Bijlage 19. Nota van zienswijzen.pdf
Tekst van het document
Zienswijzennota behorende bij de Verklaring van geen bedenkingen en de omgevingsvergunning voor het realiseren van een zonnepark met waterberging nabij de kruising van de Heislagseweg en de Nieuwestraat in Wehl (20230092) Burgemeester en wethouders zijn voornemens om een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een zonnepark met een waterbergingsfunctie. Het projectgebied wordt daarbij landschappelijk ingepast. De ontwerp omgevingsvergunning en de ontwerp Verklaring van geen bedenkingen voor de activiteiten ‘Bouwen’, ‘Werk- of werkzaamheden uitvoeren’ ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ en ‘Uitweg’ hebben vanaf 1 december 2023 tot en met 11 januari 2024 oktober 2022 gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Wie hebben zienswijzen ingediend? De volgende indieners hebben tegen het ontwerp van de omgevingsvergunning een zienswijze ingediend. Datum ontvangen 18 december 2023 28 december 2023 4 januari 2024 10 januari 2024
Indiener Indiener A (namens bewonersvereniging het Wehlse Broek Belang) Indiener B Indiener C Indiener D
In deze zienswijzennota zal op de ingediende zienswijzen worden gereageerd. Conclusie De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding om de ontwerp omgevingsvergunning aan te passen of om de omgevingsvergunning niet te verlenen. De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding om de Verklaring van geen bedenkingen niet af te geven of om deze te wijzigen.
Samenvatting van en reactie op ingediende zienswijzen Hieronder zijn de zienswijzen per indiener samengevat en van een reactie voorzien. Zienswijzen indiener A A.1 Indiener A voert aan dat de ontwerp verklaring van geen bedenkingen (hierna: VVGB) en de ontwerp omgevingsvergunning in strijd zijn met het Beleidskader Duurzame Energie, dat gepubliceerd is op 25 april 2019. Daarin is als uitgangspunt opgenomen dat de voorkeur voor zonne-energie uitgaat naar plaatsing op daken en inefficiënt gelegen landbouwgronden. Ook zijn de ontwerp VVGB de ontwerp omgevingsvergunning in strijd met het Koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam, omdat daarin is opgenomen om zoveel mogelijk gebouwen te voorzien van zonnepanelen. Dat strookt niet met de ontwerp VVGB en de ontwerp omgevingsvergunning, omdat het aansluitvermogen nu wordt geclaimd door het zonnepark. Reactie gemeente Ten aanzien van het Beleidskader Duurzame Energie: In het beleidskader is als uitgangspunt opgenomen dat alle bronnen van duurzame energieopwekking nodig zijn. Daarbij wordt er de voorkeur aan gegeven om eerst te kijken naar beschikbare ruimte op daken, dan naar locaties die dubbel gebruikt kunnen worden en dan naar andere gronden, zoals inefficiënt gelegen en slechte landbouwgronden. Daarna kunnen andere gronden in aanmerking komen.
Daar wordt als kanttekening bij geplaatst dat met het volleggen van daken in stedelijk gebied tot maximaal 12% van de opwekopgave gerealiseerd kan worden. Gezien de versnelling die nodig is om de energieneutraliteitsambitie te behalen is, is in het beleidskader ook de mogelijkheid voor de realisatie van zonneparken als grootschalige bronnen van duurzame energieopwekking. Voor (grootschalige) zonneparken gelden wel uitgangspunten 2 en 3 uit het beleidskader: 2. Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden samen met de omgeving en belanghebbenden vormgegeven. 3. Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden landschappelijk ingepast. Tot slot is in het beleidskader opgenomen dat er voldoende ruimte moet zijn voor de ontwikkeling van landbouw. Zonneparken mogen daarom slechts 3% van het totaal aan landbouwgrond bezetten. Op 30 september 2021 heeft de gemeenteraad de Regionale Energiestrategie 1.0 Achterhoek vastgesteld. Hierbij is besloten dat de vier bekende zonneparkinitiatieven in Doetinchem ten aanzien van zon op land als bijdrage aan te wijzen voor de RES-opgave ten aanzien van zon. Het zonnepark Heislagseweg-Nieuwestraat is één van de vier grootschalige zonneparken die in ontwikkeling waren en waar de komende jaren geen nieuwe locaties bij komen.
De ontwikkeling van Zonnepark Heislagsewegeslag is in het licht van het Beleidskader Duurzame Energie vroegtijdig gecommuniceerd met de omgeving. Zo heeft de projectontwikkelaar gesprekken gevoerd met omwonenden, omliggende bedrijven en
belangenorganisaties. Ook zijn er vier informatiebijeenkomsten georganiseerd. De bijeenkomsten hebben tot aanpassing van de uiteindelijke terreininrichting en de landschappelijke inpassing geleid. Bij de uitwerking van de landschappelijke inpassing zijn ook de aanknopingspunten en uitgangspunten van het beleidskader in acht genomen. In het ‘Communicatie- en participatieverslag Zonnepark Heislagseweg – Nieuwestraat (incl. waterberging)’ van 31 januari 2023, dat onderdeel is van de ontwerpomgevingsvergunning, is te lezen hoe initiatiefnemer vorm heeft gegeven aan communicatie en participatie bij deze ontwikkeling. Gelet op het voorgaande past de ontwikkeling binnen de kaders van het Beleidskader Duurzame Energie en geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen. Ten aanzien van het Koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam: Zoals hierboven al werd benoemd, is uit onderzoek gebleken dat met zon op daken in stedelijk gebied slechts 12% van de opwekopgave gerealiseerd kan worden. Om energieneutraal te worden zullen zowel de mogelijkheden van zon op daken als van zon op land benut moeten worden. In het beleidskader ‘Duurzame Energie’ is gesteld dat het niet realistisch is om te verwachten dat zonnepanelen enkel op daken van gebouwen of op braakliggende terreinen worden geplaatst.
Gesteld is dat maximaal 3% van de landbouwgrond gebruikt mag worden voor het realiseren van grootschalige zonneparken. Het beleidskader stelt tevens dat ‘gezien de versnelling die nodig is om de energieneutraliteitsambitie te behalen kunnen we niet eerst het ene doen voor we aan het andere beginnen’. In het kader van het behalen van de doelen is het juist belangrijk dat ook grootschalige initiatieven op landbouwgrond doorgang krijgen. Dat er maximaal 3% landbouwgrond gebruikt mag worden voor zonnevelden voorkomt dat er te veel vruchtbare landbouwgrond gebruikt gaat worden voor zonnevelden. Daarnaast stimuleren we als gemeente Doetinchem inwoners en bedrijven voor meer zonnepanelen op dak. We nemen actief deel aan een aantal regionale duurzaamheidsprogramma's, zoals 'Zonnige Bedrijven' en 'Achterhoek onderneemt duurzaam'. Dit om zoveel mogelijk zon op dak te realiseren. We bieden kennis en financieringsmogelijkheden aan voor duurzame energieopwekking. Het Energieloket Achterhoek ondersteunt namens de gemeente Doetinchem inwoners en bedrijven. Het college blijft dan ook bij het standpunt dat het besluit niet in strijd is met het van toepassing zijnde beleid. Gelet op het voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen.
Initiatiefnemers hebben in 2021 een overeenkomst aansluiting en transport elektriciteit met netbeheerder Liander gesloten. Als gemeente hebben we hierop geen invloed. Onze verwachting is dat Tennet en Liander komende jaren het elektriciteitsnet verzwaren, zodat het elektriciteitsnet toekomstbestendig is en voldoende capaciteit heeft. Gelet op het voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen.
A.2 Indiener A voert aan dat de waterberging in strijd is met de uitgangspunten van het zonnepark. De waterberging komt te functioneren als waterberging voor de realisatie van bedrijvenpark A18. Dat strookt niet met de tijdelijke aard (25 jaar) van de ontwerp omgevingsvergunning. Reactie gemeente Het zonnepark is als een tijdelijke ‘mee koppelkans’ gezien om als gedeeltelijke waterberging voor de ontwikkeling van bedrijvenpark A18 te fungeren. Hiermee worden meerdere maatschappelijke uitdagingen geïntegreerd in het project/locatie. Voor de ontwikkeling van het bedrijvenpark A18 is het van belang dat de waterberging tegen het einde van de looptijd van de onderhavige ontwerp omgevingsvergunning geborgd is. Dat staat verder los van en doet niet af aan het feit dat de onderhavige ontwerp omgevingsvergunning voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. De tijdelijkheid van de waterberging is dan ook geen gegronde weigeringsgrond voor de onderhavige (ontwerp-) omgevingsvergunning. Gelet op het voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen. A.3 Indiener A wil Solar Provider Group complementeren op de wijze waarop zij het participatieproces hebben doorlopen.
In de financiële participatie is een principeovereenkomst met de bewoners gesloten waarin is vastgelegd dat bij de realisatie van het park de bewoners 50% eigendom van het park kunnen verkrijgen, waarbij alleen de daadwerkelijk door SPG gemaakte kosten voor dit park worden ingebracht als kosten voor de op te starten onderneming. Indiener A vraagt de gemeente om deze partij afspraak als voorwaarde op te nemen in het definitieve besluit c.q. de definitieve omgevingsvergunning. Reactie gemeente In de ontwerp-omgevingsvergunning is in de bijlage: ‘Activiteit handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’, onder het kopje Voorschriften, opgenomen dat bij de realisatie en de uitvoering van het plan moet worden voldaan aan de voorwaarden die genoemd zijn in de ruimtelijke onderbouwing en de onderzoeken die daarbij horen. De initiatiefnemer zal zich op grond daarvan al moeten houden aan de inspanningsverplichting, zoals die beschreven is op pagina 41 en 42 van de Ruimtelijke onderbouwing. Ook hebben we met initiatiefnemers een anterieure overeenkomst gesloten. Hierin zijn afspraken gemaakt over de financiële participatie. De energiecoöperatie heeft zelf een principeovereenkomst gesloten waarin is vastgelegd dat bij realisatie van het park de bewoners 50% eigendom van het park kunnen verkrijgen.
Omdat de financiële participatie niet ruimtelijk relevant is kunnen we dit niet als voorwaarde in de omgevingsvergunning opnemen. We gaan ervan uit dat privaatrechtelijke overeenkomst tussen de initiatiefnemer en de energiecoöperatie voldoende waarborgen biedt om verdere afspraken over de financiële participatie te maken. Gelet op het voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning te wijzigen.
Conclusie zienswijzen indiener A Gelet op het bovenstaande geven de ingediende zienswijzen geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen. Zienswijzen indiener B B.1 Er is een participatieproces geweest, maar dat was puur voor de vorm. Het besluit stond al vast, omdat het plan al paste in het gemeentelijk beleid. Het plan was al in ontwikkeling en moest daarom doorgaan. Reactie gemeente In het ‘Communicatie- en participatieverslag Zonnepark Heislagseweg – Nieuwestraat (incl. waterberging)’ van 31 januari 2023, dat onderdeel is van de ontwerpomgevingsvergunning, staat uitgebreid hoe de communicatie en participatie omtrent de ontwikkeling van het zonnepark heeft plaatsgevonden. Het participatieproces heeft geresulteerd in aanpassing van het oorspronkelijke plan, waaronder aanpassing van de hoogte van de zonnepanelen, de groensoorten, de vorm van het zonnepark en het toevoegen van een waterberging. Daaruit blijkt al dat het participatieproces niet slechts voor de vorm is geweest, maar dat input wel degelijk verwerkt is in het uiteindelijke ontwerp. Dat deze locatie eerder al als ontwikkelingslocatie voor een zonnepark was aangemerkt doet daar niet aan af. Participatie gaat niet alleen over het wel of niet vergunnen van een zonnepark, maar ook over uitvoerings- en uitwerkingsaspecten, zoals de vorm van het zonnepark en de landschappelijke inpassing.
Gelet op voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen. B.2 De omgevingsvergunning betreft geen gebonden beschikking. De gemeente had de aanvraag moeten weigeren wegens strijd met een goede ruimtelijke ordening, omdat: - de korte afstand tot het elektriciteitsnet van Liander de belangrijkste overweging is geweest; - het industrieterrein een heel goed alternatief is; op alle daken van de bedrijven kunnen zonnepanelen gelegd worden; - indiener al overlast ervaart van de bestaande hoogspanningsmasten en het nabijgelegen crossterrein; - bij veel energieopbrengst het elektriciteitsnet overbelast zal raken, waardoor zonnepanelen van huishoudens worden uitgeschakeld. Reactie gemeente Dat de korte afstand tot het elektriciteitsnet van Liander een belangrijke overweging is geweest, doet niet af aan het feit dat ontwikkeling in strijd zou zijn met een goede ruimtelijke ordening. Daarnaast is dat natuurlijk niet de enige afweging die gemaakt is. In de ruimtelijke onderbouwing wordt onderbouwd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het zonnepark draagt bij aan de ambitie om energieneutraal te worden.
Bij de reactie onder zienswijze A.1 kwam al naar voren dat met zon op daken slechts 12% van de benodigde opwek gerealiseerd kan worden, waardoor het industrieterrein niet als alternatieve locatie gezien kan worden, omdat de ambitie om energieneutraal te worden niet enkel met zon op daken gerealiseerd kan worden. Indiener geeft nog aan dat van het zonnepark overlast verwacht wordt bovenop de overlast die indiener heeft van bestaande
hoogspanningsmasten en het nabijgelegen crossterrein. Niet wordt aangegeven op welke manier overlast verwacht wordt. In de ruimtelijke onderbouwing is onderbouwd dat de ontwikkeling voldoet aan alle vereisten van geldende wet- en regelgeving. Ten aanzien van het genoemde, nabijgelegen crossterrein merkt de gemeente op dat er geen legaal crossterrein in de nabijheid van de woning van indiener ligt. Initiatiefnemers hebben in 2021 een overeenkomst aansluiting en transport elektriciteit met netbeheerder Liander gesloten. Als gemeente hebben we hierop geen invloed. Onze verwachting is dat Tennet en Liander komende jaren het elektriciteitsnet verzwaren, zodat het elektriciteitsnet toekomstbestendig is en voldoende capaciteit heeft. Gelet op voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen. B.3 Volgens het plan gaat het om een tijdelijke voorziening. De duur van 25 jaar is echter niet tijdelijk te noemen. Reactie gemeente Het zonnepark met de waterberging wordt tijdelijk voor de duur van 25 jaar vergund. Dat is een relatief lange periode. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) schrijft dan ook voor dat een besluit voor een dusdanig langdurende, tijdelijke afwijking van de beheersverordening een ruimtelijke onderbouwing bevat, waarin wordt gemotiveerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
De initiatiefnemer heeft bij de aanvraag een goedgekeurde ruimtelijke onderbouwing aangeleverd, waaruit is gebleken dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Gelet op voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen. Conclusie zienswijzen indiener B Gelet op het bovenstaande geven de ingediende zienswijzen geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen. Zienswijzen indiener C C.1 Er is onvoldoende aandacht besteed aan participatie en er is geen sprake van draagvlak onder omwonenden. Reactie gemeente Deze zienswijze komt overeen met zienswijze B.1. Voor de beantwoording van de zienswijze, verwijzen wij dan ook naar de reactie van de gemeente onder zienswijze B.1. Daarop aanvullend merken wij ten aanzien van ‘draagvlak’ op dat dit niet voor alle omwonenden geldt. Zo complementeert indiener A Solar Provider Group op de wijze waarop zij het participatieproces hebben doorlopen. Gelet op het voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen.
C.2 Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt op geen enkele wijze, dat initiatiefnemers alternatieve locaties hebben onderzocht voor het realiseren van het zonnepark. De gekozen locatie is niet geschikt. Reactie gemeente Het vooronderzoek naar geschikte locaties maakt geen onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke onderbouwing is de motivering van ons besluit dat bij dit plan, op deze locatie, sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Deze locatie is daarnaast de enige locatie die binnen het gemeentelijk beleid past. In de reactie van de gemeente op zienswijze A.1. komt al naar voren dat deze locatie één van de vier locaties is die bij de vaststelling van de RES 1.0 Achterhoek is aangewezen als één van de vier locaties voor grootschalige zonneparken. Gelet op het voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen. C.3 Het plan is in strijd met de motie ‘Gelderland tijdelijk windstil’ van Provinciale Staten. Reactie gemeente De genoemde motie is niet aan te merken als vastgesteld of gewijzigd beleid. De ontwerp omgevingsvergunning is ook ter kennis medegedeeld aan de Provincie Gelderland. De Provincie Gelderland heeft géén zienswijzen ingediend tegen het besluit.
Wij stellen dan ook dat het besluit past binnen de van toepassing zijnde wet- en regelgeving en verwijzen daarvoor naar de ruimtelijke onderbouwing die onderdeel uitmaakt van dit besluit. C.4 Het besluit is in strijd met de zonneladder. Reactie gemeente De zienswijze komt overeen met de zienswijze A.1. Daarom wordt verwezen naar de reactie van de gemeente onder zienswijze A.1. Aanvullend daarop brengen wij naar voren dat het ‘conceptbeleidskader Duurzame energieopwekking’ 20 december 2018 op de raadsagenda heeft gestaan. Daarop is een motie van het CDA door het college overgenomen. In die motie heeft de gemeenteraad het college onder andere verzocht om ‘de in de beeldvormende raad genoemde percentages van 1 – 3% landbouwgrond omvormen tot zonneparken met de huidige stand van de techniek als richtsnoer aan te houden’. Zodoende is die genoemde 3% overgenomen in het vastgestelde beleidskader ‘Duurzame energie’. Met de komst van het zonnepark wordt die 3% niet overschreden. In de ruimtelijke onderbouwing is naar oordeel van het college voldoende gemotiveerd waarom het college voornemens is een omgevingsvergunning voor een zonnepark (met waterberging) voor deze locatie te verlenen. In het beleidskader ‘Duurzame Energie’ is gesteld dat het niet realistisch is om te verwachten dat zonnepanelen enkel op daken van gebouwen of op braakliggende terreinen worden geplaatst.
Gesteld is dat maximaal 3% van de landbouwgrond gebruikt mag worden voor het realiseren van grootschalige zonneparken. Het beleidskader stelt tevens dat ‘gezien de versnelling die nodig is om de energieneutraliteitsambitie te behalen kunnen we niet eerst het ene doen voor we aan het andere beginnen’.
In het kader van het behalen van de doelen is het juist belangrijk dat ook grootschalige initiatieven op landbouwgrond doorgang krijgen. Dat er maximaal 3% landbouwgrond gebruikt mag worden voor zonnevelden voorkomt dat er te veel vruchtbare landbouwgrond gebruikt gaat worden voor zonnevelden. Daarnaast stimuleren we als gemeente Doetinchem inwoners en bedrijven voor meer zonnepanelen op dak. We nemen actief deel aan een aantal regionale duurzaamheidsprogramma's, zoals 'Zonnige Bedrijven' en 'Achterhoek onderneemt duurzaam'. Dit om zoveel mogelijk zon op dak te realiseren. We bieden kennis en financieringsmogelijkheden aan voor duurzame energieopwekking. Het Energieloket Achterhoek ondersteunt namens de gemeente Doetinchem inwoners en bedrijven. Het college blijft dan ook bij het standpunt dat het besluit niet in strijd is met het van toepassing zijnde beleid. Gelet op het voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen. C.5 Er is ten onrechte geen natuurvergunning aangevraagd. Reactie gemeente Het college stelt zich op het standpunt dat aanvrager voldoende onderzoek heeft gedaan naar effecten op natuur/ flora & fauna. Er is bureauonderzoek gedaan en er heeft een er is een Quickscan uitgevoerd. Met het bureau-onderzoek wordt gebruik gemaakt van beschikbare bronnen, waaronder de NDFF en (regionale) verspreidingsatlassen.
Deze kennis wordt gecombineerd met een veldonderzoek waarbij de ecologisch deskundige het plangebied beoordeelt op geschiktheid van habitat van mogelijk voorkomende beschermde soorten. De ecologische deskundige houdt bij de beoordeling rekening met jaarrond voorkomende omstandigheden, zoals bijvoorbeeld begroeiing, bladvorming en voorkomen van soorten per seizoen. Een Quickscan kan jaarrond worden uitgevoerd. Ten aanzien van de steenuil merkt het college op dat de realisatie van het zonnepark in het plangebied niet leidt tot verlies van essentieel leefgebied voor de steenuilen. De akker wordt weliswaar mogelijk gebruikt als foerageergebied door steenuilen, maar slechts een deel van de akker wordt omgevormd tot zonnepark. Het overige deel blijft akker. Het zonnepark wordt daarnaast ingericht met bloemrijk grasland rondom het zonnepark, een nieuwe houtwal aan de noordzijde, een bosschage aan de oostzijde en aan de oostzijde ook een grondwal van de humusrijke bovenlaag van het huidige perceel. Ook zullen er diverse zitposten voor steenuilen ontstaan bij de afrastering rondom het zonnepark. Onder de zonnepanelen zal spontane ontwikkeling van soorten en extensief beheer plaatsvinden. De inrichtingsmaatregelen hebben een positief effect op de biodiversiteit in de omgeving.
Prooidieren van steenuilen kunnen er leefgebied vinden, waardoor het perceel een foerageerfunctie voor steenuilen zal blijven vervullen. Daarnaast zijn er in de directe omgeving, met nam ten oosten en zuiden, maar ook ten noorden van de planlocatie diverse percelen die geschikt foerageergebied vormen waar de steenuil insecten en kleine zoogdieren kan vinden. De boomgaard aan de Broekstraat is bijvoorbeeld zeer geschikt foerageerbiotoop voor de uilen, evenals de boerenerven, groene landschapselementen, groenstroken, groengebieden en diverse akkers in de omgeving. Hier is voldoende voedsel te vinden voor de aanwezige steenuilen.
Tot slot merkt het college op dat het territorium van een steenuil tot 30 hectare groot kan zijn, afhankelijk van onder andere het voedselaanbod. Het oppervlak van het zonnepark beslaat ongeveer 3 hectare, en vormt daarmee slechts een beperkt deel van het leefgebied van lokale steenuilen. Gelet op het voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen. C.6 Ontwerpbesluit is in strijd met een goede ruimtelijke ordening, omdat: 1. uitzicht wordt belemmerd; 2. gevaar bestaat op overstroming; 3. overlast van muggen in de zomer; 4. de ligging in het buitengebied onvoldoende gemotiveerd is, en; 5. privacy wordt geschonden. Reactie gemeente Ad 1 In dit project is veel aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing. De grondwal wordt aangelegd met een geleidelijk talud vanaf de buitenzijden van het zonnepark, waardoor een geleidelijke overgang gecreëerd wordt. De grondwal zorgt ervoor dat de omgeving geen uitzicht heeft op de zonnepanelen. De grondwal heeft een hoogte van 1,3 waardoor het zicht niet geblokkeerd wordt, maar het juist mogelijk is om over het zonnepark heen te kijken. Het college stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van onredelijke belemmering van het uitzicht van de indiener C. Ad 2 De waterbergingsfunctie van het zonnepark is een gedeelte van de waterbergingsopgave van de tweede fase van bedrijvenpark A18.
Bij de ontwikkeling van de tweede fase van het bedrijvenpark A18 moet namelijk waterberging gecompenseerd worden, omdat er sprake zal zijn van nieuwe verharding. De waterbergingsopgave van bedrijvenpark A18 maakt echter géén onderdeel uit van dit besluit. In dit besluit wordt, in de aanloop naar de ontwikkeling van de tweede fase, ruimte benut en ingericht voor de toekomstig benodigde waterberging. De waterbergingsfunctie van het zonneveld vormt opzichzelfstaand geen risico op overstroming. Bij de ontwikkeling van de tweede fase van bedrijvenpark A18 moet de waterbergingsopgave en het watersysteem in het geheel beoordeeld worden. Die beoordeling heeft geen plaats in dit besluit, omdat dit besluit niet ziet op de ontwikkeling van het bedrijvenpark A18 c.q. de nieuwe verharding die daar gerealiseerd zal worden. Het college stelt zich dan ook op het standpunt dat er met de realisatie van de waterberging geen aannemelijk risico bestaat op overstroming. Ad 3 Het is niet aannemelijk dat de waterberging zal leiden tot toename van muggen, omdat het waterpeil van de waterberging fluctueert. De waterberging is zo ontworpen dat het water in de bodem filtreert. Het peil van de waterberging ligt daarnaast boven de gemiddelde grondwaterstand. De waterberging zal daardoor doorgaans leegstaan.
De situatie dat er water in de waterberging komt te staan door een hoge grondwaterstand doet zich mogelijk in de wintermaanden voor. Muggen zijn in de winter niet actief. Het college stelt zich dan ook op het standpunt dat het op voorhand niet aannemelijk is dat overlast door muggen wordt veroorzaakt of zal toenemen.
Ad 4 In de ruimtelijke onderbouwing is de locatiekeuze toegelicht. De locatiekeuze is al nader toegelicht in de reactie van de gemeente onder zienswijzen A.1 en B.2. Daarop aanvullend wordt, naast de beleidsmatige locatie-afweging, in de ruimtelijke onderbouwing gemotiveerd dat de locatie gunstig is in verband met de korte afstand die overbrugt moet worden naar het elektriciteitsnet van Liander. Daarnaast is het projectgebied gelegen in een gebied waar volgens de Omgevingsvisie Gelderland ‘Grote zonneparken mogelijk’ zijn. Ook ligt de projectlocatie naast Bedrijvenpark A18, waardoor het zonnepark aansluit bij bestaande bebouwing. Dit alles is terug te lezen in de ruimtelijke onderbouwing die onderdeel uitmaakt van dit besluit. Het college stelt zich dan ook op het standpunt dat de locatiekeuze in het besluit voldoende gemotiveerd is. Ad 5 Tussen het projectgebied en het perceel van de woning van indiener C ligt een openbare weg. Het college kan zich dan ook niet vinden in de zienswijze van indiener C dat de privacy, met de komst van het zonnepark, (meer) geschonden wordt. Een zonnepark heeft daarnaast geen verkeersaantrekkende werking. Het onderhoudsverkeer is verwaarloosbaar in relatie tot de huidige verkeerssituatie op omliggende wegen. De inrit naar het zonnepark komt daarbij op circa 170 meter van de woning van indiener C te liggen.
Na de realisatie van de landschappelijke inpassing en de bouw van het zonnepark zal het zicht op het onderhoudsverkeer in beide richtingen (vanuit de omgeving en vanuit het park) nog minder worden. De minimale overlast wordt hierdoor nog minder. Het college stelt zich dan ook op het standpunt dat er geen sprake is van schending van privacy van indiener C. Gelet op het voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen. C.7 De nut en noodzaak is onvoldoende uiteengezet en onvoldoende gemotiveerd. Reactie gemeente Met verwijzing naar de reactie van de gemeente onder zienswijze A.1., B.2., C.4., en C.6., stelt de gemeente zich op het standpunt dat de nut en noodzaak voldoende gemotiveerd is. Gelet op het voorgaande geeft de ingediende zienswijze geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen. Conclusie zienswijzen indiener C Gelet op het bovenstaande geven de ingediende zienswijzen geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen.
Zienswijzen indiener D D.1 Er moet meer onderzoek gedaan worden naar het juist functioneren van de waterberging, omdat andere waterbergingsvoorzieningen niet ook niet functioneren zoals beoogd. Reactie gemeente Met verwijzing naar de reactie onder zienswijze C.6, onderdeel 2, vatten wij samen dat de waterberging onder het zonnepark onderdeel wordt van de waterberging van de ontwikkeling van de volgende fase van het bedrijvenpark A18. Bij de ontwikkeling van het bedrijvenpark (toename van verharding) dient de totale waterberging in verhouding te staan tot de toename van nieuw verhard oppervlak. Die beoordeling vindt niet plaats in de voorbereiding van dit besluit, omdat bij de ontwikkeling van het zonnepark géén sprake is van dusdanige toename van verharding dat compensatie in waterberging benodigd is. Conclusie zienswijzen indiener D Gelet op het bovenstaande geven de ingediende zienswijzen geen aanleiding om de omgevingsvergunning niet te verlenen.