CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Onderwijsachterstandenbeleid gemeente Doetinchem 2023-2026.pdf

beeldvormende raad 17 november 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Onderwijsachterstandenbeleid 2023-20267.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Een kansrijke start voor alle kinderen

Onderwijsachterstandenbeleid Doetinchem 2023 t/m 2026

Voorwoord Als wethouder Onderwijs zet ik mij in voor een kansrijke start voor alle kinderen. Wie op jonge leeftijd achteropraakt in het onderwijs, moet namelijk alles op alles zetten die achterstand weer in te lopen. Een goede start voor álle kinderen is daarom enorm belangrijk; het geeft hen de kans een stevige basis te leggen voor hun toekomst. Toch zijn er kinderen voor wie zo’n goede start niet vanzelf gaat. Het is belangrijk om dicht bij deze groep kinderen te blijven staan. Om dat op een goede manier te kunnen doen, hebben we dit onderwijsachterstandenbeleid opgesteld. Met dit beleid willen we achterstanden zo veel mogelijk voorkomen. En als er toch achterstanden zijn, bieden we een effectieve aanpak om die achterstand in te halen. Als kinderen op jonge leeftijd achterop dreigen te raken, willen we hen zo snel mogelijk in beeld krijgen. Een betere verbinding tussen jeugdhulp, peuteropvang en jeugdgezondheidszorg gaat ons hierbij helpen. Ons uitgangspunt is dat kinderen zonder of met zo min mogelijk achterstand starten in groep 3 van het basisonderwijs. Taalontwikkeling is hierbij cruciaal en daarom zetten we daar vol op in. Bijvoorbeeld door voorschoolse educatie. Door middel van effectieve onderwijsprogramma’s in kinderdagverblijven en voorscholen kunnen kinderen op een speelse, ongedwongen manier werken aan hun ontwikkeling. Kansengelijkheid voor alle kinderen.

Daar draait het dus om en daar gaan we voor! Maar, dat kunnen we niet alleen. Naast onze samenwerkingspartners, hebben we vooral één belangrijke groep hierbij nodig: de ouders. Alleen samen kunnen we mooie resultaten boeken en kinderen de kans bieden die zij verdienen! Jorik Huizinga Wethouder Onderwijs

Inhoud ....................................................................................................................................................... 1 Voorwoord ................................................................................................................................... 2 Hoofdstuk 1. De context .............................................................................................................. 4 Hoofdstuk 2. Uitwerking van de doelen .................................................................................... 8 Doel 1. Alle Doetinchemse kinderen vanaf 2/2,5 jaar kunnen naar een voorschoolse voorziening. .......................................................................................................................... 8 Doel 2: Alle Doetinchemse voor- en vroegschoolse voorzieningen hebben een hoge kwaliteit .................................................................................................................... 13 Doel 3. Ouders zijn actief betrokken bij de ontwikkeling van hun kind(eren) ...... 17 Doel 4: Het voorschoolse aanbod en het (vroegschoolse) basisonderwijs in Doetinchem sluiten naadloos op elkaar aan ................................................................... 19 Hoofdstuk 3. Aansturing & monitoring ...............................................................................

21 Monitoring en evaluatie .................................................................................................... 22 Hoofdstuk 4. Financieel kader .................................................................................................. 23

Hoofdstuk 1. De context ‘Een kansrijke start’ Gemeente Doetinchem gaat voor een kansrijke start voor alle kinderen. Wij vinden het belangrijk dat kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen, zonder dat zij daarbij belemmerd worden door factoren die zij zelf niet kunnen beïnvloeden. Onderliggend doel van het onderwijsachterstandenbeleid is creëren van kansengelijkheid. Wij streven naar een samenleving waarin iedereen mee kan doen en dat alle kinderen van onze gemeente een goede basis meekrijgen voor de basisschool en hun verdere schoolloopbaan. In Doetinchem investeren we in een brede en integrale aanpak in gelijke kansen. Taalontwikkeling is hierbij cruciaal. Je hebt taal nodig om goed te kunnen communiceren met andere kinderen en volwassenen. Als het kind hierin achterblijft, kan er een achterstand worden gecreëerd. Dit zal dan ook gevolgen hebben voor het welbevinden van het kind. Harmonisatie peuterspeelzalen en kinderopvang Met ingang van 1 januari 2018 is de Harmonisatiewet van kracht gegaan en verviel het onderscheid tussen peuterspeelzalen en kinderopvang. Deze wet regelt dat peuterspeelzaalwerk onder de definitie van kinderopvang komt te vallen. In Doetinchem wordt sinds 1 januari 2018 niet meer gesproken van peuterspeelzaalwerk maar van peuteropvang. Op alle gesubsidieerde peuteropvanglocaties in Doetinchem wordt voorschoolse educatie aangeboden.

Voorschoolse en vroegschoolse educatie (VVE) We streven ernaar dat kinderen zonder taalachterstand aan het basisonderwijs beginnen. Voor kinderen waarbij dit moeilijker gaat bieden peuteropvang en basisscholen passende ondersteuning, die door de gemeente (mede)gefinancierd wordt. De primaire focus vanuit de gemeente ligt op kinderen in de leeftijd 2,5 tot 4 jaar. Het doel van de inzet op VVE is het voorkomen en verminderen van (taal)achterstanden zodat peuters zonder of met een kleinere achterstand op de basisschool starten, dit zodat zij zich optimaal kunnen ontwikkelen en mee kunnen doen met het educatieve aanbod in groep drie. Om dit te kunnen bereiken, streven wij ernaar dat alle kinderen met een indicatie voor VVE ook daadwerkelijk deelnemen aan VVE. Integrale samenwerking Het onderwijsachterstandenbeleid vraagt om een integrale benadering, zowel tussen de voorschool en het basisonderwijs als tussen jeugdgezondheidszorg en vele beleidsterreinen om zo gelijke kansen te bieden aan alle kinderen. Meerdere terreinen komen samen, waaronder de preventieagenda, het armoedebeleid en de aanpak laaggeletterdheid. Voor- en vroegschools in de gemeente Doetinchem Op moment van schrijven zijn er 7 peuteropvangaanbieders die binnen de gemeente Doetinchem VVE aanbieden op in totaal 18 locaties.

Kinderopvangtoeslag Niet-kinderopvang Subtotaal toeslag Aantal reguliere 236 peuters 49 peuters 285 peuters peuters Aantal geïndiceerde 46 peuters 86 peuters 132 peuters peuters (doelgroeppeuters) Totaal 417 peuters *gegevens uit de Peutermonitor (peildatum: kwartaal 1 van 2022)

4

Vroegschoolse educatie wordt uitgevoerd op alle primaire basisscholen in onze gemeente. Binnen de gemeente Doetinchem zijn er drie grote schoolbesturen voor het primaire basisonderwijs, namelijk: - Stichting IJsselgraaf - Stichting Pro8 - Scholengroep GelderVeste En verder: - Wilhelminaschool - De Kleine Prins - De Wijngaard Binnen de gemeente Doetinchem hebben we ongeveer 4.616 basisschoolleerlingen op het primair basisonderwijs (peildatum: oktober 2021). Dwarsverbanden met andere beleidsterreinen Het onderwijsachterstandenbeleid richt zich vooral op het bestrijden en voorkomen (preventie) van (taal)achterstanden bij kinderen, waardoor ontwikkelkansen van kinderen worden vergroot. We leggen dwarsverbanden om ervoor te zorgen dat de diverse maatregelen op elkaar afgestemd worden en elkaar duurzaam kunnen versterken. Dit vraagt een goede samenwerking tussen onder andere voorschoolse voorzieningen met de jeugdhulp, het Buurtplein en met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. - Preventie Het uitgangspunt van ons jeugdbeleid is onder andere preventie. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die op jonge leeftijd veel zijn voorgelezen, als adolescent beter en meer gemotiveerd zijn om te lezen en als volwassene uiteindelijk een hoger opleidingsniveau bereiken. Ook woordenschat is van invloed op de schoolcarrière van kinderen.

Ook is een goede taalbeheersing belangrijk voor het verkrijgen en behouden van werk en verkleint het de kans op schooluitval, want een onderwijsachterstand is een belangrijke risicofactor voor schoolverzuim. Met het bevorderen van zelfredzaamheid en een gezonde leefstijl proberen we te voorkomen dat onze burgers (op termijn) een beroep moeten doen op zwaardere en vaak duurdere vormen van ondersteuning. - Taalontwikkeling Via het peuteraanbod investeren we in de (taal)ontwikkeling van het jonge kind en leveren we daar een positieve bijdrage aan. We blijven daarom in dit aanbod investeren om het te behouden als laagdrempelige voorziening, vooral voor ouders van kinderen met een (taal)achterstand. Investeren in de voorschoolse periode verdient zich later zowel in de keten van het jeugdbeleid als in die van het onderwijs terug. Kinderen uit het basisonderwijs blijven vaak bij onze partners van de kinder- en peuteropvang in beeld, omdat zij na schooltijd opgevangen worden via de Buitenschoolse Opvang (BSO) waar zij zich verder kunnen ontwikkelen. - Cultuur, sport & lezen Ook initiatieven vanuit cultuur en sport, zoals het gebruik van de schoolbibliotheek, de inzet van de cultuurcoördinator en buurtsportcoach geven vorm aan het streven kansen te vergroten.

5

- Aanpak laaggeletterdheid Tot slot is er een dwarsverband met het brede thema laaggeletterdheid, dat een direct verband heeft met de doelen van VVE. Als volwassene ben je laaggeletterd als je moeite hebt met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak heb je dan ook beperkte digitale vaardigheden. Niet goed kunnen lezen, schrijven en/of rekenen heeft gevolgen. Je vindt bijvoorbeeld minder snel een baan of hebt minder grip op je geldzaken. Het kunnen toepassen van taal- reken- en digitale vaardigheden is en voorwaarde om de weg te vinden in nieuwe situaties. Kortom: om te kunnen blijven meedoen. Met het onderwijsachterstandenbeleid zetten we extra in op taalontwikkeling, stimuleren we kinderen meer te lezen en willen we ouders bereiken die moeite hebben met taal. We werken hiermee samen met onder andere de bibliotheek. Doetinchemse keuzes De gemeente heeft een wettelijke taak maar daarnaast is er ruimte om lokaal keuzes te maken. Gemeente Doetinchem levert graag passend maatwerk binnen de wet- en regelgeving. - Warme overdracht Het is wenselijk om de overgangsmomenten; van de jeugdgezondheidszorg (Yunio) naar peuteropvang en later van peuteropvang naar basisschool zo soepel mogelijk te laten verlopen. Hiervoor is afstemming nodig tussen Yunio en de peuteropvang waar het kind naar toe gaat en later tussen de school waar hij/zij naar toe gaat.

Een succesvolle doorgaande lijn voor ouder en kind begint bij de wijze waarop leer- en ontwikkelingsdoelen op elkaar voortbouwen, thema’s overeenkomen, de pedagogischedidactische aanpak bekend is en de omgang met ouders is afgestemd. Een inhoudelijke doorgaande lijn zorgt ervoor dat kinderen goed voorbereid aan de basisschool beginnen en dat ze begrijpen wat er van hen wordt verwacht. Dat kan door afstemming van opvattingen over het omgaan met jonge kinderen tussen de kinderopvang waar het kind van afkomstig is en de school. Om de doorgaande lijn te versterken stellen de peuteropvanglocaties en basisschool gezamenlijk doelen vast en spreken ze af hoe ze de samenwerking vormgeven om de doelen te halen. De gemeente Doetinchem gaat met haar partners peuteropvang en onderwijs voor een nog betere doorgaande lijn en faciliteert tijd om dit te bevorderen door middel van het beschikbaar stellen van een subsidie. - Sociaal medische indicatie Ouders kunnen door bepaalde medische of sociale omstandigheden tijdelijk (extra) opvang voor hun kinderen nodig hebben. Binnen de gemeente Doetinchem valt de SMI onder het armoedebeleid/bijzondere bijstand. Bij aanvraag wordt onder andere gekeken naar de financiële draagkracht.

Wanneer de kosten niet (voldoende) gedekt worden door bestaande financieringsregelingen voor kinder- en peuteropvang heeft de gemeente de mogelijkheid om ouders in dergelijke situaties tijdelijk financieel te ondersteunen op basis van een indicatie. Deze regeling geldt voor de leeftijdsgroep 0-12 jaar. Aanvragen komen binnen bij het sociale team in Doetinchem (Buurtplein), waarna ze worden aangemeld bij het Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO). Elke aanvraag wordt als maatwerk behandeld waardoor we schrijnende situatie willen voorkomen. De smi-regeling zorgt niet alleen voor dat ouders tijd krijgen te herstellen, maar brengt ook een potentieel kwetsbare groep ouders en kinderen in beeld. Voor deze groep is het van belang om snel te signaleren of er wellicht sprake is van andere (meervoudige) problematiek en of er zwaardere hulp nodig is. Daarom is ervoor gekozen om de aanvraag van een smi-indicatie te laten verlopen via het Buurtplein.

6

De jeugd- en gezinswerker onderzoekt samen met ouders of het indienen van een aanvraag passend is en/of dat er andere mogelijkheden zijn. De smi-regeling kan daarmee een belangrijke preventieve functie vervullen omdat het mogelijk problematische opvoedsituaties aan het licht kan brengen. - Orthopedagoog Passende Peuteropvang Sinds september 2021 wordt op peuteropvanglocaties (met meer dan 50% doelgroep peuters) een Orthopedagoog Passende Peuteropvang (OPPO) ingezet. Het doel van de inzet van de OPPO is om deze locaties te ondersteunen bij het bieden van passende peuteropvang, door expertise op het gebied van individuele ontwikkeling van (doelgroep)peuters, het aanbod in de groep en de ondersteuningsstructuur op de locaties te bieden. De OPPO heeft korte lijntjes met de Jeugd- en gezinswerkers vanuit Buurtplein en met de Jeugdgezondheidszorg vanuit Yunio. - Nationaal Programma Onderwijs Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) heeft het doel kinderen te helpen hun gaven en talenten tot bloei te brengen en voldoende ondersteuning te bieden voor een volwaardige leerontwikkeling en toekomstperspectief, ondanks de coronacrisis en de gevolgen daarvan voor de ontwikkeling van kinderen/jeugdigen. De gemeentelijke middelen zijn bedoeld voor Primair Onderwijs en het Voortgezet Onderwijs. Ook ontvangen we een bedrag voor onderwijsachterstanden (OAB).

De inzet van de gemeentelijke middelen moet aansluiten op de behoeftes van de kinderen en bij de interventies die scholen al uitvoeren en moeten vallen onder de door het Rijk voorgeschreven bestedingsdoelen. Er is gekozen voor uitbreiding van de Orthopedagoog Passende Peuteropvang (OPPO) op alle voor- en vroegschoolse educatie (VVE) locaties in de gemeente Doetinchem. De OPPO ondersteunt het personeel vanuit het basisonderwijs en op de VVE locaties ter ondersteuning van de pedagogisch medewerkers. Naast de uitbreiding van de Orthopedagoog Passende Peuteropvang wordt er op de voorschoolse voorzieningen (IKC’s) extra personeel basisonderwijs (IB-er, gedragswetenschapper of orthopedagoog) ingezet. Op deze manier versterken we de doorgaande lijn voor-vroegschools. ➢ Risico’s en uitdagingen Samen met onze samenwerkingspartners willen we ervoor zorgen dat er geen peuter tussen wal en schip valt. Maar zoals we de afgelopen jaren vaker hebben gezien doen zich soms onverwachte situaties voor zoals; de coronacrisis, de gevolgen hiervan op korte en lange termijn, de oorlog tussen Oekraïne en Rusland en de vluchtelingencrisis die dit lastig maken. Dit vraagt om veel extra’s van de partners en deze onverwachte ontwikkelingen zorgen in relatie met de personeelstekorten voor grote uitdagingen. We kunnen vooraf niet alle mogelijke risico’s inschatten.

Hoe de situatie er uit ziet over bijvoorbeeld een jaar weten we natuurlijk nog niet. Maar uitdagingen vragen ook om innovatieve oplossingen. Daar dragen we samen verantwoordelijkheid voor.

7

Hoofdstuk 2. Uitwerking van de doelen Doel 1. Alle Doetinchemse kinderen vanaf 2/2,5 jaar kunnen naar een voorschoolse voorziening. De meeste kinderen gaan naar een voorschoolse voorziening. Dit is een verzamelterm voor alle formele kinderopvangmogelijkheden voor kinderen van 0-4 jaar. Er is een (kleine) groep peuters die geen gebruik maakt van een voorschoolse voorziening. Omdat uit onderzoek blijkt dat vrijwel alle kinderen die aan een voorschoolse voorziening deelnemen vooruitgaan in hun ontwikkeling, zorgen wij ervoor dat elk kind vanaf 2,5 jaar oud, tot aan het moment van overstappen naar het basisonderwijs, toegang heeft tot een goede voorschoolse voorziening. Een voorziening waar een omgeving gecreëerd is zodat kinderen zich spelenderwijs kunnen ontwikkelen en waar een op maat gesneden ontwikkelaanbod is. Dit kan zowel kinderopvang, peuteropvang als gastouderopvang zijn. Bereik We vinden dat alle jonge kinderen recht hebben zich goed te kunnen ontwikkelen en daarom willen we dat alle kinderen vanaf 2,5 jaar een voorschools aanbod kunnen krijgen en kinderen met een taalachterstand en/of sociaal emotionele achterstand al vanaf 2 jaar. Aanbod 16 uur voorschoolse educatie De gemeente Doetinchem biedt alle organisaties de mogelijkheid om 16 uur voorschoolse educatie aan te bieden.

Alle peuters van 2,5 jaar tot 4 jaar kunnen deelnemen aan 8 uur gesubsidieerde peuteropvang/VVE per week. Aan geïndiceerde peuters wordt vanaf 2 jaar 8 uur extra aangeboden. Dit komt neer op 16 uur peuteropvang/VVE per week voor de doelgroeppeuters. VVE indicatie en doelgroep definitie Gemeenten hebben de beleidsvrijheid om zelf te bepalen welke kinderen in aanmerking komen voor een VVE indicatie (de definitie van de doelgroep). De jeugdverpleegkundigen van Yunio geven de indicaties af volgens de Doetinchemse doelgroep definitie: Kinderen komen in aanmerking voor een VVE indicatie als: 1) Het kind een taalachterstand in het Nederlands heeft; en/of 2) Één of meerdere (omgevings-)factoren een storend effect hebben op: a. Het taalaanbod in de thuissituatie van het kind; en/of b. de taalontwikkeling en/of de sociaal emotionele ontwikkeling van het kind. Bij omgevingsfactoren kan het gaan om: 3) Het opleidingsniveau van de ouders (één of beide ouders/verzorgers heeft maximaal lbo/vbo, praktijkonderwijs of vmbo basis- of kaderberoepsgerichte leerweg); 4) Laaggeletterdheid bij één of beide ouders; 5) Schuldenproblematiek in het gezin; 6) Chronische ziekte bij ouder, broer of zus van het kind (lichamelijk of psychisch); 7) Een (op andere wijze) kwetsbaar gezin*.

*Wanneer deze criteria niet van invloed zijn op de taal- en/of sociaal emotionele ontwikkeling van het kind kunnen ze onder de Sociaal Medische Indicatie vallen (bv. Wanneer gezin ontlast moet worden).

8

VVE indicatie en toeleiding De jeugdgezondheidszorg 0 - 4 jaar wordt in de gemeente Doetinchem uitgevoerd door Yunio. Yunio ziet de peuter en ouders op het consultatiebureau. Nadat een peuter een VVEindicatie heeft gekregen, wijst de jeugdverpleegkundige de ouders op het VVE aanbod in Doetinchem. Dit maakt onderdeel uit van de ‘toeleiding’. Onder toeleiding verstaan wij het totale proces van: 1. Het signaleren van een taalachterstand. 2. Het vaststellen of een kind voor VVE in aanmerking komt (indiceren). 3. Het verwijzen en daadwerkelijk toe leiden naar een voorschoolse voorziening met VVE tot en met de aankomst bij een VVE locatie. De jeugdgezondheidszorg (JGZ) heeft een belangrijke taak in dit proces. De jeugdverpleegkundigen zien op de consultatiebureaus nagenoeg alle ouders met jonge kinderen (meer dan 99%). Hieronder vallen ook de kinderen van statushouders ingeschreven in de gemeente Doetinchem. Tijdens deze bezoeken bespreken de JGZ-medewerkers met ouders het belang van een voorschools aanbod en stimuleren hen tot deelname. Aan de hand van de doelgroep definitie bepaalt de JGZ of een peuter voor een intensiever aanbod in aanmerking komt en geeft hiervoor een zogenoemde VVE indicatie af. Vanaf 1 januari 2020 biedt de Peutermonitor de mogelijkheid om te volgen of een peuter, die een VVE indicatie heeft gekregen, ook inderdaad geplaatst is op een VVE locatie.

Hiermee kan toeleiding gerichter plaats vinden. Peutermonitor Wij hebben ervoor gekozen om binnen de gemeente Doetinchem te werken met de Peutermonitor. Zowel de gemeente als kinderopvangaanbieders krijgen door middel van de Peutermonitor zicht op het bereik en non-bereik van de peuteropvang, zien in een vroeg stadium of de subsidie die als voorschot is toegekend ook toereikend is en kennen de exacte verdeling in subsidie voor de reguliere peuter en de geïndiceerde peuter. In de Peutermonitor ziet de gemeente enkel de peuters die gebruik maken van een VVE locatie. In de Peutermonitor is ook het bereik van de geïndiceerde peuters per kwartaal af te lezen. In het eerste kwartaal van 2022 zijn in totaal 217 peuters VVE geïndiceerd. De meeste peuters zijn bereikt, de peuters die (nog) niet bereikt zijn, zijn bij Yunio in beeld en zij hebben contact met de ouders. Naast het aantal geïndiceerde peuters maken 312 peuters zonder VVE indicatie gebruik van het VVE aanbod, waardoor er gemixte peutergroepen ontstaan. Het bereik is ongeveer 70%. Spreiding van locaties Wij willen met ons VVE aanbod alle kinderen bereiken die dit nodig hebben. We hebben ook VVE locaties in (relatief) kleine kernen waar relatief weinig (doelgroep) kinderen zijn.

Hier is voor gekozen omdat het een positief effect heeft op de leefbaarheid, ouders tegemoet komt bij hun wens in aanbod dichtbij huis en het blijft zo ook aantrekkelijk om kinderen in de eigen kern naar school te laten gaan. Via de gegevens uit de Peutermonitor kunnen we in een oogopslag de spreiding binnen de gemeente Doetinchem zien.

9

Overzicht van de VVE locaties binnen gemeente Doetinchem (peildatum kwartaal 1 van 2022).

Geen peuters tussen wal en schip De gemeente Doetinchem zorgt dat er voor alle peuters tussen 2-4 jaar plaats is op een van de voorschoolse voorzieningen in de stad. De gemeente subsidieert peuterplaatsen voor die peuters van wie de ouders geen gebruik kunnen maken van de kinderopvangtoeslag van de Belastingdienst. Daarnaast subsidieert de gemeente peuterplaatsen voor kinderen van 2-4 jaar met een VVE indicatie. We streven ernaar dat ouders van peuters met een VVE indicatie het aanbod van 16 uur VVE daadwerkelijk afnemen, zodat hun kinderen optimaal van het aanbod kunnen profiteren. Mocht blijken dat ouders desondanks niet van het volledige aanbod gebruik maken dan gaan we hierover in gesprek met het werkveld om te bespreken hoe dit verbeterd kan worden. De gemeente neemt de volledige financiering van de VVE plaatsen voor haar rekening om zo de toegankelijkheid voor deelname aan VVE te vergroten. Er wordt ook geen eigen bijdrage voor gevraagd. In ruil daarvoor verwachten we van ouders van kinderen met een VVE indicatie dat ze deelnemen aan de ouderactiviteiten VVE. Van de peuteropvanglocaties zal dat actief gestimuleerd worden. De subsidie voor peuteropvang stopt als een kind 4 jaar is geworden. Vanaf hun vierde verjaardag kunnen kleuters instromen in het onderwijs. Het is wettelijk niet toegestaan voorschoolse educatie aan te bieden aan kleuters vanaf hun 4e verjaardag.

Voor kleuters die net voor een schoolvakantie hun vierde verjaardag vieren of in individuele gevallen kan in overleg met de gemeente een uitzondering gemaakt worden.

10

Indeling in groepen en ouderbijdrage De totale groep peuters die in aanmerking komt voor een voorschools aanbod is te verdelen in vier subgroepen. We kennen de volgende indeling: Doelgroep peuters: o Peuters met een VVE indicatie van wie de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag o Peuters met een VVE indicatie van wie de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag Reguliere peuters o Peuters zonder VVE indicatie van wie de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag o Peuters zonder VVE indicatie van wie de ouders wel recht hebben op kinderopvangtoeslag. Ouderbijdrage Alle ouders betalen voor de eerste 8 uren (1e en 2e dagdeel) peuteropvang een inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Dit bedrag wordt tot de gemeentelijke kostprijs aangevuld door • de kinderopvangtoeslag + een gemeentelijke bijdrage; of • een gemeentelijke bijdrage. De kinderopvangtoeslagtabel die door het Rijk jaarlijks wordt opgesteld voor de berekening van de kinderopvangtoeslag is hierbij een belangrijk onderdeel. Voor peuters met een VVE indicatie zijn de tweede 8 uren (3e en 4e dagdeel) peuteropvang in zijn geheel voor rekening van de gemeente. Bevorderen van gelijke kansen Binnen de gesubsidieerde peuteropvang willen we zoveel mogelijk gemixte peutergroepen.

Dat wil zeggen dat peuters met en zonder VVE indicatie en/of met en zonder kinderopvangtoeslag bij elkaar in de groep zitten, omdat we segregatie in de voorschoolse periode onwenselijk vinden. Door peuters met verschillende achtergronden van jongs af aan samen op te laten groeien willen we gelijke kansen voor kinderen creëren en voorkomen dat (ontwikkelings-)kansen van peuters afhangen van hun achtergrond. Wie doet wat? De gemeente - Zorgt voor voldoende aanbod van peuteropvangplaatsen met voorschoolse educatie (in aantal en spreiding) en voorziet deels in de kosten van ouders. - Geeft JGZ, Buurtplein en de voorschoolse voorzieningen de opdracht om de toeleiding van de peuters naar de voorschoolse periode te optimaliseren. Jeugdgezondheidszorg – Yunio - Signaleren achterstanden in de taal- en/of sociaal emotionele ontwikkeling bij kinderen. - Bepalen aan de hand van de gemeentelijke doelgroep definitie of een peuter een VVE indicatie krijgt. - Maken bij het vaststellen van een VVE indicatie (daar waar relevant) gebruik van screeningsinstrumenten. - Wijzen ouders op het belang van een voorschools aanbod en stimuleren hen tot deelname. 11

-

Nemen contact op met ouders wanneer blijkt dat een peuter met een VVE indicatie niet op een voorschoolse voorziening met VVE is geplaatst. Dragen zorg voor een goede samenwerking met ketenpartners (Buurtplein, OPPO en kinderopvang).

Gesubsidieerde aanbieders peuteropvang - Zetten zich in om alle peuters te bereiken en werken hierin samen met Yunio, het Buurtplein, het basisonderwijs en de OPPO. - Bieden ouders en peuters een passend aanbod zonder daarbij rekening te houden met de wijze van financiering. - Stimuleren ouders om hun peuters gebruik te laten maken van de maximale uren VVE. Het onderwijs - Dragen, samen met de peuteropvang, zorg voor een warme overdracht. - Stimuleren ouders omtrent ouderbetrokkenheid. - Neemt deel aan de VVE werkgroep. - Bieden ouders en peuters een passend aanbod. Buurtplein (jeugd- en gezinswerkers) - Stimuleren ouders van jonge kinderen om gebruik te maken van het voorschoolse aanbod in Doetinchem. - Bieden indien nodig praktische hulp bij de inschrijving bij een voorschoolse voorziening. - Dragen zorg voor een goede samenwerking met ketenpartners (Yunio, kinderopvang en OPPO. - Onderzoeken aanvragen voor een sociaal medische indicatie, ondersteunen en adviseren ouder(s) bij de aanvraag.

12

Doel 2: Alle Doetinchemse voor- en vroegschoolse voorzieningen hebben een hoge kwaliteit Kinderen met een taal-/ontwikkelingsachterstand kunnen een groot deel hiervan inhalen, wanneer zij deelnemen aan een voorschoolse voorziening van hoge kwaliteit. In de afgelopen jaren is er al een kwaliteitsimpuls aan de VVE gegeven. Dit willen we de komende jaren verder doorzetten. De peuteropvanglocaties zijn getoetst aan het Doetinchems kwaliteitskader waaraan men moet voldoen om in aanmerking te komen voor gemeentelijke subsidie, met alle nieuwe en bestaande organisaties hebben we afspraken gemaakt over de kwaliteitszorg. Daardoor waarborgen we een uitgebreid netwerk van kwalitatief hoogwaardige peuteropvang met aandacht voor ontwikkelingsgerichte en educatieve vaardigheden van de beroepskrachten in de peuteropvang. GGD Noord- en Oost-Gelderland inspecteert jaarlijks de kwaliteit van de voorschoolse voorzieningen volgens de wettelijke basiseisen en adviseert de gemeente Doetinchem over haar constateringen. Bij de gesubsidieerde peuteropvanglocaties inspecteert de GGD daarnaast op de gemeentelijke eisen. Kwaliteitseisen peuteropvang De gesubsidieerde peuteropvanglocaties beschikken over gecertificeerde en kundige medewerkers. In het verlengde van de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK) en in aansluiting op onze eigen ambities is blijvende professionalisering noodzakelijk.

Goed opgeleide professionals op de groep zijn van grote invloed op de kwaliteit van het educatieve aanbod en de pedagogische kwaliteit van de opvang. We willen daarom de pedagogische kennis en didactische vaardigheden van de pedagogisch medewerkers versterken en verder ontwikkelen. Een hoge pedagogisch-educatieve kwaliteit zorgt ervoor dat kinderen zich op een optimale manier kunnen ontwikkelen. De peuteropvangorganisaties ontvangen een scholingsbudget vanuit de OAB-middelen om te voldoen aan de kwaliteitseisen. Landelijk personeelstekort Landelijk is er in veel branches sprake van personeelstekort, ook in de peuteropvang. Op sommige plekken in het land leidt dit zelfs tot volledige sluiting van een locatie. Dit heeft zich in Doetinchem nog niet voorgedaan. Tijdens de coronaperiode is vanwege het signaal vanuit de kinderopvangbranche met de GGD een handhavingscoulance afgesproken voor een bepaalde periode. De handhavingscoulance maakte het mogelijk dat tijdelijk van kwaliteitseisen kon worden afgeweken. Hierdoor kon in sommige gevallen voorkomen worden dat groepen naar huis werden gestuurd. Als gemeente vinden we het belangrijk dat alle kinderen in onze gemeente naar de kinderopvang kunnen en niet naar huis worden gestuurd wegens gebrek aan personeel.

Het personeelstekort is officieel geen opdracht van de gemeente, wettelijk is dit een verantwoordelijkheid van de kinderopvangorganisaties (privaatrechtelijke organisaties). Het is belangrijk dat alle betrokken partijen kijken naar oplossingen, concurrentie helpt in dit geval niet, samenwerken wel. De gemeente heeft ook belang bij voldoende en/of gekwalificeerd personeel in de kinderopvang. Samen met de kinderopvangorganisaties, Laborijn, Graafschap College en het Werkgeversservicepunt zoeken we naar mogelijkheden, zoals het sneller inzetten van instromers. De gemeente heeft hier een faciliterende rol in.

13

Pedagogisch Educatief Professional (PEP) Iselinge Hogeschool biedt de opleiding ‘Pedagogisch Educatief Professional’ (PEP) aan. Dit is een tweejarige hbo-opleiding in deeltijd op niveau 5, die qua moeilijkheidsgraad tussen mbo-4 en hbo-bachelor in zit. De opleiding, in combinatie met een relevante baan of stage zorgt dat theorie en praktijk elkaar verstreken. Na de opleiding is de professional breed inzetbaar in (integrale) kindcentra, het onderwijs, de kinderopvang en de jeugdzorg. Inzet pedagogisch beleidsmedewerker en/of coach (hbo’er) Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) heeft besloten dat de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker en/of coach in de voorschoolse educatie (VE) naar een groter aantal uren gaat. Landelijk geldt per 1 januari 2022 deze extra urennorm voor de VE. De pedagogisch beleidsmedewerker en/of coach in de kinderopvang is geen nieuw fenomeen. Al vele jaren zijn er kinderopvangorganisaties die pedagogisch medewerkers ondersteunen met de implementatie van pedagogisch beleid en kwaliteitsontwikkeling, onder andere door middel van coaching. Vanaf 2022 is de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker en/of coach verplicht voor álle kinderopvangorganisaties. Het minimumaantal uren is wettelijk vastgelegd en de verschillende varianten van de functie zijn opgenomen in de cao Sociaal Werk en de cao Kinderopvang.

De pedagogisch beleidsmedewerker kan worden ingezet voor de volgende taken: 1. De ontwikkeling en implementatie van pedagogisch beleid; 2. Coaching van beroepskrachten voorschoolse educatie (formatief of bovenformatief). Met de (extra) inzet van de pedagogisch beleidsmedewerker willen we bereiken dat beleidsmatige en coachende ondersteuning een positieve invloed heeft op de kwaliteit van VE en daarmee op de ontwikkeling van doelgroep peuters. De achterliggende gedachte van de maatregel is dat je hiermee een substantiële kwaliteitsslag kunt maken. Coaching is een krachtig middel voor verdere professionalisering en kwaliteitsbevordering. Vroegschoolse voorzieningen Met vroegschoolse voorzieningen worden de groepen 1 en 2 van de basisscholen bedoeld. Het basisonderwijs is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs. De inspectie beoordeelt de scholen op hun kwaliteit. Schakelklassen Als gevolg van de herverdeling van de nieuwe periode onderwijsachterstandenbeleid (OAB) in 2019, ontvangen een aantal scholen minder OAB-middelen via de lumpsumvergoeding. Onze gemeente ontvangt als gevolg van deze herverdeling meer OAB-middelen. Scholen die wel te maken hebben met een hoge doelgroep populatie, ontvingen hiervoor minder middelen.

De afgelopen jaren hebben wij ervoor gekozen om gemeentelijk bij te dragen aan het versterken van de kwaliteit van de vroegschoolse educatie via subsidiemogelijkheden voor schakelklassen van twee basisscholen. In deze schakelklassen wordt intensieve extra taalondersteuning geboden voor leerlingen van groep 1 t/m 8, vooral bedoeld voor kinderen die deze extra taalondersteuning nodig hebben. De komende periode gaan we gebruiken om te onderzoeken op welke manier de schakelklassen voortgezet worden.

14

Extra aanbod in de zomerperiode Het activiteitenaanbod voor de kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar met een VVE indicatie is gebaseerd op 40 weken (conform het onderwijs) en ligt stil in de zomervakantie. De gemeente Doetinchem heeft samen met de peuteropvangaanbieders en het onderwijs gekozen om extra aanbod in de zomerperiode te realiseren, in de vorm van de Peuterzomerspelen en de Zomerschool. • Peuterzomerspelen In de zomervakantie van 2020 zijn voor de eerste keer de Peuterzomerspelen georganiseerd. Het activiteitenaanbod voor de kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar met een VVE indicatie is gebaseerd op 40 weken (zoals het onderwijs) en ligt stil in de zomervakantie. Het doel van de Peuterzomerspelen was de doorgaande leerlijn ook in de zomer/vakantieperiode voort te zetten door middel van de Peuterzomerspelen. De peuterzomerspelen biedt deze kinderen de mogelijkheid om gedurende de vakantie toch 3 weken VVE aanbod te ontvangen. Hierdoor wordt het eventuele “gat” in de ontwikkeling verkleind en ontwikkelkansen van de kinderen vergroot. De peuters krijgen extra aandacht voor extra taalstimulering, zelfredzaamheid en sociale vaardigheden. Na afloop van de Peuterzomerspelen zagen we kinderen ook gerichter starten met het ‘reguliere’ aanbod VVE.

• Zomerschool Naar aanleiding van de positieve opbrengsten van de eerste Peuterzomerspelen, is in de zomerperiode van 2021 de Zomerschool voor de eerste keer georganiseerd voor kinderen van 4 tot 6 jaar. Net als bij de Peuterzomerspelen wordt er een educatief-didactisch aanbod gerealiseerd, zodat op die wijze extra onderwijstijd voor leerlingen met (een risico op) onderwijsachterstand verzorgd kan worden. De Zomerschool bereikt vaak nog andere doelen, zoals het vergroten van de kennis van de wereld, het versterken van sociaal-emotionele vaardigheden en, bijkomend maar niet onbelangrijk, het bieden van een zinvolle besteding van de vrije tijd. Want veel kinderen die in aanmerking komen voor deelname aan de zomerschool, komen in hun vakantie maar weinig buiten hun eigen huis en buiten de eigen wijk of het eigen dorp. Daarnaast heeft de Zomerschool nog een extra doel; een nuttige invulling van de zomervakantie. Tot slot wordt er, naast de kernvakken, ook aandacht besteed aan andere (meer belevingsgerichte) activiteiten, die educatief zijn en die aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen. ▪ Evaluatie en vervolg De Peuterzomerspelen zijn gestart in 2020. Dit was tijdens de coronaperiode en vanwege de toen geldende maatregelen bleven gezinnen tijdens de zomerperiode in Nederland. Tijdens de organisatie van de eerste Zomerschool waren deze maatregelen deels versoepeld.

Dit was ook terug te zien in de aanmeldingen; door het openstellen van de grenzen kozen ouders ervoor om op vakantie te gaan buiten Nederland in deze periode. Een risico is dat de Zomerschool gezien kan worden als een vrijblijvend aanbod en dat ouders op het laatste moment besluiten om hun kind wel of niet te brengen. Dit heeft gevolgen voor de organisatie en continuïteit van het aanbod. Naar aanleiding van de Peuterzomerspelen en de Zomerschool zal een evaluatie plaatsvinden, aan de hand van de uitkomsten worden eventueel wijzigingen doorgevoerd.

15

Landelijke initiatieven - Gelijke Kansenalliantie Het Ministerie van OCW is sinds oktober 2016 actief in heel Nederland met de Gelijke Kansen Alliantie (GKA). Het tegengaan van kansengelijkheid is opdracht voor iedereen, met een grote rol voor het onderwijs. Kansenongelijkheid heeft niet één duidelijke oorzaak, maar heeft meerdere problemen in zich. - Rijke schooldag Niet alle kinderen en jongeren groeien op in een omgeving die hun ontwikkeling optimaal ondersteunt. Om ervoor te zorgen dat alle leerlingen in Nederland zichzelf ten volle kunnen ontplooien wordt met de Rijke Schooldag in het primair en voortgezet onderwijs een impuls gegeven aan de brede talentontwikkeling, met aanvullende activiteiten op het gebied van sport, cultuur, cognitieve begeleiding en sociaal-emotionele ontwikkeling. In de komende periode willen we samen met partners deze onderwerpen verder uitwerken. Samen met partners stellen we een educatieve agenda voor Doetinchem op (coalitieagenda 2022 - 2026).

16

Doel 3. Ouders zijn actief betrokken bij de ontwikkeling van hun kind(eren) Het bestrijden van onderwijsachterstanden is niet mogelijk zonder actieve betrokkenheid van ouders. In dit onderwijsachterstandenbeleid ligt de focus op het betrekken van ouders bij de ontwikkeling van hun kind. Er is sprake van gezamenlijk partnerschap, want ouderbetrokkenheid is een verantwoordelijkheid van ouders én de voor- en vroegschoolse voorzieningen. In aansluiting op het eigen ouderbeleid van de peuteropvangaanbieders richt de gemeentelijke visie op ouderbetrokkenheid zich vooral op ouders van kinderen met een VVE indicatie. De gemeente faciliteert een actieve participatie van ouders met als doel dat: • •

Ouders weten hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind. Ouders weten hoe zij thuis de ontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren.

Actieve betrokkenheid van ouders is één van de belangrijkste factoren voor de ontwikkeling en het schoolsucces van kinderen. Het streven is een gezamenlijk partnerschap om kinderen het benodigde klimaat te bieden waarin zij zich optimaal kunnen ontplooien. Hiervoor zullen ouderactiviteiten worden georganiseerd. Ook in de nieuwe periode is het belangrijk dat er aandacht is voor ouderbetrokkenheid. Ouderbetrokkenheid Door zoveel mogelijk de thuissituatie en de situatie op de opvang (en school) op elkaar af te stemmen, voelt een kind zich veiliger en kan het zich beter ontplooien. Ouderbetrokkenheid bij de opvang heeft een positieve invloed op de ontwikkeling van kinderen. Ouders hebben veel kennis over hun kind die relevant is voor de pedagogisch medewerkers en leraren. De kinderopvang en basisschool heeft een groot belang bij goede samenwerking met de ouders en een stimulerend en ondersteunend gezinsklimaat. Medewerkers kunnen advies en informatie aan de ouders geven over het kind en vice versa. Het vertrouwen dat ouders en de pedagogisch medewerkers of leraar in elkaar hebben en hun wederzijdse respect voor opvoedkeuzes, is een belangrijke kwaliteitsfactor. Door regelmatig informatie uit te wisselen over het kind en de opvoedideeën van de ouders, leert de pedagogisch medewerker het kind en zijn omgeving beter kennen.

Ouders, de pedagogisch medewerker en de leraar hebben elkaars informatie nodig om goede steun en zorg te geven en op de specifieke behoeften van het kind te kunnen inspelen. afstemmen met wederzijds respect is dus cruciaal. Daarnaast zijn we met de samenwerkingspartners bezig de zorgstructuur vanaf 0 jaar in kaart te brengen. Een overzicht welke professional op welk moment betrokken is bij een kind/het gezin. Het doel van het overzicht is korte lijnen en een vast aanspreekpunt voor het gezin creëren.

17

Bibliotheek Vanuit het OAB worden middelen beschikbaar gesteld voor het aanbod voor de bibliotheek, waarbij twee criteria van belang zijn: 1. Gericht op kinderen t/m 12 jaar; 2. Activiteit is gericht op kinderen met een taal/onderwijsachterstand (geen algemene voorziening). • Boekstartcoach De BoekStartcoach komt regelmatig op het consultatiebureau en ondersteunt de jeugdarts en verpleegkundige door met ouders in gesprek te gaan en gerichte voorleesondersteuning te bieden. Zo bouwt de BoekStartcoach een nauwe band op met ouders en wordt de coach een vertrouwd gezicht, ook in de bibliotheek. Het blijkt dat vooral laagtaalvaardige ouders hierdoor makkelijker naar de bibliotheek gaan. • De VoorleesExpress De VoorleesExpress vergroot het leesplezier van kinderen en geeft ouders handvatten om taal, (voor)lezen en boeken een blijvende plek te geven in het gezin. Op die manier verrijkt de VoorleesExpress de taalomgeving van kinderen en bevordert ze de taalvaardigheid. De VoorleesExpress richt zich op gezinnen met kinderen van 1 tot en met 6 jaar, waarvan de kinderen opgroeien in een taalarme thuisomgeving en geeft taal, leesplezier en voorlezen een vaste plek in een gezin, zodat kinderen thuis worden gestimuleerd in de taalontwikkeling. Zo ontplooit hun taalvaardigheid optimaal. De aanpak is dat een vrijwilliger een half jaar lang (20 keer) een vast gezin bezoekt.

De vrijwilliger laat de ouders en kinderen zien hoe leuk taal en lezen kunnen zijn door interactief voorlezen, taalspelletjes en samen te praten. • Boekenpret Boekenpret wordt ingezet om de taalontwikkeling te stimuleren en achterstanden te voorkomen bij jonge kinderen door in te zetten op leesbevordering. Door mee te doen aan Boekenpret kunnen die kinderen een prentenboek en een Speelontdekboek mee naar huis nemen. Boekenpret is bestemd voor álle kinderen van 0 tot 6 jaar en hun primaire opvoeders. Daarnaast richt Boekenpret zich op beroepskrachten van instellingen voor jeugdgezondheidszorg, kinderopvang, en kleutergroepen basisonderwijs. Deze beroepskrachten leveren een belangrijke bijdrage aan het programma. Hiermee wordt de leesomgeving verrijkt en de taalvaardigheid van jonge kinderen bevorderd. • Themakisten Voor de kinder- en peuteropvang en de onderbouwklassen van het primaire onderwijs zijn er themakisten, gebaseerd op de thema’s van het VVE programma die de betreffende instellingen gebruiken. Naast boeken rondom een thema bevatten de kisten ook lessuggesties en speelleermaterialen. Verbinding met aanpak laaggeletterdheid Eén van de doelen van ouderbetrokkenheid is dat ouders thuis de ontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren.

Als (één van beide) ouders laaggeletterd zijn heeft dat grote (negatieve) invloed op de taalontwikkeling van hun kinderen: kinderen hebben dan een grotere kans om op latere leeftijd ook laaggeletterd te worden. Het is dus van belang om tijdens de contactmomenten met ouders de signalen van laaggeletterdheid te herkennen en ouders door te verwijzen. Om laagtaalvaardige ouders te signaleren is de expertise van professionals in consultatiebureaus, de voorschoolse voorzieningen en het onderwijs nodig om het gesprek aan te kunnen gaan en hen eventueel in contact te brengen met het Taalhuis.

18

Doel 4: Het voorschoolse aanbod en het (vroegschoolse) basisonderwijs in Doetinchem sluiten naadloos op elkaar aan De voorschoolse voorzieningen zijn een goede voorbereiding op het basisonderwijs. We willen dat het voorschoolse aanbod een doorgaande lijn heeft met de basisschool, waarbij de overgang naar groep 1 vloeiend verloopt en niet belemmerend is voor de ontwikkeling van kinderen. Vooral voor doelgroepkinderen is het van groot belang om resterende achterstanden zo veel als mogelijk in te halen. Dit vraagt om een vergaande inhoudelijke samenwerking tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen. Samenwerking tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen De voorschoolse voorziening zorgt samen met de basisschool voor een doorgaande lijn in de ontwikkeling van de kinderen. Basisscholen hebben er baat bij dat zij al vooraf kennis hebben van de ontwikkeling van de kinderen die starten in groep 1. Daarom is het belangrijk dat alle beschikbare en relevante informatie hierover goed overgedragen wordt van de voorschoolse voorziening naar de basisschool, mits daar toestemming voor wordt gegeven door de ouder(s)/wettelijk vertegenwoordiger(s). Bij kinderen die meer ondersteuning nodig hebben en bij kinderen met en VVE indicatie moet er een warme overdracht plaats vinden. Doorgaande lijn Een warme overdracht tussen voor- en vroegschools is essentieel.

In 2010 is een wettelijke verplichting opgenomen dat gemeenten en schoolbesturen resultaatafspraken voor vroegschoolse educatie maken. De gemeente wordt jaarlijks door de Onderwijsinspectie bevraagd op gemaakte resultaatafspraken over VVE. Van de kinderopvang en scholen wordt verwacht dat ze extra inzet plegen op de coördinatie tussen voor- en vroegschool. De belangrijkste factor voor een doorgaande lijn is de wijze waarop professionals naar kinderen kijken en hun ontwikkeling stimuleren. Duidelijkheid over doelen en begrippen vergemakkelijkt de onderlinge communicatie, een eenduidige registratie en de overdracht van kinderen. Professionals gaan steeds meer dezelfde ‘taal’ spreken; de ene professional gaat verder daar waar de ander is gebleven. Daarom willen we dat professionals van de gesubsidieerde peuteropvanglocaties en het onderwijs gezamenlijk betekenis gaan geven aan het begrip ‘brede ontwikkelingsstimulering’ en dit vertalen binnen hun ontwikkelvolgsysteem. Vanaf schooljaar 2021 - 2022 geeft de gemeente Doetinchem jaarlijks een subsidie af ter bevorderen van de doorgaande lijn tussen peuteropvang en basisschool. Er zijn resultaatafspraken vastgesteld, aan de hand hiervan wordt de doorgaande lijn gemonitord. Resultaatafspraken Met schoolbesturen hebben we afspraken gemaakt over het sturen op doelen en de kwaliteit van de uitvoering.

Concrete resultaatafspraken worden jaarlijks geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. Voor het zichtbaar maken van behaalde resultaten zijn observatieen registratiesystemen waardevolle instrumenten. Goede observaties en registraties leiden tot meetbare ontwikkelopbrengsten. Het laat de voortgang van de ontwikkeling zien van peuters en kleuters. Daarnaast kan een vertaling van deze gegevens naar groeps-, locatieen gemeenteniveau als indicator dienen voor de effecten van het onderwijsachterstandenbeleid.

19

Aandacht voor het resultaat Peuters moeten op de voorschoolse voorziening het aanbod krijgen dat aansluit op hun ontwikkeling. De gemeente stelt het werken met een VVE programma op de gesubsidieerde peuteropvanglocaties verplicht. Als gemeente schrijven we niet voor welk programma er gebruik moet worden, opgenomen moet zijn in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. Vroegschoolse educatie in het basisonderwijs De gemeente verwacht van het basisonderwijs dat zij zich maximaal inspannen om hun aanbod aan te laten sluiten op de voorschoolse educatie en om de (taal)ontwikkeling van kinderen te stimuleren. Hiervoor krijgen een aantal basisscholen (op basis van CBSindicatoren) via de lumpsum een bedrag dat bestemd is voor het bestrijden van onderwijsachterstanden.

20

Hoofdstuk 3. Aansturing & monitoring Gezamenlijke verantwoordelijkheid De gemeente draagt zorg voor een hoogwaardig voorschools aanbod voor alle doelgroep peuters in Doetinchem. De gemeente draagt ook zorg voor de kwaliteit van de voorschoolse educatie. De schoolbesturen dragen zorg voor de (kwaliteit van de) vroegschoolse educatie. De gemeente, schoolbesturen en de voorschoolse voorzieningen zetten zich gezamenlijk in om alle kinderen de mogelijkheid te bieden om zich optimaal te ontwikkelen. Gemeentelijke regierol Gemeenten zijn wettelijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderwijsachterstandenbeleid. Dit beleidsterrein kent meerdere regels en wetten naast elkaar waardoor het aan overzicht kan ontbreken. De gemeente Doetinchem ziet het als haar taak om hier eenheid en samenhang in aan te brengen en een lappendeken van allerlei losse activiteiten te voorkomen. De gemeente zet de taken uit bij lokale partners, gezamenlijk dragen deze bij aan het behalen van de doelen. Vanuit haar regierol stuurt en faciliteert de gemeente hierop. Verder biedt de gemeente een overlegstructuur (VVE werkgroep) om afspraken te maken. De VVE werkgroep is als ware een klankbordgroep, hierin bespreken we de stand van zaken en worden meningen, kennis en inzichten gedeeld.

Gemeente Doetinchem voert tenminste één maal per jaar overleg met de schoolbesturen en aanbieders van peuteropvang over: • De doelgroep definitie; • De toeleiding naar voor- en vroegschoolse educatie; • De organisatie van een doorlopende leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie; • Het voorkomen van segregatie, het bevorderen van integratie en het bestrijden van onderwijsachterstanden, de afstemming over inschrijvings- en toelatingsprocedures. Overlegstructuren Ook in de komende jaren zal er in verschillende samenstellingen structureel overlegd worden over (onderdelen van het) onderwijsachterstandenbeleid en VVE, om de samenwerking verder vorm te geven en gezamenlijk de voortgang te volgen. Bestuurlijk overleg OAB/VVE Overleg met wethouder onderwijs, bestuurders van basisscholen, peuteropvang en jeugdgezondheidszorg, wordt minstens 1 keer per jaar georganiseerd. VVE Werkgroep De VVE werkgroep bestaat uit de beleidsadviseur kinderopvang, de beleidsadviseur jeugd en onderwijs van de gemeente, vertegenwoordigers van de schoolbesturen, de aanbieders peuteropvang, de jeugdgezondheidszorg (Yunio) en de bibliotheek. In de VVE werkgroep wordt de huidige situatie, ontwikkelingen en knelpunten besproken onder voorzitterschap van de gemeente. De werkgroep komt eens per acht weken bij elkaar.

21

Monitoring en evaluatie De gemeente Doetinchem monitort de resultaten van het onderwijsachterstanden om te volgen in hoeverre gemaakte afspraken leiden tot de realisatie van de ambitie en doelen. De uitkomsten worden tenminste jaarlijks besproken met de betrokkenen partijen. Op basis van de uitkomsten bepalen gemeente en partijen of ze op de goede weg zijn of dat ze afspraken moeten aanpassen. Voor de monitoring en evaluatie zetten we de volgende instrumenten in: - De Peutermonitor De Peutermonitor (een monitoringsinstrument) brengt relevante informatie over het peuteraanbod, het bereik en de financiën bijeen. De aanbieders van peuteropvang, jeugdgezondheidszorg en gemeente leveren gegevens aan, de Peutermonitor zet deze om in anonieme data. Via een dashboard zijn deze gegevens op elk moment in te zien door de gebruikers. - VVE resultatenmonitor De VVE resultatenmonitor is een tool voor de monitoring van kind resultaten uit de verschillende kind volgsystemen. Binnen de gemeente wordt door verschillende aanbieders met diverse kind/leerlingvolgsystemen gewerkt. Dat is in de regel geen probleem, het doel van de inzet van al deze kind/leerlingvolgsystemen is om de ontwikkeling van (individuele) kinderen gericht te volgen op systematische en controleerbare wijze.

Om achterstanden tijdig te kunnen signaleren en bespreekbaar te kunnen maken met ouders en indien nodig hulp te bieden en/of te organiseren. Met de VVE resultatenmonitor houdt de gemeente zicht op alle verschillende aspecten en opbrengsten van voor- en vroegschoolse educatie. Aan de hand van de uitkomsten wordt het gesprek gevoerd. De monitor helpt de gemeente in de rol van regievoerder om de samenwerking tussen de verschillende partijen (verder) te intensiveren. De monitor zorgt voor grip en sturing op de VVE resultaten en het effect daarvan op de ontwikkeling van het kind in de doorgaande lijn van het kinderdagverblijf naar primair onderwijs. Vanaf het schooljaar 2022-2023 wordt de VVE resultatenmonitor geïmplementeerd bij het basisonderwijs.

22

Hoofdstuk 4. Financieel kader Wij ontvangen van het Rijk een specifieke uitkering Gemeente Onderwijsachterstanden Beleid (GOAB) waaronder ook de voor en vroegschoolse educatie (WE) valt. Dit bedrag wordt jaarlijks vastgesteld en wordt gebaseerd op gemeentelijke achterstandsscores. De rijksmiddelen GOAB zijn geoormerkt, dat wil zeggen dat als er na de huidige periode (2023-2026) budget niet uitgegeven is, dit moet worden terugbetaald aan het Rijk. Een beperkt aantal scholen ontvangt ook budget voor het bestrijden van onderwijsachterstanden van het Rijk. Van de betrokken schoolbesturen wordt verwacht dat zij dit hier ook voor inzetten. Het grootste deel van dit budget is nodig voor de uitvoering van de wettelijke taken. Het deel dat overblijft mag ingezet worden voor andere activiteiten mits deze voldoen aan de richtlijnen van het Rijk voor de GOAB-middelen. Op basis van de inzet van de huidige (genoemde) activiteiten wordt het volledig beschikbare budget besteed. o Op het moment dat er behoefte is aan nieuwe ontwikkelingen (activiteiten), is het gevolg dat er geschoven zal moeten worden met de middelen.

Overzicht 2023 Inkomsten Uitgaven Wettelijke taken - kindgebonden subsidie * - inzet Hbo’ers

€ 1.490.971

€ € €

966.480 59.400 1.025.880 €

1.025.880

Overige activiteiten ** € 464.544 * verwachting: berekend op basis van cijfers Peutermonitor 1e kwartaal 2022 ** overige activiteiten zijn onder andere: i. Peutermonitor ii. Peuterzomerspelen en zomerschool iii. Scholingsbudget iv. Schakelklassen v. Doorgaande lijn vi. Inzet OPPO vii. Preventief aanbod bibliotheek

23

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7747/documents/41337