Bijlage 1 Reactienota (anoniem).pdf
Tekst van het document
Pagina 46 van 111
26 mei 2021
lid a. Sub a is aangevuld, zodat 16.2.3 ook geldt ter plaatse van de aanduiding ‘verblijfsrecreatie’. Voor het perceel in kwestie is het overigens alleen maar mogelijk om maximaal 5 stacaravans te plaatsen. Er is geen recht op (een) recreatiewoning(en). In artikel 16.1 is in sub h, i en j opgenomen dat respectievelijk detailhandel, dienstverlening en horeca, alleen ten dienste van en ondergeschikt aan de hoofdfunctie toegestaan is. De genoemde horeca-activiteiten vallen hieronder. Dagrecreatie in de vorm van extensieve dagrecreatie is in het algemeen toegelaten binnen de hoofdfunctie ‘Recreatie’, zoals in artikel 16.1 onder a is opgenomen. 34-4. Beschikbare vierkante meters voor vaste bebouwing Huidig hebben wij recht op 1.750 vierkante meter vaste bebouwing voor het bedrijfsgedeelte op de Ooijmanlaan 24. Dit is permanente bebouwing, waarbij stacaravans & recreatiewoningen, inclusief bijgebouwen, niet in meetellen voor de vierkante meters. In de nieuwe beheersverordening dienen wij ook de vermelding te verkrijgen dat de vaste bebouwing voor het bedrijfsgedeelte op de Ooijmanlaan 24, maximaal 1.750 vierkante meter is. Voor de bouw van deze vierkante meters is ook een goedkeuring verkregen via vooroverleg & omgevingsvergunning. De beheersverordening legt in artikel 16.2.2 sub b vast dat de bestaande bebouwde oppervlakte, vermeerderd met 10% toegestaan wordt.
Dit geldt voor bedrijfsgebouwen exclusief recreatiewoningen of stacaravans. In artikel 1.29 is bepaald wat verstaan wordt onder bestaand gebruik/bestaande bebouwing. Dat is de bebouwing of het gebruik dat op moment van inwerkingtreding van de verordening legaal aanwezig of op grond van een vergunning toegestaan is. Daaronder valt niet het bouwwerk of gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan, tenzij het gemeentebestuur in een voorkomend geval uitdrukkelijk anders heeft besloten. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 34: •
Artikel 16.2.3.a van de regels is aangevuld na ‘… de aanduiding ‘kampeerterrein’…’ met ‘of ‘verblijfsrecreatie’’
Reactie 35. (1612573) 35-1. Het kadastraal perceel k299, Nieuwestraat 11, te Wehl, heeft volgens uw ontwerp een bestemming gekregen met cultuurhistorische waarde. Deze historische waarde was tot kortgeleden niet bekend bij de eigenaren. Vanuit verschillende documenten valt op te maken dat de cultuurhistorische waarde voornamelijk te maken heeft met het aanzicht van de woning. Echter ligt er een plan om dakramen toe te voegen op eerste verdieping zodat er meer direct daglicht toegevoegd wordt aan de verdieping. Graag zouden wij willen weten welke mogelijkheden er zijn om de dakramen toe te voegen. In de bijlage vindt u een schematische tekening met
1434859 / 1602599
Pagina 47 van 111
26 mei 2021
daarop het idee van de plaatsing van de dakramen.
Het is op voorhand niet uitgesloten dat het gewenste bouwplan geen doorgang kan vinden, maar dit dient via een afzonderlijke procedure beoordeeld te worden. Een verzoek kan via het Omgevingsloket bij de gemeente Doetinchem worden ingediend. Vervolgens zal deze worden beoordeeld en kan er besluitvorming over plaatsvinden. Voor meer informatie kan er contact worden opgenomen met het loket Bouwen en Wonen. 35-2. Het naast liggende kadastraal perceel k736 heeft volgens ruimtelijkeplannen.nl geen cultuurhistorische waarde maar is op doetinchem.nl als gemeentelijk monument aangewezen. Door de verbouwing van de vorige eigenaren zijn wij van mening dat het achterliggende gebouw “Drogerij” niet meer als Monument gerekend kan worden. Het enige wat nog monumentaal is, zijn de 2 stortbakken en de graanverdeling op de boven verdieping. Voor het behoud van deze monumenten is een voorstel dat deze aan een museum overgedragen worden. Het voorste gebouw de “Maalderij” is nog wel in originele staat maar daarmee is ook alles gezegd. De Balken van de eerste verdieping als ook het dak zijn grotendeels verrot en word gedragen door tijdelijke steunpilaren. Als deze breken valt het dak in elkaar. Verder is de voorgevel gebroken en buikt uit omdat de tussenmuren van boven naar beneden zijn gescheurd.
Het verzoek is om te kijken of het mogelijk is om de monumentale elementen van de “drogerij” over te dragen zijn aan een museum. Verder is het verzoek om te onderzoeken of het mogelijk is om van de “drogerij” vakantiewoningen te maken met indien nodig de functie als aanleunwoningen voor mantelzorg. De gemeentelijke monumenten worden niet in de beheersverordening beschermd, maar in de erfgoedverordening. Zie verder het antwoord onder 15-4. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 35: •
De inventarisatierapporten cultuurhistorische bebouwing zijn als bijlagen toegevoegd aan de regels.
Reactie 36. (1612911) 36-1. In de regels behorende bij de beheersverordening is bepaald dat een toename van de stikstofdepositie niet is toegestaan. Voor bedrijven met een onherroepelijke Wnb-vergunning is die vergunning de referentie. De van toepassing zijnde Wnbvergunningen worden genoemd in bijlage 1 behorende bij de regels. Voor het bedrijf van cliënt wordt geen vergunning genoemd in de bijlage, terwijl er wel een Wnb-vergunning is verleend. Concreet gaat het om een vergunning 1434859 / 1602599
Pagina 48 van 111
26 mei 2021
verleend op 3 oktober 2016 met kenmerk 2016-010774. Ik verzoek u deze vergunning op te nemen in bijlage 1. Volledigheidshalve heb ik de vergunning meegestuurd als bijlage.
Het besluit tot verlenen van de vergunning Natuurbeschermingswet 1998 d.d. 3 oktober 2016 met zaaknummer 2016-010774 is toegevoegd aan bijlage 1 Lijst vergunning Wet natuurbescherming van de Beheersverordening Landelijk gebied - 2020. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 36: •
Het besluit tot verlenen van de vergunning Natuurbeschermingswet 1998 d.d. 3 oktober 2016 met zaaknummer 2016-010774 is toegevoegd aan bijlage 1 Lijst vergunning Wet natuurbescherming van de Beheersverordening Landelijk gebied 2020.
Reactie 37. (1612584) 37-1 Op tekening blad 2 NL.IMRO 0222000013112003 staat ons perceel ingekleurd als recreatie/sportgebied. Hier kloppen de intekeningen van de woning en bijgebouwen niet (oud). Onze woning zou hier dus kunnen worden gezien als beheerderswoning sportcomplexen. Hetgeen absoluut niet het geval is. Op tekening NL.IMRO 0222000011062009 kan ik geen inkleuring vinden over gebruik / vaststelling van de gebruiksstatus. Wel staan hier de woning en garage/berging op aangegeven. De stal/opslagruimte/volière ontbreekt hier echter op. Op uw voorstel ontwerp beheersverordening staan deze ruimte wel aangegeven. Het terrein wordt gebruikt als wonen en hobbymatig houden van kleine dieren. Pony/schapen. Ik zou dit dan ook graag zo opgenomen willen zien. Wel zijn we aan het bestuderen om te kijken of we tussen de twee bijgebouwen in de toekomst nog een wintertuin(kas) kunnen plaatsen. Of dit vergunningplichtig is weet ik zo niet en of dit ook mogelijk is binnen de beheers verordening maar daar komen we wel achter. Het is juist dat de informatie op de tekeningen NL.IMRO.02220.00013112003 (bestemmingsplan Buitengebied 2002 Wehl) en NL.IMRO.02220.00011062009 (Parapluherziening Buitengebied) niet meer klopt. Beide tekeningen komen bij de vaststelling van de beheersverordening te vervallen.
De hoofdfunctie ‘Wonen’, zoals nu in de beheersverordening is aangegeven, komt overeen met de huidige situatie. Binnen de hoofdfunctie ‘Wonen’ is het hobbymatig houden van kleine dieren toegestaan. Als briefschrijver in de toekomst een wintertuin(kas) wil realiseren, kan hij in eerste instantie contact opnemen met het loket bouwen en wonen van de gemeente. De medewerkers kunnen briefschrijver informeren over de mogelijkheden.
Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 37: •
Geen.
1434859 / 1602599
Pagina 49 van 111
26 mei 2021
Reactie 38. (1612585) 38-1. Cultuur Historische Waarde Een gebouw dat zich midden op het bouwvlak bevindt, is aangemerkt als cultuurhistorische waardevol gebouw. Dit betreft een voormalig woonverblijf en stal. Het gebouw is door de jaren heen meerdere malen aangepast en veranderd, waardoor het naar onze mening niet meer gezien kan worden als cultuurhistorisch waardevol. Op dit moment is de staat van het gebouw slecht en staat verdere ontwikkelingen van het bedrijf in de weg. Inmiddels is het inventarisatie document "Inventarisatie cultuurhistorische waarde in de gemeente Doetinchem 2010" waar o.a. dit gebouw opstaat 11 jaar oud en we vragen ons dan ook af of deze inventarisatie niet geactualiseerd moet worden. Naar onze mening is de feitelijke bestaande situatie van het gebouw zodanig dat het niet meer de functie aanduiding "cultuurhistorische waarden' verdient. Wij verzoeken dan ook deze aanduiding van het gebouw te verwijderen zodat er bedrijfsontwikkeling kan plaats vinden die voldoet aan de huidige eisen. Zie antwoord 15-4. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 38: •
De inventarisatierapporten cultuurhistorische bebouwing zijn als bijlagen toegevoegd aan de regels.
Reactie 39. (1612589) 39-1. Cliënt beschikt op de genoemde locatie over een agrarisch bedrijf in de vorm van een gebruiksgerichte paardenhouderij. Ten behoeve van deze paardenhouderij zijn er binnen het perceel diverse bedrijfsgebouwen, voorzieningen en bouwwerken evenals een bedrijfswoning aanwezig. Het bedrijf kent de laatste jaren een gezonde ontwikkeling en wenst deze ontwikkeling ook de komende jaren duurzaam als gezinsbedrijf voort te zetten. Een actuele luchtfoto van het erf van het bedrijf wordt in onderstaande afbeelding weergegeven (onderdeel van de reactie). Aanduiding paardenhouderij Uit artikel 4.1, onder d., van de nieuwe beheersverordening blijkt dat onder deze verordening gebruiksgerichte paardenhouderij enkel toegestaan is op de enkelbestemming "Agrarisch met waarden", wanneer ter plaatse de aanduiding 'paardenhouderij' (ph) is opgenomen. Conform het vigerende bestemmingsplan "Wehl Buitengebied 2002" is het momenteel bij rechte toegestaan paardrijbakken te realiseren op de betreffende gronden. Immers, een paardenbak kan aangemerkt worden als een zogeheten "bouwwerken geen gebouw zijnde", waardoor deze conform artikel 6.3 van het vigerende plan toegestaan zijn buiten het bouwvlak. Cliënt heeft momenteel dan ook twee rijbakken gerealiseerd en in gebruik op de betreffende gronden.
Op het bouwvlak van onderhavig perceel (enkelbestemming Sport) is onder de nieuwe verordening de aanduiding 'paardenhouderij' (ph) opgenomen. Echter, uit onderhavige ontwerpbeheersverordening blijkt niet duidelijk dat deze aanduiding ook geldt voor de rest van het perceel, de weilanden en rijbakken gelegen op de enkelbestemming "Agrarisch met waarden". Onderhavige beheersverordening leidt er toe dat er strijdigheid ontstaat met de feitelijke situatie en heeft daarmee planschade tot gevolg. Verzocht wordt dan ook de aanduiding 'paardenhouderij' toe te voegen aan de gronden van het bedrijf gelegen op de enkelbestemming "Agrarisch met waarden", zoals weergegeven in 1434859 / 1602599
Pagina 50 van 111
26 mei 2021
figuur 1. Over de aanwezigheid van de gebruiksgerichte paardenhouderij ten tijde van het vaststellen van de beheersverordening is dan ook in de toekomst geen discussie mogelijk. In de beheersverordening is het beheer van het gebied, in overeenstemming met het bestaande feitelijke of planologisch toelaatbare gebruik, geregeld. Voor deze locatie is het planologisch toelaatbare gebruik vastgelegd. Terecht is geconstateerd dat de twee rijbakken deels buiten de hoofdfunctie ‘Sport’ liggen. Echter, binnen de hoofdfunctie ‘Agrarisch met waarden’ zijn ook rijbakken toegelaten. Daarmee is er dus geen strijdigheid. Wellicht is het logisch om de rijbakken in het geheel onder te brengen bij de hoofdfunctie ‘Sport’. Dit is echter een nieuwe ontwikkeling, die - wettelijk gezien - niet in de beheersverordening mag worden meegenomen. Deze ontwikkeling zal desgevraagd nader worden beoordeeld en indien gewenst kan voor deze ontwikkeling ook een zelfstandige planologische procedure voor deze locatie worden opgestart. Een verzoek hiertoe kan via het Omgevingsloket bij de gemeente Doetinchem worden ingediend. Vervolgens zal deze worden beoordeeld en kan er besluitvorming over plaatsvinden. Voor meer informatie kan er contact worden opgenomen met het loket Bouwen en Wonen.
39-2. Functieaanduiding: cultuurhistorisch (rijhal); De strekking van de verzonden boodschap van uw gemeente aan haar inwoners is dat ‘er in principe er door de beheersverordening niet zo veel veranderd'. Tevens wordt er gecommuniceerd dat ‘met een beheersverordening leggen we alleen de bestaande situatie vast. Dat betekent dat we vast leggen hoe u uw perceel nu gebruikt'. De binnenrijhal van cliënt heeft onder de nieuwe beheersverordening de functieaanduiding 'cultuurhistorisch' toegekend gekregen. Deze rijhal, gebouwd omstreeks 2003, betreft een loods opgebouwd uit stalen spanten, bekleed met damwand en bedekt met golfplaten. De aanduiding cultuurhistorisch brengt de nodige beperkingen met zich mee, zoals geregeld in artikel 4.8. Immers, het gebouw mag niet zonder meer worden gewijzigd en/of gesloopt. Cliënt ziet niet in wat een dergelijke loods qua cultuurhistorie toevoegt aan het gebied. Immers, het aanmerken van de rijhal als zijnde cultuurhistorisch zou inhouden dat vrijwel iedere agrarische werktuigenberging en iedere industriële loods aangemerkt kan worden als zijnde cultuurhistorisch. De rijhal is voorts dermate kortgeleden gerealiseerd (2003,18 jaar geleden), dat de aanduiding "cultuurhistorisch" op grond daarvan niet in lijn der verwachting ligt. In de toelichting op het plan wordt niet beschreven waarom aan betreffend object deze functieaanduiding is toegekend.
In de bijlage bij de planregels is ook geen overzicht opgenomen waarin de aanduiding wordt verantwoord. Gezien het voorstaande verzoekt cliënt dan ook de functieaanduiding 'cultuurhistorisch' van de rijhal te verwijderen. De aanduiding ‘cultuurhistorie’ is op het hele hoofdfunctievlak ‘Sport’ gelegd. Het gaat er daarbij om dat er hier meerdere gebouwen staan die een cultuurhistorische waarde hebben. Uit de rapportage ‘Inventarisatie cultuurhistorische waarden bebouwing landelijk gebied’ Gemeente Doetinchem d.d. februari 2011 (bijlage bij de regels van de verordening) blijkt welke gebouwen waardevol zijn en worden beschermd (o.a. sloopverbod). Gebouwen die geen cultuurhistorische waarde hebben, vallen onder de uitzondering als opgenomen in artikel 17.7.2 lid c van de regels. 1434859 / 1602599
Pagina 51 van 111
26 mei 2021
39-3. Archeologie Op onderhavig perceel is een waarde met betrekking tot archeologie opgenomen, te weten "Waarde - Archeologische verwachting 1". Ons bevreemd het dat archeologische verwachtingswaarden ook op het betreffende bouwvlak is opgenomen. Een bouwvlak is immers bedoeld om gebouwen, bouwwerken en verhardingen aan te leggen. In een groot deel van onderhavig bouwvlak is al meerdere malen diep gegraven (bij o.a. realisatie gebouwen, straatwerk). Hierdoor zijn eventuele archeologische waarden intussen dermate verstoord dat deze niet meer aanwezig zijn. Het beschermen van archeologische waarden op het bouwvlak is derhalve intussen irrelevant geworden. Wij verzoeken u dan ook de archeologische waarde van onderhavig bouwvlak te verwijderen. Hoewel niet is uit te sluiten dat de eventuele archeologische waarden zijn verstoord, doet niets af aan het feit, dat sprake blijft van archeologische verwachting(en). De dubbelhoofdfunctie blijft dus gehandhaafd. Overigens moet worden opgemerkt, dat bij de vaststelling een nieuwe indeling van de archeologische (verwachtings)waarden is opgenomen in de beheersverordening. Deze indeling is gebaseerd op de ‘Parapluherziening Archeologie - 2020’ die recentelijk is vastgesteld.
39-4. Scheuren van grasland Uit artikel 4.7.1, lid b., van onderhavige ontwerpbeheersverordening blijkt dat onder het nieuwe plan het scheuren van grasland niet toegestaan is zonder omgevingsvergunning. Cliënt acht een dergelijke bepaling niet gewenst. Immers, in de zeer droge zomers van 2018 en 2019 heeft veel grasland sterkte lijden gehad onder de droogte. Geheel vervangen van verdroogd grasland was daarbij vaak de enige optie. Het scheuren van grasland is aan strikte normen gebonden welke op landelijk en Europees niveau opgelegd zijn, zoals bijvoorbeeld via de Meststoffenwet. Een extra verbod op het scheuren van grasland zoals opgenomen in onderhavige beheersverordening leidt daarbij tot onnodige administratieve lasten en beperkingen. Ten aanzien hiervan kan nog opgemerkt worden dat dit niet in overeenstemming is met de communicatie van uw gemeente omtrent onderhavige verordening. Immers, de strekking van de verzonden boodschap van uw gemeente aan haar inwoners is dat “er in principe er door de beheersverordening niet zo veel veranderd'. In het vigerende bestemmingsplan is geen inperking van de mogelijkheden van het scheuren van grasland opgenomen, er verandert dus wel iets. Gelet op o.a.
de onnodige administratieve lasten dat een dergelijk verbod met zich meebrengt verzoeken wij u dan ook de bepaling over het scheuren van grasland uit onderhavige ontwerpbeheersverordening te verwijderen. In de functie Agrarisch met waarden is, om eventueel aanwezige waarden te kunnen beschermen, een omgevingsvergunning nodig voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Het scheuren van grasland behoort hiertoe, omdat hiermee waarden verloren kunnen gaan. Het scheuren van grasland wordt via een omgevingsvergunning mogelijk gemaakt als uit een uit te brengen advies van een ter zake deskundige blijkt dat daarbij geen waarden zullen worden aangetast. 1434859 / 1602599
Pagina 52 van 111
26 mei 2021
Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 39: •
De inventarisatierapporten cultuurhistorische bebouwing zijn als bijlagen toegevoegd aan de regels.
Reactie 40. (1612590) 40-1. Ik teken bezwaar aan tegen het ontwerp beheersverordening 'Landelijk gebied 2020', welke sinds 17 december 2020 ter inzage ligt, op onderstaande punten en tevens doelend op het woonadres, Ellegoorsestraat 29, 7004 HH te Doetinchem, kadastraal bekend Doetinchem M 5265. Het één afzonderlijk huishouden per woning. Hoofdstuk 1 Inleidende regels. Artikel 1 begrippen, par. 1.140 Woning, een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouding, woonwagens niet inbegrepen (Algeheel); In het huidige ontwerp wordt geen rekening gehouden met de huidige tijd, de mogelijkheden te bieden aangaande verschillende woonvormen. Hierin dient een bredere woonvorm mogelijk te zijn. Om de leefbaarheid in het buitengebied in stand te houden, een goed inpasbare oplossing voor de woning tekorten en het betaalbaar houden van het landelijk gebied: a) generatie-wonen, kangoeroe-wonen, bedrijfsovername, zonder zorgindicatie: ouders en/of kinderen de mogelijkheid bieden om een eventuele ouderlijke woning op termijn over te kunnen nemen. In een stadium de grootouders bijvoorbeeld de medeverzorging aan kleinkinderen bijdragen, ondersteunen in (terrein-)onderhoud en vervolgens de kinderen in een later stadium een (zorg) taak op zich te nemen naar de (groot-)ouders.
b) gezamenlijk starters-/gezinswoning in bestaande bebouwing of Rood voor Rood regeling; Jongeren en gezinnen (uit de landelijke omgeving) met “beperkte” financiële middelen een mogelijkheid te bieden tezamen met meerdere leeftijdsgenoten en-of gezinnen een … onder 1 kap woning te creëren in een bestaande woning, gestaakt agrarisch bedrijf of iets dergelijks. Er zijn vele woningen in het landelijk gebied van geruime omvang. Het is wel noodzakelijk om in deze situatie een bestaande woning te kunnen voorzien van meerdere kadastrale nummers en huisnummers in verband met het verstrekken van een hypotheek. c) a) en b) waarbij niet gesproken wordt over mantelzorg. De gemeente onderschrijft het belang van behoud van de leefbaarheid in het landelijk gebied. Het bieden van verschillende woonvormen kan hieraan ondersteunend zijn, maar dit is niet alleen bepalend. De gemeente kent meerdere mogelijkheden voor verschillende soorten woonvormen. In de beheersverordening zijn de bestaande woningen als zodanig vastgelegd. Ook is er een bepaling opgenomen voor mantelzorg. Het is echter wettelijk niet mogelijk om nieuwe ontwikkelingen in de vorm van andere woonvormen mogelijk te maken in de beheersverordening. Nieuwe ontwikkelingen zijn onder andere wel mogelijk op grond van de beleidsregel ‘Notitie wonen landelijk gebied’.
Daarmee kan bijvoorbeeld middels woningsplitsing de mogelijkheid worden geboden voor een meergeneratiewoongebouw onder één dak. Hierin is ook het beleid opgenomen voor Vrijkomende agrarische gebouwen (door 1434859 / 1602599
Pagina 53 van 111
26 mei 2021
briefschrijver aangehaalde Rood voor Rood regeling). Op dit moment is ook beleid in voorbereiding voor kamerbewoning. In alle gevallen geldt, dat er een planologische procedure nodig is voordat medewerking kan worden verleend. Bij het loket Bouwen & Wonen kan hierover informatie worden ingewonnen.
40-2. De maximale inhoud van een (bedrijfs-)woning, 750 m3 (Algeheel en Ellegoorsestraat 29) Artikel 21 Wonen, par. 21.2.2 Hoofdgebouwen, lid d: de inhoud van een woning mag maximaal 750 m3 bedragen; Algeheel: Geen specifieke inhoudsmaten vermelden op de ‘Verbeelding Beheersverordening’. Mogelijkheid bieden, gelijkheid aan een ieder, bestaande gebouwen met een woonfunctie welke reeds een groter aan volume kennen en/of met meerdere aan elkaar verbonden gebouwen of binnen 4 meter van de woonfunctie de mogelijkheid bieden het volume van 750 m3 te overstijgen, mits daarvoor de bestaande bebouwing contouren niet dermate aangepast worden. Ellegoorsestraat 29: Woninginhoud, hoofdgebouw(en) omvat in bestaande situatie reeds meer dan het gestelde maximum van 750 m3, deze grotere inhoud dan 750 m3 staat niet vermeld in de ‘Verbeelding beheersverordening Landelijke gebied – 2020’, blad 8 d.d. 12/9/2020, zoals wel vermeld bij andere locaties, dit dient te worden aangepast. De huidige woning omvat ca. 2880 m3. De gemeente neemt in de beheersverordening geen nieuwe (ruimere) wensen voor bouwmogelijkheden op. Op grond van eerdere vastgestelde bestemmingsplannen is de inhoud van maximaal 750 m3 opgenomen. Indien er sprake is van een bestaande woning met een grotere inhoud, dan geldt die grotere inhoud op grond van de regeling ‘bestaande maten’ zoals deze in artikel 41 is opgenomen.
Wat onder bestaande bebouwing wordt verstaan is opgenomen in de begripsbepalingen (artikel 1.30 van de regels). Een nadere aanduiding opnemen met een specifieke maatvoering is dan ook niet noodzakelijk. Daar waar in de beheersverordening inhoudsmaten voor woningen wel opgenomen zijn, zijn deze noodzakelijk. Dit zijn woningen die zijn ontstaan op basis van het VAB-beleid, waarbij een specifieke inhoud van de woning is vastgelegd, die afwijkt van de standaard van 750 m3. Dit is op de locatie van briefschrijver niet aan de orde.
40-3. Bepaling/toetsing cultuurhistorisch waardevol bouwwerk: De door u gehanteerde cultuurhistorisch waardevol bouwwerk toetsing en bepaling mede het ontbreken van de onderbouwende informatie hier omtrent in het ontwerp beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' (Algeheel en Ellegoorsestraat 29); Algeheel: Zoverre de informatie na grondig speuren, bijna onvindbaar op de gemeentepagina is aangetroffen, niet als bijlage in ruimtelijkeplannen.nl. De toetsing/bepaling aan de hand van een ca. 10 jaar oude rapportage welke ik opgesteld door Bureau Helsdingen te Vianen. Bij een nieuwe beheersverordening behoort een actue(e)l(er) rapport en is deze duidelijk te raadplegen met een goede onderbouwing? De restricties welke u op de gebouwen legt naderen een monumentale status, echter zonder zienswijze/inspraak naar de bewoners van desbetreffende panden. Ellegoorsestraat 29: De 10 jaar oude opname door Bureau Helsdingen te Vianen vermeld dat het veldwerk onder andere is verricht vanaf de openbare weg. Het 1434859 / 1602599
Pagina 54 van 111
26 mei 2021
overgrote deel van de bebouwing is niet of nauwelijks zichtbaar vanaf de openbare weg, deze wijze van beoordelen is ook blijkens de verschillende tussen conclusies in de rapportage en de feitelijk situatie. Bezwaar makende op de cultuurhistorische bepaling over het gehele pand. Terecht wordt opgemerkt dat het rapport bijna onvindbaar is. Het was abusievelijk niet bijgevoegd bij de ontwerpbeheersverordening. Bij de vaststelling van de verordening wordt het alsnog toegevoegd als bijlage bij de regels van de beheersverordening. De rapportage heeft eerder deel uitgemaakt van het eerder vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied - 2012. In beginsel zullen de cultuurhistorische waarden van de geïnventariseerde bebouwing, niet substantieel zijn veranderd. De inventarisatie is nog immer voldoende waardevol. In voorbereiding op het omgevingsplan zal er hoogstwaarschijnlijk wel een nieuwe beoordeling en actualisatie plaatsvinden van cultuurhistorische waarden van de bebouwing in het landelijk gebied.
Vooralsnog is er geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen. Ook niet voor Ellegoorsestraat 29. Bij concrete bouwplannen kan specifiek worden beoordeeld of cultuurhistorische waarden niet meer aanwezig zijn of mogelijk teniet gaan. Mocht dit het geval zijn, dan kan een omgevingsvergunning worden verleend.
40-4. Het verwijderen van de functieaanduiding (ch) op het perceel Ellegoorsestraat 29 te Doetinchem kad. M 5265, "(ch)" betekent cultuurhistorie conform legenda Verbeelding Beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020', Blad LEGENDA d.d. 12/9/2020 in Verbeelding Beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020', Blad 8 d.d. 12/9/2020 (Ellegoorsestraat 29); Bezwaar op het bestempelen van het perceel Ellegoorsestraat 29 te Doetinchem, ‘cultuurhistorisch waardevol’ op basis van een 10 jaar oude rapportage, welke niet overeenkomt met de feitelijke situatie en onder vorig punt benoemde onderbouwing. Daarom verzoek tot het verwijderen van de cultuurhistorische stempel aangaande het perceel Ellegoorsestraat 29 te Doetinchem. Zie het antwoord op reactie 40-3.
40-5. Omvang van het bijbehorend bouwwerk (bestaand), Ellegoorsestraat 29; De omvang van het bijbehorend bouwwerk (bestaand), Ellegoorsestraat 29 omvat circa 300 m². De omvang van het huidig bijbehorend bouwwerk dient gehandhaafd te blijven en opgenomen te worden in het ontwerp beheersverordening ‘Landelijk gebied – 2020’. Dit bouwwerk staat aan de achterzijde, in noordelijke richting van het hoofdgebouw. Verzoek handhaven bijbehorend bouwwerk circa 300 m². De beheersverordening staat in beginsel 100 m² aan bijbehorende bouwwerken per woning toe. Voor legale bestaande bijbehorende bouwwerken is er geen verplichting om dit te verminderen tot deze 100 m². Op grond van de regeling ‘bestaande maten’ zoals deze in artikel 41 is opgenomen, is de oppervlakte van de bestaande legale bebouwing de maximale oppervlakte. Wat onder bestaande bebouwing wordt verstaan is opgenomen in de begripsbepalingen (artikel 1.30 van de regels). 1434859 / 1602599
Pagina 55 van 111
26 mei 2021
40-6. Bij woningsplitsing de maximale woonomvang 375 m3 en het verplicht reduceren van de bestaande omvang aan bijbehorend bouwwerk, indien de omvang meer betreft dan 200m² (Algeheel en Ellegoorsestraat 29), 'Landelijk gebied - 2020 Regels ONTWERP'. Volgens het ontwerp beheersverordening bij woningsplitsing mag de inhoud van een woningdeel maximaal 375 m3 betreffen. Aangaande de Ellegoorsestraat 29 is dit dermate summier, niet in verhouding staande tot de huidige 2880 m3. Verzoek om voor dit adres een uitzondering te maken en een splitsing mogelijk te maken binnen de bestaande inhoud, waarbij de maximale splitsing inhoud van 375 m3 mag worden overschreden, mede door het verzoek omschreven in eerder punt met betrekking tot de maximale inhoud. Indien medewerking wordt verleend aan de woningsplitsing, dient er conform het ontwerp beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’ bestaande bijbehorende bouwwerken te worden gereduceerd tot een maximale omvang van 200 m². Aangaande de Ellegoorsestraat 29 betreft dit afbraak van een deel van het bestaande bouwwerk, welke in bestaande omvang van 300 m² benodigd is om het areaal grond te kunnen onderhouden, opslag van kostbare eigendommen en de (hobby)dieren te kunnen huisvesten.
Verzoek bij splitsing; met behoud van omvang van het bestaande bijbehorend bouwwerk, vanwege bovenstaande beweegredenen en het geheel nu ook geen (negatieve) invloed heeft op het landschap, omgeving of buren. De aangehaalde inhoudsmaat is niet van toepassing op dit perceel. Het perceel beschikt niet over de aanduiding ‘gesplitst’. Er is ter plaatse sprake van één woning binnen de hoofdfunctie ‘Wonen’. De gevraagde splitsing is een nieuwe ontwikkeling en kan niet worden meegenomen in de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’. In een beheersverordening mogen namelijk geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Overigens betekent dit niet dat de gemeente niet kan of zou willen meewerken aan de gevraagde ontwikkeling. Er moet hiervoor een afzonderlijke procedure voor doorlopen worden, waarin een concrete beoordeling plaatsvindt. Mogelijk kan beroep worden gedaan op de Notitie wonen landelijk gebied, die onlangs door de gemeenteraad is vastgesteld. Een verzoek kan via het Omgevingsloket bij de gemeente Doetinchem worden ingediend. Vervolgens zal deze worden beoordeeld en kan er besluitvorming over plaatsvinden. Voor meer informatie kan er contact worden opgenomen met het loket Bouwen en Wonen.
Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 40: •
De inventarisatierapporten cultuurhistorische bebouwing zijn als bijlagen toegevoegd aan de regels.
1434859 / 1602599
Pagina 56 van 111
26 mei 2021
Reactie 41. (1612599) De gronden van dit perceel zijn Agrarisch bestemd (artikel 3) van eigenaren is een Agrarische bestemming opgenomen met een bijbehorend bouwvlak. In een beheersverordening wordt het bestaande gebruik vastgelegd. De eigenaren wonen sinds 1986 op dit adres. De gebouwen op het perceel worden vanaf dat moment niet meer voor bedrijfsmatige agrarische activiteiten gebruikt. Voor zover achterhaald kan worden is de verbouwing van 1985 bij de gemeente Doetinchem bekend. Dit blijkt onder andere doordat er twee huisnummers zijn toegekend. Om onduidelijke redenen is de agrarische bestemming sindsdien gehandhaafd. Ik verzoek u dan ook om voor het perceel Nijmansweg 3/3a te Doetinchem een woonbestemming op te nemen, conform het feitelijk bestaand gebruik zoals dat feitelijk al ruim 35 jaar aanwezig is op het moment dat de beheersverordening wordt vastgesteld. Naar aanleiding van de reactie heeft er onderzoek plaatsgevonden. Hierbij is geconcludeerd dat er reeds vele jaren geen sprake meer is van een agrarisch bedrijf. De hoofdfunctie ‘Wonen’ sluit dus beter aan bij de bestaande situatie en de omzetting heeft geen negatieve effecten op functies in de omgeving. De hoofdfunctie ‘Wonen’ is in de beheersverordening opgenomen. In het bestemmingsplan is altijd sprake geweest van één (bedrijfs)woning. Het toevoegen van een woning is een nieuwe ontwikkeling.
In de beheersverordening kunnen geen nieuwe ontwikkelingen worden opgenomen. Een verzoek hiertoe kan via het Omgevingsloket bij de gemeente Doetinchem worden ingediend. Vervolgens zal deze worden beoordeeld en kan er besluitvorming over plaatsvinden. Voor meer informatie kan er contact worden opgenomen met het loket Bouwen en Wonen.
Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 41: •
Op de verordeningskaart is de hoofdfunctie ‘Wonen’ opgenomen.
Reactie 42. (1612605) 42-1. De huidige planologische situatie Cliënten wonen aan de Hertelerweg 5 te Gaanderen. Naast hun woning bevindt zich sinds enkele jaren en in strijd met het vigerende bestemmingsplan het bedrijf Hofstad Grondwerken (hierna: Hofstad). Dit bedrijf houdt zich vooral bezig met grondverzet. De bedrijfsactiviteiten bestaan o.a. uit de afvoer van puin en oud straatwerk en de levering van menggranulaat (gebroken puin) en diverse grintsoorten. Het laden en lossen van dergelijke materialen veroorzaakt veel geluid- en trillinghinder. Cliënten ondervinden hiervan aanzienlijke overlast. Het ontwerp van de beheerverordening voorziet in de legalisatie van dit bedrijf. Cliënten kunnen zich hierin om de onderstaande redenen niet vinden. De gemeenteraad van Doetinchem heeft de vestiging van het bedrijf toegestaan door middel van de vaststelling op 18 juli 2013 van het bestemmingsplan Buitengebied 2012. Dit bestemmingsplan legde op het perceel Hertelerweg 3 naar aanleiding van een door de eigenaar van Hertelerweg 3 op het voorontwerp ingediende zienswijze de bestemming ‘agrarisch loonbedrijf, gecombineerd met een hoveniersbedrijf en een grondverzetbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'gemengd'’. Cliënten waren met de vaststelling van het bestemmingsplan niet op de hoogte en hebben tegen dit bestemmingsplan geen rechtsmiddelen aangewend.
Anderen hebben wel beroep ingesteld tegen andere onderdelen van het bestemmingsplan en 1434859 / 1602599
Pagina 57 van 111
26 mei 2021
dat heeft ertoe geleid dat de Raad van State het besluit tot vaststelling bij uitspraak van 5 november 2014 in zijn geheel heeft vernietigd, o.a. omdat de stukken, waaronder ruimtelijke onderbouwingen, die behoorden bij een aantal ruimtelijke ontwikkelingen die mede als gevolg van zienswijzen alsnog in het plan waren verwerkt, niet ter inzage waren gelegd (ECLI;NL:RVS:2014:3930, r.o. 4.5). Zouden cliënten beroep hebben ingesteld, dan zou de Raad van State om deze reden ook hun beroep gegrond hebben verklaard. Naar aanleiding van deze vernietiging heeft de raad van Doetinchem het bestemmingsplan op 29 oktober 2015 opnieuw vastgesteld en daarbij het bestemmingsvlak en de bouwmogelijkheden voor Hertelerweg 3 nog eens vergroot. Dit vaststellingsbesluit heeft de Raad van State vernietigd bij uitspraak van 19 februari 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:498). De reden hiervoor was dat de raad had verzuimd om het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage te leggen. Daardoor kleefde aan het nieuw vastgestelde plan hetzelfde gebrek als aan het eerder vastgestelde plan en waren belanghebbenden, onder wie ook cliënten, opnieuw niet in de gelegenheid gesteld om de gevolgen van het plan te beoordelen en daarop zo nodig een zienswijze in te dienen en eventueel daartegen vervolgens beroep in te stellen.
Het gevolg van deze vernietiging is dat de agrarische bestemming voor het perceel Hertelerweg 3 zoals vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied 2000 is herleefd en dat het bedrijf in strijd met deze bestemming in werking is. De voorgestelde Beheersverordening is in strijd met de Omgevingsverordening In het ontwerp van de Beheersverordening wordt nu voorgesteld om op het perceel opnieuw de bestemming 'Bedrijf' te leggen met daarbij de aanduiding 'gemengd', wat inhoudt dat ter plaatse een agrarisch loonbedrijf, gecombineerd met een hoveniersbedrijf en een grondverzetbedrijf is toegestaan. Deze voorgestelde regeling is in strijd met de provinciale Omgevingsverordening (die ingevolge artikel 1.3 ook van toepassing is op beheersverordeningen als bedoeld in artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening). Vaststelling ervan zal dan ook onrechtmatig zijn. In de beheersverordening is de bestaande, legale situatie opgenomen zoals deze voortvloeit uit de gepubliceerde melding Activiteitenbesluit en verleende omgevingsvergunningen. Onder meer uit het zogenoemde Tegelenarrest (ECLI:NL:RVS:1999:AA4296) vloeit voort dat een verleende vergunning in stand blijft, ook wanneer het bestemmingsplan waaraan is getoetst, later is vernietigd. De verleende omgevingsvergunningen voor de bouw van de bouwwerken en het gebruik blijft daarmee in stand.
Alsmede dat niet is gebleken dat de melding Activiteitenbesluit strijdig heeft plaatsgevonden. De vaststelling van bestaande rechten is dan ook niet onrechtmatig. Eerder hebben de commissie bezwaarschriften en de voorzieningenrechter bij verlening van een omgevingsvergunnning geoordeeld dat van strijdigheid met de provinciale verordening niet is gebleken. Overigens is in hoofdstuk 2 van de toelichting de toetsing aan het provinciale beleid, waaronder de Omgevingsverordening, verantwoord. Daarbij is de beheersverordening in het kader van het vooroverleg artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan de provincie voorgelegd voor advies. Dit advies is in hoofdstuk 5 van de toelichting weergegeven. De provincie heeft hierbij naar haar belangen gekeken, inclusief de provinciale Omgevingsverordening. Daaruit is niet gebleken dat er strijd is met de provinciale Omgevingsverordening.
1434859 / 1602599
Pagina 58 van 111
26 mei 2021
42-2. In zijn bovengenoemde uitspraak van 19 februari 2020 heeft de Raad van State een vingerwijzing gegeven over de verdere besluitvorming: De raad zal een nieuw ontwerp met alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage moeten leggen en, na verkrijging en beoordeling van daartegen gerichte zienswijzen, vervolgens opnieuw een plan moeten vaststellen. De raad zal bij het opstellen van het nieuwe ontwerp en bij het vaststellen van een nieuw plan onder meer de op dat moment geldende Omgevingsverordening in acht moeten nemen. Uit deze vingerwijzing volgt dat het bedrijf aan de Hertelerweg 3 alleen positief kan worden bestemd als dit zou passen in de nu geldende Omgevingsverordening. Dat is niet het geval. De bestemmingsregeling in de Beheersverordening is in strijd met artikel 2.12 van de Omgevingsverordening (met het opschrift 'solitaire bedrijvigheid'). Dit artikel luidt als volgt: 1. Een bestemmingsplan maakt geen vestiging mogelijk in het buitengebied van vormen van bedrijvigheid die naar huidige planologische inzichten wat betreft de ruimtelijke aanvaarbaarheid thuishoren op een bedrijventerrein. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingplan nieuwvestiging toch mogelijk maken als: a. sprake is van functieverandering, of b. het vigerende Regionaal programma werklocaties hierover afspraken bevat. 3.
Een bestemmingsplan maakt in het buitengebied uitbreiding van solitaire bedrijvigheid die leidt tot bedrijfsbebouwing groter dan 1.000 vierkante meter en waarbij de uitbreiding zelf groter is dan 250 vierkante meter bedrijfsbebouwing niet mogelijk, tenzij in de toelichting bij het bestemmingsplan wordt aangetoond dat: a. verplaatsing naar een bedrijventerrein in redelijkheid niet mogelijk is; b. de uitbreiding regionaal is afgestemd; c. de uitbreiding landschappelijk goed wordt ingepast; d. de uitbreiding mogelijk wordt gemaakt met een maatbestemming. De hoofregel van dit artikel is dat een bestemmingsplan geen bedrijven in het buitengebied mag toestaan, als die bedrijven naar huidige inzichten thuis horen op een bedrijventerrein. Al sinds jaar en dag huldigt het provinciebestuur de opvatting dat grondverzetbedrijven thuishoren op een bedrijventerrein. Een eerdere poging om in het bestemmingsplan op dit perceel een grondverzetbedrijf toe te staan, stuitte dan ook op een veto van Gedeputeerde Staten. Die onthielden hun goedkeuring aam het desbetreffende planonderdeel (zie het als bijlage bijgevoegde besluit van 18 januari 2005, p. 6). De gemeente komt niet toe aan deze beoordeling. Zie het antwoord op reactie 42-1.
42-3. De vestiging van het bedrijf aan de Hertelerweg 3 voldoet ook niet aan de criteria in artikel 2.12, lid 2, van de Omgevingsverordening. Dit artikellid maakt het mogelijk om van de hoofdregel af te wijken ingeval van functieverandering. Maar als we kijken naar de toelichting op deze uitzondering, wordt duidelijk dat deze hier niet van toepassing is. Deze toelichting luidt: 'Solitaire bedrijvigheid die volgens de huidige planologische inzichten op een bedrijventerrein thuishoort, sluiten wij uit in het buitengebied. Het verbod op nieuwvestiging geldt niet als er sprake is van functieverandering bij een bestaand bedrijf of als de ontwikkeling past binnen de afspraken over solitaire bedrijvigheid in het Regionaal programma werklocaties. Onder functieverandering verstaan wij een ontwikkeling die leidt tot hergebruik van bestaande bebouwing, zorgt voor een kwaliteitsverbetering in het gebied en daar qua aard, schaal en functie past. De 1434859 / 1602599
Pagina 59 van 111
26 mei 2021
regionale afspraken over functieverandering passen in elk geval binnen deze definitie.’ Van functieverandering is in het geval van Hertelerweg 3 geen sprake. Het agrarische bedrijf dat ooit op enkele percelen aan beide zijden van de Hertelerweg aanwezig was, waaronder het onderhavige perceel, is al in de jaren '90 beëindigd. Van functieverandering bij een bestaand bedrijf is dus geen sprake. Ook is geen sprake van hergebruik van bestaande bebouwing en al helemaal is geen sprake van een ontwikkeling die zorgt voor een kwaliteitsverbetering en die qua aard, schaal en functie past op deze locatie. Daarvoor leveren de bedrijfsactiviteiten te veel hinder op voor de omliggende woningen. Dit laatste is ook niet verwonderlijk gegeven het feit dat grondverzetbedrijven in categorie 3.1 vallen van de Brochure Bedrijven en Milieuzonering. Voor dit type bedrijven adviseert de Brochure een richtafstand ten opzichte van woningen van 50 meter. De werkelijke afstand ten opzichte van de woning van cliënten bedraagt nog geen 20 meter. Bovendien moeten uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening ook de gevolgen van de bedrijfsactiviteiten voor het woon- en leefklimaat op het erf (het erf van cliënten grenst direct aan het perceel Hertelerweg 3) worden beoordeeld (vgl. Afdeling Bestuursrechtspraak 4 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2647, r.o. 18.2). Zie het antwoord op reactie 42-1.
In de beheersverordening worden de bestaande, legale bedrijfsactiviteiten vastgelegd. Voor de inrichting is een melding Activiteitenbesluit verricht. Voor de nachturen is middels een besluit een maatwerkvoorschrift voor geluid genomen. Het bedrijf dient te voldoen aan de normen zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit en het maatwerkbesluit. Naar aanleiding van verrichte controles is gebleken dat geen overschrijding plaatsvindt. Ten overvloede wordt opgemerkt dat de Brochure Bedrijven en Milieuzoneringen richtafstanden bevatten. Deze zijn dus niet dwingend; het is een richtlijn. Als op basis van onderzoek blijkt dat voor een specifieke situatie andere (kortere) afstanden acceptabel zijn, dan is dat mogelijk, mits goed gemotiveerd. In het onderhavige geval wordt voldaan aan de normen zoals die voortvloeien uit het Activiteitenbesluit. Het bedrijf mag te allen tijde deze normen niet overschrijden. In de directe omgeving bevinden zich enkele woningen, waarmee rekening is gehouden in de melding en het maatwerkvoorschrift. Op grond van het voorgaande heeft de gemeente de overtuiging dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat is gewaarborgd.
42-4. Het feit dat de bouw van de op het perceel aanwezige loods op basis van een in 2016 verleende vergunning is gebeurd (en dat daarnaast enkele vergunningvrije bouwwerken zijn gerealiseerd) brengt vanzelfsprekend niet mee dat het bedrijf om die reden toch positief moet worden bestemd. Toch is dit wel wat in de toelichting op het ontwerp van de Beheersverordening wordt gesuggereerd (zie paragraaf 3.4.2.3). Daarin wordt de bestemmingsregeling voor Hertelerweg 3 verdedigd met de mededeling dat de bebouwing voor het bedrijf rechtsgeldig is vergund. Maar die verdediging snijdt geen hout. De Omgevingsverordening voorziet immers niet in deze situatie, bijvoorbeeld door op dit punt een uitzondering te maken, en dus geldt het verbod van artikel 2.12 onverkort. Zie het antwoord op reactie 42-1.
1434859 / 1602599
Pagina 60 van 111
26 mei 2021
42-5. Ten overvloede merk ik verder nog op dat de betrokken vergunning is verleend op basis van het later vernietigde bestemmingsplan. Zou u de regels over het ter inzage leggen van ontwerpbestemmingsplannen en van wijzigingen daarop hebben nageleefd, dan zouden cliënten een zienswijze hebben ingediend tegen de bedrijfsbestemming van Hertelerweg 3 en vervolgens tegen de vaststelling van het plan beroep hebben ingesteld. Ook zouden zij dan vervolgens zijn opgekomen tegen de aan eigenaar van Hertelerweg 3 verleende omgevingsvergunning bouwen. Maar doordat u het bestemmingsplan in strijd met het recht en met voorbijgaan aan de belangen van omwonenden hebt vastgesteld - aldus het oordeel van de Raad van State in de hierboven genoemde uitspraken - hebt u cliënten van de mogelijkheid beroofd om op te komen tegen de bedrijfsbestemming. Een van de gevolgen hiervan is ook dat het voor hen geen zin meer had om op te komen tegen de daarna verleende omgevingsvergunning bouwen (gelet op het imperatief-limitatieve stelsel en de Tegelen-rechtspraak; op grond van deze rechtspraak hadden cliënten schorsing moeten vragen van het bestemmingsplan hangende de bezwaarprocedure tegen de omgevingsvergunning, maar schorsing vragen konden zij niet omdat zij door uw verzuim al juridisch buitenspel stonden).
Het is daarom niet meer dan redelijk dat de nadelige gevolgen van dit verzuim voor uw rekening komen in die zin dat uw raad het bedrijf aan de Hertelerweg 3 ter plaatse niet alsnog positief kan bestemmen. Voor zover de hieruit noodzakelijkerwijs voortvloeiende bedrijfsbeëindiging of -verplaatsing leidt tot schade voor het bedrijf ter plaatse hoort die schade voor rekening van uw gemeente te komen. In elk geval gaat het niet aan dat u de nadelige gevolgen van uw handelen probeert af te wentelen op cliënten door nu opnieuw te proberen het bedrijf ter plekke positief te bestemmen. Gedurende de gehele procedure heeft de gemeente zorgvuldig betrokkenen in het landelijke gebied geïnformeerd over het bestemmingsplan wat in voorbereiding was en de procedure. Naast de reguliere wijze van bekendmaking op onder andere de gemeentepagina in het huis-aan-huisblad, zijn ook brieven verzonden naar alle adressen in het buitengebied. Ook het woonadres van cliënten staat op deze verzendlijst en ook daar zijn de brieven, die hiervoor huis-aan-huis zijn verzonden, bezorgd. Cliënten hadden dus op dat moment kunnen reageren op het bestemmingsplan, wat zij niet hebben gedaan.
De aangehaalde omgevingsvergunning is verleend in de periode dat het bestemmingsplan Buitengebied - 2012 in werking was na de vaststelling van 29 oktober 2015 hangende de beroepsprocedure waar op 19 februari 2020 uitspraak op volgde. Zoals briefschrijver al stelt, was op dat moment vanwege het limitatief-imperatieve stelsel voor vergunningverlening aanhouding of weigering van de aangevraagde vergunning op basis van het bestemmingsplan niet aan de orde. Het plan was immers in werking getreden.
Verder zie het antwoord op reactie 42-1 waarom het juist vastleggen van het bedrijf aan de Hertelerweg 3 in de beheersverordening wel mogelijk en noodzakelijk is.
42-6. Misbruik van procedure en strijd met het beginsel van fair play In zijn uitspraak van 19 februari 2020 heeft de Raad van State uw raad opgedragen 1434859 / 1602599
Pagina 61 van 111
26 mei 2021
om een nieuw bestemmingsplan ter inzage te leggen en vervolgens, rekening houdend met de daartegen ingediende zienswijzen, dit plan vast te stellen. Langs deze weg zouden alle belanghebbenden alsnog de mogelijkheid krijgen hun belangen bij uw raad te bepleiten en vervolgens, tegen uw beslissing beroep in te stellen bij de Raad van State. Maar in plaats daarvan stellen burgemeester en wethouders nu aan u voor om een Beheersverordening vast te stellen, kennelijk met het doel een nieuwe gang naar de rechter te voorkomen. Maar vaststelling van een Beheersverordening in deze situatie komt neer op misbruik van procedure. Misbruik omdat het daardoor niet meer nodig is om de gebreken in de eerdere door de Raad van State vernietigde bestemmingsplannen, waaronder de gebrekkige en onrechtmatige besluitvorming over het perceel Hertelerweg 3, te herstellen. De Raad van State komt er namelijk toch niet meer aan te pas (tegen de vaststelling van een beheerverordening kan men immers niet opkomen bij de bestuursrechter). Het gevolg daarvan is dat cliënten en ook vele andere betrokkenen opnieuw niet de kans krijgen om hun inhoudelijke bezwaren aan de Raad van State voor te leggen. Het gaat daarom niet aan om hangende het besluitvormingstraject over de op het landelijk gebied te leggen bestemmingen nu de bakens te verzetten en te kiezen voor het vaststellen van een beheersverordening.
Als uw raad ervoor kiest om dat toch te doen, handelt u in strijd met het verbod op détournement de procedure en met het fair play-beginsel, beiden algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Ook handelt u daardoor in strijd met de uitspraak van de Raad van State van 19 februari 2020 en daarmee met het fundamentele rechtsbeginsel dat het bestuur rechterlijke uitspraken dient na te leven. In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de gemeente de mogelijkheid om te kiezen voor een bestemmingsplan of een beheersverordening. De uitspraak van de Raad van State van 19 februari 2020 is niet impliciet een verplichting voor de gemeente om opnieuw een bestemmingsplan vast te stellen. Daar heeft de gemeente op basis van de Wro een eigen keuzevrijheid in. Naar mening van de gemeente is er dus geen sprake van strijd met het verbod op détournement de procedure en het fair play-beginsel. Na de vernietiging van het bestemmingsplan Buitengebied - 2012 is een afweging gemaakt of voor het landelijk gebied opnieuw een bestemmingsplan opgesteld zou gaan worden of dat gekozen zou worden voor het vastleggen van de bestaande, legale gebruik in een beheersverordening. Bij de afweging die hierbij heeft plaats gevonden, is onder andere gekeken naar te komende wetswijziging. Naar verwachting zal de Omgevingswet (Ow) in 2022 in werking treden. Deze wet vervangt veel wetten, waaronder de Wro.
Na inwerkingtreding van de Ow moet de gemeente één omgevingsplan voor de gehele gemeente vaststellen. De gemeente streeft ernaar om hier zo snel als mogelijk na de inwerkingtreding van de Ow mee te beginnen. Als de gemeente gekozen had voor een bestemmingsplan voor het landelijk gebied, dan waren daarvoor veel kostbare onderzoeken nodig geweest. En deze onderzoeken zouden dan over een paar jaar, voor het omgevingsplan, opnieuw uitgevoerd moeten worden. Dit is één van de hoofdredenen waarom voor het landelijk gebied gekozen is voor een beheersverordening. In het toekomstige omgevingsplan zal weer meer ontwikkelruimte vast worden gelegd, die dan onderzocht moet worden zoals de Ow voorschrijft. Zie ook raadsmededeling 2020-53 van het college aan de gemeenteraad op besluitvorming.doetinchem.nl, waarin de overwegingen voor de keuze voor een beheersverordening staan.
1434859 / 1602599
Pagina 62 van 111
26 mei 2021
42-7. Gelet op al het voorgaande verzoek ik u namens cliënten om de Beheersverordening in de voorgestelde vorm niet vast te stellen en in plaats daarvan in overeenstemming met de uitspraak van de Raad van State alsnog een bestemmingsplan in procedure te brengen. Indien u vasthoudt aan uw keuze voor een beheerverordening verzoek ik u namens cliënten om de daarin voorgestelde planologische regeling voor het perceel Hertelerweg 3 niet vast te stellen wegens de strijd ervan met de Omgevingsverordening. Een kopie van deze zienswijze zal ik verzenden aan Gedeputeerde Staten van Gelderland met het verzoek om, mocht uw raad de Beheersverordening toch vaststellen, dit besluit te schorsen en voor vernietiging voor te dragen bij de Kroon. De gemeente is van mening dat op een rechtsgeldige wijze tot de vaststelling van de beheersverordening zal worden gekomen. Zie onder meer het antwoord op reactie 42-1 omtrent de stelling dat de beheersverordening in strijd zou zijn met de Omgevingsverordening.
Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 42: •
Geen.
Reactie 43. (1612634) 43-1. Het ontwerp brengt ten onrechte wijzingen aan in de vergunde situatie op de bedrijfslocaties Bartelsstraat 3 en Varsseveldseweg 255 Het is de expliciete bedoeling van uw gemeente dat deze beheersverordening de huidige situatie weergeeft van het 'oude' bestemmingsplan buitengebied en de wijzigingen als gevolg van alle nadien verleende vergunningen en vrijstellingen. Deze verordening wil geen inhoudelijke wijziging aanbrengen in bestemmingen en vergunde bedrijfssituaties. Dit is wel het geval. Cliënt kan zich niet verenigen met hoe beide bedrijfslocaties zijn weergegeven. Client is van mening dat de vergunde situatie niet correct is opgenomen. Client verzoekt u dringend om onderstaande wijziging aan te brengen in het ontwerp. Voor deze locaties op de plankaart onder het bestemmingsplan Doetinchem buitengebied 2000 verwijs ik naar bijlage 2 (onderdeel van de reactie). Voor de planverbeelding in het ontwerp verwijs ik naar bijlage 3 (onderdeel van de reactie). Wij hebben hiervan kennis genomen en in de navolgende beantwoording gaan we er verder op in.
43-2. Bartelsstraat 3 Bouwblok onduidelijk opgenomen.
1434859 / 1602599
Pagina 63 van 111
26 mei 2021
Client verzoekt u expliciet na te gaan of het bouwblok onveranderd is overgenomen en weergegeven. Dit is niet helemaal exact te controleren, omdat de planviewer op ruimtelijke plannen op locatieniveau niet werkt. De schermafbeelding is overgenomen uit deelkaart nummer 6, zie bijlage 4.
Bijlage 4 Om elke discussie uit te sluiten en dit goed te controleren ontvangt u als bijlage de milieutekening van de vergunde bedrijfsgebouwen op deze locatie, zie bijlage 5.
Bijlage 5 Deze gebouwen en bouwwerken zijn allen gerealiseerd en in gebruik. De beheersverordening dient daar een exacte weergave van te zijn. De bouwvlakken op ruimtelijkeplannen.nl zijn inderdaad wat minder eenvoudig te raadplegen en om die reden is er op de site van de gemeente een gebruiksvriendelijke viewer geplaatst. De bouwvlakken zijn gelijk aan de bouwvlakken in eerder vastgestelde bestemmingsplannen. Er is geen aanleiding om de bouwvlakken aan te passen.
43-3. Bartelsstraat 3 Aanduiding niet-grondgebonden en "specifieke vorm van agrarisch - intensieve veehouderij voor varkens" ontbreekt Het betreft een varkensbedrijf wat vergund is onder de bestaande bestemming "intensieve veehouderij". Dit is altijd als aanduiding op de Bartelsstraat 3 opgenomen geweest. In het ontwerp ontbreekt deze aanduiding. Dit is onjuist. Ik leg dit uit. Uit de planregels (hoofdfunctieomschrijving en de specifieke gebruiksregels) en de legenda valt op te maken dat in het ontwerp wordt gekozen voor een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering als hoofdaanduiding. Indien dat anders is, wordt dit op de betreffende locatie met de afkorting NG (niet grondgebonden) aangeduid. Ook zijn er specifieke bedrijfsaanduidingen mogelijk voor de intensieve veehouderij, maar dan alleen voor kippenbedrijven, zoals blijkt uit de toelichting en de legenda op ruimtelijke plannen. Op de plankaart voor de Bartelsstraat is niets van dit alles terug te vinden. Dat 1434859 / 1602599
Pagina 64 van 111
26 mei 2021
betekent dat voor deze locatie de aanduiding intensieve veehouderij is vervallen. Cliënt verzoekt u dringend om dit te herstellen. Het bedrijf is niet grondgebonden. In elk geval moet de bestemming "grondgebonden veebedrijf' gewijzigd worden. Cliënt is van mening dat de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - intensieve veehouderij" niet alleen voor kippenbedrijven, maar ook voor varkensbedrijven opgenomen moet worden in de bestemmingsomschrijving en de planverbeelding voor deze locatie. De juiste aanduiding is "specifieke vorm van agrarisch - intensieve veehouderij voor varkens". Cliënt verzoekt u dit aan te passen. Ten onrechte is voor deze locatie geen functieaanduiding ‘niet grondgebonden’ opgenomen. Voor de inwerkingtreding van de Reconstructiewet bevond zich op deze locatie al een niet grondgebonden veehouderij. Dit is gecorrigeerd bij de vaststelling van de beheersverordening.
43-4. Varsseveldseweg 255 Bouwblok onjuist opgenomen Cliënt constateert dat het opgenomen bouwblok is gewijzigd ten opzichte van het bestemmingsplan Doetinchem buitengebied 2000. Ook hiervoor geldt dat de planviewer op ruimtelijke plannen op locatieniveau niet werkt. De schermafbeelding van het opgenomen bouwblok is overgenomen uit deelkaart nummer 6, zie bijlage 6.
Bijlage 6 Dit bouwblok komt niet overeen met de verleende vergunningen en vrijstellingen op deze locatie. Als bewijs hiervan ontvangt u als bijlage de milieutekening van de vergunde bedrijfsgebouwen op deze locatie, zie bijlage 7.
1434859 / 1602599
Pagina 65 van 111
26 mei 2021
Deze gebouwen en bouwwerken zijn allen gerealiseerd en in gebruik. De beheersverordening dient daar een exacte weergave te zijn. Cliënt verzoekt u dringend om het bouwblok in overeenstemming te brengen met deze milieutekening. De juiste weergave van het bouwblok is weergegeven in bijlage 8.
Client verzoekt u dit aan te passen bij de vaststelling van de definitieve beheersverordening. De bouwvlakken op ruimtelijkeplannen.nl zijn inderdaad wat minder eenvoudig te raadplegen en om die reden is er op de site van de gemeente een gebruiksvriendelijke viewer geplaatst. De bouwvlakken zijn gelijk aan de bouwvlakken in eerder vastgestelde bestemmingsplannen. Er is geen aanleiding om de bouwvlakken aan te passen. Dit geldt evenmin voor het opnemen van een mestopslag binnen het bouwvlak. Deze mag op grond van de regels zich ook buiten het bouwvlak bevinden.
43-5. Varsseveldseweg 255 Aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - intensieve veehouderij voor varkens' mist Het betreft een varkensbedrijf wat vergund is onder de bestaande bestemming 1434859 / 1602599
Pagina 66 van 111
26 mei 2021
"intensieve veehouderij". Dit is in het vigerende bestemmingsplan buitengebied altijd als aanduiding op de Varsseveldseweg 255 opgenomen geweest. In het ontwerp ontbreekt deze aanduiding. Dit is onjuist. Ik leg dit uit. Zoals hierboven al is aangeven, volgt uit de planregels (hoofdfunctieomschrijving en de specifieke gebruiksregels) en de legenda dat in het ontwerp wordt gekozen voor een grondgebonden agrarische bedrijfsvoering als hoofdaanduiding. Indien dat anders is, wordt dit op de betreffende locatie met de afkorting NG (niet grondgebonden) aangeduid. Op de plankaart voor de Varsseveldseweg 255 is de aanduiding NG (niet grondgebonden) opgenomen. Het bedrijf is niet grondgebonden. Dat betekent dat voor deze locatie de expliciete aanduiding 'intensieve veehouderij' is vervallen. Cliënt verzoekt u dringend om dit te herstellen. Cliënt is van mening dat de aanduiding intensieve veehouderij niet alleen voor kippenbedrijven, maar ook voor varkensbedrijven als "specifieke vorm van agrarisch" opgenomen moet worden in de bestemmingsomschrijving en de planverbeelding. De juiste aanduiding is "specifieke vorm van agrarisch - intensieve veehouderij voor varkens". Cliënt verzoekt u dit aan te passen. Voor deze locatie is reeds de functieaanduiding ‘niet grondgebonden’ opgenomen.
43-6. Varsseveldseweg 255 Aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-oppervlakte mestopslag' mist In de planverbeelding wordt een mestopslag specifiek aangeduid. Blijkens de legenda is hiervoor de code SBA-OM opgenomen, dat verwijst naar de "specifieke bouwaanduiding – oppervlakte mestopslag". Deze code ontbreekt op de planverbeelding van de Varsseveldseweg 255, ik verwijs naar bijlage 6 (onderdeel van de reactie). Dat betekent dat de voor deze locatie vergunde mestopslag niet correct is weergegeven. Ik verwijs voor de plaatsbepaling van deze mestopslag naar de bijgevoegde milieutekening, zie bijlage 7 (onderdeel van de reactie). Voor de gegevens van de vergunning voor deze mestopslag verwijs ik naar besluit 11-11-2016 kenmerk 20150242/2016.14989 en 13 mei 2016 kenmerk 20150242. De mestopslag is gerealiseerd en in gebruik. Cliënt verzoekt u dit aan te passen. Voor deze locatie is het opnemen van een ‘specifieke bouwaanduiding - oppervlakte mestopslag’ niet noodzakelijk. De aanduiding waarnaar verwezen wordt, is voor een specifieke situatie elders in het verordeningsgebied noodzakelijk. De mestopslag bij Varsseveldseweg 255 is vergund op grond van in algemene regeling het bestemmingsplan wat toen gold. Deze regeling komt in de beheersverordening nu terug in artikel 4.4.1. Expliciete aanduiding is daarom niet nodig.