Lysias beschreven resultaten. Zeker het afgelopen jaar, de bestrijding van
COVID19, heeft duidelijk gemaakt waar onze kwetsbaarheden als organisatie zitten. Ons primaire
proces is bijzonder slank ingericht. Onder stabiele / ideale omstandigheden zijn we in staat veel maatschappelijke waarde voor relatief weinig publieke middelen te leveren. Dat is absoluut een kwaliteit, maar het is ook een kwetsbaarheid als de omstandigheden veranderen. Het ontbreken
van de capaciteit van de JGZ bij de opschaling van de infectieziekte bestrijding heeft met n ame in de eerste fase van de pandemie tot opschalingsproblemen geleid. Maar ook de uitval door ziekte heeft tot continuïteitsproblemen geleid, onder andere bij het team communicatie. Dankzij
de inzet van verschillende partners binnen de veiligheidsregio zijn we in staat geweest de cruciale
functies tijdelijk in te vullen en continuïteit te borgen. Het werven van nieuwe artsen en verpleegkundigen verloopt moeizaam. Landelijk gezien is er een schaarste aan professionals binnen de publieke gezondheidszorg. De regio Noord en Oost
Gelderland ervaart extra hindernissen. Er is geen opleidingscentrum in de regio, de reistijden naar
en binnen de regio zijn relatief lang. Daarnaast zijn de salarissen voor de verpleegkundigen relatief laag in vergelijking met andere GGD’en. Om een aantrekkelijke werkgever te zijn is het
belangrijk om een marktconform salaris te kunnen bieden naast de mogelijkheden om fulltime te werken, uitvoerende taken te combineren met bv. Onderzoekswerk en doorgroeimogelijkheden
binnen of naar een andere functie. Deze zaken spelen ook een rol bij het behoud van (jong) talent, naast artsen en verpleegkundigen
ook van andere disciplines. Relatief veel recent geworven medewerkers verlaten de GGD ook weer binnen 3 jaar. De redenen verschillen natuurlijk per persoon, maar de rode draad is dat er een gebrek aan perspectief wordt ervaren bij de GGD NOG: Perspectief op een vast contract, op
uitbreiding van uren, op doorgroeimogelijkheden op vakinhoud of competenties, etc.
31
13
De slanke inrichting maakt ook dat er weinig ruimte is voor innovatie, l/l/e zouden onze dienstverlening (intern en extern) toegankelijker, eigentijdser en meebewegend met nieuwe
vragen maken. Daarvoor zijn naast toegewijde artsen, verpleegkundigen en experts ook meer data-analisten,
ICT- en communicatie-professionals nodig.
Nu ontbreekt het vaak aan
stuurinformatie uit processen of uit de omgeving, dat maakt tijdig en gericht bijsturen lastig. In de corona projectorganisatie komen deze professionals en expertise wel samen, onder leiding van
goede generieke projectmanagers. De resultaten daarvan zijn gelijk zichtbaar en bemoedigend.
De dashboards voor bestuurders die breed gewaardeerd worden, de klantreisbenadering voor
inwoners waardoor het bereik van de website van 300 naar 10.000 bezoekers per dag ging, etc. Die innovatiekracht willen we vasthouden, ook in minder hectische tijden.
Bovenstaande analyse maakt dat we een grote urgentie ervaren om stappen te zetten die de GGD in staat stellen op huidige en toekomstige ontwikkelingen in te spelen. Dat vraagt om een
strategische doordenking van opties om, rekening houdend met de financiële positie van gemeenten, echt verbeterslagen te maken. Als we er niet in slagen om strategisch verder te denken, komen de behoefte aan efficiency en de behoefte aan een toekomstvaste rolinvulling met
elkaar op gespannen voet te staan.
4. Strategische opties Ten opzichte van andere regio’s hebben gemeenten in NOG een relatief beperkt takenpakket bij de GGD belegd en daarmee zijn de overheadkosten, die veelal een vast karakter kennen, naar
verhouding hoog. De ambtelijke leiding van de GGD maakt zich zorgen over de kwaliteit en robuustheid
van
de
GGD.
Dat
is
geen
gemakkelijk vertrekpunt
bij
de
naar
zoektocht
efficiencymaatregelen. Deze situatie maakt het bijzonder ingewikkeld om met een generieke
bezuinigingstaakstelling te werken. Het is tegen deze achtergrond nodig om enkele strategische opties te verkennen om toch recht te doen aan de doelstelling van de bestuurlijke verkenning: een
efficiënte en robuuste GGD. Een eerste strategische optie die in beeld komt door de Corona-pandemie is een beroep doen op de Rijksoverheid.
Inmiddels
is
in
diverse
media
gepleit
voor
een
versterking
van
de
infectieziektenbestijding in Nederland. Daarbij wordt door sommige deskundigen bepleit dat daarvoor een investering van het Rijk of zelfs Rijksfinanciering gewenst is. Vanuit de regio Noord- en Oost-
Gelderland kan dit signaal worden versterkt door het in te brengen in de Bestuurlijke Adviescommissie Publieke Gezondheid, waarin de voorzitter van het bestuur participeert. Deze strategische optie levert
weliswaar geen besparing op, maar maakt de GGD mogelijk wel robuuster.
Ditzelfde geldt voor de tweede strategische optie: voor specialistische taken die niet vaak voorkomen is er mogelijk (kwaliteits-/efficiëntie-)winst te boeken door opschalen van de samenwerking met
andere GGD’en. Dit zijn taken waarvoor de GGD meestal een ‘brandweerfunctie’ vervult, op relatief grote afstand van de belevingswereld van gemeenten. Het is verstandig om op deze taken (bv.
forensische
geneeskunde,
infectieziektenbestrijding
en
technische
hygiënezorg)
de
samenwerkingsmogelijkheden met andere GGD’en te benutten.
32
|4
Naast deze twee opties waarvoor de gemeenten in NOG afhankelijk zijn van anderen, is er ook een
strategische denkrichting waarover gemeenten in NOG zelf kunnen beslissen. Die denkrichting is als
volgt samen te vatten. De GGD is een voor gemeenten verplichte gemeenschappelijke regeling, waarmee gemeenten een aantal functies in stand houden die in geval van crises paraat moeten zijn. Om dat te garanderen is een robuuste basisorganisatie noodzakelijk. Om de instandhouding van de GGD voor gemeenten efficiënter te maken, is vergroten van de basis onder de organisatie nodig -
dan wordt de robuustheid van de GGD vergroot en dalen de overheadkosten in verhouding tot de
omzet. In theorie zijn in deze denkrichting twee mogelijkheden:
1.
Beleggen van extra taken bij de GGD
2.
Het delen van organisatiekosten door samenwerking met andere organisaties
We werken deze opties hieronder uit.
NB: Het spreekt voor zich dat er meer afwegingen aan de orde zijn dan alléén de vraag of toevoeging van een taak of delen van de back office de GGD zou versterken. We werken deze
opties hier echter uit vanuit het perspectief van de GGD. Deze strategische opties zijn immers de voornaamste manier om én kostenbesparing te realiseren én de robuustheid van de GGD te versterken. Als deze opties niet benut worden kunnen naar ons oordeel beide ambities niet met elkaar worden verenigd: dan zal kostenbesparing tot verzwakking van de GGD leiden of
versterking van de GGD tot kostenverhoging.
Beleggen van extra taken bij de GGD Eén van de denkrichtingen is: welke taken kunnen gemeenten bij de GGD beleggen, zodat de basis onder de organisatie GGD wordt vergroot? Daarvan zijn twee varianten: a) NOG-gemeenten kunnen
besluiten taken bij de GGD af te nemen die zij nu nog niet afnemen en andere NOG-gemeenten wel; b) NOG-gemeenten kunnen taken toevoegen aan het pakket van de GGD, die nu nog niet of elders belegd zijn.
Voorwaarden: Om een relevante bijdrage aan het vraagstuk van kostenbesparingen te leveren, zijn
vooral taken interessant die een zeker omvang hebben én die nu al door gemeenten worden uitgevoerd, maar elders belegd zijn. Om deze denkrichting in te vullen, hebben we opgevraagd welke taken gemeenten bij GGD NOG hebben belegd. Ook hebben we geanalyseerd (via de begrotingen 2021 van alle GGD’en) welke taken GGD’en in andere regio’s toebedeeld hebben gekregen. Het resultaat is opgenomen als bijlage bij deze notitie.
Op basis van deze analyse adviseren wij om gericht de bereidheid bij gemeenten te verkennen om
één of meer van de onderstaande taken bij de GGD te beleggen:
33
I 5
1.
Integrale JGZ voor 0-18 jarigen: Gemeenten zijn op basis van de Wet Publieke Gezondheid
verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg. De jeugdgezondheidszorg
(JGZ) bestaat uit
een
landelijk
vastgesteld
preventief
gezondheidszorgpakket
dat
onder verantwoordelijkheid van de gemeenten actief wordt aangeboden aan alle jeugdigen tot 18 jaar. Gemeenten zijn daarbij vrij te bepalen door wie ze de JGZ laten uitvoeren; in
NOG wordt de taak uitgevoerd door drie zorgorganisaties voor JGZ 0-4-jarigen en de GGD voor 4-18-jarigen; in Apeldoorn wordt JGZ 0-18 uitgevoerd door het CJG. In 2016 verkende Lysias in
opdracht van het AB van GGD NOG al eens wat de consequenties zouden zijn van verschillende
manieren om een integrale JGZ voor 0-18 jaar in de regio te vormen. Beleggen bij de GGD kwam met een gecalculeerd voordeel van € 1,8 miljoen en een terugverdientijd van 1,2 jaar als gunstigste scenario uit de vergelijking. Destijds zagen de gemeenten (met uitzondering van
Apeldoorn) af van het doorzetten van integrale JGZ, vooral vanwege de veranderdruk die al aan
de orde was door de transitie van de Jeugdzorg. Vanwege de grote omvang van de taak (ca. € 13 miljoen, oftewel 2/3® van de huidige GGD-begroting) is deze voor de verkenning naar besparingsmogelijkheden en robuustheid met afstand het relevantst).
2.
Jeugd(preventie)teams: lokaal georganiseerde teams die jeugdzorgvragen bij kinderen en gezinnen signaleren, verhelderen en aanpakken of toeleiden naar zorg. In andere regio’s krijgt
de GGD een rol toebedeeld in de organisatie van deze jeugdteams. Ook dit gaat om een
substantiële taak waar veel formatie mee gemoeid is.
3.
Veilig Thuis: op hetzelfde schaalniveau als de GGD NOG werken gemeenten samen met de
stichting Veilig Thuis NOG. De stichting voert voor de gemeenten taken uit op het terrein van de
Jeugdwet en de WMO. In diverse regio’s is Veilig Thuis als taak bij de GGD belegd, of werken de twee organisaties onder één bestuur samen. Het is vanwege de omvang (in 2020 € 6,7
miljoen) en raakvlakken met andere GGD-taken interessant om te verkennen of onderbrengen bij de GGD of shared service-samenwerking tussen beide organisaties (zie hierna) aan de orde kan zijn.
4.
Maatschappelijke zorg: de gemeenten in de subregio Noordwest-Veluwe en enkele andere gemeenten hebben taken op het gebied van maatschappelijke zorg (bv. centrale toegang,
bemoeizorg en de backoffice) belegd bij de GGD. Als alle gemeenten die deze taak nu niet bij
de GGD maar elders hebben belegd, dan is daarmee ca. € 2,8 miljoen mee gemoeid aan extra omzet voor de GGD (+ 14,7%).
Ons advies is om nu gericht voor deze taken te inventariseren of gemeenten bereid zijn deze taak bij de GGD te beleggen. Delen van organisatiekosten door samenwerking met andere organisaties
Een andere manier om de GGD efficiënter te maken is het delen van het ondersteuningsapparaat met
andere (vergelijkbare) organisaties. Sommige GGD’en maken organisatorisch deel uit van een groter geheel, zoals met Veilig Thuis (12 regio’s), de Regionale Ambulance Voorziening (7), de
Veiligheidsregio (6), een regio ! gewest! centrumgemeente (5) en Regionale inkoop jeugdhulp (2).
34
I6
Van
de
genoemde
varianten
vallen
de
RAV,
een
centrumgemeente/gewest en
regionale
inkooporganisatie voor jeugd hulp af als optie, aangezien gemeenten er niet over gaan of de regionale
indeling niet aansluit.
Veilig Thuis en de Veiligheidsregio zijn in NOG op dezelfde schaal georganiseerd. Een verkenning van mogelijke synergievoordelen voor een shared service-oplossing of samenvoeging van de GGD
met genoemde organisaties moet uitwijzen welke kansen en bedreigingen en welke randvoorwaarden aanwezig zijn. Uiteraard kan dit alleen plaatsvinden als de betrokken partijen en hun besturen voor
een dergelijke optie open staan. Ons advies is om eerst bij de gemeenten te sonderen of hiervoor
überhaupt draagvlak bestaat.
5. Advies vervolgstappen Het beleggen van taken bij de GGD is niet primair een besluit van het AB, maar van de gemeenten.
Voor samenwerkingsvormen zijn andere partners nodig. Dat betekent dat voor het realiseren van een
of meer van de geschetste denkrichtingen een vervolgproces nodig is. De eerste stap in dat proces is een verzoek van het AB aan het DB om te onderzoeken op welke manier de organisatorische basis van de GGD kan worden verbreed om een efficiënte en robuuste
GGD te bewerkstelligen?
Ons advies is dat u het DB vraagt: bij de gemeenten te onderzoeken hoe de gemeenten aankijken tegen de concrete ideeën in dit
advies over het op- of overdragen van taken aan de GGD en/of samenwerking met andere organisaties. En welke overwegingen en randvoorwaarden daarbij aan de orde zijn.
op basis van deze inventarisatie voorstellen doen voor verdere vervolgstappen. Die omvatten
dan in ieder geval een overzicht van de kansrijke opties, een eerste weging van de opties vanuit het perspectief van de GGD en een helder beeld van rollen en verantwoordelijkheden bij de
verschillende scenario’s. Het DB kan deze inventarisatie voor de zomer in gang zetten, zodat kort na de zomer vervolgstappen
geduid kunnen worden. Dit vraagt van colleges een bezinning op de urgentie van de vraagstelling die
aan de inventarisatie ten grondslag ligt, op de voor de gemeente relevante criteria bij een dergelijke vraag en om een positiebepaling. Wij adviseren de colleges de inventarisatie tijdig met de betrokken
portefeuillehouders te bespreken en ook de raad bij deze gedachtevorming te betrekken. Vanuit de GGD
kunnen
de
AB-leden
daarbij
worden
ondersteund,
bv.
door
overzichten,
een
standaardpresentatie en leidraden voor bestuurders en beleidsmedewerkers.
35
I7
las ADVIES
Bijlage: analyse takenpakket GGD’en A. Keuzes van gemeenten binnen bestaande takenpakket GGD NOG
In onderstaand overzicht is van de zogenaamde ‘B-taken’ opgenomen welke NOG-gemeenten welke taak hebben belegd bij de GGD.
z z Z zZ z Z/Z
z z z zZ
zZ
JG 4-18
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Lijkschouw
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Coördinatie MZ en ondersteuning
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee Ja
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
Bemoeizorg
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee Ja
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
MZ Centrale toegang
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee Ja
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
MZ backoffice
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Gemeente
Product
z z zZ z Z
z
Spreekuur dak en thuislozen
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee Ja
Ja
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Nee
WMO kwaliteitsonderzoeken
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Nee
Nee
Ja
Ja
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
WMO calamiteiten
Nee
Ja
Nee
Nee
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Ja
Nee
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Ja
Nee
Ja
WMO toezicht beschermd wonen en maatschapelijke opvang
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Nee
Ja
Ja
Nee
Nee
Ja
Nee
Nee
Ja
Er is dus een aantal taken dat niet door alle gemeenten bij de GGD is belegd. Naast de vraag of een gemeente de taak heeft belegd is voor onze verkenning de vraag relevant hoe omvangrijk de taak is. In onderstaande figuur is grafisch weergegeven hoe de omvang van taken zich bij benadering tot elkaar verhoudt.
36
Indicatieve omvang van taken (fte per inwoner)
Maatschappelijke Zorg
JG 4-18
■ JG4-18 ■ Maatschappelijke Zorg ■ WMO
Uit deze uitwerking blijkt een heldere prioritering dat de volgende twee onderwerpen gericht bij gemeenten bevraagd kunnen worden: de impact
van maatschappelijke zorg is voor de GGD NOG in potentie het grootst: als alle gemeenten die deze taak nu niet bij de GGD maar elders hebben
belegd, dan is daarmee ca. € 2,8 miljoen mee gemoeid aan extra omzet voor de GGD (+ 14,7%). De impact van JGZ 4-18 in Apeldoorn is ca. € 1,4 miljoen. De WMO-taken hebben een zeer gering effect op de totale omzet van de GGD.
B. Keuzes van gemeenten voor nieuwe taken GGD NOG Het gaat hier om extra taken die andere GGD’en wel uitvoeren en GGD NOG niet (tussen haakjes is steeds het aantal GGD-regio’s genoemd waar
de taak wordt uitgevoerd door de GGD). In groen staan de taken genoemd die in NOG elders zijn belegd (dat zijn voor onze verkenning relevante
onderwerpen), in paars de taken die nog niet worden ingevuld. Gezondheidsbescherming: Centrum seksueel geweld (6 regio’s), zorgcoördinatie mensenhandel (1) Gezondheidsbevordering: aanpak laaggeletterdheid (1), gezondheidsregisseurs (2)
OGGZ/vangnet: Advies en meldpunt WVGGZ (20), wijk-GGD’er (6), drugshulp (2), nazorg ex-gedetineerden (2), ketenaanpak ! toezicht sekswerk (6), housing first (2)
Jeugdgezondheidszorg 0-18 (19), leerplicht (6), jeugdpreventieteam (11) Veilig Thuis (12, soms als aparte GR/organisatie wel gezamenlijk ingezet)
37
Voor onze verkenning is ook de omvang van de genoemde taken relevant. In onderstaande grafiek zijn de taken opgenomen met hun omvang; de omvang is naar verhouding met de onder A. getoonde grafiek.
Indicatie omvang taken (fte per inwoner)
Veilig Thuis
Jeugdgezondheidszorg
Jeugdpreventieteam
Meld... WVG...
Centr... seks... geweld
Wijk-GGD’er
Bureau leerpl...
■ Jeugdgezondheidszorg
■ Veilig Thuis
■ Meldpunt WVGGZ
■ Centrum seksueel geweld
■ Nazorg ex-gedetineerden
■ Zorgcoördinatie mensenhandel
■ Wijk-GGD'er
■ Ketenaanpak / toezicht sekswerk ■ Bureau leerplicht
Na...
K...
Zor...
t... s...
■ Jeugdpreventieteam
Uit de confrontatie van beide aspecten (al een gemeentelijke taak / omvang) komen Jeugdgezondheidszorg (0-4), jeugdpreventieteams en Veilig
Thuis als prioritaire thema’s naar voren.
38
r
j
Noord- en Oost-Gelderland Takendiscussie; bepaling nieuwe koers
April 2021 Vastgesteld door algemeen bestuur GGD NOG op 8 juli 2021
1
39
COVID19, begrotingen onder druk bij vele gemeenten, de toenemende vraag naar eigentijdse dienstverlening en toepasbare kennis; Het maakt dat dit een tijd is die vraagt om verandering in de organisatie en de governance van de GGD. Om die verandering vorm te geven is het algemeen bestuur
gestart met een takendiscussie. Na twee digitale bijeenkomsten en vele gesprekken met wethouders, medewerkers van gemeenten en medewerkers van de GGD is langzaamaan een beeld ontstaan van
een aantal uitgangspunten voor de toekomst. Een antwoord op de vragen; welke GGD willen we zijn, en hoe verhouden we ons als aparte gemeenten en als collectief van gemeenten (de eigenaren) tot de
GGD die we willen zijn?
De gesprekken om de takendiscussie zijn gevoerd aan de hand van een vijftal dilemma's. Uit die
gesprekken bleek dat er ondanks aanvankelijke verschillen van inzicht vaak een rode draad te onderscheiden viel. De GGD wordt gezien als een belangrijke partner; voor kennis, netwerk en dienstverlening. De rode draad uit de gesprekken is hieronder op thema gegroepeerd.
De bestuurlijke aansturing van de GGD NOG De GGD is van 22 gemeenten. Met elkaar overeenstemming vinden is van groot belang, vanwege de
en
schaalvoordelen
het
gezamenlijk
zorgen
voor
een
basis-infrastructuur
voor
publieke
gezondheidszorg. In veel gesprekken kwam terug dat de GGD primair op NOG-regioniveau
aangestuurd moet worden. De GGD zal tegelijkertijd alles in het werk stellen om met haar bestaande producten en diensten zo flexibel en vraaggericht mogelijk aan te sluiten bij lokale vragen.
Uitgangspunten: •
De bestuurlijke aansturing van de GGD organiseren we op regionaal niveau
•
Er is een regionale bestuursagenda GGD per gemeentelijke collegeperiode, die aansluit bij de
lokale infrastructuren en ambities. Deze geeft inhoudelijke input aan het lokale/sub-regionale
gezondheidsbeleid van gemeenten en voor de sub-regionale uitvoeringsagenda op publieke gezondheid. •
De GGD is als publieke organisatie vertrouwd adviseur voor de sub-regionale/lokale uitvoeringsagenda Publieke Gezondheid.
De GGD is van de gemeenten We streven naar meer nabijheid. Daarom kiezen we er voor dat gemeenten en GGD een besluitvormingsproces primair inrichten vanuit goed partnerschap van alle actoren en hun eigen rol. De GGD is van de gemeenten. Namens de gemeenten onderhoudt zij een basis-infrastructuur voor
publieke gezondheidszorg in de regio. De keuzes die gemeenten maken in vergroten of verkleinen van het takenpakket van hun GGD bepaalt de prijs en kwaliteit van de basis-infrastructuur. Een handvat voor ruimte voor de GGD bij ontwikkeling biedt het ABCD model en het matrix van
producten.
Uitgangspunten: •
Gemeenten bepalen door keuzes in het takenpakket van de GGD de basisinfrastructuur voor
publieke gezondheidszorg in de regio. o o
de besluitvorming die de basisinfrastructuur aangaat is altijd regionaal
Medewerkers gemeenten en medewerkers GGD kunnen gezamenlijk gevraagd en
ongevraagd het bestuur adviseren. Eventuele verschillen van inzicht dienen daarbij helder voorgelegd te worden.
2
40