CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3.1.8 - Bijlage 8 bij ruimtelijke onderbouwing - Saneringsplan.pdf

gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 8.17: Bestemmingsplan Stationslocatie Doetinchem 2023 en beeldkwaliteitsplan27.073 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

05-04-2022 - 14:10

S11124241116

VOLLEDIG GESIGNALEERD T/M

VOLLEDIG BIJGEWERKT T/M

04-04-2022 - 14:59

04-04-2022 - 14:59

BLAD

1 van 1

Eigendomsinformatie ALGEMEEN Kadastrale aanduiding Ambt-Doetinchem M 5325 Kadastrale objectidentificatie : 078840532570000

Kadastrale grootte 118 m² Grens en grootte Vastgesteld Coördinaten 217381 - 441574 Ontstaan uit Ambt-Doetinchem M 5319

AANTEKENINGEN Publiekrechtelijke beperking Er zijn geen beperkingen bekend in de Basisregistratie Kadaster. Basisregistratie Kadaster

RECHTEN 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2 Afkomstig uit stuk Hyp4 76201/30

Ingeschreven op 14-08-2019 om 11:57

Ruiling Naam gerechtigde Mevrouw Ariane Adriana Madeleine Middelkoop Adres Rekhemseweg 83

7004 HA DOETINCHEM Geboren 18-02-1971

te DOETINCHEM

Geboorteland Nederland Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen

Burgerlijke staat Gehuwd (ten tijde van verkrijging) 1 Eigendom (recht van) Aandeel 1/2 Afkomstig uit stuk Hyp4 76201/30

Ingeschreven op 14-08-2019 om 11:57

Ruiling Naam gerechtigde Mevrouw Ilona Virginia Ingrid Middelkoop Adres Rekhemseweg 93

7004 HA DOETINCHEM Geboren 21-01-1973

te DOETINCHEM

Persoonsgegevens zijn ontleend aan de Basisregistratie Personen

Burgerlijke staat Ongehuwd en geen geregistreerd partnerschap (ten tijde van verkrijging)

Voor een eensluidend uittreksel, de bewaarder van het kadaster en de openbare registers. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet. Heeft u nog vragen? Neem contact op met de klantenservice.

Bijlage 4

Foto 1.

Foto 2.

Foto's saneringslocatie

Bijlage 4

Foto 3.

Foto 4.

Foto's saneringslocatie

Bijlage 5

Berekening voorlopige veiligheidsklasse CROW 400

Bepaling veiligheidsklasse

datum: 07-04-2022 versie: 3.0 locatie: Stationsstraat-Terborgseweg - Vak A kadastraalnummer: uitvoerende partij: op basis van CROW-publicatie 400

Bepaling veiligheidsklasse

Geen veiligheidsklasse van toepassing. Ingevulde stoffen

Stof

Concentratie bodem (mg/kg ds)

Concentratie grondwater (ug/l)

Carcinogeen Mutageen

Zink

3789

0

nee

nee

Naftaleen

7.5

0

nee

nee

Fenantreen

54

0

nee

nee

Antraceen

13

0

nee

nee

Fluorantheen

54

0

nee

nee

Chryseen

19

0

ja

nee

Benzo(a)antranceen

21

0

ja

nee

Benzo(a)pyreen

16

0

ja

ja

Benzo(k)fluorantheen

7.9

0

ja

nee

Indeno(1,2,3cd)pyreen 11

0

ja

nee

Benzo(ghi)peryleen

0

nee

nee

9.2

Bepaling veiligheidsklasse

datum: 07-04-2022 versie: 3.0 locatie: Stationsstraat-Terborgseweg - Vak B kadastraalnummer: uitvoerende partij: op basis van CROW-publicatie 400

Bepaling veiligheidsklasse oranje niet vluchtig Lood concentratie bodem:697 mg/kg SRC grond oranje,75%: 551.25 mg/kg SRC grond rood, 100%: 735 mg/kg carcinogeen: nee mutageen: nee veiligheidsklasse grond: oranje niet vluchtig

Ingevulde stoffen

Stof Concentratie bodem Concentratie grondwater (mg/kg ds) (ug/l)

Carcinogeen Mutageen

Lood 697

0

nee

nee

Zink 1030

0

nee

nee

Bijlage 6 Voorgaande bodemonderzoeken

VERKENNEND ACTUALISEREND BODEMONDERZOEK, VERKENNEND ONDERZOEK ASBEST IN BODEM EN NADER BODEMONDERZOEK STATIONSSTRAAT/TERBORGSEWEG TE DOETINCHEM

Rapportage actualiserend verkennend bodemonderzoek, verkennend onderzoek asbest in bodem en nader bodemonderzoek Stationsstraat-Terborgseweg te Doetinchem Opdrachtgever

Klaassen Groep Postbus 2173 6802 CD Arnhem

Rapportnummer Versienummer

13414.001 D1

Status

Eindrapportage

Datum

30 oktober 2020

Vestiging

Gelderland Fabriekstraat 19c 7005 AP Doetinchem 088 - 5001600 doetinchem@econsultancy.nl

Opsteller

Dhr. A.P. Bregman, BSc

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Dhr. ing. R.J.E. Kok

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 2

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM ................................................................. 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

4

CONCLUSIES VOORONDERZOEK, CONCEPTUEEL MODEL EN ONDERZOEKSOPZET 13 4.1 4.2 4.3

5

Conclusies milieuhygiënische vooronderzoek bodem.................................................... 13 Conceptueel model nader bodemonderzoek ................................................................. 14 Onderzoeksopzet............................................................................................................ 15

VELDWERK .............................................................................................................................. 16 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5

6

Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 3 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 4 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 5 Calamiteiten ...................................................................................................................... 5 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 5 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 8 Terreininspectie .............................................................................................................. 11 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ....................................................... 11 Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................... 12

Algemeen........................................................................................................................ 16 Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest ................................................................ 17 Grondonderzoek ............................................................................................................. 17 Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal .......................... 18 Grondwateronderzoek .................................................................................................... 19 5.5.1 Uitvoering veldwerk .......................................................................................... 19 5.5.2 Grondwaterbemonstering ................................................................................. 19

LABORATORIUMONDERZOEK .............................................................................................. 20 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Uitvoering analyses ........................................................................................................ 20 Toetsingskader ............................................................................................................... 22 Resultaten grond- en grondwatermonsters verkennend bodemonderzoek ................... 24 Resultaten verkennend onderzoek asbest ..................................................................... 26 Interpretatie analyseresultaten ....................................................................................... 26

7

GEVALSDEFINITIE .................................................................................................................. 27

8

SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 28

13414.001

BIJLAGEN: 1. 2a. 2b. 3a. 3b. 4a. 4b. 4c. 4d. 5a. 5b.

- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Foto's onderzoekslocatie - Boorprofielen - Foto's asbestinspectiegaten, opgegraven en opgeboorde materiaal - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten Circulaire bodemsanering - Getoetste analyseresultaten Regeling bodemkwaliteit (indicatief) - Getoetste analyseresultaten Tijdelijk handelingskader PFAS - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Toetsingskader Regeling bodemkwaliteit 13414.001

1

INLEIDING

Klaassen Groep heeft Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een actualiserend verkennend bodemonderzoek, verkennend onderzoek asbest in bodem en een nader bodemonderzoek aan de Stationsstraat-Terborgseweg te Doetinchem. Aanleiding voor de onderzoeken zijn de voorgenomen herontwikkeling van de locatie ten behoeve van nieuwbouw. In de laatste jaren is de voormalige bebouwing gesloopt. Het terrein is momenteel braakliggend en dient verder bouwrijp te worden gemaakt ten behoeve van de geplande bouw van onder andere een appartementencomplex. Tevens vormen de resultaten van een voorgaande bodemonderzoek uitgevoerd in 2015 (Econsultancy, rapport 14116277 DOE.KLA.NEN, d.d. 10 april 2015) een aanleiding voor het uitvoeren van het actualiserend en nader bodemonderzoek. In het betreffende onderzoek zijn plaatselijk matige tot sterke verontreinigingen met PAK en/of metalen in de (boven)grond aangetoond, met verder lichte verontreinigingen verspreid over het terrein. Het betreffende onderzoek is uitgevoerd vooraf aan de sloop van de bebouwing. Het actualiserend verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie bodemverontreiniging aanwezig is (met name ter plaatse van de voormalige bebouwing).

Tevens heeft het verkennend onderzoek asbest in bodem tot doel na te gaan of de verdenking van verontreiniging met asbest van het terrein terecht is en (zo nodig) een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem. Op basis van de resultaten wordt bepaald of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen herontwikkeling en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het verkennend onderzoek asbest in bodem is uitgevoerd conform de NEN 5707+C1:2016/C2:2017 "Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond". Tevens is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van PFAS-parameters in de (boven)grond. Het nader bodemonderzoek heeft de volgende doelstellingen:    

verificatie van de eerder aangetoonde matig en sterk verhoogde gehalten in de grond; het vaststellen van de aard en de omvang van het geval van bodemverontreiniging (vooralsnog tot maximaal aan de perceelsgrenzen); het geven van uitsluitsel of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; het, indien noodzakelijk, maken van een inschatting van de milieuhygiënische risico's.

Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NTA 5755:2010, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging". Voorafgaand aan het veldwerk is geverifieerd of de beschikbare informatie ten aanzien van het historisch gebruik van de onderzoekslocatie voldoet aan het voor het nader onderzoek voorgeschreven uitgebreide milieuhygiënisch vooronderzoek bodem volgens de NEN 5725:2017. Leidraad bij het opstellen van de onderzoeksopzet is de NTA 5755.

R 13414.001 versie D1

Pagina 1 van 30

Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocollen 2001, 2002 en 2018. De visuele inspectie is uitgevoerd door medewerkers, die gekwalificeerd zijn voor het protocol 2018 van de BRL SIKB 2000. Tevens is rekening gehouden met het veldwerkprotocol (Expertisecentrum PFAS, juni 2020) voor de bemonstering van PFAS-verbindingen in grond en grondwater. De analyseresultaten worden getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Voor de specifieke toetsing wordt verwezen naar paragraaf 6.2. Tevens is indicatief getoetst aan de normwaarden voor toepassen van grond of baggerspecie op of in de bodem uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). De analyseresultaten zijn tevens getoetst aan de toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem boven grondwaterniveau zoals opgenomen in het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”. Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001, 2002 en 2018 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

2

AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE

Het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem omvat de onderzoekslocatie en de direct hieraan grenzende percelen en/of terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (± 5.510 m²) betreft de locatie Stationsstraat/Terborgseweg te Doetinchem (zie figuur 1). De locatie betreft een inmiddels braakliggend terrein tussen de Stationsstraat, Stationsplein en de Terborgseweg.

Figuur 1. Onderzoekslocatie (rode kader)

R 13414.001 versie D1

Pagina 2 van 30

De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Doetinchem, sectie M, nummers 5310, 5311, 5314, 5318, 5322, 5324 en 5325. In het verleden was sprake van bebouwing. Dit is in de laatste jaren gesloopt. Het actualiserend verkennend bodemonderzoek (inclusief PFAS) en verkennend onderzoek asbest in bodem zijn gericht op het terrein als geheel, maar met name ter plaatse van de voormalige bebouwing. Het gebied wordt aangeduid als ‘deellocatie D’. Het nader bodemonderzoek heeft betrekking op drie locaties verspreid op het terrein. De deellocaties volgen uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek uit 2015. De drie deellocaties worden in onderhavige rapport aangeduid als deellocatie A, B en C. Voor toelichting hierop wordt verwezen naar het conceptueel model en de onderzoeksopzet in hoofdstuk 4. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 12,9 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 217.440, Y = 441.564.

3

MILIEUHYGIËNISCH VOORONDERZOEK BODEM

3.1

Geraadpleegde bronnen

Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een milieuhygiënisch vooronderzoek bodem uitgevoerd op basis van de NEN 5725. In tabel 1 zijn de in het kader van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen gegevens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, eventueel eerder uitgevoerde bodemonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, kabels en leidingen. Het historisch onderzoek is uitgevoerd tijdens een verkennend onderzoek uitgevoerd door Econsultancy in 2015 en is tevens aangevuld met nieuwe informatie. Tabel 1.

Geraadpleegde bronnen Onderdeel

Bron

Historisch, huidig en toekomstig gebruik

Opdrachtgever / Eigenaar (de heer D. Portier ), d.d. augustus 2020

Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek

Gemeente Doetinchem (de heer E. Raben), d.d. 10 september 2020 Provincie Gelderland (Provincieloket), d.d. medio 2014-2015 / 22 september 2020

Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal/luchtfoto’s - basisregistratie grootschalige topografie - Atlas Gelderland (bodem) - Asbestdakenkaart Gelderland - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen

www.topotijdreis.nl www.pdok.nl https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers - bodemverontreinigingen https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers - asbestdakenkaart www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion -wion

Terreininspectie

Uitgevoerd door Econsultancy, d.d. 7 september en 9 september 2020

R 13414.001 versie D1

Pagina 3 van 30

3.2

Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie

Volgens de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is de locatie in 1885 bebouwd met een woonhuis (de voormalige Terborgseweg 78). Op kaartmateriaal daterend van 1890 is op het achterterrein ter plaatse een schuur aanwezig. Omstreeks 1930 zijn alle percelen bebouwd, waarbij op het perceel Terborgseweg 76 meerdere gebouwen aanwezig zijn en de schuur op nummer 78 niet meer aanwezig is. In de periode 1954-1957 is de onderzoekslocatie voor het overgrootste deel bebouwd geraakt. Ter plaatse van het perceel Stationsplein 2 hebben in het verleden diverse bedrijfsmatige activiteiten plaatsgevonden, waaronder horeca, wonen en slijterij. Het buitenterrein is voor zover bekend sinds lange tijd in gebruik als parkeerplaats en is grotendeels verhard met klinkers en tegels en is deels in gebruik als tuin. De bij de gemeente Doetinchem beschikbare gegevens zijn van na 1945, het materiaal van voor deze datum is verloren gegaan bij bombardementen in 1945 op het gemeentearchief. Ter plaatse van het perceel Terborgseweg 74-76 hebben in het verleden diverse activiteiten plaatsgevonden, waaronder een bandenhandel/autoreparatie (Huls en Tyres 4 You, Terborgseweg 76), een keukencentrum met opslag van bouwmaterialen (Coen Poulus tegelhandel en keukencentrum vanaf midden jaren '70) en Balletschool Bertha Huls.

Ter plaatse van de bandenhandel heeft in het verleden kleinschalige opslag van olieproducten plaatsgevonden. Verder zijn er op basis van het dossieronderzoek aanwijzingen voor twee opslagtanks voor vloeibare brandstoffen: - Uit gegevens afkomstig van het milieudossier van de gemeente Doetinchem blijkt dat op 25 oktober 1968 door de firma Gems-Vorden een (ondergrondse) opslagtank met een inhoud van 4.000 liter (identificatienummer 19836) is verzonden naar de firma Huls aan de Terborgseweg 76; Op 29 november 1968 is voor de locatie Terborgseweg 74-76 een vergunning aangevraagd voor de opslag en het verpompen van benzine (6.000 liter). Op de locatieschets behorend bij de aanvraag is behalve de (ondergrondse) tank ook een vulpunt en een pompzuil ingetekend. Er zijn verder geen aanwijzingen in het dossier gevonden dat de vergunde opslag daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. Op basis van het dossieronderzoek zijn geen verdere gegevens over opslag van vloeibare brandstoffen naar voren gekomen, echter rapportages van eerder verricht bodemonderzoek (paragraaf 2.5) herbergen wel aanvullende gegevens hieromtrent. In een memo inzake het verzamelen van historische informatie over locatie Stationsplein, opgesteld door de heer A.J.H. Luykx (waarschijnlijk zomer/najaar 1994), gericht aan mevrouw I. Nusselder, wordt medegedeeld dat op perceel Terborgseweg 76 een lekkende tank heeft gelegen.

Nadere informatie ontbreekt. Voor zover bekend heeft het perceel Terborgseweg 78 altijd een woonfunctie (met tuin) gehad. De bebouwing achter het betreffende perceel is voorheen in gebruik geweest als IJzergroothandel (Elsinghorst). Een deel van het pand ter plaatse van de voormalige Terborgseweg 76 was in gebruik als kringloopwinkel (Guus). In de bebouwingen was op diverse plekken asbest toegepast. De onbebouwde terreindelen zijn grotendeels voorzien van een grind-/klinker-/beton of tegelverharding. De overige terreindelen zijn veelal ingericht als siertuin/groenstrook.

R 13414.001 versie D1

Pagina 4 van 30

1950

1975

2014 2017 Figuur 2. Historische kaartmateriaal (bron: www.topotijdreis.nl)

2000

2018

De laatste jaren is de locatie gereed gemaakt voor nieuwe ontwikkeling. Circa 2016 is de Stationsstraat aangelegd als verbinding naar de Terborgseweg. Hierna is de bebouwing op het gehele terrein gesloopt. Deze werkzaamheden zijn weergegeven in de luchtfoto’s in figuur 2. In bijlage 2a is de huidige situatie (met voorgaande bebouwing hierop ingetekend) op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens de locatie te ontwikkelen met nieuwe woningen/appartementen. 3.4

Calamiteiten

Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Doetinchem blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 3.5

Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie

Verkennend bodemonderzoek Stationsplein, Heidemij Advies, kenmerk: 634/EA94/F004/28029, d.d. augustus 1994 In augustus 1994 is, ter plaatse van het perceel Terborgseweg 74-76, door Heidemij Advies bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (634/EA94/F004/28029). Destijds heeft onder andere onderzoek plaatsgevonden ter plaatse van een voormalige ondergrondse HBO-tank op perceel 74 (boringen 5001 t/m 5003), ter plaatse van een eerder verwijderde bovengrondse petroleumtank met een inhoud van circa 3.000 l op perceel 76 (boringen 5004 t/m 5007) en ter plaatse van een ondergrondse

R 13414.001 versie D1

Pagina 5 van 30

tank op perceel 78 (boringen 5012 en 5013). In de bodem ter plaatse van de (voormalige) ondergrondse opslag van olieproducten op perceel 74 zijn in de bodem geen verontreinigingen met minerale olieproducten aangetoond. Ter plaatse van de verwijderde bovengrondse petroleumtank op perceel 76 zijn zowel in de grond als in het grondwater lichte verontreinigingen aangetoond. Ter plaatse van de (voormalige) ondergrondse olieopslag op perceel 78 zijn geen minerale olieproducten in het grondwater aangetoond. De grond ter plaatse is niet analytisch onderzocht. Nabij de ondergrondse tank is bij 1 boring in de bovengrond wel een sterke verontreiniging met PAK aangetoond. Verspreid over de locatie is een lichte tot matige verontreiniging met PAK aangetoond. Voor het overige zijn er lokaal lichte verontreinigingen met enkele metalen in de bovengrond aangetoond. In de ondergrond is een sterke verhoging met arseen aangetoond die naar alle waarschijnlijkheid van natuurlijk oorsprong is en verband houdt met ijzerconcreties. Het grondwater waren lokaal licht verhoogde concentraties met arseen en nikkel of is de fenol-index licht verhoogd. Verkennend bodemonderzoek Stationsplein 2, Verhoeve Milieu, rapportnummer 77029, d.d. april 1997 In april 1997 is er, ter plaatse van het perceel Stationsplein 2, door Verhoeve Milieu bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (projectnummer 77029).

Destijds zijn in de bovengrond (lokaal) licht verhoogde gehalten aan metalen en PAK aangetoond. In het grondwater zijn enkel lichte verontreinigingen met metalen aangetoond. Verkennend bodemonderzoek Terborgseweg 76, Ecopart BV, rapportnummer 14272, oktober 2006 In oktober 2006 is er, ter plaatse van het perceel Terborgseweg 76, door Ecopart bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (projectnummer 14272). In het onderzoek is beschreven, dat de ondergrondse tank ten noordoosten van de bebouwing van perceel Terborgseweg 74 in 1998 inwendig is gereinigd en afgevuld met zand, waarbij geen verontreinigingen zijn aangetroffen (dit betreft de tanklocatie die in 1994 ook door Heidemij is onderzocht (boringen 5001 t/m 5003)). Verspreid over de locatie (Terborgseweg 76) zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met enkele metalen, minerale olie en PAK aangetoond. Destijds is ter plaatse van boring B9 in de bovengrond een lichte verontreiniging met EOX, een matige verontreiniging met PAK en een sterke verontreiniging met enkele metalen (koper, lood en zink) aangetoond. Ter plaatse van boring B13 is een matige verontreiniging met PAK aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd met tetrachloormethaan en 1,1,1trichloorethaan. Ter plaatse van een voormalige bovengrondse olieopslag (boringen B16 en B17) zijn geen verhoogde gehalten aan olie aangetoond.

De conclusies van het onderzoek zijn in december 2006 door de provincie Gelderland bevestigd waarbij wordt aangegeven dat de verwachting is dat de aangetoonde matige tot sterke PAK-verontreinigingen mogelijk tot hetzelfde geval behoren. Verkennend bodemonderzoek Terborgseweg 74-78 en Stationsplein 2 te Doetinchem, Econsultancy, rapportnummer 14116277, d.d. 10 april 2015 In 2015 is door Econsultancy een verkennend onderzoek uitgevoerd op de onderzoekslocatie. Deze was destijds nog bebouwd. Uit de boringen is gebleken dat in de bodem in de bovengrond en plaatselijk tot 0,8 m -mv matige bijmengingen met kolengruis of puin zijn waargenomen. Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond van mengmonsters MM1 en MM2 licht verhoogde gehalten aan cadmium, kwik, lood, zink, kobalt, PCB en PAK zijn gemeten. In de bovengrond mengmonster MM3 (boringen 4 en 8) is een matig verhoogd gehalte aan zink gemeten en licht verhoogde gehalten aan metalen en PAK. De twee deelmonsters zijn separaat geanalyseerd op zink waarbij bleek dat ter plaatse van boring 4 een matig verhoogd gehalte aan zink is aangetoond. In de bovengrond van boring 8 is een licht verhoogd gehalte aan zink gemeten.

In de bovengrond mengmonster MM4 (boringen 7 en 13) is een sterk verhoogd gehalte aan zink en PAK aangetoond, een matig verhoogd gehalte aan lood en licht verhoogde gehalten aan metalen, minerale olie een PCB. De deelmonsters zijn separaat geanalyseerd op de parameters lood, zink en PAK. Hieruit bleek dat bij boring 7 een sterk verhoogd gehalte aan zink, een matig verhoogd gehalte aan

R 13414.001 versie D1

Pagina 6 van 30

lood en een licht verhoogd gehalte aan PAK is gemeten. Ter plaatse van boring 13 is een sterk verhoogd gehalte aan PAK, een matig verhoogd gehalte aan zink en een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond. In de ondergrond mengmonster MM5 is een licht verhoogd gehalte aan lood aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan barium gemeten. Opgemerkt wordt dat de peilbuizen zijn geplaatst nabij de ondergrondse tanks. Er zijn geen verhogingen met olieproducten gemeten in het grondwater. De aangetoonde sterke verhoging met PAK ter plaatse van boring 13 bevestigd een perceeloverschrijdende verontreiniging in het zuidwestelijke hoek van het terrein. In het onderzoek is geadviseerd om een nader bodemonderzoek uit te voeren, na de sloop van de bebouwing en verwijdering van de verhardingen.

Figuur 3. Tekening verkennend bodemonderzoek Econsultancy 2015 (locaties met matige/sterke verhogingen in rood)

Asbest Enkele van de voormalige gebouwen waren voorzien van asbestverdachte golfplaten, gedeeltelijk zonder dakgoot. Echter was het gebied bijna geheel verhard met elementenverharding en is sindsdien sprake van grootschalig sloopwerkzaamheden. Wegens de aanwezigheid van puinbijmenging in de grond en wegens de voormalige asbestverdachte dakbedekking wordt de locatie beschouwd als verdacht. Van een druppelzone is geen sprake meer. De wordt daarom in het geheel aangemerkt als verdacht op het heterogeen diffuus voorkomen van asbest in de bodem. Tanks Op de onderzoekslocatie is sprake geweest van opslag van olieproducten in boven- dan wel in ondergrondse tanks. Het betreft: -

4.000 liter ondergrondse HBO-tank – Perceel nr. 74 – gebruikt vanaf 1968. Deze is in 1998 inwendig gereinigd en afgevuld met zand. De tank is voor zover bekend nog aanwezig.

R 13414.001 versie D1

Pagina 7 van 30

-

3.000 liter bovengrondse petroleum tank – perceel nr 76. Deze is voor zover bekend voor 1994 buiten gebruik gesteld en later verwijderd. 6.000 liter ondergrondse benzine tank - perceel 78 – gebruikt vanaf 1968. De tank is nog aanwezig maar buiten gebruik maar bevat mogelijk nog product. De pompzuil is in het verleden verwijderd.

Aangenomen wordt dat op enig moment in het kader van de herontwikkeling verwijdering van de twee aanwezige ondergrondse tanks gewenst is. Dit zal middels een (her)sanering door een KIWAgecertificeerde aannemer moeten plaatsvinden. Als voorbereiding op een dergelijke hersanering dient per tanklocatie een eindsituatiebodemonderzoek plaats te vinden. Een dergelijk (geprotocolleerd) onderzoek wordt gezien de onbekende tijdstip van verwijderen nog niet zinvol geacht. De resultaten van bodemonderzoek dat is ingesteld ter voorbereiding op een tanksanering mogen niet ouder dan een half jaar zijn. Gezien er bij voorgaande onderzoeken de voorzieningen reeds buiten gebruik of verwijderd waren, wordt gesteld dat het niet nodig is in onderhavige situatie geprotocolleerd onderzoek ter plaatse van de tanklocaties te verrichten. 3.6

Aangrenzende terreindelen/percelen

In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aangrenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:    

aan de noordzijde bevindt zich de Terborgseweg; aan de oostzijde bevindt zich het Stationsplein; aan de zuidzijde bevinden zich de Stationsstraat en het spoortracé Zevenaar-Winterswijk; aan de westzijde bevindt zich de Stationsstraat.

Het vrijwel direct ten zuiden van de onderzoekslocatie gelegen spoortracé Zevenaar-DoetinchemWinterswijk is in de jaren ’80 van de 19e eeuw aangelegd. Volgens het in 1994 door Heidemij uitgevoerde bodemonderzoek heeft er, ten noorden van en parallel aan het spoor, kolenopslag plaatsgevonden. De exacte locatie van deze opslagactiviteiten is vooralsnog onbekend. Verkennend bodemonderzoek Terborgseweg 72, IMD, rapportnummer: 70942, d.d. 5 april 1994 In april 1994 is, ter plaatse van het perceel Terborgseweg 72, door IMD Milieudiensten bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de analyseresultaten is gebleken dat in de bovengrond voor lood, minerale olie en PAK gehalten zijn gemeten boven de toenmalige A-waarden. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd met tetrachlooretheen. Verkennend bodemonderzoek Terborgseweg 72, Ecopart, rapportnummer 12693, d.d. 17 juli 2001 In juli 2001 is, ter plaatse van het perceel Terborgseweg 72, door Ecopart bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Destijds zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met metalen en PAK aangetoond. In de ondergrond is eveneens een lichte verontreiniging met metalen aangetoond. In het grondwater zijn destijds geen verontreinigingen aangetoond.

R 13414.001 versie D1

Pagina 8 van 30

Nader bodemonderzoek NS Emplacement Doetinchem, Tebodin, rapportnummer 3315001, d.d. 29 april 2003 In 2003 is er, ter plaatse van het perceel dat aan de zuidwestzijde van de huidige onderzoekslocatie grenst, door Tebodin een Nader bodemonderzoek NS emplacement Doetinchem uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is gebleken dat ter plaatse de bovengrond sterk verontreinigd is met PAK en matig verontreinigd met zink. De betreffende verontreiniging is destijds tot de perceelgrenzen van onderhavige onderzoekslocatie in beeld gebracht. De verontreiniging is bij de Provincie Gelderland geregistreerd met gevalscode GE02220359. De situatieschets met boorpunten is opgenomen hieronder in figuur 4.

Figuur 4. Uitsnede tekening Tebodin 2003 nabij huidige locatie (verontreiniging op grens in rode cirkel)

De verontreiniging van het emplacement is door de Provincie Gelderland beschikt (GE022200352 en GE022200353). De verontreiniging in de rode cirkel in figuur 3 maakt voor zover bekend geen onderdeel van deze beschikking, maar is aangemerkt met gevalscode GE02220359, met aanbeveling om dit op een later moment verder in beeld te brengen door de eigenaar of de gemeente. Op basis hiervan (en op basis van het onderzoek door Econsultancy uit 2015) wordt verwacht dat sprake is van een perceelsoverschijdende verontreiniging aanwezig is. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Stationsplein te Doetinchem, Milieutechniek Rouwmaat, rapportnummer MT.15274, d.d. 9 september 2015 Direct ten zuidenwesten van de huidige onderzoekslocatie is een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op het terrein bekend als het Stationsplein. In de bovengrond zijn wisselende bijmengingen met baksteen, puin, glas en of slakken waargenomen. In zowel de bovengrond als de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten aan metalen, minerale olie, PAK en/of PCB gemeten. De kwaliteit van alle monsters is indicatief beoordeeld als kwaliteitsklasse Industrie. Zowel visueel als analytisch is geen asbest aangetoond.

R 13414.001 versie D1

Pagina 9 van 30

Figuur 5. Tekening verkennend bodem- en asbestonderzoek Rouwmaat 2015

Aanvullend onderzoek Stationsplein Doetinchem, Milieutechniek Rouwmaat, rapportnummer MT.16069, d.d. 18 februari 2016 Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de beschikte verontreinigingscontour uit de verontreiniging van het spooremplacement. Uit de resultaten zijn licht tot matig verhoogde gehalten aan PAK en licht verhoogde gehalten aan metalen, minerale olie en/of PCB gemeten. Er zijn geen sterk verhoogde gehalten aangetoond. Echter zijn de herinrichtingswerkzaamheden bij het Stationsplein wel uitgevoerd onder een Plan van Aanpak (Rouwmaat, kenmerk: MT.16069-1, d.d. 18 februari 2016).

Figuur 6. Tekening aanvullend onderzoek Rouwmaat 2016

R 13414.001 versie D1

Pagina 10 van 30

Partijkeuring Terborgseweg (doorsteek Stationsstraat) Doetinchem, Ecopart, kenmerk: 16164v1, 23 september 2016 Ten behoeve van de ontgraving van de nieuwe doorsteek van de Stationsstraat naar de Terborgseweg is een in-situ partijkeuring uitgevoerd voor het traject vanaf maaiveld tot 0,4 en 1,0 m -mv. De partij had een omvang van circa 960 m 3. De kwaliteit van de partij is beoordeeld als klasse Wonen. De klasse-bepalende parameters waren lood, zink en PCB. De partijkeuring grenst direct aan de westelijke grens van de huidige onderzoekslocatie.

Figuur 7. Tekening in-situ partijkeuring doorsteek Stationsstraat-Terborgseweg

3.7

Terreininspectie

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. De locatie is geheel braakliggend en onverhard. Aan de zand van de locatie is plaatselijk nog een enkele klein bosschage. Zeer plaatselijk is een klein depot met wat asfaltschollen. Het terrein is licht begroeid met onkruid en gras. Op het maaiveld en in de toplaag zijn resten puin waargenomen welke redelijk egaal verspreid zijn over nagenoeg het gehele terrein. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn geen mogelijke bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging aangetroffen. Op de onderzoekslocatie zijn eveneens geen specifieke mogelijke bronnen voor een asbestverontreiniging aangetroffen. 3.8

Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten

De gemeente Doetinchem heeft, in samenwerking met 7 andere gemeenten in de Regio Achterhoek de achtergrondwaarden, van een aantal metalen, PAK, minerale olie en EOX voor grond vastgesteld (CSO, kenmerk 11K054, 24 oktober 2011). De onderzoekslocatie ligt binnen de zone "Overig". De gemeente Doetinchem hanteert de 80-percentielwaarde (80% van de beschikbare gemeten stofgehalten voor die zone zijn lager dan deze waarde vastgesteld) als gebiedseigen bodemkwaliteit binnen

R 13414.001 versie D1

Pagina 11 van 30

een zone. Als deze waarde onder de landelijke achtergrondwaarde (AW) is gelegen, geldt de AW als de gebiedseigen bodemkwaliteit. Met betrekking tot de bovengrond in deze zone bevinden 80-percentielswaarden voor alle parameters zich beneden de landelijke achtergrondwaarden. In de ondergrond overschrijdt de 80percentielwaarde van de parameter PCB de landelijke achtergrondwaarde. Regionaal komen verhoogde concentraties van metalen in het grondwater voor. De locatie is gelegen in het gebied met bodemfunctieklasse Wonen. Op 2 juli 2020 is de geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie gepubliceerd waarin enkele nieuwe toepassingswaarden zijn opgenomen, waaronder voorlopige achtergrondwaarden. PFAS en PFOA zijn stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen worden al heel lang gebruikt in industriële en andere processen. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. De stoffen zijn persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar. Met het nieuwe handelingskader is heel Nederland verdacht op het voorkomen van deze stoffen.

Als bij het ontgraven of saneren sprake is van afvoer van de grond naar elders, is het voor de toepassing elders of de acceptatie bij een grondbank, verwerker of stortplaats noodzakelijk om onderzoek te doen naar PFAS. De gemeente Doetinchem hanteert de landelijke normen voor PFAS uit het tijdelijk handelingskader. 3.9

Bodemopbouw en geohydrologie

De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland, kaartblad 40 Oost (schaal 1:50.000), in een niet-gekarteerd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een kalkloze poldervaaggrond, die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lichte zavel. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De onderzoekslocatie ligt in het Pleistocene Bekken. Het Pleistocene Bekken wordt aan de oostzijde begrensd door het Oost-Nederlandse Plateau en aan de westzijde door het stroomdal van de IJssel. Ten zuiden ligt het stroomdal van de Rijn. Het watervoerend pakket heeft een dikte van ± 20 m en wordt gevormd door de matig grove tot zeer grove en grindrijke Formaties van Kreftenheye en Drente. Op deze fluvioglaciale en fluviatiele formaties liggen de kleiige afzettingen van de Oude IJssel, behorende tot de Formatie van Kreftenheye, met een dikte van ± 2 m. Het watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door slecht doorlatende fijne zanden en kleien van het Tertiair. De gemiddelde grondwaterstand van het freatisch grondwater bedraagt ± 10,5 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,4 m -mv zou bevinden.

Zowel het freatisch grondwater als het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO, kaartblad 40 Oost, 1995 (schaal 1:50.000), globaal in west- tot noordelijke richting. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

R 13414.001 versie D1

Pagina 12 van 30

4 4.1

CONCLUSIES VOORONDERZOEK, CONCEPTUEEL MODEL EN ONDERZOEKSOPZET Conclusies milieuhygiënische vooronderzoek bodem

Ten behoeve van het bodemonderzoek is, op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, een aantal deellocaties geïdentificeerd. Deellocatie A In het zuidwestelijke deel van het terrein is in het voorgaande bodemonderzoek in de bovengrond van boring 13 een sterk verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. Tevens is een matig verhoogd gehalte aan zink aangetoond. In het rapport wordt vermeld dat dit vermoedelijk te relateren is aan een eerder aangetoonde verontreiniging vanuit het spooremplacement welke in 2003 door Tebodin in beeld is gebracht tot aan de perceelsgrenzen van de huidige onderzoekslocatie. Deellocatie B Deellocatie B betreft een deel van het zuidelijke gebied, waar een voormalige tuin aanwezig was ten zuiden van de voormalige bebouwing. Hier is in de bovengrond van boring 07 een sterk verhoogd gehalte aan zink gemeten. Tevens zijn een matig verhoogd gehalte aan lood aangetoond. Deellocatie C Deellocatie C is gelegen op het noordelijke deel van het terrein, nabij de voormalige bebouwing van Terborgseweg 78. Hier is in de bovengrond van boring 04 een matig verhoogd gehalte aan zink gemeten. Algemeen conclusie overige terrein (deellocatie D) In het rapport van het voorgaande bodemonderzoek zijn verder verspreid over het gehele terrein licht verhoogde gehalten aan metalen, PCB, PAK en minerale olie aangetoond.

In de grond zijn destijds zwakke tot matige bijmengingen met kolengruis en puin aangetroffen. Er zijn op het maaiveld en in de opgeboorde grond geen asbestverdachte (plaat)materialen waargenomen in de fractie > 20 mm. Er is verder geen asbestonderzoek uitgevoerd. De gegevens komen overeen met het beeld van de bodemkwaliteit vanuit eerder uitgevoerde onderzoeken op en nabij de locatie. Hierbij zijn heterogeen verhoogde gehalten aan metalen, minerale olie, PCB en/of PAK aangetoond, als gevolg van jaren lange gebruik voor industriële en bedrijfsactiviteiten. Het onderzoek dateert van voor de onderzoeksplicht voor PFAS. Voor zover bekend is nog geen onderzoek uitgevoerd ten aanzien van PFAS op het terrein. Tevens is sprake van twee ondergrondse tanks op de locatie. In het bodemonderzoek van 2015 zijn boringen en twee peilbuizen verricht nabij deze tanks. In de grond en het grondwater zijn geen verhogingen aan minerale olie aangetoond in de grond en het grondwater ter plaatse. Vooraf aan het eventueel verwijderen van de tanks dient een eindsituatie bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Deze dient niet ouder te zijn dan zes maanden. Met oog op een verwachte aanvang van de ontwikkelingswerkzaamheden op het terrein over meer dan zes maanden, is deze eindsituatieonderzoek nog niet uitgevoerd bij onderhavige werkzaamheden.

PFAS Op basis van het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” wordt aangemerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Dit betekent echter niet dat alle locaties per

R 13414.001 versie D1

Pagina 13 van 30

definitie verdacht zijn op PFAS bóven de toetsnorm. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten aan PFAS voorkomen. Uit de reeds bekende gegevens concludeert Econsultancy dat atmosferische depositie naar verwachting de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie is. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehalten in bodem en water kan leiden. Asbest Het onderzoek asbest in bodem wordt gecombineerd uitgevoerd voor het gehele gebied met de grondboringen voor deellocatie D. De locatie wordt aangemerkt als ‘verdacht’ wegens de aanwezigheid van de puinbijmengingen. De bovengrond wordt aangemerkt als verdachte laag. 4.2

Conceptueel model nader bodemonderzoek

Middels het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is een globaal beeld verkregen van de aard en omvang van de verontreiniging. In het kader van de NTA 5755 dient op basis van de bekende gegevens een conceptueel model opgesteld te worden. Een conceptueel model is een beschrijving van de verontreinigingssituatie aangevuld met een beschrijving van het systeem (bodemopbouw en grondwater) waarin de verontreiniging zich bevindt en welke processen (verspreiding door grondwaterstroming, biologische afbraak, vastlegging) van invloed zijn op de verontreiniging en de receptoren van die verontreiniging (gebruik locatie, bedreigde objecten bijvoorbeeld een grondwaterwinning of oppervlaktewater). In tabel 2 is schematisch een overzicht gegeven van de belangrijkste onderdelen van een conceptueel model en de uitgangspunten van het onderzoek. Niet alle subonderdelen zijn voor de onderhavige situatie even relevant en worden daarmee in meer of mindere mate uitgewerkt. De in de tabel opgenomen informatie, al dan niet met een verwijzing naar een specifieke paragraaf van onderhavig rapport, hebben als basis gefungeerd voor uitvoering van en het maken van keuzes binnen het nader bodemonderzoek. Tabel 2.

Onderdelen conceptueel model

Hoofdonderdeel Historische informatie

Subonderdeel Verontreinigingsbronnen

Uitwerking/toelichting Deellocatie A Deze locatie volgt uit de historische verontreiniging vanuit het spoor-emplacement waarbij in het verleden (sterk) verhoogde gehalten aan PAK en zink zijn gemeten op de perceelsgrens (zie figuur 3). Deellocatie B De ligging van de voorgaande boring 07 was ter plaatse van de voormalige tuin ten zuiden van de bebouwing van huisnummer 2. Mogelijk dat wegens het gebrek aan verharding dit gebied door de jaren heen verontreinigd is geraakt door bedrijfsmatig gebruik van het gebied. Tevens vormt de grenzend spoor-emplacement direct ten zuiden een mogelijke verontreinigingsbron. Deellocatie C De ligging van de voorgaande boring 04 is direct naast de voormalige bebouwing van nummer 78. De gehele locatie is verdacht op het voorkomen van verhoogde gehalten aan metalen. Er is op deze plek verder geen specifieke bekende verontreinigings(punt)bronnen.

R 13414.001 versie D1

Gebruikte producten, periode

Op de locatie was in het verleden een bedrijfshal (showroom), een kringloopwinkel, een café en enkele woningen. Specifieke gebruik van chemische producten is niet bekend. In het verleden waren enkele olieopslagtanks in gebruik, maar dit wordt niet beschouwd als van invloed op de metalen en PAK verontreiniging waarop het nader onderzoek zich richt.

Bouwactiviteiten, grondverzet

De onderzoekslocatie is onbebouwd en momenteel braakliggend. De voormalige bebouwing is in de laatste jaren gesloopt. Afgezien van algemeen grondroering tijdens het sloopwerk zijn er geen gegevens bekend over (recentelijk) grondverzet.

Calamiteiten

Er zijn geen calamiteiten bekend welke van invloed worden geacht voor het nader onderzoek.

Pagina 14 van 30

Hoofdonderdeel

Bodemopbouw, geologie en topografie

Subonderdeel

Uitwerking/toelichting

Ondergrondse activiteiten

Op het terrein zijn twee ondergrondse tanks nog aanwezig. Deze vallen buiten de scoop van het huidige nader onderzoek.

Regionaal beschrijving en ontstaansgeschiedenis

Voor een beschrijving van de regionale bodemopbouw/geohydrologie wordt verwezen naar paragraaf 2.10 en 2.11.

Lokale bodemopbouw

Uit het verkennend bodemonderzoek is ondermeer gebleken dat de bodem voornamelijk bestaat uit zwak siltig, matig fijn zand. Plaatselijk is de bodem bovendien tot 1,5 m -mv humeus. In de grond van de gehele locatie zijn in verschillende gradaties kool- en puindelen aangetroffen.

Topografie

De locatie is gelegen direct ten noorden van het spoorlijn en verder tussen de wegen Stationsstraat, Stationsplein en de Terborgseweg. De omgeving kenmerkt zich door woningbouw afgewisseld met bedrijven en industriële activiteiten.

Infrastructuur

Op het terrein is geen infrastructuur, afgezien van ondergrondse kabels en leidingen.

Hydrologie

Het grondwater bevindt zich op een gemiddelde diepte van circa 3,5 m -mv.

Geochemie

Zware metalen en PAK adsorberen zich sterk aan het lutum en/of organische stof in de bodem. Zware metalen zijn over het algemeen goed oplosbaar in water. PAK heeft een grotere dichtheid dan water en de wateroplosbaarheid neemt af met de omvang van het aantal ringen in het molecuul. Het adsorbeert sterk aan organische stof en er treedt filmvorming op rond bodemdeeltjes. Natuurlijke afbraakprocessen spelen voor onderhavige situatie geen rol.

Gedrag en verdeling van verontreiniging in de bodem

Middels het uitgevoerd verkennend bodemonderzoek is reeds vast komen te staan dat de aanwezige PCB-verontreiniging zich niet tot in het grondwater heeft verspreid en derhalve als immobiel kan worden aangemerkt.

Identificatie van recep- Receptoren toren, bedreigde objecten en verspreidingsrisico's

Voor de onderhavige situatie zijn als belangrijkste receptoren de eigenaren/gebruikers van de aangrenzende percelen aan te wijzen. Op basis van reeds beschikbare gegevens wordt verwacht dat de verontreiniging perceelsgrensoverschrijdend is.

Bedreigde objecten

Voor zover bekend is er in de directe omgeving van de locatie geen sprake van bedreigde objecten als grondwaterwinningen, onttrekkingen t.b.v. bodemsaneringen.

Verspreidingsrisico's

Verspreidingsrisico’s in concentraties > I zijn niet te verwachten. Het betreft naar verwachting immobiele verontreinigingen in de grond.

Ruimtelijke ontwikkelingen

Ter plaatse van onderhavig onderzoekslocatie zal op korte termijn nieuwbouw worden gerealiseerd.

Onzekerheden

De voormalige bebouwing is geheel gesloopt. Het opnieuw uitzetten en vinden van de voormalige boringen uit het voorgaand onderzoek is derhalve bemoeilijkt aangezien er geen herkenningspunten zijn. Het uitzetten gebeurt derhalve op basis van de oude tekeningen en afmetingen vanuit de perceelsgrenzen of met gebruik van GPS. Tevens kunnen de sloopwerkzaamheden van lichte invloed zijn geweest op de toplaag op de locatie.

4.3

Onderzoeksopzet

Op basis van de huidige informatie is geconcludeerd, dat de onderzoekslocatie (deellocatie D) onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdachte locatie met diffuse bodembelasting en een heterogene verontreiniging op schaal van monsterneming, niet lijnvormig" (VED-HE-NL). Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is het bepalen van de aard van de heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming. Tevens wordt vastgesteld of de vermoede verontreinigende stof de achtergrondwaarde of het geldend achtergrondgehalte overschrijdt. De parameter asbest maakt hier deel van uit. Met betrekking tot PFAS worden de boringen voor het verkennend onderzoek gecombineerd met enkele boringen van het verkennend en nader onderzoek om te komen tot de benodigde hoeveelheid boringen conform de NEN 5740 onderzoeksstrategie “Verdacht, diffuse bodembelasting, homogeen verdeelde verontreiniging, niet lijnvormig” (VED-HO-NL). Het nader bodemonderzoek ter plaatse van drie eerder aangetoond matige en sterke verontreinigingen betreft maatwerk. Eén van de boringen per deellocatie wordt in de kern van de verontreiniging geplaatst ten behoeve van een verticale afperking. De boringen verder worden globaal in een raster rond de vermoedelijke kern van de verontreinigingen geplaatst. Aangezien in het grondwater geen

R 13414.001 versie D1

Pagina 15 van 30

sterke verontreiniging is aangetoond wordt er hier geen specifieke grondwateronderzoek verricht, maar zal dit gecombineerd gaan met deellocatie D. Het opgeboorde materiaal wordt zintuiglijk beoordeeld en er wordt een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt. Er worden grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m. In tabel 3 is de voorlopige onderzoeksopzet weergegeven. Tabel 3.

Onderzoeksstrategie Deellocatie

Oppervlakte

Verwachte stoffen

Onderzoeksstrategie

A

Deellocatie A (vml. boring 13)

ca. 500 m2

PAK > I Zink > T

Verificatie / nader (maatwerk)

B

Deellocatie B (vml. boring 07)

ca. 215 m2

Zink > I Lood > T

Verificatie / nader (maatwerk)

C

Deellocatie C (vml. boring 04)

ca. 110 m2

Zink > T

Verificatie / nader (maatwerk)

D

Terrein

ca. 5.510 m2

Metalen, PCB, PAK, minerale olie, asbest (<I)

VED-HE-NL (*A) VED-HO-NL (PFAS)

(*A): de diepe ondergrond wordt aangemerkt als ‘onverdacht’ (ONV-NL)

Onderzoeksstrategieën volgens NEN 5740 / NEN 5707: VED-HO : Verdacht, diffuse bodembelasting, homogene verontreiniging VED-HE-NL: Verdacht, diffuse bodembelasting, heterogene verontreiniging, niet lijnvormig

Met betrekking tot de analyses voor het nader bodemonderzoek wordt dit gefaseerd uitgevoerd. Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest in bodem heeft deellocatie D een overlap met deellocaties A, B en C.

5

VELDWERK

5.1

Algemeen

Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten/gaten en de peilbuizen. In bijlage 3a zijn de bodemprofielen van de asbestinspectiegaten en de boringen opgenomen. Bijlage 3b bevat enkele foto’s van de asbestinspectiegaten en het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal. Het veldwerk is op 17 en 18 september 2020 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heren A. Bruil, J.T. Bouwman en A.G.C. Rondeel. Deze medewerkers van Econsultancy staan geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 en 2018 van de SIKB BRL 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De boringen en peilbuizen zijn geplaatst met behulp van een edelmanboor. De boringen zijn voor een deel gecombineerd met asbestinspectiegaten. Van het opgeboorde en opgegraven materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn.

Het opgeboorde materiaal is tevens middels een olie-waterreactie beoor-

R 13414.001 versie D1

Pagina 16 van 30

deeld op de aanwezigheid van olie(gerelateerde) producten. Ten behoeve van het verkennend onderzoek asbest is het opgegraven materiaal gezeefd over een 20 mm zeef en zintuiglijk beoordeeld. 5.2

Visuele inspectie toplaag/maaiveld op asbest

Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In tabel 4 zijn enkele algemene gegevens met betrekking tot de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Tabel 4.

Visuele inspectie toplaag Aandachtsgebied

Opmerking

Oppervlakte van geïnspecteerde locatie

5.510 m²

Conditie toplaag

Droog

Beperkingen van de inspectie

Geen

Weersomstandigheden

Neerslag < 10 mm/dag Zicht > 50 m

Zand, klei/leem en/of veen

Zand (zwak puinhoudend)

Los of (deels) vastgereden

Los

Geen/matige vegetatie

Geen

Geschatte inspectie-efficiëntie (tabel 2 NEN 5707)

90-100 %

Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?

Nee

5.3

Grondonderzoek

Aan de hand van de geldende onderzoeksstrategieën zijn de werkzaamheden uitgevoerd zoals die in tabel 5 zijn vermeld. Tabel 5.

Uitgevoerde werkzaamheden

Deellocatie

Aangetoonde parameters grond o.b.v. vooronderzoek

A

Deellocatie A (vml. boring 13)

PAK > I Zink > T

B

Deellocatie B (vml. boring 07)

C

D

Veldwerk Verharding

Horizontale afperking (ABC) Verticale afperking / grond analyses (D) (ABC) / grondwater (D)

7 (1,0 m -mv) 3 (2,0 m -mv)

onverhard

PAK en zink (10x)

PAK en zink (3x)

Zink > I Lood > T

7 (1,0 m -mv) 2 (2,0 m -mv)

onverhard

Zink en lood (8x)

Zink en lood (3x)

Deellocatie C (vml. boring 04)

Zink > T

4 (1,0 m -mv) 1 (2,0 m -mv)

onverhard

Zink (5x)

-

Terrein

Diversen (< I)

15 gaten/boring (0,5 m -mv) onverhard 3 gaten/boring (2,0 m -mv) 2 (peilbuis)

3x bovengrond (std.pakket) 2x ondergrond (std.pakekt) 3x asbest in grond 2x PFAS (bovengrond)

2 x standaardpakketgrondwater

>I >T (A*)

Boringen / gaten (*A) / peilbuizen

Analyses

maximaal aangetoond gehalte boven de interventiewaarde maximaal aangetoond gehalte boven de tussenwaarde De gaten hebben een afmeting van 0,3 x 0,3 x 0,5 m en worden gecombineerd uitgevoerd met de boringen.

In verband met aanvullend verticale afperking zijn boringen A06 en B06 op een later tijdstip opnieuw geboord tot een diepte van 2,0 meter minus maaiveld. Deze nieuwe diepere boringen zijn aangeduid als boring A06_N en B06_N.

R 13414.001 versie D1

Pagina 17 van 30

5.4

Algemene bodemopbouw en visuele inspectie opgegraven materiaal

De bodem bestaat voornamelijk uit zwak siltig, matig fijn zand. De bovengrond, en plaatselijk de ondergrond, is bovendien zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend en zwak grindig. In de bovengrond van de gehele onderzoekslocatie zijn in verschillende gradaties kool- en puindelen aangetroffen. Tevens zijn plaatselijk in de ondergrond eveneens zwakke bijmengingen met puinresten waargenomen. Tijdens de werkzaamheden zijn er zintuiglijk geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Tabel 6 geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgegraven en opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel 6.

Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen

Gat/boring

Einddiepte (m -mv)

Traject (m -mv)

Waargenomen verontreinigingen

A02

1,10

0,00 - 0,60

zwak baksteenhoudend, matig kolengruishoudend

A03

1,00

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak betonhoudend, zwak glashoudend

A04

1,00

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

A05

1,20

0,50 - 0,80

zwak baksteenhoudend

A06

1,10

0,00 - 0,60

zwak baksteenhoudend, matig kolengruishoudend

A06_N

2,00

0,00 - 0,60

zwak baksteenhoudend, matig kolengruishoudend

0,60 - 1,10

zwak kolengruishoudend

1,10 - 1,60

zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak kolengruishoudend

A07

2,00

1,20 - 1,40

zwak kolengruishoudend, Verbrandingsresten

A08

1,00

0,00 - 0,30

zwak kolengruishoudend

A09

1,00

0,00 - 0,40

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

0,40 - 1,00

zwak baksteenhoudend

0,00 - 0,30

zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak kolengruishoudend

0,30 - 0,60

zwak kolengruishoudend

A10

1,20

0,60 - 0,80

zwak baksteenhoudend

B01

2,00

0,00 - 1,20

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

B02

1,00

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, Verbrandingsresten

B03

1,10

0,40 - 0,60

zwak baksteenhoudend

B04

1,20

0,50 - 0,70

zwak baksteenhoudend

B10

1,50

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak betonhoudend

B07

1,00

0,00 - 0,70

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

B08

1,00

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak kolengruishoudend

0,50 - 0,70

zwak baksteenhoudend

0,70 - 1,00

zwak baksteenhoudend

B09

1,20

0,50 - 0,70

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

C01

2,00

0,00 - 0,40

zwak baksteenhoudend

C02

1,00

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

C03

1,00

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend, zwak kolengruishoudend

C04

1,00

0,00 - 0,50

zwak baksteenhoudend

C05

2,30

0,00 - 1,00

zwak baksteenhoudend, Geroerd

C05

2,30

1,00 - 1,80

zwak baksteenhoudend, Geroerd

R 13414.001 versie D1

Pagina 18 van 30

Gat/boring

Einddiepte (m -mv)

Traject (m -mv)

Waargenomen verontreinigingen

D01

2,00

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak slakhoudend, geen olie-water reactie

D02

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak slakhoudend

D03

4,90

0,50 - 1,50

Verbrandingsresten

D04

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak plastichoudend

D05

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak slakhoudend

D06

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend

D07

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend

D08

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak slakhoudend

D09

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak slakhoudend

D10

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak slakhoudend

D11

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend

D12

0,50

0,00 - 0,50

zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak betonhoudend, zwak glashoudend

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7974/documents/47554