Bijlage 1.3.1.6 - Bijlage 6 bij ruimtelijke onderbouwing - Vormvrije mer-beoordeling.pdf
Tekst van het document
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Doetinchem, Terborgseweg 74-80
Gemeente Doetinchem
Datum: 16 oktober 2023 Projectnummer: 170151.01
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2 1.3
Aanleiding De m.e.r.-beoordeling Leeswijzer
3 4 6
2
Kenmerken van het project
7
2.1 2.2 2.3 2.4
Inleiding Beschrijving project Omvang van het project Overige kenmerken van het project
7 7 9 9
3
Plaats van het project
11
3.1 3.2 3.3
Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
11 11 11
4
Kenmerken van het potentiële effect
15
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7
Inleiding Natuur Water Archeologie Verkeer Geluid Luchtkwaliteit
15 16 18 20 23 24 25
5
Conclusie
27
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Aan de Terborgseweg 47-80 te Doetinchem bevindt zich een braakliggend terrein. Het terrein ligt in de directe nabijheid van het treinstation van Doetinchem. Passend bij de ruimtelijke en functionele kenmerken van de omgeving bestaat nu het voornemen om het besluitgebied te ontwikkelen tot woningbouwlocatie, bestaande uit 84 appartementen, 13 stadswoningen en 299 m2 aan commerciële ruimte. De beoogde ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Door toepassing van artikel 2.1 eerste lid onder c, in samenhang met artikel 2.12 eerste lid onder a sub 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wil de gemeente Doetinchem een omgevingsvergunning verlenen voor de beoogde ontwikkeling. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning geldt als voorwaarde dat sprake moet zijn van een goede ruimtelijke ordening en dat de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
Het besluitgebied bij benadering rood omlijnd (bron: pdok.nl)
De beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r, namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige project blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden. Om die reden is formeel een vormvrije m.e.r.-beoordeling vereist. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.rbeoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag (college of raad) voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen.
3
In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit project.
1.2
De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het project mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.
Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl)
Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegde gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegde gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegde gezag of een project mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.-beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sinds een recente wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden
4
ingediend bij het bevoegde gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegde gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld. Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r. Onderhavig project past binnen een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.” Onderhavig project betreft zoals gesteld kortweg de realisatie van 84 appartementen, 13 stadswoningen en 299 m2 aan commerciële ruimte. Het besluitgebied kent een oppervlakte van ruim 5.000 m2. Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit ver onder de drempelwaarde en is uitsluitend een vormvrije m.e.r.-beoordeling benodigd.
Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegde gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee aan de gemeenteraad een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggende rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde project ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r., ingezoomd wordt op de volgende onderdelen: − kenmerken van de activiteit; − plaats waar de activiteit wordt verricht; − kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan niet belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.
5
1.3
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de kenmerken van het project, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en in hoofdstuk 4 komen de kenmerken van het potentiële effect aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.
6
2 2.1
Kenmerken van het project Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.
2.2
Beschrijving project Het voornemen bestaat om ter plaatse van het plangebied te voorzien in woningbouw en een commerciële plint. Het programma bestaat in totaal uit 84 appartementen, 13 stadsvilla’s en 299 m2 aan kleinschalige detailhandel. Evenwijdig aan de Terborgseweg zijn drie koop stadswoningen beoogd en langs de Stationsstraat en op de hoek aan de spoorzijde 10 stadswoningen. Aan de Terborgseweg wordt daarnaast een appartementengebouw gerealiseerd met vier bouwlagen, waarin ruimte is voor 25 koopappartementen. Op de hoek van de Terborgseweg en het Stationsplein is een landmark gewenst, bestaande uit 11 bouwlagen. Hierin is ruimte voor 19 koopappartementen en een commerciële plint op de begane grond. Evenwijdig aan het spoor is ten slotte een appartementengebouw gewenst, waarin ruimte is voor 40 sociale huurappartementen. De commerciële plint moet zorgdragen voor het versterken van de levendigheid en daarmee de verblijfskwaliteit van het stationsplein. Het moet de aandacht trekken als eerste ontvangst voor de bezoekers van Doetinchem die per trein en bus arriveren. De invulling dient passend te zijn bij de snelheid van de locatie. Te denken valt aan een koffiebar, afhaalwinkel of lunchroom.
Het terrein tussen de drie gebouwen in wordt ingericht als parkeerterrein, waarbij geldt dat alle woningen/appartementen 1 parkeerplaats toegewezen krijgen, met uitzondering van de kleinste appartementen. Ten slotte herbergen de gebouwen nog algemene ruimtes, zoals bergingen, techniekruimtes en trappenhuizen. De navolgende afbeeldingen tonen een impressie van het beoogde bouwplan.
7
Impressie beoogde bouwplan vanuit het oosten
Impressie beoogde bouwplan vanuit het westen
Met de voorgenomen ontwikkeling krijgt een inbreidingslocatie en een sleutelpositie binnen het stationsgebied een passende invulling. Een gemengd woon- en werkprogramma zorgt voor een voortzetting van de functionele structuur, zoals die in de omgeving van het besluitgebied bestaat. De positionering van de bebouwing volgt de ori8
entatie van de omliggende infrastructuur, waarmee de stedenbouwkundige structuur wordt gerespecteerd en doorgezet. Voorliggend initiatief is passend op de onderhavige locatie.
2.3
Omvang van het project Het besluitgebied kent een oppervlakte van ruim 5.000 m2. Het project beslaat 84 appartementen, 13 stadsvilla’s en 299 m2 aan commerciële ruimtes. De landmark op de hoek van de Terborgseweg en het Stationsplein bestaat uit maximaal 11 bouwlagen. Het project is aan te merken als nieuwe verstedelijking.
2.4
Overige kenmerken van het project
2.4.1
Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het besluitgebied.
2.4.2
Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het projectgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruikgemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en de te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functies binnen het project maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het projectgebied. In het geheel legt het project hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.
2.4.3
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de realisatie van de nieuwbouw wordt tijdelijk gewerkt met stikstof- en fijnstofemitterende materieel (machines, et cetera.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De nieuwe functies hebben een beperkte verkeersaantrekkende functie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid). 9
2.4.4
Risico van ongevallen Onderhavig project vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het project brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.
10
3 3.1
Plaats van het project Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.
3.2
Het bestaande grondgebruik Het besluitgebied betreft een vrijgekomen inbreidingslocatie binnen Doetinchem. In het verleden hebben hier diverse (bedrijfsmatige) activiteiten plaatsgevonden, waaronder horeca, detailhandel, autoreparatie, opslag en woningen. Het gebied wordt omsloten door de Stationsstraat, het Stationsplein en de Terborgseweg en wordt zodoende in hoge mate gekarakteriseerd door de dominante verkeersfunctie die de directe omgeving bepaalt. Dit wordt versterkt door de aanwezigheid van het treinstation direct ten zuiden van het besluitgebied. Het besluitgebied kent een oppervlakte van ruim 5.000 m2 en is braakliggend. Op de locatie is een weelderige bloemenzee met kruiden aanwezig die typisch zijn voor braakliggende terreinen. Onderstaande afbeelding toont een impressie van de huidige situatie van het besluitgebied, bezien van de Terborgseweg.
Impressie huidige situatie besluitgebied (bron: Google Maps)
3.3
Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu
3.3.1
Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. 11
Het resultaat van de analyse wordt hieronder beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven. 3.3.2
Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Wetlands
Conventie van Ramsar
In of in de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.
Kustgebieden
3.3.2.1
Het projectgebied is niet gelegen in een kustgebied.
Berggebieden en bosgebieden
Wet natuurbescherming
Het projectgebied is niet gelegen in een bosgebied.
Reservaten en natuurparken: • Nationale Landschappen • Nationale Parken
Nationale Landschappen zijn benoemd in de Nota Ruimte; Nationale Parken zijn onderdeel van de NNN (voorheen EHS).
Het projectgebied ligt niet in Nationaal landschap of een Nationaal Park.
Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn)
Wet natuurbescherming
In de wijdere omgeving van het projectgebied liggen Natura 2000-gebieden (zie verder onder 1).
Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden
Europese milieurichtlijnen (o.a. kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, kaderrichtlijn Water)
Het projectgebied ligt niet in gebieden waar basis van communautaire wetgeving reeds normen worden overschreden.
Gebieden met hoge bevolkingsdichtheid
Provinciale verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.
Landschappen van • historisch belang • cultureel belang o beschermd stads- en dorpsgezicht • archeologisch belang
• • •
In het projectgebied bevinden zich geen historische bouwwerken of monumentale panden van cultuurhistorische waarden. Op basis van archeologisch onderzoek zijn in het besluitgebied archeologische waarden te verwachten (zie verder onder 2).
Verdrag van Valletta Monumentenwet Gemeentelijk landschapsontwikkelingsplan
1. Natura 2000-gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, dat wordt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten in12
standhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Gezien dit feit is het zinvol de gevolgen voor de natuur in beeld te brengen. Het projectgebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Wel liggen Natura 2000gebieden ‘Rijntakken’ in de wijdere omgeving van het projectgebied. Met het plan wordt een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het is uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de ontwikkeling op deze grote afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Wel is met de ontwikkeling een toename van stikstofemissie te verwachten. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 2. Archeologische waarden Uit een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek1 dat ter plaatse van het projectgebied is uitgevoerd blijkt dat in het gebied archeologische waarden te verwachten zijn uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. Gezien de resultaten van dit archeologisch onderzoek is het niet op voorhand uit te sluiten dat met onderhavig plan negatieve milieueffecten ontstaan voor het aspect archeologie. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht. 3.3.3
Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid.
1
Type gebied
Juridisch kader
Relevantie voor de activiteit
Natuurnetwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur)
Provinciale ruimtelijke verordening
Het projectgebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS).
Weidevogelgebied en ganzenfoerageergebied
Provinciale ruimtelijke verordening
Het projectgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied
Stiltegebied
Wet milieubeheer Provinciale ruimtelijke verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een stiltegebied
Bodembeschermingsgebied
Provinciale ruimtelijke verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.
Grondwaterbeschermingsgebied
Provinciale ruimtelijke verordening
Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.
Gebied geschikt voor beschermde soorten
Wet natuurbescherming
Het projectgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 3).
Econsultancy (2016). Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. Terborgseweg 74-78 en Stationsplein 2 te Doetinchem. Rapportnummer: 14116278. 7 januari 2016 13
3. Beschermde soorten In het projectgebied kunnen zich mogelijk beschermde dier- of plantensoorten bevinden, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.
14
4 4.1
Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de komst van de woningbouw. Hoofdstuk 2 laat zien dat het project de ontwikkeling van 80 appartementen, 8 stadswoningen en 400 m2 aan commerciële ruimte betreft. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van verkeer. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het projectgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. Het projectgebied is gelegen in een archeologisch waardevol gebied. In de wijdere omgeving van het projectgebied bevinden zich Natura 2000gebieden. Daarnaast kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het projectgebied aanwezig zijn.
Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld: − natuur: het project kan leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde natuurgebieden en op beschermde flora en fauna. − water: Er is met het project sprake van een wezenlijke toename van de bebouwing c.q. verharding met mogelijke gevolgen voor de waterhuishouding. − archeologie: er kan sprake zijn van negatieve effecten op de archeologische waarden in het projectgebied. − verkeer: De nieuwe functies zullen leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-) effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid. − geluidshinder: Het project heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. − luchtkwaliteit: De toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete project en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten.
Om alle aspecten nog kort langs te lopen: − cultuurhistorie: De functies in onderhavig project leiden niet tot negatieve effecten van cultuurhistorische waarden.
15
− − −
externe veiligheid: De functies in onderhavig project leiden niet tot externe veiligheidseffecten. bodem: Onderhavig project bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem. geurhinder: De functies in onderhavig project leiden niet tot geurhinder;
De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling zoals besproken in de navolgende paragrafen is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.
4.2
Natuur
4.2.1
Huidige situatie Het besluitgebied bevindt zich in de kern van Doetinchem (gemeente Doetinchem, provincie Gelderland). De omgeving van Doetinchem kenmerkt zich door agrarische gronden. In de nabijheid ligt natuurgebieden zoals Bergherbos, De Zumpe en Koekendaal. De directe omgeving van het besluitgebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van het station van Doetinchem ten zuiden. Ten westen is een bedrijventerrein aanwezig en ten noorden bevindt zich de Terborgseweg met daarachter winkels. Op 1 maart 2021 en op 9 augustus 2023 is door SAB een veldbezoek uitgevoerd. Het besluitgebied bestaat uit een braakliggend terrein welke begroeid is met mossen en grassen. Ten tijde van het tweede veldbezoek zijn er meer kruiden aangetroffen zoals stal-kaars, perzikkruid en slangenkruid. In het oostelijke gedeelte staan twee kastanjebo-men en twee lindes. Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van het besluitgebied ten tijde van het veldbezoek.
Het besluitgebied, foto vanuit het westen;
Het besluitgebied, foto vanuit het oosten.
16
4.2.2
Effecten ontwikkeling SAB heeft met een quick scan natuur 2 onderzocht of er beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Naast beschermde natuurwaarden in het plangebied is ook nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Hiervoor is een stikstofonderzoek 3 uitgevoerd. Navolgend worden kort de conclusies van de quick scan en het stikstofonderzoek uiteengezet. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Rijntakken, Veluwe, Landgoederen Brummen en Stelkampsveld liggen op enige afstand van het besluitgebied. Ook liggen er Duitse Natura 2000gebieden in de omgeving van het besluitgebied. In het kader van de Wet Natuurbescherming is de stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt. Uit de uitgevoerde berekeningen voor zowel de aanleg- als gebruiksfase blijkt dat de huidige grenswaarde van 0,00 mol stikstof/ha/j niet worden overschreden. Geconcludeerd wordt dat significant negatieve effecten derhalve kunnen worden uitgesloten. Soortenbescherming In en rondom het besluitgebied kunnen in het wild levende planten en dieren aanwezig zijn. Iedereen dient voldoende zorg in acht te nemen voor deze soorten en hun directe leefomgeving.
In en nabij het besluitgebied kunnen ook soorten voorkomen die zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming, maar waarvoor een provinciale vrijstelling van de verboden geldt, voor werkzaamheden die men uitvoert in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. Door de provinciale vrijstelling staat de aanwezigheid van deze soorten de geplande ontwikkeling niet in de weg. Daarnaast zijn mogelijk nog enkele essentiële elementen aanwezig, voor soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Zo blijkt uit de quick scan dat in en rondom het besluitgebied vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Op deze manier worden geen in gebruik zijnde nesten beschadigd of vernield. Essentiële elementen, zoals essentieel leefgebied of verblijfplaatsen, van andere beschermde soorten waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig. De bescherming van deze categorie soorten staat de ontwikkeling niet in de weg. Houtopstanden Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. De bescherming van houtopstanden vormt dan ook geen beperking voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.
2
SAB (2023). Quick scan natuur. Doetinchem, Terborgseweg. Projectnummer: 170151.01. 28 september 2023.
3
SAB (2023). Onderzoek stikstofdepositie. Doetinchem, Terborgseweg 74-80. Projectnummer: 170151.01. 4 oktober 2023. 17
Conclusie Gezien voorgaande is wat betreft de gebiedsbescherming geen sprake van een negatief effect. Wat betreft de soortenbescherming is op zijn hoogst sprake van een beperkt negatief milieueffect dat niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu kan worden gekwalificeerd.
4.3
Water
4.3.1
Huidige situatie In de huidige situatie is het besluitgebied geheel onverhard en braakliggend. De maaiveldhoogte binnen het plangebied bedraagt circa NAP + 12,9 meter. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 2,4 meter beneden maaiveld. De bodem bestaat uit zwak siltig, matig fijn zand.
4.3.2
Effecten ontwikkeling In het kader van het project is een watertoets4 opgesteld om de belangen van het watersysteem in de planvorming te borgen en invulling te geven aan een duurzame waterhuishouding. In deze paragraaf is een samenvatting van deze watertoets opgenomen. Bestaande en toekomstige situatie In de huidige situatie is het besluitgebied volledige onbebouwd, onverhard en braakliggend. In paragraaf 2.2. van de watertoets is daarnaast de bestaande (geo)hydrologische gesteldheid van het besluitgebied beschreven. Met de nieuwe inrichting van het plangebied neemt het verhard oppervlak toe. De parkeerplaatsen worden halfverhard aangelegd. Onder een groot deel van de parkeerplaatsen wordt waterberging gerealiseerd. Door de aanwezigheid van waterberging onder de parkeervakken infiltreert het water niet natuurlijk de grond in maar richting de berging. Daarom zijn deze oppervlakken als volledig verhard beschouwd. Door de ontwikkeling neemt het verhard oppervlak met 4.980 m2 toe. Wateropgave Op basis van de eisen vanuit het waterschap Rijn en IJssel is compensatie over het verhard oppervlak nodig, omdat binnen het besluitgebied sprake is van een toename van verhard oppervlak. Dit betekent dat in stedelijk gebied een bui T=100+10% volledig vastgehouden kan worden binnen het besluitgebied en niet tot schade leidt. Dit is een bui waarbij 80 mm neerslag valt.
Vanuit de gemeente Doetinchem geldt dat, afhankelijk van de doorlatendheid van de bodem, 10 á 45 mm berging gerealiseerd dient te worden. Op basis van het geohydrologisch onderzoek wordt de doorlatendheid van de bodem geschat op circa 1 m/dag. Deze doorlatendheid resulteert in een statische bergingsopgave van 20 mm. Hierbij
4
BOOT (2023). Watertoets. Stationslocatie, Terborgseweg te Doetinchem. Projectnummer: P23-0004. 13 oktober 2023. 18
geldt wel dat 80 mm dynamische berging beschikbaar moet zijn binnen het plangebied. Met een toename van 4.980 m² verhard oppervlak binnen het besluitgebied dient onderstaande berging gerealiseerd te worden: − Waterschap Rijn en IJssel: 4.980 m² x 80 mm = 399 m³ − Gemeente Doetinchem: 4.980 m² x 20 mm = 100 m³ Op basis van de benodigde berging wordt, wanneer voldaan wordt aan de eisen van het waterschap Rijn en IJssel, ook voldaan aan de eisen vanuit de gemeente Doetinchem. Dit betekent dat 399 m³ (dynamische) berging binnen het besluitgebied gerealiseerd dient te worden. Waterbergende voorzieningen In het ontwerp is rondom de bebouwing ruimte gereserveerd voor regentuinen en landschappelijke verlaging. Daarbij is het voornemen om onder de parkeerplaatsen waterberging te realiseren in de vorm van infiltratiekratten. Een combinatie van deze verschillende waterbergingstypes maakt dat voldoende waterberging beschikbaar is binnen het besluitgebied. In de watertoets is een uitgebreide beschrijving en berekening van de waterbergingen opgenomen. Een overzicht van de waterbergingen is weergegeven in de volgende tabel.
Wijze van afwatering Binnen het plangebied wordt geadviseerd het hemelwater af te laten wateren naar de dichtstbijzijnde voorziening. Dit betekent dat de rijbanen zoveel mogelijk oppervlakkig af zullen wateren naar de kolken. Het water op de parkeerplaatsen zal deels infiltreren en deels oppervlakkig richting de kolken afstromen. Vanuit de kolken stroomt het water richting de infiltratiekratten. Om dichtslibbing van de infiltratiekratten te voorkomen dienen de kolken met zand- en bladvang te worden aangelegd. Het dakoppervlak van het appartementencomplex en de stadswoningen zal verhoudingsgewijs op de waterbergende voorzieningen verdeeld worden. De voorzijden van de stadswoningen (maximaal 275 m²) aan de Stationsstraat en Terborgseweg kunnen aangesloten worden op de regentuinen aan de voorzijde van de woningen. Daarbij kan 350 m³ van het appartementencomplex aangesloten worden op de regentuinen en de landschappelijke verlaging. Het is van belang dat de waterbergende voorzieningen met elkaar in verbinding staan. Dit om te voorkomen dat water vanuit een voorziening op het maaiveld komt te staan terwijl niet alle bergingsruimte binnen het plangebied benut wordt. Daarom is het van belang dat het maaiveld vlakgelegen komt. Daarbij wordt geadviseerd een (oppervlakkige) noodoverloop te realiseren richting het hemelwaterstelsel in de Stationsstraat.
Dit om te zorgen dat het hemelwater geduren-
19
de extreme situaties niet tot overlast leidt ter plaatse van de bebouwing. Voordat de noodoverloop in werking treedt zal het water vanuit de voorzieningen infiltreren. Om te voorkomen dat water-op-straat gelijk tot overlast leidt is het van belang dat de vloerpeilen minimaal 0,2 m hoger gelegen zijn dan de wegpeilen. Vuilwater Op basis van de realisatie van 84 appartementen en 13 stadswoningen, een bezetting van 2,4 per woning en een afvoer van 120 liter per persoon per dag, is de toevoer op de droogweerafvoer (dwa) 27,9 m³ per dag of 0,3 liter/seconde. De gemeente dient te bepalen of het huidig aanwezige rioolstelsel voldoende capaciteit heeft voor de extra vuilwatertoevoer. Op basis van de hoogteligging van de bestaande riolering dient bepaald te worden of afwatering onder vrijverval richting het gemeentelijke riool in de Terborgseweg mogelijk is. Grondwater Het aanlegpeil van woningen wordt bepaald op basis van de omliggende verharding en de ligging ten opzichte van het grondwater. Met een representatief hoogste grondwaterstand (RHG) ingeschat op circa NAP +11,0 m wordt bij een toekomstig bouwpeil van minimaal NAP +12,0 voldaan aan de ontwateringseis. Ook voor de overige terreinen als tuinen, de rijbaan en groenstroken is dan voldoende ontwatering voorzien.
In de huidige situatie is voldoende ontwatering aanwezig, dit dient in de toekomstige situatie ook gerealiseerd te worden. Wanneer de regentuinen van een geschikte toplaag worden voorzien en de waterbergende pakketten juist aangelegd worden, is infiltratie in de ondergrond gezien de bodemopbouw goed mogelijk. Oppervlaktewater Het project veroorzaakt geen nadelige gevolgen voor of door het oppervlaktewatersysteem in de omgeving. Waterveiligheid Het project ligt niet binnen de kern- of beschermingszone van een waterkering of watergang. Conclusie In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt onderhavig plan aan het Waterschap voorgelegd. Gelet op voorgaande kan in ieder geval worden geconcludeerd dat de wateropgave vroegtijdig wordt meegewogen in de planvorming en dat er voor wat betreft het aspect ‘water’ geen sprake van belangrijke negatieve milieueffecten.
4.4
Archeologie
4.4.1
Huidige situatie Een betere bescherming van de archeologie en het tijdig meewegen van de archeologische belangen vraagt om goed inzicht in de verwachte ligging, verspreiding en aard van het archeologisch bodemarchief. Daarom heeft de gemeente Doetinchem een archeologische beleidskaart laten opstellen door adviesbureau RAAP, waarop de archeologische vindplaatsen en verwachtingszones zijn aangegeven. Afhankelijk van de 20
(verwachtings)waarde in een gebied zal het beschermingsregime meer of minder streng zijn. De archeologische beleidskaarten zijn op 30 maart 2020 door de gemeenteraad van Doetinchem vastgesteld. De archeologische beleidskaarten worden periodiek geactualiseerd aan de hand van uitgevoerd archeologisch onderzoek.
Uitsnede archeologische waarden en verwachtingen met aanduiding besluitgebied (in geel)
De uitgangspunten voor het archeologiebeleid sluiten al aan op het nieuwe beleid, die regionaal is opgesteld. Dit beleid staat in de nota 'Archeologie met beleid. Afwegingskader voor archeologiebeleid in de Regio Achterhoek' (vastgesteld in 2013). Dit beleid geeft een verlichting van de grenzen voor archeologisch onderzoek. De gebieden zoals deze in de archeologische beleidskaarten onderscheiden zijn, veranderen hier niet door. Wel zijn er nu in de basis 5 verschillende niveaus van bescherming. Deze komen terug in de navolgende tabel.
21
De volgende archeologische gebieden komt in het besluitgebied voor: uitgangspunten dubbelbestemming archeologiebeleid Archeologische waardevol verwachtingsgebieden (AWV) AWV categorie 5 Bij bodemingrepen bij besluitge- Waarde - Archeologische (hoog+afgedekt) bieden groter dan 250 m² en die- verwachting 3 per dan 40 cm -mv of dieper dan de bekende bodemverstoring vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek. AWV categorie 9 (laag Bij bodemingrepen bij plangebie- Waarde - Archeologische voor nederzettingsresten, den groter dan 5000 m² en dieper verwachting 6 hoog voor water gerela- dan 30 cm -mv of dieper dan de teerde archeologische bekende bodemverstoring vroegresten) tijdig inventariserend archeologisch onderzoek.
4.4.2
Effecten ontwikkeling Aangezien het besluitgebied omvangrijker is dan 250 m2 of 5.000 m2 is voorzien in een archeologisch bureau- en booronderzoek6. Op basis van dit onderzoek wordt vervolgonderzoek geadviseerd. De hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum blijft behouden. Naar aanleiding van het archeologisch bureau- en booronderzoek is er aanvullend karterend booronderzoek uitgevoerd7 om archeologische vondsten en sporen in kaart te brengen. Ten tijde van het verkennende booronderzoek was nog bebouwing aanwezig die inmiddels gesloopt is. Wegens de brede verwachting voor de aanwezigheid van archeologische resten is de kartering gebaseerd op methode E1 uit de Leidraad IVO Karterend booronderzoek. In het onderzoeksgebied zijn 12 boringen gezet met een 15 cm Edelmanboor. De opgeboorde grond is gezeefd over een zeef met een maaswijdte van 4 mm. De einddieptes van de boringen ligt tussen 100 en 300 cm -mv. Uit het booronderzoek blijkt dat bodem gedeeltelijk intact is, op twee locaties na. In de intacte delen van A-horizont zijn vier fragmenten (vermoedelijk) handgevormd aardewerk (Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen), een fragment roodbakkend aardewerk (Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd) en fragmenten pijp uit de 16 tot 19e eeuw aangetroffen.
6
Econsultancy (2016). Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek. Terborgseweg 74-78 en Stationsplein 2 te Doetinchem. Rapportnummer: 14116278. 7 januari 2016
7
Bureau voor Archeologie. Inventariserend veldonderzoek, Terborgseweg 74-78 te Doetinchem. Rapport 1055, 17 juni 2021 22
De aardewerkfragmenten in de A-horizont wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats in de ondergrond. Deze worden geplaatst in de periode Neolithicum tot en met Nieuwe tijd. De top van het archeologische niveau ligt tussen 50 en 130 cm -mv (1175 en 1252 cm NAP). Er wordt geadviseerd om nader te bepalen wat de waarde is van de vindplaats in het besluitgebied. Het bevoegd gezag heeft daarom besloten vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek8 (IVO-P) om de aanwezigheid van archeologische resten en sporen vast te stellen en, indien aanwezig, de waarde daarvan te bepalen. De archeologische waarde van de vindplaats wordt in dit onderzoek als laag gekwalificeerd. Op basis van de uitkomsten van dit proefsleuvenonderzoek wordt geconcludeerd dat voor het plangebied Terborgseweg 74-78 geen aanvullende maatregelen dienen te worden getroffen in het kader van het gemeentelijk archeologisch monumentenzorgbeleid. Gezien bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een negatief milieueffect met betrekking tot archeologie.
4.5
Verkeer
4.5.1
Huidige situatie Het projectgebied betreft momenteel een onbebouwd gebied zonder verkeersaantrekkende werking.
4.5.2
Effecten ontwikkeling Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW9 kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Gezien de ligging van het besluitgebied in het stationsgebied van Doetinchem kunnen de kencijfers voor ‘schil centrum’ aangehouden worden. Doetinchem is een ‘matig stedelijk’ gebied volgens CBS-gegevens. Om te kunnen bepalen welk effect de planontwikkeling heeft op de omliggende infrastructuur is in onderstaande tabel de verkeersgeneratie weergegeven in de toekomstige situatie. De verkeersgeneratie is voortgekomen uit de CROW-kencijfers behorende bij ‘koop, huis, tussen/hoek’ en ‘koop, appartement, duur’ (worstcase). De commerciële ruimte zal gebruikt worden voor detailhandel, die zich richt op OVreizigers. Een voorbeeld van invulling van deze functie is een broodjeszaak, koffie- of espressobar of lunchroom. Deze functie zal naar verwachting vrijwel alleen OV8
Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie. Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven, Terborgseweg 74-78 te Doetinchem. V2253, 23 juni 2022
9
CROW, publicatie 381, Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen. 23
reizigers trekken en trekt daardoor geen motorvoertuigen aan. Daarom is uitgegaan van een verkeersgeneratie van 0.10 In de onderstaande tabel is de verkeersgeneratie van de toekomstige situatie weergegeven. Commerciële Appartementen plint (299 m2) (84)
Stadswoningen (13) Totaal
Minimaal
-
6,5 x 84 = 546
6,5 x 13 = 84,5
630,5
Maximaal
-
7,3 x 84 = 613,3
7,3 x 13 = 94,9
708,2
Onderhavige ontwikkeling zorgt voor maximaal 709 extra verkeersbewegingen. Dit extra verkeer kan worden opgenomen in het huidige verkeersregime rondom het plangebied. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht op het gebied van doorstroming en veiligheid.
4.6
Geluid
4.6.1
Huidige situatie Het projectgebied betreft momenteel een onbebouwd gebied nabij een spoorlijn, gezoneerd industrieterrein en diverse wegen. Verwacht kan worden dat in de bestaande situatie daarom reeds sprake is van een merkbare geluidsbelasting.
4.6.2
Effecten ontwikkeling In de toekomstige situatie zullen er 84 appartementen, 13 stadswoningen en 299 m2 aan commerciële ruimte gerealiseerd worden, waarmee ook sprake is van de aantrekking van verkeer. Zoals in paragraaf 4.5 is omschreven zal het verkeer worden ontsloten op de Terborgseweg. Aan de Terborgseweg bevinden zich reeds bestaande woningen. Bij deze bestaande woningen zal de geluidsbelasting dus kunnen toenemen door de realisatie van het plan. Zoals in paragraaf 4.5.2. is gesteld, is de verkeersaantrekking maximaal 709 motorvoertuigen per etmaal. Uit de Wet geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40% (licht verkeer). In het kader van de Ruimtelijke Onderbouwing is een akoestisch onderzoek11 uitgevoerd. Hieruit blijkt dat op de Terborgseweg, ter hoogte van het besluitgebied, ten
10
Goudappel (2023). Stationslocatie Doetinchem, Parkeerbalans. Rapportnummer: 013222.20220930.R1.04. september 2023. 24
minste sprake is van circa 13.906 motorvoertuigen per etmaal voor het maatgevende jaar 2033. Bij dit plan is daarmee te verwachten dat de verkeerstoename op de Terborgseweg lager zal zijn dan 40%. Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename. Gezien voorgaande is geen sprake van een negatief milieueffect op het gebied van geluid.
4.7
Luchtkwaliteit
4.7.1
Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende tabel brengt de achtergrondconcentraties in de huidige situatie in beeld. Daarnaast is inzicht gegeven in de wettelijke grenswaarden voor de betreffende stoffen vanuit de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer); dit bedragen de jaargemiddelde immissieconcentraties. Zoals te zien is zijn de achtergrondconcentraties voor stikstofdioxide en fijnstof in de huidige situatie beneden de gestelde grenswaarden. Kenmerk Stikstofdioxide (NO2) fijnstof (PM10) zeer fijnstof (PM10)
Achtergrondconcentratie (2019, huidig) 18 - 25 µg/m3 18 - 20 µg/m3 10 - 11 µg/m3
Grenswaarde 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3
Stikstofdioxide en (zeer) fijnstof huidige situatie (Bron: Atlas Leefomgeving).
4.7.2
Effecten ontwikkeling Onderliggend project voorziet in de ontwikkeling van 84 appartementen, 13 stadswoningen en 299 m2 aan commerciële ruimte. Gezien deze omvang is het project ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM). Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig project onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen; ook met de planbijdrage zullen deze nog steeds ver onder de wettelijke grenswaarden liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.
11
SAB (2023). Akoestisch onderzoek. Terborgseweg 74-78, Doetinchem. Rapportnummer: 170151.03. 8 september 2023.
25
26
5
Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de realisatie van 84 appartementen, 13 stadswoningen en 299 m2 aan commerciële ruimte aan de Terborgseweg 47-80 te Doetinchem belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect
Beoordeling milieueffecten
Natuur (gebiedsbescherming)
Het uitgevoerde stikstofonderzoek wijst uit dat negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet aan de orde zijn. Op geen van de stikstofgevoelige habitattypen is vermesting of verzuring als gevolg van een depositie van stikstof te verwachten ten gevolgen van het project. Andere storingsfactoren, zoals oppervlakteverlies, zijn eveneens niet te verwachten. Hiermee zijn geen negatieve milieueffecten verwacht op de beschermde Natura 2000-gebieden. Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat wat betreft de meeste beschermde soorten geen negatieve effecten worden verwacht. In het besluitgebied kunnen alleen broedende vogels voorkomen. Door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren en rekening te houden met de zorgplicht kunnen negatieve effecten hierop zoveel mogelijk worden beperkt. Hiermee zijn de negatieve effecten op zijn hoogtst minimaal. Dit effect kan zeker niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu worden gekwalificeerd. De wateropgave zal vroegtijdig worden meegewogen in de planvorming. In het kader van het wettelijk vooroverleg wordt het plan aan het Waterschap Rijn en IJssel voorgelegd en, indien benodigd, aangepast. Wat betreft het aspect water is daarmee geen sprake van negatieve milieueffecten. Ter plaatse van het plangebied is archeologisch onderzoek uitgevoerd (verkennend bureau- en booronderzoek en proefsleuvenonderzoek).
Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat geen aanvullende maatregelen dienen te worden getroffen in het kader van het gemeentelijk archeologisch monumentenzorgbeleid. Wat betreft het aspect archeologie is daarmee geen sprake van negatieve milieueffecten. De nieuwe functies hebben een verkeersaantrekkende werking. De verwachting is dat deze zonder afwikkelingsproblemen kan worden aangesloten op het bestaande wegennet. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht. Als gevolg van de nieuwe ontwikkeling zal er sprake zijn van een extra verkeersaantrekkende
Natuur (soortenbescherming)
Water
Archeologie
Verkeer
Geluid
27
Lucht
werking ten opzichte van de huidige situatie. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer op de Terborgseweg is echter ruim minder dan 40% ten opzichte van de huidige verkeersintensiteit. Gezien voorgaande is geen sprake van een negatief milieueffect. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt Niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.
De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de meeste milieuaspecten geldt dat er geen effect optreedt. Uitsluitend voor wat betreft natuur (soortenbescherming) zijn er mogelijk negatieve milieueffecten, maar die zijn zeer gering en niet als een belangrijk negatief milieueffect te kwalificeren. De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.
28
Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken − Quick scan natuur (SAB) − Onderzoek stikstofdepositie (SAB) − Akoestisch onderzoek (SAB) − Digitale Watertoets (SAB) − Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek (Econsultancy) Bronnen − Ruimtelijke plannen http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ − Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken − Risicokaart www.risicokaart.nl − Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/ − Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/ − CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/ − Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken − AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/ − Natura 2000 http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx