CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Wijzigingslijst (overzicht met alle wijzigingen).pdf

beeldvormende raad 13 november 2025, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 7: Achtste wijziging Algemene plaatselijke verordening (Apv)5.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

Op te nemen of te wijzigen in de achtste wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Doetinchem 2016. Huidige artikel

Voorgestelde artikel

Toelichting

[vervallen]

Artikel 2.1a Vechten op een openbare plaats 1. Het is verboden op een openbare plaats te vechten. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor plaatsen of gebouwen waar vechtsporten worden beoefend.

In 2023 is dit artikel uit de APV vervallen, nadat uit een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-WestBrabant van 2022 volgde dat dit artikel een duplicaat was van artikelen uit het Wetboek van Strafrecht. In 2024 heeft het Gerechtshof geoordeeld dat dit APV-artikel niet onverbindend is. De bepaling kent een ander motief dan de artikelen 300 tot en met 306 uit het Wetboek van Strafrecht, en betreft niet dezelfde gedragingen als in artikel 141 strafbaar is gesteld. Er is geoordeeld dat er van duplicatie geen sprake is. Daarom wordt voorgesteld om dit artikel terug op te nemen in de APV. Dit is regionaal en met de politie afgestemd.

2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of veranderingen aan te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

2:12 Maken, veranderen van een uitweg 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of veranderingen aan te brengen in een bestaande uitweg naar de weg. 2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. indien dat zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;

Dit betreft een administratieve wijziging. Voorgesteld wordt om een stukje in lid 3 toe te voegen, zodat het duidelijk is dat de weigeringsgronden uit de leden a, b, en c óók gelden voor een tweede uitweg als bedoeld in lid 3. Door het te verduidelijken, wordt discussie voorkomen. Lid d is toegevoegd zodat er een link kan worden gemaakt met het beeldkwaliteitsplan/welstandsnota/omgevingsplan. Er wordt wel eens vastgelegd dat een uitweg een

1

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

c. indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. 3. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

c. indien het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving. 3. Het bepaalde in het tweede lid is zowel op een 1e uitweg van toepassing, als op een 2e uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten. 4. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening.

een bepaalde plaats of afmeting moet krijgen, maar doordat er geen weigeringsgrond in de APV stond was het niet mogelijk om een aanvraag daar daadwerkelijk op te weigeren.

2:24 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder een groot evenement verstaan: elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak met een verwacht bezoekers/deelnemers aantal van meer dan 2000. 2. In deze afdeling wordt onder een middelgroot evenement verstaan: elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak met een verwacht bezoekers/deelnemers aantal van 200-2000. 3. In deze afdeling wordt onder een klein evenement verstaan: elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak met een verwacht bezoekers/deelnemers aantal van minder dan 200.

2:24 Begripsbepaling 1. Een evenement is een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, waarbij het evenementenbeleid met een risicoclassificatie onderscheid maakt tussen een A, B of C evenement. 2. Onder een evenement zijn niet inbegrepen: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen

Door deze aanpassing is het artikel weer in lijn met de wijziging van het Uitvoeringsbeleid evenementen uit 2025.

2

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

4. Onder een evenement zijn niet inbegrepen: a. bioscoopvoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39 van deze verordening. 5. Onder een evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg.

als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39 van deze verordening. 3. Onder een evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg.

2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor eendaagse evenementen, indien; a. er minder dan 200 bezoekers dan wel deelnemers worden verwacht; b. er geen afzetting van de openbare weg nodig is en/of er geen omleiding moet worden

2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor eendaagse evenementen, indien; a. er minder dan 200 bezoekers dan wel deelnemers worden verwacht; b. er geen afzetting van de openbare weg nodig is en/of er geen omleiding moet worden

De VNG benadrukt de noodzaak van het op orde hebben van de APV in het kader van ondermijning. Zij hebben hiervoor een handreiking opgesteld. In dit artikel is in de gemeente Doetinchem nog een ‘gat’, waarbij sommige vechtsportevenementen eerder vergunningsvrij zouden kunnen zijn. Door het toevoegen van dit lid vallen alle vechtsportevenement onder de vergunningsplicht voor evenementen.

3

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

geplaatst; c. er geen gebruik wordt gemaakt van een gebruiksvergunningsplichtig tijdelijk bouwwerk zoals een tent of overkapping; d. er geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07:00 uur of na 23:00 uur. 3. De burgemeester stelt nadere algemene voorschriften ten behoeve van evenementen die overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid zijn vrijgesteld van een evenementenvergunning als bedoeld in het eerste lid. 4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid kan de burgemeester besluiten een aanvraag voor een vergunning voor een groot of middelgroot evenement of een evenement zoals genoemd in de evenementenkalender niet te behandelen, indien deze aanvraag wordt ingediend minder dan twaalf weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft. 6. De burgemeester kan voorts besluiten aanvragen niet te behandelen, indien grote en middelgrote evenementen en collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 niet tijdig zijn aangemeld ten behoeve van de evenementenkalender. Het college bepaalt in

geplaatst; c. er geen gebruik wordt gemaakt van een gebruiksvergunningsplichtig tijdelijk bouwwerk zoals een tent of overkapping; d. er geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07:00 uur of na 23:00 uur. 3. De burgemeester stelt nadere algemene voorschriften ten behoeve van evenementen die overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid zijn vrijgesteld van een evenementenvergunning als bedoeld in het eerste lid. 4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 5. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid kan de burgemeester besluiten een aanvraag voor een vergunning voor een B of C evenement of een evenement zoals genoemd in de evenementenkalender niet te behandelen, indien deze aanvraag wordt ingediend minder dan twaalf weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft. 6. Het tweede lid is niet van toepassing op een krachtens artikel 2:24, tweede lid, onder f, aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of – gala’s. 7. De burgemeester kan voorts besluiten aanvragen niet te behandelen, indien B en C evenementen en collectieve festiviteiten als

De bepaling in lid 6 biedt een mogelijkheid om voor (anders vergunningsvrije) vechtsportevenementen dingen te regelen, zoals bijvoorbeeld over VIP-tafels, alcoholschenking, leeftijdsgrenzen en toezicht van een erkende bond. Ook is het mogelijk om deze (anders vergunningsvrije) aanvragen te onderwerpen aan een Bibob-toets, waarbij screening plaatsvindt van de organisatie, financiering en zakenrelaties. De vergunning kan worden geweigerd als de organisator of aanvrager van de vergunning van slecht levensgedrag is. Dit betekent dat de aanvrager/organisator op grond van zijn levensgedrag niet kan worden geacht aan de verantwoordelijkheid voor een goede gang van zaken tijdens het evenement te voldoen. De wijziging van de risicoclassificatie sluit weer aan bij de wijziging van het Uitvoeringsbeleid evenementen en de voorgestelde wijziging van artikel 2:24 van de APV.

4

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

het jaar voorafgaand aan het nieuwe evenementenkalenderjaar voor welke datum de aanmeldingen dienen te zijn ingediend bij het college.

bedoeld in artikel 4:2 niet tijdig zijn aangemeld ten behoeve van de evenementenkalender. Het college bepaalt in het jaar voorafgaand aan het nieuwe evenementenkalenderjaar voor welke datum de aanmeldingen dienen te zijn ingediend bij het college.

2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het bestemmingsplan. 3. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op toelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgronden, houdt de burgemeester rekening met het karakter en de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of boot zal komen te staan door de exploitatie.

2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 2. De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het bestemmingsplan. 3. In afwijking van artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op toelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. 4. Bij de toepassing van de in het derde lid genoemde weigeringsgronden, houdt de burgemeester rekening met het karakter en de straat en de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting en de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of boot zal komen te staan door de exploitatie.

Het oude lid 6 is vervallen. Hiermee is de uitzondering komen te vervallen dat een exploitatievergunning niet nodig is, op het moment dat een vergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet is vereist. Eerder was óf een exploitatievergunning nodig, óf een alcoholwetvergunning. Hiermee week Doetinchem zowel regionaal als landelijk af. De exploitatievergunning heeft het gebrek dat het geen zicht biedt op de medewerkers (zie artikel 2:28B) en de alcoholwetvergunning heeft het gebrek dat er geen voorwaarden in het kader van de openbare orde en veiligheid in kunnen worden opgelegd. In alle gevallen zal een exploitatievergunning nodig zijn. Dit heeft onder andere tot doel om de openbare orde en veiligheid te waarborgen. Daarnaast hebben alcohol schenkende bedrijven een alcoholwetvergunning nodig. Dit heeft tot doel om de verkoop en het schenken van alcoholhoudende drank op een verantwoorde manier te laten gebeuren. Dit zijn twee

5

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

5. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren indien de exploitant of de leidinggevende de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt, in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of onder curatele staat. 6. Het eerste lid geldt niet voor een openbare inrichting waarvoor tevens op grond van artikel 3 van de Alcoholwet een vergunning is vereist. 7. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in: a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van die winkelactiviteit; b. een zorginstelling, uitvaartcentrum of ziekenhuis; c. een museum; d. een bedrijfskantine, sportkantine of een buurt- en clubhuizen.

5. De burgemeester kan de vergunning als bedoeld in het eerste lid weigeren indien de exploitant of de leidinggevende de leeftijd van 18 jaar niet heeft bereikt, in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of onder curatele staat. 6. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in: a. een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de horeca een nevenactiviteit is van die winkelactiviteit; b. een zorginstelling, uitvaartcentrum of ziekenhuis; c. een museum; d. een bedrijfskantine, sportkantine of buurt- en clubhuizen.

verschillende vergunningen, gericht op twee verschillende doelen. Door de combinatie van deze vergunningen worden beide doelen ook gedekt. Dit betreft een kleine lastenverzwaring voor ondernemers en de vergunningverlener. De ondernemer moet twee formulieren invullen. De vergunningverlener moet twee brieven opstellen. De toetsing van de aanvragen en het Bibobonderzoek kunnen in één keer gedaan worden. De behandeling van die twee vergunningsaanvragen loopt parallel aan elkaar. De nieuwe werkwijze geldt in ieder geval voor nieuwe ondernemers. Voor bestaande ondernemers met een alcoholwetvergunnig geldt het volgende: ondernemers met een vergunning van ouder dan 5 jaar (vóór 1 januari 2021), die in de afgelopen 5 jaar geen Bibob-onderzoek hebben doorlopen, worden in 2026 op alfabetische volgorde verzocht om een exploitatievergunning aan te vragen. In 2027 zijn de ondernemers aan de beurt die in de afgelopen 6 jaar (vanaf 1 januari 2021) een alcoholwetvergunning hebben verkregen. Voor de bestaande ondernemers worden geen legeskosten in rekening gebracht voor de exploitatievergunning. Om te voorkomen dat ondernemers dubbele legeskosten moeten betalen, worden de kosten voor een alcoholwetvergunning verlaagd.

6

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

Ondernemers hoeven dan alleen de meerprijs boven op een exploitatievergunning te betalen. Hiermee blijft de prijs voor hen gelijk. -

2:28B Aanhangsel exploitatievergunning 1. De burgemeester vermeldt in een exploitatievergunning, zoals bedoeld in artikel 2:28, het volgende: - de vergunninghouder; - tot welke bedrijfsuitoefening de vergunning strekt; - de plaats waar de inrichting zich bevindt; - de situering en de oppervlakten van de horecalokaliteiten; - de voorschriften en/of beperkingen welke aan de vergunning verbonden zijn. 2. De burgemeester vermeldt in het aanhangsel bij de vergunning de leidinggevenden. Een afschrift hiervan is in de inrichting aanwezig. Indien er een alcoholwetvergunning is, werkt het aanhangsel bij die vergunning door; daargenoemde leidinggevenden gelden ook ten aanzien van deze vergunning en eventuele wijzigingen dienen daarin gemaakt te worden. 3. Horecalokaliteiten waar ook een alcoholwetvergunning voor is aangevraagd en wordt verleend, zijn uitgezonderd van het aanhangsel bij een exploitatievergunning als bedoeld in lid 2.

Deze verplichtingen zijn onder de Alcoholwet bij alcoholwetvergunningen al heel gebruikelijk. Bij exploitatievergunningen is dat nog niet het geval. Na het verlenen van de vergunning is er geen zicht meer op de betrokkenen bij de horecazaak. Dit maakt het vatbaar voor stromanconstructies. Het RIEC heeft ons ook geadviseerd om de plicht tot het opnemen van leidinggevende in het aanhangsel van exploitatievergunningen op te nemen in de APV. Dit is een extra lichte administratieve taak voor zowel ondernemers als de gemeente. Dit is echter wel in het belang van het voorkomen en tegengaan van ondermijning.

7

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

4. De vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens om een persoon als leidinggevende te laten bijschrijven. 5. De melding genoemd in lid 4 geldt als aanvraag tot wijziging van het aanhangsel. 6. Het is verboden een horecalokaliteit voor het publiek geopend te houden indien in de inrichting niet aanwezig is; a. een leidinggevende die vermeld staat op het aanhangsel bij die vergunning, met betrekking tot die inrichting of een andere vergunning van diezelfde vergunninghouder of; b. een persoon wiens bijschrijving op grond van dit artikel is gevraagd, mits de ontvangst van die aanvraag is bevestigd, zolang nog niet op die aanvraag is beslist. 7. De burgemeester weigert de wijziging van het aanhangsel: a. indien de personen als bedoeld in lid 2, niet voldoen aan de volgende eisen: - zij hebben de leeftijd van 18 jaar bereikt; - ze zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; - zij staan niet onder curatele. b. in geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. 8. Voorafgaand aan het beslissen op een aanvraag tot wijziging van het aanhangsel kan het Bureau integriteitsbeoordelingen, bedoeld

8

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen, door het openbaar bestuur om advies als bedoeld in artikel 9 van die wet worden gevraagd. 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.

2:65 Bedelarij Het is verboden op of aan de weg of in een voor publiek toegankelijk gebouw om geld of andere zaken te bedelen.

Dit artikel wijzigt van een verbod indien het college een gebied heeft aangewezen (dit was niet van toepassing), naar een totaalverbod. Bedelen past niet in Doetinchem als groeiende centrumgemeente. Bedelen loont. En daarmee blijft de overlast bestaan of verergerd deze zelfs. Van het verdiende geld worden in veel gevallen alcohol of drugs gekocht. Dit kan op zijn beurt overlast weer in de hand werken. Omstanders kunnen een onveilig gevoel krijgen van bedelarij. Bedelarij wordt vaak als hinderlijk of intimiderend ervaren. Ook is het geen uithangbordje van de gemeente. Tegenwoordig is bedelarij ook één van de vormen van mensenhandel en arbeidsuitbuiting. Als blijkt dat bedelarij in een bepaalde stad (veel) geld oplevert, werkt dat nog meer bedelarij door mensenhandel en arbeidsuitbuiting in de hand.

-

2:73b Klaphamer 1.Onder een klaphamer wordt verstaan: een mechaniek waarmee een ontploffing uitgelokt kan worden. Het hiervoor gebruikte apparaat bestaat uit een zware hamer en een metalen plaat waarop poedervormig magnesium,

Een klaphamer, ook wel knalhamer of knalijzer, is een constructie om luide knallen te produceren en kan gebruikt worden tijdens de viering van de jaarwisseling. Ondanks dat de klaphamer niet als vuurwerk wordt aangemerkt zijn er toch enkele risico’s verbonden aan het gebruik ervan.

9

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

magnesiumchloraat of een mengsel van bijvoorbeeld zwavel en natriumchloraat wordt gelegd. 2. Het is verboden in de openlucht een klaphamer voorhanden te hebben en/of te gebruiken. 3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet precursoren voor explosieven, de Omgevingswet, de Wet wapens en munitie, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van Strafrecht.

Het gebruik van de klaphamer kan grote risico’s met zich meebrengen. De hoge geluidsintensiteit kan schadelijk zijn voor het gehoor, vooral bij langdurige blootstelling zonder adequate gehoorbescherming. Daarnaast kan de klaphamer ook leiden tot gevaar voor zowel de gebruiker als voor omstanders en kan het schade aanrichten. Bij het mengen van de verschillende poeders bestaat er namelijk een risico op ontploffing, als een vonk (van bijvoorbeeld statische elektriciteit) overspringt op het poeder en leidt tot onmiddellijke ontsteking. De VNG heeft hier een handreiking voor geschreven. Regionaal is besproken om dit artikel gezamenlijk op te nemen in de APV.

4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; b. inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het Besluit; c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;

4:1 Begripsbepalingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a. Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; b. inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 11 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Besluit;

Het betreft een administratieve wijziging. De termijn ‘inrichting’ bestaat niet meer onder de Omgevingswet. De ‘oude’ (pre-omgevingswet) term ‘inrichting’ geeft nog steeds duidelijk weer om welke type bedrijven het gaat. Door in de begripsbepaling aan te geven dat de ‘oude’ term als begrip nog wordt gehanteerd, hoeft niet in alle losse artikelen van de APV gerefereerd te worden naar ‘zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet’. Dit is in lijn met de model-APV.

10

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

e. incidentele festiviteit: festiviteit of andere activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de desbetreffende inrichting; g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de desbetreffende inrichting; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

c. houder van een inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; d. collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; e. incidentele festiviteit: festiviteit of andere activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; f. geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen behorende bij de desbetreffende inrichting; g. geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen behorende bij de desbetreffende inrichting; h. onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt.

In de volgende artikelen wordt de zin ‘een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet’ gewijzigd in ‘inrichting’: - 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren; - 4:6 Overige geluidshinder; - 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, enzovoort; - 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken.

4:3 Incidentele festiviteit 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal twaalf incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing mits de houder van de inrichting ten minste twaalf weken voor de

4.3 Incidentele festiviteit 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal twaalf incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de

Dit betreft een administratieve wijziging in lid 1. De indieningstermijn die hier staat weergegeven gaat van 12 weken naar 2 weken. De termijn van 2 weken wordt al jaren gehanteerd, staat ook al jaren op onze website gecommuniceerd, hanteert de VNG in de model-Apv ook en is landelijk ook gebruikelijk. Vermoedelijk ging het met ’12 weken’ om een verschrijving.

11

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal twaalf incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, lid 1 van het Besluit niet van toepassing is mits de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 4. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens

aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal twaalf incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 4.113, lid 1 van het Besluit niet van toepassing is mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. 4. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens

In het kader van eenduidigheid wordt voorgesteld om de termijn in lid 2 van 10 werkdagen naar 2 weken te veranderen. Dit staat duidelijker, maar komt inhoudelijk op hetzelfde neer.

12

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening, uiterlijk beëindigd op de hierna genoemde tijdstippen: a. zondag tot en met donderdag tot uiterlijk 23.00 uur; b. vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 24:00 uur; c. feestdagen waarbij de volgende dag een gewone werkdag is tot uiterlijk 23:00 uur; d. zon- en/of feestdagen waarbij de volgende dag geen werkdag is tot uiterlijk 24:00 uur. 9. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. 11. De exploitant van een inrichting laat vanaf een half uur voor sluiting het geluidsniveau van de ten gehore gebrachte muziek geleidelijk verminderen en de verlichting in inrichting toenemen. 12. De inrichting moet een voorportaal hebben die tijdens het muziekevenement ok als enige entree moet worden gebruikt.

wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra muziek – hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening, uiterlijk beëindigd op de hierna genoemde tijdstippen: a. zondag tot en met donderdag tot uiterlijk 23.00 uur; b. vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 24:00 uur; c. feestdagen waarbij de volgende dag een gewone werkdag is tot uiterlijk 23:00 uur; d. zon- en/of feestdagen waarbij de volgende dag geen werkdag is tot uiterlijk 24:00 uur. 9. De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de buitenruimte. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen. 11. De exploitant van een inrichting laat vanaf een half uur voor sluiting het geluidsniveau van de ten gehore gebrachte muziek geleidelijk verminderen en de verlichting in inrichting toenemen. 12. De inrichting moet een voorportaal hebben die tijdens het muziekevenement ok als enige entree moet worden gebruikt.

13

Bijlage 1. Wijzigingslijst 8e wijziging APV

13. Daarnaast moet bij deze entree één of meer portiers/toezichthouders toezicht houden op de binnenkomende bezoekers en ervoor zorgdragen dat wordt voldaan aan lid 10.

13. Daarnaast moet bij deze entree één of meer portiers/toezichthouders toezicht houden op de binnenkomende bezoekers en ervoor zorgdragen dat wordt voldaan aan lid 10.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8317/documents/50646