CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Begroting 2022 gemeente Doetinchem.pdf

beeldvormende raad 14 oktober 2021, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 5: Begroting 202231.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Uit deze algemene basis dekken we ook de risico’s voor kapitaallasten en lopende procedures als specifieke risico’s. De risico’s voor de kapitaallasten schatten we in als gering. Bij procedures en handhaving lopen we risico’s in een specifieke casus. Hieronder beschrijven we enkele specifieke risico's in deze categorie: Handhavingstraject Voltastraat 86a Ten aanzien van het dossier Voltastraat 86a blijven er financiële risico’s voor de gemeente Doetinchem. Uitgangspunt is de kosten zoveel als mogelijk te verhalen. Echter of, en in welke mate dit gaat lukken is nog niet te voorspellen. Het definitief afvoeren van de opgeslagen vloeistoffen met PFAS, de bodem- en grondwater sanering en de ontmanteling van de silo’s zal leiden tot een financiële investering. De kans dat de gemeente een deel van deze kosten voor haar rekening moet nemen is groot. Wachtgeldverplichting wethouders ivm raadsverkiezingen 2022 In maart 2022 worden de reguliere gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Afhankelijk van de uitslag en daarmee de zetelverdeling wordt de nieuwe gemeenteraad benoemd. De raadspartijen dragen kandidaat-wethouders voor en uiteindelijk worden nieuwe wethouders (her)benoemd. Op het moment van opstellen van de begroting 2022 is niet te zeggen over de uitkomst van de verkiezingen in 2022 en of deze uitkomst mogelijk zal leiden tot wachtgeldverplichtingen voor “voormalig” wethouders.

We hebben een wachtgeld-outplacement voorziening wethouders. Echter de omvang van deze voorziening mag enkel gelijk zijn aan de daadwerkelijke wachtgeldverplichting.

86

Behandeltijd Registratie Niet-ingezetenen (RNI) Door een (verplichte) wijziging in het werkproces is de behandeltijd van een inschrijving verdubbeld. Hierdoor is het totaal aantal inschrijvingen aanzienlijk lager. Het ministerie is voornemens de vergoeding per inschrijving te verhogen om zo de gemiste inkomsten te compenseren. De hoogte van deze compensatie en wanneer we deze kunnen verwachten is (op dit moment) onduidelijk. De schatting is dat we incidenteel € 100.000 tot € 150.000 minder inkomsten genereren. Naheffing Belastingdienst Afvalbrengpunt Vanaf de verzelfstandiging van Buha is er geen BTW in rekening gebracht over de inkomsten van afval van burgers (op het afvalbrengpunt). Er komt een naheffing van de Belastingdienst over 2017 t/m 2020. De onzekerheid zit nog in de hoogte van het bedrag. De naheffing kan een extra kostenpost worden van circa € 150.000, die gedekt moet worden uit de voorziening afvalverwerking. 8. Risico’s i.v.m. landelijke, regionale en plaatselijke beleidsontwikkelingen De gemeente wordt geconfronteerd met onzekerheden door ontwikkelingen in de maatschappij en door andere overheden, die grote invloed hebben op onze bestuurlijke agenda en op onze financiële positie. Te denken valt aan de invoering van de Omgevingswet, rijksmaatregelen aanvullende taakstellingen Jeugd, duurzame energietransitie, etc. Daarnaast zijn investeringen nodig i.v.m.

de bestuurlijke ambities en plaatselijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld voor huisvesting scholen, investeringen in Cultuur, Sport, Sociaal domein, ruimtelijke projecten, onderhoudsbudgetten ruimte en onze groei-ambities in het kader van. gD 2036. Gegeven de onzekerheden over deze ontwikkelingen kunnen deze vaak (nog) niet worden vertaald in het financieel meerjarenperspectief van de begroting. Om toch een signaal te geven van mogelijke financiële consequenties, reserveren we voor deze beleidsonderwerpen een risicobedrag van € 2 miljoen in de algemene reserve. Let op: het bedrag dat als risico is genoemd voor deze onderwerpen is geen reservering die op voorhand wordt gedaan. Het zijn dus geen dekkingsmiddelen voor deze onderwerpen. Het bedrag geeft een indicatie van de financiële risico’s in de gemeentebegroting als gevolg van deze ontwikkelingen. Op termijn zal de raad een besluit nemen over de aanmeldingen voor deze onderwerpen en de financiële dekking in de kadernota en/of gemeentebegroting. 3. Beschikbare weerstandscapaciteit en ratio weerstansvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit middelen die kunnen worden ingezet voor het afdekken van de negatieve financiële effecten als gevolg van de gekwantificeerde risico’s. In Doetinchem zijn hiervoor de algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven beschikbaar.

In 2022 bedraagt de beschikbare weerstandscapaciteit circa € 26,6 miljoen.

87

Bedragen x € 1.000,Weerstandscapaciteit Algemene reserve per ultimo

2022

2023

2024

2025

26.555

30.753

32.661

34.311

Stelpost incidentele onvoorziene uitgaven

80

80

80

80

Totale beschikbare weerstandscapaciteit

26.635

30.833

32.741

34.391

Ratio Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de verhouding weer tussen onze weerstandscapaciteit (algemene reserve en de stelpost onvoorziene uitgaven) en de financiële risico’s. Die verhouding drukken we uit in de ratio van ons weerstandsvermogen. Eerder heeft de raad besloten dat als de ratio tussen de 0,8 en 1,2 is, we dan beschikken over voldoende buffer om risico’s op te vangen. De risico's vormen dan geen bedreiging voor onze financiële positie. Beneden de ondernorm dienen maatregelen te worden genomen om de weerstandscapaciteit aan te vullen en/of de risico’s te beperken. Boven de norm geeft ruimte om de weerstandscapaciteit in te zetten voor andere doeleinden. Bij de afwegingen hierover worden ook de financiële kengetallen ‘solvabiliteit’ en ‘schuldpositie’ betrokken. In hoofdstuk 2 Financiële positie tot 2025, is beschreven dat we vanaf deze begroting 2022 de onder- en bovennorm voor de weerstandsratio verhogen. In de afgelopen jaren hebben we meer ervaring opgedaan met risicomanagement. Daarbij zien we dat naast de gekwantificeerde risico's, zich in de komende jaren ontwikkelingen en/of risico's voordoen die op dit moment (nog) niet of nauwelijks zijn te kwantificeren, maar die wel een beroep zullen doen op onze algemene reserve. De omvang ervan hangt af van bestuurlijke keuzes van rijk en onze gemeente en van maatschappelijke ontwikkelingen.

Te denken valt aan enkele groepen van ontwikkelingen: 

Nog niet te kwantificeren risico's. Bijvoorbeeld Taakstelling Taskforce Sociaal domein, overschrijding loonsom,

Autonome maatschappelijke, landelijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld rijksmaatregelen aanvullende taakstellingen Jeugd, kostenoverschrijding (decentralisaties van het ) sociaal domein, invoering omgevingswet, duurzame energietransitie,

Kosten/ investeringen in verband met bestuurlijke ambities. Bijvoorbeeld huisvesting scholen: herziening IHP, investeringen in Cultuurbedrijf, Sportbedrijf; Sociaal domein: van repressief naar preventieve maatregelen; ruimtelijke projecten; onderhoudsbudgetten ruimte in relatie tot lopende bezuinigingsopdrachten Keuzerichtingen; analyse Vastgoedfonds; onze groeiambities in het kader van gD 2036.

88

We achten het daarom gewenst om over een algemene reserve te beschikken die ruimer is dan alleen de gekwantificeerde risico's. Bovendien laat het grillige verloop van het financieel meerjarenperspectief in de kadernota 2022 ten opzichte van dat in de begroting 2022 zien, welke impact rijksmaatregelen kunnen hebben op onze financiële positie. Waar in de kadernota 2022 alleen de jaarschijf 2022 sluitend was, laat deze begroting 2022 een meerjarig sluitend (positief) perspectief zien. Met zo'n grillig verloop van ons financieel meerjarenperspectief is het zaak dat we 'voldoende vlees op de botten hebben' in de vorm van de algemene reserve. Daarnaast zien we landelijk dat veel gemeenten een hogere ondernorm voor de weerstandsratio hanteren dan Doetinchem. Veelal ligt deze op tenminste 1,0. Ook de provincie Gelderland als toezichthouder van de gemeentebegroting , geeft aan dat een belangrijk onderdeel in de beoordeling van de financiële stabiliteit van een gemeente is de omvang van het weerstandsvermogen is. Het gaat om de mate waarin een gemeente in staat is gekwantificeerde risico’s af te dekken. Zij achten het belangrijk dat wij voor een ruim voldoende weerstandsvermogen zorgen. In de afgelopen begrotingsbrief geven zij dan ook aan dat ze hopen dat Doetinchem haar weerstandsvermogen op pijl houdt en dat dit niet verder afneemt.

In vergelijking tot de gemiddelde Gelderse gemeenten was onze weerstandsratio laag. Om bovengenoemde redenen kiezen wij ervoor om de minimale norm voor de weerstandsratio te stellen op 1,0 en de bovennorm te verhogen van 1,2 naar 1,5. Daarmee ligt de bandbreedte van de weerstandsratio tussen de 1,0 en 1,5. Het blijft belangrijk dat raad en college voortdurend het open gesprek voeren over het weerstandsvermogen. Immers, een incidentele uitschieter buiten de onder- of bovennorm hoeft niet onmiddellijk te leiden tot maatregelen of geeft bestedingsruimte. Het gaat om de tendens van het weerstandsvermogen in relatie tot een gezonde financiële positie op langere termijn.

89

Ratio weerstandsvermogen

bedragen x € 1.000

nr

Risico's

2022

2023

2024

2025

1a,b

Sociaal domein

4.500

4.500

4.500

4.500

2

Verbonden partijen (GR's en BV's gD)

3

Ontwikkellocaties: MPO 2021

500

500

500

500

1.935

1.935

1.935

1.935

4

Garanties & leningen

890

890

890

890

5

Subsidies van derden

250

250

250

250

6

Gemeentefonds: reguliere risico's

700

700

700

700

7

Algemene basis AR onvoorziene risico's, w.o. kapitaallasten, lopende procedures

2.000

2.000

2.000

2.000

8

Risico's ivm landelijke, regionale en plaatselijke beleidsontwikkelingen

2.000

2.000

2.000

2.000

Totaal gekwantificeerde risico's

12.775

12.775

12.775

12.775

2022

2023

2024

2025

Weerstandscapaciteit Algemene reserve per ultimo

26.555

30.753

32.661

34.311

Stelpost incidentele onvoorziene uitgaven

80

80

80

80

Totale beschikbare weerstandscapaciteit

26.635

30.833

32.741

34.391

2,08

2,41

2,56

2,69

Ratio weerstandsvermogen

Wanneer de beschikbare weerstandscapaciteit in 2022 van € 26,6 miljoen wordt geconfronteerd met de gekwantificeerde risico’s/ benodigde weerstandscapaciteit van € 12,8 miljoen, dan beschikt de gemeente Doetinchem over voldoende weerstandsvermogen. De weerstandsratio komt uit op circa 2,1 in 2022. Dit ligt zelfs boven de nieuwe bovennorm van 1,5. In de jaren na 2022 stijgt het beschikbare weerstandsvermogen als gevolg van een begrote stijging van de algemene reserve. Bovenop de risicobuffer van 12,8 miljoen beschikt de algemene reserve in 2022 daarmee nog over een buffer van circa € 13,8 miljoen voor de hierboven genoemde ontwikkelingen. 4.

Financiële kengetallen

Bij het beoordelen van de financiële positie van de gemeente gelden nu primair de twee hoofduitgangspunten die de raad heeft vastgesteld. Deze zijn in de Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording vastgelegd. Het rijk heeft daarnaast in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) nog vijf kengetallen opgenomen voor het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De berekeningswijze is vastgelegd in een ministeriële regeling. De financiële kengetallen nemen we op in de begroting en de jaarstukken. De bedoeling ervan is om de raadsleden meer inzicht te geven in de financiële positie van de gemeente. En omdat de berekeningswijze voor iedere gemeente gelijk is, zouden kengetallen tussen gemeenten onderling kunnen worden vergeleken. De commissie BBV heeft geen landelijke normen vastgesteld om de kengetallen te beoordelen. 90

De gemeenteraad mag per kengetal zelf een norm of een gewenste richting bepalen. De provincie Gelderland heeft zelf kaders voor de kengetallen bepaald. In haar begrotingsbrief vergelijkt de provincie de kengetallen van de gemeente met deze kaders. De kengetallen spelen geen rol bij het besluit van de provincie over het financieel toezicht op de gemeentebegroting. Hoe kunnen we de financiële kengetallen gebruiken? De kengetallen zoals de schuldquote (verhouding tussen schulden en inkomsten) en de solvabiliteit (deel van bezittingen dat we met eigen middelen hebben betaald) dienen vooral als indicatieve sturingsinstrumenten. Ze zijn aanvullend op de bestaande financiële uitgangspunten voor de begroting. De kengetallen geven een ontwikkeling aan die het bestuur in acht kan nemen bij de besluitvorming. Daarom zullen bij raadsvoorstellen met grote investeringen of grote financiële consequenties, de gevolgen voor de ontwikkeling van de schuldquote en/of de solvabiliteit worden vermeld. Dit, in relatie tot risico’s en kansen van het voorstel en de gevolgen ervan voor het weerstandsvermogen. De raad kan deze aspecten betrekken in de afwegingen bij de besluitvorming. Deze kengetallen zijn echter pas op de lange termijn te beïnvloeden. De financiële kengetallen in één overzicht Hieronder treft u een overzicht aan van de financiële kengetallen.

Daarna geven we toelichting op elk kengetal. Omdat de rente en schulden van verstrekte leningen en grondvoorraden niet drukken op onze begroting hebben we aan de verplichte kengetallen toegevoegd het kengetal 1a ‘netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen’ en 2a ‘solvabiliteitsratio exclusief verstrekte leningen en grondvoorraden’. Financiële kengetallen 1 Netto schuldquote 1a Netto schuldquote gecorrigeerd met alle verstrekte leningen 2 Solvabiliteitsratio 2a Solvabiliteitsratio excl leningen en grondvoorraden 3 Kengetal grondexploitatie 4 Structurele exploitatieruimte 5 Belastingcapaciteit: woonlasten als % van landelijk gemiddelde

1-jan-2022 1-jan-2023 1-jan-2024 1-jan-2025 86% 84% 78% 71% 81% 79% 72% 65% 20% 21% 22% 24% 24% 25% 26% 27% 19% 16% 13% 9% 3,03% 2,39% 1,22% 0,99% 100% 100% 100% 100%

1. Netto schuldquote Bij de netto schuldquote worden alle schulden, verminderd met geldelijk bezit, afgezet tegen alle inkomsten. De omvang van de inkomsten bepaalt in belangrijke mate hoeveel schulden een gemeente (maar dat is voor bedrijven en particulieren niet anders) kan dragen. De provincie Gelderland geeft de volgende norm: zodra de netto schuldquote boven 130% is, is sprake van een zeer hoge schuld. Is de quote hoger dan 100%, dan is waakzaamheid geboden. Tot 100% is deze voldoende. We zien dat de schuldquote onder de 100% ligt. Dit komt doordat we aflossen op onze schulden (zie hiervoor de toelichting op de balans, onderdeel vaste passiva). Een deel van onze schuld zijn we aangegaan om deze vervolgens door te lenen. We gaan ervan uit dat onze

91

inkomsten in de komende jaren toenemen met de prijsindexering (1,6% voor 2022, 1,9% voor 2023, 1,6% voor 2024 en 1,6% voor 2025). 2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is het eigen vermogen afgezet tegen het balanstotaal (eigen en vreemd vermogen samen). Het cijfer geeft weer in hoeverre gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. De provincie Gelderland acht een solvabiliteit lager dan 20% risicovol, tussen 20% en 50% voldoende en boven 50% minst risicovol. We zien dat onze solvabiliteitsratio op termijn een stijgende lijn laat zien. De geprognosticeerde balans laat zien dat ons eigen vermogen de komende jaren stabiel blijft, terwijl het balanstotaal daalt. Ons balanstotaal daalt onder andere doordat we onze schulden aflossen. Wat moeten we doen om de solvabiliteit/netto schuldquote te verbeteren? De solvabiliteit is de mate waarin het bezit van onze gemeente is gefinancierd met eigen vermogen. Dit kengetal zegt dus iets over de schuldpositie van de gemeente. Volgens deze begroting is ons totale bezit in 2022 voor 20% is gefinancierd met eigen vermogen. Voor het overige hebben wij vreemd vermogen moeten aantrekken. De provincie Gelderland normeert een solvabiliteit lager dan 20% als onvoldoende. Om dit kengetal te verbeteren zal het eigen vermogen omhoog moeten en /of het vreemd vermogen omlaag moeten.

Gerelateerd aan ons balanstotaal van circa € 300 miljoen kan als grove vuistregel worden gehanteerd dat een mutatie in bijvoorbeeld de leningen of investeringen met € 1 miljoen leidt tot 0,05% verandering (verslechtering of verbetering) van onze solvabiliteit. Omgerekend: € 20 miljoen mutatie leidt tot 1% verandering in onze solvabiliteit. Om de solvabiliteit wezenlijk te verbeteren moeten ingrijpende maatregelen worden genomen door € 60 tot € 100 miljoen minder te investeren (en dus minder te lenen); of door eigendommen te verkopen of te bezuinigen om zo’n bedrag toe te kunnen voegen aan onze algemene reserve Ter indicatie: het gaat dan om 20 tot 30% van ons balanstotaal. 3. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de boekwaarde van de grondpositie is ten opzichte van de jaarlijkse baten van de gehele gemeente begroting. Gemeenten met gronden met een lage boekwaarde lopen minder risico dan gemeenten met een hoge boekwaarde. In 2022 ligt het kengetal op 19%. Dit kengetal ligt onder de 20% waardoor deze in de minst risicovolle categorie wordt geclassificeerd. In de jaren daarna zakt het kengetal nog verder. De boekwaarde afgezet tegen de totale baten zegt overigens weinig. Om te kunnen beoordelen of een gemeente goed scoort met haar grondbedrijf, moeten ook afzetprognoses en getroffen voorzieningen beoordeeld worden.

Wij doen de beoordeling en bijstelling jaarlijks via het Meerjarenperspectief Ontwikkellocaties (MPO) en onze accountant beoordeelt deze vanuit zijn verantwoordelijkheid.

92

4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de begroting is. Ook geeft het aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de berekening zoals die nu is voorgeschreven moeten we het saldo van structurele baten en lasten vermeerderd met het saldo van structurele toevoegingen en onttrekkingen delen door de totale baten. Het kengetal moet hierdoor minimaal groter dan 0 zijn, anders duidt dit op een tekort in de structurele ruimte. Het kengetal ligt boven de 0% in 2022 (3,03%). 5. Belastingcapaciteit: woonlasten als percentage van landelijk gemiddelde Bij dit kengetal worden de Doetinchemse woonlasten van een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde afgezet tegen het landelijk gemiddelde tarief van het jaar vóór het begrotingsjaar. Is het kengetal lager dan 100%, dan zijn de woonlasten in Doetinchem dus lager dan gemiddeld in Nederland. Voor 2022 zijn onze tarieven bekend evenals het landelijk gemiddelde tarief voor 2021. Om de kengetallen voor de jaren 2023 en verder te berekenen kunnen we niet anders dan zowel onze tarieven als het landelijk gemiddelde tarief te verhogen met het prijsindexcijfer. Het percentage blijft hierdoor steeds hetzelfde. De lokale belastingdruk is 100% t.o.v. het verwachte landelijke gemiddelde.

Wat moeten we doen om de onbenutte belastingcapaciteit te verbeteren? Het gaat om de woonlasten: OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing. Aanpassingen van deze belastingen beïnvloeden het percentage van de belastingcapaciteit. Het veranderen of vervallen van de hondenbelasting heeft geen invloed op dit kengetal.

93

4.3 Onderhoud kapitaalgoederen 1. Overzicht beheerplannen Inleiding Buha is de verbonden uitvoeringsorganisatie van de gemeente Doetinchem als het gaat om het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. Op basis van de gemaakte afspraken tussen opdrachtgever gemeente Doetinchem en opdrachtnemer Buha BV (OGON) worden de kapitaalgoederen onderhouden volgens de samenwerkingsovereenkomst en bijhorende dienstenkaarten. Waar gaat deze paragraaf over? Kapitaalgoederen zijn goederen waarvoor investeringen nodig zijn. Het gaat om zaken die regelmatig onderhoud vergen, zoals wegen, gebouwen, groen, riolering en watervoorziening. Het onderhouden van kapitaalgoederen is van groot belang voor het zo optimaal mogelijk functioneren van de gemeente, onder meer op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Overzicht beheerplannen voor begrotingsjaar 2022 Beheerplannen

Door de raad vastgesteld in

Looptijd t/m

Wegen

2021

2031

Riolering

20161

2021

Groen

2017

2027

Gebouwen

2015

20214

Civieltechnische kunstwerken Openbare verlichting

3 20152

2020

1 Het nieuwe Gemeentelijk Riolering Plan (GRP) wordt eind 2021 / begin 2022 aan de Raad voorgelegd. 2 Het nieuwe beheerplan Openbare Verlichting wordt eind 2021 / begin 2022 aan de Raad voorgelegd. 3 Het beheerplan voor de civieltechnische kunstwerken wordt eind 2021 / begin 2022 aan de Raad voorgelegd. Het laatste vigerende beleid is vastgesteld in de programmabegroting van 2012. 4Het nieuwe beheerplan Gebouwen wordt in het voorjaar 2022 aan de Raad voorgelegd.

2. Overzicht per kapitaalgoed Kapitaalgoed Wegen Te onderhouden kapitaalgoederen De omvang van het gemeentelijke wegennet bedraagt ongeveer 3.680.000 m2 verharding. - 53 % elementenverhardingen (betontegels en klinkerverhardingen); - 42 % asfalt; - 1 % cementbeton - 4 % half- en onverhard (zandwegen in het buitengebied).

94

Het beleidskader - Mobiliteitsvisie 2016-2026; - Uitvoeringsprogramma mobiliteit; - Wegcategoriseringplan 2009; - Nota Verkeerslichten 2013; - Beheerplan Verkeersinstallaties 2016; - Richtlijnen, normen en instrumenten voor het wegontwerp van het Centrum voor regelgeving en Onderzoek in de Grond- water en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW). De leidraad voor onderhoud van de wegen is de systematiek voor rationeel wegbeheer van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond- water en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (CROW). Jaarlijks houden we een weginspectie en wordt een meerjarig beheer- en onderhoudsplan opgesteld. In het beheerplan wegen wordt jaarlijks aangegeven welk onderhoud uitgevoerd is, wat de kwaliteit is van het wegennet en welke onderhoudsmaatregelen met bijbehorende financiën de komende jaren uitgevoerd worden. Het College van B&W heeft op 6 juli 2021 het Wegenbeleidsplan 2021-2031 vastgesteld. De uitwerking van de bezuinigingen wegen 2016-2019 zijn daarbij meegenomen. De verwachting is dat de doorgevoerde bezuinigingen een dusdanige invloed gaan hebben op de kwaliteit van ons areaal dat de kapitaalvernietiging jaarlijks steeds verder zal oplopen en dat de veiligheid van de weggebruiker in het geding gaat komen. Dit is al onderbouwd in de aanmelding voor de kadernota. De eerste stap om kapitaalvernietiging te voorkomen is gezet.

De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In de kadernota 2022 heeft de raad heeft besloten in de planperiode tot 2022-2025 jaarlijks €100.000 (€400.000 vanaf 2025 structureel) toe te kennen voor het onderhoud van wegen. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting Product Wegen Kwaliteit totaal areaal verhardingen Norm CROW totaal areaal verhardingen

Voldoende

Matig

Onvoldoende

93%

2%

5%

77-87%

9-14%

4-9%

Kwaliteit areaal asfaltverhardingen

86%

5%

9%

Norm CROW asfaltverhardingen

75-85%

10-15%

5-10%

97%

1%

2%

80-90%

7-12%

3-8%

Kwaliteit areaal elementenverhardingen Norm CROW elementenverhardingen

95

3. Riolering Kapitaalgoed Riolering en Water Te onderhouden kapitaalgoederen - 380 km vrij verval riool; - 17,5 km persleiding; - 9.000 stuks inspectieputten; - 19.750 straatkolken; - 25 overstorten; - 7 randvoorzieningen / bergbezinkbassins; - 48 rioolgemalen; - 491 drukrioolunits; - 123 IBA’s (individuele behandeling afvalwater); - 86 grondwatermeetpunten. Het beleidskader De volgende doelen zijn opgenomen in het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2020 (GRP): - Duurzame bescherming van de volksgezondheid; - Handhaving van een goede leefomgeving; - Duurzame bescherming van natuur en milieu. Deze doelstellingen bereiken we door: - Het afkoppelen van verhard oppervlak van de riolering; - Het renoveren van rioolgemalen, mechanische riolering en IBA’s; - Het renoveren, vervangen en vernieuwen van riolen; - Het dagelijkse beheer en onderhoud aan rioolgemalen, drukriolering, IBA’s, kolken, grondwatermeetpunten en de overige rioleringssystemen. Door het afkoppelen van verharde oppervlakten wordt geanticipeerd op de klimaatverandering door afvalwater en hemelwater te scheiden. Zo wordt de kans op wateroverlast vanuit de gemengde rioolstelsels verkleind. Jaarlijks inspecteren we een deel van het rioolstelsel, alle gemalen, drukrioleringsunits, IBA’s en grondwatermeetpunten. Op basis hiervan wordt een meerjarenplanning voor het onderhoud opgesteld.

De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In de kadernota 2022 heeft de raad heeft besloten structureel 0,8 fte toe te kennen die zich inzet rondom het ontwikkelen van beleid en advisering op het gebied van klimaatadaptatie, droogte en water. In de Kadernota 2022 heeft de raad besloten om structureel € 100.000,- toe te kennen voor klimaatmaatregelen bij gebiedsontwikkeling welke buiten het ontwikkelingsgebied zelf ligt.

96

De vertaling van de financiële consequenties in de begroting Product Afvalwatersysteem Aanlegperiode riolering:

Voldoet aan doelen, functionele eisen en maatstaven GRP 2016-2020?

14% ouder dan 1970

Ja

34% tussen 1970 en 1989

Ja

38% tussen 1990 en 2009

Ja

14% na 2010

Ja

Ouderdom is echter niet alleen maatgevend voor de kwaliteit van de riolering. De aantasting door afvalstoffen en gassen, invloeden van de omgeving zoals, boomwortels, zettingen van de ondergrond, grondwater ed, zijn mede maatgevend voor de kwaliteit van de riolering.

4. Groen Kapitaalgoed Groen Te onderhouden kapitaalgoederen Plantsoenen, bermen, parken, bospercelen inclusief de daar binnen aanwezige technische voorzieningen. - Openbaar groen ca. 569 ha.; - Bomenbestand ca. 34.300 stuks. Het beleidskader Het technisch en functioneel in stand houden van de openbare groen- en recreatievoorzieningen op het niveau ‘eenvoudig’ binnen de budgettaire kaders. Met de instandhouding wordt concreet bedoeld het onderhoud en de noodzakelijke vervanging van bomen en overig groen op het land en in het water, zodanig dat de voorzieningen in stand blijven op het kwaliteitsniveau ‘eenvoudig’ zoals vastgesteld in de Beeldkwaliteitcatalogus, Structuurvisie en Groenstructuurplan. (In de programmabegroting 2012 zijn de kwaliteitsniveaus aangepast naar ‘eenvoudig’) In 2017 is het Groenstructuurplan vastgesteld, waarin een visie wordt neergelegd met betrekking tot de groenontwikkeling in en om de stad. Het college van B&W heeft 18 februari 2020 het uitvoeringsprogramma groen 20202023 vastgesteld. In dit programma staat hoe de gemeente het structurele groenbudget van € 100.000,- de komende jaren inzet (o.a. realisatie groen uit groenstructuurplan en nieuwe bomen).

De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In de kadernota 2022 heeft de raad besloten vanaf 2022 € 40.000,- structureel toe te kennen voor maatregelen tijdens de zomermaanden in verband met toenemende droogte. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting 97

5. Gebouwen Kapitaalgoed Gebouwen Te onderhouden kapitaalgoederen • 12 binnensportaccommodaties; 2 sporthallen en 10 gymzalen (Sportbedrijf) • 6 buitensportaccommodaties; • 1 wijkcentra; • 1 welzijnsgebouw • 3 cultuurgebouwen; • 2 gebouwen eigen huisvesting gemeente Doetinchem; • huisvesting Buha; • 2 centra voor kinder-, en peuteropvang; • 3 gebouwen op de begraafplaatsen; • riool, - trafo en nutsgebouwen; • diverse gebouwen molens, kinderboerderij en opstallen Koekendaal etc. • kunstwerken. Het beleidskader Het gemeentelijk vastgoed wordt beheerd en geëxploiteerd vanuit het Vastgoedfonds. Uitgangspunt hierbij is dat er gewerkt wordt vanuit een sluitend meerjarenperspectief. Het gaat om beleidsondersteunend of strategisch vastgoed. Bij de instelling van het Vastgoedfonds heeft de gemeenteraad besloten om het onderhoud aan de accommodaties op een sober onderhoudsniveau 4 volgens de NEN 2767 uit te voeren tot en met 2017. Vervolgens is door de raad bij de evaluatie van het Vastgoedfonds besloten om deze maatregel te verlengen tot en met 2021. Voor het beheer van het gemeentelijk vastgoed wordt samengewerkt vanuit het (tijdelijk) Team Grond en vastgoed. Buha is hierin met meerdere personen vertegenwoordigd. Het tijdelijk team Grond en vastgoed werkt aan de herijking van het vastgoedfonds waarvan het onderhoudsniveau onderdeel is.

De raad heeft eind 2019 bij de keuzerichtingen besloten tot de verkoop van een aantal gemeentelijke panden. In 2022 wordt hieraan verder inhoud gegeven. In een afzonderlijk advies aan het college zal per pand of per cluster van panden de precieze achtergrond en verkoopcondities aan de orde komen. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Voor het onderhouden van het gemeentelijk vastgoed is voor 2022 voor het onderhoud een bedrag geraamd van€ 1.150.000. In de keuzerichtingen is voor 2022 nog een taakstelling opgenomen van € 500.000,- incidenteel uit de verkoop van accommodaties. Een structurele bezuiniging van € 100.000,- is vanaf 2020 doorgevoerd. De vertaling van de financiële consequenties in de begroting Overgaan tot de verkoop van ca. 30 gemeentelijke panden. De uitvoering hiervan verloopt volgens planning en zal in 2022 doorlopen.

98

Product Accommodaties Onderhoudsniveau Conditiescore conform NEN 2767

Sober Sprake van onderhoudsschade en onderhoudsbehoefte

Voldoet aan onderhoudsniveau 4

6. Civieltechnische kunstwerken Kapitaalgoed Civieltechnische kunstwerken Te onderhouden kapitaalgoederen We beheren 87 grote civieltechnische kunstwerken: - 5 Beweegbare bruggen - 59 Bruggen (beton/staal/hout) - 9 Tunnels - 10 Steigers - 1 Geluidsscherm - 2 Kademuren - 1 Flaneersteiger Het beleidskader Het in stand houden van de civieltechnische kunstwerken op het kwaliteitsniveau ‘eenvoudig’ zoals is vastgesteld in de programmabegroting 2012. De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties De vertaling van de financiële consequenties in de begroting Product Kunstwerken Norm NEN 2767-4 Brug beton

Redelijk

Beweegbare brug

Redelijk

Brug hout

Redelijk

Brug staal

Goed

Geluidsscherm

Redelijk

Kademuur

Redelijk

Steiger

Redelijk

Tunnel

Redelijk

99

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7536/documents/38383