Bijlage 1 - Notitie uitgangspunten Groen in de Omgevingsvisie.pdf
Tekst van het document
Notitie uitgangspunten Groen in de Omgevingsvisie De omgevingsvisie vormt straks het toetsingskader voor de fysieke leefomgeving. Voor de totstandkoming van de omgevingsvisie moeten veel stappen worden genomen. Een belangrijke stap hierin, is een goede balans te vinden tussen alle opgaven en het komen van een gedragen ambitie. In dit document staan de uitgangspunten voor het onderdeel groen in de omgevingsvisie beschreven. Met deze uitgangspunten geeft de raad richting aan de verdere uitwerking van het ‘groene toetsingskader’ voor de fysieke leefomgeving, de omgevingsvisie. In de hier opvolgende fase zal de sturingsfilosofie aan de orde komen. In de sturingsfilosofie wordt aangegeven wat nodig is om de omgevingsvisie uit te voeren. Denk bijvoorbeeld aan eventuele onderzoeken, samenwerking en uitvoeringsagenda’s. De sturingsfilosofie komt hier nog niet aan bod. De komst van de Omgevingsvisie vormt de aanleiding om ons groenbeleid te herzien. Het meest recente beleidsstuk, het Groenstructuurplan, dateert inmiddels uit 2017. Met de huidige aandacht voor groen en biodiversiteit, de voorgenomen groei van de gemeente naar 70.000 inwoners, en de snelheid waarmee ruimtelijke ontwikkelingen zich opvolgen, is een actualisatie van het beleid nodig. In lijn met de Omgevingswet willen we ons beleid vereenvoudigen. Onnodig beleid komt te vervallen.
Daartegenover staat dat we in ons huidige beleid meer aandacht moeten hebben voor een gezonde leefomgeving. In onze gemeente hebben we ook groeiende aandacht voor biodiversiteit, waterkwaliteit en natuur. Zo is al in 2018 de motie ‘Bevordering biodiversiteit’ aangenomen. In januari 2022 werd de motie ‘Doetinchem gebruikt circulaire en bio-based materialen en bouwt klimaatadaptief en natuurinclusief’ aangenomen. Hoewel we al goede stappen hebben gemaakt, zijn we er nog niet. Zo ontbreek bijvoorbeeld nog beleid voor biodiversiteit. Graag zien we dat groen en biodiversiteit een meer prominente rol krijgen in ons gemeentelijk beleid. Dit past in de landelijke trend van groen en duurzaamheid. Met onderstaande uitgangspunten willen wij invulling geven aan dit beleid. Te vervallen beleid Bij het vaststellen van de omgevingsvisie komt het volgende beleid te vervallen: • Groenstructuurplan 2017; • Landschapsontwikkelingsplan+ 2008. Groenbeleid in de omgevingsvisie Ons groenbeleid in de omgevingsvisie bestaat uit 8 pijlers: Een robuuste, aaneengesloten groenstructuur De groenstructuurkaart blijft een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie, maar wordt op punten herzien. De bestaande hoofdgroenstructuur wordt behouden en versterkt. De hoofdgroenstructuur is van groot belang.
De ontbrekende delen in de hoofdgroenstructuur (niet overal is deze aaneengesloten of goed ontwikkeld) worden ingevuld. Het realiseren van de nevengroenstructuur gebeurt d.m.v. het benutten van zich voordoende kansen. Bijvoorbeeld bij ruimtelijke ontwikkelingen, of bij reconstructie van de infra en openbare ruimte. Ook het snippergroen kan van belang zijn om te behouden, bijvoorbeeld wanneer het een bijdrage kan leveren aan klimaatopgaven. We stellen daarom nieuwe afwegingskaders op voor snippergroen, waarin we dit niet alleen economisch beoordelen, maar ook op meerwaarde voor bijv. klimaatopgaven en biodiversiteit.
Pagina 1 van 3
Notitie uitgangspunten Groen in de Omgevingsvisie
Groenblauwe structuur In het huidige beleid ligt de focus voornamelijk op de groenstructuur, maar minder op (de koppeling met) water. Hoewel beide onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, en veel potentie bieden in het tegengaan van de klimaatproblemen en de achteruitgang van biodiversiteit. Nog onduidelijk t.a.v. de groenblauwe structuur is, waar exact de knelpunten of kansen liggen, en welke opgaven onze gemeente te wachten staat. Vast staat echter wel dat ook onze gemeente te maken heeft met bijvoorbeeld de klimaatopgaven en slechte waterkwaliteit. Deze laatste voldoet doorgaans niet aan de Europese normen die hiervoor gelden. In onze omgevingsvisie zetten we daarom in op een algehele verbetering van de groenblauwe structuren. We streven naar een gezonde woon- en leefomgeving, met voldoende groen Groen is geen luxeproduct, maar een basisbehoefte. Het staat aan de basis van een gezonde woon-, werk- en leefomgeving. In een groene omgeving is men gelukkiger en gezonder. Groen nodigt uit tot bewegen en recreëren. Het leidt tot minder wateroverlast en minder hittestress. In een groene omgeving is sprake van een hoger welzijnsniveau en is er meer sociale cohesie. Groen trekt bedrijven aan en verhoogt de waarde van woningen en kantoren. Groen is goed voor heel veel.
Om de voordelen van groen goed te benutten is het belangrijk dat groen in voldoende hoeveelheid en ruimtelijke spreiding aanwezig is. Daarom willen we de vuistregel 3-30-300 hanteren. Hoe zou deze vuistregel gebruikt moeten worden? Voor de 3 bomen geldt dat er binnen zichtafstand van een woning 3 bomen staan. Zichtbaarheid en afstand zijn in deze lastig te definiëren, laten we zeggen dat we streven naar 3 bomen op korte afstand van de woning. De 30% kroonbedekking moet meer worden gezien op wijk- of zelfs stadsniveau. Er zijn nu eenmaal wijken die vanuit hun historie weinig groen herbergen. Andersom ligt er in deze wijken wel een opgave, om te vergroenen, deze moeten we ook erkennen. De 300 is de afstand in meters tot een groene en recreatieve plek. Dat zegt veel meer over het voorzieningenniveau van een wijk. Binnen elke wijk zouden 1 of meerdere recreatieve groene plekken aanwezig moeten zijn. Die kunnen natuurlijk ook in het naastgelegen buitengebied liggen. In bijzondere gevallen kan op onderdelen en gemotiveerd van de vuistregel worden afgeweken. De groene ambitie kan anders worden vormgeven, bijvoorbeeld geen boom zichtbaar, maar een groene wand met klimplanten. Zowel de gemeente als ontwikkelende partijen hebben in het realiseren van deze vuistregel een verantwoordelijkheid.
We willen de hoeveelheid groen laten meegroeien met de groei van de stad en dorp Het belang van groen is groot. Met de voorgenomen groei naar 70.000 inwoners neemt ook de vraag toe naar meer oppervlakte groen, bijvoorbeeld om in te recreëren of te sporten. We spelen in op deze behoefte door ons streven naar de 3-30-300 vuistregel. De hoeveelheid groen groeit zo in verhouding mee met de groei van Doetinchem. Zo blijft Doetinchem ook in de toekomst groen en aantrekkelijk.
Pagina 2 van 3
Notitie uitgangspunten Groen in de Omgevingsvisie
Groen van hoge kwaliteit Niet alleen vierkante meters en een goede ruimtelijke spreiding van het groen zijn belangrijk. De baten komen pas echt tot hun recht als het groen ook van goede kwaliteit is. Zo zal een gezonde boom in vergelijking met een ongezonde boom groter groeien, ouder worden, zorgen voor veel meer verkoeling, meer water en CO2 opslaan, meer fijnstof afvangen en meer biodiversiteit herbergen. We streven daarom naar groen van hoge kwaliteit. Denk daarbij aan een vitaal bomenbestand, waarbij de bomen groot kunnen groeien en ook oud mogen worden. Een goede kwaliteit groen valt of staat met een gezonde ondergrond. Bij alle plannen en projecten moet ruim aandacht zijn voor goede standplaatscondities. Maar ook bestaande bomen kunnen profijt hebben van verbetering. Daarnaast vraagt een betere kwaliteit ook beter beheer/meer aandacht. ‘Natuurinclusief’ en ‘Basiskwaliteit natuur’ Met natuurinclusief wordt bedoeld het creëren van meerwaarde van een ontwikkeling voor de leefomgeving, door rekening te houden met de natuur. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het toevoegen van verblijfplaatsen voor diersoorten in een gebouw, of bijvoorbeeld door bij een ontwikkeling een groene verbinding te realiseren. Natuurinclusief wordt de norm bij alle ruimtelijke ontwikkelingen, inrichting en beheer. Om hieraan te toetsen ontbreekt nu een toetsingskader.
We stellen daarop een natuurpuntensysteem op. Met dit kader kan op uniforme wijze, volgens een puntensystematiek, de natuurinclusieve meerwaarde van een plan aangetoond worden. De uitwerking hiervan wordt in de sturingsfilosofie opgenomen. De basiskwaliteit natuur staat voor het minimumniveau in de aanwezigheid van nietzeldzame, wilde planten en dieren, die kenmerkend zijn voor de verschillende landschapstypen. We streven naar deze minimale natuurkwaliteit, de basiskwaliteit natuur als ondergrens. Ter borging van deze basiskwaliteit natuur stellen we een biodiversiteitsplan op en willen we werken volgens de ‘gedragscode soortbescherming gemeenten’. De uitwerking hiervan nemen we op in de sturingsfilosofie. Groen participatie en educatie Groen is van belang voor ons allemaal. Omwille hiervan is het belangrijk onze inwoners en bedrijven te blijven betrekken bij het verder vergroenen van onze gemeente. Het creëren en behouden van draagvlak voor groen is nodig, omdat de gemeente alleen niet in staat is voldoende groen te behouden. Veel groen is immers in particulier bezit. Het is belangrijk dat ook particulieren voldoende groen in hun tuinen hebben en willen behouden. We willen dit daarom verder stimuleren, en inwoners enthousiast te maken meer te vergroenen. Door de vuistregel 3-30-300 houden we zelf ook rekening met voldoende groen, en geven we zo het goede voorbeeld.
Groen rijk buitengebied Er liggen forse opgaven te wachten in het landelijk gebied. Dit komt bijvoorbeeld door problemen met lange droge zomers, stikstofuitstoot, de achterblijvende waterkwaliteit (Kaderrichtlijnwater) en de achteruitgang van biodiversiteit. Ook is er druk door verstedelijking en recreatie, en loopt de leefbaarheid langzaam achteruit. We vinden het belangrijk dat het Achterhoeke landschap overeind blijft en koesteren het landelijk gebied in al haar kwaliteiten. Het uitgangspunt is daarom dat ontwikkelingen van meerwaarde moeten zijn voor onze leefomgeving en dat het Achterhoeks landschap haar identiteit behoudt. Dit betekent onder meer dat we een actueel beeld nodig hebben van onze landschapswaarden en waar landschappelijke verbeteringen aangebracht kunnen of moeten worden. Hiervoor is nader onderzoek naar de landschapswaarden en biodiversiteitswaarden nodig. Pagina 3 van 3