CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Nota reserves en voorzieningen gD - 2025.pdf

beeldvormende raad 12 februari 2026, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6: Nota reserves en voorzieningen7.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota reserves en voorzieningen 2025

Inhoudsopgave 1.

Inleiding...................................................................................................... 4

2.

Reserves ..................................................................................................... 6 2.1

Vorming van reserves ................................................................................ 7 2.1.1

2.2

2.3

2.4

Instellingscriteria reserve .................................................................. 7

Functie van reserves .................................................................................. 9 2.2.1

Functies van de Doetinchemse reserves .............................................. 9

2.2.2

Systeemreserves ............................................................................. 9

Besteding van reserves ............................................................................ 10 2.3.1

Met reserves worden alleen incidentele tekorten of uitgaven gedekt ..... 10

2.3.2

Uitzondering reserves ter dekking van kapitaallasten .......................... 10

2.3.3

Uitzondering inzet surplus ............................................................... 10

2.3.4

Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves .................................... 11

2.3.5

Herziening reserves ........................................................................ 11

2.3.6

Informatievoorziening over reserves ................................................. 11

Opheffen van reserves ............................................................................. 12 2.4.1 Criteria het wijzigen van het doel of de bestemming van de reserve dan wel tot het opheffen van bestemmingreserve ................................................. 12 2.4.2 Herijking van de bestemmingsreserves ................................................. 12

2.5

Rentetoerekening aan reserves ................................................................. 13 2.5.1

3.

Reserves waaraan rente wordt toegevoegd ....................................... 13

Voorzieningen ............................................................................................ 14 3.1

Vorming van voorzieningen ...................................................................... 15 3.1.1 instellingscriteria voorziening ............................................................... 15

3.2

Functie van voorzieningen ........................................................................ 17 3.2.1

3.3

3.4

Soorten voorzieningen .................................................................... 17

Besteding van voorzieningen .................................................................... 19 3.3.1

Toevoegingen en onttrekkingen aan voorzieningen ............................. 19

3.3.2

Wijzigen van doel of bestemming ..................................................... 19

3.3.3

Informatievoorziening ..................................................................... 19

Opheffen van voorzieningen ..................................................................... 20 3.4.1 Beoordeling voorzieningen .................................................................. 20

3.5

Rentetoerekening aan voorzieningen ......................................................... 21 3.5.1

Voorzieningen waaraan rente wordt toegevoegd ................................ 21

2

4.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................... 22 4.1

Weerstandsvermogen .............................................................................. 23 4.1.1

Beschikbare weerstandscapaciteit .................................................... 23

4.1.2

Weerstandsratio ............................................................................. 23

Bijlagen .............................................................................................................. 24 Gemeentewet ............................................................................................ 24 BBV wetgeving en richtlijnen over reserves en voorzieningen........................... 24 Financiële verordening Gemeente Doetinchem 2023 /2025 .............................. 25

3

1.

Inleiding

Voor u ligt de nota reserves en voorzieningen van de gemeente Doetinchem. Uw auditcommissie heeft aangegeven dat zij ten behoeve van de kaderstellende rol het wenselijk vindt om nota reserves en voorzieningen te hebben. Deze nota reserves en voorzieningen vormt de basis voor het reserve- en voorzieningenbeleid van de gemeente Doetinchem. De nota heeft als doel om de raad zoveel mogelijk transparantie en grip te geven op reserves en voorzieningen. In deze nota staat hoe we met reserves en voorzieningen omgaan, wie een reserve of voorziening kan vormen of opheffen en wie beslist over de besteding van de reserves en voorzieningen. Er wordt inzicht geboden in het beleid rond reserves en voorzieningen en de daarmee samenhangende financiële stabiliteit en weerbaarheid van de gemeente Doetinchem. Van belang hierbij zijn de juridische kaders in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), de stellige uitspraken en aanbevelingen van de commissie BBV uit de afgelopen periode die relevant zijn voor deze nota reserves en voorzieningen en de financiële Verordening gemeente Doetinchem 2025. In het BBV wordt in de artikelen 41 tot en met 44 ingegaan op de reserves en voorzieningen. Zowel de reserves als de voorzieningen maken onderdeel uit van de vaste passiva.

De nota vormt daarnaast een nadere uitwerking van beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Financiële verordening van de gemeente Doetinchem artikel 17. In dit artikel staat voorgeschreven dat het college periodiek toetst of de nota reserves en voorzieningen moet worden herzien. Indien herziening nodig is biedt het college de raad een herziene nota aan. Door het vaststellen van deze nota reserves en voorzieningen stelt de raad het formele kader vast, waarbinnen het college en de ambtelijke organisatie met reserves en voorzieningen om dienen te gaan. Het is hiermee een belangrijk instrument voor uw kaderstellende rol. Reserves en voorzieningen Reserves en voorzieningen zijn van grote betekenis voor de budgettaire stabiliteit van de gemeente. Reserves en voorzieningen maken grote toekomstige uitgaven mogelijk, voor bijvoorbeeld groot onderhoud, investeringen of projecten, die te omvangrijk zijn om ten laste van de exploitatiebegroting te brengen. Daarnaast spelen ze een rol als buffer in geval van financiële tegenvallers en ter egalisatie van de lasten. Door goed inzicht in de reserves en voorzieningen wordt de beleidsruimte beter zichtbaar. Reserves en voorzieningen worden vaak in één adem genoemd. Toch is er een wezenlijk onderscheid.

Reserves • Zijn vrij besteedbaar en zijn bestemd voor het afdekken van risico’s, het egaliseren van baten en lasten en het dekken van incidenteel beleid. • Reserveren is een vorm van sparen. Meestal gaat het om zaken die niet direct in de exploitatie opgevangen kunnen worden en die incidenteel van aard zijn. • Reserves kunnen in principe vrij worden bestemd. • De gemeenteraad kan aan reserves een bepaalde bestemming geven of de bestemming wijzigen. Voorzieningen • Voorzieningen worden gevormd, omdat daar verplichtingen of risico’s tegenover staan waarbij omvang en tijdstip van optreden onzeker zijn. • De raad kan de bestemming van voorzieningen niet wijzigen.

4

In onderstaande tabel wordt het onderscheid tussen reserves en voorzieningen samengevat weergegeven. Kenmerk

Reserves

Verantwoordelijkheid •

Voorzieningen

De raad is bevoegd. (instellen, beschikken en opheffen)

• •

De raad is bevoegd. (instellen,opheffen) College is bevoegd (beschikken)

Onderdeel van het

•

Eigen vermogen.

•

Vreemd vermogen.

Wijziging bestemming (doel) Voeding :

•

Mogelijk.

•

Niet mogelijk

Toevoeging

•

• •

Resultaat bepalend De storting in een voorziening is een last voor de begroting en komt direct ten laste van de exploitatie.

•

Rechtstreeks uit voorziening. Directe onttrekking is verplicht.

•

Omvang is gelijk aan verplichting. Ja, verplichte onderbouwing.

Omvang (maximale hoogte)

•

Resultaat bestemmend (wordt begroot) Het resultaat van de baten en lasten leidt tot een storting respectievelijk onttrekking aan de reserve. Raadsbesluit is vereist. Directe toevoeging is niet toegestaan. Resultaat bestemmend (wordt begroot) Directe onttrekking (via exploitatie) is niet toegestaan. Politieke keuze van de raad.

Financiële onderbouwing

•

Niet verplicht, wel wenselijk.

•

Indeling

• •

Algemene reserves Bestemmingsreserve

Voorzieningen voor: • Verplichtingen en verliezen • Bestaande risico’s • Egalisatie van kosten • Bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven • Bijdragen van derden die specifiek besteed moeten worden

•

• • Onttrekking

• •

Vanwege de inhoudelijke verschillen tussen reserves en voorzieningen is er in deze nota voor gekozen reserves en voorzieningen in afzonderlijke hoofdstukken te behandelen. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het beleidskader voor de omgang met de reserves toegelicht. Hierin worden de richtlijnen weergegeven met betrekking tot instellen, wijzigen, onttrekken, toevoegen en opheffen van reserves. Hoofdstuk 3 behandelt de richtlijnen rondom voorzieningen. Tenslotte wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de relatie tussen de reserves en het weerstandsvermogen van de gemeente Doetinchem.

5

2.

Reserves

Dit hoofdstuk beschrijft het beleidskader voor de omgang met de reserves. Eigen vermogen Conform artikel 42 van het BBV bestaat het eigen vermogen uit de reserves (algemene reserve en bestemmingsreserves) en het gerealiseerde resultaat. Het gerealiseerde resultaat is feite het saldo van baten en lasten, inclusief toevoegingen en onttrekkingen aan reserves op grond van eerdere besluitvorming. Het gerealiseerde resultaat is een rekeningsaldo, waaraan nog geen bestemming is gegeven. Bestemming van het resultaat gebeurt aan de hand van een raadsvoorstel, dat bij de jaarrekening wordt voorgelegd. De feitelijke bestemming van het gerealiseerde resultaat vindt daarmee pas plaats nadat de raad heeft besloten over een voorstel tot de bestemming ervan. Op de balans wordt het gerealiseerde resultaat overigens ook tot uitdrukking gebracht als het gerealiseerde resultaat. Definitie reserves Reserves kunnen worden omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij zijn te besteden. Artikel 43 lid 1 van het BBV onderscheidt de reserves naar: • de algemene reserve en • de bestemmingsreserve. Algemene reserve Het deel van het eigen vermogen waar de raad geen bestemming aan heeft gegeven. Een algemene reserve is vrij besteedbaar. Dit vormt een buffer voor financiële tegenvallers zonder dat de reguliere bedrijfsvoering daaronder lijdt.

Bestemmingsreserve Een bestemmingsreserve is het deel van het eigen vermogen waar de raad een bepaalde bestemming aan heeft gegeven. Het instellen van een bestemmingsreserve, en toevoegingen en onttrekkingen aan reserves is voorbehouden aan de raad.

6

2.1 Vorming van reserves Gemeenten dienen inzicht te geven in hun financiële weerbaarheid (zie ook hoofdstuk 4). De algemene reserve (AR) is hier een belangrijk instrument voor. Aan het vormen of instellen van een bestemmingsreserves (BR) moet een bewuste keuze en goede onderbouwing ten grondslag liggen. Dit om te voorkomen dat er onnodig middelen worden vastgelegd, waarvoor een andere bestemming mogelijk is. Transparant Het instellen en gebruik van reserves moet transparant zijn. Aan het instellen van reserves, maar ook aan toevoegingen en onttrekkingen ligt dan ook altijd een raadsbesluit aan ten grondslag. Doelmatig Het gebruik van reserves moet doelmatig zijn: er moeten inhoudelijke argumenten ten grondslag liggen aan reserves en de hoogte van reserveringen. Het doel van een reserve moet derhalve ook duidelijk zijn. Integraal Het inzetten van vermogen dient zo integraal mogelijk afgewogen te worden: de gemeentelijke middelen zijn immers niet onbegrensd en schaars. 2.1.1 Instellingscriteria reserve Vanuit dit principe dient dan ook bij een voorstel voor de vorming of het instellen van een bestemmingsreserve in ieder geval te worden aangegeven: 1. Het specifieke doel van de reserve; Hierbij dient aangegeven te worden, waarom het vormen van een reserve noodzakelijk is voor het bereiken van het doel.

Dit kan bijvoorbeeld zijn om het veiligstellen van object- of doelsubsidies of bijdragen van derden of niet benutte delen daarvan, waarvan de verplichting tot het doen van uitgaven zich pas in latere jaren voordoet, maar die niet specifiek hoeven te worden besteed (dus waarop geen terugbetalingsverplichting rust). Maar ook voor bijvoorbeeld de egalisatie van ongewenste schommelingen in gemeentelijke tarieven die naar derden toe of intern worden gehanteerd, indien de besteding niet dusdanig gebonden is dat de middelen moeten worden teruggegeven als ze niet zijn besteed aan het doel waarvoor ze zijn geheven. Als raad heeft u de bevoegdheid om ten alle tijde het doel of de bestemming van de reserve te wijzigen met een raadsbesluit ( zie ook hoofdstuk 2.4). 2. De voeding van de reserve; Reserves worden gevormd door een toevoeging aan reserves vanuit de exploitatie. De raad bepaald vanuit welke budgetten de reserve wordt gevoed. 3. De maximale hoogte van de reserve; De maximale hoogte hangt samen met het bedrag dat nodig is voor het doel. Er worden wettelijk geen harde maximumgrenzen aan de hoogte van de reserve gesteld. De raad bepaald de maximale hoogte. 4. De maximale looptijd De bestemmingsreserve wordt ingesteld om een specifiek doel of project te realiseren. De looptijd van de reserve hangt hier veelal mee samen.

7

Het komt ook voor dat de looptijd niet is in te schatten, dan zal de reserve voor onbepaalde tijd worden ingesteld. De raad kan te allen tijde bepalen om de bestemmingsreserve op te heffen. Als een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd (wanneer er bijvoorbeeld sprake is van een specifieke afschrijvingstermijn) niet heeft geleid tot een besteding, dan moet opnieuw een afweging door de raad plaats vinden. Deze nieuwe afweging kan betekenen dat de reserve wordt gehandhaafd voor het doel, waarvoor deze is gevormd of dat de reserve wordt opgeheven. Wanneer deze wordt opgeheven dan vallen de resterende middelen vrij en worden deze aan de algemene reserve toegevoegd. 5. Of rente wordt toegevoegd. Er bestaat de mogelijkheid om aan reserves rente toe te voegen. Gemeenten hebben beleidsvrijheid, om te kiezen op welke manier zij hieraan invulling geven (wel of geen rentetoevoeging en welk percentage). In paragraaf 2.5 wordt hier verder op ingegaan. Instellen in cyclusdocument In principe vindt het vormen ofwel instellen van reserves plaats in een cyclusdocument, bij voorkeur bij de Perspectiefnota of in de begroting. De raad stelt deze in. Waardering van reserves Reserves worden op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) gewaardeerd tegen nominale waarde (BBV Artikel 63 lid 7).

8

2.2 Functie van reserves Het is aan de raad om de instelling, looptijd en voorwaarden rondom de besteding van een bestemmingsreserve te bepalen( zie ook hoofdstuk 2.1). Het beleid inzake bestemmingsreserves, waaronder de gehanteerde functies, kan dan ook per gemeente verschillen. In Doetinchem onderscheiden we een drietal functies van de reserves. We noemen dit in onze cyclusdocumenten de aard van de reserves 2.2.1 Functies van de Doetinchemse reserves 1. Bufferfunctie: er wordt een “spaarpot” gecreëerd om enerzijds ongewenste en onvoorziene toekomstige uitgaven op te kunnen vangen en anderzijds bestaande risico’s te kunnen dekken. 2. Egalisatiefunctie: reserves kunnen worden gevormd om baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen. Extreme pieken en dalen in de exploitatie kunnen zo worden vermeden. Zo kunnen ongewenste schommelingen in tarieven die aan derden in rekening worden gebracht door middel van een egalisatiereserve worden opgevangen. 3. Dekkingsfunctie: er is sprake van een dekkingsreserve- als er bijvoorbeeld structureel gelden aan reserves worden onttrokken ter dekking van structurele lasten, zoals kapitaallasten. Daarnaast bedoelen we in Doetinchem hiermee ook de reserves om te zijner tijd de realisering van bepaalde activiteiten mogelijk te maken. In de praktijk hebben bestedingsreserves een korte looptijd van één of enkele jaren.

En meestal bestemd voor een eenmalige beleidsprioriteit. Deze bestemmingsreserves worden gevormd voor bepaalde specifieke bestemmingen en hebben een bestedingsfunctie. Naast de 3 genoemde functies hebben alle reserves een financieringsfunctie. De aanwezigheid van reserves betekent dat er minder vreemd vermogen nodig is. Er hoeft geen geld van derden te worden aangetrokken. Algemene reserve (AR) heeft bufferfunctie De algemene reserve bestaat uit de componenten van het eigen vermogen waaraan de raad geen ‘bepaalde’ bestemming heeft gegeven. De algemene reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers (weerbaarheid gemeentefinanciën). De incidentele tekorten en overschotten van de begroting alsmede de tekorten en de overschotten op de jaarrekening komen ten laste respectievelijk ten gunste van de algemene reserve (AR). De algemene reserve heeft dan ook een relatie met de bepaling van het weerstandsvermogen (zie hoofdstuk 4) 2.2.2 Systeemreserves Met betrekking tot de rechtmatigheid zijn alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves die niet door een, voor 31 december van het verslagjaar, genomen, raadsbesluit zijn gedekt in strijd met de Gemeentewet en derhalve onrechtmatig. Dit betreffen in de praktijk echter veelal ook getrouwe beeld fouten, want de balanspost reserves is dan te hoog of te laag.

Deze onrechtmatigheid wordt in deze situatie niet betrokken bij de rechtmatigheidsverantwoording, maar kan worden gecorrigeerd of wordt betrokken bij het getrouwe beeld oordeel van de accountant. Middels deze nota stellen wij voor om alle reserves met een egalisatiefunctie te benoemen als systeemreserves. Dit heeft als voordeel dat als de werkelijke lasten die gedekt worden vanuit een reserve afwijken van de begroting, ook de dekking (onttrekking) zoals opgenomen in de begroting voor hetzelfde bedrag mag afwijken. En analoog hieraan: als de baten die worden toegevoegd aan een reserve afwijken van de begroting mag ook de toevoeging aan de reserve voor hetzelfde bedrag afwijken. Deze onttrekkingen of toevoegingen zijn dan toch rechtmatig.

9

2.3 Besteding van reserves Inzet van reserves is van invloed op het financiële resultaat en op de solvabiliteit 1. Op de lange termijn kan dit van invloed zijn op de financiële weerbaarheid van de gemeente. Reservemutaties wijzigen de omvang van het eigen vermogen. Voor zover dit de algemene reserve betreft, wijzigt ook de beschikbare weerstandscapaciteit (zie ook hoofdstuk 4). Het eigen vermogen laat zien voor welke omvang er geen schulden op het bezit rusten (solvabiliteit). Reserves zijn over het algemeen niet liquide (geen ‘cash’). Dit betekent dat het besluit tot dekking van uitgaven uit een reserve tot een financieringsbehoefte leidt die de schuld vergroot. Inzet van een reserve betekent een verschuiving van het eigen vermogen naar het vreemd vermogen. Hierdoor daalt de solvabiliteit. Een toename van de schuld leidt tot hogere schuldquotes. 2.3.1 Met reserves worden alleen incidentele tekorten of uitgaven gedekt Reserves zijn incidentele middelen. Inzet van reserves kan alleen voor de dekking van incidentele lasten. De inzet van de algemene reserve is in principe alleen toegestaan om incidentele tekorten of uitgaven te dekken. Structurele tekorten moeten worden afgedekt met structurele middelen door aanpassing van de begroting.

2.3.2 Uitzondering reserves ter dekking van kapitaallasten Een afwijking hierop is een reserve Kapitaallasten die wordt ingezet voor de dekking van kapitaal(afschrijvings- en rente-)lasten. Door de spreiding van de aanwending over een langere periode is sprake van structurele lasten. Om dit in goede banen te leiden zijn voor de dekking van kapitaallasten deze specifieke bestemmingsreserves gevormd. Een dekking uit een reserve kapitaallasten mag plaatsvinden wanneer de reservevorming gelijk is aan de totale afschrijvingslasten die voortvloeien uit de investering. Voeding heeft ineens plaatsgevonden bij de start van de afschrijvingen of bij het instellen van de reserve. 2.3.3 Uitzondering inzet surplus Vanaf 2024 kunnen gemeenten een deel van hun algemene reserve inzetten voor het dekken van structurele lasten. Gemeenten mogen tot tien procent van een surplus in de algemene reserve aanwenden om structurele tekorten te dekken. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit van de gemeente groter of gelijk aan 20 procent is en blijft. Daarnaast moet het weerstandsvermogen naar het oordeel van de toezichthouder van de provincie Gelderland voldoende zijn. Het surplus van de algemene reserve is dat deel wat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (zie ook hoofdstuk 4).

Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. De inzet van het surplus algemene reserve wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld. Het is aan de gemeente of voor deze wijze van reservegebruik wordt geopteerd. Bij structurele inzet van de algemene reserve zal de omvang ervan jaarlijks afnemen en daarmee ook de mogelijkheden voor inzet in de toekomst. De structurele inzet is niet meer mogelijk als dit leidt tot onvoldoende weerstandscapaciteit en/of als de solvabiliteit onder 20% daalt. Zolang nog aan de voorwaarden wordt voldaan kan er sprake zijn van een langjarige inzet en kan deze worden bestempeld als een structureel dekkingsmiddel. Het benutten van deze mogelijkheid zal jaarlijks bij het opstellen van de begroting worden beoordeeld.

1

Solvabiliteit : Eigen vermogen /Totaal vermogen. Dit cijfer geeft de mate weer waarin de gemeente in staat is om aan haar financiële verplichtingen op lange termijn te voldoen. Het is een indicator van financiële gezondheid en stabiliteit.

10

2.3.4 Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves In beginsel is het toevoegen en onttrekken aan reserves een bevoegdheid van de raad. Hierbij gelden de volgende criteria: Toevoegingen • Toevoegingen aan reserves worden door de raad goedgekeurd via de reguliere rapportagemomenten in de P&C cyclus (Perspectiefnota, begroting, tussenrapportages (bestuurlijke monitoren, eindwijziging en jaarrekening) of via een afzonderlijk raadsbesluit. • In de jaarrekening worden de toevoegingen aan elk van de reserves verwerkt tot het begrote bedrag dat door de raad is goedgekeurd. Daarboven is een expliciet raadsbesluit in de jaarstukken vereist. • Uitgaven mogen nooit structureel ten laste van een reserve komen. Structurele uitgaven behoren binnen de exploitatie met structurele middelen te worden gedekt, met uitzondering van de in paragraaf 2.3.2 genoemde kapitaallasten en de in paragraaf 2.3.3 genoemde inzet van het surplus Onttrekkingen • Onttrekkingen aan reserves worden door de raad goedgekeurd via de reguliere rapportagemomenten in de P&C cyclus (Perspectiefnota, begroting, tussenrapportages (bestuurlijke monitoren, eindwijziging en jaarrekening) of via een afzonderlijk raadsbesluit. • In de jaarrekening worden de onttrekkingen aan elk van de reserves verwerkt tot het begrote bedrag dat door de raad is goedgekeurd.Daarboven is een expliciet raadsbesluit in de jaarstukken vereist.

• Onttrekkingen mogen niet tot gevolg hebben dat de reserve negatief wordt. • Uitgaven die worden gedaan ten laste van een reserve, dienen incidenteel van aard te zijn omdat een reserve eindig is. Als de reserve besteed is, zijn er geen middelen die deze uitgaven kunnen opvangen. Vandaar dat structurele uitgaven, structureel gedekt moeten worden in de begroting. Incidentele uitgaven kunnen wel worden gedekt uit een reserve. • Op het moment dat de raad een egalisatiereserve voor een doel heeft ingesteld dan kunnen tekorten en overschotten voor dat doel worden onttrokken of toegevoegd zonder dat daarvoor een afzonderlijk raadsbesluit noodzakelijk is. De toevoegingen en onttrekkingen aan deze egalisatiereserves worden via de vaststelling van de jaarrekening door de raad geautoriseerd. Zie ook paragraaf 2.2.2 met betrekking tot systeemreserves. 2.3.5 Herziening reserves Bij de reguliere rapportagemomenten in de P&C cyclus kunnen de bestemmingsreserves inclusief claims op voorstel van het college of de raad worden herzien. Nagegaan wordt of het doel nog steeds bestaat en of de hoogte van de bestemmingsreserve nog in overeenstemming is met de te verwachten uitgaven.

2.3.6 Informatievoorziening over reserves Het BBV (artikel 54) schrijft voor dat per reserve jaarlijks een overzicht wordt geboden in het verloop (stand begin boekjaar, toevoegingen/onttrekkingen en stand einde boekjaar). Het college neemt een dergelijk overzicht op in de begroting en in de jaarrekening. Tussentijdse prognose algemene reserve Een actualisatie van het verwachte verloop en de prognose van de stand van de algemene reserve vindt plaats bij de begroting en jaarrekening. Voor zover noodzakelijk kan deze actualisatie ook in de tussentijdse rapportages plaatsvinden (bestuurlijke monitoren)

11

2.4 Opheffen van reserves Uw gemeenteraad besluit, al dan niet op voorstel van het college, over het wijzigen van het doel of de bestemming van de reserve dan wel tot het opheffen van reserve. 2.4.1 Criteria het wijzigen van het doel of de bestemming van de reserve dan wel tot het opheffen van bestemmingreserve • De raad kan besluiten het doel of de bestemming van de reserves geheel of gedeeltelijk te wijzigen (voor zover hiervoor nog geen externe verplichtingen zijn aangegaan). • De raad kan besluiten tot het opheffen van een reserve. • Opheffing kan geschieden op momenten dat het geformuleerde doel is gerealiseerd, dan wel op basis van ontwikkelingen het doel op enig moment is komen te vervallen of de reserve is uitgeput. • Vrijkomende middelen komen ten gunste van de algemene reserve. Wanneer sprake is van overfinanciering door aanbestedingsvoordelen of bijstelling van de ambities door de raad valt het overschot in principe (tenzij er binnen het project een nadeel moet worden gecompenseerd) vrij op dezelfde manier zoals bovenstaand aangegeven. De uitvoering van dit principe vindt plaats bij de perspectiefnota en/of jaarrekening. 2.4.2 Herijking van de bestemmingsreserves Bij de jaarrekening vindt ieder jaar een herijking plaats van de bestemmingsreserves.

Dit houdt in dat nagegaan wordt of het doel van de bestemmingsreserve nog steeds bestaat, dan wel op basis van ontwikkelingen het doel op enig moment is komen te vervallen of de reserve is uitgeput. Daarnaast wordt vastgesteld of de hoogte van de bestemmingsreserve in overeenstemming is met de te verwachten uitgaven.

12

2.5 Rentetoerekening aan reserves In paragraaf 2.2.1 staan de functies van reserves beschreven. Naast de 3 genoemde functies hebben alle reserves een financieringsfunctie. Door de reserves en voorzieningen te gebruiken als “eigen” financieringsmiddelen kan het beroep op de geld- en kapitaalmarkt voor het aantrekken van leningen worden beperkt. Deze besparing (ook wel bespaarde rente) kan worden beschouwd als inkomen. 2.5.1 Reserves waaraan rente wordt toegevoegd Het BBV staat toe dat er een rentevergoeding over het eigen vermogen (reserves) mag worden toegerekend – als ware het een rentelast - aan de taakvelden. Hierdoor wordt een “vergoeding” berekend over het eigen vermogen (= een eigen financieringsmiddel) van de gemeente. De gemeente heeft de keuze om deze rente als baten op te nemen in de begroting – ook wel aangeduid als bespaarde rente. Of de gemeente kan ervoor kiezen deze rentevergoeding toe te voegen aan de reserves/het eigen vermogen. Wanneer een bedrag gelijk aan deze vergoeding daadwerkelijk wordt toegevoegd aan het eigen vermogen (de reserves) kan dit ook worden beschouwd als een “inflatievergoeding” om “de waarde” van het eigen vermogen (koopkracht) in stand gehouden. Het is dus toegestaan om aan reserves rente toe te voegen (bijvoorbeeld voor inflatiecorrectie) en aan anderen niet. In Doetinchem worden aan de volgende reserves rentetoevoeging gedaan: 1.

Algemene reserve Aan de algemene reserve voegen we rente toe conform het renteomslagpercentage. De renteomslag is het gemiddelde rentepercentage dat gemeente Doetinchem jaarlijks berekend conform de BBV voorschriften (dit rentepercentage is de uitkomst van het toerekenen van rentelasten aan de totale boekwaarden van de vaste activa) en gebruikt om rentelasten toe te rekenen aan investeringen en projecten. 2. Reserves voor onderhoud Hieraan voegen we rente toe conform de prijsontwikkeling BBP (Bruto Binnenlands Product) van het Centraal Bureau voor de Statistiek die in de jaarlijkse circulaires van het gemeentefonds wordt vermeld. 3. Reserves ter dekking van kapitaallasten We voegen rente toe aan de reserves ter dekking van kapitaallasten Deze jaarlijkse rentelast correspondeert met de rentelast die wordt toegerekend aan de taakvelden/producten voor bijbehorende activa. Dit bedrag aan rente wordt vervolgens, samen met het afschrijvingsdeel, in hetzelfde boekjaar onttrokken aan de reserve ter dekking van de kapitaallasten op de taakvelden/producten.

Het voordeel van het inzetten van het toevoegen van rente Het toevoegen van rente aan reserves heeft als voordeel dat de reserves vrij beschikbaar zijn voor toevoeging aan de begroting (een reserve is eigenlijk een uitgestelde begrotingspost).Zodra de reserve wordt toegevoegd aan de begroting vervalt dit interne financieringsmiddel en de rentetoevoeging aan de reserve. De rentellasten van de noodzakelijke herfinanciering (opname geldlening) kan dan gedekt worden uit de vrijvallende rentetoevoeging. Het niet toevoegen van rente waarbij de bespaarde rente volledig wordt ingezet als algemeen dekkingsmiddel betekent bij aanwending van de reserve een rentenadeel die moet worden meegenomen bij de besluitvorming bij aanwending van de reserve.

13

3.

Voorzieningen

Dit hoofdstuk beschrijft het beleidskader voor de omgang met voorzieningen. Vreemd vermogen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (Er is een verplichting aan gegaan). Zij maken geen deel uit van het eigen vermogen van de gemeente Doetinchem. Definitie voorziening Voorzieningen kunnen worden omschreven als een passiefpost op de balans die wordt gevormd om toekomstige verplichtingen of verliezen op te vangen waarvan: • de oorzaak ligt in het huidige of een vorig boekjaar, • de omvang onzeker is, maar redelijkerwijs kan worden geschat • de uitgaven in een toekomstig jaar plaatsvinden. Voorzieningen zijn dus bedoeld om lasten toe te rekenen aan het juiste jaar, ook al worden de betalingen later gedaan. Ze verschillen van reserves. Er is iets gebeurd wat niet terug te draaien is en wat waarschijnlijk leidt tot lasten in de toekomst leidt die niet waren voorzien (begroot). Om die reden is een voorziening niet vrij besteedbaar. De keuzevrijheid rond voorzieningen is vrij beperkt. Op grond van de wettelijke verslaggevingsregels hebben voorzieningen min of meer een verplichtend karakter en zijn in het resultaatbepalende deel van de begroting en jaarrekening opgenomen. De bestemming van voorzieningen kan dus niet zomaar veranderd worden, deze ligt van tevoren vast.

14

3.1 Vorming van voorzieningen De vorming van voorzieningen is veel dwingender voorgeschreven door het BBV dan de vorming van reserves. De uitgangspunten voor het instellen van een voorziening en het in stand houden daarvan zijn binnen het BBV aan strikte regelgeving gebonden. Het vormen van voorzieningen is geregeld in artikel 44 BBV. Conform dit artikel van de BBV worden voorzieningen gevormd wegens: •

verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;

•

op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;

•

kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren

•

de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35 van de BBV, eerste lid, onder b.

•

Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, ontvangen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

3.1.1 instellingscriteria voorziening Voor het instellen van voorzieningen gelden de volgende criteria: •

De wet geeft aan dat voor het afdekken van risico’s een voorziening in de balans gevormd moet worden. Bij deze voorzieningen geldt het principe dat lasten genomen moeten worden zodra ze bekend zijn (en baten wanneer ze gerealiseerd zijn). Het nemen van verlies betekent het verwerken direct ten laste van de exploitatie al of niet via de vorming van een voorziening. Het instellen van voorzieningen die rechtstreeks voortvloeien vanuit de bedrijfsvoering en wettelijke regelingen, kan achteraf bij de vaststelling van de jaarrekening worden geformaliseerd.

•

Door derden beschikbaar gestelde middelen met een specifiek bestedingsdoel worden gerekend tot de voorzieningen (artikel 44 lid 2 BBV). Voor zover de middelen worden aangewend voor dit doel, worden deze via de reguliere rapportagemomenten in de P&C cyclus in de begroting verwerkt.

Bij de vorming van een voorziening wordt in ieder geval het volgende aangegeven: • De onderbouwing (aard en reden) voor het vormen en de omvang van de voorziening; • De gehanteerde aannames voor de berekening. De hoogte van de voorziening wordt gebaseerd op schattingen, aannames of modellen. Vastgelegd wordt welke methode wordt gebruikt en welke aannames zijn gedaan;

15

• •

De verwachte looptijd van de voorziening. Met andere woorden, wanneer wordt de verplichting of het risico naar verwachting afgehandeld. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de verplichting of het voorzienbare verlies. De nieuwe pensioenwetgeving heeft consequenties voor de voorziening wethouderspensioenen, die tot 2025 werd gewaardeerd tegen de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen. Per 1-1-2028 zullen de APPA-pensioenen worden overgedragen naar het ABP. De Commissie BBV heeft op 3 december 2025 een stellige uitspraak gedaan dat bij de verantwoording over begrotingsjaar 2025 de hoogte van de voorziening en eventueel aanwezige kapitaalverzekeringen per31 december 2025 gelijk moeten worden gesteld aan het berekende bedrag voor overdracht naar ABP per 1-12028.

Voorziening of risico Een voorziening moet de omvang hebben van de desbetreffende verplichting of het geschatte risico. Als er een kans is dat een risico zich zal voordoen en de omvang van het risico niet goed is in te schatten, dan kan er geen voorziening worden getroffen. Het risico moet dan meegenomen worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en de jaarrekening.

16

3.2 Functie van voorzieningen Voorzieningen worden gevormd ter dekking van verplichtingen en verliezen (of risico’s daarop), waarvan de omvang op de balansdatum onzeker, maar toch redelijkerwijs in te schatten is. Voor voorzieningen laat het BBV nagenoeg geen ruimte voor eigen beleid (zie ook hoofdstuk 3.1). 3.2.1 Soorten voorzieningen In artikel 44 van het BBV wordt de grondslag aangegeven op grond waarvan voorzieningen gevormd moeten worden. Op basis hiervan kunnen we de voorzieningen onderverdelen. We noemen dit in onze cyclusdocumenten de aard en reden van de voorzieningen. We onderscheiden voorzieningen; • voor verplichtingen, verliezen en risico’s (artikel 44 BBV, lid 1a) • ter egalisatie van kosten (artikel 44 BBV, lid 1c) (onderhoudsvoorzieningen) • voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is (artikel 44 BBV, lid 2). Voor verplichtingen, verliezen en risico’s Voor de verplichtingen, verliezen en risico’s welke vanuit bedrijfseconomisch oogpunt noodzakelijk zijn en waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten (bijvoorbeeld voorziening wethouderspensioenen, spaarverlof, FLO en risico’s op juridische procedures wordt een voorziening gevormd. Een dergelijke voorziening moet ook worden gevormd in het geval van achterstallig onderhoud, waarbij er sprake is van kapitaalvernietiging en/of onveilige situaties.

Ter egalisatie van kosten (onderhoudsvoorzieningen) Onderhoudsvoorzieningen worden vooraf door de gemeenteraad ingesteld. Voor het vormen van een onderhoudsvoorziening geldt: geen onderhoudsplan, geen voorziening. Op dit moment – is BUHA voor groot deel de verbonden uitvoeringsorganisatie van de gemeente Doetinchem als het gaat om het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Op basis van de gemaakte afspraken tussen opdrachtgever gemeente Doetinchem en opdrachtnemer BUHA BV (OGON) worden de kapitaalgoederen onderhouden volgens de samenwerkingsovereenkomst en bijhorende dienstenkaarten. Een voorziening om de onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kan worden ingesteld als wordt voldaan aan onderstaande criteria: • Instelling en voeding gebeurt alleen op basis van een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) van het betreffende kapitaalgoed; • Het onderhoudsplan dient een periode van (minimaal) 10 jaar te bestrijken; • Het onderhoudsplan dient periodiek te worden geactualiseerd (minimaal eenmaal in de vijf jaar). Bij de vaststelling van het onderhoudsplan wordt het te hanteren kwaliteitsniveau vastgesteld. De achterliggende gedachte hiervan is dat indien de hoogte van de onderhoudsvoorziening aansluit bij een onderhoudsplan de continuïteit van het gemeentelijk voorzieningenniveau, zowel in beleidsmatige als in financiële zin, is gewaarborgd.

Op dit moment heeft de gemeente Doetinchem alleen een onderhoudsvoorziening voor civiel technische kunstwerken. Voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is Door derden verkregen middelen met een specifiek bestedingsdoel worden door het BBV op twee verschillende wijzen gerubriceerd in de balans. Dit onderscheid is voor de juiste besluitvorming en rechtmatigheid van belang.

17

In artikel 44 lid 2 staat vermeld dat door derden verkregen middelen, die specifiek besteed moeten worden, gerekend worden tot de voorzieningen. Voor deze middelen geldt het beschikkingsrecht zoals vermeld onder de voorzieningen. Dit zijn bijdragen (niet zijnde EU- of Nederlandse overheidsbijdragen), waarvan de besteding over een aantal jaren wordt uitgesmeerd en waarvan de bestemming gebonden is. Uitgezonderd hierop zijn voorschotbedragen nader geduid in artikel 49 lid 1b BBV. In dit artikel wordt verwezen naar ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen. Deze bijdragen worden gerekend tot de overlopende passiva. De voorschotbedragen betreffen subsidies, die veelal via voorschotten en eindafrekeningen aan de gemeente toegekend worden, waarbij de gemaakte kosten meestal een ander tijdsverloop hebben dan de ontvangst van de (voorschot)subsidie. Bijdragen of subsidies voor bestaand beleid, dat reeds onderdeel uitmaakt van de begroting, kunnen worden ingezet na goedkeuring door het college. Deze worden via de reguliere rapportagemomenten in een van de cyclusdocumenten in de begroting verwerkt. Bij bijdragen of subsidies als cofinanciering van nieuwe beleidsinitiatieven, die geen onderdeel uitmaken van de begroting, is voor de besteding hiervan goedkeuring van de raad vereist.

Voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen legt het college een voorstel voor aan de raad in de vorm van een separaat voorstel of het verwerken in een tussenrapportage (Bestuurlijke monitor)

18

3.3 Besteding van voorzieningen In tegenstelling tot reserves, zijn voorzieningen niet vrij te besteden. De aard en omvang van de voorziening zijn reeds vastgesteld. Voor voorzieningen laat het BBV nagenoeg geen ruimte voor eigen beleid. 3.3.1 Toevoegingen en onttrekkingen aan voorzieningen Voorzieningen dienen dekkend te zijn voor verplichtingen en risico’s. Ze mogen daarom niet hoger of lager zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn gevormd. Als blijkt dat een voorziening te hoog is doordat verplichtingen wegvallen of risico’s afnemen dan valt een gedeelte van de voorziening vrij ten gunste van de exploitatie. De raad is bevoegd om een voorziening in te stellen en op te heffen. Het beschikkingsrecht van een voorziening ligt bij het college. Toevoegingen • Zijn gebaseerd op de gewenste of noodzakelijke omvang. • Voorzieningen ter egalisatie van kosten worden afgestemd op de door de raad bepaalde kaders (in het bijzonder de meerjarige onderhoudsplannen). De verwachte totale lasten worden gelijkmatig verdeeld over een aantal begrotingsjaren. • De voeding van voorzieningen vindt plaats via de exploitatie. Bij (verwachte) tekorten per balansdatum dienen de voorzieningen te worden aangevuld. Onttrekkingen • De uitgaven worden rechtstreeks ten laste van een voorziening gebracht en blijven buiten de exploitatie.

• Bestedingen ten laste van voorzieningen vinden alleen plaats indien de onttrekkingen zijn gepland bij de vorming van de voorziening. Deze staan in directe relatie tot het doel van de voorziening. • Voorzieningen mogen niet negatief zijn. De mutaties in voorzieningen zijn resultaat bepalend en worden rechtstreeks in de jaarrekening verwerkt. 3.3.2 Wijzigen van doel of bestemming Het doel van een voorziening kan niet wijzigen, gegeven het verplichte karakter en de strakke kaders. Als het doel niet meer bestaat of wijzigt wordt de voorziening opgeheven. 3.3.3 Informatievoorziening Het BBV schrijft voor dat per voorziening jaarlijks een overzicht wordt geboden in het verloop (stand begin boekjaar, toevoegingen/onttrekkingen en stand einde boekjaar). Het college neemt een dergelijk overzicht op in de begroting en in de jaarrekening.

19

3.4 Opheffen van voorzieningen Voorzieningen worden opgeheven als de verplichting en/of het risico waarvoor de voorziening is gevormd is vervallen of is opgehouden te bestaan. Indien dit het gevolg is van veranderingen in wet- en regelgeving is een raadsbesluit niet nodig. Voorzieningen ter egalisatie van kosten worden opgeheven na een besluit van de raad. 3.4.1 Beoordeling voorzieningen Jaarlijks wordt bij het opstellen van de jaarrekening beoordeeld of de verplichting of het risico nog bestaat. Omdat voorzieningen zijn gevormd om onder meer (mogelijke) toekomstige verplichtingen te kunnen afdekken, is het van belang periodiek te beoordelen of de omvang van de voorziening op termijn de gewenste dekking kan bieden. Afwijkingen worden gemeld in de tussentijdse rapportages (bestuurlijke monitoren en eindwijziging en uiteindelijk via de vaststelling van de jaarrekening door de raad geautoriseerd.

20

3.5 Rentetoerekening aan voorzieningen In het BBV is expliciet opgenomen dat bespaarde rente kan worden berekend over het eigen vermogen én de voorzieningen (artikel 2 lid 4 BBV). De renteberekening over voorzieningen gaat op dezelfde wijze als de renteberekening over het eigen vermogen. Er is echter wel een verschil hoe met de bespaarde rente wordt omgegaan. Bij het eigen vermogen bestaat de keuze om de bespaarde rente toe te voegen aan de reserves of (gedeeltelijk) ten gunste van de exploitatie te brengen. 3.5.1 Voorzieningen waaraan rente wordt toegevoegd Bij voorzieningen is het op basis van artikel 45 BBV niet toegestaan om rente toe te voegen. Uitzondering vormen de • Voorzieningen die tegen contante waarde zijn gewaardeerd. Aan deze voorzieningen zal jaarlijks een toevoeging aan de voorziening moeten plaatsvinden voor het percentage (disconteringsvoet) waartegen de voorziening contant is gemaakt. Bij de jaarrekening wordt bij veel voorzieningen (bijvoorbeeld in verband met verwachte verliezen en risico’s voor de grondexploitaties) de noodzakelijke hoogte van de voorziening jaarlijks geactualiseerd. In de jaarrekening wordt de hoogte van de voorziening dan aangepast.

In die situatie is de (rente)toevoeging feitelijk opgenomen (verdisconteerd) in de totale aanpassing van de voorziening op het betreffende taakveld en komt de rentelast (zijnde de discontovoet van thans 2%) niet tot uiting op het taakveld Treasury. • Voorzieningen die als gevolg van bijdragen van derden ,die dit als voorwaarde hebben gesteld. In dit geval is het voorgeschreven vanuit een derde partij om rente toe te rekenen.

21

4.

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Reserves en voorzieningen zijn van grote betekenis voor de budgettaire stabiliteit van de gemeente Doetinchem. Reserves en voorzieningen maken uitgaven mogelijk die niet op de exploitatie drukken. Daarnaast spelen ze een rol als buffer in geval van financiële tegenvallers en ter egalisatie van de lasten. Voor wat betreft de reserves ligt er een nadrukkelijke relatie met het weerstandsvermogen binnen onze gemeente. Het doel van het hebben van weerstandsvermogen is dat er een buffer aanwezig is om de financiële tegenvallers op te vangen zodra risico’s werkelijkheid worden. Kortom: weerstandsvermogen is het vermogen om risico’s af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Voorzieningen spelen een specifieke rol bij de beheersing van risico's die meer concreet zijn dan die worden gedekt door reserves. Als er een kans is dat een risico zich zal voordoen en de omvang van het risico niet goed is in te schatten, dan kan er geen voorziening worden getroffen. Het risico moet dan meegenomen worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting en de jaarrekening.

22

4.1 Weerstandsvermogen De gemeente Doetinchem hanteert bij het opstellen van de begroting de volgende financiële hoofduitgangspunten: • Een structureel sluitende begrotingen een gezond meerjarenperspectief • Voldoende weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: • de weerstandscapaciteit, de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; • alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. 4.1.1 Beschikbare weerstandscapaciteit In Doetinchem is bepaald dat de algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven leidend zijn voor de beschikbare weerstandscapaciteit. In beginsel mag men ook andere beleidsmatige reserves aanwijzen om onderdeel van de beschikbare weerstandscapaciteit uit te laten maken. Vanuit het oogpunt van financiële behoedzaamheid is hier niet voor gekozen. Deze keuze komt overeen met het advies van de provinciale toezichthouder. Daarnaast is het ook niet logisch om bestemmingsreserves te gebruiken voor het opvangen van algemene risico’s. Deze bestemmingsreserves zijn juist ingesteld voor een specifiek doel, dat bij algemene inzet niet kan worden gerealiseerd.

De minimale hoogte van de algemene reserve wordt, door de raad, mede bepaald door de noodzakelijke omvang van het weerstandsvermogen. Voorzieningen vallen onder het vreemd vermogen. Voorzieningen worden niet meegerekend in de weerstandscapaciteit, omdat ze een specifieke dekkingsfunctie hebben en niet vrij inzetbaar zijn. 4.1.2 Weerstandsratio Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin de gemeente Doetinchem in staat is middelen vrij te maken om de risico’s op te kunnen vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid direct aangepast moet worden. Dit wordt uitgedrukt in de ratio van ons weerstandsvermogen. In 2021 heeft de raad besloten dat, wanneer de ratio tussen de 1 en 1,5 is, we dan beschikken over voldoende buffer om risico’s op te vangen. De risico's vormen dan geen bedreiging voor onze financiële positie. Beneden de ondernorm dienen maatregelen te worden genomen om de weerstandscapaciteit aan te vullen en/of de risico’s te beperken. Boven de norm is er ruimte om de weerstandscapaciteit in te zetten voor andere doeleinden. Inzet surplus Vanaf 2024 kunnen gemeenten een deel van hun algemene reserve inzetten voor het dekken van structurele lasten. Gemeenten mogen tot tien procent van het surplus in de algemene reserve aanwenden om structurele tekorten te dekken (zie ook paragraaf 2.3.3).

Met het surplus wordt bedoeld het deel van algemene reserve dat resteert bij een weerstandsvereiste met een ratio van 1.

23

Bijlagen De wetgeving voor reserves en voorzieningen van gemeenten is voornamelijk vastgelegd in de Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het BBV stelt de kaders voor de begroting en jaarrekening, inclusief de regels voor reserves en voorzieningen. In Doetinchem zijn aanvullende zaken geregeld in de Financiële Verordening. Gemeentewet Op basis van artikel 212 van de Gemeentewet heeft de gemeenteraad het budgetrecht en beslist over het instellen en opheffen van zowel algemene als bestemmingsreserves en voorzieningen. BBV wetgeving en richtlijnen over reserves en voorzieningen Artikel 42 1. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. 2. Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen Artikel 43 1. In de balans worden de reserves onderscheiden naar: a. De algemene reserve b. De bestemmingsreserves 2. De bestemmingsreserve is een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven. Artikel 44 1. Voorzieningen worden gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; b.

op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; d. de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b. 2. Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen, bedoeld in artikel 49, onderdeel b. 3. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Artikel 45 Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan. Artikel 54 1. In de toelichting op de balans worden de aard en reden van elke reserve en de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht.

24

2. Per reserve wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar; c. de toevoegingen of onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening; d. de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd; e. het saldo aan het einde van het begrotingsjaar. Artikel 55 1. In de toelichting op de balans worden de aard en reden van de voorzieningen, bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin toegelicht. 2. Per voorziening wordt het verloop gedurende het jaar in een overzicht weergegeven. Daaruit blijken: a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de toevoegingen; c. ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen; d. de aanwendingen; e. saldo aan het einde van het begrotingsjaar. Financiële verordening Gemeente Doetinchem 2023 /2025 De belangrijkste regels over reserves en voorzieningen binnen de gemeente Doetinchem staan in de Financiële Verordening 2025. Daarin staat het volgende: Artikel 17. Reserves en voorzieningen 1. Periodiek wordt een nota reserves en voorzieningen ter vaststelling aan de raad voorgelegd die in ieder geval behandelt: a. de vorming en besteding van reserves; b.

de vorming en besteding van voorzieningen 2. In de begroting en de jaarstukken wordt een overzicht van reserves en voorzieningen opgenomen.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8363/documents/51421