Bijlage 1.4.8 - Toelichting bijlage 8 ROB bijlage 4a.pdf
Tekst van het document
8 Ruimtelijke onderbouwing bijlage 4a - Nader onderzoek vleermuizen en huismussen
68
Nader onderzoek vleermuizen en huismussen Over de Beek 12 Gaanderen
Colofon
Nader onderzoek vleermuizen en huismussen Over de Beek 12 Gaanderen
Uitgevoerd door: Natuurbank Overijssel Correspondentieadres: Aladnaweg 18 7122 RR Aalten BTW-ID: NL001388212B56 E: info@natuurbankoverijssel.nl Tel: 0543-451142 / 0614-435700
Opdrachtgever:
´t Bonte paard Advies
Abonnementhouder van de Nationale Databank Flora en Fauna
Projectnummer en versie: 4801, versie 1.1 Projectleider: Auteur: N. Sessink, aangepast P.Leemreise (9-3-2023) Ligging projectgebied: Over de Beek 12 Gaanderen
Status: definitief Veldmedewerker(s): Ing. P. Leemreise e.a. Rapportdatum: 9-3-2023
De vermelde medewerkers in deze rapportage zijn akkoord met openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving 1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 inleiding ........................................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding................................................................................................................................................... 3 1.2 Voorgenomen activiteit.............................................................................................................................. 3 1.3 Doel van het onderzoek ............................................................................................................................. 3 Hoofdstuk 2 het onderzoeksgebied ..................................................................................................................... 4 2.1 Situering ..................................................................................................................................................... 4 2.2 Beschrijving van het plangebied................................................................................................................. 4 Hoofdstuk 3 het onderzoek ..................................................................................................................................
6 3.1 Methode ..................................................................................................................................................... 6 3.2 Bezoeken .................................................................................................................................................... 7 Huismus ............................................................................................................................................................ 7 3.3 Resultaten .................................................................................................................................................. 8 Hoofdstuk 4 samenvatting en conclusies ............................................................................................................. 9 4.1 Samenvatting.............................................................................................................................................. 9 4.2 Conclusie .................................................................................................................................................... 9 4.3 Geldigheid .................................................................................................................................................. 9
2
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Er zijn plannen voor herontwikkeling van een agrarisch erf op het adres Over de Beek 12 te Gaanderen. Het voornemen is om, met uitzondering van het oostelijke deel van de boerderij, alle aanwezige bebouwing op het erf te slopen. In verband met de voorgenomen sloop van de bebouwing hebben onderzoekers van Natuurbank Overijssel, de bebouwing in het onderzoeksgebied onderzocht op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen en nestplaatsen van huismussen. Dit onderzoek is uitgevoerd in de periode april-september 2022. In het kader van de zorgplicht (Art. 1.11 Wet natuurbescherming) moet voorafgaand aan een ingreep, welke mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde diersoorten, een effectbeoordeling plaatsvinden. Omdat met een eenmalige visuele inspectie, de functie en betekenis van de aanwezige bebouwing voor vleermuizen en huismussen niet (volledig) vastgesteld kan worden, was gericht vervolgonderzoek noodzakelijk. De verblijfplaatsen van vleermuizen en huismussen zijn strikt beschermd en mogen alleen negatief beïnvloed worden indien een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is verkregen. In voorliggend rapport worden de bevindingen van onderzoek naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen en huismussen gepresenteerd.
De rapportage wordt afgesloten met het vaststellen van de wettelijke consequenties en eventuele vervolgstappen.
1.2 Voorgenomen activiteit Het voornemen is om, met uitzondering van het oostelijke deel van de boerderij, alle aanwezige bebouwing op het erf te slopen. Het onderzoek richt zich op alle bebouwing op het erf. 1.3 Doel van het onderzoek Om de functie van de te slopen bebouwing voor vleermuizen en huismussen vast te kunnen stellen is specifiek onderzoek uitgevoerd in de periode april-september 2022.
3
Hoofdstuk 2 het onderzoeksgebied 2.1 Situering Het plangebied is gesitueerd aan de Over de Beek 12 te Gaanderen, gemeente Doetinchem. Het ligt circa 200 meter ten noordwesten van de woonkern Gaanderen en wordt omgeven door landelijk gebied. Op onderstaande afbeelding wordt de globale ligging van het plangebied weergegeven op een topografische kaart.
Globale ligging van het plangebied. De ligging van het plangebied wordt met de rode cirkel aangeduid (bron: topotijdreis.nl).
2.2 Beschrijving van het plangebied Het plangebied vormt een deel van een agrarisch bedrijf, waar de bedrijfsactiviteiten gestaakt zijn. Het plangebied bestaat uit bebouwing, beplanting, agrarisch cultuurland en erfverharding. De bebouwing bestaat uit een boerderij, ligboxenstal, een jongveestal, een schuur, een werktuigenberging, twee kippenschuren, een mestsilo, een garage en een tuinhuisje. De boererij, ligboxenstal, de jongveestal, de twee kippenschuren en de schuur beschikken over gemetselde buitengevels, maar alleen de ligboxenstal beschikt over luchtspouw. De ligboxenstal, de kippenschuren en de jongveestal zijn gedekt met golfplaten en de schuur beschikt over een dakpannen gedekt zadeldak (helft rode pannen en helft zwarte pannen). De boerderij beschikt over een een dakpannen gedekt zadeldak met wolfseind en over dakisolatie. De buitengevels van de kippenschuren zijn volledig met hout betimmerd. De werktuigenberging, het tuinhuisje en de garage zijn volledig van hout. De werktuigenberging en de garage zijn gedekt met golfplaten en het tuinhuisje beschikt over een dakpannen gedekt dak. De beplanting vormt een eenvoudige siertuin bestaande uit enkele sierplanten, scheerhagen en gazon. De siertuin ligt in het zuidelijke deel van het plangebeid, rondom de garage met tuinhuisje.
Het agrarisch cultuurland tijdens het veldbezoek in gebruik als grasland, bestaat uit een soortenarme vegetatie en wordt intensief beheerd. Op onderstaande luchtfoto is de begrenzing van het plangebied aangegeven. Voor een impressie van het plangebied wordt verwezen naar de fotobijlage.
4
Begrenzing van het plangebied; deze wordt met de gele lijnen aangeduid (bron luchtfoto: ruimtelijkeplannen.nl).
5
Hoofdstuk 3 het onderzoek 3.1 Methode Vleermuizen Voor het in kaart brengen van vleermuizen is zowel visueel als auditief geïnventariseerd. Met behulp van een heterodyne batdetector met opname- en vertragingsfunctie (type:Petterson D240x) is de echolocatie die vleermuizen uitzenden voor ons hoorbaar gemaakt. Wanneer op basis van frequentie, klank en ritme niet met 100% zekerheid de soort bepaald kon worden, is een opname gemaakt op een extern opname apparatuur (type: Zoom H2n). Door de dieren ook zoveel mogelijk visueel waar te nemen is de determinatie geverifieerd en is het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. Dit onderzoek is specifiek gericht op het in kaart brengen van verblijfplaatsen, soortsamenstelling en gebiedsgebruik. Tijdens het onderzoek is ook gebruik gemaakt van een warmtebeeldcamera (Pulsar Helion xq28). Een dergelijke camera is van grote meerwaarde bij het waarnemen van zwermende dieren tijdens het binnenvliegen, tijdens de baltsperiode en voor het waarnemen van vleermuizen met een extreem zachte sonar, zoals de gewone grootoorvleermuis. Het onderzoek is opgezet om duidelijkheid te krijgen over de functie van de bebouwing in het onderzoeksgebied als verblijfplaats voor vleermuizen. Het onderzoek is afgestemd op het mogelijk voorkomen van alle gebouwbewonende soorten.
Het onderzoek is uitgevoerd door te posten op diverse plekken met een batdetector nabij de te slopen bebouwing. De onderzoekers hebben hebben het onderzoeksgebied te voet bezocht waarbij specifiek gelet is op uit- en invliegende dieren. Het onderzoek is uitgevoerd door drie, zelfstandig operende onderzoekers die onderling met elkaar in contact staan middels een portofoon. Deze inzet is voldoende om alle in- of uitvliegende vleermuizen vast te kunnen stellen in dit onderzoeksgebied. De bezoeken aan het plangebied zijn hoofdzakelijk uitgevoerd door ervaren vleermuisonderzoekers onder leiding van Ing. P.Leemreise. De overige veldmedewerkers zijn drie vleermuisonderzoekers die enkele jaren ervaring hebben met dergelijk onderzoek. Zij namen in wisselende setting deel aan het onderzoek. Namen van onderzoekers zijn bekend bij Natuurbank Overijssel (BvJ, EL, BW). Het erf ligt geïsoleerd in vrij intensief beheerd agrarisch cultuurlandschap. Tijdens het onderzoek is gekeken naar van het erf vliegende vleermuizen en op het erf foeragerende en/of vliegende vleermuizen. De inzet van drie onderzoekers is voldoende om alle van het erf wegvliegende vleermuizen waar te nemen. Het bezoek in de vroege ochtend is vooral gebruikt om de verblijfplaats van vleermuizen te ontdekken op basis van zwermgedrag nabij de de verblijfplaats.
6
Observatieplekken van de drie onderzoekers en het gezichtsveld.
Huismussen Voor het in kaart brengen van de nestplaatsen van huismussen is gekeken naar tjilpende huismussen, voervluchten, zichtbare nesten en hoorbaar bedelende jongen vanuit de nestplaats. De onderzoeken zijn hoofdzakelijk uitgevoerd door een ervaren broedvogelkarteerder Pim Leemreise. Hij heeft daarbij gebruik gemaakt van een verrekijker(Zeiss 10x40b).
3.2 Bezoeken Vleermuizen Voor het in beeld brengen van de betekenis van de bebouwing voor vleermuizen zijn vijf verschillende bezoeken aan het onderzoeksgebied gebracht. De bezoeken in juni en juli zijn uitgevoerd voor het in kaart brengen van kraam- en zomerverblijven, de bezoeken in augustus en september zijn uitgevoerd in verband met onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen. In onderstaande tabel worden de verschillende bezoekdata weergegeven. bezoekdatum
tijdstip
6-6-2022
22:00 – 0:00
n-onderzoekers 3
Doel
Zomerverblijfplaatsen & kraamkolonies 29-6-2022 3:00 – 5:10 3 Zomerverblijfplaatsen & kraamkolonies 5-7-2022 21:45-0:00 3 Zomerverblijfplaatsen & kraamkolonies 16-8-2022 22:00 – 0:00 1 Zomer-, en paarverblijfplaatsen 21:45 – 22:50 1 Zomeren 14-9-2022 paarverblijfplaatsen Bezoekschema vleermuisonderzoek in het onderzoeksgebied.
Weersomstandigheden Bewolkt, 15⁰C, droog, wind 1-2 Bft Bewolkt, 20⁰C, droog, windstil Half bewolkt, 23⁰C, droog, windstil Half bewolkt, 21⁰C, droog, windstil Bewolkt, 19⁰C, droog, zwakke wind
Huismus Het onderzoeksgebied is twee maal bezocht in de periode april-half mei. Te weten 20 april 2022 en 14 mei 2022. De bezoeken zijn uitgevoerd in de late ochtend.
7
3.3 Resultaten Vleermuizen Tijdens alle bezoeken is één gewone dwergvleermuis waargenomen op het erf. Deze gewone dwergvleermuis bezette een zomer- en paarverblijfplaats aan de noordzijde van de boerderij. De invliegopening betrof een spleet tussen de betimmering van de overstek en de buitengevel. Tijdens de beide bezoeken in het najaar werd een werfroepend dier vastgesteld op het achtererf, waarbij het dier kleine cirkels vloog nabij de invliegopening in de achtergevel. Vermoedelijk bezette het dier daar tevens een paarverblijfplaats. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen andere gebouwen benutten als verblijfplaats.
Vastgestelde zomer- en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis.
Huismussen In de boerderij zijn zes paar nestelende huismussen vastgesteld. Deze huismussen nestelden allemaal onder de onderste rij dakpannen van het zuidelijke deel van de boerderij. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat huismussen een nestplaats bezetten in een ander gebouw op het erf.
Nestplaats van zes paar huismussen. De mussen nestelden onder de onderste rij dakpannen van het zuidelijke deel van de boerderij.
Overige soorten Er zijn tijdens het veldwerk geen aanwijzingen gevonden dat andere beschermde diersoorten een rust- of voortplantingsplaats bezetten in het onderzoeksgebied, anders dan reeds beschreven in het rapport van het verkennend natuurwaardenonderzoek.
8
Hoofdstuk 4 samenvatting en conclusies 4.1 Samenvatting In de periode is bebouwing aan de Over de Beek 12 te Gaanderen onderzocht op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen en nestplaatsen van huismussen. Uit het onderzoek kwam naar voren dat er een enkele gewone dwergvleermuis een zomer- en paarverblijfplaats bezet in het noordelijke deel van de boerderij. Ook nestelen er zes paar huismussen onder de dakpannen van het zuidelijke deel van de boerderij. Het uitgevoerde onderzoek voldoet aan het vleermuisprotocol 2021 en de soortenstandaard huismus.
4.2 Conclusie Verblijfplaatsen van vleermuizen en nestplaatsen van huismussen zijn beschermd en mogen niet zonder ontheffing verstoord, beschadigd of vernield worden. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten, worden geen verblijfplaatsen van vleermuizen en geen nestplaatsen van huismussen beïnvloed. 4.3 Geldigheid Veldbiologische gegevens, zoals verzameld in dit onderzoek, zijn drie jaar bruikbaar.
9