CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Reactienota (anoniem).pdf

gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4: Beheersverordening Landelijk Gebied - 202139.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

43-8. 2. Planregels moeten worden aangepast b. Het vergroten van het bouwvlak moet getoetst worden aan vergunde stikstofdepositie; uitbreidingen met extern salderen moeten mogelijk zijn. In de regels voor de overschrijding van de bouwgrens voor een niet grondgebonden veehouderijbedrijf wordt bepaald dat dit alleen kan, als vaststaat dat de stikstofdepositie niet kan toenemen ten opzichte van de bestaande stikstofdepositie. Dit is in de visie van cliënt een onredelijke eis op een individuele planlocatie, die geen enkel verband houdt met de doelstellingen van het bestemmingsplan. De bescherming van de beoogde natuurbelangen wordt al uitgebreid geregeld in de kaders van de Wnb-vergunning. De uitvoering daarvan is de bevoegdheid van de 1434859 / 1602599

Pagina 67 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

provincie. Het vergroten van het bouwvlak kan per saldo ook stikstofneutraal worden uitgevoerd, indien gebruik wordt gemaakt van extern salderen. Deze bepaling staat daaraan in de weg. Naar de mening van cliënt moeten vergunde stalsystemen en vergunde dieraantallen gerespecteerd worden door deze beheersverordening. Ook het uitbreiden door het extern aankopen van stikstofrechten moet mogelijk zijn en blijven. Dat past bij een gezonde bedrijfsvoering. De agrarische bedrijfsvoering moet flexibel kunnen inspelen op de toekomst. Een standstill bepaling is een te zwaar middel en planologisch ook niet noodzakelijk. Het toetsen aan bestaande rechten geeft blijkt van een onjuiste rechtsopvatting. Dit dient aangepast te worden. De veehouderij wordt voortdurend geconfronteerd met sluipende inperkingen van de bedrijfsvoering en het ongeldig maken van vergunde rechten. Dat is in strijd met de rechtszekerheid. Dit past ook niet bij de huidige rechtsopvatting van de Raad van State over externe saldering van stoppende bedrijven ten gunste van de uitbreidingsmogelijkheden in een bestemmingsplan. Deze externe saldering wordt toegestaan met vergunde rechten. Zelfs als op het overgenomen bedrijf feitelijk geen dieren meer aanwezig zijn. Ik verwijs naar de Moerdijkuitspraak van de Raad van State van september 2020.

Cliënt verzoekt u het toetsingskader voor de overschrijding van de bouwgrens voor een niet grondgebonden veehouderijbedrijf aan te passen, zodat ook uitbreiding met extern salderen mogelijk is en blijft. De exacte formulering laat cliënt aan uw gemeente over. Er zijn veel manieren om dit correct op te nemen met inachtneming van de rechtszekerheid van vergunde rechten. De huidige definitie moet geschrapt worden. Deze gevraagde mogelijkheid is gericht op een nieuwe ontwikkeling en mag niet worden meegenomen in de beheersverordening. In een beheersverordening mogen namelijk geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Daarbij dient een zorgvuldige toetsing aan wet- en regelgeving plaats te vinden. Beperkte uitbreidingsmogelijkheden, zoals erfbebouwing of dakopbouwen overeenkomstig eerder vastgestelde bestemmingsplan mogen wel worden opgenomen in een beheersverordening. Dat is dan ook gebeurd.

Overigens betekent dit op voorhand niet dat de gemeente niet kan of zou willen meewerken aan de gevraagde ontwikkeling. Er moet hiervoor een afzonderlijke planologische procedure doorlopen worden, waarin een concrete beoordeling en toetsing plaatsvindt. Hiervoor kan men zich in eerste instantie richten tot het loket bouwen en wonen van de gemeente. De medewerkers kunnen initiatiefnemers informeren over de mogelijkheden.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 43: • •

De bepaling met betrekking tot ‘strijdige gebruik veebezetting’ wordt aangepast. Voor de locatie Bartelsstraat 3 is de functie aanduiding ‘niet grondgebonden’ opgenomen.

Reactie 44. (1612659)

1434859 / 1602599

Pagina 68 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

44-1. Afbeelding

Toelichting op de afbeelding AMBT-DOETINCHEM / Sectie M / Perceel 4488 De rood gearceerde driehoek op de bijlage zit vast aan het bosje op perceel 4485 ten westen hiervan en valt naar mijn mening onder N (Natuur) en niet onder A (Agrarisch). Wellicht is er met de functieverandering indertijd iets mis gegaan. In elk geval vormt het een geheel met het bosje ten westen. De greppel loopt hier langs de oostkant van perceel 4488. Bij perceel 4333 loopt de greppel langs de westzijde. De greppel is recht over dit traject. In de plannen rond de Zumpe, waaraan wij meedoen, wordt deze greppel, de Zumpesloot, verondiept of gedempt. Dit perceel had inderdaad ook voorzien moeten zijn van de hoofdfunctie ‘Natuur’, net als het grote perceel wat wel deze functie heeft. Deze gronden zitten in een verleende omgevingsvergunning voor de aanleg en ontwikkeling van natuur. Dit is bij de vaststelling van de beheersverordening hersteld. 44-2. Toelichting op de afbeelding 2 Onbekende sloot/greppel Over een deel van perceel 4488 en een deel van perceel 4485 is een taartpuntvormige figuur getekend. De zuidelijke gekromde lijn suggereert een sloot/greppel. Die bestaat echter niet. Dit is een lijn van de functieaanduiding ‘milieuzone - ammoniakbuffergebied’. De begrenzing hiervan is afkomstig van de provincie Gelderland. Deze is één op één overgenomen.

44-3. Toelichting op de afbeelding 3 Kikkerpoel 1434859 / 1602599

Pagina 69 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

De zuidelijk gelegen langgerekte rechthoek met bestemming A krijgt in de nieuwe plannen een functieverandering met de bestemming N. Hierin is, naar ik aanneem, een kikkerpoel getekend, de werkelijke vorm is dermate anders, dat het wellicht zinvol is deze aan te passen. De lijn die op dit perceel te zien is, heeft ook met de functieaanduiding ‘milieuzone ammoniakbuffergebied’ te maken. Zie antwoord 44-2. Gronden die nog niet omgevormd zijn naar de hoofdfunctie ‘Natuur’ en waarvoor ook nog geen vergunningen verleend zijn, krijgen niet de hoofdfunctie ‘Natuur’ in de beheersverordening.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 44: •

Perceel ambt Doetinchem, sectie M, nummer 4488, is toegevoegd aan de hoofdfunctie ‘Natuur’.

Reactie 45. (1612667) 45-1. In de begeleidende brief van 15 december 2020 bij de ter inzage legging, staat dat de gemeente Doetinchem gekozen heeft voor een tijdelijke oplossing, te weten een Beheersverordening. Ik heb geen besluit kunnen vinden waaruit blijkt dat de gemeente (Gemeenteraad) daar voor gekozen heeft. Samenvatting: De besluitvormingsgrondslag ontbreekt. De daadwerkelijke besluitvorming door de raad vindt pas plaats bij de vaststelling van de beheersverordening. Over de voorbereidende werkzaamheden zijn door het college besluiten genomen, waarbij de gemeenteraad actief geïnformeerd is via twee raadsmededelingen (2020-53 d.d. 13 mei 2020 en 2020-136 d.d. 8 december 2020). Deze zijn terug te vinden op besluitvorming.doetinchem.nl. Het principe-besluit over de beheersverordening is genomen door het college. Zij heeft de raad daarvan op de hoogte gesteld via hiervoor genoemde raadsmededelingen. De raad besluit pas als de (definitieve) beheersverordening, d.w.z. de ontwerpbeheersverordening met verwerking van de reacties, voorgelegd wordt.

45-2. In de begeleidende brief van 15 december 2020 bij de ter inzage legging, staat dat de Beheersverordening ter inzage wordt gelegd. (zie ook ad 1) Ik kan niet terugvinden hoe deze procedure zich verhoud tot de AWB, vandaar ook mijn formulering van “onjuistheden/zienswijze/bedenkingen/bezwaren”. Samenvatting: De status voor de AWB-rechtsgang ontbreekt. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) kent geen voorbereidingsprocedure voor de beheersverordening. De beheersverordening is vergelijkbaar met andere verordeningen die een gemeente kan vaststellen, zoals bijvoorbeeld de Bomenverordening. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is niet van toepassing voor wat betreft de voorbereidingsprocedure. Dit is bepaald in de Wro. 1434859 / 1602599

Pagina 70 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

45-3. De begeleidende brief van 15 december 2020 is weliswaar ondertekend, maar geeft niet aan in welke hoedanigheid (gemeente, B&W, gemeenteraad). (zie ook ad 1 en ad 2) Ik kan de status van de brief, en dus de status van de conceptBeheersverordening, niet plaatsen. Samenvatting: De bestuurlijke status van de concept-stukken ontbreekt. De brief is op basis van het Algemeen mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente Doetinchem 2016 door het afdelingshoofd ondertekend.

45-4. Ik constateer op een aantal punten (als voorbeeld Broekstraat 16) dat u expliciet NIET uitgaat van de huidige legale situatie, maar dat U een illegale ontstane situatie alsnog wilt gaan legaliseren (zie ook de definitie van transport bij 5.1.b.22 van de regels, te weten "transportbedrijf (niet ten behoeve van vee)”, ter plaatse van de aanduiding 'transportbedrijf’. De ontstane illegale situatie heeft u overigens zelf gecreëerd, dat is niet verwijtbaar aan het bedrijf dat te goeder trouw is. Ik zie in het bestaande Zelhemse Bestemmingsplan dat het bedrijf getypeerd is als “pluimveehandel, tevens transport”. Zoals u weet heeft de Raad van State in haar eerste uitspraak (bestemmingsplan Doetinchem Buitengebied 2012), aangegeven dat de huidige activiteiten (zijnde handel & transport van slacht(afval)-producten) NIET valt onder de (Zelhemse) bestemmingsplan-beschrijving. De Raad van State heeft de gemeenteraad opgedragen om, als de gemeenteraad nog steeds van oordeel is dat de nieuwe activiteiten wel passen in het buitengebied, de gemeente opgedragen een nieuw besluit te nemen dat inpassing wel mogelijk maakt. Dat heeft U vervolgens gedaan door (wederom) een kleine tekstuele wijziging van de regels voor te stellen, zijnde “onder pluimvee vallen ook pluimvee(bij)producten”, de formulering uit het LAP-2 dat toen van toepassing was.

Hiermee heeft de gemeente het begrip pluimvee (= levende have) verruimd met slacht(afval)producten (= dode have). De Raad van State heeft vervolgens het gehele Bestemmingsplan 2012 vernietigd. Samenvatting: De Beheersverordening gaat NIET uit van de huidige legale situatie volgens het Bestemmingsplan Zelhem. Het bestemmingsplan Buitengebied - 2012 is inderdaad door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vernietigd (201600392/1/R1 d.d. 19 februari 2020). Maar de Afdeling is onder rechtsoverwegingen 17 tot en met 23 wel inhoudelijk ingegaan op de door briefschrijver ingediende beroepsgronden rondom het bedoelde transportbedrijf. Daaruit blijkt dat het beroep van briefschrijver ongegrond is verklaard.

45-5. Omdat de Beheersverordening NIET uitgaat van de huidige legale situatie volgens het Bestemmingsplan, is onderzoek naar de fysieke leefomgeving, zoals stikstof/fijnstof/ natuurbescherming noodzakelijk. U geeft zelf ook aan dat u in de Beheersverordening vastlegt hoe het perceel nu gebruikt wordt maar ook hoe het perceel nog iets anders zou mogen worden gebruiken. Om als Gemeente een gedegen besluit te kunnen nemen en om als burger het te begrijpen is dit wel noodzakelijk. Zoals u weet zit het venijn veelal in de details (zie ook Toeslagenaffaire). 1434859 / 1602599

Pagina 71 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

Samenvatting: Er ontbreekt (a) een overzichtslijst van wijzigingen en (b) de consequenties daarvan voor stikstof/fijnstof/natuurbescherming. Er kan dan ook niet geoordeeld worden of er sprake is van gelijk blijven of van uitbreiding van de stikstof/fijnstof/ natuurbescherming doelen/grenzen. Er ontbreekt (c) een (MER) beoordeling, die ervoor zorgdraagt dat de Beheersverordening geen afbreuk doet op de fysieke leefomgeving De beheersverordening legt de bestaande, legale situatie vast.

Zie verder het antwoord bij reactie 45-4.

45-6. Omdat de Beheersverordening NIET uitgaat van de huidige legale situatie volgens het Bestemmingsplan en er ontbreken onderzoeken die aantonen dat de voorgestelde beheersverordening geen uitbreiding van de plan en er geen overzicht is van wijzigingen, is er dus geen zicht op de financiële consequenties voor de gemeente. Samenvatting: Er ontbreekt een risico-inschatting van de kosten voor de gemeente (te denken aan planschade). Zie het antwoord bij reactie 45-4.

45-7. Omdat de Beheersverordening NIET uitgaat van de huidige legale situatie volgens het Bestemmingsplan, is zo te zien ook niet getoetst aan de provinciale Omgevingsverordening. Samenvatting: Er ontbreekt een toets aan de provinciale Omgevingsverordening. Zie het antwoord bij reactie 45-5.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 45: •

Geen.

Reactie 46. (1612708) 46-1. Aan de voorzijde van ons perceel is met geel de woonbestemming aangegeven. Het verrast ons dat links en rechts de perceelgrens niet als "woon"-grens is aangehouden. En naar achteren toe niet de grens met het aangrenzende natuurstuk. Bij andere percelen in de straat zien we wel dat de woonbestemming tot aan de erfgrens loopt. De vorm van het vlak met de hooffunctie ‘Wonen’ heeft te maken met zowel het eigendom als ook met de grootte van het perceel waar de woning op staat. Als de afstand 1434859 / 1602599

Pagina 72 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

tussen een gevel van de woning en de perceelgrens meer is dan 30 meter, dan is de grens van de functie ‘Wonen’ op 30 meter gelegd. De grond die buiten dit vlak ligt, krijgt de agrarische functie die aansluit op die omgeving aanwezig is. Het perceel bij Vossenstraat 81 is breder, waardoor aan de noordwest en noordoostzijde de grens van 30 meter gehanteerd is. Aan de zuidoostzijde is het functievlak iets vergroot, zodat het ook voldoet aan de genoemde uitgangspunten. Andere woningen bij briefschrijver in de straat zijn kleiner, waardoor daar wel de perceelgrens de grens van de hoofdfunctie ‘Wonen’ is.

46-2. Ik heb via de viewer de 6 typen waarnaar wordt verwezen bekeken. De impact van de typen op het gebruik van ons perceel is voor mij onduidelijk. Op het perceel in kwestie zijn 2 hoofdfuncties en 3 aanduidingen aanwezig in de ontwerpbeheersverordening: - hoofdfunctie: ‘Wonen’ - dubbelhoofdfunctie: ‘Waarde - Archeologische verwachting 3’ - gebiedsaanduiding: ‘overige zone - waardevol landschap’ - gebiedsaanduiding: ‘milieuzone - natte landnatuur’ - gebiedsaanduiding: ‘milieuzone – ammoniakbuffergebied’. Welk zesde ‘type’ briefschrijver heeft gezien, is niet duidelijk. Uit nader onderzoek, zie reactie 69.4, is gebleken dat de gebiedsaanduiding ‘overige zone - waardevol landschap’ niet meer opgenomen hoeft te worden. Deze is dus geschrapt.

De hoofdfunctie ‘Wonen’ is voor uw perceel rondom de woning de primaire hoofdfunctie. De andere ‘typen’ zijn opgenomen ter bescherming van bepaalde (verwachtings)waarden die aanwezig zijn op de locatie en de omgeving.

46-3. In het voorjaar van 2013 hebben wij een bestemmingswijziging landbouw-natuur ingediend voor het achterste deel van ons perceel. De provincie heeft indertijd de subsidieafspraken omvormen landbouw-natuur maar voor een deel waargemaakt. Omdat het bestemmingsplan is vernietigd vraag ik me nu af wat de definitieve status van het achterste deel van ons perceel is. Landbouw of Natuur. Graag ontvang ik hier informatie over. Dit achterste deel van de grond van briefschrijver heeft de hoofdfunctie ‘Natuur’ in de beheersverordening. Dit is gebaseerd op de omvorming waar briefschrijver aan refereert.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 46: •

Functievlak aan de zuidoostzijde iets vergroten.

Reactie 47. (1612721 & 1613210) 1434859 / 1602599

Pagina 73 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

47-1. Briefschrijvers zijn woonachtig op Bokkenstraat 6, 8 en 8a te Wehl. De ontwerpbeheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' bestaat uit drie delen, te weten de verbeelding, de planregels en de toelichting. Uit de verbeelding volgt dat aan de percelen met de kadastrale aanduiding Weh00-L met de nummers 664, 225, 222, 221, 505, 506, 507, 219, 513, 259, 258, 260, 226 en alle percelen ten noorden en oosten daarvan de volgende bestemming is toegekend: Hoofdfunctie Agrarisch Bestaande bestemming: Op grond van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2002, Wehl' volgt uit de verbeelding dat aan de percelen de volgende bestemming is toegekend: Bestemming Agrarisch gebied met landschapswaarden met de aanduiding 'b' (beslotenheid/houtwallenlandschap). Gewijzigde hoofdfunctie van het gebied De strekking van de boodschap van uw gemeente aan haar inwoners is dat er in principe door de beheersverordening niet zo veel verandert. Tevens wordt er gecommuniceerd dat met een beheersverordening alleen de bestaande situatie vast wordt gelegd. 'Dat betekent dat we vastleggen hoe de percelen nu worden gebruikt.' Een vergelijking tussen de (nu nog) maatgevende plankaart uit 2002 en de plankaart in de ontwerpbeheersverordening leert ons dat de hoofdfunctie van dit hele gebied wordt gewijzigd.

De gronden liggen niet meer in een gebied met de hoofdfunctie Agrarisch gebied met landschapswaarden, met de toegevoegde gebiedsaanduiding 'beslotenheid/houtwallenlandschap', maar in een agrarisch gebied. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied – 2012’ welke eerder door de gemeenteraad is vastgesteld, maar door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is vernietigd, zijn de gronden ook bestemd als ‘Agrarisch’. Eén en ander vloeit voor uit een landschap analyse. Daarbij is geconstateerd dat de gronden zich bevinden binnen het landschapstype ‘natte broek- en heideontginningen’: “De gronden zijn vooral in gebruik als grasland voor melkveehouderijen en deels als bouwland voor maïs. Langs de beken en haaks daarop zijn houtwallen aanwezig. In het algemeen staan langs de rechte wegen bomenrijen. De beplantingselementen zijn spaarzaam en anders relatief transparant, zodat grote ruimten ontstaan. Door de grote openheid van het gebied vallen weg- en erfbeplanting direct op.” Met de deskundigen op het gebied van landschap is op basis hiervan een nieuwe indeling gemaakt om de waardevolle elementen voldoende te beschermen. Met deze nieuwe indeling is verdere bescherming van dit landschapstype niet nodig is.

1434859 / 1602599

Pagina 74 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

Hierdoor is in het kader van de beheersverordening de hoofdfunctie ‘Agrarisch’ aan de gronden toegekend. De bestemming zoals eerder was opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied – 2002, gemeente Wehl’ is dan ook niet gehandhaafd. 47-2. In de toelichting op het bestemmingsplan van 2002, wordt onder artikel 6.1.b geschreven: De op de plankaart als 'Agrarisch gebied met landschapswaarde' aangewezen gronden zijn bestemd voor: instandhouding van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschapswaarden, waaronder hier in ieder geval zijn begrepen de landschapswaarden die hierna zijn vermeld bij de code, waarmee de desbetreffende gronden op de plankaart zijn aangeduid. Voor deze gronden is de code 'b'. Zie antwoord 47-1.

47-3. Concreet: ondergetekenden zijn van mening dat ten onrechte de hoofdfunctie van het gebied is gewijzigd, hetgeen haaks staat op het consoliderende karakter van de ontwerpbeheersverordening. Bovendien is de wijziging in strijd met de bestaande situatie. Het coulisselandschap en de houtwallen op deze locatie zijn sinds 2002 niet gewijzigd. Er is dan ook geen enkele reden om dit landschap niet meer te beschermen. Daarbij wordt er op dit moment op veel plekken afbreuk gedaan aan het landschap. Steeds vaker klinkt de roep om het landschap te beschermen en biodiversiteit te bevorderen. Het lijkt het ons meer dan noodzakelijk dit landschap de bestaande beschermde status te laten behouden. Hetgeen ook de feitelijke situatie weergeeft. Zie antwoord 47-1. De gemeente hecht aan het behoud van waardevolle elementen in het landschap. De landschapdeskundigen maken een afweging in de mate van bescherming die passend is in de omgeving. Een verdere bescherming dan zoals die nu in de beheersverordening is opgenomen is naar mening van de gemeente niet nodig. De bescherming vindt bijvoorbeeld ook plaats via de Bomenverordening van de gemeente. Bovendien is een deel 1434859 / 1602599

Pagina 75 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

van de aanwezige bomen in het bedoelde gebied aangewezen als ‘bijzondere boom’. Deze bomen mogen in principe niet gekapt worden.

47-4. Ondergetekenden verzoeken dan ook om het gebied ten Noorden van de Bokkenstraat tussen de Keppelseweg en de Broekhuizerstraat, waaronder de eerder aangeduide percelen met kadastraal nummer, de hoofdfunctie 'Agrarisch met landschapswaarden' toe te kennen, zoals dat ook in 2002 het geval was. Op basis van de eerder gegeven antwoorden ziet de gemeente geen noodzaak om deze gronden te voorzien van een andere functie.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 47: •

Geen.

Reactie 48. (1612778) 48-1. Wij zijn woonachtig op Broekhuizerstraat 99. De ontwerpbeheersverordening 'Landelijk gebied - 2020'bestaat uit drie delen, te weten de verbeelding, de planregels en de toelichting. Uit de verbeelding volgt dat het perceel ten westen van de toegangsweg de functie Agrarisch heeft gekregen. Dit perceel wordt omsloten door de Broekhuizerstraat, de Ringweg en de toegangsweg naar perceel Broekhuizerstraat 99. Echter de bestaande bestemming/functie, op grond van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2002, Wehl' volgt uit de verbeelding dat aan dit perceel de volgende bestemming is toegekend: Bestemming ALN (o.v.) Agrarisch gebied met Landschap en Natuurwaarden, openheid van het landschap en vegetatie. De gronden die briefschrijver bedoeld hadden in het bestemmingsplan Buitengebied – 2002, gemeente Wehl de bestemming ‘Agrarisch’. Dit was ook zo in Buitengebied - 2012 en nu in de beheersverordening. Deze gronden zijn allen nog steeds agrarisch in gebruik, wat dus de functie ‘Agrarisch’ rechtvaardigt. Er is geen reden om daarvan af te wijken. Waarschijnlijk is briefschrijver bij het raadplegen van het bestemmingsplan Buitengebied 2002 verward geraakt door de tekst ‘ALN (o,v)’ op de plankaart, die in hetzelfde gebied staat. Deze tekst is echter met een verbindingslijn van toepassing op een klein agrarisch perceel aan de zuidzijde van de Ringweg.

48-2. De strekking van de boodschap van uw gemeente aan haar inwoners is dat er in principe door de beheersverordening niet zo veel veranderd. Tevens wordt er gecommuniceerd dat 'met een beheersverordening leggen we alleen de bestaande situatie vast. Dat betekent dat we vastleggen hoe de percelen nu worden gebruikt.' Een vergelijking tussen de (nu nog) maatgevende plankaart uit 2002 en de plankaart

1434859 / 1602599

Pagina 76 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

in de ontwerpbeheersverordening leert ons dat de hoofdfunctie van dit perceel wordt gewijzigd. Zie antwoord 48-1.

48-3. Bovengenoemd perceel grenst direct aan het Wehlse bos, het Gelders Natuurnetwerk, een groene ontwikkelingszone. Van groot belang om dit landschap te behouden, te beschermen en biodiversiteit te bevorderen, zeker gezien het feit dat er op veel plekken afbreuk wordt gedaan aan het landschap. In dit licht is het bijzonder dat het perceel ten oosten van de toegangsweg naar Broekhuizerstraat 99, omsloten door de Broekhuizerstraat en de Molenweg nog steeds een Agrarische functie heeft. Zie antwoord 48-1.

48-4. Ondergetekenden verzoeken het perceel ten westen van de toegangsweg de bestemming/functie: "Agrarisch gebied met Landschap en Natuurwaarden, openheid van het landschap en vegetatie" toe te kennen, zoals dat in 2002 ook het geval was. Zie antwoord 48-1.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 48: •

Geen.

Reactie 49. (1612781) 49-1. Briefschrijvers zijn woonachtig op Grindstraat 10. De ontwerp-beheersverordening 'Landelijk gebied - 2020' bestaat uit drie delen, te weten de verbeelding, de planregels en de toelichting. De verbeelding laat zien dat aan de percelen met de kadastrale aanduiding WEH00-L met de nummers: 3, 4, 6, 7, 8, 9, 41, 43, 46, 50, 171, 172, 173, 175, 176, 178, 183, 184, 191, 193, 446, 447, 493, 494, 547, 568, 569, 634, 635, 704, 710, 754, 755, 845, 846, 872, 873 en 892, de volgende bestemming is toegekend: Hoofdfunctie Agrarisch. Bestaande bestemming (2002) Op grond van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied 2002, Wehl' laat de verbeelding zien dat aan de genoemde percelen de volgende bestemming is toegekend: Bestemmingen Agrarisch gebied met landschapswaarden met de aanduiding 'b' (beslotenheid/houtwallenlandschap). Gewijzigde hoofdfunctie van het gebied De strekking van de boodschap van uw gemeente aan haar inwoners is dat er in principe door de ontwerp-beheersverordening niet zo veel verandert. Tevens wordt er gecommuniceerd: 'Meteen beheersverordening leggen we alleen de bestaande situatie vast. Dat betekent dat we vastleggen hoe u uw perceel nu gebruikt.' 1434859 / 1602599

Pagina 77 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

Een vergelijking tussen de (nu nog) maatgevende plankaart uit 2002 en de plankaart in de ontwerpbeheersverordening leert ons dat de hoofdfunctie van dit hele gebied wordt gewijzigd. De percelen liggen niet meer in een gebied met de hoofdfunctie Agrarisch gebied met landschapswaarden met de toegevoegde gebiedsaanduiding 'beslotenheid/houtwallenlandschap', maar met de hoofdfunctie Agrarisch gebied. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied – 2012’ welke eerder door de gemeenteraad is vastgesteld, zijn de gronden ook bestemd als ‘Agrarisch’. Eén en ander vloeit voor uit een landschap analyse. Het volgende is daarbij geconstateerd dat de gronden zich bevinden binnen het landschapstype ‘natte broek- en heideontginningen’: “De gronden zijn vooral in gebruik als grasland voor melkveehouderijen en deels als bouwland voor maïs. Langs de beken en haaks daarop zijn houtwallen aanwezig. In het algemeen staan langs de rechte wegen bomenrijen. De beplantingselementen zijn spaarzaam en anders relatief transparant, zodat grote ruimten ontstaan. Door de grote openheid van het gebied vallen weg- en erfbeplanting direct op.” Met de deskundigen op het gebied van landschap is op basis hiervan een nieuwe indeling gemaakt om de waardevolle elementen voldoende te beschermen. Met deze nieuwe indeling is verdere bescherming van dit landschapstype niet nodig is.

De bestemming/functies zoals eerder was opgenomen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied – 2012’ is dan ook gehandhaafd.

49-2. In de toelichting op het bestemmingsplan van 2002, wordt onder artikel 6.1.b geschreven: De op de plankaart als 'Agrarisch gebied met landschapswaarde' aangewezen gronden zijn bestemd voor: Instandhouding van de aldaar voorkomende dan wel daaraan eigen landschapswaarden, waaronder hier In leder geval zijn begrepen de landschapswaarden die hierna zijn vermeld bij de code, waarmee de desbetreffende gronden op de plankaart zijn aangeduid. Voor deze gronden geldt de code 'b'.

1434859 / 1602599

Pagina 78 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

Zie antwoord 49-1.

49-3. Concreet: ondergetekenden zijn van mening dat ten onrechte de hoofdfunctie van het gebied is gewijzigd. Deze wijziging staat haaks op het consoliderende karakter van de ontwerpbeheersverordening. Bovendien is deze in strijd met de bestaande situatie. Het coulisselandschap en de houtwallen op deze locatie zijn sinds 2002 niet gewijzigd. Er is dan ook geen enkele reden om dit landschap niet meer te beschermen. Daarbij moet worden opgemerkt dat er in dit gebied op meerdere plekken al afbreuk is gedaan aan het landschap. De afgelopen jaren zijn wij ons allen meer bewust geworden ven de noodzaak om het landschap te beschermen en biodiversiteit te bevorderen. Wij zijn erven overtuigd dat het essentieel is om dit landschap de bestaande beschermde status te laten behouden. Eens te meer omdat het den ook de feitelijke situatie weergeeft. Zie antwoord 49-1. De gemeente hecht aan het behoud van waardevolle elementen in het landschap. De landschapdeskundigen maken een afweging in de mate van bescherming die passend is in de omgeving. Een verdere bescherming dan zoals die nu in de beheersverordening is opgenomen is naar mening van de gemeente niet nodig. Zo is de bomenbeplanting langs de Grindstraat opgenomen als ‘nevenstructuur bomen’ in het gemeentelijk Groenstructuurplan. De bomen worden beschermd door de Bomenverordening gemeente Doetinchem.

49-4. Ondergetekenden verzoeken u om het gebied ten noorden ven de Grindstraat ven Keppelseweg tot Breedestraat, met de eerder aangeduide percelen, de hoofdfunctie 'Agrarisch met landschapswaarden' toe te kennen, zoals dat ook in 2002 het geval was. Op basis van de eerder gegeven antwoorden ziet de gemeente geen noodzaak om deze gronden te voorzien van een andere functie.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 49: •

Geen.

Reactie 50. (1612794) In het ontwerp heeft de locatie IJzevoordseweg 7 de bestemming ‘Wonen’. Deze bestemming heeft de locatie ook al op basis van het vigerende bestemmingsplan. Aan de IJzevoordsweg 7 is een voormalig agrarisch bedrijf gevestigd. Het agrarisch bedrijf is reeds in 1996 gestopt en heeft nadien de bestemming ‘Wonen’ toegekend gekregen. Op de locatie is nog circa 515 m² voormalige agrarische bebouwing aanwezig. Derhalve lijkt het ons wenselijk om de bestemming te wijzigen naar ‘Wonen - VAB’ of de voormalige agrarische bebouwing aan te duiden als VAB. 1434859 / 1602599

Pagina 79 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

Deze wijziging is wenselijk in relatie met de Notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’ (hierna notitie), vastgesteld op 17 december 2020. In de notitie is beleid opgenomen omtrent de functieverandering VAB (vrijkomende agrarische bebouwing) naar wonen. Op basis van deze notitie is het onder voorwaarden mogelijk om één woongebouw van 750 m3 op te richten wanneer minimaal 950 m² aan agrarische bedrijfsgebouwen wordt gesloopt. Ondanks dat de locatie conform het huidige bestemmingsplan al bestemd is als ‘Wonen’ betreft IJzevoordseweg 7 een locatie waar vrijkomende/voormalige agrarische bebouwing aanwezig is. Door de locatie te bestemmen als Wonen - VAB of de aanduiding VAB aan de voormalige agrarische bebouwing toe te kennen het mogelijk om de overtollige oude gebouwen te slopen en (na aankoop extra sloopmeters conform de notitie) een nieuwe woning terug te bouwen. De oude gebouwen staan leeg en worden niet meer gebruikt. Leegstand is ruimtelijke gezien niet wenselijk, leegstand zorgt voor verloedering in het buitengebied en werkt criminaliteit in de hand. Het slopen van de oude gebouwen en het oprichten van een nieuwe woning conform de notitie heeft een positieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit in de directe omgeving.

Wij vertrouwen erop dat u deze zienswijze betrekt in uw besluitvorming en dat dit leidt tot het aanpassen van de bestemming in ‘Wonen - VAB’ of het toekennen van de aanduiding ‘VAB’ aan de voormalige agrarische bebouwing.

Het opnemen van een specifieke en/of de gevraagde hoofdfunctie is niet noodzakelijk. Er kan ongeacht de hoofdfunctie van het perceel, een beroep gedaan worden op de ontwikkelingsmogelijkheden die zijn opgenomen in de Notitie wonen landelijk gebied. Als briefschrijver meent, dat kan worden voldaan aan de voorwaarden, zoals opgenomen in de notitie, kan een verzoek hiertoe worden ingediend bij de gemeente.

Hiervoor kan briefschrijver in eerste instantie contact opnemen met het loket bouwen en wonen van de gemeente. De medewerkers kunnen briefschrijver informeren over de mogelijkheden.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 50: •

Geen.

Reactie 51. (1612867) 51-1. Cliënt is eigenaar van de locatie en omliggende landbouwgronden aan de Broekhuizerstraat 2 te WehI. Door de gemeente Doetinchem is op 23 juli 2019 een omgevingsvergunning verleend waarmee de oprichting van een biologische pluimveehouderij aldaar wordt toegestaan. Deze vergunning is niet verwerkt in de beheersverordening. Ik wil u namens cliënt vragen om dit alsnog te doen. Op en nabij de locatie Broekhuizerstraat 2 te Wehl is er sprake van een nieuwe ontwikkeling. In de beheersverordening kunnen geen nieuwe ontwikkelingen worden opgenomen. Voor de locatie Broekhuizerstraat 2 loopt een afzonderlijke ruimtelijke 1434859 / 1602599

Pagina 80 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

procedure, welk niet door de beheersverordening doorkruist moet worden en kan afzonderlijk worden voortgezet. Er is nog geen sprake van een onherroepelijke vergunning, aangezien dat er hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank is ingediend. Het gebied waarop de ontwikkeling betrekking heeft, kadastraal aangeduid als ambt Doetinchem, sectie A, nummers 9695, 9696, 9697, 9698, gemeente Wehl, sectie L, nummers 265, 681, 682, 908, 914 en 916, is niet meer opgenomen in de beheersverordening.

51-2. Daarnaast is in de regels bepaald dat een toename van de stikstofdepositie niet is toegestaan. Voor bedrijven met een onherroepelijke Wnb-vergunning is die vergunning de referentie. De van toepassing zijnde Wnb-vergunningen worden genoemd in bijlage 1 behorende bij de regels. Voor het bedrijf van cliënt wordt verwezen naar een vergunning verleend op 8 juli 2015 met kenmerk 2014-016113. Dit is niet de laatst verleende (thans vigerende) Wnb-vergunning. Van toepassing is de vergunning verleend op 10 augustus 2016 met kenmerk 2016-002363. Volledigheidshalve is deze vergunning toegevoegd als bijlage bij deze reactie (onderdeel van de reactie).

De aangehaalde vergunning heeft betrekking op een nieuwe gewenste situatie. Deze is afwijkend van de huidige planologische situatie. Het gebied is niet opgenomen in de beheersverordening. Voor deze locatie is dan ook geen vergunning Wet natuurbescherming opgenomen in bijlage 1.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 51: •

Geen

N.B. De locatie is buiten het verordeningsgebied gehouden, vanwege de lopende ontwikkeling en de procedures die daarvoor lopen en nog moeten gaan lopen.

Reactie 52. (1612874) 52-1. Bouwvlak. Voor het bedrijf is een (gekoppeld) bouwvlak opgenomen waarbinnen de bebouwing moet worden opgericht. Het bouwvlak uit het ontwerp is hierna weergegeven

1434859 / 1602599

Pagina 81 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

Namens cliënt wil ik u verzoeken om het bouwvlak te wijzigen qua vorm. Dit is mogelijk zonder dat daarbij de totale oppervlakte toeneemt. • Bij de plattelandswoning op nr. 10 staat thans nog geen bijgebouw. Om deze wel te kunnen realiseren is vergroting van het bouwvlak ten zuiden en westen van deze woning noodzakelijk. • De huidige (eerste) bedrijfswoning nr. 8 begeeft zich in slechte staat. Nieuwbouw ervan wordt nagestreefd. De huidige woning staat volledig tussen de bedrijfsgebouwen. Herbouw op die plek ligt daarom niet voor de hand. Cliënt zou de woning graag willen herbouwen nabij de laatst gebouwde stal. • Het achterste deel van de laatst gebouwde stal ligt niet binnen het bouwvlak. Dat is uiteraard wel noodzakelijk. • Op andere plekken is de vorm van het bouwvlak verkleind. De voorzieningen die met aanpassing van het bouwvlak erbuiten komen te liggen zullen worden verwijderd door cliënt. Zie antwoord 21-4.

52-2. Cultuurhistorie Op de verbeelding is de aanduiding 'cultuurhistorie’ opgenomen. Het is cliënt niet duidelijk waarom deze aanduiding is opgenomen. Als het is vanwege de bestaande bedrijfswoning op nr. 8, dan lijkt ons die aanduiding niet logisch. Het pand bevindt zich namelijk in zeer slechte staat en sloop ervan ligt voor de hand. Ons verzoek is hierom om deze aanduiding te schrappen. Zie antwoord 15-4.

52-3. Nevenactiviteit loonbedrijf In het vigerende bestemmingsplan is vanuit de locatie de nevenactiviteit 'loonwerk" toegestaan. Deze aanduiding is niet opgenomen in de ontwerp-beheersverordening. Namens cliënt verzoeken we u om deze aanduiding alsnog op te nemen. Op grond van artikel 4.1.c genoemde bijlage is de activiteit ‘Loonbedrijf’ als nevenactiviteit toegestaan. Een nadere aanduiding is om deze redenen niet noodzakelijk. 1434859 / 1602599

Pagina 82 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

52-4. Stikstofdepositie In de regels is bepaald dat een toename van de stikstofdepositie niet is toegestaan. Voor bedrijven met een onherroepelijke Wnb-vergunning is die vergunning de referentie. De van toepassing zijnde Wnb-vergunningen worden genoemd in bijlage 1 behorende bij de regels. Bijzonder is dat voor het bedrijf van cliënt twee vergunningen worden genoemd in bijlage 1. Dit is niet juist. Van toepassing is de vergunning van 24 februari 2015 met kenmerk 2014-012442. Om discussie in de toekomst te voorkomen, verzoek ik u om bijlage 1 hierop aan te passen. Het besluit tot verlenen van de vergunning Natuurbeschermingswet 1998 d.d. 24 februari 2015 met zaaknummer 2014-012442 is al onderdeel van bijlage 1 Lijst vergunning Wet natuurbescherming van de Beheersverordening Landelijk gebied - 2020. Een tweede vergunning is in de lijst niet geconstateerd. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 52: •

De inventarisatierapporten cultuurhistorische bebouwing zijn als bijlagen toegevoegd aan de regels.

Reactie 53. (1612883) Wij, bewoners van Heikantseweg 4a, b en c hebben bij de bouw van onze woningen en de inrichting van de percelen in 2016, 2017 en 2018 rekening moeten houden met eisen voor de landschappelijke inrichting en erfinrichting van de percelen. Omdat deze locatie gelegen is in de ecologische verbindingszone 'De Didamse Leigraaf', heeft de gemeente Doetinchem een extra eis opgelegd (vastgelegd in de anterieure overeenkomst) in de vorm van het ecologisch inrichten van een perceel ten westen van het erf op basis van Model Das. Het perceel is in gebruik als paardenweide en heeft een grootte van ongeveer 1,4 hectare. Het perceel is groen omzoomd met onder andere Knotwilgen, Meidoornhagen en een houtsingel als erfafscheiding. Een ecologisch inrichtingsplan voor dit perceel is eerder door EcoGroen Advies opgesteld (Lindenholz 2010). Daarnaast wilde gemeente dat het erf zelf in de nieuwe situatie verbonden zou worden met het landschap en een landelijke uitstraling behoudt. Het Gelders Genootschap (Steentjes 2010) heeft advies uitgebracht over de uitgangspunten voor de inrichting van het erf en de landschappelijke inpassing. De Ruimtelijke onderbouwing is aldus ook een bijlage bij de anterieure overeenkomst. Deze ROB en de overeenkomst zeggen alles over de landschappelijke inrichting en erfinrichting van het perceel. Alle eigenaren zijn hieraan gehouden.

Er zal op termijn ook worden gecontroleerd of de plannen zijn uitgevoerd. Wij, de eigenaren, hebben inmiddels de uitgangspunten voor de inrichting van de beplanting binnen het erf zodat het erf niet alleen landschappelijk maar ook ecologisch ingepast wordt uitgevoerd. Het betreft de volgende uitgangspunten door het Gelders Genootschap vastgesteld: • Het binnen erf is open en niet geheel omzoomd met hagen. Erfverharding tot een minimum beperken. Er wordt gebruikt gemaakt van karakteristieke materialen zoals klinkers en half-verharding zoals grind; • Houtwal rondom de locatie dunnen of plaatselijk afzetten en op een aantal plaatsen 1434859 / 1602599

Pagina 83 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

transparant maken. Hiermee worden zichtlijnen gecreëerd die uitzicht naar het omliggende landschep mogelijk maken; • Voor de afscheiding van de privé -tuinen wordt gebruik gemaakt van hagen. Er worden geen dominante tuinafscheidingen zoals schuttingen gebruikt; • Lengte van de hagen als afscheiding wordt beperkt. Ze lopen niet langs de gehele perceelgrenzen. Het overige deel is open en groen ingericht; • Verspreid kunnen streekeigen struiken en bomen worden geplaatst. Deze uitgangspunten zijn vervolgens verwekt tot een basisschets. Deze basisschets ligt ten grondslag aan het beplantingsassortiment. Wij zien graag dat de bestemming natuur wordt en niet agrarisch zoals nu genoemd staat. Op deze manier wordt de rood voor rood regeling niet uitgevoerd. Tevens zouden wij graag zien dat perceel A omgevormd wordt tot een onderdeel van de ecologische verbindingszone en dat de opgelegde eisen vanuit rood voor rood uitgevoerd worden met andere woorden dat er gehandhaafd wordt.

Het opnemen van de bestemming ‘Natuur’ is niet nodig omdat verplichtingen zijn opgenomen in de verboden gebruiksbepaling. Eén en ander is bepaald in artikel 44.1 van de beheersverordening en de daarin genoemde bijlage.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 53: •

Geen.

Reactie 54. (1612896) 54-1. Ammoniakemissie In de regels is bepaald dat een toename van de bestaande stikstofdepositie niet is toegestaan. Hiermee wilt u voorkomen dan Natura 2000gebieden negatief worden beïnvloed. Uitgangspunt daarbij is het ten tijde van de vaststelling van de verordening feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik. Voor bedrijven waarvoor een vergunning is verleend in het kader van de Wet natuurbescherming is deze vergunning uitgangspunt. Voor bedrijven zonder een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming geeft u nu aan dat bepalend is; de depositie die ontstaat door de feitelijk aanwezige opzet 1 jaar voorafgaand aan de vaststelling van de verordening. Naar aanleiding van de recente uitspraak van de Raad van State (uitspraak 20107146/1 /R2) is het niet mogelijk om een Wnb-vergunning te verkrijgen wanneer met de beoogde opzet geen sprake is van een toename in depositie t.o.v. de referentiesituatie (lees: intern salderen). Voor bedrijven zonder Wnb-vergunning wordt de referentie bepaald door de oude milieutoestemmingen die zijn afgegeven door de gemeente. Dit geldt ook voor het bedrijf van cliënt. Een overzicht van de verleende milieutoestemmingen is toegevoegd als bijlage bij deze zienswijze. Van toepassing is een Melding in het kader van het Activiteitenbesluit van 22 november 2017.

Deze Melding in het kader van het Activiteitenbesluit dient dus opgenomen te worden in bijlage 1 behorende bij de regels. Genoemde vergunningen heb ik tevens toegevoegd als bijlage bij deze zienswijze (onderdeel van de reactie).

1434859 / 1602599

Pagina 84 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

In de beheersverordening is in bijlage 1 van de regels de natuurvergunning vastgelegd voor die locaties die hierover beschikken ten tijde van de vaststelling ervan. Voor de overige locaties (waarbij geen sprake is van een onherroepelijke vergunning) is artikel 1.30 b van de beheersverordening van toepassing. Het expliciet benoemen van de verleende milieutoestemmingen is daarmee niet meer aan de orde.

54-2. Extern salderen De Wet natuurbescherming draagt zorg voor bescherming van Natura 2000gebieden. De wet biedt de mogelijkheid om middels extern salderen toch tot ontwikkeling van een bedrijf te komen. Ik wil u verzoeken om de systematiek van extern salderen ook op te nemen in de regels van het nieuwe bestemmingsplan. Zo behouden bedrijven meer toekomstperspectief, zonder dat natura 2000-gebieden negatief worden beïnvloed. Zie antwoord 43-8. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 54: •

Geen.

Reactie 55. (1612899) 55-1. Bestemming De huidige bestemming heeft op dit moment als hoofdfunctie 'Agrarisch met waarden’. Met daarnaast de overige zone "overige zone groene ontwikkelingszone’’. Dit is niet juist. Het bedrijf heeft als agrarische bedrijvigheid een niet-grondgebonden productiegerichte paardenhouderij. Hierbij verzoek wij u om voor de locatie de bestemming aan te vullen met de specifieke aanduiding "nietgrondgebonden veehouderijbedrijf". Het bedrijf koopt het ruwvoer voor de productiegerichte paarden grotendeels aan. Op 29 december 2020 is een Melding in het kader van het Activiteitenbesluit ingediend bij de gemeente Doetinchem van de huidige bedrijfssituatie. Voor zover bekend heeft zich op deze locatie nooit een niet-grondgebonden veehouderij bevonden. Om die reden is er enkel een grondgebonden veehouderij toegestaan. De provinciale omgevingsverordening staat de nieuwvestiging van een niet-grondgebonden veehouderij ook niet zonder meer toe. Overigens wordt bij een melding Activiteitenbesluit niet getoetst op grondgebondenheid. Er is derhalve geen aanleiding om de functie aanduiding ‘niet grondgebonden’ op te nemen voor deze locatie. Een wijziging voor deze locatie zal eerst moeten worden beoordeeld op mogelijk negatieve effecten op nabijgelegen functies en percelen. Een verzoek kan via het Omgevingsloket bij de gemeente Doetinchem worden ingediend.

Vervolgens zal deze worden beoordeeld en kan er besluitvorming over plaatsvinden. Voor meer informatie kan er contact worden opgenomen met het loket Bouwen en Wonen.

55-2. Ammoniakemissie In de regels is bepaald dat een toename van de bestaande stikstofdepositie niet is toegestaan. Hiermee wilt u voorkomen dan natura2000gebieden negatief worden 1434859 / 1602599

Pagina 85 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

beïnvloed. Uitgangspunt daarbij is het ten tijde van de vaststelling van de verordening feitelijk aanwezige en planologisch legale gebruik. Voor bedrijven waarvoor een vergunning is verleend in het kader van de Wet natuurbescherming, is deze vergunning uitgangspunt. Voor bedrijven zonder een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming geeft u nu aan dat bepalend is: de depositie die ontstaat door de feitelijk aanwezige opzet 1 jaar voorafgaand aan de vaststelling van de verordening. Naar aanleiding van de recente uitspraak van de Raad van State (uitspraak:20107l46/1/R2) is het niet mogelijk om een WNB-vergunning te verkrijgen wanneer met de beoogde opzet geen sprake is van een toename in depositie t.o.v. de referentiesituatie (lees: intern salderen). Voor bedrijven zonder Wnb-vergunning wordt de referentie bepaald door de oude milieutoestemmingen die zijn afgegeven door de gemeente. Dit geldt ook voor het bedrijf van cliënt. Een overzicht van de verleende milieutoestemmingen is toegevoegd als bijlage bij deze zienswijze (onderdeel van de reactie). Van toepassing is de wijziging van het Hinderwetvergunning van 6 april 1994. Deze wijziging van de Hinderwetvergunning dient dus opgenomen te worden in bijlage 1 behorende bij de regels. Genoemde vergunningen heb ik tevens toegevoegd als bijlage bij deze zienswijze. Zie antwoord op 54-1.

55-3. Extern salderen De Wet natuurbescherming draagt zorg voor bescherming van Natura 2000gebieden. De wet biedt de mogelijkheid om middels extern salderen toch tot ontwikkeling van een bedrijf te komen. Ik wil u verzoeken om de systematiek van extern salderen ook op te nemen in de regels van het nieuwe bestemmingsplan. Zo behouden bedrijven meer toekomstperspectief, zonder dat Natura 2000-gebieden negatief worden beïnvloed. Zie antwoord op 43-8. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 55: •

Geen.

Reactie 56. (1612914) 56-1. Varsseveldseweg 255 Voor de locatie Varsseveldseweg 255 is een agrarisch bouwvlak ingetekend dat niet conform de rechtsgeldige planologische situatie is. De procedures van de bestemmingsplannen waarvoor een dergelijk bouwvlak is opgenomen zijn eerder vernietigd (RvS 201104811/1, 201308949/1 en 201600392/1). Het bouwvlak uit het vigerende bestemmingsplan is namelijk het bouwvlak zoals opgenomen in het bestemmingsplan buitengebied 2000. Het is in strijd met de Wet natuurbescherming om de beheersverordening in de huidige vorm vast te stellen zonder passende beoordeling. Zie antwoord op 16-1. 1434859 / 1602599

Pagina 86 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

56-2. Bouwen ten behoeve van mest/co-vergisting In de planregels art. 3.2.2 sub c en art. 4.2.2 sub c wordt bouwen ten behoeve van mest- en co-vergisting toegestaan. Hierdoor kan er sprake zijn van extra stikstofemissies indien deze planruimte wordt benut. Ook hiervoor geldt het eerst een passende beoordeling aan de orde is (art. 2.7 lid 1 en 2.8 lid 1 Wnb). Zie antwoord op 16-2.

56-3. Afwijkingsmogelijkheden ten behoeve van bouw van mestopslagen De planregels art. 3.4.1 en 4.4.1 bevatten afwijkingsmogelijkheden voor de bouw van mestopslagen. Dit is eveneens een activiteit die stikstofemissie kan veroorzaken en waarvoor via een passende beoordeling moet worden nagegaan of dit kan worden opgenomen in de beheersverordening. Zie antwoord op 16-2.

56-4. Art. 3.5.3 en 4.5.3 Uitbreiding met een andere diercategorie Wij begrijpen dat Art. 3.5.3 en 4.5.3 erin voorzien dat voor de bedrijven met de aanduiding 'niet grondgebonden' geldt dat onder gebruik in strijd met deze hoofdfunctie in elk geval wordt gerekend het uitbreiden met een andere categorie dieren (overeenkomstig de hoofdcategorieën uit de Regeling ammoniak en veehouderij) dan de bestaande categorie en met uitzondering van melkrundvee daarbij. Niet duidelijk is wat echter hierbij als referentie geldt. Logischerwijs zou het dan moeten gaan om onherroepelijke toestemmingen voor de diverse bedrijven waarin de diercategorieën en dieraantallen zijn vastgelegd. Bij de planregel is echter geen lijst opgenomen met adressen en bijbehorende onherroepelijke toestemmingen voor het aantal en soort te houden dieren. Ook is er geen expliciete verwijzing naar een dergelijke lijst opgenomen. Tevens is het begrip bestaande categorie niet nader gedefinieerd (niet in de begrippenlijst opgenomen). Daarmee is naar onze mening het doel van deze planregel nu in onvoldoende mate geborgd. Bijlage 1 waar naar wordt verwezen in artikel 3.5.2 en 4.5.2 bevat de lijst met adressen en bijbehorende onherroepelijke vergunningen in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 of de Wet natuurbescherming. In deze vergunningen zijn de diercategorieën en dieraantallen vastgelegd.

In artikel 3.5.3 is het referentiekader verduidelijkt door de verwijzing naar de Regeling ammoniak en veehouderij op te nemen. Dezelfde wijziging is doorgevoerd in artikel 4.5.3. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 56: •

Artikelen 3.5.3 en 4.5.3 zijn verduidelijkt door ook de verwijzing naar de Regeling ammoniak en veehouderij op te nemen.

1434859 / 1602599

Pagina 87 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

Reactie 57. (1612919) 57-1. Bestemmingsvlak Januari 2020 heeft cliënt de locatie aan de Bezelhorstweg 19 in Doetinchem aangekocht. Op de locatie staan meerdere voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning. Het geheel heeft in de beheersverordening de bestemming wonen gekregen. Dit is juist. Feit is echter dat niet alle bedrijfsgebouwen zijn gelegen binnen het bestemmingsvlak wonen. Dit lijkt me wel noodzakelijk. Hierom wil ik u verzoeken om het bestemmingsvlak aan te passen. Een voorstel is hieronder weergegeven (rode lijn gewijzigde grens).

Zie antwoord 11- 1.

57-2. Cultuurhistorie Op de verbeelding is de aanduiding 'cultuurhistorie’ opgenomen. Het is cliënt niet duidelijk waarom deze aanduiding is opgenomen. Mogelijk heeft het te maken met de voormalige bedrijfswoning en de achterliggende schuur. Feit is echter dat de achterliggende schuur zich in zeer slechte staat begeeft. Dit blijkt ook uit toegevoegde notitie opgesteld door cliënt (onderdeel van de reactie). Omdat cliënt als beroep optreedt als bouwkundig adviseur en adviseert over de staat van gebouwen (onder meer schade veroorzaakt door aardbevingen), is hij deskundig op dit vakgebied. Wetende hoe de staat van het gebouw is, heeft cliënt geconcludeerd dat sloop voor de hand ligt. Dit wetende wil ik u verzoeken om de aanduiding cultuurhistorie te schrappen. Dit om discussies in de toekomst te voorkomen. Zie antwoord 15-4.

57-3. Mantelzorg In artikel 44 van de beheersverordening is een afwijkingsbepaling opgenomen waarmee B&W toestemming kunnen geven voor het plaatsen van een tijdelijke woonunit voor mantelzorg. Het is mij niet duidelijk waarom deze bepaling is 1434859 / 1602599

Pagina 88 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

opgenomen in de regels van de beheersverordening. Het realiseren / plaatsen van een mantelzorgwoning is rechtstreeks mogelijk op basis van het Besluit OmgevingsRecht. Een vergunning is hier niet voor nodig. Dit wetende lijkt mij genoemde afwijkingsbepaling niet nodig. Een mantelzorgwoning die niet op basis van de Bor is toegestaan, kan mogelijk alsnog op basis van de aangehaalde afwijkingsbepaling. Deze biedt meer ruimte.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 57: •

De inventarisatierapporten cultuurhistorische bebouwing zijn als bijlagen toegevoegd aan de regels.

Reactie 58. (1612948) Wij maken bij deze bezwaar om de agrarische bestemming van ons adres om zetten naar woonbestemming. Met dit schrijven willen wij graag voor ons adres de agrarische bestemming handhaven. Op deze locatie is geen sprake (meer) van een agrarische bedrijfsvoering. Bij de Kamer van Koophandel is op deze locatie een installatiebedrijf ingeschreven. Ook in het vernietigde bestemmingsplan ‘Buitengebied - 2012’ was voor deze locatie reeds een bestemming 'Wonen‘ opgenomen. Dus het toekennen van de hoofdfunctie ‘Wonen’ is voor de hand liggend.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 58: •

Geen;

Reactie 59. (1612961) Vorig jaar hebben cliënten A en B de locatie aan de Boeninksteeg 16/16a/16b aangekocht. Het betreft oorspronkelijk een agrarisch bedrijf met een dubbele woning met daarnaast een minicamping als nevenactiviteit. De voormalige dubbele woning (16/16a) wordt bewoond door cliënt. Aan de voorzijde woont cliënt A, in het achterste deel woont cliënt B. In de ontwerp-beheersverordening heeft de locatie een agrarische bestemming. Het bouwvlak wat is opgenomen is hierna weergeven.

1434859 / 1602599

Pagina 89 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

Cliënt heeft de locatie aangekocht om daar te wonen (dubbele woning) en de recreatietak te continueren. Namens cliënt wil ik u daarom verzoeken om de bestemming 'wonen' op te nemen met een aanduiding voor minicamping. Het bestemmingsvlak moet zodanig worden getekend, dat alle bebouwing en de gehele camping erbinnen ligt. Onderstaand een luchtfoto (als onderdeel van de reactie) waarmee duidelijk wordt hoe de camping is gesitueerd.

Naar aanleiding van de reactie heeft er een beoordeling plaatsgevonden. Er is geconstateerd dat het bestaande gebruik wonen is en er geen sprake meer is van een agrarische bedrijfsvoering en deze evenmin in de bestaande bebouwing kan worden opgestart. Een agrarische hoofdfunctie sluit niet aan op de bestaande situatie. Er hebben inmiddels ook enkele gesprekken met briefschrijver plaatsgevonden en er is geconstateerd dat er geen belemmeringen aanwezig zijn om deze locatie conform de bestaande situatie de hoofdfunctie ‘Wonen’ te geven voor één woning. Het opgenomen vlak voor de hoofdfunctie ‘Wonen’ sluit aan op het eerder opgenomen bouwvlak voor de hoofdfunctie ‘Agrarisch’, zonder het deel dat wordt gebruikt als kampeerterrein.

Het bestaande gebruik van de gronden als kampeerterrein kan worden voortgezet. Hiervoor is een aanduiding op de kaart opgenomen. Een eventueel nieuw gebruik, zoals woningsplitsing, zal middels een ruimtelijke procedure moeten worden gerealiseerd. Hiervoor kan contact opgenomen worden met de bij de briefschrijver bekende procesleider. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 59: • •

Er is een functievlak ‘Wonen’ opgenomen op de verordeningskaart conform het voormalige bouwvlak, behoudens het deel dat als kampeerterrein wordt gebruikt. Er is een functieaanduiding ‘kampeerterrein’ opgenomen op de verordeningskaart voor de gronden welke reeds in gebruik zijn als kampeerterrein.

Reactie 60. (1612988) De locatie aan de Varsseveldseweg 261 te Doetinchem is altijd in gebruik geweest als agrarisch bedrijf. Concreet was daar een pluimveehouderij gevestigd. De laatste jaren staan de stallen leeg en zijn er geen agrarische activiteiten meer. Dit was ook de reden dat 1434859 / 1602599

Pagina 90 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

de locatie in het bestemmingsplan 2012 een woonbestemming had gekregen. Met de vernietiging van dit plan door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is de agrarische bestemming weer "terug gekomen". Deze is in de ontwerp-beheersverordening blijven staan. Namens cliënt wil ik u vragen om de bestemming weer om te zetten naar 'wonen'. Het bestemmingsvlak kan worden verkleind, maar wel zodanig dat alle bebouwing er nog binnen ligt. Onderstaand heb ik het bestemmingsvlak weergegeven wat zou kunnen worden opgenomen.

Met uw ambtenaren wordt momenteel gesproken over sloop van de schuren en realisatie van twee extra woningen op het perceel. We weten dat dergelijke wijzigingen niet mee worden genomen in deze beheersverordening. Daarvoor zullen we een aparte procedure moeten doorlopen. Naar aanleiding van de reactie heeft er onderzoek plaatsgevonden. Hierbij is geconcludeerd dat er reeds vele jaren geen sprake meer is van een agrarisch bedrijf. De hoofdfunctie ‘Wonen’ sluit dus beter aan bij de bestaande situatie. De hoofdfunctie ‘Wonen’ is in de beheersverordening opgenomen. De omvang van het hoofdfunctievlak voor ‘Wonen’ is gebaseerd uit de Nota van uitgangspunten zoals deze d.d. 4 april 2012 is vastgesteld voor het bestemmingsplan voor het buitengebied. Zie hiervoor het antwoord onder 11-1. Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 60: •

Op de verordeningskaart is de hoofdfunctie ‘Wonen’ opgenomen.

Reactie 61. (1612999) 61-1. Cliënt is woonachtig aan de Mgr. Hendriksenstraat 18 te Wehl. Deze woonlocatie is ontstaan na functieverandering van het voormalig agrarisch bedrijf. Eén en ander is geregeld middels een projectbesluit vastgesteld in 2010. De destijds vergunde situatie is niet geheel juist overgenomen in de beheersverordening: -

Feit is dat de woning nr. 18 aan de westzijde deels buiten het bestemmingsvlak 'wonen’ is gelegen. Het is dus deels gelegen binnen de bestemming ‘natuur’. Dit is 1434859 / 1602599

Pagina 91 van 111

26 mei 2021 / aanv 5 juli 2021

niet passend binnen de regels. Aanpassing van het bestemmingsvlak 'wonen’ is daarom noodzakelijk. Daarnaast is het ook logisch dat het bestemmingsvlak 'wonen’ aan de noord- en westzijde iets ruimer rondom de woning wordt getekend: circa 3 meter. De aanwezige verhardingen naast de woning liggen thans binnen de bestemming ‘natuur’ en ook dat is in strijd met de regels. Onderdeel van de afspraken destijds is dat er binnen de bestemming ’natuur’ een schuur mag worden opgericht met een afmeting van 150 m². Er is een schuur gerealiseerd maar deze heeft nog niet de afmeting van 150 m². Cliënt wil de mogelijkheid houden om de eerder toegezegde afmeting te kunnen realiseren. Het lijkt me daarom logisch om de aanduiding 'veldschuur’ op te nemen met daarbij toegevoegd ’(150 m²)’. Met het verwerken van genoemde punten in de beheersverordening wordt uitvoering gegeven aan de afspraken die destijds zijn gemaakt. We vertrouwen er daarom op dat u mee gaat in onze voorstellen.

-

-

De woning (hoofdbebouwing) is gerealiseerd op basis van de planologische situatie zoals dat is weergegeven in het inmiddels vernietigde bestemmingsplan ‘Buitengebied – 2012’. De ‘overbouwing’ is gerealiseerd in de bestemming Agrarisch met waarden en deels in de bestemming ‘Natuur’. De bestemming ‘Natuur’ is ook vastgelegd in de provinciale verordening. In het ontwerp van de beheersverordening is de bestemming ‘agrarisch met waarden’ deels aangepast naar ‘Wonen’. De hoofdfunctie ‘Wonen’ daar waar het ten koste gaat van natuur is nu niet verder aangepast. Dit zou in strijd zijn met de provinciale verordening. De bedoelde schuur is op dit moment 136 m² groot. Binnen de hoofdfunctie Natuur zal op de locatie van de schuur op de verordeningskaart een aanduiding opgenomen worden voor een materieelberging met een maximum oppervlakte bijgebouwen van 150 m2, maximum goothoogte van 3 meter en maximum bouwhoogte van 5 meter.

Gevolgen voor het plan naar aanleiding van reactie 61: •

Op de verordeningskaart de aanduiding ‘bijgebouwen’ opnemen met een maximum oppervlakte van 150 m2 , maximum goothoogte van 3 meter en maximum bouwhoogte van 5 meter rondom de bestaande materieelberging.

Reactie 62. (1613131) Hierbij maken wij bezwaar tegen de beheersverordening landelijk gebied 2020 van de gemeente Doetinchem. Het betreft bezwaar tegen het aantal woningen per bouwvlak. Wij hebben een 2de bedrijfswoning nodig, aangezien 1 van onze zonen al van kleins af aan mee helpt op de boerderij. Met het ouder worden heeft hij zoveel mogelijk geholpen en de laatste 2 jaar is hij fulltime met ons aan het meewerken. Deze hulp hebben wij absoluut nodig i.v.m. gezondheidsklachten van ons zelf. Wij willen graag met hem een Maatschap aangaan, zodat hij op termijn ons melkveebedrijf kan overnemen en zelfstandig kan voortzetten. Bij een melkveebedrijf bestaat overname uit een periode van meerdere jaren (10-15 jaar) samenwerken en gaat dit niet ineens. Echter moet hij wel op het bedrijf kunnen wonen omdat dit anders niet werkt. Koeien hebben nu eenmaal 24/7 1434859 / 1602599

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7471/documents/37569