Bijlage 1 Begroting 2026 gemeente Doetinchem.pdf
Tekst van het document
Begroting 2026
Inhoudsopgave Woord vooraf ........................................................................................................ 3 Inleiding ............................................................................................................... 4 1. Hoofdlijnen van beleid ........................................................................................ 6 1.1 Doetinchem 2036.......................................................................................... 7 1.2 Sociale en veerkrachtige samenleving ............................................................. 8 1.3 Aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving .......................................... 9 1.4 Organisatie en financiën .............................................................................. 10 2. Financieel beeld tot en met 2029 ....................................................................... 11 2.1 Inleiding .................................................................................................... 12 2.2 Hoofdlijnen financieel begrotingsbeleid .......................................................... 14 2.3 Financiële uitgangspositie ............................................................................ 16 2.4 Ontwikkelingen ...........................................................................................
17 2.5 Financiële positie begroting ná nieuwe ontwikkelingen en gemeentefonds .......... 25 2.6 Structureel en reëel sluitende begroting ......................................................... 27 2.7 Ontwikkeling algemene reserve .................................................................... 29 2.8 Vermogenspositie ....................................................................................... 30 3. Beleidsbegroting .............................................................................................. 31 3.1 Het programmaplan .................................................................................... 32 3.1.1 Programma - Doetinchem 2036 .............................................................. 33 3.1.2 Programma - Sociale en veerkrachtige samenleving .................................. 44 3.1.3 Programma - Aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving .............. 61 3.1.4 Programma - Organisatie en financiën ..................................................... 72 3.1.5 Overzicht van de algemene dekkingsmiddelen .......................................... 84 3.1.6 Overzicht van de kosten van overhead ..................................................... 88 3.1.7 Vennootschapsbelasting .........................................................................
93 3.1.8 Onvoorzien ........................................................................................... 94 3.2 Paragrafen ................................................................................................. 95 3.2.1 Lokale heffingen ................................................................................... 96 3.2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................... 106 3.2.3 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................. 116 3.2.4 Financiering ......................................................................................... 123 3.2.5 Bedrijfsvoering .................................................................................... 127
1
3.2.6 Verbonden partijen............................................................................... 134 3.2.7 Grondbeleid ......................................................................................... 153 3.2.8 Openbaarheid ...................................................................................... 158
4. Financiële begroting ........................................................................................ 163 4.1 Het overzicht van baten en lasten en de toelichting ........................................ 164 4.1.1 Het overzicht van baten en lasten .......................................................... 165 4.1.2 De toelichting op het overzicht van baten en lasten .................................. 168 4.1.2.1. De toelichting per programma........................................................ 168 4.1.2.2 De gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd ................................ 187 4.1.2.3. De geraamde incidentele baten en lasten ......................................... 189 4.1.2.4. De beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves ............................................................................................................... 202 4.2 De uiteenzetting van de financiële positie en de toelichting ............................. 204 4.2.1 De financiële positie ............................................................................. 205 4.2.1.1. De geprognosticeerde balans .......................................................... 205 4.2.1.2. EMU Saldo .................................................................................... 207 4.2.1.3.
De jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume ................................................................................. 208 4.2.1.4. Investeringen ............................................................................... 209 4.2.1.5. Financiering .................................................................................. 215 4.2.1.6. Reserves ...................................................................................... 215 4.2.1.7. Voorzieningen ............................................................................... 220 4.2.2 De toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie ....................... 224 4.3 Bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld .......... 226
5. Bijlagen ......................................................................................................... 231 Bijlage 1: Risicomatrix garanties en verstrekte leningen ....................................... 232 Bijlage 2: Verplichte beleidsindicatoren .............................................................. 239 Bijlage 3: Gemeenteraad .................................................................................. 242 Bijlage 4: College van burgemeester en wethouders ............................................ 244 Bijlage 5: Afkortingenlijst ................................................................................. 247
2
Woord vooraf Voor u ligt de begroting 2026 van de gemeente Doetinchem. Onze laatste begroting van deze bestuursperiode met een extra impuls om verder te groeien in kwaliteit. We kijken met trots terug op een periode waarin we belangrijke stappen hebben gezet voor de groei van Doetinchem, Gaanderen en Wehl naar 70.000 inwoners richting 2036. In een gemeente met relatief klein grondgebied en schaarste in ruimte, hebben we diverse ontwikkelingen ingezet die passen bij onze schaalsprong. De binnenstedelijke ontwikkeling van de stad Doetinchem wordt zichtbaar met de transformatie van het gebied langs de Oude IJssel, in de spoorzone en de binnenstad. Ook investeerden we in onderwijshuisvesting en de versterking van onze centrumfunctie in de regio. Daarbij zorgen we ook voor voldoende maatschappelijke en economische voorzieningen en een prettige omgeving om in te verblijven. We hebben hiermee een fundament gelegd om de komende jaren op voort te bouwen en door te gaan met de realisatie. Deze stappen hebben we gezet binnen een meerjarig solide financieel beleid, waaronder tijdige bijsturing op stijgende kosten in het sociaal domein. Resultaat hiervan is een behoorlijk gevulde algemene reserve, waarmee we een goede financiële uitgangspositie voor de volgende bestuursperiode hebben gerealiseerd.
Daardoor is het mogelijk om het eerder ingestelde investeringsfonds verder te vullen om ook in de komende jaren structureel te blijven investeren in onze gemeente. Dit biedt enerzijds een stevige basis om de ingeslagen koers te kunnen continueren, anderzijds biedt het ruimte om ook in onzekere tijden te blijven bouwen aan een sociaal krachtige en levendige gemeente. We zien de komende jaren een aantal onzekerheden van betekenis. Ten eerste de geopolitieke ontwikkelingen en de tweede kamer verkiezingen, die onzekerheid brengen over welke koers Nederland de komende jaren gaat varen. Ten tweede het zogenoemde ‘ravijnjaar’ dat is opgeschoven van 2026 naar 2028. Nu staan we er in vergelijking met andere middelgrote gemeenten gelukkig relatief goed voor, maar het laat onverlet dat we behoedzaam moeten blijven begroten. Beide aspecten en de grotere onzekerheid naar de toekomst toe, maakt dat het belangrijk is te investeren in wendbaarheid om continuïteit te waarborgen. Met deze begroting houden we onze ambitie hoog en zorgen we voor financiële zekerheid richting de toekomst. We werken onverminderd door aan de ingezette ontwikkelingen om te groeien in kwaliteit, waarbij leefbaarheid een belangrijke rol speelt om mensen met elkaar te verbinden. We willen een aantrekkelijke gemeente zijn en blijven voor zowel huidige en toekomstige inwoners als bezoekers.
Daarvoor investeren we in de aantrekkende werking van een bruisende binnenstad met kunst en cultuur, sport en evenementen. Daarnaast koesteren en versterken we het waardevolle landelijk gebied, waar rust, ruimte en natuur bijdragen aan de kwaliteit van leven en het karakter van onze gemeente. We dragen hiermee na de verkiezingen het stokje over aan een nieuw bestuur, met vertrouwen in de basis die is gelegd en vertrouwen in de toekomst van onze gemeente. College van burgemeester en wethouders
3
Inleiding Investeren in de toekomst vanuit een solide financiële basis Met de coalitieagenda ‘samen groeien in kwaliteit’ trapten we afgelopen bestuursperiode af met ambitie. Daarvoor zetten we de stip op de horizon om richting het jaartal 2036 te groeien naar 70.000 inwoners. Niet alleen in aantallen, maar vooral in kwaliteit en balans – waar wonen, werken en voorzieningen hand in hand gaan. Met oog voor de menselijke maat, de sociale basis en veerkracht in onze samenleving. De afgelopen jaren hebben we flinke stappen gezet in de schaalsprong, die we hiermee voor ogen hebben voor Doetinchem als kloppend hart van de Achterhoek. Tegelijkertijd staat de wereld om ons heen niet stil. Geopolitieke onrust raakt aan ons gevoel voor veiligheid en stijgende kosten kunnen leiden tot vragen over bestaanszekerheid. Grote complexe vraagstukken doen een beroep op ons om samen nieuwe oplossingen te vinden. Denk daarbij aan vraagstukken rondom het klimaat, de energietransitie, de woningbouw, verdergaande digitalisering, krapte op de arbeidsmarkt, de vergrijzing, betaalbaarheid van zorg en ondersteuning en de veranderende samenstelling van de Nederlandse bevolking. Grote vraagstukken en onzekerheden die ook landen in Doetinchem en die we vanuit een goede (financiële) uitgangspositie en ons natuurlijk naoberschap aangaan.
Vanuit onze Doetinchemse aanpakkersmentaliteit geven we invulling aan deze complexe door de raad bij de perspectiefnota vastgestelde vraagstukken met focus op: • Levendige centrumstad en dorpen • Preventie en de beweging naar gezondheid, zowel in sociaal als fysiek domein • De gemeente van de toekomst We zetten met realisatiekracht onze plannen voor Doetinchem 2036 in het daglicht. Dat doen we met ‘Doetinchem Stad aan de Oude IJssel’ als grootschalige woningbouwlocatie specifiek voor de ontwikkelingen in de spoorzone en de binnenstad. We zetten in op versnelling van woningbouw en integrale gebiedsontwikkeling. Dat sluit aan op onze ambities om wonen, werken en voorzieningen in balans te laten groeien. We zorgen voor een bruisende binnenstad en levendige dorpskernen. Met commitment van de provincie vragen we landelijk aandacht voor onze groeiambitie en kansen voor de schaalsprong. Daarmee leveren we een bijdrage aan de vraag naar woningbouw en investeren we in de kwaliteit van de leefomgeving voor onze huidige en toekomstige inwoners. In onze gemeente vinden we het belangrijk dat iedereen dezelfde kansen krijgt en volwaardig kan meedoen. Daarom stellen we het gewone leven centraal, waarbij mensen zelf verantwoordelijk zijn en zoveel mogelijk zelf de regie hebben en houden over hun leven.
Daarvoor houden we de focus op preventie en de beweging naar gezondheid en zetten we in op zowel het individu als op de leefomgeving. Daarnaast benutten we de kracht van de samenleving door ideeën en initiatieven van inwoners te faciliteren. Door slimme koppelingen te maken vergroten we de leefbaarheid in onze buurten en wijken. Zo blijven we werken aan een stevige sociale basis met een hoog voorzieningenniveau. Om onze ambities waar te maken moeten we als organisatie sterk opgesteld staan. Dat vraagt om een antwoord op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt. Hierbij kunnen we ons voordeel doen met de mogelijkheden die de digitale revolutie ons biedt. Het daagt ons ook uit om ons werk slimmer te organiseren, zodat we onze diensten kunnen blijven leveren mét kwaliteit. Het financieel solide beleid dat is ingezet, wordt in 2026 voortgezet. Dat betekent de financiën op orde, een gezonde buffer en een structureel sluitende begroting voor 2026 met voldoende weerstandsvermogen. Dit zorgt ervoor dat Doetinchem haar positie als sterke centrumgemeente vasthoudt en uitbreidt. Daarmee blijven Doetinchem en de dorpen aantrekkelijk voor jong en oud om te wonen, werken en leven.
4
Onze bestuursperiode sluiten we graag goed en positief af. Tegelijkertijd zetten we ons in om het financieel beleid op deze lijn voort te zetten. Daarom doen we er in 2026 een schepje bovenop door ons investeringsfonds sneller te vullen. We investeren niet alleen in stenen, maar ook in mensen. Daarom voorzien we in deze begroting een eenmalige belastingverlaging van € 100 voor alle gebruikers van belastingobjecten, dus huishoudens en bedrijven, - een tegenprestatie aan onze inwoners en ondernemers richting een inclusieve en veerkrachtige gemeente. Leeswijzer De begroting start met de hoofdlijnen van beleid in hoofdstuk 1. We schrijven hierin waar we het komende begrotingsjaar 2026 de focus op leggen. In hoofdstuk 2 staat het financieel beeld tot en met 2029. Dit hoofdstuk bevat een samenvattend beeld van de hoofdlijnen van ons financieel begrotingsbeleid, het financiële beeld, de toelichting op de ontwikkelingen en de vermogenspositie. Dan volgt in hoofdstuk 3 de beleidsbegroting met daarin het programmaplan en de paragrafen. In het programmaplan staan de programma’s en wordt nader ingegaan op de algemene dekkingsmiddelen, de overhead, de vennootschapsbelasting en het budget voor onvoorzien toegelicht.
In de paragrafen worden wettelijk verplichte financiële en bedrijfsmatige onderwerpen (van belang voor het inzicht in de financiële positie) gebundeld en per thema gepresenteerd te weten: Lokale heffingen, Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Onderhoud kapitaalgoederen, Financiering, Bedrijfsvoering, Verbonden partijen, Grondbeleid en Openbaarheid. In hoofdstuk 4 wordt de financiële begroting gepresenteerd met het overzicht van baten en lasten met toelichting én de uiteenzetting van de financiële positie van de gemeente. Met onder andere de geprognosticeerde balans in meerjarenperspectief, de meerjarige ontwikkeling van het EMU-saldo en een meerjarig overzicht van baten en lasten. Ook wordt een overzicht gegeven van de reserves en voorzieningen en de grondslagen waarop de ramingen zijn gebaseerd. De begroting wordt gecompleteerd met enkele bijlagen, waaronder het overzicht garanties en leningen, de verplichte beleidsindicatoren, een overzicht van de leden van de gemeenteraad, de portefeuilleverdeling van het college van burgemeester en wethouders en een afkortingenlijst.
5
1. Hoofdlijnen van beleid
6
1.1 Doetinchem 2036 Met Doetinchem 2036 investeren we in Doetinchem als ‘kloppend hart van de Achterhoek’, zoals de titel van onze omgevingsvisie luidt. Met onze groeiambitie geven we antwoord op landelijke en provinciale opgaven, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw. Daarbij landt de grootste groei binnen de Achterhoek in Doetinchem. Met onze binnenstedelijke ontwikkeling, ‘Stad aan de Oude IJssel’ vragen we aandacht bij provincie en rijk voor onze schaalsprong en laten we zien dat we bijdragen aan de woningbouwopgave. Op onze beurt kunnen wij rekenen op hun commitment voor onze ambities. Doetinchem centrumstad De Achterhoek heeft een grotere stad als Doetinchem nodig om voorzieningen voor het regionale verzorgingsgebied op peil te houden. Als centrumstad hebben we een verzorgende functie of het nu gaat om een winkelgebied, culturele of sportieve evenementen, of medische voorzieningen. In 2026 heeft de nabijheid van voorzieningen onze volle aandacht, zodat we een groeiende, verbindende, toekomstgerichte stad zijn met een sterke sociale en economische basis. Doetinchem, Stad aan de Oude IJssel De transformatie van het gebied ‘Stad aan de Oude IJssel’ wordt steeds beter zichtbaar rond de Oude IJssel, in de binnenstad en de Spoorzone. We geven een impuls aan onze stad en haar inwoners en ondernemers. Tegelijkertijd zorgt dat voor koppelkansen met externe investeringen.
Dat heeft niet alleen een effect op onze gemeente, maar ook regionaal. Deze gebiedsontwikkelingen zien we in zijn geheel als impuls voor Doetinchem stad. Daarbij onderzoeken we nadrukkelijk innovatieve mogelijkheden voor toekomstbestendige bouw. Versnellen woningbouw en voorzieningen In 2026 zullen we steeds vaker spreken over gebiedsontwikkelingen. Het bouwen van huizen en de beschikbaarheid en nabijheid van voorzieningen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De groei van onze gemeente en de demografische ontwikkeling vraagt om behoud van een hoog voorzieningenniveau. We zorgen ervoor dat ons voorzieningenniveau beter aansluit bij de behoefte van onze inwoners in verschillende gebieden, zodat we die leefbare, inclusieve en sociale stad blijven. Bereikbaarheid en duurzame mobiliteit Door de groei van het aantal inwoners van Doetinchem blijft de veranderende behoefte aan mobiliteit actueel. We zetten ons in voor het verbeteren van de bereikbaarheid met maatregelen waarbij we zoveel mogelijk aansluiten op bestaande infrastructuur. Door deze maatregelen wordt het in Doetinchem veiliger en verbeteren we de bereikbaarheid van onze voorzieningen.
7
1.2 Sociale en veerkrachtige samenleving Ook in 2036 willen we een aantrekkelijke gemeente zijn, waar mensen prettig wonen, werken, leven en verblijven. We vinden het belangrijk dat iedereen dezelfde kansen krijgt en volwaardig kan meedoen. Bestaanszekerheid vormt hiervoor de basis: een stabiel inkomen, een veilige woning, toegang tot zorg en onderwijs, en het gevoel erbij te horen. Dit versterken we met een duidelijke focus op preventie, gezondheid en de kracht van de samenleving. Inkomen en financiële zekerheid De financiële zekerheid herstellen en versterken is belangrijk om mee te doen in de samenleving. Zeker nu de bestaanszekerheid niet voor iedereen vanzelfsprekend is door stijgende kosten voor wonen, energie en levensonderhoud. Daarom intensiveren we in de vroegsignalering van betalingsachterstanden en hebben we bij invordering oog voor de persoonlijke situatie van de inwoner. Veilige woon- en leefomgeving We werken aan een inclusieve woonomgeving waarin iedereen een plek heeft, ook daken thuisloze mensen. Investeren in een prettige en verbonden gemeenschap is belangrijk, omdat de leefbaarheid en het veiligheidsgevoel in sommige wijken onder druk staat. Het is belangrijk om te blijven investeren in voorzieningen dichtbij, met ruimte voor ontmoeting en verbinding.
Dit is nog belangrijker met het oog op onze groeiambitie, omdat we daardoor problematiek van de grote stad kennen op kleinere schaal. Gezondheid en preventie We willen dat inwoners regie hebben over hun gezondheid en dat is meer dan de afwezigheid van ziekte. Daarom zetten we in op preventie, leefstijl en een gezonde leefomgeving, afgestemd op de verschillen per wijk en doelgroepen onder andere gezonde en vitale jongeren en ouderen. Een sportieve buitenruimte en toegankelijke sportvoorzieningen ondersteunen deze beweging en nodigen uit tot meedoen. Onderwijs, werk en ontwikkeling Iedereen moet kunnen meedoen en daarom stimuleren we leren en ontwikkelen, benutten we onbenut arbeidspotentieel en versterken we de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Zo vergroten we de kansen op werk, zelfstandigheid en maatschappelijke participatie. Daarnaast zetten we in op de begeleiding van jongeren bij de overgang van school naar werk, om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan en duurzaam werk te stimuleren. Kracht van de samenleving In een veerkrachtige samenleving zorgen we voor elkaar. Niet elke hulpvraag vraagt om professionele zorg; soms is een goed netwerk of praktische ondersteuning voldoende. We vergroten het bewustzijn om te kijken naar wat iemand wél kan, versterken de sociale basis met netwerken voor hulp aan huis, mantelzorg en informele ondersteuning.
Zo benutten we de kracht van inwoners en organisaties in de samenleving.
8
1.3 Aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving In 2026 blijven we werken aan complexe ruimtelijke en maatschappelijke opgaven die op ons afkomen. Deze vragen ons te kijken voorbij de stip op de horizon in 2036. Daarin volgen we landelijke trends en ontwikkelingen om daar lokaal zo goed optimaal mogelijk invulling aan te geven. Actueel omgevingsbeleid In 2026 starten we het proces van actualisatie van onze omgevingsvisie. In aanloop daar naar toe maken we een toekomstvisie met een blik voorbij 2036. Daarin bepalen we hoe we in de toekomst willen omgaan met grote maatschappelijke opgaven die op ons afkomen. We zorgen ervoor dat ons beleid over alle onderwerpen die met de leefomgeving te maken hebben (denk aan wonen, werken, groen, energie, klimaat, mobiliteit) wordt opgesteld zoals de Omgevingswet ons voorschrijft. Dat betekent dat we werken met één visie voor de leefomgeving. Toekomstbestendig bouwen Groeien in kwaliteit staat voor ons voorop. We vinden het belangrijk dat de woningen in onze gemeente toekomstbestendig zijn. Daarom zetten we ons in voor de verduurzaming van woningen met energiebesparende maatregelen en spelen we in op de woningbehoefte. Bij nieuwbouw kijken we naar de mogelijkheden die innovatieve en circulaire woningbouw bieden. In 2026 gaan we actief onderzoeken of we daarmee versnelling van woningbouwontwikkeling kan worden bevorderd.
Gezond en duurzaam Met de groei van Doetinchem hebben we extra aandacht voor de aantrekkelijkheid van de leefomgeving. We vinden het belangrijk dat inwoners prettig wonen, werken en leven in hun omgeving. Daarom investeren we in leefbaarheid, duurzaamheid, circulaire economie en sociale cohesie. Dit doen we bij diverse ontwikkelingen in het stedelijke als in het landelijke gebied en op de bedrijventerreinen. Bij deze ontwikkelingen houden we rekening met het slim (ver)delen van energie.
9
1.4 Organisatie en financiën Zoals in de perspectiefnota is geschetst blijven twee onderwerpen prominent in beeld voor de komende jaren: de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en de digitale revolutie. Dat maakt dat we in 2026 verder stappen moeten zetten om als organisatie klaar te zijn voor de gemeente van de toekomst, waarbij continuïteit van dienstverlening gewaarborgd is. Financieel gezien zetten we de lijn voort zoals in de coalitieagenda is bepaald, solide en gezond. Arbeidsmarktkrapte Ontwikkelingen in de arbeidsmarkt doen aan de ene kant een beroep op het inzetten op behoud en goed werven van personeel en aan de andere kant op het tijdig oplossen van situaties waarin krapte en structureel tekorten worden voorzien. Behouden van personeel vraagt onder andere om strategisch personeelsbeleid en aantrekkelijk werkgeverschap met een fijne plek om te werken. Oplossingen voor structurele tekorten vragen om innovaties en vindingrijkheid. Digitale revolutie Investeren in digitalisering en inpassen van nieuwe technologische oplossingen, die digitalisering van dienstverlening mogelijk maakt en daarnaast ook slimmer en efficiënter werken in de andere processen. Dit vraagt om blijven scholen van bestaande medewerkers en het aantrekken van medewerkers die dit kunnen realiseren en ondersteunen qua techniek en informatieveiligheid.
Wendbare organisatie Ontwikkelingen in de samenleving en in onze directie omgeving gaan sneller, zijn vaak complexer en soms meer onverwacht. De digitale revolutie en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt spelen hierin onder andere een rol. In combinatie met de groei van Doetinchem vraagt dit om een doorontwikkeling van de organisatie gericht op meer wendbaarheid om mee te kunnen bewegen met de ontwikkelingen. Daarnaast is robuustheid van belang, om de kwaliteit van dienstverlening en bedrijfsvoering nu en in de toekomst op peil te houden. Dit vraagt om gerichte groei en ontwikkeling in de organisatie, met de nadruk op daadwerkelijk in actie komen: doen! Daarnaast is meer slagkracht nodig, wat betekent dat mogelijk formatieve uitbreiding van de organisatie noodzakelijk is. Financiën De lijn zoals ingezet zetten we door in 2026. Daarmee behouden we een goede financiële gezondheid. Zoals geschetst in de inleiding staan we voor een financieel solide beleid met een gezond weerstandsvermogen. Hierbij opgemerkt dat we onverminderd te maken hebben met prijsstijgingen die we moeten dekken. Door de huidige geo-politieke omstandigheden en de val van het kabinet blijft het onzeker wat er precies gaat gebeuren met de algemene uitkeringen uit het gemeentefonds en wanneer. Dat kan resulteren in financiële druk op de structurele uitgaven.
Daarom blijven we creatief in het vinden en verzilveren van (externe) subsidies, het verhogen van onze inkomsten en het slim inzetten van onze incidentele middelen. Daarvoor volgen we nauwgezet de structurele en incidentele geldstromen vanuit Rijk en provincie en zetten we ons actief in om deze te verwerven als steun in onze groeiambitie. Door het tijdig nemen van maatregelen in het sociaal domein, het opschuiven van het ravijnjaar en het ingezette beleid om te investeren en de daardoor extra te genereren inkomsten hebben we een forse algemene reserve. Dat maakt het mogelijk om het eerder ingestelde investeringsfonds verder te vullen en daarnaast een eenmalige belastingverlaging van € 100 voor alle gebruikers van belastingobjecten, dus huishoudens en bedrijven, van de gemeente Doetinchem te doen. Met dit fonds kunnen wij de komende jaren structureel blijven investeren in de groei van onze gemeente.
10
2. Financieel beeld tot en met 2029
11
2.1 Inleiding In dit hoofdstuk geven we een samenvattend beeld van ons financieel begrotingsbeleid op hoofdlijnen, het financiële beeld en het weerstandsvermogen. Een financieel solide beleid is net als de afgelopen jaren het uitgangspunt. We hebben de financiën van onze gemeente graag op orde en streven ernaar deze ook naar de toekomst op orde te houden. In onze coalitieagenda gaven we aan dat we bij de uitvoering van taken binnen de door medeoverheden beschikbaar gestelde geoormerkte middelen blijven. Daarmee stellen we dat er niet meer geld wordt uitgeven dan er binnenkomt. In de perspectiefnota 2026 schreven we dat het aanbieden van een structureel sluitende begroting een steeds grotere uitdaging vormt. Op dat moment bestond er onzekerheid over de wijze het kabinet zou omgaan met de besparingen op de jeugdzorg (advies van de commissie Van Ark) en de financiële effecten van de meicirculaire 2025 waren toen nog niet bekend. De meicirculaire De meicirculaire 2025 geeft zoals gebruikelijk inzicht in de ontwikkeling van het gemeentefonds voor de komende jaren. In het kort gaat het om de volgende wijzigingen: - Voor de periode 2025 tot en met 2027 is er landelijk ongeveer € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar gekomen. Dat is voor de jeugdzorg alsmede een demping voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds.
Voor de periode 2028 en verder worden de beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd versterkt. Deze extra middelen geven voor de jaren 2026 en 2027 een verlichting. Feitelijk betekenen de extra middelen dat het oorspronkelijke ravijnjaar 2026 verschuift naar 2028 en dit zien we ook terug in het begrotingsjaar 2028. - De in de vorige begroting ingezette lijn van minder behoedzaam begroten heeft in 2026 consequenties voor de hoogte van het BTW-Compensatiefonds. Voor 2026 kunnen we ongeveer € 700.000 minder opnemen dan in de begroting 2025. - Tenslotte is in de meicirculaire 2025 aangekondigd dat per 1 januari 2027 de volgende stap wordt gezet in het vanaf 2023 voor gemeenten geldende ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. Nadere informatie hierover volgt in de meicirculaire 2026. Vooruitlopend op deze uitkomst hebben wij met ingang van 2027 de suppletieuitkering op nihil gesteld. Het financiële effect hiervan is ongeveer € 390.000 nadelig. Specifieke uitkeringen (SPUKs) Het Rijk heeft ons duidelijkheid gegeven over hoe zij specifieke uitkeringen (SPUKs) omzet in fondsuitkeringen, om autonomie van medeoverheden te vergroten en administratieve- en controlelasten te verminderen en de daarmee samenhangende budgetkorting van 10%.
Het Rijk heeft besloten dat slechts een beperkt aantal specifieke uitkeringen (SPUKs) per 2026 kan worden omgezet naar fondsuitkeringen. Deze beperkte omzetting is het gevolg van juridische en pragmatische overwegingen, prioriteiten uit het Regeerprogramma en monitoringseisen vanuit de Tweede Kamer. Voor SPUKs die niet worden omgezet, worden alternatieve trajecten verkend, zoals bijzondere fondsuitkeringen (BFU), juridische verkenningen van begrotingsfondsen en taakvermindering als invulling van de korting. Het Rijk heeft uitgesproken dat deze korting niet mag worden afgewenteld op medeoverheden. In de praktijk zijn hiervoor drie opties benoemd: • Taakreductie: gemeenten voeren minder taken uit, evenredig aan de korting. • Doelmatiger uitvoering: afspraken over efficiëntere uitvoering tussen vakdepartementen en gemeenten. • Alternatieve dekking: het Rijk compenseert de korting op de eigen begroting.
12
Voor onze gemeente betekent dit dat per SPUK moet worden beoordeeld of er sprake is van taakreductie, doelmatiger uitvoering of compensatie. Hierover is nog veel onduidelijkheid. De vraag is of daar op korte termijn verandering in komt gezien de aanstaande verkiezingen in oktober 2025. De in de perspectiefnota 2026 benoemde autonome ontwikkelingen zijn opgenomen in de begroting 2026. Het voorgestelde nieuwe beleid is uiteengezet in paragraaf 2.4 Ontwikkelingen. Het nieuwe beleid is afgewogen in het licht van de onderstaande ontwikkellijnen, zoals eerder door uw raad zijn vastgesteld bij de perspectiefnota: • Focus op preventie en de beweging naar gezondheid, zowel in sociaal als fysiek domein; • Levendige centrumstad en dorpen; • De gemeente van de toekomst. Door de omvang van de algemene reserve en de hiermee samenhangende ruime weerstandsratio, hebben we veel van de in de perspectiefnota gepresenteerde ambities kunnen vertalen in begroting 2026. We presenteren u wel een begroting waarbij we in het eerste jaar een onttrekking willen doen aan de algemene reserve, mede door uw oproep bij de perspectiefnota de middelen uit de reserve zo goed mogelijk te benutten. Ondanks deze onttrekking aan de algemene reserve bieden wij u wel een structureel sluitende begroting aan (zie 2.6 Structureel en reëel sluitende begroting).
13
2.2 Hoofdlijnen financieel begrotingsbeleid Toelichting De financiën van onze gemeente zijn op orde. We geven niet meer geld uit dan dat er binnen komt. We kennen een relatief lage schuldpositie en de omvang van de algemene reserve is ruim voldoende. We hebben incidenteel voldoende financiële buffer. Structureel zijn er naar de toekomst toe uitdagingen, die samenhangen met de onzekerheden over de koers die Nederland gaat varen door de geo-politieke ontwikkelingen en de val van het kabinet. Ook bij het opstellen van deze begroting hebben we de afgelopen jaren gehanteerde financiële hoofduitgangspunten gehanteerd: Een structureel sluitende begroting en een gezond meerjarenperspectief Structureel sluitend wil zeggen dat we ervoor zorgen dat langjarige uitgaven ook worden gedekt door langjarige inkomsten. Dat is ook het belangrijkste toetsingscriterium van de provincie als toezichthouder. We ramen in de gemeentebegroting ook incidentele lasten en baten. Die worden voor drie jaren of korter geraamd. Het totaal van de structurele en incidentele uitgaven minus de inkomsten leidt tot het totale resultaat van de gemeentebegroting. Begrotingsoverschotten of -tekorten worden gemuteerd op de algemene reserve. De begroting vertoont een financieel meerjarenperspectief, waarbij in 2026 een onttrekking aan de algemene reserve wordt voorgesteld.
Wij presenteren u wel een structureel sluitende begroting in alle jaren. Voldoende weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit (algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven) en de financiële risico’s. Die verhouding drukken we uit in de ratio van ons weerstandsvermogen. In 2021 heeft de raad besloten dat, wanneer de ratio tussen de 1 en 1,5 is, we dan beschikken over voldoende buffer om risico’s op te vangen. De risico's vormen dan geen bedreiging voor onze financiële positie. Beneden de ondernorm dienen maatregelen te worden genomen om de weerstandscapaciteit aan te vullen en/of de risico’s te beperken. Boven de norm is er ruimte om de weerstandscapaciteit in te zetten voor andere doeleinden. Mede gebaseerd op de hoge weerstandsratio wordt in deze begroting dan ook onder meer voorgesteld om in 2026 een deel van de algemene reserve in te zetten voor een eenmalige belastingverlaging alle gebruikers van belastingobjecten, dus huishoudens en bedrijven, en voor de verdere vulling van het eerder ingestelde investeringsfonds. De gemeente Doetinchem heeft de ambitie om te groeien naar 70.000 inwoners in 2036. Conform de drie ontwikkellijnen houdt Doetinchem haar positie als sterke centrumgemeente vast en breidt deze uit.
Bij deze ambitie past een investeringsfonds waarmee het volgende college de doelstellingen kan waarmaken. Dit uitgangspunt brengt met zich mee dat structurele vulling van het investeringsfonds wenselijk is. Voorgesteld wordt om jaarlijks bij het opstellen van de jaarstukken, indien de jaarstukken een voordelig resultaat laten zien, 25% van het resultaat ná bestemming (de reguliere toevoeging aan de algemene reserve) toe te voegen aan het investeringsfonds. Hiermee wordt geborgd dat het investeringsfonds structureel wordt gevoed en daarmee de ambitie van Doetinchem financieel ondersteunt. In de afgelopen jaren hebben we meer ervaring opgedaan met risicomanagement. Daarbij zien we dat naast de gekwantificeerde risico's, zich in de komende jaren ontwikkelingen en/of risico's voordoen die op dit moment (nog) niet of nauwelijks zijn te kwantificeren, maar die wel een beroep zullen doen op onze algemene reserve. De omvang ervan hangt af van bestuurlijke keuzes van Rijk, onze gemeente en van maatschappelijke ontwikkelingen.
14
De afhankelijkheid van en de onzekerheid over het Rijksbeleid blijft hierin een grote factor. We achten het daarom gewenst om over een algemene reserve te beschikken die ruimer is dan alleen de gekwantificeerde risico's. In het verleden hebben we ervaren welke impact Rijksmaatregelen kunnen hebben op onze financiële positie. Het blijft belangrijk dat raad en college voortdurend het open gesprek voeren over het weerstandsvermogen. Immers, een incidentele uitschieter buiten de onder- of bovennorm hoeft niet onmiddellijk te leiden tot maatregelen of geeft bestedingsruimte. Het gaat om de tendens van het weerstandsvermogen in relatie tot een gezonde financiële positie op langere termijn. We beschikken op dit moment over voldoende weerstandsvermogen.
15
2.3 Financiële uitgangspositie In de begroting 2026 nemen we het financieel meerjarenperspectief 2026-2029 op. De basis hiervoor is de geamendeerde begroting 2025. Onderstaand de financiële uitgangspositie conform het vertrekpunt in de perspectiefnota 2026. Uitgangspositie (bedragen x € 1.000)
Begroting 2026
Meerjarenraming 2027
Meerjarenraming 2028
Meerjarenraming 2029
Resultaat geamendeerde begroting 2025
1.552
1.146
1.332
165
Uitgangspositie programmabegroting 2026 c.q. Perspectiefnota 2026
1.552
1.146
1.332
165
Vervolgens zijn in de begroting 2026 (inclusief het meerjarenperspectief) de volgende ontwikkelingen opgenomen: • De ontwikkeling van het gemeentefonds op basis van de meicirculaire 2025; • Het voorgestelde nieuwe beleid inclusief de structurele doorwerking van de 1e bestuurlijke monitor 2025. De bovenstaande ontwikkelingen worden toegelicht in paragraaf 2.4 Ontwikkelingen.
16
2.4 Ontwikkelingen De ontwikkeling van het gemeentefonds op basis van de meicirculaire 2025 Via raadsmededeling 2025-60 d.d. 8 juli 2025 bent u geïnformeerd over de ontwikkeling van het gemeentefonds op basis van de meicirculaire 2025. Hieronder volgt een samenvatting van deze raadsmededeling. Ontwikkeling omvang algemene uitkering Ten opzichte van de decembercirculaire 2024 wijzigt de algemene uitkering voor de gemeente Doetinchem als volgt: Bedragen x € 1.000
Begroting ná wijziging 2025
Begroting 2026
Meerjarenraming 2027
Meerjarenraming 2028
Meerjarenraming 2029
Beginstand decembercirculaire 2024
183.855
181.426
186.465
191.294
196.356
Mutatie t.o.v. de decembercirculaire 2024
6.740
10.734
10.496
6.451
6.110
190.595
192.160
196.961
197.745
202.466
Eindstand meicirculaire 2025
De hogere uitkering heeft géén 1-op-1 relatie met het resultaat van de gemeentelijke begroting. Het nettoresultaat van de meicirculaire 2025 lijkt voordelig in het meerjarenperspectief. Echter om de budgetten vanaf 2026 te kunnen verhogen met de nominale compensatie (de inflatie) zal het nettoresultaat van de algemene uitkering grotendeels ingezet moeten worden. Het netto resultaat wordt onderstaand gespecificeerd en betreft de mutatie t.o.v. de decembercirculaire 2024: Nr. Bedragen x € 1.000
Begroting Begroting Meerjarenraming Meerjarenraming Meerjarenraming ná wijziging 2026 2027 2028 2029 2025
1 Accres
1.227
1.652
1.812
1.867
2 Plafonds BCF
-385
-
-
-
2.169 -
3 Overige mutaties UF
-30
103
-155
-243
-319
4 Ontwikkeling uitkeringsbasis
-688
-16
365
677
1.159 -655
5 WOZ
-
-474
-532
-593
6 Stelpost Jeugd (AP)
-
-1.060
-786
-524
-
6.616
10.529
9.792
5.267
3.756
Totaal mutatie Algemene uitkering t.o.v. de decembercirculaire 2024
6.740
10.734
10.496
6.451
6.110
Blokkade nominale compensatie
-1.227
-1.652
-1.812
-1.867
-2.169
Taakmutaties
-6.625
-10.537
-9.802
-5.278
-3.767
Netto resultaat meicirculaire 2025 inclusief stelpost jeugd
-1.112
-1.455
-1.118
-694
174
7 Taakmutaties
Stelpost jeugdzorg De bedragen, die bij het Ministerie van Financiën op de Aanvullende Post (AP) voor de Hervormingsagenda Jeugd waren gereserveerd, zijn toegevoegd aan het gemeentefonds. Zie hiervoor het onderdeel 'Hervormingsagenda Jeugd' bij de taakmutaties. In de begroting 2025 hebben wij rekening gehouden met deze aanvullende post. Aangezien in de meicirculaire 2025 de omzetting plaatsvindt wordt de aanvullende post verlaagd tot nihil.
17
Nieuw verdeelmodel algemene uitkering In de meicirculaire 2025 is aangekondigd dat per 1 januari 2027 de volgende stap wordt gezet in het, vanaf 2023 voor gemeenten geldende, ingroeipad als gevolg van de invoering van het nieuwe verdeelmodel van de algemene uitkering. In afwachting van de ontwikkeling in de meicirculaire 2026 hebben wij vooruitlopend de suppletie-uitkering met ingang van 2027 op nihil gesteld. Het ravijnjaar 2026 Sinds een aantal jaren wordt gesproken over het ravijnjaar 2026. Voor 2025 tot en met 2027 komt landelijk ongeveer € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar voor jeugdzorg alsmede een demping voor de terugval in 2026 in het gemeentefonds. Vanaf 2028 moet de volledige besparing van de Hervormingsagenda worden gerealiseerd. Deze extra middelen geven voor de jaren 2026 en 2027 een verlichting. Feitelijk betekenen deze extra middelen dat het oorspronkelijke ravijnjaar 2026 verschuift naar 2028. Dit zien we terug in jaarschijf 2028. Taakmutaties Zoals gebruikelijk kent de circulaire van het gemeentefonds een aantal taakmutaties. De taakmutaties worden via een P&C document verwerkt nadat het betreffende beleidsveld in een onderliggend plan duidelijkheid heeft gegeven over het doel waarvoor de taakmutatie wordt aangewend alsmede een onderbouwing van de middelen die worden ingezet.
In raadsmededeling 2025-60 zijn de diverse taakmutaties zoals opgenomen in de meicirculaire toegelicht. Onderstaand een specificatie van de taakmutaties zoals opgenomen in de meicirculaire 2025.
18
Taakmutaties Bedragen x € 1.000
Begroting ná wijziging 2025
Begroting Meerjarenraming Meerjarenraming Meerjarenraming 2026 2027 2028 2029
Taakmutaties Jeugd Demping terugval gemeentefonds (Jeugd)
-
1.497
1.637
1.658
1.725
Tekorten voor rekening Rijk (Jeugd)
1.557
1.569
1.630
1.689
1.750
Groeipad maatregelen Hervormingsagenda (Jeugd)
-
1.864
1.738
-
-
Eigen bijdrage jeugdzorg
-
-
-
-974
-1.010
Sturen op trajectduur jeugdzorg
-
-
-
-255
-264
Indexeren opbrengst Hervormingsagenda (Jeugd)
-
-
-
-1.900
-1.968
Hervormingsagenda Jeugd
-
1.247
974
1.161
1.313
Subtotaal taakmutaties Jeugd
1.557
6.177
5.979
1.379
1.546
Taakmutaties Overig Kinderopvang pleegouders
8
8
8
9
9
Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo
-
774
-
-
-
Wmo hulpmiddelen
-
34
-
-
-
Aanpassen regeling dienstverlening aan huis
-
6
7
7
7
IBO Problematische schulden
65
-
-
-
-
Subtotaal taakmutaties Overig
73
822
15
16
16
7
7
7
7
7
218
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Jeugdhulp kinderen in een AZC (DU)
-31
-31
-31
-31
-31
Versterking arbeidsmarktregio’s (DU)
248
248
248
248
-
Nationaal Actieplan Dakloosheid (DU)
-3
-3
-3
-3
-3
Armoedebestrijding kinderen (DU)
-
-18
-18
-18
-18
Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet
244
-
-
-
-
Landelijke beëindigingsregeling veehouderijbedrijven
19
-
-
-
-
Landelijke Aanpak Adreskwaliteit
5
-
-
-
-
IU/DU/SU Maatschappelijke opvang en OGGz (DU) Suppletie-uitkering Bommenregeling Voorschoolse voorziening peuters (DU)
Natuur bij energieprojecten
326
-
-
-
-
Aanpak laaggeletterdheid
136
105
105
105
-
Antidiscriminatie voorzieningen
8
8
-
-
-
Begeleiding jongeren naar werk
262
-
-
-
-
Einde lening inburgeringsplicht
3
-
-
-
-
Alleenverdienersproblematiek
69
-
-
-
-
Work in Nederland
150
150
150
-
-
Impulsbudget sociale infrastructuur
254
229
229
229
229
Impulsbudget arbeidsmarktregio’s
1.006
827
1.117
1.290
-
Subtotaal IU/SU/DU
2.921
1.522
1.804
1.827
184
19
Taakmutaties Bedragen x € 1.000
Begroting ná wijziging 2025
Begroting Meerjarenraming Meerjarenraming Meerjarenraming 2026 2027 2028 2029
3 D’s in het sociaal domein Beschermd wonen (IU)
1.535
1.535
1.535
1.535
539
481
469
521
486
Subtotaal 3 D's in het sociaal domein
2.074
2.016
2.004
2.056
2.021
Totaal
6.625
10.537
9.802
5.278
3.767
Participatie (IU)
1.535
Taakmutaties Jeugd In de meicirculaire 2025 is landelijk circa € 3 miljard cumulatief voor gemeenten beschikbaar gesteld ter demping van de terugval in het gemeentefonds en de jeugdzorg. Voor Doetinchem gaat dit om een bedrag van ruim € 6.000.000 in 2026 aflopend in 2028 naar ruim € 1.000.000. De in de zomer van 2023 ingezette beheersmaatregelen, waaronder de nieuwe inkoop, stringentere toegang en de daarmee samenhangende stabilisatie van de aantallen cliënten die gebruik maken van maatwerkvoorzieningen in het sociaal domein, maken dat we verwachten dat de ingeboekte taakstellingen voor het sociaal domein vanaf de begroting 2026 worden gerealiseerd. Hierdoor is het mogelijk om de in de meicirculaire 2025 beschikbaar gestelde middelen, ter demping van de terugval in het gemeentefonds en de jeugdzorg, breder in te zetten. De deskundigencommissie Van Ark heeft geadviseerd om het tekort in het budget voor jeugdzorg in gelijke delen te verdelen over Rijk en gemeente. Voor Doetinchem betekent dit een structurele verlichting. Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. De volledige besparing van de Hervormingsagenda moet in 2028 worden gerealiseerd. De beheersmaatregelen uit de Hervormingsagenda worden versterkt en er worden aanvullende maatregelen uitgewerkt.
Zo wordt er onder andere een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028 en gaan Rijk en gemeenten met de sector afspraken maken over hoe er beter kan worden gestuurd op de trajectduur. Daarnaast is de besparingsopgave van de 'Hervormingsagenda Jeugd' op het prijs- en volumepeil van 2019 ingeboekt. Het rijk gaat er vanuit dat er een hogere besparing door de gemeenten is te realiseren aangezien het prijs en volumepeil sinds 2019 zijn gestegen. Aanvullende Post gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd Deze post betreft het overboeken van de op de 'Aanvullende Post' gereserveerde middelen voor de Hervormingsagenda Jeugd. In de meicirculaire 2025 vindt de verdeling plaats van landelijk € 333 miljoen in 2026 tot € 320 miljoen in 2030. Conform provinciale richtlijnen hebben wij in de vorige begrotingen reeds rekening gehouden met een aanvullende stelpost voor jeugd ten gunste van de algemene middelen. In deze begroting is deze aanvullende post dan ook afgeraamd. De beleidsmatige vertaling is opgenomen in programma 2 Veerkrachtige en sociale samenleving in nummer 24 ‘Ontwikkelingen Sociaal Domein’. Het voorgestelde nieuwe beleid Bij de behandeling van de perspectiefnota 2026 (uw raadsvergadering van 22 mei 2025) heeft u besloten om voor 2026 de verdere focus te leggen op: a. preventie en de beweging naar gezondheid, zowel in sociaal als fysiek domein; b.
levendige centrumstad en dorpen; c. de gemeente van de toekomst. Daarnaast hebben wij in de perspectiefnota de verwachte trends, ontwikkelingen, kansen en risico’s nader geduid. Wij hebben u aangegeven dat in de begroting 2026 de concrete voorstellen en uitwerkingen volgen. Naast de inhoud van de perspectiefnota hebben zich nog diverse ontwikkelingen voorgedaan die tot nieuwe voorstellen leiden.
20
Onderstaand treft een samenvatting aan van de bedragen van het door ons voorgestelde nieuwe beleid. De in de onderstaande tabellen opgenomen voorstellen worden in het betreffende programma verder toegelicht met corresponderende nummering. In uw raadsvergadering van 26 juni 2025 heeft u de 1e bestuurlijke monitor 2025 vastgesteld. In deze bestuurlijke monitor zijn diverse structurele mutaties opgenomen die van invloed zijn op de begroting 2026. Deze structurele mutaties zijn verwerkt in de begroting 2026 en het meerjarenperspectief 2027-2029. In de volgende tabellen treft u een overzicht aan van alle nieuwe ontwikkelingen in deze begroting. Programma 1. Doetinchem 2036 Omschrijving nieuw beleid
Begroting 2026 Baten Lasten
Meerjarenraming 2027
Meerjarenraming 2028
Meerjarenraming 2029
Baten
Baten
Baten
Lasten
Lasten
Lasten
1 Onderhoud Amphiongarage
-
270
-
123
-
127
-
215
2 Juridisch adviseur ruimtelijke ontwikkeling
-
106
-
106
-
106
-
106
3 Gebiedsontwikkeling Oude IJssel: beheer en onderhoudskosten
-
114
-
114
-
114
-
114
4 Omgevingsprogramma economie
-
250
-
250
-
-
-
-
5 Beheersmaatregelen zorg en (sociale) veiligheid
-
100
-
-
-
-
-
-
6 Verkeersveiligheid
-
20
-
20
-
20
-
20
7 Verkeerstellingen
-
15
-
15
-
15
-
15
8 VNOG
-
135
-
135
-
135
-
135 -
9 Onderzoek naar culturele panden
-
25
-
-
-
-
-
10 Leefbaarheid ontwikkelgebieden
-
50
-
50
-
50
-
-
11 Investeringen (Meerjaren Investeringsplan - MIP)
-
-
-
69
-
358
-
404
-
1.085
-
882
-
925
-
1.009
Totaal nieuw beleid programma 1
21
Programma 2. Sociale en veerkrachtige samenleving Nr. Omschrijving nieuw beleid
Begroting 2026 Baten Lasten
Meerjarenraming 2027
Meerjarenraming 2028
Meerjarenraming 2029
Baten
Baten
Baten
Lasten
Lasten
Lasten
12 Hulp bij het Huishouden
-
-2
-
-2
-
-3
-
-3
13 Buurtplein
-
48
-
48
-
48
-
48
14 Bibliotheek
-
5
-
5
-
5
-
5
480
1.945
527
2.072
488
2.310
4.259
7.749
16 Mediabeleid
-
104
-
-
-
-
-
-
17 Koningin Beatrix Centrum (KBC) Wehl
-
39
-
39
-
39
-
39
18 Aanvalsplan visie op sport en bewegen
-
100
-
100
-
100
-
-
19 MBO Leerplicht (Leren Werkt (LW))
83
166
83
166
83
166
83
166
20 Leerplichtambtenaren (Leren Werkt (LW))
-112
-92
-112
-92
-112
-92
-112
-92
21 Doorbraak team
-
50
-
-
-
-
-
-
22 Projectbudget Leefbaarheidsinitiatieven
-
75
-
75
-
-
-
-
23 Sportpark Bezelhorst
-
85
-
-
-
-
-
-
24 Ontwikkelingen Sociaal Domein
-
720
75
2.733
1.087
3.516
1.160
4.346
25 Suïcidepreventie
-
20
-
20
-
20
-
-
30
-
30
-
30
-
-
-
-
-
55
-
440
-
592
451
3.293
573
5.249
1.546
6.579
5.390
12.850
15 Laborijn
26 Onbenut arbeidspotentieel 27 Investeringen (Meerjaren Investeringsplan - MIP) Totaal nieuw beleid programma 2
Programma 3. Aantrekkelijke, gezonde en duurzame leefomgeving Nr. Omschrijving nieuw beleid
Begroting 2026
Meerjarenraming 2027
Baten Lasten 28 Omgevingsdienst Achterhoek 29 Natuurparken Totaal nieuw beleid programma 3
-100
-
-100
Baten
Meerjarenraming 2028
Lasten
Baten
-100
-
50
-
50
-100
Meerjarenraming 2029
Lasten
Baten
-100
-
50
-
50
-100
Lasten
-100
-
50
-
-
50
-100
-
22
Programma 4. Organisatie en financiën Nr. Omschrijving nieuw beleid
Begroting 2026 Baten Lasten
30 Digitaal leerplatform en de content beheerder
-
31 Recruiter menselijk kapitaal 32 Digitale transformatie
Meerjarenraming 2027
Meerjarenraming 2028
Meerjarenraming 2029
Baten
Baten
Baten
Lasten
30
-
-
96
-
154
33 Datagedreven werken
-
34 Projectondersteuning Doetinchem 2036
-
35 MJOP 36 Trainee Concern Control
Lasten
30
-
-
96
-
154
86
-
-
-
-
-
-
87
37 Regio Achterhoek
-
38 Loonstijgingen BUHA 39 Prijsstijgingen BUHA
Lasten
30
-
-
96
-
96
-
154
-
154
86
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
87
-
-
-
-
18
-
18
-
18
-
18
-
366
-
366
-
366
-
366
-
2.429
-
-
-
-
-
-
40 Contractmanagement
-
25
-
-
-
-
-
-
41 Applicatiebeheer Financiële systemen
-
25
-
-
-
-
-
-
42 Raadsverkiezingen 2026 politieke ambtsdragers
-
590
-
370
-
370
-
370
43 Formatie Geo werkzaamheden
-
76
-
76
-
-
-
-
44 Ontwikkeling Accres (Meicirculaire 2025)
-
1.651
-
1.810
-
1.866
-
2.170
45 Hulp bij het Huishouden
-
2
-
2
-
3
-
3
-
5.635
-
3.095
-
2.903
-
3.207
Totaal nieuw beleid programma 4
30
Algemene dekkingsmiddelen Nr. Omschrijving nieuw beleid
Begroting 2026 Baten Lasten
Meerjarenraming 2027
Meerjarenraming 2028
Meerjarenraming 2029
Baten
Baten
Baten
Lasten
Lasten
Lasten
46 Taxateur WOZ
-
42
-
42
-
42
-
42
47 Herverdelingseffect algemene uitkering
-
-
-391
-
-391
-
-391
-
48 Taakmutaties (Meicirculaire 2025)
-
9.074
-
8.258
-
3.459
-
280
49 Taakmutaties (Meicirculaire 2025 - Jeugd)
- -6.177
-
-5.979
-
-1.381
-
-1.546
-
-
-
-
-
-
-
-
10.496
-
6.453
-
6.111
-
2.939
10.105
2.321
6.062
2.120
5.720
-1.224
50 Eenmalige Belastingverlaging 51 Algemene uitkering (Meicirculaire 2025) Totaal nieuw beleid Algemene dekkingsmiddelen
-2.900 10.734 7.834
23
Overhead Nr. Omschrijving nieuw beleid
Begroting 2026 Baten Lasten
Meerjarenraming 2027
Meerjarenraming 2028
Meerjarenraming 2029
Baten
Baten
Baten
Lasten
Lasten
Lasten
52 Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer
-
53
-
23
-
23
-
23
53 Energiekosten
9
146
9
146
9
146
9
146
54 Schoonmaakkosten gemeentehuis
-
22
-
22
-
22
-
22
55 Digitale toegankelijkheid
-
20
-
20
-
20
-
20
56 ICT samenwerking
-
200
-
200
-
200
-
200
57 Inzet Overhead diverse ontwikkelingen
-
-443
-
-443
-
-356
-
-356
58 Opslag Overhead
-
111
-
111
-
75
-
75
-28
-
-28
-
-28
-
-28
-
60 Digitaal leerplatform
-
30
-
30
-
30
-
30
61 Investeringen (Meerjaren Investeringsplan - MIP)
-
-
-
3
-
2
-
2
-19
139
-19
112
-19
162
-19
162
59 Leerplichtambtenaren (Leren Werkt (LW))
Totaal nieuw beleid Overhead
Mutaties in de reserves Nr. Omschrijving nieuw beleid
Begroting 2026 Baten Lasten
Meerjarenraming 2027
Meerjarenraming 2028
Meerjarenraming 2029
Baten
Baten
Baten
Lasten
Lasten
Lasten
62 Spaarreserve onderwijshuisvesting (IHP)
-
-
55
-
440
-
592
-
63 Reserve doorgeschoven activiteiten (Leefbaarheidsinitiatieven nummer 22)
75
-
75
-
-
-
-
-
64 reserve Vastgoed (MJOP - nummer 35)
-
284
-
-
-
-
-
-
Totaal nieuw beleid Mutaties in de reserves
75
284
130
-
440
-
592
-
24
2.5 Financiële positie begroting ná nieuwe ontwikkelingen en gemeentefonds Indien we de financiële uitgangspositie uit hoofdstuk 2.3 en de ontwikkelingen uit hoofdstuk 2.4 samenvatten dan ontstaat het volgende beeld: Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Begroting 2026
Meerjarenraming 2027
Meerjarenraming 2028
Meerjarenraming 2029
Resultaat geamendeerde begroting 2025
1.552
1.146
1.332
165
Ontwikkeling gemeentefonds 2025 (MC)
-1.455
-1.118
-694
174
Nominale ontwikkeling 2026 (netto)
2.294
2.929
1.878
3.189
Nieuw beleid programma 1 (saldo van baten en lasten)
-1.085
-882
-925
-1.009
Nieuw beleid programma 2 (saldo van baten en lasten)
-2.842
-4.676
-5.033
-7.460
Nieuw beleid programma 3 (saldo van baten en lasten)
-150
-150
-150
-100
Nieuw beleid programma 4 (saldo van baten en lasten)
-5.635
-3.095
-2.903
-3.207
Nieuw beleid algemene dekkingsmiddelen (saldo van baten en lasten)
4.895
7.784
3.942
6.944
Nieuw beleid overhead (saldo van baten en lasten)
-158
-131
-181
-181
Nieuw beleid mutaties in de reserves (saldo van baten en lasten)
-209
130
440
592
Mutaties bestaand beleid (incl. afronding)
1.845
1.701
1.387
1.279
Totaal resultaat van baten en lasten ná ontwikkelingen
-948
3.638
-907
386
In 2026 en 2028 presenteren we nadelige begrotingsresultaten. In 2026 kiezen we ervoor om, naast het in de vorige paragraaf geschetste nieuwe beleid, een eenmalige belastingverlaging voor alle gebruikers van belastingobjecten, dus huishoudens en bedrijven, door te voeren. Dit resulteert in een negatief resultaat dat mede gebaseerd op de hoogte van onze weerstandsratio gedekt kan worden uit de algemene reserve. Het nadelig resultaat in 2028 ontstaat deels door de uitkomsten van de meicirculaire 2025, waarin het ravijnjaar 2026 is verschoven naar 2028. We zijn in afwachting van de wijze waarop het nieuwe kabinet de toekomstige uitkering uit het gemeentefonds vorm gaat geven. In hoofdstuk 2.6 geven wij u inzicht in de structurele ontwikkeling van het begrotingsresultaat. Deze is voor de overige jaren positief. Invulling taakstellingen In de begroting 2026 zijn ook de laatste taakstellingen uit de begroting 2024 ingevuld. Toelichting op de invulling van taakstellingen Restant taakstelling bezuiniging subsidies ( voor 2025 ingevuld, nog in te vullen in 2026 € 91.000 van de voorgenomen besparing van € 750.000) In de begroting van 2024 is besloten om een taakstelling op te nemen ten aanzien van subsidies. Daarvan stond nog een restant van € 91.000 open. Dit restant wordt ingevuld uit gevonden onderbestedingen, zonder directe gevolgen voor het lopende beleid.
25
Programma 2. Sociale en veerkrachtige samenleving (voor 2025 € 2,6 mln. ingevuld, nog in te vullen in 2026 € 180.000) In het sociaal domein zijn sinds de zomer van 2023 beheersmaatregelen ingezet ter voorkoming van overschrijding van budgetten. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw inkooptraject voor maatwerkvoorzieningen Wmo en Jeugd, met als doel nieuwe contracten per 1 januari 2026. Deze nieuwe contracten geeft de gemeente meer sturingsmogelijkheden in de toegang dan de huidige contracten. Het gaat hier met name om de sturing op doorlooptijd van indicaties en intensiteit van ingezette voorzieningen. Daarnaast zien we ondanks de na-ijlende gevolgen van de Coronacrisis en de opvang van Oekraïners een stabilisatie in de aantallen indicaties en cliënten. Deze stabilisatie is toe te schrijven aan het succes van in de toegang genomen beheersmaatregelen. We verwachten dat al de ingezette beheersmaatregelen maken dat de ingeboekte taakstellingen voor het sociaal domein worden gerealiseerd.
26
2.6 Structureel en reëel sluitende begroting Structureel evenwicht Eén van de hoofduitgangspunten van ons financieel begrotingsbeleid is een structureel sluitende begroting. Bij de toelichting op de uitgangspunten in paragraaf 2.2 is aangegeven dat het er om gaat dat we ervoor zorgen dat de langjarige (structurele) uitgaven worden gedekt door langjarige (structurele) inkomsten. In het volgende overzicht is de meerjarige ontwikkeling van het structurele begrotingssaldo weergegeven. Ter bepaling van dit saldo moet duidelijk zijn welke geraamde baten en lasten structureel zijn en welke incidenteel. In deel 5, de financiële begroting, treft u de onderdelen aan die als onderbouwing dienen voor het volgende overzicht: • Het overzicht van baten en lasten (art. 17 BBV); • Het overzicht van beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves (art. 19, lid d BBV); • Het overzicht van geraamde incidentele baten en lasten (art. 19, lid c BBV). Uit het volgende overzicht blijkt dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten in de begroting 2026 te dekken. Omschrijving (bedragen x € 1.000)
Begroting 2026
Meerjarenraming 2027
Meerjarenraming 2028
Meerjarenraming 2029
Baten (exclusief reservemutaties)
322.040
308.021
306.320
314.511
Lasten (exclusief reservemutaties)
322.829
304.371
306.507
313.879
Het saldo van baten en lasten vóór bestemming
-789
3.650
-187
632
Onttrekkingen aan de reserves
5.322
4.460
3.972
4.098
Toevoegingen aan de reserves
5.481
4.472
4.692
4.344
Saldo mutaties in de reserves
-159
-12
-720
-246
Het saldo van baten en lasten ná bestemming (geraamd resultaat)
-948
3.638
-907
386
Incidentele baten conform hoofdstuk 4.1.2.3
-31.303
-9.173
-5.161
-7.372
Incidentele lasten conform hoofdstuk 4.1.2.3
34.140
10.348
5.311
7.372
Incidentele onttrekkingen aan de reserves conform hoofdstuk 4.1.2.5
-2.100
-850
-
-
Incidentele toevoegingen aan de reserves conform hoofdstuk 4.1.2.5
762
801
836
509
Het structurele resultaat
551
4.764
79
895
0,19%
1,58%
0,03%
0,29%
Het structurele resultaat uitgedrukt in de structurele baten
Ook in de andere jaarschijven dekken de structurele baten de structurele lasten. Reëel evenwicht Naast structureel evenwicht moet de begroting ook reëel in evenwicht zijn. De geraamde bedragen in deze begroting zijn volledig en realistisch. De provinciale toezichthouder stelt de (wettelijke) eis dat de structurele baten minimaal de structurele lasten dekken en de ramingen realistisch zijn. Wanneer de jaarschijf 2026 van de begroting 2026 niet structureel en reëel in evenwicht is, dan moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming tot stand wordt gebracht. Als aan het structurele evenwicht en het reëel ramen wordt voldaan komt de gemeente in aanmerking voor de minst belastende vorm van toezicht, namelijk repressief toezicht door de provincie.
27
Inzet surplus In de perspectiefnota is aangegeven dat de mogelijkheid bestaat, wanneer er onvoldoende structurele begrotingsruimte is, gemeenten het surplus op de algemene reserve, bij een voldoende solvabiliteit mogen inzetten. Het surplus van de algemene reserve is dat deel dat niet nodig is voor het afdekken van risico’s (weerstandscapaciteit). Van dit vrij besteedbare deel (surplus) kan een gemeente jaarlijks maximaal 10% inzetten voor het dekken van structurele lasten. Met de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. De inzet van het surplus algemene reserve (= vrije reserve) wordt door dit gebruik als structurele baat bestempeld. Omdat in Doetinchem in jaarschijf 2026 de structurele ruimte voldoende is, behoeft de spelregel inzet van het surplus voor de jaarschijf 2026 niet te worden toegepast.
28
2.7 Ontwikkeling algemene reserve Onderstaand wordt de ontwikkeling van de algemene reserve geschetst. (Verwachte) stand algemene reserve (bedragen x € 1.000)
Realisatie 2024
Begroting ná wijziging 2025
Begroting 2026
MeerjarenMeerjarenMeerjarenraming 2027 raming 2028 raming 2029
Stand per 1-1
41.344
36.231
50.764
50.578
55.017
Mutaties (saldo)
-8.244
-60
-
-
-
-
Rentetoevoeging
827
711
762
801
836
509
1e bestuurlijke monitor 2025
-
-1.661
-
-
-
-
Koningsdag 2025
-
-750
-
-
-
-
Resultaat begroting
-
-3.035
-948
3.638
-907
386
2.304
6.139
-
-
-
-
Overheveling Crisisherstelfonds
-
13.189
-
-
-
-
Stand per 31-12
36.231
50.764
50.578
55.017
54.946
55.841
Resultaat jaarstukken 2023 resp. 2024
54.946
Toelichting De huidige omvang van de Algemene reserve en de hiermee samenhangende ruime weerstandsratio (zie ook 2.8) geeft ons de mogelijkheid om een uitname te doen. Het voorstel is om een deel van de Algemene reserve (€ 15.325.000) toe te voegen aan het Investeringsfonds. Op deze manier kunnen wij met incidentele middelen structurele uitgaven bekostigen. De toevoeging is bedoeld voor grote investeringen die van essentieel belang zijn voor de schaalsprong van Doetinchem. Door het stimuleren, versnellen en/of sluitend krijgen van gebiedsontwikkelingen geven we een impuls aan de kwaliteit van de leefomgeving van huidige en toekomstige generaties. Zo kunnen we investeren in bereikbaarheid om ruimte vrij te maken voor ontwikkelingen en daarmee tevens onze aantrekkende werking vergroten. Deze investeringen moeten een win-win opleveren. Tot slot niet onbelangrijk om ook te investeren in het laten meegroeien van onze organisatie met de groei van de gemeente, in kwaliteit en kwantiteit. Onderstaand wordt de ontwikkeling van de algemene reserve geschetst, waarin het voorstel voor de uitname uit de algemene reserve is verwerkt. (Verwachte) stand algemene reserve (bedragen x € 1.000)