CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Hulp bij het huishouden - De basis op orde.pdf

gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6.1: Hulp bij het huishouden - de basis op orde7.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hulp bij het huishouden

De basis op orde

1

Sa

! en

, n g e ewo i e o r on g do en m

2

Hulp bij het huishouden: de basis op orde In 2024 is het Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2036 Samen groeien, gewoon doen vastgesteld. Hiermee hebben we onze koers voor het sociaal domein uitgezet. Onze inrichting van de hulp bij het huishouden moet in lijn zijn met dit integraal beleidskader sociaal domein. De huidige contractperiode loopt tot en met 31 december 2025. Dit biedt de gelegenheid om de huidige inrichting van hulp bij het huishouden te evalueren. We hebben de ervaringen en ontwikkelingen van de afgelopen jaren meegenomen, evenals de grote uitdagingen zoals de toenemende vraag naar hulp en de arbeidsmarktkrapte. We komen tot een nieuwe inrichting voor hulp bij het huishouden die past binnen het integraal beleidskader sociaal domein. Anticiperen op grote uitdagingen De toenemende vraag naar zorg, vergrijzing en schaarste aan zorgpersoneel stellen ons voor uitdagingen. Het is belangrijk dat iedereen die hulp bij het huishouden in Doetinchem nodig heeft, deze ook ontvangt. Het beschikbaar houden van hulp bij het huishouden vraagt inzet van iedereen: inwoners, het eigen netwerk, zorgaanbieders en de gemeente. Samen groeien, gewoon doen ‘’Samen groeien, gewoon doen’’ betekent voor ons het gewone leven centraal stellen en doen wat nodig is. Dat is de visie achter het beleid voor het sociaal domein. Soms gaat het (tijdelijk) even minder en is er meer nodig.

Dan kijken we wat iemand wél kan. We kiezen als vertrekpunt dat een hulpvraag niet altijd een probleem is waar een zorg- of ondersteuningstraject bij hoort. Professionele ondersteuning is altijd aanvullend en waar mogelijk tijdelijk. Veel dingen die we meemaken, horen bij het normale leven. Het doen van het huishouden is onderdeel van het dagelijks leven. In situaties waarin dit niet vanzelfsprekend is, kijken we naar elkaar om en vragen we hulp aan naasten. In dit nieuwe beleid stellen we de inwoner centraal en zetten hierbij in op eigen kracht, zelf- en samenredzaamheid. De basis op orde Om te anticiperen op de grote uitdagingen en uitvoering te geven aan het integraal beleidskader sociaal domein, kiezen we voor een meer toekomstbestendige inrichting van hulp bij het huishouden. We willen hulp bij het huishouden toegankelijk en beschikbaar houden voor inwoners die dit écht nodig hebben. Daarom richten we de hulp bij het huishouden in als maatwerkvoorziening en beleggen de toegang volledig bij Buurtplein. Dit betekent dat we geen algemene voorziening schoonmaakhulp meer aanbieden, maar terugkeren naar de basis. Het doel is hulp beschikbaar houden voor degenen die het nodig hebben. Hulp bij het huishouden: de basis op orde.

3

Inhoudsopgave Hulp bij het huishouden: de basis op orde

3

1. Context

5

2. Ontwikkelingen hulp bij het huishouden

8

3. Hulp bij het huishouden in het licht van het integraal beleidskader sociaal domein

13

Samen groeien, gewoon doen

14

4. Doelstellingen hulp bij het huishouden: de basis op orde

16

5. Onze keuzes hulp bij het huishouden: de basis op orde

18

6. Aan de slag

20

7. Financiën

22

8. Doorontwikkeling

23

4

1. Context 1.1

Beleid 2018

Sinds 2018 vindt in gemeente Doetinchem de toegang tot hulp bij het huishouden voor het grootste gedeelte plaats via een algemene voorziening schoonmaakhulp. Deze constructie is een laagdrempelige en regelarme voorziening waarbij inwoners die aanspraak willen maken op hulp bij het huishouden zich direct bij de aanbieder kunnen melden. Indien de algemene voorziening niet passend is, kan de inwoner een melding doen bij Buurtplein voor een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Met de algemene voorziening werd een regelarme voorziening beoogd met weinig toegankelijkheidseisen voor de inwoner. De voorziening is er namelijk op gericht dat álle inwoners er gebruik van kunnen maken. De voornaamste pré van de algemene voorziening is dan ook de laagdrempeligheid en daardoor klantvriendelijkheid. Daarnaast vraagt deze voorziening weinig inzet van Buurtplein en heeft de gemeente alleen administratieve taken. We kunnen stellen dat het beleid uit 2018 de uitwerking heeft gehad zoals beoogd. Er wordt veelvuldig gebruik gemaakt van de voorziening. Op deze manier neemt ook de druk op de arbeidsmarkt toe. Het stimuleren van de werkgelegenheid, was in het beleid van 2018 een uitgangspunt. Echter staan we nu, jaren later, voor heel andere uitdagingen. 1.2

Huidige inrichting hulp bij het huishouden

Huidige voorzieningen Wmo hulp bij huishouden We kennen op dit moment de algemene voorziening schoonmaakhulp en drie maatwerkvoorzieningen. Huidige voorzieningen Wmo hulp bij het huishouden 1 Algemene voorziening schoonmaakhulp 2 Maatwerkvoorziening ondersteuning thuis – Schoon huis 3. Maatwerkvoorziening ondersteuning thuis – Coachen gericht op het huishouden 4. Maatwerkvoorziening ondersteuning thuis – Combinatie-ondersteuning Huidige inrichting hulp bij het huishouden De uitgangspunten voor de huidige inrichting zijn vastgelegd in het document: Integraal plan hulp bij het huishouden 2018 e.v. ‘’Huishoudelijke hulp voor alle Doetinchemmers’’1. In eerste instantie met een contractperiode 2018-2021 (verlengd tot 1 mei 2022). Daarna hebben we een nieuwe aanbesteding uitgevoerd.

1

Raadsbesluit 6 juli 2017 inzake ‘Huishoudelijke hulp voor alle Doetinchemmers’.

5

Algemene voorziening Schoonmaakhulp De algemene voorziening schoonmaakhulp is een laagdrempelige en regelarme voorziening waarbij inwoners die aanspraak willen maken op hulp bij het huishouden zich direct bij de aanbieder kunnen melden. De aanbieder voert een lichte toets uit. Inwoners die voldoen aan de voorwaarden en de gestelde criteria kunnen in aanmerking komen voor de algemene voorziening schoonmaakhulp en worden aangemerkt als Wmo cliënten. In dat geval bestaat de mogelijkheid om per jaar maximaal 130 uur Schoonmaakhulp in te kopen bij een door de gemeente gecontracteerde aanbieder. Dit betekent gemiddeld 2,5 uur per week, gedurende 52 weken per jaar. Maatwerkvoorzieningen hulp bij het huishouden Indien de algemene voorziening schoonmaakhulp niet passend is kan de inwoner een melding doen bij Buurtplein voor een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden. Een medewerker van Buurtplein beoordeelt of de inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. Er wordt een uitgebreid, volwaardig en zorgvuldig onderzoek gedaan op grond van de Wmo 2015. Daarbij wordt het normenkader hulp bij het huishouden2 gehanteerd om op maat te indiceren. Binnen onze gemeente zijn op dit moment de volgende maatwerkvoorzieningen beschikbaar: -

Ondersteuning thuis: Schoon huis;

-

Coachen gericht op het huishouden;

-

Combinatie ondersteuning.

1.3

Ervaringen afgelopen jaren

De huidige constructie heeft zowel voordelen als nadelen. Zoals eerder beschreven is het grootste voordeel van de algemene voorziening schoonmaakhulp dat het laagdrempelig en klantvriendelijk is voor de inwoners. Daarnaast is het bedoeld als een voorziening met weinig regels. In de praktijk blijkt echter dat de algemene voorziening niet goed werkt als er wachtlijsten zijn. Gezien de demografische vooruitzichten, is het niet ondenkbaar dat wachtlijsten zich weer aandienen in de toekomst. Ondanks de voordelen van de algemene voorzienig zijn we in de praktijk tegen verschillende nadelen aangelopen. Het grootste nadeel van de algemene voorziening is dat er weinig tot geen grip is, op: -

het toegankelijk houden van de hulp voor de inwoners die dit het hardst nodig hebben

-

op de toegang en instroom

-

op de financiën

Abonnementstarief, de aanzuigende werking De invoering van het abonnementstarief heeft een aantal aanvullende effecten gehad. Een lage gelijke eigen bijdrage voor iedereen zorgt ervoor dat mensen eerder en intensiever gebruikmaken van hulp bij het huishouden. Als gevolg gebruiken mensen minder hun eigen middelen en/of sociaal netwerk. Hierdoor nemen de kosten voor de gemeente toe. Het abonnementstarief heeft geleid tot hoge uitgaven (aanzuigende werking) en lagere inkomsten uit eigen bijdragen.

2

Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 - bureau HHM https://www.hhm.nl/werk/handreiking-normenkader-huishoudelijke-ondersteuning/

6

Om de effecten van de invoering van het abonnementstarief te meten is de landelijke monitor abonnementstarief Wmo opgesteld3. Uit de monitor blijkt dat sinds de invoering van het abonnementstarief de kosten bij gemeenten voor de Wmo hoog opgelopen zijn en een forse stijging van het aantal cliënten te zien is bij hulp bij het huishouden. Ook volgt uit de monitor dat het abonnementstarief slechts een beperkte impact heeft voor cliënten met een laag huishoudinkomen, terwijl het aantal cliënten relatief het sterkste toegenomen is bij de hogere huishoudinkomens. Wachtlijstbeheer Eind 2022 was er in ernstige mate van krapte op de arbeidsmarkt, met (o.a.) een groot capaciteitstekort bij de aanbieders van hulp bij het huishouden tot gevolg. Om deze problemen deels op te lossen, was het noodzakelijk om wachtlijstbeheer door Buurtplein in te stellen.4 Buurtplein kreeg hiermee de opdracht de wachtlijst middels een centraal punt tijdelijk te beheren en hierbij urgentiecriteria toe te passen. Deze ingreep heeft ervoor gezorgd dat de wachtlijsten afnamen en de schaarste naar noodzaak werd verdeeld. Tegelijkertijd heeft het wachtlijstbeheer een groot nadeel van de algemene voorziening schoonmaakhulp blootgelegd. Bij de algemene voorziening schoonmaakhulp was het juist de bedoeling dat de tussenkomst van Buurtplein niet nodig zou zijn.

Maar met de systematiek van de algemene voorziening bleek dit niet haalbaar. Er is behoefte aan sturing en een centraal overzicht. Iets dat voor de aanbieders onder de algemene voorziening schoonmaakhulp moeilijk te organiseren blijkt. De praktijk heeft uitgewezen dat de algemene voorziening schoonmaakhulp in het geval van wachtlijsten/schaarste niet tot zijn recht komt. Kortom, onvoldoende wendbaarheid in geval van schaarste. Hierdoor ontstaat het risico dat de schaarste niet naar noodzaak wordt verdeeld. Systeem niet meer passend in deze tijd De huidige maatschappelijke ontwikkelingen, financiële uitdagingen en de krappe arbeidsmarkt brengen de nodige uitdagingen met zich mee. De verwachting is, op basis van de demografie, dat de vraag de komende tien jaar zal blijven stijgen door verdere vergrijzing en het beleid gericht op langer thuiswonen. Het zal een uitdaging zijn om de hulp zo goed mogelijk beschikbaar te houden. Daarbij is het belangrijk dat de hulp naar noodzaak wordt verdeeld. Dit doen we enerzijds door het versterken van de eigen kracht en het sociaal netwerk van de inwoner, anderzijds worden inwoners getoetst alvorens een passende maatwerk voorziening wordt ingezet. Het huidige systeem biedt hier onvoldoende ruimte voor.

Aandachtspunten huidige context Afgelopen periode heeft ons geleerd dat er naar de toekomst een aantal belangrijke onderwerpen zijn waarbij meer grip/sturing wenselijk is. Dit is met name het geval bij; de financiën, toegang, toegankelijkheid, wachtlijsten en innovatie. Door het afschaffen van de algemene voorziening schoonmaakhulp kan de toegang tot hulp bij het huishouden volledig bij Buurtplein belegd worden. De medewerker van Buurtplein beoordeelt of hulp bij het huishouden passend is, of dat er nog mogelijkheden zijn binnen de eigen kracht en/of met het sociaal netwerk. Ook wordt het volume dan bepaald door de medewerker van Buurtplein op grond van gemeentelijk beleid. Daarnaast is de inwoner in beeld als er juist meer aandacht nodig is. Hierbij kunnen ook eerst de opties in het voorliggend veld onderzocht worden. Daarmee kan er meer maatwerk worden geboden dan bij de huidige algemene voorziening, de schaarste aan budget en personeel kan worden ingezet bij de inwoners die de hulp het hardst nodig hebben.

3

4

De verschillende rapportages van de monitor abonnementstarief zijn te raadplegen op: Monitor abonnementstarief (https://www.monitorabonnementstarief.nl/) Raadsmededeling 2022-71

7

2. Ontwikkelingen hulp bij het huishouden 2.1

Aantallen

8

Aantal cliënten hulp bij het huishouden per 1.000 inwoners Doetinchem

41

50.000 - 100.000 inwoners

29

Achterhoek

37

Nederland

28

In bovenstaande grafiek en tabel is het aantal cliënten hulp bij het huishouden per 1.000 inwoners in beeld gebracht. We hebben het aantal cliënten hulp bij het huishouden in gemeente Doetinchem vergeleken met het aantal cliënten hulp bij het huishouden in gemeenten met5: -

Gemeenten met inwonersgrootteklassen 50.000 – 100.000

-

Gemeenten in de Achterhoek (inclusief gemeente Doetinchem)

-

Alle gemeenten in Nederland

We zien dat in de gemeente Doetinchem in vergelijking met andere gemeenten, relatief veel inwoners per 1.000 inwoners gebruik maken van hulp bij het huishouden. 2.2

Grote stijging aantal cliënten

Het beleid uit het Integraal plan hulp bij het huishouden 2018 e.v. ‘’Huishoudelijke hulp voor alle Doetinchemmers’’ met daarin de algemene voorziening schoonmaakhulp en de invoering van het abonnementstarief hebben gezorgd voor een forse groei van het aantal cliënten dat in Doetinchem gebruikt maakt van deze voorziening. De invoering van het abonnementstarief heeft landelijk gezorgd voor een stijging van de kosten Wmo en dan vooral door een forse toename van het aantal cliënten dat gebruik maakt van hulp bij het huishouden. In Doetinchem zien we deze ontwikkeling ook en wordt deze versterkt door ons aanbod van de algemene voorziening schoonmaakhulp. Dit verklaart waarom Doetinchem ten opzichte van de Achterhoek, gemeenten met ongeveer hetzelfde aantal inwoners en Nederland hoger uitkomt. In de tabel hieronder is de cumulatieve toename van inzetten hulp in procenten weergegeven. Met name vanaf 2019 neemt de vraag sterk toe.

2.3

(Dubbele) vergrijzing en ontwikkelingen in zorg en ondersteuning

Onze samenleving verandert. Inwoners die voorheen in een verzorgingshuis gingen wonen, blijven nu langer zelfstandig wonen in de wijk. Dat leidt tot grote vraagstukken op het gebied van zorg en ondersteuning, waaronder hulp bij het huishouden.

Bron: Gemeentelijke monitor sociaal domein van Waarstaatjegemeente.nl https://www.waarstaatjegemeente.nl/viewer?workspace_guid=f5dfe9a5-c6d6-4f4bhttps://www. waarstaatjegemeente.nl/viewer?workspace_guid=f5dfe9a5-c6d6-4f4b-aa4d-80f9c1efa7f6aa4d-80f9c1efa7f6 5

9

Langer thuis en bewust ouder worden Recent is de Visie op wonen en zorg ‘Umkieken naor’ in gemeente Doetinchem vastgesteld. De belangrijkste opgave opgenomen in deze visie is: “versterken van het bewust en verstandig ouder worden om langer thuis te kunnen blijven of om tijdig andere woonkeuzes te maken”. We werken eraan dat inwoners zich tijdig kunnen voorbereiden op toekomstige zorgvragen en hun netwerk kunnen versterken. Daarnaast moedigen we aan te anticiperen op de veranderende woonsituatie door andere vormen van zorg en ondersteuning en (digitale) oplossingen. Samen met ouderenorganisaties, maatschappelijke organisaties en andere partijen hebben we een rol om dit bewustzijn systematisch te versterken en samen te werken aan andere vormen van zorg en ondersteuning. Doetinchem vergrijst In de Visie op wonen en zorg ‘Umkieken naor’ is geschetst hoe de dubbele vergrijzing en zorgvraag zich komende jaren ontwikkelt. We kennen in Doetinchem een sterke (dubbele) vergrijzing, zo blijkt ook uit diverse onderzoeken, waaronder het Regiobeeld Achterhoek 20236 en de Achterhoek Monitor editie 2024/257. Het aantal ouderen, en dan met name het aantal oudere ouderen (dubbele vergrijzing), neemt sterk toe in de gemeente Doetinchem. Van de huishoudens in de gemeente Doetinchem is 32% 65-plus. Naar de toekomst daalt het aantal jongeren en groeit het aantal ouderen verder.

Daarbij speelt dubbele vergrijzing een rol: het aantal oudere ouderen (75+) groeit extra snel in de kernen. Ook komen er steeds meer kleine huishoudens van een of twee personen. Tegelijk is Doetinchem ook een groeigemeente: er vestigen zich meer inwoners dan er inwoners vertrekken. Door de vergrijzende bevolking neemt ook de zorgvraag (zoals hulpmiddelen, hulp bij het huishouden, collectief aanvullend vervoer en begeleiding aan huis) bij gemeenten toe. Het aantal mensen dat hulp vanuit de Wmo nodig heeft, neemt bij onveranderd Rijksbeleid dus ook toe. Naast een stijgende zorgvraag, stijgen ook de zorgkosten door inflatie en cao-stijgingen.

6

7

Regiobeeld Achterhoek 2023 https://8rhk.nl/wp-content/uploads/2025/01/Regiobeeld-Achterhoek-2023-def.pdf Achterhoek Monitor editie 2024/25 https://www.achterhoekmonitor.nl/Achterhoek-Monitor-2024-25.pdf

10

Regiobeeld Achterhoek ‘’Dubbele vergrijzing: Door de toenemende (dubbele) vergrijzing hebben in de toekomst steeds meer inwoners van de Achterhoek een chronische aandoening, vaak zelfs meerdere tegelijk. De groep kwetsbare ouderen, ten gevolge van bijvoorbeeld dementie, neemt toe. Dit heeft grote impact op de volksgezondheid en de zorg. Doordat veel ouderen alleen wonen zullen ook sociale problemen zoals eenzaamheid toenemen.’’ Regiobeeld Achterhoek 2023, p. 6 (Regiobeeld Achterhoek 2023) ‘’De Achterhoekse bevolking bestaat uit relatief veel ouderen. Sinds 2007 was de toename van het aantal ouderen (75+) en de afname van de groep 25 tot 50-jarigen in de Achterhoek sterker dan gemiddeld in Nederland. De groep 50-75-jarigen is daarentegen in de Achterhoek relatief groot. Het percentage inwoners van 65 jaar en ouder stijgt van 25,0% in 2023, naar 32,9% in 2040. In 2040 is o.b.v. de prognose 22% van de bevolking tussen 65 en 80 jaar oud; 11% is dan 80 jaar of ouder. Absoluut stijgt het aantal 65+-ers van 74.470 in 2023 naar 94.020 in 2040; een toename van 19.550 personen Regiobeeld Achterhoek 2023, p. 12 (Regiobeeld Achterhoek 2023) Achterhoek Monitor ‘’Het proces van vergrijzing voltrekt zich in de Achterhoek in hoger tempo dan op landelijk niveau. In 2024 is in de Achterhoek het aandeel 65-plussers opgelopen naar 25 procent, terwijl dit in 2007 nog 16 procent was.

Landelijk is in 2024 zo’n 21 procent van de bevolking 65 jaar of ouder, in 2007 was dit 15 procent. Tegelijk zien we dat het aantal en aandeel jongeren afneemt.’’ Achterhoek Monitor Editie 2024/25, p. 75 (Achterhoek-Monitor-2024-25.pdf) ‘’De verwachting is dat de vergrijzing zal blijven toenemen. Als we afgaan op de landelijke lange-termijn bevolkingsprognoses van het CBS, betrouwbare regionale prognoses zijn niet beschikbaar, dan blijkt dat in 2030 23 procent van de inwoners in Nederland 65 jaar of ouder zal zijn. Het aandeel van deze groep loopt vervolgens geleidelijk op tot ruim 24 procent in 2050. Voor de nog langere termijn wordt in 2070 een aandeel van 26 procent geraamd. Deze verandering van de leeftijdsstructuur van de bevolking, minder jongeren en een hoger aantal ouderen in de pensioengerechtigde leeftijd, heeft onder andere als belangrijke gevolgen voor de arbeidsmarkt; het aanwezige arbeidspotentieel zal verder verkleinen.’’ Achterhoek Monitor Editie 2024/25, p. 81 (Achterhoek-Monitor-2024-25.pdf)

Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt is en blijft hoog in ons land, zeker in de zorg. De beroepsklasse ‘Zorg en welzijn’ wordt in zowel 2023 als 2024 als ‘zeer krap’ aangemerkt.8 Om de balans te houden tussen de stijgende zorgvraag en het afnemend aantal werknemers in de zorg, is het belangrijk om anders en slimmer te organiseren. Preventie en gezondheidsbevordering zijn daarin cruciaal. Daarbij is het ook belangrijk dat er gekeken wordt naar ontwikkelingen op technische innovaties en hoe deze ingezet kunnen worden. We stimuleren hiervoor ook samenwerking tussen aanbieders onderling. Op deze manier kunnen aanbieders kennisdelen over ingezette technologische ontwikkelingen.

8

Achterhoek Monitor Editie 2024/25, p. 64 (Achterhoek-Monitor-2024-25.pdf) https://www.achterhoekmonitor.nl/Achterhoek-Monitor-2024-25.pdf

11

2.4

Eigen bijdrage

Tot en met 2026 is het huidige abonnementstarief nog van kracht Bij de start van het beleid in 2018 was er nog sprake van verschillende kostprijzen voor de inwoners. Met de invoering van het abonnementstarief met ingang van 1 januari 2019 zijn deze verschillende kostprijzen afgeschaft en vervangen door het landelijk geldende abonnementstarief. Met ingang van 1 januari 2025 bedraagt de hoogte van het abonnementstarief maximaal € 21,- per maand, ongeacht inkomen of vermogen. Het abonnementstarief geldt zowel voor de algemene voorziening schoonmaakhulp als de maatwerkvoorzieningen. Invoering inkomens- en vermogensafhankelijk eigen bijdrage Afgelopen jaren is er veel gesproken over de aanzuigende werking van het abonnementstarief en de herinvoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. In maart 2025 heeft de Staatssecretaris voor Langdurige en Maatschappelijke zorg het wetsvoorstel voor de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo naar de Tweede Kamer gestuurd. Als de wet van kracht wordt komt er een einde aan het abonnementstarief. Bij goedkeuring door het Tweede en Eerste Kamer kan het wetsvoorstel per 1 januari 2027 ingaan.

De inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage is een van de belangrijkste maatregelen om de gemeentelijke Wmo-dienstverlening beschikbaar te houden voor inwoners die hulp en ondersteuning het hardst nodig hebben en niet vanuit ‘eigen kracht’ kunnen organiseren9. De inkomensafhankelijk eigen bijdrage wordt ook van toepassing op algemene voorzieningen met een duurzame hulpverleningsrelatie (wat aan de orde is bij hulp bij het huishouden). Echter is de uitwerking en daarmee het effect van het invoeren van de eigen bijdrage bij de algemene voorziening of maatwerkvoorziening wel verschillend. De algemene voorziening moet, ondanks de eigen bijdrage, het laagdrempelige karakter behouden. De eigen bijdrage mag niet hoger zijn dan de kostprijs en de eigen bijdrage moet financieel passend zijn voor de groep cliënten die gebruik maken van de algemene voorziening. Om zo veel mogelijk effect van de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage te bereiken, is de algemene voorziening niet (meer) het meest passende systeem.

9 10

Voorgesteld wordt om de eigen bijdrage te maximeren op €328,- per maand. Memorie van toelichting wetsvoorstel: Wet vervanging abonnementstarief Wmo 2015

12

3. Hulp bij het huishouden in het licht van het integraal beleidskader sociaal domein Samen groeien, gewoon doen In het “Integraal beleidskader sociaal domein 2024-2036 Samen groeien, gewoon doen” zijn onze ambities en beleidskeuzes voor het sociaal domein vastgelegd. Dat doen we aan de hand van vijf bouwstenen en vier sociale opgaven. Het beleid en de uitvoering, zo ook voor hulp bij het huishouden, moeten in lijn zijn met de aanpak zoals in het integraal beleidskader sociaal domein verwoord. De huidige constructie, met een heel laagdrempelige algemene voorziening schoonmaakhulp, kent een sterke aanzuigende werking naar professionele ondersteuning en stimuleert onvoldoende de zelf- en samenredzaamheid en de inzet van het sociaal netwerk.

13

Samen groeien, gewoon doen Samen groeien, gewoon doen betekent voor ons het gewone leven centraal stellen en doen wat nodig is. Dat is de visie achter ons beleid voor het sociaal domen. Mensen komen het meest tot hun recht wanneer ze eigen regie ervaren en mee kunnen doen in de samenleving. We kiezen ervoor om het gewone leven centraal te stellen, waarbij mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun leven en zoveel mogelijk zelf de regie hebben en houden. We rekenen op de zelf- en samenredzaamheid van een inclusieve samenleving waarin zo veel mogelijk mensen meedoen, waarin ze zich thuis voelen en waarin ze zich kunnen ontplooien. Soms gaat het (tijdelijk) even minder en is er meer nodig. Dan kijken we wat iemand wél kan. We kiezen als vertrekpunt dat een hulpvraag niet altijd een probleem is waar een zorg- of ondersteuningstraject bij hoort. Professionele ondersteuning is altijd aanvullend en waar mogelijk tijdelijk. Veel dingen die we meemaken, horen bij het normale leven. Onze aanpak is gericht op het versterken van veerkracht. Indien mogelijk lossen we samen de problemen op en versterken zo de eigen kracht. Wanneer dat niet mogelijk is, zetten we in op het accepteren van en het leren omgaan met de situatie. We investeren in het sociaal netwerk of het opbouwen daarvan. Daarmee vergroten we de veerkracht en zorgen we dat iedereen deel blijft uitmaken van onze samenleving.

Een kleine groep inwoners heeft ondersteuning nodig. Het doel is om deze ondersteuning zodanig te bieden dat mensen zo zelfstandig mogelijk, met grip op het eigen leven, kunnen deelnemen aan de samenleving. Dus niet ‘zorgen voor’, maar ‘zorgen dat het zelf lukt’. Geen ‘Ik heb recht op…’, maar ‘Wat heb ik nodig?’ We kijken naar wat iemand écht nodig heeft.’’

Onze bouwstenen voor een sociaal en veerkrachtig Doetinchem De bouwstenen laten zien wat we belangrijk vinden, waar we voor staan en hoe we te werk gaan. Op basis van deze bouwstenen wordt richting gegeven aan beleid en uitvoering binnen het sociaal domein. Aan de hand van deze bouwstenen geven we vorm aan een sociaal en veerkrachtig Doetinchem. In beleid en uitvoering, zo ook voor hulp bij het huishouden, staan de eigen kracht en het sociaal netwerk van de inwoner centraal. We werken in de gemeente Doetinchem met de volgende vijf bouwstenen: 1. Inwoner centraal 2. Veerkracht 3. Preventie

Veerkracht

Vertrouwen

Inwoner centraal

4. Perspectief 5. Vertrouwen

Perspectief

Preventie

Inwoner centraal We kiezen voor een aanpak waarin de inwoner centraal staat. De hulpvraag wordt integraal en breed benaderd. De medewerker van Buurtplein bekijkt welke ondersteuning het beste past. Kan er bijvoorbeeld nog gewerkt worden aan het verbeteren van de gezondheid, eigen kracht of sociaal netwerk, dan zal hier op worden ingezet. Daarnaast wordt de vraag achter de vraag goed onderzocht. “Waarmee is de inwoner nou écht geholpen?” Daarbij staat niet de wet of de voorziening centraal, maar vormt het dagelijks leven van de inwoner het uitgangspunt.

14

Veerkracht Onze aanpak in het sociaal domein is gericht op het versterken van veerkracht. Veerkracht is het vermogen om te gaan met uitdagingen en onverwachte gebeurtenissen. Het gaat om het vermogen van mensen om zoveel mogelijk eigen regie te voeren. In het kader van hulp bij het huishouden betekent dit dat we rekenen op de zelf- en samenredzaamheid van een inclusieve samenleving waarin zo veel mogelijk mensen meedoen. We gaan ervan uit dat inwoners verantwoordelijk zijn voor hun eigen leven en zoveel mogelijk zelf de regie houden. Ook wanneer ze (gedeeltelijk) afhankelijk zijn van ondersteuning. Mensen komen immers het meest tot hun recht wanneer ze eigen regie ervaren en kunnen meedoen in de samenleving. Bij een hulpvraag, zoals bij hulp bij het huishouden, kijken we eerst naar (het versterken van) de eigen kracht en/of het sociaal netwerk. Uiteraard zullen niet alle hulpvragen hiermee geheel beantwoord kunnen worden. Dan kijken we naar wat iemand écht nodig heeft en passen we maatwerk toe. Perspectief Wij stellen eigenaarschap en ontwikkeling centraal. Onze aanpak is erop gericht dat inwoners perspectief hebben en zelf kunnen beschikken over de mogelijkheden om hun leven in te richten. Samen met de inwoner verkennen we verschillende mogelijkheden die bij kunnen dragen aan (een deel van) de oplossing.

Hierbij is aandacht voor (het verbeteren van) eigen kracht, inzet van sociaal netwerk, inzet van hulpmiddelen en/of kortdurende ondersteuning. De medewerker van Buurtplein bekijkt samen met de inwoner de mogelijkheden om de zelf- en samenredzaamheid te vergroten, eventueel in combinatie met ondersteuning vanuit een aanbieder. Preventie In het kader van preventie wordt bekeken hoe de (zwaardere) zorgvraag voorkomen kan worden. Hierbij kijken we onder andere naar gezondheidsbevordering. Beweging en gezond eten is van belang om langer zelfredzaam te blijven en de ondersteuningsvraag met betrekking tot hulp bij het huishouden uit te stellen of zelfs te verminderen. Wat betreft hulp bij het huishouden wordt waar mogelijk ingezet op herstelgerichte ondersteuning, bijvoorbeeld pilots op basis van beweeginitiatieven. Mensen worden ondersteund om langer zelfredzaam en vitaal te blijven. We kijken ook naar mogelijkheden in het voorliggend veld die de vraag (deels) kunnen beantwoorden. Vertrouwen Werken vanuit vertrouwen betekent allereerst dat we vertrouwen hebben in het oplossend vermogen van onze inwoners zelf. We gaan uit van de eigen kracht en zelfredzaamheid. We hebben vertrouwen in onze professionals. De medewerker van Buurtplein verdiept zich in de omstandigheden en leefwereld van de inwoner en bekijkt wat de best passende oplossing is.

Vanuit hun deskundigheid handelen zij in het belang van de inwoner. Zijn er bijvoorbeeld personen in het netwerk van de inwoner die (een gedeelte van) de werkzaamheden op zouden kunnen pakken? Of is er bijvoorbeeld een thuiswonende partner en/of kinderen waarvan een bijdragen aan het huishouden verwacht mag worden? De medewerker van Buurtplein werkt transparant en legt goed uit voor wie de hulp vanuit de Wmo bedoeld is. Namelijk om inwoners te ondersteunen in hun zelfredzaamheid en participatie die niet of onvoldoende in staat zijn om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociaal netwerk. Het is belangrijk om hier kritisch naar te kijken, in verband met de eerdergenoemde eigen regie van de inwoner, maar ook zodat de zorg beschikbaar en toegankelijk blijft voor de inwoners die dat het hardst nodig hebben.

15

4. Doelstellingen hulp bij het huishouden: de basis op orde Zoals eerder beschreven kiezen wij ervoor om het gewone leven centraal stellen, waarbij mensen zelf verantwoordelijk zijn voor hun leven en zoveel mogelijk zelf de regie hebben en houden. We rekenen op de zelf- en samenredzaamheid van een inclusieve samenleving waarin zo veel mogelijk mensen gewoon meedoen, waarin mensen zich thuis voelen en waarin ze zich kunnen ontplooien. Gezien op onze ervaringen en de ontwikkelingen van de afgelopen jaren, de grote opgaven zoals de toenemende vraag naar hulp en de arbeidsmarktkrapte en onze visie op het sociaal domein, hebben we de volgende doelen geformuleerd voor de hulp bij het huishouden: 1. Hulp bij het huishouden toegankelijk en beschikbaar houden voor inwoners die dit echt nodig hebben We willen kwalitatief goede hulp beschikbaar houden voor inwoners die dit nodig hebben. Dit is een grote uitdaging door de toenemende vraag naar hulp en de schaarste van professionals die de hulp kunnen leveren. Door meer grip kan het gemeentelijke beleid stringenter uitgevoerd worden met veel focus op zelf- en samenredzaamheid conform het integraal beleidskader sociaal domein. Door toegang bij Buurtplein te beleggen, hebben we meer zicht op in-, door- en uitstroom en regie op eventuele wachtlijsten.

Daarnaast kunnen sneller beleidskeuzes gemaakt worden wanneer dat nodig is, binnen de wettelijke kaders. 2. We stellen het gewone leven centraal Door de toegang bij Buurtplein te beleggen, hebben we meer grip, zicht en sturing op de instroom. Het is van belang dat de hulp toegankelijk blijft voor degene die dat het hardst nodig hebben. We zetten hiervoor de inwoner centraal en bekijken wat de meest passende hulp is. Als er professionele hulp nodig is, kijken we kritisch naar hoeveel er dan nodig is. Dat doen we op basis van gemeentelijk beleid dat Buurtplein uitvoert. Wanneer nodig, kan bij de toegang door Buurtplein sneller geschakeld worden en/of maatregelen genomen worden.

16

3. Grip op toegang Om invloed te hebben op de instroom hulp bij het huishouden, is grip op de toegang essentieel. Door de toegang te beleggen bij Buurtplein voorkomen we dat aanbieders verantwoordelijkheid zijn voor de toeleiding van inwoners naar hulp die zij vervolgens zelf gaan leveren. Daarnaast wordt er niet meer enkel een lichte toets gedaan, maar een volledig onderzoek. 4. Financieel houdbaar en betaalbaar systeem hulp bij het huishouden Door de toegang bij Buurtplein te beleggen, wordt er per casus kritisch en volgens het gemeentelijke beleid gekeken naar de eigen mogelijkheden en maximale ureninzet. Aanbieders worden nu betaald voor de toegang, maar dat stopt wanneer de algemene voorziening schoonmaakhulp stopt. Buurtplein legt bij de toets de focus op zelf- en samenredzaamheid. We gaan ervan uit dat de toets door Buurtplein en het (her)invoeren van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage gaan zorgen voor een verhoogde drempel en dus minder instroom in de hulp bij het huishouden. De algemene voorziening schoonmaakhulp is een anders georganiseerde algemene voorziening als bijvoorbeeld de algemene voorzieningen voor (arbeidsmatige) dagbesteding en participatie, die veelal op basis van een vooraf vastgesteld budget (zoals subsidie) werken. Daarnaast wordt een algemene voorziening vaak ingezet met als doel de inzet van maatwerk te vervangen/uit te stellen.

Bij de algemene voorziening schoonmaakhulp ontvangen mensen dezelfde hulp als bij maatwerkvoorzieningen en de gemeente bekostigt dit op basis van gemaakte uren door de aanbieder (PxQ). Dit stringentere beleid is ook nodig om de vastgestelde beheersmaatregelen op hulp bij het huishouden te behalen. In het kader van de beheersmaatregelen sociaal domein zit er ook een taakstelling op hulp bij het huishouden. Met de huidige constructie is het niet mogelijk deze taakstelling te halen zoals beoogd. Daarom is kritisch gekeken naar de huidige constructie. Conclusie is dat het huidige systeem niet (meer) houdbaar is. Om invloed te hebben op de instroom hulp bij het huishouden is grip op de toegang een vereiste. 5. Borgen van de uitvoerbaarheid voor Buurtplein Om de uitvoerbaarheid van Buurtplein te borgen is Buurtplein betrokken en heeft meegedacht over een meer toekomstbestendige inrichting van de hulp bij het huishouden. Bij Buurtplein is er draagvlak voor de voorgestelde nieuwe inrichting, omdat zij afgelopen periode ook hebben ervaren dat het wenselijk is om meer grip en sturing te hebben op de instroom. Met het afschaffen van de algemene voorziening schoonmaakhulp zal er een verschuiving plaatsvinden naar maatwerkvoorzieningen. De invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanaf 1 januari 2027 zal de instroom remmen.

De grotere werklast en daarmee de extra benodigde capaciteit voor Buurtplein zijn meegenomen bij de uitvoerbaarheid van de beleidswijziging. 6. Ruimte voor innovatie en doorontwikkeling Doordat de toegang weer bij Buurtplein ligt, biedt dit ontwikkelmogelijkheden in het voorliggend veld. Denk aan beweeginitiatieven. Niet alleen nu tijdens de aanbesteding, maar ook tijdens het contract, willen we de toegang met betrekking tot de hulp bij het huishouden blijven ontwikkelen. Het is belangrijk dat we wendbaar blijven om te anticiperen op veranderende behoefte, wettelijke kaders en maatschappelijke ontwikkelingen. We stimuleren aanbieders om na te denken over innovaties in het werk en verbetering van werkprocessen.

17

5. Onze keuzes hulp bij het huishouden: de basis op orde 1. We richten de hulp bij het huishouden in als maatwerkvoorziening en beleggen de toegang volledig bij Buurtplein Door de toegang te beleggen bij Buurtplein, geldt voor elke inwoner dezelfde maatwerktoets. We kijken goed welke hulp passend is, kijken of voorliggende voorzieningen aan de orde zijn en onderzoeken de mogelijkheden in het voorliggend veld, eigen kracht en sociaal netwerk van de inwoner worden onderzocht. Bij risico op wachtlijsten kunnen we snel bijsturen. Nu kan de situatie zich voordoen dat inwoners met een relatief lichtere hulpvraag eerder hulp ontvangen dan iemand die voor maatwerk getoetst wordt. Dit is vooral in de situatie van schaarste bij plekken onwenselijk. Buurtplein houdt de ruimte om waar mogelijk de toegang naar eigen inzicht in te richten. We vertrouwen hierbij op de expertise van Buurtplein. 2. We hanteren het normenkader huishoudelijke ondersteuning om ondersteuning op maat toe te kennen. We gebruiken het normenkader11 om hulp op maat te bieden. Het normenkader is een hulpmiddel voor de consulenten om de passende (uren)inzet van zorg te bepalen. Het normenkader gaat uit van een ‘gemiddelde cliëntsituatie’, maar wordt wel toegespitst op de individuele situatie van de inwoner.

Zo is het mogelijk dat de inwoner minder uren/minuten aan hulp ontvangt, omdat er nog mogelijkheden denkbaar zijn in de eigen kracht en/of sociaal netwerk van de inwoner. Anderzijds is het ook mogelijk dat de inwoner meer hulp nodig heeft. Deze extra inzet kan dan opgeteld worden bij het normenkader. We kijken naar wat iemand écht nodig heeft. We gaan voor maatwerk.

11

Normenkader Huishoudelijke Ondersteuning 2025 - bureau HHM https://www.hhm.nl/werk/handreiking-normenkader-huishoudelijke-ondersteuning/

18

3. We stellen de inwoner centraal en zetten hierbij in op eigen kracht, zelf- en samenredzaamheid. In lijn met het integraal beleidskader sociaal domein staat niet de wet of voorziening centraal, maar de inwoner. We bekijken wat de meest passende oplossing is voor de inwoner, vanuit de situatie van de inwoner. Hierbij wordt rekening gehouden met de eigen kracht van de inwoner en/of het netwerk. Waar mogelijk wordt de inwoner ondersteund bij (het vergroten van) de eigen kracht of het netwerk. We kijken naar de brede vraag van de inwoner, in plaats van enkel het verzoek om een maatwerkvoorziening. Wij zijn ervan overtuigd dat inwoners het meest geholpen zijn als ze zelf hun ondersteuningsvragen kunnen oplossen met eigen kracht, in plaats van het overnemen van deze activiteiten. Dit laat onverlet dat de inwoners die de hulp echt nodig hebben, deze ontvangen. 4. We sluiten ons aan bij de regionale samenwerking voor inkoop en contract- en leveranciersmanagement voor hulp bij het huishouden Er is een passende regionale structuur voor inkoop en contract- en leveranciersmanagement voor Wmo hulp bij het huishouden. In de Achterhoek kopen vijf Achterhoekse gemeenten (Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Oost Gelre en Winterswijk) gezamenlijk hulp bij het huishouden in op basis een open house constructie. Gemeente Doetinchem kan zich hierbij aansluiten.

De aanbieder sluit met elke gemeente afzonderlijk een overeenkomst. Binnen deze regionale samenwerking is ruimte voor lokale invulling. Het voordeel van een gezamenlijk contract is dat alles centraal wordt georganiseerd. Het contractbeheer wordt verdeeld over de gemeenten en de tarieven worden jaarlijks opnieuw bepaald, waarmee wordt voldaan het vereiste van een reëel tarief12. Dit biedt ook een duidelijke visie op indexatieafspraken. Daarnaast draagt regionale samenwerking bij aan een uniforme werkwijze voor de aanbieders hulp bij het huishouden die actief zijn in de samenwerkende Achterhoekse gemeenten.

12

Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) reële prijs Wmo 2015.

19

6. Aan de slag Voorbereidingen en implementatie Deze beleidswijzigingen vragen om zorgvuldige implementatie. De huidige contractafspraken lopen tot en met 31 december 2025. Het nieuwe beleid en de bijbehorende inrichting starten op 1 januari 2026. De tweede helft van 2025 gebruiken we voor de voorbereidingen. We sluiten aan bij de regionale samenwerking voor inkoop en contract- en leveranciersmanagement voor hulp bij het huishouden. In de tweede helft van 2025 doorlopen we een inkooptraject om te komen tot passende inkoopafspraken met ingang van 1 januari 2026. Ook huidige aanbieders kunnen hieraan deelnemen. We gaan de volgende maatwerkvoorzieningen inkopen, contracteren en inrichten: Hulp bij het huishouden 1. HH1 (huishoudelijke werkzaamheden) 2. HH2 (organisatie van het huishouden) 3. Combinatie-ondersteuning

Zorgvuldige overgang De overgang naar de nieuwe situatie vraagt zorgvuldigheid. Het nieuwe beleid kan gevolgen hebben voor inwoners die op dit moment aanspraak maken op hulp bij het huishouden. Het is belangrijk om inwoners tijdig te informeren en, afhankelijk van de omstandigheden, de gelegenheid te bieden om zich voor te bereiden op de nieuwe situatie. Overgangsregeling Als sprake is van een wijziging in de situatie van de inwoner moeten en willen we een redelijke en passende overgangstermijn in acht nemen, zodat we inwoners voldoende tijd geven om zich aan te passen aan de nieuwe situatie. Daarnaast biedt het de gemeente en Buurtplein de mogelijkheid om de overgang, waaronder de herbeoordelingen en administratieve processen, zorgvuldig uit te voeren. 2026 is een

20

overgangsjaar. Een overgangstermijn van een jaar geldt als een redelijke en passende overgangsperiode. Daarbij wordt op deze manier ook voorkomen dat we lange tijd met twee verschillende systemen moeten werken. Onder het nieuwe beleid blijven maatwerkvoorzieningen hulp bij het huishouden beschikbaar. De belangrijkste beleidswijziging is dat we stoppen met de algemene voorziening schoonmaakhulp. Dit betekent dat er per 1 januari 2027 geen inwoners meer zijn die hulp ontvangen via de algemene voorziening schoonmaakhulp, maar hulp bij het huishouden alleen toegankelijk is via de maatwerkvoorziening. Onder het nieuwe beleid krijgen alle cliënten een beschikking. -

Nieuwe cliënten vanaf 1 januari 2026 vallen onder het nieuwe beleid. Voor deze aanvragen geldt dat er geen algemene voorziening schoonmaakhulp beschikbaar is en alleen een aanvraag gedaan kan worden voor een maatwerkvoorziening.

-

Voor cliënten die aanspraak maken op een maatwerkvoorziening ondersteuning thuis geldt dat zij hulp bij het huishouden blijven ontvangen tot de einddatum van de lopende indicatie.

-

Voor bestaande cliënten waarbij de algemene voorziening schoonmaakhulp binnen het overgangsjaar 2026 afloopt geldt dat bij een herindicatie het nieuwe beleid van toepassing is en dat er geen aanspraak meer gedaan kan worden op de algemene voorziening schoonmaakhulp.

-

Voor bestaande cliënten met een algemene voorziening schoonmaakhulp waarbij de einddatum ligt op 1 januari 2027 of verder, geldt dat voor 31 december 2026 beoordeeld wordt of zij in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden op basis van het nieuwe beleid.

Na besluitvorming over het nieuwe beleid gaan we communiceren over de veranderingen. Cliënten waarbij iets verandert in de situatie worden tijdig en actief geïnformeerd met een brief en/of persoonlijk contact. Verordening aanpassen In de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Doetinchem 2024 is het toegangsproces beschreven en stelt de gemeenteraad vast welke voorzieningen beschikbaar zijn. Door de nieuwe beleidskeuzes en de bijbehorende nieuwe inrichting voor hulp bij het huishouden moet de verordening worden aangepast. Dat gaat het onder andere om het aanpassen van de voorzieningen en het verankeren van de overgangsregeling. Eind 2025 wordt een voorstel voor een geactualiseerde verordening ter besluitvorming voorgelegd aan de gemeenteraad.

21

7. Financiën Financiële vooruitzichten Bij het voortzetten van het huidige beleid verwachten we op basis van de huidige zorgvraag voor 2026 een tekort van circa € -500.000. Met de herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanaf 2027 worden alle gemeenten van Rijkswege financieel gekort via een zogenaamde taakmutatie. Voor Doetinchem verwachten we een korting tussen de € 500.000 en € 700.000. Mogelijk geeft de mei- of septembercirculaire 2025 hierover duidelijkheid. Deze korting kan door de gemeenten enerzijds worden opvangen door de hogere inkomsten vanuit de inkomensafhankelijke eigen bijdrage, anderzijds verwachten we dat deze korting kan worden opgevangen vanuit een lagere instoom van cliënten. Hierdoor verwachten we dat in 2026 het tekort en het effect van de het nieuwe beleid elkaar nagenoeg opheffen. Na 2027 wordt een positief financieel effect verwacht.

Belang van grip op financiën Om deze financiële ontwikkelingen te kunnen opvangen is het van belang om voldoende grip en daarmee sturing te hebben op de in-, uit- en doorstroom. Dit zeker gelet op hetgeen zichtbaar is geworden bij het wachtlijstbeheer, maar ook de te verwachten demografische ontwikkeling van onze inwoners. Nieuw beleid en financiële houdbaarheid Met het voorgestelde nieuwe beleid wordt de toegang tot hulp bij het huishouden volledig bij het Buurtplein belegd. De medewerker van het Buurtplein beoordeelt of hulp bij het huishouden passend is of dat er nog mogelijkheden zijn binnen de eigen kracht en het sociaal netwerk. Er wordt maatwerk geboden op basis van een uniforme en professionele toets, dit in tegenstelling tot de marginale lichte toets, uitgevoerd door de aanbieder, bij de huidige algemene voorziening schoonmaakhulp. De professionele toets is helpend om de financiële uitdagingen het hoofd te bieden en te zorgen dat het schaarse budget en personeel worden ingezet bij de inwoners die de hulp het hardst nodig hebben.

Verwachting financieel effect Met het nieuwe beleid, de afschaffing van de algemene voorziening schoonmaakhulp en de verschuiving van toegang naar Buurtplein, is een doorrekening gemaakt waarbij we verwachten in 2026 circa € 400.000 - € 500.000 te besparen door de uniforme toetsing volledig te beleggen bij het Buurtplein en daarmee te zorgen voor passend maatwerk. Voor de jaren na 2027 verwachten we dat het financieel effect zich verder positief zal ontwikkelen omdat ons nieuwe beleid zal worden versterkt door de invoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage vanaf 2027. Dit is ook noodzakelijk omdat zoals hiervoor reeds vermeld alle gemeenten worden gekort van Rijkswege voor deze herinvoering van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage. We gaan er vooralsnog vanuit dat de korting kan worden opgevangen met het positief resultaat van het ingezette nieuwe beleid. Hierbij is besparing niet enkel het doel, maar is financiële houdbaarheid het uitgangspunt.

22

8. Doorontwikkeling De nieuwe inrichting van de toegang tot hulp bij het huishouden, biedt mogelijkheden om het voorliggend veld te versterken. We kijken naar voorbeelden en initiatieven elders in de regio en in het land. Ook willen we succesvolle elementen van het huidige contract behouden. Vitaliteit behouden en versterken We willen inwoners zoveel mogelijk in hun eigen kracht zetten waarbij ze zelf de regie hebben en houden Zelfstandig thuiswonende ouderen met een hulpvraag willen we een passend aanbod bieden, gericht op vitaliteit en eigen kracht. Hierbij kan gedacht worden aan herstelgerichte ondersteuning en/of beweeginitiatieven. Beweeginitiatieven verbeteren het welzijn en de gezondheid van de inwoner. Hierdoor wordt de eigen kracht verstrekt. Als zij vitaal zijn en over voldoende eigen kracht beschikken draagt dit er ook aan bij dat inwoners minder snel aanspraak hoeven te maken op maatwerkvoorzieningen. Daarnaast brengen beweeginitiatieven ook sociaal contact op gang. Er zijn verschillende initiatieven voor het behouden en versterken van de vitaliteit waar we naar gaan kijken, zoals: Powerful ageing Met herstelgerichte ondersteuning doorlopen inwoners een traject waarmee ze werken aan hun fysieke conditie en (herstel van) zelfredzaamheid. Het zo lang mogelijk uitvoeren van taken in het huishouden helpt om langer fit en zelfstandig te blijven.

Pro muscle Bij Pro muslce werken inwoners aan het verbeteren van de spierkracht door bewegen en voedingsadvies. Inwoners worden hierdoor fitter. Vitality Clubs Vitality clubs zijn laagdrempelige en effectieve beweegclubs voor ouderen in hun eigen buurt en wijk. Onderscheidend ten opzichte van andere beweeginitiatieven is dat het zelforganiserende beweegclubs zijn. Het is dus vóór en dóór de deelnemers (ouderen) zelf. Combinatie-ondersteuning In gemeente Doetinchem hebben we momenteel over een unieke voorziening: combinatie-ondersteuning. Deze voorziening zit momenteel niet in het regionale contract, maar willen we wel graag behouden. Het regionale contract biedt de mogelijkheid om deze voorziening aan het Doetinchemse inkoopperceel toe te voegen. De maatwerkvoorziening combinatie-ondersteuning biedt hulp bij het huishouden, maar ook een vorm van (lichte) individuele begeleiding. We zien regelmatig situaties waarbij de reguliere indicatie voor hulp bij het huishouden (net) niet toereikend is. En waar naast ondersteuning bij huishoudelijke taken ook ondersteuning nodig is bij (lichte) begeleidingstaken op andere leefgebieden en/of cliënten waarbij versterking van de zelfredzaamheid van de cliënt mogelijk is. Denk aan dagelijkse, praktische vaardigheden op het gebied van administratie, wonen en dagelijkse routines.

Deze cliënten komen niet in aanmerking voor een aanvullende indicatie voor Wmomaatwerkbegeleiding of krijgen deze wel waardoor er stapeling van indicaties ontstaat. Daarom gaan we de maatwerkvoorziening combinatie-ondersteuning toevoegen aan ons lokale inkoopperceel.

23

Technologie en innovatie De gemeente Doetinchem is reeds aangesloten bij Technologie en Zorg Academie Achterhoek (TZA). TZA is een netwerk van organisaties binnen zorg, welzijn, overheden en onderwijs. TZA begeleidt actief bij bewustwording, acceptatie, adoptie en implementatie van zorgtechnologie in de praktijk. TZA richt zich daarbij nadrukkelijk op zorgtechnologie die het langer zelfstandig, prettiger en veiliger thuis blijven wonen bevorderen. Het meest aansprekende voorbeeld rondom huishoudelijke taken is het gebruik van robotstofzuiger. Er zijn ook veel andere technologische innovaties die de zelfredzaamheid versterken. We maken op dit moment nog onvoldoende gebruik van de kansen die technologie en innovatie kunnen bieden. Komende periode willen we hier meer op gaan inzetten. We staan open voor innovatieve voorstellen van de aanbieders van hulp bij het huishouden. Bijvoorbeeld voorstellen van nieuwe methodieken of ondersteuningsvormen om de resultaten voor de cliënt te verbeteren of te versnellen. Samenwerking rondom het Meldpunt woningvervuiling en hoarding Het Meldpunt woningvervuiling en hoarding is hét punt in Doetinchem waar iedereen een melding kan doen van (vermoedens van) hoarding en/of ernstige woningvervuiling: inwoners én professionals. Buurtplein voert de regie op de Doetinchemse aanpak woningvervuiling en hoarding.

Bij veel meldingen voor woningvervuiling en hoarding is een brede, integrale aanpak nodig om de leefsituatie van de bewoner weer veilig en gezond te krijgen. Onderdeel hiervan kan zijn de inzet van hulp bij het huishouden en/of ambulante begeleiding. Een goede samenwerking tussen het Meldpunt en de aanbieders hulp bij het huishouden is dan van groot belang. Lokale (maatschappelijke) dialoog Onderdeel van de uitvoeringsagenda’s voor het integraal beleidskader sociaal domein en de meerjarenopdracht 2025-2028 aan Buurtplein is het werken aan de ontwikkelopdracht ‘Het gewone leven centraal’. Dit gaat over het voeren van een maatschappelijke dialoog over normaliseren en het versterken van het gewone leven voor huishoudens en gezinnen en hun netwerk. Ook is onderwerp van gesprek hoe we samen een zorgzame samenleving kunnen vormen. Dit geldt niet alleen voor hulp bij het huishouden, maar voor het gehele sociaal domein. Deze dialoog wordt onder andere ondersteund door (externe) communicatie en een campagne. Doorontwikkeling vergt tijd De opsomming van mogelijkheden tot doorontwikkeling is niet limitatief. We blijven zoeken naar mogelijkheden voor doorontwikkeling en innovatie rondom hulp bij het huishouden.

Zoals innovatieve mogelijkheden om de hulp bij het huishouden toegankelijk en betaalbaar te houden en het versterken van de sociale basis, al dan niet in samenwerking met andere partners of organisaties/(lokale) bedrijven.

24

9. Monitoring en evaluatie De nieuwe beleidswijziging verandert de manier waarop we de hulp bij het huishouden organiseren. We willen dat de voorziening hulp bij het huishouden beschikbaar blijft voor degenen die het echt nodig hebben. Hiervoor is grip op de toegang en beheersing van de financiën nodig. We monitoren en evalueren of de doelstellingen en keuzes uit het nieuwe beleid het gewenste effect hebben en doelen zijn behaald. Dashboard We hebben een dashboard ingericht om inzicht te creëren en data te verzamelen. Met dit dashboard monitoren we de aantallen. Zo kunnen we tussentijds zien of het nieuwe beleid de gewenste uitwerking heeft. Evalueren In dit nieuwe beleid staan verschillende doelstellingen. Na twee jaar evalueren we deze doelstellingen. We willen weten hoe de doelstellingen zijn uitgepakt en hoe inwoners de nieuwe werkwijze ervaren. Hiervoor gebruiken we de bestaande cliëntervaringsonderzoeken. Daarnaast willen wij hierover in gesprek met de cliëntgroepen van de Sociale Raad en voeren we zo mogelijk een extra cliëntervaringsonderzoek uit, gericht op de uitwerking van dit nieuwe beleid.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8206/documents/49911