Bijlage 1 Vast te stellen bestemmingsplan Acacialaan achter nrs 73 en 99 - 2022.pdf
Tekst van het document
Vooraf moet advies worden ingewonnen bij een ter zake deskundige op het gebied van het onderwerp in kwestie.
artikel 11 Overige regels Waar in dit plan wordt verwezen naar wettelijke regelingen wordt geduid op die regelingen, zoals zij luidden op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan.
27
hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels artikel 12 Overgangsrecht 12.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
12.2 Afwijking Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%.
12.3 Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
12.4 Overgangsrecht gebruik 1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
artikel 13 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Acacialaan achter nrs. 73 en 99 - 2022'
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Doetinchem in de openbare raadsvergadering d.d. PM
de griffier,de voorzitter,
28
BIJLAGEN BIJ REGELS
29
1 Lijst van vrije beroepen 1 Lijst van vrije beroepen
2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en of bedrijven 2 Lijst van aan huis gebonden beroepen en of bedrijven
3 Nota parkeernormen Auto- en Fiets Gemeente Doetinchem 3 Nota parkeernormen Auto- en Fiets Gemeente Doetinchem
4 Woningbouwstrategie 2019 4 Woningbouwstrategie 2019
5 Gebiedstypen 5 Gebiedstypen
30
TOELICHTING
31
1.1 Inleiding 1.1.1 Aanleiding en doel De eigenaar van het oorspronkelijke perceel Ambt-Doetinchem, sectie L - nummer 5153 wenst de mogelijkheid te creëren om een vrijstaande woning (met bijgebouwen) te bouwen. Daarnaast wordt een deel van het perceel aangetrokken bij de tuin van Acacialaan nummer 99. Deze ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan. Een herziening van dat plan is daarom noodzakelijk. Op 16 maart 2021 heeft het college van Burgemeester en Wethouders aangegeven om in principe, onder voorwaarden, mee te willen werken aan het bouwplan en de daarvoor benodigde partieleherziening van het bestemmingsplan. Voorwaarde is onder meer dat het project in de omgeving past en niet in strijd is met een ‘goede ruimtelijke ordening’. Op basis van de daarvoor opgestelde ruimtelijke onderbouwing is daarom het voorliggende bestemmingsplan 'Acacialaan achter nrs. 73 en 99 - 2022' opgesteld. De opgestelde ruimtelijke onderbouwing is als Bijlage 1 bij deze toelichting is opgenomen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen voor het grondgebied van de gemeente Doetinchem wordt in principe overal dezelfde plansystematiek gehanteerd. De bestemmingen en regels uit het voorliggende bestemmingsplan sluiten daardoor grotendeels aan op de bestemmingen en regels uit andere actuele bestemmingsplannen. Daarmee wordt de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid van de burgers vergroot.
1.1.2 Plangebied Het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan beslaat de percelen Ambt-Doetinchem sectie L nummer 5379 en nummer 5380 (beide percelen ontstaan uit splitsing van het perceel 5153). Het plangebied is hieronder (grijs gekleurde percelen) weergegeven met daarbij een oblique foto van het plangebied:
32
1.1.3 Geldende bestemmingsplannen Bestemmingsplannen Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021', vastgesteld op 24 juni 2021 en geheel in werking (nog niet onherroepelijk). Op basis van dit bestemmingsplan zijn de gronden ter plaatse van het plangebied bestemd met de enkelbestemming Maatschappelijk. Naast de maatschappelijke bestemming zijn voor deze locatie de dubbelbestemmingen “Waarde –Archeologische verwachting 2” en “Waarde – Archeologische verwachting 3” opgenomen. Tevens is een bouwvlak opgenomen met daarbinnen een maximaal bebouwingspercentage: 35%,een maximale bouwhoogte van 16 meter en een maximale goothoogte van 12 meter. Tot slot zijn de gebiedsaanduidingen “milieuzone – natte landnatuur”, “overige zone - aardkundige waarden” en “overige zone – nieuwe risicobronnen uitgesloten” opgenomen.
Naast het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' zijn ter plaatse van het plangebied de navolgende bestemmingsplannen en beheersverordening van toepassing: a. 'Parapluherziening Archeologie - 2020', vastgesteld op 27 mei 2021 en onherroepelijk b. 'Parapluherziening Externe veiligheid - 2020', vastgesteld op 25 februari 2021 en onherroepelijk c. Beheersverordening Vijverberg, Rekhemseweg, De Hoop, Sportpark Zuid - 2014, vastgesteld op 12 november 20214 en onherroepelijk (vervalt bij onherroepelijk worden van bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021')
33
Ad a. Voor voorliggend bestemmingsplan is onderzoek uitgevoerd (zie ruimtelijke onderbouwing bijlage 1). Op basis van dit onderzoek is het plangebied door de regioarcheoloog vanuit de ODA vrijgegeven (paragraaf 6.10.1 ruimtelijk onderbouwing). Daarmee is geen sprake van strijdigheid. Ad b. Met het opnemen van de gebiedsaanduiding 'overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten' (artikel 12.3) in het voorliggend bestemmingsplan is geen sprake van strijdigheid. Ad c. Op het moment dat het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' onherroepelijk wordt, komt de beheersverordening Vijverberg, Rekhemseweg, De Hoop, Sportpark Zuid - 2014 te vervallen. Werking geldende bestemmingsplannen in relatie tot voorliggend bestemmingsplan Met voorliggend bestemmingsplan zal voor wat betreft het plangebied van voorliggend bestemmingsplan de werking komen te vervallen van: a. het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied- 2021' (NL.IMRO.0222.SgB003-0002) b. beheersverordening Vijverberg, Rekhemseweg, De Hoop, Sportpark Zuid - 2014 (NL.IMRO.0222.R03KE008A0002) c. het bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie - 2020' (NL.IMRO.0222.R70B017A-0002) d. het bestemmingsplan 'Parapluherziening Externe veiligheid 2020' (NL.IMRO.0222.R70B013A-0002)
1.2 Planbeschrijving 1.2.1 Huidige situatie Het plangebied is in de huidige feitelijke situatie een braakliggend terrein, omzoomd door groen en bestaande bebouwing. Voor een verdere beschrijving van de huidige situatie wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1).
1.2.2 Toekomstige situatie Een deel van het plangebied (perceelnummer 5379) van voorliggend bestemmingsplan is bedoeld voor de realisatie van een vrijstaande woning. Perceelnummer 5380 zal worden aangetrokken bij perceelnummer 3738 met de bedoeling te gebruiken als achtertuin bij de Acacialaan nummer 99. Met voorliggend bestemmingsplan wordt de bestaande bestemming 'Maatschappelijk' met bijbehorende gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden (bebouwingspercentage 35%, bouwhoogte 16 m en goothoogte 12 m) herzien in de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin'. Daarmee wordt ook de omvang van de maximaal toegelaten bebouwing aanzienlijk gereduceerd (afgebakend bouwvlak, gedeeltelijk maximaal 1 bouwlaag en gedeeltelijk maximaal 2 bouwlagen). Voor een verdere beschrijving van de toekomstige situatie wordt verwezen naar hoofdstuk 2 van ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1).
1.3 Beleidskader 1.3.1 Inleiding 1.3.2 Rijksbeleid Voor het relevante rijksbeleid (Nationale omgevingsvisie (NOVI) en Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro)) wordt verwezen naar paragraaf 5.2. van de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1) Samenvatting In voorliggend plan is geen sprake van een lokale ontwikkeling waarmee Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook
34
geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI. Er is met voorliggend plan sprake van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Er is echter geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Dit omdat voorliggend plan niet meer bebouwing mogelijk maakt dan dat op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarmee is geen sprake van een nieuw beslag op de ruimte. In samenhang hiermee wordt de grens van 11 woningen (jurisprudentie) niet overschreden. Een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is dus niet noodzakelijk. Desondanks wordt de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling onderbouwd op basis van provinciaal/regionaal/gemeentelijk beleid.
1.3.3 Provinciaal beleid Voor het relevante provinciaal beleid (omgevingsvisie Gelderland en omgevingsverordening Gelderland) wordt verwezen naar paragraaf 5.3 van de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1). In aanvulling daarop wordt ook verwezen naar onderstaande tekst. Aanvulling omgevingsverordening Gelderland Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda (art. 2.2) In 2019 is in regionaal verband, vanuit de thematafel Wonen en Vastgoed, de notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' opgesteld en door alle Achterhoekse gemeenteraden vastgesteld. De gemeenteraad van de gemeente Doetinchem heeft deze notitie op 26 september 2019 vastgesteld. Op basis van deze notitie wordt onder voorwaarden ruimte gegeven aan de bouw van extra woningen in de regio Achterhoek. Daarmee moeten nieuwe plannen voor het toevoegen van woningen in ieder geval worden getoetst aan de volgende drie voorwaarden/kwaliteitscriteria: de behoefte is aangetoond, voorrang voor transformatie van leegstaand vastgoed (verbouw of nieuwbouw na sloop) en inbreiding gaat voor uitbreiding. De notitie 'Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw Achterhoek' is door de provincie Gelderland vastgesteld als wijziging op een aantal passages van de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025.
Passages die betrekking hadden op de kwantitatieve woningcontingenten zijn daarmee vervangen door de kwalitatieve toetsingscriteria. Op basis van bovenstaande beleidswijziging, samengevat als bouwen op basis van behoefte, is ook het gemeentelijk woningbouwbeleid in 2019 herzien. Deze herziening heeft beslag gekregen in de Woningbouwstrategie 2019, vastgesteld door de gemeenteraad op 28 november 2019. In de Woningbouwstrategie 2019 wordt op basis van uitgevoerd onderzoek naar de behoefte het voorstel gedaan om aan de bestaande woningvoorraad conform onderstaande tabel woningen toe te voegen.
De beoogde ontwikkeling van één vrijstaande woning is passend binnen het gemeentelijk beleid c.q. de Woningbouwstrategie 2019 (zie 5.5.3 van de ruimtelijk onderbouwing, Bijlage 1) die op basis van regionale afspraken over het toevoegen van nieuwe woningen is opgesteld. Regionale afspraken die als onderdeel worden beschouwd van de regionale woonagenda. Omdat de ontwikkeling die met voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt passend is binnen Woningbouwstrategie 2019, is deze ook passend binnen de regionale afspraken voor het toevoegen van nieuwe woningen en de regionale woonagenda. Daarmee is geen strijdigheid met de instructieregel uit art. 2.2. van de omgevingsverordening
35
Instructieregel beschermingszone natte landnatuur (art. 2.61) Conform de verbeelding behorend bij omgevingsverordening wordt op de verbeelding van het bestemmingsplan de gebiedsaanduiding 'milieuzone - natte landnatuur' opgenomen. Daarmee is geborgd dat de gronden binnen het plangebied mede bestemd zijn voor de bescherming en ontwikkeling van de hydrologische beschermingszone natte landnatuur. Daarnaast maakt voorliggend plan geen functies mogelijk maakt die significant nadelige effecten kunnen hebben op de instandhouding van de natte landnatuur. Dit plan maakt de realisatie van woningen mogelijk zonder dat daarbij dusdanige ingrepen in de ondergrond moeten plaatsvinden waardoor de hydrologische situatie wijzigt. Er vinden geen verontreinigende activiteiten plaats en voor de bouw vindt geen bemaling of drainage plaats waardoor een (tijdelijke) verandering in de waterhuishouding plaatsvindt. Daarmee is geen strijdigheid met de instructieregel uit art. 2.61 van de omgevingsverordening. Instructieregel klimaatadaptie (art. 2.65b) De provinciale omgevingsverordening die op 1 februari 2022 van kracht is geworden bevat de instructieregel klimaatadaptie (2.65b).
Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, moet op basis van deze instructieregel de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving bevatten van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In die beschrijving moeten in ieder geval de volgende aspecten worden betrokken: waterveiligheid, wateroverlast, droogte en hitte. Daarnaast moet de beschrijving worden opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Voor die beschrijving kan gebruik worden gemaakt van de opgestelde klimaatatlas. Op basis van de klimaatatlas gemeente Doetinchem is in beeld gebracht welke risico's zich kunnen voordoen in het plangebied als gevolg van klimaatverandering. • Wateroverlast. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel wateroverlast is op te maken dat ter plaatse van het plangebied geen plasvorming wordt verwacht na een korte of lange bui. • Hittestress. Uit de kaartbeelden die horen bij het onderdeel hittestress is op te maken dat de temperatuur in het plangebied normaal zal zijn (niet extra koeler of extra warmer) op warme dagen. Dit is naar waarschijnlijkheid gebaseerd op de huidige onbebouwde situatie.
De aanwezigheid van bomen direct grenzend aan het plangebied zorgt voor verdampingskoeling en voor schaduw. Daarnaast is sprake van een nieuwbouwwoning die goed geïsoleerd is conform de huidige normen. Daarmee is de woning ook minder gevoelig voor opwarming wat relevant is voor warmte in de nachtelijke periode. • Droogte. De bijbehorende kaartbeelden laten wat betreft grondwaterstanden en droogtegevoeligheid in 2050 geen verandering zien ten opzichte van de huidige situatie. Daarmee is en blijft in het plangebied sprake van lagere grondwaterstanden en van grotere droogtegevoeligheid. Door het hemelwater binnen het plangebied te bergen en te laten infiltreren blijft het hemelwater ook in het gebied zelf zoals dat in feite in de huidige (onbebouwde) situatie ook zo is. Het plangebied ligt niet in een gebied waar een grotere kans op natuurbranden is bij langdurige droogte. In het plangebied zijn geen waterpartijen en beken aanwezig die stil kunnen komen testaan of droog kunnen vallen. Daarmee is geen sprake van een risico voor de volksgezondheid. Op basis vanvoorgaande wordt geconcludeerd dat in voorliggend plan voldoende wordt ingezet op het voorkomen of beperken van mogelijke risico's door droogte als gevolg van klimaatverandering. • Overstroming.
De bijbehorende kaartbeelden laten zien dat het mogelijk bezwijken van een dijk van de IJssel of de Rijn geen risico vormt voor het plangebied.
1.3.4 Regionaal beleid Voor het relevante regionaal beleid wordt verwezen naar paragraaf 5.4 van de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1 ). Samenvatting Relevant regionaal beleid heeft betrekking op woningbouw. Dit beleid is doorvertaald in het gemeentelijk beleid in de vorm van de Woningbouwstrategie 2019. De ontwikkeling die met voorliggend plan mogelijk wordt gemaakt is passend binnen de Woningbouwstrategie 2019 (paragraaf 5.5.3 ruimtelijke onderbouwing). Daarmee is de ontwikkeling ook passend binnen het regionale beleid over woningbouw.
36
1.3.5 Gemeentelijk beleid Voor het relevante gemeentelijk beleid wordt verwezen naar paragraaf 5.5 van de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1 ). Samenvatting De voorgenomen ontwikkeling is, met in achtneming van de milieu- en omgevingsaspecten (en bijbehorende geldende wet- en regelgeving) die bij het plan betrokken zijn, niet strijdig met het gemeentelijk beleid.
1.4 Haalbaarheid 1.4.1 Algemeen In de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1) is de haalbaarheid van de beoogde ontwikkeling van het plangebied onderbouwd. Verwezen wordt naar hoofdstuk 6 Haalbaarheid. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aspecten milieueffectrapportage, bodem, akoestiek, luchtkwaliteit, externe veiligheid, bedrijfen en milieuzonering, flora en fauna, water, archeologie en cultuurhistorie, verkeer en parkeren. En de daarvoor uitgevoerde onderzoeken. Op basis daarvan is te concluderen dat de beoogde ontwikkeling geen problemen oplevert ten aanzien van de onderzochte aspecten, mits voldaan wordt aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden zijn opgenomen/toegelicht onder 4.2 . Besluit principemedewerking 16 maart 2021 Zoals in paragraaf 1.1 aangegeven heeft het college van B&W op 16 maart 2021 besloten in principe mee te werken aan de bouw van een vrijstaande woning met bijgebouwen. Daaraan is als voorwaarde verbonden dat uit de ruimtelijke onderbouwing en bijbehorende onderzoeken moet blijken dat voldaan wordt aan de wettelijke vereisten dan wel dat er geen bezwaren bestaan tegen een herziening van het geldende bestemmingsplan. Uit de opgestelde ruimtelijke onderbouwing en bijbehorende onderzoeken blijkt dat er geen bezwaren/belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.
Andere voorwaarden zijn niet verbonden aan het besluit om in principe mee te werken aan de herziening van het geldende bestemmingsplan. Houdbaarheid verkennend bodemonderzoek Voor voorliggend bestemmingsplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De rapportage met de resultaten dateert van 17 maart 2017. Daarmee is het onderzoeksrapport circa 5 jaar geleden opgesteld. Sinds het uitvoeren van het onderzoek hebben de gronden geen andere functie gehad en hebben (daarmee) geen activiteiten plaatsgevonden die van invloed zijn op de destijds onderzochte bodemkwaliteit. Daarmee wordt het in 2017 uitgevoerde verkennende bodemonderzoek geschikt geacht om de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan de onderbouwen. Trillingen In aanvulling op de ruimtelijk onderbouwing (bijlage 1) is een quickscan spoortrillingen uitgevoerd (We-Boost, quickscan spoortrillingen Acacialaan achter nrs 73 en 99 in Doetinchem, 30 augustus 2022, bijlage 2). Uit het onderzoek volgt dat trillingshinder kan worden uitgesloten voor deze locatie. Door de grote afstand tot het spoor, de relatief lage rijsnelheid en de lichte treinen zijn de trillingen relatief laag op de planlocatie. Omdat er geen trillingshinder in de toekomstige bebouwing wordt verwacht, is nader onderzoek niet nodig voor deze locatie.
Een voorwaardelijke verplichting in de planregels om te voldoen aan de geldende normen uit de SBR-richtlijn is dan ook niet aan de orde.
1.4.2 Voorwaarden op basis van onderzoek Uit de uitgevoerde onderzoeken volgt een aantal voorwaarden dat in voorliggend bestemmingsplan zijn doorvertaald in regels en/of verbeelding. Daarbij gaat het om het volgende: • het voorkomen van (diepe) graafwerkzaamheden in een zone van 3 meter vanaf de noordwestelijk en noordoostelijke perceelgrens. Op basis van het veldwerk voor de Bomen Effect Analyse is gebleken dat op 3 meter uit de noordoostelijke erfgrens enkel fijne opnamewortels zitten. Als bij graafwerkzaamheden voor bebouwing deze afstand in acht
37
wordt genomen, gaat naar verwachting niet meer dan 20% van de opnamewortels verloren. Dit wordt als acceptabel beschouwd. Bij de positie van het bouwvlak is de afstand van 3 meter in acht genomen. Daarnaast is in een zone van 3 meter langs de noordoorstelijke erfgrens het realiseren van bijbehorende bouwwerken, middels de regels en verbeelding, uitgesloten. Ook aan de noordwestelijke perceelsgrens zijn bomen aanwezig. Ter bescherming van deze bomen is, op basis van de ligging van de stabiliteitskluit, eveneens een zone van 3 meter langs de erfgrens aangehouden waar het realiseren van bijbehorende bouwwerken is uitgesloten. Ook is bij de positie van het bouwvlak de afstand van 3 meter in acht genomen. • voorwaarden aanleg en gebruik inrit als specifieke gebruiksregel. In de toekomstige situatie is de inrit gepositioneerd aan de kant van de noordwestelijke perceelgrens. Op basis van de Bomen Effect Analyse is als specifieke gebruiksregel bij de bestemming 'Tuin' en bestemming 'Wonen' een regel opgenomen voor de aanleg en het gebruik van de inrit. Dit om te waarborgen dan 1,5 meter uit het hart van nabijgelegen bestaande bomen wordt aangehouden als graafgrens, ontgraving plaatsvindt tot maximaal 30 cm -mv en onder de verharding beluchting wordt toegepast. En daarmee aantasting van wortelstelsel wordt voorkomen/beperkt.
• toepassen vleermuisvriendelijke buitenverlichting ter bescherming van het leefgebied van de vleermuis als specifieke gebruiksregel. Op basis van het uitgevoerde natuuronderzoek is gebleken dat de betekenis van de bomen rondom het plangebied mogelijk worden aangetast voor sommige vleermuissoorten, als gevolg van toename van kunstlicht vanuit het plangebied. Tegelijkertijd wijst het onderzoek uit dat er voldoende geschikt foerageergebied voor handen is in de directe omgeving van het plangebied. Om aantasting te voorkomen is als specifieke gebruiksregel bij de bestemming 'Tuin' en 'Wonen' opgenomen dat uitsluitend vleermuisvriendelijke buitenverlichting mag worden toegepast.
1.5 Wijze van bestemmen 1.5.1 Inleiding Dit bestemmingsplan is een ontwikkelingsgericht bestemmingsplan; de huidige bestemming 'Maatschappelijk' wordt herzien in de bestemmingen 'Wonen' en 'Tuin'. Omdat duidelijk is voor welke doeleinden de grond en de gebouwen mogen worden gebruikt en wat er aan nieuwe bebouwing wordt toegestaan, is het plan echter opgezet als een gedetailleerd bestemmingsplan. Dit biedt rechtszekerheid aan de burger. Er vinden voortdurend nieuwe ontwikkelingen plaats. Het plan moet flexibiliteit bieden om op deze ontwikkelingen in te kunnen spelen. Voor een deel is dat mogelijk met de in het plan opgenomen afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden. Daarmee kunnen (relatief kleinschalige) ontwikkelingen planologisch worden geregeld, zoals uitbreidingen van gebouwen en functies of het toelaten van aan huis gebonden beroepen en/of bedrijven.
1.5.2 Toelichting op de regels De regels bestaan uit de volgende onderdelen: • hoofdstuk 1: Inleidende regels; • hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; • hoofdstuk 3: Algemene regels; • hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.
1.5.2.1 Inleidende regels De inleidende regels omvatten de in de planregels gebruikte begripsomschrijvingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hiermee is planspecifiek vastgelegd wat bedoeld wordt en hoe gemeten moet worden. Als een begrip niet omschreven is, dan geldt de algemeen gangbare uitleg van het begrip.
38
1.5.2.2 Bestemmingsregels In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemmingsregel is, in overeenstemming met de RO-Standaarden 2012 waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (2012), in beginsel opgebouwd uit: • een bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de doeleinden waarvoor de gronden zijn bestemd en de toegelaten bijbehorende bebouwing; • de bouwregels: deze bevatten de voorgeschreven maatvoering van de bouwwerken; • nadere eisen; • afwijken van de bouwregels; • specifieke gebruiksregels; • afwijken van de gebruiksregels; • omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden; • wijzigingsbevoegdheid.
1.5.2.2.1 Tuin De gronden met de bestemming 'Tuin' maken juridisch en feitelijk deel uit van de bouwpercelen waarop woningen zijn gesitueerd. In de bestemmingsomschrijving is daartoe een koppeling aangebracht met de bestemming 'Wonen'. De bestemming 'Tuin' is toegekend aan de gronden aan de voorzijde van en tot 1 meter achter de naar de weg gekeerde bouwgrens van het bouwvlak waarbinnen de woning mag worden gesitueerd. Vanwege het behoud van het straatbeeld en het zicht op de woningen is binnen deze bestemming alleen een beperkte bebouwingsregeling opgenomen voor het bouwen van vlaggenmasten, speeltoestellen, en dergelijke. In het algemeen geldt dat gebouwen op deze gronden dan ook niet zijn toegestaan. Alleen de bouw van bijbehorende bouwwerken (een erker, toegangspartij en overkapping) is binnen deze bestemming mogelijk. Binnen de bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming 'Tuin' om te zetten naar de bestemming 'Wonen'. Deze wijzigingsbevoegdheid is opgenomen om maatwerk mogelijk te maken, voor het realiseren van bijbehorende bouwwerken (bijgebouwen) ter plekke van de opgenomen bestemming 'Tuin'. Specifieke bouwaanduiding - Bijgebouwen uitgesloten Voor voorliggend bestemmingsplan is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd.
Op basis van dit onderzoek wordt geadviseerd om de uiterste graafgrens voor het uitvoeren van werkzaamheden minimaal 3 meter uit de erfgrens (grenzend aan de bestemming 'Verkeer en 'Groen') te leggen, zodat niet meer dan een acceptabel percentage van de opnamewortels van de aanwezige bomen verloren gaan. De positie van het bouwvlak voldoet hieraan. Om graafwerk ten behoeve van bijbehorende bouwwerken dan wel vergunningsvrije bouwwerken te voorkomen, is middels een specifieke bouwaanduiding in een zone van 3 meter uit de betreffende erfgrens bijbehorende bouwwerken en overkappingen uitgesloten. In het belang van het behoud van de betreffende bomen is voor deze zone ook in de regels opgenomen dat de gronden ter plaatste niet worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. En dat daarmee het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken wordt uitgesloten.
1.5.2.2.2 Wonen De bestemming 'Wonen' is aan een deel van het plangebied toegekend met de bedoeling de te gebruiken voor de realisatie van een nieuw hoofdgebouw (met bijbehorende bouwwerken). het hoofdgebouw moet binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het bouwvlak heeft een afstand tot de zijdelingse perceelsgrens van 3 meter. Het bouwvlak heeft een afstand tot de achterse perceelsgrens van 3 tot ruim 5 meter. Daarmee wordt afgeweken van de standaard gehanteerde afstand van 8 meter op basis van het planologisch beleid. Een afwijking van deze afstand is in het principebesluit akkoord bevonden, omdat de woning met de gewenste situering het einde van de toegangsweg
39
markeert en dus afwijkt van een gebruikelijke stedenbouwkundige opzet. Daarnaast bevinden zich geen andere woningen aan de achterzijde van het perceel, waardoor de privacy (waarvoor de minimale afstand van 8 meter wordt gehanteerd) is gewaarborgd. De diepte van het bouwvlak is afhankelijk van het type woning. Zo hebben vrijstaande woningen en twee-aaneen (tweeonder-een-kap) woningen een bouwvlakdiepte van 15 meter. Aaneengebouwde woningen hebben een bouwvlakdiepte van 13 meter. In dit bestemmingsplan is sprake van een vrijstaande woning en is een te legitimeren afwijkende bouwvlakdiepte gehanteerd van ca. 21 meter. Ten grondslag hieraan ligt het ontwerp van de te realiseren vrijstaande woning. En in samenhang met het gegeven dat de bouwmogelijkheden ter plaatse met de herziening aanzienlijk worden gereduceerd ten opzichte van het geldende bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021'. Daarmee blijft (met de afwijkende bouwvlakdiepte) per saldo sprake van een afname van het oppervlak dat bebouwd kan worden c.q. de massa dat op basis van het bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021' gebouwd zou kunnen worden. Wat meer aansluit bij de bestaande (woon)omgeving. Het bouwvlak is voorzien van de bouwaanduiding vrijstaand. In de regels is bepaald wat de toegestane bouwhoogte van het hoofdgebouw mag zijn.
Hoofdgebouwen Standaard wordt in de regels ten behoeve van het bouwen van het hoofdgebouw buiten het bouwvlak de mogelijkheid opgenomen om onder voorwaarden daar medewerking aan te verlenen. Zo kan het hoofdgebouw gedeeltelijk tot op de zijdelingse bouwperceelsgrens gebouwd worden als het bouwperceel grenst aan openbaar gebied, waarop de bestemming 'Groen', 'Water', 'Verkeer' of vergelijkbare bestemming rust. In onderhaving geval is deze mogelijkheid niet opgenomen. Dit omdat op basis van de Bomen Effect Analyse een zone van 3 meter uit de zijdelingse perceelsgrens niet bebouwd mag worden voor het behoud van de daar aanwezige bomen en bijbehorend wortelstelsel. Ook kan een afwijking worden verleend voor het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit als woonruimte voor mantelzorg. Zie hiervoor ook de algemene uitleg bij Afwijking voor mantelzorg. Aan huis gebonden beroep en/of bedrijf Op gronden met de bestemming 'Wonen' is de uitoefening van een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toegestaan in een aangebouwde bijbehorend bouwwerk. Voorwaarde daarvoor is dat de woonfunctie in alle gevallen de hoofdfunctie binnen de bestemming blijft. In beperkte mate mag bij de uitoefening van een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf ook detailhandel plaatsvinden. Overige detailhandel is binnen de bestemming 'Wonen' nadrukkelijk uitgesloten.
Wanneer een aangebouwde oplossing niet mogelijk is vanwege architectuur of monumentale status van de woning, is het mogelijk om met een afwijking een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toe te staan in een vrijstaande bijbehorend bouwwerk. Hierbij moet het, als dat vanuit de bestemming noodzakelijk is vrijstaande bouwwerk wel een ruimtelijke eenheid vormen met de woning. Een internetwinkel is onder voorwaarden toegestaan, zo mag de internetwinkel alleen online verkopen, geen winkeluitstraling hebben, geen showroom en geen opslag binnen of buiten. Alleen in geval van gastouderschap is een buitenactiviteit in de vorm van buitenspelende kinderen toegestaan. Wijzigen (bouw)aanduiding In de bestemming 'Wonen' is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor het verschuiven van het bouwvlak. Wonen in aangebouwde bijbehorende bouwwerken Aangebouwde bijbehorende bouwwerken mogen worden gebruikt voor de uitbreiding van de woonfunctie, onder voorwaarde dat de afstand tussen dat bouwwerk en de achterste bouwperceelsgrens minimaal 8 meter bedraagt. Als het hoofdgebouw op kortere afstand ligt, geldt die afstand als norm. De afstandsnorm geldt niet voor bouwwerken die binnen het bouwvlak liggen. In de navolgende afbeelding zijn schematisch de verschillende varianten weergegeven. W = wonen en B = bijbehorende bouwwerken.
40
Met een afwijking is het mogelijk om wonen en aan huis gebonden beroep en/of bedrijf in aangebouwde bijbehorende bouwwerken op kortere afstand dan 8 meter (tot 3 meter) tot de achterste bouwperceelsgrens toe te staan. Hierbij moet voldaan worden aan een aantal voorwaarden bijvoorbeeld dat de achterste bouwperceelsgrens grenst aan (openbaar) gebied met bijvoorbeeld een groen- of verkeersbestemming. Voorgevelbreedte Om levensloopbestendige woningen te kunnen realiseren is er ruimte nodig in de woning. Daartoe moet de woning een minimale voorgevelbreedte van 6 meter hebben. Deze eis geldt voor zowel nieuwbouw als vervangende nieuwbouw. Burgemeester en wethouders kunnen van deze eis afwijken als deze onredelijk is, de bouwkundige situatie daar aanleiding toe geeft en de woning desondanks levensloopbestendig blijft of wordt. Dakoverstekken Steeds meer gebouwen worden voorzien van royale dakoverstekken. Dat heeft soms met architectuur te maken, maar vaak is de overkapte ruimte gewoon functioneel. De ruimte wordt dan bijvoorbeeld gebruikt als veranda (overdekt terras) of carport. Volgens de Nederlandse Norm (NEN) is tot 75 centimeter sprake van een overstek. Bij een grotere afmeting is sprake van een overkapping en dan telt de overkapte ruimte mee bij de berekening van de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken. Dit is van belang omdat de oppervlakte is genormeerd.
Bouwwerken op daken Afscherming technische installatie op daken zoals airco's, warmtepompen, zonnepanelen, e.d. zijn mogelijk tot 0,5 m boven het dakvlak. Als het dak daarbij al de maximum bouwhoogte heeft bereikt. Deze maat komt dan extra bovenop de de maximum bouwhoogte. Zodat de afscherming van technische installaties ook op deze daken mogelijk zijn. Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan binnen de bestemming 'Wonen' en het daarin gelegen bouwvlak. Zij moeten op minimaal 1 meter achter de voorgevel van de woning worden gebouwd. In het bouwvlak geldt niet de 'terugspringregel' van 1 meter. Bijbehorende bouwwerken in het bouwvlak mogen dus in één lijn met de voorkant van de woning staan. Deze afstand sluit aan op de stedenbouwkundige opzet van een woonwijk en voorkomt brede gevelaanzichten. In de navolgende schematische weergave is de 'terugspringregel' van 1 meter weergegeven.
Tijdelijke woonunits ter overbrugging van de bouwperiode
41
Op woningbouwlocaties wordt af en toe gebruik gemaakt van tijdelijke woonunits. Dit zijn veelal prefab gebouwen maar soms ook sta- of toercaravans. Deze gebouwen voorzien in een tijdelijke behoefte, namelijk een alternatieve huisvesting ter overbrugging van de bouwperiode. Een tijdelijke woonunit mag uitsluitend worden geplaatst op het perceel waar een woning wordt gebouwd of verbouwd. Het maakt niet uit of de bouw wordt uitgevoerd door de (toekomstige) bewoner zelf of door een aannemer. Voor een tijdelijke woonunit is een omgevingsvergunning met instandhoudingstermijn vereist. De instandhoudingstermijn wordt gekoppeld aan de daadwerkelijke start en duur van de bouw. Dit is om te voorkomen, dat een unit of caravan wordt geplaatst zonder dat er vergunning is verleend voor bouw of verbouw van een woning of nog geen begin is gemaakt met de bouw. Het komt in de praktijk ook wel eens voor, dat een woning ingrijpend wordt verbouwd zonder dat een vergunning is vereist, bijvoorbeeld voor het opknappen van een oude woning. In dat geval moet de bouwer in spé schriftelijk een onderbouwing overleggen waarom tijdens de bouw niet in de woning of elders kan worden gewoond. Deze onderbouwing moet vergezeld gaan van een planning, zodat duidelijk is hoe lang de woonunit nodig is. Als de woning gereed is, moet de tijdelijke woonunit worden verwijderd.
Specifieke bouwaanduiding - Bijgebouwen uitgesloten Voor voorliggend bestemmingsplan is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek wordt geadviseerd om de uiterste graafgrens voor het uitvoeren van werkzaamheden minimaal 3 meter uit de erfgrens (grenzend aan de bestemming 'Verkee en 'Groen') te leggen, zodat niet meer dan een acceptabel percentage van de opnamewortels van de aanwezige bomen verloren gaan. De positie van het bouwvlak voldoet hieraan. Om graafwerk ten behoeve van bijbehorende bouwwerken dan wel vergunningsvrije bouwwerken te voorkomen, is middels een specifieke bouwaanduiding in een zone van 3 meter uit de betreffende erfgrens bijbehorende bouwwerken en overkappingen uitgesloten. In het belang van het behoud van de betreffende bomen is voor deze zone ook in de regels opgenomen dat de gronden ter plaatste niet worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht, zoals dat artikel luidt op het moment van de datum van inwerkingtreding van dit plan. En dat daarmee het realiseren van vergunningsvrije bouwwerken wordt uitgesloten.
1.5.2.2.3 Referentiekader nadere eisen- en afwijkingsbevoegdheden Een aantal planregels geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om nadere eisen te stellen of een afwijking te verlenen als bedoeld in artikel 3.6, lid 1, onder d, respectievelijk onder c, van de Wet ruimtelijke ordening. De nadere eisen kunnen betrekking hebben op de plaats en afmetingen van de bebouwing. Deze kunnen toegepast worden als het concrete bouwplan voor de genoemde onderdelen, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, een ongewenst gevolg voor de omgeving heeft. Binnen de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden komen veelal de volgende voorwaarden voor: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende de gebruiksmogelijkheden van die percelen; b. de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is; c. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is. Deze voorwaarden zijn als volgt uit te leggen: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende de gebruiksmogelijkheden van die percelen: als een afwijking of wijziging op een aangrenzend perceel van zodanige invloed is dat deze grond, minder goed te gebruiken is dan het was, dan is het niet gewenst om aan de afwijking of wijziging mee te werken; b.
de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is: ten aanzien van de binnen een regeling toegelaten gebruiksvormen moet rekening worden gehouden met de milieu- en andere aspecten, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking. Als hierdoor de omgeving nadelig belast wordt, dan is medewerking niet gewenst;
42
c. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is: de (met name) financiële uitvoerbaarheid van een plan moet hierbij onderbouwd worden. Aan een (financieel) niet haalbaar plan kan niet meegewerkt worden.
1.5.2.2.4 Specifieke gebruiksregels 1.5.2.2.4.1 Parkeren Daar waar het relevant is voor de bestemming, is een specifieke gebruiksregel voor parkeren opgenomen. Op grond van artikel 3.1.2. tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel. In Doetinchem ligt het parkeerbeleid vast in de 'Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017 - 2020' en 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017. In het bestemmingsplan wordt tot uitdrukking gebracht, dat bij de toets op het onderdeel parkeren, deze beleidsregel betrokken moet worden bij bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State blijkt, dat een zogenoemde dynamische verwijzing in het bestemmingsplan acceptabel is. Daarom is aan de parkeerbepaling in het bestemmingsplan de zinsnede 'met dien verstande dat wanneer deze parkeerregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging'. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht, dat in principe te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus gedurende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk.
1.5.2.2.4.2 Aanleg en gebruik inrit Voor voorliggend bestemmingsplan is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek wordt geadviseerd om een inrit op minimaal 1,5 meter uit het hart van nabijgelegen bomen te realiseren en een diepte van 30 cm -mv aan te houden voor ontgravingen. Dit vanwege het behoud van de aanwezige bestaande bomen. Ook is geadviseerd beluchting onder de verharding toe te passen om dezelfde reden. Deze adviezen zijn vervat in een specifieke gebruiksregel voor de aanleg en het gebruik van een inrit.
1.5.2.2.4.3 Vleermuisvriendelijke verlichting Op basis van het uitgevoerde natuuronderzoek is gebleken dat de betekenis van de bomen rondom het plangebied mogelijk worden aangetast voor sommige vleermuissoorten, als gevolg van toename van kunstlicht vanuit het plangebied. Tegelijkertijd wijst het onderzoek uit dat er voldoende geschikt foerageergebied voor handen is in de directe omgeving van het plangebied. Om aantasting te voorkomen is als specifieke gebruiksregel bij de bestemming 'Tuin' en 'Wonen' opgenomen dat uitsluitend vleermuisvriendelijke buitenverlichting mag worden toegepast.
1.5.2.2.5 Afwijking voor mantelzorg Bij woningen is een afwijking bij de bouw- en gebruiksregels opgenomen voor het toestaan van een mantelzorgwoning. De afwijking is bedoeld voor het plaatsen en gebruiken van een tijdelijke woonunit als woonruimte voor mantelzorg. Hier zijn wel voorwaarden aan verbonden, bijvoorbeeld dat de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is.
1.5.2.3 Algemene regels 1.5.2.3.1 Anti-dubbeltelregel Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt.
1.5.2.3.2 Algemene bouwregels
43
In de algemene bouwregels is onder andere omschreven wanneer er geen verbod geldt voor het overschrijden van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen voor bepaalde bouwdelen. Ook is omschreven wanneer het bevoegd gezag kan afwijken van bouw- en/of bestemmingsgrenzen. De 'bestaande matenregeling' is bedoeld voor legale bouwwerken die afwijken van de vastgestelde situering, gooten/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud van de bouwregels in dit bestemmingsplan. De bestaande afwijking is daarmee toegestaan. In het artikel 'Ondergronds bouwen' is aangegeven dat de opgenomen bouwregels zijn bedoeld voor bouwwerken boven de grond.
1.5.2.3.3 Algemene gebruiksregels De algemene gebruiksregel luidt dat het verboden is om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met de bestemming. Hierbij zijn een aantal gebruiksvormen specifiek benoemd. Gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemming of het normale onderhoud van de gronden en/of bouwwerken wordt toegelaten. In de algemene gebruiksregels is ook benadrukt welk gebruik sowieso is toegestaan. Namelijk het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere - op grond van de bestemmingsregels geoorloofde voorzieningen op het dak.
1.5.2.3.4 Algemene aanduidingsregels In de algemene aanduidingsregels kunnen zo nodig de regels met betrekking tot één of meer gebiedsaanduidingen een plaats krijgen. De volgende algemene aanduidingsregels komen in dit bestemmingsplan voor: Milieuzone - natte landnatuur De gronden ter plaatse van de aanduiding 'Milieuzone - natte landnatuur' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en ontwikkeling van de hydrologische berschermingszone natte landnatuur. Voor nieuwe functies geldt dat deze geen significant nadelige effect mogen hebben op de instandhouding van de natte landnatuur. Overige zone - aardkundige waarden Voor de aanwezige aardkundige waarden is de aanduiding 'overige zone - aardkundige waarden' opgenomen waaraan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is gekoppeld. Dit betekent dat de grond ter plekke van de aanduiding niet zomaar afgegraven of geëgaliseerd mag worden. In de regels bij deze bestemmingen is een voorrangsregeling opgenomen met het oog op de bescherming van de belangen en de aanwezige waarden. De gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de onderliggende bestemmingen worden hierdoor beperkt. In de zones mogen geen bouwwerken en werken worden uitgevoerd.
Met een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden kan van het bouwverbod worden afgeweken. Overige zone - nieuwe risicobronnen uitgesloten In deze zone is het verboden om nieuwe risicobronnen te vestigen of bestaande risicobronnen uit te bereiden.
1.5.2.3.5 Algemene afwijkings- en wijzigingsregels De algemene afwijkingsregel voorziet in de mogelijkheid om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de regels van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld voor kleine bouwwerken voor nutsvoorzieningen. De in het plan opgenomen algemene wijzigingsbevoegdheden laat meer ingrijpende afwijkingen toe en wordt daarom gekoppeld aan een zwaardere procedure dan die voor het verlenen van een afwijking van de bouw- en gebruiksregels.
44
Voor het opwekken van kleinschalige duurzame energie. Hierbij moet gedacht worden aan zonnepanelen, mini windturbines en kleine windturbines. Voor zonnepanelen voor eigen gebruik gelden een aantal voorwaarden, bijvoorbeeld dat de zonnepanelen op eigen grond geplaatst moeten worden, daarnaast ook dat deze grond in gebruik moet zijn als erf. De oppervlakte maat van 100 vierkante meter is extra t.o.v. de standaard oppervlakte van 20 vierkante meter (bouwwerken, geen gebouwen zijnde). Mini windturbines (ook wel windwokkels genoemd) zijn met een afwijking toegestaan op het dak, waarbij voorwaarden gelden, onder andere dat de as-hoogte maximaal 5 meter boven het hoogste punt van het gebouw of bouwwerk waar de mast op staat uit komt. Kleine windturbines (ook wel windmolentjes genoemd) staan op de grond en zijn met een afwijking toegestaan in de gebiedstype buitengebied en bedrijventerreinen, zie Bijlage 5 Gebiedstypen. In een woonwijk (gebiedstype woongebieden) is het niet toegestaan om een kleine windturbine op te richten. Om de afwijking vergund te krijgen moet verder aan een aantal andere voorwaarden worden voldaan, bijvoorbeeld dat de maximale as-hoogte 30 meter is van de turbine.
1.5.2.3.6 Overige regels Onder overige regels zijn die regels geplaatst die niet onder een andere regel zijn te vatten.
1.5.2.4 Overgangs- en slotregels In de loop van de tijd kan het gebruik van gronden of bouwwerken gaan afwijken van datgene wat mogelijk is op basis van het bestemmingsplan. In de overgangsregels wordt geregeld hoe met deze afwijking acceptabel zijn. De naam van het plan wordt in de slotregel aangehaald.
1.6 Economische uitvoerbaarheid De ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt is een particulier initiatief. De initiatiefnemer neemt dan ook alle bijbehorende uitvoeringskosten voor zijn rekening. Via de gemeentelijke legesverordening worden de kosten die gemoeid zijn met het planologisch mogelijk maken van en de feitelijke realisatie van de vrijstaande woning met bijgebouwen aan de initiatiefnemer doorberekend. Er is geen sprake van andere door de gemeente gemaakte kosten die verhaald moeten worden op de initiatiefnemer. En ook niet van afspraken die vastgelegd moeten worden. Het sluiten van een anterieure overeenkomst (en opstellen van een exploitatieplan) is daarmee niet nodig. Met de initiatiefnemer is een verhaalscontract gesloten in het kader van planschade. Daarmee blijft eventueel uit het initiatief voortvloeiende planschade (die niet wordt voorzien) voor rekening van aanvrager. Voorts zijn er geen twijfels over de economische uitvoerbaarheid van het plan.
1.7 Procedure 1.7.1 Algemeen Dit bestemmingsplan doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Ook is het plan op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening overlegd met een aantal instanties, zie paragraaf 7.2. In dit hoofdstuk zal het resultaat van inspraak en vooroverleg worden behandeld. De resultaten van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden niet toegevoegd aan dit hoofdstuk. Deze maken onderdeel uit van het raadsvoorstel en -besluit omtrent de vaststelling.
45
1.7.2 Overleg 3.1.1 Bro Het plan is op basis van artikel 3.1.1. Bro overlegd met de volgende instanties: • provincie Gelderland; • waterschap Rijn en IJssel; Op basis van richtlijnen van de rijksoverheid is vooroverleg met deze instantie niet nodig. Er is geen rijksbelang dat hiertoe aanleiding geeft. Provincie Gelderland De provincie Gelderland heeft per mail en per brief (zaaknummer 2022-008345) op 28 juni 2022 laten weten dat de provinciale belangen Wonen, Klimaatadaptatie en Beschermingszone natte landnatuur goed zijn meegewogen in het plan. Daarmee heeft de Provincie Gelderland positief gereageerd op het concept-ontwerpbestemmingsplan. Deze reactie is dus ook geen aanleiding geweest om het plan te wijzigen. Waterschap Rijn en IJssel Het Waterschap Rijn en IJssel heeft op 13 juni 2022 het volgende kenbaar gemaak: Het betreft hier een relatief kleine ontwikkeling met de realisatie van 1 woning. Het hemelwater wordt op eigen terrein geïnfiltreerd. Het is verder niet uitgewerkt hoe dit dan vormgegeven is of hoeveel capaciteit een eventuele infiltratievoorziening heeft. Gezien de beperkte omvang van het project (toename verharding <500m2) is dat in dit geval ook niet nodig. Wij zijn akkoord met het vermelden van het uitgangspunt dat het hemelwater op eigen terrein infiltreert.
Daarmee heeft het Waterschap Rijn en IJssel positief gereageerd op het concept-ontwerpbestemmingsplan. Deze reactie is dus ook geen aanleiding geweest om het plan te wijzigen.
1.7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Voor de maatschappelijke uitvoerbaarheid wordt verwezen naar paragraaf 6.13 van de ruimtelijke onderbouwing (Bijlage 1).
46
BIJLAGEN BIJ TOELICHTING
47
1 Ruimtelijke onderbouwing Acacialaan Doetinchem 1 Ruimtelijke onderbouwing Acacialaan Doetinchem
1 Bijlage 1 bij ruimtelijke onderbouwing - Verkennend bodemonderzoek 1 Bijlage 1 bij ruimtelijke onderbouwing - Verkennend bodemonderzoek
2 Bijlage 2 bij ruimtelijke onderbouwing - Akoestisch onderzoek weg- en spoorverkeer 2 Bijlage 2 bij ruimtelijke onderbouwing - Akoestisch onderzoek weg- en spoorverkeer
3 Bijlage 3 bij ruimtelijke onderbouwing - Quickscan natuuronderzoek 3 Bijlage 3 bij ruimtelijke onderbouwing - Quickscan natuuronderzoek
4 Bijlage 4 bij ruimtelijke onderbouwing - Archeologisch onderzoek 4 Bijlage 4 bij ruimtelijke onderbouwing - Archeologisch onderzoek
5 Bijlage 5 bij ruimtelijke onderbouwing - Bomen Effect Analyse 5 Bijlage 5 bij ruimtelijke onderbouwing - Bomen Effect Analyse
6 Bijlage 6 bij ruimtelijke onderbouwing - vragenlijst Woningbouwstrategie 2019 6 Bijlage 6 bij ruimtelijke onderbouwing - vragenlijst Woningbouwstrategie 2019
7 Bijlage 7 bij ruimtelijke onderbouwing - verbeelding 7 Bijlage 7 bij ruimtelijke onderbouwing - verbeelding
48
2 Onderzoek spoortrillingen 2 Onderzoek spoortrillingen
49