CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Vast te stellen bestemmingsplan Wijnbergen De Kwekerij-2022.pdf

gemeenteraad 20 oktober 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.1: Bestemmingsplan Wijnbergen De Kwekerij - 202246.704 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

artikel 7 Wonen - 2 7.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, uitsluitend in de vorm van vrijstaande woningen ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’; b. tuinen en erven; c. parkeren op eigen terrein; d. nutsvoorzieningen.

25

en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

7.2 bouwregels 7.2.1 Algemeen Op de in lid 7.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Wonen - 2' worden gebouwd;

7.2.2 Hoofdgebouw Voor het bouwen van hoofdgebouwen op gronden met de bestemming 'Wonen - 2' gelden de navolgende regels: a. realisatie van het hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan binnnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' gelden de weergegeven maten; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is maximaal het aantal aangegeven woningen mogelijk; d. de diepte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 15 m; e. de voorgevelbreedte bedraagt minimaal 6 m; f. een gevel van het hoofdgebouw moet ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' worden gebouwd; g. het hoofdgebouw moet op minimaal 3 m uit de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd;

7.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op het perceel mag maximaal 100 m² per woning bedragen; b. niet meer dan 50% van het bouwperceelsgedeelte buiten het bouwvlak mag worden bebouwd; c. als de bouwmogelijkheden voor het hoofdgebouw in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mogen deze worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken in datzelfde bouwvlak, zonder dat dit ten koste gaat van de onder sub a genoemde oppervlaktenorm en met inachtneming van het bepaalde onder d; d. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend gebouwd worden op de gronden waar de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' niet op van toepassing is. Tot een afstand van 3 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens mogen bijbehorende bouwwerken in één lijn met de woning worden gebouwd. Binnen een afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens mogen bijbehorende bouwwerken uitsluitend vanaf 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd. e. bijbehorende bouwwerken mogen, met inachtneming van het bepaalde onder d, tot op de bouwperceelsgrenzen worden gebouwd; f.

de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; g. de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen; h. in geval van een bijbehorende bouwwerk met een lessenaarsdak, waarvan de bouwhoogte meer dan 3 m bedraagt, moet de afstand, van de zijde waar de bouwhoogte wordt gemeten, tot de bouwperceelsgrens minimaal de breedte van het bijbehorende bouwwerk bedragen. i. een overkapping, zijnde een bijbehorend bouwwerk, dat dient als overkapping van de parkeerplaatsen op eigen terrein benut moet worden voor duurzame opwek van energie door het dakoppervlak volledig te voorzien van zonnepanelen.

7.2.4 Erkers en toegangspartijen Aan het hoofdgebouw bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers en toegangspartijen mogen uitsluitend ter plaatse worden gebouwd daar waar het bouwen van bijbehorende bouwwerken is toegestaan (7.2.3 sub d), onder de voorwaarden dat: a. de bouwhoogte maximaal 3 m mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag worden dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 cm; b. de breedte maximaal 50% van de breedte van de gevel van de woning mag bedragen; c. de diepte maximaal 1,50 m mag bedragen.

7.2.5 Overkappingen In afwijking van het bepaalde in lid 7.2.3 sub d en i mogen bijbehorende bouwwerken uitsluitend in de vorm van overkappingen

26

ook worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten', onder voorwaarden dat: a. de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen, uitgezonderd: 1. als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; 2. als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt als maximum de goothoogte van dat bouwwerk; b. de bouwhoogte maximaal 3,5 m mag bedragen, als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt een bouwhoogte die maximaal 50 cm hoger is dan de goothoogte van dat bijbehorend bouwwerk; c. de overkapping maximaal aan drie zijden gesloten is met wanden van een bestaand gebouw of een bestaand ander bouwwerk geen gebouw zijnde, zoals een erfafscheiding; d. de in lid 7.2.3 sub a opgenomen oppervlaktenorm (100 m2) en het in sub b opgenomen bebouwingspercentage (50%) onverminderd van kracht blijven;

7.2.6 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde op gronden met de bestemming 'Wonen - 2' gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van: 1. speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 m bedragen; 2. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; c. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 per bouwperceel bedragen; d. afschermingen van technische installatie(s) op platte daken mogen tot maximaal 0,5 m boven het dakvlak worden gebouwd; e. in afwijking van sub c mag de totale oppervlakte van een bouwwerken geen gebouw zijnde in de vorm van een overkapping maximaal 25 m2 per bouwperceel bedragen, mits deze overkapping: 1. dient als overkapping van de parkeerplaatsen op eigen terrein; 2. wordt benut door het dakoppervlak volledig te voorzien van zonnepanelen voor duurzame opwek van energie. f. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' en tot 1 m achter de gevellijn maximaal 1 m bedragen.

7.3 nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 7.2, op gronden met de bestemming 'Wonen - 2' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de situering van het hoofdgebouw op de kavel; b. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; c. de goot -en bouwhoogte van bouwwerken; d. de afmetingen van bouwwerken; e. het aantal en de situering van bouwwerken; f. het aantal en de situering van parkeerplaatsen op het eigen terrein; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze aan een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

7.4 afwijken van de bouwregels 7.4.1 Bouwen buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.2 sub a en g voor het gedeeltelijk bouwen van een hoofdgebouw buiten het bouwvlak, tot op de zuidelingse bouwperceelgrens, onder voorwaarden dat: a. het bouwperceel aan de zijde en ter hoogte van het (geplande) hoofdgebouw grenst aan (openbaar) gebied waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare bestemming rust; b. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is;

27

c. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3 ), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en eventuele bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; e. de weergegeven aanduidingen in acht worden genomen; f. de overige bouwregels onverminderd blijven gelden.

7.4.2 Voorgevelbreedte Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.2 sub e voor een minder brede voorgevel als de eis onredelijk is en/of de bouwkundige situatie daar aanleiding toe geeft, een en andere onder voorwaarde dat de woning desondanks levensloopbestendig blijft of wordt.

7.4.3 Bouwhoogte overkappingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.5 sub b tot een bouwhoogte van maximaal 6 m, als de stedenbouwkundige situatie ter plaatste zich er voor leent en onder de voorwaarde, dat de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

7.4.4 Mantelzorgwoning a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.2.2 sub a en 7.5.4 voor het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit voor mantelzorg, waarbij de volgende regels gelden: 1. de mantelzorgwoning is functioneel verbonden met het hoofdgebouw; 2. totale oppervlakte die voor mantelzorg in gebruik wordt genomen maakt onderdeel uit van de in lid 7.2.3 sub a genoemde oppervlaktenorm (100 m2) en de woonunit strekt zich niet uit tot meer dan één bouwlaag; 3. de afstand tussen de woonunit en de achterste bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 8 m; deze afstand kan worden teruggebracht naar 3 m als de aangrenzende (openbare) grond ter hoogte van de geplande woonunit een groen-, natuur-, water-, verkeer of daarmee vergelijkbare bestemming heeft; 4. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 5. er moet sprake zijn van een ruimtelijke eenheid; 6. de woonunit moet binnen een straal van 10 m van het hoofdgebouw worden geplaatst;de woonunit moet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit en de bouwverordening; 7. het gestelde in lid 7.2.3 sub c en f is van overeenkomstige toepassing; 8. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking is aanvaardbaar; b. het bevoegd gezag kan in uitzonderlijke gevallen, als er geen goede alternatieven zijn, toestaan dat: 1.

in afwijking van het bepaalde in sub a lid 3 (minimaal 8 of 3 m uit de achterste bouwperceelsgrens), een woonunit op minder dan 3 m uit of op de bouwperceelsgrens wordt geplaatst; 2. de in sub a lid 2 genoemde oppervlaktenorm (100 m2) wordt overschreden tot maximaal 150 m2; c. als de noodzaak van mantelzorg is vervallen, moet de situatie in en om de woning worden teruggebracht in de oude staat, dan wel in overeenstemming met het bestemmingsplan; dat betekent dat daarna geen sprake meer is van (extra) woonruimte of de tijdelijke woonunit is verwijderd.

7.5 specifieke gebruiksregels 7.5.1 Vrij beroep en aan huis gebonden beroep en/of bedrijf Een woning, inclusief eventueel aanwezige (bij de woning behorende) aangebouwde, bijbehorende bouwwerken mag ook worden gebruikt voor zowel een vrij beroep (Bijlage 1 ) als een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf (Bijlage 2 ), in het laatste geval uitsluitend mits voldaan wordt aan de voorwaarden dat: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; b. niet meer dan 40% van de totale vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken die voor woondoeleinden mogen worden gebruikt, mag worden gebruikt voor het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; c. het medegebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zodanig beperkt blijft dat de afstand tussen de als zodanig gebruikte ruimte en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 m bedraagt. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen;

28

d. de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Bouwbesluit en de bouwverordening van de gemeente Doetinchem; e. degene die het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn; f. uitsluitend een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toelaatbaar is, dat behoort tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven zoals opgenomen in Bijlage 2 ; g. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens: 1. internetverkoop (internetwinkels); 2. een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het beroep en/of bedrijf aan huis; h. een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben; i. geen uitstalling van te verkopen artikelen mag plaatsvinden; geen showroom binnen of buiten; j. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3 ), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; k. uitsluitend onverlichte reclame-uitingen met een oppervlakte kleiner dan 0,5 m2 zijn toegestaan, waarvan de langste zijde minder dan 1 m moet bedragen; l.

geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; buitenactiviteiten gekoppeld aan gastouderschap zijn wel toegestaan; m. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf.

7.5.2 Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken Aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, onder voorwaarde dat: a. de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 m bedraagt. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen; b. bewoning slechts is toegestaan door personen die deel uitmaken van de huishouden van de bijbehorende woning; c. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor wonen niet is toegestaan.

7.5.3 Parkeren Voor het parkeren gelden de volgende regels: a. In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3 ), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; b. per bouwperceel dienen minimaal twee volwaardige parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd; c. een garage wordt niet meegeteld bij de bepaling van het aantal parkeerplaatsen.

7.5.4 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in artikel 18 wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van een bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning of als afhankelijke woonruimte.

7.5.5 Vleermuisvriendelijke verlichting Het toepassen van (openbare) buitenverlichting op gronden met de bestemming 'Wonen - 2 ' is, om aantasting van het leefgebied van de vleermuis te voorkomen, uitsluitend toegestaan onder de voorwaarden dat sprake is van vleermuisvriendelijke verlichting door in ieder geval te voldoen aan de volgende voorwaarden: a. uitsluitend niet-uitstralende verlichting/armaturen wordt toegepast; b. geen sprake is van verlichting van boomkronen; c. uitsluitend UV-vrije (led)lampen met een vleermuisvriendelijke lichtkleur worden toegepast;

29

7.5.6 Voorwaardelijke verplichting - bergingscapaciteit hemelwater De in lid 7.1 omschreven bestemming mag slechts gerealiseerd worden en vervolgens in stand worden gehouden indien binnen het plangebied waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van een bergingscapaciteit van minimaal 40 mm per m2 verhard oppervlak e.e.a. zoals staat omschreven in bijlage 9 .

7.6 afwijken van de gebruiksregels 7.6.1 Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf dat niet in de lijst is opgenomen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.5.1 sub f voor het toelaten van een beroep en/of bedrijf aan huis, dat naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen is met één of meer in Bijlage 2 opgenomen Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven, onder de voorwaarde, dat de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

7.6.2 Wonen en aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in aangebouwde bijbehorende bouwwerken op kortere afstand tot bouwperceelgrens Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.5.1 , sub c en lid 7.5.2 voor het gebruik van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf dan wel de uitbreiding van de woonfunctie tot een afstand tot minimaal 3 m tussen het bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens, onder de voorwaarden dat: a. het bouwperceel aan de achterzijde en ter hoogte van het (geplande) bijbehorend bouwwerk grenst aan (openbaar) gebied waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare bestemming rust; b. bewoning slechts is toegestaan door personen die deel uitmaken van de huishouden van de bijbehorende woning; c. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en eventuele bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; e. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor wonen niet is toegestaan.

7.6.3 Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in vrijstaande bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.5.1 en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toestaan in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk: a. wanneer de vestiging van een dergelijk beroep of bedrijf in een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet mogelijk is vanwege architectuur of monumentale status van de woning; b. mits het vrijstaande bouwwerk een ruimtelijke eenheid vormt met de woning.

7.6.4 Mantelzorg a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.5.4 en toestaan dat een al dan niet vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij een bestaande woning wordt gebruikt als woonruimte voor mantelzorg, waarbij de volgende regels gelden: 1. de mantelzorgwoning is functioneel verbonden met het hoofdgebouw; 2. de totale oppervlakte die voor mantelzorg in gebruik wordt genomen maakt onderdeel uit van de in lid 7.2.3 sub a genoemde oppervlaktenorm (100 m2) en de woonunit strekt zich niet uit tot meer dan één bouwlaag; 3. de afstand tussen het bijbehorend bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 8 m; deze afstand kan worden teruggebracht naar 3 m als de aangrenzende (openbare) grond ter hoogte van de geplande woonruimte een groen-, natuur-, water-, verkeer of daarmee vergelijkbare bestemming heeft; 4. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 5. de hoogtenorm voor bijbehorende bouwwerken blijft onverminderd van kracht; 6. de woonruimte voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit en de bouwverordening; 7. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking is aanvaardbaar; b. het bevoegd gezag kan in uitzonderlijke gevallen, als er geen goede alternatieven zijn, toestaan dat: 1.

in afwijking van het bepaalde in sub a lid 3 (minimaal 8 of 3 m uit de achterste bouwperceelsgrens), een woonunit op minder dan 3 m uit of op de bouwperceelsgrens wordt geplaatst; 2. de in sub a lid 2 genoemde oppervlaktenorm (100 m2) wordt overschreden tot maximaal 150 m2; c. als de noodzaak voor mantelzorg is vervallen, moet de situatie in en om de woning worden teruggebracht in de oude staat,

30

dan wel in overeenstemming met het bestemmingsplan. Dat betekent dat daarna geen sprake meer is van extra woonruimte.

7.7 wijzigingsbevoegdheid 7.7.1 Verschuiven van het bouwvlak en aanduidingen Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, een bouwvlak inclusief de ter plaatse geldende aanduidingen, verschuiven, onder voorwaarden dat: a. de verschuiving van het bouwvlak ten hoogste 10 m bedraagt ten opzichte van het bestaande bouwvlak, waarbij een minimale afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens van 3 m in acht genomen wordt; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de ruimtelijke uitwerking van de wijziging aanvaardbaar is; d. het woningbouwplan, dat aan het verzoek tot verschuiving van het bouwvlak ten grondslag ligt, voldoet aan het gemeentelijk woningbouwprogramma 'Woningbouwstrategie 2019', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 november 2019 (Bijlage 4 ), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

artikel 8 Wonen - 3 8.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, uitsluitend in de vorm van vrijstaande woningen ter plaatse van de aanduiding ‘vrijstaand’; b. tuinen en erven; c. paden en erftoegangswegen; d. parkeren op eigen terrein; e. groenvoorzieningen; f. straatmeubilair; g. nutsvoorzieningen. en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

8.2 bouwregels 8.2.1 Algemeen Op de in lid 8.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Wonen - 3' worden gebouwd;

8.2.2 Hoofdgebouw Voor het bouwen van hoofdgebouwen op gronden met de bestemming 'Wonen - 3' gelden de navolgende regels: a. realisatie van het hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan binnnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' gelden de weergegeven maten; c. ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is maximaal het aantal aangegeven woningen mogelijk; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - inpandige bijgebouwen' moeten bijgebouwen inpandig onderdeel zijn van het hoofdgebouw. e. de diepte van het hoofdgebouw mag maximaal 15 m bedragen; f. de voorgevelbreedte bedraagt minimaal 6 m; g. het hoofdgebouw moet op minimaal 3 m uit de zijdelingse perceelsgrens worden gebouwd; h. een gevel van het hoofdgebouw moet ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' worden gebouwd. In geval van een hoeksituatie waarbij sprake is van meerdere gevels die gekeerd zijn naar een 'gevellijn', moeten die gevels worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn'.

8.2.3 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels:

31

a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag maximaal 100 m2 per woning bedragen; b. niet meer dan 50% van het bouwperceelsgedeelte buiten het bouwvlak mag worden bebouwd; c. als de bouwmogelijkheden voor het hoofdgebouw in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mogen deze worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken in datzelfde bouwvlak, zonder dat dit ten koste gaat van de onder sub a genoemde oppervlaktenorm en met inachtneming van het bepaalde onder d; d. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend gebouwd worden op de gronden waar de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' niet op van toepassing is. Tot een afstand van 3 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens mogen bijbehorende bouwwerken in één lijn met de woning worden gebouwd. Binnen een afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens mogen bijbehorende bouwwerken uitsluitend vanaf 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd. e. bijbehorende bouwwerken mogen, met inachtneming van het bepaalde onder d, tot op de bouwperceelsgrenzen worden gebouwd; f. de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; g. de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen; h.

in geval van een bijbehorende bouwwerk met een lessenaarsdak, waarvan de bouwhoogte meer dan 3 m bedraagt, moet de afstand, van de zijde waar de bouwhoogte wordt gemeten, tot de bouwperceelsgrens minimaal de breedte van het bijbehorende bouwwerk bedragen; i. een overkapping, zijnde een bijbehorend bouwwerk, dat dient als overkapping van de parkeerplaatsen op eigen terrein benut moet worden voor duurzame opwek van energie door het dakoppervlak volledig te voorzien van zonnepanelen.

8.2.4 Erkers en toegangspartijen In afwijking van het bepaalde in lid 8.2.3 sub d mogen aan het hoofdgebouw bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers en toegangspartijen vóór de voorgevel worden gebouwd, onder voorwaarden dat: a. de bouwhoogte maximaal 3 m mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag worden dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 cm; b. de breedte maximaal 50% van de breedte van de voorgevel van de woning mag bedragen; c. de diepte maximaal 1,50 m mag bedragen.

8.2.5 Overkappingen In afwijking van het bepaalde in lid 8.2.3 mogen bijbehorende bouwwerken in de vorm van een overkapping vóór de voorgevel worden gebouwd, onder voorwaarden dat: a. de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen, uitgezonderd: 1. als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; 2. als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt als maximum de goothoogte van dat bouwwerk; b. de bouwhoogte maximaal 3,5 m mag bedragen, als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt een bouwhoogte die maximaal 50 cm hoger is dan de goothoogte van dat bijbehorend bouwwerk; c. de overkapping maximaal aan drie zijden gesloten is met wanden van een bestaand gebouw of een bestaand ander bouwwerk geen gebouw zijnde, zoals een erfafscheiding; d. de in lid 8.2.3 sub a opgenomen oppervlaktenorm (100 m2) en het in sub b opgenomen bebouwingspercentage (50%) onverminderd van kracht blijven; e. een overkapping dat dient als overkapping van de parkeerplaatsen op eigen terrein benut moet worden voor duurzame opwek van energie door het dakoppervlak volledig te voorzien van zonnepanelen.

8.2.6 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden op gronden met de bestemming 'Wonen - 3' de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van:

32

1. speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 m bedragen; 2. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; c. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 per bouwperceel bedragen; d. afschermingen van technische installatie(s) op platte daken mogen tot maximaal 0,5 m boven het dakvlak worden gebouwd; e. in afwijking van sub c mag de totale oppervlakte van een bouwwerken geen gebouw zijnde in de vorm van een overkapping maximaal 25 m2 per bouwperceel bedragen, mits deze overkapping: 1. dient als overkapping van de parkeerplaatsen op eigen terrein; 2. wordt benut door het dakoppervlak volledige te voorzien van zonnepanelen voor duurzame opwek van energie. f. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte tot 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel maximaal 1 m bedragen. In geval van een hoeksituatie mag de bouwhoogte maximaal 1 m bedragen tot achter de gevels die gekeerd zijn naar een zijdelingse perceelsgrens dat grenst aan gronden waarop eveneens de bestemming Wonen - 3 rust.

8.3 nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met in achtneming van het bepaalde in lid 8.2 , op gronden met de bestemming 'Wonen 3' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de situering van het hoofdgebouw op de kavel; b. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; c. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; d. de afmetingen van bouwwerken; e. het aantal en de situering van bouwwerken; f. het aantal en de situering van parkeerplaatsen op het eigen terrein; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze aan een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

8.4 afwijken van de bouwregels 8.4.1 Bouwen buiten bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.2 sub a en g voor het gedeeltelijk bouwen van een hoofdgebouw buiten het bouwvlak, tot op de zijdelingse bouwperceelgrens, onder voorwaarden dat: a. het bouwperceel aan de zijde en ter hoogte van het (geplande) hoofdgebouw grenst aan (openbaar) gebied waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare bestemming rust; b. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; c. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3 ), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en eventuele bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; e. de weergegeven aanduidingen in acht worden genomen; f. de overige bouwregels onverminderd blijven gelden.

8.4.2 Voorgevelbreedte Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.2 sub f voor een minder brede voorgevel als de eis onredelijk is en/of de bouwkundige situatie daar aanleiding toe geeft, een en andere onder voorwaarde dat de woning desondanks levensloopbestendig blijft of wordt.

8.4.3 Mantelzorgwoning a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.2 sub a en 8.5.4 voor het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit voor mantelzorg, waarbij de volgende regels gelden: 1. de mantelzorgwoning is functioneel verbonden met het hoofdgebouw; 2. totale oppervlakte die voor mantelzorg in gebruik wordt genomen maakt onderdeel uit van de in lid 8.2.3 sub a

33

genoemde oppervlaktenorm (100 m2) en de woonunit strekt zich niet uit tot meer dan één bouwlaag; 3. de afstand tussen de woonunit en de achterste bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 8 m; deze afstand kan worden teruggebracht naar 3 m als de aangrenzende (openbare) grond ter hoogte van de geplande woonunit een groen-, natuur-, water-, verkeer of daarmee vergelijkbare bestemming heeft; 4. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 5. er moet sprake zijn van een ruimtelijke eenheid; de woonunit moet binnen een straal van 10 m van het hoofdgebouw worden geplaatst; 6. de woonunit moet voldoen aan de eisen van het Bouwbesluit en de bouwverordening; 7. het gestelde in lid 8.2.3 sub c en f is van overeenkomstige toepassing; 8. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking is aanvaardbaar; b. het bevoegd gezag kan in uitzonderlijke gevallen, als er geen goede alternatieven zijn, toestaan dat: 1. in afwijking van het bepaalde in sub a lid 3 (minimaal 8 of 3 m uit de achterste bouwperceelsgrens), een woonunit op minder dan 3 m uit of op de bouwperceelsgrens wordt geplaatst; 2. de in sub a lid 2 genoemde oppervlaktenorm (100 m2) wordt overschreden tot maximaal 150 m2; c.

als de noodzaak van mantelzorg is vervallen, moet de situatie in en om de woning worden teruggebracht in de oude staat, dan wel in overeenstemming met het bestemmingsplan; dat betekent dat daarna geen sprake meer is van (extra) woonruimte of de tijdelijke woonunit is verwijderd.

8.4.4 Bouwhoogte overkappingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.2.5 sub b tot een bouwhoogte van maximaal 6 m, als de stedenbouwkundige situatie ter plaatste zich er voor leent en onder de voorwaarde, dat de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

8.5 specifieke gebruiksregels 8.5.1 Vrij beroep aan huis gebonden beroep en/of bedrijf Een als zodanig bestemde woning, inclusief eventueel aanwezige aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag ook worden gebruikt voor zowel een vrij beroep (Bijlage 1 ) als een beroep en/of bedrijf (Bijlage 2 ), in het laatste geval uitsluitend mits voldaan wordt aan de voorwaarden dat: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; b. niet meer dan 40% van de totale vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken die voor woondoeleinden mogen worden gebruikt, mag worden gebruikt voor het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; c. het medegebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zodanig beperkt blijft dat de afstand tussen de als zodanig gebruikte ruimte en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 m bedraagt. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen; d. de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Bouwbesluit en de bouwverordening van de gemeente Doetinchem; e. degene die het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn; f.

uitsluitend een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toelaatbaar is, dat behoort tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven zoals opgenomen in Bijlage 2 ; g. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens: 1. internetverkoop (internetwinkels); 2. een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het beroep en/of bedrijf aan huis; h. een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben; i. geen uitstalling van te verkopen artikelen mag plaatsvinden; geen showroom binnen of buiten; j. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3 ), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; k. uitsluitend onverlichte reclame-uitingen met een oppervlakte kleiner dan 0,5 m2 zijn toegestaan, waarvan de langste zijde minder dan 1 m moet bedragen;g l. een sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; buitenactiviteiten gekoppeld aan gastouderschap zijn wel toegestaan; m. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep

34

en/of bedrijf.

8.5.2 Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken Aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, onder voorwaarde dat: a. de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 m bedraagt. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen; b. bewoning slechts is toegestaan door personen die deel uitmaken van de huishouden van de bijbehorende woning; c. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor wonen niet is toegestaan.

8.5.3 Parkeren Voor het parkeren gelden de volgende regels: a. In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3 ), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; b. per bouwperceel dienen minimaal twee volwaardige parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd; c. een garage wordt niet meegeteld bij de bepaling van het aantal parkeerplaatsen.

8.5.4 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in artikel 18 wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van een bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning.

8.5.5 Vleermuisvriendelijke verlichting Het toepassen van (openbare) buitenverlichting op gronden met de bestemming 'Wonen - 3' is, om aantasting van het leefgebied van de vleermuis te voorkomen, uitsluitend toegestaan onder de voorwaarden dat sprake is van vleermuisvriendelijke verlichting door in ieder geval te voldoen aan de volgende voorwaarden: a. uitsluitend niet-uitstralende verlichting/armaturen wordt toegepast; b. geen sprake is van verlichting van boomkronen; c. uitsluitend UV-vrije (led)lampen met een vleermuisvriendelijke lichtkleur worden toegepast;

8.5.6 Voorwaardelijke verplichting - bergingscapaciteit hemelwater De in lid 8.1 omschreven bestemming mag slechts gerealiseerd worden en vervolgens in stand worden gehouden indien binnen het plangebied waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van een bergingscapaciteit van minimaal 40 mm per m2 verhard oppervlak e.e.a. zoals staat omschreven in bijlage 9 .

8.6 afwijken van de gebruiksregels 8.6.1 Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf dat niet in de lijst is opgenomen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.5.1 sub f voor het toelaten van een beroep en/of bedrijf aan huis, dat naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen is met één of meer in Bijlage 2 opgenomen Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven, onder de voorwaarde, dat de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

8.6.2 Wonen en aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in aangebouwde bijbehorende bouwwerken op korte afstand tot bouwperceelgrens Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.5.1 , sub c en lid 8.5.2 voor het gebruik van een aangebouwd bijbehorend bouwwerk voor een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf dan wel de uitbreiding van de woonfunctie tot een afstand tot minimaal 3 m tussen het bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens, onder de voorwaarden

35

dat: a. het bouwperceel aan de achterzijde en ter hoogte van het (geplande) bijbehorend bouwwerk grenst aan (openbaar) gebied waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare bestemming rust; b. bewoning slechts is toegestaan door personen die deel uitmaken van de huishouden van de bijbehorende woning; c. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en eventuele bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; e. het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor wonen niet is toegestaan.

8.6.3 Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in vrijstaande bijbehorende bouwwerken Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.5.1 en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toestaan in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk: a. wanneer de vestiging van een dergelijk beroep of bedrijf in een aangebouwd bijbehorend bouwwerk niet mogelijk is vanwege architectuur of monumentale status van de woning; b. mits het vrijstaande bouwwerk een ruimtelijke eenheid vormt met de woning.

8.6.4 Mantelzorg a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 8.5.4 en toestaan dat een al dan niet vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij een bestaande woning wordt gebruikt als woonruimte voor mantelzorg, waarbij de volgende regels gelden: 1. de mantelzorgwoning is functioneel verbonden met het hoofdgebouw; 2. de totale oppervlakte die voor mantelzorg in gebruik wordt genomen maakt onderdeel uit van de in lid 8.2.3 sub a genoemde oppervlaktenorm (100 m2) en de woonunit strekt zich niet uit tot meer dan één bouwlaag; 3. de afstand tussen het bijbehorend bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens bedraagt minimaal 8 m; deze afstand kan worden teruggebracht naar 3 m als de aangrenzende (openbare) grond ter hoogte van de geplande woonruimte een groen-, natuur-, water-, verkeer of daarmee vergelijkbare bestemming heeft; 4. er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 5. de hoogtenorm voor bijbehorende bouwwerken blijft onverminderd van kracht; 6. de woonruimte voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit en de bouwverordening; 7. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking is aanvaardbaar; b. het bevoegd gezag kan in uitzonderlijke gevallen, als er geen goede alternatieven zijn, toestaan dat: 1.

in afwijking van het bepaalde in sub a lid 3 (minimaal 8 of 3 m uit de achterste bouwperceelsgrens), een woonunit op minder dan 3 m uit of op de bouwperceelsgrens wordt geplaatst; 2. de in sub a lid 2 genoemde oppervlaktenorm (100 m2) wordt overschreden tot maximaal 150 m2; c. als de noodzaak voor mantelzorg is vervallen, moet de situatie in en om de woning worden teruggebracht in de oude staat, dan wel in overeenstemming met het bestemmingsplan. Dat betekent dat daarna geen sprake meer is van extra woonruimte.

8.7 wijzigingsbevoegdheid 8.7.1 Verschuiven van het bouwvlak en aanduiding Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, een bouwvlak inclusief de ter plaatse geldende aanduidingen, verschuiven, onder voorwaarden dat: a. de verschuiving van het bouwvlak ten hoogste 10 m bedraagt ten opzichte van het bestaande bouwvlak, waarbij een minimale afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens van 3 m in acht genomen wordt; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de ruimtelijke uitwerking van de wijziging aanvaardbaar is; d. het woningbouwplan, dat aan het verzoek tot verschuiving van het bouwvlak ten grondslag ligt, voldoet aan het gemeentelijk woningbouwprogramma 'Woningbouwstrategie 2019', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 november 2019 (Bijlage 4), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

artikel 9 Wonen - 4 36

9.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, uitsluitend in de vorm van aaneengebouwde woningen ter plaatse van de aanduiding ‘aaneengebouwd’, waarbij een maximum van het aantal woningen in de zes bestemmingsvlakken 'Wonen - 4' gezamenlijk geldt van 35 woningen; b. tuinen en erven; c. paden; d. nutsvoorzieningen; en bij de bestemming behorende bouwwerken en voorzieningen.

9.2 bouwregels 9.2.1 Algemeen Op de in lid 9.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Wonen - 4' worden gebouwd;

9.2.2 Hoofdgebouw Voor het bouwen van hoofdgebouwen op gronden met de bestemming 'Wonen - 4' gelden de navolgende regels: a. realisatie van het hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan binnnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' gelden de weergegeven maten; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - inpandige bijgebouwen' moeten bijgebouwen inpandig onderdeel zijn van het hoofdgebouw. d. de diepte van het hoofdgebouw mag maximaal 13 bedragen; e. de voorgevelbreedte bedraagt minimaal 6 m; f. een gevel van het hoofdgebouw dient op de aanduiding 'gevellijn' te worden gebouwd;

9.2.3 Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken zijn niet toegestaan.

9.2.4 Erkers en toegangspartijen Erkers en toegangspartijen zijn niet toegestaan.

9.2.5 Overkappingen In afwijking van het bepaalde in lid 9.2.3 mogen bijbehorende bouwwerken uitsluitend in de vorm van overkappingen ook worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten', onder voorwaarden dat: a. de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen, uitgezonderd:als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm;als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt als maximum de goothoogte van dat bouwwerk; b. de bouwhoogte maximaal 3,5 m mag bedragen, als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt een bouwhoogte die maximaal 50 cm hoger is dan de goothoogte van dat bijbehorend bouwwerk; c. de overkapping maximaal aan drie zijden gesloten is met wanden van een bestaand gebouw of een bestaand ander bouwwerk geen gebouw zijnde, zoals een erfafscheiding;

9.2.6 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden voor gronden met de bestemming 'Wonen - 4' de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 1 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van: 1. speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 m bedragen;

37

2. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; c. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 per bouwperceel bedragen; d. afschermingen van technische installatie(s) op platte daken mogen tot maximaal 0,5 m boven het dakvlak worden gebouwd.

9.3 nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 9.2, op gronden met de bestemming 'Wonen - 4' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de situering van het hoofdgebouw op de kavel; b. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; c. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; d. de afmetingen van bouwwerken e. het aantal en de situering van bouwwerken; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze aan een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

9.4 afwijken van de bouwregels 9.4.1 Voorgevelbreedte Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.2.2 sub e voor een minder brede voorgevel als de eis onredelijk is en/of de bouwkundige situatie daar aanleiding toe geeft, een en andere onder voorwaarde dat de woning desondanks levensloopbestendig blijft of wordt.

9.5 specifieke gebruiksregels 9.5.1 Vrij beroep en aan huis gebonden beroep en/of bedrijf Een als zodanig bestemde woning, inclusief eventueel aanwezige aangebouwde bijbehorende bouwwerken, mag ook worden gebruikt voor zowel een vrij beroep (Bijlage 1 ) als een beroep en/of bedrijf (Bijlage 2 ), in het laatste geval uitsluitend mits voldaan wordt aan de voorwaarden dat: a. het medegebruik van ondergeschikte betekenis is en de woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin primair blijft; b. niet meer dan 40% van de totale vloeroppervlakte van de woning, inclusief aangebouwde bijbehorende bouwwerken die voor woondoeleinden mogen worden gebruikt, mag worden gebruikt voor het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf; c. het medegebruik van aangebouwde bijbehorende bouwwerken zodanig beperkt blijft dat de afstand tussen de als zodanig gebruikte ruimte en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 m bedraagt. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen;\ d. de woning moet blijven voldoen aan het bepaalde in het Bouwbesluit en de bouwverordening van de gemeente Doetinchem; e. degene die het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf uitoefent ook de bewoner van de woning moet zijn; f.

uitsluitend een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toelaatbaar is, dat behoort tot de Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven zoals opgenomen in Bijlage 2 ; g. geen detailhandel mag plaatsvinden, behoudens: 1. internetverkoop (internetwinkels); 2. een beperkte verkoop (als ondergeschikte nevenactiviteit) van producten die ter plaatse zijn vervaardigd, dan wel direct verband houden met het beroep en/of bedrijf aan huis; h. een bedrijf geen winkeluitstraling mag hebben; i. geen uitstalling van te verkopen artikelen mag plaatsvinden; geen showroom binnen of buiten; j. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3 ), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; k. uitsluitend onverlichte reclame-uitingen met een oppervlakte kleiner dan 0,5 m2 zijn toegestaan, waarvan de langste zijde minder dan 1 m moet bedragen; l. geen sprake mag zijn van werkzaamheden, activiteiten en/of opslag in de open lucht voor de uitoefening van het aan huis

38

gebonden beroep en/of bedrijf; buitenactiviteiten gekoppeld aan gastouderschap zijn wel toegestaan; m. vrijstaande bijbehorende bouwwerken niet mogen worden gebruikt voor de uitoefening van het aan huis gebonden beroep en/of bedrijf.

9.5.2 Parkeren In geval van bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik moet worden voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3 ), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

9.5.3 Strijdig gebruik Onverminderd het bepaalde in artikel 18 wordt onder strijdig gebruik in ieder geval verstaan het gebruiken of het laten gebruiken van een bijbehorend bouwwerk als zelfstandige woning.

9.5.4 Vleermuisvriendelijke verlichting Het toepassen van (openbare) buitenverlichting op gronden met de bestemming 'Wonen - 4' is, om aantasting van het leefgebied van de vleermuis te voorkomen, uitsluitend toegestaan onder de voorwaarden dat sprake is van vleermuisvriendelijke verlichting door in ieder geval te voldoen aan de volgende voorwaarden: a. uitsluitend niet-uitstralende verlichting/armaturen wordt toegepast; b. geen sprake is van verlichting van boomkronen; c. uitsluitend UV-vrije (led)lampen met een vleermuisvriendelijke lichtkleur worden toegepast;

9.5.5 Specifieke gebruiksregel - bergingscapaciteit hemelwater De in lid 9.1 omschreven bestemming mag slechts gerealiseerd worden en vervolgens in stand worden gehouden indien binnen het plangebied waterberging/infiltratie voor hemelwater wordt gerealiseerd en in stand gehouden uitgaande van een bergingscapaciteit van minimaal 40 mm per m2 verhard oppervlak e.e.a. zoals staat omschreven in bijlage 9 .

9.6 afwijken van de gebruiksregels 9.6.1 Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf dat niet in de lijst is opgenomen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 9.5.1 sub f voor het toelaten van een beroep en/of bedrijf aan huis, dat naar aard, omvang en hinder gelijk te stellen is met één of meer in Bijlage 2 opgenomen Lijst van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven, onder de voorwaarde, dat de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is.

9.7 wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, een bouwvlak inclusief de ter plaatse geldende aanduidingen, verschuiven, onder voorwaarden dat: a. de verschuiving van het bouwvlak ten hoogste 10 m bedraagt ten opzichte van het bestaande bouwvlak, waarbij een minimale afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens van 3 m in acht genomen wordt; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de ruimtelijke uitwerking van de wijziging aanvaardbaar is; d. het woningbouwplan, dat aan het verzoek tot verschuiving van het bouwvlak ten grondslag ligt, voldoet aan het gemeentelijk woningbouwprogramma 'Woningbouwstrategie 2019', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 november 2019 (Bijlage 4), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

9.7.1 Verschuiven van het bouwvlak en aanduiding Burgemeester en wethouders kunnen, op grond van artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, een bouwvlak inclusief de ter plaatse geldende aanduidingen, verschuiven, onder voorwaarden dat:

39

a. de verschuiving van het bouwvlak ten hoogste 10 m bedraagt ten opzichte van het bestaande bouwvlak, waarbij een minimale afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens van 3 m in acht genomen wordt; b. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; c. de ruimtelijke uitwerking van de wijziging aanvaardbaar is; d. het woningbouwplan, dat aan het verzoek tot verschuiving van het bouwvlak ten grondslag ligt, voldoet aan het gemeentelijk woningbouwprogramma 'Woningbouwstrategie 2019', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 28 november 2019 (Bijlage 4 ), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging.

artikel 10 Wonen - 5 10.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 5' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, waarbij een maximum van het aantal woningen in de acht bestemmingsvlakken 'Wonen - 5' gezamenlijk geldt van 65 woningen, in de vorm van: 1. vrijstaande woningen ter plaatse van de aanduiding vrijstaand; 2. twee-onder-een-kap woningen ter plaatse van de aanduiding twee-aaneen; 3. aaneengebouwde woningen ter plaatse van de aanduiding aaneengebouwd; b. tuinen en erven; c. parkeren op eigen terrein; d. nutsvoorzieningen; en daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen.

10.2 bouwregels 10.2.1 Algemeen Op de in 10.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming 'Wonen - 5' worden gebouwd.

10.2.2 Hoofdgebouw 1 Algemeen Voor het bouwen van hoofdgebouwen op gronden met de bestemming 'Wonen - 5' gelden de navolgende algemene regels: a. de realisatie van het hoofdgebouw is uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak; b. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' gelden de weergegeven maten; c. een gevel van het hoofdgebouw moet gebouwd worden op de aanduiding 'gevellijn'; d. de voorgevelbreedte bedraagt minimaal 6 m;

2 vrijstaande woning Voor het bouwen van vrijstaande woningen gelden in aanvulling op sublid 1 de navolgende regels: a. de diepte van het hoofdgebouw mag maximaal 15 m bedragen; b. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen moet minimaal 3 m bedragen;

3 twee-onder-één-kap woning Voor het bouwen van twee-onder-één kap woningen gelden in aanvulling op sublid 1 de navolgende regels: a. de diepte van het hoofdgebouw mag maximaal 15 m bedragen; b. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens aan de niet aangebouwde zijde moet minimaal 3 m bedragen;

4 aaneengebouwde woning

40

Voor het bouwen van aaneegebouwde woningen gelden in aanvulling op sublid 1 de navolgende regels: a. de diepte van het hoofdgebouw mag maximaal 13 m bedragen; b. de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrens aan de niet aangebouwde zijde moet minimaal 3 m bedragen;

10.2.3 bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de navolgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken op het perceel mag maximaal 100 m² per woning bedragen; b. niet meer dan 50% van het bouwperceelsgedeelte buiten het bouwvlak mag worden bebouwd; c. als de bouwmogelijkheden voor het hoofdgebouw in het bouwvlak niet volledig zijn benut, mogen deze worden gebruikt voor de realisatie van bijbehorende bouwwerken in datzelfde bouwvlak, zonder dat dit ten koste gaat van de onder sub a genoemde oppervlaktenorm en met inachtneming van het bepaalde onder d; d. bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend gebouwd worden op de gronden waar de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' niet op van toepassing is. Tot een afstand van 3 meter vanaf de zijdelingse perceelsgrens mogen bijbehorende bouwwerken in één lijn met de woning worden gebouwd. Binnen een afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrens mogen bijbehorende bouwwerken uitsluitend vanaf 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de woning worden gebouwd. e. bijbehorende bouwwerken mogen, met inachtneming van het bepaalde onder d, tot op de bouwperceelsgrenzen worden gebouwd; f.

de goothoogte mag maximaal 3 m bedragen; als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; g. de bouwhoogte mag maximaal 6 m bedragen; h. in geval van een bijbehorende bouwwerk met een lessenaarsdak, waarvan de bouwhoogte meer dan 3 m bedraagt, moet de afstand, van de zijde waar de bouwhoogte wordt gemeten, tot de bouwperceelsgrens minimaal de breedte van het bijbehorende bouwwerk bedragen. i. een overkapping, zijnde een bijbehorend bouwwerk, dat dient als overkapping van de parkeerplaatsen op eigen terrein benut moet worden voor duurzame opwek van energie door het dakoppervlak volledig te voorzien van zonnepanelen.

10.2.4 Erkers en toegangspartijen Aan het hoofdgebouw bijbehorende bouwwerken in de vorm van erkers en toegangspartijen mogen uitsluitend ter plaatse worden gebouwd daar waar het bouwen van bijbehorende bouwwerken is toegestaan (10.2.3 lid d), onder de voorwaarden dat: a. de bouwhoogte maximaal 3 m mag bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte niet hoger mag worden dan de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van de woning, vermeerderd met 30 cm; b. de breedte maximaal 50% van de breedte van de gevel van de woning mag bedragen; c. de diepte maximaal 1,50 m mag bedragen.

10.2.5 Overkappingen In afwijking van het bepaalde in lid 10.2.3 sub d en i mogen bijbehorende bouwwerken uitsluitend in de vorm van overkappingen ook worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten', onder voorwaarden dat: a. de goothoogte maximaal 3 m mag bedragen, uitgezonderd: 1. als wordt aangebouwd aan een woning, geldt als maximum de hoogte van de bovenkant van de eerste verdiepingsvloer van die woning, vermeerderd met 30 cm; 2. als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt als maximum de goothoogte van dat bouwwerk; b. de bouwhoogte maximaal 3,5 m mag bedragen, als wordt aangebouwd aan een bijbehorend bouwwerk, geldt een bouwhoogte die maximaal 50 cm hoger is dan de goothoogte van dat bijbehorend bouwwerk; c. de overkapping maximaal aan drie zijden gesloten is met wanden van een bestaand gebouw of een bestaand ander bouwwerk geen gebouw zijnde, zoals een erfafscheiding; d. de in lid 10.2.3 sub a opgenomen oppervlaktenorm (100 m2) en het in sub b opgenomen bebouwingspercentage (50%) onverminderd van kracht blijven;

41

10.2.6 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde op gronden met de bestemming 'Wonen - 5' gelden de navolgende regels: a. de bouwhoogte mag maximaal 3 m bedragen; b. in afwijking van het bepaalde in sub a, mag de bouwhoogte van: 1. speeltoestellen en tuinmeubilair maximaal 3,5 m bedragen; 2. verlichting, vlaggenmasten en vergelijkbare bouwwerken maximaal 6 m bedragen; 3. antennedragers inclusief antennes maximaal 15 m bedragen; c. de totale oppervlakte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag maximaal 20 m2 per bouwperceel bedragen; d. afschermingen van technische installatie(s) op platte daken mogen tot maximaal 0,5 m boven het dakvlak worden gebouwd. e. in afwijking van sub c mag de totale oppervlakte van een bouwwerken geen gebouw zijnde in de vorm van een overkapping maximaal 25 m2 per bouwperceel bedragen, mits deze overkapping: 1. dient als overkapping van de parkeerplaatsen op eigen terrein; 2. wordt benut door het dakoppervlak volledig te voorzien van zonnepanelen voor duurzame opwek van energie. f. in afwijking van het bepaalde in sub a mag de bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen uitgesloten' en tot 1 m achter de gevellijn maximaal 1 m bedragen.

10.3 nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen, met inachtneming van het bepaalde in lid 10.2, op gronden met de bestemming 'Wonen 5' nadere eisen stellen met betrekking tot: a. de situering van het hoofdgebouw op de kavel; b. dakvormen, dakhellingen en nokrichtingen van bouwwerken; c. de goot- en bouwhoogte van bouwwerken; d. de afmetingen van bouwwerken; e. het aantal en de situering van bouwwerken; f. het aantal en de situering van parkeerplaatsen op het eigen terrein; onder voorwaarde dat de nadere eisen niet op onevenredige wijze een doelmatig gebruik van gronden en bouwwerken in de weg staan.

10.4 afwijken van de bouwregels 10.4.1 Bouwen buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 10.2.2 onder 1a, 2b, 3b en 4b voor het gedeeltelijk bouwen van een hoofdgebouw buiten het bouwvlak, tot op de zijdelingse bouwperceelsgrens, onder voorwaarden dat: a. het bouwperceel aan de zijde en ter hoogte van het (geplande) hoofdgebouw grenst aan (openbaar) gebied waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare bestemming rust; b. de ruimtelijke uitwerking van de afwijking aanvaardbaar is; c. wordt voldaan aan de parkeernormen in de Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem, zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017 (Bijlage 3 ), met dien verstande dat wanneer deze nota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en eventuele bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; e. de weergegeven aanduidingen in acht worden genomen; f. de overige bouwregels onverminderd blijven gelden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7741/documents/41189