CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.3.08 Toelichting Bijlage 08 - Verkennend (water)bodemonderzoek.pdf

gemeenteraad 6 juli 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 10.2: Provinciaal inpassingsplan N31525.922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Rapport:

VERKENNEND (WATER) BODEMONDERZOEK Tracé N315 Doetinchem-Ruurlo

Opdrachtgever:

Provincie Gelderland Postbus 9090 6800 GX Arnhem

Rapportnummer:

2000356

Rapportdatum: Status:

20 maart 2020 Definitief

Auteur:

N. Zwetsloot

Kwaliteitscontrole:

Ing. C.N.W. van Eck

Lankelma Geotechniek Zuid BV – afdeling milieu Putstraat 9A Middelbeers KvK. nr.: 17131641

Versie: 1

Tel. 0499-782642 Website: www.lankelma-zuid.nl E-mail: info@lankelma-zuid.nl

IBAN: NL98ABNA0590577670 BIC ABNANL2A BTW: NL 8105.11.654.B.01

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

Inhoudsopgave 1

Inleiding ...........................................................................................................................................1 1.1 Opdrachtvorming ......................................................................................................................1 1.2 Doelstelling ...............................................................................................................................1 1.3 Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage .............................................................................2 2 Vooronderzoek ................................................................................................................................3 2.1 Locatiegegevens ......................................................................................................................3 2.2 Historische informatie ...............................................................................................................3 2.3 Regionale bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................5 2.4 Resumé ....................................................................................................................................5 3 Hypothese en Onderzoeksstrategie ..............................................................................................6 3.1 Hypothese

................................................................................................................................6 3.2 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................6 4 Veldwerkzaamheden .......................................................................................................................8 4.1 Grond ........................................................................................................................................8 4.2 Grondwater ...............................................................................................................................9 4.3 Waterbodem .............................................................................................................................9 4.4 Asbest .................................................................................................................................... 11 4.4.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden .................................................. 11 4.4.2 Visuele inspectie grove fractie ....................................................................................... 12 4.5 Afwijkingen BRL SIKB 2000 protocollen 2001, 2003 en 2018 ..............................................

12 5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek ....................................................................... 13 5.1 Samenstelling en analyseparameters ................................................................................... 13 5.2 Toetsingscriteria .................................................................................................................... 13 5.2.1 Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb)............................................ 13 5.2.2 Generiek referentiekader kader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) ...................................... 13 5.2.3 Beleids- en toetsingskader waterbodem ....................................................................... 14 5.2.4 Bepaling veiligheidsklasse (CROW 400)....................................................................... 15 5.3 Geactualiseerd Tijdelijk handelingskader PFAS ................................................................... 16 5.4 Grond en baggerspecie toepassen op landbodem boven grondwaterniveau ...................... 16 5.5 Grond en baggerspecie grootschalig toepassen op de landbodem boven grondwaterniveau 16 5.6 Toetsingen .............................................................................................................................

17 5.6.1 Grond ............................................................................................................................. 17 5.6.2 Grondwater .................................................................................................................... 30 5.6.3 Waterbodem .................................................................................................................. 31 5.6.4 Asbest ............................................................................................................................ 34 5.7 Toetsing PFAS ...................................................................................................................... 35 6 Conclusie en aanbeveling ........................................................................................................... 36 6.1 Conclusie ............................................................................................................................... 36 6.2 Resumé en aanbeveling ........................................................................................................ 37

Bijlagen Bijlage 1: Situatietekening met boorlocaties Bijlage 2: Boorlocaties Bijlage 3: Profielbeschrijvingen Bijlage 4: Analysecertificaten grond Bijlage 5: Toetsingstabellen Wbb Bijlage 6: Toetsingstabellen Bbk Bijlage 7: Toetsingstabellen PFAS Bijlage 8: Toetsingstabellen waterbodem Bijlage 9: Historisch onderzoek

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

1 Inleiding 1.1

Opdrachtvorming

In opdracht van de Provincie Gelderland heeft Lankelma Geotechniek Zuid B.V. een verkennend (water) bodemonderzoek uitgevoerd van het tracé N315 gelegen tussen Doetinchem en Ruurlo. De aanleiding voor het laten uitvoeren van een (water) bodemonderzoek zijn de voorgenomen reconstructiewerkzaamheden ter plaatse van de onderzoekslocatie. Als gevolg hiervan dient de milieuhygiënische kwaliteit van de grond vastgelegd te worden. Daarnaast dient door middel van onderhavig onderzoek beoordeeld te worden of aanvullende procedures noodzakelijk zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb). Opgemerkt wordt dat bij een bodemonderzoek sprake is van een steekproefsgewijze bemonstering die erop is gericht om te kunnen beoordelen of (mogelijke) bodemverontreinigingen aanwezig zijn, evenals het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. De mogelijkheid blijft daarom bestaan dat puntverontreinigingen, welke niet voortkomen uit het historisch onderzoek, niet door het onderzoek worden aangetoond. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de Nederlandse normen NEN5740, NEN5720, NEN5707/C2. Het veldwerk is onder certificaat uitgevoerd op grond van beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000. Tevens is de richtlijn van de CROW-publicatie 400 “Werken in en met verontreinigde grond” gevolgd.

Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. De werkzaamheden uitgevoerd conform de NEN 5897 (wanneer sprake is meer dan 50% bodemvreemde bijmengingen), zijn niet onder procescertificaat uitgevoerd. Dit als gevolg van het feit dat deze werkzaamheden in geen protocol zijn opgenomen. Lankelma Geotechniek Zuid B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Verder is zij gecertificeerd in het kader van ISO-9001 en de BRL-SIKB 2000 “veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en de daarbij behorende protocollen. Hierbij gelden de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk, vigerende versies van deze documenten. 1.2

Doelstelling

De doelstelling van het onderzoek wordt onderstaand puntsgewijs benoemd:  historisch onderzoek naar bodembedreigende activiteiten/situaties binnen de locatie middels welke een inschatting wordt gemaakt of en waar op de locatie bodemverontreiniging te verwachten is;  bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem tot een diepte van maximaal 3,5 m-mv;  bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem;  bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de nieuwe (achterblijvende) waterbodem na de uitvoering van de werkzaamheden;  de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater wordt enkel onderzocht daar waar werkzaamheden onder grondwaterniveau gepland zijn (ter plaatse van de watergang Veengoot);  op basis van de resultaten vaststellen of in het kader van de Wbb sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging;  vaststellen of funderingsmateriaal aanwezig is en zo ja, welk materiaal het betreft;  bepalen of het funderingsmateriaal wel dan niet verdacht is voor asbest;  bepalen of de grond wel dan niet verdacht is voor asbest;  vaststellen van de gehalten aan PFAS in de grond;  i.v.m. de uitvoering van de werkzaamheden worden, in het kader van de Arbeidsomstandighedenwet, de veiligheidsklassen bepaald. 1

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

1.3

Gevolgde richtlijnen en opbouw rapportage

De werkzaamheden zijn door Lankelma Geotechniek Zuid b.v. onder certificaat uitgevoerd, te weten conform BRL-SIKB 2000 en de daaraan gekoppelde protocollen:  2001: “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”;  2003: “Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek”;  2018: “Het nemen van asbestmonsters in de bodem”. In de BRL SIKB 2000 wordt verwezen naar de Nederlandse normen voor bodemonderzoek die eveneens bepalend zijn voor de uitvoering van het bodemonderzoek. De belangrijkste en meest bepalende normeringen zijn de NEN5725: 2017 “Bodem-landbodem-strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek”, de NEN5717:2017 “Bodem – Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek”, de NEN5720: 2017 “Bodem - Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend onderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van waterbodem en baggerspecie“, de NEN5740/A1: 2016 “Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek” en de NEN5897: 2015 “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat. Verder is bij het bepalen van de veiligheidsklassen gewerkt conform de CROW-publicatie 400 “Werken in en met verontreinigde grond”.

Voorliggend rapport presenteert de resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2), de onderzoekshypothese en –strategie (hoofdstuk 3) en de resultaten van het veldwerk (hoofdstuk 4) en analytisch onderzoek (hoofdstuk 5).en de aan het onderzoek te verbinden interpretatie van de onderzoeksresultaten incl. conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6).

2

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

2 Vooronderzoek Conform de onderzoeksprotocollen NEN5717 en NEN5725 is ten behoeve van de bepaling van de onderzoeksstrategie op onderhavige locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit vooronderzoek zijn opgenomen in voorliggend hoofdstuk. De in paragraaf 2.1 t/m 2.3 opgenomen informatie is afkomstig van/uit:  terreininspectie;  Geoatlas van de Provincie Gelderland;  informatie opdrachtgever;  TNO (Regis);  Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME);  stortplaatsen kaart van de provincie Gelderland;  website www.topotijdreis.nl;  website www.bodemloket.nl. Vermeld dient te worden dat de verantwoordelijkheid voor de resultaten van onderhavig onderzoek worden beperkt tot de aan deze resultaten ten grondslag liggende en op het moment van onderzoek ter beschikking staande gegevens alsmede de bij de terreininspectie geconstateerde situatie. Aanleiding en aspecten van het vooronderzoek De aanleiding voor het opstellen van onderhavig vooronderzoek sluit aan bij vooronderzoek A ‘opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek’, uit de NEN5725 en de NEN5717:2017 “Bodem – Waterbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek”. 2.1

Locatiegegevens

Algemeen De onderzochte locatie is gelegen aan het tracé N315, globaal gezien tussen hmp. 6,6 en 22,8, traject Doetinchem-Ruurlo. In bijlage 1 is voornoemde situatie van de onderzoekslocatie weergegeven. Terreininspectie Door een gecertificeerd medewerker van Lankelma Geotechniek Zuid B.V. is een terreininspectie uitgevoerd voorafgaande aan de veldwerkzaamheden. Er zijn tijdens de terreininspectie geen bijzonderheden (zoals verdachte plekken, artefacten of bodembeschermende voorzieningen, puin en/of asbest op het maaiveld, asbest beschoeiingen, verzakkingen, verhogingen, verkleuringen, brandplaatsen) geconstateerd, welke een aanwijzing zouden kunnen zijn voor een mogelijke bodemverontreiniging. 2.2

Historische informatie

Gebruik locatie: heden en verleden Uit het historisch kaartmateriaal blijkt dat er eind 19e eeuw sprake was van een gebied met een agrarische bestemming en/ of bos – heide gebied. Deze bestemming is tot op heden niet significant gewijzigd. Het tracé van de N315 is zichtbaar vanaf circa 1936. Historisch onderzoek In het kader van de voorgenomen reconstructie is door ons bureau afgelopen jaar een historisch onderzoek uitgevoerd (rap.nr. 1901950 d.d. 26 september 2019). De betreffende rapportage is bijgenomen in bijlage 9. Voor wat betreft gedetailleerde historische informatie wordt verwezen naar de betreffende rapportage.

3

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

Waterbodem De watergangen zijn gelegen aan de N315 tussen Doetinchem en Ruurlo aan beide zijden van het tracé. Binnen het projectgebied is de begrenzing tussen bodem en waterbodem aanwezig. In bijlage 2 is de ligging van de watergangen weergegeven. In navolgende tabel zijn de historische gegevens van de aanwezige watergang weergegeven. tabel 2.1 Historische gegevens watergang Adres

N315

Plaats

Ruurlo, gemeente Berkelland

Afbakening: lengte en breedte (m)

Watergang SL01: 11 m lang, 2 m breed Watergang SL02: 66 m lang, 3,5 m breed Watergang SL03: 20 m lang, 3,5 m breed Watergang SL04: 22 m lang, 3 m breed Watergang SL05: 31 m lang, 3 m breed Watergang SL06: 38 m lang, 2,5 m breed Watergang SL07: 7 m lang, 4 m breed Watergang SL08: 37 m lang, 5 m breed Watergang SL09: 7 m lang, 4 m breed Watergang SL10: 295 m lang, 4 m breed Watergang SL11: 64 m lang, 2,5 m breed Watergang SL12: 306 m lang, 4 m breed Watergang SL13: 130 m lang, 3 m breed Watergang SL14: 303 m lang, 3 m breed Watergang SL15: 233 m lang, 3 m breed Watergang SL16: 300 m lang, 2,5 m breed Watergang SL17: 297 m lang, 2,5 m breed Watergang SL18: 392 m lang, 2,5 m breed

Afbakening: verticaal

Watergang SL01 t/m 18: 0,5 meter minus onderzijde sliblaag c.q. waterspiegel

Type watergang

Sloot

Bestemming omgeving

Landelijk

Ontstaan watergang

Antropogeen

Voormalige waterhuishoudkundige functie

Afvoer overtollig water

Huidige functie

Afvoer overtollig water

Toekomstige functie

Watergang wordt (deels) gedempt

Stromingsrichting oppervlaktewater

Niet eenduidig

Te baggeren profiel

Niet van toepassing

Eerdere baggerwerkzaamheden

Onbekend

Puntbronnen

Onbekend

Diffuse bronnen

Wegverkeer en bebouwing

Kwaliteit aangevoerd water

Geen bijzonderheden

Sedimentatie en erosie

Nee

(Water)bodemonderzoeken

Geen voorgaande onderzoeken bekend

Voormalige stortlocatie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is voor zover bekend geen sprake van een (voormalige) stortlocatie. Explosieven De Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) geeft voor Nederland een landelijk overzicht op een kleine schaal van de (verwachte) ligging van resten van ondergronds en bovengronds militair erfgoed. De onderzoekslocatie is gesitueerd in de zone ‘Overige gebieden’. Binnen deze zone kunnen resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen.

4

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

2.3

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

De op basis van de geraadpleegde bronnen verwachte ondiepe geologie op de locatie is weergegeven in tabel 2.2. Hierbij dient te worden opgemerkt dat het de geologische bodemopbouw betreft die door TNO is geïnterpoleerd op basis van onderzoek in de omgeving. De werkelijke laagopbouw en –samenstelling kunnen hiervan afwijken. tabel 2.2 Geohydrologische bodemopbouw* Diepte Formatienaam [m-mv]

*

Lithologie

0 – 6,1

Formatie van Boxtel

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind

6,1 – 20,0

Formatie van Kreftenheye

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en grof zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei en veen

20,0 – 36,0

Formatie van Drenthe

Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei Bron: Landelijk Regis II model V2.2 – 2017, NITG-TNO, de werkelijke diepte en formatienaam kan afwijken (met name nabij geologische breukzones)

Het grondwater in het ondiepe (freatische) grondwater stroomt regionaal gezien in overwegend (noord)westelijke richting. De locatie ligt niet in het intrekgebied van een grondwaterwinning c.q. een grondwaterbeschermingsgebied. 2.4

Resumé

Uit het vooronderzoek is geen informatie naar voren gekomen waaruit zou kunnen blijken dat op of in de directe nabijheid van de locatie (<25 meter) sprake is, of is geweest van bedrijfsmatige activiteiten welke een bedreiging voor de bodemkwaliteit zouden kunnen vormen. Op basis van het archief onderzoek kan worden gesteld dat ter plaatse van wegbermen verhoogde gehalten aan met name PAK in de grond verwacht kunnen worden. Deze kunnen variëren van licht tot sterk verhoogd en worden veelal gerelateerd aan atmosferische depositie c.q. antropogene invloeden.

5

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

3 Hypothese en Onderzoeksstrategie 3.1

Hypothese

Grond Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de locatie ten aanzien van de grond, behoudens de aanliggende landerijen, als ‘verdacht’ gekwalificeerd. Waterbodem Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de watergang als zijnde ‘onverdacht’ gekwalificeerd ten aanzien van een waterbodemverontreiniging. Asbest Specifiek met betrekking tot de parameter asbest worden de deellocaties, waar een funderingslaag c.q. puinhoudende grond wordt aangetroffen, als ‘verdacht’ gekwalificeerd. 3.2

Onderzoeksstrategie

Grond In het kader van onderhavig onderzoek is een representatief aantal boringen geplaatst (maatwerk). Deze strategie voldoet ruimschoots aan de ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-NL)’ voor wat betreft de te onderzoeken (veelal kleinere) onderzoeksvlakken langs de weg tezamen en de ‘Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)’ ter plaatse van de landerijen. Voor wat betreft de te onderzoeken tracés wordt ruimschoots voldaan aan de ‘Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE-L), zoals beschreven in de NEN 5740/A1. De diepte van de boringen is afgestemd op de voorgenomen werkzaamheden. Ter plaatse van de watergang Veengoot zijn werkzaamheden gepland beneden het grondwaterniveau. Hier worden de boringen doorgezet tot een diepte van 3,5 m-mv en wordt ook de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater bepaald. Daar de graafwerkzaamheden ter plaatse van het overige deel van de onderzoekslocatie niet onder het grondwaterniveau zullen plaatsvinden, wordt onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater hier niet relevant geacht.

Asbest Daar waar puinhoudende grond is aangetroffen, is bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie de boor-, bemonsterings- en analysestrategie gehanteerd, zoals beschreven in de NEN5707 ‘Diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging’ (tabel 7). Indien sprake is van een halfverharding, is uitgegaan van de strategie halfverhardingslagen, zoals beschreven in de NEN5897. Waterbodem Bij het vaststellen van de onderzoeksstrategie is de boor-, bemonsterings- en analysestrategie gehanteerd zoals beschreven in de NEN5720 ‘Onderzoeksstrategie voor waterbodemonderzoek overig water lintvormig normale onderzoeksinspanning (OLN)’. PFAS Op verzoek van de opdrachtgever zijn verspreidt over het tracé vier PFAS mengmonsters samengesteld en geanalyseerd op PFAS.

6

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden. In tabel 3.2 is een overzicht opgenomen van de uit te voeren veld- en laboratoriumwerkzaamheden betreffende het asbest onderzoek. tabel 3.1 Veld- en laboratoriumwerkzaamheden bodemonderzoek Oppervlak (m2) Veldwerk water 1 m-mv 1,5 m-mv 2,0 m-mv bodem 0,5m sliblaag nvt 190 88 x 146 x 127 x

1

2

3

3,5 m-mv

14 x, waarvan 2 peilbuizen

Analyses Grond / Waterbodem

235 x NEN57401, # 4 x PFAS 19 x NEN57203 16 x koper en/of nikkel incl lu/os

Grondwater

2 x NEN57402 grondwater

Standaard NEN5740 pakket voor grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), organische parameters (PAK (som 10), minerale olie, PCB (som 7)), lutum en organische stof. Standaard NEN 5740 pakket voor grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink), benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen, minerale olie, vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, Som1,2-dichlooretheen, 1,1-dichlooretheaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, Somdichloorpropaan, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen, bromoform. # Opgemerkt wordt dat dit meer is dan voorgeschreven volgens de vingerende normen. Aanleiding hiervan kan bijvoorbeeld zijn het aantreffen van verschillende grondslagen, het dieper doorzetten van de boringen en/ of het aantreffen van bodemvreemde bijmengen uit de uitkomende grond.

tabel 3.2 Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden asbestbodemonderzoek Oppervlak (m2) Veldwerk Analyses 0,5 m-mv* 2 m-mv grond- en/of puinmengmonsters 2x < 10 m2 2 asbestgaten 1 x NEN5898 (grond) 2 asbestgaten 1 x NEN5898 (puin)

plaatmateriaal -

7

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

4 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder procescertificaat van de BRL SIKB 2000, conform de protocollen 2001, 2003 en 2018 van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer. Evenals de daaraan gekoppelde Nederlandse Eenheidsnormen (NEN). 4.1

Grond

De veldwerkzaamheden zijn door de KWALIBO erkende personen dhr. W. Vogels, dhr. J. Gahrmann en dhr. T. van der Staak uitgevoerd in week 8 en 9 van 2020 (uitvoering boringen, plaatsing peilbuizen en bemonstering grond). Op instructie en onder controle van voornoemde erkende personen zijn (veld)werkzaamheden uitgevoerd door de veldwerker in opleiding dhr. S. Dielemans. De veldmedewerkers verklaren de (veld)werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. In tabel 4.1 zijn de uitgevoerde werkzaamheden opgenomen. tabel 4.1 Uitgevoerde werkzaamheden Boringen

Diepte [m-mv]

Filterdiepte [m-mv]

B052 t/m B060, B125 t/m B138, B153 t/m B163, B164*, B165 t/m 1,0 B173, B267 t/m B278, B299 t/m B305, B310 t/m B316, B313*, B330, B331*, B332, B333*, B334#, B350 t/m B352, B354*, B355, B358, B359*, B360, B361*, B362, B363* en B364 t/m B366. B023 t/m B036, B041 t/m B043, B179 t/m B200, B210 t/m B231, 1,5 B243 t/m 266, B283 t/m B298, B306 t/m B309, B317 t/m B329, B319*, B320*, B321*, B342 t/m B349, B345*, B353, B356, B357, B367 en B374. B015 t/m B022, B037 t/m B040, B044 t/m B051, B061 t/m B124, 2,0 B139 t/m B152, B174 t/m B178, B201 t/m B209, B232 t/m B242 en B279 t/m B282. B003 t/m B014 3,5 B001 3,5 B002 3,5 *gestaakt # Boringen B335 t/m B341 ter hoogte van hmp. 7.0 zijn op verzoek van de opdrachtgever vervallen.

-

-

-

2,5 – 3,5 2,5 – 3,5

De bodem op de locatie bestaat tot de verkende diepte van 3,5 m-mv voornamelijk uit matig fijn en matig siltig zand. Met name de bovengrond is matig humushoudend. Plaatselijk is de bodem zwak kiezel of grind houdend. De situering van de onderzoekslocatie en de geplaatste boringen is opgenomen in bijlage 1 en 2. Voor de complete boorbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. In de uitkomende grond zijn lokaal waarnemingen gedaan die duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de bodem. In tabel 4.2 volgt per monsternametraject een opsomming van de waargenomen bijzonderheden. Op basis van de van de aangetroffen bodemvreemde materialen is lokaal doorgeschakeld naar asbest in grond/ puinonderzoek. tabel 4.2 Waargenomen bijzonderheden Boring Diepte boring (m -mv) B052 1,00 B052-A 1,00 B053 1,00 B054 1,00 B059 1,00 B164 0,51 B313 0,51 B315 1,00 B319 0,21 B320 0,21 B321 0,21 B331 0,51 B333 0,51 B345 1,01 B354 0,51 B359 0,51 B361 0,31 B363 0,51

Traject (m -mv) 0,00 - 0,15 0,00 - 0,15 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30 0,00 - 0,50 0,50 - 0,51 0,50 - 0,51 0,00 - 0,50 0,20 - 0,21 0,20 - 0,21 0,20 - 0,21 0,50 - 0,51 0,50 - 0,51 1,00 - 1,01 0,50 - 0,51 0,50 - 0,51 0,30 - 0,31 0,50 - 0,51

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Puin Puin Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

matig puinhoudend, volledig baksteen matig puinhoudend, volledig baksteen zwak baksteenhoudend, sporen puin zwak baksteenhoudend, sporen puin resten glas gestaakt gestaakt sporen baksteen gestaakt gestaakt gestaakt gestaakt gestaakt gestaakt gestaakt gestaakt gestaakt gestaakt

8

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

4.2

Grondwater

De peilbuizen zijn, na voldoende doorspoeling, door dhr. T. van der Staak en dhr. W. Vogels bemonsterd. De toestroming tot de peilbuizen was goed. Er was geen drijflaag aanwezig en tevens zijn geen verdere afwijkingen geconstateerd. In de navolgende tabel zijn de gegevens hiervan weergegeven. tabel 4.3 Peilbuisgegevens Watermonster

Filterdiepte Grondwater-stand pH EC Troebelheid (m -mv) (m -mv) (-) (µS/cm) (NTU) B001 2,50 - 3,50 1,30 6,8 562 152 B002 2,50 - 3,50 1,30 6,8 268 85,7 *De troebelheid van het grondwater uit de peilbuis kan hoog worden genoemd. De in de NEN5744 gehanteerde waarde voor troebelheid van 10 NTU kan indicatief worden genoemd. Deze is gebaseerd op standaard factoren die zich in de natuur voordoen. Hogere troebelheden duiden op het feit dat onnatuurlijk hoge krachten op de bodemdeeltjes rond (de omstorting van) het peilfilter zijn of worden uitgeoefend. Aangezien de peilbuis recentelijk is geplaatst en het feit dat de bodemopbouw uit zeer fijn zand bestaat (lees: zeer fijne fracties) is het gemeten verhoogde NTU gehalte niet vreemd te noemen. In onderhavig geval gaan wij er vanuit dat de troebelheid wordt veroorzaakt door de in suspensie zijnde vaste (grond)deeltjes.

4.3

Waterbodem

De veldwerkzaamheden zijn door de KWALIBO erkende personen dhr. W. Vogels en dhr. T. van der Staak uitgevoerd in week 8 en 9 van 2020 (uitvoering boringen en bemonstering slib). Op instructie en onder controle van voornoemde erkend personen zijn (veld)werkzaamheden uitgevoerd door de veldwerker in opleiding dhr. S. Dielemans. De veldmedewerkers verklaren de (veld)werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. Samengevat zijn ten behoeve van het onderzoek de onderstaande werkzaamheden verricht. tabel 4.4 Uitgevoerde werkzaamheden Deellocatie/ watergang Boring m.b.v. zuigerboor SL01

SL02

SL03

SL04

SL05

SL001 SL002 SL003 SL004 SL005 SL006 SL007 SL008 SL009 SL010 SL011 SL012 SL013 SL014 SL015 SL016 SL017 SL018 SL019 SL020 SL021 SL022 SL023 SL024 SL025 SL026 SL027 SL028 SL029 SL030 SL031 SL032 SL033 SL034 SL035 SL036 SL037 SL038 SL039 SL040 SL041 SL042 SL043 SL044 SL045 SL046 SL047 SL048 SL049

Dikte waterkolom (m) / dikte sliblaag (m)]

Vaste bodem (m)

0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag

0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5

9

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

SL06

SL07

SL08

SL09

SL10

SL11

SL12

SL13

SL14

SL15

SL050

0,00 / geen sliblaag

0,5

SL051 SL052 SL053 SL054 SL055 SL056 SL057 SL058 SL059 SL060 SL061 SL062 SL063 SL064 SL065 SL066 SL067 SL068 SL069 SL070 SL071 SL072 SL073 SL074 SL075 SL076 SL077 SL078 SL079 SL080 SL081 SL082 SL083 SL084 SL085 SL086 SL087 SL088 SL089 SL090 SL091 SL092 SL093 SL094 SL095 SL096 SL097 SL098 SL099 SL100 SL101 SL102 SL103 SL104 SL105 SL106 SL107 SL108 SL109 SL110 SL111 SL112 SL113 SL114 SL115 SL116 SL117 SL118 SL119 SL120 SL121 SL122 SL123 SL124 SL125 SL126 SL127 SL128 SL129 SL130 SL131 SL132 SL133 SL134 SL135 SL136 SL137 SL138 SL139 SL140 SL141 SL142 SL143

0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,20 / geen sliblaag 0,20 / geen sliblaag 0,20 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen

sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag

0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5

10

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

SL144 SL145 SL146 SL147 SL148 SL149 SL150 SL151 SL152 SL153 SL154 SL155 SL156 SL157 SL158 SL159 SL160 SL161 SL162 SL163 SL164 SL165 SL166 SL167 SL168 SL169 SL170 SL171 SL172 SL173 SL174 SL175 SL176 SL177 SL178 SL179 SL180

SL16

SL17

SL18

0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,20 / geen sliblaag 0,20 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag 0,00 / geen sliblaag

0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5

De waterbodem in de watergangen 1 t/m 18 bestaat uit matig fijn en matig siltig zand. Lokaal is de waterbodem zwak humeus. Er is geen slib aangetroffen. In de uitkomende waterbodem zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Er is geen olie-water reactie geconstateerd die kan duiden op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigende stoffen in de waterbodem. De situering van de onderzoekslocatie en de geplaatste boringen is opgenomen in bijlage 2. Voor de complete boorbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 3. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is geen aanvullende informatie naar voren gekomen welke tot een aanpassing van de boorstrategie heeft geleid. 4.4

Asbest

Veiligheid De arbeidshygiënische maatregelen tijdens het uitvoeren van het onderzoek moeten voldoen aan de voorschriften uit het Arbeidsomstandighedenbesluit (hoofdstuk 4: afdeling 1 en 2). De maatregelen zijn uitgewerkt in de CROW-publicatie 400 “Werken in en met verontreinigde grond”. Voorafgaand aan het onderzoek is een beoordeling uitgevoerd van mogelijke blootstellingsrisico’s aan schadelijke stoffen. Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is vastgesteld dat het bodemvochtgehalte meer dan 10% betrof. Tijdens de beoordeling van de locatie zijn geen blootstellingsrisico’s gedefinieerd. Derhalve zijn naast de standaard persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM: veiligheidsschoenen en handschoenen) geen aanvullende maatregelen getroffen c.q. PBM’s gebruikt. 4.4.1 Visuele inspectie maaiveld en weersomstandigheden De veldwerkzaamheden met betrekking tot het asbestbodemonderzoek zijn door de KWALIBO erkende personen dhr. J. Gahrmann en dhr. T. van der Staak uitgevoerd op 17 februari 2020. De veldmedewerkers verklaren de (veld)werkzaamheden onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd, conform de eisen van de BRL-SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. Bij de uitgevoerde inspectie van het maaiveld zijn geen bodemvreemde materialen, kleuren e.d. aangetroffen, welke een aanwijzing zou kunnen zijn voor een mogelijke bodemverontreiniging. 11

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

De inspectie efficiëntie bedraagt meer dan 25% (lees: de gehele locatie is braakliggend), op basis van de uitgevoerde visuele inspectie van het maaiveld. De weersomstandigheden kunnen als volgt worden omschreven:  regenval minder dan 10 mm;  geen hagel en/of sneeuwval;  tussen zonsop- en -ondergang;  geen mist (zicht > 50 meter). 4.4.2 Visuele inspectie grove fractie Op basis van de aangetroffen afwijkingen, in de vorm van bodemvreemde materialen, zijn 4 inspectiegaten gegraven. Voor de uiteindelijke situering van inspectiegaten, verwijzen wij naar bijlage 2 van dit schrijven. In bijlage 3 zijn de profielen van de asbestgaten weergegeven. De uitkomende bodemmaterialen zijn naast het inspectiegat uitgespreid en visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudende materialen. Hierbij zijn geen asbestverdachte materialen >20 mm aangetroffen. Vervolgens is de grond gezeefd met een grove zeef (maaswijdte 20 mm). Hierbij zijn geen asbesthoudende materialen aangetroffen. Wel zijn asbestverdachte materialen aangetroffen in de vorm van bodemvreemde bijmengingen zijnde (sporen) puin. Van de fijne fractie is vervolgens een grondmengmonster en een puinmengmonster geselecteerd voor analyses op asbest. In tabel 4.4 volgt per monsternametraject een opsomming van de waargenomen afwijkingen.

tabel 4.4 Waargenomen bijzonderheden Boring Diepte boring (m -mv) ABG052 0,15 ABG052A 0,15 ABG053 0,30 ABG054 0,30

Traject (m -mv) 0,00 - 0,15 0,00 - 0,15 0,00 - 0,30 0,00 - 0,30

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand

matig puinhoudend, volledig baksteen matig puinhoudend, volledig baksteen zwak baksteenhoudend, sporen puin zwak baksteenhoudend, sporen puin

In tabel 4.5 is een overzicht weergegeven van de monsterselectie en het gegraven traject. Voor het analyserapport verwijzen wij naar bijlage 4. tabel 4.5 Monsterselectie Analysemonster ASBMM01 ASBMM02

4.5

Traject (m -mv) 0,00 - 0,15 0,00 - 0,30

Deelmonsters

Analysepakket

(ABG052/ABG052A) (ABG053/ABG054)

Puin: 25-27.5 kg Grond Kwantitatief (10-12.5 kg)

Afwijkingen BRL SIKB 2000 protocollen 2001, 2003 en 2018

Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn geen kritieke afwijkingen opgetreden in het kader van de BRL SIKB 2000 protocol 2001, 2003 en 2018.

12

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

5 Analyses en resultaten laboratoriumonderzoek 5.1

Samenstelling en analyseparameters

De grondmengmonsters zijn in het laboratorium van SYNLAB Analytics & Services B.V. in Rotterdam (door de RvA erkend) chemisch geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000. Het aantal samengestelde en/of analytisch onderzochte grondmengmonsters is in overeenstemming met de onderzoeksstrategie zoals opgenomen in hoofdstuk 3. De analysecertificaten zijn weergegeven in bijlage 4. De resultaten zijn getoetst aan de achtergrondwaarden en interventiewaarden en weergegeven in bijlage 5. In bijlage 6 is de indicatieve toetsing weergegeven conform het Besluit bodemkwaliteit. De toetsingstabellen waterbodem zijn opgenomen in bijlage 8. 5.2

Toetsingscriteria

Teneinde de mate van verontreiniging van de bodem te kunnen beoordelen, zijn de chemische analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters getoetst aan de richtlijnen die zijn vastgesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (de zogenaamde generieke referentiewaarden). 5.2.1 Generiek referentiekader Wet bodembescherming (Wbb) De gehalten en concentraties van de milieuschadelijke stoffen in respectievelijk de grond- dan wel grondwatermonsters worden gerelateerd aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering (Per 1 juli 2013), die een onderdeel vormt van de Wet bodembescherming (Wbb). Bij de referentiewaarden wordt onderscheid gemaakt in zogenaamde generieke ofwel landelijke achtergrondwaarden (in geval van grond), streefwaarden (in geval van grondwater) en de interventiewaarden (zowel grond als grondwater): achtergrondwaarde (grond) of S-waarde (grondwater) ½ (AW of SW+I) waarde of bodemindex

=

waarde voor een schone, multifunctionele bodem

=

interventiewaarde of I-waarde

=

Waarde waarbij men een aanvullend/nader onderzoek in overweging dient te nemen ((achtergrond- of streefwaarde + interventiewaarde) / 2) interventiewaarde voor sanering(sonderzoek)

De referentiewaarden voor grond zijn mede afhankelijk gesteld van het gehalte lutum (fractie <2m) en organische stof. Dit betekent dat bij elk (verkennend) bodemonderzoek de gemeten waarden moeten worden omgerekend als zijnde “standaard bodem” (10% organische stof en 25% lutum). De omgerekende waarden worden vervolgens getoetst aan de vigerende referentiewaarden. Ten aanzien van de resultaten van de toetsing wordt in voorliggend rapport de volgende terminologie gehanteerd:  licht verhoogd gehalte: gehalte tussen de achtergrondwaarde (grond) c.q. streefwaarde (grondwater) en de ½ (AW+I) waarde;  matig verhoogd gehalte: gehalte tussen de ½ (AW of SW+I) waarde of bodemindex en gelijk interventiewaarde;  sterk verhoogd gehalte: gehalte groter dan de interventiewaarde. 5.2.2 Generiek referentiekader kader Besluit bodemkwaliteit (Bbk) Bij het op basis van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) toepassen van een partij grond, volgens het generieke toetsingskader, spelen de kwaliteit en de functie van de ontvangende bodem een belangrijke rol. In verband met hergebruiksmogelijkheden van de grond voor een toepassing als zijnde landbodem, zijn de in de grond(meng)monsters gemeten gehalten indicatief getoetst aan de waarden afkomstig uit de Regeling bodemkwaliteit (Bijlage B, tabellen 1 en 2). Dit is geschied met behulp van het toetsingsinstrument BoToVa (Bodemtoets- en validatieservice).

Ten aanzien van de resultaten van de toetsing wordt in voorliggend rapport de volgende terminologie gehanteerd: 13

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

   

achtergrondwaarden: grond die vrij toepasbaar is bij elke bodemfunctie en elke bodemkwaliteit; wonen: grond kan worden toepast bij de bodemfuncties en bodemkwaliteiten ‘wonen’ en ‘industrie’; industrie: grond kan worden toegepast bij bodemfunctie en bodemkwaliteit ‘industrie’; niet toepasbaar: grond kan niet elders worden toegepast en dient te worden afgevoerd naar een erkend verwerker.

5.2.3 Beleids- en toetsingskader waterbodem Waterwet In 2009 is de Waterwet (Ww) inwerking getreden, waarmee waterbodems juridisch gezien tot het watersysteem behoren. De reden dat waterbodems onder de Ww vallen is dat waterbodems veelal diffuus verontreinigd zijn en tevens onderhevig zijn aan zogenoemde ‘herverontreiniging’. Daarnaast speelt ook een rol dat de drijvende kracht voor de aanpak van waterbodems veelal onderhoud en herinrichting is (lees: gebruiksfunctie en/of de doelen die gesteld zijn aan het betreffende watersysteem) en niet zozeer milieuhygiënisch herstel. Een derde argument is dat het saneren van de waterbodem vrijwel altijd door de beheerder wordt uitgevoerd, terwijl landbodems veelal door derden worden gesaneerd. Besluit- en Regeling bodemkwaliteit Voor de toepassing van grond en bagger op landbodem geldt het toetsingskader op basis van het Besluit bodemkwaliteit. In de bijbehorende Regeling bodemkwaliteit zijn normen opgenomen waaraan de kwaliteit van toe te passen grond of bagger of de kwaliteit van de ontvangende bodem kan worden getoetst. De analyseresultaten zijn met behulp van het toetsingsinstrument BoToVa (Bodemtoets- en validatieservice) getoetst aan de toetsingswaarden van de Regeling bodemkwaliteit. De toetsing van de chemische kwaliteit van baggerspecie kan op basis van het Besluit bodemkwaliteit op diverse manieren geschieden.

Dit al naargelang de beoogde toepassing van het vrijkomende materiaal. In deze rapportage is onderscheid gemaakt in de volgende toepassingen, tevens wordt bij de toepassing een korte omschrijving gegeven van de :  Een generiek kader voor het toepassen van grond of bagger op of in bodem (T1) Als uitgangspunt geldt dat grond en baggerspecie welke voldoet aan de achtergrondwaarden altijd vrij toepasbaar is. Grond en baggerspecie welke ligt boven het niveau van het onaanvaardbare risico (saneringscriterium) mag nooit worden toegepast. Tussen deze 'altijd' en 'nooit' grenzen liggen de maximale waarden. Voor toepassing op land zijn de generieke maximale waarden wonen en industrie vastgesteld. Op land mag grond en baggerspecie alleen worden toegepast als de kwaliteit gelijk of beter is dan de ontvangende bodem én het materiaal voldoet aan de bodemfunctieklasse (industrie wonen of achtergrondwaarde) van het toepassingsgebied. 

Beoordeling kwaliteit van bagger en ontvangende bodem bij toepassing in een oppervlaktewaterlichaam (T3) Inzake het generiek kader kan uit de toetsing de klasse A, B of "vrij toepasbaar" blijken. De kwaliteit van een toe te passen partij baggerspecie (of grond) moet gelijk of beter zijn dan de ontvangende waterbodem. Een partij met klasse A mag toegepast worden op een waterbodem met klasse A of B. Een partij met klasse B mag toegepast worden op een waterbodem met klasse B. Indien de kwaliteit van een toe te passen partij baggerspecie (of grond) voldoet aan de "achtergrondwaarde" (en daarmee voldoet aan de generieke maximale waarde voor verspreiding in oppervlakte water), mag deze partij altijd vrij worden toegepast. In deze situatie is een toets aan de ontvangende bodem niet noodzakelijk. Indien uit de toetsing blijkt dat sprake is van een overschrijding van de maximale waarde voor klasse B (gelijk aan de interventiewaarde voor waterbodems), is de partij niet toepasbaar.

Verspreiding van bagger over aangrenzende percelen (T5) Voor het verspreiden van baggerspecie over de aangrenzende percelen moet de baggerspecie voldoen aan de ‘Maximale Waarden’ voor verspreiden. Deze ‘Maximale Waarden’ zijn gebaseerd op de zogenaamde msPAF-toets (meer stoffen Potentieel Aangetaste Fractie van lagere organismen). Dit is een methode om de ecologische risico’s te bepalen, waarbij rekening wordt gehouden met de milieueffecten van meerdere stoffen tegelijk. Voor metalen moet de 14

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

msPAF lager zijn dan 50% en voor organische stoffen lager dan 20%. Voor vijf stoffen (waar onder cadmium en minerale olie) geldt daarnaast een samenstellingseis in plaats van de msPAF. Voor alle stoffen geldt dat deze moeten voldoen aan de interventiewaarde voor landbodems. Voor baggerspecie die voldoet aan de Achtergrondwaarde geldt dat die vrij verspreidbaar is. Aanvullend gelden voor het verspreiden van baggerspecie over aangrenzende percelen de volgende voorwaarden: - voor onderhoudsspecie waarvan de kwaliteit voldoet aan de Maximale Waarden voor verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel geldt de ontvangstplicht voor zover het baggerspecie betreft die is verwijderd ten behoeve van een goede aan- en afvoer van water; - de baggerspecie mag tot aan de perceelsgrens worden verspreid; - er hoeft niet te worden getoetst aan de kwaliteit van de ontvangende bodem; - de verspreiding over aangrenzende percelen hoeft niet te worden gemeld. 5.2.4 Bepaling veiligheidsklasse (CROW 400) Vanaf 1 januari 2019 is, tijdens het werken in de grond of met verontreinigd(e) grond(water), de CROW publicatie 400 van toepassing. Deze publicatie geeft bedrijven handvatten om de risico’s van blootstelling aan stoffen tijdens het werken met of in verontreinigde bodem te onderzoeken. Er zijn echter geen ‘standaardpakketten’ maatregelen, die gekoppeld zijn aan de veiligheidsklasse.

Bedrijven moeten voor elk project zelf maatregelen ‘op maat’ bepalen, op basis van het actuele risico. Deskundigen kunnen ondernemers hierbij ondersteunen. Er dient een Veiligheids- en Gezondheidsplan (V&G-plan) op gesteld te worden voor de specifieke situaties in het betreffende project met daarin op te nemen voldoende maatregelen om de veiligheid van de werknemer te borgen. Verder is de publicatie in een sterke samenhang met milieuwetgeving opgesteld. Op basis van voorgaande bevat de CROW 400 een methode die de werkzaamheden indeelt in een veiligheidsklasse, op basis van aanwezige verontreinigingen. De indeling in een veiligheidsklasse uit CROW 400 is gebaseerd op:  het gehalte van de aanwezige verontreinigingen;  de vraag of het om vluchtige of niet-vluchtige stoffen gaat;  de aan- of afwezigheid van voldoende ventilatie (in geval van vluchtige stoffen);  de aan- of afwezigheid van kankerverwekkende of mutagene stoffen (inclusief asbest). SRC-humaan waarden (Serious Risk Concentration-humaan waarden) zijn het uitgangspunt om de veiligheidsklasse te bepalen op basis van het gehalte stoffen in de bodem. ‘Humaan’ betekent: gebaseerd op de mogelijke gezondheidsrisico’s voor de mens. Voor vluchtige stoffen wordt uitgegaan van Interventiewaarden.

CROW 400 onderscheidt deze zes veiligheidsklassen:  Oranje – niet-vluchtig: tussen 75% en 100% van de SRC-humaan waarde;  Oranje – vluchtig: lager dan interventiewaarden, maar hoger dan de ½ (AW of SW+I) waarde of bodemindex;  Rood – niet-vluchtig: hoger dan de SRC-humaan waarde en/of de aanwezige CM-stof *: minder dan 1.000 milligram per kilo;  Rood – vluchtig: hoger dan de Interventiewaarde en voldoende ventilatie;  Zwart – niet-vluchtig: hoger dan de SRC-humaan waarde en/of de aanwezige CM-stof*: meer dan 1.000 milligram per kilo en/of asbest meer dan 100 milligram per kilo;  Zwart – vluchtig: hoger dan de Interventiewaarde en onvoldoende ventilatie. * Kankerverwekkende of mutagene stof

Naast de genoemde veiligheidsklasse kan er sprake zijn van werken die vallen buiten een veiligheidsklasse. Deze vallen in dit schrijven onder de benaming “geen veiligheidsklasse”. Door middel van onderhavige bodemonderzoek worden de voorlopige veiligheidsklasse op basis van de richtlijnen van de regeling vastgesteld. Deze vormen de basis van een op te stellen ontwerp V&Gplan. Ten tijde van de daadwerkelijke uitvoering van de werkzaamheden zal de aannemer een definitief V&G-plan (uitvoeringsfase) opstellen. Alhier wordt opgemerkt dat basishygiëne en basiskennis ook van toepassing is bij werk buiten een veiligheidsklasse.

15

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

5.3

Geactualiseerd Tijdelijk handelingskader PFAS

In het geactualiseerd tijdelijk handelingskader PFAS zijn de toepassingsnormen opgenomen. De toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau zijn in onderstaande tabel 5.1 opgenomen. Voor andere toepassingen wordt verwezen naar het geactualiseerd tijdelijk handelingskader PFAS. Tabel 5.1: Toepassingsnormen voor het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau1 (in µg/kg d.s.) Kwaliteitsklasse in de PFOS PFOA GenX Overige PFAS zin van het Besluit bodemkwaliteit landbouw/natuur 0,9 0,8 0,8 0,8 landbouw/natuur, bij hogere achtergrondwaarden wonen

de vastgestelde achtergrondwaarde

de vastgestelde achtergrondwaarde

de vastgestelde achtergrondwaarde

de vastgestelde achtergrondwaarde

3,0

7,0

3,0

3,0

industrie

3,0

7,0

3,0

3,0

1 Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau’: tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. 2 Op de waarden uit deze tabel hoeft (tot 10%) geen bodemtypecorrectie toegepast te worden overeenkomstig de systematiek zoals die op dit moment al voor PAK geldt).

5.4

Grond en baggerspecie toepassen op landbodem boven grondwaterniveau

Voor de bodemfunctieklasse landbouw/natuur moet in beginsel worden uitgegaan van de voorlopige landelijke achtergrondwaarde. Als op de plaats waar de grond of baggerspecie wordt toegepast echter een hogere achtergrondwaarde is vastgesteld kan deze als toepassingsnorm worden gehanteerd, omdat in dat geval wordt voldaan aan het uitgangspunt stand-still. Voorafgaand aan het toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem volgens het Besluit bodemkwaliteit moet een dubbele toets worden uitgevoerd. Deze dubbele toets houdt in dat de strengste van de twee toepassingswaarden voor de bodemkwaliteitsklasse, onderscheidenlijk bodemfunctieklasse, geldt. 5.5

Grond en baggerspecie grootschalig toepassen op de landbodem boven grondwaterniveau

De specifieke toepassingsnormen voor grootschalig toepassen hebben betrekking op emissies uit de grond of baggerspecie. Daarnaast gelden voor grootschalig toepassen de toepassingsnormen voor de bodemfunctieklasse industrie. Voor PFAS-houdende grond en baggerspecie kunnen nog geen toepassingswaarden worden vastgesteld die uitgaan van optredende emissies. In lijn met de systematiek van het Besluit bodemkwaliteit worden voor grootschalig toepassen van PFAS-houdende grond en baggerspecie op de landbodem bij grootschalig toepassen de toepassingswaarden voor de bodemfunctieklasse industrie gehanteerd, ook als de bodem is ingedeeld in de klasse landbouw/natuur. Dit laatste wijkt, overeenkomstig de systematiek van het Besluit bodemkwaliteit, af van de toepassingsnormen voor categorie 4.1 (toepassen van grond en baggerspecie op de landbodem boven grondwaterniveau).

16

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

5.6

Toetsingen

5.6.1 Grond In tabel 5.2 is inzichtelijk gemaakt hoe de betreffende grond(meng)monsters zijn samengesteld. Alleen de onderzochte parameters zijn vermeld, waarvan de gehalten de betreffende achtergrondwaarden overschrijden. Tevens zijn hier de monster conclusies conform het besluit bodemkwaliteit en de CROW 400 weergegeven. Tabel 5.2 Analyseresultaten grond Analyse Traject Deelmonsters monster (m -mv)

> AW (+index)

>T

>I (+index)

BBK monsterconclusie

MM001

0,00 - 1,00

-

-

-

Altijd toepasbaar

Veiligheids Klasse CROW 400 geen

MM002

0,70 - 2,00

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM003

2,00 - 3,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM004

0,00 - 1,00

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM005

1,50 - 3,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM006

0,00 - 1,00

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM007

1,50 - 3,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM008

0,00 - 1,00

PAK (0,01)

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM009

1,50 - 3,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM010

0,00 - 0,70

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM011

0,80 - 1,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM012

1,50 - 3,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM013

1,50 - 3,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM014

0,00 - 0,30

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM015

0,30 - 0,80

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM016

1,50 - 3,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

B001 (0,00 - 0,50) B001 (0,50 - 1,00) B002 (0,00 - 0,20) B002 (0,20 - 0,70) B001 (1,50 - 2,00) B002 (0,70 - 1,20) B002 (1,20 - 1,50) B002 (1,50 - 2,00) B001 (2,00 - 2,50) B001 (2,50 - 3,00) B002 (2,00 - 2,50) B002 (3,00 - 3,50) B003 (0,00 - 0,50) B003 (0,50 - 1,00) B004 (0,00 - 0,50) B004 (0,50 - 1,00) B003 (2,00 - 2,50) B003 (3,00 - 3,50) B004 (1,50 - 2,00) B004 (2,50 - 3,00) B005 (0,00 - 0,50) B005 (0,50 - 1,00) B006 (0,00 - 0,50) B006 (0,50 - 1,00) B005 (1,50 - 2,00) B005 (2,50 - 3,00) B006 (2,00 - 2,50) B006 (3,00 - 3,50) B007 (0,00 - 0,50) B007 (0,50 - 0,70) B008 (0,00 - 0,50) B008 (0,50 - 1,00) B007 (2,00 - 2,50) B007 (3,00 - 3,50) B008 (1,50 - 2,00) B008 (2,50 - 3,00) B009 (0,20 - 0,70) B010 (0,20 - 0,70) B011 (0,00 - 0,50) B012 (0,00 - 0,30) B009 (1,00 - 1,50) B010 (1,00 - 1,50) B011 (1,00 - 1,50) B012 (0,80 - 1,30) B009 (1,50 - 2,00) B009 (2,50 - 3,00) B010 (2,00 - 2,50) B010 (3,00 - 3,50) B011 (2,00 - 2,50) B011 (3,00 - 3,50) B012 (1,50 - 2,00) B012 (2,50 - 3,00) B013 (0,00 - 0,30) B014 (0,00 - 0,30) B015 (0,00 - 0,30) B016 (0,00 - 0,30) B013 (0,30 - 0,80) B014 (0,30 - 0,80) B015 (0,30 - 0,80) B016 (0,30 - 0,80) B013 (1,50 - 2,00) B013 (2,50 - 3,00) B014 (2,00 - 2,50) B014 (3,00 - 3,50)

17

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

Analyse monster

Traject (m -mv)

Deelmonsters

> AW (+index)

>T

>I (+index)

BBK monsterconclusie

MM017

1,00 - 2,00

-

-

-

Altijd toepasbaar

MM018

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM019

0,50 - 1,00

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM020

1,00 - 2,00

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM021

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM022

0,20 - 1,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM023

1,00 - 2,00

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM024

0,00 - 1,00

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM025

0,50 - 1,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM026

0,00 - 1,00

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM027

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM028

0,50 - 1,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM029

0,00 - 1,00

Kwik (-)

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM030

0,50 - 1,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM031

0,00 - 0,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM032

0,50 - 1,00

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM033

1,00 - 2,00

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM034

0,00 - 1,00

PAK (0,01)

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM035

0,50 - 1,50

-

-

-

Altijd toepasbaar

geen

MM036

0,00 - 0,50

B015 (1,00 - 1,50) B015 (1,50 - 2,00) B016 (1,00 - 1,50) B016 (1,50 - 2,00) B017 (0,00 - 0,50) B018 (0,00 - 0,50) B019 (0,00 - 0,50) B020 (0,00 - 0,50) B017 (0,50 - 1,00) B018 (0,50 - 1,00) B019 (0,50 - 1,00) B020 (0,50 - 1,00) B018 (1,00 - 1,50) B019 (1,00 - 1,50) B019 (1,50 - 2,00) B020 (1,50 - 2,00) B021 (0,00 - 0,20) B022 (0,00 - 0,30) B023 (0,00 - 0,30) B024 (0,00 - 0,50) B021 (0,20 - 0,70) B022 (0,30 - 0,80) B022 (0,80 - 1,30) B024 (1,00 - 1,50) B021 (1,00 - 1,50) B021 (1,50 - 2,00) B022 (1,50 - 2,00) B023 (1,00 - 1,50) B025 (0,00 - 0,50) B026 (0,00 - 0,50) B026 (0,50 - 1,00) B027 (0,00 - 0,50) B025 (1,00 - 1,50) B026 (1,00 - 1,50) B027 (0,50 - 1,00) B029 (1,00 - 1,50) B028 (0,00 - 0,50) B028 (0,50 - 1,00) B029 (0,00 - 0,50) B029 (0,50 - 1,00) B030 (0,00 - 0,50) B031 (0,00 - 0,50) B032 (0,00 - 0,50) B033 (0,00 - 0,50) B030 (0,50 - 1,00) B031 (1,00 - 1,50) B032 (0,50 - 1,00) B033 (0,50 - 1,00) B034 (0,00 - 0,50) B035 (0,00 - 0,50) B036 (0,00 - 0,50) B036 (0,50 - 1,00) B034 (1,00 - 1,50) B035 (0,50 - 1,00) B035 (1,00 - 1,50) B036 (1,00 - 1,50) B037 (0,00 - 0,50) B038 (0,00 - 0,50) B039 (0,00 - 0,50) B040 (0,00 - 0,50) B037 (0,50 - 1,00) B038 (0,50 - 1,00) B039 (0,50 - 1,00) B040 (0,50 - 1,00) B037 (1,00 - 1,50) B038 (1,50 - 2,00) B039 (1,00 - 1,50) B040 (1,50 - 2,00) B041 (0,00 - 0,50) B042 (0,00 - 0,50) B043 (0,00 - 0,50) B043 (0,50 - 1,00) B041 (0,50 - 1,00) B041 (1,00 -

1,50) B042 (1,00 - 1,50) B043 (1,00 - 1,50) B044 (0,00 - 0,50) B045 (0,00 - 0,50)

Veiligheids Klasse CROW 400 geen

Koper (0,01)

-

-

Altijd toepasbaar

geen

18

N315 Doetinchem - Ruurlo. Traject N315 Doetinchem-Ruurlo. rapportnummer: 2000356, versie 1 20 maart 2020

Analyse monster

Traject (m -mv)

MM037

0,50 - 1,00

MM038

1,00 - 2,00

MM039

0,00 - 0,50

MM040

0,50 - 1,50

MM041

1,00 - 2,00

MM042

0,00 - 0,50

MM043

0,00 - 0,30

MM044

0,20 - 1,00

MM045

0,70 - 1,00

MM046

0,00 - 0,50

MM047

0,50 - 1,00

MM048

0,50 - 1,00

MM049

0,00 - 1,00

MM050

0,50 - 2,00

MM051

0,50 - 2,00

MM052

0,00 - 0,50

Deelmonsters

B046 (0,00 - 0,50) B047 (0,00 - 0,50) B044 (0,50 - 1,00) B046 (0,50 - 1,00) B047 (0,50 - 1,00) B044 (1,00 - 1,50) B045 (1,50 - 2,00) B046 (1,00 - 1,50) B047 (1,50 - 2,00) B048 (0,00 - 0,50) B049 (0,00 - 0,50) B050 (0,00 - 0,50) B051 (0,00 - 0,50) B048 (0,50 - 1,00) B049 (1,00 - 1,50) B050 (0,50 - 0,70) B051 (0,50 - 0,70) B048 (1,50 - 2,00) B049 (1,50 - 2,00) B050 (1,00 - 1,50) B051 (1,50 - 2,00) B052 (0,15 - 0,50) B055 (0,00 - 0,20) B056 (0,00 - 0,30) B053 (0,00 - 0,30) B054 (0,00 - 0,30) B052 (0,50 - 1,00) B053 (0,30 - 0,70) B055 (0,20 - 0,70) B056 (0,30 - 0,80) B053 (0,70 - 1,00) B054 (0,70 - 1,00) B055 (0,70 - 1,00) B056 (0,80 - 1,00) B057 (0,00 - 0,50) B058 (0,00 - 0,50) B059 (0,00 - 0,50) B060 (0,00 - 0,50) B057 (0,50 - 1,00) B058 (0,50 - 1,00) B059 (0,50 - 1,00) B060 (0,50 - 1,00) B061 (0,00 - 0,50) B062 (0,00 - 0,50) B063 (0,00 - 0,50) B064 (0,00 - 0,50) B065 (0,00 - 0,50) B066 (0,50 - 1,00) B067 (0,00 - 0,50) B068 (0,00 - 0,50) B069 (0,00 - 0,50) B070 (0,00 - 0,50) B061 (0,50 - 1,00) B061 (1,50 - 2,00) B062 (0,50 - 1,00) B062 (1,00 - 1,50) B063 (1,00 - 1,50) B063 (1,50 - 2,00) B064 (0,50 - 1,00) B064 (1,50 - 2,00) B065 (0,50 - 1,00) B065 (1,00 - 1,50) B066 (1,00 - 1,50) B066 (1,50 - 2,00) B067 (0,50 - 1,00) B067 (1,50 - 2,00) B068 (0,50 - 1,00) B068 (1,00 - 1,50) B069 (1,00 - 1,50) B069 (1,50 - 2,00) B070 (0,50 - 1,00) B070 (1,50 - 2,00) B071 (0,00 - 0,50) B072 (0,00 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7865/documents/43465