Bijlage 1 - Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling ODA.pdf
Tekst van het document
Wijziging Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek 2022 Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen; Gelet op het bepaalde in artikel 51 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de verkregen toestemming van Provinciale Staten van de provincie Gelderland en van de Raden van de gemeenten Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Lochem, Montferland, Oost-Gelre, Oude IJsselstreek, Winterswijk en Zutphen; BESLUITEN vast te stellen de navolgende wijziging tot aanpassing van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek. Artikel I
Wijziging regeling
De Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Achterhoek wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 1, eerste lid, onder a, komt te luiden: basistaken: taken als bedoeld in artikel 13.12 van het Omgevingsbesluit; B. Artikel 1, eerste lid, onder e, komt te luiden: 1. complexe taken: basistaken ten aanzien van complexe activiteiten zijnde: o vergunningplichtige milieubelastende activiteiten die zijn of worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, editie 2009; of o milieubelastende activiteiten waarop de Richtlijn industriële emissies van toepassing is; of o overige milieubelastende activiteiten die vallen onder provinciaal bevoegd gezag. C. Na sub g, artikel 1, eerste lid, wordt een nieuw sub toegevoegd, luidende: Sub h: Gelders stelsel: stelsel van zeven Gelderse omgevingsdiensten in de provincie Gelderland, waarbij bepaalde taken op bovenregionale schaal kunnen worden belegd. D. Art. 1, vierde lid, komt te luiden: 4.
Uitgezonderd van de complexe taken zijn de volgende vergunningplichtige milieubelastende activiteiten die worden ingedeeld in milieucategorie 4.2 en hoger als bedoeld in de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, editie 2009: - het exploiteren van een ippc-installatie voor het houden van pluimvee of varkens als bedoeld in de Richtlijn industriële emissies categorie 6.6; - activiteiten ten behoeve van cultuur, sport en recreatie (SBI 9321, 931.1 t/m 931.10, 931.B t/m 931.D en 93299); - het exploiteren van een rangeerterrein (SBI 491, 492.2); - activiteiten ten behoeve van trafostations (SBI 35.C4 en 35.C5) en de schakelstations van het 380 KV hoogspanningsnet;
- agrarische activiteiten waarbij mest wordt verwerkt als nevenactiviteit, waarbij die mest uitsluitend afkomstig is uit de eigen activiteiten; - activiteiten met een helikopterstandplaats als nevenactiviteit (SBI 5223.B); - activiteiten met betrekking tot betonmortel en -waren (SBI 23611, 2363, 2364, 2365 en 2369), voor zover er geen sprake is van een ippc-installatie; - activiteiten met betrekking tot rioolwaterzuiveringen (SBI 3700), voor zover er geen sprake is van een ippc-installatie E. Artikel 4, eerste lid, komt te luiden: 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 brengen de deelnemers de uitvoering van de basistaken onder bij het openbaar lichaam, met dien verstande dat provincie Gelderland de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 13.12, eerste lid, onder a, b en c van het Omgevingsbesluit onderbrengt bij de Omgevingsdienst Regio Nijmegen. F. Artikel 5, eerst lid komt te luiden: 1. Ter behartiging van het belang genoemd in artikel 2 kunnen de deelnemers de uitvoering van overige taken in het omgevingsrecht onderbrengen bij het openbaar lichaam. Overige taken zijn in ieder geval de Omgevingswet-taken voor zover niet behorend tot de in artikel 4 genoemde basistaken, taken betreffende de Huisvestingswet, de Leegstandswet, de Algemene Plaatselijke Verordening dan wel de daarvoor in de plaats getreden regelgeving. G.
In artikel 18, vierde lid, komt te luiden: Het dagelijks bestuur is belast met het aangaan van arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, het ontslaan en schorsen van het personeel, waaronder begrepen de directeur. H. Artikel 18, vijfde lid, komt te luiden: De arbeidsvoorwaardenregelingen voor de directeur alsmede het overige personeel van het openbaar lichaam worden door het dagelijks bestuur vastgesteld. I. Artikel 21 komt te vervallen. J. Artikel 26 komt te vervallen. K. Artikel 26a wordt ingevoegd na artikel 26 en komt te luiden: 1. De voorzitter heeft regelmatig overleg met de voorzitters van de besturen van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. 2. De directeur heeft regelmatig overleg met de directeuren van de andere omgevingsdiensten in Gelderland. 3. De overleggen hebben als doel het bevorderen van een goede samenwerking tussen de diensten. L. Artikel 30, tweede lid, komt te luiden:
2. Indien besloten wordt een batig of nadelig sado geheel of gedeeltelijk ten gunste of ten laste van de deelnemers te brengen geschiedt dit op basis van de begrote omzet per deelnemer van het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. M. Artikel 33, eerste lid, komt te luiden: Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer. N. Artikelsgewijze toelichting, artikel 1, vervalt. O. Artikelsgewijze toelichting, art. 18, wordt ingevoegd na artikel 16, en komt te luiden: In dit artikel worden de bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur vermeld zoals zijn opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit zijn: het aannemen, schorsen en ontslaan van het personeel inclusief de directeur, het opstellen van allerlei regelingen voor het personeel, het aangaan van privaatrechtelijke overeenkomsten met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen zoals het oprichten en deelnemen in rechtspersonen zoals stichtingen, maatschappen en vennootschappen. Op grond van artikel 14 is het Algemeen Bestuur bevoegd om te besluiten tot oprichting van en deelneming in rechtspersonen. Deze bevoegdheid kan het Algemeen Bestuur niet aan het dagelijks bestuur overdragen. Verder is het dagelijks bestuur bevoegd tot het voeren van rechtsgedingen en het vaststellen van alle overige regelingen, naast de personele regelingen. P.
Artikelsgewijze toelichting, art. 33, komt te luiden: Op grond van artikel 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen houdt een regeling die voor onbepaalde tijd wordt getroffen bepalingen in over wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. De regeling voorziet daarin in hoofdstuk 10. Uittreden gebeurt door middel van een vaststellingsovereenkomst. Het algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot een dergelijke overeenkomst, dat het besluit neemt met tweederde van de uitgebrachte stemmen. In de verdeling van taken tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur is het aan het dagelijks bestuur om de uittreding af te wikkelen. Q. Artikelsgewijze toelichting, art. 26a, wordt ingevoegd na artikel 24, en komt te luiden: De voormalige artikelen 21 en 26 zijn opgenomen met hetzelfde doel, namelijk: de samenwerking tussen de omgevingsdiensten te bevorderen. Vanwege de samenloopzijn deze artikelen samengevoegd in een artikel met een eigen hoofdstuk, te weten: samenwerking Gelders Stelsel. Ook inhoudelijk zijn een aantal wijzigingen doorgevoerd in het artikel. In de oorspronkelijke tekst werd bepaald hoe het voorzitters- en directeurenoverleg vorm moest worden gegeven (de voorzitters/directeuren wijzen uit hun midden een voorzitter aan). Dit is echter juridisch gezien niet mogelijk, aangezien deze overleggen niet onder het openbaar lichaam vallen.
Het is dan ook niet mogelijk om in deze regeling voorschriften voor het voorzitters- en directeurenoverleg op te nemen. In de vernieuwde tekst zijn deze bepalingen dan ook geschrapt. Het bovenstaande betekent niet dat deze wijze waarop het voorzittersoverleg wordt georganiseerd niet is geformaliseerd. In 2016 is het functioneren van het Gelders stelsel geëvalueerd. Een van de aanbevelingen die uit deze evaluatie kwam, was het formaliseren van het voorzittersoverleg van de Gelderse Omgevingsdiensten. Dit heeft ertoe geleid dat in 2017 door de algemeen besturen van de Gelderse Omgevingsdiensten het Statuut voorzittersoverleg Gelderse Omgevingsdiensten is
vastgesteld. In dit statuut zijn de organisatie, bevoegdheden en instrumenten van het Voorzittersoverleg neergelegd. Artikel II Inwerkingtreding A. Deze wijziging treedt in werking een dag nadat deze op de voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. Aldus besloten door, het college van burgemeester en wethouders van de gemeente naam op datum, met toestemming van de raad van de gemeente naam gegeven op datum.