Bijlage 1 Perspectiefnota 2025 gemeente Doetinchem.pdf
Tekst van het document
Perspectiefnota
2025
1
Inhoud 1.
Voorwoord ....................................................................................................... 3
2.
Financiële uitgangspositie ..................................................................................... 5
3.
Trends en ontwikkelingen ..................................................................................... 7
4.
Kansen ............................................................................................................ 9 Algemeen ........................................................................................................... 9 Doetinchem 2036 .................................................................................................. 9 Sociale en veerkrachtige samenleving ....................................................................... 10 Aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving .................................................... 10 Organisatie en financiën ....................................................................................... 11
5.
Risico’s ........................................................................................................... 12 Algemene risico’s ................................................................................................ 12 Doetinchem 2036 ................................................................................................ 12 Sociale en veerkrachtige samenleving ....................................................................... 13 Aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving .................................................... 14 Organisatie en financiën ....................................................................................... 14
6.
Af te wegen en gewenste opgaven en ambities ........................................................ 15
7.
Uitgangspunten begroting 2025 ........................................................................... 19
8.
Reflecties voor de begroting 2025-2028 .................................................................. 21
2
1. Voorwoord Voor u ligt de Perspectiefnota 2025. In deze nota zijn de belangrijkste nieuwe ontwikkelingen opgenomen en de wensen van het college voor de komende jaren. De Perspectiefnota 2025 is de aanzet voor de Begroting 2025 die in het najaar vastgesteld gaat worden. Bij de vorige begrotingsbehandeling heeft de gemeenteraad gekozen voor een nieuwe insteek van de begrotingscyclus. We werken niet meer met een gedetailleerde Kadernota, maar sturen in deze fase meer op de hoofdlijnen. Daarom hebben we een Perspectiefnota opgesteld waarin we de voor Doetinchem, Wehl en Gaanderen relevante trends en ontwikkelingen benoemen en de kansen en de risico’s die we op ons af zien komen. Wat niet verandert, is het inzicht in de actuele financiële uitgangspositie en autonome ontwikkelingen. Uiteraard presenteren we een aantal financiële spelregels als kader voor het opstellen van de begroting 2025. Nieuw is dat we - op basis van de belangrijkste trends en ontwikkelingen, kansen en risico’s – onze opgaven en ambities op hoofdlijnen weergeven. Op hoofdlijnen betekent ook dat u ditmaal geen gedetailleerde lijst met aanmeldingen voor de begroting aantreft, wel geven we een indicatie van de gevolgen voor de begroting. In het afsluitende hoofdstuk schetsen we op basis van al het voorgaande een aantal reflecties. Deze reflecties zijn bedoeld om het gesprek in de gemeenteraad te faciliteren.
De raad kan op basis hiervan accenten en aandachtspunten meegeven aan het college voor het opstellen van de begroting. De afgelopen twee jaar hebben we al veel in geïnvesteerd en daar zien we de resultaten van terug in de stad en de dorpen. De woonvisie ligt er, de woningbouw krijgt steeds meer vaart en de kwaliteit van de bestaande woningen wordt verbeterd. Daarnaast krijgen de plannen rondom de Spoorzone kleur en kan de volgende fase van planvorming van start. Op sociaal vlak zetten we stappen op het gebied van preventie, gezond leven en sport. We hebben een stad waar iedereen zich welkom voelt in een inclusieve gemeente, de culturele beleving versterkt is en ongekende talenten zo goed mogelijk worden benut. Inwoners die moeite hebben met rondkomen krijgen ondersteuning en kansen om zich te ontwikkelen naar vermogen. Voor de binnenstad werken we intensief samen met iedereen aan een (nog meer) florerend centrum, en bieden we ruimte bieden aan ondernemers om te groeien. Het financieel beeld laat twee kanten zien. Aan de ene kant zien we enige ruimte om in 2025 extra uitgaven te doen, aan de andere kant zien we de jaren daarna een financieel tekort. Dit financieel tekort is omgeven met onzekerheid als gevolg van de ontwikkelingen rondom de Algemene Uitkering van het Rijk. Het feit dat de kabinetsformatie nog gaande is, maakt deze onzekerheid nog groter.
Een groot vraagstuk voor de gemeenten is of we voldoende gecompenseerd gaan worden voor de steeds maar stijgende loon- en prijsontwikkelingen en hoe de discussie over de kortingen op het gemeentefonds uit zal pakken. Belangrijk positief punt is dat we er de afgelopen jaren in geslaagd zijn om een gezond weerstandsvermogen op te bouwen. Het goede nieuws is dat we mogelijkheden zien om voor 2025 onze ambities voort te zetten, de realisatie nog verder op te pakken en visies in uitvoering om te zetten. We kunnen de 3
leefomgeving en de dienstverlening voor onze inwoners nog verder verbeteren, we pakken door en we blijven groeien in kwaliteit. Leeswijzer In hoofdstuk 2 schetsen wij allereerst de financiële uitgangspositie. Dit is uiteraard de stand van zaken van dit moment, waarbij de meicirculaire en andere ontwikkelingen bij de begroting een ander beeld kunnen geven. In hoofdstuk 3 hebben we belangrijke trends en ontwikkelingen op een rij gezet. En in de hoofdstukken 4 en 5 schetsen wij achtereenvolgens een beeld van de kansen en risico’s die wij zien. We hebben deze gesorteerd in algemene kansen en risico’s en vervolgens kansen en risico’s binnen de programma’s. Hoofdstuk 6 geeft inzicht in de opgaven en ambities die bij de begrotingsbehandeling moeten worden afgewogen. In hoofdstuk 7 worden de uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2025 geschetst. In hoofdstuk 8 tenslotte zetten we een aantal reflecties op een rij. Aan de raad vragen wij hierop te reageren, zodat we deze richtinggevende uitspraken van de raad kunnen meenemen bij het opstellen van de begroting.
4
2. Financiële uitgangspositie In 2024 hebben wij u ondanks de beperkingen in de meicirculaire een structureel sluitende begroting gepresenteerd. Ook voor de komende periode willen wij u graag een structureel sluitende begroting presenteren. Dat wordt echter, ondanks dat we een relatief lage schuldpositie kennen en de omvang van de algemene reserve voldoende is, steeds lastiger. De prognose voor de financiële uitgangspositie voor de Perspectiefnota en begroting wordt met name richting de eindjaren somberder. Deze is voor 2028 becijferd op zo’n € 300.000 nadeel structureel, zonder de autonome ontwikkelingen, de inhoudelijke knelpunten, intensiveringen, voordelen, mogelijke besparingen en bestuurlijke keuzes op basis van de geschetste kansen en risico’s als gevolg van trends en ontwikkelingen. Financieel meerjarenperspectief Perspectiefnota 2025/ Begroting 2025 (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Resultaat geamendeerde begroting 2024 t.g.v./t.l.v. alg. reserve, uitgangspositie Begroting 2025
986
148
218
218
Totaal ontwikkelingen gemeentefonds (september- en decembercirculaire)
350
17
-280
-534
Uitgangspositie financiele prognose Perspectiefnota 2025/ Begroting 2025
1.336
165
-62
-316
In bovenstaand beeld is ook nog geen rekening gehouden met de ontwikkelingen van het gemeentefonds op basis van de meicirculaire. Op basis van deze circulaire kunnen we beter bepalen hoe de verschillende effecten voor Doetinchem gaan uitpakken. Autonome ontwikkelingen Een eerste inschatting van de autonome ontwikkelingen (de onvoorzienbaar, onvermijdbaar, en onuitstelbare ontwikkelingen) is dat zij een fors beslag zullen leggen op het financiële perspectief voor de begroting. Het betreft hier vooral autonome loon-en prijsontwikkelingen, die naar verwachting meer zullen bedragen dan het Bbp, waarvoor we door het Rijk gecompenseerd worden. NR
Inschatting autonome ontwikkelingen Perspectiefnota 2025
2025
2026
2027
2028
saldo -160 PM -426
saldo 37 PM PM
saldo -38 PM PM
saldo -143 PM PM
-495 -1.934 -40 -3.055
PM PM -40 -3
PM PM -40 -78
PM PM -40 -183
bedragen x € 1.000 1 Kadernota VNOG 2025-2028 2 Herijking lumpsum (WMO / Jeugd) 3 Autonome ontwikkelingen Hulp bij huishouden 4 BUHA (niet sluitende begroting agv loon- en prijsontwikkelingen) - prijspeilontwikkelingen energie en brandstof - Prijspeilontwikkelingen Contracten/Bestekken 5 Hogere indexatie software (Gibit) dan pBbp Totaal verwachte autonome ontwikkelingen Perspectiefnota 2025
Wanneer we vanuit het Rijk onvoldoende worden gecompenseerd voor deze autonome loonen prijsstijgingen, dan zullen keuzes onvermijdelijk zijn. Naast het compensatievraagstuk zijn er met betrekking tot het financiële beeld nog veel onzekerheden. Deze zijn beschreven in het hoofdstuk risico’s.
Daarnaast zijn er ook kansen die een mogelijk financieel positief effect hebben op het financiële beeld, zoals 5
- Het schrappen van de opschalingskorting vanaf 2026 (met een eenmalige korting in 2025 van het Gemeentefonds) en extra WMO-budget zoals door het kabinet medio april is voorgesteld in de Voorjaarsnota. - Of eventueel andere positieve onderhandelingsresultaten uit de kabinetsformatie. - Het mogen inzetten van 10 % van het surplus van de algemene reserve bij voldoende solvabiliteit en voldoende afdekking van de risico’s.
6
3. Trends en ontwikkelingen Doetinchem heeft een goede uitgangspositie; als bloeiende centrumgemeente van de Achterhoek, en ook in vergelijking met andere middelgrote gemeenten van ons land. De economie in Nederland bloeit en de meeste mensen zijn gezond en gelukkig. Tegelijkertijd bevinden we ons in een tijdperk waarin we voor forse maatschappelijke en ruimtelijke opgaven staan en leven we in een wereld met veel geopolitieke onrust. Er zijn al met al veel ontwikkelingen die impact hebben op onze plannen voor de toekomst. Een aantal opvallende trends hebben we hieronder op een rij gezet, waarbij we ons realiseren dat deze opsomming niet volledig zal zijn. Veranderende bevolking - De bevolking groeit en verandert van samenstelling. De komende jaren neemt het aantal 75-plussers toe, terwijl het aantal jongeren afneemt. De huishoudens worden kleiner: er komen steeds meer één- en tweepersoonshuishoudens. Dat brengt een breed scala aan opgaven en uitdagingen met zich mee. Sociaal maatschappelijk speelt het vraagstuk van gezondheid en zorg, waarbij steeds vaker een beroep gedaan wordt op de eigen kracht van inwoners. Ook neemt de druk op de woningmarkt verder toe en zien we een toename van het aantal mobiliteitsbewegingen. In het economisch verkeer merken we dat de krapte op de arbeidsmarkt steeds nijpender wordt.
De regiofunctie van Doetinchem neemt toe, de uitdaging voor de centra van middelgrote steden om vitaal te blijven, is groot. Door de groeiambitie en bouw van woningen kan onze gemeente de komende jaren groeien en nieuwe inwoners aantrekken. Schaarse ruimte – Het grondgebied van Doetinchem is relatief klein. Zeker als we alle ruimtelijke vragen, wensen en opgaven in ogenschouw nemen. Denk aan de woningbouwopgave, de energietransitie, de ruimte voor bedrijvigheid, recreatie, voorzieningen en natuur en niet te vergeten klimaatopgaven zoals de aanpak van droogte of juist wateroverlast en de schaarste aan drinkwater in de toekomst. Hoge eisen aan de overheid – Er is een groeiende groep inwoners die zich onzeker voelt en minder vertrouwen heeft in de overheid, er is een gevoel van afnemende sociale cohesie en toegenomen polarisatie. Omgangsnormen staan onder druk. De omgeving stelt steeds hogere eisen het functioneren en presteren van de overheid. Ontwikkelingen op ICT-gebied vragen om andere alertheid en dienstverlening. De veiligheidsbehoefte neemt toe en er is een toenemende behoefte aan integraliteit en samenwerking. Transformatie sociaal domein onder druk – Deze transformatie vraagt veel van onze organisatie en van maatschappelijke partijen. We zien dat we hier geconfronteerd worden met toenemende problematieken en complexiteit, toenemende vraag en met stevige kostenstijgingen.
Daartegenover staan minder financiële middelen vanuit het Rijk en hebben we te maken met minder menskracht door een krappe arbeidsmarkt.
7
Financiële onzekerheid – Net als andere gemeenten in ons land heeft Doetinchem te maken met minder inkomsten vanuit het gemeentefonds, maar ook minder zekerheid op financieel gebied. De Rijksbegroting wordt minder stabiel, er is sprake van minder vertrouwen tussen Rijk en decentrale overheden. Veel uitkeringen van het Rijk zijn niet structureel maar worden in de vorm van incidentele uitkeringen verstrekt. Dit brengt de nodige verantwoordingslast en onzekerheid ten aanzien van mogelijk vervolg en continuïteit met zich mee.
8
4. Kansen In dit hoofdstuk hebben we een aantal kansen op een rij gezet die er wat ons betreft uitspringen. We maken hier onderscheid in algemene kansen en kansen die met name binnen een van de begrotingsprogramma’s spelen. Voor deze opsomming geldt uiteraard dat dit een momentopname betreft; mogelijk doen zich andere of nieuwe kansen voor bij het opstellen van de begroting. Algemeen Sterke centrumgemeente - De regio staat in de spotlights, de regiodeal en de uitwerking van “Elke Regio telt” biedt kansen voor Doetinchem. Op diverse onderwerpen zijn toekomstvisies opgesteld. Een zelfbewust Doetinchem weet wat ze wil, houdt daaraan vast en benadert actief partners. Slim putten uit potjes - Vanuit grote Rijksprogramma's of maatschappelijke initiatieven dienen significante budgetten of projecten zich aan, zoals de rijksmiddelen voor IZA en klimaatadaptatie, maar ook subsidiepotten zoals de WBI (woningbouwimpuls) en het Volkshuisvestingsfonds. Een ‘andere manier van kijken’ naar uitdagingen, vanuit gezamenlijke belangen samenwerkend met partners in de stad en dorpen, brengt kansen dichterbij. Gunstige ligging - Bij (woning-)bouwprojecten kunnen we relatief snel doorpakken omdat de stikstofproblematiek op ons grondgebied nauwelijks speelt (in tegenstelling tot andere gemeenten).
Door vervolgens sociale en fysieke opgaven (nog) meer met elkaar te verbinden, kan een hoger gezamenlijk resultaat bereikt worden. Zo kunnen we bij een woningbouwontwikkeling zorgen dat bijvoorbeeld voorzieningen een plek krijgen, maar ook dat we vanuit het mobiliteitsplan gewenste verbeterslagen maken op het gebied van bereikbaarheid en verkeersveiligheid. Doetinchem 2036 De woningbouw vergroten en versnellen – Versnellingsteams, slimme priortering en het benutten van nieuwe ontwikkelmogelijkheden kunnen zorgen voor het vullen van de hoge vraag naar woningen (Doetinchem kent ruim 3.000 actieve woningzoekenden). De provincie Gelderland kijkt voor de verwachte extra bouwopgave nadrukkelijk naar Doetinchem. Daarbij zal kwaliteit bovenaan blijven staan, ook binnen bestaande wijken. Voorzieningen toekomstbestendig – Gericht sturen op behoud én uitbreiding basisvoorzieningen en plus-voorzieningen past bij onze ambities. Dat kan gaan om de directe woonomgeving van inwoners waarbij ontmoeten, sport en bewegen, cultuur en groen van belang zijn, maar ook voorzieningen met een gemeentebrede of regionale uitstraling, zoals een dagattractie, een evenement of cultuurvoorziening. Binnenstad toekomstbestendig – Centra groeien steeds meer van ‘place to buy’ naar ‘place to be’. Het blijft zaak om samen met binnenstadondernemers, maatschappelijke 9
organisaties en vastgoedeigenaren te blijven investeren in de binnenstad. Niets doen is geen optie. We leggen momenteel de laatste hand aan een geactualiseerde binnenstadvisie, die de basis vormt voor planmatige en projectmatige aanpak van deze opgave. Op die manier blijft de regiofunctie van de Doetinchemse binnenstad sterk en kan nog verder benut worden.
Ruimte voor werken - De economie mee laten groeien met de ambities richting 2036 vraagt ruimte. We hebben op dit moment geen uitgeefbare kavels meer beschikbaar terwijl de druk op de zakelijkvastgoedmarkt, mede door transformatie, groot is. Voor de periode tot en met 2040 verwachten we een zoekvraag van 40 tot 110 hectare. Om ook de toekomstbestendigheid van onze bestaande bedrijventerreinen te waarborgen kent de gemeente Doetinchem een hoge inbreidingsambitie, hiervoor stellen we een gebiedsmakelaar aan. Ook gaan we opzoek naar nieuwe ontwikkellocaties voor bedrijventerreinen met oog voor kwaliteit. Sociale en veerkrachtige samenleving Innovatie als onderdeel transformatie – De transformatie is er op gericht het verleggen van de focus van zorg naar gezondheid. Preventie is daarbij het sleutelwoord; daarop zetten we vol in, juist in de samenwerking met en tussen partijen. Daarnaast kijken we naar kansen voor innovatieve toepassingen en oplossingen, bijvoorbeeld domotica (slimme technologische toepassingen in huis) en combinaties van fysiek en online geboden zorg en ondersteuning. Impuls voor maatschappelijke voorzieningen – door maatschappelijke projecten op gebied van zorg, onderwijs, onderwijshuisvesting, cultuur en sport & bewegen slim te koppelen of te stapelen met woningbouwontwikkelingen versterken we de aantrekkelijkheid en vitaliteit van buurten en wijken.
Vandaag aan de slag – Ontschotten en een gebundelde gebiedsaanpak leiden tot betere integrale samenwerking. De vraag en behoeften kunnen per wijk en buurt verschillen. Door gericht de focus te kiezen in onze wijken en dorpen, vergroten we de impact en sluiten we beter aan op de vraag.
Van School naar Duurzaam Werk. Er komt een nieuwe wet voor een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. De doelgroep van het Doorstroompunt wordt verlengd en verbreed. Op dit moment is niet veel duidelijk over de financiële gevolgen van deze wet. Aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving De juiste voorzieningen op de juiste plek – De diverse ontwikkellocaties bieden de mogelijkheid om voorzieningen te versterken of van een nieuwe/betere locatie te voorzien. Het versterken van de directe leefomgeving van onze inwoners draagt bij aan gezonde inwoners in leefbare wijken en dorpen. Denk aan ruimte voor ontmoeting, spelen en bewegen, scholen, zorgcentra of een dagopvang. 10
Koppelkansen – Verschillende opgaven met een ruimtevraag kunnen slim gekoppeld worden door ze integraal te bekijken. Denk aan een voorziening met daar bovenop woningbouw en klimaat adaptieve maatregelen in de openbare ruimte. Continue bouwproductie – Doetinchem heeft meer dan 3.000 actieve woningzoekenden, dus de vraag naar woningen is onverminderd hoog. Dat, gecombineerd met een ruime keuze aan potentiële ontwikkellocaties maakt dat de komende jaren gezorgd kan worden voor een bestendige en continue productie van woningbouw met daaraan gekoppeld investeringen in o.a. de openbare ruimte, mobiliteit en voorzieningen. De ontwikkelfondsen zijn dan ook bedoeld om gebruikt te worden voor het brede scala aan benodigde investeringen en niet louter voor de bouw van woningen. Organisatie en financiën Aantrekkelijke en toekomstgerichte werkgever – We weten dat de arbeidsmarkt steeds krapper wordt, ook in gemeenteland neemt de concurrentie daardoor toe. Tegelijk zien we dat we daar slim op kunnen inspelen. Diverse innovatieve ontwikkelingen, bijvoorbeeld op het gebied van AI (Artificial Intelligence) kunnen (delen van) het werk vergemakkelijken. Sommige werkprocessen, met name in de dienstverlening, kunnen nog meer gebruik maken van digitale tools.
Cruciaal is ook om te blijven investeren in de kennis en kwaliteiten van onze medewerkers, zodat zij optimaal gebruik kunnen maken van en inspelen op de nieuwste ontwikkelingen. Daarnaast blijven we investeren in een aantrekkelijke werkomgeving, met optimale kantoor- en thuiswerkvoorzieningen, zodat onze gemeente haar positie op de arbeidsmarkt kan versterken. Slim benutten van financiële middelen – Door onze incidentele financiële middelen slim in te zetten, kunnen we onze doelen beter bereiken, ook als het gaat om meerjarige opgaven. Bijvoorbeeld door bestemmingsreserves te vormen of reeds gevormde reserves uit te nutten, zoals het investeringsfonds of het crisisherstelfonds. Daarnaast is het zaak om scherp in te zetten op de diverse subsidiepotten van het Rijk, provincie en anderen en te zorgen dat we daar de gevraagde cofinanciering voor beschikbaar hebben.
11
5. Risico’s In dit hoofdstuk zetten we een aantal belangrijke risico’s op een rij. Dit doen we onder het kopje ‘algemene risico’s’ en vervolgens per programma. Evenals bij de kansen geldt ook hier dat de opsomming niet limitatief is. Mogelijk doen er zich in de loop van het jaar andere risico’s voor of zijn er meevallers. Algemene risico’s Loon- en prijsontwikkelingen, ook bij verbonden en marktpartijen – De kosten van de CAO’s van de gemeente en van verbonden partijen stijgen sterker dan voorheen en waar we dus in de begroting mee gerekend hebben. We hopen dat de Rijksbegroting hierop meebeweegt. Mocht dit onvoldoende het geval zijn, dan zijn wij genoodzaakt te bezuinigen. Krappe arbeidsmarkt– Doetinchem wil een aantrekkelijke werkgever zijn en blijven. Tegelijkertijd zien we een forse krapte op de arbeidsmarkt, waardoor het risico toeneemt dat onze medewerkers sneller van baan wisselen en vacatures niet vervuld worden. Op sommige – met name uitvoerende – functies is de bezetting al krap, wat kan leiden tot een gebrek aan realisatiekracht. Voor veel beleidsterreinen geldt dat Doetinchem een formele of toebedeelde rol heeft in de regio. Om die rol goed uit te kunnen voeren wordt veel van onze ambtelijke en bestuurlijke inzet gevraagd.
We doen dit gedreven in het belang van de maatschappelijke opgaven die er liggen, maar het blijft belangrijk om goede afspraken te maken met de andere gemeenten over de regionale samenwerking. Gemeentefinanciën minder voorspelbaar - door wankele en instabiele Rijksbegroting. We zien de komende jaren dat zich ontwikkelingen en/of risico's voordoen die op dit moment (nog) niet of nauwelijks zijn te kwantificeren, maar die wel een beroep zullen doen op onze algemene reserve. De omvang ervan hangt af van bestuurlijke keuzes van het Rijk, onze gemeente en van maatschappelijke ontwikkelingen. Denk hierbij aan de hervormingsagenda jeugd, onderwijshuisvesting, klimaatadaptatie, de warmtetransitie, de omgevingsvisie, duurzaamheid en circulariteit en onze groei-ambities in het kader van 2036. Net als bij de begroting 2024 zijn de crisis in Oekraïne, de enorme inflatie, de schaarste aan arbeidskrachten en soms ook productiemiddelen grotere risico's. Ook de afhankelijkheid van en de onzekerheid over het Rijksbeleid blijft een grote factor. Aanvullende risico's per programma Doetinchem 2036 Voorzieningen niet passend bij groei – De druk op de voorzieningen neemt toe bij de bevolking die in omvang stijgt. Noodzakelijke voorzieningen, zoals een gezondheidscentrum of een ontmoetingspunt, ontbreken in sommige wijken.
Het vestigingsklimaat is afhankelijk van een kwalitatief goed voorzieningenaanbod, niet alleen dagelijkse voorzieningen maar ook de grote voorzieningen met regionale uitstraling.
12
Sociale en veerkrachtige samenleving Personele en financiële schaarste - Het risico bestaat dat door ontgroening (beperkt aanbod jonge arbeidskrachten) en de arbeidsmarktkrapte niet het juiste personeel kan worden ingezet. Daarnaast groeit het rijksbudget mogelijk niet structureel mee met toename demografische vraag en zijn de uitkomsten van de nieuwe werkwijze nog ongewis. Allemaal zaken die invloed hebben op de realisatie van de opdracht in het sociaal domein. Beheersmaatregelen Wmo en Jeugdhulp - In de begroting is een pakket aan beheersmaatregelen opgenomen. Deze maatregelen zijn genomen nadat bleek dat de regionale herijking van de tarieven met aanbieders voor Wmo en Jeugdhulp in 2023 leidde tot forse stijging van die tarieven. Het pakket beheersmaatregelen bestrijkt meerdere jaren. De (beoogde) resultaten en effecten worden in de loop van de jaren zichtbaar. Dit brengt onzekerheid met zich mee met bijbehorend financieel risico, met name in 2025. In de meerjarenbegroting 2024-2027 is namelijk een aanvullende taakstelling opgenomen voor programma 2 Sociale en veerkrachtige samenleving. Daarbij is vastgelegd dat voor iedere jaarschijf uiterlijk in het voorliggende jaar nader te bepalen maatregelen worden getroffen. Deze taakstelling vraagt om een brede afweging van taken, beleid en activiteiten.
Bovenregionale verwerving essentiële jeugdhulpfuncties - Essentiële jeugdhulpfuncties zijn integrale hoog specialistische jeugdzorgvormen met een verblijf. Om deze zorg te verbeteren, te transformeren én de beschikbaarheid te garanderen, gaan we dit op Gelders niveau met alle jeugdhulpregio’s en betrokken aanbieders verwerven en organiseren. Deze ontwikkeling brengt een kostenstijging voor de contractering van deze jeugdzorgvormen met zich mee. Dit komt door de vanuit het Rijk opgelegde transformatie van Jeugdhulp met verblijf, die een beweging naar kleinschaligheid moet maken. Daarnaast zijn er met nieuw in te kopen producten hogere tarieven van toepassing. De VNG is namens de gemeenten in onderhandeling over voldoende Rijksmiddelen om de beoogde transformatie van de jeugdzorg te realiseren. Hierover zijn afspraken gemaakt in de Hervormingsagenda Jeugd. De uitkomsten hiervan zijn nog onbekend, inclusief besluitvorming door het Rijk om extra middelen beschikbaar te stellen en/of de voorgenomen bezuiniging niet door te voeren voor de jeugdzorg. Uitvoeringskosten Laborijn - Uit de kadernota van Laborijn blijkt dat bij de uitvoering van zowel de Participatiewet als de Wet Inburgering de complexiteit en de intensiteit van het werk toeneemt. Inwoners hebben meer dan voorheen een hulpvraag en problematiek op meerdere leefdomeinen.
Dit vraagt om meer maatwerk en integrale dienstverlening van betrokken professionals. Laborijn geeft aan dat de geformuleerde inhoudelijke ambitie van Laborijn en de gemeenten de komende jaren schuurt met de middelen waar Laborijn op grond van de eerder vastgestelde meerjarenraming vanuit is gegaan. In de kadernota is geen financiële vertaling gegeven van de toenemende bijdrage van de gemeenten. Momenteel werkt Laborijn scenario’s uit om het effect te dempen of ongedaan te maken. De uitvoeringslasten zullen onderdeel uitmaken van de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028.
13
Groeiende groep inwoners doet niet volwaardig mee – Ondanks onze inspanningen om een inclusieve gemeente te zijn waar iedereen zich welkom voelt, weten we ook dat er een groep inwoners is, die onzeker is over hun bestaan. Het gaat om mensen die met moeite in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Dat leidt tot zorgen en weerhoudt mensen er soms van om te gaan werken, terwijl op de arbeidsmarkt iedereen nodig is. Anderen kunnen niet volwaardig meedoen door een beperking, leeftijd, etnische herkomst, seksuele oriëntatie of genderidentiteit, maar ook door armoede of laaggeletterdheid. Wij blijven werken aan toegankelijkheid en inclusiviteit. Aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving Hoge eisen en kosten milieu- en gezondheid – De eisen en wensen op het terrein van milieu en gezondheid nemen relatief sterk toe. Dat brengt structureel extra werk mee op het gebied van toezicht en handhaving (via verbonden partijen als de ODA), maar ook incidenteel zoals voor het saneren van PFAS-vervuilingen. Het is niet duidelijk of we ook in de toekomst kunnen profiteren van beschikbare middelen zoals de Rijks SPUK-gelden. Netcongestie – We zien dat de energietransitie in ons land een grote vlucht neemt. Dat leidt tot een grote druk op het elektriciteitsnet. De energiebedrijven zijn hard bezig om het netwerk te verzwaren, maar kunnen de groeiende vraag niet bijbenen.
Dat leidt tot ‘file’ op het elektriciteitsnet: nieuwe bedrijven, instellingen en op termijn ook woningen kunnen niet worden aangesloten terwijl dat wel cruciaal is voor de groeiambitie. In de regio spannen we ons in om zoveel mogelijk capaciteit te regelen en te verdelen. Nutsvoorzieningen – Er is momenteel veel oog voor de beperkingen van het elektriciteitsnet. Echter ook andere voorzieningen komen op lange termijn mogelijk onder druk te staan. We wijzen in dit verband met name op de drinkwatervoorziening. Door klimaatverandering (toenemende droogte), verontreiniging van bronnen en toenemend watergebruik komt de beschikbaarheid van schoon drinkwater onder druk te staan. Organisatie en financiën Verantwoordingskosten- en capaciteit – Op het gebied van subsidies, inkoop, rechtmatigheid en specifieke uitkeringen van het Rijk (SPUK’s) stelt het Rijk steeds hogere eisen aan verantwoording. Deze leggen een extra druk op de personele capaciteit.
14
6. Af te wegen en gewenste opgaven en ambities Ondanks het door ons in de afgelopen jaren gevoerde prudente financieel beleid wordt het steeds lastiger om een structureel sluitende begroting op te stellen. Net als veel andere gemeenten maken we ons zorgen over het verwachte gebrek aan loon-prijscompensatie en andere kortingen op het gemeentefonds, dit terwijl onze verplichtingen er niet minder op worden. Naast de autonome ontwikkelingen zijn er ook nog andere ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op het financiële perspectief. Tegelijkertijd staan we als gemeente aan de lat om ons aandeel te leveren in belangrijke opgaven van ons land en specifiek voor Doetinchem. In het afgelopen jaar zijn al een aantal beleidswensen en ambities en noodzakelijk geachte uitgaven door ons college naar voren gebracht (zie overzicht hieronder). NR
Af te wegen ontwikkelingen begroting 2025
2025
2026
2027
2028
I/S
saldo -100 PM 0 -109 -25 -135 -60 -15 -209 -653
saldo 0 0 0 -67 -25 -135 -60 -15 0 -302
saldo 0 0 0 -67 -25 -135 -60 -15 0 -302
saldo 0I 0I -205 S -67 S -25 S -135 S -60 S -15 S 0S -507
bedragen x € 1.000 1 In - en uitbreiding bedrijventerreinen-gereedsschapskist gebiedsmakelaar 2 Regionaal inkoopproces Wmo / Jeugd 3 Structurele financiering IHP (2028 e.v.) 4 Laborijn Toenemende huisvestingslasten 5 Subsidieregeling water en groen 6 Actualisatie vastgoedfonds 7 Communicatie medewerker griffie (0,5 fte schaal 10) 8 Aanvullend budget griffie 9 Bezuinigingen subsidies Totaal
In- en uitbreiding bedrijventerreinen, gereedschapskist gebiedsmakelaar, € 100.000 N 2025 Incidenteel Om op een hoog ambitieniveau aan de slag te kunnen gaan met het beter benutten van onze bestaande bedrijventerreinen wordt de gebiedsmakelaar aangesteld. Om zijn functie te laden willen we de gebiedsmakelaar een gereedschapskist van € 100.000 meegeven. Regionaal inkoopproces WMO, Jeugd, € PM N, incidenteel In 2024 en 2025 zal een nieuw regionaal inkoopproces gaan lopen. De precieze kosten die gemoeid zijn met het opstarten en implementeren van een nieuw inkoopproces zijn afhankelijk van de nog te kiezen inkoopprocedure. Financiering IHP vanaf 2028 e.v.€ 205.000 N structureel Het nieuwe IHP is vastgesteld. Om structureel voor het hele plan voldoende beschikbaar te houden, is vanaf het jaar 2028 een structurele jaarlijkse toevoeging van € 205.000 aan het budget van het IHP noodzakelijk. Laborijn Toenemende huisvestingslasten, € 109.000 N 2025 en vanaf 2026 € 90.000 N structureel Laborijn gaat vanwege de geplande nieuwbouw voorlopig uit van een toename van de huisvestingslast. Voor Doetinchem betekent dit een stijging van bijdrage aan Laborijn van € 109.000 in 2026 en vanaf 2027 structureel € 67.000.
15
Subsidieregeling water en groen, € 25.000 N 2025, structureel Een langjarige subsidieregeling heeft het meeste effect. Voorgesteld wordt om uit de algemene middelen € 25.000 te dekken voor de niet-water gerelateerde ‘groene’ subsidiemaatregelen zoals het planten van bomen, vergroenen en ontstenen. Actualisatie vastgoedfonds, € 135.000 N 2025 Structureel Voor de verhuurbaarheid van ons gemeentelijke vastgoed en om te voorkomen dat door achterstallig onderhoud de kosten van herstel t.z.t. groter zullen zijn dan de onderhoudskosten nu, is het gebleken dat de komende 10 jaar jaarlijks gemiddeld € 135.000 extra voor onderhoud nodig. Communicatiemedewerker griffie (0,5 fte schaal 10), € 60.000 N 2025, structureel Voor het verder ontwikkelen van raadscommunicatie (om inwoners actiever te krijgen richting de gemeenteraad), ontbreekt de personele capaciteit. Besloten is om een medewerker raadscommunicatie aan te nemen. De kosten hiervoor bedragen € 60.000 per jaar. Aanvullend budget griffie, € 15.000 N 2025, structureel Om naast raadscommunicatie voldoende financiële ruimte over te houden voor andere activiteiten, is besloten om € 15.000 extra budget voor raadscommunicatie beschikbaar te stellen. Bezuinigingen subsidies In de begroting 2024 is een taakstelling opgenomen voor het structureel verminderen van de subsidieverplichtingen met € 750.000.
Dit als één van de maatregelen om de begroting meerjarig sluitend te maken. Om deze bezuiniging zoveel als mogelijk te spreiden is gekozen voor een combinatie van verschillende scenario’s, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende belangen, juridische, financiële, organisatorische, inhoudelijke en maatschappelijke impact. Na het systematisch doorlopen van de diverse mogelijkheden en scenario’s zijn we gekomen tot een zo objectief mogelijke en concrete invulling van de bezuiniging. Omdat we de opdracht tot bezuiniging in 2025 niet volledig kunnen invullen wordt voorgesteld voor 2025 een onttrekking van de algemene reserve te doen van € 209.000. De hierboven beschreven ontwikkelingen zullen bij de begroting 2025 zorgvuldig binnen de financiële middelen moeten worden afgewogen. Doetinchem heeft momenteel de beschikking over een goed gevulde algemene reserve. Bij de te maken afwegingen is het zaak om daar waar mogelijk te kijken of deze incidentele middelen zijn in te zetten. Daarbij geven we de raad mee dat er uiteraard meer speelt dan de aandachtspunten uit bovenstaande opsomming. Hieronder geven we een overzicht van opgaven en ambities die we al concreet in beeld hebben en waarvan we de financiële impact kunnen inschatten.
Vaak zijn dit investeringen in sociale en fysieke voorzieningen voor de lange termijn, voortkomend uit de ambities Doetinchem 2036 en recentelijk vastgestelde visies zoals op het gebied van cultuur, mobiliteit en wonen. Er zijn echter continu ontwikkelingen gaande, ofwel ingegeven vanuit Rijk of provincie ofwel vanuit lokale urgentie, die een effect zullen gaan hebben op de 16
begroting. We zetten daarvoor vanuit diverse beleidsterreinen stappen. Zo bereiden we voor dit najaar een nota sport en bewegen en een nota circulaire economie voor. De woningbouwopgave in het kader van Doetinchem 2036 vergt een intensivering van middelen van € 500.000 per jaar gedurende een periode van in ieder geval twee jaar. Deze middelen zijn niet alleen voor woningbouwontwikkeling, maar ook voor de hiermee samenhangende voorzieningen. Deze intensivering is minimaal nodig om de woningbouwproductie op het met de provincie en Rijk afgesproken aantallen te komen. Juist voor deze intensivering is het door de gemeenteraad gevormde ontwikkelfonds de aangewezen bron. De opgave in woningbouw en voorzieningen hebben consequenties voor onze mobiliteit. Recentelijk is dan ook de mobiliteitsvisie vastgesteld en moet aan de slag worden gegaan met de vertaling hiervan naar de uitvoering. Daar waar mogelijk zal worden geprobeerd dit te realiseren in het kader van werk met werk in samenwerking met BUHA door het binnenhalen van subsidies - met name op verkeersveiligheid en mee te liften met ruimtelijke ontwikkelingen. Vanaf 2025 is het wenselijk te investeren in het optimaliseren de centrumring. De huidige inschattingen betreffen een investeringskrediet van € 1.500.000 per jaar.
De gewenste budgetten/investeringskredieten voor 2025 en verder zijn: € 200.000 voor verschillende onderzoeken voortkomend uit het mobiliteitsplan en daarnaast moet er ook geïnvesteerd worden in zaken die los staan van gebiedsontwikkeling. Daarvoor is een bedrag van € 680.000 noodzakelijk. In 2023 is de cultuurvisie vastgesteld. De ambities in dit plan zijn met het huidige cultuurbudget niet te realiseren. Voor het maximaal realiseren van deze cultuurvisie is een structureel extra cultuurbudget nodig van € 700.000 vanaf 2025. Omdat structureel verhogen van het cultuurbudget op dit moment moeilijk te realiseren is committeren we ons in ieder geval aan een volledige investering voor de komende drie jaar. Wanneer we de mogelijke ingeschatte autonome ontwikkelingen en de nog af te wegen ontwikkelingen afzetten tegen het voorliggende financiële perspectief, dan zien we dat de ontwikkelingen meer bedragen dan de beschikbare financiële ruimte. Financieel meerjarenperspectief Perspectiefnota 2025/ Begroting 2025 (bedragen x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
Resultaat geamendeerde begroting 2024 t.g.v./t.l.v. alg. reserve, uitgangspositie Begroting 2025
986
148
218
218
Totaal ontwikkelingen gemeentefonds (september- en decembercirculaire)
350
17
-280
-534
Uitgangspositie financiele prognose Perspectiefnota 2025/ Begroting 2025
1.336
165
-62
-316
Mogelijke autonome ontwikkelingen perspectiefnota / Begroting 2025 Nog af te wegen ontwikkelingen begroting 2025 Gewenste investeringen voortvloeiend uit visies en Doetinchem 2036
-3.055 -653 PM
-3 -302 PM
-78 -302 PM
-183 -507 PM
Totaal geinventariseerde mogelijke ontwikkelingen Perspectiefnota 2025
-3.708
-305
-380
-690
Prognose uitgangspositie begroting 2025 indien alles wordt meegenomen, exclusief nog niet geinventariseerde ontwikkelingen
-2.372
-140
-442
-1.006
17
We hopen in de meicirculaire meer zicht te krijgen op de compensatie voor de autonome loon-en prijsontwikkelingen. We hopen dat deze compensatie van een voldoende omvang is, zodat er ruimte is om de hier geschetste ontwikkelingen af te wegen en ook vorm te kunnen geven aan de gewenste investeringen. De signalen vanuit het Rijk geven ons weinig hoop dat dit op korte termijn opgelost zal zijn. Er zullen dus naar verwachting behoorlijke keuzes gemaakt moeten worden om een structureel sluitende begroting te kunnen presenteren. Een mogelijk oplossing hierbij is kijken naar de inzet van incidentele middelen (inzet algemene reserve, surplus weerstandsvermogen en bestemmingsreserves) om deze ambities waar te kunnen maken.
18
7. Uitgangspunten begroting 2025 In lijn met de afgelopen jaren is het uitgangspunt ook voor 2025 een financieel solide beleid. Ons streven is dat de financiën van onze gemeente op orde zijn en deze ook naar de toekomst op orde houden. Uitgangspunt is dat er niet meer geld wordt uitgegeven dan dat er binnenkomt. We gaan door met onze financiële koers. Desondanks staat deze financiële positie onder druk. De werkelijkheid noodzaakt ons soms om te zoeken naar de optimale balans tussen taken en financiën, zeker als het gaat om verplichte taken waar onvoldoende middelen tegenover staan. Dat neemt niet weg dat we, in lijn met de coalitieagenda, voor de begroting de volgende financiële uitgangspunten willen hanteren. Een structureel sluitende begroting en een gezond meerjarenperspectief Structureel sluitend wil zeggen dat we ervoor zorgen dat langjarige uitgaven ook worden gedekt door langjarige inkomsten. Dat is ook het belangrijkste toetsingscriterium van de provincie als toezichthouder. We ramen in de begroting ook incidentele lasten en baten. Die worden voor drie jaren of korter geraamd. Het totaal van de structurele en incidentele uitgaven minus de inkomsten leidt tot het totale resultaat van de begroting. Begrotingsoverschotten of –tekorten worden gemuteerd op de algemene reserve.
Voldoende weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit (algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven) en de financiële risico's. Die verhouding drukken we uit in de ratio van ons weerstandsvermogen. In 2021 heeft de raad besloten dat, wanneer de ratio tussen de 1 en 1,5 is, we dan beschikken over voldoende buffer om risico's op te vangen. De risico's vormen dan geen bedreiging voor onze financiële positie. Beneden de ondernorm dienen maatregelen te worden genomen om de weerstandscapaciteit in te zetten voor andere doeleinden. Algemene begrotingsprincipes Voor de samenstelling van de begroting 2025 worden een aantal principes gehanteerd. Het financieel beleid wordt ondersteund door een begrotingsdiscipline, waarbij: -
Structurele tegenvallers direct worden gecompenseerd met structurele ombuigingen;
-
Structurele meevallers als voordeel worden ingeboekt in de algemene middelen van de begroting en daarmee gebruikt als invulling van heroverweging van bestaand beleid;
-
Incidentele meevallers ten gunste van de algemene reserve worden gebracht of worden benut ter dekking van incidentele uitgaven;
-
Incidentele tegenvallers opgevangen worden binnen bestaande budgetten.
Aantallen inwoners en woningen Het aantal woningen en inwoners is een basis voor de berekeningen van ramingen van het gemeentefonds en OZB. In verband met de ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners is het uitgangspunt dat we geleidelijk meer woningen gaan realiseren.
19
Loon- en prijsontwikkelingen en indexeringspercentages Uitgangspunt is dat de indexering budgettair neutraal is, gerelateerd aan de middelen die we van het Rijk ter beschikking krijgen. Ontwikkelingen lokale heffingen De gemeentelijke tarieven van belastingen en heffingen zijn gekoppeld aan het percentage van loon- en prijsontwikkelingen (pBbp). Rente De rekenrente in de begroting wordt gebaseerd op het gemiddelde rentepercentage dat wij betalen voor onze opgenomen geldleningen. Deze zal bij de begroting worden berekend. Aanvullend uitgangspunt: mogelijke inzet surplus algemene reserve bij voldoende solvabiliteit en afdekking risico’s. In het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader (GTK) is een regeling opgenomen voor de inzet van een surplus binnen de algemene reserve. De financieel toezichthouders werken momenteel aan een aanpassing van de tekst van deze regeling. Het surplus van de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit). Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. De inzet van het surplus algemene reserve (= vrije reserve) wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld.
Het weerstandsvermogen moet naar het oordeel van de toezichthouder voldoende zijn.
20
8. Reflecties voor de begroting 2025-2028 Doetinchem 2036 – blijven groeien in kwaliteit Doetinchem groeit en onder de paraplu van Doetinchem 2036 blijven we deze groei faciliteren. Niet omdat we koste wat het kost een streefaantal willen bereiken, maar vooral omdat we groei nodig hebben om onze kwaliteiten te behouden en versterken. We leveren met de woondeal onze bijdrage aan de woningbouwopgave in de regio. We weten dat de woningnood desondanks groot blijft en de provincie nadrukkelijk naar Doetinchem kijkt om een extra schaalsprong te maken in deze landelijke opgave. Kwaliteit blijft daarbij voorop staan; we beschouwen daarbij sociale kwaliteit, ruimtelijke kwaliteit en economische kwaliteit in samenhang met elkaar. We vinden het van groot belang dat we afmaken waar we aan begonnen zijn, denk aan woningbouwprojecten als Heideslag in Wehl, Keppeloord, Wijnbergen en Iseldoks in Doetinchem en de Augustinuslocatie in Gaanderen. Het gaat natuurlijk niet alleen om woningbouw; zo draagt het voltooien van de herinrichting van het gebied bij de Oude IJssel bij aan de aantrekkelijkheid van de binnenstad. De uitvoering van onze cultuurvisie draagt bij aan het creëren van een rijke, vitale en toekomstbestendige culturele infrastructuur en wordt het woongenot van huidige en toekomstige inwoners vergroot door investeringen in zaken als sport, bewegen, groen en klimaat.
Investeringen in onze groeiambitie leveren ons uiteindelijk ook financieel wat op door een hogere uitkering uit het gemeentefonds en eigen inkomsten zoals leges en gemeentelijke belastingen. Echter investeren vraagt ook om kosten die voor de baat uitgaan. En om nog meer vaart maken dan we nu al doen; om aan de woningbouwopgave te voldoen zullen we het areaal aan ontwikkellocaties moeten vergroten en het ontwikkeltempo moeten verhogen. Om de vaart te houden zullen we hiervoor een beroep doen op het door de raad ingestelde ontwikkelbudget Doetinchem 2036 en slim zoeken naar cofinanciering vanuit de Regiodeal en andere subsidiepotten. De inschatting is dat hiervoor minimaal twee jaar een bedrag van € 500.000 voor nodig is.
economische kwaliteit
sociale kwaliteit
ruimtelijke kwaliteit
Extra inzet op prioriteitsgebieden en het versterken van het vestigingsklimaat Veel aandacht gaat uit naar het thema wonen. En terecht want de woningnood is hoog en ook de kwaliteit van de woningvoorraad vraagt onze aandacht. Het bouwen van de juiste nieuwe 21
woningen op de juiste plek krijgt terecht veel aandacht. Tegelijkertijd hebben we veel aandacht voor de bestaande woningvoorraad. Immers, de meeste woningen staan er al, en ook die moeten zoveel mogelijk duurzaam en levensloopbestendig gemaakt worden. Maar een gezonde en prettige leefomgeving stelt ook andere eisen. Vandaar dat we ons extra inzetten op een aantal belangrijke thema’s. In de wijken en dorpen gaat het dan met name om ontmoeten en bewegen in de buitenruimte en een goede spreiding en beschikbaarheid van dagelijkse voorzieningen. Op ontwikkellocaties gaat het om het bevorderen van de circulaire economie, waarbij het project De Kwekerij inmiddels landelijk een voorbeeldfunctie geniet. Tenslotte bij het versterken van Doetinchem als vestigingslocatie om ruimte voor bedrijvigheid, het versterken van cultuur op basis van de cultuurvisie en het aantrekken van een dagattractie. Niet alles kan overal tegelijk: mensen, financiële middelen en ruimte zijn immers schaars. Vandaar dat we de focus leggen op de ontwikkeling van een aantal gebieden die wat ons betreft de komende periode prioriteit dienen te krijgen: -
De Spoorzone als grootschalige ontwikkellocatie voor wonen, werken, leren en vrije tijd
-
De noordelijke wijken in het kader van leefbaarheid en de kwaliteit van de woningvoorraad
-
Vitale dorpen als krachtige gemeenschappen met een eigen ontwikkelbehoefte
-
De binnenstad van Doetinchem als ‘place to be’ met een groot verzorgingsgebied
-
De bedrijventerreinen en ruimte voor (nieuwe) bedrijvigheid en voorzieningen
Aandacht voor (nieuwe) inwoners We vinden het van groot belang dat de kwaliteit van leven in onze buurten, wijken dorpen hoog is, zodat inwoners zich er prettig voelen en kunnen meedoen in de samenleving. Extra aandacht gaat uit naar inwoners die minder gezondheid ervaren; vooral door in te zetten op preventieve voorzieningen en maatregelen en het versterken van de eigen kracht in de buurt. Daarnaast gaat extra aandacht uit naar nieuwe Doetinchemmers. Enerzijds zijn dat (tijdelijke) nieuwkomers als statushouders, vluchtelingen en Oekraïners die we ruimhartig opvangen. Anderzijds hebben we een focus op het aantrekken van werknemers en hun gezinnen om zo de economie en leefbaarheid in onze gemeente hoog te houden. Zorgzame gemeenschappen Bij de trends en ontwikkelingen gaven we al aan dat de transformatie in het sociaal domein een lastige opgave is. We willen veel meer toe naar informele zorgzame gemeenschappen, die zelf onderling elkaar helpen en ondersteunen, waarmee we zorgen voor een stevige sociale basis in buurten, wijken en dorpen. Met gerichte preventie en een focus op gezondheid in plaats van op zorg verminderen we de druk op de professionele hulpverlening en maatwerkvoorzieningen.
Dat vergt dat we informele netwerken van inwoners ondersteunen, algemene en voorliggende voorzieningen beter gaan benutten, de preventieinfrastructuur fijnmazig verbeteren en de samenwerking tussen organisaties als Buurtplein, Laborijn, Sport-ID en Amphion Cultuurbedrijf verbeteren. 22
Slim organiseren: rode loper en versterken realisatiekracht In een wereld waarin we schaarste en ambitie in balans moeten houden, is het maken van keuzes onvermijdelijk. We leggen daarom de rode loper uit voor bepaalde thema’s, doelgroepen en ontwikkelgebieden. Dat betekent dat we sommige zaken anders zullen organiseren, bijvoorbeeld door meer te werken met preferente partners en meer ruimte geven aan maatschappelijke en commerciële initiatieven. Intern betekent dit dat we moeten investeren in onze realisatiekracht en personele capaciteit, bijvoorbeeld door het instellen van versnellingsteams en meer gebruik maken van digitale tools en andere innovaties. Verder is het van belang om slim en efficiënt gebruik te maken van externe expertise en subsidies.
Financieel realisme – van perspectiefnota naar begroting We willen zeker niet in mineur eindigen, maar wel met een gezonde dosis realisme. Hoewel onze gemeente er in vergelijking met andere gemeenten op financieel gebied goed uitspringt, is er zeker geen reden om de vlag uit te steken. We gaven al meerdere keren aan dat de verwachting is dat de algemene uitkering uit het gemeentefonds de komende jaren minder wordt. De signalen vanuit het Rijk geven ons weinig hoop dat dit op korte termijn opgelost zal zijn. De gemeenten roepen het al jaren: “doe boter bij de vis”, maar tot op heden zonder succes. Dat betekent voor onze gemeentebegroting heel concreet: er zijn nauwelijks structurele middelen in te zetten, tenzij we bezuinigen op de ene taak ten gunste van een andere. Wel zijn er nog behoorlijk wat incidentele middelen beschikbaar. Maar let wel: eenmalig geld kunnen we maar een keer besteden. Daarbij is het zaak om de kansen die we zien juist wel te ‘verzilveren’; onze stad en de dorpen met al hun betrokken inwoners en ondernemers verdienen het dat wij de gewenste ontwikkelingen in gang zetten. De schaarse middelen, tijd en (ambtelijke) capaciteit willen we daarvoor zo slim mogelijk benutten en met de beste projecten en voorstellen komen. Een prudente afweging van wat wel en wat niet is dan ook van het grootste belang.
Graag gaan we daarover met u in gesprek, op de hoofdlijnen, om vervolgens bij de begrotingsbehandeling met concrete voorstellen te kunnen komen.
23