CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3.1.12 - Bijlage 12 bij ruimtelijke onderbouwing - QS externe veiligheid.pdf

beeldvormende raad 13 juni 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan Stationslocatie Doetinchem1.556 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

memo aan:

Klaassen Vastgoedontwikkeling

van:

SAB

projectnummer:

170151.01

datum:

3 oktober 2023

betreft:

Quick scan externe veiligheid Terborgseweg 74-80 te Doetinchem

Aanleiding Op de locatie Terborgseweg 74-78 in Doetinchem is een ontwikkeling voorzien. Passend bij de ruimtelijke en functionele kenmerken van de omgeving bestaat nu het voornemen om het plangebied te ontwikkelen tot woningbouwlocatie, bestaande uit 84 appartementen, 13 stadswoningen en circa 299 m2 aan commerciële ruimte. De beoogde ontwikkeling in het besluitgebied is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Door toepassing van artikel 2.1 eerste lid onder c, in samenhang met artikel 2.12 eerste lid onder a sub 3, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) wil de gemeente Doetinchem een omgevingsvergunning verlenen voor de beoogde ontwikkeling. Hierbij zal worden aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een 'goede ruimtelijke ordening'. In voorliggende notitie wordt de uitvoerbaarheid van het initiatief beschouwd voor wat betreft het aspect externe veiligheid. Algemeen Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico's voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimum beschermingsniveau (plaatsgebonden risico).

Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het invloedsgebied van een risicobron. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (Bevi) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in respectievelijk het “Besluit externe veiligheid transportroutes” (Bevt), "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb) en het Basisnet. Voor zowel de handelingen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven als het transport van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, namelijk het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). pagina 1 van 6

Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10 -6/jaar contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.

Weergave plaatsgebonden risicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport Het groepsrisico geeft aan waar zich mogelijk een ramp met veel slachtoffers kan voordoen en houdt daarmee rekening met de aard en dichtheid van de bebouwing in de nabijheid van de risicobron. Dit laatste geldt ook voor inrichtingen. Het groepsrisico wordt weergegeven in een grafiek waarin op de verticale as de cumulatieve kans op het aantal doden per jaar en op de horizontale het aantal doden logaritmisch is weergegeven.

pagina 2 van 6

De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij inrichtingen is per inrichting gemeten en per jaar: • 10-5 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers; • 10-7 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; • 10-9 voor een ongeval met ten minste 1.000 dodelijke slachtoffers; • enzovoort (een lijn door deze punten bepaalt de oriëntatiewaarde). De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico bij het vervoer van gevaarlijke stoffen is per transportsegment (geldt ook voor buisleidingen) gemeten per kilometer en per jaar: • 10-4 voor een ongeval met ten minste 10 dodelijke slachtoffers; • 10-6 voor een ongeval met ten minste 100 dodelijke slachtoffers; • 10-8 voor een ongeval met ten minste 1.000 dodelijke slachtoffers; • enzovoort (een lijn door deze punten bepaalt de oriëntatiewaarde). Bij de toetsing wordt gekeken of de kans per inrichting of per kilometer route of tracé op een bepaald aantal slachtoffers groter is dan bovengenoemde oriëntatiewaarden. Deze oriëntatiewaarden gelden in alle situaties. In het Bevi, Bevt en het Bevb is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Deze verantwoordingsplicht houdt in dat iedere wijziging met betrekking tot planologische keuzes moet worden onderbouwd én verantwoord door het bevoegd gezag.

Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. In het Bevi, Bevt en het Bevb zijn bepalingen opgenomen waaraan deze verantwoording dient te voldoen. Conform de Bevt dient bij een significante toename van het groepsrisico of een overschrijding van de oriëntatiewaarde het groepsrisico verantwoord te worden. De verantwoording van het groepsrisico is conform het Bevi van toepassing indien sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. In het Bevb is voor de verantwoordingsplicht een onderscheid gemaakt tussen het 100%-letaliteitsgebied en het 1%letaliteitsgebied. Binnen eerstgenoemd gebied geldt een uitgebreide verantwoordingsplicht, in laatstgenoemd gebied dient alleen bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid beschouwd te worden.

Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico

pagina 3 van 6

Het onderzoeksgebied Het plangebied Terborgseweg 74-80 ligt ten zuidoosten van de binnenstad van Doetinchem en wordt omsloten door de volgende wegen: • De Stationsstraat in het westen en zuiden; • Het Stationsplein in het oosten; • De Terborgseweg in het noorden. Op onderstaande afbeelding is het plangebied aangeduid.

Globale begrenzing van het plangebied. Bron: PDOK Viewer, bewerking SAB Voorgenomen ontwikkeling Het voornemen is om de locatie Terborgseweg 74-80 te herontwikkelen. De bestaande bebouwing is inmiddels gesloopt, waarvoor in de plaats woningbouw is beoogd, in combinatie met een commerciële plint.

pagina 4 van 6

Onderzoek De aanleiding voor deze quick scan is het aantonen van de haalbaarheid van het initiatief ten aanzien van het aspect externe veiligheid. Dit aspect is een van de haalbaarheidsaspecten die onderzocht moeten worden in het kader van het project. Op basis van de planmaximalisatie is er geen sprake van een intensivering van het gebruik, waardoor het groepsrisico toeneemt. In de quick scan is onderzocht of het plan ten aanzien van het aspect externe veiligheid haalbaar is. Om de haalbaarheid van het plan aan te kunnen tonen is onderzoek verricht naar de aanwezigheid van stationaire en mobiele bronnen in de omgeving van het plangebied. De navolgende afbeelding bevat een fragment van de risicokaart Nederland. De globale ligging van het plangebied is aangeduid met een paars kader.

Uitsnede uit risicokaart externe veiligheid met aanduiding plangebied (in paars)

pagina 5 van 6

Stationaire bronnen Voor het in beeld brengen van de stationaire bronnen in de omgeving van het besluitgebied is de risicokaart geraadpleegd. Ten westen van het besluitgebied zijn twee inrichtingen gelegen. De dichtstbijzijnde inrichting betreft een gasdrukregel- en meetstations aan de N381. Voor het bedrijf is een 10-6 contour van 15 meter aanwezig. De inrichting is gelegen op een afstand van circa 300 meter. De afstand tot het besluitgebied is daarmee voldoende groot. Het besluitgebied ligt niet binnen het invloedsgebied van de inrichting. Nadere toetsing aan het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk. Daarnaast ligt verder ten westen van het besluitgebied het LPG-tankstation Th. Wenting aan de Wijnbergseweg 39. De risicoafstand (PR 10-6) bedraagt 35 meter. Het invloedsgebied van een LPG-tankstation bedraagt 150 m. De inrichting is gelegen op een afstand van circa 500 meter. De afstand tot het besluitgebied is daarmee voldoende groot. Een nadere onderbouwing kan daarom achterwege blijven. Tot slot ligt ten zuidwesten van het besluitgebied het LPG-tankstation Fokko Meijer aan de Havenstraat 52. De risicoafstand (PR 10-6) bedraagt 35 meter. Het invloedsgebied van een LPGtankstation bedraagt 150 m. De inrichting is gelegen op een afstand van circa 900 meter. De afstand tot het besluitgebied is daarmee voldoende groot.

Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van de inrichting. Een nadere onderbouwing kan daarom achterwege blijven. Mobiele bronnen In de omgeving van het besluitgebied kunnen verschillende mobiele bronnen voor vervoer van gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Hierbij gaat het om hogedrukaardgasleidingen en vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. Transport over (spoor)wegen en water Er zijn geen (spoor)wegen en/of vaarroutes waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd in de omgeving van het besluitgebied aanwezig zijn. Buisleidingen Ten westen, op ongeveer 300 m van het besluitgebied, liggen twee aardgasleidingen. Deze leidingen kennen geen PR 10-6 contour. Omdat het besluitgebied buiten het invloedsgebied van de buisleidingen is gelegen (60 meter) kan een nadere onderbouwing achterwege blijven. Conclusie Het groepsrisico hoeft niet verder te worden verantwoord, omdat het besluitgebied buiten het invloedsgebied van de aangegeven risicobronnen ligt. De planontwikkeling heeft daardoor geen effect op het groepsrisico. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorgenomen project.

pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7967/documents/47145