Bijlage 1.3.11 Toelichting Bijlage 11 - Toetsing natuurbeleid.pdf
Tekst van het document
Toetsing Natuurbeleid N315 Doetichem - Ruurlo
Opdrachtgever: Provincie Gelderland T.a.v. de heer A. Joosse Postbus 9090 6800 GX Arnhem
Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:
6284.293 27-9-2019 J. van der Vet J. Marchal M. Leenen Concept 1
© 2019 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.
Inhoudsopgave 1
Inleiding ....................................................................................................................................................... 4 Aanleiding ...............................................................................................................................................4
2
Huidige situatie en ontwikkeling ................................................................................................................. 5 Huidige situatie .......................................................................................................................................5 Voorgenomen ontwikkeling ...................................................................................................................5
3
Natuurbeleid ............................................................................................................................................... 8 Inleiding ..................................................................................................................................................8 Uitgangspunt omgevingsverordening ....................................................................................................8 Natuurdoelen en -kwaliteit...................................................................................................................11 Toetsing wezenlijke waarden en kenmerken .......................................................................................12 Resultaat ...............................................................................................................................................13
4
Conclusie ................................................................................................................................................... 14 Gelders Natuurnetwerk/ Groene ontwikkelingszone ...........................................................................14 Vellen van een houtopstand in de Groene ontwikkelingszone ............................................................14 Geldigheid toetsing...............................................................................................................................14
N315 Doetichem - Ruurlo | Eelerwoude | 3
1 Inleiding Aanleiding De provincie Gelderland is voornemens om langs de N315 (tussen Ruurlo en Doetinchem) bomen te kappen in verband met de verkeersveiligheid. In verband met deze plannen is er reeds een toetsing uitgevoerd aan de natuurwetgeving en aan het natuurbeleid (Horstink, 2017). Uit deze toetsing en op basis van het definitieve ontwerp kwam naar voren dat een nadere toetsing aan het natuurbeleid noodzakelijk is.
N315 Doetichem - Ruurlo | Eelerwoude | 4
2 Huidige situatie en ontwikkeling Huidige situatie Het plangebied bestaat uit de N315 tussen Ruurlo en Doetinchem (Afbeelding 1). De beplanting langs het traject is zeer gevarieerd en bestaat uit onder andere zomereik, beuk, berk en lariks. Naast de boomsoort varieert ook de leeftijd van de beplanting sterk; op sommige delen staan jonge bomen (in de afgelopen paar jaar aangeplant) en op sommige plekken staat oudere beplanting en soms staat aan één zijde van de weg jonge aanplant en aan één zijde oudere beplanting. De omgeving en omstandigheden variëren ook sterk langs het traject. Tussen Ruurlo en Veldhoek loopt het traject door een bos. De weg is hier ook onverlicht, dus het is er ’s nachts zeer donker. De enige verlichting is afkomstig van een enkele lantaarnpaal bij een zijweg en van het verkeer. Vanaf Veldhoek tot Zelhem is het traject ook onverlicht, maar wel heel open omdat het hier tussen weilanden door loopt. Vanaf Zelhem tot Doetinchem is het traject verlicht met lantaarnpalen en loop het tussen weilanden en stedelijke omgeving door. Langs het traject liggen greppels die tijdens het onderzoek niet watervoerend waren.
Voorgenomen ontwikkeling De provincie Gelderland is voornemens om een gedeelte van de beplanting langs de N315 tussen Ruurlo en Doetinchem te kappen in verband met de verkeersveiligheid. Zie onderstaande afbeelding voor een overzicht van de te kappen en te behouden bomen (Afbeelding 2). Een gedetailleerde weergave is opgenomen in Bijlage 1.
N315 Doetichem - Ruurlo | Eelerwoude | 5
Afbeelding 1. Ligging van het plangebied (rood kader) tussen Doetichem en Ruurlo. Bron: Esri, 2019
N315 Doetichem - Ruurlo | Eelerwoude | 6
Afbeelding 2. Weergave van de te kappen en de te behouden bomen. Zie ook bijlage 1. Bron: provincie Gelderland, 2019 en Esri, 2019
N315 Doetichem - Ruurlo | Eelerwoude | 7
3 Natuurbeleid Inleiding Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Voorheen werd dit de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd. De provincie Gelderland maakt onderscheid in het Gelders natuurnetwerk (GNN) genoemd, (voormalig EHS) en de Groene ontwikkelingszone (GO). Gebieden in het GNN hebben een natuurbestemming of liggen binnen de zoekzone nieuwe natuur. De Groene Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit terreinen met een andere bestemming. In het GNN zijn nieuwe functies in principe niet toegestaan. In de GO geldt een dubbeldoelstelling, er is ruimte voor (economische) ontwikkeling in combinatie met versterking van de ecologische samenhang. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk.
Uitgangspunt omgevingsverordening In de Omgevingsverordening Gelderland (vastgesteld op 19-12-2018) wordt aangegeven dat ontwikkelingen in het GNN en GO moeten worden getoetst aan effecten op de kernkwaliteiten. Dit zijn de wezenlijke ecologische en landschappelijke kenmerken en waarden die de provincie heeft vastgesteld.
Ligging plangebied N315 Het plangebied ligt op meerdere plekken binnen begrensd GNN/ GO gebied (Afbeelding 3).
Afbeelding 3. Ligging van het plangebied (rode lijn) ten opzichte van GNN (donker groen) en GO (licht groen). Bron: provincie Gelderland, 2019
N315 Doetichem - Ruurlo | Eelerwoude | 8
Het plangebied kruist twee verschillende GNN gebieden en drie verschillende GO gebieden (Afbeelding 4), namelijk GNN en GO gebied 29 Landgoederen Ruurlo – Vorden, GNN en GO gebied 20 ‘t Zand en GO gebied 24 Steenderen - Zelhem. Voor het overgrote deel ligt de N315 in GO gebied.
Afbeelding 4. Plangebied gelegen in GNN/ GO gebied 29 (linksboven), gelegen in GNN/ GO gebied 20 (rechtsboven) en gebied 24 (onder). Bron: provincie Gelderland, 2019
Voorwaarden voor ontwikkelingen in GNN Het hoofddoel van het ruimtelijk beleid voor het GNN is het bijdragen aan een samenhangend netwerk van kwalitatief hoogwaardige natuurgebieden en natuurlijke landschappen door bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de aanwezige bijzondere waarden en kenmerken. Voor ontwikkelingen binnen de GO wordt onderscheid gemaakt tussen grootschalige en kleinschalige ontwikkelingen. Onderhavig project maakt onderdeel uit van een grootschalige ontwikkeling, waardoor dezelfde toetsingscriteria gelden als voor het GNN.
N315 Doetichem - Ruurlo | Eelerwoude | 9
Voor gronden in het GNN en voor grootschalige ontwikkelingen in gebieden van de GO geldt het ‘nee, tenzij’principe. Dit houdt in dat er geen nieuwe functies mogelijk zijn, tenzij: a) er sprake is van groot openbaar belang; b) er geen alternatieven mogelijk zijn; c) negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte, samenhang en kwaliteit, zoveel mogelijk worden beperkt; d) de overblijvende negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het gebied, de oppervlakte en de samenhang, gelijkwaardig worden gecompenseerd. Indien een voorgenomen ingreep de ‘nee tenzij’- afweging met positief gevolg doorloopt, kan de ingreep plaatsvinden, mits eventuele nadelige gevolgen worden gemitigeerd en restschade wordt gecompenseerd. Voorwaarden ‘nee, tenzij’ a) Met de kap van bomen wordt de verkeersveiligheid op de N315 vergroot, waar meerdere weggebruikers baat bij hebben. Daarmee is sprake van een groot openbaar belang. b) Het realiseren van alternatieven is voor het project N315 niet mogelijk; meer zicht kan alleen worden bereikt met de kap van bomen. Op basis van deskundigheid in de provincie geven alternatieven als drempels of flitspalen niet hetzelfde gewenste resultaat van veiligheid en overzicht. c) Effecten op de kernkwaliteiten worden in dit hoofdstuk getoetst en toegelicht. d) Of er sprake is van overblijvende negatieve effecten wordt inzichtelijk na de toetsing.
Indien de natuur- en landschapswaarden van de GNN worden aangetast, dienen mitigerende maatregelen te worden getroffen waarmee de schade zoveel mogelijk wordt beperkt. Per saldo zal op planniveau of gebiedsniveau geen verlies mogen optreden van kwaliteit en samenhang. Indien er wel schade wordt veroorzaakt of er vindt vermindering van areaal plaats, dient compensatie plaats te vinden.
Het vellen van een houtopstand in GO Conform de Provinciale Verordening (2018) dienen houtopstanden gelegen in gronden van de GO extra te worden gecompenseerd. De compensatie dient onder andere te worden gerealiseerd in of grenzend aan de GO nabij het aangetaste gebied. Aan de hand van de ontwikkeltijd van de te kappen natuur wordt bepaald of en zo ja welke toeslag nodig is. Indien fysieke compensatie aantoonbaar niet of nauwelijks mogelijk is, kan worden volstaan met een financiële compensatie. De omvang van de compensatie wordt bepaald door de grootte van het aangetaste areaal vermeerderd met de volgende toeslag: a. bij natuur met een ontwikkeltijd van 5 jaar of minder: geen toeslag; b. bij natuur met een ontwikkeltijd tussen 5 en 25 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 1/3 in oppervlak, vermeerderd met de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer; c. bij natuur met een ontwikkeltijd tussen 25 en 100 jaar te ontwikkelen natuur: toeslag van 2/3 in oppervlak, vermeerderd met de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer; d. bij natuur met een ontwikkelingsduur van meer dan 100 jaar: de toeslag van tenminste 2/3 in oppervlak en de gekapitaliseerde kosten van het ontwikkelingsbeheer is maatwerk. Doordat het plangebied is gelegen in GNN/GO gebied wordt een toetsing uitgevoerd.
In deze toetsing wordt gericht op de ecologisch inhoudelijke toetsing en de centrale vraag; doet de voorgenomen ontwikkeling geen afbreuk aan de wezenlijke kenmerken en vastgestelde waarden en natuurdoelen? Daarnaast wordt kort ingegaan op het vellen van houtopstanden.
N315 Doetichem - Ruurlo | Eelerwoude | 10
Natuurdoelen en -kwaliteit Om een zorgvuldige afweging te kunnen maken worden de te beschermen en te behouden wezenlijke waarden en kenmerken per gebied gespecificeerd. Dit zijn de actuele en potentiële waarden, gebaseerd op de natuurdoelen voor het gebied. Onderstaand worden de belangrijkste en meest relevante kenmerken benoemd, een uitgebreid overzicht is opgenomen in Bijlage 2.
Gebied 29 Landgoederen Ruurlo – Vorden Kernkwaliteiten • •
leefgebied steenuil relatief uitgestrekte bossen, veel natte bossen
Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GNN • • • •
Ontwikkelen van soortenrijkere bossen met meer natuurlijke structuur en samenstelling ontwikkelen heide en schraallanden ontwikkelen bosranden ontwikkelen migratiemogelijkheden voor reptielen, amfibieën en soorten van heide en schraallanden
Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GO • • •
ontwikkelen heide en schraallanden ontwikkelen bosranden ontwikkelen migratiemogelijkheden voor reptielen, amfibieën en soorten van heide en schraallanden
Gebied 20 ‘t Zand Kernkwaliteiten •
leefgebied steenuil
Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GNN • • • • •
ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N315 ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën, poelen ontwikkeling houtproductie en andere ecosysteemdiensten
Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GO • • • • • •
ontwikkeling droge en vochtige bossen met bijbehorende flora en fauna ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N315 ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën, poelen ontwikkeling houtproductie en andere ecosysteemdiensten
N315 Doetichem - Ruurlo | Eelerwoude | 11
Gebied 24 Steenderen - Zelhem Kernkwaliteiten •
leefgebied steenuil
Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GNN • • • • •
ontwikkeling natte bossen en schraallanden met bijbehorende flora en fauna ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N315, N316, N314 en N330 ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen, moerassen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën, poelen ontwikkeling houtproductie en andere ecosysteemdiensten
Ontwikkelingsdoelen natuur en landschap GO • • • • •
ontwikkeling uitwisseling met de omgeving en vermindering barrièrewerking N315, N316, N314 en N330 ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden, heide en schrale graslanden ontwikkeling biotopen voor vogels van bossen, moerassen en cultuurgronden ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën, poelen ontwikkeling houtproductie en andere ecosysteemdiensten
Toetsing wezenlijke waarden en kenmerken Areaal De te kappen bomen staan op grond dat is bestemt als GNN of GO gebied. Deze bestemming (GNN of GO grond) wijzigt niet. Ook is geen sprake van een bestemmingsplan wijziging. Daardoor vindt er geen vermindering aan areaal van GNN en GO gebied plaats.
Kwaliteit Alle drie de deelgebieden hebben als kernkwaliteit leefgebied voor steenuil. De te kappen bomen zijn voor steenuil matig geschikt: grotere holten ontbreken en de bomen staan dicht langs de N315. Ook maken de bomen geen onderdeel uit van geschikt leefgebied dat onder andere bestaat uit een fruitboomgaard of houtsingels. Met de kap is daarmee geen sprake van negatief effect op het leefgebied van steenuil; deze blijft aanwezig in overige delen van GNN/ GO gebieden. Door bomen langs een bosrand te kappen, wordt de groei van de mantelzoom vegetatie (bosranden) gestimuleerd; wat ten goede komt aan een van de ontwikkelingsdoelen van alle drie de gebieden. De ontwikkeling van bos, nat of droog, komt daarmee niet in gevaar. Holten onder bomen kunnen door reptielen worden gebruikt als schuillocatie. Nader onderzoek nabij Ruurlo naar de aanwezigheid van reptielen zal uitwijzen of hazelworm en levendbarende hagedis de bermen rond de bomen verblijven en deze gebruiken. Dit onderzoek wordt separaat uitgevoerd en gerapporteerd. De te behouden bomen kunnen als biotoop dienen voor vogels van bossen en cultuurgronden en er is en blijft voor dergelijke vogels voldoende alternatief aanwezig in de gebieden. Met het kappen van een rij bomen, of een gedeelte daarvan, komen geen ontwikkelingsdoelen van de gebieden in de knel.
N315 Doetichem - Ruurlo | Eelerwoude | 12
De bomen kap heeft geen invloed op de aangewezen natuurdoelen en natuurontwikkeling van de gebieden als het realiseren van schrale graslanden, heide, natte of juist droge bossen. De kap zorgt er niet voor dat de kwaliteit van de desbetreffende GNN en GO gebieden, negatief wordt beïnvloed.
Versnippering Het kappen van de bomen zorgt er niet voor dat er een vermindering aan areaal van GNN/GO gebied optreedt; er worden geen activiteiten uitgevoerd die ervoor zorgen dat de gebieden versnipperen. Bomen die geen onderdeel uitmaken van een bos, staan veelal dicht langs de N315, aan weerszijde van de weg. De N315 zorgt voor een barrière werking tussen de GNN/ GO gebieden. De bomen langs de N315 verminderen deze barrière werking voor soorten als vogels, eekhoorn of marters, die de bomen kunnen gebruiken om de N315 te passeren of de bomen gebruiken om zich te verplaatsen tussen gebieden. Bij deze locaties blijft één rij bomen staan (Bijlage 1) waardoor de gebieden door de bomen blijven verbonden voor soorten die daar gebruik van maken. De verbinding wordt niet versterkt, maar de bomen die blijven behouden zijn voldoende in aantal en omvang om gebieden te verbinden. Nader onderzoek naar de functie van de bomen voor vleermuizen moet uitwijzen met de kap een essentiële functie verloren gaat. Dit onderzoek wordt separaat uitgevoerd en gerapporteerd. Voor grondgebonden soorten als kleine marterachtigen of muizensoorten heeft het kappen van de bomen geen tot nauwelijks invloed op de mate van versnippering; zij gebruiken doorgaans groene elementen die tot de grond reiken als schuilplaats en verbinding om zich te verplaatsen.
Voor dergelijke soorten zijn andere maatregelen nodig om de barrière werking van de N315 te verminderen.
Resultaat GNN/GO toetsing Met het kappen van bomen langs de N315 wordt de verkeersveiligheid verhoogd. De meeste bomen zijn gesitueerd in gebied dat onderdeel uitmaakt van het GO, op enkele plekken staan bomen in het GNN (gebied 29 en 20). Doordat er geen sprake is van een wijziging van de bestemming van GNN/ GO, blijft het areaal aan GNN en GO gebied ongewijzigd. De kwaliteit van deze gebieden wordt niet aangetast; de bomen maken geen essentieel onderdeel uit van het leefgebied van aangewezen soorten of natuurdoelen. Ook zorgt de kap er niet voor dat gebieden worden versnippert en heeft het geen versnipperende werking doordat bomen blijven behouden die een verbinding vormen tussen de GNN/ GO gebieden voor soorten die van een dergelijke verbinding gebruik maken. Met de kap is geen sprake van significante aantasting van de kernkwaliteiten van de GNN/ GO gebieden ter plaatse van de N315 door vermindering van areaal, aantasting van de aaneengeslotenheid of versnippering.
Vellen van een houtopstand in GO Voor het vergroten van de verkeersveiligheid worden langs de N315 traject Doetichem – Ruurlo meerdere bomen gekapt. Voor deze bomen is de bescherming van houtopstanden van toepassing. Hierbij geldt dat: Er een melding moet worden gedaan bij provincie Gelderland. Herplant moet plaatsvinden in of grenzend aan de GO nabij het aangetaste gebied. Voor de herplant geldt een toeslag factor die afhankelijk is van de ontwikkeling van de te kappen bomen. Compensatie wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. Indien fysieke compensatie aantoonbaar niet of nauwelijks mogelijk is, kan worden volstaan met een financiële compensatie.
N315 Doetichem - Ruurlo | Eelerwoude | 13
4 Conclusie Op basis van deze toetsing wordt onderstaande samenvattende conclusie getrokken.
Gelders Natuurnetwerk/ Groene ontwikkelingszone Met het kappen van bomen langs de N315 wordt de verkeersveiligheid verhoogd. De meeste bomen zijn gesitueerd in gebied dat onderdeel uitmaakt van het GO, op enkele plekken staan bomen in het GNN. Doordat er geen sprake is van een wijziging van de bestemming van GNN/ GO, blijft het areaal aan GNN en GO gebied ongewijzigd. De kwaliteit van deze gebieden wordt niet aangetast; de bomen maken geen essentieel onderdeel uit van het leefgebied van aangewezen soorten of natuurdoelen. Ook zorgt de kap er niet voor dat gebieden worden versnippert en heeft het geen versnipperende werking. Met de kap is geen sprake van significante aantasting van de kernkwaliteiten van de GNN/ GO gebieden ter plaatse van de N315 door vermindering van areaal, aantasting van de aaneengeslotenheid of versnippering.
Vellen van een houtopstand in de Groene ontwikkelingszone Voor het vergroten van de verkeersveiligheid worden langs de N315 traject Doetichem – Ruurlo meerdere bomen gekapt. Voor deze bomen is de bescherming van houtopstanden van toepassing. Hierbij geldt dat: Er een melding moet worden gedaan bij provincie Gelderland. Herplant moet plaatsvinden in of grenzend aan de GO nabij het aangetaste gebied. Voor de herplant geldt een toeslag factor die afhankelijk is van de ontwikkeling van de te kappen bomen. Compensatie wordt vastgelegd in het bestemmingsplan. Indien fysieke compensatie aantoonbaar niet of nauwelijks mogelijk is, kan worden volstaan met een financiële compensatie.
Geldigheid toetsing Deze toetsing is gebaseerd op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden.
N315 Doetichem - Ruurlo | Eelerwoude | 14
Literatuurlijst • • •
Horstink Y. (2017) Toetsing Wet natuurbescherming – Integrale trajectverkenning, N315 Doetichem – Ruurlo. Eelerwoude. Definitieve versie 19 oktober 2017. Projectnummer 6284.145 Ministerie van Economische Zaken (2016). Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie 1.3. Omgevingsverordening Gelderland (december 2018). Geconsolideerd. NL.IMRO.9925.PVOmgverordeningGC-gc07. 19-12-2019
Soortinformatie: • - www.zoogdiervereniging.nl • - www.ravon.nl • - www.sovon.nl • - www.verspreidingsatlas.nl
Provincie Gelderland - GNN/ GO http://gelderland.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=92d4c54aed8147ae8aa704c312f719bc
BIJLAGE 1 DETAILWEERGAVES TE BEHOUDEN EN TE KAPPEN BOMEN
www.eelerwoude.nl
www.eelerwoude.nl
Bijlage 2 – Kernkwaliteiten deelgebieden
www.eelerwoude.nl
www.eelerwoude.nl
www.eelerwoude.nl
www.eelerwoude.nl