CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3.1.19 - Bijlage 19 bij ruimtelijke onderbouwing - Proefsleuvenonderzoek archeologie.pdf

beeldvormende raad 14 november 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Gewijzigd bestemmingsplan Stationslocatie Doetinchem 2023 en beeldkwaliteitsplan8.603 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Rapportnummer:

V2253

Projectnummer:

V21-4849

ISSN:

1573 - 9406

Status en versie:

Definitief, versie 2.0

In opdracht van:

SAB

Rapportage:

R.M. Brouwer, E. Eimermann, W. Jongbloed, T. Klerks en C.W. Koot

Plaats en datum:

Amersfoort, 23 juni 2022

Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia BV Vestigia BV Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

1

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Administratieve en projectgegevens Initiatief

Nieuwbouw

Toponiem

Terbogseweg 74-78

Plaats

Doetinchem

Gemeente

Doetinchem

Provincie

Gelderland

Opdrachtgever

KlaassenGroep b.v.

Contactpersoon opdrachtgever

M. Steenbeek (SAB)

Oppervlakte plangebied

Ca. 5680 m²

Kadaster Oppervlakte te onderzoeken gebied

Gemeentecode: DTC01, Sectie: M, Nummer: 4098, 5313, 5314, 5317, 5318, 5321, 5322 Ca. 5680 m²

Diepte grondwerkzaamheden

Dieper dan 40 cm

Huidig grondgebruik

Braakliggend

Onderzoeksmelding

5143640100

Soort onderzoek

IVO-P

RD-centrumcoördinaat

X: 217430 / Y: 441570

Kaartblad

40F

Maaiveldhoogte

circa 13 m +NAP

Geologie Geomorfologie

Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen, Formatie van Kreftenheye, Laagpakket van Wierden Bebouwd, mogelijk dekzandrug, terrasvlakte of landduin

Bodem

Bebouwd, waarschijnlijk een dikke enkeerdgrond

Grondwatertrap

Uitvoerder en documentatie

Grondwatertrap VIII: GHG: 80 – 140 cm -mv GLG: >120 cm -mv Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie

Projectleider/Senior archeoloog

C.W. Koot (sr. KNA-archeoloog, 53020204)

Projectmedewerkers veldwerk

E. Eimermann (senior KNA archeoloog Ma, 36986242), R.M. Brouwer (KNA archeoloog MA, 66367257), W. Jongbloed (archeoloog BA),

T. Klerks (archeoloog BA), Projectmedewerkers en analyse & rapportage Uitvoering onderzoek

N. van Houten (stagiaire Saxion). R.M. Brouwer (KNA archeoloog MA, 66367257), C.W. Koot (sr. KNA-archeoloog, 53020204). 17 januari 2022

Bevoegd gezag

Gemeente Doetinchem

Verantwoordelijk depot

Depot Provincie Gelderland

Controle d.d. datum Naam

25-02-2022 C.W. Koot

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

2

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Inhoudsopgave Samenvatting .............................................................................................................................................................................. 5 1 Inleiding.............................................................................................................................................................................. 6 1.1 Plangebied en projectomgeving......................................................................................................................... 6 1.2 Doel van het onderzoek ....................................................................................................................................... 6 1.3 Onderzoekseisen en -vragen .............................................................................................................................. 6 1.4 Leeswijzer ................................................................................................................................................................ 7 2 Landschappelijk en archeologisch kader ................................................................................................................... 8 2.1 Landschappelijke context .....................................................................................................................................

8 2.2 Cultuurhistorische context ................................................................................................................................. 9 2.3 Archeologische en bouwhistorische waarden ............................................................................................... 9 2.4 Gespecificeerde archeologische verwachting .............................................................................................. 10 3 Onderzoeksmethode ...................................................................................................................................................... 11 3.1 Voorbereiding en veldwerk ............................................................................................................................... 11 3.2 Uitwerking en rapportage ................................................................................................................................. 12 3.3 Medewerkers onderzoek ................................................................................................................................... 12 4 Resultaten veldonderzoek ...........................................................................................................................................

14 4.1 Landschap en bodem........................................................................................................................................... 14 4.2 Sporen en structuren ...........................................................................................................................................15 4.3 Vondsten................................................................................................................................................................. 18 4.4 Monsters ................................................................................................................................................................. 18 5 Conclusie en advies ....................................................................................................................................................... 19 5.1 Conclusie veldonderzoek ................................................................................................................................... 19 5.2 Selectieadvies ........................................................................................................................................................ 19 5.3 Advies deponering ...............................................................................................................................................

19 6 Formele beantwoording onderzoeksvragen.......................................................................................................... 20 Literatuur en digitale bronnen ............................................................................................................................................ 22 Afbeeldingen, tabellen, kaarten en bijlagen .................................................................................................................... 22

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

3

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Afbeelding 1: Impressie veldwerk tijdens het proefsleuvenonderzoek in Doetinchem Terborgseweg 74-78. Bron: Vestigia 2022.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

4

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Samenvatting KlaassenGroep BV is betrokken bij de herontwikkeling van een plangebied in Doetinchem aan de Terborgseweg 74-78, waar de voormalige bebouwing is gesloopt voor drie nieuwe appartementsblokken met de bijbehorende parkeerplaatsen. Uit eerdere booronderzoeken is gebleken dat de bodemopbouw redelijk intact is.1 Waarop het bevoegd gezag heeft besloten vervolgonderzoek te laten uitvoeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) om de aanwezigheid van archeologische resten en sporen vast te stellen en, indien aanwezig, de waarde daarvan te bepalen. Voor het gebied is een kans op het aantreffen van sporen en vondsten vanaf de Steentijden tot in de Nieuwe Tijd. Aangezien ca. 5% van het oppervlak van het plangebied met proefsleuven dient te worden onderzocht om de aan- of afwezigheid van archeologische sporen en vondsten vast te stellen, bedraagt dit 284 m2, aangevuld met optioneel 2,5% aan proefsleuven in het geval van de aanwezigheid van archeologische grondsporen en vondsten om vindplaatsen betrouwbaar te kunnen begrenzen en waarderen. Het onderzoek is uitgevoerd conform het PvE en de KNA 4.1. 2 Op 17 januari 2022 zijn door Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie in totaal 8 proefsleuven gegraven met een gezamenlijk oppervlakte van 359,4 m2, circa 6,2 % van het totale plangebied. In de werkputten 2, 4, 7 en 8 is de bodem tot in de C-horizont verstoord.

In de zuidelijk delen van werkput 1 en 3 is nog een restant van het plaggendek (laag -920) aanwezig. Hieronder bevindt zich een mogelijke B-horizont (laag -900) ofwel verbruinings- en een inspoelingslaag (laag -910). Dit is ook in werkputten 2 en 6 het geval, maar hier ontbreekt het plaggendek. De bodem is hier tot in de top van de verbruiningslaag verstoord. Het beeld komt overeen met hetgeen is geconstateerd tijdens de booronderzoeken. De Chorizont bestaat uit lichtgeel zand matig fijn tot fijn zand met enkele ijzervlekken en grindjes. De top van de C-horizont bevindt zich in het zuidelijk deel van het plangebied, ter plaatse van werkput 5, op circa 11,93 m +NAP en neemt in noordoostelijke richting toe tot 12,60 m +NAP ter plaatse van werkput 3. Tijdens het onderzoek zijn er enkele stukken handgevormd aardewerk verzameld, dat waarschijnlijk stamt uit de IJzertijd. Deze zijn echter zeer fragmentarisch en sommige zijn verweerd. Het is niet uit te sluiten dat het materiaal van elders is aangevoerd en met het ontstaan van het plaggendek binnen het plangebied is terecht gekomen. De sporen van drie waterputten en enkele paalkuilen dateren op zijn vroegst uit de 19e dan wel vroege 20e eeuw. Binnen het plangebied is derhalve sprake van een vindplaats uit de Late Nieuwe Tijd.

Gezien de slechte conservering en vrij recente datering gaat het om een archeologisch fenomeen met een lage archeologische waarde. Met name de waterputten zijn slecht geconserveerd en deels vergraven door latere werkzaamheden. De paalkuilen liggen verspreid en vormen geen onderlinge structuur. De archeologische waarde van de vindplaats kan hiermee als laag worden gekwalificeerd. Op basis van de uitkomsten van dit proefsleuvenonderzoek concludeert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie voor het plangebied Terborgseweg 74-78 dat geen aanvullende maatregelen dienen te worden getroffen in het kader van het gemeentelijk archeologisch monumentenzorgbeleid. Het onderhavige plangebied kan naar oordeel van Vestigia worden vrijgegeven voor de voorgenomen bouwplannen. Het is aan het bevoegd gezag, in deze de gemeente Doetinchem, of dit advies wordt overgenomen, of dat aanvullend onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van dit grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij de gemeente Doetinchem en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst).

1 2

Ten Broeke 2016; De Jong 2021. Schoute & Koot 2021.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

5

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

1

Inleiding 1.1

Plangebied en projectomgeving

KlaassenGroep BV is betrokken bij de herontwikkeling van een plangebied aan de Terborgseweg 74-78 in Doetinchem, waar de voormalige bebouwing is gesloopt voor drie nieuwe appartementsblokken met de bijbehorende parkeerplaatsen. Volgens de archeologische beleidskaart3 ligt het plangebied binnen een zone met AWV5, oftewel een hoge archeologische verwachtingswaarde (hoog+afgedekt). 4 Bij bodemingrepen in plangebieden groter dan 250 m² en dieper dan 40 cm -Mv of dieper dan de bekende bodemverstoring is vroegtijdig inventariserend archeologisch onderzoek vereist, conform KNA en Norm Archeologisch Vooronderzoek gemeenten Regio Achterhoek (vigerende versies). Het onderhavig plangebied is 5680 m 2 groot en de bodemverstoringen zullen aanmerkelijk dieper zijn dan 40 cm -Mv, zodat deze grenswaarden worden overschreden. Uit eerdere booronderzoeken5 is gebleken dat de bodemopbouw redelijk intact is, waarna is besloten vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een proefsleuvenonderzoek (IVO-P) om de aanwezigheid van behoudenswaardige archeologische resten en sporen vast te stellen. Voor het gebied is een kans op het aantreffen van sporen en vondsten vanaf de Steentijden tot in de Nieuwe Tijd. Aangezien ca.

5% van het oppervlak van het plangebied met proefsleuven dient te worden onderzocht om de aan- of afwezigheid van archeologische sporen en vondsten vast te stellen, bedraagt dit 284 m2, aangevuld met optioneel 2,5% aan proefsleuven in het geval van de aanwezigheid van archeologische grondsporen en vondsten, om vindplaatsen betrouwbaar te kunnen begrenzen en waarderen. Voordat dit proefsleuvenproject kan worden uitgevoerd, is een Programma van Eisen (PvE)6 opgesteld en goedgekeurd door de gemeente Doetinchem die het bevoegd gezag is inzake de gemeentelijke archeologische monumentenzorg. Zij laat zich daarin ondersteunen door de Omgevingsdienst Achterhoek. Op 17 januari 2022 zijn vervolgens de proefsleuven gegraven en gedocumenteerd. De resultaten van het onderzoek zijn samengevat in dit evaluatietrapport, dat tevens kan worden beschouwd als een conceptstandaardrapport. Hierin zijn de gedocumenteerde vondsten, monsters en sporen beoordeeld op hun potentie voor het beantwoorden van de in het PvE gestelde vragen (conform de KNA 4.1 1OS12). 1.2

Doel van het onderzoek

Het doel van het inventariserend onderzoek door middel van proefsleuven (IVO-P) is het aanvullen en toetsen van de gespecificeerde verwachting, die is gebaseerd op het bureauonderzoek met een verkennend booronderzoek en het daarop volgende karterende booronderzoek, alsmede het beantwoorden van de onderzoeksvragen van het PvE. Het gaat om een gebiedsgericht onderzoek, waarbij informatie wordt verkregen over de verwachte archeologische waarden in het plangebied. Indien sporen en vondsten aanwezig zijn, dan dient hiervan de aard, de omvang, de datering, en de hoogteligging van worden bepaald, zodat de fysieke en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische sporen en vondsten kunnen worden gewaardeerd volgens Bijlage IV van de KNA. 1.3

Onderzoekseisen en -vragen

Afhankelijk van wat wordt aangetroffen, kan mogelijk een bijdrage worden geleverd aan onderzoeksvragen in de NOaA 2.0 (Archeoregio Overijssels Gelders zandgebied) en de thema’s in de Provinciale Onderzoekagenda provincie Gelderland. Wanneer een archeologische vindplaats aanwezig is, behoort te worden beargumenteerd welke vragen/thema’s van deze onderzoeksagenda’s hiervoor relevant zijn.

Willemse e.a. 2019. https://www.doetinchem.nl/cultuurhistorie; kaartbijlage 6, oostblad. Vastgesteld in maart 2020. 5 Ten Broeke 2016; De Jong 2021. 6 Schoute & Koot 2021. 3

4

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

6

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

In het PvE is de volgende vraagstelling geformuleerd: Zijn in het plangebied archeologische resten aanwezig en wat is hiervan de waardering conform Bijlage IV van de KNA? Welke bijdrage leveren de archeologische resten aan de bewoningsgeschiedenis van en het gebruik van het landschap in de gemeente Doetinchem? Om dit te kunnen beantwoorden zijn 12 onderzoeksvragen opgesteld: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Zijn binnen het plangebied één of meer archeologische vindplaatsen aanwezig? Wat is de lithologische, lithogenetische bodemopbouw van het plangebied? Is er een plaggendek aanwezig en vanaf wanneer is dit aangelegd? Wat is van de oorspronkelijke podzolbodem bewaard gebleven onder het plaggendek? In welke mate is het plangebied verstoord? Indien sporen en/of structuren aanwezig zijn, wat is de aard, omvang datering, fasering en conserveringstoestand van de sporen en structuren? 7. Welke materiaalcategorieën zijn aanwezig en hoe is de conserveringstoestand van de verschillende vondstcategorieën? Wat is de datering van deze archeologische vondsten? 8. Zijn er nog paleo-ecologische resten aanwezig en wat is de kwaliteit hiervan? 9. Indien archeologische resten afwezig zijn: wat is hiervoor de verklaring? 10. Wat is de ruimtelijke spreiding van de archeologische resten, zowel horizontaal als verticaal / stratigrafisch? 11. Kan een relatie, en zo ja welke, worden gelegd met de vondsten / vindplaats in het plangebied en die in de omliggende vindplaatsen. 12. Is sprake van een behoudenswaardige vindplaats op basis van de criteria voor het waarderen van vindplaatsen uit KNA 4.1? 1.4

Leeswijzer

Het rapport gaat eerst in op het landschappelijk en archeologisch kader (hoofdstuk 2), waarna de onderzoeksmethode (hoofdstuk 3) en resultaten van het veldonderzoek aan de orde komen (hoofdstuk 4). Het rapport sluit af met een conclusie waarin de onderzoeksvragen worden beantwoord en de vindplaats wordt gewaardeerd, alsmede een selectieadvies wordt afgegeven.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

7

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

2

Landschappelijk en archeologisch kader 2.1

Landschappelijke context

In het bureauonderzoek uit 2016 is de landschappelijke en aardwetenschappelijke context beschreven. 7 Het plangebied maakt deel uit van een groot preglaciaal bekken. Dit bekken is in eerste instantie gevormd door een voorloper van de Rijn, waarna het subglaciaal verder is geërodeerd door het landijs tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 250.000 - 130.000 jaar geleden). Tevens is toen het stuwwallengebied van Montferland ontstaan, dat zich verder ten zuidwesten van het plangebied bevindt. Het preglaciaal bekken is tijdens het terugtrekken en daarmee het afsmelten van het landijs gedeeltelijk opgevuld met een dunne laag keileem met daarop glaciofluviale afzettingen van de Formatie van Drenthe. Nadat het landijs zich had teruggetrokken hervatte de Rijn zijn oorspronkelijke loop ten oosten van de stuwwallen van Montferland, richting het glaciale bekken van het huidige IJsseldal. Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 120.000 - 10.000 jaargeleden), bereikte het landijs Nederland niet. In die tijd heerste in Nederland een continentaal periglaciaal klimaat. Dit houdt in dat de omstandigheden erg koud en droog waren. Het landschap in Nederland bestond uit een poolwoestijn, waarin vrijwel geen vegetatie aanwezig was.

Ook in de eerste helft van het Weichselien bleef de Rijn stromen via het IJsseldal, tot na het eerste koude maximum (Vroeg-Pleniglaciaal, 74.000 tot 60.000 jaar geleden). In de tweede helft van het Weichselien (vanaf 60.000 jaar geleden) boog het Rijndal langzaam westwaarts af, om tussen Montferland en de Veluwezoom richting de Betuwe en West-Nederland te gaan stromen. Tussen 40.000 en 25.000 jaar geleden heeft het merendeel van de Rijn door dit gebied gestroomd. Daarna verloor ook dit deel van de Rijn stapsgewijs haar afvoer, omdat de nog zuidelijker geleden verbindingen via het Niersdal en uiteindelijk de Gelderse Poort actief werden. In het Oude IJsseldal is echter tot in ieder geval het einde van het Weichselien een Rijntak actief gebleven. Tijdens de laatste koude periode (het Jonge Dryas, 12.750 tot 11.755 jaar geleden) werd een nieuw, ondiep dal gevormd, welke ook bekend staat als Terras X. Hierbinnen zijn nog veel vlechtende riviergeulen bewaard gebleven, welke op basis van de aanwezige topografie nog in het landschap te herkennen zijn. Vanuit de vaak geheel of gedeeltelijk droogliggende bedding kon in het tweede deel van het Jonge Dryas (een zeer droge fase met sterke eolische activiteit) verstuivingen optreden, waardoor rivierduinen zijn gevormd langs de noordoostzijde van het dal van de Oude IJssel, bovenop het in het Pleniglaciaal reeds gevormde Laagterras.

Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen. Nog niet duidelijk is of direct aan het begin van het Holoceen (Preboreaal) de Rijn het gebied van de Oude IJssel definitief verlaten heeft of dat nog tot in het Preboreaal/begin van het Boreaal een nevengeul actief bleef. Tijdens perioden van hoge Rijnwaterstanden is wel een vrij dikke laag rivierklei afgezet, welke behoort tot de Laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye). Vanaf het Boreaal stroomde er circa 7000 jaar lang bijna geen Rijnwater meer door het dal van de Oude IJssel, welke dus alleen maar zorgde voor lokale afwatering. Pas vanaf de Romeinse tijd werden er weer sedimenten afgezet in het gebied van de Oude IJssel, als gevolg van een toenemende sedimentlast (intensieve houtkap) en overstromingsfrequentie van de Rijn. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Echteld. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Doetinchem bevindt, zijn de geomorfologie en de bodemopbouw niet gekarteerd. Op de geomorfologische kaart die specifiek voor de gemeente

7

Ten Broeke 2016.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

8

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Doetinchem is opgesteld, en daarmee een hogere nauwkeurigheid kent dan de geomorfologische kaart van Nederland, ligt het plangebied binnen een laaggelegen terrasrest. Tevens lijkt het plangebied op een rivierduin met dun plaggendek te liggen. Buiten de bebouwde kom van Doetinchem is het bodemtype binnen de rivierduinen vaak gekarteerd als een vorstvaaggrond, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De term ‘vaag’ duidt erop dat de mate van bodemvorming beperkt is geweest. Dit is echter misleidend omdat bodemvorming zich gedurende het hele Holoceen heeft kunnen plaatsvinden. Beter is om te spreken van een bruine bosgrond, waar vooral verbruining het bodemvormende proces is (een grond met een schrale bovengrond met daaronder een inspoelingshorizont van humus met ijzer- en aluminiumoxiden). 2.2

Cultuurhistorische context

Het plangebied zelf ligt hemelsbreed ongeveer 500 meter ten zuidoosten van de stadkern. Op basis van het beschikbare historische kaartmateriaal uit de tweede helft van de 18e eeuw (Hottinger Atlas) was het plangebied waarschijnlijk destijds in agrarisch gebruik. De ten noordoosten gelegen voorloper van de Terborgseweg werd destijds aangeduid als ‘De Groote weg van Doetinchem naar Terborg’. Het plangebied bleef voor lange tijd in agrarisch gebruik, als akkerland. De hogere terreinen werden gebruikt als akkerland rivierduinen/ dekzandkoppen en -ruggen). De natte/drassige gronden binnen het stroomgebied van de Oude IJssel zullen vooral in gebruik zijn geweest als graaslanden voor vee (natuurlijke graslanden). Er ontstonden enkele erven langs de voorloper van de Terborgseweg. In ieder geval in de eerste helft van de 19e eeuw was een watergang aanwezig ten noorden van het plangebied, aangeduid als “De Schouwgraaf”. Het vormde een afsplitsing van het ten noordoosten gelegen beekdal van de Slinge en waterde vervolgens af ten westen op de Oude IJssel, via de stadsgracht van Doetinchem. Deze watergang is waarschijnlijk gegraven ten behoeve van afwatering van overtollig water van de Slinge. 8 2.3

Archeologische en bouwhistorische waarden

Al vanaf de Oude Steentijd (Laat Paleolithicum) werd het oostelijk dekzand- en rivierenlandschap bewoond door rondtrekkende Jagers- Verzamelaars. Vooral de hoger gelegen gronden zoals rivierduinen, dekzandruggen en -koppen en de hoogste delen van de dekzandwelvingen, werden vanaf het Laat Paleolithicum gekozen als verblijf- en begraafplaats. Deze vormden de meest reliëfrijke, hoogst gelegen en goed ontwaterde delen van het landschap, vaak met markante gradiënten naar lagere terreindelen. Tevens hadden beekdalen en (kleine) rivieren een grote aantrekkingskracht. De beek/rivier bood mogelijkheden tot visvangst en het bejagen van dieren die naar de beek/rivier trokken. Daarnaast was er in het beek/rivierdal een rijke vegetatie voorhanden als voedselbron. De hogere dekzandruggen en -koppen nabij een beekdal waren dus de meest favoriete verblijfplaatsen. Vanaf de Nieuwe Steentijd (Neolithicum) deden landbouwactiviteiten hun intrede. Nederzettingen ontstonden juist vaker op de overgang van de hoge zandgronden naar de lage beek-/rivierdalen (gebieden van dekzandwelvingen), gunstig gelegen tussen de weiden in de beek- /rivierdalen en vooral daar waar een aanzienlijk areaal aan hoge (zand)gronden aanwezig waren om in gebruik genomen te worden als akkers. In de Middeleeuwen vond een geleidelijke omslag plaats in het agrarisch bedrijfssysteem, die ook landschappelijke gevolgen had.

Door een intensiever bodemgebruik en het gelijktijdig in stand houden van de vruchtbaarheid van het steeds uitbreidende akkerareaal namen de heidevelden in omvang sterk toe. Door eeuwenlange bemesting werden vooral de hogere dekzandruggen geleidelijk opgehoogd. Deze staan voor de oostelijke zandgronden bekend als engen, enken, eenmans-essen of kampen. In het algemeen wordt de term "es" gebruikt. Doordat de hydrologische omstandigheden op korte afstand sterk wisselen, zijn nooit grote akkercomplexen tot ontwikkeling gekomen. Hier overheerste de individuele occupatie, waardoor kleine percelen ontstonden, met een afwisseling van grasland en akkerland. Vaak zijn de percelen omgeven door heggen of hakhout. De bewoning binnen het oostelijk dekzandlandschap was daardoor altijd sterk

8

Overgenomen uit het PvE (Schoute & Koot 2021).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

9

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

verspreid. Vanaf de Middeleeuwen verplaatste de bewoning zich ook naar de lager gelegen gebieden aan de randen van de essen, om zo maximaal gebruik te maken van het beschikbare landbouwareaal. Het vrijwel direct ten zuiden van het plangebied gelegen spoortracé Zevenaar-Doetinchem-Winterswijk (en afsplitsing naar Ruurlo) is in de jaren ’80 van de 19e eeuw ontstaan. Waarschijnlijk hebben in deze periode ook de eerste bouwwerkzaamheden plaatsgevonden in de zuidoostelijke helft van het plangebied. Ten oosten van het plangebied was een terrein in gebruik genomen als begraafplaats. Rond het begin van de 20e eeuw vond een toename van bebouwing plaats binnen het plangebied. Het plangebied bood plaats aan waarschijnlijk enkele woonpercelen met een woonhuis met bijbehorende schuren/bijgebouwen. Langs de doorgaande weg naar Terborg nam het aantal bebouwde percelen ook toe. Begin jaren ’30 van de 20e eeuw werd de woonwijk “De Pas” ontwikkeld en werd de basis gelegd voor het huidige wegenpatroon. Ook na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de bebouwde kom van Doetinchem zich verder, zo ook ten zuiden van het spoortracé. In de jaren ’60 van de 20e eeuw wordt in de noordwestelijke helft van het plangebied een fabriekspand gebouwd en is een ontsluitingsweg aangelegd die het plangebied van zuidwest naar noordoost doorsnijdt.

Ook daarna vonden er binnen het plangebied diverse bouwwerkzaamheden plaats want de bebouwde kom van Doetinchem breide en dijde steeds verder uit.9 In 2015 zijn een bureau- en verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit het verkennende booronderzoek kwam naar voren dat de bodem nog grotendeels intact was. Daarom is besloten een aanvullend karterend booronderzoek uit te voeren om archeologische vondsten en sporen in kaart te brengen. Ten tijde van het verkennende booronderzoek was nog bebouwing aanwezig die inmiddels gesloopt is.10 Uit het karterend booronderzoek van 2021 blijkt dat bodem gedeeltelijk intact is, op twee locaties na. Bij dit booronderzoek zijn in de A-horizont vier fragmenten (vermoedelijk) handgevormd aardewerk (Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen), een fragment roodbakkend aardewerk (Late Middeleeuwen of Nieuwe tijd) en een fragment van een tabakspijp (Nieuwe tijd) aangetroffen. De aardewerkfragmenten in de A-horizont wijzen op de aanwezigheid van een of meer vindplaatsen in de ondergrond. Deze dateren in het bereik van het Neolithicum tot en met Nieuwe tijd. De top van het archeologische niveau ligt tussen 50 en 130 cm -Mv (11,75 en 12,52 m +NAP).11 2.4

Gespecificeerde archeologische verwachting

Aangezien tijdens het karterend booronderzoek onder meer vier fragmenten van handgevormd aardewerk zijn gevonden, dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van een archeologische vindplaats met grondsporen. Niettemin dient tevens te worden gerealiseerd dat zulke scherven als bemestingsafval zijn verspreid over akkers. Zowel in de vorm van bemestingsafval op even oude akkers als oudere vondsten in plaggen, waarmee akkers in de Nieuwe Tijd werden bemest nadat die eerst waren gelegd in de (pot)stallen. De zojuist genoemde fragmenten aardewerk waren afkomstig uit de A-horizont. In de Ahorizont zijn drie lagen/pakketten onderscheiden en de dikte loopt uiteen van net geen 0,5 m tot meer dan 1,0 m. De dikte is het gevolg van het opbrengen van met mest doordrenkte plaggen. In het plaggendek heeft A-horizont-2 een (grijs)bruine kleur en hiervan werd aanvankelijk gedacht dat het wellicht een B-horizont was, maar gezien de humeuze bijmenging als gevolg van grondbewerking maakt dat niet aannemelijk. Met het waarderend booronderzoek is echter wel geopperd dat dat deze laag als een B-horizont is geïnterpreteerd tijdens het verkennend booronderzoek. Bovendien ligt hieronder nog her en der een Ahorizont-1, zodat de daarboven gelegen laag wel tot het plaggendek zou moeten behoren.

Vervolgens tonen de boorstaten van het waarderend booronderzoek nog een B- tot BC-horizont en dan de C-horizont.

Schoute & Koot 2021. Ten Broeke 2016. 11 De Jong 2021. 9

10

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

10

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

3

Onderzoeksmethode 3.1

Voorbereiding en veldwerk

Het onderzoek is uitgevoerd conform het PvE en de KNA 4.1. Tijdens het veldwerk zijn acht proefsleuven gegraven met een gezamenlijk oppervlakte van 359,4 m2, circa 6,2 % van het totale plangebied (Tabel 1). Proefsleuf

1 2 3 4 5 6 7 8 totaal

Oppervlakte (m2)

48,9 42,3 47,8 45,5 42,3 49,7 41,1 41,8 359,4

Tabel 1: Overzicht van de omvang per proefsleuf

Bij de aanleg is wegens de aanwezigheid van kabels en leidingen afgeweken van het oorspronkelijke puttenplan zoals in het PvE weergegeven (Afbeelding 2). In de noordoosthoek was nog een boom aanwezig waardoor de verplaatsing van werkput 2 naar deze hoek zoals in het PvA was voorgesteld geen optie was. In het zuid(weste)lijk deel was er sprake van vervuilde grond. Ook hier kon geen werkput worden aangelegd.

Afbeelding 2: Het oorspronkelijke en uiteindelijke puttenplan geprojecteerd op de luchtfoto met aanwezige vervuiling en kabels en leidingen zoals weergegeven op de KLIC. Bron: Schoute & Koot 2021 en de KLIC-gegevens.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

11

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Afbeelding 3: Bij de aanleg is met de metaaldetector gezocht naar vondsten. Bron: Vestigia 2022.

De werkputten zijn onder toezicht van een sr. KNA-archeoloog vlaksgewijs aangelegd door een kraan met gladde bak. Per werkput is telkens één vlak aangelegd. Per werkput zijn in het vlak de sporen aangekrast, genummerd en in een database beschreven. Het vlak is met de GPS ingemeten. Met uitzonderingen van de recente waterputten en verstoringen zijn de sporen gecoupeerd en de coupes zijn ingemeten en gedocumenteerd. De sporen en lagen zijn per werkput genummerd. Hierbij is er voor gekozen om een combinatie van werkputnummer en spoor/laagnummer te gebruiken. Spoor 1 in werkput 1 heeft zo nummer S1001 gekregen en in werkput 2 nummer S2001. Voor de lagen en verstoringen is zo veel mogelijk voor een combinatie van een werkputnummer en vaste 900-nummers gekozen. De C-horizont is zo in werkput 1 S1930 en in werkput 8 S8930. Voor recente verstoringen die direct herkend werden bij de aanleg zijn als 999 genummerd in combinatie met het bijbehorende werkputnummer. Tijdens de aanleg is er met een metaaldetector gezocht naar metaal vondsten (Afbeelding 3). Ook zijn diverse stukken aardewerk verzameld. Deze zijn in het veld als vakvondst of per spoor en vulling ingemeten. Per werkput zijn twee profielkolommen gedocumenteerd. Het noordprofiel is hierbij vlak 101, het oostprofiel vlak 102, het zuidprofiel vlak 103 en het westprofiel vlak 104.

Alle profielen zijn gefotografeerd en analoog getekend. Na afloop van het veldwerk zijn de sleuven weer dichtgegooid en aangereden. 3.2

Uitwerking en rapportage

De uitwerking heeft plaatsgevonden conform de in de beroepsgroep geldende richtlijnen vastgelegd in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en conform het PvE. Alle informatie zal na afloop van de analyse en verslaglegging aangemeld worden bij Archis (de eerste bevindingen zijn reeds gerapporteerd) en het E-depot, en de documentatie zal worden aangeleverd aan het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van de provincie Gelderland, conform de daarvoor geldende normen en eisen in de KNA en die het van het provinciaal depot. 3.3

Medewerkers onderzoek

Het veldwerk is op 17 januari 2022 uitgevoerd door E. Eimermann (senior KNA-archeoloog), R.M. Brouwer (KNA-archeoloog), W. Jongbloed (archeoloog BA), T. Klerks (archeoloog BA) en N. van Houten (saxion-

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

12

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

studente archeologie). Het mechanisch hydraulisch graafwerk hierbij was in handen van Herman van de Berg van de firma Basten. Het verslag en de kaarten zijn vervaardigd door R.M. Brouwer. E. Eimermann en W. Jongbloed hebben de vondsten bekeken. De algehele projectleiding aangaande het voortraject, projectvoortgang en kwaliteitsbewaking lag in handen van C.W. Koot (senior KNA-archeoloog). De tekst voor dit standaardrapport is opgesteld door R.M. Brouwer en geredigeerd door C.W. Koot. Laatstgenoemde heeft tevens het vondstmateriaal gewaardeerd. De afbeeldingen zijn gemaakt door R.M. Brouwer

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

13

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

4

Resultaten veldonderzoek

Op 17 januari 2022 is het proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Er zijn tijdens het onderzoek 8 werkputnummers, 34 spoor- en laagnummers en 3 vondstnummers uitgedeeld (Tabel 2). Type

Aantal

Werkputnummers

8

Spoornummers

34

Vondstnummers

3

Tabel 2: Aantal uitgedeelde werkput-, spoor-, en vondstnummers.

4.1

Landschap en bodem

Het plangebied is direct gelegen naast het huidige treinstation van Doetinchem, en was ten tijde van het proefsleuvenonderzoek een braakliggend terrein, waar tot voor kort bebouwing op had gestaan die recentelijk is gesloopt. Het maaiveld ligt op circa 13,00 m +NAP. In de zuidwest hoek en in het zuiden van het plangebied liggen twee zones met bodemverontreiniging. Hier kon geen onderzoek worden uitgevoerd, waarmee rekening is gehouden in het proefsleuvenplan (Afbeelding 2). In de noordoosthoek staat een boom. Ook hier kon om deze reden geen werkput worden aangelegd. Per werkput zijn twee profielkolommen gedocumenteerd, met uitzondering van werkput 1 waarin de bodem zo was verstoord in het noordelijk deel dat is besloten deze niet te tekenen en te beschrijven maar allen te fotograferen. In de werkputten 2, 4, 7 en 8 is de bodem tot in de C-horizont verstoord. In het zuidelijk deel van werkput 1, het zuidelijk deel van werkput 3, is nog een restant plaggendek (900) aanwezig. Hieronder bevindt zich een mogelijke B (910 ofwel verbruiningslaag en een inspoelingslaag (920). Dit is ook in werkput 2 en 6 het geval, maar hier ontbreekt het plaggendek. De bodem is hier tot in de top van de verbruiningslaag verstoord. Het beeld komt overeen met hetgeen reeds het vooronderzoek werd beschreven.

De C-horizont (930) bestaat uit lichtgeel zand matig fijn tot fijn zand met enkele ijzervlekken en grindjes. De top van de C-horizont bevindt zich in het zuidelijk deel ter hoogte van werkput 5 op circa 11,93 m +NAP en neemt naar het noordoosten toe tot 12,60 m +NAP in het noordelijk deel van werkput 3. Zoals reeds op grond van het vooronderzoek is vastgesteld ligt het plangebied zo op de westflank van een rivierduin.12

Afbeelding 4: Profielkolom ter plaatse van werkput 6. Bron: Vestigia 2022.

12

De Jong 2021.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

14

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

4.2

Sporen en structuren

In totaal zijn 34 spoornummers uitgedeeld, waarvan het merendeel aan recente verstoringen en lagen (Tabel 3). Tijdens het veldwerk zijn drie recente waterputten aangetroffen. Daarnaast zijn de diverse subrecente paalkuilen per werkput gedocumenteerd met het vaste nummer 998, en daarnaast zijn aan twee paalsporen eigen spoornummers toebedeeld. Spoortype

Aantal

natuurlijke laag

14

recente verstoring

9

natuurlijke verstoring

4

Waterput

3

Subrecente paalkuil

2

Plaggendek Tabel 3: Aantal spoornummers per laag- of spoortype.

2

Paalkuilen In werkput 1 en 3 zijn een aantal subrecente paalkuilen aangetroffen. Deze zijn in het vlak gedocumenteerd en daarnaast selectief gecoupeerd. De paalkuilen worden gekenmerkt door een donkere vulling en zeer scherpe contouren (Afbeelding 5). Ze dateren vermoedelijk uit de 20e eeuw.

Afbeelding 5: Een van de subrecente paalkuilen in werkput 1. Bron: Vestigia 2022.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

15

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Waterputten Waterput S1001 is in werkput 1 gelegen. Slechts een deel van put is bewaard gebleven. Aan de noordwestzijde wordt de waterput oversneden door een recente verstoring. Het opgaande muurwerk bestaat uit roodbakkende breukstenen van 10 x 5x ? cm. Er is gebruik gemaakt schelpmortel. Het was niet mogelijk een vijflagenmaat te nemen omdat het slechts twee stenen hoog was. De waterput kent vanaf de binnenzijde een doorsnede van 104 cm en vanaf de buitenzijde een doorsnede van 127 cm. De bodem bestaat opnieuw uit roodbakkende breuksteen van 10 x 5x ? cm die aan de buitenzijde donker verkleurd zijn. De stenen liggen los op de bodem. Er is geen insteek waargenomen (Afbeelding 6A). In werkput 3 ligt waterput S3001 tegen het oostelijke profiel. Ook deze waterput is aan de bovenzijde verstoord. Het opgaande muurwerk is twee steens breed en bestaat uit vrij harde, roodbakkende breuksteen van 10x5x? cm. Er is gebruik gemaakt van kalkmortel. De waterput kent aan de binnenzijde een doorsnede van 60 cm en is opgevuld met puin en mortel. Aan weerzijde is een insteek zichtbaar van donkergrijs, geel gevlekt zand (Afbeelding 6B). In werkput 5 is waterput S5001 gelegen. De waterput is aan de noordoostzijde volledig verstoord. Er is opnieuw gebruik gemaakt van breukstenen van 5 x1 0x ? cm. De waterput kent aan de binnenzijde een doorsnede van 125 en vanaf de buitenzijden van 145 cm.

Het opgaande muurwerk kent een 5-matenlaag van 41 cm. Er is in het vlak een kleine insteek zichtbaar van grijs, geel gevlekt humeus zand. De put kent geen onderkant en is gelijk op de C-horizont gelegen (Afbeelding 6C) De drie waterputten zijn niet oud. Op basis van historisch kaartmateriaal kunnen ze worden gerelateerd aan 19e-eeuwse bebouwing die in 1919 nog binnen het plangebied aanwezig was. Vermoedelijk werden ze gebruikt om hemelwater op te vangen (Afbeelding 7).

A

B

C Afbeelding 6: Waterput S1001 (A), waterput S3001 (B) en waterput S5001 (C). Bron: Vestigia 2022.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

16

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Afbeelding 7: De waterputten geprojecteerd op de historische kaart van 1919. Bron: Topotijdreis.nl.

Afbeelding 8: Overzicht van de aardewerkvondsten in het proefsleuvenonderzoek (v1 t/m v4) en het vooronderzoek. Bron: De Jong 2021 en Vestigia 2022.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

17

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

4.3

Vondsten

Tijdens het onderzoek zijn vier vondstnummers uitgedeeld. Het betreft in alle gevallen handgevormd aardewerk, dat wordt gekenmerkt door een zand- en potgruismagering (Tabel 4). Het aardewerk is aanmerkelijk gefragmenteerd. De twee scherven v2 en v3 zijn bovendien sterk verweerd. Dit is minder het geval met de overige aardewerkfragmenten. Zowel v1 als v4 bevatten een scherf met een besmeten wandoppervlak en een fragment dat secundair verbrand is. Het aardewerk kan op basis van de magering en twee besmeten fragmenten in de IJzertijd gedateerd worden. Een preciezere datering is echter niet mogelijk. De vondsten zijn afkomstig uit de verbruiningslaag direct onder het plaggendek of uit de verstoorde Ahorizont. Het is mogelijk dat deze scherfjes van elders afkomstig zijn en wellicht met het ontstaan van het plaggendek hier terecht zijn gekomen. Het verweerde en fragmentarische karakter lijkt dit extra aannemelijk te maken. Er zijn buiten de scherven verder geen archeologische sporen uit de IJzertijd aangetroffen.

Vondstnr.

Spoornr.

Aantal

Gewicht (gr)

1

1910

4

34

2 3 4

5920 5910 6920

1 1 3

4 8 51

Kenmerken

Handgevormd, zand/potgruismagering, 1 scherf besmeten, 1 scherf secundair verbrand Handgevormd, sterk verweerd, zand/potgruismagering Handgevormd, sterk verweerd, zand/potgruismagering Handgevormd, zand/potgruismagering, 1 scherf besmeten, 1 scherf secundair verbrand

Tabel 4: Vondstenlijst.

Tijdens het vooronderzoek is ook vondstmateriaal verzameld. Naast een fragment van een pijpenkop uit de 16e tot en met 18e eeuw, zijn er ook een aantal fragmenten roodbakkend, gedraaid aardewerk opgeboord daterend uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Daarnaast zijn er enkele zeer gefragmenteerd (gruis) handgevormde scherven aangetroffen die niet preciezer gedateerd konden worden dan Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen (Afbeelding 8). Al deze vondsten zijn uit de Ahorizont afkomstig. Ook dit doet vermoeden dat deze vondsten van elders zijn aangevoerd. 4.4

Monsters

Er zijn tijdens het veldonderzoek geen monsters genomen.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

18

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

5

Conclusie en advies 5.1

Conclusie veldonderzoek

De proefsleuven in het plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem heeft geen prehistorische of (vroeg)middeleeuwse vindplaats opgeleverd, zoals de verwachting was volgens het Programma van Eisen. De bodem is grotendeels tot in de natuurlijke ondergrond verstoord en op die plaatsen waar nog een deel van het oorspronkelijke plaggendek en/of onderliggende B-horizont of verbruiningslaag aanwezig is, zijn geen sporen van een archeologische vindplaats aangetroffen. Wel zijn enkele scherven van handgevormd ijzertijdaardewerk verzameld. Deze zijn echter zeer gefragmenteerd en verweerd van karakter. Het is niet uit te sluiten dat het materiaal van elders is aangevoerd en met het ontstaan van het plaggendek binnen het plangebied is terecht gekomen. Binnen het plangebied is wel duidelijk sprake van een vindplaats uit de Late Nieuwe Tijd. Het betreft een deel van een nederzetting. De subrecente sporen in de vorm van drie waterputten en enkele paalkuilen dateren op zijn vroegst uit de 19e dan wel vroege 20e eeuw. Gezien de slechte conservering en vrij recente datering gaat het om een archeologisch fenomeen met een lage archeologische waarde. Met name de waterputten zijn slecht geconserveerd en deels vergraven door latere werkzaamheden binnen het terrein. De paalkuilen liggen los en vormen geen onderlinge structuur. Vondstmateriaal uit deze recente periode ontbreekt, op baksteen na.

De score voor de fysieke kwaliteit van de vindplaats is 2 punten en daarmee is de vindplaats niet behoudenswaardig. Waarden

Criteria

Scores

Beleving

Schoonheid

N.v.t

n.v.t

Herinneringswaarde

n.v.t

n.v.t

Gaafheid

Laag

1

Conservering

Laag

1

Zeldzaamheid

Laag

1

Informatiewaarde

Laag

1

Ensemblewaarde

Laag

1

Fysieke Kwaliteit Inhoudelijke Kwaliteit

Tabel 5: Waardering van de nieuwetijds vindplaats conform Bijlage IV van de KNA.

5.2

Selectieadvies

Op basis van de uitkomsten van het inventariserende veldonderzoek in de vorm van proefsleuven concludeert Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie voor het plangebied Terborgseweg 74-78 dat geen aanvullende maatregelen dienen te worden getroffen in het kader van het gemeentelijk archeologisch monumentenzorgbeleid. Het onderhavige plangebied kan naar oordeel van Vestigia worden vrijgegeven voor de voorgenomen bouwplannen. Het is aan het bevoegd gezag, in deze de gemeente Doetinchem, of dit advies wordt overgenomen, of dat aanvullend onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Ook zou de archeologische verwachtingswaarde voor dit terrein, wanneer die kaart zou worden geactualiseerd, kunnen worden bijgesteld naar laag. Aangezien het echter zelden volledig is uit te sluiten dat tijdens grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van dit grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij de gemeente Doetinchem en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). 5.3

Advies deponering

Ons voorstel is om alle vondsten voor deponering aan het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten in Nijmegen aan te bieden.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

19

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

6

Formele beantwoording onderzoeksvragen

1. Zijn binnen het plangebied één of meer archeologische vindplaatsen aanwezig? Er zijn verspreid over het plangebied fragmenten handgevormd ijzertijdaardewerk verzameld. Het blijft onduidelijk of deze met het opbrengen van het plaggendek van elders afkomstig zijn. Archeologische sporen uit deze periode zijn echter niet aanwezig, zodat er geen sprake is van een vindplaats. Binnen het plangebied is wel een vindplaats (nederzetting) uit de 19e of vroege 20e eeuw aangetroffen in de vorm van een drietal waterputten en enkele paalkuilen. 2. Wat is de lithologische, lithogenetische bodemopbouw van het plangebied? In het zuidelijk deel van werkput 1 en het zuidelijk deel van werkput 3 is nog een restant plaggendek (laag -920) aanwezig. Hieronder bevindt zich een mogelijke B-horizont (laag -900) ofwel verbruiningslaag en een inspoelingslaag (laag -910). Dit is ook in werkput 2 en 6 het geval, maar hier ontbreekt het plaggendek. De bodem is hier tot in de top van de verbruiningslaag verstoord. Het beeld komt overeen met hetgeen reeds met het vooronderzoek is geconstateerd. De C-horizont bestaat uit lichtgeel zand matig fijn tot fijn zand met enkele ijzervlekken en grindjes. De top van de C-horizont bevindt zich in het zuidelijk deel ter plaatse van werkput 5 op circa 11,93 m +NAP en neemt naar het noordoosten toe tot 12,60 m +NAP in het noordelijk deel van werkput 3.

Zoals al met het vooronderzoek is vastgesteld, ligt het plangebied op de westflank van een rivierduin. 3. Is er een plaggendek aanwezig en vanaf wanneer is dit aangelegd? In het zuidelijk deel van werkput 1, het zuidelijk deel van werkput 3, is nog een restant plaggendek (920) aanwezig. Op basis van het huidig onderzoek kon niet worden vastgesteld wanneer dit is aangelegd. 4. Wat is van de oorspronkelijke podzolbodem bewaard gebleven onder het plaggendek? Er is geen duidelijke podzolbodem onder het plaggendek aangetroffen. Wel is er in de werkputen 1 t/m 3 en 6 onder het plaggendek een verbruiningslaag waargenomen, die mogelijk als B-horizont geïnterpreteerd kan worden. 5. In welke mate is het plangebied verstoord? De bodem is in grote delen van het plangebied tot in de natuurlijke ondergrond verstoord. 6.

Indien sporen en/of structuren aanwezig zijn, wat is de aard, omvang datering, fasering en conserveringstoestand van de sporen en structuren? Er zijn enkele (sub)recente paalkuilen die uit de late 19e of vermoedelijk 20e eeuw dateren. Daarnaast zijn er drie slecht bewaard gebleven waterputten gedocumenteerd. Ook deze sporen dateren uit de 19e of 20e eeuw. 7.

Welke materiaalcategorieën zijn aanwezig en hoe is de conserveringstoestand van de verschillende vondstcategorieën? Wat is de datering van deze archeologische vondsten? Er zijn 9 scherfjes handgevormd aardewerk verzameld. Twee fragmenten zijn bovendien sterk verweerd. Op grond van de zand- en potgruismagering en het feit dat twee scherven een besmeten wandoppervlak hebben, kan het aardewerk in de IJzertijd gedateerd worden. 8. Zijn er nog paleo-ecologische resten aanwezig en wat is de kwaliteit hiervan? Die zijn niet aanwezig. 9. Indien archeologische resten afwezig zijn: wat is hiervoor de verklaring? De bodem is sterk verstoord door 20e-eeuwse bebouwing en graaf en sloopwerkzaamheden.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

20

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

10. Wat is de ruimtelijke spreiding van de archeologische resten, zowel horizontaal als verticaal / stratigrafisch? Het aardewerk is uit het plaggendek en de top van de C-horizont verzameld en afkomstig uit de werkputten 1, 5 en 6. De waterputten kunnen worden gerelateerd aan 19e-eeuwse bebouwing binnen het plangebied dat tot 1919 aanwezig was. 11. Kan een relatie, en zo ja welke, worden gelegd met de vondsten / vindplaats in het plangebied en die in de omliggende vindplaatsen. Vanaf de laat 19e eeuw bevindt het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Doetinchem. De aangetroffen sporen uit de 19e en 20e eeuw zijn niet opmerkelijk. 12. Is sprake van een behoudenswaardige vindplaats op basis van de criteria voor het waarderen van vindplaatsen uit KNA 4.1? Gezien de slechte conservering en het (sub)recente karakter is geen sprake van een behoudenswaardige vindplaats op basis van de criteria voor het waarderen van vindplaatsen uit KNA 4.1. Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van dit grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij de gemeente Deventer en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

21

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Literatuur en digitale bronnen

Literatuur BROEKE, E.M. TEN, 2016: Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Terborgseweg 7478 en Stationsplein 2 te Doetinchem in de gemeente Doetinchem, Econsultancy-rapport 14116278. Econsultancy BV. JONG, C., DE, 2021: Terborgseweg 74-78, Doetinchem, gemeente Doetinchem: een inventariserend veldonderzoek in de vorm van boringen in de karterende fase, Bureau voor Archeologie Rapport 1055, Utrecht. SCHOUTE N. EN C.W. KOOT, 2021: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Programma van Eisen ten behoeve van een inventariserend veldonderzoek door middel van Proefsleuven , Vestigia rapport V2191, Amersfoort. WILLEMSE, N.W. WILLEMSE, L.J. KEUNEN, R.S. KOK, J.A.T. WIJNEN & S. VAN DER VEEN MA, 2019: Tweede herziene

versie Archeologie in de gemeente Doetinchem Actualisatie van de archeologische waarden- en verwachtingskaart, RAAP-Rapport 2877, Weesp.

Digitale bronnen Archeologisch Informatie Systeem (Archis) https://archis.cultureelerfgoed.nl TOPOTIJDREIS: https://topotijdreis.nl/

Afbeeldingen, tabellen, kaarten en bijlagen

Lijst afbeeldingen Afbeelding 1: Impressie veldwerk tijdens het proefsleuvenonderzoek in Doetinchem Terborgseweg 74-78. Bron: Vestigia 2022. .................................................................................................................................................................. 4 Afbeelding 2: Het oorspronkelijke en uiteindelijke puttenplan geprojecteerd op de luchtfoto met aanwezige vervuiling en kabels en leidingen zoals weergegeven op de KLIC. Bron: Schoute & Koot 2021 en de KLICgegevens. ..................................................................................................................................................................................... 11 Afbeelding 3: Bij de aanleg is met de metaaldetector gezocht naar vondsten. Bron: Vestigia 2022............... 12 Afbeelding 4: Profielkolom ter plaatse van werkput 6. Bron: Vestigia 2022. ........................................................ 14 Afbeelding 5: Een van de subrecente paalkuilen in werkput 1. Bron: Vestigia 2022. ...........................................15 Afbeelding 6: Waterput S1001 (A), waterput S3001 (B) en waterput S5001 (C). Bron: Vestigia 2022............ 16 Afbeelding 7: De waterputten geprojecteerd op de historische kaart van 1919. Bron: Topotijdreis.nl. .........

17 Afbeelding 8: Overzicht van de aardewerkvondsten in het proefsleuvenonderzoek (v1 t/m v4) en het vooronderzoek. Bron: De Jong 2021 en Vestigia 2022. ................................................................................................. 17

Lijst tabellen Tabel 1: Overzicht van de omvang per proefsleuf.......................................................................................................... 11 Tabel 2: Aantal uitgedeelde werkput-, spoor-, en vondstnummers. ........................................................................ 14 Tabel 3: Aantal spoornummers per laag- of spoortype.................................................................................................15 Tabel 4: Vondstenlijst. ........................................................................................................................................................... 18 Tabel 5: Waardering van de nieuwetijds vindplaats conform Bijlage IV van de KNA. ....................................... 19

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

22

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Lijst kaarten Kaart 1: Ligging plangebied Kaart 2: Alleputtenkaart met vervuilde zones Kaart 3: Allesporenkaart met de locatie van de profielen en vondsten

Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3:

Overzicht van archeologische en geologische perioden Sporenlijst Vondstenlijst

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

23

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

24

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

25

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

26

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Bijlage 1: Overzicht archeologische en geologische periode

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

27

V21-4849: Evaluatie: Plangebied Terborgseweg 74-78 te Doetinchem, gemeente Doetinchem. Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven

Put

1001

1

Spoortype (alg.) 0 waterput

1001

1

1 waterput

kern/vulling

MR

RD

1900

1

0 laag

cultuurlaag

Zs1

DBR

1910

1

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

BR

1920

1

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

BRGR

1930

1

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

GE

1998

1

0 paalspoor

paalkuil:grondspoor kuil voormalige paal

Zs2

DGR

1999

1

0 verstoring

recente verstoring

Zs1

GRBR

2930

2

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

LGE

2999

2

0 verstoring

recente verstoring

Zs1

DBR

3001

3

0 waterput

kern/vulling

Zs1

GR

3001

3

1 waterput

kern/vulling

MR

RD

Kleur

Vulling

Textuur

Spoornr.

Bijlage 2: Sporenlijst

Spoortype (spec.) kern/vulling

MR

RD

Breuksteen10x5x? Rb los op de bodem, niet gemetseld, donkere buitenzijde

Opmerkingen

Tweesteens, breuksteen rb opgaand, 10x5x?cm, schelpmortel. Doorsnee: 104/127 cm

3001

3

2 waterput

kern/vulling

Zs1

DGR

3900

3

0 laag

cultuurlaag

Zs1

BR

3910

3

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

LGR

3930

3

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

LGE

3997

3

0 verstoring

natuurlijke verstoring

Zs1

LGR

3998

3

0 paalspoor

paalkuil:grondspoor kuil voormalige paal

Zs2

DGR

3999

3

0 verstoring

recente verstoring

Zs1

DBR

4930

4

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

GE

4999

4

0 verstoring

recente verstoring

Zs1

DGRBR

5001

5

0 waterput

kern/vulling

Zs1

GE

5001

5

1 waterput

kern/vulling

MR

RD

5001

5

2 waterput

kern/vulling

Zs1

GR

5910

5

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

BR

5920

5

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

GRBR

5930

5

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

GE

5999

5

0 verstoring

recente verstoring

Zs1

DGR

6001

6

0 verstoring

natuurlijke verstoring

Zs1

LGR

6002

6

0 verstoring

natuurlijke verstoring

Zs1

LGR

6003

6

0 verstoring

natuurlijke verstoring

Zs1

LGR

6910

6

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

BR

6930

6

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

GE

6999

6

0 verstoring

recente verstoring

Zs1

DGR

7930

7

0 laag

natuurlijke laag

Zs1

GE

Restant plaggendek Subrecnte paalkuilen, zelfde nr gekregen puin, mortel etc. Muurwerk, opgaand, schelpenmortel, tweesteens breed, roodbakkent breuksteen, 10x5x?cm, harde steen zeer vast Doorsnee 60/115cm Plaggendek? Subrecent Direct eronder: C-horizont (s5930) Opgaand muurwerk, 5 maten = 41cm, breuksteen 5x10x? cm, diameter146/125cm VNR 3 -

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2253, definitieve versie 2.0, d.d. 23 juni 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8103/documents/48398