CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Rapport Regionaal Programma Werklocaties 2024-2028.pdf

gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5.1: Regionaal Programma Werklocaties Achterhoek 2024-202819.881 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

/ 27

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

De analyse laat zien dat er in de periode 2023 t/m 2030 geen sprake is van balans tussen vraag en aanbod op bedrijventerreinen. Verspreid over de regio is in alle gemeenten behoefte aan uitbreiding ten behoeve van lokaal gewortelde bedrijven die zich in het Klassiek-gemengd werkmilieu vestigen. Ook voor het werkmilieu (Maak)industrie is in de periode tot en met 2030 al behoefte aan uitbreiding. Voor logistiek en agrifood is nagenoeg sprake van balans tot en met 2030. Ook na 2030 is er nog behoefte aan nieuwe ruimte op bedrijventerreinen. Omdat het ontwikkelen van een bedrijventerrein al snel 10 jaar duurt, is het wenselijk om in de programmering ook verder te kijken dan 2030. Dit betekent dat er bij de doorvertaling naar de programmering per gemeente rekening gehouden wordt met uitbreidingsbehoefte die na 2030 te verwachten valt. Alleen zo kunnen de economische ambities van de Achterhoek ook op de lange termijn gefaciliteerd worden. Dat betekent dat de gemeenten in de programmering van bedrijventerreinen ook rekening houden met de bandbreedte van de ruimtebehoefte in de periode 2031 tot en met 2040. Dat doen zij realistisch en gefaseerd op basis van de inzichten uit monitoring en vierjaarlijkse actualisatie van het RPW.

/ 28

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

6

Programmering en beleidsafspraken

6.1 Uitgangssituatie Uit de analyse van de balans tussen vraag en aanbod – op regioniveau in hoofdstuk 5 en het inzicht in de balans per gemeente verderop in dit hoofdstuk – blijkt dat er op meerdere plekken en voor meerdere werkmilieus behoefte is aan uitbreiding tot 2030. De doorkijk naar 2040 laat zien dat er ook na 2030 extra ruimtevraag verwacht mag worden en benadrukt daarmee de uitbreidingsbehoefte. Naast de kwantitatieve uitbreidingsbehoefte onderkennen gemeenten het belang van investeren in en sturen op de toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen en optimalisatie van het ruimtegebruik. Alle gemeenten hebben hiervoor concrete plannen of zijn aan de slag om hiervoor plannen op te stellen.

6.2 Uitvoering van het RPW Met betrekking tot het opstellen en vaststellen van het RPW geldt het volgende: • Hoofddoel van het RPW is het faciliteren van de ruimtebehoefte van het bedrijfsleven, waarbij de juiste kwaliteit en kwantiteit bedrijventerrein beschikbaar is op het juiste moment en juiste plaats, vanuit een gezonde vraag-aanbodbalans. • Voor uitvoering van de afspraken in het RPW is regionale afstemming van groot belang. De Achterhoekgemeenten hebben daarom vier keer per jaar (ieder kwartaal) een regionaal bestuurlijk RPW-overleg. Dit overleg wordt voorbereid in een regionaal ambtelijk RPWoverleg dat eens in de zes weken plaatsvindt. • Voor uitvoering van de afspraken in het RPW is monitoring van groot belang. Juiste en actuele gegevens over vraag en aanbod voor bedrijventerreinen zijn nodig voor een goede uitvoering van het beleid en afstemming op de marktsituatie. Voor bedrijventerreinen zijn de cijfers in het databestand IBIS bij de provincie Gelderland leidend. De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor de juistheid en de meest recente informatie in dit bestand. De monitoring vindt jaarlijks plaats. De monitoringsgegevens kunnen aanleiding zijn om het RPW op onderdelen te wijzigen. De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten kunnen daarover samen met Gedeputeerde Staten besluiten nemen.

• Het RPW wordt vierjaarlijks herzien – of eerder als blijkt dat de afspraken niet meer goed aansluiten bij de opgaven – en ter vaststelling aangeboden aan de gemeenteraden en Gedeputeerde Staten van provincie Gelderland voor besluitvorming. Dit sluit aan op de Omgevingsverordening provincie Gelderland. Dat betekent dat de herziening van dit RPW start in het voorjaar van 2028, zodat deze per 1-1-2029 van kracht wordt. • De afspraken in dit RPW zijn ook van toepassing op gemeenten die gedurende de looptijd van het RPW tot de regio toetreden.

/ 29

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

6.3 Regionale afspraken ten aanzien van bedrijventerreinen De regionale afspraken ten aanzien van de (her)ontwikkeling en toekomstbestendigheid van bedrijventerreinen bestaan uit vier onderdelen: 1. het op- en vaststellen van het RPW; 2. het beoordelen van individuele initiatieven; 3. het planologisch regelen van (nieuwe) locaties, inclusief toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking (die gebaseerd wordt op het resultaat van stap 1); 4. randvoorwaarden bij de (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen.

6.3.1 Het beoordelen van individuele initiatieven op basis van de regionale bedrijventerreinenstructuur Lokale en regionale initiatieven Bij het beoordelen van individuele initiatieven is de regionale bedrijventerreinenstructuur van toepassing: • Lokale initiatieven passend binnen de bandbreedte van de lokale vraagraming worden op gemeentelijk niveau behandeld. • Lokale initiatieven buiten de bandbreedte van de lokale vraagraming worden regionaal besproken. • Initiatieven van buiten de regio worden doorverwezen naar de twee regionale bedrijventerreinen A18 Bedrijvenpark en de Laarberg. Indien initiatieven van buiten de regio zich beargumenteerd richten op een locatie buiten de twee regionale bedrijventerreinen, dan wordt dit regionaal afgestemd. • Bij het vinden van een plek voor bedrijven van binnen en buiten de regio geldt dat de aard en schaal van een bedrijf moet passen bij de werkmilieus zoals vermeld in het RPW Achterhoek. Het juiste bedrijf op de juiste plek betekent dat uitbreiding van lokaal gewortelde bedrijven ook lokaal gefaciliteerd wordt, tenzij het bedrijf de aard en schaal van het lokale bedrijventerrein ontgroeit. Op dat moment komt verplaatsing naar regionale bedrijventerreinen ter sprake.

De regionale bedrijventerreinen vervullen een opvangfunctie voor lokale bedrijven waarvoor binnen hun kern of gemeente geen geschikte plek meer gevonden kan worden, zodat op lokale bedrijventerreinen weer ontwikkelruimte ontstaat voor andere/nieuwe bedrijven. • Bedrijven zijn verantwoordelijk voor een goede huisvesting van arbeidsmigranten. Gemeenten maken hierover met het bedrijf afspraken bij de uitgifte van gronden, bijvoorbeeld via een huisvestingsplan. Grote ruimtevragers van buiten de regio Bij het faciliteren van bedrijven van buiten de Achterhoek en met een omvang groter dan 5 hectare moet, aanvullend op bovenstaande uitgangspunten, ook aan de extra uitgangspunten van het Programma GRIP (op grote ruimtevragers) worden voldaan (zie het tekstkader voor nadere toelichting).

/ 30

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Grip op grote ruimtevragers Vanaf begin 2022 hebben Rijk en provincies afspraken gemaakt om meer grip te krijgen en houden op de vestiging van grootschalige bedrijfsvestigingen, gedefinieerd als nieuwe vestigingen van meer dan 5 hectare). Het doel hiervan is een succesvol, duurzaam en economisch verantwoord vestgingsbeleid voor grote bedrijfsvestigingen dat bijdraagt aan de economische en ruimtelijke kwaliteit, rekening houdt met mobiliteitseffecten. Om wildgroei te voorkomen, streven partijen naar zorgvuldig ruimtegebruik, het behoud van openheid van het landschap en kwalitatief en kwantitatief voldoende, multimodaal ontsloten bedrijventerreinen. Om die reden wordt via de provincies aan de regio’s en gemeenten gevraagd in de programmeringsafspraken voor werklocaties voorwaarden op te nemen voor de vestiging van grootschalige bedrijfsvestigingen, waarbij onder meer de economische meerwaarde van een grote bedrijfsvestiging moet worden aangetoond. De gemeenten in de Achterhoek spreken ten aanzien van de uitgangspunten van ‘Grip op grote ruimtevragers’ het volgende af: • Economische meerwaarde: nieuwe grootschalige bedrijven van buiten de regio worden beoordeeld op hun regionale economische meerwaarde en bijdrage aan het versterken van de werkgelegenheid en/of het vestigingsklimaat voor bestaande bedrijven in de regio.

De ruimte op bedrijventerreinen is schaars en de Achterhoekgemeenten faciliteren daarom enkel bedrijven die de Achterhoek versterken. • Zorgvuldig ruimtegebruik: zowel voor bestaande als voor nieuwe terreinen geldt dat zorgvuldig ruimtegebruik centraal staat. Nieuwe terreinen worden ruimtelijk slim, d.w.z. met zoveel mogelijk meervoudig ruimtegebruik, en met het juiste bedrijf op de juiste plek ontwikkeld en uitgegeven. • Clusteren: nieuwe grootschalige bedrijven worden zo veel mogelijk geclusterd op daartoe aangewezen bedrijventerreinen en moeten passen bij het profiel (sector/werkmilieu), energieverbruik en grondstoffenstromen op het terrein. • Inrichting: de Achterhoekgemeenten hanteren de principes van duurzame gebiedsontwikkeling bij herontwikkeling van bestaand en ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Dat wil zeggen dat (onder andere) inpassing in het landschap en de omgeving een uitgangspunt zijn.

6.3.2 Het planologisch regelen van (nieuwe) locaties, inclusief toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking Ontwikkelingen ten behoeve van lokaal gevestigde bedrijven • Lokaal gevestigde bedrijven hebben op de markt voor bedrijfshuisvesting een lokaal marktgebied. Groei van lokaal gevestigde bedrijven moet bij voorkeur lokaal (in gemeente of kern) bediend kunnen worden. Nadere specificering van het marktgebied van een lokaal bedrijventerrein (gemeente of kern daarbinnen) dient in een laddertoets onderbouwd te worden. • Lokaal gevestigde bedrijven hebben op de markt voor bedrijfshuisvesting een lokaal marktgebied. Dit gebied beperkt zich in de meeste gevallen tot één gemeente of een deel van een gemeente(kern).

/ 31

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

•

•

•

•

•

De lokale marktwerking brengt met zich mee dat gemeenten ruimte hebben en verantwoordelijk zijn voor de eigen vraag-aanbodbalans. Dit impliceert dat eventuele overcapaciteit elders in de regio niet per definitie beperkingen oplegt aan de lokale ontwikkelruimte voor de lokale ruimtevraag. Monitoring van vraag, aanbod en ontwikkelplannen is daarbij wel van belang om ervoor te zorgen dat de totale omvang van ontwikkelplannen past binnen de bandbreedte van dit RPW. De gemeenten spannen zich in om initiatieven die ruimte vragen op een bedrijventerrein in te passen op bestaand bedrijventerrein, voordat overgegaan wordt tot nieuwe ontwikkelingen. Het onderzoek dat provincie Gelderland heeft laten uitvoeren naar het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen dient als naslagwerk om haalbare kansen te identificeren. De gemeenten regelen niet meer planologische ruimte voor bedrijventerreinen dan uit de kwantitatieve raming (vraag/aanbod confrontatie) resulteert, tenzij de concrete initiatieven aantonen dat die raming een onderschatting van de feitelijke behoefte inhield. Het tempo waarin zij planologische ruimte regelen, is gelijk aan het tempo waarin de vraag zich ontwikkelt op basis van concrete initiatieven en prognoses. Hiervoor is het nodig om dit periodiek te monitoren. Het is aan de gemeente om de geraamde gemeentelijke behoefte aan kernen toe te delen.

Ook dat gebeurt op basis van vraag die via concrete initiatieven gerealiseerd wordt.

Ontwikkeling van regionale bedrijventerreinen • Voor bedrijfsruimtevraag van buiten de regio is de Achterhoek een regionaal marktgebied met de twee regionale bedrijventerreinen als primaire vestigingslocaties. Indien een bedrijf van buiten zich op een afwijkende locatie wenst te vestigen, levert het zelf hiervoor de nodige onderliggende argumentatie. Per kwartaal wordt een bestuurlijk overleg belegd waarin dergelijke aanvragen besproken worden. • Op het moment dat volledige uitgifte van (een van) de regionale bedrijventerreinen voorzien wordt, geeft dit aanleiding te onderzoeken wat een geschikte locatie is voor uitbreiding van een regionaal bedrijventerrein. Transformatie van bedrijventerreinen • Bij transformatie van bedrijventerrein naar een andere functie stelt de betreffende gemeente een compensatieplan op. In dat plan wordt beschreven op welke locatie vervangende ruimte beschikbaar is of komt. • Indien sprake is van transformatie van een bedrijventerrein met hoge milieucategorie (hmc 4.1 en hoger) geldt planologische compensatie. Dit betekent dat een vervangende locatieeveneens ruimte biedt aan hmc-bedrijven met eenzelfde omvang als de transformatielocatie.

6.3.3 Randvoorwaarden bij de (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen. De gemeenten in de Achterhoek benadrukken dat bij de planvorming en ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen en herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen een integrale ruimtelijke afweging moet plaatsvinden. Op het moment dat gemeenten een plan melden tijdens het bestuurlijk RPW-overleg gaan zij in ieder geval in op de volgende randvoorwaarden:

/ 32

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen • Duurzame gebiedsontwikkeling: gemeenten hebben oog voor de kwaliteit en toekomstbestendigheid van bestaande bedrijventerreinen. Verduurzaming van bestaande bedrijventerreinen is standaard onderdeel en steeds vaker het hoofddoel van revitalisering. Daarmee wordt ruimte gemaakt voor voldoende waterberging en het vergroenen van de openbare ruimte en waardoor samen een goede groene structuur en aantrekkelijkere omgeving ontstaat. Ondernemers hebben hierin een rol op hun bedrijfskavel. Dit vraagt op bestaande bedrijventerreinen aandacht voor de wisselwerking en afweging tussen verduurzaming en vergroening enerzijds en intensiever benutten voor economische activiteiten anderzijds. Dit gaat niet per definitie hand in hand. Klimaatadaptatie en herstructurering vragen inzet van gemeente, regio en provincie. Bijvoorbeeld door de opbrengst van nieuwe terreinen in te zetten voor opknappen bestaande terreinen. Het eveneens inzet van vastgoedeigenaren en ondernemers op hun eigen terrein. • Energievoorziening: gemeenten stimuleren de energietransitie op bedrijventerreinen. Op bestaande terreinen werken gemeenten samen met ondernemers aan (innovatieve) oplossingen voor netcongestie. Indien noodzakelijk wordt hiervoor ruimte gezocht in de openbare ruimte.

• Bereikbaarheid: bereikbaarheid en verkeersveiligheid zijn belangrijke aandachtspunten bij herstructurering en uitbreiding van bedrijventerreinen en bepalen mede in hoeverre bedrijfsuitbreiding nog past bij de aard en schaal van het bedrijventerrein. • Ruimte voor circulaire activiteiten: bestaande bedrijven maken in meer of mindere mate de omslag naar circulaire productieprocessen. Gemeenten stimuleren en faciliteren dit waar mogelijk. • Ruimte voor hoge milieucategorieën (hmc): bij bedrijfsverplaatsingen en herontwikkeling van bestaande terreinen staat het credo ‘het juiste bedrijf op de juiste plek’ centraal. Dat wil zeggen dat hmc-bestemmingen zoveel mogelijk als zodanig worden benut. Gemeenten zorgen ervoor dat hmc-kavels door hmc-bedrijven worden benut. Dat betekent dat gemeenten, indien er instemming nodig is van de gemeente, niet meewerken aan vestiging van niet-hmc-activiteiten op hmc-kavels. Indien mogelijk wordt het instrument minimale milieucategorie toegepast ter aanvulling op de gebruikelijke maximale milieucategorie op het moment dat een bestemmings-/omgevingsplan van een bestaand terrein wordt aangepast.

Ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen Omdat het ontwikkelen van een bedrijventerrein al snel 10 jaar duurt, is het wenselijk om in de programmering niet alleen te kijken naar de periode tot en met 2030, maar rekening te houden met de ruimtevraag die in de periode daarna, van 2031 tot en met 2040, verwacht wordt. Ook voor die periode geldt dat gemeenten individueel programmeren, maar altijd met een regionale blik – waarbij het RPW-overleg ruimte biedt voor discussie hierover. Dat betekent dat de gemeenten in de programmering van bedrijventerreinen ook rekening houden met de bandbreedte van de ruimtebehoefte in de periode 2031 tot en met 2040 volgens de ontwikkelruimte die per gemeente inzichtelijk gemaakt is. Dat doen zij realistisch en gefaseerd op basis van de inzichten uit monitoring en vierjaarlijkse actualisatie van het RPW. Alleen zo kunnen de economische ambities van de Achterhoek ook op de lange termijn gefaciliteerd worden.

/ 33

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen is bovendien aandacht voor kwalitatieve en ruimtelijke aspecten: • Duurzame gebiedsontwikkeling bestaande uit meerdere aspecten, waaronder: - Slim ruimtegebruik, door waar mogelijk meervoudig ruimtegebruik als uitgangspunt te nemen. - Klimaatadaptatie en landschappelijke inpassing. Bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen staan de volgende aspecten centraal: voldoende ruimte voor waterberging, natuurinclusief bouwen en het vergroenen van de openbare ruimte waardoor een goede groene structuur en aantrekkelijkere omgeving ontstaat. Hiermee geven de gemeenten uitvoering aan de duurzame ontwikkelprincipes uit het Achterhoeks ruimtelijk perspectief. In bijlage 3 is ter inspiratie een overzicht opgenomen van mogelijk te nemen maatregelen. • Energievoorziening: het Coalitieakkoord Gelderland Gewoon Doen stelt dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen alleen plaats kunnen vinden in combinatie met oplossingen voor duurzame energievoorziening. De Achterhoek ondersteunt en stimuleert dit. Zicht op een duurzame energievoorziening is daarom een randvoorwaarde bij de uitgifte van bedrijventerreinen. Dit kan door middel van aansluiting op het elektriciteitsnet, maar ook door innovatieve lokale oplossingen.

Op het moment dat een nieuw bedrijventerrein aanbesteed wordt, wordt aan de inschrijvende partij(en) gevraagd de energievoorziening in overleg met de gemeente, provincie en netbeheerder nader uit te werken. • Bereikbaarheid: ontwikkeling vindt plaats middels landelijke en provinciale wet- en regelgeving ten aanzien van bereikbaarheid en mobiliteit. • Ruimte voor circulaire activiteiten: gemeenten onderkennen het belang van ruimte voor circulaire activiteiten. Circulaire activiteiten worden op dezelfde wijze beoordeeld als andere initiatieven op bedrijventerreinen. • Ruimte voor hogere milieucategorieën (hmc): bij de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen wordt, waar mogelijk, ruimte geboden aan bedrijvigheid met een hogere milieucategorie. Bij de uitgifte staat het credo het juiste bedrijf op de juiste plek centraal. Dat wil zeggen dat gemeenten zich inspannen om activiteiten die zich vestigen zoveel mogelijk aan te sluiten op de bestemde en beschikbare milieuruimte. Hiervoor passen gemeenten het instrument minimale milieucategorie toe ter aanvulling op de gebruikelijke maximale milieucategorie.

6.4 Hoe stemmen we met elkaar af? Regionale afstemming • Conform de huidige afspraken wordt ieder kwartaal een bestuurlijk RPW-overleg gevoerd, waarbij de stand van zaken op bedrijventerreinen en eventuele nieuwe ontwikkelingen regionaal worden besproken. • Aanvullend daarop is tijdens de totstandkoming van het RPW 2024 t/m 2028 een ambtelijk RPW-overleg ingevoerd. Het ambtelijk overleg vindt iedere zes weken plaats met als doel kennisuitwisseling en voorbereiding van het bestuurlijk RPW-overleg. • De ambtelijke en bestuurlijke werkgroep leveren in onderlinge samenspraak zelf de voorzitter voor dit RPW-overleg.

/ 34

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Afstemming over nieuwe initiatieven Vanuit het perspectief dat het RPW Achterhoek bedoeld is om door middel van regionaal overleg de ontwikkeling van bedrijventerreinen, vestigingsvraagstukken en de kwalitatieve opgaven te stimuleren, is het noodzakelijk dat nieuwe initiatieven regionaal worden afgestemd. Deze regionale afstemming vindt plaats tijdens de RPW-overleggen door per gemeente de stand van zaken te bespreken en elkaar op de hoogte te stellen van nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen en initiatieven die buiten de afspraken in het RPW vallen (zie het stroomschema op de volgende pagina) worden ambtelijk en bestuurlijk met elkaar besproken en afgestemd. Dat geldt voor zowel lokale en regionale bedrijventerreinen. Bij het bespreken van de plannen wordt er nadrukkelijk gekeken naar de punten zoals genoemd in paragraaf 6.3.3. De regionale afstemming wordt in de vorm van een compacte notitie bij de ambtelijke en bestuurlijke gespreksverslagen gevoegd. De regionale afstemming vindt plaats voordat het ontwerpbestemmingsplan/-omgevingsplan ter inzage wordt gelegd. Daarna wordt het ruimtelijk ordeningsproces doorlopen. Provincie Gelderland is bij zowel ambtelijk als bestuurlijk RPW-overleg vertegenwoordigd in een adviesrol, maar kan tijdens het RPW-overleg geen formele goedkeuring geven voor het plan.

De bevoegdheid hiervoor ligt bij Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. Instemming met dit RPW door GS van provincie Gelderland betekent dat zij akkoord gaat met de beschreven procedures en programmeringsafspraken. Dat betekent dat de hectares in principe niet ter discussie staan, zolang nieuwe ontwikkelingen passen binnen de ontwikkelruimte per gemeente. Alleen als de opgave erom vraagt, bijvoorbeeld wanneer blijkt dat de daadwerkelijke ruimtebehoefte niet strookt met de prognose, kan worden besloten om af te wijken van de programmeringsafspraken. Als de opgave niet veranderd is, gaat afstemming over nieuwe ontwikkelingen dus enkel over de inhoud van het voorliggend plan. Dit is tevens grafisch weergegeven in het stroomschema in paragraaf 6.6.

6.5 Programmering per gemeente De programmering per gemeente is gebaseerd op een doorvertaling van de Behoefteraming bedrijventerreinen provincie Gelderland 2023 t/m 2030 naar lokale en regionale ruimtevraag. De uitbreidingsvraag per gemeente is een berekend aandeel van de totale uitbreidingsvraag van 138 hectare in scenario Hoog plus de vervangingsvraag van 41 hectare. Hiervoor is per gemeente het aandeel in werkgelegenheid en uitgegeven ruimte op bedrijventerreinen in de regio gebruikt. De vervangings- en verplaatsingsvraag per gemeente is hierbij opgeteld om tot de totale ruimtevraag te komen.

/ 35

/ 36

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Tabel 6.1 Lokale en regionale ruimtevraag.

Ruimtevraag lokaal

7

2023-2030

2031-2040

136 ha

31 tot 128 ha

Uitbreidingsvraag regionaal

43 ha

14 tot 57 ha

Totaal

179 ha

45 tot 185 ha

De ruimtevraag is verder gespecificeerd naar lokale ruimtevraag en regionale ruimtevraag, zodat inzichtelijk is hoeveel ruimte er nodig is op de lokale respectievelijk regionale bedrijventerreinen (Tabel 6.1). De ruimtevraag is vervolgens afgezet tegenover het aanbod op lokale bedrijventerreinen per gemeente en de regionale bedrijventerreinen. Het aanbod is opgebouwd uit hard planaanbod (direct beschikbaar en opties) en zacht planaanbod. Daar zetten we ten slotte nog de uitbreidingsambities naast. Dit zijn de hectares, waarvoor gemeenten mogelijke uitbreidingslocaties onderzoeken. Op die manier wordt inzichtelijk in hoeverre de gemeente in de Achterhoek er (in potentie) in slagen voldoende ruimte te vinden om de ruimtebehoefte van lokale en regionale bedrijven te kunnen faciliteren.

6.5.1 Aalten Balans vraag en aanbod Vraag en aanbod

Toelichting

Omvang

Uitbreidingsvraag 2023 t/m 2030

13 ha

Vervangingsvraag

5 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2030

18 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Laag

4 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Hoog

17 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2040

22 tot 34 ha

Uitgeefbaar aanbod lokaal

7,2 ha

waarvan in optie

3,0 ha

Zacht planaanbod lokaal

0 ha

Uitbreidingsambities lokaal

10 ha

Balans 2023 t/m 2030

7,2 ha aanbod – 18 ha ruimtevraag

-10,8 ha

Potentiële balans 2023 t/m 2040

Worst case 7,2 ha –34 ha ruimtevraag

-27 ha

zonder realisatie uitbreidingsambities

Best case 7,2 ha – 22 ha ruimtevraag

-15 ha

Tot en met 2030 • De totale uitbreidingsvraag tot en met 2030 in de gemeente Aalten is afgerond 18 hectare, waarvan 5 hectare vervangings- en verplaatsingsvraag. • De gemeente heeft 7 hectare beschikbaar aanbod, waarvan 3 hectare in optie is. De gemeente heeft geen zachte plannen. • Er is voor de periode tot en met 2030 sprake van een tekort van ca. 11 hectare. Indien de opties op korte termijn worden uitgegeven neemt dit zelfs toe tot 14 hectare.

7

De lokale ruimtevraag bestaat uit de lokale uitbreidingsvraag en vervangingsvraag.

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Doorkijk naar de periode tot en met 2040 Over de gehele periode 2023 tot en met 2040 bedraagt het tekort – indien de uitbreidingsambitie van 10 hectare wordt gerealiseerd – nog steeds 5 tot 17 hectare. Kwantitatieve opgave Aalten tot en met 2030 en doorkijk naar 2040: Opgave Ruimtevraag 2023 – 2030 is 18 hectare. Aanbod is 7,2 hectare Dit impliceert een ruimtebehoefte van 10,8 hectare. De gemeente moet dus aan de slag met gebiedsontwikkeling. Omvang gebiedsontwikkeling In de periode 2023 t/m 2030 bedraagt de uitbreidingsbehoefte 10,8 hectare Indien de uitbreidingsambitie van 10 hectare op korte termijn gerealiseerd wordt, resteert voor de periode 2031-2040 nog een uitbreidingsbehoefte van 5 tot 17 hectare. Conclusie De gemeente moet op korte termijn zorgen voor een uitbreiding met 10 hectare. Dit dient om de ruimtevraag tot en met 2030 te faciliteren. Tegelijkertijd moet de gemeente voorbereid zijn om ook in de periode na 2030 gefaseerd te voorzien in 5 tot 17 hectare. Acties gemeente Aalten • De gemeente Aalten kent momenteel geen ontwikkelingen op de bestaande bedrijventerreinen die resulteren in vrijkomende hectares (inbreiding). Volgens gemeentebeleid faciliteert de gemeente wel bedrijven die hiertoe het initiatief nemen.

• Om toch te kunnen voorzien in voldoende uitbreidingsruimte voor lokaal gewortelde bedrijven voert de gemeente een locatieonderzoek naar de meest geschikte uitbreidingslocatie. De uitbreiding heeft in eerste instantie een omvang van 10 hectare. Gezien het tekort van ongeveer 11 hectare tot en met 2030 en 15 tot 27 hectare in 2040 doet de gemeente er goed aan om ook vast extra ontwikkelmogelijkheden (via in- of uitbreiding) te onderzoeken. • Daarnaast werkt de gemeente met het programma toekomstbestendige bedrijventerreinen ook aan het toekomstbestendig maken van de bestaande bedrijventerreinen. Zoals aangegeven faciliteert de gemeente de bedrijven die initiatief nemen tot beter benutten van bestaand bedrijventerrein en is bereid daar indien noodzakelijk een passende bijdrage aan te leveren. Terugblik op de opgave uit het RPW 2019-2023 De bedrijventerreinen in gemeente Aalten zijn gelegen in twee kernen: Aalten en Dinxperlo. In 2019 is geconstateerd dat er in Dinxperlo voldoende ruimte beschikbaar is. Hier heeft uitgifte plaatsgevonden en is nog ook voor de periode tot en met 2028 nog ruimte beschikbaar. In de kern Aalten was al in 2019 sprake van krapte. De gemeente heeft in de periode 2019-2023 daarom een locatieonderzoek uitgevoerd dat heeft geresulteerd in de keuze voor een potentiële uitbreidingslocatie van ca. 10 hectare voor de periode tot en met 2030.

/ 37

/ 38

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Ook heeft gemeente Aalten zich conform afspraken in het RPW ingezet voor verduurzaming van bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. De gemeente heeft hiertoe onderzoek laten doen naar de potentie voor zon-op-dak. Op het moment van schrijven onderzoekt de gemeente de mogelijkheid om een integraal project toekomstbestendige bedrijventerreinen te starten.

6.5.2 Berkelland Vraag-aanbodconfrontatie Vraag en aanbod

Toelichting

Omvang

Uitbreidingsvraag 2023 t/m 2030

14 ha

Vervangingsvraag

4 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2030

18 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Laag

5 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Hoog

19 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2040

23 tot 37 ha

Uitgeefbaar aanbod lokaal

4,9 ha

waarvan in optie

2,4 ha

Zacht planaanbod lokaal

0 ha

Uitbreidingsambities lokaal

13,5 tot 18,5 ha

Balans 2023 t/m 2030

4,9 ha aanbod – 18 ha ruimtevraag

-13 ha

Potentiële balans 2023 t/m 2040 zonder

Worst case 4,9 ha – 37 ha ruimtevraag

-32 ha

realisatie uitbreidingsambities

Best case 4,9 ha – 23 ha ruimtevraag

-18 ha

Tot en met 2030 • De totale ruimtevraag van lokaal gewortelde bedrijven in de gemeente Berkelland bedraagt tot en met 2030 18 hectare, waarvan 4 hectare vervangingsvraag. Daarnaast wordt circa 6 hectare grootschalige ruimtevraag verwacht, waarvoor samen met gemeente Oost Gelre RBT de Laarberg wordt ontwikkeld, zie hiervoor paragraaf 6.5.9. • De gemeente heeft op ca. 5 hectare uitgeefbaar aanbod op lokale bedrijventerreinen, waarvan de helft in optie. • Er is geen zacht planaanbod op lokale bedrijventerreinen. • Daarmee heeft de gemeente onvoldoende ruimte om te kunnen voorzien in de uitbreidingsvraag van lokaal gewortelde bedrijven. Het tekort bedraagt minimaal 13 hectare (5 hectare aanbod minus 18 hectare vraag). Doorkijk naar de periode tot en met 2040 • Indien de uitbreidingsambities van 13,5 tot 18,5 volledig worden ontwikkeld, is er over de gehele periode 2023 tot en met 2040 sprake van balans in scenario Laag. In scenario Hoog is ook dan nog sprake van een tekort tot maximaal 18,5 hectare. • Ook op de lange termijn wordt ruimtevraag van grootschalige bedrijven verwacht, waarvoor samen met gemeente Oost Gelre RBT de Laarberg wordt ontwikkeld. Dit bedraagt nog eens 2 tot 8 hectare, zie hiervoor paragraaf 6.5.9.

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Kwantitatieve opgave Berkelland tot en met 2030 en doorkijk naar 2040: Opgave Ruimtevraag 2023 – 2030 is 18 hectare. Aanbod is ca. 5 hectare Dit impliceert een uitbreidingsbehoefte van 13 hectare tot en met 2030. De gemeente moet dus aan de slag met gebiedsontwikkeling. Omvang gebiedsontwikkeling In de periode 2023 t/m 2030 bedraagt de uitbreidingsbehoefte minimaal 13 hectare Indien de totale uitbreidingsambitie voor de periode 2023-2030 met een omvang van 13,5 tot 18,5 ha gerealiseerd wordt, resteert voor de periode 2031-2040 nog een uitbreidingsbehoefte van maximaal 18,5 hectare Conclusie In de periode tot en met 2030 is uitbreiding met 18,5 noodzakelijk, daarbij is spreiding over de grote kernen wenselijk. Tegelijkertijd moet de gemeente voorbereid zijn om ook in de periode na 2030 te voorzien in nog eens maximaal 18,5 hectare ruimte voor lokaal gewortelde bedrijven.

Acties gemeente Berkelland • Uitbreiding van lokale bedrijventerreinen is op korte termijn noodzakelijk om in de uitbreidingsvraag van lokaal gewortelde bedrijven te voorzien. Spreiding van de uitbreiding over de vier grote kernen is daarbij wenselijk. De gemeente bevindt zich in een verkennende fase voor uitbreiding ten behoeve van lokaal gewortelde bedrijven. Het gaat in totaal ca. 13,5 tot 18,5 hectare opleveren, waarbij de gemeente dient te streven naar het maximum. • De gemeente Berkelland kent momenteel geen ontwikkelingen op de bestaande bedrijventerreinen die resulteren in mogelijkheden voor vrijkomende hectares (inbreiding). Om ook op langere termijn te kunnen voorzien, is onderzoek naar de mogelijkheden om door middel van inbreiding, eventueel in combinatie met enkele verplaatsingen naar de Laarberg, noodzakelijk. • Gemeente Berkelland zet daarnaast in op behoud en versterking van de kwaliteit van bestaande bedrijventerreinen. De Jukkenbarg en Bedrijvenpark Borculo zijn de eerste terreinen die voor revitalisering in aanmerking komen. Terugblik op de opgave uit het RPW 2019-2023 In 2019 werd geconcludeerd dat de gemeente over voldoende aanbod beschikte om te voorzien in de vraag. De gemeente kon zich in de periode 2019-2023 daarom vooral richten op kwaliteitsbehoud en –verbetering van de bestaande bedrijventerreinen.

Gedurende de looptijd van het RPW is het aanbod echter op hoog tempo uitgegeven, waardoor er anno 2024 nog nauwelijks ruimte beschikbaar is in de gemeente.

/ 39

/ 40

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Tegelijkertijd werd geconstateerd dat ontwikkeling van de Laarberg Centraal noodzakelijk was om te kunnen voorzien in de vraag naar grootschalige kavels. Hierin is gemeente Berkelland samen met gemeente Oost-Gelre geslaagd. Bovendien heeft gemeente Berkelland conform de afspraken in het RPW stappen gezet in het toekomstbestendig maken van de bestaande bedrijventerreinen. Voor Lichtenhorst en Overberkel is een plan opgesteld waarin samen met de stakeholders op het terrein wordt toegewerkt naar een toekomstbestendig bedrijventerrein. Als beide projecten lopen, komt Jukkenbarg aan bod.

6.5.3 Bronckhorst Vraag-aanbodconfrontatie Vraag en aanbod

Toelichting

Omvang

Uitbreidingsvraag 2023 t/m 2030 lokaal

12 ha

Vervangingsvraag

- ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2030

12 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Laag

4 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Hoog

16 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2040

16 tot 28 ha

Uitgeefbaar aanbod lokaal

0,0 ha

waarvan in optie

- ha

Zacht planaanbod lokaal

0 ha

Uitbreidingsambities lokaal

20 ha

Balans 2023 t/m 2030

0 ha aanbod – 12 ha ruimtevraag

-12 ha

Potentiële balans 2023 t/m 2040 zonder

Worst case 0 ha – 28 ha ruimtevraag

-28 ha

realisatie uitbreidingsambities

Best case 0 ha – 16 ha ruimtevraag

-16 ha

Tot en met 2030 • De totale ruimtevraag in de gemeente Bronckhorst bedraagt 12 hectare.

• Er is geen vervangings- of verplaatsingsvraag. • Er is geen uitgeefbaar aanbod of zacht planaanbod in de gemeente Bronckhorst. Daarmee is tot en met 2030 sprake van een tekort van 12 hectare. Doorkijk naar de periode tot en met 2040

• Indien de gemeente er niet in slaagt de uitbreidingsambities te realiseren, dan neemt het tekort over de gehele periode 2023 tot en met 2040 toe tot 16 tot 28 hectare.

• Op het moment dat de gemeente er wel in slaagt uit te breiden met 20 hectare, dan is er – afhankelijk van de economische ontwikkeling - sprake van balans of een tekort van maximaal 8 hectare.

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Kwantitatieve opgave Bronckhorst tot en met 2030 en doorkijk naar 2040 Opgave Ruimtevraag 2023 – 2030 is 12 hectare. Er is geen aanbod in gemeente Bronckhorst. Dit impliceert een uitbreidingsbehoefte van 12 hectare. De gemeente moet dus aan de slag met gebiedsontwikkeling. Omvang gebiedsontwikkeling In de periode 2023 t/m 2030 bedraagt de uitbreidingsbehoefte 12 hectare. Indien de totale uitbreidingsambitie van 20 ha gerealiseerd wordt, resteert voor de periode 2031-2040 nog een uitbreidingsbehoefte van maximaal 8 hectare Conclusie In de periode tot en met 2030 is uitbreiding met 12 ha ten behoeve van lokaal gewortelde bedrijven noodzakelijk. Ook in de periode 2031 t/m 2040 is nog aanvullende ruimtebehoefte. In scenario Hoog is zelfs sprake van een tekort van 8 hectare indien de volledige 20 hectare uitbreidingsambitie wordt ontwikkeld. Acties gemeente Bronckhorst • Om tot een balans te komen, heeft de gemeente in juni 2023 het Omgevingsprogramma Werklocaties gepubliceerd8. De gemeente oriënteert zich al op kleinschalige uitbreidingslocaties dichtbij de kernen en bestaande bedrijventerreinen (inclusief gunstig ontsloten VABs) en mogelijkheden voor inbreiding. De programmering in dit RPW is kaderstellend voor de te realiseren hectares aan bedrijventerrein uit het Omgevingsprogramma.

Hiermee kan de gemeente voorkomen dat het geen ruimte meer kan bieden aan ondernemers met een uitbreidingswens, waarmee het risico op beperking van de economische groei afgewend wordt. De gemeente blijft zich om die reden ook inzetten voor herstructurering van bestaande bedrijventerreinen.

• Als de gemeente er niet in slaagt te voorzien in voldoende ruimte, dan is verplaatsing naar of uitbreiding op A18 Bedrijvenpark een van de mogelijke oplossingen . Terugblik op de opgave uit het RPW 2019-2023 Al in 2019 waren de bedrijventerreinen in de kernen van gemeente Bronckhorst grotendeels vol. In het RPW 2019-2023 kreeg gemeente Bronckhorst daarom de opgave mee om per kern op zoek te gaan naar ruimte door herstructurering, door het benutten van solitaire bedrijfslocaties (incl. VAB’s) langs doorgaande wegen en door uitbreiding van bedrijventerreinen. Gedurende de periode 2019-2023 is het aanbod in de gemeente in zijn geheel uitgegeven. De gemeente heeft op het Industriepark in Zelhem invulling gegeven aan de herstructureringsbehoefte en daarmee 0,5 hectare uitbreidingsruimte gerealiseerd voor een lokaal bedrijf. Dit heeft per saldo geen extra ruimte opgeleverd, doordat elders op het terrein openbare ruimte terug moest komen. Ook heeft de gemeente gewerkt aan beleid om solitaire bedrijfslocaties te benutten; dit heeft vanwege capaciteitsgebrek echter vertraging opgelopen. 8

Gemeente Bronckhorst, Omgevingsprogramma Werklocaties (juni, 2023).

/ 41

/ 42

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

In juni 2023 heeft de gemeente het Omgevingsprogramma werklocaties gepresenteerd, waarin voor de periode 2023 t/m 2030 een uitvoeringsprogramma is opgenomen met doelstellingen ten aanzien van herstructurering, herbestemmen van VAB’s en solitaire locaties in het buitengebied en een locatieonderzoek naar een potentiële uitbreidingslocatie.

6.5.4 Doetinchem Vraag-aanbodconfrontatie Vraag en aanbod

Toelichting

Omvang

Uitbreidingsvraag 2023 t/m 2030 lokaal

15 ha

Vervangingsvraag

5 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2030

20 ha

q Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Laag

5 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Hoog

20 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2040

25 tot 40 ha

Uitgeefbaar aanbod lokaal

3,2 ha

waarvan in optie

0,4 ha

Zacht planaanbod lokaal

0 ha

Uitbreidingsambities lokaal

Zie §6.5.8

Balans 2023 t/m 2030

3,2 ha aanbod – 15 ha ruimtevraag

-12 ha

Potentiële balans 2023 t/m 2040 zonder

Worst case 3,2 ha – 40 ha ruimtevraag

-37 ha

realisatie uitbreidingsambities

Best case 3,2 ha – 25 ha ruimtevraag

-22 ha

Tot en met 2030 De totale ruimtevraag op lokale bedrijventerreinen in de gemeente Doetinchem bedraagt 20 hectare, waarvan circa 5 hectare vervangingsvraag. Daarnaast wordt circa 22 hectare grootschalige ruimtevraag verwacht, waarvoor samen met de andere gemeenten in de West Achterhoek A18 Bedrijvenpark wordt ontwikkeld, zie hiervoor paragraaf 6.5.8. • Het aanbod op lokale bedrijventerreinen in Doetinchem bedraagt 3,2 hectare, waarvan 0,4 in optie is. • Er is dus op korte termijn sprake van een tekort van circa 17 hectare op lokale bedrijventerreinen. • Doetinchem onderzoekt de mogelijkheden voor een uitbreiding van 40 tot 110 ha voor regionale bedrijvigheid voor de korte en lange termijn (zie paragraaf 6.5.8). Die uitbreiding dient tevens om, eventueel d.m.v. bedrijfsverplaatsingen, te voorzien in de lokale vraag. •

Doorkijk naar de periode tot en met 2040 In de periode na 2031 t/m 2040 neemt het tekort verder toe. Hiervoor geldt eveneens dat de uitbreiding van een regionaal bedrijventerrein soelaas moet bieden.

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Kwantitatieve opgave Doetinchem tot en met 2030 en doorkijk naar 2040 Opgave Ruimtevraag 2023 – 2030 is 20 hectare. Aanbod is ca. 3,2 hectare. Dit impliceert een uitbreidingsbehoefte van ca. 17 hectare voor lokaal gewortelde bedrijven. De gemeente moet dus aan de slag met gebiedsontwikkeling. Omvang gebiedsontwikkeling In de periode 2023 t/m 2030 bedraagt de uitbreidingsbehoefte 17 hectare. Indien geen uitbreidingsruimte gerealiseerd wordt, neemt dit tekort in de periode 2031 t/m 2040 toe naar 22 tot 37 hectare. Conclusie Gemeente Doetinchem doet onderzoek naar uitbreiding ten behoeve van regionale bedrijvigheid met een omvang van 40 tot 110 hectare. Op deze uitbreiding dient ook ruimte gereserveerd te worden voor lokaal gewortelde bedrijvigheid. Acties gemeente Doetinchem ten behoeve van lokale ruimtebehoefte • Bij uitbreiding ten behoeve van regionale bedrijvigheid dient tevens ruimte gereserveerd te worden voor uitbreiding van lokaal gewortelde bedrijvigheid. Dit kan direct of indirect door middel van verplaatsing van bedrijven die op lokaal bedrijventerrein uit hun jasje groeien, waardoor hier weer ruimte ontstaat. • Belangrijk is om alle mogelijkheden voor extra ruimte te blijven onderzoeken en stimuleren, niet alleen uitbreiding: een voorbeeld hiervan is de verplaatsing van een grote ruimtevrager naar A18 Bedrijvenpark.

Dit levert de gemeente nog eens 8 hectare inbreidingsruimte voor lokaal gewortelde bedrijvigheid op. Terugblik op de opgave uit het RPW 2019-2023 De opgave van gemeente Doetinchem in het RPW 2019-2023 bestaat uit kwaliteitsbehoud en -verbetering van de bedrijventerreinen, waarbij bedrijventerrein de Huet als eerst aandacht vraagt. Op A18 Bedrijvenpark was destijds voldoende aanbod om de vraag te accommoderen. Inmiddels zijn de percelen op A18 Bedrijvenpark ofwel uitgegeven of ofwel worden uitgegeven op het moment dat de energievoorziening geregeld is. De gemeente werkt tevens aan een bedrijfsverplaatsing van Verheulsweide naar A18 Bedrijvenpark om uitbreiding van een bedrijf mogelijk te maken en tegelijkertijd op Verheulsweide ruimte vrij te creëren voor lokale bedrijven. Gemeente Doetinchem heeft bovendien invulling gegeven aan de herstructureringsbehoefte op De Huet en Keppelseweg, met name gericht op de energietransitie; Op Verheulsweide zet het Parkmanagement, in samenwerking met de gemeente, in op klimaatadaptatie en vergroening. Hierbij is een subsidieaanvraag gedaan voor het provinciale programma Toekomstbestendige Bedrijventerreinen. Ook wordt onderzoek gedaan naar het verbinden van bedrijven met een grote energievraag. Op Wijnbergen heeft Parkmanagement een plan opgesteld om energiepositief te zijn in 2030.

/ 43

/ 44

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

6.5.5 Oost Gelre Vraag-aanbodconfrontatie Vraag en aanbod

Toelichting

Uitbreidingsvraag 2023 t/m 2030

Omvang 6 ha

lokaal Vervangingsvraag

5 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2030

11 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040

2 ha

Laag Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040

8 ha

Hoog Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2040

13 tot 19 ha

Uitgeefbaar aanbod lokaal

3,0 ha

waarvan in optie

2,6 ha

Zacht planaanbod lokaal

0 ha

Uitbreidingsambities lokaal

6 tot 8 ha

Balans 2023 t/m 2030

3 ha aanbod – 11 ha ruimtevraag

-8 ha

Potentiële balans 2023 t/m 2040

Worst case 3 ha – 19 ha ruimtevraag

-16 ha

zonder realisatie uitbreidingsambities

Best case 3 ha – 13 ha ruimtevraag

-10 ha

*best en worst case indien de uitbreidingsambitie gerealiseerd wordt.

Tot en met 2030 • De totale ruimtevraag van lokaal gewortelde bedrijven in gemeente Oost Gelre bedraagt tot en met 2030 11 hectare, waarvan 5 hectare verplaatsingsvraag. Daarnaast wordt circa 15 hectare grootschalige ruimtevraag verwacht, waarvoor samen met gemeente Berkelland RBT de Laarberg wordt ontwikkeld, zie hiervoor paragraaf 6.5.9. • Het aanbod op lokaal bedrijventerrein bedraagt 3 hectare, waarvan 2,6 hectare in optie is. Daarmee is zo goed als het volledige aanbod op korte termijn naar verwachting uitgegeven. • Met de ontwikkeling van de uitbreidingsambities van 6 tot 8 hectare kan in de periode tot en met 2030 grotendeels worden voorzien in de behoefte van lokaal gewortelde bedrijven. Doorkijk naar de periode tot en met 2040 • Ook als de uitbreidingsambities voor lokaal gewortelde bedrijvigheid van 6 tot 8 hectare volledig worden ontwikkeld, ontstaat op de lange termijn een tekort van 2 tot 10 hectare. • Ook op de lange termijn wordt grootschalige ruimtevraag verwacht, waarvoor samen met gemeente Berkelland RBT de Laarberg wordt ontwikkeld. Dit bedraagt nog eens 13 tot 20 hectare, zie hiervoor paragraaf 6.5.9.

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Kwantitatieve opgave Oost Gelre tot en met 2030 en doorkijk naar 2040 Opgave Ruimtevraag 2023 – 2030 is 11 hectare. Aanbod is ca. 3 hectare, dat vrijwel volledig in optie is Dit impliceert een uitbreidingsbehoefte van 8 hectare. De gemeente moet dus aan de slag met gebiedsontwikkeling. Omvang gebiedsontwikkeling In de periode 2023 t/m 2030 bedraagt de uitbreidingsbehoefte 8 hectare Indien de lokale uitbreidingsambitie voor de periode 2023-2030 van 6 tot 8 ha gerealiseerd wordt resteert voor de periode 2031-2040 nog een uitbreidingsbehoefte van 2 tot 10 hectare. Conclusie In de periode tot en met 2030 is uitbreiding met 8 ha ten behoeve van lokaal gewortelde bedrijven noodzakelijk. Tegelijkertijd moet de gemeente voorbereid zijn om ook in de periode na 2030 gefaseerd te voorzien in nog eens 2 tot 10 hectare aanbod voor lokaal gewortelde bedrijven. Acties gemeente Oost-Gelre • De gemeente heeft een opgave om te voorzien in aanbod voor lokaal gewortelde bedrijven. Voor lokaal gewortelde ondernemers die niet voldoen aan het regionale, grootschalige profiel van de Laarberg, is ruimte nodig op lokale bedrijventerreinen. In dat kader onderzoekt de gemeente de uitbreidingsmogelijkheden voor lokale ondernemers in Lichtenvoorde. De gemeente gaat daarbij uit van een behoefte van 0,5 hectare tot 0,8 hectare per jaar tot en met 2030. Samen met Groenlo is dit 0,8 tot 1 hectare.

• Mogelijk biedt vrijkomende ruimte na een schuifoperatie naar de Laarberg een (deel van de) oplossing. Een gefaseerde uitbreiding van het areaal aan lokaal bedrijventerrein blijft echter nodig om ook op de langere termijn te kunnen voorzien in ruimte voor lokaal gewortelde bedrijven. • De gemeenteraad moet zich daarnaast nog uitspreken over verdere uitbreiding van de Laarberg, alsmede in Lichtenvoorde. Belangrijk is dat de nieuwe ruimte kwalitatief voldoet aan het type vraag. Het bestemmingsplan biedt hiervoor sturingsmogelijkheden. Terugblik op de opgave uit het RPW 2019-2023 In Oost Gelre werd in 2019 een behoefte aan 15 tot 25 hectare uitbreidingsruimte geconstateerd, met name voor grootschalige kavels op de Laarberg. Daaraan is met de ontwikkeling van Laarberg Centraal invulling gegeven in samenwerking met gemeente Berkelland. Die ruimte kan tevens dienen als schuifruimte om uitbreiding van bedrijven op de lokale bedrijventerreinen mogelijk te maken en tegelijkertijd ruimte te creëren voor nieuwe bedrijven.

/ 45

/ 46

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Gemeente Oost Gelre heeft tevens onderzoek gedaan naar de uitbreidingsbehoefte van lokale bedrijven in Lichtenvoorde. Hieruit blijkt dat er in de periode tot en met 2030 behoefte is aan ca. 1 hectare per jaar. Naar aanleiding daarvan onderzoekt de gemeente potentiële uitbreidingslocaties en mogelijkheden om met bedrijfsverplaatsing(en) naar de Laarberg ruimte te creëren. In het RPW 2019-2023 is geconstateerd dat de kwaliteit van de bedrijventerreinen in Oost Gelre over het algemeen op orde is. Hieraan zijn daarom geen opgaven gekoppeld. Op het moment van schrijven stelt de gemeente wel een integraal plan op voor het toekomstbestendig maken van De Kamp in Lichtenvoorde.

6.5.6 Oude IJsselstreek Vraag-aanbodconfrontatie Vraag en aanbod

Toelichting

Omvang

Uitbreidingsvraag 2023 t/m 2030 lokaal

21 ha

Vervangingsvraag

17 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2030

38 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Laag

7 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Hoog

29 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2040

45 tot 67 ha

Uitgeefbaar aanbod lokaal

3,6 ha

waarvan in optie

2,6 ha

Zacht planaanbod

25 ha

Uitbreidingsambities Balans 2023 t/m 2030

30 ha 3,6 ha aanbod + 25 ha zacht plan – 32 ha

-3,5 ha

ruimtevraag Potentiële balans 2023 t/m 2040 zonder

Worst case 28,5 ha – 67 ha ruimtevr.

-38,5 ha

realisatie uitbreidingsambities

Best case 28,5 ha – 45 ha ruimtevr.

-16,5 ha

Tot en met 2030 • De totale ruimtevraag in de gemeente Oude IJsselstreek tot en met 2030 is ca. 38 hectare, waarvan 21 hectare uitbreidingsvraag en 17 hectare aan vervangings- en verplaatsingsvraag. • De gemeente heeft 3,6 hectare uitgeefbaar aanbod, waarvan 2,6 hectare in optie. Daarnaast komt op korte termijn 25 hectare beschikbaar op het VIP voor innovatieve maakindustrie, waarmee het totale aanbod momenteel ca. 28,5 hectare bedraagt. • Desondanks is er tot en met 2030 nog steeds sprake van een tekort van ca. 3,5 ha. Doorkijk naar de periode tot en met 2040 Over de gehele periode 2023 tot en met 2040, exclusief uitbreiding, bedraagt het ruimtetekort 16,5 tot 38,5 hectare.

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Kwantitatieve opgave Oude IJsselstreek tot en met 2030 en doorkijk naar 2040 Opgave Ruimtevraag 2023 – 2030 is 38 hectare. Aanbod is ca. 3,6 hectare, waarvan 2,6 hectare in optie is. Daarnaast komt op korte termijn 25 hectare beschikbaar op het VIP. Dit impliceert een uitbreidingsbehoefte van ca. 3,5 hectare. De gemeente moet dus aan de slag met gebiedsontwikkeling. Omvang gebiedsontwikkeling In de periode 2023 t/m 2030 bedraagt de uitbreidingsbehoefte 3,5 hectare. Indien geen uitbreidingsruimte gerealiseerd wordt, neemt dit tekort in de periode 2031 t/m 2040 toe naar 16,5 hectare in scenario Laag tot 38,5 hectare in scenario Hoog. Conclusie Gemeente Oude IJsselstreek heeft ook na het beschikbaar komen van het VIP nog behoefte aan uitbreidingsruimte. Dit is tot en met 2040 afhankelijk van de economische ontwikkeling zo’n 16,5 tot 38,5 hectare.

Acties gemeente Oude IJsselstreek • Om tot een balans te komen, is de gemeente op zoek naar de meest geschikte uitbreidingslocatie van ca. 10 hectare voor lokaal gewortelde bedrijvigheid in het Oude IJsselgebied. • Het functieprofiel van VIP is maakindustrie en zo ook vastgelegd in het bestemmingsplan. Het VIP kan zorgen voor schuifruimte, zodat op de bestaande bedrijventerreinen ruimte ontstaat voor (kleinschaligere) lokaal gewortelde bedrijvigheid. • Bovendien biedt de locatie van het VIP in de toekomst mogelijkheden voor verdere uitbreiding met nog eens 20 hectare. • Het is daarom noodzakelijk in West-Achterhoekverband af te stemmen over de locatie en omvang van de uitbreiding voor regionale uitbreidingsvraag en bedrijven van buiten de regio die zich in de Achterhoek willen vestigen. Terugblik op de opgave uit het RPW 2019-2023 De opgave voor gemeente Oude IJsselstreek in het RPW 2019-2023 bestond voornamelijk uit het voorzien in uitbreidingsruimte voor Smart Industry in Varsseveld. In de kernen langs de Oude IJssel was op dat moment nog voldoende ruimte. Uitbreidingsruimte in Varsseveld moest deels door herstructurering en ketenverplaatsing en grotendeels door ontwikkeling van het VIP gecreëerd worden. Met het vaststellen van het bestemmingsplan in 2023 is daaraan gehoor gegeven.

Conform de afspraken in het RPW heeft de gemeente eveneens onderzoek gedaan naar potentiële uitbreidingslocaties in Ulft/Gendringen. Bovendien is afgesproken dat de gemeente zich blijft inzetten voor de kwaliteit van bestaande bedrijventerreinen. De gemeente geeft hier navolging aan met het toekomstbestendig maken (revitaliseren) van IJsselweide. Dit wordt in 2024-2025 afgerond. Hierna wil de gemeente van start met een soortgelijke aanpak voor Hofskamp Zuid starten. Het is tevens de ambitie om (fasegewijs) een deel van Akkermansweide te transformeren naar woningbouw. Dit is een langjarig traject.

/ 47

/ 48

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

6.5.7 Winterswijk Vraag-aanbodconfrontatie Vraag en aanbod

Toelichting

Omvang

Uitbreidingsvraag 2023 t/m 2030 lokaal

14 ha

Vervangingsvraag

6 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2030

20 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Laag

4 ha

Uitgeefbaar aanbod lokaal

8,7 ha

waarvan in optie

3,5 ha

Zacht planaanbod lokaal

0 ha

Uitbreidingsambities lokaal

20 ha

Balans 2023 t/m 2030

8,7 ha aanbod – 20 ha ruimtevraag

-11,5 ha

Potentiële balans 2023 t/m 2040 zonder

Worst case 8,7 ha – 38 ha ruimtevraag

-29,5 ha

realisatie uitbreidingsambities

Best case 8,7 ha – 24 ha ruimtevraag

-15,5 ha

Tot en met 2030 • De totale ruimtevraag tot en met 2030 in de gemeente Winterswijk bedraagt 20 hectare, waarvan ca. 6 hectare aan vervangings- en verplaatsingsvraag. • De gemeente heeft ca. 8,5 hectare hard planaanbod, waarvan 3,5 hectare in optie is. Er is geen zacht planaanbod in de gemeente. • Hiermee is er nog sprake van een tekort van ruim 11 hectare tot en met 2030. Doorkijk naar de periode tot en met 2040 • De gemeente heeft de mogelijkheid om te zorgen voor balans indien ze erin slaagt de volledige uitbreidingsambitie van 20 hectare over de periode tot 2040 te ontwikkelen. Dit geldt voor scenario Laag. In scenario Hoog bedraagt het tekort ook dan nog ruim 6 hectare. Kwantitatieve opgave Winterswijk tot en met 2030 en doorkijk naar 2040 Opgave Ruimtevraag 2023 – 2030 is 20 hectare. Aanbod is ca. 8,5 hectare, waarvan 3,5 hectare in optie is Dit impliceert een uitbreidingsbehoefte van ca. 11,5 hectare. De gemeente moet dus aan de slag met gebiedsontwikkeling. Omvang gebiedsontwikkeling In de periode 2023 t/m 2030 bedraagt de uitbreidingsbehoefte 11,5 hectare Conclusie In de periode tot en met 2030 is uitbreiding met 11,5 ha ten behoeve van lokaal gewortelde bedrijven noodzakelijk. Voor de gehele periode 2023-2040 is een uitbreidingsbehoefte van 15,5 hectare in scenario Laag tot 29,5 hectare in scenario Hoog.

/ 49

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Acties gemeente Winterswijk • Om te kunnen voorzien in de ruimtebehoefte tot en met 2030 is het noodzakelijk dat de gemeente Winterswijk op korte termijn start met de ontwikkeling van minimaal 10 hectare bedrijventerrein. In dat kader laat de gemeente op het moment van schrijven onderzoek uitvoeren naar potentiële uitbreidingslocaties van ca. 10 tot 20 hectare. • De gemeente doet er goed aan zich daarbij voor te bereiden op additionele groei in de periode na 2030. De gemeente doet er daarom goed aan om nu al te starten met de gefaseerde ontwikkeling met een omvang van uiteindelijk 20 hectare. De resterende ruimtebehoefte dient zoveel mogelijk op bestaand terrein ingevuld te worden. Terugblik op de opgave uit het RPW 2019-2023 In 2019 werd in de gemeente Winterswijk een ruimtebehoefte van 10 tot 15 hectare geconstateerd voor de periode tot en met 2030. De gemeente kreeg de opgave mee om in die ruimte te voorzien door een combinatie van herstructurering, verduurzaming, optimalisatie van het ruimtegebruik, uitbreiding en ontwikkeling van zacht plan Bedrijvenlandschap Slinge. Bedrijvenlandschap Slinge is ingevuld door een lokaal geworteld bedrijf met een sterke uitbreidingswens. De achterblijvende locatie op Veeneslat Noord kan worden ingevuld door andere/nieuwe bedrijven. Ook is de gemeentewerf anders ingericht, zodat het naastgelegen bedrijf kon uitbreiden.

Daarnaast heeft de gemeente braakliggend terrein De Vlijt van ca. 8 hectare aangekocht, herontwikkeld en herverkaveld om opnieuw uitgegeven te worden. Ten slotte heeft de gemeente onderzoek gedaan naar een potentiële uitbreidingslocatie. Ten aanzien van verduurzaming werkt de gemeente samen met ondernemers, OostNL en de provincie aan een programma Toekomstbestendige bedrijventerreinen. Daarin is aandacht voor thema’s als veiligheid, beeldkwaliteit, klimaat, circulariteit en energietransitie. Op Veeneslat Zuid verkent de gemeente samen met ondernemers de realisatie van een Smart Energy Hub.

6.5.8 Regionaal bedrijventerreinen A18 Bedrijvenpark Vraag-aanbodconfrontatie Vraag en aanbod

Toelichting

Uitbreidingsvraag 2023 t/m 2030 regionaal

Omvang 22 ha

Vervangingsvraag

- ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2030

22 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Laag

7 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Hoog

29 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2040

29 tot 51 ha

Uitgeefbaar aanbod regionaal

36,5 ha

waarvan in optie

36,5 ha

Zacht planaanbod regionaal

0 ha

Uitbreidingsambities regionaal

40 tot 110 ha

Balans 2023 t/m 2030

36,5 ha aanbod – 22 ha ruimtevraag

14,5 ha*

Potentiële balans 2023 t/m 2040 zonder

Worst case 36,5 ha – 51 ha ruimtevr.

-14,5 ha

realisatie uitbreidingsambities

Best case 36,5 ha – 29 ha ruimtevr.

7,5 ha

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Tot en met 2030 • *Er is 36,5 hectare aanbod en 22 hectare vraag. Het gehele regionale aanbod is in optie. Er lijkt dus volop ruimte te zijn, maar deze wordt naar verwachting in hoog tempo uitgegeven.

• Het grote aantal opties impliceert bovendien dat er een grote vraag is naar kavels op het A18 Bedrijvenpark. De gemeente Doetinchem heeft een lijst met circa 60 geïnteresseerde ondernemers die op zoek zijn naar een kavel.

• Netcongestie speelt een grote rol bij het in optie houden van kavels. Doordat er vooralsnog geen aansluiting op het elektriciteitsnet mogelijk is, kunnen de kavels niet uitgegeven worden. Op het moment dat dit wel het geval is, worden alle kavels waarschijnlijk direct afgenomen, waarmee het regionale bedrijventerrein op korte termijn volledig gevuld is. Doorkijk naar de periode tot en met 2040 • In de periode na 2030 tot en met 2040 neemt de regionale uitbreidingsvraag nog eens toe met 7 tot 29 hectare. • Op basis van de regionale uitbreidingsvraag is er op lange termijn dus behoefte aan een gefaseerde ontwikkeling van 29 hectare. Hierbij is geen rekening gehouden met grootschalige regionale bedrijfsverplaatsingen van Doetinchem en andere gemeenten en vestiging van bedrijven van buiten de Achterhoek. Kwantitatieve opgave regionaal bedrijventerrein West-Achterhoek tot en met 2030 en doorkijk naar 2040 Opgave Ruimtevraag 2023 – 2030 is 22 hectare. Aanbod is ca. 36,5 hectare, dat volledig in optie is. Dit betekent dat het A18 Bedrijvenpark binnen afzienbare tijd volledig vol is. De gemeenten in de West-Achterhoek moet dus op korte termijn aan de slag met gebiedsontwikkeling ten behoeve van regionaal bedrijventerrein. Omvang gebiedsontwikkeling Er is tot en met 2030 op papier balans. In de periode 2031 t/m 2040 is er behoefte aan ca. 29 hectare uitbreiding.

Dit kan hoger uitvallen doordat lokale uitbreidingsambities niet of niet volledig worden gerealiseerd met bedrijfsverplaatsingen naar een regionaal bedrijventerrein als gevolg en/of er zich bedrijven van buiten de regio in de Achterhoek willen vestigen. Conclusie Er is behoefte om op korte termijn te starten met de gefaseerde ontwikkeling van minstens 29 hectare regionaal bedrijventerreinen. In het geval van bedrijfsverplaatsingen en/of vestigingen van buiten de regio, kan dit al snel meer worden.

/ 50

/ 51

Regionaal Programma Werklocaties regio Achterhoek 2024-2028

Acties • Er is op korte termijn behoefte aan zicht op een nieuwe uitbreidingslocatie ten behoeve van regionale bedrijvigheid in de West-Achterhoek. De omvang van die uitbreidingsbehoefte bedraagt circa 40 hectare, maar kan hoger uitvallen doordat lokale uitbreidingen in de WestAchterhoek geen doorgang vinden, bedrijfsverplaatsingen of doordat er zich bedrijven van buiten de regio in de Achterhoek willen vestigen. • De gemeenten in de West Achterhoek moeten gezamenlijk tot afstemming komen over een nieuwe uitbreidingslocatie voor regionale bedrijvigheid. Daarbij dient tevens rekening gehouden te worden met ruimte voor – direct of indirect middels bedrijfsverplaatsingen – uitbreiding van lokaal gewortelde bedrijven die geen ruimte meer kunnen vinden op lokale bedrijventerreinen. • Nauwgezette monitoring en regionale afstemming zijn noodzakelijk om ervoor te zorgen dat er voldoende geschikte ruimte beschikbaar komt op de juiste locatie en zorgen er tevens voor dat het aanbod gefaseerd en voor de juiste doelgroep ontwikkeld wordt.

6.5.9 Regionaal bedrijventerrein de Laarberg Vraag-aanbodconfrontatie Vraag en aanbod

Toelichting

Uitbreidingsvraag 2023 t/m 2030

Omvang 21 ha

regionaal Vervangingsvraag

- ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2030

21 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Laag

7 ha

Uitbreidingsvraag 2031 t/m 2040 Hoog

28 ha

Totaal ruimtevraag 2023 t/m 2040

28 tot 50 ha

Uitgeefbaar aanbod regionaal

37,5 ha

waarvan in optie

0,9 ha

Zacht planaanbod regionaal

0 ha

Uitbreidingsambities regionaal

30-35 ha

Balans 2023 t/m 2030

37,5 ha aanbod – 21 ha ruimtevraag

16,5 ha

Potentiële balans 2023 t/m 2040 zonder

Worst case 37,5 ha – 50 ha ruimtevraag

-12,5 ha

realisatie uitbreidingsambities

Best case 37,5 ha – 28 ha ruimtevraag

9,5 ha

Tot en met 2030 • De totale grootschalige ruimtevraag op RBT de Laarberg bedraagt tot en met 2030 21 hectare. Er is geen sprake van regionale verplaatsingsvraag. • Op RBT de Laarberg is ca. 37,5 hectare aanbod, waarvan 0,9 hectare in optie is. • Hiermee is er op korte termijn dus volop ruimte voor grootschalige bedrijvigheid en kan de Laarberg voorzien in de regionale ruimtebehoefte in de Oost-Achterhoek. • Daarbij moet wel worden aangetekend dat hierbij geen rekening gehouden is met bedrijfsverplaatsingen van bedrijven die op lokale bedrijventerreinen uit hun jasje groeien en voor uitbreiding mogelijk naar de Laarberg verplaatsen of met bedrijven van buiten de regio die zich in de Achterhoek willen vestigen. Omdat het in zo’n geval om aanzienlijke oppervlaktes gaat, kan het snel gaan met het resterende aanbod.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7969/documents/45379