CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 Natuurtoets - ZP Wehl.pdf

beeldvormende raad 11 oktober 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Ontwerp Verklaring van geen bedenkingen zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat11.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) Toetsing Wet natuurbescherming en Gelders natuurnetwerk

projectnummer 0475122 definitief revisie 04 3 maart 2023

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) Toetsing Wet natuurbescherming en Gelders natuurnetwerk projectnummer 0475122 definitief revisie 04 3 maart 2023

Auteurs M. Poelman, MSc

Opdrachtgever Solar Provider Group B.V. Vliegend Hertlaan 15 unit 313 3526 KT Utrecht

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 3 maart 2023

beschrijving revisie 04 definitief

gecontroleerd L. de Jong

vrijgave J. van den Broek

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maarti 2023 reviesie 04 Solar Provider Group B.V.

Inhoudsopgave

Blz.

Conclusies en advies

2

1

Inleiding

5

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

5 6 7 7

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

8

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Gelderls Natuurnetwerk Groene ontwikkelingszone Beschermingszone natte landnatuur

8 8 9 9 10 11 11

3

Methodiek

12

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

12 12 13 13

4

Resultaten

14

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Gelders Natuurnetwerk en Groen Ontwikkelingszone Beschermingszone natte landnatuur

14 15 15 16 18 19 19 20 21

5

Toetsing

22

5.1 5.2 5.2.1 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.3.4

Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Gelders Natuurnetwerk Effecten op de Groene Ontwikkelingszone Effecten op de Beschermingszone natte landnatuur

22 22 22 23 23 23 23 23

6

Bronnen

24

Bijlage 1: Wettelijk kader

Blad 1 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

Conclusies en advies Solar Provider Group B.V. is voornemens om op de kruising van de Heislagseweg en de Nieuwestraat te Doetinchem een zonnepark in combinatie met een waterberging te realiseren. Momenteel is op deze locatie een akker gesitueerd. In het vigerende bestemmingsplan is de beoogde ontwikkeling niet toegestaan. Derhalve wordt afgeweken van het bestemmingsplan via een omgevingsvergunning die toeziet op de volgende onderdelen: • Realisering zonnepark. • Realisering van een waterberging met bijbehorende grondwerkzaamheden. De beoogde ontwikkeling mag niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid omtrent het Natuurnetwerk Nederland. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten, beschermde gebieden en beschermde houtopstanden binnen het plangebied en de invloedsfeer daarvan. Tevens is inzicht gewenst in de effecten op deze beschermde natuurwaarden ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Dit wordt gedaan op basis van een natuurtoets. In deze sectie wordt samenvattend het advies weergegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde natuurtoets. Tevens is aangegeven of er binnen de kaders van de relevante wetgeving vervolgstappen benodigd zijn.

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: • Algemene broedvogels (mogelijk nestplaatsen). In Tabel 1 is aangegeven welke gevolgen aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor de beoogde ontwikkeling. Er is aangegeven of er sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Tabel 1. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming. Soortgroep

Algemene broedvogelsoorten

Mogelijke functie plangebied

Mogelijk nestplaatsen

Overtreding Wet nb?

Nee, indien gewerkt wordt buiten broedseizoen

Blad 2 van 24

Nader soort onderzoek nodig?

Nee, indien gewerkt wordt buiten broedseizoen

Is plan uitvoerbaar?

Ja. door te werken buiten het broedseizoen óf het terrein vóór het broedseizoen ongeschikt te maken

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

Conclusies: Beschermde gebieden Het plangebied maakt geen onderdeel uit van Natura 2000-gebied, het Gelders Natuurnetwerk Nederland (GNN) of de Groene Ontwikkelingszone (GO). Er is geen sprake van directe of indirecte aantasting van Natura 2000-gebied, GNN-gebied of GO-gebied ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Significante negatieve effecten zijn uitgesloten. Er is derhalve geen noodzaak voor vervolgstappen of een uitgebreidere toetsing. Zie ook Tabel 2. Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming. Natura 2000

GNN & GO Nee

Aanwezig binnen de invloedssfeer?

Nee

Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Nee Nee

Nee Nee

Ja

Ja

Algemene Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een Algemene Zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage 1 staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig beschadigd, gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Blad 3 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Solar Provider Group B.V. is voornemens om op de kruising van de Heislagseweg en de Nieuwestraat te Doetinchem een zonnepark te realiseren in combinatie met een waterberging. Momenteel is op de locatie een akker aanwezig. In het vigerende bestemmingsplan is de voorgenomen ontwikkeling niet toegestaan. Derhalve wordt afgeweken van het bestemmingsplan via een omgevingsvergunning die toeziet op de volgende onderdelen: • Realisering zonnepark. • Realisering van een waterberging met bijbehorende grondwerkzaamheden. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op soorten, gebieden en/of houtopstanden welke beschermd zijn binnen het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) en/of het beleid omtrent het Natuurnetwerk Nederland. Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben voor beschermde natuurgebieden en/of beschermde flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden binnen het plangebied en de mogelijke consequenties op deze natuurwaarden ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. Dit wordt gedaan op basis van een natuurtoets.

In voorliggende rapportage zijn de resultaten van de natuurtoets beschreven en wordt beoordeeld of het plan uitvoerbaar is in het kader van de relevante natuurwetgeving.

Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (blauw omkaderd). Bron: Google Maps, verkregen via opdrachtgever.

Blad 4 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

1.2

Planvoornemen Solar Provider Group B.V. is voornemens een zonnepark in combinatie met een waterberging te realiseren op de kruising van de Heislagseweg en de Nieuwestraat te Doetinchem. Momenteel is op de locatie een (braakliggende mais)akker aanwezig. Ongeveer 1,7 hectare van het plangebied zal gebruikt worden voor het daadwerkelijk plaatsen van zonnepanelen. De zonnepanelen hebben een hoogte van 1,9 m en een verdiepte ligging van 80 cm -maaiveld. Er wordt rekening gehouden met de gasleiding die door het perceel loopt, de afstand die bewaard moet worden tot de omwonenden en de maatregelen voor landschappelijke inpassing. 43% van het perceel blijft onbedekt, waarmee ruim wordt voldaan aan de ondergrens van 25% zoals beschreven in de gedragscode zon op land (Holland Solar, 2019). Deze ruimte kan worden gebruikt voor groenontwikkeling. De exacte inrichting van het groengebied zal worden afgestemd met stakeholders in de omgeving. De waterberging wordt afgegraven tot een hoogte van 12.20 m +NAP, wat betekend dat het bestaande maaiveld gemiddeld genomen met 80 cm wordt afgegraven. De totale ontgronding bedraagt 16.000 m 3. Circa 8000 m3 (de bovenste humusrijke grond laag van 40 cm) wordt verwerkt in een grondwal van 1,3 m hoog rondom het zonnepark. De grondwal wordt aangelegd met een geleidelijk talud vanaf de buitenzijde en ingezaaid met bloemrijk mengsel en plukken struweel.

De waterberging wordt door middel van een in- en uitstroomvoorziening in verbinding gebracht met het omliggende watersysteem.

Figuur 1.2. Schets van het planvoornemen. Bron: Solar Provider Group B.V.

Blad 5 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

1.3

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van de beoogde ontwikkeling met de Wet natuurbescherming en het beleid omtrent het Natuurnetwerk Nederland. De (potentiële) aanwezigheid van beschermde soorten, beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland) en beschermde houtopstanden wordt onderzocht. Daarnaast wordt bepaald of het plan uitvoerbaar is in het kader van de relevante wetgeving en of eventueel benodigde ontheffingen en/of vergunningen redelijkerwijs verkregen kunnen worden. Om hiertoe te komen worden onder andere de volgende onderzoeksvragen beantwoord: Beschermde soorten: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van soorten) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteit? Vinden er als gevolg van de beoogde ontwikkeling negatieve effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en zo ja, welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden? Beschermde gebieden: Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een compensatieplan opgesteld te worden? Beschermde houtopstanden: Komen in de

beïnvloedingszone van het plangebied beschermde houtopstanden voor? Zo ja, geldt er een meldingsplicht voor eventuele kapwerkzaamheden? Dienen vervolgstappen in de vorm van compensatie genomen te worden? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.4

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.

Blad 6 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998. De Wnb omvat de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. In de voorliggende natuurtoets wordt niet ingegaan op de bescherming van houtopstanden aangezien er geen sprake is van kapwerkzaamheden die meldingsplichtig zijn in het kader van de Wet natuurbescherming. Naast gebieden die beschermd zijn vanuit de Wnb zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). In de provincie Gelderland heet het NNN het Gelders natuurnetwerk (GNN). Daarnaast zijn in de provinciale verordening ruimte nog de Groene ontwikkelingszone (GO) en de Beschermingszone voor natte landnatuur opgenomen.

2.2

Soortbescherming In de Wet natuurbescherming is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn (art. 3.1); 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels (art. 3.5); 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’) (art. 3.10). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten categorie 1 t/m 5 aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen. Nesten en rustplaatsen mogen niet opzettelijk worden vernield, beschadigd of weggenomen. Eieren mogen niet worden vernield of geraapt. Daarnaast is het verboden om vogels opzettelijk te storen.

Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in bijlage 1). Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Eieren mogen niet opzettelijk geraapt of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Andere soorten

Blad 7 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst samengesteld die niet gedekt wordt door de Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb (zie ook Bijlage 1, tabel B1, B2 en C). Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op het opzettelijk doden of vangen van dieren en het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5 is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij de beoogde ontwikkeling het overtreden van verbodsbepalingen uit artikel 3.1, 3.5 of 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming bij de provincie waarin de ontwikkeling plaatsvindt noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend verschilt per categorie. Het voorgaande geldt niet voor soorten die zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Gelderland Bevoegd Gezag.

In de provincie Gelderland zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de bunzing, hermelijn en wezel niet vrijgesteld. Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden. In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht. Algemene zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de algemene zorgplicht opgenomen. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren nooit onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld gewerkt te worden op een manier dat dieren kunnen ontsnappen. Tevens kan het nodig zijn om soorten te verplaatsen. Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.

2.3

Gebiedsbescherming

2.3.1

Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende Beoordeling opgesteld te worden.

Blad 8 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

2.3.2

Gelderls Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. De benoeming van het NNN is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming en heeft als doel bedreigde flora en fauna in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Dit faciliteert betere verspreiding van planten over verschillende natuurgebieden, en creëert betere migratieroutes tussen natuurgebieden voor dieren. Het geheel van deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In de provincie Gelderland heet het NNN het Gelders Natuurnetwerk (GNN). In de Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022) zijn regels voor het GNN opgenomen in Artikel 2.39-2.51. Voor natuurgebieden die behoren tot het GNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe.

Dit houdt in dat nieuwe bestemmingen ‘anders dan natuur’ niet mogelijk zijn in GNN als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend openbaar belang gediend is én er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen én moet de resterende schade gecompenseerd worden. De overblijvende effecten moeten in de provincie Gelderland gelijkwaardig worden gecompenseerd in overeenstemming met de bijlage Gelijkwaardige natuurbeheertypen van de Omgevingsverordening Gelderland. De mogelijkheden voor compensatie staan in de artikelen 2.48-2.51 uiteengezet. Als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling in het Gelders natuurnetwerk binnen het geldende bestemmingsplan past, geldt artikel 2.39 van de verordening niet. Pas als het bestemmingsplan moet worden herzien om die nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk te maken, is dit artikel van toepassing. Indien de planvoorschriften worden verruimd is er echter wel sprake van een ‘andere bestemming dan natuur’. In die gevallen is de nieuwe ontwikkeling dus niet mogelijk, tenzij aangetoond wordt dat er geen reële alternatieven zijn en dat het gaat om een groot openbaar belang.

Als aan beide criteria wordt voldaan, is de ontwikkeling mogelijk, onder de voorwaarde dat mitigatie en gelijkwaardige compensatie van de negatieve effecten plaatsvindt. Het regime ter bescherming van het GNN kent in de provincie Gelderland geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer het plangebied binnen de grenzen van het GNN ligt, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Indien er ten gevolge van de beoogde ontwikkelingen effecten ontstaan in GNN gebieden die buiten de grenzen van het plangebied liggen (externe effecten), hoeft er niet gecompenseerd te worden.

Blad 9 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

2.3.3

Groene ontwikkelingszone In de provincie Gelderland zijn een aantal gebieden aangewezen als Groene Ontwikkelingszone (GO). Een GO-gebied betreft een gebied met een andere bestemming dan natuur dat ruimtelijk is vervlochten met het Gelders Natuurnetwerk, waaronder weidevogelgebieden en rustgebieden voor winterganzen. In Artikel 2.52-2.54 van de Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022) zijn regels opgenomen voor de omgang met gebieden die aangewezen zijn als Groene Ontwikkelingszone. Voorop staat dat de kernkwaliteiten van de GO-gebieden niet aangetast mogen worden. Is dit toch het geval dan kan onder bepaalde voorwaarden (inclusief afwezigheid van reële alternatieven, aanwezigheid van groot openbaar belang en compensatie) een ontwikkeling mogelijk gemaakt worden. Bij zowel nieuwvestiging als een grootschalige uitbreiding moet er sprake zijn van een goede landschappelijk inpassing, en een per saldo substantiële versterking van de kernkwaliteiten van de Groene Ontwikkelingszone. In Artikel 2.54 zijn regels opgenomen die betrekking hebben op de kap en compensatie van in de Wnb-beschermde houtopstanden binnen Groene Ontwikkelingszones. Een dergelijke kap is alleen mogelijk als wordt voorzien in een extra compensatie voor het areaal bos dat verloren gaat. In het artikel worden voorwaarden aan de compensatie uiteengezet.

2.3.4

Beschermingszone natte landnatuur In de provincie Gelderland zijn een aantal gebieden aangewezen als Beschermingszone natte landnatuur. In artikel 2.61 van de Omgevingsverordening Gelderland zijn regels opgenomen voor de omgang met gronden gelegen binnen de Beschermingszone natte landnatuur. Binnen deze gebieden mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die significant nadelige effecten kunnen hebben op de instandhouding van de natte landnatuur. Enkel onder bepaalde voorwaarden zijn ontwikkelingen mogelijk (afwezigheid van reële alternatieven, aanwezigheid van groot openbaar belang en mitigatie/compensatie)

Blad 10 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; 2. Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

3.2

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2017-2022 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van LNV of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied ten opzichte van het GNN is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 11 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat (seizoensgebonden) soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen tijdens één terreinbezoek. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en de habitatvoorkeur(en) van relevante soorten kunnen echter wel indicaties worden gegeven van de potentiële aanwezigheid van deze soorten in het plangebied. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 14 januari 2022 is vanaf circa 13.00 uur een terreinbezoek uitgevoerd door Marjolein Poelman, ecoloog van Antea Group. Weersomstandigheden tijdens het terreinbezoek waren droog, bewolkt, circa 4°C en windkracht 1-2 Bft. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet verkend met behulp van een verrekijker.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is in het kader van de relevante natuurwetgeving. Er kan worden vastgesteld of er vervolgonderzoek benodigd is om de aan- of afwezigheid van beschermde soorten te bepalen en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de relevante natuurwetgeving.

Blad 12 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens worden in paragraaf 4.2 de resultaten van de in het plangebied aanwezige of verwachte beschermde soorten uiteengezet op basis van de bureaustudie en het terreinbezoek. Daarna wordt in paragraaf 4.3 de ligging weergegeven van gebieden die beschermd zijn in het kader van de Wnb of provinciale wetgeving in (de omgeving van) het plangebied. Dit betreffen Natura 2000-gebied, Natuurnetwerk Brabant, Groenblauwe Mantel en Rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt op de kruising van de Heislagseweg en de Nieuwestraat te Doetinchem (gemeente Doetinchem, provincie Gelderland). Het betreft en (mais)akker dat ten tijde van het veldbezoek braak lag. Het plangebied ligt in agrarisch gebied met boerenerven, akkers en wegen met bomenrijen erlangs. De bebouwde komen van Wehl ligt ten noordwesten en de bebouwde kom van Doetinchem ten oosten. De A18 ligt ten zuiden van het plangebied op ongeveer 570 meter afstand.

Figuur 4.1. Impressie van het plangebied. Linksboven: het plangebied gezien vanuit (noord)westen Rechtsboven: het plangebied gezien vanuit het (noord)oosten. Onder: het plangebied gezien vanuit het zuiden.

Blad 13 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

4.2

Beschermde soorten

4.2.1

Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreffen de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming , alsmede vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2017-2022).

Soortgroep

Vogels met een jaarrond beschermd nest*

Grondgebonden zoogdieren

Vleermuizen Amfibieën Reptielen Insecten - Dagvlinders Vissen Planten Overige soortgroepen

Soort

Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Steenuil Wespendief Bever Boommarter Bunzing Das Eekhoorn Steenmarter Wezel Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Kamsalamander Poelkikker Levendbarende hagedis Zandhagedis Grote vos Kleine ijsvogelvlinder

JRB

HR

A/B

X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X

Geen waarnemingen

Blauw guichelheil

X

Geen waarnemingen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2).

Blad 14 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is beoordeeld of het plangebied een functie vervult voor deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.

4.2.2

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Afbakening relevante soortgroepen Het plangebied betreft een (mais)akker van beperkte omvang. Het ligt midden in agrarisch gebied dat voornamelijk omringd is door akkers, boerenerven en infrastructuur. Er is zeer weinig vegetatie aanwezig, enkel wat lage begroeiing in de zuidoostelijke en zuidwestelijke bermen. De akkerranden zijn zeer schaars begroeid en vormen geen geschikt habitat voor beschermde soorten. Er is geen sloot aanwezig naast de akker. In het plangebied en de omgeving daarvan is sprake van veel verstoring door menselijke activiteiten. Gezien voornoemde redenen, zijn niet alle biotoopkritische (sub)soortgroepen relevant. Zo zijn er onder andere op basis van het terreinbezoek geen effecten (overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) aan de orde op de volgende beschermde (sub)soortgroepen: (land/water)zoogdieren (bever, boommarter, eekhoorn, kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn, wezel), steenmarter), reptielen, amfibieën (kamsalamander, poelkikker), vissen, vlinders, libellen en overige soortgroepen (kevers, kreeftachtigen, weekdieren, mieren en slakken). Er is voor deze soort(groep)en geen essentieel leefgebied in het plangebied.

Effecten zijn op voorhand uitgesloten. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels, zoogdieren (das en vleermuizen) Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie zijn een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Boom bewonende soorten Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig. De aanwezigheid van nesten van in bomen broedende vogelsoorten is binnen het plangebied derhalve uitgesloten. In de nabije omgeving (binnen ca 70 m) van het plangebied zijn eveneens geen bomen met nesten aangetroffen. Het plangebied heeft derhalve geen functie als broedplaats voor beschermde in bomen broedende (roof)vogelsoorten. Gezien de ligging van het plangebied te midden van vergelijkbare agrarische percelen is er eveneens geen sprake van essentieel foerageergebied voor soorten die op agrarische velden jagen/foerageren. Huismus en gierzwaluw, kerkuil en steenuil Binnen het plangebied bevindt zich geen bebouwing. Er is derhalve geen sprake van aantasting van nesten van soorten die in bebouwing nestelen zoals de huismus, gierzwaluw, kerkuil en steenuil.

Binnen de beoogde ontwikkeling is geen sprake van het aantasten van potentieel functioneel leefgebied voor huismussen, gezien er geen groen, anders dan akkergewas, verwijderd gaat worden. Op Nieuwestraat 1 bevindt zich een broedterritorium van een steenuil. De akker maakt waarschijnlijk onderdeel uit van het foerageergebied van deze steenuilen, echter is er geen sprake van een essentieel foerageergebied, mede gezien de beperkte grootte en de aanwezigheid van voldoende alternatieven in de omgeving. Kerkuilen kunnen gebruik maken van akkers om te foerageren, echter zijn er voor deze soort eveneens voldoende alternatieven aanwezig in de

Blad 15 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

directe omgeving. Er is derhalve geen sprake van essentieel functioneel leefgebied van huismussen, kerkuilen of steenuilen. Grote gele kwikstaart De grote gele kwikstaart broedt voornamelijk langs stromende watergangen als beken en rivieren, maar ook langs zwak stromende en zelfs stilstaande wateren. De watergangen zijn bij voorkeur omzoomd met loofbomen. De soort nestelt vaak in dichte vegetatie of boomwortels langs natuurlijke oevers, of in nissen in muren, kunstwerken, bruggen of stuwen. Voor deze soort zijn in het plangebied geen geschikte nestlocaties of functioneel leefgebied aanwezig. Ooievaar Ooievaars komen met name voor in extensief beheerde weilanden (in veenweidegebieden) en in uiterwaarden. Als broedplek worden kunstmatige nestgelegenheden op daken of wagenwielen gebruikt. Daarnaast maakt de ooievaar zelf nesten in bomen. Er zijn geen nesten ter grootte van een ooievaarsnest aangetroffen in het plangebied. Daarnaast is er geen sprake van essentieel functioneel leefgebied binnen het plangebied. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest ( categorie 5) Naast jaarrond beschermde soorten (categorie 1-4) zijn er ook categorie 5 vogelsoorten, waarvan nesten enkel jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Tijdens het veldbezoek zijn geen categorie 5 soorten waargenomen.

In het plangebied zijn tevens geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden kunnen vinden in de omgeving. Derhalve is er geen sprake van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarronde bescherming van nesten van categorie 5 soorten rechtvaardigen. Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) Het plangebied biedt in zeer beperkte mate leefgebied voor algemene broedvogels. Tijdens het terreinbezoek werden enkele algemene vogelsoorten waargenomen en/of gehoord, zoals de houtduif en de merel. In hoofdstuk 5 zullen de effecten en vervolgstappen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling in het plangebied voor algemene vogelsoorten uiteengezet worden. Grondgebonden zoogdieren Das Uit de bureaustudie blijkt dat de das nabij het plangebied voorkomt. De das leeft in diverse biotopen. Vaak betreffen het hooggelegen en laaggelegen gronden op korte afstand van elkaar, in meestal bosrijke gebieden met kleinschalige akker- en weidelandschappen en voldoende bosschages, houtwallen, struweel, singels en heggen. Dassen leven in burchten welke veelal in bosranden, houtwallen, brede heggen, in hoog liggend terrein of op hellingen liggen.

In de nabijheid moet hierbij sprake zijn van voldoende voedselgronden (gras- en akkerlanden), voldoende dekking, water, een goed vergraafbare grond met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld, en weinig verstoring (BIJ12 Kennisdocument Das, 2017; Zoogdiervereniging, 2020). In het plangebied is een maisakker van beperkte grootte aanwezig. Dit is geen geschikt gebied voor een dassenburcht. Het is mogelijk dat er wel eens een das in het plangebied komt, bijvoorbeeld om te foerageren. Maisakkers vormen geschikt foerageergebied voor dassen. Echter, gezien de ligging te midden van vergelijkbare akkers, hebben eventueel foeragerende dassen voldoende uitwijk mogelijkheden. Er is derhalve geen sprake van essentieel leefgebied voor de soort.

Blad 16 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

Vleermuizen Uit de bureaustudie is gebleken dat de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en watervleermuis voorkomen in de omgeving van het plangebied. Alle vleermuissoorten zijn beschermd en staan vermeld op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Bomenrijen, oude bomen met gaten en scheuren, (oude) gebouwen met kieren en spleten en/of structuurrijke groenelementen kunnen een functioneel onderdeel zijn van een vleermuishabitat. In het plangebied zijn geen bomen en gebouwen aanwezig. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van zowel boom bewonende als gebouw bewonende vleermuissoorten is derhalve uitgesloten. Foerageergebied en vliegroutes Naast de aanwezigheid van verblijfplaatsen kunnen zich foerageergebieden en/of vliegroutes bevinden in het plangebied. Het plangebied vormt geen essentieel foerageergebied, gezien de afwezigheid van luwtes te midden van opgaande groenstructuren in combinatie met de afwezigheid van groot oppervlaktewater in de nabijheid. In de omgeving is tevens voldoende alternatief foerageergebied aanwezig. Er is tevens geen sprake van een essentiële vliegroute, gezien er geen rechtlijnige elementen als bomenrijen aanwezig zijn die belangrijke habitat onderdelen met elkaar verbinden.

4.2.3

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voorkomen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied.

Soort Algemene broedvogels

Beschermingsregime Artikel 3.1

Aanwezigheid Ja

Blad 17 van 24

Toelichting Waargenomen in plangebied en potentieel geschikte broedlocaties in de vegetatie en gebouwen.

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

4.3

Beschermde gebieden

4.3.1

Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Rijntakken’ ligt op circa 9,4 kilometer afstand ten oosten van het plangebied (zie figuur 4.3). In hoofdstuk 5 worden mogelijk effecten ten gevolge van de werkzaamheden op dit gebied beschouwd.

Figuur 4.3. Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van omliggende Natura 2000gebieden. Bron: Arcgis.com, 2022.

Blad 18 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

4.3.2

Gelders Natuurnetwerk en Groen Ontwikkelingszone Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk of de Groen Ontwikkelingszone. Het dichtstbijzijnde GNN-gebied ligt op circa 1,5 km ten oosten van het plangebied. De dichtstbijzijnde Groene Ontwikkelingszone ligt op circa 1,6 km ten oosten van het plangebied (zie figuur 4.4). In hoofdstuk 5 worden mogelijk effecten ten gevolge van de werkzaamheden op dit gebied beschouwd.

Figuur 4.4. Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone. Bron: Geoportaal Gelderland, 2022.

Blad 19 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

4.3.3

Beschermingszone natte landnatuur Het plangebied maakt geen onderdeel uit van de Beschermingszone natte landnatuur.

Figuur 4.4. Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van de Beschermingszone natte landnatuur. Bron: Planviewer provincie Gelderland, 2022.

Blad 20 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

5

Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.1

Effectbepaling plan De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: • Akker wordt getransformeerd in een zonnepark met waterberging.

5.2

Toetsing effect op beschermde soorten De effecten op beschermde soorten als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden per relevante soortgroep getoetst. Enkel de soortgroep in Tabel 4.2 zijn relevant bevonden voor het plangebied. Derhalve wordt enkel op deze soortgroepen ingegaan: • Vogels (algemene broedvogels) Op overige soortgroepen zijn geen effecten aan de orde.

5.2.1

Vogels Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). In vegetatie aan de zuidoostelijke en zuidwestelijke randen van het plangebied kunnen mogelijk nesten gebouwd worden door soorten zoals duiven, merels en/of zangvogels. Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden. Met de meeste broedvogels kan over het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en sloopwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedperiode (circa maart t/m juli 1)en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze is er geen sprake van belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor algemene (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat er sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatie-specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.

Naast het bovenstaande is het tevens van belang om het plangebied tijdens de werkzaamheden ongeschikt te houden voor broedvogels. Dit kan gedaan worden door geen geschikte broedbiotopen te creëren of toegankelijk te maken, voorafgaand aan het broedseizoen te starten met de werkzaamheden waardoor continue verstoring plaatsvindt zodat de vogels uitwijken, en door te voorkomen dat er een rustperiode ontstaat in het broedseizoen door te zorgen dat er continu doorgewerkt wordt. 1

Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.

Blad 21 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

5.3

Effecten op beschermde gebieden

5.3.1

Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat binnen 9 kilometer afstand van het plangebied geen Natura 2000gebied ligt. Gezien de afstand tot Natura 2000-gebied en de aard van de beoogde ontwikkeling, kan gesteld worden dat er geen sprake is van negatieve effecten op soorten, habitats van soorten of habitattypen in Natura 2000-gebied met betrekking tot de volgende storingsfactoren: verdroging, geluidsverstoring, lichtverstoring en verontreiniging. Een toename in stikstofdepositie kan leiden tot verzuring en vermesting van Natura 2000-gebieden. Er is reeds een stikstofberekening uitgevoerd waaruit is gebleken dat er geen sprake is van een significante toename in stikstofdepositie in zowel de realisatiefase als de gebruiksfase (Eelerwoude, 2023). De verbodsbepalingen omtrent gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming staan de uitvoering van de beoogde ontwikkeling derhalve niet in de weg.

5.3.2

Effecten op het Gelders Natuurnetwerk Voor wat betreft het GNN dienen bij directe effecten vervolgstappen genomen te worden. Er bevindt zich geen GNN in het plangebied. Van directe aantasting van wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN is derhalve geen sprake. In de omgeving van het plangebied liggen wel GNN gebieden. Het dichtstbijzijnde GNN gebied ligt op circa 1,5 km afstand. Significant negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van omliggende GNN gebieden kunnen eveneens worden uitgesloten, gezien de afstand en de aard van de ontwikkeling. Bovendien is externe werking de provincie Gelderland geen toetsingskader. Het GNN-beleid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.

5.3.3

Effecten op de Groene Ontwikkelingszone Het plangebied ligt niet in een Groene Ontwikkelingszone (GO). Het dichtstbijzijnde GO-gebied ligt op circa 1,6 km. Derhalve zijn er geen vervolgstappen benodigd met betrekking tot het GO-beleid.

5.3.4

Effecten op de Beschermingszone natte landnatuur Het plangebied ligt niet in de Beschermingszone natte landnatuur. Derhalve zijn er geen vervolgstappen benodigd met betrekking tot het beleid omtrent de Beschermingszone natte landnatuur.

Blad 22 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

6

Bronnen Bos, F.G., Bosveld, M.A., Groenendijk, D.G., Van Swaay, C.A.M. & Wynhoff, I., 2006. De dagvlinders van Nederland - verspreiding en bescherming. Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & EISNederland, in samenwerking met De Vlinderstichting, Wageningen. BIJ12, 2017. Kennisdocument Buizerd Buteo buteo, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Huismus Passer domesticus, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Kerkuil Tyoto alba, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Levendbarende hagedis Zootoca vivipara, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Zandhagedis Lacerta agilis, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Rosse vleermuis Nyctalus noctula, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. BIJ12, 2017. Kennisdocument Steenuil Athene noctua, versie 1.0. Publicatie: BIJ12, Utrecht. Broekhuizen, S., K. Spoelstra, J.B.M. Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys (redactie) 2016.

Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M. en Delft, J.J.C.W. van (RAVON) (redactie), 2009. De Amfibieën en Reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna Deel 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill & P.H.C. Lina, 2011. Vleermuizen: alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika: biologie, kenmerken en bedreigingen. Tirion Natuur, Utrecht. Eelerwoude, 2023. Stikstofberekening Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat. Limpens, H., Regelink, J., en Koelman, R., 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Arnhem. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009.

Blad 23 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

Websites: www.arcgis.com www.bij12.nl www.geoportaal.gelderland.nl www.nationaalgeoregister.nl www.natura2000.eea.europa.eu www.ndff.nl www.ravon.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.synbiosys.alterra.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuisprotocol.nl www.vlinderstichting.nl www.wilde-planten.nl www.zoogdiervereniging.nl

Blad 24 van 24

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 3 maart 2023 revisie 04 Solar Provider Group B.V.

Bijlagen

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 16 februari 2023 reviesie 03 Solar Provider Group B.V.

Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.

Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -

soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.

Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 16 februari 2023 reviesie 03 Solar Provider Group B.V.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.

2.

3.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

Natuurtoets Zonnepark Heislagseweg Nieuwestraat (incl. waterberging) projectnummer 0475122 16 februari 2023 reviesie 03 Solar Provider Group B.V.

Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam

Amfibieën

Dagvlinders

Haften

boomkikker

hamster

geelbuikvuurpad

otter

heikikker

bever

kamsalamander

Zoogdieren

knoflookpad

landzoogdieren lynx

rugstreeppad

noordse woelmuis

vroedmeesterpad

wilde kat

poelkikker

wolf

moerasparelmoervlinder

baardvleermuis

apollovlinder

bechsteins vleermuis

boszandoog

bosvleermuis

donker pimpernelblauwtje

brandts vleermuis

grote vuurvlinder

franjestaart

pimpernelblauwtje

gewone grootoorvleermuis

tijmblauwtje

grijze grootoorvleermuis

zilverstreephooibeestje

grote hoefijzerneus

oeveraas

grote rosse vleermuis

brede geelrandwaterroofkever

Kevers

Libellen

Nachtvlinders

Reptielen

ingekorven vleermuis

gestreepte waterroofkever

Zoogdieren

kleine dwergvleermuis

juchtleerkever

vleermuizen

kleine hoefijzerneus

vermiljoenkever

laatvlieger

mercuurwaterjuffer

meervleermuis

bronslibel

mopsvleermuis

gaffellibel

noordse vleermuis

gevlekte witsnuitlibel

rosse vleermuis

groene glazenmaker

ruige dwergvleermuis

noordse winterjuffer

tweekleurige vleermuis

oostelijke witsnuitlibel

vale vleermuis

rivierrombout

watervleermuis

sierlijke witsnuitlibel

gewone dwergvleermuis

teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad

walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis

gladde slang

gestreepte dolfijn

muurhagedis

gewone dolfijn

zandhagedis

gewone spitsdolfijn

geel schorpioenmos

grijze dolfijn

Sporenplanten tonghaarmuts kleine vlotvaren

Vissen Weekdieren

Zaadplanten

hazelmuis

steur

kleine zwaardwalvis

Zoogdieren zeezoogdieren

narwal orka

houting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7995/documents/44114