Bijlage 1 Bijlage bij projectplan - A. Vastgestelde kaders en uitgangspunten.pdf
Tekst van het document
Uitgangspunten en kaders samenwerking Wilhelminaschool en gemeente Doetinchem Datum: 10-10-2019 Opsteller: Olaf Horsman, projectleider gemeente Doetinchem Deze notitie is bedoeld om voor het project Toekomstbestendige huisvesting Wilhelminaschool eenduidige kaders en uitgangspunten op te stellen. 1 Opdracht In de door het college vastgestelde bestuursopdracht d.d. 24 juni 2019 is de volgende opdracht beschreven: “Het realiseren van een toekomstbestendige en adequate huisvesting voor de Wilhelminaschool (WS)” In het IHP zijn de uitdagingen rondom WS reeds kort benoemd. Daarin zijn vier scenario’s kort beschreven die onderzocht moeten gaan worden: 1.
uitbreiding en renovatie van het bestaande gebouw
2.
(vervangende) nieuwbouw
3.
▪
op dezelfde locatie
▪
op een andere locatie
ingebruikname van een ander gebouw
Specifiek wordt daarbij invulling gegeven aan de volgende onderdelen: -
Bepaling ruimtebehoefte school, incl. vertaling onderwijskundige visie;
-
Locatiestudie: inventariseren geschikte locaties en per scenario bekijken wat de (on)mogelijkheden zijn;
Alvorens in te gaan op de kaders en uitgangspunten horende bij deze opdracht, spelen twee ontwikkelingen een rol die vooraf benoemd moeten worden. Relevante ‘ontwikkelingen’ Onderwijshuisvesting is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gD en schoolbesturen. De principes benoemd in het IHP zullen leidend zijn voor dit traject. De focus komt te liggen op integraliteit, gedeelde verantwoordelijkheden en samenwerking tussen de schoolbesturen (zie o.a. 1.10), met name bij het indienen van een aanvraag voor een specifieke voorziening op basis van de verordening. In verband met de grote bezuinigingsopgave waar gD voor staat, zullen alle keuzes, oplossingsrichtingen, ontwikkelingen en activiteiten in dit project gericht en gebaseerd zijn op: -
Het wettelijke minimum met betrekking tot zorgplicht;
-
Een sobere en doelmatige uitvoering. 1
N.B. Dit laat onverlet dat gD zich committeert aan deze ontwikkeling en blijft gaan voor een toekomstbestendige huisvesting voor WS. Er zal rekening moeten worden gehouden met de omstandigheden in de bouwmarkt. De bouwprijzen blijven stijgen en liggen op een fors hoger niveau dan een aantal jaar geleden. 2 Kaders en uitgangspunten voor onderzoek De kaders worden gevormd door de wet, gemeentelijk beleid en samenwerking met WS. 2.1 Taakverdeling gD is leidend in deze initiatieffase. Op het moment dat er een concreet voorkeursscenario is ontwikkeld en vertaald in een vastgesteld projectplan, gaat de rol van bouwheer worden ingevuld door het schoolbestuur. gD is verantwoordelijk voor de wettelijke berekening van de ruimtebehoefte (bvo m2) en voert regie op het haalbaarheidsonderzoek. Het schoolbestuur van WS wordt betrokken bij de te nemen stappen en zal input moeten leveren vanuit hun bestuurlijke verantwoordelijkheid. Verwacht wordt van hen om een onderwijskundige visie en vertaling hiervan naar toekomstbestendige huisvesting aan te leveren, evenals een onderbouwde meerjarige leerlingenprognose. 2.2 Duurzaamheid Duurzaamheid is een belangrijk aspect met betrekking tot toekomstbestendige huisvesting. Er bestaat een wezenlijk verschil in investeringskosten voor duurzaamheid tussen nieuwbouw en renovatie.
Alhoewel de ambitie bestaat om Doetinchem in 2030 energieneutraal te krijgen, zal in dit project in 1e instantie het bouwbesluit worden gevolgd. Hiervoor geldt één uitzondering en dat betreft de Frisse Scholen norm. De mate van verduurzaming zal derhalve maatwerk zijn en wordt gedurende het traject ingevuld in samenwerking met WS. 2.3 Criteria keuzes WS heeft een wegingsinstrument opgesteld (zie bijlage 1) dat geldt als basis voor het kunnen komen tot een beoordeling van een voorkeursscenario. Het schema van bijlage 1 wordt gezamenlijk ingevuld. Het wegingsschema is ‘slechts’ een hulpmiddel om te komen tot een voorkeursscenario. Het voorkeursscenario wordt in gezamenlijk en goed overleg bepaald. Het gesprek dat we moeten voeren gaat om de onderlinge samenhang van de criteria. Aangezien maatwerk een grote rol zal spelen, hecht gD vooral belang aan de onderlinge 2
samenhang tussen scenario en criteria financiën, ruimtelijke ordening (incl. verkeer) en draagvlak bij diverse stakeholders. 2.4 Samenwerking kinderopvang / ikc-ontwikkeling Het schoolbestuur werkt samen met kinderopvangorganisatie Twinkel. Deze gebruikt thans twee lokalen, waarvan het schoolbestuur zelf één lokaal heeft gefinancierd. Deze samenwerking past in de gemeentelijke ambitie met betrekking tot IKC-vorming. Het uitgangspunt voor dit haalbaarheidsonderzoek is dat de kinderopvangorganisatie een partner is. In principe verloopt dat middels gesprekken tussen WS en de kinderopvang, aangezien WS verhuurder is. De plannen c.q. ambities met betrekking tot de kinderopvang zullen worden meegenomen in de planvorming, binnen de gemeentelijke kaders van de kinderopvang. gD zal per saldo niet financieel bijdragen in de bekostiging van de huisvesting van de kinderopvangorganisatie. De kinderopvang is te allen tijde zelf verantwoordelijk voor de financiering van hun deel. Een huurconstructie op basis van een langdurige overeenkomst en gebaseerd op kostprijs dekkende huur is bespreekbaar. 2.5 Communicatie Uitgangspunt is dat vanuit een gezamenlijke basis wordt gecommuniceerd. Hierbij opereren beide partijen transparant en met oog voor wederzijdse belangen. Het is belangrijk om zowel de interne als de externe communicatie op orde te hebben.
Met name de externe communicatie is van belang, omdat vele partijen de ontwikkelingen rondom WS volgen. Het is zaak om de inwoners en andere relevante partijen uit de nabije omgeving regelmatig te informeren en te raadplegen. Het is daarom noodzakelijk om participatie van inwoners inzake dit project goed te organiseren. In onderling overleg wordt een communicatiestrategie opgesteld. Waarbij gD de voorkeur heeft om op basis van het instrument Factor C (belangenanalyse) te werken. 2.6 Kwaliteit Het uitgangspunt vanuit gD is om in samenspraak met WS een toekomstbestendige schoolgebouw te realiseren. Het beleid van gD is daarbij dat het gebouw tenminste sober en doelmatig is, teneinde ervoor zorg te dragen dat de onderwijskundige visie van de school goed kan worden geïntegreerd in het nieuwe gebouw. De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: -
Het wettelijk minimum is het vertrekpunt, er wordt aangesloten bij het Bouwbesluit. Voor nieuwbouw worden hier andere eisen aan gesteld dan
3
renovatie. Daarop aansluitend geldt dat de exploitatie(mogelijkheden) van een gebouw wordt meegenomen in de uiteindelijke afweging; -
Aanvullend op het bouwbesluit is de ambitie met betrekking tot het binnenklimaat om te gaan voor ‘Frisse scholen klasse B. Dit geldt voor alle thema’s binnen deze norm;
-
Het streven is om in het geval van verbouw / renovatie te gaan voor levensduur verlengende maatregelen van tenminste 25 jaar of langer;
-
De inrichting van de ruimtes wordt gebaseerd op multifunctioneel en flexibel gebruik;
-
Het buitenterrein voldoet aan de minimale grootte, van tenminste 3m2 per leerling met een minimum van 300m2 waarbij wettelijk gezien zou kunnen worden volstaan met 600m2 vanaf 200 leerlingen;
-
Installatietechnische uitgangspunt is dat zoveel als mogelijk wordt uitgegaan van natuurlijke elementen. Soberheid en laag energieverbruik (Frisse scholen norm B) is daarbij het uitgangspunt.
-
Indien er sprake is van nieuwbouw, dienen vanaf 1 juli 2020 alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. De BENGeisen vervangen de EPC als maat voor de energieprestatie.
-
Als er sprake is van een ‘ingrijpende renovatie’ (conform hetgeen is beschreven hierover in het Bouwbesluit) dient aan de nieuwbouweisen voor thermische isolatie te worden voldaan.
Er zal altijd een vorm van maatwerk nodig zijn (bij bestaande bouw), omdat de in beeld te brengen gebouwen nu eenmaal zullen verschillen in bijv. bouwjaar en onderhoudsstaat. Daarom zal op hoofdlijnen moeten worden gekeken naar de mogelijkheden die er zijn voor deze uitgangspunten in relatie tot inpasbaarheid. Een totaalbeeld van de investeringskosten is daarbij noodzakelijk. Dit geheel bepaald het uiteindelijke kwaliteitsniveau. 2.7 Kaders IHP Het Integraal Huisvestingsplan schrijft voor dat bij ontwikkelingen tevens moet worden gekeken naar de volgende aspecten: -
Wijk-/regioanalyse waarin in afstemming met de andere schoolbesturen zichtbaar is gemaakt hoe in de wijk de ontwikkeling van de scholen is en duurzame huisvesting wordt geformuleerd.
-
Passend onderwijs in samenspraak met het sociaal domein en wijkgericht werken en jeugdzorg.
Andere relevante zaken uit het IHP zijn: 4
- “In de overweging kan worden meegenomen dat in geval van renovatie alle
aanpassingen die leiden tot een levensduurverlenging van ten minste 20 jaar voor rekening van de gemeente komen, onder aftrek van de werkzaamheden/ onderdelen die bij het geplande onderhoud uit het MJOP van het betreffende gebouw waren voorzien. Deze werkzaamheden/onderdelen komen voor rekening van het schoolbestuur. Daarnaast kunnen de schoolbesturen andere onderhoud/exploitatievoordelen kapitaliseren en investeren in renovatie. Hierbij wordt gedacht aan de volgende mogelijkheden: -
bijdrage op onderhoud/exploitatievoordelen door levensduurverlening (20 jaar);
-
de financiële voordelen door het vrijvallen van de onderhoudsvoorziening op het moment van renovatie benutten voor investering (dit kan omdat de onderhoudscyclus opnieuw begint);
-
in het verlengde van het vorige punt: onderhoudsdotering aanpassen, 5 jaar voor renovatie/nieuwbouw, dan wordt het onderhoudsniveau teruggeschroefd naar het ‘voorkomen van gebreken’. Geld dat hiermee wordt bespaard, wordt benut ten gunste van de investering. “
Tevens gaat het IHP in op dat indien een aanvraag voor een voorziening wordt ingediend, er aandacht moet zijn voor: •
aannamebeleid door school i.r.t. reeds bestaande capaciteit;
•
samenwerking met partijen in de wijk, en zeker ook andere
schoolbesturen: “Trends in leerlingenontwikkelingen worden in principe
door de scholen in een gebied samen opgevangen”; •
het indienen van een aanvraag moet integraal zijn. “Enkelvoudige
aanvragen worden daarmee in principe niet in behandeling genomen”. Zie bijlage 2 voor een nadere uitwerking van deze punten, uit het vastgestelde IHP. Vertrekpunt is dat het schoolbestuur van WS aan deze punten actief uitvoering geeft. 2.8 Financiën Vanuit het Integraal Huisvestingsplan onderwijs 2018 is voor Wilhelminaschool geen krediet c.q. investeringsbudget beschikbaar gesteld.
5
Voor de bekostiging van het totale project worden de gangbare wet- en regelgeving gehanteerd. Op voorhand is namelijk geen verdeling mogelijk: dit is afhankelijk van het uiteindelijke scenario. Bijvoorbeeld: Voor nieuwbouw gelden andere regels en verantwoordelijkheden dan voor ‘renovatie’ van een bestaand pand. Er is derhalve vooraf geen taakstellend budget vastgesteld, zodat de totale investering wordt gebaseerd op hetgeen nodig en hetgeen het kost. Uiteraard met inbegrip van dit overeengekomen plan en overeen te komen uitwerkingen, waarin niet is voorzien in dit plan. 3. Ruimtebehoefte en locatiestudie In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de ruimtebehoefte en de locatiestudie. 3.1 Reeds beschikbare informatie Voorkeur schoolbestuur Het vertrekpunt voor het schoolbestuur is dat zij graag in ‘de wijk’ willen blijven. In het volgend overleg moet concreet worden gemaakt wat ‘de wijk’ precies is. WS heeft de voorkeur om op de huidige locatie te blijven, maar staat ook open om zich op een andere locatie te vestigen. Het gebouw heeft thans 12 lokalen, waarvan 2 noodlokalen. De ruimtecapaciteit is op dit moment 1.378m2 (peildatum 1-10-2018), hetgeen niet toereikend is. Daarom zijn er 2 noodlokalen gevestigd.
3.2 Ruimtebehoefte toekomstbestendige huisvesting Om de ruimtebehoefte (Bruto vloer oppervlakte, hierna bvo te noemen) te bepalen, is het van wezenlijk belang om het aantal leerlingen in beeld te hebben. Nu en in de toekomst. Op de formele teldatum van 1-10-2018 zijn 251 leerlingen ingeschreven op de school. Dit aantal sluit aan op de groei van de voorgaande jaren. Leerlingentelling Primair onderwijs Gemeente Doetinchem 2010-2017 School 2015
2010
2011
2012
2013
2014
209
223
2017
2016
Wilhelminaschool
200
195
204
205
231
239
De leerlingen zijn afkomstig uit de volgende wijken:
Gegevens LL PC GEMEENTE 6999 Bronckhorst 7001 Doetinchem
TOTAAL 2 8 6
7002 Doetinchem 7003 Doetinchem 7004 Doetinchem 7006 Doetinchem 7007 Doetinchem 7008 Doetinchem 7009 Doetinchem 7021 Bronckhorst 7025 Bronckhorst 7035 Montferland 7054 Oude IJsselstreek 7064 Oude IJsselstreek 7075 Oude IJsselstreek
100 32 22 10 5 2 34 25 3 2 1 3 2 251
De school heeft een wijkfunctie als gekeken wordt naar waar de leerlingen vandaan komen, maar er komen ook vele leerlingen ‘niet direct uit de wijk’. Dit maakt dat er goed moet worden gekeken naar wat de definitie van ‘de wijk’ is en in welke mate de fysieke bereikbaarheid een rol speelt. De wijk is voor WS belangrijker dan de regio. 3.2.1 Taken WS stelt dat de ingezette groei zich doorzet de komende jaren. Een inschatting van hun kant is dat ze doorgroeien naar een aantal tussen 275 – 300. Voor het indienen van de aanvraag op basis van de verordening moet WS een meerjarenprognose aanleveren met betrekking tot de ontwikkeling van het leerlingenaantal. Deze prognose maakt onderdeel uit van het vaststellen van de ruimtebehoefte door gD, waaruit een minimale bvo wordt berekend. Deze ruimtebehoefte geldt vervolgens als minimale eis voor het vinden van toekomstbestendige huisvesting voor gD. De ruimtebehoefte voor de kinderopvangorganisatie wordt in principe ook meegenomen in de planvorming. Wel moet besproken worden met WS op welke wijze huisvesting voor de kinderopvang voor WS van toegevoegde waarde is. Dat zal onderdeel moeten zijn van de aanvraag. N.B. In een recent gemaakte leerlingenprognose door PON, is gebleken dat de prognose voor de komende jaren uit gaat van stabilisatie. Een groei naar 300 leerlingen is daarmee zeker niet realistisch.
WS moet derhalve aantonen op basis waarvan ze een groei verwachten, dit conform de gemeentelijke verordening. 3.3. Afweging
7
In overleg met de projectgroep wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn in de wijk / nabij liggende wijken. Aangezien vele aspecten een rol spelen bij het in beeld brengen van een geschikt pand, is het belangrijk om een integrale afweging te maken op de volgende punten: -
Capaciteit
-
Bestemming
-
Verkeer
-
Draagvlak
-
Planning / kalender
-
Spreiding andere schoollocaties
-
Aansluiting voorzieningen Sociaal Domein
-
Ruimtelijk en Technisch Programma van Eisen op hoofdlijnen
-
Financiën
-
Risico’s / voor- en nadelen
Daarbij wordt per scenario / locatie inzichtelijk gebracht hoe de eigendomsverhouding ligt, welke contracten er liggen etc. Dit is primair de verantwoordelijkheid voor gD. 3.4 Onderwijskundige visie WS Ws heeft een duidelijke denominatie en een heldere visie op het geven van onderwijs. Deze visie speelt een rol in de huisvesting.
“Volgend uit de visie op meer onderwijs op maat middels gepersonaliseerd leren, zal dus steeds meer groepsdoorbrekend gewerkt worden. Dit vraagt om groepsruimten, maar zeker ook om ruimten waar kinderen zelfstandig of in kleine groepen kunnen leren en werken. Ontmoeten en vieren zijn belangrijke aspecten van de onderwijsvisie van de Wilhelminaschool. Dit moet in de nieuwe huisvesting ook tot uiting komen middels een centraal hart. Daarnaast heeft de school een belangrijke functie in de wijk.” Het vertrekpunt is dat het gebouw geschikt moet zijn (of in redelijke mate geschikte te maken moet zijn), om de onderwijskundige visie in praktijk te kunnen brengen. 4. Haalbaarheidsstudie en vervolg De beschreven scenario’s worden samengebracht in een haalbaarheidsstudie, met een voorkeursscenario. De haalbaarheidsstudie bevat op hoofdlijnen een inzicht in: -
Vertaling onderwijskundige visie naar vastgoed;
-
Ruimteprogramma en Technisch Programma van Eisen;
-
Visie op duurzaamheid;
-
Verkeer;
-
Ruimtelijke ordening;
-
Financieel beeld; 8
-
Draagvlak;
-
Planning;
-
Risico’s.
Dit advies zal aan het gemeentebestuur ter besluitvorming worden gebracht. Ook wordt inzichtelijk gemaakt welke alternatieve scenario’s zijn onderzocht.
9
5. Planning De planning op hoofdlijnen ziet er als volgt uit.
Planning WS Haalbaarheidsonderzoek Kaders vaststellen Ruimtebehoefte berekenen Onderwijskundige visie vaststellen Locatiestudies uitvoeren Haalbaarheidsstudies opstellen Besluitvorming gD *1
Juli
Aug
2019 Sept Okt
Nov
Dec
*1 Er is nog geen vergaderschema bekend van de gemeenteraad voor het kalenderjaar 2020.
10
2020 Jan Feb
11
Bijlage 2 Overige belangrijke punten uit het IHP zijn:
Aannamebeleid Op dit moment is er in Doetinchem in het regulier onderwijs sprake van groei van enkele scholen, in tegenstelling tot stabiliteit en daling van het leerlingenaantal bij andere scholen. Deels heeft dit te maken met de ontwikkeling van de wijk waarin de scholen staan (verjonging), maar daarnaast heeft dit ook met de ‘goede naam’ van de school te maken. De vraag die gesteld kan worden, is of deze groei gefaciliteerd moet worden in huisvesting (door uitbreiding van capaciteit van de gebouwen) of dat de bestaande capaciteit van de gebouwen geldt als grens voor de groei. Schoolbesturen willen hier de komende tijd met elkaar over in gesprek gaan. De voorwaarde hiervan is dat alle schoolbesturen hierover meepraten.
Samenwerking Samenwerking in aanbod tussen basisonderwijs, speciaal (basis)onderwijs en voortgezet (speciaal)onderwijs is een vanzelfsprekendheid. Gemeente en schoolbesturen streven een balans na tussen vraag en aanbod in de wijk, waarbij het bestaande vastgoed het vertrekpunt is. Trends in leerlingenontwikkeling worden in principe door de scholen in een gebied samen opgevangen. Groei van een school wordt niet zonder meer gefaciliteerd wanneer in de wijk capaciteit voldoende is. De opgave is om duurzame oplossingen gemeenschappelijk te formuleren. Daarnaast zijn ook de bereikbaarheid van de voorzieningen en de ruimtelijke inpassing in de wijk van belang. Ook dat moet passend zijn voor de wijk.
Geen enkelvoudige aanvraag Dat betekent dat het betreffende schoolbestuur aan de hand van voornoemde integrale visie dient te komen tot een complete opgave om vervolgens deze aan te vragen. ‘Enkelvoudige’ aanvragen worden daarmee in principe niet in behandeling genomen. Huisvestingsaanvragen voor een school in een bepaalde wijk worden ingediend door het betreffende schoolbestuur, maar in nauw overleg en met draagvlak bij de andere schoolbesturen in de wijk. De achterliggende gedachte hierbij is dat de schoolbesturen gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een passend aanbod in het gebied waarbinnen ze opereren.
12