Bijlage 1.3.4 - Toelichting bijlage 4 - Langerak CHW panden.pdf
Tekst van het document
LANGERAK cultuurhistorisch waardevolle panden
colofon Langerak, cultuurhistorisch waardevolle panden © Belfort Cultuurhistorie en Monumenten, Doetinchem 26 oktober 2021 Belfort Cultuurhistorie en Monumenten Stevinlaan 28, 7002 HD Doetinchem www.belfortcultuurhistorie.nl www.tijdbeeld.com i.s.m. ARCX buro voor monumentenzorg en cultuurhistorie opdrachtgever: gemeente Doetinchem inventarisatie, fotografie en beschrijvingen: Jacco Vromen en Peter Boer rapportage: Jacco Vromen
Belfort heeft zijn best gedaan de rechten met betrekking tot de illustraties te regelen volgens de bepalingen van de Auteurswet. Zij die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, worden verzocht contact op te nemen.
1
INHOUD 1. INLEIDING 2. HISTORISCHE GEBIEDSANALYSE BRONNEN EN LITERATUUR 3. ADRESSENLIJST 4. CULTUURHISTORISCH WAARDEVOLLE PANDEN
4 8 13 14 15
2
Legenda Gemeentegrens
Deelgebied 1) Gaanderen 2) Doetinchem West 3) Doetinchem Oost 4) Wehl en Nieuw Wehl 5) Bedrijventerreinen 6) Langerak 7) Doetinchem Centrum 8) Buitengebied
6
5 3 4
7
4
2 8
5 5
1
3
1. INLEIDING aanleiding Met het oog op de totstandkoming van het omgevingsplan wordt door de gemeente Doetinchem de actualisatie van bestemmingsplannen in de kernen voorbereid. Een vast onderdeel betreft een paragraaf over de aanwezige- of te verwachten cultuurhistorische waarden in het plangebied. Panden die op dit moment geen monumentenstatus hebben, maar wel beschermenswaardig zijn, kunnen in het bestemmingsplan de functie-aanduiding ‘cultuurhistorisch waardevol’ krijgen. Dit betekent dat ze niet zonder vergunning mogen worden gesloopt. Om beter zicht te krijgen op potentieel cultuurhistorisch waardevolle objecten is aan Belfort Cultuurhistorie en Monumenten gevraagd een inventarisatie en waardering uit te voeren in de deelgebieden Doetinchem Centrum, Doetinchem Oost, Doetinchem West, Bedrijventerreinen, Langerak, Gaanderen, Wehl en Nieuw Wehl. Deze rapportage biedt een actueel overzicht van cultuurhistorisch waardevolle objecten in het deelgebied Langerak en voorziet
in een beknopte waardering en beschrijving per object. methode en werkwijze Het onderzoek is in de periode juni 2019 t/m maart 2020 uitgevoerd in samenwerking met ARCX buro voor monumentenzorg en cultuurhistorie. Op basis van literatuuronderzoek, bestaande cultuurhistorische rapportages, beperkt archiefonderzoek en historische kaartvergelijking is begonnen met het maken van een beknopte gebiedsanalyse van Langerak. Deze analyse geeft een overzicht van de historisch-ruimtelijke ontwikkeling en context van het betreffende gebied en vormt de inhoudelijke basis voor de waardering van individuele objecten. Vervolgens zijn de cultuurhistorisch waardevolle objecten in beeld gebracht door middel van een veldverkenning vanaf de openbare wegen en paden en door het raadplegen van de betreffende bouwdossiers. De door de gemeente samengestelde groslijst met potentieel cultuurhistorisch waardevolle panden van 14 4
januari 2019 heeft als startpunt gediend voor de inventarisatie. In het algemeen is de periode tot en met de wederopbouw (ca. 1965) geïnventariseerd. In een enkel geval zijn ook panden van kort na die periode bekeken, omdat deze in de groslijst van de gemeente waren opgenomen. Alle panden die op deze lijst stonden, aangevuld met objecten die op het moment van onderzoek al de status ‘cultuurhistorisch waardevol’ hadden, zijn beoordeeld. Daarnaast zijn enkele panden toegevoegd die niet op de lijst stonden, maar gedurende het onderzoek wel als cultuurhistorisch waardevol zijn geselecteerd. Begraafplaatsen zijn uitgezonderd van het onderzoek. De panden die bij dit onderzoek niet als cultuurhistorisch waardevol zijn beoordeeld, zijn voorzien van het advies ‘niet geselecteerd’. Tot slot zijn ook rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten binnen de kernen in de lijst opgenomen.
De rapportage bestaat uit drie onderdelen: • de historische gebiedsanalyse • een adressenlijst met beoordeelde objecten • de beschrijvingen met waardering van de individuele cultuurhistorisch waardevolle objecten
selectiecriteria Van de gebouwen die geselecteerd zijn als cultuurhistorisch waardevol is een beknopte beschrijving met waardering gemaakt. Het door de gemeente Doetinchem gehanteerde Kader selectie en waardering cultuurhistorische objecten en gebieden, afgeleid van onder meer de landelijke Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek, heeft hierbij als leidraad gediend. De gebruikte waarderingscriteria zijn: cultuurhistorische waarden, architectuurhistorische waarden en stedenbouwkundige/ensemble/ landschappelijke waarden. In de beschrijvingen van de cultuurhistorisch waardevolle panden wordt met nummers verwezen naar de subcriteria die bij de desbetreffende panden van toepassing zijn. Hieronder volgt een integraal overzicht van de waarderings- en selectiecriteria.
I Cultuurhistorische waarden 1. Nederzettingsgeschiedenis: belang van het object/complex/gebied als bijzondere uitdrukking van een geografische, landschappelijke, beleidsmatige en/of bestuurlijke ontwikkeling. 2. Sociaal-economische waarde: belang van het object/complex/gebied als bijzondere uitdrukking van een sociaalhistorische, economische, technische of religieuze ontwikkeling. 3. Innovatieve waarde: belang van het object/complex/gebied vanwege innovatieve waarde of pionierskarakter. 4. Historische waarde: belang van het object/complex/gebied vanwege de bijzondere plaatselijke, regionale en/of landelijke herinneringswaarde; bekende bewoners, beroepen, bijzondere activiteiten en/of gebeurtenissen. II Architectuurhistorische waarden 1. Ontwerper: bijzonder belang van het object/complex voor het oeuvre van een bouwmeester, architect, ingenieur of kunstenaar. 2. Esthetiek: bijzonder belang van het object/complex vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp. 5
3. Detaillering: bijzonder belang van het object/complex vanwege het materiaalgebruik, de ornamentiek en/of monumentale (toegepaste) kunst. 4. Interieur: bijzonder belang van het object/complex vanwege de interieurafwerking (in samenhang met het exterieur). Dit subcriterium speelt in dit onderzoek een ondergeschikte rol, omdat de inventarisatie vanaf de openbare weg is uitgevoerd. 5. Bouwstijl: bijzonder belang van het object/complex als goed voorbeeld van een bepaalde stijl of bouwtrant - al dan niet met plaatselijke variaties. 6. Bouwtype: bijzonder belang van het object/complex als goed voorbeeld van een functionele en/of typologische ontwikkeling. 7. Bouwtechniek: bijzonder belang van het object/complex voor de geschiedenis van de architectuur, bouwhistorie en/of bouwtechniek. 8. Historische gelaagdheid: bijzonder belang van het object/complex voor de afleesbaarheid van de bouwgeschiedenis.
III Stedenbouwkundige waarden, ensemblewaarden en landschappelijke waarden 1. Concept: belang van het object/complex/ gebied als essentieel onderdeel van een groter geheel, dat cultuurhistorisch, architectuurhistorisch, stedenbouwkundig, landschappelijk van belang is voor Doetinchem. 2. Gegroeid geheel: bijzondere beeldbepalende betekenis van het object vanwege de situering, verbonden met de ontwikkeling/uitbreiding van Doetinchem. 3. Verkaveling: bijzondere betekenis van het object/landschap vanwege de wijze van verkaveling/inrichting van de openbare ruimte/specifieke functies en/of de relatie met de omgeving, zoals groenvoorzieningen, wegen en/of water (vormgeving). 4. Silhouet: bijzondere betekenis van het object/complex/gebied voor het aanzicht van Doetinchem. 5. Ensemble: bijzondere betekenis van het object vanwege de situering en/of de historisch-ruimtelijke relatie met de omgeving, zoals groenvoorzieningen, park/tuin, wegen, wateren, bodemgesteldheid en/of archeologie.
6. Openbare ruimte: belang van het object/ complex/gebied vanwege de ruimtelijke kwaliteiten. beschrijvingen De rapporten van de cultuurhistorisch waardevolle panden zijn zo opgezet dat de materiële, behoudenswaardige onderdelen zijn verwerkt in de beschrijving. Hieruit volgt wat de karakteristieke hoofdvorm is en welke elementen van belang zijn voor het aangezicht. Afhankelijk van de architectuur, is de ene beschrijving langer en specifieker dan de andere. De beschrijving gaat vooral in op de hoofdvorm, de materialisatie van het exterieur en de gevelindeling. Elementen die vrij recent zijn vernieuwd of gemoderniseerd zijn niet in de beschrijving opgenomen of worden in enkele gevallen ter verduidelijking specifiek vermeld als ‘modern’ (bijvoorbeeld bij een vernieuwde winkelpui). Er is in de beschrijving geen sprake van hiërarchie tussen bijvoorbeeld de architectuurhistorische waarde van een deur ten opzichte van een raam, of van een dakkapel ten opzichte van een luifel. De afzonderlijke elementen bepalen samen de materiële architectuurhistorische waarde.
6
waardering De totale cultuurhistorische waarde van individuele panden wordt bepaald door een samenspel of combinatie van de drie hoofdwaarden of hoofdcriteria. Bij de selectie heeft de betekenis van het betreffende pand als fysieke drager van een specifieke lokale herinnering, historische gebeurtenis of ontwikkeling een belangrijke rol gespeeld. Deze lokale historische context van Doetinchem, Gaanderen, Wehl en Nieuw-Wehl wordt in grote lijnen uiteengezet bij de inleiding van de rapporten en gewaardeerd onder ‘cultuurhistorische waarden’. Bij de architectuurhistorische waarde is met name gekeken naar de gaafheid (authenticiteit) en/of zeldzaamheid van de uiterlijke verschijningsvorm van het betreffende gebouw in de gemeente Doetinchem. Dit heeft er toe geleid dat enkele panden, die in het verleden bij diverse quickscans en inventarisaties als beeldbepalend of cultuurhistorisch waardevol zijn aangeduid, bij dit onderzoek (gemeentebreed) niet geselecteerd zijn. Bij een deel van deze panden is de cultuurhistorische waarde in de loop der jaren aangetast door latere verbouwingen en zijn ze daarom niet geselecteerd. Bij een
ander deel van deze panden lag de cultuurhistorische waarde hoofdzakelijk in het aanzien van een heel gebied of omvangrijk stedenbouwkundig ensemble en minder in de bijzondere architectuurhistorische waarde van het individuele object. Voorbeelden zijn de naoorlogse gevelwanden in traditionalistische architectuur (wederopbouw) aan en rond het Simonsplein in de binnenstad en het complex woningen aan de Van der Grijnstraat in Doetinchem. Voor deze categorie panden is eventuele gebiedsgerichte waardering en bescherming meer geschikt. Dit geldt ook voor andere historisch-stedenbouwkundige ensembles die op het moment van onderzoek nog geen status van ‘cultuurhistorisch waardevol’ bezaten. Representatieve voorbeelden zijn villawijk De Pas, het Worpplein, tuinwijk ‘Kleintjeskamp’ en de naoorlogse woonwijken in Doetinchem en de bijzondere ruimtelijke structuur van Gaanderen. plangebied Het deelgebied Langerak bestaat uit de bebouwing aan weerszijden van de Keppelseweg en wordt begrensd door de Keppelseweg en de Rijksweg in het noorden, de Nederbergweg in het
zuidwesten, het complex van Vulcanus in het zuidoosten en de Rouwenoordseweg in het oosten. 7
Luchtfoto van ijzergieterij Vulcanus (voormalige Doetinchemse IJzergieterij) en omgeving uit ca. 1950-1960.
8
2. HISTORISCHE GEBIEDSANALYSE De buurtschap Langerak Het deelgebied Langerak bevindt zich op het door stuifzanden gevormde rivierduin aan de noordzijde van de Oude IJssel. De buurtschap die al in de 14e eeuw Langerak werd genoemd, als onderdeel van het Ambt Doetinchem, was een stuk groter dan het huidige dorp. Het besloeg het gehele gebied tussen de Oude IJssel en de Rozengaarderweg, tot vlakbij De Kruisberg. Het deelgebied was tot ver in de 19e eeuw vrijwel onbebouwd en werd voor een groot deel ingenomen door ‘De Nederberg’ en ‘Velsbergen’. Deze toponiemen verwijzen naar de hier gelegen hoger gelegen gronden van een kleine dekzandrug, doorsneden door de verbindingsweg tussen Doetinchem en Doesburg (Keppelseweg). Hier en daar stond een enkele, kleine boerderij. Ten oosten van de al op 19e-eeuwse kaarten voorkomende Rouwenoordseweg strekten langs de rivier de ‘Langeraksche Heidens’ zich uit. De landbouwgronden waren hoofdzakelijk in eigendom van enkele
Kadastrale minuutkaart uit 1832 van de buurtschap Langerak (noorden is rechts). Links kronkelend het tracé van de ‘Rouwenoortsche straat’ die in het midden aansluit op de ‘Groote weg van Doetinchem naar Doesburg.
9
grootgrondbezitters. Zo bezat koopman Bernardus Boddendijk uit Doetinchem in 1832 vrijwel het gehele ‘Schieven en Lubbersche Veld’. Al voordat er zich langs de huidige Keppelseweg een kleine kern ontwikkelde, was de weg van Doesburg naar Doetinchem en Anholt omstreeks het midden van de 19e eeuw verhard.
Doetinchemse IJzergieterij Vanwege de grote hoeveelheid eenvoudig winbare ijzeroer in de bodem en de nabijheid van stromend water en voldoende bos voor de benodigde houtskool, ontwikkelde zich in het gehele Oude IJsselgebied al vanaf de 17e eeuw een bij uitstek regionale bedrijfstak: het
Briefhoofd uit 1899 van De Doetinchemsche IJzer-, Koper- en Metaalgieterij in Langerak, opgericht in 1894.
10
hoogovenbedrijf. Op 18 november 1894 richtten G.M. Keijzer, J.G. Snoeck en P.J. Boon in Langerak de ‘Doetinchemse ijzer-, koper- en metaalgieterij en herstelplaats voor stoom- en andere werktuigen’ op. Zij kochten hiervoor een stuk bouwland van landbouwer Bernard Ratelband. De oorspronkelijke fabriek besloeg een Lvormige plattegrond en bestond uit een kantoor van twee bouwlagen met daarachter de herstelwerkplaats aan de weg en haaks hierop een vleugel waarin de gieterij met koepeloven was ondergebracht. De ijzergieterij had vanaf de start al twintig werknemers in dienst, in 1909 was de personeelsomvang gegroeid tot vijftig arbeidskrachten. Het bedrijf legde zich toe op het maken van cilindrisch holle lichamen, waaronder gietijzeren afvoerbuizen en kon dankzij haar goede connecties met gemeenten en overheidsinstellingen rekenen op een stabiele afzetmarkt voor haar producten. De zaken gingen rond de eeuwwisseling zo goed dat de giethal/ vormerij van de fabriek in korte tijd enkele keren is uitgebreid. In 1919 verrees naar ontwerp van architect A.H. Wegerif aan de voorzijde een aanbouw die werd gebruikt als bankwerkerij.
Foto van het complex van de Doetinchemse IJzergieterij omstreeks 1935. Op de voorgrond liggen aan de noordzijde van de Rijksweg nog de rails van de stoomtram, voorheen met aftakking naar de fabriek.
Werknemers van de ijzergieterij zijn bezig met het vormen met behulp van machines. Op de voorgrond liggen de vormkasten en tussen beide werknemers hangen tussenstukken voor pijpleidingen.
Foto van de directiekamer in de in 1919 aan de voorzijde gerealiseerde nieuwbouw. Het schoorsteenstuk verbeeldde de arbeid van de werknemers van de ijzergieterij.
In de periode van wederopbouw na de Tweede Wereldoorlog nam de vraag naar gietijzeren afvoerbuizen enorm toe. In de jaren 1949-’50 werd het gebouwencomplex van de Doetinchemse IJzergieterij (DIJG) flink vergroot en investeerde men in de modernisering van de productie. De mechanisatie nam vanaf de jaren ’50 verder toe en de tendens tot mechanisatie zette door. In 1970 werd de Doetinchemse IJzergieterij overgenomen door de N.V. Vulcanus uit Vaassen.
lintbebouwing aan de Keppelseweg De groei van de Doetinchemse IJzergieterij en de toename van het personeel gaf een grote impuls aan de buurtschap Langerak. Langs de Rijksweg van Doetinchem naar Doesburg werden nabij de ijzergieterij werden huizen gebouwd waar vermoedelijk vooral medewerkers van de fabriek hebben gewoond. De in de eerste helft van de 20e eeuw geleidelijk ontstane lintbebouwing concentreerde zich aanvankelijk aan de zuidzijde van de weg. In 1930 liet R.A.J.E. Gritters aan de noordzijde van de weg een villa bouwen. Drie jaar later ging nieuwe
directeur van de ijzergieterij, Herman Jan Tenkink (tevens zoon van de burgemeester van Doetinchem), hier wonen. Rond dezelfde tijd verrees recht tegenover de fabriek een complex van vier drie-onderéén-kap woningen. Na de Tweede Wereldoorlog heeft het bebouwingslint zich enigszins verdicht, maar vonden er behoudens de uitbreiding van de ijzergieterij geen grote ruimtelijke ontwikkelingen plaats. Rond 2008 is aan de Nederbergweg beperkt nieuwbouw gerealiseerd.
11
Kadastrale hulpkaart van de Doetinchemse IJzergieterij (midden) en lintbebouwing aan de huidige Keppelseweg in Langerak uit 1936. Linksboven aan de noordzijde van de weg de villa van R.A.J.E. Gritters, waar later fabrieksdirecteur H.J. Tenkink zou gaan wonen. De inzet rechts toont de bouwtekening van het pand uit 1930.
12
BRONNEN EN LITERATUUR literatuur
afbeeldingen
Boogman, J.C. en S. Oosterhaven, Geschiedenis van Doetinchem, Zutphen 1986.
Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers Google Maps Kadastrale archiefviewer Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Oosterhaven, S., ‘Honderd jaar Doetinchemse IJzergieterij: 1894-1994, of: de geschiedenis van de Langerakse hut’, in: Kronyck 78 (1995), 99-102.
Oosterhaven, 1995 Smit en van Straalen (red.), 2007
Smit, J. en B. van Straalen (red.), IJzergieterijen langs de Oude IJssel, 1689heden, Utrecht 2007. Stenvert, R., Inventarisatie industrieel erfgoed Doetinchem, BBA Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis, Utrecht 2009. Wegerif, A.H. Gzn, ‘Doetinchemse IJzergieterij’, in: Bouwkundig Weekblad 41 (1920), nr. 25, 149-150.
13
3. ADRESSENLIJST ADRES
WOONPLAATS
NUMMER
STATUS
FUNCTIE
ADVIES
Keppelseweg 347-353
Langerak (Doetinchem)
420
Geen
IJzergieterij
Cultuurhistorisch waardevol
Keppelseweg 419
Langerak (Doetinchem)
361
Geen
Boerderij
Cultuurhistorisch waardevol
Keppelseweg 432
Langerak (Doetinchem)
295
Geen
Woonhuis
Cultuurhistorisch waardevol
14
4. CULTUURHISTORISCH WAARDEVOLLE PANDEN
15
CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:
420 Keppelseweg 347, 7008BC Doetinchem IJzergieterij Doetinchemse ijzer-, koper- en metaalgieterij en herstelplaats voor stoom- en andere werktuigen 1894-1965 10 december 2019
inleiding Op 18 november 1894 werd de ‘Doetinchemse ijzer-, koper- en metaalgieterij en herstelplaats voor stoom- en andere werktuigen’ in Langerak opgericht. Het bedrijf produceerde hoofdzakelijk gietijzeren afvoerbuizen en hulpstukken. In 1929 veranderde de naam in Doetinchemse IJzergieterij of DIJG. Een toenemende vraag naar afvoerbuizen na de Tweede Wereldoorlog leidde tot verregaande mechanisatie van het productieproces o.a. met centrifugaalgietmachines. Het bedrijf werd in 1970 overgenomen door NV Vulcanus. beschrijving Het complex van de voormalige DIJG is niet volgens een uniform totaalconcept gebouwd, de verschillende gebouwdelen zijn in een lange periode ontstaan en verschillend vormgegeven. De ruimtelijke ontwikkeling en verschijningsvorm daarvan tot 1966 wordt in grote lijnen beschreven. De ijzergieterij is gesitueerd op een ruim terrein ten zuiden van de Keppelseweg dat aan de zuidzijde begrensd wordt door de Rouwenoordseweg. Het terrein is aan de Keppelseweg afgezet met een hekwerk opgebouwd uit ijzeren palen met daar tussen frames gevuld met gaas. In het hek zijn twee smeedijzeren poorten opgenomen. Het oorspronkelijke gebouw werd op een L-vormige plattegrond opgetrokken met aan de straatzijde de smederij en het kantoor en haaks daarop de gieterij. Het kantoorgedeelte bleef bewaard.
Het bedrijf werd achtereenvolgens in de volgende jaren uitgebreid: - in 1908 werd de vormerij vergroot met in dit deel ook een modelmakerij en modellenkamer. - in 1919 bouwde men aan de straatzijde een nieuw directiekantoor, ontworpen door architect Wegerif Gzn uit Apeldoorn met een exclusief interieur dat in verschillende vakbladen gepubliceerd werd. Langs de weg werd tegelijkertijd de bankwerkerij uitgebreid. - in 1940 werd de gieterij met een nieuwe hal vergroot en in 1946 plaatste men daarnaast een nieuwe hal voor de poetserij. - in 1943 kwam aan de oostzijde van de gieterij een nieuwe kantine met kleed- en wasfaciliteit tot stand. Aan de zuidzijde hiervan werd later een houtwerkplaats gebouwd. - in 1952 plaatste men aan de achterzijde van het complex een nieuwe grote giethal. - aan het eind van de jaren ’50 werd het centrale deel van de gieterij vernieuwd in combinatie met aan de noord-westzijde een nieuwe vormzandbereiding, waar later een expeditieloods tegenaan gebouwd werd. - in 1963 werd een nieuw ovengebouw gerealiseerd. Een jaar eerder was naast de toegangspoort een nieuwe portiersloge gebouwd. waardering Het complex van ijzergieterij Vulcanus is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde.
De waardering heeft betrekking op de hierboven beschreven onderdelen van het huidige complex die voor 1966 gebouwd werden. cultuurhistorische waarde (I.2 en I.4) De ijzergieterij is sociaal-economisch van belang vanwege de bijdrage aan de ontwikkeling en uitbreiding van de ijzerindustrie langs de Oude IJssel, de specialisatie en mechanisatie van het productieproces en de ruimtelijke ontwikkeling van de buurtschap Langerak. architectuurhistorische waarde (II.6, II.7 en II.8.) Het complex van de ijzergieterij is van belang vanwege de ordening en vormgeving van de verschillende gebouwdelen waarbij logistiek, functionaliteit en doelmatigheid voorop stond. Bij de
Keppelseweg 347 (420)
esthetische kwaliteit van de gebouwen speelde vooral de zichtbaarheid vanaf de openbare weg en representativiteit een rol. De historische gelaagdheid laat zich nog goed aflezen aan de ordening en individuele vormgeving van de verschillende bouwdelen. stedenbouwkundige waarden (III.4) De ijzergieterij is vanwege de dominante bijdrage aan het ruimtelijke beeld ter plaatse van groot belang voor het silhouet van Langerak en de herkenbaarheid van het dorp.
Luchtfoto van de ijzergieterij aan de Keppelseweg vanuit het zuid-oosten gemaakt omstreeks 1965.
Keppelseweg 347 (420)
CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:
361 Keppelseweg 419, 7008BE Doetinchem boerderij ‘Over Zande’ Dr. J.W. Gunning 1897 11 december 2019
inleiding De boerderij Over Zande is in 1897 in opdracht van Dr. Jan Willem Gunning gebouwd, waarschijnlijk als pachtboerderij. Dr. Gunning was emeritus hoogleraar chemie aan de universiteit van Amsterdam en woonachtig op het nabijgelegen buitenhuis Groot Zande in Laag Keppel. Naast de boerderij is in 1903 een schuur gebouwd die kort daarna aan de achterzijde uitgebreid werd. In 1953 is de schuur aan de voorzijde een stukje verlengd. Ook de boerderij werd aan de achterzijde verlengd, waarschijnlijk omstreeks 1913. De boerderij was destijds in bezit van landbouwer/arbeider Christiaan Smeitink. beschrijving Deze boerderij staat op een erf met aan de voorzijde een gazon, afgezet met een heg en aan de westzijde een inrit. Rechts van het hoofdgebouw staat een in machinale baksteen opgetrokken schuur met een rechthoekige plattegrond en een met gesmoorde oud-Hollandse pannen gedekt zadeldak. In de gevels zijn gietijzeren stalvensters en eenvoudige schuifdeuren aangebracht. De boerderij is gebouwd op een rechthoekige plattegrond en heeft de traditionele (driebeukige) opzet van het oost-Nederlandse hallehuis. De voor- en zijgevels zijn opgetrokken in machinale bakstenen in kruisverband, met aan de onderzijde een gepleisterde plint. Het dak is gedekt met gesmoorde oud-Hollandse dakpannen, op de nok staat een gemetselde schoorsteen. Er zijn geen dakgoten.
De asymmetrisch ingedeelde voorgevel heeft op de begane grond links de voordeur, uitgevoerd als eenvoudige strokendeur onder een bovenlicht met rechts daarvan twee gemoderniseerde schuiframen. Deze gevelopeningen worden afgesloten met strekken, voorzien van gepleisterde aanzet- en sluitstenen. In de geveltop een venster met stolpramen met links en rechts daarvan het opschrift ‘OVER ZANDE’. waardering Keppelseweg 419 is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (I.2 en I.4) Het complex is van belang vanwege de directe verwijzing naar de agrarische ontwikkeling van het dorp Langerak. De bouw herinnert aan de belangrijke en invloedrijke bouwheer Dr. J.W. Gunning die woonde op het nabijgelegen Groot Zande. architectuurhistorische waarde (II.5 en II.6) Het pand is een representatief en relatief gaaf bewaard voorbeeld van een omstreeks 1900 gebouwde kleine traditionele hallehuis boerderij met schuur. Het complex is van belang vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp, het materiaalgebruik en de sobere detaillering en decoratie daarvan in een traditioneel-ambachtelijke bouwstijl.
stedenbouwkundige waarden (III.4) Het pand is vanwege de situering en de indeling van het erf van bijzondere beeldbepalende betekenis voor het ruimtelijke beeld ter plaatse.
Keppelseweg 419 (361)
CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:
295 Keppelseweg 432, 7009AE Doetinchem Woonhuis R.A.J.E. Gritters 1930 B. Ovink 10 december 2019
inleiding In 1935 liet R.A.J.E. Gritters aan de noordzijde van de Keppelseweg in Langerak een landhuis bouwen. De bekende Doetinchemse architect Bernard Ovink was verantwoordelijk voor het ontwerp. Kort na de bouw betrok H.J. Tenkink de woning. Tenkink was de nieuwe directeur van de nabijgelegen Doetinchemse IJzergieterij en tevens zoon van de burgemeester van Doetinchem. Vrij recent is het pand op een aantal punten gewijzigd. In 1999 werd er aan de linkerzijde een nieuwe berging/garage in historiserende stijl gebouwd. In hetzelfde jaar is tevens het woonvertrek aan de achterzijde een stuk vergroot en bouwde men tegen de linker zijgevel een aanbouw. In 2003 verrees aan de noordwestzijde van de woning een tweede nieuwe aanbouw. beschrijving Vrijstaand met riet gedekt landhuis, gebouwd op een samengestelde plattegrond van één bouwlaag. In het voorste dakschild staat een gemetselde schoorsteen. De nokken van het dak zijn afgewerkt met rode keramische rietvorsten. Deze zijn tevens toegepast onder de schoorsteen en als lekdorpel van de ingedekte dakkapellen. Het pand is links aan de voorzijde voorzien van een schuin geplaatste, aangebouwde garage van één bouwlaag en rechts van een hoefijzervormige erker. De gevels zijn opgetrokken in schoon metselwerk en zijn voorzien van gekoppelde houten vensters (die gevuld zijn met glas-in-lood) en keramische raamdorpelstenen.
Het bovenste deel van de linker- en rechter zijgevel is afgewerkt met een houten gevelbetimmering. De voorgevel bevat centraal de houten voordeur met bovenlicht, met aan weerszijden gekoppelde vensters. De erker op de hoek van de voorgevel en rechter zijgevel is rondom voorzien van gekoppelde vensters. De garage op de hoek van de voorgevel en linker zijgevel is ingedeeld met gekoppelde vensters in de zijgevels en een overkapte toegang met garagedeuren in de westelijke kopgevel. waardering Keppelseweg 432 is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (I.4) Het pand is van belang als voormalig woonhuis van H.J. Tenkink, directeur van de in Langerak gevestigde Doetinchemse IJzergieterij. De schaal, situering en vormgeving van de villa verwijst naar de sociale status van de fabrikant en burgemeesterszoon. architectuurhistorische waarde (II.1, II.2, II.3, II.5 en II.6) Het pand is van belang als gaaf en in Doetinchem zeldzaam bewaard voorbeeld van een rietgedekt landhuis met aangebouwde garage in expressionistische stijl uit het interbellum, met duidelijke verwijzing naar de landelijke bouwkunst.
Het gebouw is van belang vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp, de detaillering en het materiaalgebruik. Het gebouw is van belang als onderdeel van het oeuvre van de in Doetinchem en omgeving zeer bekende architect Bernard Ovink. stedenbouwkundige waarde (III.2 en III.6) Het pand speelt vanwege het volume, de vormgeving en de situering terugliggend ten opzichte van de weg een beeldbepalende rol in het grotendeels vooroorlogse bebouwingslint aan de noordzijde van de Keppelseweg.
Keppelseweg 432 Doetinchem (295)