CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Concept Regioarrangement Achterhoek.pdf

beeldvormende raad 11 oktober 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 8: Regioarrangement Achterhoek 202322.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

•

•

Onderzoeken of en hoe de energievoorziening/energie infrastructuur ook kan inspelen op elektrificatie/ op waterstof rijden van openbaar vervoer, beroepsvervoer en personenauto’s. Gesprekken tussen gemeente en provincie over een fieldlab waterstof ter hoogte van het windcluster Montferland en Oude IJsselstreek lopen. Spoorzone Doetinchem als mobiliteitshub voor de regio.

4.2.2 Energievoorzieningen Het toekomstbestendig maken van de energievoorziening in de Achterhoek is essentieel. De klimaatverandering verloopt sneller dan verwacht en noopt om de energiehuishouding te verduurzamen (energietransitie). Een goed functionerend energiesysteem is een sturende randvoorwaarde voor veel andere opgaven, zoals de woonagenda, de warmtetransitie, het regionaal programma werklocaties (RPW) en laadinfrastructuur voor mobiliteit. Gemeenten, waterschap en provincie gaan op zoek naar nieuwe energiebronnen zoals elektriciteit uit zon en wind en warmte uit andere bronnen dan aardgas. Daar hoort ook investeren in de daarbij behorende netwerken bij. Nieuwe energiebronnen en energie-infrastructuur zullen ook ruimte in beslag nemen. Concrete doelen Het doel van het Akkoord van Groenlo is om zo snel mogelijk energieneutraal te worden, uiterlijk in 2050. Met het vaststellen van de RES 1.0. Achterhoek in 2021 committeerden de RES-partners zich aan een gezamenlijke opgave van 1,35TWh opwek uit zon en wind in 2030. Daarnaast streven provincie Gelderland, TenneT, Liander en de Gelderse RES-regio’s binnen het samenwerkingsverband ‘Gelderse Energie Infrastructuur’(GEIS) naar een toekomstbestendig energiesysteem. Bestaand beleid Het bestaande beleid rondom energietransitie is vastgelegd in de RES 1.0., het beleidskader GEIS en het Akkoord van Groenlo.

Met het derde Akkoord van Groenlo bekrachtigen 8 Achterhoekse gemeenten (waaronder in dit geval ook de gemeente Montferland) de regionale samenwerking. Om klimaatverandering tegen te gaan en om energie beschikbaar en betaalbaar te houden willen de gemeenten zo snel mogelijk een energie neutrale Achterhoek, uiterlijk in 2050. Dat wil zeggen dat er dan evenveel energie duurzaam wordt opgewekt binnen de grenzen van de Achterhoek, als er verbruikt wordt. In lijn met het nationale Klimaatakkoord willen wij uiterlijk in 2050 energieneutraal zijn. Met een beoogd tussendoel van 55% reductie in 2030. Dit is ook in lijn met de keuze van de gemeenten om uiterlijk in 2050 helemaal van het aardgas af te zijn. De RES Achterhoek 1.0 en de 8 transitievisies Warmte ondersteunen het Akkoord van Groenlo. In de RES 1.0. is vastgelegd dat er 1,35 TWh uit zon en wind in 2030 wordt opgewekt. Met de onderverdeling van 0,350 TWh uit zon op grote daken, 0,210 TWh uit zonnevelden en 0,546 TWh uit wind. Een deel van het RES-bod (0,244 TWh/jaar) is nog niet gealloceerd. Dit deel kan worden ingevuld met wind, zon of een combinatie van beide. Vanwege het belang van doelrealisatie, systeemefficiëntie en maatschappelijke kosten heeft het de voorkeur dit deel in te vullen met wind. Momenteel wordt er gewerkt aan de realisatie van de ambities en de ontwikkeling van de RES 2.0. Het traject richting RES 2.0.

is bedoeld om de ambities verder in te vullen, te concretiseren en te zorgen voor tijdige vergunningverlening (vóór 1 januari 2025). Er is steeds meer vraag en aanbod van energie door nieuwe ontwikkelingen en verduurzaming. Dit vraagt om een passende Gelderse energie-infrastructuur. Het beleidskader GEIS geeft richting en afbakening aan de provinciale inzet op energie-infrastructuur. Het bepaalt op welke energie-infrastructuurprojecten de provincie zich inzet, welke rollen deze daarbij aanneemt en welke instrumenten deze inzet. Het vastleggen van de rol en houding van de provincie bij energie-infrastructuur is nodig om sturing te geven aan programmeren, afwegen en uitvoeren. Het ‘Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat’ (PMIEK) is een middel om te komen tot energiesysteemkeuzes en uitvoeringscoördinatie. In het eerste PMIEK zijn belangrijke bovenlokale projecten geïnventariseerd. Dit betreft infrastructuurprojecten waarvoor het ruimtelijk spoor dat leidt tot 17

vergunningverlening nog niet doorlopen is. Het PMIEK krijgt elke twee jaar een update. Vanwege de lange doorlooptijden is het essentieel om ook een doorkijk te maken voor de periode na 2030. De Achterhoek is bij dit proces aangehaakt. Knelpunten en uitdagingen Netcongestie Ondanks forse investeringen kunnen de netbeheerders de snelheid waarmee de energietransitie plaatsvindt moeilijk bijhouden. Netcongestie doet zich voor bij zowel het aanbieden van duurzaam opgewekte elektriciteit aan het elektriciteitsnet, als bij het leveren van elektriciteit aan bijvoorbeeld woningen en bedrijven. Dat geldt ook in de Achterhoek. Met name bij het bedrijfsleven waar de (maak)industrie de belangrijkste sector is en voor haar ontwikkeling en verduurzaming sterk afhankelijk is een robuust en betrouwbaar energienetwerk. Van landelijk tot lokaal niveau wordt gewerkt aan het oplossen en voorkomen van knelpunten. Alleen als opgewekte stroom direct verbruikt wordt – door bijvoorbeeld opslag en conversie op locatie en daarmee het elektriciteitsnet niet gebruikt wordt – kan nieuwe duurzame opwek gerealiseerd worden. Afhankelijk van de uitkomsten van netbeheerder TenneT’s congestiemanagement-onderzoek dat in 2023 gereed is, geldt dat ook nieuwe ontwikkelingen in de Achterhoek tot 2029 niet over (extra) netcapaciteit kunnen beschikken voor het afnemen van energie.

Dit levert een probleem op voor het aansluiten van nieuwe woningen, voorzieningen en werklocaties. Het is zaak om via onderzoek (risicoanalyses) inzicht te krijgen in of op geplande locaties de energievoorziening kan worden gerealiseerd; welke ontwikkelingen de energievoorziening in gevaar kunnen brengen; hoe groot de risico’s zijn en wat mogelijke oplossingsrichtingen zijn. Nader uitwerken: kansen en/of dilemma’s Het belang van energie besparen (warmte én elektriciteit) is groot, voor particulieren en bedrijven. Besparen voorkomt onnodige druk op de schaarse ruimte en (over)belasting van de energie-infrastructuur. Netwerkimpact-analyses laten zien dat de RES-ambities waarschijnlijk kunnen worden gerealiseerd, mits de wind/zon-verhouding in balans is (1:1 opgesteld vermogen). Bij die verhouding kan er met dezelfde schaarse infrastructuur (transportcapaciteit) tegen dezelfde (maatschappelijke) netinpassingskosten de meeste energie worden opgewekt: een factor 4 meer dan met zonne-energie alleen. Dat is in de Achterhoek (nog) niet het geval. Dit brengt de realisatie van de RES-doelstellingen in gevaar en veroorzaakt knelpunten. Slim omgaan met schaarse netcapaciteit is cruciaal om ook andere opgaven te kunnen realiseren, zoals de woonagenda, de warmtetransitie, het regionaal programma werklocaties en de laadinfrastructuur voor mobiliteit.

Verder kan door afstemming van vraag en aanbod op een zo laag mogelijk niveau (liefst verbruikersniveau) (over)belasting van het net worden verminderd. Hier is het nodige aan te verbeteren. De meeste gemeenten hebben beleid voor zonne-energie. Dat is voor wind nog niet altijd het geval. Dit zullen gemeenten nog uitwerken. Met het oog op een wind/zon-verhouding die in balans moet zijn, is herijking van het bestaande beleid voor zonne-energie een stap die gezet wordt/moet worden. De uitbreiding van het landelijk hoogspanningsnet (TenneT) is een randvoorwaarde om de aanpassingen/uitbreidingen van de stations van de regionale netbeheerder (Liander) in gebruik te kunnen nemen. Daarnaast wordt er ingezet op slimme oplossingen, zowel technisch, juridisch als organisatorisch, voor het beter benutten van het elektriciteitsnet. Denk aan cable pooling (combineren van wind en zon op veld/dak op één kabel), opslag, aansluiten van zoninitiatieven op een gedeelte van het piekvermogen of het benutten van nieuwe contractvormen om de ruimte op het net buiten piekuren beter te benutten (vraagsturing). Smart Energy Hubs zijn plekken/bedrijventerreinen waar veel energie wordt verbruikt en ook opgewekt kan worden. Hier kunnen vraag en aanbod direct aan elkaar worden gekoppeld. Zo wordt het elektriciteitsnetwerk minder belast en kunnen (nieuwe) 18

bedrijventerreinen meer toekomstbestendig worden ontwikkeld. Ook off grid-oplossingen (lokale elektriciteitsnetwerken) behoren tot de mogelijkheden. Slimme oplossingen betreffen vaak andere/nieuwe vormen van samenwerking tussen de netbeheerder en (markt)partijen. Netwerkcongestie beperkt in toenemende mate het realiseren van onze ruimtelijke doelen. In ieder geval de komende jaren. Tot 2030 zijn de grote uitbreidingen in het elektriciteitsnetwerk al gepland, daar is beperkt in bij te sturen. Dit komt omdat het bijvoorbeeld ca. 7 jaar duurt om te komen tot een nieuw onderstation. Wel zijn er soms lokale maatwerkoplossingen mogelijk om tekorten (tijdelijk) het hoofd te bieden. Maar om die oplossingen effectief in te zetten, moeten we tijdig weten waar en wanneer ze nodig zijn. We hebben op dit moment echter nog niet scherp wat er nog wel aan ontwikkelingen mogelijk is met de bestaande restcapaciteit van de onderstations en hoe zich dat verhoudt tot onze plannen voor de periode tot 2030. Daarom gaat de provincie met partners een feitenonderzoek doen op het niveau van individuele onderstations: wat is de ruimte, welke stations worden wanneer uitgebreid, wat zijn de plannen voor nieuwe woningen, werklocaties, etc. en waar en wanneer gaat het wringen en hoe erg.

Wanneer het beeld scherp is, is het mogelijk maatwerkoplossingen te ontwerpen, financieringsafspraken te maken, te programmeren en uitvoeren. Het onderzoek kan helpen om het PMIEK aan te scherpen. Verder ontwikkelt de provincie met partners een visie op het benodigde en gewenste energiesysteem voor de periode na 2030. Vraagstukken die nadere uitwerking nodig hebben zijn de volgende: De antwoorden en afwegingen hierop kunnen leiden tot het maken van nieuwe (ruimtelijke) afspraken: • Hoe gaan we om met plannen voor energievragers die (nog) geen aansluiting kunnen krijgen, of die concurreren met andere energievragers die maatschappelijk meer (of minder) prioriteit hebben op dat moment en op die plek? • Hoe behouden we de ruimtelijke kwaliteit en houden we het landschap aantrekkelijk? • Conform de NOVI principes (h5) zijn functiecombinaties wenselijk. Hoe kan energieopwekking een slim gecombineerd worden met andere functies? • Hoe nemen we inwoners en bedrijven mee? • Hoe behouden we verbinding tussen de dorpen en tegelijkertijd een hoogwaardige dorpsomgeving? • Welke bestuurlijke afwegingen worden gemaakt op basis van o.m. de uitkomsten van de provinciale planmilieueffectrapport (MER) actualisatie provinciaal windbeleid en RES, de plan-MER windenergie Veluwewespendief en de uitkomsten van het regioarrangement.

De antwoorden en afwegingen kunnen leiden tot het maken van nieuwe (ruimtelijke) afspraken. Inzicht in de combinatie van ruimtelijke impact en (on)mogelijkheden van het elektriciteitsnetwerk moet leiden tot het antwoord op de vraag: Wat komt waar en wanneer? • Hoe kan het niet-gealloceerde deel van het RES-bod worden ingevuld? • Hoe denken gemeenten dat elke buurt, wijk of kern in de toekomst waarschijnlijk van warmte wordt voorzien? Duidelijkheid hieromtrent geeft inwoners inzicht of zij op individueel niveau een oplossing moeten zoeken of in de toekomst van een collectieve oplossing gebruik kunnen maken. Ook biedt dit inzicht in de toename van de elektriciteitsvraag ten gevolge van een meer duurzame invulling van de warmtevraag en benodigde versterking van de netinfrastructuur. In hoeverre past deze gewenste versterking binnen de investeringsagenda van netbeheerder Liander. Noopt dit wellicht tot andere keuzes? • Hoe gaan we het werken aan een toekomstig energiesysteem organiseren?

4.3 Leefbare steden en regio’s Om in de Achterhoek leefbare steden, dorpen, kernen en buurtschappen te houden, is een palet aan voorzieningen en passende woningen, werklocaties, werkgelegenheid die bij de regio past, goede voorzieningen, ontwikkeling van arbeidsmarkt, scholing en aandacht voor gezondheid nodig. Al deze zaken krijgen op dit moment aandacht en dit zal blijvende aandacht en ontwikkeling vragen, gekoppeld aan de beweging naar meer circulaire economie en behoefte aan energievoorzieningen. Hieronder een overzicht. 19

4.3.1 Wonen Ook de aanpak van het thema wonen heeft prioriteit in de Achterhoek. Net als in andere delen van Nederland is er ook in de Achterhoek in kwantitatief opzicht een te grote spanning op de woningmarkt komen te staan. Daarnaast heeft de regio te maken met een kwalitatieve achterstand in de bestaande woningvoorraad. Een in balans zijnde woningmarkt met vooral ook betaalbare en kleinere woningen is van vitaal belang voor de Achterhoek. Goed wonen draagt bij aan sociaal welzijn, gezondheid en leefbaarheid. Een voldoende kwalitatief woningaanbod is ook essentieel voor het huisvesten van arbeidskrachten die werkzaam zijn in de regionale economie. Vooral nu er op dit punt een forse schaarste is, is dit extra van belang. Wonen gaat niet alleen over huisvesten maar heeft invloed op en kan ondersteunend zijn aan andere gebiedsopgaven. Concrete doelen In de regionale Visie 2030 zijn de volgende doelen voor wonen afgesproken: - De bestaande woningvoorraad is meer toekomstbestendig; - Er zijn voldoende (betaalbare) woningen toegevoegd; - In de periode 2023-2026 is een versnelling in de woningbouwproductie ingezet; - (Leegstaand) vastgoed is daar waar mogelijk getransformeerd naar wonen; - Er zijn innovatieve en duurzame manieren van wonen en bouwen ontwikkeld en gerealiseerd.

Via de regionale woonagenda en de daaraan verbonden Woondeal worden deze doelen ook gedragen door provincie en Rijk. Daarbij zijn extra accenten gelegd op betaalbaarheid, wonen en zorg, tijdelijk wonen en het koppelen van wonen aan andere gebiedsopgaven. Bestaand beleid Het huidige beleid voor wonen is vastgelegd in de Achterhoek Visie 2030, de regionale woonagenda 2023-2030 en de Woondeal Achterhoek. Grofweg kent dit beleid twee delen: een aanpak op kwantiteit en een aanpak op kwaliteit. Gegeven de actuele spanning op de woningmarkt is tot 2030 in eerste instantie ingezet op het realiseren van een kleine 8.400 extra koop- en huurwoningen. De uiteindelijke regionale ambitie is om 11.500 woningen toe te voegen. Dit gebeurt vooral in een aantal sleutelprojecten die gebaseerd zijn op een spreidingsmodel waarbij steden en kernen versterkt worden. Ook wordt gekeken naar mogelijk nieuwe woonconcepten in het landelijk gebied. Het toe te voegen woningaantal kent een substantiële betaalbaarheidsdoelstelling. Een deel van deze woningen zal worden gerealiseerd via de transformatie van (leegstaand) vastgoed. Voor de kortere termijn is gekozen voor een versnelling van de woningbouwproductie. In deze aanpak is er bijzondere aandacht voor twee doelgroepen: ouderen en jongeren (met name starters op de woningmarkt).

Bij de inzet op huisvesting voor ouderen is het streven om meer doorstroming op gang te brengen. Voor deze laatste doelgroep is er aandacht voor wonen en zorg waarbij onder andere aan geclusterde woonvormen wordt gedacht. Bij deze kwantitatieve toevoegingen is sprake van een gecontroleerde aanpak met het gebruik van monitoring. In kwalitatief opzicht geldt dat de bestaande Achterhoekse woningvoorraad onvoldoende toekomstbestendig is. Het beleid is gericht op het meer energiezuinig maken van woningen en deze naar een andere energievoorziening te brengen. Daar waar mogelijk worden woningen meer levensloopbestendig gemaakt. Kijkend naar duurzaamheidsambities wordt gekeken naar circulaire (ver-)bouwmethoden met gebruikmaking van biobased materialen. De regio Achterhoek heeft de ambitie om haar innovatiekracht ook in het woondomein op zowel de bovenstaande kwantitatieve als kwalitatieve ambitie in te zetten. In dat opzicht ligt er een kans, omdat de regio veel aannemers, bouwers, installateurs en toeleveranciers voor de bouwsector kent.

20

Knelpunten en uitdagingen Zowel de kwantitatieve als de kwalitatieve ambities in het regionale woonbeleid staan onder druk door onder andere een groeiend tekort aan arbeidskrachten in de bouwsector, een forse stijging van de kosten van bouwmaterialen en een stijging van de hypotheekrente. Dit is een landelijk vraagstuk. Volgens de Ladder voor duurzame verstedelijking zouden nieuw toe te voegen woningen vooral via inbreiding tot stand moeten komen. Deze keuze voor inbreiding komt meer en meer onder druk te staan, omdat deze haaks staat op het belang van het open en groen houden van steden en dorpen, vooral met het oog op klimaatadaptie maar ook vanuit leefbaarheid en gezondheidsoptiek. Op basis van diverse inventarisaties van gemeenten en provincie is de verwachting dat straks de helft tot driekwart van de agrarische gebouwen niet meer hergebruikt wordt en leeg komt te staan. Dit biedt kansen voor nieuwe ruimtelijke invulling, waarbij wonen één van de opties is. Deze leegstand heeft mogelijk ook grote negatieve invloed op ons landschap (verpaupering), gezondheid (asbest), veiligheid (ondermijning) en de leefbaarheid op het platteland. Leegstaande schuren zijn daarmee ook van negatieve invloed op de aantrekkingskracht van Achterhoek voor nieuwe inwoners en bezoekers.

Met het vertrek van boerenbedrijven en voor een deel ook de mensen die er wonen en werken verdwijnt ook een deel van het sterke sociaal-maatschappelijke netwerk (naoberschap) op het platteland. Nader uit te werken kansen en knelpunten Een kans maar ook uitdaging is wonen nadrukkelijk te gaan koppelen aan andere gebiedsopgaven. Zo kan wonen, met de inzet van verschillende woonmilieus, bijdragen aan een passende en gebiedseigen kwalitatief hoogwaardige ruimtelijke overgang van woongebieden naar het buitengebied. Hierbij dient gebouwd te worden naar de identiteit van de regio, uitbreiding van de huidige steden en kernen, gericht op fijnmazigheid en naoberschap en rekening houdend met landschappelijk kwaliteit. Binnen dit buitengebied is wellicht ook een rol weggelegd in de transitie van vrijkomende agrarische bebouwing naar wonen of andere functies. Daarnaast zal de inrichting van woningbouwplannen een bijdrage moeten gaan leveren aan ambities als klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit. Tot slot is er een relatie met mobiliteit en energie. De woningbouwopgave is gekoppeld aan ambities zoals de doorontwikkeling van de N18 op langere termijn, verbetering van het regionale wegennet en openbaar vervoer, ontwikkelen van regionale mobiliteitshubs, doorontwikkeling aanpak fijnmazige bereikbaarheid en hoogwaardige fietsverbindingen.

Sleutelprojecten in de woningbouw zullen vanuit mobiliteit zoveel mogelijk gerealiseerd worden bij mobiliteitsknooppunten. Voor energie geldt dat verduurzaming van woningen een substantiële bijdrage moet gaan leveren aan energiebesparing en transitieambities. Aandachtspunt is het uitwerken van prioriteiten in de ontwikkeling van wonen en werken in relatie tot de beschikbare netcapaciteit. Daarnaast wordt in het kader van de randvoorwaarden bij de Woondeal uitgewerkt hoe we omgaan met wonen en bouwen i.r.t. de stikstof opgave. Van belang is het dat er goede voorzieningen in de Achterhoek zijn, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit, onderwijs, landschap, cultuur en erfgoed, maatschappelijke voorzieningen en recreatie. Voorzieningen zijn sterk bepalend voor welzijn, sociale contacten en het faciliteren van ontmoeting en ‘inburgeren’ van mensen die van buiten de regio komen. Bij de ontwikkeling en herstructurering van woon- en werk functies is aandacht voor leefbaarheidsfactoren als veiligheid en sociale cohesie binnen wijken van groot belang. Het streven naar een meer circulaire economie geldt ook voor de woningbouwsector. Binnen de regio Achterhoek is al een initiatief rond biobased bouwen opgepakt. Het is van belang om dit initiatief, ook samen met de andere betrokken overheden in dit arrangement, verder te brengen.

Te meer omdat hier ook mogelijkheden liggen om de landbouwsector een sociaaleconomisch toekomstperspectief te geven.

21

4.3.2 Werken Werk zorgt voor inkomen en ontplooiingskansen van inwoners en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan de vitaliteit en leefbaarheid en economie van de Achterhoek. Met een vergrijzende en ontgroenende bevolking in de regio is er een tekort van 1900 arbeidskrachten per jaar. De Achterhoek is daarnaast een open, innovatieve en veerkrachtige regio en kennis- en techniek gedreven. Dit heeft al geleid tot tal van originele initiatieven. We zien hiervoor nog meer kansen in de toekomst. Belangrijke sectoren voor de Achterhoek zijn de innovatieve maakindustrie, agrifood (maakindustrie, voedselverwerking, transport), handel, de zorg en de bouwsector. Daarnaast is recreatie en toerisme een verdienmodel in de regio. Concrete doelen In 2030 heeft de Achterhoek een nog sterk bloeiende en innovatieve economie, uitgaande van eigen kracht en met een aantrekkelijke arbeidsmarkt. Er is een duurzaam werk-, leer-, woon- en leefklimaat. We richten ons als Achterhoek op een open innovatiesysteem waarbij het gaat om economische en sociale innovatie. Daarnaast zetten we ons in op de beschikbaarheid van de juiste kwaliteiten op de arbeidsmarkt en het benutten van talenten. Hier hoort ook een inclusieve arbeidsmarkt en een goed werkend onderwijsecosysteem bij. (Achterhoek Visie 2030). Rijk, provincie en gemeenten werken aan voldoende en toekomstbestendige werklocaties.

Enerzijds om bedrijven een goede plek te kunnen bieden om te ondernemen, samen te werken (onder andere met ecosystemen en innovatieclusters) en toekomstperspectief te hebben. Anderzijds om voldoende arbeidsplaatsen te creëren. Denk hierbij aan het in balans brengen van wonen en werken, het bieden van werk aan inwoners en mensen van buiten de regio zoals studenten die er stagelopen en afstuderen of specialisten op het gebied van bijvoorbeeld ICT. Dat maakt dat bereikbaarheid, zeker gezien het feit dat de regio omringd is door stedelijke regio’s met voorzieningen en onderwijsinstellingen, van groot belang. Bestaand beleid In het Regionaal Programma Werklocaties (RPW) maken we afspraken over de groei en ontwikkeling van werklocaties. Hierbij is vastgelegd dat het A18 Bedrijvenpark in Doetinchem en Bedrijventerrein de Laarberg in Groenlo regionale bedrijventerreinen zijn. Eens per vier jaar wordt een nieuwe behoefteraming opgesteld voor de groei van werklocaties. Dit gebeurt in samenspraak met de gemeenten, ondernemers en provincie. Hierbij wordt zowel de autonome groei van bedrijven meegenomen als trends op het gebied van de bevolkingsontwikkeling, innovatie (robotisering, automatisering en AI), circulaire economie en de energietransitie. Het RPW is beleidsarm, de ambities uitgesproken door de Achterhoek en gemeenten worden hier dus niet in meegenomen.

Wel kunnen de gemeenten samen ervoor kiezen om in het RPW bepaalde afspraken te maken om te sturen op bijvoorbeeld de kwaliteit en het profiel van werklocaties. Voor de detailhandel is het regionaal afsprakenkader detailhandel leidend. Hierin hebben Doetinchem en Winterswijk de status van hoofddetailhandelscentrum. Daarnaast zijn er in de regio diverse bovenlokale en lokale detailhandelscentra. De opgave is om toe te werken naar compacte kernwinkelgebieden door transformatie van detailhandels- oppervlak in aanloopstraten naar andere functies (o.a. wonen). Bovendien willen samenwerkende partijen in de regio Achterhoek zorgdragen voor een aantrekkelijk ingerichte winkelgebieden. De Achterhoek Visie 2030 zet onder de noemer “Smart werken” in op het stimuleren van innovatie binnen de maakindustrie, maar tegelijkertijd ook in tal van andere sectoren. Dat vraagt om nauwe samenwerking tussen bedrijven, overheden en kennisinstellingen. Het clusteren van innovatie op sectoraal niveau via clusters helpt daarbij, net zoals het op regionaal niveau implementeren van nieuwe technologie, kennis en kunde. Fysiek is dit vertaald in het Regionaal Programma Werklocaties 2019-2023; het huidig afsprakenkader tussen regiogemeenten en provincie inzake de ontwikkeling van bedrijventerrein.

22

Kringlooplandbouw heeft als uitgangspunt dat er landbouwmaatregelen worden doorgevoerd die de grondstofkringloop zo veel mogelijk willen laten sluiten. Dit om efficiënter om te gaan met grondstoffen en de milieu impact van nieuwe ontwikkelingen te verlagen. Het Europees Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) zet ook in op vergroening van de landbouwsector. In de Vrijetijdsagenda Achterhoek 2020-2030 hebben de Achterhoekse gemeenten samen met Lochem afgesproken de samenwerking op het gebied van toerisme en recreatie te continueren en hierdoor het toeristisch product van de Achterhoek verder te versterken. Daarnaast ondersteunen tien gemeenten de Stichting Achterhoek Toerisme inzake toeristische regiomarketing en route-activiteiten. Knelpunten en uitdagingen Met een vergrijzende en ontgroenende bevolking in de regio is er een tekort van tussen de 1.500 en 2.000 arbeidskrachten per jaar. Het tekort aan arbeidskrachten is vooral in de zorg, ICT en de techniek nu al groot. Een deel daarvan kan opgevangen worden door talent van buiten de regio en internationale werknemers. Kwalitatief gezien gaat het vooral om specifieke sectoren en om een groeiende vraag naar werknemers met HBO. In de recreatie- en toerismesector kan een koppeling gemaakt worden met het buitengebied, de natuur, evenementen, kunst en cultuur en detailhandel.

Investeringen in landschap, natuur, duurzaam watersysteem en recreatieve infrastructuur kunnen interacteren met private ontwikkeling van recreatie en toerisme. Dit kan samen op gaan. Maar dat gaat niet vanzelf. Najaar 2023 wordt mede op basis van het Koopstromenonderzoek Oost Nederland bepaald of het afsprakenkader detailhandel herzien moet worden. Op het gebied van detailhandel wordt toegewerkt naar compacte en toekomstbestendige winkelcentra waarover regionaal afspraken gemaakt zijn. De bedrijven in de belangrijke sectoren in de Achterhoek hebben naar verwachting tot in ieder geval 2030 nog een groeiende ruimtebehoefte. Dit komt vooral doordat de maakindustrie door onder andere robotisering en automatisering een groeiende ruimtevraag kent. De verwachting is dat die laatste vaak grote bedrijven gaan zijn, in een zwaardere milieu categorie, met veel ruimtebeslag en bijbehorende logistieke activiteiten. De ruimte voor de bestaande en nieuwe bedrijven is, zij het in mindere mate dan in andere delen van de provincie, echter schaars. Net als energie de komende jaren. Daarbij is er door het veranderende klimaat ook een groeiende behoefte aan ruimte voor groen en waterberging en verdwijnt er ruimte voor bedrijven door (met name) transformatie naar wonen.

Tegelijkertijd zien we dat bedrijven in de Achterhoek geworteld zijn in de regio, zowel op het economische als maatschappelijke vlak. Dat betekent dat er ruimte moet blijven voor deze bedrijven om de dynamiek, bedrijvigheid en werkgelegenheid vast te houden. Nader uit te werken dilemma’s en kansen Hoe de beschikbare ruimte op bestaande bedrijventerreinen en voor nieuw aan te leggen bedrijventerreinen wordt ingedeeld, zal om uitwerking en besluitvorming vragen. In het nieuwe Regionaal Programma Werklocaties (RPW) Achterhoek 2024-2028 maken provincie en regio met elkaar afspraken over onder meer: • Het gewenste ruimtelijk economisch profiel van de Achterhoek en welke beleidskeuzes daarbij horen, mede met het oog op de beschikbare ruimte en energie; • Welke standaard we nastreven bij het toekomstbestendig maken van bestaande en bij aanleg van nieuwe bedrijventerreinen; • Onze ambitie op het gebied van herstructurering en intensivering van bestaande bedrijventerreinen. Het rapport Beter Benutten van Gelderse Bedrijventerreinen toont de potentie die er ligt op bestaande bedrijventerreinen om bedrijven meer kansen te bieden op eigen kavels. Hierbij nemen we mee dat inbreiding complex is, veel middelen vraagt en de opbrengst beperkt blijft; • Bij verplaatsing van bedrijven hebben we oog voor de ruimte die vrijkomt; 23

•

•

Veel duurzaamheidsopgaven bevinden zich op bedrijventerreinen of kennen een doorvertaling naar ruimtevraag op bedrijventerreinen. We bespreken in het RPW hoe we omgaan met netcongestie, ruimtebehoefte van circulaire activiteiten en bedrijven in hogere milieu categorieën. Het bieden van ruimte voor deze opgaven is van cruciaal belang voor de economische dynamiek in de regio; Bedrijfsruimte die verdwijnt of verplaatst als gevolg van transformatie.

Deze afspraken vragen om nadere afstemming met soortelijke trajecten en afstemmingsvragen rond andere functies zoals wonen, mobiliteit en het landelijke gebied. In het kader van het bestuurlijk overleg Grip7 hebben de provincies van het Rijk daarnaast de opdracht gekregen om zoekgebieden te identificeren voor grootschalige ruimtevragers vanaf vijf hectare, waaronder logistiek. De komende maanden werken Rijk, provincies en enkele gemeenten aan het opstellen van een beleidslijn die voor grote ruimtevragers nader in gaat op de onderwerpen regionale meerwaarde, clusteren, identificeren zoekgebieden, intensiveren bestaande terreinen & meervoudig ruimtegebruik, landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteit.

4.3.3 Gezondheid De inrichting van de leefomgeving van een wijk of dorp heeft invloed op zowel de leefstijl als de sociale structuur en daardoor ook op de benodigde zorg en ondersteuning. Denk aan hoe wandel- en fietspaden in de buurten zijn aangelegd en met elkaar verbonden zijn, zodat iedereen direct vanuit huis in beweging kan zijn. In de dorpen kan dit worden gekoppeld aan functieveranderingen zoals groenblauwe dooradering in het buitengebied zodat de omgeving uitnodigt tot bewegen. Naast de fysieke inrichting is er het aanbod van zorg en ondersteuning: de inzet vanuit de nulde, eerste en tweede lijn. Ook hierin is sprake van wederkerigheid: een goed stelsel van zorgvoorzieningen maakt dat mensen goed kunnen functioneren in hun sociale omgeving, zich kunnen blijven inzetten als goede buur, werknemer, mantelzorger, vrijwilliger, etc. Thematafel “De gezondste regio” van de 8RHK ambassadeurs heeft de nota “Samen langer gelukkig en gezond leven in de Achterhoek” opgesteld vanuit de collectieve ambitie om ervoor te zorgen dat er een verschuiving plaats vindt van specialistische zorg naar meer slimmere zorg en voorkomen van ziekten. De Achterhoek heeft te maken met vergrijzing én ontgroening. In de toekomst zijn minder zorgprofessionals beschikbaar en de informele hulp en ‘naoberschap’ nemen af, gezondheidsverschillen worden groter.

Dit alles vraagt, met het oog op brede welvaart, om een stap van nazorg naar voorzorg (preventie) te maken en voor de inrichting van een toekomstbestendig zorglandschap. De gezondheidszorg in de Achterhoek is van hoog niveau. Om voorbereid te zijn op de toekomst, met meer ouderen en minder personeel, zullen de partijen die hieraan werken ook een transitie gaan maken van zorg naar gezondheid en zich richten op het verkleinen van de gezondheidsverschillen. De focus ligt op preventie en zorginnovatie. Door te investeren in preventie kunnen een groot aantal ziektes worden voorkomen, waardoor minder ingrijpen nodig is en het ziekteverzuim kan worden teruggebracht. Op deze manier kunnen mensen beter mee blijven doen in de samenleving. Wat daarvoor nodig is en welke kansen hiervoor zijn, brengen partijen in de regio nader in beeld.

4.3.4 Voorzieningen, sport, cultuur en erfgoed Voorzieningen op het gebied van cultuur, erfgoed en sport dragen bij aan het woon-, leef- en werkklimaat van de Achterhoek en hebben sociaal maatschappelijk impact. Het deelnemen aan of beleven van cultuur of sport kent een eigen, intrinsieke waarde, maar draagt ook bij aan de verbinding en ontmoeting tussen mensen en daarmee aan de leefbaarheid in de Achterhoek. Het erfgoed is van belang voor het historisch besef en benadrukt de gezamenlijke identiteit van de Achterhoek. De basis van de lokale culturele infrastructuur wordt gevormd door dorps- en 7

Grip op grote bedrijfsvestigingen’ (GRIP). Het Rijk werkt in 2022 en 2023 aan een handreiking voor regionale meerwaarde van nieuw te vestigen bedrijven, via het traject ‘Grip op grote bedrijfsvestigingen’. Naast aansluiting op het economische profiel van een regio komen hierbij ook aspecten als (energie)ontsluiting (belangrijke corridors), kwaliteit van de leefomgeving en ruimtelijke inpassing aan bod.

24

gemeenschapshuizen en sportverenigingen. Veel maatschappelijke activiteiten komen daar samen en ze versterken de leefbaarheid en sociale cohesie. Gebouwen met een culturele functie en instellingen die een culturele taak vervullen (bibliotheken, musea, (film)theaters, muziekscholen e.d.) zorgen ervoor dat het beoefenen en beleven van cultuur voor alle Achterhoekse bewoners en bezoekers bereikbaar is en dat zij hun talenten kunnen ontwikkelen. Dit draagt bij aan hun welzijn. Goede regionale spreiding, toegankelijkheid en duurzame instandhouding zijn hierin belangrijk. Het karakteristieke erfgoed, de culturele infrastructuur en de vele culturele activiteiten versterken de aantrekkelijkheid, de beleving en de identiteit van de Achterhoek als krachtig vestigingsgebied om te wonen en te werken, voor recreatie en toerisme.

5 De afwegingen met elkaar, daarvoor zijn deze opgaven concreet in beeld 5.1 Navolgbaar feitelijk afwegingskader voor opgaven Om dilemma’s of knelpunten en kansen goed af te wegen, nemen we in dit hoofdstuk in tabel vorm een afwegingskader op. Dit is bewust een lege tabel, bedoeld om op transparante en eenduidige wijze dilemma’s in toekomst te ontrafelen en af te wegen en dan ook verder te benutten. Met deze manier van kijken naar vraagstukken, sluiten provincie, waterschap en gemeenten aan bij de NOVI-aanpak om door aanvullende maar verschillende ‘brillen’ naar dilemma’s te kijken. De brillen zijn opgenomen in de tabel, zoals de belevingswaarde of de waarde van het voorkomen van afwenteling op toekomstige generaties of andere gebieden. Het afwegingkader helpt als werkwijze, om te communiceren over hoe we tot richting komen. Doel is per bril de argumenten te beschrijven. De tabel is onderdeel van alle regioarrangementen om relevante perspectieven in beeld te brengen bij toekomstige dilemma’s. Om lastige keuzes (samen) snel in beeld te brengen en (samen) te onderzoeken welke handelingsperspectieven er zijn. De echte keuzes vervolgens dienen daarna bestuurlijk en politiek te worden gemaakt.

Meervoudig ruimtegebruik

Identiteit centraal

Voorkomen afwenteling

Gebruikswaarde Belevingswaarde Toekomstwaarde

5.2 Speerpunten voor de Achterhoek die vragen om een gezamenlijke uitwerking Om het afwegingskader en sturende principes toe te passen beschrijven we in dit hoofdstuk agenderend een aantal belangrijke uitdagingen die voor de regio belangrijk zijn, gebaseerd op de voorgaande hoofdstukken. Het betreft zeven speerpunten die ieder verbindingen naar andere thema’s hebben. Met als overkoepelend doel de leefbaarheid in de regio waarin sterke gemeenschappen kunnen blijven functioneren in een sterk landschap. Deze speerpunten worden in de hieronder uitgewerkt. Overkoepelend: leefbare gemeenschappen en sterke landschappen Centraal in de regio staat de leefbaarheid, zowel in de vorm van sterke dorpen, kernen en steden maar ook in de vorm van het in evenwicht brengen van het natuurlijk systeem: water, bodem en natuur (biodiversiteit). Beiden dragen bij aan de gezondheid en geluk van de inwoners. De troeven daarbij zijn het sterk identiteitsgevoel en de bijbehorende cultuur. De Achterhoek heeft sterke sociale netwerken zoals het naoberschap waarbij naar elkaar wordt omgekeken maar er is ook een sterk innovatievermogen, ontstaan uit het moeten vinden van oplossingen gecombineerd met een sterke samenwerkingscultuur en elkaar wat gunnen. Daarnaast zijn de Achterhoekers ‘doeners’ die graag experimenteren; leren door het aan te pakken, ook door over de grens te kijken.

In andere regio’s in Nederland én in Duitsland. En dat gebeurt in het prachtige landschap, een andere belangrijke troef van de Achterhoek die wel onder druk staat en daarmee fundamentele aandacht en oplossingen nodig heeft. Versterking en 25

ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit van het kleinschalige, fijnmazige (coulisse)landschap is een belangrijke randvoorwaarde. Onze leefomgeving vraagt om in te spelen op klimaatverandering en het tegengaan ervan door inzet op meer duurzame energie, een transitie van de landbouw naar o.m. kringlooplandbouw en aanpak van droogte en de kwaliteit van het water en de bodem. De kwaliteit van het Achterhoekse landschap willen we verder ontwikkelen, er is een prachtig landschappelijk casco als basis. Daarnaast denken we aan een leefomgeving die voor de Achterhoekers passende, toegankelijke en goed bereikbare voorzieningen biedt, waardoor we fijn en gezond kunnen wonen, werken, leren en recreëren. Ruimtelijke keuzes in het landschap zijn daarmee vooral een sociale en maatschappelijke opgave die ruimtelijke gevolgen heeft. In de Achterhoek is sprake van een andere schaalgrootte en minder van ruimtelijke concentratie, dan in andere meer verstedelijkte regio’s waar een sterke focus op wordt gelegd8. Wij zien een regio waar veel ruimte nodig is voor min of meer verspreide investeringen. Naast bijvoorbeeld grotere ontwikkellocaties zoals de Spoorzone in Doetinchem. Voor grotere landelijke gemeenten zoals Berkelland en Bronckhorst vraagt de transitie van het landelijk gebied juist forse investeringen.

Denk aan de vrijkomende agrarische gronden en gebouwen, en aan verdere ontwikkeling van het landschap en natuur. De Achterhoek stelt leefbaarheid boven efficiency. Meer specifiek hebben we de volgende zeven speerpunten die belangrijk zijn in de toekomstige ontwikkeling van de Achterhoek. 1. Naar een klimaatbestendige regio Er is in de Achterhoek een breed gevoelde urgentie om te komen tot een andere balans tussen water vasthouden en water afvoeren en een betere balans tussen gebruik en benutten van (grond) water. Om de kwaliteit van water en bodem te behouden en te verbeteren. De aanpak van droogte is cruciaal voor toekomstige landbouw, onze natuur, wonen en werken. De klimaatadaptatie en -mitigatie wordt in nauwe samenhang uitgewerkt met de transitie van de landbouw, water, droogte en natuur. De kaders en doelstellingen uit het VLGG zullen duidelijkheid geven hoe we de komende jaren aan de slag gaan op het gebied van landbouw, natuur, bodem en water in de Achterhoek. Om samen de regio klimaatbestendiger te maken. Ook de relatie met Duitsland vraagt aandacht, voor een goede afstemming over grenzen heen. Het klimaatbestendiger maken van onze Achterhoek gaat niet zonder forse investeringen.

Op basis van gedeeld en gezamenlijk onderzoek als onderdeel van de droogte aanpak gaat het om een bedrag tussen de 500 miljoen en 1 miljard euro voor de Achterhoek en Liemers gedurende de komende 30 jaar. Dit is een indicatief bedrag; er is nog geen helderheid over fasering van de uitvoering. Dit bedrag is exclusief plankosten en grondverwerving. Naar een gezonde bodem, water en natuur Een goede bodem- water- en natuurkwaliteit is van groot belang voor mens, dier en milieu. Aan verbetering van de waterkwaliteit wordt in de regio dan ook door de sectoren landbouw en industrie en regionale overheden al drie KRW-planperiodes samengewerkt. Deze resterende waterkwaliteitsopgave in het Gelderse deel van het gebied van Waterschap Rijn en IJssel bestaat uit een opgave voor: stikstof-totaal, fosfor-totaal en/of ammonium in 16 van de 28 oppervlaktewaterlichamen; nitraat in vier grondwaterbeschermingsgebieden; en gewasbeschermingsmiddelen in grondwater. Ook worden normen voor zware metalen overschreden. In (op één na) alle oppervlaktewaterlichamen worden één of meer van de biologische doelen (vis, macrofauna (kleine waterdieren), planten) niet gehaald. Voor het bereiken van deze biologisch doelen alsook voor drinkwater en gezond oppervlaktewater in onze leefomgeving is het voldoen aan de doelen voor de hiervoor genoemde stoffen van belang.

De resterende opgave voor stoffen vraagt om inspanningen in de waterketen en landbouwsector in zowel Nederland als Duitsland. Voor het bereiken van de biologische doelen is het daarnaast van belang dat de inrichting en hydrologische condities voldoen. De toename 8

Met name van rijkswege kan op een andere manier naar de Achterhoek worden gekeken, onder andere geïnspireerd op het rapport ‘Elke regio telt’.

26

van droogte versterkt het belang van het ontwikkelen van robuuste, veerkrachtige beeksystemen, waarin zowel de watervoerendheid als voldoende waterkwaliteit zo lang mogelijk standhouden. Ook de kwaliteit van bodems, natuur en de biodiversiteit staan onder druk. Verbetering hiervan is van groot belang voor de leefbaarheid en gebruiksfuncties in de regio. 2. Aantrekkelijke woonomgeving met passende voorzieningen Over voldoende en passende woningen zijn er recent via de regionale woonagenda en de woondeal al goede afspraken gemaakt. Deze gaan over een zowel kwantitatieve als kwalitatieve versterking van het woonaanbod in de Achterhoek en in dat eerste verband vooral het toevoegen van betaalbare woningen. Een aantal daarbij genoemde zaken vraagt voor de langere termijn een verdere verdieping en gezamenlijke aanpak. Daarbij gaat het onder andere om een aanpak van wonen en zorg en invulling van de wijze waarop wonen een bijdrage kan leveren aan andere gebiedsopgaven (en daarmee ruimtelijke kwaliteit) als klimaatadaptatie, natuurontwikkeling en de transitie van het landelijk gebied. Ook de vormgeving van duurzame woningbouw en –verbouw bijvoorbeeld door het gebruik van biobased bouwen is een nadrukkelijk agendapunt.

Een bijzonder bespreekpunt van gemeenten met provincie en Rijk is de vraag of het huidige aantal afgesproken en regionaal geambieerd aantal toe te voegen woningen een bijstelling naar boven behoeft, kijkend naar ontwikkelingen in andere regio’s. Ook voor het goed uitvoeren van een woningbeleid zijn voldoende middelen noodzakelijk. In dit verband ligt een prioriteit in het verkrijgen van middelen voor het afdekken van onrendabele toppen in de betaalbare woningsegmenten en de financiering van het toekomstbestendig maken van de bestaande woningvoorraad. De inschatting van de samenwerkende gemeenten is dat voor deze totale ambitie voor circa de komende 30 jaar ongeveer 2,5 miljard euro voor de regio Achterhoek nodig is. Naast voldoende en kwalitatief goede woningen is een aantrekkelijke woonomgeving met passende voorzieningen van belang. De beschikbaarheid van bijvoorbeeld goede, tijdig een betaalbare zorg staat in toenemende mate onder druk. Zeker in een regio die tegelijkertijd vergrijst en groeit (economisch en in aantal inwoners), neemt de druk op zorg toe. Kwalitatief goede én toegankelijke zorg is essentieel voor onze leefbaarheid. Daarom is het belangrijk om de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg op niveau te houden. In de Achterhoek benutten we de regionale innovatiekracht en zetten gezamenlijk in op preventie en gezondheid.

We hebben oog voor de relatie tussen de beschikbaarheid van publieke (zorg)voorzieningen, krachtige sociale structuren, de combinatie van wonen en zorg en de invloed daarvan op de leefbaarheid. Extra investeringen zijn naar inschatting van gemeenten nodig in zorgexperimenten en in preventie van zorg i.v.m. afstanden. 3. Toekomstbestendige landbouw We willen als Achterhoek koploper blijven in het realiseren van de kringlooplandbouw en geven daarbij eerste aandacht aan al in de regio gevestigde boeren die perspectief in hun sector zien. Daartoe is de regio al eerder benoemd als experimenteerregio. Bestaande samenwerkingsverbanden en proefboerderij de Marke spelen hierin een belangrijke rol. Dit doen we door een transitie richting kringlooplandbouw met een goed verdienmodel verder te versnellen en te ondersteunen. De transitie van de landbouw hangt nauw samen met water, droogte, natuur en klimaat. Verder kennisontwikkeling over toekomstbestendig gebruik van het bodem en watersysteem en bijpassende bedrijfsvoering is hiervoor nodig. Ook natuurinclusieve landbouw en regeneratieve landbouw hebben hierin een plek. Samenwerking tussen allerlei sectoren en een goed functionerend open innovatie-ecosysteem is hiervoor van belang. Daarnaast werken we hiervoor ook aan de transitie in de hele keten om te komen tot een duurzaam voedselsysteem.

Lokale voedselproductie is daarbij nadrukkelijk van belang als (nieuw) verdienmodel. Een gezonde Achterhoekse agrarische sector is essentieel voor ons regionale ruimtelijke ontwikkelingsperspectief. Een belangrijke randvoorwaarde is daarvoor een (economisch en sociaal) ontwikkelingsperspectief voor agrariërs binnen de nieuwe wettelijke kaders voor de bescherming van milieukwaliteit. Om dat te bereiken zijn er duidelijke 27

kaders nodig voor (nieuwe) verdienmodellen die verduurzaming van de landbouw mogelijk te maken. Ook technologische innovaties in de bedrijfsvoering kunnen bijdragen aan de verbetering en ontwikkeling van de sector. Het is daarom nodig om vorm te geven aan een economisch perspectief voor de ‘blijvers’ en aandacht voor de sociale consequenties van de ‘stoppers’. Overigens zijn onze regionale opgaves zodanig groot dat we de (beschikbaar komende) ruimte nodig hebben om deze te realiseren. Er is geen ruimte voor nieuwe niet-grondgebonden en grondgebonden agrarische bedrijven in de Achterhoek. Dit kan wel op plekken waar stoppers ruimte maken, maar zeker geen extra toevoeging in de regio. De locaties die beschikbaar komen zijn nodig om te kunnen extensiveren vanwege de transitie naar kringlooplandbouw, maar ook voor natuurontwikkeling, ruimte om water vast te kunnen houden, en ruimte om te wonen en te werken. ‘Grond(beleid)’ is daarmee een belangrijk instrument om transities vorm te kunnen geven. Een deel van de landbouwbedrijven zet in op verbreding van de bedrijfsvoering. Dit kan bijvoorbeeld gaan om het leveren van blauw-groene diensten, natuurbeheer / biodiversiteit, zorgdiensten, dagrecreatie en/of verblijfsrecreatie aanbod.

Gezien de impact op de bedrijfsvoering, zijn lange termijn beheerovereenkomsten een belangrijke voorwaarde voor agrariërs om blauw-groene diensten te kunnen leveren. In het ruimtelijk beleid moet ruimte worden geboden om verbreding van de bedrijfsvoering te faciliteren. Een aspect dat de leefbaarheid onder druk zet zijn de vele agrarische bedrijven die zijn gestopt of gaan stoppen. De verwachting is dat de komende jaren het aantal agrarische bedrijven nog verder afneemt met een derde. Voor de leegstaande schuren is vaak geen nieuwe functie. We verwachten dat straks de helft tot driekwart van de agrarische gebouwen niet meer hergebruikt wordt en leeg komt te staan. Deze leegstand heeft grote invloed op ons landschap (verpaupering), gezondheid (asbest), veiligheid (ondermijning) en de leefbaarheid op het platteland. Het herbestemmen of slopen van deze vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) is een grote uitdaging. De VAB’s bieden zowel kansen als uitdagingen om de transitie van het landelijk gebied vorm te geven en tegelijkertijd bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het landschap en leefomgeving. We willen perspectief kunnen bieden. Niet alles kan getransformeerd worden, het meeste zal gesloopt worden zonder nieuwe functie. We zetten ons in voor nieuwe concrete instrumenten, zoals subsidies of herbestemmingsmogelijkheden en een fiscaal vriendelijke stoppersregeling.

Het versnellen van de transitie naar kringlooplandbouw met een goed verdienmodel en een toekomstbestendig gebruik van landbouwbodems en het watersysteem kan voor agrariërs niet zonder investeringen en veranderingen in wet- en regelgeving. Daarnaast is de opgave voor de VAB’s dermate groot dat gemeenten dit niet alleen af kunnen. Zij vragen hiervoor de ondersteuning van provincie en Rijk, bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van instrumenten als subsidies of als onderdeel van uitkoopregelingen. In eerste doorkijk geven gemeenten aan dat er investeringen nodig zijn voor bijvoorbeeld een innovatiefonds rondom kringlooplandbouw, grondinstrumentarium (verplaatsingen, ruilverkaveling), ondersteuning aan agrariërs om zich voor te kunnen bereiden op de toekomst (bedrijfsplannen, aanpassingen, overname bestaande bedrijven door jonge boeren) en beleid voor VAB’s en stoppende boeren. 4. Slim bereikbare regio Bereikbaarheid van de Achterhoek en binnen de Achterhoek is randvoorwaardelijk voor de voorziene groei van het aantal inwoners, het aantal woningen en de economie in de Achterhoek. Het realiseren van een adequaat gefinancierde, goed bereikbare en soepel doorstromende regio met duurzame vormen van transport die voorziet in passende randvoorwaarden voor wonen, werken, toerisme en sociale interactie is een must.

Deze draagt bij aan verdere economische ontwikkeling, leefbaarheid en brede welvaart in de Achterhoek. Voor de forse investeringen die nodig zijn in het domein van mobiliteit en bereikbaarheid is een passende financiering nodig. Naast middelen voor een verbeterde doorstroming en verkeersveiligheidssituatie van de N18 willen wij in dit verband vooral inzetten op duurzame vormen van vervoer. Het gaat dan om het verbeteren van de 28

ov-hoofdstructuur in de regio (bijvoorbeeld de verbinding Winterswijk-Stedendriehoek) en het flexibele fijnmazige vervoersnetwerk dat daar op aangesloten wordt. Hierbij hoort ook financiering van regionale fietsinfrastructuur en hub’s. De benodigde bijdrage hiervoor zullen de komende tijd nader worden uitgewerkt. Een eerste indicatie van samenwerkende gemeenten op dit domein is op 1 à 1,4 miljard euro. Voor de provincie is op dit moment niet helder met welke parameters dit bedrag tot stand is gekomen. Hierover gaan partijen nog verder in gesprek. 5. Duurzaam economisch perspectief We werken aan een sterk bloeiende en innovatieve Achterhoekse economie, uitgaande van eigen kracht met een aantrekkelijke arbeidsmarkt. Daartoe wordt 3O (maatschappelijke organisaties, overheid, ondernemers) breed gewerkt aan innovatie (open innovatie systeem), verduurzaming en digitalisering van de Achterhoekse economie die een sterke maakindustrie heeft, maar ook veel werkgelegenheid in de bouw, zorg, handel en een sterke agro-sector. Cross-overs tussen verschillende sectoren zijn daarbij een belangrijk speerpunt. Het bedrijfsleven heeft tot doel om het sterke innovatieve vermogen van de regio mede in te zetten voor de grote maatschappelijke opgaven waar we voor staan. De ontwikkeling van toerisme en recreatie is een kans voor de ontwikkeling van dorpen, kernen, steden en omliggende gebieden.

Eveneens wordt gewerkt aan het tekort op de arbeidsmarkt. Deze is becijferd op 1.500 tot 2.000 mensen tekort per jaar. Daartoe wordt ingezet op het inzetten van talenten op de arbeidsmarkt, het aantrekken van mensen buiten de regio en vooral ook op een inclusieve arbeidsmarkt. Een samenleving waarin iedereen mee doet en ook kan doen. Daartoe is het noodzakelijk dat de fysieke randvoorwaarden op orde zijn, zoals voldoende ruimte voor woningen en bedrijven. 6. Meer duurzame energie In lijn met het derde akkoord van Groenlo zet de Achterhoek zich in voor een energie neutrale regio in 2050, met als beoogd tussendoel 55% CO-2 reductie in 2030. Dit doen we onder meer door 1,35 TWh uit zon en wind op te wekken in 2030. Via de RES 2.0. zetten we in op de concretisering van deze ambities. Daarnaast werken we aan een toekomstbestendig energiesysteem, met zowel uitbreidingen en aanpassingen van de energie-infrastructuur als keuzes in de energievoorziening van functies. Want een goed functionerend energiesysteem is een sturende randvoorwaarde voor veel andere opgaven, zoals de woonagenda, de warmtetransitie, het regionaal programma werklocaties (RPW) en laadinfra voor mobiliteit. Een belangrijk aandachtspunt is het voorkomen van netcongestie. Evenals de balans tussen productie en gebruik. De toekomstige ontwikkeling van energie-infrastructuur vraagt integrale bestuurlijke keuzes. 7.

Versterking (cultuur)landschap Achterhoek en recreatie De Achterhoek kenmerkt zich overwegend door kleinschalige cultuurlandschappen op hoge zandgrond met veel ruimtelijke kwaliteit. Het westelijk deel van de Achterhoek aansluitend op de Liemers bestaat uit een kleihoudend rivierenlandschap. Er is een mozaïek aan grondgebruiksvormen, in een afwisselend decor van groene coulissen en open ruimtes die in de loop van eeuwen uitgegroeid zijn tot een karakteristieke en identiteitsrijke streek in het oostelijke deel van Gelderland. Door de versterking en toename van landschapselementen en het versterken van het groenblauwe raamwerk dragen we bij aan de biodiversiteit en hiermee ook aan de versterking van ons Achterhoek cultuurlandschap. Daarnaast zetten we in op het verder versterken en ontwikkelen van de bijzondere landschappen die de Achterhoek rijk is, te beginnen bij landgoederen rond de Baakse Beek, maar ook in de Oude IJsselzone en Winterswijk. Door deze ontwikkelingen kunnen landbouwtransitie, natuurversterking en waterkwaliteit- en kwantiteit een impuls krijgen. De geschatte kosten voor de versterking van de biodiversiteit door versterking en toename van landschapselementen en het versterken van het groenblauwe raamwerk zijn nu nog niet geraamd maar vragen een nadere uitwerking.

29

Een mooie aantrekkelijke regio als de Achterhoek trekt toeristen aan en biedt vele recreatiemogelijkheden. Deze zijn van groot belang voor de leefbaarheid en economie van de Achterhoek. Aandacht hiervoor past bij de versterking van het (cultuur) landschap en vraagt om balans met wat het landschap qua ruimtelijke kwaliteit aankan. Verbindingen tussen de speerpunten In het benoemde overkoepelende ambitie en zeven onderliggende speerpunten zien we relaties die om integrerende en samenhangende keuzes vragen. We denken aan de ontwikkeling van wonen en werken in relatie tot de netcapaciteit en de stikstofopgaven, maar ook aan de ontwikkeling van mobiliteitshubs in relatie tot wonen, werken en voorzieningen. Een andere uitdaging is het ruimtelijke, groene karakter van steden en dorpen te behouden en tegelijkertijd ruimte te vinden voor waterberging, groene infrastructuur en recreatie en bewegingsmogelijkheden. Ook in de ruimte voor werken worden de mobiliteits- en energienetwerken leidend voor mogelijkheden en voor locaties. Kortom: we werken aan een integrale, gebiedsgerichte aanpak die recht doet aan het karakter van de Achterhoek en is noodzakelijk om de grote opgaven en transities aan te kunnen en te werken aan een duurzame toekomst.

Een gezonde en schone leefomgeving is daarbij van levensbelang, evenals het aanwezig zijn van passende voorzieningen in de kernen, dorpen en buurten, of op z’n minst een goede bereikbaarheid ervan. De uitwerking van onze opgaven zal gebiedsgericht zijn. Om tot keuzes te komen, zal de NOVI-methodiek gaan bijdragen aan afwegingen. En zijn de volgende uitgangspunten mede richtinggevend: - De bestaande identiteit en kenmerken van de Achterhoek vormen de basis van toekomstige (ruimtelijke) invulling van zaken; - Meervoudig ruimtegebruik wordt gestimuleerd.

6 De regio in 2030 met doorkijk naar 2050 6.1

De regio in 2030 met doorkijk naar 2050 (perspectief natuur en landbouw)

De voorwaarden uit onder meer het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) dat naar verwachting in 2024 wordt vastgesteld zullen in combinatie met en in samenhang met overige landelijke ontwikkelingen in de toekomst meer duidelijkheid geven wat er kan op het gebied van landbouw, natuur, water en bodem in de Achterhoek. Duurzaam gebruik, passend bij het lokale bodem- en watersysteem zullen hierbij belangrijk uitgangspunt zijn. Naast deze voorwaarden blijven er ook een aantal kansen die bijdragen aan het herstellen van de biodiversiteit en het versterken van het karakter van de diverse landschapstypen. Er zal meer agrarische bebouwing leeg komen te staan. Het herbestemmen of slopen van deze vrijkomende agrarische bebouwing blijft aandacht vergen.

6.2

De regio in 2030 met doorkijk naar 2050 (perspectief netwerken)

6.2.1 Mobiliteit De gezamenlijke regionale partners hebben elkaar gevonden in de ambitie om in 2030 een duurzaam, betrouwbaar en toegankelijk vervoer beschikbaar te hebben. Daarbij moet meer concreet de CO2-uitstoot van verkeer en vervoer zijn verminderd, is er een robuuste structuur voor bereikbaarheid van en binnen de regio voorhanden en zijn slimme mobiliteitsoplossingen zijn ingezet. Het bestaande beleid is vastgelegd in de Achterhoek Visie 2030, het Uitvoeringsplan mobiliteit regio Achterhoek en het Programma fijnmazige bereikbaarheid. Dit kent grofweg twee lijnen: versterking van de doorgaande vervoers- en ontsluitingsassen die de regio met haar omgeving verbindt en ontwikkeling van een daarop aansluitende fijnmazige mobiliteitsstructuur binnen de regio. 30

Relaties met andere perspectieven; knelpunten en kansen Binnen het thema Mobiliteit en Bereikbaarheid willen we de komende jaren flink wat stappen zetten, maar vraagt een succesvolle uitvoering van alle lange termijn voornemens nog forse inspanningen. Deze lopen qua uitvoering waarschijnlijk ook door tot na 2030. Zoals een verdere verbetering van de hoofdinfrastructuur net als de daaraan verbonden interne fijnmazige mobiliteitsvoorzieningen met als belangrijkste ambities vergroting van de frequentie van de RegioExpres, doorstroming N18, de verbetering van de verbinding Winterswijk-Apeldoorn, opheffen congestie A12 en doortrekking van de A15. Ook de financiering van deze benodigde ingrepen is daarbij nadrukkelijk aan de orde. In dit verband is het van belang dat de Achterhoek meegenomen wordt in de ambities tot een versterking van de (spoor-)corridor A12. Een blijvend aandachtspunt is het voorzien in een adequate energievoorziening voor elektriciteit en wellicht ook waterstof die nodig is voor duurzaam verkeer en vervoer. De invulling van de doelstelling om de CO2 uitstoot van verkeer en vervoer nog in de kinderschoenen. Dit vraagt een nadrukkelijke koppeling met de opgaven voor energie.

6.2.2 Energievoorzieningen Energie besparen en het toekomstbestendig maken van de energievoorziening in de Achterhoek zijn essentieel. Met het derde Akkoord van Groenlo zet de Achterhoek zich in om energieneutraal te zijn in 2050, om zo klimaatverandering tegen te gaan en om energie beschikbaar en betaalbaar te houden. Dat wil zeggen dat er dan evenveel energie duurzaam wordt opgewekt binnen de grenzen van de Achterhoek, als er verbruikt wordt. Met een beoogd tussendoel van 55% CO2-reductie in 2030. Dit is ook in lijn met de keuze van de gemeenten om uiterlijk in 2050 helemaal van het aardgas af te zijn. De RES Achterhoek 1.0 en de 8 transitievisies Warmte ondersteunen het Akkoord van Groenlo. De RES focust in eerste instantie op de periode tot 2030. Momenteel wordt er gewerkt aan de uitvoering van de RES en de ontwikkeling van de RES 2.0. Het traject richting RES 2.0 is bedoeld om de ambities verder in te vullen, te concretiseren en te zorgen voor tijdige vergunningverlening (vóór 1 januari 2025). Maar de energietransitie omvat meer. Integraal programmeren van het energiesysteem gaat over hoe we integrale bestuurlijke keuzes maken over de toekomstige ontwikkeling van bronnen en energie-infrastructuur. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat maakt het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE).

Dit plan beschrijft hoe Nederland een energiesysteem ontwikkelt dat past bij een klimaat neutrale samenleving. In het Nationaal Plan Energiesysteem staat een langetermijnvisie op het energiesysteem in 2050. En hoe daar te komen. Het plan wordt iedere 5 jaar aangepast op actuele ontwikkelingen. Zo kan rekening gehouden worden met maatschappelijke en bijvoorbeeld technische ontwikkelingen. In het plan staat ook welke bijdrage de Rijksoverheid en andere overheden (gemeenten, provincies) moeten leveren. En wat dit betekent voor inwoners en ondernemers, zodat zij eigen keuzes kunnen maken. Het concept-plan wordt deze zomer gepubliceerd en eind dit jaar vastgesteld. Op provinciaal niveau wordt het ‘Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat (PMIEK)’ ontwikkeld. Het PMIEK is een instrument voor energiesysteemkeuzes en uitvoeringscoördinatie. Het is een uitvoeringsprogramma om overheden, netbeheerders en marktpartijen te laten samenwerken door tijdlijnen op elkaar af te stemmen en afspraken te maken over de uitvoeringscoördinatie. Relaties met andere perspectieven; knelpunten en kansen De meeste aanpassingen/uitbreidingen van het elektriciteitsnet tot 2030 zijn al gepland en liggen vast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7995/documents/44190