CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.5 - Toelichting bijlage 2 - Onderzoek spoortrillingen.pdf

beeldvormende raad 17 november 2022, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan Acacialaan achter nrs 73 en 99 - 20221.188 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

ACACIALAAN ACHTER NRS. 73 EN 99 in DOETINCHEM In deze quickscan zijn de (on)mogelijkheden onderzocht voor het realiseren van bebouwing op de opgegeven bouwlocatie. Hieronder staat een beknopte samenvatting van de resultaten.

Opsteller: Marjolein Hordijk | marjolein@we-boost.nl

14% 0.2 0.0

VOLDOET, geen nader onderzoek nodig

SAMENVATTING VAN DEZE QUICKSCAN In deze quickscan zijn de (on)mogelijkheden onderzocht om grondgebonden woningen te realiseren aan de Acacialaan in Doetinchem. Omdat de ontwikkellocatie op korte afstand van het spoor is gelegen, is in het kader van een Bestemmingsplanwijziging een quickscan uitgevoerd om vast te stellen of er op de ontwikkellocatie een kans is op trillingshinder als gevolg van spoorverkeer. Hierbij is getoetst aan de SBR B-richtlijn voor trillingshinder. Uit het onderzoek volgt dat trillingshinder kan worden uitgesloten voor deze locatie. Door de grote afstand tot het spoor, de relatief lage rijsnelheid en de lichte treinen zijn de trillingen relatief laag op de planlocatie. Omdat er geen trillingshinder in de toekomstige bebouwing wordt verwacht, is nader onderzoek niet nodig voor deze locatie.

INLEIDING Aan de Acacialaan in Doetinchem wordt nieuwbouw ontwikkeld. Omdat de locatie op korte afstand van het spoor is gelegen, is trillingshinder als gevolg van treinverkeer niet op voorhand uit te sluiten. Daarom wordt, conform de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, een quickscan uitgevoerd naar de kans op trillingshinder van treinverkeer. In dit memo toetsen we de verwachte trillingen op de ontwikkellocatie aan het van toepassing zijnde beoordelingskader, de SBR B-richtlijn.

BESCHRIJVING VAN DE SITUATIE De locatie van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. De kortste afstand tot het spoor bedraagt ongeveer 61 meter. In de nabijheid van het plangebied ligt ook een spoorwegovergang in het spoor, waardoor de trillingen hoger kunnen zijn.

Figuur 1 Ligging plangebied Het aantal treinen per uur per richting en de rijsnelheid van de treinen is weergegeven in Tabel 1. Deze gegevens zijn gebaseerd op gegevens van de vervoerders en het Geluidregister Spoor. In de toekomst wordt geen verandering in het aantal treinen voorzien, zo blijkt uit projectgegevens van ProRail en de Integrale Mobiliteitsanalyse Spoor (IMA-2021). Tabel 1 Treindiensten langs de ontwikkellocatie, met snelheid en aantal treinen (gemiddeld per uur per richting) Treindienst

Snelheid

Aantal overdag

Aantal ‘s avonds

Aantal ‘s nachts

Sprinters

80 - 100 km/h

2.00

1.00

0.75

De bodem is volgens gegevens uit Dinoloket opgebouwd uit zand- en kleilagen, zie Figuur 2. In Figuur 2 laten we de opbouw van de bodem zien (op basis van een boring) en de stijfheid van de bodem (op basis van een sondering). De bodemopbouw heeft veel invloed op hoe hoog de trillingen zijn, en hoe snel de trillingen afnemen als de afstand tot het spoor groter wordt.

Figuur 2 Bodemopbouw (links) en conusweerstand, indicatie van hoe stijf de grond is (rechts). De geplande bebouwing betreft grondgebonden woningen met een maximale bouwhoogte van 8 meter. In de berekeningen is uitgegaan van gebouwen met normale betonnen vloeren (kanaalplaat-, breedplaat-, ribben- of broodjesvloeren) en een conventionele bouwwijze (geen zeer grote overspanningen of open staalconstructies).

ONZE AANPAK Om de trillingen in de geplande bebouwing te bepalen, is gebruik gemaakt van een door We-Boost ontwikkeld rekenmodel. Dit rekenmodel bepaalt op basis van informatie uit het Geluidregister Spoor, de lokale situatie en bodemopbouw en ruim 600 metingen, de trillingen in de geplande bebouwing. Schematisch laten we dat zien in Figuur 3. Deze aanpak geeft een betrouwbare indicatie van de verwachte trillingen op de ontwikkellocatie.

Figuur 3 Trillingen gaan vanuit de trillingsbron, via de bodem naar een gebouw toe. De hoogte van de trillingen in het gebouw zijn afhankelijk van zowel de trillingsbron, de bodemopbouw als de constructie van het gebouw

HOE TOETS JE TRILLINGEN? Er bestaat in Nederland geen wettelijk kader voor de beoordeling van trillingshinder in gebouwen. Wel geldt dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening trillingen dienen te worden meegenomen bij de ontwikkeling van locaties waar trillingen een rol kunnen spelen. Op basis van jurisprudentie wordt al enkele decennia gebruik gemaakt van de SBR-richtlijn om trillingen in gebouwen te beoordelen. Deze SBR-richtlijn bestaat uit drie delen (deel A – schade in gebouwen, deel B – hinder voor personen in gebouwen en deel C – verstoring van gevoelige apparatuur) waarvan alleen deel B voor dit onderzoek relevant is. De afstand tussen het spoor en de onderzoekslocatie is dermate groot dat er geen schade aan de gebouwen zal ontstaan. Verstoring van gevoelige apparatuur als gevolg van de realisatie van dit plan is ook niet aan de orde. In de wel van toepassing zijnde SBR-richtlijn deel B zijn een aantal aspecten relevant: 1.

De richtlijn toetst zowel een maximaal optredende trillingssterkte (Vmax, treedt op bij de trein die gedurende de meetperiode de hoogste trillingen veroorzaakt) als het tijdsgemiddelde van de trillingen (Vper, deze grootheid is in tegenstelling tot Vmax dus ook afhankelijk van het aantal treinen).

2.

De richtlijn is strenger voor gebouwen met een overnachtingsfunctie (woningen, ziekenhuizen) dan voor gebouwen met een niet-overnachtingsfunctie (kantoren, scholen). De meeste hinder wordt namelijk vaak in rust ervaren. In de nacht zijn de streefwaarden voor gebouwen met een overnachtingsfunctie dan ook ongeveer een factor 2 strenger dan overdag. Winkels, sport- en industriepanden vallen buiten de richtlijn.

3.

Een gebouw kan op twee manieren voldoen aan de richtlijn: de trillingssterkte Vmax moet lager zijn dan de onderste streefwaarde A1 (zie Tabel 2), óf Vmax moet lager zijn dan de bovenste streefwaarde A2, waarbij tegelijkertijd de gemiddelde trillingssterkte Vper lager is dan de streefwaarde A3.

Tabel 2 Streefwaarden in de SBR-richtlijn deel B voor nieuwbouw Dag en avond Gebouwfunctie

A1

Nacht

A2

A3

A1

A2

A3

Wonen

0.1

0.4

0.05

0.1

0.2

0.05

Gezondheidszorg

0.1

0.4

0.05

0.1

0.2

0.05

Onderwijs en kantoor

0.15

0.6

0.07

0.15

0.6

0.07

Bijeenkomst

0.15

0.6

0.07

0.15

0.6

0.07

Kritische werkruimte

0.1

0.1

-.--

0.1

0.1

-.--

HOE HOOG ZIJN DE TRILLINGEN OP DEZE LOCATIE? De verwachte trillingen op de onderzoekslocatie zijn weergegeven in Tabel 3 en Figuur 4, inclusief een beoordeling op de SBR B-richtlijn. De trillingen zijn weergegeven als een bandbreedte, de werkelijke trillingen zijn namelijk afhankelijk van de afstand tot het spoor, de lokale bodem- en spooropbouw, spoorligging en constructiegegevens van de geplande bebouwing (denk aan constructietype, afmetingen, vloertypes, fundering). Voor een nauwkeuriger predictie met een kleinere bandbreedte (die verder gaat dan een quickscan) is daarom een locatiespecifiek onderzoek nodig. Deze werkelijke trillingen zullen doorgaans wel in de aangegeven bandbreedte liggen. Tabel 3 Verwachte trillingen op onderzoekslocatie Parameter Trillingssterkte Vmax Gemiddelde trillingssterkte Vper

Bandbreedte

Beoordeling

0.0 - 0.2

Voldoet

0.00

Voldoet

Figuur 4 Beoordeling van de trillingen in het plangebied

ONS ADVIES Uit de quickscan volgt dat trillingshinder kan worden uitgesloten voor deze ontwikkellocatie. Door de grote afstand tot het spoor, de relatief lage rijsnelheid en de lichte treinen zijn de trillingen relatief laag op de planlocatie. Omdat er geen trillingshinder in de toekomstige bebouwing wordt verwacht, is nader onderzoek niet nodig voor deze locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7747/documents/41418