Bijlage 1.4.9 - Toelichting bijlage 9 ROB bijlage 5.pdf
Tekst van het document
9 Ruimtelijke onderbouwing bijlage 5 - Archeologisch onderzoek
69
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Over de Beek 12 te Gaanderen, gemeente Doetinchem
Opdrachtgever ’t Bonte Paard Advies Dhr. R. Barthen 06-51616821 inf@tbontepaard-advies.nl Projectnummer 223836 Kenmerk DWS/ALG/HAMA/223836
Eindredactie/kwaliteitscontrole
Drs. E.E.A. van der Kuijl
Hamaland Advies Vof, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem, t. 06-51873933
Paraaf
Datum
12-09-2022
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Colofon Opdrachtgever
Bruggink Projectontwikkeling B.V.
Project
BO en IVO Plangebied Over de Beek 12 te Gaanderen
Projectnummer
223836
Titel
Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Over de Beek 12 te Gaanderen, gemeente Doetinchem
Datum en versie
12-09-2022, versie 1.1 (concept)
Auteurs
. D. Woolschot MSc, drs. E.E.A. van der Kuijl
Kwaliteitscontrole
Drs. E.E.A. van der Kuijl (senior KNA archeoloog / senior KNA prospector)
Afbeelding voorzijde:
Satellietfoto van het plangebied. Bron: kadasterdata.nl
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
2 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................... 4 1.
2
3
4
Inleiding ............................................................................................................................. 6 1.1
Inleiding en onderzoekskader .................................................................................. 6
1.2
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek ...................................................... 7
1.3
Werkwijze Bureauonderzoek ................................................................................... 7
1.4
Beleidskaders ........................................................................................................... 8
1.5
Administratieve gegevens ...................................................................................... 11
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel....................................................................... 12 2.1
Landschapsgenese ................................................................................................ 12
2.2
Historische ontwikkeling van Gaanderen en het plangebied ................................. 15
2.3
Archeologische waarden ........................................................................................ 17
2.4
Archeologisch verwachtingsmodel ......................................................................... 19
Booronderzoek ................................................................................................................ 20 3.1
Werkwijze Booronderzoek ..................................................................................... 20
3.2
Resultaten .............................................................................................................. 20
Conclusie en aanbeveling ............................................................................................... 22 4.1
Resultaten .............................................................................................................. 22
4.2
Selectieadvies ........................................................................................................ 22
4.3
Voorbehoud ............................................................................................................ 22
Gebruikte literatuur ................................................................................................................. 24 BIJLAGEN .............................................................................................................................. 25
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
3 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Samenvatting Hamaland Advies heeft in opdracht van ’t Bonte Paard Advies een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied aan de Over de Beek 12 te Gaanderen, gemeente Doetinchem. In het plangebied worden de bestaande schuren (bijgebouwen) gesloopt en zal er nieuwbouw plaatsvinden. De boerderij zal behouden blijven. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2,283 hectare. De toekomstige verstoringsdiepte is nog onbekend, maar zal naar verwachting minstens 80 cm-mv bedragen (vorstvrij funderen). Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Doetinchem betreft het noordelijk en oostelijk deel een natte landschapszone binnen 500 meter van hogere gronden. Het overige deel van het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting met waarschijnlijk een goede conservering als gevolg van een afdekkende laag van meer dan 50 centimeter dikte. Daarnaast zijn er twee schuren/schaapskooien en een boerderij/woonhuis aangegeven. Het gehele plangebied ligt in een attentiezone voor archeologische resten die te relateren zijn aan historische nederzettingslocaties en eventuele middeleeuwse en vroeg nieuwetijdse voorgangers. In het bestemmingsplan Parapluherziening Archeologie – 2020 (2021) heeft het noordelijk en oostelijk deel een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 6. De rest van het plangebied heeft een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3.
Bij waarde 3 is archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen dieper dan 40 cm-mv en groter dan 250 m². Conclusie bureauonderzoek Het plangebied is gelegen op dekzandwelvingen met een oud-bouwlanddek en op een terrasvlakte bedekt met dekzand. Al op de kaart van 1822 is een erf aangegeven ter hoogte van het huidige erf; De Huuthorst. Het is mogelijk dat dit erf een middeleeuwse voorganger heeft. In de omgeving van het plangebied is bouwmateriaal uit de Middeleeuwen aangetroffen, maar er zijn ook oudere vondsten gedaan uit de Bronstijd. Op basis van de beschikbare gegevens krijgt het plangebied daarom een hoge verwachting voor resten uit alle periodes vanaf het Laat-Paleolithicum. De huidige bebouwing heeft de bodem tot minimaal 45 en maximaal 220 cm-mv verstoord als gevolg van de aanleg van funderingen en kelders. In de geraadpleegde dossiers is aangegeven dat de bodemafsluiting uit zand bestaat, waarvoor de ondergrond tot op de vaste grondlaag afgegraven is (aangegeven op 60 cm-mv). veldonderzoek In het plangebied is in alle boringen sprake van een subrecente bouwvoor waarin in boring 3, 4 en 8 modern betonpuin en baksteenpuin aangetroffen is. Onder de subrecente ophoging is in boring 1 tot en met 6 sprake van een sterk gevlekte menglaag (A/C-horizont) waarbij de oorspronkelijke eerdlaag en de top van het dekzand met elkaar vermengd zijn.
De menglaag is aangetroffen op dieptes variërend van 40 cm-mv in boring 4 tot 80 cm-mv in boring 1 en is gemiddeld 20 tot 35 cm dik. In boring 8 bestaat de bodemopbouw onder de graszode tot 80 cm-mv uit een sterk gevlekte subrecente ophogingslaag met brokjes beton en kiezels waarna de ophoging scherp over gaat in het onderliggende dekzand. In de overige boringen is de top van het dekzand aangetroffen op dieptes variërend van 65 cm-mv in boring 6 tot 110 cm-mv in boring 1. Het grote verschil in diepte is afhankelijk van hoe diep de bodem ter plaatse verstoord is. Selectieadvies Vanwege de grote mate van bodemverstoring waarbij de oorspronkelijke bodemopbouw en de eerdlaag grotendeels verloren zijn gegaan, is de kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan gering.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
4 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Daarom adviseren wij om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren en het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Doetinchem (mw. G. Dutman) hiervan per direct in kennis te stellen.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
5 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
1.
Inleiding
1.1
Inleiding en onderzoekskader Hamaland Advies heeft in opdracht van ’t Bonte Paard Advies een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied aan de Over de Beek 12 te Gaanderen, gemeente Doetinchem (zie Afbeelding 1). In het plangebied worden de bestaande schuren (bijgebouwen) gesloopt en zal er nieuwbouw plaatsvinden. De boerderij zal behouden blijven. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 2,283 hectare. De toekomstige verstoringsdiepte is nog onbekend, maar zal naar verwachting minstens 80 cm-mv bedragen (vorstvrij funderen). Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Doetinchem betreft het noordelijk en oostelijk deel een natte landschapszone binnen 500 meter van hogere gronden. Het overige deel van het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting met waarschijnlijk een goede conservering als gevolg van een afdekkende laag van meer dan 50 centimeter dikte. Daarnaast zijn er twee schuren/schaapskooien en een boerderij/woonhuis aangegeven. Het gehele plangebied ligt in een attentiezone voor archeologische resten die te relateren zijn aan historische nederzettingslocaties en eventuele middeleeuwse en vroeg nieuwetijdse voorgangers. In het bestemmingsplan Parapluherziening Archeologie – 2020 (2021) heeft het noordelijk en oostelijk deel een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 6.
De rest van het plangebied heeft een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3. Bij waarde 3 is archeologisch onderzoek vereist bij bodemingrepen dieper dan 40 cm-mv en groter dan 250 m². Het plangebied dient derhalve voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden in het kader van de Erfgoedwet te worden onderzocht. Het uitgevoerde onderzoek bestaat uit een KNA conform bureauonderzoek dat aangevuld is met een bouwdossieronderzoek en een verkennend booronderzoek. De resultaten van het onderzoek zullen worden getoetst door het bevoegd gezag, de gemeente Doetinchem en diens archeologisch adviseur van de ODA.
Afbeelding 1:Topografische kaart met plangebied in het rode kader en het onderzoeksgebied in het blauwe kader (bron: Pdok).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
6 van 36
Project Kenmerk
1.2
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Doel en vraagstelling van het bureauonderzoek Het doel van het bureauonderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en om het plangebied. Op basis van de verworven informatie wordt een archeologisch verwachtingsmodel voor de onderzoekslocatie opgesteld. De volgende vragen zullen, indien mogelijk, beantwoord worden: • Wat is de bodemopbouw en de vermoedelijke intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied? • Kunnen er archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied aanwezig zijn en zo ja welke en waar (welke diepte) en in welke vorm? Het antwoord op deze vragen zal worden verwerkt in een archeologisch verwachtingsmodel voor het plangebied, waarbij aangegeven zal worden of een nader onderzoek door middel van boringen of proefsleuvenonderzoek nodig zal zijn of niet. • Is aanvullend veldonderzoek door middel van boringen en/of proefsleuvenonderzoek noodzakelijk?
1.3
Werkwijze Bureauonderzoek Het bureauonderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (protocol 4002 Bureauonderzoek KNA, versie 3.3) en bestaat uit de volgende onderdelen: • • • • • •
Afbakenen Plan- en onderzoeksgebied, vermelden overheidsbeleid, vaststellen consequenties toekomstig gebruik (KNA-LS01) beschrijving van het huidig gebruik (KNA LSO2); beschrijving van de historische situatie en de mogelijke verstoringen KNA LSO3); beschrijving van de bekende archeologische, ondergrondse bouwhistorische en aardwetenschappelijk kenmerken (KNA LSO4); het opstellen van een specifieke verwachting en formulering onderzoeksstrategie (KNA LSO5); het opstellen van een standaardrapport (KNA LS06).
Om tot een gefundeerd archeologisch verwachtingsmodel te komen is voor het onderzoek relevant bronnenmateriaal geraadpleegd. Door informatie uit verschillende invalshoeken samen te voegen ontstaat de mogelijkheid dwarsverbanden te leggen tussen de diverse brontypen en aan de hand hiervan een geïntegreerd archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. De gegevens voor het bureauonderzoek zijn ontleend aan: • • • • •
Archis, het geautomatiseerde archeologische informatiesysteem voor Nederland geomorfologisch, geologische, bodemkundig, topografisch en historisch kaartmateriaal; Archeologische verwachtings- en advieskaart gemeente Doetinchem; archeologische rapporten en publicaties; Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek1.
1 Willemse & Kocken, 2012.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
7 van 36
Project Kenmerk
1.4
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Beleidskaders Rijksbeleid In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het 'Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed', beter bekend onder de naam 'Verdrag van Malta', ondertekend. De Wet op de Archeologische Monumentenzorg is op 1 september 2007 in werking getreden. De nieuwe wet heeft zijn beslag gekregen via een wijziging van de Monumentenwet 1988, aanpassingen in de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en enkele andere wetten en met de invoering van de Wabo (2010). Met de nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg is het accent komen te liggen op het streven naar het behoud en beheer van archeologische waarden in de bodem (in situ) en het beperken van (de noodzaak van) archeologische opgravingen. Uitgangspunt van het nieuwe beleid is tevens het principe 'de verstoorder betaald'. Bij het voorbereiden van werkzaamheden die het bodemarchief kunnen verstoren (zoals de aanleg van een weg, een nieuwe woonwijk, een bedrijventerrein), dient onderzocht te worden of daardoor archeologische resten verstoord kunnen worden. Als uit het onderzoek blijkt dat er archeologische waarden aanwezig zijn en deze niet ter plaatse behouden kunnen blijven, dan dient de initiatiefnemer van het werk de kosten te dragen die gepaard gaan met het opgraven en conserveren van de plaats.
Met de introductie van de nieuwe wet zijn de kerntaken en bestuurlijke verantwoordelijkheden van gemeenten veranderd. Eén van de belangrijkste consequenties is, dat gemeenten een centrale rol is toegekend in de bescherming van archeologisch erfgoed. In de wet is bepaald, dat gemeenten door inzet van een planologisch instrumentarium het archeologisch belang dienen te waarborgen. Bescherming van het archeologisch erfgoed kan onder meer vorm krijgen door in bestemmingsplannen regels ter bescherming van bekende en te verwachten archeologische waarden op te nemen. In de regelgeving is vastgelegd dat in het kader van een omgevingsvergunning van de aanvrager geëist kan worden dat hij een rapport overlegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein voldoende is vastgesteld. Voor de toetsing van archeologische waarden is een archeologisch bestel ontwikkeld, waarmee de archeologische waarde van een terrein bepaald kan worden door middel van een getrapt systeem van onderzoek. In het kader van het vrijstellingsbesluit volstaat in eerste instantie een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van toepassing.
De Erfgoedwet harmoniseert bestaande weten regelgeving, schrapt overbodige regels en legt de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed zoveel mogelijk bij het erfgoedveld zelf: musea, collectiebeheerders, archeologen, eigenaren en overheden. Bepaalde onderdelen van de wettelijke bescherming van het cultureel erfgoed verhuizen naar de nieuwe Omgevingswet. De vuistregel hierbij is: duiding van erfgoed in de Erfgoedwet, omgang met erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet. Provinciaal Beleid Het provinciaal beleid van Gelderland voor cultuurhistorie en archeologische monumentenzorg is vastgelegd in het Cultuur- en erfgoedprogramma2: • Erfgoedwaarden zijn inzichtelijk van natuur en landschap, buitenplaatsen en buitenplaatsrijke gebieden • Bescherming van erfgoedwaarden in natuur en landschap en buitenplaatsen is verankerd in plannen • Maatwerk in de (toepassing van) regelgeving zodat ontwikkeling mogelijk is • Investeren in de instandhouding en kwaliteit van het erfgoed van natuur en landschap en van buitenplaatsen (restauratie, functieverandering, duurzaamheidsbevordering). Ook kunst en cultuur hiervoor inzetten 2 http://www.gelderland.nl/4/Hier-werkt-de-provincie-Gelderland-aan/Cultuur-en-erfgoed/Landschap-enarcheologie.html
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
8 van 36
Project Kenmerk
•
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Versterken van de programmatische samenwerking en afstemming met het netwerk, vergroting van het cultuurhistorisch besef en draagvlak.
In de Uitgangspuntennotitie aanpak Cultuur en Erfgoed zijn vier provinciale doelen geformuleerd:3 1. versterken van de culturele infrastructuur; 2. stimuleren van deelname aan cultuur en erfgoed via cultuureducatie en participatie; 3. versterken van de Gelderse identiteit; 4. behouden en ontwikkelen van erfgoed. Archeologie en de zorg voor het archeologisch erfgoed vallen onder de doelen 3 en 4. Bij de realisatie van de geformuleerde doelen treedt de provincie complementair op ten opzichte van de gemeenten. In het Uitvoeringsprogramma Cultuur en Erfgoed 2022 zet de provincie in op het beschermen en bewaren van archeologische vondsten als wettelijke taak en het zichtbaarder maken van archeologie voor inwoners en toeristen. 4 Gemeentelijk beleid Gemeente Doetinchem beschikt over eigen archeologiebeleid. Er is een vastgestelde archeologische beleidsadvieskaart uit 2019 (zie Afbeelding 2).5 De beleidsadvieskaart is gebruikt als toetsingskader voor de archeologische verwachting. Verder zijn de landelijke en provinciale richtlijnen leidend, voor het opstellen en toetsen van het onderhavig onderzoek. In 2012 is er in opdracht van de gemeenten in de Regio Achterhoek een afwegingskader voor archeologiebeleid opgesteld6. De richtlijnen van dit beleid zijn bij het opstellen van onderhavig onderzoek toegepast.
3
Gedeputeerde Staten van Gelderland (ed.) 2020a-c. Gedeputeerde Staten van Gelderland (ed.) s.a. (ca. 2021). 5 Willemse et al. 2019. 6 Willemse & Kocken, 2012. 4
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
9 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Afbeelding 2: Archeologische beleidskaart Doetinchem met het plangebied binnen het blauwe kader (Willemse et al. 2019).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
10 van 36
Project Kenmerk
1.5
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Administratieve gegevens Tabel 1: Gegevens projectgebied Opdrachtgever
’t Bonte Paard Advies
Projectnaam
Plangebied Over de Beek 12 te Gaanderen
Uitvoerder
Hamaland Advies
Bevoegd gezag
Gemeente Doetinchem (mw. G. Dutman)
Toetser namens bevoegd gezag
Regioarcheologen van de ODA
Beheer en plaats documentatie
Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Provincie
Gelderland
Gemeente
Doetinchem
Plaats
Gaanderen
Toponiem
Over de Beek 12
Adres
Over de Beek 12
Kaartbladnummer
41A
RD-coördinaten
X, Y N
220.735 / 439.719
O
220.912 / 439.631
Z
220.804 / 439.537
W
220.665 / 439.640 220.783 / 439.623
Centrumcoördinaat Hoogte
13,70 – 14,62 m+NAP
Kadastrale gegevens
Gemeente Ambt-Doetinchem, sectie I, perceel 6432 en 6433
CIS code/Archis onderzoekmeldingsnummer
5289799100
Oppervlakte plangebied
Circa 2,283 hectare (22.830 m²)
Huidig grondgebruik
Bebouwing, erf en weiland
Toekomstig grondgebruik
Bebouwing, erf en weiland
Bodemtype
Zn23
Geomorfologie
3L51yc Dekzandwelvingen met oud-bouwlanddek 1M42yd Terrasvlakte bedekt met dekzand
Geologie
Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden
Periode
Laat-Paleolithicum t/m Nieuwe Tijd
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Vlakvaaggrond; lemig fijn zand
11 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
2
Bureauonderzoek en verwachtingsmodel
2.1
Landschapsgenese Geologie, Geomorfologie en Bodemgesteldheid Het onderzoeksterrein is gelegen in de nabijheid van de Oude IJssel. Tijdens het Late Dryas (in het Weichselien, 120.000-11.700 jaar geleden) ontstonden langs het stroomgebied van de Oude IJssel rivierduinen. In de laatste ijstijd, het Weichselien (120.000-11.700 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland niet. Het landschap veranderde in een open taiga-achtig landschap met geïsoleerde bosopstanden, dwergstruiken, heide en kruiden. De rivierduinen ontstonden langs droogliggende, ondiepe en brede rivierbeddingen. De overwegend zuidwesten wind stond loodrecht op deze beddingen en verstoof hieruit matig grof zand. De ondergrond bestaat uit dekzand behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden (Bx5) en/of rivierduinzand van het Laagpakket van Delwijnen (Bx4). Op de stroomgordelkaart van Cohen en Stouthamer (2012) is te zien dat het plangebied zich niet op of rond een stroomgordel bevindt. Op de geomorfologische kaart (zie Afbeelding 3) ligt het westelijk deel ter plaatse van dekzandwelvingen met een oud-bouwlanddek (3L51yc). Het oostelijk deel is gekarteerd als terrasvlakte bedekt met dekzand (1M42yd). Op de bodemkaart (zie Afbeelding 4) ligt het plangebied in een zone van vlakvaaggronden in lemig fijn zand (Zn23).
Afbeelding 3: Geomorfologische kaart, situering van het plangebied binnen het rode kader (bron Archis3).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
12 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Afbeelding 4: Bodemkaart met de situering van het plangebied binnen het rode kader (bron: Archis3).
Grondwater Het plangebied heeft grondwatertrap IV. Dat houdt in dat het grondwater in de winter (GHG) op meer dan 40 cm-mv staat. In de zomer wordt het tussen 80 en 120 cm-mv aangetroffen. Hoogte Op het AHN (zie Afbeelding 5) heeft het plangebied een maaiveldhoogte tussen 13,70 en 14,62 m+NAP. Het laagst ligt de noordelijke hoek. Het hoogst liggen het erf en een grofweg noord-zuid georiënteerde strook direct ten zuiden van het erf. De zone wordt doorsneden door de Bielheimerbeek. De ligging hiervan komt grotendeels overeen met de locatie van de dekzandwelvingen op de geomorfologische kaart. Gaafheid bodem Op het plangebied is bebouwing aanwezig welke in de periode 1956-1991 is gerealiseerd. Deze is nog steeds aanwezig binnen het plangebied. Daarvoor heeft er echter ook al bebouwing gestaan; deze is al weergegeven op de kaart van 1822. De huidige bebouwing heeft de bodem tot minimaal 45 en maximaal 220 cm-mv verstoord als gevolg van de aanleg van funderingen en kelders. In de geraadpleegde dossiers is aangegeven dat de bodemafsluiting uit zand bestaat, waarvoor de ondergrond tot op de vaste grondlaag afgegraven is (aangegeven op 60 cm-mv). In bijlage 2 is een overzicht van de bouwdossiers opgenomen. Buiten de bebouwde locaties kan de bodem tot op nog onbekende diepte verstoord zijn als gevolg van agrarische bewerking van de bodem.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
13 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Afbeelding 5: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland met het plangebied binnen het rode kader (bron: AHN3).
Milieu- en geotechnische gegevens In het Bodemloket7 zijn voor het plangebied geen meldingen opgenomen. Binnen een straal van 200 meter rondom het plangebied staan in het Dinoloket 8 3 boringen geregistreerd (Afbeelding 7). In het Dinoloket (zie Afbeelding 6) staan in een straal van 250 meter rondom het plangebied twee boringen geregistreerd. De eerste staat op 210 meter ten oosten (boring B41A0288). Tot 20 cm-mv is matig fijn, zwak siltig zand aanwezig. Daaronder komt tot 390 cm-mv (einde boring) matig grof zand voor. De tweede boring staat op 95 meter ten zuidwesten (boring B41A0287). De bodemopbouw is gelijkaardig. Tot 50 cm-mv komt matig fijn, zwak siltig zand voor, dat overgaat in matig grof zand. De boordiepte bedroeg 390 cm-mv. De lithostratigrafie is voor beide boringen niet beschreven, maar afgaande op de geomorfologische en bodemkundige gegevens zal het bovenste pakket dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden) betreffen. Daaronder zijn waarschijnlijk de terrasafzettingen aangeboord.
7 www.bodemloket.nl
8 www.dinoloket.nl
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
14 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Afbeelding 6: Ondergrondse gegevens met plangebied in het rode kader (bron: dinoloket.nl).
2.2
Historische ontwikkeling van Gaanderen en het plangebied9 De vroegste vermelding van Gaanderen stamt uit de 8e eeuw. De naam Aldinchem staat vermeld, en met een uitgang op -heem of -hem kan de nederzetting in de 5e tot 10e eeuw geplaatst worden. De naam kan vertaald worden als ‘Huis van Aldo’. Deze oudste nederzetting lag op circa 1500 meter ten zuiden van het huidige plangebied. In 1179 werd door priester Franco het klooster Bethlehem gesticht. Dit klooster, dat in 1579 volledig verwoest werd tijdens de gevechten om Doetinchem, ligt op circa 500 meter ten noordnoordwesten van het plangebied. In de 12e eeuw wordt gesproken over Gernere, later Garner, Gander en Gaander. De eerste naam is afgeleid van ‘ger’ en ‘laar’, wat samengevoegd ‘spitse heuvelrij’ betekent. In de 14 e eeuw is de nederzetting ontstaan uit een verzamling kamontginningen die verspreid in het landschap lagen. Van een dorpskern was initieel geen sprake. De kern ontstond rond de huidige Kerkstraat, waar in 1650 twintig boerderijen stonden met in totaal 120 inwoners. Na 1750 vestigden zich steeds meer mensen in Gaanderen; zowel dagloners voor grotere boeren als medewerkers voor de eerste hoogoven of ijzerhut van Nederland. In 1689 werd de Rekhemse IJzermolen gesticht aan de Bielheimerbeek. Deze molen staat op circa 500 meter ten noordnoordoosten van het plangebied.
De Keppelse ijzergieterij is feitelijk de voortzetting van deze IJzermolen. In 1821 wordt de IJzermolen te Terborg (later Vulcaansoord) opgericht, welke een belangrijke rol zal gaan spelen voor de inwoners van Gaanderen. In 1890 wordt de hoogoven gesloten. De Hottingerkaart geeft geen gedetailleerde informatie voor het plangebied. Op de kadastrale kaart van 1822 (zie Afbeelding 7) ligt het plangebied op meerdere percelen. De meest 9 http://www.dorpsraadgaanderen.nl/UserFiles/brochurelandschapsbeheerSlangenburg.pdf
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
15 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
noordelijke percelen zijn eigendom van de erven van Grave van Lynden. Van deze percelen is 365 in gebruik als weiland en 366 als bos. Het bosperceel vormt de grens met de landen van Wolter Hendrik Becqúer. Al zijn percelen behoren tot boerderij De Huuthorst. Deze percelen bestaan uit weiland (327 en 332), een kolk in gebruik als weiland (328) bouwland (320 en 334), tuin (333) en bos (325 en 330). Daarnaast is er sprake van bebouwing: een huis met erf (331) en een schaapskooi (326). Na dit jaar verandert het landgebruik meermaals en wordt de bebouwing gesloopt en herbouwd. Vanaf circa 1975 (zie Afbeelding 8) is de huidige situatie ontstaan qua infrastructuur en percelering. De huidige Over de Beek is rechtgetrokken maar blijft de inrit naar het erf houden. De Bielheimerbeek stroomt vanaf nu op zijn huidige locatie, namelijk ten zuiden van het plangebied langs de weg. Volgens de gegevens uit het BAG-register stamt de huidige bebouwing uit 1956, 1958, 1977, 1978, 1990 en 1991.
Afbeelding 7: Kadastrale minuutplan 1822 met het plangebied in het rode kader (bron: Archis3).
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
16 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Afbeelding 8: Situatie 1975 met plangebied in het rode kader (topotijdreis.nl).
2.3
Archeologische waarden In Archis3 (zie Afbeelding 9) zijn onderzoeks- en vondstmeldingen opgenomen. Volgens deze database maakt het plangebied onderdeel uit van drie onderzoeksgebieden. Deze worden hieronder beschreven: •
•
•
Melding 2363883100 betreft een bureauonderzoek van Arcadis uit 2009. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de hoogspanningsverbinding 380kV Doetinchem-Wesel en omslaat een groot gebied. Voor het plangebied is geen aanvullende informatie beschikbaar. Melding 4044113100 is een bureauonderzoek voor de drinkwatertransportleiding Gaanderen – Lintelo, uitgevoerd door RAAP in 2017.10 Volgens de advieskaart die RAAP voor dit onderzoek heeft opgesteld, is er in het grootste deel van het plangebied sprake van een hoge verwachte dichtheid aan archeologische resten, waarbij de resten afgedekt zijn door een meer dan 50 centimeter dikke conserverende laag. In het overige deel is sprake van een lage verwachte dichtheid aan archeologische resten, en komen deze vlak aan het maaiveld voor en zijn daarom kwetsbaar (geweest). Het erf is aangeduid als De Huuthorst, een boerderij met een mogelijke Middeleeuwse voorganger. Binnen het plangebied staan ook meerdere schuren en/of schaapskooien aangegeven, alsmede een vijver. Melding 4548575100 is het vervolg op bovenstaand onderzoek van RAAP. Antea Group Archeologie heeft in 2017 een verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd. 11 Uit de boorpuntenkaart blijkt dat ter hoogte van het huidige plangebied boring 209 tot en met 212 gezet zijn.
In deze boringen komt een 20 tot 40 centimeter dikke A-horizont voor, die overgaat in een A/C-horizont, bestaande uit dekzand. De uitzondering vormt boring 212,
10 Porreij-Lyklema en Van der Veen, 2017 11 Teekens en La Fèber, 2018
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
17 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
hier ontbreekt de A/C-horizont. Boring 209 en 210 zijn op 100 cm-mv gestaakt; de natuurlijke ondergrond is hier niet bereikt. In boring 211 bestaat de basis van het boorprofiel vanaf 80 cm-mv uit matig grof zand, geïnterpreteerd als dekzand. In boring 212 is vanaf 100 cm-mv matig fijn zand aangetroffen, dat als dekzand aangeduid is. Binnen een straal van 500 meter rondom het plangebied staat nog één onderzoek gemeld: •
Op 475 meter ten zuidoosten heeft Synthegra in 2009 een bureau- en booronderzoek uitgevoerd (2226069100).12 Het booronderzoek heeft aangetoond dat de bodem verstoord is.
Binnen dezelfde straal staan de volgende vier vondstmeldingen geregistreerd: • • • •
3218124100: op 340 meter ten noorden zijn bij een archeologische inspectie in 2006 de fundamenten van een watermolen gevonden. De molen is in 1850 gebouwd bij de Bielheimerbeek en in 1890 ingestort. De restanten zijn daarna nog lange tijd blijven staan. 2858956100: op 425 meter ten noorden is bij een veldkartering in 1988 een zilveren groot uit 1354 gevonden. 2786217100: op 465 meter ten noorden is bouwmateriaal en aardewerk uit de late Middeleeuwen A en Nieuwe tijd gevonden. 2813692100: op 490 meter ten noorden is in 1989 een vuurstenen spits uit de Vroege Bronstijd aangetroffen.
Afbeelding 9: Uitsnede uit de kaart met onderzoeks- en vondstmeldingen met het plangebied in het rode kader (bron: Archis3).
12 Kremer, 2009
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
18 van 36
Project Kenmerk
2.4
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Archeologisch verwachtingsmodel Op grond van de bekende geologische, landschappelijke, aardkundige, archeologische en historische gegevens in en rond het plangebied kan de archeologische verwachting worden bepaald. Archeologische verwachting Het plangebied is gelegen op dekzandwelvingen met een oud-bouwlanddek en op een terrasvlakte bedekt met dekzand. Al op de kaart van 1822 is een erf aangegeven ter hoogte van het huidige erf; De Huuthorst. Het is mogelijk dat dit erf een middeleeuwse voorganger heeft. In de omgeving van het plangebied is bouwmateriaal uit de Middeleeuwen aangetroffen, maar er zijn ook oudere vondsten gedaan uit de Bronstijd. Op basis van de beschikbare gegevens krijgt het plangebied daarom een hoge verwachting voor resten uit alle periodes vanaf het Laat-Paleolithicum. Verstoringskans: Het plangebied is op dit moment voor een deel bebouwd. Deze bebouwing is volgens het kadaster sinds 1956-1991 aanwezig. Uit historisch kaartmateriaal is gebleken dat het plangebied sowieso in 1822 al bebouwd was; mogelijk zelfs al in de (Late) Middeleeuwen. De huidige bebouwing heeft de bodem tot minimaal 45 en maximaal 220 cm-mv verstoord als gevolg van de aanleg van funderingen en kelders. De kelders komen voor onder het woonhuis, de veestalling aan de boerderij en de loopstal.
In de geraadpleegde dossiers is aangegeven dat de bodemafsluiting uit zand bestaat, waarvoor de ondergrond tot op de vaste grondlaag afgegraven is (aangegeven op 60 cm-mv). Tabel 2: Archeologische verwachting plangebied Periode
Verwachting
Laag Tweede Wereldoorlog
Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd
Hoog
Romeinse Tijd - Vroege Middeleeuwen
Hoog
Bronstijd - IJzertijd
Hoog
Paleolithicum-Neolithicum
Hoog
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Verwachte vindplaatstypen
Verwachte grondlaag (diepte)
Resten van (nood)begraafplaatsen, veldgraven, geschutsopstellingen, In of direct onder de schuilkelders, opstellingen voor bouwvoor zoeklichten, waarnemingsposten, onderduikholen, dumplocaties Nederzettingsterreinen, In of direct onder de ontginningssporen, meilers, bouwvoor/plaggendek, afvaldumps en haardkuilen vanaf circa 30 cm-mv Nederzettingsterreinen, grafvelden, resten van ijzerbewerking, rituele dumps, meilers Nederzettingsterreinen, urnenvelden resten van ijzerbewerking, meilers, rituele dumps Nederzettingsterreinen, jachtkampen, haardplaatsen/haardkuilen, vuursteenstrooiingen
In of direct onder de bouwvoor/plaggendek, vanaf circa 30 cm-mv In de top van de Chorizont, vanaf circa 80 cm-mv In de top van de Chorizont, vanaf circa 80 cm-mv
19 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
3
Booronderzoek
3.1
Werkwijze Booronderzoek In totaal zijn op 7 september 2022 verspreid over en rondom het bestaande erf acht (8) verkennende boringen gezet. Het booronderzoek is uitgevoerd conform de eisen van de KNA versie 4.1, specificatie VS03 protocol 4003 en het vooraf opgestelde Plan van Aanpak 13. Alle boringen zijn tot 25 centimeter in de top van de C-horizont gezet met een edelmanboor met een boordiameter van 7 centimeter. De boorlocaties zijn uitgezet met GPS (x- en ywaarden). De maaiveldhoogte van de boringen is afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN3). Het opgeboorde sediment is in het veld bodemkundig beschreven conform de NEN 5104 en de bodemclassificatie volgens De Bakker en Schelling (1989). Alle afzonderlijke bodemlagen zijn vervolgens droog gezeefd over een metalen zeef met een maaswijdte van 4 millimeter en geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem, bot etc.
3.2
Resultaten Geologie en Bodem Voor de ligging van de boorpunten wordt verwezen naar Bijlage 3. De resultaten van de boringen (de boorbeschrijvingen) zijn opgenomen in Bijlage 4. Met uitzondering van boring 7 is in geen enkele boring een intact bodemprofiel aangetroffen. In boring 1 tot en met 6 en in boring 8 is sprake van A/C en A-C profielen, waarbij de subrecente bouwvoor rechtstreeks of via een menglaag overgaat in het onderliggende dekzandpakket. In boring 1 is de eerdlaag niet vermengd met de top van het dekzand. De bodemopbouw van boring 7 kan als volgt worden weergegeven: Tabel 3: Bodemopbouw plangebied Ap-A1-C-horizont (boring 7)
Diepte (cm – mv) 0-10 10-50 50-80 80-110
Samenstelling Graszode Grijs iets gevlekt fijn iets siltig zand Lichtbruin-grijs iets gevlekt fijn iets siltig zand Geel roestig fijn iets siltig zand met roestbrokjes en kiezels
Interpretatie Ap1;Subrecente bouwvoor A1; eerdlaag C; dekzand
Beantwoording onderzoeksvragen Op grond van de resultaten van het booronderzoek kunnen de onderzoeksvragen uit het Plan van Aanpak als volgt beantwoord worden: •
Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied?
In het plangebied is in alle boringen sprake van een subrecente bouwvoor waarin in boring 3, 4 en 8 modern betonpuin en baksteenpuin aangetroffen is. Onder de subrecente ophoging is in boring 1 tot en met 6 sprake van een sterk gevlekte menglaag (A/C-horizont) waarbij de oorspronkelijke eerdlaag en de top van het dekzand met elkaar vermengd zijn. De menglaag is aangetroffen op dieptes variërend van 40 cm-mv in boring 4 tot 80 cm-mv in boring 1 en is 13 Woolschot en Van der Kuijl, 2022.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
20 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
gemiddeld 20 tot 35 cm dik. In boring 8 bestaat de bodemopbouw onder de graszode tot 80 cm-mv uit een sterk gevlekte subrecente ophogingslaag met brokjes beton en kiezels waarna de ophoging scherp over gaat in het onderliggende dekzand. In de overige boringen is de top van het dekzand aangetroffen op dieptes variërend van 65 cm-mv in boring 6 tot 110 cm-mv in boring 1. Het grote verschil in diepte is afhankelijk van hoe diep de bodem ter plaatse verstoord is. •
Wat is de intactheid van het bodemprofiel binnen het plangebied?
Het oorspronkelijke bodemprofiel is in alle boringen, met uitzondering van boring 7, verstoord tot een diepte van minimaal 65 cm-mv en maximaal 110 cm-mv. In boring 7 is onder de subrecente bouwvoor vanaf 50 tot 80 cm-mv een intacte eerdlaag aanwezig op dekzand. Zijn, daar waar de bodem intact is, archeologische indicatoren aangetroffen die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied? Zo ja, wat is de aard en diepteligging ervan? Vanwege het vrijwel ontbreken van een intacte bodem is deze vraag niet langer van toepassing. Bij het uitzeven van alle bodemlagen zijn geen relevante archeologische indicatoren aangetroffen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het opsporen van vondsten en vindplaatsen niet het primaire doel is van verkennend bodemonderzoek. •
Zijn er archeologische lagen aangetroffen (cultuur- en afvallagen c.q. ophogingslagen)? Zo ja, wat is de aard, diepteligging en minimale en maximale dikte ervan?
Zie het antwoord op de vorige vraag. •
In welke mate stemmen de resultaten overeen met de verwachtingen?
De bodem in het plangebied blijkt verstoord door subrecente bodemingrepen, deels het gevolg van landbouwactiviteiten en deels door sloop en verbouwwerkzaamheden op het erf vanaf de tweede helft van de 19e eeuw. De aangetroffen bodem in het plangebied is een bruine enkeerdgrond (geen vlakvaaggrond) in dekzand, deels gelegen op een dekzandwelving en deels op een terrasvlakte. De ‘oorspronkelijke’ eerdlaag is, weliswaar afgetopt, aangetroffen in boring 7. In de overige boringen is de oorspronkelijke eerdlaag vermengd met de top van het dekzand en deels opgenomen in de subrecente bouwvoor. Hierdoor kan de hoge archeologische verwachting voor alle perioden bijgesteld worden naar laag met als indicatie ‘verstoord’. •
Is vervolgonderzoek noodzakelijk? Zo ja, welke methode is hiervoor het meest geschikt?
Vanwege de grote mate van bodemverstoring waarbij de oorspronkelijke bodemopbouw en de eerdlaag grotendeels verloren zijn gegaan, is de kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan gering. Daarom adviseren wij om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren en het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
21 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
4
Conclusie en aanbeveling
4.1
Resultaten Bureauonderzoek Het plangebied is gelegen op dekzandwelvingen met een oud-bouwlanddek en op een terrasvlakte bedekt met dekzand. Al op de kaart van 1822 is een erf aangegeven ter hoogte van het huidige erf; De Huuthorst. Het is mogelijk dat dit erf een middeleeuwse voorganger heeft. In de omgeving van het plangebied is bouwmateriaal uit de Middeleeuwen aangetroffen, maar er zijn ook oudere vondsten gedaan uit de Bronstijd. Op basis van de beschikbare gegevens krijgt het plangebied daarom een hoge verwachting voor resten uit alle periodes vanaf het Laat-Paleolithicum. De huidige bebouwing heeft de bodem tot minimaal 45 en maximaal 220 cm-mv verstoord als gevolg van de aanleg van funderingen en kelders. In de geraadpleegde dossiers is aangegeven dat de bodemafsluiting uit zand bestaat, waarvoor de ondergrond tot op de vaste grondlaag afgegraven is (aangegeven op 60 cm-mv). Booronderzoek In het plangebied is in alle boringen sprake van een subrecente bouwvoor waarin in boring 3, 4 en 8 modern betonpuin en baksteenpuin aangetroffen is. Onder de subrecente ophoging is in boring 1 tot en met 6 sprake van een sterk gevlekte menglaag (A/C-horizont) waarbij de oorspronkelijke eerdlaag en de top van het dekzand met elkaar vermengd zijn. De menglaag is aangetroffen op dieptes variërend van 40 cm-mv in boring 4 tot 80 cm-mv in boring 1 en is gemiddeld 20 tot 35 cm dik.
In boring 8 bestaat de bodemopbouw onder de graszode tot 80 cm-mv uit een sterk gevlekte subrecente ophogingslaag met brokjes beton en kiezels waarna de ophoging scherp over gaat in het onderliggende dekzand. In de overige boringen is de top van het dekzand aangetroffen op dieptes variërend van 65 cm-mv in boring 6 tot 110 cm-mv in boring 1. Het grote verschil in diepte is afhankelijk van hoe diep de bodem ter plaatse verstoord is.
4.2
Selectieadvies Vanwege de grote mate van bodemverstoring waarbij de oorspronkelijke bodemopbouw en de eerdlaag grotendeels verloren zijn gegaan, is de kans dat met de voorgenomen bodemingrepen behoudenswaardige archeologische vindplaatsen verloren gaan gering. Daarom adviseren wij om geen vervolgonderzoek te laten uitvoeren en het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.3
Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Wij wijzen erop dat het selectiebesluit van het bevoegd gezag af kan wijken van het selectieadvies van Hamaland Advies. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
22 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de RCE te Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Doetinchem (mw. G. Dutman) hiervan per direct in kennis te stellen.
Afbeelding 10: Foto van het plangebied vanaf de Bielheimerbeek (entree tot het erf) richting het noorden. Bron: Google.maps.
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
23 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Gebruikte literatuur Bakker, H. de & Schelling J., 1989; Systeem van bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2005; Landschappelijk Nederland: De fysisch-geografische regio’s. Assen Berendsen, H.J.A., 2008; De vorming van het land: inleiding in de geologie en de geomorfologie. Assen. Bureau Helsdingen, 2011; Inventarisatie cultuurhistorische waarde in de gemeente Doetinchem 2010. Vianen. Cohen, K.M., E. Stouthamer, H.J. Pierik & A.H. Geurts, 2012. Rhine‐Meuse Delta Studies’ Digital Basemap for Delta Evolution and Palaeogeography. Dept. Physical Geography. Universiteit Utrecht. Gemeente Doetinchem, 2006; De geschiedenis van Doetinchem, Wehl en Gaanderen. Doetinchem. Kremer, H., 2009. Bureauonderzoek en karterend veldonderzoek d.m.v. boringen. Bethlehemstraat te Gaanderen, gemeente Doetinchem. Synthegra rapport S090011. Porreij-Lyklema, T.E. en S. van der Veen, 2017. Watertransportleiding Gaanderen – Lintelo, gemeenten Doetinchem, Oude IJsselstreek en Aalten. Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek. RAAP-notitie 5928. Teekens, P.C. en D.J. la Fèber, 2018. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. verkennende en karterende boringen Drinkwatertransportleiding aanleg DN 500PVC/560PE De Pol – Beundijk. Antea Group Archeologie 2017/93. Willemse, N.W., L.J. Keunen, R.S. Kok, J.A.T. Wijnen en S. van der Veen, 2019.
Archeologie in de gemeente Doetinchem: actualisatie van de archeologische waarden en verwachtingskaart. RAAP-rapport 2877. Weesp. Willemse, N.W. & M.H.J.M. Kocken 2012. Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek, RAAP-rapport 2501.Weesp.
Geraadpleegde websites: zoeken.cultureelerfgoed.nl Archis3 voor informatie over meldingen, Minnutplan, Bonneblad ca. 1900, geomorfologie, bodem en GWT, luchtfoto, kadaster, RD-coördinaten https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/ voor doen van melding http://ahn.maps.arcgis.com/ voor hoogte-informatie www.topotijdreis.nl; voor informatie historische kaarten http://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens voor informatie over boringen in de omgeving www.dans.easy.nl voor rapporten www.ruimtelijkeplannen.nl voor bestemmingsplaninformatie www.gelderland.nl Erfgoedbeleid https://www.bodemloket.nl/ Milieukundige informatie http://maps.bodemdata.nl/bodemdatanl/index.jsp. Grondwater www.ikme.nl WOII informatie http://nl.wikipedia.org/wiki/Doetinchem voor informatie over Doetinchem http://www.dorpsraadgaanderen.nl/UserFiles/brochurelandschapsbeheerSlangenburg.pdf voor informatie over Gaanderen
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
24 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
BIJLAGEN
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
25 van 36
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Bijlage 1: Plangebied met schetsplan
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Bijlage 2: Resultaten bouwdossieronderzoek
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Dossier SARA 0119 5216
SARA 0050 52
Submap BVG000442/001
Jaartal 1955/1956
“/002
-
“/003
1960
“/004
1966
“/005
1972
“/006
1977
“/007
1986
7
1990
Beschrijving Bouw woonhuis. Bodemafsluiting zand, funderingen van stampbeton. Vaste grondlaag ligt op 60 cm-mv Bouw zaadschuur. Betonpoeren 25x25 cm Bouw kippenhok. Uitbreiden kippenschuur met bouw drietal kippenhokken en een varkensschuur. Fundering stampbeton Uitbreiden boerderij met een veestalling. Onderkelderd, niet exact bekend waar de kelder ligt Bouw mestvarkensstal. Fundering kalkzandsteen Bouw mestvarkensstal. Fundering gewapend beton en betonblokken Bouw mestsilo. Fundering van beton Bouw loopstal. Fundering beton. Deels onderkelderd
Verstoringdiepte Fundering: 65 cm-mv Kelder: 220 cmmv Fundering: 75 cm-mv Fundering: 55 cm-mv
Fundering: 45 en 75 cm-mv Kelder: 210 cmmv Fundering: onbekend Fundering: onbekend Fundering: 115 cm-mv Fundering: 70 cm-mv Kelder: 175 cmmv
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Bijlage 3: Overzicht van geologische en archeologische perioden
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Bijlage 4: Kaart met boorpunten en tabel met x-, y- en z-coördinaten van de boorpunten
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Boring
x-coördinaat
y-coördinaat
Maaiveldhoogte in meters t.o.v. NAP
01
220.686
439.645
13,99
02
220.721
439.686
13,64
03
220.717
439.611
14,48
04
220.732
439.656
13,97
05
220.769
439.673
14,21
06
220.755
439.585
14,51
07
220.776
439.619
14,54
08
220.816
439.664
13,99
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
Bijlage 5: Boorlegenda en boorstaten (separaat toegevoegd)
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem
Project Kenmerk
: BO en IVO Plangebied Zuivelweg 181 te Doetinchem : EBM/ALG/HAMA/202907
© Hamaland Advies, Ambachtsweg 9b, 7021 BT Zelhem