Bijlage 1.4.4 - Bijlage 4 bij ruimtelijke onderbouwing - Archeologisch onderzoek.pdf
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 87
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase
Acacialaan, Doetinchem gemeente Doetinchem (GD).
september 2017 Versie 1.2 (definitief)
In opdracht van:
Oude Egberink & partners B.V. Van Heeksbleeklaan 1a 7522 LB Enschede
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 87
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem (GD) Auteur: E.W. Brouwer
In opdracht van: Oude Egberink & partners B.V.
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie
Status rapport: Versie 1.2 (definitief)
Controle: J. Wijnen
Autorisatie: E.W. Brouwer
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie V.O.F Cobbingstraat 27 7631 DA Ootmarsum
E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 60294418 © Laagland Archeologie V.O.F, Ootmarsum, september 2017 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie V.O.F. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Samenvatting Laagland Archeologie heeft in juli 2017 een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase uitgevoerd aan de Acacialaan te Doetinchem. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure vanwege het voornemen op een deel van het terrein nieuwe woningen te bouwen De bestaande bebouwing wordt mogelijk gesloopt, eveneens ten gunste van nieuwbouw. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Op basis van het uitgevoerde bureauonderzoek worden resten uit de periode laatpaleolithicum – late middeleeuwen verwacht. Uit het booronderzoek blijkt echter dat de bodem tot in de C-horizont is verstoord. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt daarom geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren. De implementatie van dit advies is in handen van de bevoegde overheid, de gemeente Doetinchem. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA).
Samenvatting __________________________________________________ 5 1 Inleiding ____________________________________________________ 7 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Aanleiding onderzoek________________________________________________7 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________7 Administratieve gegevens ____________________________________________8 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________9 Gemeentelijk beleid archeologie ______________________________________10 Onderzoeksdoel ___________________________________________________11
2 Inventarisatie________________________________________________ 13 2.1 2.2 2.3
Inleiding _________________________________________________________13 Landschappelijke ontwikkeling________________________________________13 Archeologie ______________________________________________________16
2.3.1 2.3.2 2.4
Bekende archeologische waarden ___________________________________16 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________16
Historie _________________________________________________________17
3 Conclusie ___________________________________________________ 20 4 Verwachtingsmodel ___________________________________________ 22 5 Veldonderzoek _______________________________________________ 24 5.1 5.2 5.3 5.4
Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________24 Vraagstelling _____________________________________________________24 resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling ___________________26 Resultaten: archeologie _____________________________________________26
6 Conclusie en verwachting ______________________________________ 27 7 Selectieadvies _______________________________________________ 30 literatuur _____________________________________________________ 31 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus _________________________________________ 32 BIJLAGE 2 Archeologische perioden _______________________________ 34 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart ________________________________ 36 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland ________________________ 37 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart ____________ 38 BIJLAGE 6 Bodemkaart _________________________________________ 39 BIJLAGE 7 Boorpuntenkaart raaiprofiel _____________________________ 40 BIJLAGE 8 Boorstaten raaiprofiel__________________________________ 41 BIJLAGE 9 Waarnemingen en AMK-terreinen ________________________ 42 BIJLAGE 10 lijst met waarnemingen _______________________________ 43 BIJLAGE 11 Onderzoeksmeldingen ________________________________ 44 BIJLAGE 12 Boorpuntenkaart veldonderzoek_________________________ 45 BIJLAGE 13 Boorstaten veldonderzoek _____________________________ 46
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK
De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van een zorgcomplex aan de Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem (GD). De gemeente Doetinchem heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het bestemmingsplan dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. Het plangebied heeft een omvang van 4515 m2. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 110 cm –mv. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijk archeologiebeleid zijn aangegeven (zie paragraaf 1.5).
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED
Het plangebied betreft de Acacialaan in Doetinchem, gemeente Doetinchem (GD), zie onderstaande afbeelding. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.
7
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Afbeelding 1. Ligging van het plangebied (rood) en onderzoeksgebied (blauw gestreept).
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS OBJECTGEGEVENS PLANGEBIED Opdrachtgever
Oude Egberink & partners B.V.
Uitvoerder
Laagland Archeologie
Bevoegde overheid
gemeente Doetinchem
Plaats
Doetinchem
Gemeente
Doetinchem
Provincie
Gelderland
Kaartblad
40F
Archeoregio
3, Overijssels-Gelders zandgebied
Coördinaten hoekpunten
noord oost zuid west
Gezamenlijk oppervlak circa
4515 m
Onderzoeksaanmelding Archis3
4551985100
Opsteller onderzoek
E.W. Brouwer
Beheerder en plaats documentatie
Laagland archeologie VOF, vestiging Ommen.
218320/441053 218537/441024 218298/440960 218524/440979 2
(0,45 ha)
Tabel 1. Objectgegevens.
8
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK Het voormalige schoolgebouw is gebouwd in 1954. Per 1 augustus 2016 staat het gebouw grotendeels leeg. De bovenverdieping is tijdelijk bewoond (anti-kraak). Het resterende deel van het plangebied is onbebouwd (braakliggend).
Afbeelding 2. Achterzijde schoolgebouw (foto: gemeentepand.nl). Op het terrein is een woonzorgcomplex voorzien (zie onderstaande afbeelding).
9
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Afbeelding 3. Nieuwe situatie (schetsmatig)
1.5 GEMEENTELIJK BELEID ARCHEOLOGIE Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het terrein in een zone AWV1 categorie 5 (hoog+afgedekt). Daarnaast ligt binnen de attentiezone van een archeologische vindplaats (AWG2 categorie 3) Het gemeentelijk beleid schrijft in dit geval voor dat vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek verplicht is bij bodemingrepen dieper dan 30 cm –mv of dieper dan de bekende bodemverstoring en bij plangebieden groter dan 100 m2. De omvang van de geplande ingreep overschrijdt deze grenzen.
1
Archeologisch Waardevolle Verwachtingsgebieden.
2
Archeologische Waardevolle Gebieden.
10
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Afbeelding 4. Uitsnede gemeentelijke beleidskaart van Doetichem. De locatie van het plangebied is blauw omlijnd. Rood: AVV cat. 5 (hoge verwachting + afgedekt). Lichtrood: AWV cat. 6 (hoge verwachting). Gele cirkel met rode stip: AWG cat. 3 (bekende vindplaats met attentiezone van 50 m). Lichtgeel: AWV cat. 7 (middelmatige verwachting). Rode omlijning: archeologisch reeds onderzocht, geen vervolgonderzoek.
1.6 ONDERZOEKSDOEL Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een karterend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen. Voor realisering van de doelstelling wordt de volgende vraagstelling3 gehanteerd:
3
bron: Handboek archeologisch onderzoek binnen de regio Arnhem, 2014
11
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie, diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen in het omringende gebied? Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte en omvang van eventueel in het gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan? Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest? Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen zijn reeds binnen het onderzoeksgebied bekend? Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie en dergelijke) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? Welke culturele formatieprocessen hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige resten? Wat is de aard van mogelijk aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek? Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden?
12
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
2I
NVENTARISATIE
2.1 INLEIDING
In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.
2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING
Landschappelijk gezien ligt het plangebied in een brede strook van reliëfrijke rivierduinen. Deze flankeren de noordelijke oever van de Oude IJssel. Met name de hogere delen van deze rivierduinen zijn verstoven, waarschijnlijk vanaf de late middeleeuwen en als gevolg van te intensief gebruik. Wat resteert is een grillig landschap waarin uitgestoven laagten en stuifduinen en –vlakten elkaar afwisselen. Op de geomorfologische kaart (bijlage 3) is het plangebied ongekarteerd (bebouwde kom), maar buiten het bebouwde gebied zijn onder andere lage landduinen (4K19), maar ook dekzandruggen, al dan niet met oud bouwlanddek (3K14) aangegeven. Deze liggen op een terrasvlakte met overstromingsmateriaal (1M18a). Op basis van de geomorfologische kaart ligt het plangebied mogelijk op een dekzandrug. De gemeentelijke waarden- en verwachtingskaart is gebaseerd op onder andere een meer gedetailleerde geomorfologische kaart. Op deze kaart ligt het plangebied op een rivierduin met een plaggendek.
13
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Afbeelding 5. Uitsnede uit de gemeentelijke kaart Waarden en verwachtingen Oost. Bron: gemeente Doetinchem. Legenda: rood: rivierduin met plaggendek (hoge verwachting). Geel: stuifzanden (hoge verwachting). Lichtrood: rivierduinen met dun plaggendek (hoge verwachting). Donkerbruin: dekzandruggen en –koppen met plaggendek (hoge verwachting). Bruin: dekzandkoppen en – ruggen. Lichtbruin: dekzandwelvingen (hoge verwachting). Donkergroen: hooggelegen terrasresten (hoge verwachting). Groen: middelhoog gelegen terrasresten (middelmatige verwachting). Lichtgroen: laaggelegen terrasresten (lage verwachting).Stippen: bekende vindplaatsen. Zwarte arceringen: afgegraven. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland, zie bijlage 4) ligt het plangebied wat hoger dan het omliggende gebied. Langs de noordelijke punt van het plangebied loopt een langgerekte, relatief smalle en tamelijk grillige verhoging, waarvan kan worden aangenomen dat het om een verstoven zandrug gaat. Gezien de noordwest – zuidoost oriëntatie parallel aan de Oude IJssel betreft het vermoedelijk een rivierduin. Het plangebied lijkt, net als het westelijk aangrenzende gebied, te zijn opgehoogd en geëgaliseerd. In de noordelijke hoek van het plangebied heeft wellicht ontgraving plaatsgevonden.
De dekzandruggen zijn (evenals de rivierduinen) ontstaan tegen het einde van de laatste ijstijd (Weichselien, 116.000 – 11500 voor heden) en worden gerekend tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel. De afzettingen van de rivierduinen worden gerekend tot het Laagpakket van Delwijnen van de Formatie van Boxtel. In dekzand kan bodemvorming optreden. Het stuifzandgebied is in het Holoceen ontstaan en wordt gerekend tot het Laagpakket van Kootwijk van de Formatie van Boxtel. Dit gebied is door verstuiving van dekzand ontstaan. In stuifzandgebieden treedt zowel uitstuiving als opstuiving plaats. Bij uitstuiving wordt zand door de wind getransporteerd (er vindt winderosie plaats); bij opstuiving wordt een landschap met een pakket stuifzand bedekt. Een stuifzandpakket kan worden gezien als een Holocene deklaag. In stuifzandgebieden is doorgaans geen of nauwelijks sprake van bodemvorming.
14
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Op de bodemkaart is het plangebied eveneens niet gekarteerd. Ten noordoosten bevindt zich een zone met vorstvaaggronden van leemarm en zwak lemig fijn zand (Zb21). Vermoedelijk ligt ook het plangebied binnen deze zone. Vorstvaaggronden komen vaak voor op opgestoven rivierduinen; als gevolg van de droge omstandigheden, een schrale vegetatie en waarschijnlijk ook veel verstuiving vindt bodemvorming hier amper plaats. Ten zuidwesten van het plangebied komen hoge bruine enkeergronden voor (bEZ21). Deze zone correspondeert op de geomorfologische kaart met de dekzandruggen. In de directe omgeving van het plangebied is eerder archeologisch booronderzoek uitgevoerd. Voor zover gepubliceerd is een selectie van de betreffende boorgegevens verwerkt tot onderstaand raaiprofiel.
Afbeelding 6. Raaiprofiel op basis van boringen van naburig booronderzoek. Naar: Boshoven, 2012. De betreffende boorstaten zijn opgenomen in bijlage 8; bijlage 7 toont de locaties van de betreffende boringen. De natuurlijke ondergrond is hierin omschreven als zwak siltig, matig grof zand. Dit betreft rivierduinzand. In ongeveer de helft van de uitgevoerde boringen bleek een restant van een inspoelingshorizont aanwezig. Het ontbreken van een podzolprofiel wordt geweten aan verstuiving en grondbewerkingen.4
4
Boshoven, 2012, p.8.
15
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Onder het rivierduinzand, op een diepte variërend van 70 – 170 cm –mv is zandige leem aangetroffen. Dit betreft de top van het pleistocene rivierterras van de Rijn waarop in het Laat-Glaciaal rivierduinen zijn gevormd. In de A-horizont is soms een (mogelijk) plaggendek geconstateerd (boring 9, tussen 20 – 40 cm –mv). Voor dit onderzoek is DINO-loket geraadpleegd. In de nabijheid van het plangebied is één boring geregistreerd (B40F0934). De boorbeschrijving bevat onvoldoende detail en wordt daarom niet meegenomen in dit onderzoek.
2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 9 toont de locaties van de bekende archeologische waarden binnen het onderzoeksgebied. Bijlage 10 toont de beschrijvingen van deze waarnemingen. In het plangebied zijn geen bekende waarden geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen AMK-terreinen geregistreerd. Binnen het onderzoeksgebied komen waarnemingen voor uit vrijwel alle perioden. Opvallend is, dat op dezelfde locatie vaak resten uit verschillende perioden gevonden zijn, zoals bijvoorbeeld bij waarneming 413555. Hier zijn resten uit de periode mesolithicum-neolithicum, ijzertijd – late middeleeuwen, vroege – late middeleeuwen en late middeleeuwen – nieuwe tijd aangetroffen (zie bijlage 10). Meestal gaat het daarbij om resten die aan een nederzetting op die locatie kunnen worden toegeschreven. In de directe omgeving van het plangebied is een waarneming van slecht dateerbaar handgevormd aardewerk (neolithicum – late middeleeuwen) en een vuursteenafslag (laat-paleolithicum – bronstijd) geregistreerd (waarneming 49147).
2.3.2 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder diverse archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 9. In onderstaande tabel worden de onderzoeken nabij het plangebied en nabij de zone met de rivierduinen toegelicht.
16
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
ONDERZOEKS-
TYPE ONDERZOEK/
RESULTATEN/CONCLUSIES
NUMMER
UITVOERDER, JAAR
330
proefsleuf/ROB, 1996
Het onderzoeksterrein ligt op een rivierduin. In de middeleeuwen is een plaggendek opgebracht van 50-60 cm. Aanleiding tot het onderzoek was de mogelijke aanwezigheid van een overstoven ijzertijd vindplaats. Er zijn enkele ijzertijd-grondsporen gevonden, maar verder geen structurele aanwijzingen voor bewoning van het rivierduin. In de bouwvoor is wel veel vondstmateriaal aangetroffen (neolithicum – ijzertijd en late middeleeuwen, een aanwijzing dat in de omgeving wel sprake was van bewoning
2969
onbekend/RAAP, 1999
geen vervolgonderzoek of behoud aanbevolen. Geen nadere gegevens geregistreerd in Archis of Edna
25366
booronderzoek/RAAP, 2007
bij dit onderzoek is een scherf van een kogelpot aangetroffen, alsmede kogelpotsteengruis. Het complextype is niet nader te bepalen. Het betreft materiaal uit de late middeleeuwen. Dit onderzoek is niet in Archis of in Edna gepubliceerd.
51924
bureau- en karterend booronderzoek/RAAP, 2012
Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor resten uit de periode prehistorie – late middeleeuwen. Uit het booronderzoek bleek dat het terrein in een groot deel van het plangebied is verstoord tot onder het archeologisch relevante niveau. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een intacte vindplaats aangetroffen.
4012612100
bureauonderzoek/ Synthegra, 2016
Het plangebied ligt op eolische sedimenten (dekzand/rivierduinzand en stuifzand). In de oudere eolische sedimenten kan podzolering hebben plaatsgevonden. In het jongere stuifzand wordt geen volledig podzolprofiel verwacht (vorstvaaggronden). Door verstuiving kan de top van de oudere eolische afzettingen verdwenen zijn of juist zijn afgedekt door een laag stuifzand. Er kunnen resten vanaf het laat-paleolithicum tot en met de nieuwe tijd worden verwacht, afhankelijk van of er uitstuiving of juist opstuiving heeft plaatsgevonden. Advies: verkennend booronderzoek.
Afbeelding 7. Relevante onderzoeksmeldingen in het onderzoeksgebied.
2.4 HISTORIE Op de eerste kadastrale kaart (circa 1832)5 is het plangebied en haar omgeving nog onbebouwd. Volgens de OAT (Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels) is het terrein in gebruik als bouwland. De percelen ten noordoosten en –westen (respectievelijk nr. 470 en 292 zijn begroeid met bomen, vermoedelijk om de zandverstuivingen tegen te gaan.
5
bron: Archis3.
17
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Afbeelding 8. Uitsnede uit de eerste kadastrale kaart, circa 1832. De locatie van het plangebied is rood omcirkeld. Bron: hisgis.nl. Ook de Bonnebladen (circa 1900, zie afbeelding 9) is het plangebied onbebouwd en in gebruik als akker.
Afbeelding 9. Uitsnede uit de Bonnebladen, circa 1900. Het plangebied is blauw omlijnd. Bron: RCE.
18
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Op deze kaart is te zien dat het plangebied wat hoger lag dan haar omgeving. In de jaren ’30 van de laatste eeuw (zie hieronder) is het terrein nog steeds in gebruik als bouwland. Ten oosten is het beboste perceel uitgebreid, maar noordelijk zijn bomen gerooid en is het terrein in gebruik genomen als bouwland.
Afbeelding 10. Topografische kaart uit circa 1930. Bron: topotijdreis.nl Ten opzichte van de voorlaatste kaart valt op dat het patroon van hoogtelijnen is gewijzigd. Waar op de kaart uit omstreeks 1900 het plangebied nog op een verhoging lag, lijkt op bovenstaande kaart het terrein op een wat lager terrein te liggen. Het hoogste punt bevindt zich ten zuidoosten van het plangebied. Door het plangebied zelf loopt een hoogtelijn in west-oost richting. Vanaf de tweede helft van de vorige eeuw ontstond bebouwing in en om het plangebied, als uitbreiding van Doetinchem. Het schoolgebouw dateert uit 1954.6. Sinds 2016 staat het leeg.
6
bron: gemeentepand.nl
19
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
3C
ONCLUSIE
De conclusie wordt gegeven aan de hand van de beantwoording van de onderzoeksvragen uit paragraaf 1.6. Wat is de aard (ontstaanswijze en classificatie, diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten en natuurlijke afzettingen in het omringende gebied? Het plangebied ligt op een rivierduin met een dik plaggendek. Het rivierduin is in het laat-pleistoceen gevormd als eolische afzetting. Op basis van naburig onderzoek wordt in het rivierduin een podzolbodem verwacht. De onderzoeksresultaten van archeologisch onderzoek in aangrenzende en naburige delen van het rivierduin wijzen op een overwegend verstoord profiel tot voorbij het archeologisch relevante niveau, en slechts in enkele boringen is een BC-horizont gezien. In het meest noordelijke deel heeft op basis van het AHN vermoedelijk ontgraving (egalisatie) plaatsgevonden. In het resterende deel is waarschijnlijk sprake van egalisatiewerkzaamheden, vermoedelijk ten tijde van het bouwrijp maken van het terrein in de jaren 50-60 van de vorige eeuw. Wat is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte en omvang van eventueel in het gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan? Op het rivierduin is vermoedelijk een dik plaggendek aangebracht (50 cm of meer).
Het plaggendek is vanaf de late middeleeuwen ontstaan als gevolg van jarenlange bemesting met (minerale) plaggen. In de naburige onderzochte delen van het rivierduin is het plaggendek niet aangetroffen of niet met zekerheid vastgesteld.7 Het plangebied was daar overwegend tot in de C-horizont verstoord. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest? Het plangebied is in historische tijden tot ongeveer 1950 in gebruik geweest als bouwland. De omliggende terreinen zijn eveneens als bouwland gebruikt. Op een aantal percelen bevond zich bos. Vermoedelijk zijn hier bomen aangeplant om de verstuiving tegen te gaan. Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen zijn reeds binnen het onderzoeksgebied bekend? In het plan zijn geen bekende archeologische waarden geregistreerd. In de directe omgeving van het plangebied is een waarneming van slecht dateerbaar handgevormd aardewerk (neolithicum – late middeleeuwen) en een vuursteenafslag (laatpaleolithicum – bronstijd) geregistreerd (waarneming 49147). Binnen het
7
voor zover de onderzoeksresultaten gepubliceerd zijn.
20
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
onderzoeksgebied komen waarnemingen voor uit vrijwel alle archeologische perioden, waaronder diverse nederzettingscomplextypen. Welke natuurlijke formatieprocessen (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie en dergelijke) hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? In het onderzoeksgebied heeft zandverstuiving een belangrijke rol gespeeld. Op basis van de beschikbare bronnen heeft het rivierduin minder van verstuiving te lijden gehad. Welke culturele formatieprocessen hebben een rol gespeeld in het onderzoeksgebied? In het onderzochte gebied is een plaggendek aangebracht dat voor het onderliggende niveau mogelijk een beschermende factor is geweest tegen latere ingrepen. Welke formatieprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming van eventuele vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige resten? De belangrijkste factor voor het onderzochte gebied vormen de vermoedelijke bodemingrepen die in de jaren ’50-’60 van de vorige eeuw hebben plaatsgevonden. Op het AHN is te zien dat waarschijnlijk sprake is van ontgraving en egalisatie. Uit de onderzoeksresultaten van naburig onderzoek is sprake van een recent verstoord bodemprofiel.
21
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
4V
ERWACHTINGSMODEL
In dit hoofdstuk wordt een gespecifieerde verwachting voor het gebied gegeven op basis van de laatste drie onderzoeksvragen in par. 1.5. Wat is de aard van mogelijk aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? Voor het plangebied geldt een hoge verwachting voor resten vanaf het laatpaleolithicum tot en met de late middeleeuwen. Eventuele resten bevinden zich direct onder het plaggendek, in de top van de natuurlijke ondergrond. Resten uit de late middeleeuwen kunnen ook in het veronderstelde plaggendek worden verwacht. Met name in de onderzijde van het plaggendek worden mobiele resten (vuursteen, aardewerk, natuursteen, houtskool, verbrande leem) verwacht. Voor wat betreft de periode laat-paleolithicum – vroeg-neolithicum gaat het vooral om vuursteenresten en houtskool. Grondsporen bestaan uit deze periode bestaan meestal uit ondiepe kuilen, vaak met houtskoolsnippers. Uit latere perioden zijn meer grondsporen te verwachten. Deze bevinden zich in de top van het rivierduin en kunnen zich tot grote diepte uitstrekken. Deze grondsporen bestaan uit paalkuilen, afvalkuilen, greppels, waterputten en dergelijke. Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant).
Nederzettingen uit de periode bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).8 In de top van de pleistocene ondergrond kan een bewoningshorizont worden verwacht. Op basis van naburig onderzoek moet er rekening mee gehouden worden dat het terrein voor een belangrijk deel verstoord is. Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek? Bewoningshorizonten zijn meestal goed te herkennen tijdens booronderzoek. Deze bestaat meestal uit een dunne, ‘vuile’ en lichthumeuze laag waarin zich vaak houtskoolsnippers, kleine aardewerkfragmentjes en dergelijke bevinden. Aardewerk, natuursteen en bewerkt vuursteen en dergelijke zijn ook goed herkenbaar indien gezeefd wordt. Afhankelijk van de gebruikte boor en de intensiteit van het boorgrid kunnen deze resten opgespoord worden.
8
bron: Tol e.a., 2006. 22
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Met de inzet van welke zoekmethoden kunnen vondst- en/of spoorcomplexen systematisch opgespoord worden? Voor het opsporen van kleine vindplaatsen met een brede verwachting wordt methode E1 (boorgrid van 20x25 m, 20 boringen per ha met een 15 cm Edelmanboor) toegepast.9
9
ibid. De methode levert minimaal 75% opsporingskans voor nederzettingen met een archeologische laag met een omvang vanaf 375 m2 of nederzettingen met een matig-hoge vondstdichtheid (aardewerk en vuursteen) en een omvang vanaf 500 m2.
23
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
5V
ELDONDERZOEK
5.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK
Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van 10 karterende boringen. Met een oppervlak van 0,45 ha komt dit neer op een boorgrid van 22 boringen per ha. De boringen zijn verspreid over de onbebouwde delen van het plangebied gezet. De boringen zijn ingemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 2 m en uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. Relevante lagen van de boorkernen zijn gezeefd over een maaswijdte van 4 mm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB. De NAP-maaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn uitgewerkt in het programma Boorstaten!10 en opgenomen in bijlage 13. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 12.
5.2 VRAAGSTELLING
De volgende onderzoeksvragen zijn richtinggevend voor het uit te voeren karterend booronderzoek:
10
https://www.boorstaten.nl/
24
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
deel verkennend
wat is de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), diepteligging en ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied?
wat is de aard (kleur, textuur, samenstelling), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke en eventuele antropogene bodemhorizonten ter plaatse van het plangebied?
wat is de aard, dikte en omvang van eventueel ter plaatse van het onderzoeksgebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)?
tot welke diepte is sprake van een ‘recente’ bodemverstoring?
Indien er afdekkende lagen voorkomen: wat is de aard (ontstaanswijze, kleur, textuur en samenstelling), gaafheid en dikte van het onderliggende afgedekte bodemprofiel (natuurlijke en antropogene bodemhorizonten zoals oude akkerlagen) en/of afzettingen? Wat is de diepte tot waarop artefacten van recente ouderdom (‘modern’ afvalmateriaal) in het bodemprofiel voorkomen? Tot welke diepte in het bodemprofiel is sprake van een recente bodemverstoring en wat is de ouderdom van deze verstoring. deel karterend
zijn de verwachte vondst- en/of spoorcomplexen (archeologische indicatoren) binnen het plangebied aanwezig?
uitgaande van waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk, in hoeverre komen de uitkomsten overeen met de resultaten van het bureauonderzoek?
uitgaande van waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk, hoe adequaat is de gekozen onderzoeksstrategie?
Indien archeologische resten (indicatoren) aanwezig zijn:
wat is de (mogelijke) omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit van de archeologische vondst- en/of spoorcomplexen?
wat is de diepteligging van de top van het niveau met archeologische vondst- en/of spoorcomplexen (‘vondstlaag’) ten opzichte van het maaiveld en NAP?
wat is de dikte van deze vondstlaag/vondstlagen?
welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben?
25
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
5.3 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING
Het typerende bodemprofiel bestaat uit een verstoorde laag, die op een diepte van ongeveer 70 cm –mv scherp overgaat in een intacte C-horizont. Het verstoorde pakket bestaat uit matig fijn-matig grof zwak siltig zand. Dit zand is bruingrijs van kleur, zwak humeus, grindig (met kiezels) en bevat houtskool, fragmentjes (industrieel vervaardigd) baksteen, koolgruis, puinresten of ander modern materiaal. Het verstoorde pakket varieert in dikte van minimaal 50 tot maximaal 110 cm. In boring 10 is op een diepte van 80-90 cm –mv glas en plastic aangetroffen. De C-horizont bestaat uit matig fijn – matig grof zwak siltig zand. Deze laag is geel of lichtgeel van kleur en is geïnterpreteerd als rivierduin. In boring 1 is tot een diepte van 220 cm –mv geboord. Naar onder toe werd het zand steeds roestiger (en oranjegeel van kleur) maar rivierterrasafzettingen zijn niet aangeboord. Er zijn geen aanwijzingen voor bodemvorming gezien.
5.4 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE
In boring 9 is in de top (op de grens met de bovenliggende verstoorde laag) houtskool aangetroffen. Gezien de stratigrafische positie wordt aangenomen dat het houtskool uit het verstoorde pakket afkomstig is. In boring 6 is op een tussen 90 en 110 cm –mv een fragmentje grofgemagerd, roodbakkend en waarschijnlijk handgevormd aardewerk gezien (prehistorie – late middeleeuwen). Deze vondst is aangetroffen in de onderzijde van het verstoorde pakket. Op dezelfde diepte en in dezelfde laag is tevens vensterglas aangetroffen. Er zijn geen relevante archeologische indicatoren gezien. Tevens is geen plaggendek waargenomen, of een oude akkerlaag. Tevens zijn geen sporen van een bewoningshorizont gezien.
26
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
6C
ONCLUSIE EN VERWACHTING
De vraagstelling zoals weergegeven in paragraaf 5.2 kan nu als volgt beantwoord worden.
deel verkennend
wat is de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), diepteligging en ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied?
De natuurlijke afzettingen bestaan uit matig fijn – matig grof geel zand. Deze ligt op een diepte van gemiddeld ongeveer 70 cm –mv. Deze laag is geïnterpreteerd als rivierduinzand, dat in het laat-pleistoceen is gevormd onder eolische omstandigheden.
wat is de aard (kleur, textuur, samenstelling), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke en eventuele antropogene bodemhorizonten ter plaatse van het plangebied?
De natuurlijke horizont bestaat uit een C-horizont (zie hierboven). Er zijn geen sporen van bodemvorming gezien. Evenmin zijn er antropogene horizonten gezien, anders dan een verstoorde laag.
wat is de aard, dikte en omvang van eventueel ter plaatse van het onderzoeksgebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)?
Er zijn geen afdekkende lagen gezien, anders dan een recente verstoorde laag.
tot welke diepte is sprake van een ‘recente’ bodemverstoring?
Gemiddeld is het bodemprofiel tot een diepte van ongeveer 70 cm verstoord. De maximale geconstateerde bodemverstoringsdiepte is 110 cm –mv. Indien er afdekkende lagen voorkomen: wat is de aard (ontstaanswijze, kleur, textuur en samenstelling), gaafheid en dikte van het onderliggende afgedekte bodemprofiel (natuurlijke en antropogene bodemhorizonten zoals oude akkerlagen) en/of afzettingen? niet van toepassing.
27
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Wat is de diepte tot waarop artefacten van recente ouderdom (‘modern’ afvalmateriaal) in het bodemprofiel voorkomen? Modern afvalmateriaal is aangetroffen op een diepte van maximaal 110 cm (vensterglas, boring 6). Tot welke diepte in het bodemprofiel is sprake van een recente bodemverstoring en wat is de ouderdom van deze verstoring. Zie hierboven. In andere boringen is onder meer industrieel aardewerk en plastic aangetroffen. Vermoedelijk kan de recente verstoring daarmee in de jaren ’50 of ’60 van de vorige eeuw gedateerd worden. deel karterend
zijn de verwachte vondst- en/of spoorcomplexen (archeologische indicatoren) binnen het plangebied aanwezig?
Nee. Er zijn geen indicatoren of archeologische lagen aangetroffen. Reden hiervoor is dat het bodemprofiel in alle boringen tot in de C-horizont verstoord bleek.
uitgaande van waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk, in hoeverre komen de uitkomsten overeen met de resultaten van het bureauonderzoek?
In het bureauonderzoek is aangegeven dat er een reële kans bestond dat het bodemprofiel grotendeels verstoord is. Het veldwerk bevestigt dit vermoeden.
uitgaande van waarnemingen gedaan tijdens het veldwerk, hoe adequaat is de gekozen onderzoeksstrategie?
Achteraf gezien was een inventariserend veldonderzoek – verkennende fase (minimaal zes boringen met een edelmanboor met een diameter van 7 cm) voldoende geweest om vast te stellen dat terrein tot in de C-horizont was verstoord. Indien archeologische resten (indicatoren) aanwezig zijn:
wat is de (mogelijke) omvang, aard, datering en fysieke kwaliteit van de archeologische vondst- en/of spoorcomplexen?
Niet van toepassing.
wat is de diepteligging van de top van het niveau met archeologische vondst- en/of spoorcomplexen (‘vondstlaag’) ten opzichte van het maaiveld en NAP?
Niet van toepassing.
wat is de dikte van deze vondstlaag/vondstlagen?
Niet van toepassing.
welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben?
Niet van toepassing.
28
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
29
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
7S
ELECTIEADVIES
Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat, aangezien het terrein in alle boringen tot in de C-horizont is verstoord. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Doetinchem, hierin vertegenwoordigd door de Omgevingsdienst Achterhoek (ODA). Het hier beschreven onderzoek is zorgvuldig uitgevoerd. Desondanks bestaat altijd de kans dat bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen. Dit is inherent aan archeologisch booronderzoek. Mochten tijdens de uitvoer archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan vermoed kan worden dat het om archeologische resten gaat, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht (gemeente Doetinchem of archeologie@odachterhoek.nl).
30
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
literatuur
Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Boshoven, E.H., 2012. Plangebied Acacialaan-Vijverbergschool, gemeente Doetinchem; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek. Weesp. Hogenstijn, C.M., 2012. Een perfecte lantcaerte van Overijssel. De kaarten van Overijssel door Nicolaas ten Have in het licht van hun tijd. Zwolle. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2006. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Vos, P. & S. de Vries 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0). Deltares, Utrecht. Op 15 mei 2015 gedownload van www.archeologieinnederland.nl. Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.gemeentepand.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl
31
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 3 GEOMORFOLOGISCHE KAART
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 5 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 6 BODEMKAART
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 7 BOORPUNTENKAART RAAIPROFIEL
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 8 BOORSTATEN RAAIPROFIEL
boringen nabij plangebied
Boring 3
RD-coördinaten: 218502/440886 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
14 Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, gevlekt/verstoord
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgeel/wit, C-horizont 80
1
13 120
Boring 6
RD-coördinaten: 218487/440904 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
14 Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, gevlekt/verstoord
60 80
1
13
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, grijs/bruin, C-horizont Leem, sterk zandig, lichtgrijs, zwak roesthoudend, C-horizont
100
selectie uit: RAAP-notitie 4225 Plangebied Acacialaan-Vijverbergschool
boringen nabij plangebied
Boring 9
RD-coördinaten: 218473/440923 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
13,49 20 40 50 60 70
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, bruin, A-horizont, bouwvoor
Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, bruin, plaggendek Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, bruin/grijs, gevlekt/verstoord
1
12,49
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, bruin/grijs, begraven A-horizont 140 160
Zand, matig grof, zwak siltig, bruin/grijs, E-horizont Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgeel/wit, C-horizont
Leem, sterk zandig, grijs, C-horizont
Boring 13
RD-coördinaten: 218456/440935 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
13,56 Zand, matig grof, zwak siltig, matig humeus, grijs/bruin, A-horizont 30
1
50
Zand, matig grof, zwak siltig, geel, BC-horizont
80
Zand, matig grof, zwak siltig, geel, C-horizont
12,56
selectie uit: RAAP-notitie 4225 Plangebied Acacialaan-Vijverbergschool
boringen nabij plangebied
Boring 16
RD-coördinaten: 218429/440933 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
13,44 Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, gevlekt/verstoord, zandbak 30 50
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, lichtgeel/bruin, A-horizont, bouwvoor
70
Zand, matig grof, zwak siltig, geel, BC-horizont 1
12,44
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont 130
170 180
2
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgeel/wit, C-horizont
Leem, sterk zandig, lichtgeel/grijs, C-horizont
11,44
Boring 18
RD-coördinaten: 218410/440930 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
14 Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, gevlekt/verstoord, groenstrook 30 50 70
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, lichtbruin, A-horizont, bouwvoor, met fragmentje recent baksteen Zand, matig grof, zwak siltig, geel, BC-horizont
1
13
110
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont
160
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgeel/wit, C-horizont
180
2
12
Leem, sterk zandig, lichtgeel/grijs, C-horizont
selectie uit: RAAP-notitie 4225 Plangebied Acacialaan-Vijverbergschool
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 9 WAARNEMINGEN EN AMK- TERREINEN
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 10 LIJST MET WAARNEMINGEN
nummer complextype
materiaal
vondst
18661 18661 -
keramiek keramiek
aardewerk, handgevormd aardewerk, handgevormd
49174 49174 -
VAN
TOT EN MET
Vroege Middeleeuwen B Vroege Middeleeuwen B
Vroege Middeleeuwen C Vroege Middeleeuwen C
keramiek aardewerk, handgevormd vuursteen afslag
Neolithicum Laat-Paleolithicum
Late Middeleeuwen Vroege Bronstijd
413345 ---
keramiek
onbekend
IJzertijd
Vroege Middeleeuwen
413347 ---
keramiek
onbekend
IJzertijd
Vroege Middeleeuwen
413349 --413349 ---
keramiek keramiek
onbekend onbekend
Late Middeleeuwen IJzertijd
Late Middeleeuwen Vroege Middeleeuwen
413355 413355 Nederzetting, onbepaald 413355 Nederzetting, onbepaald 413355 Nederzetting, onbepaald 413355 Nederzetting, onbepaald 413355 Nederzetting, onbepaald 413355 Nederzetting, onbepaald 413355 Nederzetting, onbepaald 413355 Nederzetting, onbepaald 413355 Nederzetting, onbepaald
keramiek keramiek keramiek keramiek hout vuursteen metaal keramiek hout keramiek
huttenleem/verbrande leem aardewerk, handgevormd pingsdrf aardewerk, handgevormd houtskool afslag slak kogelpot houtskool steengoed
IJzertijd IJzertijd Vroege Middeleeuwen D IJzertijd Mesolithicum Mesolithicum Vroege Bronstijd Vroege Middeleeuwen C Paleolithicum Late Middeleeuwen B
Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen Late Middeleeuwen A Late Middeleeuwen late vroege Tijd Neolithicum late vroege Tijd Late Middeleeuwen B late vroege Tijd vroege Nieuwe Tijd
415619 -
keramiek
kogelpot
Late Middeleeuwen A
Late Middeleeuwen A
415621 Nederzetting, onbepaald
keramiek
fundering
Late Middeleeuwen
Nieuwe Tijd
431993 Nederzetting, onbepaald 431993 Nederzetting, onbepaald 431993 Nederzetting, onbepaald 431993 Nederzetting, onbepaald 431993 Nederzetting, onbepaald 431993 Nederzetting, onbepaald 431993 Nederzetting, onbepaald 431993 Nederzetting, onbepaald
keramiek keramiek vuursteen hout tefriet vuursteen vuursteen vuursteen
grijsbakkend aardewerk, handgevormd afslag afval brok kling spits splinpie
Late Middeleeuwen B Neolithicum Paleolithicum Paleolithicum Late Bronstijd Paleolithicum Midden-Paleolithicum Laat-Paleolithicum
Late Middeleeuwen B Late Middeleeuwen IJzertijd late vroege Tijd Late Middeleeuwen B IJzertijd Midden Bronstijd Bronstijd
431995 Nederzetting, onbepaald
keramiek
aardewerk, handgevormd
IJzertijd
Late Middeleeuwen
434922 434922 434922 434922 434922 434922 434922 434922 Akker/tuin
-----------------
grondsporen grondsporen grondsporen grondsporen grondsporen grondsporen grondsporen greppel
IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd Late Middeleeuwen
IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd Nieuwe Tijd
nummercomplextype 434922 434922 Nederzetting, onbepaald 434922 434922 434922 434922 434922 434922 434922 434922 434922 434922 Akker/tuin 434922 434922 434922 434922 -
materiaal keramiek keramiek keramiek vuursteen keramiek keramiek keramiek vuursteen keramiek vuursteen keramiek --keramiek keramiek keramiek vuursteen
vondst aardewerk, handgevormd weefgewicht huttenleem/verbrande leem onbekend aardewerk, handgevormd aardewerk, handgevormd aardewerk, handgevormd onbekend aardewerk, handgevormd onbekend aardewerk, handgevormd ophoging Badorf aardewerk aardewerk, handgevormd aardewerk, gedraaid kern
VAN IJzertijd IJzertijd IJzertijd Neolithicum IJzertijd IJzertijd IJzertijd Neolithicum IJzertijd Neolithicum IJzertijd Late Middeleeuwen Vroege Middeleeuwen C IJzertijd Late Middeleeuwen A Paleolithicum
TOT EN MET IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd IJzertijd Nieuwe Tijd Vroege Middeleeuwen D IJzertijd Late Middeleeuwen B IJzertijd
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 11 ONDERZOEKSMELDINGEN
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 12 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - karterende fase Acacialaan te Doetinchem, gemeente Doetinchem, (GD)
BIJLAGE 13 BOORSTATEN VELDONDERZOEK
Boring 1
RD-coördinaten: 218321/441043 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
15,48 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, ondergrens diffuus, bouwvoor 40 50
Zand, matig fijn, zwak siltig, geel/bruin, ondergrens diffuus, gevlekt/verstoord Zand, matig fijn, zwak siltig, geel, ondergrens diffuus, C-horizont
1
14,48
110
Zand, matig grof, zwak siltig, geel, C-horizont 160 180
2
Zand, matig grof, zwak siltig, geel, zwak roesthoudend, C-horizont Zand, matig grof, zwak siltig, oranje/geel, sterk roesthoudend, C-horizont
13,48 220
Boring 2
RD-coördinaten: 218296/441018 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
15,3 30
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindig, zwak humeus, bruin/grijs, onscherpe ondergrens, zwak puinhoudend, stenen, gevlekt/verstoord
55 80
1
14,3
Zand, matig grof, zwak siltig, sterk grindig, grijs/bruin, scherpe ondergrens, zwak koolgruishoudend, zwak baksteenhoudend, stenen, roestige moderne spijker op 50 cm. gevlekt/verstoord Zand, matig grof, zwak siltig, geel, C-horizont
Boring 3
RD-coördinaten: 218270/440990 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
5
14,99
20
60
90
1
tegel
Zand, matig fijn, zwak siltig, geel, scherpe ondergrens, opgebracht, cunetzand Zand, matig siltig, zwak grindig, donkergrijs/bruin, zwak baksteenhoudend, gevlekt/verstoord
13,99 120
Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtbruin/geel, scherpe ondergrens, C-horizont, bioturbatie Zand, matig fijn, zwak siltig, geel, C-horizont
Boring 4
RD-coördinaten: 218319/441022 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
15,38 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, lichtbruin/grijs, onscherpe ondergrens, zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, weinig houtskool, gevlekt/verstoord, brokje marmer, glas 70
1
14,38
100
Zand, matig fijn, zwak siltig, geel, C-horizont
Boring 5
RD-coördinaten: 218279/440976 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
14,85
5 15 25
tegel
70
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgeel/wit, scherpe ondergrens, opgebracht, cunetzand Zand, matig fijn, zwak siltig, geel/bruin/grijs, scherpe ondergrens, gevlekt/verstoord
95
1
13,85
Zand, zeer fijn, matig siltig, zwak grindig, donkergrijs, scherpe ondergrens, zwak koolgruishoudend, zwak baksteenhoudend, gevlekt/verstoord
Zand, matig grof, zwak siltig, geel, C-horizont
Boring 6
RD-coördinaten: 218337/441030 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
15,66 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, bruin/grijs, onscherpe ondergrens, zwak baksteenhoudend, gevlekt/verstoord
80 90
1
14,66
Zand, matig fijn, zwak siltig, bruin/geel, C-horizont, gevlekt/verstoord
110
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruin/grijs/geel, zwak glashoudend, weinig aardewerk, grof gemagerd: ijzertijd?, gevlekt/verstoord
140
Zand, matig fijn, zwak siltig, geel, C-horizont
Boring 7
RD-coördinaten: 218315/441003 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
15,21 20 30
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, lichtgrijs/bruin, scherpe ondergrens, zwak puinhoudend, bouwvoor
50
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, bruin, gevlekt/verstoord,?, plaggendek?? 1
100
14,21
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, bruin/geel, zwak baksteenhoudend, gevlekt/verstoord
120
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtbruin/geel, scherpe ondergrens, weinig houtskool in top, C-horizont. bioturbatie
Zand, matig grof, zwak siltig, lichtgrijs, C-horizont
Boring 8
RD-coördinaten: 218299/440974 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
15,01 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, lichtbruin, ondergrens diffuus, matig doorworteld, zwak baksteenhoudend, gevlekt/verstoord
80
1
14,01
110
Zand, matig fijn, zwak siltig, geel, C-horizont
Boring 9
RD-coördinaten: 218338/441009 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
15,22 Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruin/grijs, scherpe ondergrens, zwak koolgruishoudend, zwak baksteenhoudend, weinig houtskool, gevlekt/verstoord
Zand, matig fijn, zwak siltig, geel, weinig houtskool in top, C-horizont 85
1
14,22
110
Boring 10
RD-coördinaten: 218318/440989 - Edelmanboor Ø 15 cm
-mv (m) NAP(m) 0
15,19
5 20
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin, graszode
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruin, zwak glashoudend, gevlekt/verstoord 80 90
1
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, grijs/bruin, onscherpe ondergrens, zwak doorworteld, matig glashoudend, gevlekt/verstoord
14,19 120
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, bruin/geel, onscherpe ondergrens, zwak glashoudend, gevlekt/verstoord, plastic Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak grindig, geel, C-horizont