Bijlage 1 Kadernota 2024.pdf
Tekst van het document
35. Verkeerstellingen
2024: € 10.000 N
structureel
Rens Steintjes We voeren elk jaar op meerder plaatsen verkeerstellingen uit. Dit doen we om een actueel beeld te hebben van het verkeer. Met dit actuele beeld kunnen we proactief ingrijpen op situaties die onwenselijk zijn. Met de tellingen houden we ons beleid en de uitvoering van maatregelen actueel. Ook bij het behandelen van klachten is het essentieel om over actuele data te beschikken. De kosten van de verkeerstellingen en het aantal tellingen maken door prijsstijging dat het huidige budget niet meer toereikend is en € 10.000 extra noodzakelijk is.
36. Uitvoeringsstrategie Woonvisie 2024 (1 fte, schaal 11) Ontwikkelstrategie Doetinchem 2036
2023: € 50.000 N 2024: € 130.000 N 2024: € BN
Incidenteel Structureel Incidenteel
Ingrid Lambregts Het eerste resultaat, ‘Uitvoeringsstrategie woonvisie’, bevat een overzicht van in te zetten beleidsinstrumenten en sturingsmogelijkheden om de bestaande woningvoorraad te verbeteren en om ervoor te zorgen dat de uitvoeringsvraagstukken op onze lokale woningmarkt, zoals verwoord in programmalijnen 2,3 en 4 van onze lokale woonvisie, voortvarend kunnen worden opgepakt. De woningmarkt is momenteel op alle niveaus in beweging. Zeker ook tussen de overheidslagen. We constateren dat het rijk momenteel top-down regie herpakt maar dat de uitvoeringsopgaven en taken nog steeds bij gemeenten liggen. We zien dat met de komst van de ‘Wet versterking regie op volkshuisvesting’ (Wvrv) het takenpakket mogelijk lokaal zelfs groter wordt en er steeds meer regionale en provinciale afstemming noodzakelijk is. Dit brengt ook kansen voor ons mee, maar vraagt extra expertise en menskracht om die te verzilveren. Ook voor wat betreft het inspelen op subsidiemogelijkheden. Hiervoor is structurele beleidscapaciteit nodig voor 2024 op schaal 11-niveau. Dit behelst een aanmelding voor 2024 van € 130.000 structureel.
Pagina | 22
Het tweede resultaat, ‘Ontwikkelstrategie Doetinchem 2036’ betreft een aanpak om in projectverband te komen tot woningbouw programmering: een gedifferentieerd woningaanbod, op de juiste plek, tijdig en voor de goede doelgroepen. Dit betekent dat we nadrukkelijker moeten sturen op planvoorraad en bouwstromen Voor dit vervolgproject worden de volgende kosten voorzien: externe onderzoeken (25.000 euro incidenteel) en dekking van interne uren voor degenen die op omzettaakstelling zitten (75.000 euro incidenteel). De helft daarvan op jaarschijf 2023 en de andere helft op jaarschijf 2024 (50.000 2023, 50.000 euro 2024). In 2024 kunnen deze kosten worden gedekt vanuit de hiervoor in de begroting gevormde reserve investeringsfonds.
37. Deelname volkshuisvestingsfonds
2023: € 900.000 N 2024: € 100.000 N
Structureel
Ingrid Lambregts Als gemeente willen we energie-armoede tegengaan. Hiertoe heeft het rijk het volkshuisvestingsfonds opgericht waarbij provincie, gemeente en inwoners samen zorgen voor het verduurzamen van woningen van mensen die dit niet zelfstandig kunnen bekostigen. Het rijk stelt de middelen in tranches beschikbaar. Doetinchem doet mee aan de eerste tranche en zet zelf € 93.000 structureel in t.b.v. het volkshuisvestingsfonds voor verbetering van woningen in Overstegen, Muziekbuurt en Schrijvers- en dichtersbuurt. Daarmee kunnen we ruim 350 woningen verduurzamen. We zijn de eerste tranche gestart in Overstegen met 40 woningen. Andere buurten volgen dit jaar en de komende jaren. De aanpak is intensief: eigenaar-bewoners worden meermaals actief benaderd, krijgen tot 75% subsidie en worden volledig ontzorgd. De aanpak leidt tot een forse lastenverlichting voor de bewoners. De eerste resultaten zijn bemoedigend. Ongeveer de helft van de mensen doet mee. Dat betekent overigens ook dat een deel van de mensen niet meedoet, ondanks het intensieve traject. In Doetinchem staan particuliere woningen in kwetsbare gebieden die in aanmerking komen voor de intensieve begeleiding uit het volkshuisvestingsfonds. Een eerste inschatting leert dat het om nog eens 350 woningen gaat. Het rijk heeft een nieuwe tranche opengesteld, waarop Doetinchem kan intekenen.
Om in te tekenen heeft Doetinchem cofinanciering nodig. Het is niet zeker of de aanvraag van Doetinchem gehonoreerd zal worden. Het is onduidelijk of nog meer tranches zullen volgen. Mogelijk is dit de laatste. Deelname aan de nieuwe tranche tot 2032 biedt de mogelijkheden om het aantal verduurzaamde woningen te verdubbelen. De gemeente kan zich inschrijven voor deelname aan het gehele traject (€ 900.000 totaal - € 100.000 per jaar). Deelname aan een deel van de tranche is niet mogelijk, de inzet van incidentele middelen voor enkele jaren is hierdoor niet mogelijk. Deelname voor een kleiner aantal woningen is wel mogelijk. Voorgesteld wordt om in 2023 alvast een reserve te vormen van € 900.000 van waaruit vanaf 2024 9 jaar lang, ieder jaar een € 100.000 kan worden bijgedragen aan het fonds.
38. Gladheidsbestrijding
2023: € BN 2024: € BN
Structureel
Rens Steintjes De kosten voor de gladheidsbestrijding worden berekend op basis van het gemiddeld aantal gladheid-acties over de afgelopen jaren. Daarbij geldt een tarief per kilometer uitruk en het aantal te strooien kilometers per uitruk. De afgelopen jaren zijn er verschillende areaaluitbreidingen geweest waardoor de oorspronkelijke vergoeding niet meer actueel is. Door de aanleg van verschillende aanliggende verhoogde en vrij liggende fietspaden na reconstructies is het areaal fietspad uitgebreid met 9 kilometer. Daarnaast is de Europaweg verdubbeld en zijn er verschillende wegen in Wehl Heideslag aangelegd. Dit alles betekent een totale uitbreiding van ruim 14 kilometer. De kosten komen ten laste van de de stelpost nominale ontwikkelingen
Pagina | 23
2.4 Aanmeldingen programma 4 Organisatie en financiën
KN
Phouder
39
HB
39
HB
40 41 42 42 43 43 43 44 45 45 45 46 46 46 46 47 48 48
PM MB MB MB PM PM PM PM PM PM PM PM PM PM PM PM HB HB
49
PM
49 50 50 50 51 52 52 53 54 54 54 54 54
PM HB HB HB MB PM PM MB MB MB MB MB MB
Struct ./ Incid.
Aanmeldingen
Bedragen * € 1000,4 Organisatie en financiën Loon- en prijsontwikkeling Ingeschatte ontwikkeling accres meicirculaire op basis van vooraankondiging dec.circulaire en CEP Besparing reproductie Interventie Team Doetinchem (ITD) / Beveiliging Werkconcept: deelproject gebouwinrichting Dekking uit opslag overhead (2024 en 2025) Formatie: applicatiebeheerder (0,67 fte, schaal 8) Periode werving medewerker Dekking ten laste van de overhead Verschuiving budget DataLabGO Bijdrage gD aan de ICT-samenwerking (vanaf begroting 2024) Bijdrage aan ICT-samenwerking deels dekking uit overhead Bijdrage aan ICT-samenwerking deels dekking uit nominaal Datagedreven werken: toekomstvaste data-infrastructuur Datagedreven werken: data-engineer (1FTE, schaal 10) Periode werving medewerker Dekking ten laste van de overhead in 2024 Uitvoeringsbudget businesscontinuïteit Capaciteit vastgoed en grondzaken Dekking uit reserve investeringsfonds Uitvoering bouwkundige- en duurzaamheidsonderz (toekomstbestendig) Dekken uit vastgoedfonds Ambitie gD 2036: Inhuur specialistische expertise vastgoed Ambitie gD 2036: kosten makelaar Dekking: budget strategische grond Budget verkiezingen Formatie digitale toegankelijkheid Periode werving medewerker Budget ARBO Arbo adviseur (0,22 fte schaal 10) Periode werving medewerker Arbo ondersteuning (0,22 fte schaal 8) Periode werving medewerker Dekking ten laste van de
overhead Organisatie en financiën
39. Loon- en prijsontwikkeling
2024
2025
2026
2027 S of I
-1.200
-2.300
-3.300
-5.100
S
3.100
4.200
4.800
4.900
S
20 -24 pm pm -62 15 47 13 -333 167 167 -25 -114 29 86 -10 -100 100
20 -24 pm pm -62 0 62 0 -333 167 167 -25 -114 0 0 0 0 0
20 -24 pm pm -62 0 0 0 -333 167 167 -25 -114 0 0 0 0 0
20 -24 pm pm -62 0 0 0 -333 167 167 -25 -114 0 0 0 0 0
S S S S S S S I S S S S S S S I I I
-60
-60
0
0
I
60 -35 -34 69 -15 -81 20 -35 -25 6 -20 5 34
60 -35 -34 69 -15 -81 0 -35 -25 0 -20 0 45
-35 -34 69 -15 -81 0 -35 -25 0 -20 0 45
0 0 0 -15 -81 0 -35 -25 0 -20 0 45
I I I I S S S S S S S S S
1.765
1.627
1.165
-535
2023: € 4.100.000 V 2024: € 1.900.000 V 2025: € 1.900.000 V 2026: € 1.500.000 V 2027: € 200.000 N
Structureel
Henk Bulten In de begroting is budget beschikbaar voor indexering en areaaluitbreiding. Dit budget is bedoeld om loon- en prijsstijgingen van onze budgetten op te vangen en gestegen lasten door volume- en areaaluitbreiding te dekken. Met ingang van het begrotingsjaar 2021 is besloten om een nieuwe systematiek van indexering voor de gemeentebegroting toe te passen, waarbij jaarlijks de nominale ontwikkelingen op basis van spelregels worden berekend (zie toelichting in begroting 2023). Deze stelpost wordt gevoed met het bedrag waarmee we door het rijk gecompenseerd worden via het gemeentefonds. We rekenen met de prijsontwikkeling van de algemene uitkering van het Pagina | 24
Gemeentefonds, zoals die worden vermeld in de meicirculaire van het jaar vóór het begrotingsjaar X+1. Deze definitieve percentages zijn op dit moment dan ook nog niet beschikbaar. Echter deze cijfers worden meestal overgenomen uit de Macro Economische verkenning, derhalve hebben wij de cijfers voor de Kadernota dan ook hierop gebaseerd. Daarnaast storten we ook de groei van de uitkering gemeentefonds door areaal in de stelpost nominale ontwikkelingen. Dit ter dekking van de areaalontwikkelingen. We hebben voor deze Kadernota de (verwachte) omvang van de stelpost afgezet tegen de verwachte loon -en prijsontwikkelingen conform de gehanteerde spelregels. We hebben hierbij geen rekening gehouden met de onzekere factor van de energie- en brandstofprijzen hierop. In de tweede bestuurlijke monitor 2022 en in de begroting 2023 hebben we incidenteel extra gelden geraamd om de stijging van prijzen en energiekosten op te vangen. Op dit moment vinden we het nog niet opportuun om op voorhand hiervoor aanvullende middelen in te ramen. We willen de ontwikkelingen de komende tijd zo goed mogelijk in de gaten houden, om bij de Tweede Bestuurlijke Monitor en de Begroting 2024 een zo’n goed mogelijke inschatting van te maken. De benodigde middelen zijn als volgt voor deze Kadernota geraamd. •
•
•
Budgetten voor goederen en diensten en (subsidie-)budgetten voor de instellingen o.b.v. de gemeentelijke subsidieverordening (amateurinstellingen). Deze budgetten worden geïndexeerd met het percentage prijsontwikkeling zoals gehanteerd in de meicirculaire. Deze definitieve percentages zijn op dit moment dan ook nog niet beschikbaar. Echter deze cijfers worden meestal over genomen uit de Macro Economische verkenning, derhalve schatten wij ze in op 3,00% voor 2024 , 2,8% voor 2025, 2,7% voor 2026 en in 2027 op 2,5%. Hier bovenop is vanaf 2024 voor de prijsstijging in 2023 rekening gehouden met een extra nominale stijging van 3,2%. Voor de zorg gerelateerde budgetten, hanteren we de OVA. Voor 2024 bedraagt deze 4,94%, voor 2025 2,5%, voor 2026 2,2% en in 2027 2,2%. Hier bovenop is vanaf 2024 voor de prijsstijging in 2023 rekening gehouden met een extra nominale stijging van 2,64%. Loonsom budgetten. We vertalen de ontwikkelingen van de Cao, pensioenen, sociale premie, voor de jaren die bekend zijn. Als er nog geen cao bekend is voor het begrotingsjaar, maken we hiervoor een reële inschatting. Voor de salarissen en premies voor 2023 is uitgegaan van de nieuwe CAO. In de nieuwe cao’s is een salarisstijging voor iedereen afgesproken, waarbij de nadruk ligt op medewerkers in de eerste schalen in het loongebouw.
De salarisstijging varieert van ruim 12% in schaal 5 tot bijna 6% in schaal 11. Voor Doetinchem komt de gemiddelde salarisstijging uit op 7,5%. Voor de jaren erna hanteren we het percentage prijsontwikkeling van loonvoet overheid in de algemene uitkering van het Gemeentefonds. De indexering van het Cultuurbedrijf; het Sportbedrijf; Buha, Buurtplein, De Pol Gaanderen en Stichting Sport en recreatie Wehl gebeurt overeenkomstig het systeem van de gemeentebegroting, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen loonsombudgetten die worden geïndexeerd met prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers en budgetten voor goederen en diensten geïndexeerd met het BbP
40. Besparing reproductie
2023: € 20.000 V 2024: € 20.000 V
Structureel
Patrick Moors Bij de budgetten reproductie is gebleken dat er nog een overschot in de budgetten zit. Het overschot is een gevolg van het afsluiten van goedkopere contracten. Het voorstel is om een voorzichtige structurele aframing van het budget door te voeren van € 20.000. Voorgesteld wordt om deze aanmelding ook op te nemen in de begroting 2024.
Pagina | 25
41. Interventieteam Doetinchem (ITD)/ Bedrijfshulpverlening (BHV)/beveiliging Mark Boumans
2023: € 24.000 N 2024 € 24.000 N
Structureel
De inzet van Bedrijfshulverlening(BHV) en het interventieteam (ITD) blijkt steeds vaker nodig door de veranderende maatschappij. Er zijn meer incidenten. Doordat er meer wordt thuisgewerkt zijn er meer bhv’ers en itd’ers nodig en is vaker de inzet van een beveiliger nodig. Meer mensen betekent ook meer vergoedingen, trainingen en aanschaf BHV-app. Het huidige budget is niet meer toereikend. Er is structureel € 24.000 extra nodig..
42. Werkconcept deelproject kantooromgeving
2024: € PM
Structureel
Mark Boumans/ Binnen de concernopgave werkconcept zijn meerdere deelprojecten afgerond zoals de verstrekking van ICT-middelen. Het project kantooromgeving kent een langere doorlooptijd. In samenwerking met een externe adviespartner wordt in 2023 inzichtelijk gemaakt wat er nodig is om de kantooromgeving beter aan te laten sluiten op onze behoefte. Het faciliteren van activiteitgerelateerd en meer hybride werken zijn belangrijke uitgangspunten. Ook is er veel aandacht voor de gedragscomponent en het creëren van draagvlak door medewerkers actief te betrekken bij het adviestraject. De verwachte kosten voor aanpassing van de kantooromgeving zijn mede afhankelijk van nog te maken keuzes tijdens de ontwerpfase. Volgens planning zijn deze kosten uiterlijk Q3 2023 inzichtelijk.
43. Formatie applicatiebeheerder
2024: € BN 2025: € BN 2026: € 62.000 N
Structureel
Patrick Moors Digitalisering vormt een steeds groter wordend onderdeel in onze organisatie. De burger communiceert steeds meer via de digitale kanalen, denk bijvoorbeeld aan de e-formulieren. Om al deze informatie op de juiste wijze te kunnen verwerken voor de gehele organisatie, maken we gebruik van verschillende applicaties. Om deze te kunnen onderhouden en verder door te kunnen ontwikkelen is een eigen applicatiebeheerder nodig. Deze applicatiebeheerder ziet toe op het inrichten en beheren van het informatiesysteem zodat het aansluit bij de verschillende werkprocessen. Hiervoor is 0,67 fte schaal 8 nodig. De verwachting is dat er in de toekomst verdere uitbreiding nodig is. Voorgesteld wordt om deze formatie voor 2024 en 2025 te dekken uit de overhead. Vanaf 2026 en verder wordt dit op basis van de noodzaak van de formatie opnieuw afgewogen.
44. Verschuiving budget datalabGO
2023: € 13.000 N 2024: € 13.000 V
Incidenteel Incidenteel
Patrick Moors Binnen DataLabGO vindt er een verschuiving plaats; 25% van begroting 2024 wordt naar voren gehaald. Voor 2023 hebben we dus een aanmelding. Voor 2024 een afmelding. Voor Doetinchem betekent dit dat er dit jaar € 13.000 bij komt, aanvullend op het bedrag dat voor dit jaar al in de dienstverleningsovereenkomst stond: € 204.000. In totaal komen in 2023 dan uit op € 217.000. In 2024 staat in de DVO een bedrag van € 254.000. Daar trekken we de € 13.000 vanaf omdat het een verschuiving betreft. In 2024 komen we dan uit op € 242.000.
Pagina | 26
45. Bijdrage aan ICT-samenwerking
2024: € BN
Structureel
Patrick Moors Verschillende onderdelen zorgen ervoor dat onze bijdrage aan de ICT-samenwerking omhooggaat. Denk hierbij aan hogere loonkosten, hogere prijzen van onze devices en een andere verdeelsystematiek. We nemen we meer diensten afgekoppeld aan formatie-uitbreiding. De Raad is voorzien van andere apparatuur en accounts. Voor alle producten die we afnemen worden beveiligingsmaatregelen genomen. Dat zorgt ook voor de extra kosten. De hogere bijdrage aan de ICT-samenwerking wordt deels gedekt uit overhead en deels uit de stelpost nominale ontwikkelingen.
46. Datagedreven werken: toekomstvaste datainfrastructuur en data-engineer Patrick Moors
2024: € 25.000 N 2025: € 114.000 N
Structureel Structureel
Het thema datagedreven werken staat hoog op de agenda om de aanpak van belangrijke maatschappelijke thema’s te kunnen ondersteunen. Dit komt terug in de coalitie agenda. Zoals opgenomen in programma C1 uit de begroting van 2023 doen we aanmelding voor het realiseren van een essentiële bouwsteen in ons datafundament: een centraal datawarehouse en data-engineer (1 fte schaal 10). Dit is noodzakelijk om meer dataproducten te ontwikkelen en deze beheersbaar en compliant te kunnen onderhouden. Voor 2024 ev: € 25.000 voor technische infrastructuur en 1 fte (€ 114.000) voor het beheer van deze infrastructuur in de rol van data engineer (schaal 10). Voor 2024 wordt de formatie incidenteel gedekt uit de overhead.
47. Uitvoeringsbudget Business Continuïteit
2023: € 10.000 2024: € 10.000
Incidenteel
Patrick Moors In 2022 is een business continuïteitsplan opgesteld. In dit plan beschrijven we wat te doen bij calamiteiten, zodat de organisatie bij een technische storing kan blijven draaien of gebruik kan maken van alternatieve werkwijzen. De komende 2 jaar hebben we uitvoeringsbudget van € 10.000 per jaar nodig om de basis op orde te maken.
48. Capaciteit vastgoed en grondzaken
2023: € 75.000 N 2024: € BN
Incidenteel Incidenteel
Henk Bulten Het bedrag voor 2023 bestaat uit twee componenten, te weten een bedrag van € 50.000 voor het al medio 2023 aantrekken van tijdelijke personele capaciteit zie hierna en een incidenteel bedrag van € 25.000 euro voor het oplossen van een tijdelijk personeels- en expertiseknelpunt. Kern is dat we zien dat het bij vastgoed en grondzaken erg druk is als gevolg van de toegenomen werkzaamheden in het kader van Doetinchem 2036 en onder meer ook door het Didamarrest steeds drukker wordt. Dit betreft zowel werkzaamheden met betrekking tot juridische vastgoed en grondzaken gerelateerde onderwerpen (kavelverkopen, deelname aan en in bestuursopdrachten en projecten). Inschatting is dat dit met tijdelijke versterking van één medewerker vastgoed en grondzaken, met nadrukkelijk kennis van de juridisch- administratieve kant, voor 32-36 uur per week oplosbaar is. Omdat deze werklast de komende jaren in het kader van Doetinchem 2036 naar verwachting blijft aanhouden wordt voorgesteld dit in eerste instantie voor een periode van ongeveer 1 ½ jaar projectmatig in te vullen en medio 2024 bij het opstellen van de Kadernota 2025 te beoordelen op noodzaak van verlenging. Voor 2024 wordt de extra capaciteit gedekt uit de hiervoor bij de begroting 2023 ingestelde reserve Investeringsfonds
Pagina | 27
49. Uitvoering bouwkundig- en duurzaamheidsonderzoek
2023: € 30.000 N 2024: € BN 2025: € BN
Incidenteel (zie toelichting)
Patrick Moors De aanmelding betreft uitvoering bouwkundig- en duurzaamheidsonderzoek t.b.v. uitvoering MJOP van € 60.000 voor de jaren 2023, 2024 en 2025 (in totaal €180.000). In 2022 is eenmalig exploitatiebudget uit de reserve vastgoedfonds beschikbaar gekomen voor onder andere incidenteel extern advies (zoals bouwkostendeskundigen of taxaties), maar ook budget om handelingsvrijheid te hebben om beter te kunnen schuiven met (onderhouds-)investeringen. Het niet benutte bedrag van €150.000 is in het jaarrekeningresultaat 2022 weer toegevoegd aan de reserve vastgoedfonds. Voorgesteld wordt om dit bedrag gefaseerd in te zetten ten behoeve van uitvoering bouwkundig- en duurzaamheidsonderzoek van het MJOP (€60.000 voor de jaren 2023, 2024 en 2025), dit wordt voor een groot deel gedekt uit de reserve vastgoedfonds. In jaarschijf 2023 resteert een incidentele aanmelding van €30.000. Bij de eerste bestuurlijke monitor wordt voorgesteld het jaarlijks beschikbare bedrag binnen het vastgoedfonds voor uitvoering van bouwkundige – en duurzaamheidsonderzoeken en taxaties te stellen op € 60.000 voor de jaren 2023, 2024 en 2025.
Dit wordt dan voor deze jaren een incidenteel budget dat benut wordt om de geïnventariseerde noodzakelijk maatregelen per gemeentelijk vastgoedobject te onderzoeken (taxaties accommodaties, bouwkundige beoordelingen, etc.) en uit te voeren verbeteren te begeleiden zoals implementatie van duurzaamheidsmaatregelen en in de markt zetten van specifieke aanbestedingen. Voor 2023/2024 is de planning hieruit onder meer het stappenplan (her)bestemming locatie Bergzicht als opdracht uit te bekostigen.
50. Ambitie gD 2036: inhuur specialistische expertise en kosten makelaar
2023: € BN 2024: € BN 2025: € BN
Incidenteel (zie toelichting)
Henk Bulten Om de ambtitie gD 2026 te realiseren is incidenteel een bedrag nodig van € 69.000 gedurende 3 jaar. De dekking hiervoor kan worden gevonden door het in zetten van het budget strategische gronden. • Inhuur externe expertise op afroep incidenteel 2023. Om tijdig en slim in het proces de juiste expertise t.b.v. vastgoedtransacties – staatsteun, subsidies, aanbestedingen, van toepassing zijn wets- en overheidsregels etc. flexibel in te kunnen zetten dient er in de vorm van een zogenaamd afroepcontract expertise ingezet te kunnen worden. Gedachte is dit in eerste instantie in de vorm van een jaarlijkse overeenkomst vast te leggen. Inhuur externe expertise op afroep incidenteel voor jaren 2024, 2025 en 2026 jaarlijks begroot op € 35.000. • Aanmelding voor inhuur makelaar. Voor professionele ondersteuning in onderhandelingen en bij uitvoering van zoekopdrachten etc. om strategische gronden te verwerven is het werken via langer lopende contracten met professionele makelaars van wezenlijk belang. In het kader van de ambitie Doetinchem 2036 en het voeren van een actievere grondpolitiek is het wenselijk de mogelijkheid te hebben om grond of vastgoed strategische aan te kunnen kopen. We verwachten dat deze makelaarsexpertise de komende drie jaar nodig is.
Pagina | 28
51. Budget verkiezingen
2023: € 40.000 N 2024: € 15.000 N
Incidenteel Structureel
Mark Boumans Dit jaar zijn er dubbele verkiezingen (provinciale staten en waterschap) dus ook dubbele kosten. Hier is in de begroting geen rekening mee gehouden. Daarnaast is op 1 januari 2023 de Wet nieuwe procedure vaststelling verkiezingsuitslag (NPVV) in werking getreden. Als gevolg hiervan hebben we o.a. verzegelde transportboxen moeten aanschaffen om aan de wettelijke eisen te voldoen. Daarvoor is incidenteel € 80.000 extra nodig. Hiervan wordt € 40.000 gedekt door overheveling van budget uit 2022. De kosten van drukwerk, software en bezorgen zijn de laatste jaren gestegen. Daarom is structureel een bedrag van € 15.000 nodig om de verkiezingen te bekostigen.
52. Formatie digitale toegankelijkheid
2024: € 60.000 N 2025: € 81.000 N
Structureel
Patrick Moors Het goed regelen van digitale toegankelijkheid brengt extra kosten met zich mee. Deze bestaan uit twee onderdelen. • De webredactie moet de website digitaal toegankelijk houden. Er is achterstallig onderhoud, waardoor een inhaalslag moet worden gemaakt. Er wordt structureel advies gevraagd vanuit de organisatie. Dit kost structureel meer tijd. • Kosten voor het doen van de toegankelijkheidstoets/audit. Het oplossen van de issues die daaruit naar voren komen en onderhoud van de sites. Op dit moment doen we onderzoek naar de kosten die binnen teams worden gemaakt voor het toegankelijk maken van content. Dit zijn uren van medewerkers, maar ook extra kosten voor materiaal en extra kosten die worden berekend door derde partijen. Daarnaast is de vraag wie de verplichte audits moet betalen, op het moment dat een team een “eigen” website heeft. We vragen de volgende formatie: schaal 7, 28 uur € 63.400 en schaal 9, 6 uur € 17.200.
53. Arbo: investeren in duurzame inzetbaarheid
2023: 35.000 N 2024: 35.000 N
Structureel
Mark Boumans De organisatie investeert vanaf 2023 op allerlei ARBO onderwerpen, mede ingegeven door de concernopgave duurzame inzetbaarheid. Het doel is om medewerkers vitaal en inzetbaar te krijgen en houden voor de organisatie. Naast deze investering willen we van continu blijven onderzoeken (€ 10.000) en monitoren hoe het gesteld is met onze medewerkers. Dit doen we door een periodiek onderzoek werkbeleving en preventief medisch onderzoek uit te voeren. De kosten voor onze arbodienst (BW Oost) zijn gestegen (€ 15.000 jaarlijks) door een hoger ziekteverzuim, meer en complexere verzuimdossiers. Een ontwikkeling is een stijgend aantal complexe verzuimdossiers waardoor meer inzet van de arbodienst en dus hogere kosten de komende jaren blijven bestaan voor de organisatie. Initiatieven om de duurzame inzetbaarheid van onze collega's te behouden en vergroten vraagt om een investering van € 10.000 per jaar. De huidige ARBO begroting (€ 115.000) is onvoldoende om alle onderzoeken, kosten van de arbodienst en initiatieven te bekostigen.
Pagina | 29
54. Arboadviseur en ondersteuner
2024: BN
Structureel
Mark Boumans Om alle wettelijke ARBO taken en initiatieven te begeleiden, complexe verzuimdossiers te begeleiden en de ambitie van Doetinchem waar te maken is de huidige inzet van de HR adviseur (schaal 10 - 16 uur per week) onvoldoende. Voorgesteld wordt om deze uren op te hogen met 8 uur per week zodat er structureel 24 uur beschikbaar is voor alle taken op ARBO gebied. In aanvulling hierop wordt ook 8 uur ondersteunende taken (schaal 8) extra gevraagd om administratieve en ondersteunende taken niet bij de ARBO adviseur te beleggen. Relatie arbo formatie 2024 en budget 2023. De volgende formatie wordt aangevraagd: 0,22 fte functieschaal 10 is € 25.500 en 0,22 fte functieschaal 8 is € 20.500 totaal € 46.000. Voorgesteld wordt om deze formatie structureel te dekken ten laste van de overhead.
Pagina | 30
3.
Financiële positie gemeente Doetinchem 2023 – 2027
3.1 Financiële uitgangspunten in de kadernota 2024 en begroting 2024 We willen graag dat de financiën van onze gemeente op orde zijn en deze ook naar de toekomst op orde houden. Het uitgangspunt is dat we niet meer geld uitgeven dan dat er binnen komt. Uitgangspunt bij de uitvoering van taken is dat we binnen de vanuit medeoverheden beschikbaar gestelde geoormerkte middelen blijven. Deze uitgangspunten uit de coalitieagenda ‘Samen groeien in kwaliteit’ passen binnen de afgelopen jaren gehanteerde financiële hoofduitgangspunten: Een structureel sluitende begroting en een gezond meerjarenperspectief Structureel sluitend wil zeggen dat we ervoor zorgen dat langjarige uitgaven ook worden gedekt door langjarige inkomsten. Dat is ook het belangrijkste toetsingscriterium van de provincie als toezichthouder. We ramen in de gemeentebegroting ook incidentele lasten en baten. Die worden voor drie jaren of korter geraamd. Het totaal van de structurele en incidentele uitgaven minus de inkomsten leidt tot het totale resultaat van de gemeentebegroting. Begrotingsoverschotten of tekorten worden gemuteerd op de algemene reserve. De Kadernota vertoont een financieel meerjarenperspectief met voordelige saldi tot en met 2026. De laatste jaarschijf sluit incidenteel niet.
Voldoende weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit (algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven) en de financiële risico’s. Die verhouding drukken we uit in de ratio van ons weerstandsvermogen. Vorig jaar heeft de raad besloten dat, wanneer de ratio tussen de 1 en 1,5 is, we dan beschikken over voldoende buffer om risico’s op te vangen. De risico's vormen dan geen bedreiging voor onze financiële positie. Beneden de ondernorm dienen maatregelen te worden genomen om de weerstandscapaciteit aan te vullen en/of de risico’s te beperken. Boven de norm geeft ruimte om de weerstandscapaciteit in te zetten voor andere doeleinden. Bij de afwegingen hierover worden ook de financiële kengetallen ‘solvabiliteit’ en ‘schuldpositie’ betrokken. Zoals ook in deze Kadernota beschreven zien we dat naast te kwantificeren risico's, zich in de komende jaren ontwikkelingen en/of risico's voordoen die op dit moment (nog) niet of nauwelijks zijn te kwantificeren, maar die wel een beroep zullen doen op onze algemene reserve. De omvang ervan hangt af van bestuurlijke keuzes van rijk en onze gemeente en van maatschappelijke ontwikkelingen. Denk hierbij aan hervormingsagenda jeugd, onderwijshuisvesting, klimaatadaptatie, de warmtetransitie, de omgevingsvisie, duurzaamheid en circulariteit en onze groei-ambities in het kader van 2036.
Op dit moment zijn de crisis in de Oekraïne, de enorme inflatie, de schaarste aan arbeidskrachten en soms ook productiemiddelen (bijv. in de woningbouw) grote risico’s. De afhankelijkheid van en de onzekerheid over het rijksbeleid blijft een grote factor. We achten het daarom gewenst om over een algemene reserve te beschikken die ruimer is dan alleen de gekwantificeerde risico's. In het verleden hebben we ervaren welke impact rijksmaatregelen kunnen hebben op onze financiële positie. Het blijft belangrijk dat raad en college voortdurend het open gesprek voeren over het weerstandsvermogen. Immers, een incidentele uitschieter buiten de onder- of bovennorm hoeft niet onmiddellijk te leiden tot maatregelen of geeft bestedingsruimte. Het gaat om de tendens van het weerstandsvermogen in relatie tot een gezonde financiële positie op langere termijn.
Pagina | 31
3.2 Financieel meerjarenperspectief van de Kadernota 2024 Het in deze Kadernota geschetste financiële perspectief bouwt verder op het in de begroting 2023 gepresenteerde financiële perspectief. De eerste begroting van de nieuwe bestuursperiode. Die nieuws bevat, maar tegelijkertijd ook de nodige continuïteit. In de begroting 2023 is zorgvuldig en verstandig geïnvesteerd met het oog op groei in kwaliteit. Er is geïnvesteerd waar het kan en tegelijkertijd gespaard, om ook in de toekomst de ambities te kunnen realiseren. In de Begroting 2023 is echter ook al aangegeven, dat het onzeker is hoe de financiën zich gaan ontwikkelen. Dit vooral omdat het onduidelijk is hoe de nieuwe financieringssystematiek van het Rijk er uit gaat zien. Net als in de afgelopen jaren is het ook nu onzeker hoe de financiële vooruitzichten voor de komende jaren zullen zijn. Twee jaar geleden was er onzekerheid omdat er nog geen nieuw kabinet was. Vorig jaar ontstond de onzekerheid vanwege de onduidelijkheid in het regeerakkoord van het kabinet over de nieuwe financieringssystematiek vanaf 2026. De door gemeenten dringend gewenste duidelijkheid over het structurele financiële perspectief is helaas nog altijd niet geboden. In de septembercirculaire 2022 is wel een incidentele tegemoetkoming in het gemeentefonds voor het jaar 2026 toegekend.
Daardoor is het ‘ravijn’ in 2026 enigszins gedempt en in volle omvang verschoven naar 2027.
3.2.1 De financiële uitgangspositie De ontwikkelingen in de septembercirculaire en decembercirculaire 2022 hebben in de jaren 2024 en 2025 een dempend effect op het in de begroting 2023 gepresenteerde beeld. Jaarschijf 2026 springt er positief uit doordat in de septembercirculaire eenmalig, vooruitlopend op de nieuwe financieringssystematiek, landelijk 1 miljard euro voor gemeenten ter beschikking is gesteld ter verzachting van het ravijn. Omdat bij de meicirculaire pas definitief bekend wordt of deze middelen structureel worden, kunnen we deze op dit moment voor 2027 nog niet inramen. Deze jaarschijf heeft dan ook een niet sluitend jaarperspectief. Het financieel meerjarenperspectief van de Kadernota 2024 is weergegeven in onderstaande tabel. Voor een toelichting op de ontwikkelingen in jaarschijf 2023 verwijzen wij u naar de eerste bestuurlijke monitor 2023. Ontwikkelingen Doetinchem (bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
2027
Resultaat geamendeerde begroting 2022 t.g.v./t.l.v. alg. reserve
712
663
956
-434
-434
Resultaat jaarrekening 2022 t.g.v. algemene reserve na bestemmingsvoorstellen
9.702
Totaal resultaat jaarrekening 2022
9.702
Septembercirculaire 2022 Gemeentefonds Decembercirculaire 2022 Gemeentefonds
450 98
-382 0
-623 -2
2.317 -1
-685 -1
Totaal gemeentefonds
548
-382
-625
2.316
-686
Uitgangspositie voor 1e bestuurlijke monitor 2023 en Kadernota 2024
10.962
281
331
1.882
-1.120
Aanmeldingen uit 1e Bestuurlijke monitor 2023 Aanmeldingen programma's Kadernota / Begroting 2024
1.723 369
809
-469
-1.551
Totaal ontwikkelingen na 1e Bestuurlijke monitor 2023 en Kadernota 2024
1.723
369
809
-469
-1.551
Resultaat 1e Bestuurlijke monitor 2023 en Kadernota 2024 tgv/tlv algemene reserve
12.685
650
1.140
1.413
-2.671
In de jaren 2024 tot en met 2026 is er nog sprake van een sluitende uitgangspositie. Hierin houden we nog geen rekening met de grote gemeentelijke opgaven die naar verwachting nog op ons afkomen. Opgaven die niet alleen veel menskracht vergen, maar ook forse op dit moment nog niet in te schatten uitvoeringsbudgetten. Daarnaast zouden we bij de begroting graag nog wat extra keuzes kunnen maken en ambities intensiveren. Voorbeelden daarvan zijn cameratoezicht in de binnenstad, cultuur, het verduurzamen van sportaccommodaties, het verbeteren van het onderhoud en verduurzamen van gemeentelijke gebouwen en verbeteringen op het gebied van mobiliteit en parkeren. Pagina | 32
Tenslotte is het op basis van de huidige economische ontwikkelingen moeilijk in te schatten of deze zullen leiden tot forse loon- en prijsontwikkelingen, waarvoor we mogelijk vanuit het rijk niet volledig voor gecompenseerd zullen worden.
3.2.2 Onzekerheden De afgelopen jaren zijn we in een hoog tempo geconfronteerd met lastige vraagstukken, die we als gemeente moesten oppakken. De coronapandemie, de gevolgen van de oorlog in de Oekraïne, de instroom van vluchtelingen, de hersteloperatie kinderopvangtoeslag en het bestrijden van energiearmoede. Stuk voor stuk opgaven die menskracht hebben gevergd, maar waarbij ook veel onduidelijk was over de financiële impact. We vinden het bovendien heel erg lastig om een inschatting te maken van het beroep op de mensenkracht en de financiële impact van gemeentelijke opgaven die naar verwachting nog op ons afkomen. Concrete voorbeelden hiervan zijn het beroep dat wordt gedaan op de jeugdzorg, de aanspraak die op WMO-voorzieningen wordt gedaan, de inspanningen die worden gevraagd om de energietransitie en de klimaatmaatregelen te realiseren en de kosten voor informatiebeveiliging. In dit kader kunnen ook de gevolgen voor de invoering van de herhaaldelijk uitgestelde Omgevingswet worden genoemd. De voorjaarsnota van Rijk geeft een beetje duidelijkheid, echter deze laat ook nog veel in het ongewis. We hopen dan ook bij de meicirculaire meer duidelijkheid vanuit het Rijk te verwachten. Onderwerpen waarover we informatie verwachten zijn de vergroting van het gemeentelijk belastinggebied, het abonnementstarief WMO, de compensatie jeugdzorg en de hervormingsagenda jeugd.
We gaan op basis van de huidige inzichten uit van een verruiming van de middelen die gemeenten nodig hebben om tenminste de autonome en overige financiële ontwikkelingen structureel te kunnen dekken. Loon- en prijsontwikkelingen We werken al jaren met een stelpost voor het ramen van de nominale ontwikkelingen. Hiermee wordt de loon- en prijsstijging opgevangen. De afgelopen jaren is deze factor onder invloed van de energieen brandstofprijzen aan voortdurende veranderingen onderhevig. Zowel voor de exploitatie en investeringen van onze eigen organisatie, de verbonden partijen als de maatschappelijke organisaties kan deze onzekere factor een grote impact hebben. De prijsstijgingen werken min of meer direct door in de toekomstige CAO’s. In de tweede bestuurlijke monitor 2022 en in de begroting 2023 hebben we incidenteel extra gelden geraamd om de stijging van prijzen en energiekosten op te vangen. Op dit moment vinden we het nog niet opportuun om op voorhand hiervoor aanvullende middelen in te ramen. Het is nog steeds onzeker of het hier gaat om incidentele of structurele ontwikkelingen. Bij de jaarrekening 2022 hebben we gezien dat er op deze extra gereserveerde middelen voor 2022 nog nauwelijks een beroep is gedaan.
We willen de ontwikkelingen de komende tijd zo goed mogelijk in de gaten houden, om bij de tweede bestuurlijke monitor en de begroting 2024 een zo’n goed mogelijke inschatting van te maken. Economische ontwikkelingen Ingrijpende gebeurtenissen zoals de Coronacrisis en de inval van Rusland in de Oekraïne hebben vaak grote economische gevolgen. Tot op heden is de economie van ons land robuust gebleken en lijken de economische gevolgen mee te vallen. In hoeverre dit voor de toekomst ook het geval is, kan niet met zekerheid ingeschat worden. De ontwikkelingen in de bankenwereld en de geleidelijke stijging van de rente zijn factoren die ook kunnen doorwerken voor de gemeente. Voor nu zijn we vooral in afwachting van de meicirculaire. Mocht uit deze circulaire blijken dat de structurele ruimte in aanloop naar de Begroting 2024 onverhoopt niet of niet in voldoende mate wordt geboden, dan zullen we net als de andere gemeenten, die dan met hetzelfde probleem zullen kampen, in overleg gaan, hoe we hier als gemeente mee om moeten gaan.
Pagina | 33
3.2.3 Geen structurele ruimte ondanks forse algemene reserve Parallel aan het proces van totstandkoming van deze Kadernota worden de jaarstukken opgesteld, zodat deze ook op 6 juli ter vaststelling aan de raad worden voorgelegd. De jaarrekening 2022 laat een behoorlijk voordeel voor de algemene reserve zien. Dit heeft als gevolg dat de incidentele ruimte verder wordt verruimd. De financiële regelgeving maakt het voor ons en de andere gemeenten in Nederland helaas lastig om deze incidentele middelen uit te geven. Dit wordt helder beschreven in de essaybundel van de raad voor het openbaar bestuur en het naar aanleiding hiervan opgenomen artikel in de Binnenlands Bestuur van week 16 ”Weg met de handboeien”. Onze reserves nemen toe. De insteek is dat een gemeentebegroting structureel en reëel in evenwicht moet zijn. Er is structureel evenwicht, wanneer de structurele lasten worden gedekt door de structurele baten. Richtlijnen en toezicht zijn op dit uitgangspunt gericht. Er wordt dus gekeken naar het resultaat zonder incidentele baten en lasten, zoals meevallers in de uitgaven door vertragingen in de investeringen, terugkerende eenmalige uitkeringen en een forse decemberuitkering. Dit allemaal vanuit de gedachte dat eenmalig geld nooit ten dienste mag staan aan uitgavenposten die langjarig doorlopen.
Ondanks de voller wordende reserves mogen de gemeenten de meeste uitgaven alleen doen als daar een langjarige inkomstenbron tegenover staat. En deze bron, het gemeentefonds, is juist vanaf 2026 zo onzeker. Voor meerjarig structureel evenwicht moeten de uitgaven dus op termijn naar beneden, terwijl de jaarrekeningen afgelopen jaren steeds een plus laten zien. Vanuit dit perspectief hebben we geprobeerd in onze wensen, die een verdere invulling geven aan het coalitieakkoord goed te kijken naar de incidentele mogelijkheden. Autonome en noodzakelijke ontwikkelingen zijn echter vaak structureel. In de paragrafen 2.1 tot en met 2.4 hebben wij per begrotingsprogramma de autonome ontwikkelingen geschetst, die zich hebben voorgedaan na het vaststellen van de begroting 2023 en doen we voorstellen die een verder invulling geven aan de coalitieagenda.
3.2.3 Incidentele baten en lasten Uit het in paragraaf 3.2.1 gepresenteerde meerjarenperspectief blijkt dat jaarschijf 2024 sluit met een positief saldo van € 650.000. Dit resultaat wordt mede bepaald door incidentele en structurele lasten en baten (zie onderstaande tabel). Om onder repressief toezicht te vallen, vraagt de provincie om een structureel sluitend meerjarenperspectief. Dit betekent dat structurele uitgaven gedekt moeten zijn door structurele inkomsten. In de jaarschijven 2024, 2025 en 2026 is er een positief saldo op de structurele ontwikkelingen. Deze jaarschijven kennen zowel voor als na Kadernota 2024 een sluitend meerjarenperspectief. Voor de jaarschijf 2027 is dat in afwachting van de Mei-circulaire (nog) niet het geval. Aanmeldingen Kadernota 2024
2024
2025
2026
2027
Bedragen x € 1.000,-
Nieuwe structurele ontwikkelingen in de Begroting 2024 (1eBM23/KN24)
1.257
934
281
-1.551
Nieuwe incidentele ontwikkelingen in de Begroting 2024 (1eBM23/KN24)
-888
-125
-750
0
Totaal
369
809
-469
-1.551
Pagina | 34
3.3 Vermogenspositie Het financieel perspectief is direct van invloed op de algemene reserve en daarmee ook op onze vermogenspositie. De algemene reserve ontwikkelt zich naar verwachting als volgt: Ontwikkeling Algemene Reserve Bedragen x € 1.000,Algemene reserve (stand per 1-1) Rekeningresultaat 2022 Mutaties septembercirculaire 2022 en decembercirculaire 2022 Saldo 1e Bestuurlijke Monitor 2023 en Kadernota 2024 Stand algemene reserve per 31-12
2023
2024
2025
2026
2027
30.532 9.702 548 1.723 42.505
42.505
42.492
42.676
44.522
-382 369 42.492
-625 809 42.676
2.316 -469 44.522
-686 -1.551 42.285
Zoals beschreven, is voldoende weerstandsvermogen één van de financiële uitgangspunten voor de begroting. Dat geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit (algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven) en de financiële risico’s. Die verhouding drukken we uit in de ratio van ons weerstandsvermogen. Is de ratio tussen de 1 en 1,5 dan beschikken we over voldoende buffer om risico’s op te vangen zodat ze geen bedreiging vormen voor onze financiële positie. In deze Kadernota hebben we de financiële risico’s geactualiseerd ten opzichte van de geamendeerde begroting 2023. Zie daarvoor bijlage 1. Wanneer we de risico’s confronteren met de geprognosticeerde beschikbare weerstandscapaciteit dan laat deze in 2024 een ratio zien van 1,94 oplopend naar 2,03 in 2027 en naar 1,93 in 2028. Zie onderstaande tabel.
Overzicht risico's en weerstandscapaciteit Risico's Totaal gekwantificeerde risico's Weerstandscapaciteit Stand algemene reserve per 1-1 Stelpost incidentele onvoorziene uitgaven Totale beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen
bedragen x € 1.000 2024
2025
2026
2027
2028
21.990
21.990
21.990
21.990
21.990
2024
2025
2026
2027
2028
42.505
42.492
42.676
44.522
42.285
80
80
80
80
80
42.585
42.572
42.756
44.602
42.365
1,94
1,94
1,94
2,03
1,93
De ontwikkeling van de weerstandsratio laat op basis van het financieel meerjarenperspectief uit deze Kadernota een beperkt verloop over de begrotingsperiode zien. De weerstandsratio ligt gemiddeld steeds rond de 2. Dat betekent naar de huidige inzichten dat we een weerstandsratio hebben die in de komende jaren ruim boven onze norm ligt. Zoals in het begin van het hoofdstuk 3 al aangegeven, achten wij het verstandig om over een algemene reserve te beschikken die ruimer is dan alleen de gekwantificeerde risico's. In het verleden hebben we ervaren welke impact rijksmaatregelen en onzekerheden kunnen hebben op onze financiële positie.
Pagina | 35
Bijlage 1: Overzicht risico’s ter bepaling van de ratio weerstandsvermogen In deze bijlage geven we een actualisatie van de risico’s ten opzichte van de in de begroting 2023 gepresenteerde risico’s. Voor een toelichting op de ongewijzigde risico’s verwijzen wij u naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de begroting 2023 (vanaf pag. 137) Onderstaand ziet u een geactualiseerd overzicht van alle risico’s 1. Overzicht risico’s Nr
Risico's
2023
2024
2025
2026
2027
2027
Bedragen x € 1.000,1
Sociaal domein (inclusief BUIG)
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
5.000
2
Verbonden partijen (GR's en BV's gD)
500
500
500
500
500
500
3
Ontwikkellocaties (grexen en gebiedsontwikkelingen)
1.800
1.800
1.800
1.800
1.800
1.800
4
Garanties & leningen
890
890
890
890
890
890
5
Belastbaarheid leningen
50
50
50
50
50
50
6
Rentestijgingen
500
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
7
Subsidies van derden
250
250
250
250
250
250
8
Gemeentefonds: reguliere risico's Algemene basis AR onvoorziene risico's, w.o. kapitaallasten, lopende procedures
1.000
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
2.000
10 Loon- prijsontwikkelingen
1.000
4.000
4.000
4.000
4.000
4.000
11 Data-beveiliging Onvolledige compensatie door het Rijk voor de opvang van 12 vluchtelingen
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
1.000
500
500
500
500
500
500
2.000 17.490
2.000 21.990
2.000 21.990
2.000 2.000 21.990 21.990
2.000 21.990
9
13 Leges derving a.g.v. implementatie omgevingswet 14 Risico's i.v.m. landelijke en regionale beleidsontwikkelingen Totaal gekwantificeerde risico's
2. Toelichting op de risico’s in de Kadernota 2024 In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting 2023 worden de risico’s beschouwd en ingeschat welke weerstandscapaciteit nodig is om deze risico’s te ondervangen (zie begroting 2023 vanaf pagina 137). Op basis van de huidige inzichten hebben we voor een drietal aspecten overwogen de risico-inschatting bij te stellen. Het gaat om: - 6. Rentestijgingen - 8. Gemeentefonds reguliere risico’s - 10. Loon- en prijsstijgingen 6. Rentestijgingen In de begroting 2023 hebben we het risico ingeschat op € 500.000. Mede op basis van de cijfers van het CEP (lange rente stijgt naar 2,4%) stellen we het risico bij naar € 1.000.000. 8. Gemeentefonds reguliere risico’s Het kabinet heeft de trap-op, trap-af systematiek voor de (volume)ontwikkeling van het gemeentefonds losgelaten. Op basis van de voorjaarsnota van het kabinet worden in de toekomst de loon- en prijsontwikkelingen weer gebaseerd op het Bruto binnenlands Product (Bbp). In de afgelopen jaren was te zien dat het Bbp doorgaans lager ligt dan met name de loonontwikkelingen. Daarnaast kondigt het kabinet voornemens aan betreffende het abonnementstarief WMO, hogere bijdrage jeugdzorg en de hervormingsagenda jeugdzorg. De definitieve financiële gevolgen kunnen pas worden ingeschat bij mei-circulaire.
Op basis daarvan hebben we het risico nu fors verhoogd van € 700.000 naar € 1.000.000 in 2023 en € 2.000.000 in de jaren daarna. Pagina | 36
10. Loon- en prijsontwikkelingen In de voorliggende Kadernota hebben we als uitgangspunt gekozen dat de loon- en prijsontwikkeling gedekt zou moeten worden uit de ontwikkeling van de algemene uitkering van het gemeentefonds. (zie ook toelichting op risico 8). Op dit moment is het bijzonder lastig een goede inschatting te maken van de inflatie en de ontwikkeling van de brandstof- en energieprijzen. Het risico bestaat dat er een soort van vicieuze cirkel ontstaat, waarbij de prijsontwikkelingen leiden tot hogere looneisen en die vervolgens weer vertaald worden naar de prijzen. Dit kan gelden voor alle activiteiten van onze gemeente. De tijd zal uitwijzen op welk niveau de prijzen en lonen zich stabiliseren. Voor 2023 stellen we daarom het risico bij naar € 1.000.000 en voor de latere jaren naar € 4.000.000 (in de begroting 2023 is reeds een stelpost meegenomen voor loon-en prijsontwikkelingen )
Pagina | 37