CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Evaluatierapport Beleidskader sociaal domein 2017-2020.pdf

beeldvormende raad 15 juni 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Evaluatie beleidskader sociaal domein 2017-2022 en Uitgangspunten nieuw beleidskader sociaal domein20.363 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Beleidsevaluatie Sociaal Domein gemeente Doetinchem

In opdracht van gemeente Doetinchem Petra Boluijt, onderzoeker (epidemioloog) Elke Hilderink, onderzoeker (socioloog) Caroline Timmerman-Kok, onderzoeker (epidemioloog)

Warnsveld, mei 2023

Voorwoord Sinds de decentralisaties in het sociaal domein in 2015 is ook de gemeente Doetinchem verantwoordelijk voor de uitvoering van taken op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, participatie en jeugdhulp. Het sociaal domein is daarmee veelomvattend. De gemeente Doetinchem heeft in 2017 de kaders hiervan vastgesteld in het ‘Beleidskader sociaal domein 2017-2020’. In september 2020 is besloten dit beleidskader te ‘verlengen’. Nu wil de gemeente komen tot een nieuw toekomstgericht en integraal beleidskader sociaal domein voor de periode 2023 en verder. Onderdeel van dit traject is een evaluatie van het huidige beleid, zodat uitkomsten hiervan concrete handvatten bieden voor het vervolg. In dit rapport worden deze uitkomsten beschreven en worden aanbevelingen geformuleerd.

Inhoudsopgave 1

2

3 4

Achtergrond en aanleiding onderzoek ................ 2 Beleidskader sociaal domein 2017-2020 ............. 2

Evaluatieonderzoek .......................................4 2.1 2.2

Evaluatievraag ..................................................... 4 Aanpak ................................................................ 4

Samenvatting.................................................5 Resultaten .....................................................9 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9

Kaderpunt 1......................................................... 9 Kaderpunt 2....................................................... 14 Kaderpunt 3....................................................... 18 Kaderpunt 4....................................................... 22 Kaderpunt 5....................................................... 26 Kaderpunt 6....................................................... 28 Kaderpunt 7....................................................... 31 Kaderpunt 9....................................................... 33 Kaderpunt 10..................................................... 35

5

Conclusies ....................................................36

6

Aanbevelingen .............................................40

7 Wij bedanken de deelnemers van de groepsinterviews voor hun bijdragen. Verder bedanken wij de medewerkers van de gemeente Doetinchem voor de fijne samenwerking en hun betrokkenheid bij de evaluatie.

Inleiding .........................................................2 1.1 1.2

Bijlagen ........................................................42 Bijlage 1: Operationalisatie van uitgangspunten en kaderpunten naar onderzoeksvragen .............................. 42 Bijlage 2: Toelichting cliëntervaringsonderzoeken .......... 46 Bijlage 3: Itemlisten groepsinterviews ............................. 47

Wij wensen u veel plezier bij het lezen van dit rapport. Hopelijk bieden de uitkomsten input voor het nieuwe beleidskader.

Warnsveld, mei 2023

Petra Boluijt Elke Hilderink Caroline Timmerman-Kok

1

1 Inleiding

mogelijk en doet zo goed mogelijk mee in de samenleving’.

1.1 Achtergrond en aanleiding onderzoek

Op basis van de kaderdocumenten zijn acht uitgangspunten (visie) vastgesteld (zie tekstblok 1).

Sinds de decentralisaties in het sociaal domein in 2015 is ook de gemeente Doetinchem verantwoordelijk voor de uitvoering van taken op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, participatie en jeugdhulp. Deze vernieuwingen in het sociaal domein zijn ingegeven vanuit de gedachte dat zorg en ondersteuning dichtbij inwoners effectiever en efficiënter kan zijn. Dat meer rekening gehouden kan worden met de behoefte van de inwoner, er beter samengewerkt kan worden met professionele ondersteuners en echt maatwerk mogelijk is. Het sociaal domein is daarmee veelomvattend. De gemeente Doetinchem heeft in 2017 de kaders hiervan vastgesteld in het ‘Beleidskader sociaal domein 2017-2020’. In september 2020 is besloten dit beleidskader te ‘verlengen’. Nu wil de gemeente komen tot een nieuw toekomstgericht en integraal beleidskader sociaal domein voor de periode 2023 en verder. Onderdeel van dit traject is een evaluatie van het huidige beleid, zodat uitkomsten hiervan concrete handvatten bieden voor het vervolg.

In de uitgangspunten wordt nadrukkelijk ruimte geboden voor het principe van ‘positieve gezondheid’ en wordt sterk ingezet op preventie. De mate van zelfredzaamheid van de inwoner bepaalt op welke terreinen hij/zij ondersteuning krijgt; dit vereist dus maatwerk. Het maatwerkprincipe dat de gemeente hanteert, laat zich goed vatten in de combinatie van het model van positieve gezondheid en verschillende soorten preventie (universele, selectieve, geïndiceerde en zorg gerelateerde preventie). In figuur 1 staat schematisch weergegeven hoe het opschalen in maatwerk werkt. In het model staan ook enkele voorbeelden (niet limitatief) genoemd om het onderscheid tussen de diverse ondersteuningsmogelijkheden (en hun relatieve ‘zwaarte’) inzichtelijk te maken. De gele ring bevat zowel laagdrempelige ondersteuning als de formele toegang tot geïndiceerde voorzieningen en zwaardere vormen van ondersteuning.

1.2 Beleidskader sociaal domein 20172020 In het beleidskader sociaal domein Doetinchem (2017-2020) is het hoofddoel van het beleid sociaal domein als volgt geformuleerd door de gemeenteraad: ‘Iedereen functioneert zo zelfstandig

Tekstblok 1: Uitgangspunten (visie) sociaal domein Doetinchem I. II. III. IV. V. VI. VII. VIII.

We gaan uit van de eigen mogelijkheden van onze inwoners en hun omgeving. Voorop staat inzet op preventie. We realiseren laagdrempelige toegang en ondersteuning op maat. We zetten in op één huishouden, één plan, één regisseur. We werken met (regievoering door) buurtcoaches. We zetten in op zinvolle daginvulling voor iedereen. We geven ruimte voor initiatief en innovatie. We blijven binnen de beschikbare budgetten. 2

Figuur 1: Schematische weergave van opschaling maatwerk.

Op basis van ervaring, nieuwe inzichten en onderzoek heeft de gemeente in 2017 tien kaderpunten opgesteld waarbinnen het werken in het sociaal domein vorm gegeven wordt (zie tekstblok 2). Deze kaderpunten bieden ruimte voor verdere optimalisatie van ondersteuning en werkprocessen, geven doelen goed en eenduidig weer en maken duidelijk hoe de gedecentraliseerde taken hun definitieve inbedding vinden in het lokale sociaal domein.

Tekstblok 2: Kaderpunten sociaal domein Doetinchem 1. Daar waar mogelijk heeft een inwoner regie op het eigen leven of wordt hij/zij maximaal in staat gesteld zo veel mogelijk eigen regie te kunnen voeren. 2. Voor iedereen is een zinvolle deelname aan de samenleving mogelijk. 3. We blijven inzetten op vroeg signaleren (aan de voorkant) en preventie. 4. We zoeken samen met inwoners naar ondersteuning gericht op resultaat. 5. We bieden maatwerk afgestemd op de ondersteuningsbehoefte. 6. We zijn eenduidig voor onze inwoners in behandeling, benadering en in doel. 7. We werken integraal (over de verschillende beleidsvelden heen). 8. We hanteren een zo ontschot mogelijk budget, binnen de Doetinchemse begrotingsregels. 9. We borgen de veiligheid van onze inwoners. 10. We werken samen waar dat beter is en waar dat het voor onze inwoners makkelijker maakt.

3

2 Evaluatieonderzoek 2.1 Evaluatievraag Gemeente Doetinchem heeft het Evaluatiebureau Publieke Gezondheid gevraagd om het beleid sociaal domein te evalueren. De volgende onderzoeksvraag staat hierbij centraal: In hoeverre is het hoofddoel van het beleid sociaal domein (Iedereen functioneert zo zelfstandig mogelijk en doet zo goed mogelijk mee in de samenleving) in de gemeente Doetinchem behaald en op welke wijze hebben de geformuleerde uitgangs- en kaderpunten daaraan bijgedragen? In overleg met de gemeente is besloten om uitgangspunt VIII (we blijven binnen de beschikbare budgetten) buiten beschouwing te laten; de gemeente biedt hier zelf inzicht in. Dit onderzoek richt zich dus op de eerste zeven uitgangspunten en de bijbehorende kaderpunten.

2.2 Aanpak De gemeente heeft het Evaluatiebureau Publieke Gezondheid gevraagd om het sociaal beleid op hoofdlijnen te evalueren en om dit onderzoek binnen een kort tijdsbestek uit te voeren. Daarom heeft het Evaluatiebureau samen met de gemeente gezocht naar een pragmatische aanpak, in het besef hiermee niet volledig te kunnen zijn. Voor de evaluatie van het beleid sociaal domein is een combinatie van deskresearch en kwalitatief onderzoek (groepsinterviews) uitgevoerd. Ter voorbereiding van het onderzoek heeft het Evaluatiebureau eerst, in overleg met de opdrachtgever, de uitgangspunten en kaderpunten geoperationaliseerd en vertaald in concrete subdoelen (zie bijlage 1). Vervolgens is bekeken met welke indicatoren deze subdoelen gemeten kunnen worden en welke bronnen hiervoor beschikbaar zijn.

Deskresearch Deskresearch is uitgevoerd aan de hand van beschikbare rapportages en onderzoeken (zoals beleidsdocumenten, clienttevredenheidsonderzoeken en jaarrapportages). De gemeente heeft ruim 100 relevante documenten aangedragen voor de deskresearch. Daarnaast is gebruik gemaakt van gemeentelijke registraties en resultaten van gezondheidsmonitors van de GGD. Vanwege het grote aantal documenten is gezocht naar de meest relevante hoofdlijnen hieruit. Hierbij is steeds afgestemd met de gemeente.

Groepsinterviews Aanvullend op de deskresearch zijn vijf groepsinterviews gehouden. Per groepsinterview werden ongeveer tien personen geïnterviewd. De groepsinterviews zijn gehouden met: • Beleidsmedewerkers gemeente Doetinchem • Vertegenwoordigers van cliëntgroepen • Medewerkers Buurtplein (uitvoeringsorganisatie voor taken in het sociaal domein voor o.m. Wmo en Jeugd) • Medewerkers Laborijn (uitvoeringsorganisatie Participatiewet en de Wsw) • Professionals van een aantal externe uitvoeringsorganisaties Wmo en Jeugd (externe professionals) Aan de hand van semigestructureerde interviews werd dieper ingegaan op ervaringen van betrokkenen, zodat concreet inzicht kon worden verkregen in de praktijk, in succesfactoren, knelpunten en verbetermogelijkheden (bijlage 3). De resultaten van de groepsinterviews zijn mogelijk niet representatief voor de totale doelgroep van uitvoeringspartijen en cliënten.

4

3 Samenvatting In deze samenvatting zijn de belangrijkste bevindingen weergegeven per kaderpunt.

Kaderpunt 1 De meeste inwoners van Doetinchem ervaren voldoende regie en kunnen zichzelf goed redden (al dan niet met hulp vanuit hun sociale netwerk). Er zijn echter ook inwoners die ondersteuning nodig hebben. Een deel daarvan is al goed geholpen met de algemene voorzieningen die de gemeente Doetinchem biedt. De gemeente heeft een breed palet van algemene voorzieningen om inwoners maximaal in staat te stellen eigen regie te voeren. Van deze voorzieningen wordt steeds meer gebruik gemaakt. Voor een deel van inwoners zijn de algemene voorzieningen niet toereikend. Zij ontvangen geïndiceerde ondersteuning. Het gebruik van geïndiceerde ondersteuning in het sociaal domein is in 2021 licht toegenomen ten opzichte van 2017. Deze stijging komt vooral door een toename in het aantal huishoudens met een Wmo-voorziening sinds 2019 en een flinke toename in het aantal huishoudens met een voorziening vanuit de Participatiewet in 2020. De algemene indruk is dat de eigen kracht/regie toeneemt. Hier is ook op ingezet in de afgelopen jaren door allerlei initiatieven zoals het oprichten van de Stadskamer, activiteiten in het kader van ‘Gewoon Gezond Leven’ en meer bekendheid van en verbetering van de samenwerking tussen Buurtplein en Laborijn. Toch zijn er nog steeds groepen die niet of onvoldoende in beeld zijn. Denk aan mensen die de zorg wantrouwen of zich schamen om hulp te vragen.

Maar ook degenen die de Nederlands taal onvoldoende beheersen en de weg onvoldoende weten te vinden in de steeds ingewikkelder wordende samenleving (denk aan mensen met een licht verstandelijke of lichamelijke beperking, mensen met GGZ- of verslavingsproblematiek, mensen met beperkte digitale of

gezondheidsvaardigheden, (demente) ouderen, etc.). Aan deze groepen wordt al wel aandacht gegeven door de inzet van buurtcoaches. Maar wellicht is er meer mogelijk zoals betere afstemming om statushouders toe te leiden naar ondersteuning, meer inzetten op signalering in de wijk/buurt door inwoners of mensen die werkzaam zijn in de wijk. Verder blijkt dat voorzieningen niet altijd bekend zijn bij de doelgroep. Zo gaven clientvertegenwoordigers aan dat wijkcentra/buurthuizen missen waar je zonder hulpvraag terecht kunt. Deze zijn er echter wel: wijkcentra van Buurtplein en het Seniorenontmoetingspunt. Een groot deel van de inwoners van gemeente Doetinchem ervaart dus voldoende regie (al dan niet met het gebruik van ondersteuning). Een klein deel van de inwoners is echter nog onvoldoende geholpen (bijv. omdat ze uit zichzelf geen hulp vragen, niet goed de weg kunnen vinden in de steeds ingewikkelder wordende samenleving of omdat het aanbod niet toereikend of onbekend is).

Kaderpunt 2 Een zinvolle deelname aan de samenleving is voor een groot deel van de inwoners van Doetinchem mogelijk. Hiervoor biedt de gemeente een breed palet van voorzieningen. Zo’n driekwart van de volwassenen en ouderen in de gemeente Doetinchem ervaart dat de dingen die hij/zij doet, belangrijk zijn. Vier op de vijf volwassenen hebben betaald werk. Verder doet 29% van de volwassenen en ouderen vrijwilligerswerk. Veruit de meeste kinderen en jongeren ontvangen onderwijs en/of werken. Een kleine groep is voortijdig schoolverlater (1,8%) en naar schatting 8,6% van de jongeren tussen 15 en 27 jaar heeft geen werk en/of volgt geen onderwijs. Zeven op de 1.000 volwassenen doen een vorm van dagbesteding De gemeente biedt via Laborijn tal van mogelijkheden om te kunnen participeren en zo zinvol deel te nemen aan de samenleving. De dienstverlening van Laborijn lijkt verbeterd te zijn en ook de implementatie van Simpel Switchen draagt bij 5

aan passende participatie. Toch zijn er groepen die nog onvoldoende participeren, zoals mensen met een beperking en mensen die niet uit zichzelf ondersteuning zoeken. Daarnaast geldt voor sommige inwoners dat werken onvoldoende (financieel) loont. Uit deze bevindingen kunnen we afleiden dat een zinvolle deelname aan de samenleving voor een groot deel van de inwoners van Doetinchem mogelijk is. Deze mogelijkheden zijn de afgelopen jaren ook verbeterd. Voor enkele groepen zijn echter nog wel belemmeringen (bijv. mensen met een beperking en mensen die uit zichzelf geen ondersteuning zoeken).

Kaderpunt 3 Er wordt veel georganiseerd op het terrein van vroegsignalering en preventie. Een groot aantal algemene voorzieningen heeft hierin een rol. De gemeente voert hierin de regie, zorgt voor financiële ondersteuning en voor de verbinding tussen de verschillende beleidsterreinen. Met name Buurtplein doet veel op het vlak van vroegsignalering en preventie. In de afgelopen jaren kwam dat door bezuinigingen en de coronapandemie in de knel, maar in 2023 is vroegsignalering en preventie weer één van de kerntaken. Uit de interviews blijkt dat er positieve resultaten zijn ten aanzien van vroegsignalering en preventie, al is dit lastig meetbaar te maken. Initiatieven die de afgelopen jaren zijn opgezet en positieve resultaten laten zien, zijn onder andere: POH Jeugd in de huisartsenpraktijk, Welzijn op Recept, de Stadskamer, betrokkenheid Laborijn bij speciaal onderwijs en nauwere samenwerking tussen Laborijn en Buurtplein. Naast deze positieve resultaten is er op verschillende terreinen nog winst te behalen. Onder andere een betere samenwerking tussen partijen en domeinen, het eerder delen van informatie met Laborijn om escalatie te voorkomen (bijv. bij dreigende huisuitzetting) en inzet op preventie door Laborijn. Daarnaast is belangrijk dat inwoners zich meer bewust worden van de mogelijkheid om oplossingen te zoeken in het eigen netwerk en dat niet voor elke vraag een beroep

wordt gedaan op professionele hulp.

Kaderpunt 4 Door middel van het nieuwe inkoopbeleid wil gemeente Doetinchem meer vrijheid bieden voor inwoners, zorgaanbieders en de gemeente zelf, meer ruimte geven om samen te werken en meer resultaatgericht te werken. In de praktijk werkt dit echter nog niet altijd zoals beoogd. Vanuit Buurtplein en Laborijn wordt er meer ruimte voor creatieve oplossingen ervaren. Bij Laborijn is het wel belangrijk om achteraf deze creatieve oplossingen te verantwoorden. Het helpt in de samenwerking als andere organisaties ook de ruimte krijgen. Niet alle externe professionals voelen deze ruimte, zij voelen eerder de regellast toenemen. Regels die belemmerend werken zijn voornamelijk landelijke regels, zoals de overgang van Jeugdwet naar Wmo bij 18 jaar, inkomensregelingen en verschillende financieringsbronnen waarmee niet makkelijk geschoven kan worden. Voor een deel van de externe professionals werkt het daarnaast belemmerend dat zij ervaren dat er slechts één indicatie afgegeven mag worden. Andere ervaringen van de vernieuwde werkwijze op basis van het nieuwe inkoopbeleid zijn dat Buurtpleiners bepaalde specialistische zorgaanbieders niet altijd goed kunnen vinden en dat een aantal aanbieders naar hun ervaring teveel vanuit een commerciële blik kijken. Die commerciële blik van aanbieders wordt ook door het beleidsteam herkend.

Een deel van de externe professionals is niet tevreden met de nieuwe werkwijze en ervaart het als een administratieve beheerskwestie waarbij het systeem belangrijker is dan de inhoud. Zij hebben het gevoel dat hun expertise er minder toe doet en ervaren een gebrek aan vertrouwen. Normalisatie is altijd het doel van ondersteuning. Er wordt altijd gekeken hoe zorg afgebouwd kan worden en hoe iemand zoveel mogelijk op eigen kracht verder kan. Uit de cliëntervaringsonderzoeken Wmo en Jeugdwet blijken dat de geboden ondersteuning over het algemeen leidt tot resultaat. Ook in het interview met de 6

cliëntvertegenwoordigers komt naar voren dat de ondersteuning vaak gericht is op het zelfstandig verder kunnen. Echter, monitoring en goed kijken naar de ondersteuningsvraag worden hierin gemist.

Kaderpunt 5 De insteek van de gemeente Doetinchem was om middels het nieuwe inkoopbeleid meer vrijheid te creëren voor inwoners, zorgaanbieders en de gemeente zelf, zodat maatwerk beter geboden kan worden en er meer ruimte is om naar de vraagachter-de-vraag te kijken. Zie hiervoor ook de samenvatting van kaderpunt 4. Aanvullend op kaderpunt 4: Laborijn probeert tijdens de screening van de klanten achter de vraag-achter-de-vraag te komen. Medewerkers ervaren echter dat er weinig overzicht is van alle voorzieningen die er zijn. Uit de cliëntervaringsonderzoeken Wmo en Jeugdwet blijkt dat cliënten bijna altijd ervaren dat er naar hen geluisterd wordt, dat zij serieus genomen worden en dat er samen met hen naar een oplossing wordt gezocht. Ook zijn cliënten bijna altijd tevreden en vinden zij de oplossing passend; hier is een stijgende trend te zien. Een enkeling geeft aan ontevreden te zijn over de aansluiting van de ondersteuning en de inschatting van de hulpvraag (Wmo), maar ook dat de hulp niet altijd passend is of er ontevredenheid is over de medewerkers (Jeugdwet). In het interview met de cliëntvertegenwoordigers kwam ook naar voren dat voornamelijk specifieke problemen worden bekeken en niet zo zeer de vraag-achter-de-vraag.

Aan de andere kant geven cliëntvertegenwoordigers aan dat er wel geprobeerd wordt om naar de vraag-achterde-vraag te kijken, maar dat de mogelijkheden niet altijd onuitputtelijk zijn.

Kaderpunt 6 Het is volgens Buurtpleiners, Laborijners, de externe professionals en het Beleidsteam in de praktijk niet altijd duidelijk wie de regie heeft en welke organisatie waarvan is. Ook is de term één huishouden, één plan, één regisseur niet overal bekend. De vraag wie de regie heeft, is voornamelijk onduidelijk en lastig wanneer er sprake is van

complexe casussen. Soms zijn er meerdere plannen en meerdere regisseurs. Bij casuïstiek binnen de Jeugdwet is vaker duidelijk wie de regie heeft dan bij bijvoorbeeld casuïstiek binnen de Wmo. Ook kan dit afhankelijk zijn van de medewerker. Het plan is vaak voor cliënten digitaal toegankelijk en wordt beschreven als duidelijk door de betrokkenen. Verschillende registratiesystemen maken het werken conform één huishouden, één plan, één regisseur soms moeilijk. Informatie is lastig uit te wisselen en ook de AVG helpt niet mee. De cliëntvertegenwoordigers zijn bekend met het principe één huishouden, één plan, één regisseur. Er zijn hiermee positieve en negatieve ervaringen. Het principe werkt minder goed als een buurtcoach bijv. onervaren is, er meerdere hulpverleners betrokken zijn waarbij niemand de regie pakt, of wanneer er wisselingen zijn van personeel. Daarnaast blijkt uit de cliëntervaringsonderzoeken dat documenten vanuit de gemeente vaak duidelijk zijn, maar dat het overgrote deel van de cliënten niet bekend is met een cliëntondersteuner die hen kan helpen bij bijvoorbeeld het invullen van formulieren, het verduidelijken van het plan of bij het kenbaar maken van wensen.

Kaderpunt 7 Ondanks dat de gemeente steeds meer inzet op integraal beleid behoeft de samenwerking tussen organisaties volgens de professionals verbetering. Samenwerking gaat vaak wel goed wanneer het is opgezet vanuit een gezamenlijk project en ook intern loopt de samenwerking vaak goed. Externe professionals zien dat ze elkaar steeds beter weten te vinden. Om de samenwerking te verbeteren, hebben externe professionals de wens om elkaar beter te leren kennen; bijvoorbeeld door elkaar te ontmoeten op netwerkdagen. Uit de cliëntervaringsonderzoeken Jeugd blijkt dat het merendeel van de cliënten tevreden is over de samenwerking tussen organisaties. Enkele cliënten die minder positief zijn over de samenwerking geven aan soms zelf achter de samenwerking van partijen 7

aan te moeten en dat soms onduidelijk is bij wie zij moeten zijn voor hun hulpvraag.

Kaderpunt 9 Gemeente Doetinchem is de centrumgemeente van de Achterhoek en hierdoor verantwoordelijk voor onder andere Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. De gemeente Doetinchem biedt op verschillende manieren een veilige plek voor haar inwoners. In de periode van 2017 tot heden is er geïnvesteerd in veiligheid door middel van onder andere een brede aanpak voor dak- en thuislozen, beleidsregels, inrichten van voorzieningen, het inzetten op preventie en het opzetten van de Toekomsttuin kind- en gezinsbescherming. Uit de interviews blijkt ook dat er wordt geïnvesteerd in veiligheid. Wel wordt er ondanks dat er andere werkwijzen/samenwerkingen zijn op het gebied van veiligheid, een veiligheidsregisseur gemist. Daarnaast is huisvesting een aandachtspunt. Op basis van de beschikbare informatie kunnen er geen uitspraken gedaan worden over het resultaat van deze inzet op veiligheid op de inwoners.

Kaderpunt 10 De gemeente Doetinchem werkt op verschillende manieren samen en heeft dit in diverse documenten vastgelegd.

8

4 Resultaten In dit hoofdstuk zijn per kaderpunt de resultaten op basis van de deskresearch, de interviews en relevante monitor en registratiegegevens weergegeven.

4.1 Kaderpunt 1 Daar waar mogelijk heeft een inwoner regie op het eigen leven of wordt hij/zij maximaal in staat gesteld zo veel mogelijk eigen regie te kunnen voeren. Het belangrijkste uitgangspunt binnen het sociaal domein is dat elke inwoner zoveel mogelijk zelfstandig de regie voert over zijn eigen leven en hoe hij/zij dit wil vormgeven en inrichten. Zo veel mogelijk zelf regie voeren geldt in beginsel voor iedereen, maar er bestaan (grote) verschillen in de mate waarin mensen in staat zijn om dat te doen (regie voeren), en eveneens bestaan er grote verschillen in de mate waarin mensen in staat zijn die dingen zelf te doen die daaruit voortvloeien (zelfredzaamheid en participatie). Als een inwoner niet in staat is om (geheel) zelfstandig regie te voeren, moet hij daarbij ondersteund worden. Ook als een inwoner wel in staat is om zelf regie te voeren, maar niet om bepaalde zaken te verrichten die daaruit voorvloeien, moet hij daarbij ondersteund worden. Gemeente Doetinchem neemt als vertrekpunt voor zelfredzaamheid de eigen kracht van de inwoner zelf en wat zijn/haar sociale netwerk daarin kan betekenen. Als deze eigen kracht ontoereikend is, komen laagdrempelige ondersteuning en algemene voorzieningen in beeld. Als daarmee de ondersteuningsvraag ook niet ingevuld kan worden, wordt gekeken naar geïndiceerde maatwerkvoorzieningen.

Zelfredzaamheid, sociaal netwerk en kwetsbare groepen Uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 blijkt dat 91% van de volwassenen en

ouderen uit de gemeente Doetinchem voldoende regie over het eigen leven ervaart. Gemiddeld ervaart 9% van de inwoners dus onvoldoende regie over het eigen leven. Voor ouderen (65+) ligt dit percentage hoger (13%) dan voor de volwassenen jonger dan 65 jaar (8%). Een kwart van de ouderen kan niet geheel zelfstandig huishoudelijke activiteiten uitvoeren en/of gebruik maken van eigen of openbaar vervoer en 8% heeft mobiliteitsbeperkingen. Verder blijkt dat 34% van de volwassenen en ouderen matig eenzaam en 10% zich (zeer) ernstig eenzaam is. Een kwart voelt zich emotioneel eenzaam en 28% sociaal eenzaam. 62% heeft minstens één keer per week contacten met de buren. Uit de Kindermonitor van 2021 blijkt dat 20% van de ouders van kinderen van 4 t/m 12 jaar behoefte heeft aan deskundige hulp bij de opvoeding of ontwikkeling van het kind. In 2017 lag dit percentage op 15%.

Interviews In de interviews werden door de deelnemers veel verschillende kwetsbare groepen genoemd, zoals laaggeletterden, licht verstandelijke beperkten (LVB), mensen met psychische kwetsbaarheid (psychiatrie / GGZ-problematiek), mensen met beperkte digitale en gezondheidsvaardigheden, laag opgeleiden, ouderen (met dementie), mensen die eenzaam zijn, statushouders en alleenstaande ouders. Tijdens de interviews met Buurtplein, Laborijn en de externe organisaties gaven professionals aan de indruk te hebben dat de eigen kracht/regie is toegenomen in de afgelopen jaren. Medewerkers van Buurtplein en Laborijn gaven aan meer in te zetten op het versterken van eigen kracht. Zo wordt bij de screening door Laborijn eerst gekeken wat iemand in eigen kracht kan en vervolgens ondersteuning geboden waar nodig. Soms kan een beperkte vorm van ondersteuning iemand alweer in eigen kracht zetten. Denk aan het regelen van een fiets zodat iemand naar zijn werk kan of aan het meegaan naar een sollicitatiegesprek. 9

Ook zijn er meer voorzieningen die inzetten op versterking van de eigen kracht (bijv. de Stadskamer en het Maatschappelijk ActiveringsCentrum (onderdeel Buurtplein)). Toch mist volgens professionals soms wel oplossend vermogen of leggen mensen de lat (te) hoog. ‘Alles moet 110% zijn’. Daarnaast lijkt door de individualisering de drempel om hulp te vragen in het eigen netwerk hoger te zijn geworden (familie heeft het te druk, schaamte om hulp te vragen, te weinig fysieke contacten/ontmoetingen, meer gericht op digitale hulpvraag) (Buurtplein). Het beleidsteam geeft aan dat er diverse initiatieven vanuit de samenleving zijn om het sociale netwerk te vergroten. Zo is er een initiatief om maaltijden te delen met buurtgenoten, een initiatief om minder mobiele mensen te vervoeren (Contact op wielen) en de ABCD-wijkaanpak (methode die sociale relaties tot stand brengt en capaciteiten van bewoners, organisaties en instellingen binnen de lokale gemeenschap mobiliseert). De gemeente faciliteert deze initiatieven waar mogelijk.

Aanbod algemene voorzieningen Het praktisch vormgeven van de verschillende niveaus van ondersteuning t.a.v. de zelfredzaamheid en het sociale netwerk van inwoners is belegd bij een breed palet aan organisaties. In de gemeente Doetinchem zijn tal van organisaties die fungeren als algemene voorzieningen en voorzieningen in de sociale basis, zoals: • Tientallen verenigingen en organisaties op gebied van sport, cultuur en recreatie; • Voorschoolse en vroegschoolse educatie; • Vrijwilligersorganisaties; • Mantelzorgondersteuning; • Ontmoetingspunten voor jong en oud; • Bibliotheek. Deze vallen binnen de lichtgroene ring (figuur 1). Ook de Stadskamer is zo’n voorziening in de sociale basis. Mensen kunnen daar andere mensen

ontmoeten, meedoen aan activiteiten of stage lopen. Naast deze algemeen toegankelijke voorzieningen biedt gemeente Doetinchem diverse activiteiten aan in het kader van universele preventie (Lokale Preventie agenda ‘Gewoon, Gezond Leven’ 2021). In dit kader zijn er vier belangrijke kernpartners: Bibliotheek Doetinchem, Amphion Cultuurbedrijf, Sport-ID en Buurtplein B.V. Buurtplein en Laborijn hebben een belangrijke rol binnen de gele ring: het bieden van laagdrempelige ondersteuning en het verlenen van toegang tot geïndiceerde ondersteuning. Daarnaast hebben beide organisaties ook taken binnen de lichtgroene ring. Buurtplein geeft namens de gemeente uitvoering aan de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) en de Jeugdwet. De huidige kerntaken zijn: • Het verzorgen van de toegang tot zorg en ondersteuning; • Het voeren van regie op de casus (op de ondersteuning zelf) en/of het proces (op de samenwerking tussen verschillende zorgprofessionals of – bij inzet van een maatwerkvoorziening - het resultaat van de ingezette ondersteuning); • Het bieden van vormen van eerstelijns ondersteuning; • (Vroeg)signalering en preventie; • Het verzorgen van stedelijke diensten.

Laborijn is verantwoordelijk voor de volgende (wettelijke) taken: • Wet sociale werkvoorziening (Wsw); • Participatiewet; • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (Ioaz); • Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Ioaw); • Wet inburgering; 10

•

Artikel 1.13 Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, met uitzondering van medisch geïndiceerden.

Als laatste zijn er tal van organisaties die geïndiceerde ondersteuning bieden (oranje en rode ring). Dan gaat het voor jeugdhulp onder andere om Integrale ambulante jeugdhulp (zoals behandeling en ambulante spoedhulp), gezins- en woonvormen jeugdhulp (zoals pleegzorg en verblijfgroep) en hoog complexe jeugdhulp (zoals JeugdzorgPlus en crisiszorg GGZ). En vanuit de Wmo gaat het onder andere om ambulante ondersteuning, dagbesteding, beschermd wonen, Wmo-vervoer en hulpmiddelen.

Interviews Naast genoemde algemene voorzieningen werden in de interviews genoemd: Formulieren Café, Gruitpoort, Bureau voor Financiële Ondersteuning (BvFO) (o.a. armoedebeleid, meedoen arrangement, zorgverzekering voor minima; zie ook: Financiële ondersteuning | Gemeente Doetinchem), subsidies vanuit de ‘Coalitie Kom er bij en Blijf er bij’, wijknetwerken, buurtverbinders, zorgverzekering voor minima, inzet op preventie gezonde leefstijl (bijv. SLIMMER) en initiatieven vanuit de samenleving die de gemeente subsidieert. Er blijkt dus een breed palet aan voorzieningen te zijn. Door de clientvertegenwoordigers werd nog genoemd dat er geen ontmoetingspunten meer zouden zijn waar mensen ook zonder vraag naar toe zouden kunnen gaan, zoals een wijkcentrum of buurthuis.

Gebruik algemene voorzieningen en toegankelijkheid Uit de Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2020 blijkt dat 32% van de volwassenen en ouderen wekelijks deelneemt aan verenigingsactiviteiten en dat 21% weleens meedoet aan buurtactiviteiten. Belemmeringen voor sociale activiteiten zijn onder andere weinig sociale contacten hebben (7%), niet genoeg geld hebben (5%), te weinig aanbod (4%), niet weten wat er te doen is (2%) en geen vervoer hebben (2%).

Van de 65-plussers maakt 14% gebruik van sport- of beweegactiviteiten vanuit een activiteiten- of dienstencentrum en 20% van overige sport- of beweegactiviteiten in de eigen gemeente. Zie voor gebruik van overige voorzieningen onderstaande tabel. Percentage 65-plussers dat weleens gebruik maakt van de volgende voorzieningen: Sport- of bewegingsactiviteiten voor ouderen vanuit activiteiten- of dienstencentrum Overige sport- of beweegactiviteiten in de eigen gemeente Recreatieve/culturele activiteiten voor ouderen vanuit activiteiten- of dienstencentrum

% 14 20 12

Vervoer naar voorzieningen

6

Lokaal initiatief om samen met anderen te eten

14

Beweegtuin

2

Bankjes in de omgeving

17

Met het oog op de toegankelijkheid van Buurtplein is in de cliëntervaringsonderzoeken Wmo gevraagd hoe de cliënten terecht zijn gekomen bij de gemeente/Buurtplein. Hierbij geeft gemiddeld genomen ongeveer de helft van de cliënten aan dit te weten, zelf uitgezocht te hebben of zelf contact te hebben gezocht. Daarnaast geeft gemiddeld genomen ongeveer drie op de tien cliënten aan te zijn doorverwezen door een zorgverlener/huisarts/zorgaanbieder. De rest van de cliënten is door iemand anders (bijvoorbeeld vrienden of familie) bij de gemeente/Buurtplein terecht gekomen of weet het niet. Er zijn geen duidelijke trends te zien. Voor de representativiteit van de cliëntervaringsonderzoeken; zie toelichting in bijlage 2. Om de toegankelijkheid van voorzieningen verder te verbeteren, heeft de gemeente Doetinchem de uitvoeringsagenda Doetinchemse Agenda Toegankelijkheid opgesteld in het voorjaar van 2017. In deze agenda zijn acties geformuleerd om: • Inwoners met een beperking/chronische ziekte te betrekken bij meedenk-, meelees-, meedoen groepen;

11

•

• • •

In te zetten op de noodzakelijke omslag in denken en omgaan met alle vormen van beperkingen in het meedoen; Begrijpelijk en duidelijk te informeren en communiceren; De fysieke toegankelijkheid van gebouwen en voorzieningen te verbeteren; De dienstverlening van bedrijven, overheden en instellingen te optimaliseren (bijv. het toelaten van hulphonden of het voorlezen van de menukaart).

Verder heeft gemeente Doetinchem recent een voorzieningenkaart gemaakt voor inwoners met een laag inkomen.

Interviews In de interviews kwam naar voren dat in de loop van de tijd meer mensen gebruik maken van algemene voorzieningen. Zo weten inwoners Buurtplein en Laborijn steeds beter te vinden. Professionals denken dat dit onder andere komt door de verbeterde onderlinge samenwerking. Laborijn zet nu ook in op mensen met grotere afstand tot de arbeidsmarkt. En er zijn meer inlooppunten waar mensen terecht kunnen. Verder is de mantelzorgcentrale onderdeel geworden van Buurtplein. Hierdoor is er meer zicht op (risico op overbelasting van) de mantelzorger en zijn/haar netwerk. De keerzijde is dat sommige inwoners nu te snel een beroep doen op ondersteuning i.p.v. eerst hulp te zoeken in het eigen netwerk. Daartegenover zijn er ook nog steeds inwoners die juist geen beroep doet op ondersteuning terwijl zij dit wel nodig hebben. Soms speelt wantrouwen een rol, negatieve ervaringen in het verleden, schaamte om hulp te vragen of mist het inzicht dat men hulp nodig heeft (Buurtplein). Er wordt wel op ingezet om ook deze groep in beeld te krijgen en toe te leiden naar hulp door o.a. de inzet van buurtcoaches. Wat betreft de toegankelijkheid van voorzieningen werd vanuit het beleidsteam aangegeven dat er een speciale werkgroep is die hier aandacht voor heeft.

Hierbij gaat het zowel om fysieke toegankelijkheid (van gebouwen, vervoer e.d.) als toegankelijkheid van informatie (bijv. leesbaarheid). Ondanks dat meer mensen gebruik maken van algemene voorzieningen en er aandacht is voor de toegankelijkheid ervan, zijn er nog steeds groepen mensen die moeite hebben om de weg te vinden naar ondersteuning. In het interview met cliëntvertegenwoordigers kwam naar voren dat o.a. statushouders hier moeite mee hebben. Zij beheersen de taal onvoldoende en weten niet hoe de maatschappij werkt. De cliëntvertegenwoordigers deden enkele suggesties om ook de meest kwetsbare groepen in beeld te krijgen en de ondersteuning te bieden die nodig is: • Voor mensen die de Nederlandse taal onvoldoende beheersen: een vertaalknop op websites en informatie verspreiden in meerdere talen; inzet van tolkentelefoon. • Wijkcentrum of buurthuis waar mensen de hele week kunnen binnenkomen; ook zonder hulpvraag. Zo kunnen ook verschillende culturen beter integreren. • Vereniging voor Arabisch sprekenden. • Flyers ophangen op plekken waar veel mensen komen zoals bijv. supermarkt en voedselbank, met daarop een telefoonnummer waar men heen kan bellen voor allerlei vragen. • Postbode die taak krijgt om een oogje in het zeil te houden in de wijk. • Meer ruchtbaarheid geven aan mogelijkheden van subsidie van buurtinitiatieven om de sociale cohesie te versterken.

Door medewerkers van Buurtplein werd genoemd dat mensen soms verdwijnen in het aanbod. Een overzicht van voorzieningen ontbreekt zowel voor inwoners als professionals. Er is een versnipperd aanbod van voorzieningen. Gemeente Doetinchem is rijk aan voorzieningen, maar dit is niet altijd bekend. Professionals horen nu soms toevallig welk aanbod er nog meer is van bijvoorbeeld collega’s. Een sociale kaart is daarom van belang. Buurtplein is bezig om 12

deze op te zetten. Dit willen zij ook delen met andere partijen zodat professionals gericht kunnen verwijzen.

Gebruik professionele ondersteuning Op basis van de CBS Monitor Sociaal Domein Wmo blijkt dat het percentage huishoudens in de gemeente Doetinchem met een vorm van zorg en ondersteuning in het sociaal domein in de periode van 2017 t/m 2021 tussen de 21% en 26% ligt. Er lijkt een lichte toename te zijn t/m 2020. Daarna lijkt het percentage weer iets af te nemen. Het aantal huishoudens dat ondersteuning krijgt vanuit de verschillende wetten in het sociaal domein vertoont in 2019 en 2020 een stijging ten opzichte van 2017 en 2018. In 2021 is vervolgens weer een afname te zien. Met name de ondersteuning vanuit

de Wmo is toegenomen (26%). Ook de ondersteuning vanuit de Jeugdwet is iets toegenomen (6%). Ondersteuning vanuit de Participatiewet is in de afgelopen jaren daarentegen afgenomen met 10% (behalve de piek in 2020). Driekwart van de cliënten blijkt in de periode van (2017-2021) te weten waar zij heen moesten met hun hulpvraag. Over de jaren heen schommelt deze kennis. Zo is er een toename te zien in 2019 (79%) ten opzichte van 2017 en 2018 (73%), dan een flinke daling tussen 2019 (79%) en 2020 (68%), en tot slot een forse stijging tussen 2020 (68%) en 2021 (81%). In het eerste ‘coronajaar’ ontstaat er dus een trendbreuk (bron: Cliëntervaringsonderzoeken Wmo).

13

4.2 Kaderpunt 2 Voor iedereen is een zinvolle deelname aan de samenleving mogelijk. Positieve gezondheid is de benadering van zo gewoon mogelijk leven, ondanks een eventuele beperking of handicap. Veel verschillende zaken kunnen eraan bijdragen of iemand zich gezond voelt of niet, maar zinvol meedoen in de samenleving is één van de meest wezenlijke en gezondheidsbevorderende factoren in de leefwereld van mensen. De gemeente Doetinchem streeft ernaar dat zo veel mogelijk mensen zo zinvol mogelijk meedoen aan de samenleving, passend bij de unieke capaciteiten en levensfase van de inwoner.

Ervaren zingeving Uit de Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2020 blijkt dat ongeveer vier op de vijf volwassenen en ouderen in de gemeente Doetinchem het (helemaal) eens is met de stelling: ‘Mijn leven heeft betekenis en doel.’ Bijna driekwart is het (helemaal) eens met de stelling: ‘Ik ervaar dat de dingen die ik doe belangrijk zijn.’

Arbeidsparticipatie en uitkeringen Uit de Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2020 blijkt dat 80% van de 18 t/m 64-jarigen in de gemeente Doetinchem betaald werk heeft. Van de 18 t/m 64-jarigen is 4% is volledig werkloos, 5% gedeeltelijk of volledig arbeidsongeschikt en heeft 3% een bijstandsuitkering. Op basis van de Laborijn jaarrapportages 2018, 2019 en 2020 zien we in 2018 en 2019 een daling van het aantal huishoudens in de bijstand. In 2020 zien we, ondanks corona, een zeer beperkte stijging. Deze positieve ontwikkeling heeft te maken met de focus op het begeleiden van mensen naar werk en door het gunstige economische klimaat in de arbeidsmarktregio. Wat betreft het aandeel inwoners van de gemeente Doetinchem met een re-integratievoorziening is er eerst een stijging en vervolgens een lichte daling in de periode van 2019 tot en met 2022 . Dit aandeel is vanaf 2020 hoger dan gemiddeld in Nederland

(bron: CBS Re-integratietrajecten).

14

Overige participatie Uit de Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2020 blijkt dat 29% van de volwassenen en ouderen in de gemeente Doetinchem vrijwilligerswerk verricht.

Op basis van de CBS Monitor Sociaal Domein Wmo hebben 7 op de 1.000 inwoners van de gemeente Doetinchem een vorm van dagbesteding. Dit aandeel ligt hoger dan gemiddeld in Nederland en is tussen 2019 en 2022 sterker afgenomen dan gemiddeld in Nederland.

14

Voortijdig schoolverlaters en jongeren zonder werk en onderwijs

Inzet op zinvolle participatie en eventuele knelpunten

Het percentage voortijdig schoolverlaters lijkt in de periode van 2017 tot 2018 toegenomen. Daarna lijkt er sprake van een lichte afname/stabilisatie en is in 2021 1,8% (bron: DUO/Ingrado). Het aandeel jongeren van 15—27 jaar zonder werk en onderwijs lijkt sinds 2017 af te nemen.

Wanneer inwoners niet kunnen deelnemen aan de samenleving in de vorm van een reguliere baan, biedt de gemeente (via o.a. Laborijn) verschillende voorzieningen. Denk bijvoorbeeld aan dagbesteding, begeleid / beschut werk en een vrijwilligerscentrale.

14

Interviews In het interview gaven medewerkers van Laborijn aan dat zij inwoners die via Laborijn ondersteuning ontvangen vaak weer zien opbloeien, participeren en nieuwe contacten zien opdoen. ‘Mensen voelen zich weer nuttig’. In hoeverre men zingeving ervaart verschilt wel en is subjectief. Laborijn kijkt naar de wensen van de klant, maar die zijn niet altijd reëel, omdat mensen zich soms overschatten. Ook voelen sommigen zich onvoldoende gestimuleerd, omdat werken soms te weinig financieel loont. Soms is er een discrepantie tussen wat de inwoner en wat Laborijn zinvol vindt. Naast het toegeleiden naar werk of het bieden van een andere daginvulling worden ook scholingstrajecten aangeboden. De implementatie van Simpel Switchen draagt volgens de consulenten ook bij aan zingeving aangezien hiermee beter kan worden afgestemd op participatie passend bij de situatie van dat moment. Volgens de professionals van externe organisaties ‘heeft Laborijn de participatiewet niet altijd uitgevoerd, zoals die eigenlijk bedoeld is.’ Dat is volgens hen echter verbeterd doordat Laborijn nu meer contact legt met de zorgaanbieders en Buurtplein. Mensen krijgen nu sneller een uitkering

en daarna wordt gekeken naar wat de verdere mogelijkheden zijn. Volgens de clientvertegenwoordigers is voor iedereen een zinvolle deelname aan de samenleving mogelijk ‘als men maar wil’. Laborijn biedt deze ondersteuning, ‘maar daar moet je zelf naartoe’. Sommigen moeten echter eerst bij de hand worden genomen. De vraag is wie dat in de gemeente kan doen. Verder is het volgens hen voor mensen met een visuele beperking bijvoorbeeld lastig om te kunnen werken. Iemand moet eerst aantonen wat hij/zij kan. Er zijn zeker ook successen. Het zijn vooral overheids- en sociale instellingen waar mensen met een beperking terechtkomen. Organisaties of bedrijven ervaren soms belemmeringen om mensen met een beperking in dienst te nemen, bijvoorbeeld vanwege angst dat deze medewerkers te veel begeleiding nodig hebben. Eén van de cliëntvertegenwoordigers denkt dat de mogelijkheid om deel te nemen aan de samenleving is verslechterd. Er zijn wel meer vacatures, maar er is ook vaak handelingsverlegenheid. Werkgevers gaan voor 100% en iemand met een beperking is daarom lastig te plaatsen. Omdenken van de maatschappij is daarom nodig.

18

4.3 Kaderpunt 3 We blijven inzetten op vroeg signaleren (aan de voorkant) en preventie. Preventie is voorkomen dat er (grotere) problemen ontstaan door op tijd in te grijpen. Op tijd ingrijpen voorkomt erger, maar is ook goedkoper. Immers, het stelt professionele zorg uit of maakt het zelfs niet meer nodig. De gemeente Doetinchem vindt het belangrijk dat iemand zijn leven als zo zinvol mogelijk ervaart, met zo min mogelijk gebruik van voorzieningen die niet passen bij beginsel van eigen regie houden en zaken zelf regelen. Tegelijkertijd betekent die verschuiving van “alles wordt geregeld door de overheid” naar “meer zelfredzaamheid van inwoners en hun netwerk” wel dat een bepaald basisvoorzieningenniveau op orde moet zijn. Daarom zorgt gemeente Doetinchem samen met maatschappelijke partners, informele netwerken en (semi)professionele aanbieders voor een laagdrempelig basisniveau aan voorzieningen en voor een goede en veilige leefomgeving. Preventie is voorkomen dat er (grotere) problemen ontstaan door op tijd in te grijpen. Praktisch betekent dit dat waar het kan, de gemeente zoekt naar vormen van substitutie van maatwerkvoorziening naar algemene voorziening. De gemeente investeert daarom in initiatieven die ervoor zorgen dat er geen geïndiceerde maatwerkvoorzieningen verstrekt hoeven te worden.

Dit betekent dat basisvoorzieningen op orde moeten zijn (bron: Kadernotitie Preventie Sociaal Domein 2020-2024).

Inzet vanuit gemeente De gemeente zet in op preventie door: • Verbreden van de inzet van sport- en culturele activiteiten; • Meer gebruik van collectieve sport-, culturele-, voorschoolse-, wijk- en buurtvoorzieningen door verlagen van de drempel en makkelijke toegang; • Zorgdragen voor een basisinfrastructuur voor ontmoeting, informatie en advies; • Actief bezig zijn van inwoners ten behoeve van gezond leven stimuleren en faciliteren; • Stimuleren van buitenspelen en deelname aan buitenactiviteiten door kinderen; • Stimuleren van creativiteit gericht op sport, bewegen, cultuur, meedoen; • Stimuleren van een leven lang leren; • Stimuleren van eigen initiatief en eigen verantwoordelijkheid voor gezond leven; • Voorkomen van eenzaamheid door stimuleren van ontmoeting en participeren; • Vindplaatsen zoals het onderwijs gebruiken voor collectieve aanpak van preventie. De gemeente investeert in algemene voorzieningen door onder andere subsidieverstrekking aan een groot aantal verenigingen en programma’s. Een overzicht van al deze voorzieningen is te vinden in de bijlage. Verder zorgt de gemeente voor ondersteuning van partijen, instellingen en initiatieven door: • Te zorgen voor de onderlinge verbindingen tussen de beleidsterreinen zoals sport, gezondheid, cultuur en onderwijs. Vooral deze terreinen spelen een belangrijke rol bij preventie en vroegtijdige signalering. Ook de

18

•

verbinding met het terrein werk en inkomen is van groot belang. De regierol te hebben t.a.v. innovatie in het aanbod van ondersteuning en het integraal verbinden van de diverse domeinen (Wmo, jeugdwet, participatiewet, onderwijs, voorliggend veld). De gemeente stuurt op afstemming tussen de diverse spelers, hun doelen en acties, om zo tot een min of meer samenhangend geheel te komen. Dit kunnen gemeenten o.a. doen door nieuwe financiële prikkels te ontwikkelen waarbij maatschappelijke doelen voorop staan en aansturing plaatsvindt vanuit de inhoud. (bron: Samenwerken om elkaar te versterken; Visie op het sociaal domein en op de samenwerking binnen de Achterhoek, 2017).

T.a.v. de activiteiten in het kader van ‘Gewoon, gezond leven’ is de gemeente de opdrachtgever richting de kernpartners. Zij stuurt op de inzet van zoveel mogelijk activiteiten en het zichtbaar en toegankelijk maken van activiteiten op het gebied van ‘Gewoon, gezond leven’, op afstemming en samenwerking met andere kernpartners én andere initiatieven in gemeente Doetinchem en houdt oog voor het resultaat. De kernpartners voeren de preventieagenda en zullen daarmee in de toekomst ook de monitoring ervan uitvoeren op basis van een aantal vooraf afgesproken indicatoren. De gemeente houdt door het voeren van voortgangs- en verantwoordingsgesprekken met de kernpartners, vinger aan de pols en stuurt bij waar nodig (bron: Lokale Preventie agenda ‘Gewoon, Gezond Leven’ 2021).

Inzet vanuit Buurtplein Met name Buurtplein doet veel op het vlak van vroegsignalering en preventie. O.a. door de inzet van buurtcoaches. Daarnaast onderhouden ze op het niveau van groepen, wijken en gemeenschappen contact met formele en informele netwerken in Doetinchem. Zo weten ze welke sociale en maatschappelijke vragen er spelen. Vanuit die collectieve bril bepalen ze voor welke vragen een

collectieve aanpak geëigend is. Per signaal wordt afgewogen wat de bijdrage vanuit Buurtplein moet zijn: stimuleren, faciliteren, aanjagen, actief ondersteunen? Actieve participatie van wijkbewoners is voorwaarde voor inzet door Buurtplein. In deze afweging wordt meegenomen dat de investering bijdraagt aan het verminderen van het aanvragen van individuele en/of maatwerkvoorzieningen en het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners. Buurtcoaches doen dit door vooral de sámenredzaamheid te vergroten. Voorzieningen die Buurtplein biedt in het kader van preventie zijn: • Spreekuur voor ouders die zich willen laten informeren over wat te doen bij echtscheiding. Er worden spel- en praatgroepen georganiseerd voor kinderen van gescheiden ouders. • Sociale vaardigheidstrainingen voor kinderen in de basisschoolleeftijd. • Laagdrempelige activiteiten op scholen en in de wijken, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij collectieve activiteiten. • Inloopspreekuren voor mensen met financiële problemen in combinatie met vrijwilligers financiële ondersteuning en sociaal raadslieden (Gaanderbalie, formulierencafé’s). In het eerste half jaar van 2019 is gestart met financiële spreekuren in de wijken Noord/Centrum en Wehl. • Vroegsignalering van betalingsachterstanden. • Taal oefengroepen en inloop voor laaggeletterden en statushouders.

• Maatschappelijk Activeringscentrum gericht op inwoners met een ondersteuningsvraag op het gebied van maatschappelijke participatie. • Faciliteren van diverse activiteiten in de wijkcentra (georganiseerd door derden). • In 2019 is gestart met de campagne #Hallo Buren. Een samenwerking tussen Gemeente, Buha, Sité en Buurtplein, met als doel mensen op een positieve manier in beweging te krijgen om kennis te maken met 19

hun buren en eventueel af en toe wat voor elkaar te doen. Door de bezuinigingsopgave in combinatie met de Covid-19 pandemie heeft het welzijnswerk binnen Buurtplein niet de aandacht gekregen die het verdient. Sinds 2023 is preventie en vroegsignalering weer als kerntaak toegevoegd. Buurtplein zoekt hierbij de samenwerking met organisaties in de nulde, eerste en tweedelijns zorg, zoals huisartsen en GGZ-aanbieders. In dit kader is o.a. de pilot ‘Welzijn op Recept’, in juni 2022 van start gegaan. Ook ziet Buurtplein veel mogelijkheden in het versterken en uitbreiden van de voorliggende voorzieningen in de gemeente Doetinchem, zelf en samen met partners in het sociaal domein (bron: Jaarrapportage OGON Buurtplein 2021/2022).

Vroegsignalering en preventie in de praktijk Interviews Buurtplein Uit het interview met de Buurtpleiners kwam naar voren dat er veel gebeurt op het gebied van preventie. Zo zijn aan alle basisscholen jeugd- en gezinswerkers (JGW) gekoppeld, die op een laagdrempelige manier ondersteuning kunnen bieden. Ook werd signalering via hulpverleners die al over de vloer komen (bijv. hulp in de huishouding) genoemd, de inzet van de praktijkondersteuner (POH) Jeugd, Welzijn op Recept, het scheidingsspreekuur en activiteiten gericht op het versterken van ouderschap. Vroegsignalering en preventie is sinds 2019 deels uit de opdracht van Buurtplein gehaald. Sommige activiteiten liggen nu bij andere organisaties. Het terugtrekken op het preventieve sociale stuk, door bezuinigen en ook door corona, is volgens de medewerkers van Buurtplein ten koste gegaan van de cohesie binnen de wijk. ‘Wanneer mensen bij Buurtplein komen, is de vraag vaak meteen ook groot, complex.’ In 2023 is preventie en vroegsignalering weer als kerntaak toegevoegd. Buurtpleiners geven aan hier blij mee te zijn. Daarnaast geven zij aan dat het beter zou zijn als er gewerkt wordt met een meerjarenplan in plaats van

steeds een opdracht (OGON) voor een jaar zoals nu het geval is. Bij vroegtijdig signaleren en preventie wordt door de medewerkers van Buurtplein het belang van samenwerking tussen de verschillende domeinen/partijen genoemd. De kunst is (om nog meer) een sociale beweging op gang brengen met de relevante organisaties om het netwerk te versterken en het meer samen te gaan doen. Buurtplein brengt momenteel in kaart wat er al wordt gedaan, waar kansen liggen en verkent dit samen met andere netwerkpartners, zoals Yunio. Laborijn Medewerkers van Laborijn zien ook het belang van vroegtijdig signaleren. Zij beschikken hiervoor echter niet altijd over de juiste informatie, omdat vroegsignalering vaak bij andere partijen ligt, zoals bijvoorbeeld bij Sité (als een huisuitzetting dreigt) of Buurtplein. Dan is het soms lastig om tijdig achter de benodigde informatie te komen. Privacyregels werken hierin belemmerend. Volgens de medewerkers van Laborijn signaleert Buurtplein veel en stellen zij Laborijn van sommige casussen op de hoogte. Met Buurtplein is nu wekelijks overleg om casuïstiek te bespreken. Verder is Laborijn nauw betrokken bij scholen in het speciaal onderwijs.

Leerlingen worden vanaf hun 16e jaar gevolgd en Laborijn is betrokken bij stageplekken en/of heeft een rol in de begeleiding naar een passende plek als leerlingen van school komen (bijvoorbeeld doorstroom vanuit stage naar werkplek). Hierdoor kan voorkomen worden dat jongeren in een uitkeringssituatie belanden. Verder zijn er signaleringslijsten en is er een casusoverleg kwetsbare jongeren. Dit betreft jongeren tot 21 jaar waarvan niet bekend is waar ze hun inkomen uithalen. Dit is een overleg van Laborijn met gemeente en wijkagent. De vraag is wel of deze jongeren bij andere betrokken partners bekend zijn en wie dan de regie pakt.

20

Beleidsteam Volgens het beleidsteam van de gemeente is vroegsignalering in de loop van de jaren veel breder geworden. Zo wordt er nu meer samengewerkt met verschillende ketenpartners. Denk aan de zorgverzekeraar of de energieleveranciers om zo vroeg mogelijk betaalachterstanden te signaleren. Ook kon eerst de bewindvoering enkel door commerciële bureaus worden uitgevoerd; nu kan de gemeente via het BvFO ook zelf bewindvoering inzetten. Andere initiatieven en instanties op het gebied van vroegsignalering zijn het Taalhuis, POHjeugd, Welzijn op Recept en Veranderateliers in het kader van het project ‘Mental Health Hub’. Of er nu minder mensen zijn met een geïndiceerde voorziening is niet altijd meetbaar, maar volgens het beleidsteam wel merkbaar, bijvoorbeeld door minder onrust in de wijk, meer tolerantie. Door inzet van de POH-Jeugd zijn er volgens het beleidsteam minder doorverwijzingen naar de GGZ. Ook de maatschappelijke rendementsanalyse van de Stadskamer gaf een positief resultaat. Inzet van huishoudelijke hulp is nu laagdrempeliger en goedkoper geworden. Via deze ondersteuning vindt vroegsignalering en preventie plaats. Uit de ondersteuning van Welzijn op Recept blijkt dat driekwart van degenen die hiervoor in aanmerking kwamen nog niet bekend waren met Buurtplein terwijl het wel hulpvragen betrof die bij Buurtplein horen.

21

4.4 Kaderpunt 4 We zoeken samen met inwoners naar ondersteuning gericht op resultaat. De gemeente heeft sinds 2015 geen ‘compensatieplicht’ meer, maar wel een ‘resultaatverplichting’. Hierbij staat niet de compensatie van het gebrek centraal, maar zorg dragen voor het resultaat. Hierdoor is er ruimte voor andere, mogelijk beter passende, oplossingen.

Ervaringen professionals Om beter aan de resultaatverplichting te voldoen, is gemeente Doetinchem op 1 juli 2022 gestart met een nieuw inkoopbeleid. Bij de werkwijze van het nieuwe inkoopbeleid bepaalt niet langer de gemeente (Buurtplein en Laborijn) welke zorg wordt ingezet voor de inwoner, maar doen gemeente, zorgaanbieder en inwoner dit samen. Er komt wel een onderscheid tussen het ‘wat’ en het ‘hoe’. De gemeente stelt samen met de inwoner de te bereiken resultaten vast (‘wat’). De aanbieder bepaalt samen met de inwoner op welke wijze en met gebruik van welke voorzieningen de ondersteuning wordt geboden (‘hoe’). De zorgaanbieder stelt samen met de inwoner het Zorgplan op. De bekostiging wordt daar waar mogelijk gekoppeld aan de te behalen resultaten in plaats van de financiering middels P*Q1. Het nieuwe inkoopbeleid heeft als doel: • Minder productgericht te denken en meer resultaatgericht. • De inwoner, de gemeente en de zorgaanbieder meer vrijheid te bieden om in gezamenlijkheid een ondersteuningstraject in te zetten dat aansluit op de behoefte en de eigen mogelijkheden van de inwoner of diens omgeving. • Ruimte te creëren voor de zorgaanbieder om op en af te schalen.

•

Kosten gemakkelijk beheersbaar te maken voor de gemeente. (Bron: Visie inkoop sociaal domein vanaf 2021). Daarnaast wordt er met ingang van het nieuwe inkoopbeleid niet meer gewerkt met jaarlijkse contracten, maar met contracten die uitzicht hebben op langdurig partnerschap (één keer 3 jaar, gevolgd door de mogelijkheid tot twee keer 2 jaar verlenging). In de aanloop naar het nieuwe inkoopbeleid heeft gemeente Doetinchem, pilots uitgevoerd samen met aanbieders. Doel van deze pilots was om innovatieve projecten te ontwikkelen, te leren en samen te werken met partijen op een open en vernieuwende manier. Zo lag bij de pilot ‘Resultaatgericht werken’ de focus specifiek op resultaatgericht werken en een andere bekostigingssystematiek: lumpsum in plaats van P*Q (Bron: ‘Doetinchemse ervaringen pilots inkoop Sociaal Domein’).

Interviews Laborijn Laborijners ervaren meer ruimte voor maatwerk dan vijf jaar geleden. Dit draagt volgens hen eraan bij om de klanten in eigen kracht te zetten. Zij benoemen positieve ervaringen met Simpel Switchen en Opijver. Medewerkers geven aan dat ze bij Laborijn ‘buiten de lijntjes mogen kleuren’, zolang zij dit later kunnen verantwoorden en de keuzes goed kunnen onderbouwen. Vooral bij het re-integratietraject is dit van toepassing. Echter, er kan niet altijd met ‘potjes geld geschoven worden’, terwijl dit soms wel wenselijk is. Het is soms lastig om te weten waaruit iets bekostigd wordt: Wmo of Participatiewet. Regels die soms niet helpen bij het uitstromen zijn de inkomensvrijlating en de impulsregeling. Uitstromen heeft hierdoor soms negatieve financiële gevolgen voor de klanten. De meeste beperkingen zitten hem in het landelijke beleid, zoals beleid over toeslagen en kinderopvang. Ondanks de regels proberen

1

P*Q financiering houdt in dat de zorgaanbieder voor elk uur/dagdeel/dag geleverde zorg een vast tarief krijgt

22

medewerkers niet in kaders te denken, maar in mogelijkheden. De inzet is altijd normalisatie, maar sommige mensen blijven ondersteuning nodig hebben. De ondersteuning vanuit bijvoorbeeld de jobcoach wordt wel afgebouwd bij de klanten waar dat kan. Hierdoor krijgen deze klanten ook meer eigen regie.

Buurtplein Door Buurtpleiners wordt veel ruimte ervaren om te zoeken naar passende oplossingen voor de cliënt. Als iets niet tot het gewenste resultaat leidt, ervaren medewerkers van Buurtplein de ruimte om te kijken wat er wel kan. In de samenwerking met andere organisaties lukt dit echter niet altijd. Dit omdat professionals van andere organisaties niet altijd voldoende ruimte krijgen om dingen uit te proberen en een passende oplossing voor de cliënt te vinden. Het wordt dus lastig wanneer een medewerker van Buurtplein wel de ruimte krijgt om verder te kijken dan de voorzieningen die voorhanden zijn, maar een medewerker van een andere organisatie deze vrijheid niet krijgt. Medewerkers van Buurtplein voelen de vrijheid om in bepaalde gevallen ‘buiten de lijntjes te kleuren’. Voor jeugd- en gezinswerkers is dit lastiger. Zij lopen tegen meerdere (landelijke) regels aan, zoals de leerplichtambtenaar (vrijstelling regelen voor kinderen die elders wonen voor behandeling om even naar huis te kunnen), organisaties die niet in avonden/weekenden werken en de leeftijdsgrens van 18 jaar (overgang van Jeugdwet naar Wmo). Soms lijken cliënten klem te zitten door het

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7859/documents/43065