CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3.1.17 - Bijlage 17 bij ruimtelijke onderbouwing - Archeologisch bureau- en verkennend booronderzoek.pdf

beeldvormende raad 14 november 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 1: Gewijzigd bestemmingsplan Stationslocatie Doetinchem 2023 en beeldkwaliteitsplan25.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ARCHEOLOGISCH BUREAUONDERZOEK EN VERKENNEND BOORONDERZOEK TERBORGSEWEG 74-78 EN STATIONSPLEIN 2 TE DOETINCHEM GEMEENTE DOETINCHEM

Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Terborgseweg 74-78 en Stationsplein 2 te Doetinchem in de gemeente Doetinchem Opdrachtgever

Klaassen Bouwmaatschappij Dinxperlo bv Postbus 39 7090 AA Dinxperlo

Project Rapportnummer Status Versienummer Datum

Vestiging Auteur

DOE.KLA.ARC 14116278 Eindrapportage D1 7 januari 2016

Doetinchem Ir. E.M. ten Broeke (Senior Prospector)

Paraaf

Autorisatie

Drs. A.H. Schutte (Senior KNA-Archeoloog)

Paraaf

© Econsultancy bv, Doetinchem Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode en nummer

14116278 DOE.KLA.ARC

Toponiem

Terborgseweg 74-78 en Stationsplein 2

Opdrachtgever

Klaassen Bouwmaatschappij Dinxperlo bv

Gemeente

Doetinchem

Plaats

Doetinchem

Provincie

Gelderland

Kadastrale gegevens

Gemeente Ambt-Doetinchem, sectie M, nummers 4095, 4096 en 4097

Omvang plangebied

Circa 5.500 m²

Kaartblad

40 F (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 217.425 / Y: 441.568

Bevoegde overheid

Gemeente Doetinchem Postbus 9020 7000 HA Doetinchem Tel. 0314-377377 Email: gemeente@doetinchem.nl

Deskundige namens de bevoegde overheid

De heer drs. M. Kocken, Regionaal Archeoloog regio Achterhoek Postbus 200 7255 ZJ Hengelo (Gld.) Tel. 06-52565855 Email: marc.kocken@odachterhoek.nl

ARCHIS2

Bureauonderzoek 65.225 N.v.t.

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.) Vondstmeldingsnummer

Booronderzoek 65.226 N.v.t.

Archeoregio NOaA

Utrechts-Gelders rivierengebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Doetinchem / Provinciaal Archeologisch Depot Gelderland

Uitvoerders

Econsultancy, Ir. E.M. ten Broeke

Kwaliteitszorg Econsultancy beschikt over een eigen opgravingsvergunning, afgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De opgravingsvergunning geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de RCE stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Verder is Econsultancy lid van de Nederlandse Vereniging van Archeologische Opgravingsbedrijven (NVAO). De leden van de NVAO bieden kwalitatief hoogstaand archeologisch onderzoek. Het lidmaatschap is een waarborg voor kwaliteit en betrouwbaarheid. Tevens is Econsultancy aangesloten bij de Vereniging van Ondernemers in Archeologie (VOiA). De VOiA behartigt de belangen van meer dan 100 bedrijven in alle takken van de archeologie. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn.

Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Klaassen Bouwmaatschappij Dinxperlo bv een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Terborgseweg 74 t/m 78 en het Stationsplein 2 te Doetinchem in de gemeente Doetinchem (zie figuren 1 en 2). In het plangebied zal alle bestaande bebouwing worden gesloopt, waarna de nieuwbouw van woningen met commerciële ruimten zal worden gerealiseerd. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Daarom is het binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg uit 2007 (WAMZ), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren (zie bijlage 3). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw binnen het plangebied, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Doel van het bureauonderzoek is het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden, om daarmee een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied op te stellen.

Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen, en is erop gericht om inzicht te krijgen in de geologische en bodemkundige opbouw binnen het plangebied. Tevens is het bedoeld om kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek en kansarme zones ervan uit te sluiten. Ook wordt gelet op het voorkomen van (diepe) verstoringen van het bodemprofiel. Indien de ondergrond tot grote diepte verstoord is, zullen eventueel aanwezige archeologische resten mogelijk verdwenen zijn. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek en/of planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting Volgens de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Doetinchem ligt het plangebied landschappelijk gezien binnen een laaggelegen terrasrest. Op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland is het echter meest waarschijnlijk dat het plangebied op een rivierduin ligt, maar dat de overgang naar het Terras X niet ver of misschien wel direct ten zuidwesten van het plangebied loopt.

In de tijd van de Jagers-Verzamelaars (einde Laat-Paleolithicum en Mesolithicum) zullen de hoger gelegen rivierduinen een gunstige ligging hebben gehad als tijdelijke nederzettingslocatie. Direct ten zuidwesten van het plangebied, binnen Terras X, zal de watervoerende beek/lokale rivier (Oude IJssel) een grote aantrekkingskracht hebben gehad voor wild en vis, waarop kon worden gejaagd. Daarnaast vormde de hoge diversiteit aan plantaardig materiaal een goede aanvulling op het dieet. Vanaf het Neolithicum vormde vooral de overgangsposities gunstige locaties voor bewoning. De hoger gelegen rivierduinen werden gebruikt als landbouwgronden, hoewel de vaak droge tot zeer droge bodem op de rivierduinen (zonder plaggendek) een beperkende factor vormde. De rivierduinen waarop in de Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd plaggendekken, zijn opgeworpen waren wel beter geschikt voor landbouwactiviteiten. De rivierduinen met plaggendekken beslaan grote delen van het rivierduinlandschap ten oosten van de Oude IJssel, vooral rondom de historische stadskern van Doetinchem. De lager gelegen graslanden binnen de riviervlakte van de Oude IJssel waren geschikt voor het houden van vee.

14116278 DOE.KLA.ARC

Tot op heden zijn archeologische resten, uit het Mesolithicum en jonger, voornamelijk aangetroffen op de rivierduin waar het merendeel van de vooroorlogse bebouwing van Doetinchem op ligt. Geraadpleegd historisch kaartmateriaal geeft aan dat het plangebied in ieder geval vanaf de tweede helft van e de 18 eeuw in agrarisch gebruik is geweest en lag langs een belangrijke historische weg, de voorloper van de Terborgseweg die destijds aangeduid als “De Groote weg van Doetinchem naar Terborg”. e Binnen het plangebied hebben vanaf het einde van de 19 eeuw diverse bouwwerkzaamheden plaatsgevonden, vanaf de tijd dat het spoortracé Zevenaar-Doetinchem-Winterswijk (en afsplitsing naar Ruurlo) was gerealiseerd (gekoppeld aan infrastructurele werken). Op basis van de landschappelijke ligging is de verwachting hoog op de aanwezigheid van resten en sporen van zowel Jagers-Verzamelaars als voor Landbouwers. Voor Jagers-Verzamelaars worden resten (en mogelijk nog sporen) verwacht van een basis-/extractiekamp. Resten en sporen van Landbouwers worden verwacht in de vorm van een nederzettingscomplex of huisplaats. Er wordt vanuit gegaan dat deze zich manifesteren door middel van een vondstspreiding in en direct onder het (dikke) plaggendek (complextype 4c).

De aanwezigheid van een plaggendek zal wel hebben gezorgd voor een betere conservering van archeologische resten, in vergelijk met wanneer er geen sprake is van een plaggendek. Afvaldumps zullen zich manifesteren als een duidelijk herkenbare cultuurlaag op de flank van het rivierduin of in een hiervoor uitgegraven deel van het rivierduin. De cultuurlaag zal enige tot aanzienlijke horizontale spreiding hebben, afhankelijk van hoelang de afvaldumpsite in gebruik is geweest. De vondstrijke laag van een afvaldump behoort tot het complextype 3c, eventueel al overgaand in het type 3b indien er een afdekkende Holocene laag op de flank van het rivierduin aanwezig is (LaatHolocene rivierklei). Off-site resten bijvoorbeeld in de vorm van water- en drenkkuilen, moeten gezien worden als puntlocaties van zeer kleine omvang (complextype 0). Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit de resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) blijkt dat de bodemopbouw binnen het overgrote deel van het plangebied intact is, zo ook binnen de reeds bebouwde terreindelen. De bodemverstoringen veroorzaakt door bouwwerkzaamheden zijn kennelijk vrij plaatselijk en beperkt geweest.

Vanaf het maaiveld/onder de aanwezige klinker-/betonverharding komt tot gemiddeld 75 cm -mv een plaggendek voor, in de vorm van donkergrijsbruin gekleurd, zwak tot matig humeus, zwak siltig, matig fijn zand. Plaatselijk is het bovenste deel recentelijk geroerd/verstoord, gezien de bijmenging van baksteen en kolengruis. Onder het plaggendek bevindt zich vervolgens tussen circa 75 en 120 cm -mv het resterende deel van het van nature gevormde holtpodzolprofiel voor, in de vorm van de 1Bws1/2- en de BC-horizont. Op basis van deze boringen zal het archeologisch niveau, waarop archeologische sporen goed zichtbaar zullen zijn (op de overgang van de 1BCnaar de C-horizont), zich bevinden tussen 100 en 120 cm -mv. Voor het plaggendek mag verwacht e worden dat deze is opgebracht vanaf de tweede helft van de 18 eeuw en waarschijnlijk eerder. Op basis van de dikte van het plaggendek betreft het aanwezige bodemprofiel een hoge enkeerdgrond. Alleen boring 1, in het uiterst zuidwestelijke deel van het plangebied, is gestaakt vanwege de aanwezigheid van een massieve betonverharding op circa 60 cm -mv. Vermoed wordt dat het gaat om een fundering van oudere bebouwing. Deze heeft men voor de bouw van de bestaande loods laten zitten, vervolgens bedekt met een laag grond en hierop een nieuwe fundering (betonverharding) op aangebracht.

14116278 DOE.KLA.ARC

Conclusie Geconcludeerd wordt dat, op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek, de ligging van het plangebied binnen een rivierduin wordt bevestigd en dat het plangebied tevens zijn hoge verwachting behoud op het voorkomen van archeologische resten uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. Selectieadvies Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy de aanbeveling gedaan om een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. De hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum blijft namelijk behouden. Geadviseerd wordt het vervolgonderzoek te laten bestaan uit een archeologisch karterend booronderzoek, om daarmee het plangebied systematisch te onderzoeken op de aanwezigheid van archeologische vondsten en/of sporen. Tevens wordt geadviseerd dit onderzoek te laten uitvoeren pas nadat de bovengrondse delen en de betonnen vloeren van de bestaande bebouwing binnen het plangebied zijn gesloopt/verwijderd.

14116278 DOE.KLA.ARC

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN ......................................................................... 1

3

BUREAUONDERZOEK .............................................................................................................. 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12

4

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK .............................................................................. 34 4.1 4.2 4.3

5

Methoden .......................................................................................................................... 3 Afbakening van het plangebied ........................................................................................ 4 Huidige situatie ................................................................................................................. 4 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 6 Beschrijving van het historische gebruik .......................................................................... 6 Aardwetenschappelijke gegevens .................................................................................. 11 Archeologische waarden ................................................................................................ 17 Aanvullende informatie ................................................................................................... 25 Relatie aardwetenschappelijke informatie met archeologische waarden....................... 26 Korte bewoningsgeschiedenis van de omgeving van het plangebied ............................ 26 Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel ........................................................ 27 Afweging voor de te kiezen onderzoeksmethode inventariserend veldonderzoek ........ 33

Methoden ........................................................................................................................ 34 Resultaten ....................................................................................................................... 34 Beantwoording onderzoeksvragen veldonderzoek ........................................................ 35

CONCLUSIE EN SELECTIEADVIES ....................................................................................... 36 5.1 5.2

Conclusie ........................................................................................................................ 36 Selectieadvies................................................................................................................. 37

LITERATUUR ...................................................................................................................................... 38 BRONNEN .......................................................................................................................................... 39

14116278 DOE.KLA.ARC

LIJST VAN TABELLEN Tabel I. Tabel II. Tabel III. Tabel IV. Tabel V. Tabel VI. Tabel VII. Tabel VIII. Tabel IX.

Geraadpleegd historisch kaartmateriaal Verleende bouwvergunningen Aardwetenschappelijke gegevens plangebied Grondwatertrappenindeling Grondwatergegevens plangebied Overzicht onderzoeksmeldingen Overzicht ARCHIS-waarnemingen Gespecificeerde archeologische verwachting Bodemopbouw plangebied

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7. Figuur 8. Figuur 9. Figuur 10. Figuur 11. Figuur 12. Figuur 13. Figuur 14. Figuur 15. Figuur 16. Figuur 17.

Situering van het plangebied binnen Nederland Detailkaart van het plangebied Luchtfoto van het plangebied Situering van het plangebied binnen de Hottingerkaart uit 1773-1794 vanuit kaartblad 83 Situering van het plangebied binnen de Kadastrale kaart uit 1822 (Minuutplan) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1830-1850 Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1890 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1908 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Militaire topografische kaart uit 1930 (Bonneblad) Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1954 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1966 Situering van het plangebied binnen de Topografische kaart uit 1986 Situering van het plangebied binnen de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Doetinchem Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Archeologische Gegevenskaart van het onderzoeksgebied met het AHN als achtergrond Situering van het plangebied binnen de archeologische beleidskaart van de gemeente Doetinchem Boorpuntenkaart van het plangebied

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Overzichtsfoto’s plangebied en foto’s opgeboorde profielen Boorprofielen

14116278 DOE.KLA.ARC

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Klaassen Bouwmaatschappij Dinxperlo bv een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Terborgseweg 74 t/m 78 en het Stationsplein 2 te Doetinchem in de gemeente Doetinchem (zie figuren 1 en 2). In het plangebied zal alle bestaande bebouwing worden gesloopt, waarna de nieuwbouw van woningen met commerciële ruimten zal worden gerealiseerd. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Daarom is het binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg uit 2007 (WAMZ), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren (zie bijlage 3). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen nieuwbouw binnen het plangebied, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek (hoofdstuk 3) en een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 4). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen nodig zijn en zo ja, in welke vorm (hoofdstuk 5).

Dit advies dient te worden getoetst door het bevoegd gezag, de gemeente Doetinchem, waarna een besluit zal worden genomen of het plangebied kan worden vrijgegeven of dat vervolgstappen nodig zijn.

2

DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN

Het onderzoek heeft tot doel inzicht te krijgen in de archeologische waarden van het plangebied. Het bureauonderzoek heeft tot doel om een gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied op te stellen. De archeologische verwachting is gebaseerd op bronnen over bekende of verwachte archeologische waarden in en om het plangebied. Het inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek heeft tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen, en is er op gericht om inzicht te krijgen in de geologische en bodemkundige opbouw binnen het plangebied. Tevens is het bedoeld om kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek en kansarme zones ervan uit te sluiten. Ook wordt gelet op het voorkomen van (diepe) verstoringen van het bodemprofiel. Indien de ondergrond tot grote diepte verstoord is, zullen eventueel aanwezige archeologische resten mogelijk verdwenen zijn. Conform het Normblad archeologisch vooronderzoek voor de gemeenten binnen de regio Achterhoek 1 (versie 1.2, september 2013) dienen het bureauonderzoek en veldonderzoek antwoord te geven op de volgende onderzoeksvragen:

1

Willemse & Kocken, 2013

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 1 van 39

Fase 1a. Bureauonderzoek 1. Wat is a) de aard (ontstaanswijze), b) diepteligging en c) ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in het omringende gebied (binnen een afstand tot ca. 200 m van de onderzoekslocatie) en in de ondiepe ondergrond? d) Hoe dik is de holocene deklaag? 2. Wat is a) de aard (ontstaanswijze en classificatie) b) diepteligging, c) genese en d) gaafheid van natuurlijke bodemhorizonten in het omringende gebied? 3. Wat is a) de aard (ontstaanswijze), b) diepteligging, c) genese en d) gaafheid van eventueel aanwezige antropogene bodemhorizonten (akkerlagen en overige ‘verstoringslagen’, bemestingslagen e.d.) in het omringende gebied? 4. Wat is a) de aard (ontstaanswijze), b) dikte, en c) omvang van eventueel in het omringende gebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? 5. Wat is het historisch landgebruik van de onderzoekslocatie en het omringende gebied geweest, uitgaande van a) de Hottingerkaart, b) het Kadastraal minuutplan, c) de Topografisch Militaire Kaart 1850 en d) het Bonneblad? 6.

Welke gegevens met betrekking tot archeologische complexen (‘waarnemingen’ inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek uit 5) zijn reeds binnen het onderzoeksgebied en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de onderzoekslocatie bekend? Vermeld per vondst- en/of spoorcomplex minimaal: a) bronvermelding (onderzoeksrapportages, ARCHIS-gegevens), b) de materiaalcategorieën, c) ouderdom, d) ruimtelijke (geografische) verspreiding, e) stratigrafische verspreiding (diepteligging en/of dikte vondstlaag), f) fragmentatie, g) waarnemingsmethode, h) interpretatie, dat wil zeggen zowel systemisch (indien redelijkerwijs uit de gegevens af te leiden) als volgens het principediagram zoals aangegeven in het normblad (zo gespecificeerd mogelijk (top-down typering) op basis van de waarnemingen). 7. Gegeven 1 tot en met 4; met welke (primaire) natuurlijke formatieprocessen (fasen van sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, bodemvorming, degradatie e.d.) heb je te maken in het onderzoeksgebied 8. Gegeven 5 en 6; met welke (primaire) culturele formatieprocessen (grondbewerking, bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) heb je te maken in het onderzoeksgebied [inclusief (sub)recente bodemverstoring als gevolg van (sub)recent landgebruik/inrichting]? 9.

Gegeven 7 en 8; welke kunnen een rol hebben gespeeld bij de totstandkoming (geografisch en stratigrafisch) van eventuele aanwezige vondstspreidingen, de vondstdichtheid, vondst- en spoorniveaus (stratigrafisch), en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? 10. Gegeven 1 tot en met 9; wat is de aard (mobilia [materiaalsoorten, fragmentatie, dichtheden], immobilia, ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) aanwezige vondst- en/of spoorcomplexen? 11. Hoe manifesteren deze zich tijdens prospectieonderzoek (prospectiekenmerken, geografisch en stratigrafisch)? 12. Welke vondst- en/of spoorcomplexen (conform het principediagram) kunnen binnen het onderzoeksgebied aangetoond worden? Licht beargumenteerd toe. 13. Met de inzet van welke zoekmethoden (detectie- en waarnemingsvorm, monsterbehandeling en zoekstrategieën) kunnen deze vondst- en/of spoorcomplexen (indicatoren) systematisch opgespoord worden (zoeksleuven, booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.)? Licht beargumenteerd toe met verwijzing naar de verschillende KNA-leidraden.

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 2 van 39

Fase 1b. Inventariserend veldonderzoek, verkenning 14. Wat is a) de aard (ontstaanswijze, textuur, kleur), b) diepteligging en c) ouderdom van de relevante natuurlijke afzettingen in de ondiepe ondergrond ter plaatse van het onderzoeksgebied? d) hoe dik is de holocene deklaag? 15. Wat is a) de aard (kleur, textuur, samenstelling), b) diepteligging, c) genese en d) gaafheid van natuurlijke en eventueel antropogene bodemhorizonten (akkerlagen en overige ‘verstoringslagen’, bemestingslagen e.d.), ter plaatse van het onderzoeksgebied? 16. Wat is a) de aard, b) dikte en c) omvang van eventueel ter plaatse van het onderzoeksgebied voorkomende afdekkende lagen en de (geschatte) ouderdom daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)? 17. Indien er afdekkende lagen voorkomen; wat is a) de aard (ontstaanswijze, kleur, textuur, samenstelling), b) gaafheid en c) dikte van het onderliggende afgedekt bodemprofiel (natuurlijke en antropogene bodemhorizonten zoals oude akkerlagen) en/of afzettingen? 18. Wat is a) de diepte tot waarop artefacten van recente ouderdom (‘modern’ afvalmateriaal) in het bodemprofiel voorkomen en/of b) tot welke diepte in het bodemprofiel is sprake van een ‘recente’ bodemverstoring (bodemgaafheid)? In de hoofdstukken 3, 4 en 5 worden aan het einde van elke paragraaf de onderzoeksvragen beantwoord wanneer deze van toepassing zijn.

Het bureauonderzoek is uitgevoerd op 23 en 24 februari 2015 door ir. E.M. ten Broeke (senior prospector). Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 3 maart 2015 door E.M. ten Broeke (senior prospector). Het rapport is gecontroleerd door drs. A.H. Schutte (senior KNA-archeoloog/kwaliteitscontroleur).

3 3.1

BUREAUONDERZOEK Methoden

Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform de eisen en normen zoals aangegeven in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 3.3, december 2013), die is vastgesteld door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) Archeologie en is ondergebracht bij het SIKB te Gouda. Voor de uitvoering van het bureauonderzoek gelden de specificaties LS01, LS02, LS03, LS04 en 2 LS05. De resultaten van dit onderzoek worden in dit rapport weergegeven conform specificatie LS06. Binnen dit onderzoek zijn de volgende werkzaamheden verricht:     

2

afbakening van het plangebied en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik (LS01); beschrijving van de huidige en toekomstige situatie (LS02); beschrijving van de historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03); beschrijving van bekende archeologische en historische waarden en aardwetenschappelijke gegevens (LS04); opstellen van een gespecificeerde verwachting (LS05).

Beschikbaar via www.sikb.nl

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 3 van 39

Bij het uitvoeren van deze werkzaamheden zijn de volgende bronnen geraadpleegd:              3.2

het Archeologische Informatie Systeem (ARCHIS); de Archeologische Monumenten Kaart (AMK); de Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW); geologische kaarten, geomorfologische kaarten en bodemkaarten; de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINOLoket); de Atlas Gelderland; literatuur en historisch kaartmateriaal; bouwhistorische gegevens; de recente topografische kaart (schaal 1:25.000); recente luchtfoto’s; het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN); de archeologische verwachtingskaarten van de gemeente Doetinchem; plaatselijke (amateur-)archeoloog c.q. heemkundevereniging. Afbakening van het plangebied

Er dient een onderscheid gemaakt te worden tussen het onderzoeksgebied en het plangebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen feitelijk de bodemverstorende ingreep gaat plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te krijgen van de archeologische waarden binnen het plangebied. Dit gebied is groter dan het plangebied. In het huidige onderzoek betreft het onderzoeksgebied het gebied binnen een straal van circa 1 km rondom het plangebied. Het plangebied heeft oppervlakte van circa 5.500 m² en ligt aan de Terborgseweg 74 t/m 78 en het Stationsplein 2, circa 800 meter ten zuidoosten van de kern van Doetinchem in de gemeente Doetinchem (zie figuren 1 en 2). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) ligt het maaiveld op een hoogte van circa 13,7 m +NAP. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente AmbtDoetinchem, sectie M, nummers 4095, 4096 en 4097. 3.3

Huidige situatie

Voor het bureauonderzoek is het van belang de huidige situatie te onderzoeken. Landgebruik en bebouwing kunnen van invloed zijn op de archeologische verwachting. Het plangebied is voor een groot deel bebouwd. Ter plaatse van de bebouwing binnen het perceel gelegen aan het Stationsplein 2 hebben in het verleden diverse activiteiten plaatsgevonden waaronder horeca, wonen en slijterij. Het buitenterrein is voor zover bekend sinds lange tijd in gebruik als parkeerplaats en is grotendeels verhard met klinkers en tegels en is deels in gebruik als tuin. De bebouwing binnen het perceel gelegen aan de Terborgseweg 78 heeft altijd een woonfunctie (met tuin) gehad. De bebouwing achter het betreffende perceel is voorheen in gebruik geweest als ijzergroothandel (Elsinghorst).

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 4 van 39

Ter plaatse van de bebouwing binnen het perceel gelegen aan de Terborgseweg 74-76 hebben in het verleden diverse activiteiten plaatsgevonden, waaronder een bandenhandel/autoreparatie (Huls en Tyres 4 You, Terborgseweg 76), een keukencentrum met opslag van bouwmaterialen (Coen Poulus e tegelhandel en keukencentrum sinds midden jaren '70 van de 20 eeuw) en Balletschool Bertha Huls. De bebouwing binnen het plangebied is momenteel grotendeels leegstaand. Een deel van het pand, ter plaatse van de Terborgseweg 76, is in gebruik door een kringloopwinkel (Guus). Het voorste gedeelte van het pand Terborgseweg 74 wordt bewoond. Het plangebied wordt voor een groot deel omgeven door andere woon- en industriële percelen (waaronder de papierfabriek). De Terborgseweg loopt langs de noordoostzijde van het plangebied, het Stationsplein en de hierop aansluitende Stationsstraat langs de zuidoost- en zuidzijde van het plangebied. Ten zuiden van het plangebied loopt tevens de spoorlijn Arnhem-Winterswijk, met het bijbehorende treinstation van Doetinchem (zie figuur 3). Reeds uitgevoerd milieuhygiënisch bodemonderzoek Volgens de provincie Gelderland is in augustus 1994 (deels) ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Heidemij (GE073-VO). De exacte begrenzing van de onderzoekslocatie is bij Econsultancy niet bekend.

Uit het onderzoek is gebleken dat ter plaatse een sterke verontreiniging met PAK in de bovengrond, een sterke verontreiniging met arseen in de ondergrond en een matige verontreiniging met nikkel in het grondwater is aangetoond. Verdere informatie omtrent dit onderzoek is bij Econsultancy niet voorhanden. In april 1994 is, ter plaatse van het perceel Terborgseweg 72, door Imd Milieudiensten bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de analyseresultaten is gebleken dat in de bovengrond voor lood, minerale olie en PAK gehalten zijn gemeten boven de toenmalige A-waarden. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd met tetrachlooretheen. In augustus 1994 is, ter plaatse van het perceel Terborgseweg 74-76, door Heidemij Advies bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (634/EA94/F004/28029). Destijds heeft onder andere onderzoek plaatsgevonden ter plaatse van een eerder verwijderde bovengrondse petroleumtank (3.000 l) en een ondergrondse olietank. Ter plaatse van de verwijderde petroleumtank zijn geen verontreinigingen in de grond en het grondwater aangetoond. Ter plaatse van de ondergrondse olieopslag is enkel de bovengrond en het grondwater licht verontreinigd met minerale olie.

In de bodem ter plaatse van de kleinschalige bovengrondse opslag van olieproducten zijn, na beëindiging van de opslagactiviteiten, geen verontreinigingen met minerale olie aangetoond. Ter plaatse van het overige terreindeel is nabij de ondergrondse tank in 1 boring in de bovengrond een sterke verontreiniging met PAK aangetoond. Verspreid over de locatie is een lichte tot matige verontreiniging met PAK aangetoond. Voor het overige zijn er lokaal lichte verontreinigingen met enkele metalen in de bovengrond aangetoond. In de ondergrond is een sterke verontreiniging met arseen aangetoond die naar alle waarschijnlijkheid verband houdt met ijzerconcreties. Het grondwater is lokaal licht verontreinigd met arseen en nikkel of is de fenol-index licht verhoogd. In april 1997 is er, ter plaatse van het perceel Stationsplein nummer 2, door Verhoeve Milieu bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (projectnummer 77029). Destijds zijn in de bovengrond (lokaal) licht verhoogde gehalten aan metalen en PAK aangetoond. In het grondwater zijn enkel lichte verontreinigingen met metalen aangetoond. In juli 2001 is, ter plaatse van het perceel Terborgseweg 72, door Ecopart bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Destijds zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met metalen en PAK aangetoond. In de ondergrond is eveneens een lichte verontreiniging met metalen aangetoond.

In het grondwater zijn destijds geen verontreinigingen aangetoond.

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 5 van 39

In 2003 is er, ter plaatse van het perceel dat aan de zuidwestzijde van onderhavig plangebied grenst, door Tebodin een nader bodemonderzoek NS emplacement Doetinchem uitgevoerd. Tijdens dit onderzoek is gebleken dat ter plaatse de bovengrond sterk verontreinigd is met PAK en matig verontreinigd met zink. In oktober 2006 is er, ter plaatse van het perceel Terborgseweg 76, door Ecopart bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (projectnummer 14272). In het onderzoek is beschreven, dat de ondergrondse tank op de locatie Terborgseweg 74 is gereinigd en afgevuld met zand, waarbij geen verontreinigingen zijn aangetroffen. Dit betreft de tanklocatie die in 1994 door Heidemij reeds is onderzocht. Verspreid over de locatie zijn in de bovengrond lichte verontreinigingen met enkele metalen, minerale olie en PAK aangetoond. Destijds is in de bovengrond een lichte verontreiniging met EOX, een matige verontreiniging met PAK en een sterke verontreiniging met enkele metalen (koper, lood en zink) aangetoond. Tevens is er een matige verontreiniging met PAK aangetoond. Het grondwater bleek licht verontreinigd met tetrachloormethaan en 1,1,1-trichloorethaan. Ter plaatse van een voormalige olieopslag zijn geen verhoogde gehalten aan olie aangetoond.

De conclusies van het onderzoek zijn in december 2006 door de provincie Gelderland bevestigd, waarbij wordt aangegeven dat de verwachting is dat de aangetoonde matige tot sterke PAK-verontreinigingen mogelijk tot hetzelfde geval behoren. Per saldo kan worden geconcludeerd dat de grond en het grondwater licht verontreinigd is als gevolg van langdurig (bedrijfsmatig)gebruik. Lokaal kunnen sterke verontreinigingen voorkomen. Een duidelijk beeld hiervan is echter niet beschikbaar. Of de oorzaak van deze verontreinigingen ook heeft geleid tot verstoringen van de oorspronkelijke bodemopbouw is niet bekend. Wel zal voor het plaatsen van de ondergrondse tank op de locatie Terborgseweg 74-76 de bodem ter plaatse zijn afgegraven. 3.4

Toekomstige situatie

Het toekomstige gebruik van het plangebied kan bepalend zijn voor het vervolgtraject (behoud in-situ of behoud ex-situ van archeologische waarden). De manier waarop het plangebied wordt ingericht kan tot gevolg hebben dat eventueel aanwezige archeologische waarden (deels of geheel) onverstoord (kunnen) blijven. Ook kan besloten worden de inrichting zo aan te passen dat archeologische waarden alsnog onverstoord kunnen blijven liggen. In het plangebied zal alle bestaande bebouwing worden gesloopt, waarna de nieuwbouw van woningen met commerciële ruimten zal worden gerealiseerd. Ter plaatse van de toekomstige woningen met commerciële ruimten zal naar verwachting, bij de aanleg van een standaard staalfundering op het gele zand (top van de C-horizont), de bodem tot een diepte van maximaal circa 1 m -mv worden afgegraven (bouwput). 3.5

Beschrijving van het historische gebruik

In het plangebied kunnen naast archeologische sporen ook sporen van menselijk gebruik voorkomen die nog in het landschap zichtbaar zijn. Het gaat hierbij om historische gebouwen en historische geografie. Veel van de bewaard gebleven historische geografie geeft door de herverkavelingen in de e tweede helft van de 20 eeuw een incompleet beeld van het historisch landschap. Historische kaarten van vóór de herverkaveling zijn een goede aanvulling op het huidige incomplete beeld. Voor de historische ontwikkeling is naast het historisch kaartmateriaal ook relevante achtergrondliteratuur geraadpleegd.

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 6 van 39

Historisch kaartmateriaal De situatie van het plangebied is op verschillende historische kaarten als volgt: Geraadpleegd historisch kaartmateriaal3

Tabel I.

3

Bron

Periode

Kaartblad

Schaal

Omschrijving plangebied

Bijzonderheden/directe omgeving

Hottingerkaart

1773-1794

83

-

Onbebouwd, in agrarisch gebruik (akkerland).

Ten noordoosten liep “De Groote weg van Doetinchem naar Terborg”, als voorloper van de Terborgseweg. Ten noordwesten was de oude stadskern van Doetinchem met dubbele omgrachting aanwezig die in verbinding lag met de geul van de Oude IJssel. Buiten de oude stadskern langzame uitbreiding van bebouwing, kleine erven met moestuinen. Verder veelal agrarisch buitengebied. De hogere terreinen werden gebruikt als akkerland (rivierduinen/dekzandkoppen en -ruggen). De natte/drassige gronden binnen het stroomgebied van de Oude IJssel zullen vooral in gebruik zijn geweest als graaslanden voor vee (natuurlijke graslanden).

Kadastrale kaart (Minuutplan)

1822

Gemeente Stad Doetinchem, Sectie A, Blad 01

1:2.500

In gebruik als akkerland.

Geen noemenswaardige veranderingen.

Militaire topografische kaart

1830-1850

40_2rd

1:50.000

Geen noemenswaardige veranderingen.

Weinig veranderingen, ontstaan van enkele woonerven langs de voorloper van de Terborgseweg. Akkerlanden op de hogere delen in het landschap (rivierduinen), graslanden in de lagere delen (rivierdal van de Oude IJssel). Watergang ten noorden aangeduid als “De Schouwgraaf”, afsplitsing ten noordoosten van De Slinge en afwaterend ten westen op de Oude IJssel.

Militaire topografische kaart (Bonneblad)

1890

493

1:50.000

Bebouwing aanwezig in de zuidoostelijke helft van het plangebied.

Spoortracé aangelegd met direct ten zuiden van het plangebied station Doetinchem. Voorlopers van het Stationsplein/de Stationstraat aangelegd. Ten oosten van het plangebied terrein in gebruik als begraafplaats.

Militaire topografische kaart (Bonneblad)

1908

493

1:50.000

Toename van bebouwing binnen het plangebied, waarschijnlijk woonpercelen met woonhuis en bijbehorende schuren/bijgebouwen.

Toename van bebouwing vooral langs doorgaande weg naar Terborg.

Militaire topografische kaart (Bonneblad)

1930

493

1:50.000

Plangebied betreft enkele woonpercelen, bebouwd met woningen en bijgebouwen.

Ontstaan van vooroorlogse woonwijk “De Pas” en een duidelijke toename van de bebouwde kom van Doetinchem. Merendeel van het huidige wegenpatroon aanwezig. Industrie wordt vooral aangelegd binnen het lager gelegen rivierdal van de Oude IJssel (binnen het landschappelijk lager gelegen Terras X).

Topografische kaart

1954

40 F

1:25.000

Geen noemenswaardige veranderingen.

Verdere ontwikkeling van bebouwde kom van Doetinchem.

www.watwaswaar.nl

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 7 van 39

Topografische kaart

1966

40 F

1:25.000

Noordwestelijke helft bebouwd met een fabriekspand. Ontsluitingsweg doorsnijdt het plangebied van zuidwest naar noordoost.

Verdere toename van bebouwing, vooral ten zuiden van het spoortracé.

Topografische kaart

1987

40 F

1:25.000

Huidige situatie

Merendeels huidige situatie

Voor onderhavig bureauonderzoek gaat het te ver om de geschiedenis van (de historische stadskern) van Doetinchem uitgebreid te bespreken. In de vroegste schriftelijke overlevering wordt Doetinchem voor het eerst vermeld in een oorkonde van bisschop Albericus van Utrecht van 23 maart 838 na Chr. In dit geschrift wordt melding gemaakt van het schenken van allodiale goederen (dat wil zeggen: vrij van elke leenband), waaronder de kerk en de daarbij behorende horigen in de 'villa Duetinghem'. Het betrof destijds voornamelijk de bebouwing binnen de oude stadgrachten en -poorten van Doetinchem. De 'villa Duetinghem' begon in ecode nomische zin betekenis te krijgen in de 12 eeuw. De nabijgelegen loop van de Oude IJssel diende als natuurlijke snelweg, welke voor kleine schepen bevaarbaar was in zowel zuidoostelijke richting tot in het huidige Duitsland (Westfalen) als in westelijke richting tot Doesburg. In 1236 werd aan Doetinchem stedelijke rechten verleend. De stadspoorten van Doetinchem, welke hiermee de buitenste e grens van de historische kern van Doetinchem aangeven, dateren van rond het eind van de 13 eeuw. Voor uitgebreide informatie over de geschiedenis van Doetinchem wordt verwezen naar het 4 boek "Geschiedenis van Doetinchem" van de oudheidkundige kring 'Deutekom'. Het plangebied zelf ligt hemelsbreed ongeveer 500 meter ten zuidoosten van de stadkern.

Op basis e van het beschikbare historische kaartmateriaal uit de tweede helft van de 18 eeuw (Hottinger Atlas) was het plangebied waarschijnlijk destijds in agrarisch gebruik (zie figuur 4). De ten noordoosten gelegen voorloper van de Terborgseweg werd destijds aangeduid als “De Groote weg van Doetinchem naar Terborg”. Het plangebied bleef voor lange tijd in agrarisch gebruik, als akkerland. De hogere terreinen werden gebruikt als akkerland (rivierduinen/dekzandkoppen en -ruggen). De natte/drassige gronden binnen het stroomgebied van de Oude IJssel zullen vooral in gebruik zijn geweest als graaslanden voor vee (natuurlijke graslanden). Er ontstonden enkele woonerven langs de voorloper van de Terborgseweg. e In ieder geval in de eerste helft van de 19 eeuw was er een watergang aanwezig ten noorden van het plangebied, aangeduid als “De Schouwgraaf” (zie figuren 5 en 6). Het vormde een afsplitsing van het ten noordoosten gelegen beekdal van de Slinge en waterde vervolgens af ten westen op de Oude IJssel, via de stadsgracht van Doetinchem. Deze watergang is waarschijnlijk gegraven ten behoeve van afwatering van overtollig water van de Slinge (perioden van hoogwater). Het vrijwel direct ten zuiden van het plangebied gelegen spoortracé Zevenaar-Doetinchem-Winterse wijk (en afsplitsing naar Ruurlo) is in de jaren ’80 van de 19 eeuw ontstaan.

Waarschijnlijk hebben in deze periode ook de eerste bouwwerkzaamheden plaatsgevonden in de zuidoostelijke helft van het plangebied (zie figuur 7). Ten oosten van het plangebied was een terrein in gebruik genomen als bee graafplaats. Rond het begin van de 20 eeuw vindt een verdere toename van bebouwing plaats binnen het plangebied (zie figuur 8). Het plangebied betrof waarschijnlijk enkele woonpercelen met een woonhuis met bijbehorende schuren/bijgebouwen. Langs de doorgaande weg naar Terborg vindt ook en verdere toename van bebouwing plaats.

4

Boogman & Oosterhaven, 1986

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 8 van 39

e

Rond begin jaren ’30 van de 20 eeuw ontwikkelde zich van de vooroorlogse woonwijk “De Pas” en is het merendeel van het huidige wegenpatroon ontstaan (zie figuur 9). Ook na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de bebouwde kom van Doetinchem zich verder, zo ook ten zuiden van het spoortracé e (zie figuren 10 en 11). In de jaren ’60 van de 20 eeuw wordt in de noordwestelijke helft van het plangebied een fabriekspand gebouwd en is er een ontsluitingsweg aanwezig die het plangebied van zuidwest naar noordoost doorsnijdt (zie figuur 11). Ook daarna vonden er binnen het plangebied waarschijnlijk diverse bouwwerkzaamheden plaats, waaronder de bouw van het pand aan het Stationsplein 2 (zie figuur 12). De bebouwde kom van Doetinchem ontwikkelde zich steeds verder. Bouwhistorische gegevens Bij de gemeente is het archief van de Bouw- en Woningtoezicht geraadpleegd. Tabel II geeft een opsomming van de verleende bouwvergunningen van de huidige en/of reeds gesloopte bebouwing binnen het plangebied. Tabel II.

Verleende bouwvergunningen

Jaartal

Omschrijving

1954

Bouwen van een magazijn/loods binnen het perceel Terborgseweg 74-76, voorzien van een strook/sleuffundering tot 80 cm -mv, niet onderkelderd.

1968

Inrichten van een terreindeel binnen het perceel Terborgseweg 74-76 voor de opslag en het verpompen van benzine, o.a. plaatsen van een 6.000 liter ondergrondse tank tot een diepte van circa 150 cm -mv.

1970

Vernieuwen van een magazijn/loods binnen het perceel Terborgseweg 74-76, voorzien van een strook/sleuffundering tot 80 cm -mv, niet onderkelderd.

Van de percelen Terborgseweg 74 t/m 78 en het Stationsplein 2 zijn bij de gemeente de aanwezige bouwdossiers vrij beperkt. Er zijn alleen bouwtekeningen bekend van de bebouwing binnen het perceel Terborgseweg 74-76 (noordwestelijke helft van het plangebied). Het bestaande magazijn is voorzien van strook-/sleuffundering tot 80 cm -mv en is niet onderkelderd. Verder geven bouwtekeningen aan dat er ondergronds een 6.000 liter tank is geplaatst tot een diepte van circa 150 cm -mv. Te verwachten is dat destijds, ten behoeve van de aanleg van deze bebouwing en diverse nutsvoorzieningen, de bodem plaatselijk minimaal tot deze dieptes is afgegraven. Op basis van deze informatie blijkt dat er binnen het bebouwde oppervlak van het perceel Terborgseweg 74-76 bodemingrepen en dus bodemverstoringen hebben plaatsgevonden. Dit zal naar verwachting niet anders zijn geweest ten aanzien van de bebouwde terreindelen binnen de percelen Terborgseweg 78 en Stationsplein 2. De terreindelen rondom de bestaande bewoning zijn merendeels voorzien van een grind-/klinker of tegelverharding. Kleine terreindelen zijn in gebruik als siertuin/groenstrook. In welke mate het oorspronkelijke bodemprofiel verstoord is geraakt tijdens het aanleggen van de aanwezige verhardingen en inrichting van de percelen, is moeilijk in te schatten.

Mogelijk is een deel van het bodemprofiel afgegraven voor de aanleg van een stabilisatielaag onder de voormalige verhardingen. De voormalige verhardingen kunnen echter ook direct op het oorspronkelijke bodemprofiel zijn aangelegd.

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 9 van 39

Beantwoording van relevante onderzoekvraag 5.

Wat is het historisch landgebruik van het plangebied en het omringende gebied geweest, uitgaande van de kaarten van de Hottingerkaart, de het Kadastraal Minuutplan, de Topografische Militaire kaart 1850 en het Bonneblad? Het plangebied ligt hemelsbreed ongeveer 500 meter ten zuidoosten van de stadskern van Doetinchem. Op basis van het beschikbare historische kaartmateriaal uit de tweede helft van e de 18 eeuw (Hottinger Atlas) was het plangebied destijds waarschijnlijk in agrarisch gebruik. De ten noordoosten gelegen voorloper van de Terborgseweg werd destijds aangeduid als “De Groote weg van Doetinchem naar Terborg”. Het plangebied bleef voor lange tijd in agrarisch gebruik, als akkerland. De hogere terreinen werden gebruikt als akkerland (rivierduinen/dekzandkoppen en -ruggen). De natte/drassige gronden binnen het stroomgebied van de Oude IJssel zullen vooral in gebruik zijn geweest als graaslanden voor vee (natuurlijke graslanden). Er ontstonden enkele woonerven langs de e voorloper van de Terborgseweg. In ieder geval in de eerste helft van de 19 eeuw was er een watergang aanwezig ten noorden van het plangebied, aangeduid als “De Schouwgraaf”. Het vormde een afsplitsing van het ten noordoosten gelegen beekdal van de Slinge en waterde vervolgens af ten westen op de Oude IJssel, via de stadsgracht van Doetinchem.

Deze watergang is waarschijnlijk gegraven ten behoeve van afwatering van overtollig water van de Slinge (perioden van hoogwater). Het vrijwel direct ten zuiden van het plangebied gelegen spoortracé Zevenaar-Doetincheme Winterswijk (en afsplitsing naar Ruurlo) is in de jaren ’80 van de 19 eeuw ontstaan. Waarschijnlijk hebben in deze periode ook de eerste bouwwerkzaamheden plaatsgevonden in de zuidoostelijke helft van het plangebied. Ten oosten van het plangebied was een terrein in gee bruik genomen als begraafplaats. Rond het begin van de 20 eeuw vindt een verdere toename van bebouwing plaats binnen het plangebied. Het plangebied betrof waarschijnlijk enkele woonpercelen met een woonhuis met bijbehorende schuren/bijgebouwen. Langs de doorgaande weg naar Terborg vindt ook en verdere toename van bebouwing plaats. e

Rond begin jaren ’30 van de 20 eeuw ontwikkelde zich van de vooroorlogse woonwijk “De Pas” en is het merendeel van het huidige wegenpatroon ontstaan. Ook na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde de bebouwde kom van Doetinchem zich verder, zo ook ten zuiden van e het spoortracé. In de jaren ’60 van de 20 eeuw wordt in de noordwestelijke helft van het plangebied een fabriekspand gebouwd en is er een ontsluitingsweg aanwezig die het plangebied van zuidwest naar noordoost doorsnijdt. Ook daarna vonden er binnen het plangebied waarschijnlijk diverse bouwwerkzaamheden plaats, waaronder de bouw van het pand aan het Stationsplein 2. De bebouwde kom van Doetinchem ontwikkelde zich steeds verder.

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 10 van 39

3.6

Aardwetenschappelijke gegevens

Het landschap heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het nederzettingspatroon van de mens. Bij onderzoek naar archeologische sporen in een bepaald gebied is het van groot belang te weten hoe het landschap er in het verleden heeft uitgezien. Men kan meer te weten komen over dit landschap door de geologische opbouw, de bodem en de hydrologie van een gebied te bestuderen. De volgende aardwetenschappelijke gegevens zijn bekend van het plangebied: Tabel III.

Aardwetenschappelijke gegevens plangebied

Type gegevens Geologie

5

Gegevensomschrijving Bij een ligging op een rivierduin (op basis van het AHN): rivierduinafzettingen (Laagpakket van Delwijnen) van de Formatie van Boxtel op fluviatiele zanden van de Formatie van Kreftenheye. Tussen rivierduinafzettingen en rivierafzettingen mogelijk overstromingsleem/-klei (1e Laag van Wijchen). Bovenop rivierduin kan ook nog een dunne laag Laat-Holocene klei (Formatie van Echteld) op Vroeg-Holocene overstromingsklei (2e Laag van Wijchen) voorkomen. Indien het plangebied toch binnen het rivierdal van de Oude IJssel ligt (binnen Terras X): als basis een laag van fluviatiele zanden van de Formatie van Kreftenheye voor. Daarbovenop wordt een dunne laag Vroeg-Holocene overstromingsklei (2e Laag van Wijchen) verwacht, gevolgd door nog een laag Laat-Holocene klei (Formatie van Echteld), vooral gesedimenteerd in de Romeinse tijd.

Zandbanenkaart provincie Gelderland6 Geomorfologie

7

Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom.

Geomorfologische kaart gemeente Doetinchem (archeologische waarden- en verwachtingskaart)8

Binnen een laaggelegen terrasrest (Ftv9), maar op basis van het AHN is het waarschijnlijker dat het plangebied op een rivierduin ligt met een dun plaggendek (Fer2p).

Bodemkunde9

Niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom.

10

Geologie De ondergrond van de omgeving van Doetinchem maakt deel uit van een groot preglaciaal bekken. Dit bekken is in eerste instantie gevormd door een voorloper van de Rijn, waarna het subglaciaal verder is geërodeerd door het landijs tijdens de voorlaatste ijstijd, het Saalien (ca. 250.000 - 130.000 jaar geleden). Tevens is toen het stuwwallengebied van Montferland ontstaan, dat zich verder ten zuidwesten van het plangebied bevindt. Het preglaciaal bekken is tijdens het terugtrekken en daarmee het afsmelten van het landijs gedeeltelijk opgevuld met een dunne laag keileem met daarop glaciofluviale afzettingen van de Formatie van Drente. Nadat het landijs zich had teruggetrokken hervatte de Rijn zijn oorspronkelijke loop ten oosten van de stuwwallen van Montferland, richting het glaciale bekken van het huidige IJsseldal. Gedurende de laatste ijstijd, het Weichselien (ca. 120.000 - 10.000 jaar geleden), bereikte het landijs Nederland niet. In die tijd heerste er in Nederland wel een continentaal periglaciaal klimaat. Dit houdt in dat de omstandigheden erg koud en droog waren. Het landschap in Nederland bestond uit een poolwoestijn, waarin vrijwel geen vegetatie aanwezig was. Ook in de eerste helft van het Weichselien bleef de Rijn stromen via het IJsseldal, tot na het eerste koude maximum (Vroeg-Pleniglaciaal, 74.000 tot 60.000 jaar geleden). 5

De Mulder et al., 2003 http://ags.prvgld.nl/GLD.Atlas/(S(giup44vmrhippym5ll0zj1br))/default.aspx?applicatie=Zandbanen / Cohen et al., 2009 Alterra, 2003 8 Van Oosterhout, 2008 9 Stichting voor Bodemkartering, 1966 10 De Mulder et al., 2003 / Berendsen, 2005 / Berendsen, 2008 / Van Oosterhout, 2008 / Cohen et al., 2009 6 7

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 11 van 39

In de tweede helft van het Weichselien (vanaf 60.000 jaar geleden) boog het Rijndal langzaam westwaarts af, om tussen Montferland en de Veluwezoom richting de Betuwe en West-Nederland te gaan stromen. Tussen 40.000 en 25.000 jaar geleden heeft het merendeel van de Rijn door dit gebied gestroomd. Daarna verloor ook dit deel van de Rijn stapsgewijs haar afvoer, omdat de nog zuidelijker geleden verbindingen via het Niersdal en uiteindelijk de Gelderse Poort actief werden. In het Oude IJsseldal is echter tot in ieder geval het einde van het Weichselien een Rijntak actief gebleven. Tijdens de laatste koude periode (het Jonge Dryas, 12.750 tot 11.755 jaar geleden) werd een nieuw, ondiep dal gevormd, welke ook bekend staat als Terras X. Hierbinnen zijn nog veel vlechtende riviergeulen bewaard gebleven, welke op basis van de aanwezige topografie nog in het landschap te herkennen zijn. Vanuit de vaak geheel of gedeeltelijk droogliggende bedding kon in het tweede deel van het Jonge Dryas (een zeer droge fase met sterke eolische activiteit) verstuivingen optreden, waardoor rivierduinen zijn gevormd langs de noordoostzijde van het dal van de Oude IJssel, bovenop het in het Pleniglaciaal reeds gevormde Laagterras. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen.

Nog niet duidelijk is of direct aan het begin van het Holoceen (Preboreaal) de Rijn het gebied van de Oude IJssel definitief verlaten heeft of dat nog tot in het Preboreaal/begin van het Boreaal (zie bijlage 1) een nevengeul actief bleef. Tijdens perioden van hoge Rijnwaterstanden is wel een vrij dikke laag rivierklei afgezet, welke behoort tot de Laag van Wijchen (Formatie van Kreftenheye). Vanaf het Boreaal stroomde er circa 7000 jaar lang bijna geen Rijnwater meer door het dal van de Oude IJssel, welke dus alleen maar zorgde voor lokale afwatering. Pas vanaf de Romeinse tijd werden er weer sedimenten afgezet in het gebied van de Oude IJssel, als gevolg van een toenemende sedimentlast (intensieve houtkap) en overstromingsfrequentie van de Rijn. Deze afzettingen behoren tot de Formatie van Echteld. Zanddieptekaart provincie Gelderland Op de zanddieptekaart is het plangebied niet gekarteerd, vanwege de ligging binnen de bebouwde kom. De meest nabijgelegen terreindelen die wel gekarteerd zijn, betreffen terreindelen waar een dek van eolisch zand aan het maaiveld ligt en dikker is dan 1 meter, in dit geval rivierduinzand. 11

DINO Het Dinoloket is de centrale toegangspoort tot Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond (DINO). Het DINO-systeem is de centrale opslagplaats voor geowetenschappelijke gegevens over de diepe en ondiepe ondergrond van Nederland. Het archief omvat diepe en ondiepe boringen, grondwatergegevens, sonderingen, geo-elektrische metingen, resultaten van geologische, geochemische en geomechanische monsteranalyses, boorgatmetingen en seismische gegevens. De site wordt beheerd door TNO. 12

In het Dinoloket zijn enkele boringen bestudeerd. De ondergrond binnen het onderzoeksgebied varieert sterk, vooral vanwege de overgang tussen het rivierduinengebied ten oosten en het stromingsgebied van de Oude IJssel ten westen. Voor het plangebied wordt verwacht dat de ondergrond tot circa 2 m -mv bestaat uit fijnzandige rivierduinafzettingen (Laagpakket van Delwijnen van de Formatie van Boxtel) met hieronder een dunne laag zandige klei (Laag van Wijchen), gevolgd door grofzandige rivierafzettingen van de Rijn (Formatie van Kreftenheye).

11 12

www.dinoloket.nl DINO boornummers B40F1869 en B40F1892

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 12 van 39

Geomorfologie De Geomorfologische kaart geeft de mate van reliëf en de vormen die in het landschap te onderscheiden zijn weer. Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Doetinchem bevindt, is de geomorfologie niet gekarteerd. Op de geomorfologische kaart die specifiek voor de gemeente Doetinchem is opgesteld (archeologische waarden- en verwachtingskaart), en daarmee een hogere nauwkeurigheid kent dan de Geomorfologische kaart van Nederland, ligt het plangebied binnen een laaggelegen terrasrest (Ftv9, zie figuur 13). Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (zie figuur 14) is echter goed te zien dat het plangebied net een hogere ligging heeft vergeleken met het direct ten zuidwesten (industrieel) gebied. Hierdoor is het waarschijnlijker dat het plangebied op een rivierduin ligt met een dun plaggendek (Fer2p), maar dat de overgang naar het Terras X niet ver of misschien wel direct ten zuidwesten van het plangebied loopt. De ligging op een rivierduin dan wel binnen Terras X geeft een groot verschil in de archeologische verwachtingswaarde van het plangebied (zie § 3.7). 13

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Het Actueel Hoogtebestand Nederland vormt een belangrijke aanvullende informatiebron voor de landschapsanalyse. Dit met behulp van laseraltimetrie verkregen digitale bestand vormt een gedetailleerd beeld van het huidige reliëf in het plangebied. Door de aanwezige bebouwing wordt de topografie van het maaiveld enigszins vertroebeld (zie figuur 14). Zoals reeds aangegeven lijkt het er wel op dat het plangebied toch binnen een zuidoost-noordwest georiënteerde rug/rivierduin ligt, welke ter plaatse van de historische stadskern van Doetinchem hoger en breder wordt. Vrijwel direct ten zuidwesten van het plangebied lijkt het lager gelegen stromingsgebied van de Oude IJssel te beginnen (Terras X). De loop van de huidige Oude IJssel is duidelijk herkenbaar. Bodemkunde Doordat het plangebied zich binnen de bebouwde kom van Doetinchem bevindt, is de bodemopbouw niet gekarteerd. Buiten de bebouwde kom van Doetinchem is het bodemtype binnen de rivierduinen vaak gekarteerd als een vorstvaaggrond, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand (Zb21). De term “vaag” duidt erop dat de mate van bodemvorming beperkt is geweest. Dit is echter misleidend omdat bodemvorming zich gedurende het hele Holoceen heeft kunnen plaatsvinden.

Beter is om te spreken van een bruine bosgrond, waar vooral verbruining het bodemvormende proces is (een grond met een schrale bovengrond met daaronder een inspoelingshorizont van humus met ijzer- en aluminiumoxiden). Indien het plangebied binnen de op de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Doetinchem onderscheiden landschappelijke eenheid Fer2p ligt (zie figuur 13), dan is er binnen het plangebied een dun plaggendek aanwezig of is aanwezig geweest, in de periode voordat de diverse bouwwerkzaamheden plaatsvonden. 14

Grondwatertrap en gegevens uit de Atlas Gelderland Grondwatertrappen zijn een indicatie voor de diepte van de grondwaterstand en de seizoensfluctuatie daarvan. De grondwatertrappenindeling is gebaseerd op de gemiddeld hoogste (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG). Hiermee worden de winter- en zomergrondwaterstanden gekarakteriseerd in een jaar met een gemiddelde neerslag en verdamping. In stedelijk gebied zijn geen grondwatertrappen bepaald. Deze worden als ‘witte vlekken’ op de Bodemkaart van Nederland (1:50.000) weergegeven.

13 14

www.ahn.nl http://ags.prvgld.nl/GLD.Atlas/(S(0it0ap55f04mrr55pm3j3s45))/Default.aspx?applicatie=AtlasGelderland

14116278 DOE.KLA.ARC

Pagina 13 van 39

Tabel IV geeft een overzicht van de klassengrenzen die worden aangehouden bij de indeling van de grondwatertrappen. De trappen worden vastgesteld op een schaal van I tot VII van respectievelijk extreem nat tot extreem droog. Bij sommige grondwatertrappen is een ' of een '' weergegeven: het gaat hier om tussenliggende grondwatertrappen die een drogere variant vertegenwoordigen. Grondwatertrappenindeling15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8103/documents/48396