CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.4.1 - Toelichting bijlage 1 ruimtelijke onderbouwing.pdf

beeldvormende raad 11 oktober 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 3: Bestemmingsplan Over de Beek 12 - 12a - 202320.589 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1 Ruimtelijke onderbouwing

61

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Over de Beek 12, Gaanderen

De beëindiging van een rundveehouderij en de bouw van twee vrijstaande woningen, na sloop van alle voormalige agrarische opstallen

Versie: Definitief 27 maart 2023

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Planologische situatie 1.3 Conclusie 1.4 Leeswijzer

4 4 4 5 5

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

6 6 7

Hoofdstuk 3

9

Conclusie

Hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse 4.1 Landschap 4.2 Erf 4.3 Bebouwing

10 10 13 18

Hoofdstuk 5 Beleidskader 5.1 Inleiding 5.2 Rijksbeleid 5.3 Provinciaal beleid 5.4 Regionaal beleid 5.5 Gemeentelijk beleid

20 20 20 22 24 28

Hoofdstuk 6 Haalbaarheid 6.1 Algemeen 6.2 Milieueffectrapportage - (vormvrije) m.e.r.-(beoordelings)plicht 6.3 Bodem 6.4 Akoestiek 6.5 Luchtkwaliteit 6.6 Externe veiligheid 6.7 Bedrijven en milieuzonering 6.8 Flora en fauna 6.9 Water 6.10 Archeologie en cultuurhistorie 6.11 Verkeer en parkeren 6.12 Economische uitvoerbaarheid 6.13 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

35 35 35 36 37 38 39 41 42 46 49 51 52 53

Bijlagen

54

Bijlage 1

Inrichtingsplan

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 3

Stikstofrapportage

Bijlage 3a

Berekening stikstof gebruiksfase

Bijlage 3b

Berekening stikstof realisatiefase

Bijlage 4

Quickscan flora en fauna

Bijlage 5

Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek

Bijlage 5a

Boorstaten verkennend booronderzoek

(definitief)

2

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Ruimtelijke onderbouwing

(definitief)

3

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Op het perceel Over de Beek 12 , Gaanderen is een agrarisch rundveebedrijf gevestigd (en planologisch toegestaan middels een agrarische bestemming met bouwvlak). De eigenaren van het perceel Over de Beek 12, Gaanderen zijn voornemens het agrarisch (rundvee)bedrijf te beëindigen, alle agrarische bedrijfsbebouwing te slopen waarvan circa 1782 m² is vergund om vervolgens twee vrijstaande woningen te realiseren. Daarnaast wil men de bedrijfswoning gaan gebruiken als reguliere burgerwoning. De gewenste ontwikkeling past niet binnen de geldende beheersverordening. Om de beoogde plannen mogelijk te kunnen maken is een bestemmingsplanprocedure noodzakelijk.

Op 30 augustus 2022 besloot het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem medewerking te verlenen aan de beoogde plannen. De voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de onderbouwing van de planologische wijziging.

1.2

Planologische situatie

Op de locatie geldt de beheersverordening Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022. Voor het perceel geldt de hoofdfunctie “Agrarisch met Waarden”. Er is één bedrijfswoning toegestaan. Het initiatief past niet binnen de geldende agrarische hoofdfunctie omdat er geen nieuwe (burger)woningen zijn toegestaan. Om het initiatief mogelijk te maken is een bestemmingsplanprocedure noodzakelijk. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet in de onderbouwing van de planologische wijziging. De planologische wijziging dient te voldoen aan de regels voor functieveranderingen in het buitengebied. Deze regels zijn vertaald in de notitie Wonen Landelijk gebied (gemeente Doetinchem). In hoofdstuk 5 is onderbouwd dat het initiatief voldoet aan de notitie Wonen Landelijk gebied.

Afbeelding 1: Uitsnede verbeelding geldende beheersverordening (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

(definitief)

4

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

1.3

Conclusie

Het betreft een kleinschalige ontwikkeling waarbij de bedrijfsvoering van een agrarisch rundveebedrijf wordt beëindigd, de voormalige agrarische bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. En er worden twee nieuwe burgerwoningen gerealiseerd. De bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Het initiatief is een positieve ontwikkeling voor de omgeving doordat er een bedrijf wordt gesaneerd. Het toekomstige gebruik past beter in de omgeving en zorgt voor een verbetering van het woon- en leefklimaat doordat de hindercirkel (geur, geluid, fijnstof) komt te vervallen. Het initiatief past binnen de beleidskaders van het Rijk, provincie en gemeente.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 Planbeschrijving is een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie weergegeven. In hoofdstuk 3 Conclusie zijn de conclusies en eventuele randvoorwaarden weergegeven van hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse, hoofdstuk 5 Beleidskader en hoofdstuk 6 Haalbaarheid. De volledige ruimtelijke analyse waar de beoogde ontwikkeling plaatsvindt staat in hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse. Hoofdstuk 5 geeft het relevante beleid weer. Tenslotte komt in hoofdstuk 6 de haalbaarheid aan de orde.

(definitief)

5

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Dit hoofdstuk gaat in op het concrete plan waarvoor de ruimtelijke onderbouwing opgesteld is.

2.1

Huidige situatie

Het perceel Over de Beek 12, Gaanderen is gelegen in het buitengebied van de gemeente Doetinchem tussen Doetinchem en Gaanderen ten zuiden van de rijksweg A18. Het plangebied is gelegen op een afstand van circa 125 meter van Gaanderen. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van de omgeving van het plangebied.

Afbeelding 2: Globale begrenzing ontwikkelgebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Huidig gebruik Op de locatie is een rundveebedrijf gevestigd. Het ontwikkelgebied is grotendeels bebouwd met agrarische bedrijfsgebouwen en één bedrijfswoning. De bedrijfsbebouwing is in gebruik voor het rundveebedrijf. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van het ontwikkelgebied. De voormalige agrarische bebouwing wordt verwijderd voorafgaande aan de nieuw te bouwen woningen.

Afbeelding 3: Luchtfoto en begrenzing ontwikkelgebied (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

(definitief)

6

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Afbeelding 4: Het huidige erf

2.2

Toekomstige situatie

Het initiatief voorziet in de sloop van alle voormalig agrarische bedrijfsgebouwen en de realisatie van een nieuw erf voor twee vrijstaande woningen met bijgebouwen. Op onderstaande afbeelding is de te slopen bebouwing weergegeven. In totaal wordt circa 2.000 m² gesloopt, waarvan circa 1.782 m² vergund is. Deze 1.782 m² mag dus gebruikt worden voor omzetting naar VAB woningen. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. Dit betreft een juridische (planologische) wijziging. Feitelijk zal er aan de bestaande woning niets wijzigen.

Afbeelding 5: Te slopen bebouwing (bron: Architekten Groep Gelderland)

(definitief)

7

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Het perceel wordt zorgvuldig landschappelijk ingepast, ook is in de erfopzet rekening gehouden met de landschappelijke kwaliteiten van het gebied en de locatie. Voor een uitgebreide toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 4 en bijlage 1 het inrichtingsplan.

Afbeelding 6: Landschappelijk inpassingsplan (bron: Architekten Groep Gelderland)

Het plan voor de nieuwe woningen wordt blijvend landschappelijk, natuurinclusief en volgens het 'boerenerfprincipe ingepast. Daarbij is aangesloten bij de richtlijnen notitie 'Wonen landelijk gebied gemeente Doetinchem' en de functie wonen van de beheersverordening Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022 (art. 21.2.2): • de inhoud van een nieuwe woning mag maximaal 750 m³ bedragen; • de oppervlakte voor de bijgebouwen bij de nieuwe woningen mag maximaal 100 m² per woning bedragen; • de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen; • de bouwhoogte mag maximaal 10 m bedragen. • voor erkers en overkappingen dienen de regels van de bestemming wonen van de beheersverordening Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022 gevolgd te worden.

(definitief)

8

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Hoofdstuk 3

Conclusie

In dit hoofdstuk komen de conclusies naar voren van hoofdstuk 4 Ruimtelijke analyse, hoofdstuk 5 Beleidskader en hoofdstuk 6 Haalbaarheid. Ruimtelijke analyse In het Landschapsontwikkelingsplan voor de gemeenten Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek worden twee aandachtspunten benoemd voor het deelgebied waarbinnen het plangebied ligt die mogelijk toepasbaar zijn voor dit erf: • •

Aanleg/ontwikkeling van gemengde struweel- en robuuste knipheggen langs weiden en akkers. Aanleg van knipheggen van meidoorn of beuk rond erven en boomgaarden.

Bij het vormgeven van de landschappelijke inpassing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

De bestaande woning en de te bouwen woningen en de bijgebouwen worden gesitueerd rond een verharde binnenplaats. Deze opbouw komt in grote lijnen overeen met de opbouw van de meeste erven in de omgeving; • De tuinen van de nieuwe woningen worden van elkaar gescheiden door knipheggen, alsook de scheiding van de tuinen naar de omgeving; • Verspreid worden in de tuinen bomen geplant om het gezamenlijke erf een groene uitstraling te geven. De landschappelijk inpassing bestaat uit de aanleg van enkele solitaire bomen, knipheggen, een struweelhaag en een aantal hoogstam fruitbomen. De uitgangspunten ten aanzien van de inrichting zijn zoveel mogelijk verwerkt in het plan. Beleidskader De voorliggende ontwikkeling sluit aan bij het beleid van de verschillende overheden. De beoogde ontwikkeling, de sanering van een agrarisch bedrijf, de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen en de realisatie van twee vrijstaande woningen, is een kleinschalige ontwikkeling. Een dergelijke transformatie sluit aan op het beleid van zowel Rijk, provincie, regio en de gemeente. De ontwikkeling zorgt voor een ruimtelijke verbetering en zorgt voor een verbetering van het woon- en leefklimaat van omliggende woningen. De nieuwe woningen worden landschappelijk ingepast op één erf en daarmee passend in de omgeving.

Haalbaarheid Het project levert geen problemen op ten aanzien van de onderzochte milieukundige en ruimtelijke aandachtspunten (archeologie, bodem, geluid, luchtkwaliteit, verkeer en parkeren, externe veiligheid, milieuzonering, flora en fauna, water). Er zijn geen aanvullende voorwaarden voor de realisatie van het initiatief.

(definitief)

9

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Hoofdstuk 4 4.1

Ruimtelijke analyse

Landschap

In onderstaande afbeeldingen zijn topografische kaarten uit 1900, 1950 en 2020 van de planlocatie en omgeving weergeven. Hieruit is de landschappelijk ontwikkeling op en rond de planlocatie in de afgelopen 120 jaar af te leiden.

Afbeelding 7: De topografische kaart van 1900. De planlocatie is rood omcirkeld (bron: Topotijdreis.nl)

Afbeelding 8: De topografische kaart van 1950. De planlocatie is rood omcirkeld (bron: Topotijdreis.nl)

(definitief)

10

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Afbeelding 9: De topografische kaart van 2020. De planlocatie is rood omcirkeld (bron: Topotijdreis.nl)

Op de topografische kaart uit 1850 is te zien dat de planlocatie al grotendeels uit landbouwgrond bestond, zowel grasland als akkerland. Op de plek van het huidige erf was toen al bebouwing aanwezig. De Bielheimerbeek stroomde toen nog ten westen van de projectlocatie. Langs deze beek stond ten noordwesten van de projectlocatie een ijzermolen, een watermolen voor het aandrijven van blaasbalgen. Deze waren nodig om de hoge temperaturen in de houtskoolovens te bereiken om ijzer te smelten. In 1809 draaide de molen voor het laatst (bron: www.molendatabase.org). Het huidige wegenpatroon van toen nog onverharde weggetjes was grotendeels al aanwezig. Het noordelijke deel van het aangrenzende Gaanderen bestond toen nog uit bos en landbouwgrond. De kaart van 1900 laat flinke veranderingen zien ten opzichte van die van 1850. Het areaal bos in de omgeving is fors kleiner geworden. Tussen 1900 en 1950 neemt het areaal bos en ook het aantal lijnvormige landschapselementen in de omgeving verder af. De inrichting van het cultuurlandschap wordt iets grootschaliger. Op zowel de kaart van 1900 als die van 1950 is te zien dat de rivierduinen langs de Watertapweg ten zuiden van de projectlocatie grotendeels nog onbegroeid zijn. Tussen 1950 en 2020 neemt de kleinschaligheid van het agrarische landschap verder af en verschijnen landbouwbedrijven met grote veeschuren.

De rivierduinen langs de Watertapweg raken geheel bebost. In deze periode wordt ook de Bielheimerbeek gedempt ter hoogte van de projectlocatie en wordt in plaats daarvan ten oosten van het plangebied een kanaal gegraven dat dezelfde naam krijgt: Bielheimerbeek. Ter hoogte van de boerderij De Rondenkamp, ten zuiden van de planlocatie, wordt een stuw in deze gekanaliseerde beek geplaatst. In deze periode verdwijnen alle lijnvormige landschapselementen (houtwallen, houtsingels) op de projectlocatie die op de kaarten van 1900 en 1950 nog volop aanwezig waren. Net als bij andere boerderijen in de omgeving verschijnt er op de projectlocatie een agrarisch bedrijf met grote veeschuren. Bodem Het plangebied is gelegen op circa 1,6 km van de Oude IJssel. Tijdens het Late Dryas (in het Weichselien, 120.000-11.700 jaar geleden) ontstonden langs het stroomgebied van de Oude IJssel rivierduinen. In de laatste ijstijd, het Weichselien (120.000-11.700 jaar geleden) bereikte het landijs Nederland niet. Het landschap veranderde in een open taiga-achtig landschap met geïsoleerde bosopstanden, dwergstruiken, heide en kruiden. De rivierduinen ontstonden langs droogliggende, ondiepe en brede rivierbeddingen. De overwegend zuidwesten wind stond loodrecht op deze beddingen en verstoof hieruit matig grof zand.

De ondergrond bestaat uit dekzand behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden (Bx5) en/of rivierduinzand van het Laagpakket van Delwijnen (Bx4). Op de stroomgordelkaart van Cohen en Stouthamer (2012) is te zien dat het plangebied zich niet op of rond een stroomgordel bevindt.

(definitief)

11

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen Op de geomorfologische kaart (afbeelding 10) ligt het westelijk deel ter plaatse van dekzandwelvingen met een oud-bouwlanddek (3L51yc). Het oostelijk deel is gekarteerd als terrasvlakte bedekt met dekzand (1M42yd). Op de bodemkaart (afbeelding 11) ligt het plangebied in een zone van vlakvaaggronden in lemig fijn zand (Zn23).

Afbeelding: 10: Geomorfologische kaart, situering van het plangebied binnen het rode kader (bron Archis)

Afbeelding 11: Bodemkaart met de situering van het plangebied binnen het rode kader (bron: Archis)

(definitief)

12

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen Grondwater Het plangebied heeft grondwatertrap IV. Dat houdt in dat het grondwater in de winter (GHG) op meer dan 40 cm-mv staat. In de zomer wordt het tussen 80 en 120 cm-mv aangetroffen. Hoogte Op het AHN (onderstaande afbeelding) heeft het plangebied een maaiveldhoogte tussen 13,70 en 14,62m+NAP. Het laagst ligt de noordelijke hoek. Het hoogst liggen het erf en een grofweg noordzuid georiënteerde strook direct ten zuiden van het erf. De zone wordt doorsneden door de Bielheimerbeek. De ligging hiervan komt grotendeels overeen met de locatie van de dekzandwelvingen op de geomorfologische kaart.

Afbeelding 12: Uitsnede uit het Actueel Hoogtebestand Nederland met het plangebied binnen het rode kader (bron: AHN).

4.2

Erf

In het Landschapsontwikkelingsplan voor de gemeenten Doetinchem, Montferland en Oude IJsselstreek worden twee aandachtspunten benoemd voor het deelgebied waarbinnen het plangebied ligt die mogelijk toepasbaar zijn voor dit erf: • •

Aanleg/ontwikkeling van gemengde struweel- en robuuste knipheggen langs weiden en akkers; Aanleg van knipheggen van meidoorn of beuk rond erven en boomgaarden.

Bij het vormgeven van de landschappelijke inpassing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: •

de nieuw te bouwen woningen betreffen twee vrijstaande woningen;

•

Conform functie “Wonen” van de beheersverordening Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022 (art. 21.2.2) gelden voor de nieuwe woningen de volgende uitgangspunten:

(definitief)

13

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen -

de inhoud van een nieuwe woning mag maximaal 750 m³ bedragen; de goothoogte mag maximaal 4,5 m bedragen; de bouwhoogte mag maximaal 10 bedragen; voor erkers en overkappingen dienen de regels voor de functie wonen van de beheersverordening “Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022” gevolgd te worden.

•

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken wordt aangesloten bij de bouwmogelijkheden binnen de functie wonen van de beheersverordening Landelijk gebied – 2020, reparatie 2022. • De bestaande woning en de twee nieuw te bouwen vrijstaande woningen worden gesitueerd rond een verharde binnenplaats. Deze opbouw komt in grote lijnen overeen met de opbouw van de meeste erven in de omgeving. • De tuinen van de nieuwe woningen worden van elkaar gescheiden door knipheggen, alsook de scheiding van de tuinen naar de omgeving. • Verspreid worden in de tuinen bomen geplant om het gezamenlijke erf een groene uitstraling te geven. Voor het ontwerp zijn de kenmerken van het kleinschalige kampenlandschap als uitgangspunt genomen. Voor dit plan relevante kenmerken van dit landschapstype zijn onder meer: • • • • • • • • • • •

Een grillig verkavelingspatroon; Beplanting op de perceelsgrenzen; Grasland in de lagere delen en akkers op de kampen (hoger gelegen bouwlanden); Verspreid liggende bosjes; Drinkpoelen voor het vee in de weilanden; Informele positionering in het landschap van de boerderijen en bijgebouwen; Compacte erven; Kleine hoogstamboomgaarden op de erven of grenzend aan de erven; Een knipheg rond de sier- en/of moestuin; Boomgroepen bij erven; Laanbeplantingen langs toegangswegen.

Het plangebied is gelegen in de “Groene Ontwikkelzone” (GO). Deze zone grenst aan het “Gelders Natuur Netwerk” (GNN). De GNN en de GO zijn gebieden die door de provincie Gelderland zijn begrensd. Samengevat is in de GO de wens het landschap te herstellen. Het GNN bestaat grotendeels uit natuur en bos. De wens in de GNN is dat natuur en bos zich optimaal kan ontwikkelen in een landelijk netwerk. De ontwikkelingsdoelen voor de GO zijn in dit gebied als volgt: • • • • • • •

Ontwikkeling ecologische verbinding Boven-Slinge met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, bosjes en singels; Ontwikkeling ecologische verbinding Oude IJssel-oost met beken, beekoevers, poelen, natte graslanden en moerasjes, bosjes en singels; Ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking A18- N18, N318, N313 en N317; Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden; Ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden; Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën, poelen; Ontwikkeling cultuurhistorische patronen (bijv. ontginningen, houtwallen, kavelpatronen, boerderijen) en beheersvormen.

Daarnaast heeft de provincie Gelderland voor een aantal ecologische verbindingszones doelen vastgesteld. De doelen voor de ecologische verbindingszone (EVZ) langs de BovenSlinge/Bielheimerbeek zijn de volgende EVZ-modellen: das, kamsalamander, ijsvogelvlinder en winde. Door de ligging van het plangebied tegen de Bielheimerbeek aan is bij de planvorming zoveel mogelijk inhoud gegeven aan deze modellen.

(definitief)

14

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen De beëindiging van het agrarisch bedrijf en de sloop van de voormalige agrarische bebouwing draagt bij aan de doelstelling voor de Groene Ontwikkelingszone. De landschappelijke inpassing bestaat uit de aanleg van enkele solitaire bomen, knipheggen, een struweelhaag en een aantal hoogstamfruitbomen. Binnen één jaar na in gebruik name van de woningen dient het landschappelijk inrichtingsplan gerealiseerd te zijn. De uitgangspunten ten aanzien van de inrichting zoals geformuleerd in de vorige paragraaf zijn zoveel mogelijk verwerkt in het plan. Zie onderstaande afbeelding voor het landschappelijk inpassingsplan.

Afbeelding 13: Landschappelijk inpassingsplan (Bron: Architekten Groep Gelderland)

Voor het aanleggen van de verschillende groenelementen wordt zoveel mogelijk plantmateriaal van streekeigen, autochtone herkomst gebruikt. Dit draagt het meeste bij aan de biodiversiteit en het behoud van groen erfgoed. Hieronder worden de verschillende onderdelen van het inpassingsplan toegelicht.

(definitief)

15

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen Struweelrand Een struweelrand is een strook begroeid met grassen, kruiden en verspreid staande struiken. Door toepassing van een struweelrand rond een groot deel van het plangebied ontstaat een natuurlijke, half open overgang naar het omliggende agrarische gebied. De struweelrand vormt een belangrijk leefgebied voor allerlei fauna die zwaar onder druk staan in het moderne agrarische landschap. Deze rand is 3 meter breed en heeft een lengte van circa 380 meter. Ongeveer 30% van deze rand wordt beplant met groepjes struikvormende soorten, verdeeld over 15 tot 20 groepjes die onregelmatig verspreid liggen. Deze plantvakken hebben een gezamenlijke oppervlakte van 350 m². Per twee vierkante meter wordt in deze plantvakken 1 stuks tweejarig plantgoed (bosplantsoen) geplant. In de plantsoenlijst (bijlage 1) is weergegeven welke soorten en aantallen aangeplant worden. Bij de aanplant vindt groepsgewijze menging plaats, waarbij circa 3 stuks van dezelfde soort bij elkaar geplant worden. Dit om te voorkomen dat één soort gaat overheersen. Langs de buitenzijde van de struweelrand wordt een afrastering geplaatst met afrasteringspalen die maximaal 8 meter uit elkaar staan en die voorzien zijn van één gladde draad. Door deze afrastering wordt de perceelsgrens voor de aangrenzende grondgebruiker duidelijk vastgelegd.

Daarnaast heeft deze afrastering ook een ecologische functie als uitkijk- en zangpost voor vogels en als zon-plek voor insecten. Langs de binnenzijde wordt ook een afrastering geplaatst op plekken waar deze grenst aan kruidenrijk grasland indien daar beweiding plaatsvindt. Het heeft een sterke voorkeur om onbehandelde gekloofde eiken palen als afrasteringspalen te gebruiken. Dit soort palen komt de landelijke uitstraling ten goede. Chemisch verduurzaamde palen komen de biodiversiteit niet ten goede en hebben een negatieve impact op de milieukwaliteit. Struweelhaag Aansluitend op de laanbeplanting langs Over de Beek wordt langs de zuidwestgrens van de locatie een struweelhaag aangelegd met een lengte van circa 52 meter. Een struweelhaag is een aaneengesloten begroeiing van opgaande inheemse struiken. Hierdoor ontstaat een geleidelijke overgang van de opgaande beplanting langs Over de Beek en de struweelrand die in het verlengde van de struweelhaag ligt. De aan te leggen boomgaard voor de oude boerderij komt door de struweelhaag wat meer in de luwte te liggen. De struweelhaag vormt een belangrijk leefgebied voor vooral broedvogels en insecten die zwaar onder druk staan in het moderne agrarische landschap. Bij de aanleg van de struweelhaag worden in zigzag-verband twee rijen beplanting geplant. De afstand tussen deze twee rijen is ongeveer 75 cm.

Per strekkende meter worden 4 stuks tweejarig plantgoed (bosplantsoen) geplant een lengte van 60 tot 100 cm. Daarbij wordt groepsgewijze menging toegepast. Dat wil zeggen dat circa 5 stuks plantgoed van dezelfde soort bij elkaar worden gezet om te voorkomen dat één soort gaat overheersen. In de plantsoenlijst (bijlage 1) is weergegeven welke soorten en aantallen aangeplant worden. Houtsingels Een houtsingel is een opgaande lijnvormige beplanting met een dichte struiklaag. In het plan is de aanleg van twee kleine houtsingels opgenomen langs de twee nieuwe woningen. Door aanleg van deze houtsingels krijgen deze woningen een groene achtergrond, geven ze beschutting aan de toekomstige bewoners en zijn deze woningen minder prominent aanwezig in het landschap. Ook voor diverse soorten fauna van het kleinschalige cultuurlandschap vormen beide houtsingels een belangrijke toevoeging. De houtsingels hebben een breedte van 5 meter en een totale lengte van 40 meter. Het planten van het tweejarig bosplantsoen gebeurt in wildverband waarbij een gemiddelde plantafstand van 1,5 x 1,5 meter aangehouden wordt. Bij het aanplanten wordt groepsgewijze menging van soorten toegepast. Dat wil zeggen dat circa 5 stuks van dezelfde soort bij elkaar worden geplant om te voorkomen dat één soort in de beplanting gaat overheersen.

Boomvormende soorten worden meer in het midden van de plantvakken geplant, terwijl de struikvormende soorten vooral in de randen worden geplant. Zie voor het aan te planten sortiment de plantsoenlijst (bijlage 1). Kruidenrijk grasland De grond wordt eerst bewerkt zodat een zaaibed ontstaat (grond zwart maken door te frezen of ondiep te ploegen). Vervolgens worden de percelen ingezaaid met een zadenmengsel van inheemse soorten en van inheemse afkomst, passend bij de grondsoort, bijvoorbeeld het B102 Margrietmengsel van de firma Biodivers.

(definitief)

16

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen Poel Met een graafmachine wordt de poel uitgegraven en de vrijkomende grond wordt afgevoerd. De poel krijgt een diepte van ongeveer 160 centimeter ten opzichte van het maaiveld ter plekke. De verwachting is dat bij deze diepte de poel bij hoge uitzondering in zeer doge zomers droog valt. Voor amfibieën, met name de kritische soorten als kamsalamander en boomkikker is dit belangrijk omdat door periodieke droogval vissen hier niet of nauwelijks kans krijgen. Vissen en deze kritische amfibiesoorten gaan niet samen. De oppervlakte van de poel is ongeveer 300 m². Het is een optie om in een zone rond de poel de teelaarde in het kruidenrijke grasland af te graven. Hierdoor ontstaat de optimale uitgangssituatie om een schrale kruidenrijke vegetatie te ontwikkelen. Hoogstamboomgaarden In het plan is de aanleg van twee hoogstam boomgaarden opgenomen. In totaal worden 20 hoogstamfruitbomen geplant, bij voorkeur oude rassen. Oude rassen zijn over het algemeen minder gevoelig voor ziektes. Bovendien draagt het toepassen van oude rassen bij aan het behoud daarvan. De bomen hebben bij aanplant een minimale stamomtrek op borsthoogte van 8 tot 10 centimeter. De bomen worden voorzien van boompalen. De afstand tussen de te planten bomen is minimaal 8 meter.

Het heeft de voorkeur om voordat de bomen geplant worden de boomgaarden in te richten als kruidenrijk grasland (zie inrichting kruidenrijk grasland). De grootste boomgaard is midden in het kruidenrijke grasland gelegen. Indien dit kruidenrijke grasland door vee wordt begraasd, moet deze boomgaard rondom worden voorzien van een afrastering of moet elke individuele boom tegen het grazende vee worden beschermd door een afrastering of boomkorf. Laan Langs beide zijden van de oprit naar het vernieuwde erf wordt een berm aangelegd van minimaal 3 meter breed. Deze berm wordt aangelegd als kruidenrijk grasland (zie inrichting kruidenrijk grasland). In de bermen worden vervolgens 13 laanbomen geplant. Deze bomen zijn alle van dezelfde soort. Deze bomen worden elk voorzien van een boompaal. De bomen hebben als minimummaat 16/18 (stamomtrek in cm op 130 cm hoogte). De volgende boomsoorten komen voor aanleg van de laan in aanmerking: zomereik, beuk, haagbeuk, fladderiep, winterlinde en zomerlinde. Bij zomereik kan overlast door de eikenprocessierups ontstaan. Bij beuk is een risico aanwezig dat klimaatverandering de groei en uiteindelijk levensverwachting negatief beïnvloedt. Fladderiep is een makkelijke en relatief snelle groeier en bovendien goed bestand tegen de iepziekte. Solitaire bomen In het plan is de aanplant van 14 solitaire bomen opgenomen.

De bomen hebben als minimummaat 14/16 (stamomtrek in cm op 130 cm hoogte). De volgende boomsoorten komen vooral in aanmerking: zomereik, beuk, rode beuk, haagbeuk, fladderiep, taxus, winterlinde, zomerlinde en walnoot. Hagen Op de locaties zoals op de plantekening is weergegeven worden hagen geplant door per strekkende meter 4 stuks plantgoed, bosplantsoen met een lengte van 60 tot 100 cm, te planten. In totaal wordt 290 meter haag aangeplant. De volgende soorten komen in aanmerking als plantgoed: beuk, haagbeuk en éénstijlige meidoorn. Tuinen De inrichting van de tuinen is aan de toekomstige bewoners. Enige restrictie is hier echter geboden. Het aanplanten van bomen en struiken die op termijn beeldbepalend zijn én niet passen in de gewenste beeldkwaliteit is niet gewenst. Hoog opgaande coniferen en/of naaldbomen en hagen van laurierkers passen bijvoorbeeld niet in het gewenste landschapsbeeld. Om de biodiversiteit van het erf te verhogen is aan te bevelen om in de nieuw te bouwen bijgebouwen een nestkast voor een kerkuil of steenuil te integreren, evenals het aanbrengen van kunstmatige nestgelegenheden voor de huismus en vleermuiskasten in de bijgebouwen en/of in de nieuw te bouwen woningen. Beheer Hieronder wordt het gewenste beheer van de groenelementen toegelicht.

(definitief)

17

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen • •

•

•

•

•

•

•

•

4.3

Struweelrand Periodiek te hoog opschietende delen van de struikbegroeiing (hoger dan ca. 3 meter) terugsnoeien. Ieder jaar éénvijfde deel van de kruidenvegetatie maaien. Struweelhaag De aanplant de eerste jaren in droge perioden water geven. Afgestorven plantmateriaal vervangen. Eens per 5 tot 10 jaar de beplanting afzetten (afzagen op een hoogte van circa 30 centimeter), bij voorkeur gefaseerd. Houtsingels De aanplant de eerste jaren in droge perioden water geven. Afgestorven aanplant wordt vervangen door nieuwe aanplant. Op termijn eens per 10 tot 15 jaar de beplanting gefaseerd afzetten (afzagen op circa 30 centimeter hoogte), waarbij een aantal bomen als overstaander gespaard blijven. Kruidenrijk grasland Twee keer per jaar maaien, bij voorkeur gefaseerd, waarbij het maaisel wordt afgevoerd. Bijvoorbeeld per perceel de helft (het minst bloemrijke stuk) maaien begin juni en de andere helft eind juli. Vervolgens in september de ene helft en in oktober de andere helft maaien. Nadat het kruidenrijk grasland voldoende is verschraald kan eventueel overgegaan worden op een eenmalige maaibeurt in de nazomer of kan extensieve beweiding worden toegepast. Om verzuring tegen te gaan is het raadzaam om eens per drie jaar een licht bekalking toe te passen met een langzaam werkende kalkstof. Poel De eerste jaren eventuele opslag van bomen op de oever uittrekken.

Periodiek gefaseerd de oevers maaien indien de vegetatie te weelderig wordt. De poel periodiek opschonen indien deze te ver (>50%) dichtgroeit. Hoogstamboomgaard De bomen de eerste jaren in droge perioden water geven. Afgestorven bomen worden vervangen door nieuwe aanplant. Na enkele jaren vormsnoei toepassen. Op termijn de appelen perenbomen eens per twee jaar snoeien. Het gras onder de bomen beheren als kruidenrijk grasland. Rond de bomen jaarlijks compost opbrengen, waarbij enige ruimte (circa 15 cm) rond de stam wordt vrijgelaten, waardoor schade aan de stam door knaagdieren en schimmels wordt voorkomen. Enkele jaren na aanplant de boompalen en het boombindband verwijderen. Laan Het beheer kan hier beperkt blijven tot het water geven van de bomen in de eerste jaren in droge perioden. Afgestorven bomen worden vervangen door nieuwe aanplant. Op termijn kan het wenselijk zijn om laaghangende takken te snoeien. Enkele jaren na aanplant de boompalen en het boombindband verwijderen. De bermen beheren als kruidenrijk grasland. Solitaire bomen Het beheer kan hier de eerste jaren beperkt blijven tot het water geven van de bomen in droge perioden. Afgestorven bomen worden vervangen door nieuwe aanplant. Op termijn kan het wenselijk zijn om laaghangende takken te snoeien. Enkele jaren na aanplant de boompalen en het boombindband verwijderen.

Hagen De eerste jaren in droge perioden water geven. Afgestorven plantmateriaal vervangen. Jaarlijks de haag één of twee keer knippen of scheren. Delen van de hagen die verder van de woningen af liggen kunnen eventueel eens per twee jaar geknipt of geschoren worden.

Bebouwing

De nieuwe bebouwing bestaat uit twee vrijstaande woningen met bijgebouwen. De nieuwbouw dient een agrarische uitstraling te krijgen. De bebouwing is gesitueerd aan één gezamenlijk erf. Het erf rondom de bestaande woning blijft ongewijzigd. Er is voldoende ruimte op het erf voor de realisatie van de benodigde parkeerplaatsen. In het bestemmingsplan wordt het erf zodanig bestemd dat er beperkte mogelijkheden zijn voor het vergunningsvrij bouwen, zodat het geen afbreuk kan doen aan de erfgedachte. De samenhang tussen de nieuw te bouwen woningen en de overige woningen aan de Over de Beek wordt bereikt door het toepassen van en aansluiting te zoeken bij dezelfde karakteristieken op gebied van oriëntatie, massa en schaal. De woningen bestaan veelal uit 1 of 1,5 bouwlaag met een kap.

(definitief)

18

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen Om de erfgedachte van de nieuw te bouwen woningen te accentueren dienen deze ook gericht te zijn op het erf. Een gesloten gevel aan de erfzijde is uitgesloten gelet op het aanzicht vanaf het erf. De woningen zullen in massa afgestemd worden op de bebouwing in de omgeving. Gezien de karakteristieken van de omgeving heeft een zadelkap daarbij de voorkeur. De woningen krijgen verder bij voorkeur een eenduidige hoofdvorm, wat betekent dat aan- en uitbouwen in beginsel tot een minimum worden beperkt. De eventuele dakkapellen, aan- of uitbouwen blijven ondergeschikt aan de hoofdvorm. Bijgebouwen moeten beperkt blijven. Eventueel wordt het bijgebouw geïntegreerd in de hoofdmassa, maar het blijft ondergeschikt aan de woning. Bij gebruik van zonnepanelen dient bij voorkeur op het dak van de woning en eventueel het bijgebouw te worden gesitueerd. Als dit wordt meegenomen in het ontwerp van de woning, kan worden gekozen voor geïntegreerde panelen in het dakvlak. De afbeeldingen hieronder illustreren de mogelijkheden.

Afbeelding 14: Mogelijkheden voor geïntegreerde zonnepanelen

Kleur, materialisering en detaillering De woningen in de omgeving zijn uitgevoerd met traditionele materialen als baksteen, hout, gebakken dakpannen etc. De nieuw te bouwen woningen dienen hierbij aan te sluiten, met de voorkeur voor deze traditionele materialen. Overigens betekent dit niet per definitie een “kopie” van bestaande bebouwing of historiserende architectuur; in de vormentaal is het uiteraard toegestaan om ook hedendaagse vormgeving en detaillering te gebruiken. Dit zou zelfs een bijdrage leveren aan het zichtbaar maken van de organische groei van woningbouw in de straat, zolang het maar een ondergeschikte detaillering is in de verder overwegend traditionele en historische structuur.

(definitief)

19

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Hoofdstuk 5 5.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk komt het overheidsbeleid aan de orde dat van invloed is op de specifieke ontwikkeling. Uit onderzoek blijkt dat de volgende beleidsstukken niet van invloed zijn: 1. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), Rijksoverheid, vastgesteld op 22 augustus 2011, inclusief de latere aanvullingen; 2. Cultuur en Erfgoed 2017-2020, Beleef het mee! Provincie Gelderland, vastgesteld 29 juni 2016; 3. Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012, Regio Achterhoek, vastgesteld 26 april 2012; 4. Afsprakenkader detailhandel, Regio Achterhoek, 24 september 2015; 5. Doetinchem natuurlijk Duurzaam, gemeente Doetinchem, vastgesteld 16 februari 2016; 6. Beleidskader Duurzame energieopwekking in Doetinchem, vastgesteld 25 april 2019; 7. Masterplan Schil, gemeente Doetinchem, d.d. 13 december 2007; 8. Cultuurnota Dossier Cultuur 2003, gemeente Doetinchem, vastgesteld d.d. 18 december 2003; 9. Detailhandelsbeleid Doetinchem, gemeente Doetinchem, 18 juli 2013; 10. Visie boodschappenstructuur, gemeente Doetinchem, vastgesteld 22 februari 2018; 11. Kantorennota 'Ruimte voor kantoren', gemeente Doetinchem, vastgesteld op 7 februari 2008; 12. Beleidskader Bedrijventerreinen In Verandering (BIVA), vastgesteld 27 juni 2019; 13. Continuïteit in Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem, vastgesteld 21 september 2017; 14.

Mobiliteitsvisie 2016-2026, gemeente Doetinchem, vastgesteld 3 november 2016; 15. Parkeervisie gemeente Doetinchem 2017-2020, gemeente Doetinchem, vastgesteld 8 juni 2017. Deze plannen zijn daarom ook niet verder toegelicht in dit plan. Het beleid wat wel van invloed is op de ontwikkeling is in dit hoofdstuk verwoord en afgewogen.

5.2

Rijksbeleid

5.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan de Rijksoverheid inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte.

(definitief)

20

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Onderzoek en conclusie Het voorgenomen initiatief voorziet in de sanering van een agrarisch (rundvee)bedrijf en de ontwikkeling van een woonbestemming voor twee nieuwe vrijstaande woningen. Hiermee wordt een passende combinatie van functies voorgesteld die aansluit op de kenmerken en identiteit van het gebied. De ontwikkeling past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. 5.2.2 De Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking (verder: 'de Ladder') is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De uitgangspunten hierbij zijn dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, en dat de ontwikkeling in eerste instantie in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd.

Artikel 3.1.6 lid twee Bro omschrijft de ladder als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Voor de Ladder is dus een onderzoek nodig dat uit drie stappen bestaat: 1. Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'? 2. Vindt de ontwikkeling plaats buiten bestaand stedelijk gebied? 3. Als hier sprake van is, dan moet motivering plaats vinden volgens de Ladder: waarom kan niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte worden voorzien? De toepassing van de Ladder is mede bepaald door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS). De ABRS heeft in een 'overzichtsuitspraak' op 28 juni 2017 op een rij gezet hoe de Ladder gebruikt moet worden. Hiermee wordt houvast geboden aan de rechtspraktijk. Onderzoek 1. Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' De laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen.

Artikel 1.1.1 Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. In het voorliggende plan is er sprake van de sanering van een agrarisch bedrijf en de bouw van twee nieuwe vrijstaande woningen. Dit wordt niet aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling omdat het aantal woningen met twee zal toenemen. Op basis van jurisprudentie wordt een plan vanaf twaalf woningen pas gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Conclusie Omdat er bij dit plan geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, is een motivering van het plan volgens de Ladder niet nodig.

(definitief)

21

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

5.3

Provinciaal beleid

5.3.1

Omgevingsvisie Gelderland

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. Energietransitie Gelderland is in 2050 klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Innovatie en het uitrollen van bewezen technieken wordt gestimuleerd.

Als tussendoel realiseert Gelderland in 2030 55% broeikasgasreductie. Klimaatadaptatie Gelderland is in 2050 klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. In 2020 heeft de provincie, samen met partners, de risico's en kansen van het veranderen klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. Circulaire economie Gelderland wordt de eerste afval-loze provincie in Nederland. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in de schone industrie. Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. Biodiversiteit In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. Er wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overals waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. Bereikbaarheid In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen.

In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal. In 2030 is al ons busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets. Vestigingsklimaat De concurreerde positie van Gelderland binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen wordt verder versterkt. Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. Gelderland is hierin koploper van Nederland.

(definitief)

22

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen Woon- en leefomgeving Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Themakaarten Bij de visie zijn een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen: • ruimtelijk beleid; • waterbeleid; • milieubeleid; • natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Doetinchem. Bij 'onderzoek en conclusie' is de verdere toetsing aan deze themakaarten verwoord. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld: • • •

Regionaal waterprogramma; Handreiking plussenbeleid; Beleidslijn windenergie.

Onderzoek en conclusie De sanering van een agrarisch bedrijf draagt bij aan de doelstellingen van de provincie. De sloop van alle voormalige agrarische bedrijfsbebouwing en de bouw van twee nieuwe vrijstaande woningen zorgt voor een ruimtelijke verbetering. Bij de realisatie van de nieuwe woningen wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de energietransitie, circulair bouwen en klimaatadaptatie. De landschappelijke inpassing van het perceel en de sanering van een agrarisch bedrijf levert een positieve bijdrage aan de biodiversiteit.

5.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening is op 15 december 2021 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 februari 2022. Hierin zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Samen met de Omgevingsvisie heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. De verordening bevat relevante regels op het gebied van: 1. Ruimte (hoofdstuk 2): 2. Milieu, ontgrondingen en natuur (hoofdstuk 3): Wonen Ten aanzien van 'Wonen' is in artikel 2.1 opgenomen dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het geldende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio successievelijk het door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionaal Programma Wonen. In de toelichting wordt hierbij aangegeven dat voornoemde betrekking heeft op alle nieuwe woningen die in een ruimtelijk plan worden opgenomen; dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing of woningen die in het kader van functieverandering van kantoren, scholen, zorggebouwen, nieuwe (zorg-)landgoederen, vrijkomende agrarische bebouwing en dergelijke worden gerealiseerd.

Zoals in subparagraaf 3.3.2 is beschreven, past de beoogde ontwikkeling binnen de gemeentelijke woonagenda (en derhalve binnen de subregionale woonagenda). Daarmee is het plan passend binnen de omgevingsverordening.

(definitief)

23

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Nationaal landschap Het plangebied ligt niet in een 'Nationaal landschap, GNN en ‘Natura 2000 gebied’. Het plangebied is wel gelegen in GO. Aangezien het een kleinschalige functieverandering betreft en de sanering van een agrarisch bedrijf is het initiatief een positieve ontwikkeling voor GO. In paragraaf 6.8 wordt hier nader op ingegaan.

Afbeelding 15: Uitsnede Omgevingsverordening (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

In onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied met de blauwe marker aangeduid. Gronden die tot Natura 2000 behoren worden met de paarse (Duits Natura 2000-gebied) en lichtblauwe met lichtgroene (Rijntakken) kleur aangeduid. De Natura 2000 gebieden liggen op ruim 16 km van het plangebied.

Afbeelding 16: Ligging van Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied (Bron: Provincie Gelderland)

(definitief)

24

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen

Klimaatadaptatie In de nieuwe omgevingsverordening van de provincie Gelderland zijn regels opgenomen over klimaatadaptatie (artikel 2.65b). Artikel 2.65b (klimaatadaptie) 1. Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan a) een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te b) beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a) waterveiligheid; b) wateroverlast; c) droogte; en d) hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. Onderzoek en conclusie Het initiatief voorziet in de sanering van een agrarisch bedrijf en de realisatie van twee nieuwe vrijstaande woningen. De bebouwing en de verharding neemt daardoor aanzienlijk af. Dit draagt bij aan de doelstellingen ten aanzien van klimaatadaptatie. Minder verharding is positief voor het tegenaan van hittestress en het voorkomen van wateroverlast. Ook wordt het gebruik minder intensief door de sanering van een agrarisch bedrijf. De landschappelijke inpassing zorgt voor een versterking van het landschap en tevens voor de gewenste schaduw voor de nieuwe bewoners.

De afname van verharding en infiltratie van het hemelwater in de bodem zorgt voor het tegenaan van verdroging. Het plan draagt daarmee op verschillende aspecten bij aan de doelstellingen van de provincie op het gebied van klimaatadaptatie. Voor het overige staan in de Omgevingsverordening geen specifieke regels die de ontwikkeling beïnvloeden. 5.3.3 Cultuur en Erfgoed 2017-2020 Beleef het mee! Gelderland is rijk aan cultuur en erfgoed: onder andere musea, theater, dans, festivals, monumenten, archeologie en het historische landschap. Het stimuleren van toegankelijkheid van cultuur en erfgoed voor de inwoners van Gelderland is een belangrijke provinciale kerntaak. Vanuit het programma Cultuur en Erfgoed worden verbindingen gezocht met overige provinciale kerntaken en de gebiedsopgaven. De duidelijkste verbindingen liggen bij de programma's Leefbaarheid, SteenGoed Benutten, Energietransitie, Gebiedsopgaven en Toerisme en Recreatie. Inwoners en bezoekers van Gelderland moeten de mogelijkheid hebben om cultuur en erfgoed te beleven en ervan te genieten. De provincie faciliteert dat hiertoe in alle regio's initiatieven ontplooid kunnen worden. Versterking van de regionale identiteit door middel van cultuur en erfgoed is hierbij het uitgangspunt. De provincie wil hierbij een verbindende en inspirerende rol vervullen, en investeren in de verdere ontwikkeling van kennis en onderzoek.

Ondernemerschap en innovatie van de culturele sector worden gestimuleerd. Erfgoed ontwikkelen en beleven Erfgoed is om te beleven en om van te genieten. Toeristen en inwoners genieten van kastelen, historische steden en oude bossen. Erfgoed ontleent zijn bestaansrecht aan de waardering van mensen. Er is een onderscheid tussen materieel en immaterieel erfgoed.

(definitief)

25

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen Materieel erfgoed bestaat uit historische bebouwing, historisch landschap en archeologie. Immaterieel erfgoed bestaat uit verhalen, tradities, gewoonten en gebruiken. Op het gebied van materieel erfgoed worden drie hoofddoelen onderscheiden. A. Versterken van de functionaliteit van erfgoed. Dit doet de provincie door het stimuleren van restauratie en herbestemming van monumenten en het tegengaan van leegstand. Extra aandacht is er voor duurzaamheid van monumenten door het stimuleren van energiebesparende maatregelen, en het ondersteunen van initiatieven die bijdragen aan duurzaam onderhoud van groen erfgoed. B. Verbeteren van de uitvoeringskwaliteit door samenwerking in het erfgoednetwerk. Bundeling van kennis en capaciteit bij het uitvoeren van restauraties, het opstellen van uitvoeringsvoorschriften en een kwaliteitsborgingssysteem de zogenaamde Gelderse Voet en de Groene Voet voor erfgoedhoveniers, en voorzetten van het beleid op het gebied van regioarcheologie. C. Stimulering van innovatie en nieuwe ontwikkelingen. Samen met de erfgoedsector wordt gewerkt aan de onderwerpen: klimaat en duurzaamheid, kennis en innovatie in de praktijk, nieuwe opgaven (bijv. leegstand van monumentaal vastgoed), toegankelijk maken van cultuurhistorische en archeologische waardenkaarten en een kennisagenda Archeologie van Gelderland.

Onderzoek en conclusie Het initiatief voorziet in de sanering van een agrarisch bedrijf en de realisatie van twee nieuwe vrijstaande woningen. In paragraaf 6.11, wordt nader ingegaan op de aanwezige cultuurhistorie in het ontwikkelingsgebied. De ontwikkeling sluit aan op de doelstellingen zoals aangegeven in het beleidskader.

5.4

Regionaal beleid

5.4.1

Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012

Op 26 april 2012 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 vastgesteld. Dit is een actualisatie van de Regionale structuurvisie uit 2004. Als basis voor ruimtelijk beleid zijn er een aantal speerpunten voor de regio benoemd. Dat zijn: 1. omgaan met de krimp; 2. externe relaties; 3. veranderingen in het landelijk gebied; 4. overstap naar duurzame energie.

Afbeelding 17: Visiekaart Achterhoek (Bron: Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012)

(definitief)

26

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen Huidige kwaliteit als basis voor de toekomst De kaart geeft de regionale structuren en kwaliteiten weer. Landschap: De verschillen in landschaptypen zijn een belangrijkste identiteitsdrager van de Achterhoek. De Achterhoekse gemeenten willen die kenmerken en landschappelijke verschillen in de toekomst behouden, versterken of herstellen. Het gaat er daarbij niet om terug te keren naar het verleden, maar om het opdoen van inspiratie uit het verleden bij de toekomstige inpassing van nieuwe ontwikkelingen. De karakteristieken van deze landschapstypen bieden aanknopingspunten voor de inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Het Achterhoekse landschap kan veel functies absorberen. De 'landschapstypekaart' (bijlage 5 van de structuurvisie) geeft het regionale kader weer. De aanbevelingen met betrekking tot lokale wijze van inpassing staat hier ook verder beschreven. Infrastructuur: Bereikbaarheid van en in de regio is van groot belang. De infrastructuur is derhalve wel functioneel van belang. Deze is voor de toekomst maar zeer beperkt ruimtelijk ordenend, niet meer dan het nu al is. De pijlen geven de verbindingen aan waar verbetering noodzakelijk-wenselijk is.

Dorpenlandschap: Voorzieningen worden in een bepaalde mate geconcentreerd in bestaande grotere kernen, te weten Doetinchem, Winterswijk, Vorden, Hengelo, Borculo, Eibergen, Ruurlo, Neede, Lichtenvoorde, Groenlo, Aalten, Dinxperlo, Varsseveld, Gendringen, Steenderen , Wehl, Didam, 'sHeerenberg, Zelhem, Ulft /Gendringen en Silvolde/Gaanderen/Terborg. Dit betekent echter niet dat overal hetzelfde voorzieningenniveau wordt nagestreefd. In eerste instantie bepalen lokale behoefte en initiatief het niveau van de voorzieningen. Regionaal wordt afstemming gezocht om overaanbod en/of concurrentie door nabijheid te voorkomen. Het uitkristalliseren van deze afstemming is nog in voorbereiding. Overige speerpunten, zoals duurzame energie, toerisme enzovoort: deze speerpunten gelden regionaal en zijn in banners in de zijkant weergegeven. Er zijn geen specifieke locaties voor aangewezen. Wel wordt regionale afstemming nagestreefd. Onderzoek en conclusie Het initiatief voorziet in de sanering van een agrarisch bedrijf en de realisatie van twee nieuwe vrijstaande woningen. De Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 bevat geen specifieke voorwaarden voor het plangebied. Wel draagt de sanering van een agrarisch bedrijf, de realisatie van twee nieuwe vrijstaande woningen en de beoogde landschappelijke inpassing bij aan de doelstellingen van de regio, zoals het behoud van een vitaal platteland.

Het initiatief is een ruimtelijke verbetering en draagt bij aan de beleving van het gebied.

5.4.2

Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025

Op 25 juni 2015 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 vastgesteld als opvolger van de Regionale Woonvisie 2010-2020. De Regionale woonagenda schets de kaders en geeft ruimte om de inhoud mede door andere partijen te laten invullen. Daarmee verschuift de rol van de overheid van inhoudelijk bepalend naar procesbegeleidend. Kernbegrippen zijn kaders stellen, faciliteren en ruimte geven. De kernboodschap voor de komende jaren luidt dan ook: 1. er zijn (bijna) voldoende woningen (in aantallen) om te voorzien in de vraag. Het is noodzakelijk om de regionale ambitie (5.900 woningen toevoegen tussen 2010 en 2025) verder te verlagen met 10%. Het nieuwe regionale aantal is 3.145 woningen tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2025; 2. een integrale aanpak is nodig om de bestaande woningen toekomstbestendig te maken (kwalitatief), waarbij de eigenaar een persoonlijke mix kiest van onderhoud, isolatie, energieopwekking en levensloopbestendig maken. Sloop/nieuwbouw kan een optie zijn; 3. voor leegstaand en leegkomend vastgoed is een gezamenlijke beeldvorming met een lokale aanpak nodig. Naast herbestemmen zal in toenemende mate ook sloop aan de orde zijn; 4. wonen en zorg vormt een belangrijk aandachtspunt bij al deze genoemde ontwikkelingen.

De zeven gemeenten uit de regio zijn na vaststelling van de Regionale woonagenda begonnen om deze lokaal uit te werken. Doetinchem heeft daartoe een herziene woningbouwstrategie en een lokale woonagenda opgesteld. Op 5 november 2015 is de Herziene woningbouwstrategie 2015 door de gemeenteraad vastgesteld. Voor Doetinchem betekent dit dat is ingestemd met een maximaal aantal

(definitief)

27

Ruimtelijke onderbouwing Over de Beek 12, Gaanderen woningen. In de gemeente Doetinchem mogen tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2025 maximaal 1.375 woningen toegevoegd worden. De Lokale woonagenda gemeente Doetinchem 2016-2025 is op 22 september 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. Meer hierover in paragraaf 5.5.3 Herziene woningbouwstrategie 2019 en paragraaf 5.5.2 Lokale woonagenda gemeente Doetinchem 2016-2025. Onderzoek en conclusie De voorliggende ontwikkeling zorgt voor de sloop van agrarische bebouwing en de realisatie van twee woningen. Het plan draagt bij aan de doelstellingen van de Regionale woonagenda, door de sloop van de bedrijfsbebouwing wordt leegstand van bestaande bebouwing voorkomen. Daarnaast draagt het plan bij aan de kwantitatieve woningbouwopgave door het toevoegen van twee extra woningen. Daarnaast ziet het plan in een kwalitatieve woningbehoefte ‘landelijk wonen’.

5.5

Gemeentelijk beleid

5.5.1 Structuurvisie Doetinchem 2035 Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarbij gelden vier thema's, waarvan twee voor de ontwikkelingen in het plangebied van belang zijn. Dit zijn: 1. beherend ontwikkelen van stad en land; 2. kwaliteit en beleving. Beherend ontwikkelen van stad en land Het accent verschuift van ontwikkeling naar beheer als gevolg van de te verwachten vergrijzing van de bevolking en daling van het aantal inwoners. De focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden en functies. Wat goed is vraagt om goed beheer en behoud. Wat niet langer voldoet vraagt om aanpassing of, in het uiterste geval, om vervanging door iets anders. Denkbaar is de sloop van bebouwing en het transformeren van stukken stad naar natuur of stadspark. Kwaliteit en beleving De verschuiving van het accent naar beheer biedt kansen voor kwalitatieve ontwikkeling. Doetinchem moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en bedrijven. In de structuurvisie ligt de focus op de beleving en ruimtelijke kwaliteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7995/documents/44144