Bijlage 1 Beleidsregel Planologisch kader voor het landelijke gebied - 2021_gewijzigd.pdf
Tekst van het document
BELEIDSREGEL
PLANOLOGISCH KADER VOOR HET LANDELIJK GEBIED - 2021 GEMEENTE DOETINCHEM
vastgesteld: [PM datum] 2021
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Inhoud 1. Inleiding ...................................................................................................................................... 3 2. Ontwikkelingen waaraan in principe meegewerkt wordt ..................................................... 4 3. Voorwaarden ontwikkelingen categorie 1 .............................................................................. 8 4. Voorwaarden ontwikkelingen categorie 2 .............................................................................. 9 5. Voorwaarden ontwikkelingen categorie 3 ............................................................................ 13 6. Ruimtelijke onderbouwing ...................................................................................................... 21 7. Toelichting ................................................................................................................................ 22 8. Slotbepalingen ......................................................................................................................... 24 Bijlagen ............................................................................................................................................. 25 Bijlage A. Lijst van neven-/hergebruiksactiviteiten ..................................................................... 26 Bijlage B.
Richtlijn ‘Verrekening bij landschappelijke inpassing’ ............................................... 29 Bijlage C. Landschapstypen ........................................................................................................... 31 Bijlage D. Leidraad Toetsingskader Landschapselementen ........................................................ 32
Colofon Gemeente Doetinchem Team leefomgeving [maand vaststelling] 2021
2
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
1. Inleiding Op basis van voorliggende beleidsregel ‘Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021’ kan bepaald worden of meegewerkt kan gaan worden aan ontwikkelingen. Het gaat hierbij om ontwikkelingen die, als voor het landelijk gebied een bestemmingsplan opgesteld zou zijn, met een afwijking- of wijzigingsbevoegdheid door de raad aan het college gedelegeerd zouden zijn. Medewerking aan deze ontwikkelingen is niet mogelijk op grond van de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’. Een beheersverordening mag namelijk alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken die onder beheer vallen en dus ruimtelijk en functioneel ondergeschikt zijn. Deze beleidsregel geldt als toetsingskader voor de ontwikkelingen die verder gaan. Zo kan de initiatiefnemer op basis van de beleidsregel inschatten of aan de door hem geplande ontwikkeling meegewerkt zal worden. Past een ontwikkeling niet binnen deze beleidsregel, dan is medewerking nog niet op voorhand uitgesloten. Per plan wordt altijd gekeken of medewerking mogelijk is. Hiervoor kan met de gemeente contact opgenomen worden.
3
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
2. Ontwikkelingen waaraan in principe meegewerkt wordt De volgende ontwikkelingen worden als veel voorkomende ontwikkelingen gezien en daar kan, als voldaan wordt aan de voorwaarden aan meegewerkt worden. Daarbij worden drie categorieën onderscheiden. Categorie 1. Ontwikkelingen met een ondergeschikte invloed, ruimtelijk en functioneel, die aansluiten op de hoofdfunctie. Categorie 2. Ontwikkelingen met een beperkte invloed, ruimtelijk en functioneel, die aansluiten op de hoofdfunctie. Categorie 3. Ontwikkelingen met een grotere invloed, ruimtelijk en functioneel, die leiden tot een aanpassing van de hoofdfunctie. 2.1. Categorie 1: Ontwikkelingen met een ondergeschikte invloed, ruimtelijke en functioneel, die aansluiten op de hoofdfunctie. De volgende ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die nauwelijks invloed hebben op de omgeving. De ruimtelijke en functionele invloed is niet groot. De ontwikkeling is wel een ontwikkeling die logisch is voor de hoofdfunctie waarbinnen deze plaats vindt. Ontwikkeling heeft betrekking op 1-1. Het aanleggen van een hondenoefenterrein 1-2. Het aanleggen van een trimbaan, mountainbikeroute en dergelijke 1-3. Het aanleggen van een geluidscherm of geluidwal
Geldt voor de hoofdfuncties (‘bestemmingen’) Bos
Toetsen aan voorwaarden genoemd in 3.1
Bos
3.2
Groen
3.3
2.2. Categorie 2: Ontwikkelingen met een beperkte invloed, ruimtelijk en functioneel, die aansluiten op de hoofdfunctie De volgende ontwikkelingen zijn ontwikkelingen waarvan de ruimtelijke en functionele uitwerking op de omgeving wat groter is dan die van categorie 1. De ontwikkeling is nog wel een ontwikkeling die logisch aansluit op de hoofdfunctie waarbij deze plaats vindt. Ontwikkeling heeft betrekking op
Geldt voor de hoofdfuncties (‘bestemmingen’)
2-1. Bouwen van een mest-/covergistingsinstallatie buiten het bouwvlak 2-2. Nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf 2-3. Bouwwerken geen gebouwen zijnde tot 30 m hoog 2-4. Kwekerij toelaten
Agrarisch Agrarisch met waarden
Toetsen aan voorwaarden genoemd in 4.1
Agrarisch Agrarisch met waarden Verkeer
0
Milieuzone grondwaterbeschermingsgebied
4.4
4
4.3
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Ontwikkeling heeft betrekking op
Geldt voor de hoofdfuncties (‘bestemmingen’)
2-5. Overschrijden oppervlakte bedrijfsgebouwen tot maximaal 15%
Bedrijf Detailhandel Dienstverlening Horeca Kantoor Maatschappelijk Recreatie Sport
Toetsen aan voorwaarden genoemd in 4.5
2.3. Categorie 3: Ontwikkelingen met een grotere invloed, ruimtelijk en functioneel, die leiden tot een aanpassing van de hoofdfunctie De volgende ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die leiden tot een verandering van de hoofdfunctie. De invloed op de omgeving, ruimtelijk en functioneel is meer dan die van de eerste twee categorieën. Ontwikkeling heeft betrekking op
Geldt voor de hoofdfuncties (‘bestemmingen’)
3-1. Veranderen of vergroten bouwvlak 3-2. Andere woningbouwcategorie dan de bestaande woning 3-3. Geheel of gedeeltelijk vervallen dubbelfunctie voor leidingen
Agrarisch Agrarisch met waarden Wonen
3-4. Geheel of gedeeltelijk vervallen dubbelfunctie voor archeologie
3-5. Verzwaren naar Waarde - Archeologie
3-6. Wijzigen of verwijderen aanduiding
Leiding - Gas Leiding - Hoogspanningsverbinding Leiding - Hoogspanningsverbinding 150 kV ondergronds Leiding - Hoogspanningsverbinding 150 kV en 380 kV Leiding - Hoogspanningsverbinding 50 kV Leiding - Riool Waarde - Archeologisch monument Waarde - Archeologie Waarde - Archeologische verwachting 1 Waarde - Archeologische verwachting 2 Waarde - Archeologische verwachting 3 Waarde - Archeologische verwachting 4 Waarde - Archeologische verwachting 5 Waarde - Archeologische verwachting 6 Waarde - Archeologische verwachting 2 Waarde - Archeologische verwachting 3 Waarde - Archeologische verwachting 4 Waarde - Archeologische verwachting 5 Waarde - Archeologische verwachting 6 Geluidzone - industrie 1 Geluidzone - industrie 2 Geluidzone - motorcross Milieuzone - ammoniakbuffergebied Milieuzone - geur Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Milieuzone - intrekgebied
5
Toetsen aan voorwaarden genoemd in 5.1 5.2
5.3
5.4
5.5
5.6
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Ontwikkeling heeft betrekking op
3-7. Functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ of ‘cultuurhistorie’ verwijderen 3-8. Aan voormalige tweede bedrijfswoning functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen plattelandswoning’ toevoegen 3-9. Functieverandering naar werken
3-10. Veranderen vorm functievlak (bestemmingsvlak)
Geldt voor de hoofdfuncties (‘bestemmingen’) Milieuzone - natte landnatuur Milieuzone - waterwingebied Overige zone - gelders natuurnetwerk Overige zone - groene ontwikkelingszone Overige zone - magneetveldzone Overige zone - openheid Overige zone - openheid en reliëf Overige zone - reliëf Veiligheidszone - lpg Vrijwaringszone - molenbiotoop Alle hoofdfuncties (‘bestemmingen’) waar aanduiding voorkomt
Toetsen aan voorwaarden genoemd in
5.7
Agrarisch Agrarisch met waarden
5.8
Agrarisch Agrarisch met waarden Bedrijf Detailhandel Dienstverlening Horeca Kantoor Maatschappelijk Recreatie Sport Wonen Bedrijf Cultuur en ontspanning Detailhandel Dienstverlening Horeca Kantoor Maatschappelijk Recreatie Sport Wonen Wonen - Landgoed
0
6
5.10
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Ontwikkeling heeft betrekking op
Geldt voor de hoofdfuncties (‘bestemmingen’)
3-11. Wijzigingen naar Wonen door beëindiging hoofdfunctie voor de bestaande bedrijfswoning(en)
Agrarisch Agrarisch met waarden Bedrijf Cultuur en ontspanning Detailhandel Dienstverlening Horeca Kantoor Maatschappelijk Recreatie Sport
7
Toetsen aan voorwaarden genoemd in 5.11
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
3. Voorwaarden ontwikkelingen categorie 1 3.1. Het toelaten van een hondenoefenterrein binnen de hoofdfunctie Bos (1-1) Het is mogelijk om op gronden in de hoofdfunctie Bos een terrein voor het trainen van honden te realiseren. Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. De aanwezige natuurwaarden van het bos niet nadelig worden aangetast, of het al benodigde herstel van de natuurwaarden het bos mogelijk blijft. b. Als het hondenoefenterrein in het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone ligt, dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hiervoor stelt in de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2. Het aanleggen en gebruiken van een trimbaan, mountainbikeroute of vergelijkbare functie binnen de hoofdfunctie Bos (1-2) Het is mogelijk om gronden in de hoofdfunctie Bos voor een mountainbikeroute, trimbaan of vergelijkbare functie te gebruiken. Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. De aanwezige natuurwaarden van het bos niet nadelig worden aangetast, of het al benodigde herstel van de natuurwaarden het bos mogelijk blijft. b.
Als de trimbaan, mountainbikeroute of vergelijkbare functie in het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone ligt, dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland. 3.3. Het bouwen van een geluidscherm of aanleggen van een geluidswal binnen de hoofdfunctie Groen (1-3) Het is mogelijk om op gronden in de hoofdfunctie Groen een geluidswerende voorziening in de vorm van een geluidscherm of een geluidswal te realiseren. Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Uit ecologisch onderzoek blijkt dat door de geluidswerende voorziening de aanwezige flora en fauna niet teveel benadeeld wordt. b. De waarde van het groen en de beleving ervan nog wel in overwegende mate behouden blijft. c. De geluidswerende voorziening nodig is ter bescherming van een functie in de omgeving. Dit moet blijken uit akoestisch onderzoek d. Als de geluidswerende voorziening in het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone ligt, dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland. De toetsing van voorwaarden a, b en c vindt plaats op basis van advisering van ter zake deskundigen op het gebied van groen, verkeer en geluid
8
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
4. Voorwaarden ontwikkelingen categorie 2 4.1. Bouwen van een mest-/co-vergistingsinstallatie buiten het bouwvlak bij een agrarisch bedrijf (2-1) Het toevoegen van een functieaanduiding om een mest-/co-vergistingsinstallatie buiten het bouwvlak bij een agrarisch bedrijf te kunnen bouwen is mogelijk. Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Door de bouw van de installatie aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt. Hierbij wordt ook gekeken naar schaduwwerking op agrarische grond. b. Het woon- en leefklimaat van gevoelige functies niet verslechterd. c. De oppervlakte van de bouwwerken voor de installatie niet groter zijn dan 500 m 2. d. Als het bouwvlak ligt in het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland. e. De grond niet ligt in: i. een grondwaterbeschermingsgebied ii. een veiligheidszone voor LPG iii. de vrijwaringszone van een ondergrondse hoge druk aardgastransportleiding of bovengrondse of ondergrondse hoogspanningsverbinding. f. De installatie verwerkt dierlijke meststof en is een bedrijfseigen activiteit. De verwerking van de meststof kan op de volgende manieren: i.
categorie A: verwerken eigen geproduceerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt; ii. categorie B: verwerken eigen geproduceerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt of naar derden afgevoerd; iii. categorie C: verwerken aangevoerde mest en toevoegen van eigen en/of van derden afkomstige plantaardige materialen; het restproduct wordt op de gronden van het eigen bedrijf gebruikt; g. De installatie maximaal 35 ton dierlijke mest per dag kan verwerken. h. Door de installatie geen negatieve gevolgen ontstaan op de verkeerskundige situatie van de omgeving. i. Op het agrarische bedrijf waar de installatie bij gebouwd wordt geen nevenactiviteiten aanwezig zijn, zoals opgenomen als nevenactiviteit in de Lijst van nevenhergebruiksactiviteiten (Bijlage A). j. De installatie kan op basis van milieueisen. k. De (bouw van de) installatie mag niet leiden tot een strijdigheid met de Wet natuurbescherming. l. Er is aangetoond dat door de bouw van de installatie de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is. m. Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de installatie.
9
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
4.2. Het toelaten van nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf (2-2) Bij een agrarisch bedrijf zijn nevenactiviteiten toegestaan die groter zijn dan wat met een afwijking in de beheersverordening toegelaten is. De toegelaten nevenactiviteiten zijn opgenomen in Bijlage A, voor zover ze in die lijst zijn aangemerkt als ‘nevenactiviteit’. In het bestemmingsplan wordt de specifieke nevenactiviteit met een aanduiding vastgelegd. Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Alleen bestaande gebouwen gebruikt worden. b. Maximaal 50% van de oppervlakte van deze gebouwen gebruikt worden voor de nevenactiviteit, waarbij daarnaast een maximale oppervlakte geldt, zoals aangegeven in de tabel. Maximale oppervlakte gebouwen in m2 Gebiedsaanduiding Nevenactiviteit als vermeld in Gelders natuurnetwerk Overige landelijk Bijlage A Groene ontwikkelingszone gebied Verblijfsrecreatie 750 niet toegelaten Dagrecreatie Zorg Opslag 500 750 Overige nevenactiviteiten c.
De genoemde gebiedsaanduidingen zijn in de beheersverordening aangeduid.
Als er een combinatie van nevenactiviteiten ontwikkeld wordt, dan mag de maximale oppervlakte niet meer zijn dan de laagste oppervlakte. d. Dag- en verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten mogen ook in de openlucht plaats vinden. De hiervoor te gebruiken oppervlakte is maximaal 300 m2. Andere activiteiten mogen niet in de openlucht plaats vinden. e. Als de nevenactiviteit ligt in de Groene ontwikkelingszone dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland. f. Op het erf of de omgeving van het bedrijf gezorgd wordt voor een goede landschappelijke inpassing. Dit inpassingsplan moet voldoen aan wat in Bijlage B, Bijlage C en Bijlage D staat. Een inpassingsplan is niet nodig als de locatie en omgeving al voldoet aan de eisen van bijlagen B, C en D. Dit kan bijvoorbeeld vanwege al aanwezige beplanting op en rond het terrein. Dit is ter beoordeling van een deskundige op het gebied van landschap. g. De nevenactiviteit(en) ondergeschikt zijn aan het agrarische bedrijf. De agrarische bedrijfsfunctie moet bedrijfseconomisch, ruimtelijk en visueel het belangrijkst zijn. h. Gebruikers en bezoekers van het agrarische bedrijf én de nevenactiviteit op het eigen terrein, binnen het bouwvlak, kunnen parkeren. i.
Als het agrarische bedrijf ligt binnen ‘Waarde-Natuur’ in de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’, dan mag de nevenactiviteit niet leiden tot verlaging van de grondwaterstand in de natte natuurgebieden waarvoor de ‘Waarde-Natuur’ aanwezig is. j. Door de nevenactiviteit geen negatieve gevolgen ontstaan op de verkeerskundige situatie van de omgeving en hierdoor niet onevenredig veel extra verkeer wordt aangetrokken. k. Door de nevenactiviteit bij het agrarische bedrijf aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt. l. Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de geplande nevenactiviteit(en) die aanleiding zijn van de verandering. m. Er is aangetoond dat door de nevenactiviteit de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is.
10
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
4.3. Bouwwerken geen gebouwen zijnde realiseren binnen de hoofdfunctie Verkeer (2-3) Het is mogelijk om mee te werken aan het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten dienste van de hoofdfunctie Verkeer tot een maximale hoogte van 30 meter. Hierbij moet aangetoond zijn dat: a. De stroom- of ontsluitingsfunctie van de gronden binnen de functie Verkeer niet zodanig last hiervan hebben dat de hoofdfunctie in het gedrang komt. b. Een deskundige op het gebied van verkeer hiermee akkoord is. 4.4. Gebruik grond voor kwekerij toelaten binnen het grondwaterbeschermingsgebied (2-4) Het is mogelijk om op gronden binnen het grondwaterbeschermingsgebied een kwekerij toe te staan. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: a. Het nodig is voor een doelmatige bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf die op de gronden planten wil gaan kweken. b. Het kweken niet zodanig van invloed is op het grondwater dat de aanwezigheid en de kwaliteit van het grondwater wordt aangetast. c. Een deskundige op het gebied van grondwater advies heeft gegeven over de vraag of door het toelaten van een kwekerij de kwaliteit van het grondwater niet zodanig aangetast wordt dat schade ontstaat; daarbij is het ook mogelijk dat voorwaarden gesteld worden waardoor schade voorkomen wordt. 4.5.
Vergroten van de oppervlakte bedrijfsgebouwen binnen de hoofdfuncties Bedrijf, Detailhandel, Dienstverlening, Horeca, Kantoor, Maatschappelijk, Recreatie of Sport (2-5) In de beheersverordening is de bestaande oppervlakte van bedrijfsgebouwen vastgelegd. Daarbij is veelal een uitbreiding van 10 % mogelijk binnen de regels van de beheersverordening. Het is mogelijk om de bestaande oppervlakte van bedrijfsgebouwen nogmaals met maximaal 15 % uit te breiden.1 Dit kan alleen voor bedrijfsgebouwen die in de beheersverordening de volgende hoofdfunctie hebben: Bedrijf, Detailhandel, Dienstverlening, Horeca, Kantoor, Maatschappelijk, Recreatie en Sport. Deze uitbreiding kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. De vergroting nodig is voor een doelmatige bedrijfsvoering. Dit moet in een bedrijfsplan onderbouwd worden. Een ter zake deskundige zal dit bedrijfsplan hierop beoordelen. b. De te bouwen bedrijfsgebouwen binnen het vlak met de hoofdfunctie gesitueerd zijn. c. Er is aangetoond dat door de verandering van het bouwvlak de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is. 1
Rekenvoorbeeld: Bestaande oppervlakte bedrijfsgebouwen is 500 m2. Binnen regels beheersverordening mag men bij recht 10% uitbreiden. Dus is 550 m2 toegestaan. Met mogelijkheden in dit planologisch kader kan vergroot worden tot 632,5 m2. 11
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
d. Op het erf of de omgeving van het bedrijf gezorgd wordt voor een goede landschappelijke inpassing. Dit inpassingsplan moet voldoen aan wat in Bijlage B, Bijlage C en Bijlage D staat. Een inpassingsplan is niet nodig als de locatie en omgeving al voldoet aan de eisen van bijlagen B, C en D. Dit kan bijvoorbeeld vanwege al aanwezige beplanting op en rond het terrein. Dit is ter beoordeling van een deskundige op het gebied van landschap. e. Door de uitbreiding van de bedrijfsgebouwen aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt. f. De logistieke afwikkeling van de bedrijfsactiviteiten op het eigen terrein, binnen het vlak met de hoofdfunctie, blijft plaats vinden. g. Gebruikers en bezoekers van het bedrijf op het eigen terrein, binnen het vlak met de hoofdfunctie, kunnen parkeren. h. Het bouwplan verder voldoet aan de bouwregels die gelden in de beheersverordening. i. De vergroting mag niet leiden tot een strijdigheid met de Wet natuurbescherming.
12
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
5. Voorwaarden ontwikkelingen categorie 3 5.1. Veranderen of vergroten bouwvlak van een agrarisch bedrijf (3-1) Het veranderen van een bouwvlak van een agrarisch bedrijf is mogelijk. Daarbij zijn twee mogelijkheden: 1) Alleen de vorm wordt aangepast. De oppervlakte van het bouwvlak blijft gelijk. 2) Door de verandering van de vorm neemt de oppervlakte van het bouwvlak toe. Voor de eerste categorie moet aangetoond zijn dat voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Het is nodig voor een goede bedrijfsvoering van het agrarische bedrijf. b. Vaststaat dat de stikstofdepositie van het betreffende agrarische bedrijf niet toeneemt ten opzichte van de bestaande stikstofdepositie van het betreffende agrarische bedrijf. Hierbij moet de bestaande stikstofdepositie bepaald worden op basis van de regels in de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’. c. Niet meer dan de helft van de grond die nu in het bouwvlak ligt na de herziening buiten het bouwvlak ligt. d. Alle aanwezige gebouwen binnen het huidige bouwvlak in het bouwvlak blijven liggen. e. Door de verandering van het bouwvlak aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt. f. Het woon- en leefklimaat van gevoelige functies niet verslechterd. g. Op het erf of de omgeving van het bedrijf gezorgd wordt voor een goede landschappelijke inpassing.
Dit inpassingsplan moet voldoen aan wat in Bijlage B, Bijlage C en Bijlage D staat. Een inpassingsplan is niet nodig als de locatie en omgeving al voldoet aan de eisen van bijlagen B, C en D. Dit kan bijvoorbeeld vanwege al aanwezige beplanting op en rond het terrein. Dit is ter beoordeling van een deskundige op het gebied van landschap. h. Als het bouwvlak ligt in het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland. i. Er is aangetoond dat door de verandering van het bouwvlak de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is. j. Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de bouwplannen die aanleiding zijn van de verandering. De tweede categorie moet ook voldoen aan de voorwaarden die genoemd zijn bij de eerste categorie. Maar er moet ook voldaan worden aan een van de volgende voorwaarden: Het gaat om een bouwvlak in de hoofdfunctie ‘Agrarisch’: k. Het bouwvlak in totaal niet groter wordt dan 1,5 hectare, als het bestaande bouwvlak niet groter is dan 1,2 hectare. Is het bestaande bouwvlak al groter dan 1,2 hectare, dan mag het nieuwe bouwvlak maximaal 25% groter zijn. Het gaat om een bouwvlak in de hoofdfunctie ‘Agrarisch met waarden’: l.
Het bouwvlak in totaal niet groter wordt dan 1,25 hectare, als het bestaande bouwvlak niet groter is dan 1 hectare. Is het bestaande bouwvlak al groter dan 1 hectare, dan mag het nieuwe bouwvlak maximaal 25% groter zijn. Bij uitbreiding van niet-grondgebonden veehouderijbedrijven moet men ook voldoen aan de beleidsregel Plussenbeleid gemeente Doetinchem, zoals deze door de raad is vastgesteld op 29 mei 2019.
13
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Bij een vergroting van het bouwvlak zal door de gemeente advies worden ingewonnen bij een extern deskundig adviesbureau die de noodzaak voor het bedrijf toetst. De kosten voor dit advies brengt de gemeente in rekening bij de aanvrager. 5.2. Het toestaan van een woning in een andere categorie dan de bestaande woning binnen de hoofdfunctie Wonen (3-2) Het is mogelijk om een bestaande woning te veranderen in een andere soort woning. Het gaat hierbij om dat de woning die in een van de andere genoemde soorten kan worden aangepast: vrijstaand; twee-onder-een-kap; aaneengebouwd; gesplitst; recreatiewoning. Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Het aantal woningen gelijk blijft of afneemt. b. Door de nieuwe woning(en) aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt. c. Het woon- en leefklimaat van gevoelige functies niet verslechterd. d. Er is aangetoond dat door de nieuwe woning(en) de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is. e. Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de nieuwe woning(en). Voor de nieuwe woning(en) zullen regels gaan gelden die een vergelijkbare strekking hebben dan de regels voor woningen in de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’.
Bij deze mogelijkheid is de impact op de omgeving ongewenst als er bijvoorbeeld sprake is van toename van bebouwingsmogelijkheden ten opzichte van de bestaande bebouwingsmogelijkheden. 5.3. Geheel of gedeeltelijk vervallen dubbelfunctie voor leidingen (3-3) Het is mogelijk om op gronden met een dubbelfunctie deze dubbelfunctie te verwijderen. Het gaat daarbij om de volgende dubbelfuncties: Leiding - Gas Leiding - Hoogspanningsverbinding Leiding - Hoogspanningsverbinding 150 kV ondergronds Leiding - Hoogspanningsverbinding 150 kV en 380 kV Leiding - Hoogspanningsverbinding 50 kV Leiding - Riool Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Aangetoond is dat op de betrokken gronden de leiding niet meer aanwezig is, of b. Aangetoond is dat er een uitvoeringsplan is om de leiding te verwijderen. Het verzoek moet vergezeld gaan van een schriftelijk advies van de leidingbeheerder, waaruit blijkt dat deze instemt met het verwijderen van de dubbelfunctie. 5.4. Geheel of gedeeltelijk vervallen dubbelfuncties voor archeologie (3-4) Het is mogelijk om op gronden met een dubbelfunctie deze dubbelfunctie te verwijderen. Het gaat daarbij om de volgende dubbelfuncties:
14
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Waarde - Archeologisch monument Waarde - Archeologie Waarde - Archeologische verwachting 1 Waarde - Archeologische verwachting 2 Waarde - Archeologische verwachting 3 Waarde - Archeologische verwachting 4 Waarde - Archeologische verwachting 5 Waarde - Archeologische verwachting 6
Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Met archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, of b. Met archeologisch onderzoek is aangetoond dat er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is. 5.5. Het verzwaren van de archeologische verwachtingswaarde naar Waarde - Archeologie (3-5) Het is mogelijk om op gronden met de volgende dubbelfunctie te verzwaren naar Waarde Archeologie. Het gaat daarbij om de volgende dubbelfuncties: Waarde - Archeologische verwachting 2 Waarde - Archeologische verwachting 3 Waarde - Archeologische verwachting 4 Waarde - Archeologische verwachting 5 Waarde - Archeologische verwachting 6 Dit is alleen toegestaan als op basis van nader archeologisch onderzoek aangetoond is dat ter plaatse behoudenwaardige archeologisch waarden aanwezig zijn. 5.6. Het wijzigen of verwijderen van een gebiedsaanduiding (3-6) Het is mogelijk om op gronden met een gebiedsaanduiding deze gebiedsaanduiding te verwijderen.
Het gaat daarbij om de volgende gebiedsaanduidingen: Geluidzone - industrie 1 Geluidzone - industrie 2 Geluidzone - motorcross Milieuzone - ammoniakbuffergebied Milieuzone - geur Milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied Milieuzone - intrekgebied Milieuzone - natte landnatuur Milieuzone - waterwingebied Overige zone - gelders natuurnetwerk Overige zone - groene ontwikkelingszone Overige zone - magneetveldzone Overige zone - openheid Overige zone - openheid en reliëf Overige zone - reliëf Veiligheidszone - lpg Vrijwaringszone - molenbiotoop Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan een van de volgende voorwaarden: a. Vaststaat dat op de betrokken gronden van de aanduiding de begrenzing van de functie of waarde is gewijzigd, of
15
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
b. Vaststaat dat op de betrokken gronden van de aanduiding de functie of waarde niet (meer) aanwezig is die de aanduiding rechtvaardigt. Het verzoek moet vergezeld gaan van een schriftelijk advies van een ter zake deskundige, waaruit blijkt dat deze het verwijderen van de aanduiding onderschrijft. 5.7. Het verwijderen van de functieaanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ of ‘cultuurhistorie’ (3-7) Het is mogelijk om op gronden met een aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ of ‘cultuurhistorie’ deze aanduiding te verwijderen. Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarde: a. Bij de aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’: Uit aanvullend cultuurhistorisch onderzoek blijkt dat op de betrokken gronden geen sprake meer is van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. b. Bij de aanduiding ‘cultuurhistorie’: Uit aanvullend cultuurhistorisch onderzoek blijkt dat op de betrokken gronden geen sprake meer is van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en de samenhang van cultuurhistorische bebouwing. Bij de toetsing van voorwaarde vindt advisering van ter zake deskundigen op het gebied van stedenbouw en cultuurhistorie plaats. 5.8.
De (voormalige) agrarische bedrijfswoning voorzien van een aanduiding voor een plattelandswoning (3-8) Het is mogelijk om een (voormalige) agrarische bedrijfswoning en het daarbij behorende deel van het erf binnen de hoofdfunctie Agrarisch of Agrarisch met waarden te voorzien van een aanduiding voor een plattelandswoning. Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. De (voormalige) agrarische bedrijfswoning is niet meer als agrarische bedrijfswoning in gebruik en de noodzaak voor het agrarische bedrijf is ook niet meer aanwezig. b. Het bijbehorende agrarische bedrijf nog actief is als agrarisch bedrijf. c. Door de plattelandswoning de aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt. d. Er is aangetoond dat door de plattelandswoning de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is. e. Er is aangetoond dat voor de plattelandswoning sprake is van een goed woon- en leefklimaat, waarbij ook rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van het bijbehorende agrarische bedrijf. f. Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de plattelandswoning. In de regels van het bestemmingsplan moet ervoor zorg gedragen worden dat het in de toekomst niet mogelijk wordt om een nieuwe agrarische bedrijfswoning te realiseren.
Mocht op het bijbehorende agrarische bedrijf in de toekomst toch weer behoefte zijn aan de (tweede) agrarische bedrijfswoning, dan zal daarvoor de plattelandswoning in aanmerking moeten komen.
16
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
5.9. Functieverandering voormalige bedrijfsgebouwen naar een andere hoofdfunctie, niet wonen (3-9) Het is mogelijk om gronden in de hoofdfunctie Agrarisch Agrarisch met waarden Bedrijf Detailhandel Dienstverlening Horeca Kantoor Maatschappelijk Recreatie Sport Wonen te veranderen naar een van de volgende bestemmingen (hoofdfuncties) Bedrijf Cultuur en ontspanning Detailhandel Dienstverlening Horeca Kantoor Maatschappelijk Recreatie Sport Hierdoor kan een ander vorm van bedrijvigheid worden ontwikkeld. De toegelaten activiteiten vallen onder hergebruik. De activiteit moet opgenomen zijn in Bijlage A en aangemerkt zijn als ‘hergebruik’. Deze nieuwe vorm van bedrijvigheid wordt specifiek bestemd, waarbij de regels aansluiten op de regels in de beheersverordening van de hoofdfunctie. Deze verandering kan voor de bestaande hoofdfunctie ‘Wonen’ alleen gebruikt worden als aangetoond is dat op de locatie sprake is van een voormalig agrarisch bedrijf. Deze verandering mag niet gebruikt worden ter plaatse van de hoofdfunctie ‘Bedrijf’ voor zover aangeduid met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - circusbedrijf’. Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. De nieuwe activiteit doelmatig is, wat aangetoond moet worden met een bedrijfsplan. b.
De bestaande bedrijvigheid op de locatie vóór de vaststelling van het bestemmingsplan beëindigd is. c. Maximaal 50% van de oppervlakte van de bestaande gebouwen mogen voor de functieverandering worden gebruikt, waarbij daarnaast een maximale oppervlakte geldt, zoals aangegeven in de tabel. Maximale oppervlakte in m2 Gebiedsaanduiding Nevenactiviteit als vermeld Gelders Groene Overige landelijk in Bijlage A natuurnetwerk ontwikkelingszone gebied Verblijfsrecreatie 750 750 900 Dagrecreatie Zorg Opslag niet toegelaten 750 750 Overige nevenactiviteiten De genoemde gebiedsaanduidingen zijn in de beheersverordening aangeduid.
d. Als er een combinatie van nevenactiviteiten ontwikkeld wordt, dan mag de maximale oppervlakte niet meer zijn dan de laagste oppervlakte. 17
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
e. Dag- en verblijfsrecreatie of zorgactiviteiten mogen ook in de openlucht plaats vinden. De hiervoor te gebruiken oppervlakte is maximaal 300 m2. Andere activiteiten mogen niet in de openlucht plaats vinden. f. De gebouwen moeten aantoonbaar minimaal 3 jaar voor het (voormalige) bedrijf in gebruik zijn geweest. g. De overige bebouwing moet worden gesloopt met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning(en) en 100 m2 bijbehorende bouwwerken per bedrijfswoning. Deze oppervlakte voor de bijbehorende bouwwerken maakt geen onderdeel uit van de rekensom om te bepalen of er sprake is van 50% reductie van de bedrijfsbebouwing, als bedoeld onder c. h. Een monument, een gebouw aangeduid als ‘cultuurhistorische waarden’ of gebouwen met cultuurhistorische waarde binnen de aanduiding ‘cultuurhistorie’ mogen niet worden gesloopt en moeten onderdeel uitmaken van het plan voor hergebruik. i. Van het onder c gestelde percentage kan worden afgeweken, als op de locatie sprake is van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing zoals aangegeven onder d en daardoor meer bebouwing behouden moet worden. j. Als op de locatie nieuwbouw plaats vindt, dan is de maximale goot- en bouwhoogte gelijk aan de hoogste bestaande goot- en bouwhoogte van de aanwezige bedrijfsgebouwen. k. Op het erf of de omgeving van de locatie gezorgd wordt voor een goede landschappelijke inpassing.
Dit inpassingsplan moet voldoen aan wat in Bijlage B, Bijlage C en Bijlage D staat. Een inpassingsplan is niet nodig als de locatie en omgeving al voldoet aan de eisen van bijlagen B, C en D. Dit kan bijvoorbeeld vanwege al aanwezige beplanting op en rond het terrein. Dit is ter beoordeling van een deskundige op het gebied van landschap. l. Als de locatie ligt in het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland. m. Gebruikers en bezoekers van het bedrijf op het eigen terrein, binnen het bestemmingsvlak, kunnen parkeren. n. Door het nieuwe bedrijf aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt. o. Het woon- en leefklimaat van gevoelige functies niet verslechterd. p. Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de vestiging van het bedrijf. q. Er is aangetoond dat door de vestiging van het bedrijf de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is. r. De nieuwe functie mag niet leiden tot een strijdigheid met de Wet natuurbescherming. 5.10. Veranderen van de vorm van het bestemmingsvlak (3-10) Het is mogelijk om de vorm van het vlak van de hoofdfunctie te veranderen.
Dit kan alleen voor de hoofdfuncties: Bedrijf Cultuur en ontspanning Detailhandel Dienstverlening Horeca Kantoor Maatschappelijk Recreatie Sport Wonen Wonen - Landgoed
18
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Er mag alleen sprake zijn van verandering van de vorm, niet van vergroting van het vlak. b. Niet meer dan de helft van de grond die nu in het vlak van de hoofdfunctie ligt na de herziening buiten het bestemmingsvlak ligt. c. Alle bestaande bouwwerken die nu binnen het vlak van de hoofdfunctie liggen, liggen na de aanpassing van de vorm ook nog in het bestemmingsvlak. d. Door de verandering van de vorm aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt. e. Het woon- en leefklimaat van gevoelige functies niet verslechterd. f. Op het erf of de omgeving van de hoofdfunctie gezorgd wordt voor een goede landschappelijke inpassing. Dit inpassingsplan moet voldoen aan wat in Bijlage B, Bijlage C en Bijlage D staat. Een inpassingsplan is niet nodig als de locatie en omgeving al voldoet aan de eisen van bijlagen B, C en D. Dit kan bijvoorbeeld vanwege al aanwezige beplanting op en rond het terrein. Dit is ter beoordeling van een deskundige op het gebied van landschap. Deze voorwaarde geldt niet voor de hoofdfunctie ‘Wonen’. g. Als de locatie ligt in het Gelders Natuurnetwerk of de Groene ontwikkelingszone dan moet ook voldaan worden aan de (instructie)regels die de provincie hierover stelt in de Omgevingsverordening Gelderland. h.
Er is aangetoond dat door de verandering van de vorm de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is. i. Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van het bouwplan die aanleiding is van de vormverandering. In het bestemmingsplan dat opgesteld wordt, worden de aanduidingen en regels uit de beheersverordening overgenomen, zodat deze onveranderd blijven gelden. 5.11. Wijzigingen naar Wonen door beëindiging hoofdfunctie voor de bestaande bedrijfswoning(en) (3-13) Het wijzigen van de bestaande hoofdfunctie naar ‘Wonen’ is mogelijk. Dit kan alleen toegestaan worden als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. Binnen de bestaande hoofdfunctie is minimaal één bedrijfswoning aanwezig. b. Vaststaat dat de bedrijfsvoering van de bestaande hoofdfunctie vóór terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is of wordt beëindigd. c. Als voor de bestaande hoofdfunctie een omgevingsvergunning activiteit milieu of een melding Activiteitenbesluit milieu aanwezig is, dan moet dit ingetrokken worden vóór terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. d. Alleen bestaande woningen de bestemming ‘Wonen’ zullen krijgen. e. Door de verandering naar de bestemming ‘Wonen’ aangrenzende bedrijven, gronden en bouwwerken niet zodanig belemmerd worden dat het gebruik daarvan in het gedrang komt. f.
Er is aangetoond dat door de wijziging naar de bestemming ‘Wonen’ de omgeving niet zodanig veranderd dat deze door die impact ongewenst is. g. Er is aangetoond dat sprake is van economische uitvoerbaarheid van de verandering. In het op te stellen bestemmingsplan worden het volgende verwerkt: 1. Het vlak met de hoofdfunctie c.q. het agrarisch bouwvlak maakt in zijn geheel onderdeel uit van het bestemmingsplan en deze hoofdfunctie c.q. dit agrarische bouwvlak komt te vervallen. 2. Voor de bestaande woning(en) zullen in het bestemmingsplan de bouw- en gebruiksregels gaan gelden die regulier voor woningen in het landelijk gebied gehanteerd worden. Deze zijn vergelijkbaar met de regels in de beheersverordening ‘Landelijk gebied - 2020’ voor de hoofdfunctie ‘Wonen’.
19
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
3. De vorm van het bestemmingsvlak ‘Wonen’ voldoet aan de volgende uitgangspunten: o Het bestemmingsvlak ligt, met een maat van maximaal 30 meter uit de gevels van de bestaande, oorspronkelijke woning, rondom de woning. o Daar waar het perceel deze afmetingen niet toelaat, het perceel is bijvoorbeeld smaller, houdt het bestemmingsvlak de perceelgrenzen aan. Deze afstand zorgt dat de clustering van gebouwen op het perceel gehandhaafd blijft. o In het onderstaande een voorbeeld van de vormgeving van een bestemmingsvlak bij een ruim perceel.
o
In het onderstaande een voorbeeld van de vormgeving van een bestemmingsvlak bij een klein perceel. Hier zijn de perceelgrenzen de maatgevende factor.
4. De gronden die buiten het nieuwe bestemmingsvlak ‘Wonen’ komen te liggen en in de beheersverordening voorzien zijn van de hoofdfunctie of het agrarische bouwvlak, krijgen de bestemming die aansluit op de om de locatie liggende bestemming. Dit zal in de meeste gevallen de bestemming ‘Agrarisch’ of ‘Agrarisch met waarden’ zijn.
20
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
6. Ruimtelijke onderbouwing Voor de ontwikkelingen vallend onder categorie 2 en 3 moet men nu, onder de Wet ruimtelijke ordening, bij de het verzoek een ruimtelijke onderbouwing overleggen. Bij categorie 1 veelal is geen ruimtelijke onderbouwing verplicht, maar kan het - afhankelijk van het project - wel gewenst zijn ter onderbouwing van ‘een goede ruimtelijke ordening’. De ruimtelijke onderbouwing moet ingaan op de voorwaarden behorend bij de betreffende ontwikkeling. Onder de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt, moet men aantonen dat door de ontwikkeling er sprake blijft van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast moet de ontwikkeling ook getoetst worden aan het op moment van toetsing actuele en relevante beleid van gemeente, waterschap, provincie en rijk.
21
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
7. Toelichting 7.1. Aanleiding voor het planologisch kader Na de vernietiging van het bestemmingsplan ‘Buitengebied - 2012’ heeft de gemeente Doetinchem ervoor gekozen om voor het landelijk gebied een beheersverordening op te stellen. Zo wil de gemeente weer over een actueel en eenduidig planologisch kader voor het landelijk gebied te beschikken. In een beheersverordening kunnen echter geen (ruime) ontwikkelingsmogelijkheden opgenomen worden. Zoals afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden die wel bij keuze voor een bestemmingsplan een plek zouden hebben gekregen maar voor de beheersverordening te ruim zijn. Met de beleidsregel ‘Planologisch kader voor het landelijk gebied’ wordt inzicht gegeven wanneer de gemeente aan de in deze beleidsregel opgenomen ontwikkelingen wil meewerken. Daarmee wordt hierover duidelijkheid gegeven aan een ieder. 7.2. Opgenomen ontwikkelingen In de beleidsregel zijn ten minste de ontwikkelingen opgenomen, die als een afwijking- of wijzigingsbevoegdheid opgenomen zouden zijn als gekozen was voor een bestemmingsplan voor het landelijk gebied. De keuze is mede gebaseerd op wat in het vernietigde bestemmingsplan ‘Buitengebied - 2012’ aan mogelijkheden opgenomen was. Daarin waren deze ontwikkelingen met een door de raad aan het college gedelegeerde afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid opgenomen.
Er zijn een aantal afwijkings- en wijzigingsbepalingen uit het vernietigde bestemmingsplan niet opgenomen in de beheersverordening en ook niet in de voorliggende beleidsregel. Hiervoor zijn twee redenen: a) bepaalde bepalingen zijn door de verloop van de tijd niet meer actueel zijn. Dit waren specifieke afwijkingen of wijzigingen, waar nu geen behoefte meer is of waar de ontwikkeling al heeft plaats gevonden. b) bepaalde bepalingen zijn geactualiseerd in de beleidsregel ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’, door de raad vastgesteld op 17 december 2020. Deze zijn immers al in deze genoemde beleidsregel verwerkt. Zie voor meer informatie paragraaf 7.4. Hiermee verschaffen we voor deze ontwikkelingen duidelijkheid. Men weet zo of aan deze ontwikkelingen meegewerkt wordt. 7.3. Drie categorieën In deze beleidsregel zijn de meest voorkomende ontwikkelingen benoemd, zodat op voorhand duidelijk is in welke gevallen meegewerkt zou kunnen worden. De voorwaarden waaraan de ontwikkeling specifiek moet voldoen, zijn beschreven in de beleidsregel en daarbij behorende bijlagen. Hierbij is een verdeling gemaakt naar drie verschillende categorieën, gebaseerd op de invloed op de omgeving: Categorie 1. Ontwikkelingen met een ondergeschikte invloed, ruimtelijk in functioneel, die aansluiten op de hoofdfunctie. Categorie 2.
Ontwikkelingen met een beperkte invloed, ruimtelijk en functioneel, die aansluiten op de hoofdfunctie. Categorie 3. Ontwikkelingen met een grotere invloed, ruimtelijk en functioneel, die leiden tot een aanpassing van de hoofdfunctie.
22
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Op basis van deze indeling is ook aan te geven welke procedure op basis van de huidige wet- en regelgeving (Wro, Wabo) de geëigende procedure is bij medewerking aan een verzoek. Dat is de volgende indeling: Categorie 1. Medewerking via omgevingsvergunning met afwijking op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 2o Wabo (buitenplanse (kruimel)afwijking, geen (extra) procedure). Categorie 2. Op basis van het raadsbesluit van 21 september 2017, inhoudende het aanwijzen van gevallen waarin een verklaring van geen bedenkingen niet is vereist (artikel 6.5, lid 3 Besluit omgevingsrecht), kan medewerking plaats vinden via een omgevingsvergunning met afwijking op grond van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3o Wabo (buitenplans afwijken, uitgebreide procedure). Categorie 3. Medewerking met een bestemmingsplan met vereenvoudigde behandeling bij voorbereiding en besluitvorming. De ontwikkelingen die vallen onder de eerste categorie zullen binnen de reguliere procedure voor de omgevingsvergunning verleend worden. Deze plannen worden dus niet vertraagd doordat er een afwijking nodig is. Voor de tweede en derde categorie zal bij de voorbereiding snel meegewerkt kunnen worden. Voorwaarde daarbij is natuurlijk wel dat de initiatiefnemer er voor zorgt dat zijn aanvraag volledig voldoet aan de gestelde voorwaarden voor medewerking aan de ontwikkeling.
Dit houdt onder meer in dat bij de (definitieve) aanvraag een ruimtelijke onderbouwing gevoegd is die ingaat op de specifiek gestelde voorwaarden. De derde categorie betreft een bestemmingsplan. De gemeenteraad is daarbij het bevoegde gezag om die vast te stellen. Bij de vaststelling van deze beleidsregel heeft de gemeenteraad besloten om bestemmingsplannen die voldoen aan de ontwikkelingen genoemd in deze beleidsregel eerder in de raad besproken worden. Dat houdt het volgende in. - Het college legt het ontwerpbestemmingsplan aan de raad voor, om deze als (definitief) bestemmingsplan vast te stellen, onder de voorwaarden dat: o er geen zienswijzen zijn ingediend; o er sprake is van ongewijzigde vaststelling. Deze behandeling van het ontwerpbestemmingsplan in de gemeenteraad vindt in dezelfde periode plaats dan dat hetzelfde plan als ontwerp ter inzage ligt. Als er sprake is van een politiek bestuurlijk gevoelig bestemmingsplan, dan wordt het ontwerp pas ná raadsbehandeling ter inzage gelegd. Zo kan de proceduretijd van het bestemmingsplan die voldoen aan de voorwaarden van ontwerp tot vaststelling aanzienlijk verkort worden. 7.4. Notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem De gemeenteraad heeft op 17 december 2020 de notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’ als beleidsregel vastgesteld en vervolgens bekend gemaakt.
Hierin zitten regels die een actualisatie betreffen van een aantal wijzigingsbepalingen uit het vernietigde bestemmingsplan ‘Buitengebied - 2012’. Om die reden zijn deze bepalingen niet in de voorliggende beleidsregel opgenomen. Bij de vaststelling van de voorliggende beleidsregel heeft de gemeenteraad ook ingestemd om dezelfde eerdere behandeling in de gemeenteraad bij bestemmingsplannen voor de ontwikkelingen die mogelijk zijn op basis van de notitie ‘Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem’ toe te passen. Zo wordt ook de proceduretijd van bestemmingsplannen als gevolg van dit beleid verkort.
23
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
8. Slotbepalingen 8.1. Inwerkingtreding Deze beleidsregel treedt in werking één dag na publicatie. 8.2. Aanhaling Deze beleidsregel wordt aangehaald als beleidsregel ‘Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021’.
24
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Bijlagen
25
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Bijlage A. Lijst van neven-/hergebruiksactiviteiten
26
Overige landelijk gebied
FUNCTIE Verblijfsrecreatie kampeerboerderij vakantieappartementen hotelaccommodatie bed and breakfast pension Dagrecreatie ijssalon terras/theetuin theeschenkerij bezoekerscentrum paardenpension / -stalling sauna paardenverhuur fietsenverhuur kanoverhuur trapautoverhuur manege huifkarcentrum overdekte speelgelegenheid (geen speelautomatenhal) Zorg privékliniek kuuroord/beautycentrum dagverblijf dierenkliniek sociale nevenfunctie op agrarisch bedrijf (resocialisatie, therapie, gehandicapten) Opslag caravans/boten inboedel overige statische opslag Overige nevenactiviteiten Agrarische hulpbedrijven loonbedrijven veehandelsbedrijven Toeleverende bedrijven spermabank fouragehandel zaaizaad en potgoed opslag agrarische producten hoefsmederij
- = niet toegestaan
Gelders natuurnetwerk
N = nevenactiviteit
Groene ontwikkelingszone
H = hoofdactiviteit
N/H N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H N/H N/H N N N N N/H N/H N
N/H N/H N/H N/H N/H N/H N N N N N N N
N/H N/H N/H N/H N/H N/H N N N N N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H N/H
N/H N/H N/H N/H -
N/H N/H N/H N/H N/H
N N N
N N N
N/H N/H N/H
-
-
N/H N/H
N N N N N
-
N/H N/H N/H N/H N/H
27
Gelders natuurnetwerk
Overige landelijk gebied
FUNCTIE Semi-agrarische bedrijven hoveniersbedrijven boomverzorgingsbedrijven natuur- en landschapsbeheer bosbouwbedrijven vis-, escargot-, wormkwekerij Ambachtelijke landbouwproducten verwerkende bedrijven slachterij vleesverwerking zuivelverwerking plantaardige productverwerking imkerij visrokerij wijnmakerij ijsmakerij bierbrouwerij riet- en vlechtwerk verkoop van ter plaatse voortgebrachte en op een ander agrarisch bedrijf voortgebrachte streekeigen producten Overige ambachtelijke bedrijven bouwbedrijven schildersbedrijven glas in lood zetterijen installatiebedrijven elektrotechnisch installatiebedrijf dakdekkersbedrijf rietdekkersbedrijf houtbewerkingsbedrijven houtzagerij en -schaverij speeltoestellenfabricage lasinrichtingen / bankwerkerijen vervaardiging medische instrumenten / precisie-instrumenten en orthopedische artikelen meubelmakerij / restauratie meubelstoffeerderijen vervaardigen en reparatie sieraden vervaardigen en reparatie muziekinstrumenten spel- en speelgoedfabricage spinnen en weven van textiel vervaardiging van textielwaren kledingvervaardiging reparatiebedrijven gebruiksgoederen pottenbakkerij natuursteenbewerking / beeldhouwerij zeefdrukkerij grafische bedrijven
Groene ontwikkelingszone
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
N/H N/H N/H N/H N/H
N/H -
N/H N/H N/H N/H N/H
N N N N N/H N/H N/H N/H N/H N/H N
-
N N N N N/H N/H N/H N/H N/H N/H N
N N N N N N N N N N N N
-
N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H
N N N N N N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H
-
N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H
H = hoofdactiviteit
N = nevenactiviteit
28
Gelders natuurnetwerk
Overige landelijk gebied
FUNCTIE Overige dienstverlening cursuscentrum crèche / peuterspeelzaal museum / tentoonstellingsruimte dierenasiel / -pension kappersbedrijf catering computerservicebedrijf adviesbureau geluids- en/of TV-studio telecommunicatie antiekhandel kunsthandel Aan-huis-gebonden beroep alle functies genoemd in bijlagen 6, Lijst van aan huis gebonden beroepen en bedrijven, of 7, Staat van bedrijfsactiviteiten bij de hoofdfunctie Wonen, van de beheersverordening ‘Landelijk gebied 2020’, voor zover niet vergelijkbaar met een van de hiervoor genoemde functies
Groene ontwikkelingszone
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
N/H N/H N/H N/H N/H N N/H N/H N/H N/H N/H N/H
N -
N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H N/H
N/H
-
N/H
- = niet toegestaan
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Bijlage B. Richtlijn ‘Verrekening bij landschappelijke inpassing’ Percelen van 0 tot 2000 m². Te realiseren eenheden landschapselementen per 500 m² perceel (keuzelijst): Enkele opgaande beplanting 20 strekkende meter Boomgaard niet haalbaar Vlakvormige opgaande beplanting 40 m2 Haag 25 strekkende meter Poel niet haalbaar Vlakvormig riet – natte oever 30 m2 Percelen vanaf 2000 m². Te realiseren eenheden landschapselementen per 500 m² perceel (keuzelijst): Enkele opgaande beplanting 20 strekkende meter Boomgaard 80 m2 Vlakvormige opgaande beplanting 40 m2 Haag 50 strekkende meter Oeverlijn poel 15 strekkende meter Vlakvormig riet – natte oever 30 m2 Bovenstaande punten geven keuzemogelijkheden aan. Het is niet zo dat alle genoemde punten (elementen) gerealiseerd hoeven te worden. De initiatiefnemer kan ervoor kiezen om één type landschapselement te gebruiken. Een combinatie van elementen kan ook, daarbij dient dan wel de totale hoeveelheid gehaald te worden. Aandachtspunten: Een poel moet een minimale wateroppervlakte van 50 m2 (exclusief talud) hebben. Anders functioneert deze niet. Op een klein perceel is het daarom niet haalbaar om een goede poel te realiseren. Voor een functionele boomgaard geldt hetzelfde. In de beschrijvingen van de landschapselementen worden de minimale maten van de verschillende elementen genoemd. Deze zijn leidend.
Toelichting landschapselementen Hieronder is opgenomen wat onder de landschapselementen wordt verstaan. Enkele opgaande beplanting: Elzensingel Bossingel Laan Knotboom Fruitlaan Bomenrij en solitaire boom
Haag: Knip- of scheerheg Struweelhaag Vlechtheg
Boomgaard: Hoogstamboomgaard Halfstamboomgaard Struikenboomgaard
Oeverlijn vijver: Poel en klein historisch water
Vlakvormige opgaande beplanting: Houtwal Struweelrand Hakhoutbos Griend
Vlakvormig riet – natte oever: Rietzoom en klein rietperceel Natuurvriendelijke oever
29
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
X X X X X X
X X X X
X X X X X
X X
Bos- en Landgoedern
Rivierweide
Heideontginneing
Landschapselement Poel en klein historisch water Houtwal Elzensingel Bossingel Knip- of scheerheg Struweelhaag Laan Knotboom Hoogstamboomgaard Struweelrand Vlechtheg Fruitlaan Halfstamboomgaard Struikenboomgaard Hakhoutbosje Griend Bomenrij Rietzoom en klein rietperceel Natuurvriendelijke oever
Essenlandschap
Welke landschapselementen zijn in welk landschapstype toe te passen
Kampenlandschap
Onderstaande tabel geeft weer in welk landschapstype welke landschapselementen toegepast kunnen worden. Waar welke landschapstypen van toepassing zijn, is terug te vinden in Bijlage C.
X X X
X X X X
X
X
X
X X X
X X X X X X X X
30
X X X
X X X X X
X
X X
X X
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Bijlage C. Landschapstypen
31
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Bijlage D. Leidraad Toetsingskader Landschapselementen Met deze bijlage wordt een nadere toelichting gegeven op de diverse landschapselementen.
Poel en klein historisch water Poelen zijn natuurlijke of gegraven laagtes. Vaak vervulden poelen meerdere functies, onder andere om vee te kunnen laten drinken. Het is belangrijk de historische contouren/vormen te behouden. Openheid rondom (een deel van) de poel kan de zichtbaarheid en beleefbaarheid vergroten en is van belang om een goed voortplantingsbiotoop voor amfibieën te behouden. Vaak stonden er wel enkele bomen bij een poel voor schaduw voor de dieren en tegen verdamping. Instapeisen Zowel een poel als een klein historisch water is doorgaans een geïsoleerd stilstaand water dat gevoed wordt door grond- en/of regenwater. Een poel mag in verbinding staan met sloten of greppels wanneer sprake is van een natuurlijke eenheid die vrij afwatert. Een poel heeft een wateroppervlak van minimaal 0,5 en maximaal 50 are. De poel of vijver heeft een natuurlijk talud, er is geen gebruik gemaakt van vijverfolie. Inrichtingseisen bij aanleg poel en klein historisch water: Oppervlakte poel gemeten vanaf insteek talud met maaiveld minimaal 150 m2. Oppervlakte poel gemeten vanaf insteek talud met maaiveld maximaal 700 m 2. De oeverlengte moet minimaal 40 meter bedragen. Diepte poel maximaal 2,50 meter. Taluds minimaal 1:3. Grondwaterstand locatie waar poel wordt aangelegd in september niet dieper dan 1,30 meter onder het maaiveld.
Indien de zone rond de poel wordt ingezaaid met een mengsel, dient het mengsel uitsluitend inheemse plantensoorten te bevatten. Afstand tussen nieuwe poelen tenminste 100 meter.
Houtwal Houtwallen zijn bepalend voor het kleinschalige kampenlandschap op de zandgronden. Deze lijnvormige landschapselementen hebben een sterke samenhang met het omringende landschap. Ze vormen een belangrijk biotoop voor flora en fauna in het cultuurlandschap en zijn tevens van belang voor de oriëntatie van vleermuizen. Instapeisen Een houtwal is een vrij liggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement met een opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken. De houtwal kan gesitueerd worden op een aarden wal. De houtwal is minimaal 20 meter lang en maximaal 15 meter breed. Inrichtingseisen bij aanleg houtwal Alleen gebruik inheemse bomen en struiken. Plantverband van minimaal 1,25 x 1,25 meter of 1,50 x 1,00 meter en maximaal 2,00 x 2,00 meter. Aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten. Raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij. Afstand tussen twee nieuwe parallel lopende houtwallen op één perceel is tenminste 50 meter.
32
Planologisch kader voor het landelijk gebied - 2021
Elzensingel Elzensingels zijn lijnvormige landschapselementen die grotendeels bestaan uit een enkele rij zwarte elzen en vaak langs slootkanten staan. Deze elzensingels komen vooral voor in het laagveen-, zand of rivierengebied. Elzensingels zijn van groot belang voor de inheemse flora en fauna. Instapeisen Een elzensingel is een lijnvormig landschapselement dat grotendeels bestaat uit een rij Zwarte els en als hakhout wordt beheerd. Een elzensingel is minimaal 20 meter lang. Inrichtingseisen bij aanleg elzensingel Alleen gebruik inheemse elzen plantsoen / bomen. Minimaal 20 stuks plantsoen per 20 meter elzensingel aanplanten. Aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten. Raster minimaal op 1 meter uit de voet van de rij. Afstand tussen twee nieuwe parallel lopende elzensingels op een perceel is tenminste 20 meter.
Bossingel Bossingels en kleine bosjes zijn landschapselementen die bestaan uit hoog opgaande beplanting. Het kunnen doorgeschoten hakhoutwallen zijn, maar ook recent aangelegde houtsingels. Een bosje is een klein vrij liggend vlakelement, een singel is een lijnvormig element. Instapeisen Een bossingel is een vrij liggend lijnvormig en aaneengesloten landschapselement met opgaande begroeiing van inheemse bomen en struiken. Een bossingel is minimaal 20 meter lang. Inrichtingseisen bij aanleg bossingel Alleen gebruik inheemse bomen en/of struiken. Plantverband van minimaal 1,25 x 1,25 meter of 1,50 x 1,00 meter en maximaal 1,50 x 1,50 meter. Aanplant met 2- of 3 jarig bosplantsoen van inheemse soorten. Raster minimaal op 1 meter uit de voet van de buitenste rij. Afstand tussen twee nieuwe parallel lopende bossingels op één perceel is tenminste 50 meter.