Bijlage 1.3 Rekenkamerrapport Armoedebeleid in Doetinchem.pdf
Tekst van het document
In principe mag iemand niet langer dan drie jaar bij de Voedselbank lopen. De buurtcoaches doen de herindicaties. Zij kijken waarom iemand bij de Voedselbank terecht is gekomen en hoe ze diegene op breder vlak vooruit kunnen helpen. Ook voor de gemeente is het informatief om deze doelgroep in kaart te brengen. De Voedselbank Doetinchem deelt deze informatie met de gemeente, in tegenstelling tot veel andere Voedselbanken in andere gemeenten. Het lijkt erop dat het bereik van de Voedselbank in Doetinchem hoger is dan gemiddeld in Nederland en in de regio. Ook Laborijn is een belangrijke vindplaats en samenwerkingspartner in de toegang. Laborijn is de uitvoeringsorganisatie van de Participatiewet, de Wsw, en de Wet inburgering voor de gemeenten Doetinchem en Aalten. De consulenten zien in de praktijk veel signalen, zoals laaggeletterdheid, die vaak samenhangen met een kans op armoede. Om te zorgen dat ze een omslag maken naar preventie, is het zaak om zo vroeg mogelijk te signaleren.
34
Op dat vlak liggen er duidelijke lijnen met het BvFO en wordt samen nagedacht over de doorontwikkeling. Verder heeft Laborijn ook een ondernemerssteunpunt (OSP) waarmee ze een belangrijke, maar vaak vergeten doelgroep bedienen. Het OSP richt zich bij het uitvoeren van één van haar taken op inwoners die als zelfstandig ondernemer in de financiële problemen zijn geraakt of dreigen te raken. Voor de doelgroep zelfstandigen is binnen het OSP de daarvoor benodigde specifieke kennis aanwezig. De samenwerking tussen consulenten en Laborijn verloopt volgens consulenten soms wat moeizaam. Dat is lastig, want Laborijn is nodig bij het helpen van de meest kwetsbare groepen. Consulenten ervaren dat Laborijn vooral denkt vanuit wetgeving, terwijl consulenten denken vanuit de leefwereld van de cliënt. Er is bijvoorbeeld veel documentatie nodig voor het aanvragen van bijstand, dat is voor veel inwoners met hulpvragen een drempel volgens consulenten. Het denken vanuit twee verschillende leefwerelden - systeem en cliënt - maakt dat consulenten en Laborijn soms lastig met elkaar afstemmen.
5.2 Welke werkwijzen en instrumenten worden ingezet? In deze paragraaf gaan we in op de belangrijkste werkwijzen en instrumenten die worden ingezet. Hierbij gaan we vooral in op de diensten en producten die de afgelopen jaren zijn ingezet. We hebben ons hierbij, gezien de vele diensten en producten, beperkt tot hetgeen in de gesprekken (en de focusgroepen met inwoners) naar voren kwam. Het doel is dus niet om hier volledig te zijn, maar om te laten zien waar de gemeente mee bezig is en welke beweging dus in gang wordt gezet. De klant wordt integraal geholpen; er wordt goed doorgevraagd naar de oorzaak van de financiële problemen In de uitvoeringsagenda Armoede & Schulddienstverlening 2022-2024 (p.8) geeft de gemeente Doetinchem aan te willen blijven inzetten op de versterking van de financiële zelfredzaamheid en het zoveel mogelijk benutten van de eigen mogelijkheden van mensen. Met de samenhang tussen de verschillende producten binnen het BvFO wordt dit uitgangspunt gestimuleerd. Het versterken van financiële zelfredzaamheid is daarbij steeds het uitgangspunt. De visie is dat de inwoner geholpen moet worden bij de oorzaak van het probleem. In Doetinchem wordt de inwoner die zich meldt bij de gemeente met geldzorgen, automatisch ook gevraagd naar de gehele levenssituatie, om zo af te pellen wat de onderliggende oorzaak is van het geldprobleem.
De raad en het college ondersteunen deze werkwijze (actief) waardoor de consulenten ook in de praktijk de ruimte voelen om integraal naar de inwoners en de zorgvraag te kijken. Indien nodig kunnen inwoners (tijdelijk) ontzorgd worden. Draagkracht van een inwoner gedurende het schuldhulpverleningstraject is een samenspel tussen eigen vaardigheden behouden en benutten én het inzetten van de ondersteuning die nodig is. Om te bepalen of iemand in aanmerking komt voor bijvoorbeeld bijstand, worden inkomensgrenzen gehanteerd. Dat zorgt er ook voor dat het beleid uitvoerbaar blijft. Daarnaast blijft er ruimte voor het realiseren van maatwerk. De gemeente Doetinchem ziet in armoede meer dan alleen een financieel probleem en kijkt naar verschillende leefgebieden.
35
De gemeente biedt een breed scala aan diensten en producten aan op het gebied van armoede- en schuldenbestrijding Omdat de gemeente Doetinchem veel taken, zoals bewindvoering en schulddienstverlening, zelf uitvoert, biedt zij ook een breed scala aan ondersteuning aan op het gebied van armoede- en schuldenbestrijding. Het BvFO kent vijf categorieën van waaruit zij diensten aanbiedt: schulddienstverlening, meedoenarrangement, Bijzondere bijstand, Compensatieregelingen Zorgkosten en Kwijtschelding gemeentelijke belastingen. In tabel 2 hebben we de producten en diensten nader opgesomd. De cijfers over het gebruik daarvan komen uit de factsheet armoedebeleid 2021 en de cijfers van 2023 komen uit informatie verstrekt voor dit onderzoek door de organisatie. Tabel 2 Producten Armoede & Schulddienstverlening 2022-2024 met aantallen uit 2021 en 2023 Producten en diensten
2021
2023
Schulddienstverlening gesprekken
●
Nieuwe aanmeldingen
387
493
Schulddienstverlening
● ●
736
767
● ● ●
Informatie & Advies Budgetcoaching (primair, middel, volledig, TOP) Schuldregelen (MSNP, WSNP, herfinanciering, saneringskrediet, betalingsregeling) Kredietverstrekking Budgetcoaching Nazorg
Meedoenarrangement
● ● ● ●
Cultuur Sport Educatie Welzijn
3.215
3.600, waarvan 1.000 jonger dan 18 jaar
Compensatieregelingen zorgkosten
● ● ●
Gemeentepolis (GarantVerzorgd) Maatwerkvoorziening Zorgkosten Meerkostenregeling
2.659
2.400
Bijzondere bijstand
● ● ●
Incidentele bijzondere bijstand Periodieke bijzondere bijstand Hercontroles
643
794
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
● ● ●
Afvalstoffenheffing (AFV) Onroerendezaakbelasting (OZB) Rioolheffing (RIOG)
2.046
1.997
●
36
Daarnaast biedt de gemeente ook nog de volgende diensten aan: ● Vroegsignalering (Vroeg Eropaf) ● Vroegsignalering jongeren ● Woonbepalingsdeurwaardersgesprekken Sité Woondiensten ● Adviesrecht bij schuldenbewind ● Schuldenaanpak Rechtbank Gelderland ● Specifieke uitstroomregeling wanbetalers ● Projectleider Rondkomers ● Voorlichting Jongeren ● Aanspreekpunt Kinderopvangtoeslagaffaire ● Het Ondernemerssteunpunt ● Het Schuldenknooppunt ● Nationale SchuldhulpRoute ● Project ‘bespaarhulp aan huis’ ● Financieel ontzorgen (Wet inburgering) ● Uitstroom na WSNP ● Energietoeslag De gemeente Doetinchem heeft veel in eigen beheer en voert op eigen wijze de dienstverlening uit Een aantal van de voornaamste diensten wordt hieronder nader toegelicht. Schulddienstverlening In 2012 heeft de gemeente Doetinchem ervoor gekozen om de schulddienstverlening in eigen beheer uit te voeren, vanuit het idee dat het ‘beter kon voor hetzelfde geld’. Dit is opvallend omdat de meeste gemeenten de schulddienstverlening hebben uitbesteed. Uit gesprekken komt naar voren dat alle betrokkenen (inclusief raad) tevreden zijn over het in eigen beheer uitvoeren van de schulddienstverlening. De trajecten zijn korter en de gemeente kan pro-actiever en vooral ook duurzamer mensen op weg helpen.
Door het beter kunnen volgen van inwoners, is het onder andere mogelijk om aanvullende diensten en producten in het na(zorg)traject aan te bieden. Ook uit gesprekken met inwoners komt naar voren dat zij erg tevreden zijn over de uitvoering van de schulddienstverlening door de gemeente (zie ook paragraaf 6.4). Meedoenarrangement Alle inwoners met een (gezamenlijk) inkomen tot 130% van de bijstandsnorm komen in aanmerking voor het meedoenarrangement. Inwoners kunnen zich aanmelden vanaf januari voor het meedoenjaar. Krijgen zij een toekenning, dan ontvangen zij punten om te besteden aan activiteiten. Het aantal punten is gebaseerd op leeftijd: ● 0-4 jaar: 450 punten ter waarde van € 225 ● 4-18 jaar: 900 punten ter waarde van € 450 ● 18 jaar en ouder: 500 punten ter waarde van € 250 Via de ontvangen punten kunnen inwoners een keuze maken uit verschillende activiteiten: van sport en cultuur tot educatie, ontspanning en creativiteit. Ook voor mensen met een beperking is er aanbod9. Het meedoenarrangement wordt door de gemeente Doetinchem gezien als een belangrijk onderdeel van het instrumentarium. Het doel is een passend aanbod voor inwoners om mee te kunnen doen in de samenleving. Het meedoenarrangement is onlangs verruimd van 120% van het minimuminkomen naar 130%. 9
Meedoenarrangement
37
Dit was een bewuste keuze om ervoor te zorgen dat de groep ‘werkende armen’, die al hard getroffen is door externe ontwikkelingen zoals stijgende energieprijzen, ook in aanmerking blijft komen voor het meedoenarrangement. Inwoners geven tijdens de focusgroepen aan erg blij te zijn met het meedoenarrangement, al is het aanbod niet voor iedereen passend (zie ook paragraaf 6.4). Van het meedoenarrangement wordt vooral veel gebruikgemaakt door de doelgroep kinderen. 85% van de doelgroep maakt gebruik van deze ondersteuning, zo blijkt uit de uitvoeringsagenda 20222024. De gemeente Doetinchem wil de komende periode op deze doelgroep blijven inzetten. Daarnaast is het doel om de samenwerking met Sportbedrijf Doetinchem te intensiveren, omdat zij signaleren dat kinderen om verschillende redenen niet mee kunnen doen. Kinderen van ouders met schulden kunnen overigens ook gebruikmaken van het meedoenarrangement. Bewindvoering in eigen beheer Bijzonder is ook dat de gemeente Doetinchem sinds 2019 de bewindvoering uitvoert in eigen beheer via het BvFO. Hiermee biedt het BvFO het volledige scala aan dienstverlening. De gedachte hierachter was dat de gemeente het zelf goedkoper en vooral beter kon uitvoeren. Bij bewind moet de inwoner (en de consulent) verplicht aan zelfredzaamheid werken. Het streven van de gemeente Doetinchem is echter om bewindvoering als laatste redmiddel in te zetten.
Waar iemand zelfredzaam is, dan moet die kracht zo veel mogelijk benut worden. Budgetbeheer TOP inzetten is een manier om bewindvoering te voorkomen. Het traject in Doetinchem is toegespitst op wat de inwoner nodig heeft, bijvoorbeeld door verschillende vormen van budgetcoaching aan te bieden. De individuele inwoner wordt volgens hen maximaal ondersteund en meegenomen in welke opties er zijn. Vroegsignalering Producten zoals vroegsignalering betalingsachterstanden hebben in de uitvoeringsagenda 2022-2024 een structurele plek in de dienstverlening gekregen en er is veel aandacht voor preventieve activiteiten gericht op jongeren. In beleidsdocumenten wordt weinig geschreven over de uitvoering van vroegsignalering, maar uit interviews met betrokkenen blijkt dat de budgetcoaches een belangrijke taak hebben in het voorkomen van (verergerde) problematiek. Daarnaast zet ‘de Rondkomers’ in op bewustwording en signalering, bijvoorbeeld door naasten en op scholen. Impuls bestaanszekerheid De aanpak ‘Impuls bestaanszekerheid’ richt zich op een aantal specifieke acties en regelingen in de periode oktober 2022-december 2024. De aanpak is aanvullend op alle lopende dienstverlening en/of dienstverlening in deze periode.
Het betreft een communicatieplan, communicatiecampagne ‘de Rondkomers’, uitbreiding gemeentepolis pakket 3, verruiming van het meedoenarrangement, uitbreiding toegang bijzondere bijstand, aanpak energiearmoede, uitkeren energietoeslag, ophoging vermogensnorm bijzondere bijstand en een vangnetregeling zelfstandigen. De aanpak is in korte tijd (drie maanden) tot stand gekomen uit de samenwerking tussen de gemeente, Buurtplein en Laborijn. De redenen voor deze impuls waren de onzekere inkomsten, stijgende vaste lasten en te weinig financiële buffers die het voor meer mensen lastig maken om rond te komen. De Impuls heeft als doel om de bestaanszekerheid voor een brede doelgroep te garanderen, dus ook voor de (relatief) hogere inkomens die net buiten de boot vallen voor andere ondersteuning en regelingen. Het gaat dus om meer maatwerk. “Kenmerkend voor deze impuls bestaanszekerheid is kiezen voor persoonlijke aandacht, zo mogelijk niet wachten op de signalen van een inwoner en waar dat wenselijk is wijkgericht werken” (begroting 2024).
38
Het armoedebeleid is ruimhartig en kenmerkt zich door maatwerk In de gesprekken is bijna door alle betrokkenen aangegeven dat het armoedebeleid in Doetinchem in de kern ‘ruimhartig’ is. Zo is het meedoenarrangement onlangs naar 130% van het wettelijk sociaal minimum verhoogd. Dit terwijl veel gemeenten 100% tot 120% hanteren. Volgens betrokkenen kenmerkt de werkwijze van de gemeente Doetinchem in de uitvoering zich bovendien door maatwerk. Daarbij wordt opgemerkt dat het toekennen van regelingen wel resultaat moet hebben en de klant wel mee moet willen bewegen. Er is veel maatwerk mogelijk wanneer dit leidt tot een duurzame oplossing. Maatwerk en betrokkenheid zijn volgens beleidsmedewerkers mogelijk omdat er wordt gestuurd op dienstverlening en aandacht voor de klant, maar ook op goede werkprocessen zodat de caseload gehaald kan worden. Daartoe heeft de kwaliteitsmedewerker alle werkprocessen goed beschreven, georganiseerd en geborgd. Er zijn ook veel formele en informele activiteiten die bijdragen aan het armoedebeleid, zoals in de vorige paragraaf deels al benoemd. Uit eerdere evaluaties (en ook het gesprek met de raad) zijn er signalen naar voren gekomen dat het grote aantal initiatieven mogelijk ten koste gaat van een overzichtelijk beleidsveld. Ook zouden sommige professionals inmiddels niet meer weten waar de cliënt naartoe verwezen kan worden.
Het gebrek aan zicht wordt echter niet zo in de uitvoering gevoeld, en ook niet bij ketenpartners. Buurtcoaches en consulenten zijn goed op de hoogte van het aanbod. Zij helpen de inwoners ook actief mee om aanvragen te doen. Ook is er een heldere voorzieningenwijzer. Een van die extra initiatieven is het Gasthuisfonds. De regelingen van het Gasthuisfonds komen bovenop het armoedebeleid. Het Gasthuisfonds plakt naar eigen zeggen pleisters en doet niet aan structurele ondersteuning. Als mensen acuut in problemen raken en hun huis niet kunnen inrichten, vergoeden ze bijvoorbeeld witgoed of vloerbedekking. Het Gasthuisfonds heeft ook een signaalfunctie; ze lossen de eerste nood op, maar als de nood structureel is, melden rapporteurs dit bij de gemeente. Zij bedienen voor een deel de doelgroep waarbij de afstand of het wantrouwen tot de overheid vaak groot is. Sommige inwoners zijn teleurgesteld in de overheid.
5.3 In hoeverre is er sprake van effectieve samenwerking met ketenpartners? Voor inwoners die te maken hebben met armoede of dreigende schulden, bieden diverse maatschappelijke en professionele organisaties gerichte ondersteuning. Dat kan bijvoorbeeld in de vorm van gerichte financiële ondersteuning, zoals regelingen of giften, maar het kan ook in de vorm van administratieve ondersteuning of maatschappelijk werk. Er zijn op dit vlak verschillende organisaties die een bijdrage leveren aan de uitvoering van het armoedebeleid vanuit het zogenaamde voorveld. Bij het armoedebeleid zijn interne en externe partijen betrokken. Met sommige partners is er al een goede samenwerking, met andere is deze nog in ontwikkeling. In deze paragraaf beschrijven we de samenwerkingspartners en evalueren we de samenwerking. De gemeente Doetinchem heeft een goed overzicht van de partijen die in de keten werken, zoals ook blijkt uit onderstaande tabel.
39
Tabel 3 Overzicht samenwerkingspartners en doelstellingen (uit: Armoedebeleid 2018-2022, p.15) Onderdeel BvFO
Samenwerkingspartner
Schulddienstverlening Werkgeversservicepunt (UWV)
Doelstelling Uitkeringsgerechtigden met schulden opsporen
Taalakkoord
Laaggeletterden binnen schulddienstverlening een passend aanbod doen
Laborijn
Gericht doorverwijzen
"Mijn school”
Passend aanbod creëren voor jongeren en financiële problemen
Buurtplein
Huidige samenwerking finetunen en voortzetten
Vrijwilligers financiële ondersteuning
Inzetten bij verschillende fasen in schulddienstverlening
Voedselbank, minimamarkt, Gasthuisfonds, PAD, World
Kennis delen, signalering
LDH reclassering, LZN, Buurtplein, Project “Wrap around Care” Laborijn Bijzondere bijstand
Laborijn
Gegevens uitwisselen vanuit de Participatiewet
Meedoenarrangement Regiogemeenten
Regionale samenwerkingen
Jongeren
SJOD, PAD i.s.m. Jimmy’s
Vindplek voor jongeren met financiële problemen
Compensatie zorgkosten
Wmo
Overlap in doelgroep en voorzieningen
Volksgezondheid (preventieprogramma)
Aandacht binnen de GarantVerzorgd voor preventie
De samenwerking met de ketenpartners verloopt goed, de gemeente treedt steeds meer op als regievoerder Uit eerdere evaluaties kwam naar voren dat de gemeente meer regie zou kunnen nemen in de ketensamenwerking, ook in de bevordering van de samenwerking tussen ketenpartners onderling. De gemeente merkte in 2021 bij de evaluatie van het beleid ook zelf op dat niet alle ketenpartners op de hoogte waren van de producten en diensten. Uit gesprekken voor dit onderzoek blijkt dat de gemeente haar positie als regisseur van de keten goed heeft opgepakt. De gemeente wil dit ondersteunen en een bijdrage leveren, maar niet beheersen. Volgens betrokkenen kenmerkt de samenwerking zich ook hier door korte lijntjes. De afgelopen jaren is het vangnet steeds fijnmaziger geworden zodat mensen er minder snel doorheen vallen. Een van de initiatieven die voortgekomen is uit de inzet om intensiever samen te werken, is De Rondkomers (gestart in 2019). De Rondkomers is een initiatief van Buurtplein, de gemeente Doetinchem, Platform Armoedebestrijding Doetinchem, UWV en Laborijn. Ook Rabobank Graafschap en Betaald Voetbal De Graafschap maken deel uit van dit initiatief. Het doel is om het taboe op armoede te doorbreken om zodoende meer mensen in beweging te krijgen en te helpen.
40
De gemeente Doetinchem steunt De Rondkomers in brede zin. Door actieve deelname aan de coalitie en door bij te dragen aan de kosten van een projectleider, blijkt uit de uitvoeringsagenda. Bij De Rondkomers zijn veel partijen aangehaakt die samenwerken in verschillende projecten. Zo heeft het Buurtplein met Sité een maandelijks preventief overleg over huurachterstanden. Sité neemt dankzij samenwerking met De Rondkomers zo ook een maatschappelijke taak op zich. De initiatieven van De Rondkomers worden door betrokkenen erg waardevol gevonden in het kader van preventie bij armoede en schulden, maar ook in het bevorderen van samenwerking. Ketenpartners worden naast deelname in De Rondkomers ook geïnterviewd tijdens het vierjaarlijkse evaluatieonderzoek van het beleid. Een aantal ketenpartners zit ook in de Sociale Raad van de gemeente, waar ze ook de ruimte hebben om hun mening te geven. Met de meest betrokken partners heeft de beleidsafdeling door het jaar heen gesprekken. Zij worden uitgenodigd door de wethouder om te horen wat hen opvalt en wat hen bezighoudt.
41
42
H6 | Resultaten en effecten In dit hoofdstuk beschrijven we de stand van zaken inzake het armoedebeleid en de preventieve schuldhulpverlening en in hoeverre dat in lijn is met de geformuleerde doelstellingen. Daarnaast onderzoeken we de klantervaring met het gevoerde beleid en de toegankelijkheid van de regelingen. We gaan in op de volgende vragen: 3. Hoe doelmatig (effectief) en doeltreffend (efficiënt) wordt gestalte gegeven aan de uitvoering van het armoedebeleid en van de preventieve schuldhulpverlening? a. In hoeverre zijn de afgesproken doelstellingen gehaald in de afgelopen jaren? b. Welke middelen zijn er beschikbaar (geld, capaciteit) en in hoeverre zijn deze toereikend? c. In hoeverre wordt de (potentiële) doelgroep bereikt? d. Wat is de impact van het gevoerde beleid vanuit inwonerperspectief: is dit beleid volgens hen effectief? (Zijn ze goed geholpen?) e. In hoeverre zijn de aanbevelingen uit de vorige evaluatie (2021) opgevolgd? De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ● De hoofddoelen van het armoede- en schuldenbeleid worden grotendeels behaald. De doelen vanuit de uitvoeringsagenda worden pas geëvalueerd begin 2025, maar de gemeente lijkt de meeste doelen te gaan halen. ● De uitgaven voor het armoedebeleid in zijn totaliteit groeien, maar het gebruik van diensten en producten neemt ook toe.
● Dit heeft er mede mee te maken dat de doelgroepen steeds beter worden bereikt. De gemeente voert verschillende campagnes en onderzoeken uit om de potentiële doelgroep(en) beter in kaart te brengen en te bereiken. ● De signalen van inwoners (over de tevredenheid) komen op verschillende wijzen binnen. Er wordt een keer in de vier jaar een groot cliëntervaringsonderzoek gehouden, maar de consulenten van BvFO zijn erop gespitst om signalen binnen te halen (en staan daar ook voor open, blijkt uit de interviews met inwoners). ● Er zijn relatief weinig klachten en bezwaarschriften ingediend. In lijn met de ervaring uit de focusgroepen met inwoners, duidt het op een relatief grote tevredenheid onder inwoners over de rechtmatigheid van de aanpak. ● Vanuit de focusgroepen die we hebben gehouden voor dit onderzoek komen een aantal bevindingen naar voren: ○ Diensten en producten zijn redelijk goed bekend. ○ De aanvraagprocedure is niet voor iedereen eenvoudig. ○ Het contact met de consulenten (budgetcoaches) wordt als prettig ervaren. ○ De informatievoorziening vanuit Buurtplein en Laborijn is nog niet optimaal. ○ Er wordt een online platform voor geldzorgen gemist. ● Ten slotte hebben we geconstateerd dat de aanbevelingen van inwoners uit de vorige evaluatie (KWIZ 2021) grotendeels zijn opgevolgd.
43
6.1 In hoeverre zijn de afgesproken doelstellingen gehaald? In de uitvoeringsagenda Armoede & Schulddienstverlening 2022-2024 zijn vijf hoofddoelstellingen en verschillende subdoelen en activiteiten geformuleerd (zoals opgesomd in paragraaf 4.2). In deze paragraaf onderzoeken we per hoofddoelstelling in hoeverre deze zijn behaald. Dit hebben we op kwalitatieve wijze gedaan op basis van verschillende bronnen. Het is niet de bedoeling geweest om voor iedere afzonderlijke subdoelstelling of activiteit na te gaan of deze is behaald. Dat is ook niet mogelijk, want de doelen moeten uiteindelijk behaald zijn als de uitvoeringsagenda is afgelopen (eind 2024). We kijken - net als in de andere hoofdstukken - vooral naar de beweging die is gemaakt en wordt gemaakt op het gebied van het armoedebeleid. Om te toetsen in hoeverre de doelen zijn behaald, hebben we gebruikgemaakt van gemeentelijke data en documenten, de Divosa benchmark Armoede en Schulden en interviews. De hoofddoelen van het armoede- en schuldenbeleid worden grotendeels behaald A. Duurzame uitstroom Het eerste doel van de gemeente is het bereiken van duurzame uitstroom uit de schulddienstverlening, waarbij de recidive daalt.
Er is sprake van recidive als een klant een formele aanvraag tot toelating in de schuldhulpverlening doet én in een periode van vijf jaar voorafgaand aan deze aanvraag een schuldhulpverleningstraject heeft doorlopen. Als we kijken naar de recidivecijfers, dan valt op dat deze de afgelopen jaren hebben gefluctueerd, maar dat deze in 2023 met 45 klanten laag waren op het totaal van 493 aanmeldingen. Dit komt neer op een percentage van 9,1%. De andere subdoelstellingen voor duurzame uitstroom richten zich op het aanbieden van andere en passende producten of diensten op het moment dat iemand uitstroomt. Zoals reeds vastgesteld in hoofdstuk 5 heeft de gemeente Doetinchem een breed palet aan producten en diensten. Uit gesprekken komt naar voren dat de consulenten goed bekend zijn met de voorzieningen die aangeboden kunnen worden na afloop van een traject. Waar nodig wijzen zij dan ook op deze andere vormen van ondersteuning. Ook in de focusgroepen met inwoners is opgemerkt dat de gemeente altijd maatwerk levert en zich inzet om een zo passend mogelijk aanbod te doen, ook na uitstroom uit bijvoorbeeld een schuldentraject. We kunnen dan ook vaststellen dat de gemeente goed op weg is met de doelstelling van duurzame uitstroom. B. Jongeren en schulden Het tweede hoofddoel richt zich op jongeren en het voorkomen van en oplossen van schulden.
Een van de manieren om dit te bereiken is door inzet op vroegsignalering. Gezien het feit dat doelen pas eind 2024 behaald moeten zijn, is het niet te zeggen of het doel om 350 jongeren te bereiken wordt behaald, maar uit de factsheet armoedebeleid blijkt dat eind 2021 in totaal 134 jongeren zijn benaderd voor schulddienstverlening. Het doel om meer dan 100 jongeren gebruik te laten maken van de dienstverlening van de gemeente, werd eind 2021 ook ruimschoots behaald. Zo komt uit dezelfde factsheet naar voren dat er binnen de actieve deelnemers van het meedoenarrangement 79 deelnemers in de leeftijd 24-27 jaar vallen en 143 in de leeftijd 18-24 jaar. Het bereiken van jongeren blijft een uitdaging die blijvend aandacht vraagt, maar de gemeente is in samenwerking met de eerder genoemde Rondkomers druk bezig om een preventief programma uit te rollen naar alle voortgezet onderwijsinstellingen in de gemeente. De gemeente probeert via eigen onderzoek ook meer inzicht te krijgen in de doelgroep.
44
De maatschappelijke participatieregeling voor kinderen (tot 18 jaar) komt volgens cijfers van de gemeente uit op 68%.10 In paragraaf 6.3 gaan we nader in op het bereik onder de doelgroep. Ten aanzien van deze doelstelling kan in ieder geval worden vastgesteld dat de gemeente steeds meer en beter jongeren bereikt. C. Kwetsbare groepen Onder de doelstelling kwetsbare doelgroepen vallen de subdoelen: ● Deelname aan GarantVerzorgd stijgt. ● We houden onze professie ten opzichte van kwetsbare groepen up-to-date. ● We hebben een passend aanbod voor nieuwkomers in het kader van financieel ontzorgen. Voor de andere doelen is geen cijfermatige controle op dit moment uit te voeren. Wel kan vanuit de interviews worden vastgesteld dat de gemeente verschillende activiteiten ontplooid om de kwetsbare doelgroepen in beeld te krijgen, waar we in paragraaf 6.3 nader op inzoomen. Ook worden er diverse initiatieven ontplooid om het aanbod voor nieuwkomers te vergroten. Uit gesprekken met samenwerkingspartners als het PAD en het Gasthuisfonds komen evenwel berichten naar voren dat de gemeente bepaalde ondersteuning niet meer aanbiedt. Heel concreet ging het in de gesprekken om fietsen voor statushouders. Tegelijkertijd vinden er tussen de gemeente en de ketenpartners wel voortdurend gesprekken plaats over passend aanbod, ook voor nieuwkomers.
Zo is in samenwerking met Laborijn en Vluchtelingenwerk het financieel ontzorgen in 2022 van start gegaan en maakt een groep inburgeraars al gebruik van de diensten van het BvFO (jaarrekening 2022). Ten slotte kunnen we op basis van gesprekken met medewerkers van de gemeente vaststellen dat zij ten aanzien van hun professie volop in ontwikkeling zijn. Zo wordt niet alleen domeinoverstijgend, maar ook taakoverstijgend gewerkt, zoals benoemd in paragraaf 5.1. De medewerkers van het BvFO zijn specialisten, maar werken waar nodig ook generalistisch. Uit gesprekken met inwoners komt naar voren dat zij over voldoende kennis en expertise beschikken over de diensten, regelingen en wetgeving. D. Toegankelijkheid Waar het gaat om toegankelijkheid zijn de belangrijkste doelen van de gemeente het verbeteren van de communicatie en het verlagen van de drempel om hulp aan te vragen. Oftewel, het moet eenvoudig zijn om bij de gemeente een aanvraag te doen. Om de drempel naar schuldhulpverlening te verlagen, worden er onder andere inloopspreekuren op vindplaatsen georganiseerd. Zo zit er iedere vrijdag een team van buurtcoaches, sociaal raadslieden en vrijwilligers van het Formulierencafé in de Bibliotheek Doetinchem om vragen of financiële problemen of schulden te beantwoorden, of om door te verwijzen.
Verder is de gemeente in samenwerking met de Rondkomers bezig met een campagne om het taboe op financiële zorgen te doorbreken, zodat inwoners eerder hulp vragen. Als cijfermatige graadmeter ten aanzien van de toegankelijkheid kan voorts gekeken worden naar het bereik van de minimaregeling. Dit ligt boven het gemiddelde bereik in landsdeel Oost, zie ook paragraaf 6.3. De belangrijkste graadmeter is echter de inwoner zelf.
10
De huidige aantallen zijn afgezet tegen de aantallen vanuit het onderzoek van KWIZ.
45
Uit de focusgroepen met inwoners komt naar voren dat de communicatie vanuit de gemeente sterk is verbeterd. De brieven en informatie zijn wel duidelijk genoeg. Dat geldt overigens niet altijd voor de communicatie vanuit Buurtplein en Laborijn. Als het gaat om het verlagen van de drempel om hulp te vragen, dan geven inwoners aan dat de gemeente hier van alles aan doet, maar dat dit door gevoelens van schaamte en soms ook afkeer van de overheid, toch een uitdaging zal blijven. Er is daarom het idee geopperd om een online platform op te richten (zie paragraaf 6.4). Geconstateerd kan echter worden dat de gemeente - ook als het gaat om het toegankelijk maken van de hulpverlening - stappen zet. E. Doorontwikkelen en verder bouwen Waar het gaat om doorontwikkelen en verder bouwen richt de gemeente zich met de doelen vooral op Grip op Energie en vroegsignalering. Voor de vroegsignalering heeft de gemeente zich het doel gesteld om jaarlijks 500 mensen te benaderen. Uit cijfers blijkt dat de gemeente in 2022 in totaal 472 inwoners een aanbod heeft gedaan voor een gesprek. Dit aantal zit dus erg dicht tegen de streefwaarde aan. Verder streeft de gemeente ernaar om een saneringskrediet in minimaal 20% van de schuldregelingdossiers toe te passen.
Bij saneringskrediet wordt de totale schuldenlast ineens afgekocht tegen finale kwijting, op basis van betaling van een percentage van de totale schuldenlast. Dit in tegenstelling tot de reguliere schuldbemiddeling waarin de totale schuldenlast gedeeltelijk wordt terugbetaald tegen finale kwijting en/of ontslag uit hoofdelijke aansprakelijkheid. Voor beide moet de klant tot een (betalings)overeenkomst komen met de schuldeisers. Een overeenkomst is geslaagd als het gelukt is om tot een overeenkomst te komen met de schuldeisers. Een overeenkomst is succesvol als de klant gedurende achttien maanden heeft voldaan aan de maximale inspanningsverplichting. In vergelijking tot de grootteklasse en het benchmarkgemiddelde scoort de gemeente Doetinchem onder het gemiddelde. Het saneringskrediet is bij 6,7% van de klanten toegepast. Dit is echter een momentopname, dus het is uiteraard nog mogelijk om de doelstelling voor eind 2024 te behalen. Ook wordt er gewerkt aan de doorontwikkeling en het klantportaal. Mede gezien de andere ontwikkeling die de gemeente heeft ingezet, kunnen we hier constateren dat het doel van ‘doorontwikkelen en verder bouwen’, in de basis wordt behaald.
6.2 Welke middelen zijn er beschikbaar en in hoeverre zijn deze toereikend? Voor het beantwoorden van deze deelvraag hebben we geprobeerd de uitgaven van de gemeente te vergelijken met andere gemeenten via de Divosa Benchmark. Dit bleek echter een lastige exercitie. De bijzondere bijstand, regelingen maatschappelijke participatie en overige minimaregelingen zijn maar heel beperkt vergelijkbaar met gemeenten uit landsdeel Oost, omdat de financiering daarvan in Doetinchem is ondergebracht bij andere afdelingen, zoals levensonderhoud. Daarnaast zijn er veel regelingen maatschappelijke participatie ondergebracht in het meedoenarrangement. Daarom kijken we in deze paragraaf vooral naar het totaal aan middelen, wat daarvoor gedaan wordt en in hoeverre dat toereikend is.
46
De uitgaven voor het armoedebeleid groeien, maar het gebruik ook In de gemeentebegroting en jaarrekening wordt onder programma 2 ‘Sociale en Veerkrachtige Samenleving’ een overzicht gegeven van het budget en de uitgaven. Als we kijken naar de ontwikkeling in het budget en de uitgaven dan valt op dat de uitgaven fors zijn gegroeid, maar dat de grootste stijging te wijten is aan de uitkering van de energietoeslag. Tabel 4 Uitgaven armoedebeleid
* Betreft begrote en gerealiseerde uitgaven (2023 voorlopige realisatie) 11 Als we kijken naar de uitgaven die de gemeente Doetinchem doet voor regelingen voor maatschappelijke participatie (meedoenarrangement), dan zien we dat die voor zowel volwassenen als kinderen boven het gemiddelde van landsdeel Oost en het benchmark- gemiddelde liggen. Grafiek 1 laat de uitgaven maatschappelijke participatie van de gemeente Doetinchem per volwassene zien in euro’s: in 2022 was dit dus € 9,- ten opzichte van € 4,- per volwassene gemiddeld in landsdeel Oost. Op eenzelfde manier laat grafiek 2 de uitgaven maatschappelijke participatie van de gemeente Doetinchem per kind zien in euro’s: in 2022 was dit € 27,- per kind.
11
Ad kwijtschelding: wordt verrekend met voorziening riolering en voorziening afval. Ad schulddienstverlening/bewindvoering: samengevoegd, hier staan ook inkomsten tegenover. Ad overig: eigenlijk toe te rekenen aan overige producten armoedebeleid. Ad gedupeerden toeslagenproblematiek: uitgaven worden gecompenseerd via specifieke uitkering van het Rijk. Ad energietoeslag: gecompenseerd door rijksvergoeding via het gemeentefonds.
47
Grafiek 1 Uitgaven regelingen maatschappelijke participatie in euro’s per volwassene
Grafiek 2 Uitgaven regelingen maatschappelijke participatie in euro’s per kind
Opvallend met betrekking tot de uitgaven is ook het hoge bedrag kwijtgescholden gemeentelijke belastingen. In 2022 was dit in de gemeente Doetinchem een totaalbedrag van € 951.085. Ter vergelijking, in landsdeel Oost was dit € 465.867 gemiddeld per gemeente. In grafiek 3 geven we de uitgaven gemeentelijke belastingen per persoon weer. In Doetinchem was dit een bedrag van € 16,per inwoner ten opzichte van € 6,- per inwoner in landsdeel Oost gemiddeld.
48
Grafiek 3
Uitgaven kwijtschelding gemeentelijke belastingen in euro’s per inwoner
In 2022 waren er in Doetinchem 7.760 aanvragen voor een minimaregeling. Per 1.000 inwoners zijn dat er 132,4. Dit is aanzienlijk meer dan het gemiddelde in landsdeel Oost (83,2) en het benchmarkgemiddelde (87,2). Van de aanvragen werd 88,2% toegewezen en 11,8% afgewezen. Doetinchem kent daarmee een hoger toekenningspercentage dan landsdeel Oost (83,4%) en het benchmarkgemiddelde (84%). Dit lijkt dan ook in lijn te zijn met de visie van de gemeente om - waar het kan - maatwerk toe te passen. Grafiek 4 Aanvragen minimaregelingen per 1.000 inwoners in aantallen
Uit cijfers van de gemeente blijkt dat de gemeente op 31 december 2022 in totaal 385 klanten had waarvoor bijzondere bijstand werd verstrekt inzake bewindvoerderskosten. De kosten hiervoor waren in datzelfde jaar in totaal € 762.149. Als we deze uitgaven vergelijken met het benchmarkgemiddelde en het landsdeel, dan valt op dat de gemiddelde uitgaven per inwoner net wat hoger liggen dan het benchmarkgemiddelde. Het is wel in lijn met landsdeel Oost. Ook nemen de kosten voor de bewindvoering af. Daarbij moet tevens opgemerkt worden dat de tevredenheid over de dienstverlening de afgelopen jaren is toegenomen.
49
Grafiek 5
Uitgaven beschermingsbewind in euro’s per inwoner
Zoals al benoemd in hoofdstuk 5 kent de gemeente Doetinchem een ruimhartig armoedebeleid en wordt er in toenemende mate gebruikgemaakt van de producten en diensten (zie tabel 2 in paragraaf 5.2). Hiervoor heeft de raad ook middelen beschikbaar gesteld. Uit de gesprekken komt naar voren dat de gemeente op dit moment toereikende middelen ervaart, maar dat er richting de toekomst wel zorgen bestaan. Vooral de stijgende zorgkosten en de halvering van termijnen in schulddienstverlening worden daarbij als grote uitdagingen gezien. Dit laatste leidt mogelijk tot meer recidivisme, dat wil zeggen een (hernieuwd) relatief duur schuldentraject in plaats van duurzame uitstroom of voorliggende hulp.
6.3 In hoeverre wordt de (potentiële) doelgroep bereikt? In de vorige paragraaf hebben we kunnen vaststellen dat het gebruik van de regelingen is gestegen. In deze paragraaf gaan we in op het bereik van de regelingen. Hiervoor hebben we gebruikgemaakt van verschillende bronnen zoals de Divosa Benchmark, documenten, gesprekken met betrokkenen en uiteraard inwoners. De doelgroepen worden steeds beter bereikt, mede door campagnes en onderzoeken naar potentiële doelgroepen Het bereik in de benchmark wordt berekend aan de hand van de potentiële doelgroep voor een regeling. Overigens hoeft het bereik niet altijd samen te vallen met het daadwerkelijke gebruik van de regelingen. Tabel 5 Bereik per inwoner in een huishouden met inkomen tot …% van het sociaal minimum Inkomensgrens
Doetinchem
Gemiddeld bereik landsdeel Oost
Collectieve zorgverzekering
120%
56%
40,1%
Maatschappelijke participatieregelingen volwassenen (18+)
130%
59%
33,0%
50
Het bereik van de gemeente Doetinchem voor de verschillende regelingen ligt hoger dan in landsdeel Oost.12 De afgelopen jaren zijn de regelingen verruimd, maar veel inwoners zijn zich niet bewust van het feit dat ze voor hulp in aanmerking komen. Er is ook een deel dat zichzelf wil redden en er zijn ook groepen die wantrouwen hebben richting de overheid. Voor die laatste groep zijn er instanties, zoals het Gasthuisfonds, die kunnen bijspringen. Ondanks het relatief grote bereik, blijven sommige doelgroepen lastig te bereiken. Tijdens de gesprekken is meerdere keren naar voren gekomen dat het voor zowel de gemeente als ketenpartners lastig is om een goede inschatting te maken van de (potentiële) doelgroep. De gemeente kan goed de mensen bereiken die al gebruikmaken van een regeling, maar de groep mensen die net boven de armoedegrens leeft en ondersteuning nodig heeft, krijgt de gemeente minder goed in beeld. Oftewel, de lage inkomens zijn goed in beeld, maar de groepen daar net boven, 140% tot 150% van het minimuminkomen (de zogenaamde werkende armen), nog niet. De gemeente doet wel pogingen om deze groep te bereiken, zoals via de boodschappenpas, maar ook de energietoeslag heeft een nieuwe groep in beeld gebracht. Om het bereik te vergroten worden ook verschillende campagnes uitgevoerd door de Rondkomers.
Zo is er onlangs een bijeenkomst voor werkgevers georganiseerd: Geldzorgen van de werkvloer. Ook hebben de Rondkomers een campagne opgericht voor naasten om armoede te signaleren. Signalen van inwoners (over de tevredenheid) komen op verschillende wijzen binnen Een andere manier om het bereik en de tevredenheid daarover te monitoren zijn klantbelevingsonderzoeken. De klanttevredenheid wordt vierjaarlijks gemeten. Tussendoor zijn er geen klantonderzoeken door de gemeente uitgevoerd. De organisatie heeft dat wel geprobeerd, maar inwoners waren altijd positief bij de start en gaven hoge beoordelingen, maar als ze eenmaal in het traject zaten, kwam er vaak geen respons meer. Hierdoor leverden deze onderzoeken geen nieuwe inzichten op. Uit gesprekken komt naar voren dat de doelgroep bewindvoering ook lastig te bereiken is voor onderzoek; ze maken de post vaak niet open en reageren ook niet. Voor de bewindvoering wordt wel iedere vijf jaar verantwoording aan de rechtbank afgelegd, daar kan de klant zijn mening geven. De uitkomsten hiervan worden nu niet aan de raad gegeven, maar er is ook niet naar gevraagd. Er wordt wel geacteerd op signalen van inwoners, melden de medewerkers van het BvFO. De budgetbeheerders en schuldregelaars houden periodiek een hercontrole. Daar worden ook signalen opgevangen wanneer een inwoner niet tevreden is.
Als een traject is afgesloten, volgt er drie en zes maanden later een nazorgtraject. Dit nazorgtraject wordt ook geëvalueerd en geregistreerd. Ten slotte zijn er binnen de gemeente verschillende cliëntgroepen georganiseerd. Vanuit de Sociale Raad is er bijvoorbeeld een cliëntgroep Werk, Inkomen en Armoedebestrijding (WIA). De cliëntgroepen zijn samengesteld met hoofdzakelijk cliënten en ervaringsdeskundigen. Ook is er bij Laborijn een cliëntenraad.
12
Cijfers voor de energietoeslag en de regelingen voor maatschappelijke participatie kinderen waren niet voor handen in de Divosa benchmark.
51
Er zijn weinig klachten en bezwaarschriften ingediend Een indicator voor het bereik en gebruik van de regelingen kan zijn het aantal bezwaren. Als dit heel hoog is, kan het betekenen dat de regels hiervoor te strikt zijn, dan wel dat de norm te hoog ligt. Uit de overzichten van het aantal bezwaarschriften ten aanzien van de minimaregelingen valt op te maken dat het om geringe aantallen gaat (zie tabel 6). De toename in 2022 is vooral te wijten aan de energietoeslag. Tabel 6 Overzicht bezwaarschriften 2020, 2021, 2022 Onderwerp
2020
2021
2022
Participatiewet/Bijzondere bijstand
34
19
16
Schulddienstverlening
1
GarantVerzorgd
1
Compensatieregeling eigen risico
1
Meedoenarrangement
4
2
3
Energietoeslag Totaal
2 35
41
22
65
Ook het aantal ingediende klachten bij het BvFO is zeer gering met respectievelijk vier (2021), vijf (2022) en twee (voor de eerste helft 2023) klachten. Vanuit de gesprekken is aangegeven dat de consulenten er alles aan doen om het niet tot een bezwaarschrift of klacht te laten komen. Dit vanuit de gedachte dat wanneer iemand zich gehoord voelt, deze persoon minder snel een bezwaar indient.
6.4 Wat is de impact van het gevoerde beleid vanuit klantperspectief? In dit onderzoek hebben we via twee focusgroepen ook met inwoners zelf gesproken over diensten en producten, aanvraagprocedures, contact met de gemeente, informatievoorziening en suggesties ter verbetering. De volledige topiclijst is te vinden in bijlage 4. Diensten en producten zijn redelijk goed bekend De inwoners die we spraken zijn voornamelijk bekend met de diensten en producten waar ze zelf gebruik van maken. Voor de meeste inwoners zijn dit de schuldsanering en budgetbeheer. Inwoners zijn zich niet bewust van de verschillende gradaties in budgetbeheer. Een aantal inwoners is bekend met het meedoenarrangement en maakt daar ook gebruik van. Sommige inwoners verdienen net te veel om hier gebruik van te kunnen maken. Slechts één persoon maakt gebruik van ontheffing van gemeentelijke belastingen en de energietoeslag. De gesproken inwoners zijn erg tevreden over de schuldsanering en de budgetcoaching. Voor hen voelt het als een grote opluchting dat zij geholpen worden en hun financiële verantwoordelijkheden kunnen delen.
52
Het meedoenarrangement vindt men heel uitgebreid, maar het aanbod was voorheen uitgebreider. Zo ontbreken de abonnementen op de krant en vergoeding voor de trein. Dit aanbod was voorheen wel beschikbaar. De inwoners vonden dit niet erg, maar het zorgt er wel voor dat niet iedereen meedoet. Bij sommige inwoners is het inkomen te hoog, al merken zij op dat hun budgetcoach zich wel inzet om alsnog gebruik te kunnen maken van deze regeling. De aanvraagprocedure is niet voor iedereen eenvoudig Veel inwoners zijn door een buurtcoach gewezen op de diensten en producten van de gemeente Doetinchem en in contact gebracht met een budgetcoach. Een enkeling is geïnformeerd tijdens een activiteit in een buurthuis. Hulp aanvragen online gaat bij de inwoners die digitaal vaardig zijn goed. Zij komen via Google snel bij de juiste informatie terecht en worden doorgeleid naar Buurtplein voor de eerste hulpvraag. Veel inwoners herkennen en benoemen dat: “Als je er (bij de gemeente) eenmaal binnen bent, dan komt alles goed.” Uit een inventarisatie gedaan door de Sociale Raad bij de werkgroep WIA (bestaande uit cliënten en ervaringsdeskundigen) kwam duidelijk naar voren dat een gemeentelijke website voor velen ontoegankelijk is, zeker voor de minder digitaal vaardigen zoals ouderen.
Wat het aanvragen van hulp bij geldzorgen lastig maakt voor inwoners is: ● Schaamte, waardoor het moeilijk is om te erkennen dat hulp nodig is. ● Wisselende contactpersonen, waardoor inwoners steeds opnieuw hun (pijnlijke) verhaal moeten doen. Dit leidt tot onbegrip, frustratie en boosheid. ● Beperkte tijden om contact op te nemen, waardoor inwoners op stressvolle (crisis-) momenten ‘s avonds of in het weekend andere keuzes maken en geen hulp aanvragen. ● Bewijsmateriaal zoals bankafschriften digitaal moeten aanleveren (jaarlijks) weerhoudt sommige inwoners om een aanvraag te doen. Van het Formulierencafé is wel eens gebruikgemaakt door inwoners, maar zij vinden het niet prettig om bekenden in de buurt tegen te komen en de wachttijd is volgens hen lang (1 à 1,5 uur), waardoor zij van gedachten veranderen en weer weggaan. Het contact met de consulenten wordt als prettig ervaren Het contact met de consulenten wordt erg gewaardeerd. Deze consulenten reageren snel via mail, houden een vinger aan de pols door regelmatig afspraken te plannen, zijn bereid om mee te denken in mogelijkheden en bieden handelsperspectief. Een minpunt is de bereikbaarheid via telefoon: dit kan alleen tussen 09.00 en 10.30 uur, waarbij inwoners worden doorverbonden via het algemene nummer van de gemeente Doetinchem.
De gesproken inwoners zouden het prettig vinden om de consulenten direct via een persoonlijk nummer te kunnen bereiken. Inwoners waarderen in het contact met de gemeente de houding van de gemeente in het openstaan voor suggesties ter verbetering. De intentie om te blijven leren en verbeteren wordt gevoeld. Consulenten geven vaak aan: “Wees eerlijk; als we het niet weten, kunnen we niet leren.” Inwoners voelen zich daardoor serieus genomen. Dit is belangrijk, want veel mensen met geldzorgen hebben hun vertrouwen in instanties verloren. Veel schuldeisers zijn niet geïnteresseerd in hun persoonlijke verhaal; de gemeente Doetinchem is dat wel. Een ander punt dat gewaardeerd wordt is de flexibiliteit van consulenten in het afspreken. Zo worden er uitzonderingen gemaakt voor inwoners die werktijden tijdens kantooruren of bijvoorbeeld zorgverplichtingen hebben.
53
De informatievoorziening vanuit Buurtplein en Laborijn is nog niet optimaal Inwoners zouden het prettig vinden om bij het eerste contact met de gemeente een overzicht of een checklist te krijgen met informatie over wat zij allemaal nodig hebben in een schuldsanerings- of budgetcoachingstraject. Een voorbeeld is het aanmaken van een DigiD. Er was wel lichte kritiek op medewerkers van Laborijn en Buurtplein, waarvan niet alle medewerkers goed op de hoogte zijn van alle diensten en producten, waardoor inwoners niet goed of onvolledig worden geïnformeerd. Er heerst bijvoorbeeld onduidelijkheid over de energietoeslag: wordt die dit jaar wel of niet meer toegekend? Het Buurtplein zou zich ook proactiever kunnen opstellen door beter te informeren over alle diensten en producten van de gemeente, bijvoorbeeld via posters in buurthuizen of tijdens activiteiten. Informatievoorziening en contact online, via de website of mail, wordt door sommige inwoners gewaardeerd en door andere inwoners niet. De eerste groep geeft aan dat informatie en contact online heel makkelijk en snel is: “Als er een gedachte in me opkomt, stuur ik direct een mail en dan wordt het geregeld voor me.” - inwoner Doetinchem. Anderen kijken niet altijd of zij nieuwe mail hebben ontvangen, waardoor ze (te) laat of niet reageren.
Toch hebben inwoners wel een voorkeur voor deze vorm van informatievoorziening boven brieven, omdat zij deze vaak niet open durven te maken. Er wordt een online platform voor geldzorgen gemist De belangrijkste verbetersuggestie is gebaseerd op de beperkte tijden om contact op te nemen met budgetcoaches, met name op stressvolle (crisis)momenten, die vaak ‘s avonds of in het weekend plaatsvinden. Aanleiding kan bijvoorbeeld het openen van een brief van een schuldeiser zijn of het contact met een ex-partner. Op deze momenten hebben inwoners met geldzorgen behoefte aan een luisterend oor, waardoor de stress kan zakken. Zij stellen een online platform voor, bemand door ervaringsdeskundigen of lotgenoten, waar je je zorg kunt delen. Het zou fijn zijn als deze zorg wordt genoteerd of doorgegeven, waarna de budgetcoach zo snel mogelijk contact opneemt.
6.5 In hoeverre zijn de aanbevelingen uit de vorige evaluatie (2021) opgevolgd? In 2021 heeft KWIZ middels een vragenlijst de meningen en ervaringen van de doelgroep minimabeleid onderzocht (inwoners met een inkomen tot 120% Wsm). Uit de doelgroep is een steekproef van 2.403 personen getrokken en deze groep heeft een vragenlijst per post ontvangen. Uiteindelijk hebben 558 respondenten de vragenlijst ingevuld (23 procent van de doelgroep). Respondenten hebben een aantal tips en adviezen voor het minimabeleid van de gemeente Doetinchem geformuleerd. Op basis van de bevindingen uit de focusgroepinterviews, zoals die in de voorgaande paragraaf al besproken zijn, gaan we na in hoeverre de gemeente Doetinchem deze aanbevelingen heeft opgevolgd volgens de respondenten.
54
De aanbevelingen uit de vorige evaluatie zijn grotendeels opgevolgd 1. Meer regelingen en/of hogere tegemoetkomingen om mensen beter te ondersteunen in het dagelijks leven. Inwoners zijn tevreden met de diensten en producten die de gemeente Doetinchem biedt. Het meedoenarrangement heeft een ruim aanbod, maar is niet altijd passend bij de behoeften van inwoners, waardoor niet iedereen er gebruik van maakt. Sommige inwoners met geldzorgen vallen net boven de inkomensgrenzen van 120% of 130%, waardoor zij officieel geen gebruik kunnen maken van bepaalde diensten of producten. Zij merken overigens op dat de gemeente Doetinchem altijd maatwerk levert en zich inzet om een zo passend mogelijk aanbod te doen. 2. (Meer) hulp bij het aanvragen van regelingen. Sommige mensen vinden dit namelijk moeilijk. Inwoners vinden dat zij goed geholpen worden door budgetcoaches bij het aanvragen van regelingen. Online informatie over het aanvragen van hulp (via Buurtplein) is duidelijk en snel te vinden via Google. De informatie vanuit medewerkers van Buurtplein en Laborijn wordt minder gewaardeerd; deze is soms onvolledig of onjuist. Het Formulierencafé wordt ook minder gewaardeerd omdat er vaak bekenden zijn die inwoners vanwege schaamte liever niet tegenkomen en omdat de wachttijden vaak te lang zijn. 3. Het verbeteren van het contact met de gemeente.
Sommige respondenten noemen hier dat zij meer behoefte hebben aan persoonlijk contact met de gemeente en/of niet alles digitaal kunnen doen. Veel inwoners zijn door een buurtcoach gewezen op het hulpaanbod van de gemeente Doetinchem. Het contact met de buurtcoach wordt als heel prettig en vertrouwd ervaren. Ook het contact met de budgetcoach wordt erg gewaardeerd. Vooral nu dit vaste contactpersonen zijn. Enige minpunt is de bereikbaarheid per telefoon (alleen tussen 09.00 en 10.30 uur) via het algemene nummer van het gemeentehuis. Inwoners waarderen de mogelijkheden om zowel fysiek, telefonisch, via e-mail en per brief contact te kunnen onderhouden. 4. Betere informatievoorziening en (pro)actievere communicatie vanuit de gemeente. Hierbij geven respondenten aan dat zij niet afwisten van het bestaan van (sommige) minimaregelingen, en dat ze graag actief benaderd willen worden met informatie waar zij mogelijk recht op hebben. Daarnaast is er behoefte aan duidelijkere brieven en informatie (met eenvoudig taalgebruik). Ook tijdens dit onderzoek hebben inwoners aangegeven dat de informatievoorziening onvolledig of zelfs onjuist is geweest en dat communicatie proactiever kan worden ingezet. Dit geldt dan wel alleen voor communicatie vanuit Buurtplein en Laborijn. De brieven en informatie vanuit de gemeente zijn wel duidelijk genoeg. 5.
Het zoveel mogelijk verlagen van de drempel om de gemeente om hulp te vragen, bijvoorbeeld door mensen actief hulp aan te bieden, het liefst in persoon, en door meer ervaringsdeskundigen in te zetten. Uit de focusgroepen komt naar voren dat de inwoners het idee hebben dat de gemeente er van alles aan doet om de drempel te verlagen. Inwoners deden tijdens de focusgroepinterviews een mooie suggestie voor een online platform voor geldzorgen, beheerd door ervaringsdeskundigen en lotgenoten. Dit idee is toegelicht in de vorige paragraaf.
55
Inwoners merkten overigens nog een aantal noemenswaardige verbeteringen op sinds de periode 2018, namelijk: ● Professionals van verschillende organisaties zoals buurthuizen, buurtcoaches en Buurtplein verwijzen beter onderling naar elkaar door. Inwoners hebben het gevoel dat ze sneller bij de juiste professional/organisatie terechtkomen met hun vraag. ● Inwoners waarderen het dat ze steeds vaker vaste begeleiders hebben zoals budgetcoaches. ● Inwoners kunnen zelf online hun financiën inzien. Inwoners ervaren dit als geruststellend: ze weten hoe ze ervoor staan. Bovendien vergroot dit hun gevoel van eigen regie: “Alsof ik zelf weer de controle heb.”
56
H7 | Evaluatie en verantwoording In dit hoofdstuk beschrijven we op welke manier de evaluatie plaatsvindt en verantwoording wordt afgelegd en in hoeverre daarover teruggekoppeld wordt aan de raad. Daarbij gaan we ook in op de vraag of de raad met de huidige informatievoorziening heeft kunnen sturen en ook heeft gestuurd. De volgende vragen komen aan bod: 4. Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd over het armoedebeleid? a. Op welke wijze vinden monitoring en evaluatie van het beleid en effecten plaats? b. En hoe heeft de raad invulling gegeven aan zijn taak? De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ● Er wordt veel informatie gedeeld vanuit de planning-en-controlcyclus. De voortgang van het beleid is op dit moment voor de raad niet goed te volgen door het gebrek aan een goed monitoringsinstrument of centrale plek waarin alle informatie landt. Er zijn wel plannen om dit straks binnen de planning-en-controlcyclus gestalte te geven op het moment dat het nieuwe beleidskader Sociaal Domein - waar armoede en schulden onder vallen - wordt vastgesteld. ● De raad heeft kritisch meegelezen met de beleids- en uitvoeringsnota’s die tezamen de basis vormen voor het armoedebeleid. Uit verschillende gesprekken maken we op dat de houding van de raad als constructief wordt ervaren waar het gaat om kaderstelling voor het armoedebeleid.
Het is geen onderwerp waar politiek op wordt bedreven. Het is meer een gezamenlijk gevoelde opgave. ● Er is ook veelvuldig gebruikgemaakt van de (bij)sturingsinstrumenten door de raad. Wel mist de organisatie soms scherpte in de vragen. Daar hoopt de organisatie vooral op om tijdens de gesprekken in de raad ook meer begrip te krijgen voor de mogelijke implicaties van nieuwe (beleids)ontwikkelingen. Bovendien helpt het om scherpte te krijgen in de kaders en uitgangspunten van het beleid en de uitvoering. ● De raad pakt zijn rol als kadersteller en controleur wel, maar voelt zich niet volledig geëquipeerd in die rol. Om goed te kunnen kader stellen en controleren is meer kennis en expertise nodig van het thema, dat niet alleen complex is en meerdere beleidsterreinen raakt, maar ook aan veel verandering onderhevig is door recente ontwikkelingen.
7.1 Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd? In deze paragraaf wordt beschreven welke informatie wordt gedeeld met de gemeenteraad en in hoeverre er een systematiek is om de gemeenteraad te informeren over ontwikkelingen in de uitvoering van het armoedebeleid en de preventieve schuldhulpverlening. Er wordt veel informatie gedeeld vanuit de planning-en-controlcyclus In de planning-en-controlcyclus legt het college verantwoording af over het gevoerde beleid. Deze agenda bepaalt in hoge mate de inhoud van de verschillende documenten die onderdeel uitmaken van de jaarlijkse begrotingscyclus: de kadernota, de programmabegroting en de jaarstukken.
57
Voor het controleren of het beleid zich verder ontwikkelt volgens de principes van de gestelde kaders heeft de gemeenteraad van Doetinchem de volgende gegevens tot zijn beschikking: ● Via de reguliere planning-en-controlcyclus per jaar: kadernota, programmabegroting, jaarverslag en accountantsverslag. Ook is er een bestuurlijke monitor waarin twee keer per jaar gerapporteerd wordt over de voortgang van de begroting. ● Overige documenten over de voortgang, zoals het jaarverslag van Bureau voor Financiële Ondersteuning, factsheet armoedebeleid, jaarverslagen van ketenpartners zoals Laborijn, Buurtplein en raadsmemo’s. De voortgang is op dit moment niet goed te monitoren voor raadsleden Verantwoording over de uitvoering van het armoedebeleid gebeurt in de eerste plaats aan de hand van jaarverslagen en de begroting in de planning-en-controlcyclus. Hierin staat niet wat specifiek is gedaan op het gebied van het armoedebeleid, maar wordt ingegaan op het programma ‘sociale en veerkrachtige samenleving’ en de daarmee gemoeide kosten. Er is in de planning-encontroldocumenten geen overzicht gegeven van het gebruik van de verschillende regelingen en het meedoenarrangement. Hierover wordt echter wel in het jaarverslag van het BvFO gerapporteerd.
In de programmabegroting en de jaarrekening wordt verder beschrijvend ingegaan op de beweging die de gemeente wil maken met het armoedebeleid zoals over de extra impuls bestaanszekerheid en het continueren van de bestrijding energiearmoede. Naast de P&C-documenten ontvangt de raad vanuit het BvFO het jaarverslag en een factsheet armoedebeleid waarin de belangrijkste cijfers worden benoemd. In 2023 is er echter geen factsheet of jaarverslag verschenen. Het BvFO organiseert verder regelmatig raadsinformatieavonden en werkbezoeken. Verder ontvangt de raad vierjaarlijks een evaluatie van het armoedebeleid. Hoewel de raad dus regelmatig informatie en cijfers ontvangt, schort het aan een structurele verantwoording. Zo komt uit het gesprek met de raad naar voren dat zij over het meedoenarrangement vrij structureel geïnformeerd worden, maar op andere punten weer niet. Hierdoor ontbreekt het aan een overkoepelend beeld van de uitvoering. Uit de documentenstudie is bovendien ook gebleken dat het aantal raadsmemo’s gering is. Tegelijkertijd geeft de raad aan dat zij ook zelf om meer (en betere) informatie kunnen vragen. Als de raad informatie tijdig ontvangt, kan er immers beter worden (bij)gestuurd. In de gesprekken is aangegeven dat de informatievoorziening over het Sociaal Domein - met daarin ook het armoedebeleid - straks onderdeel moet worden van de planning-en-controlcyclus.
Dat heeft nog geen gestalte gekregen, waardoor er op dit moment sprake is van een zogenaamde 'information-gap': raadsleden kunnen de voortgang beperkt monitoren. Door de landelijke discussies over schuldhulpverlening, de toeslagenaffaire, inflatie en energiearmoede is de aandacht van de gemeenteraad voor het onderwerp toegenomen. Daarbij komt uit nagenoeg alle gesprekken naar voren dat het beleid van gemeente Doetinchem ‘sociaal ingestoken en ruimhartig is’. Het onderwerp heeft de afgelopen jaren tijdens verschillende vergaderingen op de agenda gestaan of was onderdeel van een grotere discussie, bijvoorbeeld over wonen of duurzaamheid. Tegelijkertijd geven verschillende raadsleden aan dat ze graag meer willen weten van wat inwoners meemaken en in hoeverre het aanbod aan regelingen en voorzieningen aansluit bij hun behoefte, maar aan de andere kant is er ook behoefte aan degelijke sturingsinformatie zoals een dashboard of overzicht. Het vraagt dus meer dan alleen informeren, het gaat ook om de manier waarop de gemeenteraad wordt geïnformeerd.
58
7.2 Hoe heeft de raad invulling gegeven aan zijn taken? Als het gaat om deze deelvraag, hebben we niet alleen gekeken naar de vraag ‘of de raad hiertoe in staat is gesteld’, maar ook ‘of de raad dat heeft gedaan’. De raad heeft kaders gesteld Uit het onderzoek komt naar voren dat de betrokkenheid van de raad groot is. Uit de bestudeerde stukken maken we op dat de raad ook een actieve rol heeft vervuld bij de kaderstelling. Uit de gesprekken met betrokkenen en raadsleden zelf komt tevens naar voren dat de raad kritisch heeft meegelezen op de beleids- en uitvoeringsnota’s die tezamen de basis vormen voor het armoedebeleid. Uit verschillende gesprekken maken we op dat de raad als constructief wordt ervaren waar het gaat om het kader stellen voor het armoedebeleid. Het is geen onderwerp waar politiek op wordt bedreven. Het is meer een gezamenlijk gevoelde opgave. Uit de verschillende sessies die er zijn geweest tussen de organisatie en de raad is ook het meedoenarrangement voortgekomen. De raad mist overzicht van het veld De raad geeft aan dat het thema en het beleidsveld inmiddels zo uitgebreid zijn geworden dat ze het overzicht beginnen kwijt te raken. Deze zorg heeft vooral zijn aard in de hoeveelheid aan partijen en initiatieven die ten aanzien van armoedebestrijding worden ontplooid.