CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3 - Toelichting met bijlagen bestemmingsplan Vulcanus - 2023.pdf

beeldvormende raad 13 maart 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Bestemmingsplan Vulcanus - 202315.675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

78

genomen. Dat houdt in dat, voorafgaand aan de verlening van een vergunning, onderzoek moet worden uitgevoerd naar het voorkomen van dier- en plantsoorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd zijn. Vooral binnen de stedelijke omgeving moet aandacht worden geschonken aan de aanwezigheid van en de invloed op vleermuizen, huismus, gierzwaluw en steenmarter. De nestlocaties en vaste rust- en verblijfplaatsen van deze soort (groep)en zijn jaarrond beschermd. Daarnaast zijn de bezette nesten van alle inheemse vogelsoorten beschermd en mogen niet opzettelijk verstoord worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart t/m 15 juli, maar broedgevallen daarbuiten zijn ook beschermd. Ook moet worden onderzocht in hoeverre de verstoring, vernieling of verontrusting van de beschermde soorten plaatsvindt. Als inbreuk wordt gepleegd op de verbodsbepalingen die op grond van de bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn vastgesteld, kan een verzoek tot ontheffing worden aangevraagd. Uit een verleende ontheffing kunnen aanvullende mitigerende en/of compenserende maatregelen voortkomen die van invloed zijn op de (her) inrichting van een gebied. Het niet verkrijgen van een ontheffing is van invloed op de haalbaarheid van een project. Naast bovengenoemde soortenbescherming ziet de Wet Natuurbescherming eveneens toe op gebiedsbescherming.

Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofstructuur) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In voorliggend geval gaat het om het Gelders Natuurnetwerk (GNN). In of in de directe nabijheid van de NNN (of GNN) geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten.

basis van de bestaande situatie. Voor voorliggend bestemmingsplan is geen onderzoek naar de gevolgen voor de flora en fauna nodig. Het plangebied is daarnaast niet gelegen in Natura-2000 gebied, NNN (GNN) of GO. Buiten het plangebied is GNN en GO aanwezig. Van GNN gaat geen externe werking uit. De ontwikkeling is daarmee niet in strijd met de provinciale omgevingsverordening. Daarnaast is door de provincie Gelderland voor gebiedsbescherming een nieuwe vergunning op basis van de Wet natuurbescherming verleend (zaaknummer 2021-010889). Deze is als bijlage 5 bijgevoegd. Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

.

79

De waterschapsverordening bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die het waterschap stelt binnen haar waterschap is er 1 waterschapsverordening. Deze vervangt de Keur. De zones die waren opgenomen in de Legger, zijn opgenomen in de waterschapverordening. De Legger zelf blijft bestaan. Op basis van de Legger en waterschapverordening i.r.t. de locatie/het plangebied kan worden gesteld dat er geen strijdigheid is tussen het plan en de waterschapsverordening van waterschap Rijn en IJssel . Zie ook paragraaf 4.9.2.

Klimaatrobuust gebied Het doel is het beheer, het onderhoud en de inrichting van het regionaal watersysteem zodanig te invullen, dat jaarrond een optimale balans tussen te nat en te droog wordt bereikt en tegelijkertijd inwoners, bedrijven en medeoverheden voldoende weerbaar zijn tegen de onvermijdelijke gevolgen van extreem weer. Veilig gebied Het waterschap zorgt voor veilige dijken, nu en in de toekomst. De ambitie van het waterschap is dat in 2050 de keringen voldoen aan de nieuwe normen voor waterveiligheid, en dat daarbij wendbaar op ontwikkelingen kan worden ingespeeld. Daarbij is er aandacht voor een duurzame wijze van beheer en behoud en verhoging van de biodiversiteit van de dijken. Circulaire Economie en Energietransitie Het waterschap wil in het uitvoeren van haar primaire taak zoveel mogelijk bijdragen aan het beperken van klimaatverandering. Daarbij wil het waterschap in 2050 onderdeel zijn van een 100% circulaire economie waarin ze haar taken klimaatneutraal uitvoert. Gezonde leefomgeving Het waterschap zorgt voor een schoon en gezond watersysteem voor de mensen en de natuur in het gebied. Er wordt naar gestreefd dat het water in onze leefomgeving geschikt is voor verschillende maatschappelijke functies en dat het voor ecologisch functioneren en biodiversiteit en natuurwaarden daarbinnen en -buiten bevordert.

In het waterbeheerplan en bijbehorend gebiedsprogramma Oude IJssel zijn geen zaken opgenomen die direct een belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan waarmee voor een al bestaande situatie een actuele planologische regeling wordt vastgelgd.

De legger van het waterschap Rijn en IJssel is een set met kaarten van het beheergebied. Daarop staat o.a. welke rivieren, watergangen, dijken, kaden, stuwen en sluizen het waterschap beheert en waar ze liggen. Waterschap Rijn en IJssel heeft een legger voor watersystemen (beken en sloten) en een legger voor waterkeringen (dijken).

Onderstaande uitsnede van de legger van het waterschap Rijn en IJssel laat zien dat binnen het plangebied geen wateren aanwezig zijn. Wel is het plangebied gelegen binnen diverse zones die verband houden met de aanwezige waterkering ten noorden buiten het plangebied. In voorliggend bestemmingsplan is een dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' opgenomen. De positie van deze dubbelbestemming komt overeen met de beschermingszone van de waterkering. De belangen van waterveiligheid en de waterkering worden, naast de dubbelbestemming, ook beschermd door de Keur van het waterschap. De beschermingszone van de waterkering waar de keur van toepassing is, is groter

80

dan het gebied met de dubbelbestemming.

In Doetinchem liggen meerdere rioolwatertransportleidingen. Dit zijn zowel persleidingen als vrije val riolen. De leidingen hebben in Doetinchem een dubbelbestemming 'Leiding - Riool' gekregen. Hierdoor is de aanleg en instandhouding van rioolwatertransportleidingen geregeld. Door de dubbelbestemming worden ook de vrijwaringszones aan de weerszijden van de leidingen beschermd. In het plangebied zijn geen leidingen aanwezig die bestemd zijn met de dubbelbestemming 'Leiding - Riool'.

watertoets is een instrument dat ruimtelijke plannen toetst aan de mate waarin zij rekening houden met het beleid om het water meer ruimte te geven. De watertoets heeft als doel om in een vroegtijdig stadium alle relevante partijen te betrekken bij het opstellen van een wateradvies. De toets heeft betrekking op alle wateren en alle waterhuishoudkundige aspecten die van betekenis zijn voor het gebruik en de functie van het plangebied en de directe omgeving van het gebied, bijvoorbeeld veiligheid (overstromingsgevaar), wateroverlast en waterkwaliteit. Deze toets is in de navolgende tabel opgenomen. Thema

Toetsvraag

Relevant

Hoofdthema's Veiligheid

1. Ligt in of nabij het plangebied een primaire of regionale waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade?

1. Ja 2. Nee

81

Riolering en afvalwaterketen

1. Is er een toename van het afvalwater (DWA)?

1. Nee

2. Ligt in het plangebied een persleiding van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI van waterschap?

2. Nee 3. Nee

1. Is er sprake van toename van het verhard oppervlak? Wateroverlast (oppervlaktewater)

2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van bestaand verhard oppervlak? 3. In of nabij het plangebied bevinden zich natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes?

Grondwater- overlast

Oppervlaktewaterkwaliteit Grondwaterkwaliteit

1. Nee 2. Nee 3. Nee

1. Is in het plangebied sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de invloedzone van de Rijn of IJssel?

1. Nee 2. Nee

3. Is in het plangebied sprake van kwel?

3. Nee

4. Beoogt het plan dempen van slootjes of andere wateren?

4. Nee

1. Wordt vanuit het plangebied water op oppervlaktewater geloosd?

1. Nee

2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of SED water?

2. Nee

3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk in een Strategisch actiegebied?

3. Nee

Ligt het plangebied in de beschermingszone van een drinkwateronttrekking?

Nee

1. In of nabij het plangebied bevinden zich overstorten uit het gemengde of Volksgezondheid

verbeterde stelsel? 2. Bevinden zich, of komen er functies, in of nabij het plangebied die milieu

1. Nee 2. Nee

tuinen aan water)? Verdroging Natte natuur

Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?

Nee

1. Bevindt het plangebied zich in of nabij een natte EVZ?

1. Nee

2. Bevindt het plangebied zich in of nabij beschermingszones voor natte natuur?

2. Nee

1. Bevinden zich in of nabij het plangebied wateren die in eigendom of beheer zijn Inrichting en beheer

bij het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van watergangen tot doel?

1. Ja 2. Nee

Aandachtsthema's Recreatie

Bevinden zich in het plangebied watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt?

Nee

Cultuurhistorie

Zijn er cultuurhistorische waterobjecten in het plangebied aanwezig?

Nee

De waterkeringen die in het plan gebied gelegen zijn, zijn aangeven met een dubbelbestemming 'Waterstaat Waterkering'. De waterkering ligt aan de noordzijde van het plangebied. De belangen van waterveiligheid en de waterkering worden, naast de dubbelbestemming, ook beschermd door de Keur van het waterschap. De beschermingszone van de waterkering waar de keur van toepassing is, is groter dan het gebied met de dubbelbestemming.

In het plangebied en de directe nabijheid bevinden zich watergangen die worden beheerd en onderhouden door het waterschap Rijn en IJssel. De watergangen worden beschermd door de keur van het waterschap.

Het gemeentelijke beleid van archeologie en cultuurhistorie sluit aan bij het provinciale beleid van deze aspecten. In de volgende twee paragrafen wordt nader ingegaan op archeologie en cultuurhistorie.

82

Met de ondertekening van het Verdrag van Valletta (Malta) in 1992 is in Nederland de zorg voor het archeologisch bodemarchief aanzienlijk toegenomen. In het verdrag staat: Archeologische waarden moeten als onvervangbaar onderdeel van het culturele erfgoed worden meegenomen en te worden ontzien bij de ontwikkeling en besluitvorming van ruimtelijke plannen. Met het in werking treden van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) in september 2007 is het verdrag wettelijk verankerd en is de Monumentenwet 1988 herzien. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet van kracht, die de Wamz en de Monumentenwet 1988 heeft vervangen. Een belangrijk archeologisch doel van de Erfgoedwet is om het archeologisch erfgoed ter plekke te behouden. Daarom is het verplicht om vroegtijdig in het proces van de ruimtelijke ordening rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden en hierin een afweging te maken. Vroegtijdig onderzoek maakt namelijk ruimte om te overwegen om archeologievriendelijke alternatieven toe te passen. Als het archeologisch bodemarchief niet kan worden ontzien, kan voorafgaande aan de bodemverstoring een archeologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Of een onderzoek nodig is en welk onderzoek dit moet zijn, wordt bepaald op basis van de aanwezige archeologische waarden en de aard en omvang van de bodemingreep.

De kennis die hierbij wordt vergaard, levert informatie op die ook als inspiratiebron kan dienen voor het ontwerp van een gebouw of bij het inrichten van de openbare ruimte. Zo kan het 'verhaal van de plek' ook door toekomstige generaties nog worden gelezen. Een betere bescherming van de archeologie en het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om goed inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het archeologisch bodemarchief. Daarom heeft de gemeente Doetinchem een archeologische beleidskaart laten opstellen door adviesbureau RAAP, waarop de archeologische vindplaatsen en verwachtingszones zijn aangegeven. Afhankelijk van de (verwachtings)waarde in een gebied zal het beschermingsregime meer of minder streng zijn. De archeologische beleidskaarten zijn op 30 maart 2020 door de gemeenteraad van Doetinchem vastgesteld. De archeologische beleidskaarten worden periodiek geactualiseerd aan de hand van uitgevoerd archeologisch onderzoek. De uitgangspunten voor het archeologiebeleid sluiten al aan op het nieuwe beleid, die regionaal is opgesteld. Dit beleid staat in de nota 'Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek' (vastgesteld in 2013). Dit beleid geeft een verlichting van de grenzen voor archeologisch onderzoek.

De gebieden zoals deze in de archeologische beleidskaarten onderscheiden zijn, veranderen hier niet door. Wel zijn er nu in de basis 5 verschillende niveaus van bescherming. Deze komen terug in de navolgende tabel. De volgende archeologische gebieden komen in het plangebied voor:

AWG categorie 1 (

altijd vergunningplicht

Waarde - Archeologisch monument

AWG categorie 2 ( & AWG categorie 4

Binnenstad Ei

bij bodemingrepen groter dan 50 m2 Waarde - Archeologie en dieper dan 30 cm

bij bodemingrepen groter dan 15 m2 Waarde - Archeologische verwachting 1 en dieper dan 30 cm

83

AWG categorie 3

AWV categorie 5 AWV categorie 6

AWV categorie 7

bij bodemingrepen groter dan 100

Waarde - Archeologische

m 2 en dieper dan 30 cm

verwachting 2

bij bodemingrepen groter dan 250 m 2 en dieper dan 40 cm

Waarde - Archeologische verwachting 3

bij bodemingrepen groter dan 250

Waarde - Archeologie

m 2 en dieper dan 30 cm

verwachting 4

bij bodemingrepen groter dan 1000 Waarde - Archeologische m 2 en dieper dan 30 cm

verwachting 5

AWV categorie 8 & AWV categorie 9 (

bij bodemingrepen dieper dan 30 Waarde - Archeologische cm - en bij plangebieden groter dan verwachting 6

AWV categorie 10 (waterpartijen)

n.v.t.

geen dubbelbestemming nodig

vergraven

n.v.t.

dubbelbestemming baseren op AWG- of AWV-categorie

Archeologisch onderzoek

n.v.t.

dubbelbestemming baseren op AWG- of AWV-categorie

Na onderzoek vrijgegeven

n.v.t.

geen dubbelbestemming nodig

Te allen tijde moet rekening worden gehouden met de wettelijke meldingsplicht bij toevalsvondsten (Erfgoedwet, art. 5.10): Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

84

september 2017) en de Erfgoedverordening gemeente Doetinchem 2013 (vastgesteld 30 mei 2013). In opdracht van de gemeente Doetinchem is in 2019 en 2020 een onderzoek uitgevoerd naar cultuurhistorische waardevolle objecten in het stedelijk gebied (Belfort Cultuurhistorie en Monumenten, Doetinchem 14 april 2020). In dit onderzoek zijn ook de gebouwen van IJzergieterij Vulcanus gewaardeerd als cultuurhistorisch waardevol. Het complex van ijzergieterij Vulcanus is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Volgens het onderzoek heeft de waardering betrekking op de onderdelen van het huidige complex die voor 1966 gebouwd werden. Voor de juridisch-planologische verankering van de cultuurhistorische waardevolle objecten in het stedelijk gebied van de gemeente Doetinchem heeft de gemeente een aparte procedure in gang gezet. De cultuurhistorische waardevolle bestemmingsplan heeft vanaf 4 november 2021 zes weken ter inzage inzage. De cultuurhistorische waardevolle bebouwing van het Vulcanusterrein maakt ook onderdeel uit van dit plan.

s

85

bebouwing juridisch-planologisch beschermd tegen sloop zonder toestemming (omgevingsvergunning). Dit betekent dat er bij sloopaanvragen (voor zowel gehele als gedeeltelijke sloop) altijd een afweging plaatsvindt in het kader van cultuurhistorie. Zie ook paragraaf 3.2.3 Erfgoedwet, 3.3.3 Cultuur en Erfgoed 2017-2020 en Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem.

In het wegcategoriseringsprogramma zijn de verschillende wegen (binnen en buiten de bebouwde kom) in

Stroomwegen (autosnelweg A18) Gebied ontsluitingswegen (50 km wegen) Erftoegangswegen 30 km wegen)

Uitgangspunten bij de inrichting van de wegen binnen de gemeente Doetinchem zijn bepaald in het Wegcategoriseringsplan: de inrichting van de weg (het wegbeeld) moet het gewenste rijgedrag en de rijsnelheid 'afdwingen'; herkenbare inrichting van de verschillende verkeersruimtes door materiaal/kleur; de (kwaliteit van de) leefomgeving staat centraal; de weg moet na realisatie goed te beheren zijn (beheerbewust ontwerpen); snelheidsremmende maatregelen worden getroffen in erftoegangsstraten en op gebiedsontsluitingswegen waar kwetsbare verkeersdeelnemers de weg moeten kruisen.

De meeste woonstraten in de gemeente Doetinchem zijn inmiddels aangewezen tot 30 km/uur gebied. Niet alle straten voldoen al helemaal aan de bijbehorende inrichtingseisen. De komende jaren zullen bij groot onderhoud steeds meer woonstraten worden ingericht tot 30 km/uur straat. De gebiedsontsluitingswegen zijn bedoeld om het verkeer uit de woongebieden verwerken richting bijvoorbeeld de snelweg A18. Het is duidelijk welke wegen dit zijn maar ook deze voldoen nog niet allemaal aan de gestelde eisen. Niet alle gebiedsontsluitingswegen hebben bijvoorbeeld aparte fietspaden.

aanbrengen tussen de verschillende verkeersruimtes zorgt er voor dat de verkeersdeelnemer duidelijk zijn plek en die van anderen op de weg weet en zo de verkeersruimte op de juiste wijze gebruikt. Op drukke erftoegangsstraten is het belangrijk dat voetgangers veilig kunnen lopen op een trottoir. Voor rustige erftoegangsstraten kan worden overwogen alle verkeersdeelnemers gebruik te laten maken van dezelfde ruimte. Een smalle weg die gebruikt wordt door iedereen leidt tot een lagere rijsnelheid. Fysieke maatregelen als drempels ondervinden een steeds grotere weerstand bij de gebruikers en omwonenden en hulpdiensten. Ze leiden tot trillinghinder en toename van de geluidsoverlast. Bij voorkeur wordt gezocht naar maatregelen die een lagere snelheid afdwingen, maar die geen of beperkte bijeffecten

86

hebben voor de leefomgeving en hulpdiensten.

De normering uit de Nota Parkeernormen Auto- en Fiets Gemeente Doetinchem, zal aangehouden worden. Hierbij is gekozen voor een dynamische verwijzing naar dit beleidsdocument (in lijn met jurisprudentie van de ABRS, ECLI:NL:RVS:2015:2837). Het moet met een voorwaardelijke verplichting in de regels vastgelegd worden. Het beleid van de gemeente is erop gericht dat parkeeroplossingen bij woningen meer worden gezocht op eigen terrein of in clusters. Voorwaarde is wel dat de kwaliteit van de openbare ruimte gewaarborgd blijft.

In het bestemmingsplan worden geen nieuwe functies en/of woningen mogelijk gemaakt. Hiermee vormt het aspect verkeer en parkeren geen belemmering.

87

Langerak, met beperkte ruimte voor uitbreiding bij recht, vast in een actuele planologische regeling. Dit draagt bij aan het inzichtelijk maken en houden van de toegestane bouw -en gebruiksmogelijkheden.

De regels bestaan uit de volgende onderdelen: hoofdstuk 1: Inleidende regels; hoofdstuk 2: Bestemmingsregels; hoofdstuk 3: Algemene regels; hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels.

De inleidende regels omvatten de in de planregels gebruikte begripsomschrijvingen (artikel 1) en de wijze van meten (artikel 2). Hiermee is planspecifiek vastgelegd wat bedoeld wordt en hoe gemeten moet worden. Als een begrip niet omschreven is, dan geldt de algemeen gangbare uitleg van het begrip. Bebouwingspercentage/bouwperceel De bebouwingspercentage wordt berekend op basis van de oppervlakte van het bouwperceel (niet o.b.v. het

In de bestemmingsregels zijn de regels voor de verschillende bestemmingen omschreven. Elke bestemmingsregel is, in overeenstemming met de RO-Standaarden 2012 waaronder de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (2012), in beginsel opgebouwd uit: een bestemmingsomschrijving: een omschrijving van de doeleinden waarvoor de gronden zijn bestemd en de toegelaten bijbehorende bebouwing; de bouwregels: deze bevatten de voorgeschreven maatvoering van de bouwwerken; nadere eisen; afwijken van de bouwregels; specifieke gebruiksregels; afwijken van de gebruiksregels; omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden; wijzigingsbevoegdheid.

De bestemming 'Bedrijf' is toegekend aan bestaande bedrijven die niet op het bedrijventerrein gelegen zijn. In lijn met

de bedrijfsgebonden gronden van het Vulcanus-terrein,

88

de bedrijfsongebonden gronden van het Vulcanus-terrein, die een directe ruimtelijke samenhang met de bedrijfsgebonden gronden vormen en de bestaande bedrijfswoningen met bijbehorende gronden. In de staat van bedrijfsactiviteiten zijn cateringbedrijven toegestaan. Dit zijn geen horecabedrijven. Aangezien cateringbedrijven alleen eten bereiden en op een andere locatie het voedsel serveren. Er is dus geen sprake van consumptie ter plaatse of afhalen. Binnen de bestemming zijn kantoren toegestaan ten dienste van het aanwezige bedrijf tot maximaal 50% van het bruto -vloeroppervlakte. Detailhandel van ter plaatste geproduceerde goederen mag plaatsvinden tot maximaal 10% van de bruto-vloeroppervlakte van het bedrijf tot een maximum van 200 m2. Ten aanzien van het maximumpercentage kantooroppervlak behoort ook te worden gerekend de bijbehorende ondersteunende computer serviceruimten, werkkasten en opslag ten behoeve van kantoor. Deze vallen dus niet onder de bedrijfsdoeleinden. De percentages zijn niet cumulatief. Ondergeschikte horeca is alleen in de vorm van een bedrijfsrestaurant/kantine toegestaan. Bij medegebruik ten behoeve van kantoor, detailhandel en/of horeca moet minimaal 50% van de bruto-vloeroppervlakte in gebruik blijven voor de hoofdactiviteit van het bedrijf in kwestie. In het algemeen geldt dat de bebouwing binnen het bouwvlak gerealiseerd moet worden.

Met deze bepaling wordt zoveel mogelijk voorkomen dat een rommelig en onoverzichtelijk aanzicht ontstaat op het terrein. Onder voorwaarden is voor bepaalde ondergeschikte bouwwerken een afwijking mogelijk. Binnen het bouwvlak is een bebouwingspercentage opgenomen van 30%. Dit biedt ruimte voor kleine uitbreidingen ten opzichte van de huidige situatie ca 25%. Het benutten van ruimtelijke gebruiks en bouwmogelijkheden zal altijd ook bezien moeten worden in de milieukundige ruimte die er is om uit te breiden. Daarnaast is de maximale goot- en bouwhoogte opgenomen. Deze is gebaseerd op de bestaande situatie. Er zijn twee verschillende typen specifieke bouwaanduidingen voor schoorstenen opgenomen. Deze zijn opgenomen omdat de schoorstenen verschillende bouwhoogtes hebben. De hoogte van een schoorsteen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - schoorsteen 26 m' mag maximaal 26 meter bedragen. Daarmee is een op 24 december 2021 door de provincie Gelderland verleende omgevingsvergunning verwerkt in voorliggend bestemmingsplan. Een schoorsteen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - schoorsteen 40 m' mag maximaal 40 meter hoog zijn. Tevens is er een bouwaanduiding opgenomen voor het realiseren van een overkapping. Deze bouwaanduiding is aangeduid als 'specifieke bouwaanduiding - overkapping'.

Deze overkapping mag een goot- en bouwhoogte hebben van maximaal 5 meter. Ter plekke van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - woning uitsterfregeling' mag de bedrijfswoning als bewoond is geweest. Met de uitsterfregeling wordt recht gedaan aan het inmiddels langdurig gebruik van de woning als burgerwoning. Ook al wordt een woonfunctie ter plaatse niet wenselijk geacht vanwege de ligging van de bedrijfswoningen op gezoneerd industrieterrein. Binnen de bestemming 'Bedrijf' zijn de bestaande bedrijfswoningen toegestaan. Bij of in de bedrijfswoning is het toegestaan om een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf te beginnen. Met diverse binnenplanse afwijkingen wordt binnen de bestemming 'Bedrijf', al dan niet voor een deel van de gronden, de mogelijkheid geboden af te wijken van regels. Concreet gaat het om de regels die gesteld zijn voor het maximale bebouwingspercentage, maximale bouwhoogte, energieopslagsystemen voor gebruik door uitsluitend het toegestane bedrijf binnen de bestemming en e.e.a. in relatie tot verduurzaming en revitalisering van het bedrijf(sproces). Aan deze binnenplanse afwijkingen zijn voorwaarden verbonden die passend zijn bij de aard van de afwijking waar medewerking aan kan worden verleend. Gekozen is voor het toepassen van binnenplanse afwijkingen omdat het daarmee de mogelijkheden bij recht niet vergroot.

Wel bieden deze de mogelijkheid om onder voorwaarden, die de belangen van omgeving raken, enige flexibiliteit te bieden richting Vulcanus als bedrijf.

89

Daar waar een bedrijfswoning aanwezig is, is de uitoefening van een vrij beroep en een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toegestaan in een aangebouwde bijbehorend bouwwerk. Voorwaarde daarvoor is dat de woonfunctie in alle gevallen de hoofdfunctie blijft. In beperkte mate mag bij de uitoefening van een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf ook detailhandel plaatsvinden. Overige detailhandel is nadrukkelijk uitgesloten. Wanneer een aangebouwde oplossing niet mogelijk is vanwege architectuur of monumentale status van de woning, is het mogelijk om met een afwijking een aan huis gebonden beroep en/of bedrijf toe te staan in een vrijstaande bijbehorend bouwwerk. Hierbij moet het, als dat vanuit de bestemming noodzakelijk is vrijstaande bouwwerk wel een ruimtelijke eenheid vormen met de woning. Een internetwinkel is onder voorwaarden toegestaan, zo mag de internetwinkel alleen online verkopen, geen winkeluitstraling hebben, geen showroom en geen opslag binnen of buiten. Alleen in geval van gastouderschap is een buitenactiviteit in de vorm van buitenspelende kinderen toegestaan.

De bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' is opgenomen voor de grotere nutsvoorzieningen, waaronder gasdrukmeeten regelstations en transformatoren.

De bestemming 'Groen' is opgenomen voor de gronden binnen het plangebied die op dit moment als (structureel) groen in de vorm van bos in gebruik zijn. In de regels is een beperkte bebouwingsregeling opgenomen voor gebouwen (nutsvoorzieningen) en bouwwerken geen gebouwen zijnde (straatverlichting, straatmeubilair, en dergelijke) ten behoeve van de bestemming en eromheen gelegen openbaar gebied. Ten behoeve van extensieve dagrecreatie mogen fiets- en wandelpaden worden aangelegd. Onder extensieve dagrecreatie wordt ook het plaatsen van onder andere bankjes, tafels en prullenbakken begrepen.

De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie' en 'Waarde - Archeologische verwachting 2, 3, 4, 5 en 6' zijn eerder in de toelichting al uitgelegd. Zie paragraaf .

Met de waarde die past bij de onderliggende verwachtingszone wordt bedoeld, dat de verwachtingszone bepaald wanneer er een archeologische onderzoekverplichting geldt: in een hoge verwachtingszone geldt dat onderzoek moet worden uitgevoerd bij een ingreep dieper dan 30 cm beneden maaiveld en een plangebied groter dan 250 m2. bij een middelmatige verwachtingszone moet onderzoek worden uitgevoerd bij 30 cm beneden maaiveld en een plangebied groter dan 1000 m2, bij een lage verwachtingszone bij 30 cm beneden maaiveld, en een plangebied groter dan 5000 m2. Dus als de ene helft van het bouwperceel in een hoge verwachtingszone ligt, en de andere helft in een zone met een lage verwachting, dan moet apart bekeken en beoordeeld worden of er een onderzoeksverplichting geldt voor het bouwperceel. Als voorbeeld: als slechts 150 m2 van het bouwplan in de hoge zone ligt en 500 m2 in de lage zone, dan hoeft er geen onderzoek te worden uitgevoerd.

90

Een aantal planregels geeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid om nadere eisen te stellen of een afwijking te verlenen als bedoeld in artikel 3.6, lid 1, onder d, respectievelijk onder c, van de Wet ruimtelijke ordening. De nadere eisen kunnen betrekking hebben op de plaats en afmetingen van de bebouwing. Deze kunnen toegepast worden als het concrete bouwplan voor de genoemde onderdelen, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, een ongewenst gevolg voor de omgeving heeft. Binnen de afwijkings- en wijzigingsbevoegdheden komen veelal de volgende voorwaarden voor: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende de gebruiksmogelijkheden van die percelen; b. de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is; c. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is. Deze voorwaarden zijn als volgt uit te leggen: a. daardoor geen onaanvaardbare gevolgen ontstaan voor aangrenzende percelen betreffende de gebruiksmogelijkheden van die percelen: als een afwijking of wijziging op een aangrenzend perceel van zodanige invloed is dat deze grond, minder goed te gebruiken is dan het was, dan is het niet gewenst om aan de afwijking of wijziging mee te werken; b.

de ruimtelijke uitwerking aanvaardbaar is: ten aanzien van de binnen een regeling toegelaten gebruiksvormen moet rekening worden gehouden met de milieu- en andere aspecten, zoals hinder voor omwonenden en verkeersaantrekkende werking. Als hierdoor de omgeving nadelig belast wordt, dan is medewerking niet gewenst; c. de uitvoerbaarheid gewaarborgd is: niet haalbaar plan kan niet meegewerkt worden.

Daar waar het relevant is voor de bestemming, is een specifieke gebruiksregel voor parkeren opgenomen. Op grond van artikel 3.1.2. tweede lid Bro mogen parkeernormen worden neergelegd in een beleidsregel. In Doetinchem ligt het parkeerbeleid vast in de 'Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017 - 2020' en 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 8 juni 2017. In het bestemmingsplan wordt tot uitdrukking gebracht, dat bij de toets op het onderdeel parkeren, deze beleidsregel betrokken moet worden bij bouw, uitbreiding of vervangende nieuwbouw en/of wijziging van gebruik. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State blijkt, dat een zogenoemde dynamische verwijzing in het bestemmingsplan acceptabel is. Daarom is aan de parkeerbepaling in het bestemmingsplan de zinsnede 'met dien verstande dat wanneer deze parkeerregels gedurende de planperiode worden gewijzigd, rekening wordt gehouden met die wijziging'. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht, dat in principe te allen tijde wordt getoetst aan de meest actuele versie van het beleid. Tussentijdse wijzigingen van het beleid zijn dus gedurende de planperiode van het bestemmingsplan mogelijk.

Bij veel bestemmingen is de afwijking opgenomen om te bouwen buiten het bouwvlak mits het bouwperceel aan de zijde waar de bouwgrens wordt overschreden grenst aan openbaar toegankelijk gebied, waarop een groen-, natuur-, water-, verkeers- of daarmee vergelijkbare bestemming rust. Ook wordt gezegd dat de naar de weg gekeerde bouwgrens niet mag worden overschreden. Hierbij wordt bedoeld de bouwgrens aan de wegzijde van het gebouw (meestal de voorkant van het gebouw). Deze mag dus niet overschreden worden. Veelal is hier ook een

91

verkeersbestemming opgenomen. Aan de zijkant of achterkant van een gebouw kan ook een verkeersbestemming twee keer een verkeersbestemming geldt maatwerk. Advies kan hiervoor ingewonnen worden bij de stedenbouwkundige.

Deze standaardbepaling heeft als doel te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie is mogelijk gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, opnieuw ten tweede male zou kunnen worden gebruik gemaakt.

In de algemene bouwregels is onder andere omschreven wanneer er geen verbod geldt voor het overschrijden van de bouw- en/of bestemmingsgrenzen voor bepaalde bouwdelen. Ook is omschreven wanneer het bevoegd gezag kan afwijken van bouw- en/of bestemmingsgrenzen. De 'bestaande matenregeling' is bedoeld voor legale bouwwerken die afwijken van de vastgestelde situering, gooten/of bouwhoogte, afstand, oppervlakte en/of inhoud van de bouwregels in dit bestemmingsplan. De bestaande afwijking is daarmee toegestaan. In het artikel 'Ondergronds bouwen' is aangegeven dat de opgenomen bouwregels zijn bedoeld voor bouwwerken boven de grond.

De algemene gebruiksregel luidt dat het verboden is om gronden en opstallen te gebruiken in strijd met de bestemming. Hierbij zijn een aantal gebruiksvormen specifiek benoemd. Gebruik ten behoeve van de realisering en/of handhaving van de bestemming of het normale onderhoud van de gronden en/of bouwwerken wordt toegelaten. In de algemene gebruiksregels is ook benadrukt welk gebruik sowieso is toegestaan. Namelijk het opwekken van duurzame energie met behulp van zonnepanelen of andere - op grond van de bestemmingsregels geoorloofde voorzieningen op het dak.

een plaats krijgen. De volgende algemene aanduidingsregels komen in dit bestemmingsplan voor:

Binnen deze zone kan er niet zondermeer een geluidsgevoelig object, zoals een woning gebouwd worden. Dit betekent dat er eerst een akoestisch (geluid) onderzoek uitgevoerd moet worden. Uit dit onderzoek moet blijken dat er voldaan kan worden aan de geluidnormen van de Wet geluidhinder.

Voor de aanwezige aardkundige waarden is de aanduiding 'overige zone - aardkundige waarden' opgenomen waaraan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden is gekoppeld.

In de regels bij deze bestemmingen is een voorrangsregeling opgenomen met het oog op de bescherming van de belangen en de aanwezige waarden. De gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de onderliggende bestemmingen worden hierdoor beperkt. In de zones mogen geen bouwwerken en werken worden uitgevoerd. Met een

92

omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden kan van het bouwverbod worden afgeweken.

Ter bescherming van de aanwezige cultuurhistorische waarden is de aanduiding 'overige zone - cultuurhistorische waarden' opgenomen. Hieraan is een omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk gekoppeld. Hiermee wordt geregeld dat cultuurhistorisch waardevolle objecten niet meer bij recht gesloopt mogen worden.

In deze zone zijn ( bestaande ) bedrijven toegestaan die in het Besluit omgevingsrecht zijn aangemerkt als grote lawaaimakers. Bij deze bedrijven komt dus meer geluid vrij dan bij niet grote lawaaimakers.

In deze zone is het verboden om nieuwe risicobronnen te vestigen of bestaande risicobronnen uit te bereiden.

Op de gasdrukmeet - en regelstations zijn de regels uit de Wet milieubeheer en Activiteitenbesluit van toepassing. Door de uitstraling moeten er veiligheidsafstanden in acht genomen worden, voor kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Hierdoor wordt voor derden zichtbaar waar de stations en de bijbehorende beschermingszones liggen. In de 'veiligheidszone - bevi 1' geldt dat: binnen een afstand van 4 meter van het gasdrukmeet- en regelstation geen gebouwen voor beperkt kwetsbare objecten mogen worden gebouwd en; binnen een afstand van 6 meter van het gasdrukmeet- en regelstation geen gebouwen voor kwetsbare objecten mogen worden gebouwd.

De algemene afwijkingsregel voorziet in de mogelijkheid om op ondergeschikte onderdelen af te wijken van de regels van het bestemmingsplan. Bijvoorbeeld voor kleine bouwwerken voor nutsvoorzieningen. De in het plan opgenomen algemene wijzigingsbevoegdheden laat meer ingrijpende afwijkingen toe en wordt daarom gekoppeld aan een zwaardere procedure dan die voor het verlenen van een afwijking van de bouw- en gebruiksregels. Voor het opwekken van kleinschalige duurzame energie. Hierbij moet gedacht worden aan zonnepanelen, mini windturbines en kleine windturbines. Voor zonnepanelen voor eigen gebruik gelden een aantal voorwaarden, bijvoorbeeld dat de zonnepanelen op eigen grond geplaatst moeten worden, daarnaast ook dat deze grond in gebruik moet zijn als erf. De oppervlakte maat van 100 vierkante meter is extra t.o.v. de standaard oppervlakte van 20 vierkante meter (bouwwerken, geen gebouwen zijnde). Mini windturbines (ook wel windwokkels genoemd) zijn met een afwijking toegestaan op het dak, waarbij voorwaarden gelden, onder andere dat de as-hoogte maximaal 5 meter boven het hoogste punt van het gebouw of bouwwerk waar de mast op staat uit komt. Kleine windturbines (ook wel windmolentjes genoemd) staan op de grond en zijn met een afwijking toegestaan in de gebiedstype buitengebied en bedrijventerreinen, zie Gebiedstypen.

In een woonwijk (gebiedstype woongebieden) is het niet toegestaan om een kleine windturbine op te richten. Om de afwijking vergund te krijgen moet verder aan een aantal andere voorwaarden worden voldaan, bijvoorbeeld dat de maximale as-hoogte 30 meter is van de turbine.

Onder overige regels zijn die regels geplaatst die niet onder een andere regel zijn te vatten.

93

In de loop van de tijd kan het gebruik van gronden of bouwwerken gaan afwijken van datgene wat mogelijk is op basis van het bestemmingsplan. In de overgangsregels wordt geregeld hoe met deze afwijking acceptabel zijn. De naam van het plan wordt in de slotregel aangehaald.

94

Bij het opstellen van het bestemmingsplan is rekening gehouden met het risico van planschade. Met het oog op het voorkomen van planschade is de procedure gestart met het ter inzage leggen van het voorontwerpbestemmingsplan. Van 1 juli 2021 t/m 1 september 2021 heeft het voorontwerpbestemmingsplan 'Vulcanus - 2021' ter inzage gelegen. 7.2 Inspraak. Ruim anderhalf jaar na terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan is de procedure vervolgd met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan voor het Vulcanus terrein. Meer hierover in hoofdstuk 7.

95

Dit bestemmingsplan doorloopt de procedure als bedoeld in afdeling 3.2 van de Wet ruimtelijke ordening. Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing. Als extra stap, voorafgaande aan de formele procedure, is het voorontwerpbestemmingsplan in het kader van de gemeentelijke inspraakverordening ter inzage gelegd. De resultaten van de terinzagelegging van het voorontwerpbestemmingsplan zijn meegenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Meer hierover in paragraaf 7.2 Inspraak. Ook wordt het plan op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening overlegd met de besturen van waterschap, provincie en Rijk. In dit hoofdstuk zullen de resultaten van de inspraakprocedure en overleggen worden behandeld.

Het voorontwerpbestemmingsplan is op 30 juni 2021 gepubliceerd in het digitale Gemeenteblad, de website van de gemeente Doetinchem, op de gemeentepagina van huis-aan-huisblad Doetinchems Vizier. Hierbij is bekend gemaakt dat vanaf 1 juli 2021 het voorontwerpbestemmingsplan 9 weken ter inzage ligt op grond van de gemeentelijke inspraakverordening en dat op het plan gereageerd kon worden tot en met 1 september 2021. Het in procedure brengen van een voorontwerpplan is een afwijking van het raadsbesluit van 23 februari 2012. Toen is besloten om de proceduretijd te versnellen, geen bestemmingsplannen meer als voorontwerp ter inzage te leggen. Bij dit besluit is ook aangeven dat van deze keuze afgeweken kan worden in uitzonderlijke gevallen. Vanwege de inspraak vrijgegeven. Tussen het ter inzage leggen van het voorontwerpplan en het ontwerpplan zit ruim anderhalf jaar. Zie ook Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid.

Er zijn twee inspraakreactie ontvangen. De reacties zijn samengevat en commentaar voorzien in de Nota van inspraak. De nota is als bijlage bij de toelichting gevoegd in Bijlage 3.

Het plan is op basis van artikel 3.1.1. Bro overlegd met de volgende instanties: provincie Gelderland; waterschap Rijn en IJssel; Op basis van richtlijnen van de rijksoverheid is vooroverleg met deze instantie niet nodig. Er is geen rijksbelang dat hiertoe aanleiding geeft.

De provincie Gelderland heeft per brief (zaaknummer 2022-014052) laten weten dat er geen provinciale belangen spelen. De regels in de omgevingsverordening met betrekking tot nieuwvestiging of uitbreiding van solitaire bedrijvigheid in het buitengebied en met betrekking tot klimaatadaptatie zijn in dit geval niet relevant.

Het Waterschap Rijn en IJssel heeft als reactie enkel een tekstuele opmerking gemaakt. Deze is verwerkt.

96

Op basis van het vooroverleg hebben geen inhoudelijke aanpassingen aan het plan plaatsgevonden.

In het proces rond het opstellen van het plan zijn de directe omgeving van het plangebied en andere betrokkenen georganiseerd op 14 juli 2021. Daarnaast is er contact geweest met de eigenaren van het bedrijf, zowel met betrekking tot het voorontwerpbestemmingsplan als ook in het kader van het opstellen van bestemmingsplan 'Stedelijk gebied - 2021'. Ook vindt er (voornamelijk in het kader van milieu) een periodiek overleg plaats georganiseerd door de Provincie Gelderland, de Omgevingsdienst Achterhoek en de Omgevingsdienst Regio Nijmegen waar omwonenden voor worden uitgenodigd. De laatste keren heeft het overleg plaatsgevonden op 14 maart 2022, 19 september 2022 en 2 februari 2023. Maart 2024 vond wederom een bijeenkomst met omwonenden plaats waar de inhoud van het gewijzigde bestemmingsplan is gedeeld en toegelicht. Tot slot is de omgeving met een mailing/nieuwbrief vanuit de ODRN diverse keren op de hoogte gehouden van ook stappen in de procedure rond het (ontwerp)bestemmingsplan.

97

98

1 Bouwgeschiedenis en ruimtelijke structuur Langerak

99

1. De tabellen zijn een selectie uit de lijsten zoals deze door het VNG is opgenomen in 'Bedrijven en milieuzonering, Handreiking voor maatwerk in de gemeentelijke ruimtelijke ordeningspraktijk, editie 2009'. De lijst is gescreend op ruimtelijke wenselijkheid voor de specifieke bestemming waaraan de lijst gekoppeld is. 2. Lijst 1 (aanwezig bij dit bestemmingsplan) gaat uit van bedrijfsactiviteiten, gerangschikt naar SBI-codes van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Voor elke activiteit zijn milieuaspecten en richtafstanden vermeld, rekening houdend met de normaliter bij deze bedrijven voorkomende opslagen en installaties. Bij activiteiten kunnen daarnaast specifieke opslagen en installaties voorkomen. Lijst 2 (niet aanwezig bij dit bestemmingsplan), te vinden in 'Bedrijven en milieuzonering', bevat milieuaspecten en richtafstanden voor deze opslagen en installaties. 3. De lijsten vermelden richtafstanden voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstand geldt tussen enerzijds de grens van de bestemming die bedrijven toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een woning die volgens het bestemmingsplan of via vergunningsvrij bouwen mogelijk is. De richtafstanden zijn weergegeven in afstandsklassen (zie hierna).

De richtafstanden voor de onderscheiden bedrijfstypen zijn afgeleid van: in Nederland aanvaarde normen voor de emissies door milieubelastende activiteiten; in Nederland voorgeschreven of aanvaarde grens- en richtwaarden voor de immissies bij woningen en andere milieugevoelige bestemmingen; ervaringen en waarnemingen met betrekking tot de omvang en schadelijkheid van emissies door activiteiten. De activiteiten zijn zodanig gedefinieerd en geclusterd dat er in het licht van de soorten milieubelasting (geur, stof, geluid, gevaar) sprake is van een zekere uniformiteit. In de praktijk zal binnen een activiteit variatie in de milieubelasting voorkomen. In de tabel is de grootste afstand voor geur, stof, geluid en gevaar vermeld. Deze grootste afstand is bepalend voor de indeling in de milieucategorie. De volgende tabel geeft inzicht in het verband tussen de afstand en de milieucategorie: milieucategorie richtafstand 1

10 m

2

30 m

3.1

50 m

3.2

100 m

4.1

200 m

4.2

300 m

5.1

500 m

5.2

700 m

5.3

1.000 m

6

1.500 m

Mocht een bedrijf meerdere SBI-codes kennen, dan moet voor elk aspect de grootste afstand worden genomen. Dat geldt ook voor de gebruikte installaties en opslagen. Opgemerkt dient te worden dat de methodiek in de eerste plaats is ontwikkeld om in nieuwe situaties een vestigingsplaats voor een bedrijf vast te stellen en niet voor toetsing van bestaande situaties.

100

Daarom wordt bij bestaande situaties uitgegaan van de maatregelen, die voor een nieuwe vestiging van een dergelijk bedrijfs-/activiteitstype redelijkerwijs kunnen worden verwacht. Verder gelden de afstanden alleen in relatie tot rustige woonwijken gelegen in zuivere woongebieden, dus niet voor woningen die in gebieden liggen met een andere bestemming of kwalificatie. Voor de toepassing van deze methodiek op bestaande situaties is het zeker niet zo dat elk bedrijf, dat is gevestigd op kortere afstand tot aaneengesloten woonbebouwing dan de wenselijke, zonder meer onaanvaardbaar is. Wel geeft de

4. Bij bepaalde activiteiten is na de afstand voor geluid de letter C van 'continu' aangegeven. Hiermee is aangegeven dat bij de betreffende milieubelastende activiteiten de voor geluid bepalende activiteiten meestal continu (dag en nacht) in bedrijf zijn. Voorts is bij bepaalde activiteiten na de afstand voor geluid de letter Z van 'zonering' opgenomen. Het gaat hierbij om inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken in de zin van de Wet geluidhinder (vroeger ook wel A-inrichtingen genoemd) en die als zodanig zijn aangewezen in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en vergunningen besluit milieubeheer. Indien dergelijke bedrijven in het bestemmingsplan voorkomen of in het bestemmingsplan zijn toegestaan, moet in dat plan een geluidzone worden opgenomen. 5. In de kolom 'gevaar' is een richtafstand aangegeven, die bij een gemiddelde activiteit van dat type aangehouden kan worden. Het betreft alle gevaarsaspecten, inclusief brandgevaar en stofexplosies. Als de letter R van 'risico' is aangegeven, kunnen activiteiten onder de werking van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) vallen of gaan vallen. Voor deze activiteiten dit altijd te worden nagegaan of het Bevi van toepassing is. Voor activiteiten waarop het Vuurwerkbesluit van toepassing is, is de letter V van 'vuurwerk' opgenomen.

Voor deze activiteiten dient altijd te worden getoetst aan de veiligheidsafstanden uit het Vuurwerkbesluit. 6. Bij de bepaling van de richtafstanden voor de onderscheiden bedrijfstypen is uitgegaan van een 'gemiddeld' moderne activiteit met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen. Bij alle activiteiten dient daarom rekening te worden gehouden me teen zekere variatie. Voor activiteiten met een grote variatie in productieprocessen is de letter D van 'divers' opgenomen. Deze activiteiten kunnen een groter variatie in milieubelasting vertonen. Dit dient per geval nader te worden bezien. 7. Naast de genoemde milieuaspecten kan ook de verkeersaantrekkende werking van belang zijn voor de toelaatbaarheid van de activiteit op een bepaalde locatie. Dit aspect kan niet worden vertaald naar afstanden, maar is weergegeven met een kwalitatieve index die loopt van 1 tot en met 3, met de volgende betekenis: 1: potentieel geringe verkeersaantrekkende werking; 2: potentieel aanzienlijke verkeersaantrekkende werking; 3: potentieel zeer grote verkeersaantrekkende werking. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen goederenvervoer (G) en personenvervoer (P) De index voor verkeersaantrekkende werking is van belang in combinatie met de verkeersontsluiting van en naar de inrichting. Het kan een indicator zijn voor eventuele verkeers- en parkeerhinder in de omgeving. 8.

Het aspect visueel hinder is een indicator voor de visuele inpasbaarheid van activiteiten. Zo hebben hoge omvangrijke

101

bedrijfsbouwwerken index 3 en kleine(re) kantoorgebouwen index 1. De bepaling van de index is subjectief en niet eenduidig. Het betreft alleen een signaalfunctie. De index voor bodemverontreiniging (B) kan een hulpmiddel zijn bij de selectie van toelaatbare inrichtingen op gevoelige gronden, zoals bodembeschermingsgebieden. Deze index is opgenomen als een activiteit een verhoogde kans op bodemverontreiniging geeft, bijvoorbeeld door calamiteiten, incidenten of 'sluimerende' lekkages. De uitstoot van schadelijke stoffen naar de lucht is niet te vertalen in een richtafstand die bij voorkeur tot woningen (of andere gevoelige locaties) in acht genomen zou moeten worden. Toch kan de uitstoot van schadelijke stoffen naar de bodems, gewassen en flora; bijvoorbeeld verzurende stoffen op natuurgebieden en zware metalen op groentes. Bij het gebruik van ontsmettings- en bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw doen zich in de praktijk regelmatig problemen voor met de afstand tot woningen. Bij activiteiten waar dit mogelijk relevant is, is de letter L van 'luchtverontreiniging' opgenomen. 9. De volgende afkortingen worden in de lijsten gebruikt, in aanvulling op de hiervoor genoemde en verklaarde afkortingen: -

: niet van toepassing of niet relevant

<

: kleiner dan

>

: groter

=

: gelijk aan

cat.

: categorie

e.d.

: en dergelijke

kl.

: klasse

n.e.g. : niet elders genoemd o.c.

: opslagcapaciteit

p.c.

: productiecapaciteit

p.o.

: productieoppervlak

b.o.

: bedrijfsoppervlak

v.c.

: verwerkingscapaciteit

u

: uur

d

: dag

w

: week

j

: jaar

102

3 Nota van inspraak voorontwerpbestemmingsplan Vulcanus - 2021

103

4 Waarden CHW Langerak

104

5 Verleende vergunning Wet Natuurbescherming

105

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8091/documents/45797