CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2.2 - Regels (met bijlagen).pdf

gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.3: Horen raad provinciaal inpassingsplan RegioExpres29.555 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Locatie

Diepte

PSC (mmol kg-1)

POX (mmol kg-1)

FVG

PAL (mg P2O5 100g-1)

PCaCl2 kg-1)

(mg

Noordoostelijk perceel, hoger gelegen deel waar de ontwikkeling van droog schraalland (N11.01) wordt beoogd BP2

0-10

46

29

62

84

8.7

BP2

10-30

49

30

62

98

8.2

BP2

30-50

50

11

21

35

1.3

BP3

0-10

41

27

67

96

9.4

BP3

10-30

43

30

71

108

10.7

BP3

30-50

38

14

37

55

6.1

BP4

0-10

58

36

62

120

8.2

BP4

10-30

64

42

65

151

7.2

BP4

30-50

66

9

13

29

0.5

Noordoostelijk perceel, lager gelegen deel waar de ontwikkeling van vochtig hooiland (N10.02) wordt beoogd BP1

0-10

34

26

76

100

8

BP1

10-30

28

26

91

123

7.7

BP1

30-50

23

14

62

69

4.6

BP5

0-10

30

14

44

35

2.6

BP5

10-30

29

14

48

38

2.3

Biochemisch onderzoek landgoed Stilliwald (NMI, 2023)

32

Locatie

Diepte

PSC (mmol kg-1)

POX (mmol kg-1)

FVG

PAL (mg P2O5 100g-1)

PCaCl2 kg-1)

BP5

30-50

15

3

23

10

0.4

BP6

0-10

37

15

40

33

2.6

BP6

10-30

35

14

41

33

1.8

BP6

30-50

35

7

19

12

0.4

(mg

Tabel S2-4 De maximale P adsorptiecapaciteit (PSC), totaal beschikbare P reserves/totaal anorganisch fosfaat (P OX), reversibel gebonden fosfaat wat de P concentratie in oplossing buffert (P AL) en direct beschikbaar fosfaat (PCaCl2) van de locaties op het zuidwestelijk gelegen perceel

Locatie

Diepte

PSC (mmol kg-1)

POX (mmol kg-1)

FVG

PAL (mg P2O5 100g-1)

PCaCl2 kg-1)

(mg

Zuidwestelijk perceel, waar de ontwikkeling van vochtig hooiland (N10.02) wordt beoogd BP7

0-10

37

9

23

10

0.3

BP7

10-30

39

11

27

16

0.4

BP7

30-50

25

4

17

7

0.2

BP8

0-10

37

14

37

28

1.4

BP8

10-30

39

12

30

19

0.5

BP8

30-50

18

2

9

<3

<0.3

BP9

0-10

25

7

29

12

0.5

BP9

10-30

28

10

35

22

0.5

BP9

30-50

18

2

9

<3

<0.3

Biochemisch onderzoek landgoed Stilliwald (NMI, 2023)

33

Bijlage III Berekende uitmijnjaren noordoostelijk gelegen perceel

Een schatting van de benodigde tijdsduur van uitmijnen is berekend met Vergelijking 1 (zie hoofdstuk 3.5). De volgende aannamen zijn gemaakt: Het doel voor de fosfaatverzadigingsgraad is 12-18% in de bovenste 20cm van de bodem (optimaal voor de ontwikkeling van matig voedselrijke vegetatie, •

•

• • • •

Tabel 2-1). Gras onttrekt P uit de 0-20cm bodemlaag. Dit is een dikkere bodemlaag dan aangenomen bij het zuidwestelijk gelegen perceel; reden hiervoor is dat er op het noordoostelijk gelegen perceel meer P buffering vanuit diepere bodemlagen verwacht wordt. De bulkdichtheid is 1 / (0.02525 * OS + 0.6541) * 1000 De P balans bij uitmijnen is -30 kg P ha-1 (varieerde tussen -28 tot -40 kg P ha-1 in een 5-jarige uitmijnproef op grasland, van der Salm et al., 2009) Verschralen duurt circa 2x langer dan uitmijnen (van Rotterdam et al., 2021) Voor de locaties waar vochtig hooiland wordt beoogd is een uitmijntijd berekend voor de uitgangssituatie (niet afgraven) en voor het scenario dat er 30cm wordt afgegraven. 𝐽𝑎𝑟𝑒𝑛 =

(𝐹𝑉𝐺𝑑𝑜𝑒𝑙 − 𝐹𝑉𝐺ℎ𝑢𝑖𝑑𝑖𝑔 ) ∗ 𝑃𝑆𝐶 ∗ 𝜌 ∗ 𝑑 ∗ 31 ∗ 10−4 𝑃𝑏𝑎𝑙𝑎𝑛𝑠

(1)

Waar FVGdoel = doel voor de fosfaatverzadigingsgraad (%), FVGhuidig = huidige fosfaatverzadigingsgraad (%), PSC= maximale adsorptiecapaciteit (mmol kg-1), ρ = bulkdichtheid (kg m-3), d de dikte van de bodemlaag (m), 31 de molmassa van fosfor (mg mmol-1) en Pbalans de gemiddeld P balans (kg P ha-1 jaar-1), die bestaat uit de optelsom van P inputs (P-aanvoer via bemesting) en outputs (P wat wordt opgenomen door het gras).

De geschatte tijdsduur die nodig is om in de uitgangssituatie met uitmijnen de fosfaatverzadigingsgraad te verlagen tot 12-18% is circa 23-30 jaar voor het meest zuidelijk gelegen deel waar de ontwikkeling van vochtig hooiland wordt beoogd (locaties BP5 en BP6), 56-62 jaar voor het meest noordwestelijk gelegen deel waar de ontwikkeling van vochtig hooiland wordt beoogd (locatie BP1) en 56-80 jaar op het hoger gelegen deel waar de ontwikkeling van droog schraalland wordt beoogd (locaties BP2 t/m BP4) In het scenario dat er 30cm van de bodem wordt afgegraven voor de ontwikkeling van vochtig hooiland is het aantal uitmijnjaren naar schatting 1-6 jaar in het zuidelijk gelegen deel (locaties BP5 en BP6) en 32-36 jaar op het noordwestelijk gelegen deel (locatie BP1) (Figuur 3.1). Bij een fosfaatverzadigingsgraad <12% is de fosfaatbeschikbaarheid geschikt voor de potentiële ontwikkeling van vochtig hooiland en droog schraalland.

Biochemisch onderzoek landgoed Stilliwald (NMI, 2023)

34

Figuur S3-1 Berekende tijdsduur van uitmijnen voor het verlagen van de fosfaatbeschikbaarheid tot een fosfaatverzadigingsgraad van 12-18%.

Biochemisch onderzoek landgoed Stilliwald (NMI, 2023)

35

soil for life

Nutriënten Management Instituut BV Nieuwe Kanaal 7c 6709 PA Wageningen tel: (06) 29 03 71 03 e-mail: nmi@nmi-agro.nl website: www.nmi-agro.nl

Biochemisch onderzoek landgoed Stilliwald (NMI, 2023)

36

Bijlage 2 Gebiedsindeling Doetinchem

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7969/documents/45387