CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.2a Bijlagen toelichting Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing.pdf

gemeenteraad 28 september 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 7.3: Bestemmingsplan Varsseveldseweg tussen 93 en 99 - 202215.550 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM 14 juni 2023 – 12

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Planologische situatie 1.3 Leeswijzer

4 4 4 5

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

6 6 6

Hoofdstuk 3

10

Conclusie

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Inleiding 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Regionaal beleid 4.5 Gemeentelijk beleid

11 11 11 14 16 17

Hoofdstuk 5 Haalbaarheid 5.1 Algemeen 5.2 Milieueffectrapportage - (vormvrije) m.e.r.-(beoordelings)plicht 5.3 Bodem 5.4 Akoestiek 5.5 Luchtkwaliteit 5.6 Externe veiligheid 5.7 Bedrijven en milieuzonering 5.8 Flora en fauna 5.9 Waterhuishouding 5.10 Archeologie en cultuurhistorie 5.11 Verkeer en parkeren 5.12 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid

24 24 24 25 26 27 28 29 30 31 33 37 38

Bijlagen

37

Bijlage 1

Toetsing Woningbouwstrategie

Bijlage 2

Bodemonderzoek

Bijlage 3 Bijlage 4

Akoestisch onderzoek wegverkeer Akoestisch onderzoek parkeerplaats

Bijlage 5

Notitie Externe veiligheid

Bijlage 6

Notitie Bedrijven en milieuzonering

Bijlage 7

Boom Effect Analyse Walnoot

Bijlage 8

Vervangingskosten plataan Varsseveldseweg

Bijlage 9

Quick scan flora en fauna

Bijlage 10

AERIUS-berekening

Bijlage 11

Verkennend archeologisch onderzoek en beoordeling

Bijlage 12

Verslag participatie

Bijlage 13

Impressies

Bijlage 14

Terreintekening

Bijlage 15

Ontwerp

Bijlage 16

Bezonningsstudie

2

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VASRSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

Ruimtelijke onderbouwing

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

3

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Voor het perceel Varsseveldseweg tussen 93 en 99 is een plan opgesteld voor de bouw van een appartementengebouw. De locatie betreft een braakliggend terrein waar in het verleden een klompenfabriek heeft gestaan. Voor deze locatie is een plan opgesteld die voorziet in de herontwikkeling van het terrein in twintig toegankelijke wooneenheden in het middenhuursegment. De voorgenomen ontwikkeling is in strijd met het geldende planologisch regime. Een afwijking van dat plan is daarom noodzakelijk. Met deze ruimtelijke onderbouwing wordt daar inhoud aan gegeven.

1.2

Planologische situatie

Op de locatie is bestemmingsplan ‘Stedelijk gebied – 2021” van kracht. In dit bestemmingsplan is voor het perceel de bestemming ‘Bedrijf’ (artikel 4) opgenomen. Achter de rooilijn is een bouwvlak opgenomen dat voor 35% bebouwd mag worden (ca. 840 m2) met een maximale goothoogte van 6 en een maximale bouwhoogte van 10 meter. Het initiatief past niet binnen de planologisch-juridische mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan omdat het gaat om een andere ontwikkeling dan in het bestemmingsplan is opgenomen (functie: Bedrijf). Het college van burgemeester en wethouders heeft op 16 maart 2021 besloten dat zij in principe bereid zijn om mee te werken aan de vereiste planologische procedure om de voorgenomen ontwikkeling planologisch mogelijk te maken. Naast het bestemmingsplan “Stedelijk gebied – 2021” zijn voor de locatie de volgende plannen van toepassing: -

Parapluherziening Externe veiligheid – 2020 In dit bestemmingsplan is een verbod opgenomen om nieuwe risicobronnen toe te staan in woongebieden. De voorgenomen ontwikkeling betreft geen risicobron zoals bedoeld in dit bestemmingsplan.

-

Parapluherziening Archeologie – 2020 In dit bestemmingsplan is de op 30 maart 2020 door de gemeenteraad vastgestelde (herziene) archeologische beleidskaart planologisch verankerd. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is er archeologisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 9 bijgevoegd en de conclusies hiervan zijn in paragraaf 5.10 opgenomen.

-

Structuurvisie Doetinchem – 2013 De gemeenteraad heeft op 26 september 2013 de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. De structuurvisie bevat geen concrete aandachtspunten in het kader van de voorgenomen ontwikkeling.

-

Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 De Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 is op 26 april 2012 door de gemeenteraad vastgesteld. Het betreft een actualisatie van de Regionale structuurvisie uit 2004. Deze structuurvisie bevat geen concrete aandachtspunten in het kader van de voorgenomen ontwikkeling.

4

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VASRSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM -

Parapluherziening planologisch beleid 2011 Op 6 januari 2011 heeft de gemeenteraad het Planologisch beleid 2011 vastgesteld als ruimtelijk beleidskader voor woningen en bijbehorende bouwwerken. Dit beleid is de maatstaf voor de bestemmingsregels in de nieuwe bestemmingsplannen en worden daarom meegenomen bij de voorgenomen ontwikkeling.

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 Planbeschrijving is een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie weergegeven. In hoofdstuk 3 Conclusie zijn de conclusies en eventuele randvoorwaarden weergegeven van hoofdstuk 4 Beleidskader. In hoofdstuk 4 is het relevante beleid weergegeven. Tenslotte komt in hoofdstuk 5 de haalbaarheid aan de orde.

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

5

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het plangebied ligt ten oosten van het centrum van Doetinchem, aan de rand van de wijk Overstegen. Deze wijk is gebouwd in de jaren '60 en '70 van de vorige eeuw en kenmerkt zich door een planmatige ontwikkeling bestaande uit hoogbouw en grondgebonden woningen. Het plangebied is een braakliggend terrein dat wordt omsloten door de Varsseveldseweg de bebouwing aan de Varsseveldseweg, de achterzijde van de bebouwing aan de Mozartlaan en de Schubertlaan. In het verleden heeft op de locatie een klompenfabriek gestaan. De bedrijfsactiviteiten zijn in 2003 beëindigd hierna is de aanwezige bebouwing gesloopt.1 In de directe omgeving van het plangebied zij met name woningen gesitueerd met daarnaast bedrijvigheid.

Luchtfoto huidige situatie met plangebied (bron: Google Earth)

2.2

Toekomstige situatie

Voor het perceel aan de Varsseveldseweg is een plan opgesteld voor de bouw van een appartementencomplex. In het complex worden twintig huurwoningen gerealiseerd in het middensegment. Nadat een eerder voorstel voor een blok met woningen aan de Varsseveldseweg en rijwoningen op het terrein erachter, vanwege het wonen aan een achtererfgebied, stedenbouwkundig niet als wenselijk was beoordeeld is het concept aangepast. Hierbij is in overleg met de gemeente een plan ontwikkeld waarbij het complete programma aan de Varsseveldseweg gerealiseerd kon worden, zodat het parkeren op het achterste deel van het terrein gerealiseerd kon worden en er ruimte ontstaat voor een gezamenlijke binnentuin. Deze binnentuin fungeert als groene buffer tussen de nieuwe bebouwing en de achterliggende woningen. Dit groene gebied wordt ingezet voor waterberging door middel van een wadi, volkstuintjes voor de bewoners,

1 Dr. ing. r. Stenvert, Inventarisatie Industrieel Erfgoed Doetinchem, maart 2010

6

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VASRSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM een relax zone en een speeltuintje. Het gebied worden afgeschermd door leibomen richting de buren en hagen voor privacy en biodiversiteit. Het blok met appartementen voegt zich door de materialen baksteen, dakpannen en witte windveren, in het straatbeeld waar meerdere woningen deze materialen en kleurstellingen kennen. Buitenruimtes middels balkons geven een extra kwaliteit aan de appartementen en zorgen tevens voor beschaduwen van de appartementen, een natuurlijke zonwering. De appartementen zijn compact van opzet en worden ontsloten door een lift, waardoor een brede doelgroep hiervan gebruik kan maken. De geleding van de gevels door een driedeling en twee kappen, zorgen voor een verdere opdeling, schaalverkleining en geleidelijke overgang naar de buurpanden. Hoewel drie lagen met kap forser is dan de direct naastgelegen woningen, past het bij de schaal van een appartementengebouw en kan het verdichte programma worden ingepast zonder dat er woningen op het achter terrein te hoeven worden gebouwd. Hierna zijn een aantal 3D sfeerbeelden opgenomen van het ontwerp.

De voor- of straatgevel van de nieuwbouw in de omgeving (Bron: Duoplan Doetinchem invulling 20 wooneenheden Varsseveldseweg Doetinchem, 20167) De maximale goothoogte bedraagt 9 meter en de bouwhoogte circa 12,5 meter (zie bijlage 13 Ontwerp). Kleur en materiaalgebruik wordt afgestemd met de omgeving voor samenhang in het beeld. Ruimtelijke Effecten Door de voorgenomen ontwikkeling wordt de locatie getransformeerd van een braakliggend terrein naar een woongebied. Een gebouw met een woonfunctie past beter op deze locatie dan een invulling conform het geldende bestemmingsplan (Bedrijf). Een gebouw met een woonfunctie past beter bij de locatie en de directe omgeving waar voornamelijk woningen zijn gesitueerd. De locatie heeft in de huidige situatie een rommelige en verpauperde uitstraling. Door de voorgenomen ontwikkeling maakt de omgeving straks een meer verzorgde indruk. Tevens worden door de ontwikkeling (potentieel) hinderveroorzakende bedrijven die op grond van het bestemmingsplan op de locatie gesitueerd kunnen worden voor de omliggende woningen weggenomen. Doordat de bebouwing is gericht naar de Varsseveldseweg wordt het achterste deel van het terrein vrij gehouden van bebouwing. Hiermee ontstaat er een buffer met de achterliggende woningen.

Op dit deel van het terrein zorgt een grote tuin voor de nieuwe bewoners voor het toevoegen van extra ruimtelijke kwaliteit, In deze tuin is aandacht voor groen, biodiversiteit en het tegengaan van hittestress in de buurt. Door de zorgvuldige inpassing van het plan in de bestaande omgeving heeft de transformatie een positief effect op de omgeving en Doetinchem in zijn algemeen. Om de mogelijke overlast door schaduwwerking van de nieuwe bebouwing op de omliggende percelen in beeld te brengen is een bezonningsstudie uitgevoerd (bijlage 14).

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

7

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM In de bezonningsstudie is uitgegaan van de TNO-norm bezonning in de woonomgeving. Deze norm wordt landelijk gehanteerd bij het opstellen van bezonningsstudies. TNO kent een 'lichte' en een 'strenge' norm: -

De 'lichte' TNO-norm: ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari – 21 oktober (gedurende 8 maanden ) in midden vensterbank binnenkant raam.

-

De 'strenge' TNO-norm: ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode 21 januari – 22 november (gedurende 10 maanden) in midden vensterbank binnenkant raam.

Uit het onderzoek blijkt dat aan de strenge TNO norm wordt voldaan: op de meest ongunstige dag van het jaar zijn ten minste 3 bezonningsuren mogelijk

Verkeer en parkeren Ten behoeve van het initiatief wordt een ontsluiting gerealiseerd op de Varsseveldseweg. In de 'Nota Parkeernormen Auto- en Fiets gemeente Doetinchem’ is de parkeernormering van de gemeente uiteengezet. De wooneenheden in het gebouw kunnen worden getypeerd als huurappartementen in het middensegment met een parkeernorm van 1,2 parkeerplaats per wooneenheid. Op grond van deze norm zijn 24 parkeerplaatsen vereist voor deze ontwikkeling. Op het terrein worden 24 parkeerplaatsen gerealiseerd, hiermee voldoet de ontwikkeling aan de gestelde parkeernorm (zie bijlage 12 terreintekening). Belangrijk element van deze ontwikkeling is de grote gemeenschappelijke tuin. Door de inrichting van dit deel van het perceel goed af te stemmen ontstaat er een groene buffer met de omliggende woningen en wordt het parkeren ook in een groene omgeving gerealiseerd. Bij de planopzet is rekening gehouden met het behoud van de walnoot Juglans regia (gewone walnoot) op het naastgelegen perceel Varsseveldseweg 99 (zie bijlage 6). De hierna opgenomen sfeerbeelden geven een goed beeld hoe de inrichting van het perceel wordt vorm gegeven.

8

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VASRSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

Sfeerbeelden nieuwbouw (bron: Plan Architecten)

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

9

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

Hoofdstuk 3

Conclusie

In dit hoofdstuk komen de conclusies naar voren van hoofdstuk 4 Beleidskader en hoofdstuk 5 Haalbaarheid.

Beleidskader Onderhavig plan sluit aan bij het beleid van de verschillende overheden. Bij de toetsing van het plan aan de verschillende beleidskaders zijn geen specifieke aandachtspunten naar voren gekomen. Met het realiseren van woonruimtes in het middensegment wordt voorzien in een kwalitatief onderdeel van de markt waar veel vraag naar is.

Haalbaarheid Onderhavig plan levert geen problemen op ten aanzien van de onderzochte milieukundige en ruimtelijke aandachtspunten (archeologie en cultuurhistorie, bodem, geluid, luchtkwaliteit, verkeer en parkeren, externe veiligheid, milieuzonering, flora en fauna, water), mits voldaan wordt aan de voorwaarden uit de onderzoeken. Voor deze maatregelen wordt verwezen naar de betreffende paragrafen.

10

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VASRSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Inleiding

In dit hoofdstuk komt het overheidsbeleid aan de orde dat van invloed is op de specifieke ontwikkeling. Uit onderzoek blijkt dat de volgende beleidsstukken niet van invloed zijn:  cultuur en Erfgoed 2017-2020, Beleef het mee! Provincie Gelderland, vastgesteld 29 juni 2016;  afsprakenkader detailhandel, Regio Achterhoek, 24 september 2015;  planologisch beleid 2011, gemeente Doetinchem, vastgesteld op 30 juni 2011 en onherroepelijk op 5 september 2011;  masterplan Schil, gemeente Doetinchem, d.d. 13 december 2007;  cultuurnota Dossier Cultuur 2003, gemeente Doetinchem, vastgesteld d.d. 18 december 2003;  detailhandelsbeleid Doetinchem, gemeente Doetinchem, 18 juli 2013;  visie boodschappenstructuur, gemeente Doetinchem, vastgesteld 22 februari 2018;  kantorennota 'Ruimte voor kantoren', gemeente Doetinchem, vastgesteld op 7 februari 2008;  beleidskader Bedrijventerreinen In Verandering (BIVA), vastgesteld 27 juni 2019;  continuïteit in Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem, vastgesteld 21 september 2017;  mobiliteitsvisie 2016-2026, gemeente Doetinchem, vastgesteld 3 november 2016; Deze plannen zijn daarom ook niet verder toegelicht in dit plan. Het beleid wat wel van invloed is op de ontwikkeling is in dit hoofdstuk verwoord en afgewogen.

4.2

Rijksbeleid

4.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 inwerking getreden. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte. De structuurvisie geeft een nieuw, integraal kader voor het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau en is de 'kapstok' voor bestaand en nieuw Rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. In de structuurvisie schetst het Rijk ambities tot 2040 en doelen, belangen en opgaven tot 2028. De leidende gedachte in de SVIR is ruimte maken voor groei en beweging. De SVIR is de eerste Rijksnota die de onderwerpen infrastructuur en ruimte integraal behandelt. In de SVIR richt het Rijk zich vooral op decentralisatie. De verantwoordelijkheid wordt verplaatst van Rijksniveau naar provinciaal en gemeentelijk niveau. Door urbanisatie, individualisering, vergrijzing en ontgroening nemen de ruimtelijke verschillen toe. Vanaf 2035 groeit de bevolking niet meer. De samenstelling van de bevolking, en daarmee de samenstelling van huishoudens, verandert. Ambities tot 2040 zijn onder andere het aansluiten van woon- en werklocaties op de (kwalitatieve) vraag en het zoveel mogelijk benutten van locaties voor transformatie en herstructurering. Ook wil het Rijk ervoor zorgen dat in 2040 een veilige en gezonde leefomgeving met een goede milieukwaliteit wordt geboden. Dit moet voor zowel het landelijk als het stedelijk gebied gelden.

In de SVIR is verder vastgelegd dat provincies en (samenwerkende) gemeenten verantwoordelijk zijn voor programmering van verstedelijking. (Samenwerkende) gemeenten zorgen voor (boven)lokale afstemming van woningbouwprogrammering die past binnen de provinciale kaders. Ook zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de woningbouwprogramma's. Onderzoek en conclusie De voorgenomen ontwikkeling raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het bepaalde in de SVIR.

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

11

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

4.2.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)

Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 in werking getreden. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Indien geldende bestemmingsplannen niet voldoen aan het Barro dan moeten deze binnen drie jaar na inwerkingtreding van het besluit zijn aangepast.

Bij besluit van 28 augustus 2012 (inwerking getreden op 1 oktober 2012) is het Barro aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen hoofdinfrastructuur (reserveringen voor hoofdwegen en landelijke spoorwegen en vrijwaring rond Rijksvaarwegen), de elektriciteitsvoorziening, het regime van de herijkte ecologische hoofdstructuur en waterveiligheid (bescherming van primaire waterkeringen en bouwbeperkingen in het IJsselmeergebied). Onderzoek en conclusie Het Barro doet geen specifieke uitspraken over zaken die in deze onderbouwing aan de orde komen.

4.2.3

De Ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (verder: 'de Ladder') is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De uitgangspunten hierbij zijn dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, en dat de ontwikkeling in eerste instantie in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Artikel 3.1.6 lid twee Bro omschrijft de ladder als volgt: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” De eerste en de tweede trede zijn samengevoegd en de derde trede is vervallen. De uitgebreide motivering is beperkt tot 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' buiten het bestaand stedelijk gebied. Tevens is het begrip 'actuele regionale behoefte' vervangen door het begrip 'behoefte' en wordt een nieuw onderdeel toegevoegd waarmee het mogelijk wordt een dubbele Laddertoets bij flexibele planvorming te voorkomen.

De Ladder-onderbouwing zorgt ervoor dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied, maar ook met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte, én voor de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Hierna volgt een toetsing van onderhavig planvoornemen aan de nieuwe Ladder. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Ladder-onderbouwing is verplicht voor 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen'. Onder stedelijke ontwikkeling wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, zeehaventerrein, kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen verstaan. Deze laatste categorie is in de handreiking bij de Ladder voor duurzame verstedelijking (ministerie van Infrastructuur en Milieu) nader gespecificeerd in accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur, bestuur en indoor sport en leisure.

12

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VASRSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM In de definitie voor stedelijke ontwikkeling (artikel 1.1.1 lid 1 sub i van het Bro) is geen ondergrens opgenomen. Hieruit zou men kunnen concluderen dat iedere stedelijke ontwikkeling, hoe kleinschalig dan ook, valt binnen het toepassingsbereik van de Ladder. Echter, blijkt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling dat er wel sprake kan zijn van een voorziene ontwikkeling die te kleinschalig is om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te kunnen worden aangemerkt. Volgens vaste jurisprudentie zijn elf woningen (welke op één dezelfde locatie worden gerealiseerd) het maximale aantal woningen wat door de Afdeling als te kleinschalig wordt geacht om als een stedelijke ontwikkeling te kunnen worden gekwalificeerd. Het minimale aantal woningen wat gerealiseerd moet worden (op dezelfde locatie) om als stedelijke ontwikkeling te worden gekwalificeerd is aldus twaalf. De voorgenomen ontwikkeling omvat twintig appartementen, wat gelet op het voorgaande als 'stedelijke ontwikkeling' wordt aangemerkt. Daarmee staat echter nog niet vast dat ook aan de Ladder moet worden getoetst. Er dient ook te worden bezien in hoeverre de ontwikkeling ook kan worden aangemerkt als een 'nieuwe' stedelijke ontwikkeling en of sprake is van nieuw ruimtebeslag, zo blijkt uit jurisprudentie.

Er is volgens de Afdeling sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien een plan voorziet in een nieuw ruimtebeslag. Het geldende planologische kader bestemmingsplan Stedelijk Gebied - 2021) staat op het perceel bedrijfsbebouwing toe. Het ruimtebeslag zal door de voorgenomen ontwikkeling veranderen, zij het dat de wijzigingen beperkt zijn. Hoewel zou kunnen worden betoogd dat de Ladder op deze ontwikkeling formeel wellicht niet van toepassing is, volgt uit jurisprudentie dat de behoefte aan de ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid niet alsnog dient te worden onderbouwd. Om die reden wordt hierna toch ingegaan op die behoefte, aan de hand van de Ladder. Behoefte Nu er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient de behoefte aan deze ontwikkeling te worden aangetoond. Er is sprake van de realisatie van twintig appartementen. In de huidige situatie is sprake van een braakliggend terrein. Dit betekent dat het aantal appartementen zal gaan toenemen. De gemeenteraad van Doetinchem heeft in september 2019 de notitie ‘Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw regio Achterhoek’ vastgesteld. Daarmee is een nieuw regionaal kader gegeven waaraan nieuwe woningbouwontwikkelingen in de regio en dus ook in Doetinchem moeten voldoen. De woningbouwstrategie vormt de uitwerking van dat kader.

Met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling is van belang dat er een grote behoefte is aan middenhuurwoningen2. De voorgenomen ontwikkeling speelt op deze behoefte. Bestaand stedelijk gebied Indien er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die buiten bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd dient uitgebreid te worden gemotiveerd waarom deze ontwikkeling niet mogelijk is binnen bestaand stedelijk gebied. Het bestaand stedelijk gebied is in het Bro gedefinieerd als 'het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het perceel Varsseveldseweg tussen 93 en 99 is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van Doetinchem. Doordat het plan wordt ontwikkeld op een braakliggend terrein waarvan de bestaande bebouwing in het verleden al is verwijderd is sprake van herstructurering. Om die reden is een uitgebreide Ladder-motivering niet aan de orde. Conclusie Hiermee is de voorgenomen stedelijke ontwikkeling op basis van de treden van de Ladder voor duurzame verstedelijking op de voorgeschreven wijze gemotiveerd.

In het onderhavige geval is sprake van een ontwikkeling die voorziet in een actuele behoefte en die bijdraagt aan een optimale benutting van de beschikbare ruimte in het bestaand stedelijk gebied

2 ABF research, juni 2019 in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en

Koninkrijksrelaties.

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

13

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

4.3

Provinciaal beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Gelderland

De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 1 maart 2019. De visie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving in Gelderland. Samen met de Omgevingsverordening heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in samenspraak met de omgeving. De provincie streeft naar een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit wil de provincie bereiken door de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Hiervoor zijn zeven ambities benoemd om richting te geven: 1. Energietransitie; 2. Klimaatadaptatie; 3. Circulaire economie; 4. Biodiversiteit; 5. Bereikbaarheid; 6. Vestigingsklimaat; 7. Woon- en leefklimaat. Met vier 'spelregels' of 'doe-principes' - doen, laten, zelf en samen - wordt er werking aan gegeven. Dit is het kader waarbinnen de provincie wil werken en afwegingen wil maken. Energietransitie Gelderland is in 2050 klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Innovatie en het uitrollen van bewezen technieken wordt gestimuleerd.

Als tussendoel realiseert Gelderland in 2030 55% broeikasgasreductie. Klimaatadaptatie Gelderland is in 2050 klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. In 2020 heeft de provincie, samen met partners, de risico's en kansen van het veranderende klimaat in beeld gebracht en strategieën opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. Circulaire economie Gelderland wordt de eerste afval-loze provincie in Nederland. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in de schone industrie. Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. Biodiversiteit In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. Er wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt waar mogelijk versterkt en ingepast, óók buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. Bereikbaarheid In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen.

In 2050 is het netwerk voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal. In 2030 is al ons busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaal aantal verplaatsingen met de fiets. Vestigingsklimaat De concurrerende positie van Gelderland binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen wordt verder versterkt. Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. Gelderland is hierin koploper van Nederland.

14

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VASRSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM Woon- en leefomgeving Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Themakaarten Bij de visie zijn een aantal themakaarten aanwezig. Deze hebben betrekking op de volgende hoofdonderwerpen:  ruimtelijk beleid;  waterbeleid;  milieubeleid;  natuur- en landschapsbeleid. Daarmee is voor een aantal onderwerpen specifiek beleid vastgelegd. Op de themakaart milieubeleid staan geen aspecten die betrekking hebben op de gemeente Doetinchem. Bij 'onderzoek en conclusie' is de verdere toetsing aan deze themakaarten verwoord. Uitvoering beleid In het kader van de uitvoering van de visie, zijn ook drie beleidsdocumenten vastgesteld:  Regionaal waterprogramma;  Handreiking plussenbeleid;  Beleidslijn windenergie. Vooralsnog wordt ingeschat dat voorliggend bestemmingsplan geen betrekking heeft op een van deze onderwerpen. Toetsing hieraan is dus niet nodig. 4.3.2

Omgevingsverordening Gelderland

De Omgevingsverordening is op 31 maart 2021 door Provinciale Staten van Gelderland vastgesteld en in werking getreden op 16 april 2021. Hierin zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Samen met de Omgevingsvisie heeft de provincie al vooruit gelopen op de Omgevingswet. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Op 15 december 2021 is 8e actualisatie van de Omgevingsverordening vastgesteld en is in werking getreden op 1 februari 2022.

Omgevingsverordening Gelderland - onderdeel Wonen De verordening bevat regels die er voor zorgen dat de doelen uit de visie worden behaald. Alle ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Gelderland moeten derhalve voldoen aan deze regels. In de verordening zijn regels opgenomen met betrekking tot nieuwe woonlocaties. Artikel 2.1 Regionale woonagenda 1. Per regio stellen de gemeentebesturen een regionale woonagenda op. 2. Gedeputeerde Staten stellen de regionale woonagenda vast, als de agenda in overeenstemming is met de regionale opgave en het meest recente provinciale beleid. 3. Als nog geen regionale woonagenda is vastgesteld of een noodzakelijke actualisatie van de vigerende regionale woonagenda nog niet heeft plaatsgevonden, beoordelen Gedeputeerde Staten, totdat die regionale woonagenda is vastgesteld of na actualisering opnieuw is vastgesteld een bestemmingsplan dat nieuwe woningen mogelijk maakt aan de volgende criteria: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c.

er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling.

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

15

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM In het kader van een duurzame verstedelijking heeft de provincie Gelderland regels gesteld met betrekking tot verstedelijking. Hiervoor wordt in samenwerking met de regio (in dit geval de regio Achterhoek) afspraken gemaakt. Deze regionale afspraken worden door vertaald in de gemeentelijke verstedelijksopgaven. In het onderhavige plan gaat het op het toevoegen van woningen waaronder ook (zorg)woningen worden verstaan. De regio Achterhoek heeft hiervoor de 'Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025' vastgesteld (zie paragraaf 4.4.2). De gemeente Doetinchem heeft dit beleid door vertaald in de woningbouwstrategie 2019' (zie paragraaf 4.5.4). Onderhavig plan voldoet aan het provinciale beleid. Zie voor de nadere verantwoording de betreffende beleidsparagrafen van de 'lagere' overheden.

Afdeling 2.7a Klimaatadaptatie Artikel 2.65b (klimaatadaptie) 1. Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico's van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. 2. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c.

droogte; en

d. hitte. 3. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. In de paragraaf 5.9 Waterhuishouding wordt onder het kopje 'klimaatadaptatie' op de aspecten wateroverlast, droogte en hitte ingegaan, Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie en -verordening. Er gelden binnen het plangebied geen beperkende voorschriften/regels vanuit de visie en verordening.

4.4

Regionaal beleid

4.4.1

Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012

Op 26 april 2012 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012 vastgesteld. Dit is een actualisatie van de Regionale structuurvisie uit 2004. Als basis voor ruimtelijk beleid zijn er een aantal speerpunten voor de regio benoemd. Dat zijn:  omgaan met de krimp;  externe relaties;  veranderingen in het landelijk gebied;  overstap naar duurzame energie. De kern Doetinchem bevindt zich op basis van deze structuurvisie in de dragerzone, waar naast normale ontwikkelingsruimte ruimte wordt geboden aan ontwikkelingen met grote ruimtelijke effecten (bv. door schaal, omvang of verkeersaantrekkend effect). Doetinchem speelt een belangrijke rol in deze dragerzone. Het stedelijk voorzieningenniveau van de stad kan verder worden uitgebreid ter versterking van de zelfstandigheid van de regio. De kernen en regionale bedrijventerreinen in de 'dragerzone' moeten relatief grootschalige ontwikkelingen opvangen, maar kunnen toch niet onbeperkt groeien. Om ook in de 'dragerzone' de maat en schaal van de Achterhoek te behouden worden deze gebieden begrensd, onder andere op basis van de schaal en de lokale identiteit van de kern en de nabijgelegen kwaliteiten vanuit landschap, natuur en water. Het project is niet strijdig met de regionale structuurvisie Achterhoek.

16

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VASRSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

Onderzoek en conclusie De ontwikkeling sluit aan op de doelstellingen zoals aangegeven in de regionale structuurvisie Achterhoek 2020.

4.4.2

Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025

Op 25 juni 2015 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Regionale woonagenda Achterhoek 2015-2025 vastgesteld als opvolger van de Regionale Woonvisie 2010-2020. De Regionale woonagenda schets de kaders en geeft ruimte om de inhoud mede door andere partijen te laten invullen. Daarmee verschuift de rol van de overheid van inhoudelijk bepalend naar procesbegeleidend. Kernbegrippen zijn kaders stellen, faciliteren en ruimte geven. De kernboodschap voor de komende jaren luidt dan ook:  er zijn (bijna) voldoende woningen (in aantallen) om te voorzien in de vraag. Het is noodzakelijk om de regionale ambitie (5.900 woningen toevoegen tussen 2010 en 2025) verder te verlagen met 10%. Het nieuwe regionale aantal is 3.145 woningen tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2025;  een integrale aanpak is nodig om de bestaande woningen toekomstbestendig te maken (kwalitatief), waarbij de eigenaar een persoonlijke mix kiest van onderhoud, isolatie, energieopwekking en levensloopbestendig maken. Sloop/nieuwbouw kan een optie zijn;  voor leegstaand en leegkomend vastgoed is een gezamenlijke beeldvorming met een lokale aanpak nodig. Naast herbestemmen zal in toenemende mate ook sloop aan de orde zijn;  wonen en zorg vormt een belangrijk aandachtspunt bij al deze genoemde ontwikkelingen.

De zeven gemeenten uit de regio zijn na vaststelling van de Regionale woonagenda begonnen om deze lokaal uit te werken. Doetinchem heeft daartoe een herziene woningbouwstrategie en een lokale woonagenda opgesteld. Op 5 november 2015 is de Herziene woningbouwstrategie 2015 door de gemeenteraad vastgesteld. Voor Doetinchem betekent dit dat is ingestemd met een maximaal aantal woningen. In de gemeente Doetinchem mogen tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2025 maximaal 1.375 woningen toegevoegd worden.

De opgaven uit de Regionale woonagenda die betrekking hebben op de kwalitatieve ontwikkeling van de woningvoorraad zijn, in de lokale woonagenda, verder uitgewerkt. Nadat de lokale woonagenda gemeente Doetinchem 2016-2025 en de herziene woningbouwstrategie 2015 en 2016 zijn vruchten heeft afgeworpen is in september 2019 notitie ‘Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw regio Achterhoek’ vastgesteld. Daarmee is een nieuw regionaal kader gegeven waaraan nieuwe woningbouwontwikkelingen in de regio en dus ook in Doetinchem moeten voldoen. Meer hierover in paragraaf 4.5.3.

4.5

Gemeentelijk beleid

4.5.1

Structuurvisie Doetinchem 2035

Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarbij gelden vier thema's, waarvan drie voor de ontwikkelingen in het plangebied van belang zijn. Dit zijn:  beherend ontwikkelen van stad en land;  kwaliteit en beleving;  economische kansen; Beherend ontwikkelen van stad en land

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

17

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM Het accent verschuift van ontwikkeling naar beheer als gevolg van de te verwachten vergrijzing van de bevolking en daling van het aantal inwoners. De focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden en functies. Wat goed is vraagt om goed beheer en behoud. Wat niet langer voldoet vraagt om aanpassing of, in het uiterste geval, om vervanging door iets anders. Denkbaar is de sloop van bebouwing en het transformeren van stukken stad naar natuur of stadspark. Kwaliteit en beleving De verschuiving van het accent naar beheer biedt kansen voor kwalitatieve ontwikkeling. Doetinchem moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en bedrijven. In de structuurvisie ligt de focus op de beleving en ruimtelijke kwaliteit. De structuurvisie streeft een hoge ruimtelijke kwaliteit na. De kwaliteit zal er overal weer anders uitzien en is op verschillende manieren te realiseren. Economische kansen De gemeente Doetinchem wil aantrekkelijk blijven door bestaande kwaliteiten te versterken en nieuwe kwaliteiten aan te boren. Inzet is het behoud van werkgelegenheid en het redden van de traditioneel sterke sectoren, zoals de maakindustrie en de zorg. Daarnaast zet de gemeente in op onverwachte kansen die zich voordoen en het anticiperen daarop.

De stad moet vernieuwend zijn zonder de bestaande kwaliteiten te verwaarlozen. Onderzoek en conclusie De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een appartementencomplex met 20 wooneenheden in bestaand stedelijk gebied. Hierbij wordt aangesloten op de Structuurvisie Doetinchem 2035, waarin vermeld wordt dat de focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden. Verder bevat de Structuurvisie geen specifieke voorwaarden voor de ontwikkeling van het plangebied.

4.5.2

Doetinchem Natuurlijk Duurzaam

Op 18 februari 2016 heeft de gemeenteraad het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam vastgesteld. In het koersdocument staat beschreven wat duurzaamheid voor Doetinchem betekent, welke middelen de gemeente inzet en welke doelen de gemeente heeft om de duurzaamheidsambities te behalen. Duurzaamheid is een heel breed begrip. Voor Doetinchem komt duurzaamheid terug op de beleidsvelden energie, natuur, klimaat, circulaire economie, mobiliteit en duurzame producten en diensten. De gemeente zet zichzelf in als verbinder die andere partijen ondersteunt en enthousiasmeert bij hun duurzame initiatieven. Met het koersdocument legt de gemeente de focus voornamelijk op het terrein van energie. Op dit terrein kan de gemeente grote 'winsten' behalen. Doetinchem wil, samen met de andere Achterhoekse gemeenten, in 2030 energieneutraal zijn. Dit doet de gemeente door zowel energie te besparen als schone energie op te wekken. De gemeente ziet het als taak om deze energietransitie te faciliteren en te stimuleren. Daarbij wil de gemeente het goede voorbeeld geven en de te banen wegen vrijmaken. Wat betreft de energiebesparing richten de gemeente zich voornamelijk op de bestaande woningvoorraad en het bedrijfsleven. De gemeente informeert en zorgt voor subsidieregelingen of leningen. Wat betreft energieopwekking zijn zon, biomassa en ook wind kansrijke duurzame energiebronnen.

In theorie kan elk gebouw voorzien in zijn eigen duurzame energieopwekking. Daar waar dit niet mogelijk is bieden collectieve duurzame energievoorzieningen het alternatief. Onderzoek en conclusie Duurzaamheid is een belangrijk thema bij de ontwikkeling. De toekomstige bebouwing sluit aan bij de duurzaamheidseisen uit het Bouwbesluit. Hiermee wordt het gebouw zoveel mogelijk energie neutraal met zeer goede isolatie waarbij voor een groot deel ook eigen energieopwekking middels PV panelen is voorzien. Hiermee is aangetoond dat voorliggende ontwikkeling aansluit bij het koersdocument Doetinchem Natuurlijk Duurzaam.

18

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VASRSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM 4.5.3.

Duurzame energieopwekking in Doetinchem

Op 25 april 2019 heeft de gemeenteraad het beleidskader Duurzame energieopwekking in Doetinchem vastgesteld. Met dit beleidskader is helder hoe de gemeente initiatieven voor duurzame energieopwekking in behandeling wil nemen. Het biedt inwoners de mogelijkheid om mee te doen en mee te beslissen bij projecten voor duurzame energieopwekking in hun buurt. Daarnaast geeft het initiatiefnemers een handelingsperspectief waarmee zij projecten voor duurzame energieopwekking tot ontwikkeling kunnen brengen in Doetinchem. De doelstelling van het beleidskader is drieledig: 1. Het beleidskader heeft als doel ruimte te bieden voor duurzame energieopwekkingsinitiatieven. Tot de vaststelling van het beleidskader werden initiatieven voor energieopwekking welke afwijken van het bestemmingsplan, door gebrek aan beleid, niet in behandeling genomen. Het beleidskader heeft hier verandering in gebracht. Door het beleidskader is de gemeente in staat om initiatieven te 'toetsen' op hun inpasbaarheid binnen Doetinchem. 2. De ruimtelijke kwaliteit van het grondgebied waarborgen en waar mogelijk versterken. Bronnen voor duurzame energieopwekking nemen ruimte in beslag. Afhankelijk van de beschikbare ruimte, het soort bron en de ruimtelijke impact die het heeft, is de benodigde ruimte en impact van het initiatief kleiner of groter.

Met het beleidskader worden richtlijnen gegeven voor 'inpassing' van initiatieven met een grote ruimtelijke impact. 3. Ten derde is het doel dat grootschalige initiatieven met een zo groot mogelijke maatschappelijke betrokkenheid tot stand komen. Initiatiefnemers voor ontwikkeling van bronnen van duurzame energieopwekking beogen over het algemeen een zo groot mogelijk rendement. Deze rendementen keren over het algemeen niet terug in het gebied. De omgeving van zo'n project ervaart daardoor vaak alleen de lasten (als visuele hinder, geluidhinder, enz.) en niet de lusten. Met het beleidskader wordt juist lokaal initiatief en eigenaarschap gestimuleerd. Daarnaast wordt beoogd dat initiatiefnemers van buiten de gemeente aangezet worden tot het betrekken van omwonenden in het totale proces van idee tot exploitatie. Dit alles om de betrokkenheid te vergroten en de omgeving mee te laten profiteren van de voordelen die ook ontstaan. In het beleidskader staan richtlijnen en randvoorwaarden, waar en onder welke voorwaarden de duurzame energiebronnen in de gemeente tot stand mogen komen. De drie belangrijkste uitgangspunten zijn:   

Alle bronnen en vormen van duurzame energieopwekking zijn nodig. Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden samen met de omgeving en belanghebbenden vormgegeven. Initiatieven voor grootschalige duurzame energieopwekking worden landschappelijk ingepast.

Onderzoek en conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de nieuwbouw van woningen die niet op het bestaande aardgasnet aangesloten worden. Voor de verwarming van het gebouw zal worden gekozen voor verwarming middels een warmtepomp. Los van de keuze van het systeem (luchtwarmtepomp of bodemwarmtepomp, en individueel of collectief) wordt het systeem ruimtelijk ingepast in de nieuwbouw. Bij de verdere planuitwerking moet hiervoor een keuze gemaakt worden. Hierbij wordt minimaal aan de vereisten van het Bouwbesluit voldaan.

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

19

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

4.5.4

Woningbouwstrategie 2019

Het gaat goed op de woningmarkt. Het beleid van de herziene woningbouwstrategie uit 2015 en 2016 om slechts selectief mee te werken aan woningbouwplannen en om latente woningbouwcapaciteit uit bestemmingsplannen te schrappen, heeft zijn vruchten afgeworpen. De gemeente heeft het stuur weer in handen en kan weer meewerken aan nieuwe woningbouwplannen. Ook in de regio Achterhoek gaat het weer beter. De gemeenteraad van Doetinchem heeft in september 2019 de notitie ‘Kwalitatieve toetsingscriteria woningbouw regio Achterhoek’ vastgesteld. Daarmee is een nieuw regionaal kader gegeven waaraan nieuwe woningbouwontwikkelingen in de regio en dus ook in Doetinchem moeten voldoen. De woningbouwstrategie vormt de uitwerking van dat kader. De basisgedachte in de woningbouwstrategie is dat ieder nieuw plan van meer dan 10 woningen in principe 20% goedkope woningen moet bevatten. Sité Woondiensten is door de initiatiefnemer gevraagd om te participeren in het plan. In verband met de specifieke wens om het achterterrein niet te bebouwen is het uitgangspunt van minimaal 20% goedkope huurwoningen voor dit plan niet realiseerbaar (zie ook bijlage 1 Vragenlijst toetsing Woningbouwstrategie 2019). Omdat er in dit gedeelte van de wijk al veel sociale huurwoningen aanwezig zijn is verder afgeweken van de eis om 20% goedkope koopwoningen te realiseren.

Dit is in lijn met het streven van de gemeente naar wijken met een divers aanbod aan woningen. De toevoeging van woningen in het segment ‘middenhuur’ is in dat kader een goede aanvulling in deze wijk. In de Woningbouwstrategie van de gemeente is hiervoor aangegeven dat er behoefte is naar woningen in deze categorie. De appartemeten zijn toegankelijk. Dit wil zeggen dat alle functies van de woning zich op één verdieping bevinden en voor zover niet op de begane grond zijn gesitueerd met een lift bereikbaar zijn. De appartementen in deze categorie zijn aantrekkelijk voor starters op de woningmarkt. Met de ontwikkeling van deze locatie wordt de locatie van de voormalige klompenfabriek en een open plek is langs de Varsseveldseweg op een mooie manier opnieuw ingevuld. De woningen worden gasloos gebouwd in een segment (middenhuur) wat een welkome aanvulling is op de woningmarkt in Doetinchem.

4.5.5

Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017 - 2020

Op 8 juni 2017 heeft de gemeenteraad de 'Parkeervisie Gemeente Doetinchem 2017-2020' en de 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem' vastgesteld. De gemeente biedt voor haar eigen inwoners en bezoekers een aantrekkelijke binnenstad waarbij bereikbaarheid en parkeren belangrijke pijlers zijn. Het parkeren biedt in en rond de binnenstad van Doetinchem, in de kernen van Wehl en Gaanderen en in woongebieden en buitengebied ondersteuning aan de daar aanwezige functies (zoals: wonen, winkelen, werken en recreëren). De parkeervisie is opgedeeld in vier pijlers: 1. parkeerlocatie en kwaliteit: alle openbare parkeerplaatsen moeten sociaal veilig, beschikbaar, vindbaar en te financieren zijn; 2. doelgroep gericht: per locatie hebben specifieke parkeerdersgroepen prioriteit. a. binnenstad - personeel en publiek; b. woongebieden - bewoners en bezoek; c. bedrijfsterreinen - personeel; 3. flexibiliteit: de uitvoering van de werkzaamheden uit de parkeervisie moeten gefaseerd uitgevoerd kunnen worden; 4. exploiteerbaarheid: de parkeerexploitatie dient te voldoen aan de financiële taakstelling. Parkeernormen hebben tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen voor te schrijven, dat voorzien wordt in de in te schatten parkeervraag. Dat aantal voorkomt dat door de aanleg van te weinig plaatsen er een tekort ontstaat.

Ook voorkomt het toepassen van de normen dat er teveel plaatsen komen, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en bereikbaarheid nadelig worden beïnvloed. De nota wil ook de toepassing van de normen voor burgers, bedrijven, gebouweigenaren, ontwikkelaars, e.d. inzichtelijk maken. Onderzoek en conclusie In de 'Nota Parkeernormen Auto en Fiets Gemeente Doetinchem' staat per situatie de parkeernormen. Het parkeerbeleid is voor het plangebied nader uitgewerkt in paragraaf 5.11 Verkeer en parkeren.

20

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VASRSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

4.5.6

Groenstructuurplan Doetinchem 2017

Het Groenstructuurplan Doetinchem 2017 (hierna: groenstructuurplan) vormt de basis van de groene bestemmingen in dit plan. Het groenstructuurplan is recent geactualiseerd en op 27 juni 2017 vastgesteld door het college. Het plan is het beleidsdocument waarin beleid en ambities ten aanzien van de groen- en bomenstructuren zijn vastgelegd. Het gaat daarbij zowel om de functionele als de visueel-ruimtelijke aspecten van het groen. Het groenstructuurplan is leidend bij ruimtelijke vraagstukken waar zij onderdeel van uitmaakt. De beleidsuitgangspunten voor het plan komen voort uit de Structuurvisie Doetinchem 2035. De belangrijkste doelen van het plan zijn:  vastleggen van bestaande, te behouden, te versterken en nieuw te ontwikkelen (hoofd)groen- en bomenstructuren;  verwoorden groene ambities en uitwerken naar concrete projecten en acties;  handvatten bieden voor afwegingen bij ruimtelijke claims, afstoten en verkoop van het openbaar groen;  functioneren als toetsingsinstrument voor de Bomenverordening;  mede richting geven aan aanleg, beheer en onderhoud.

Groenstructuurkaart, Kaart 1 Doetinchem met de locatie aangeduid bij de rode pijl

Onderzoek en conclusie Het belang van een goede en robuuste groenstructuur neemt steeds verder toe. Er is hierbij steeds meer aandacht voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Het bouwplan grenst aan ‘hoofdstructuur bomen’ zoals aangegeven in het groenstructuurplan. De nieuwe bebouwing wordt in de rooilijn van de omliggende bebouwing op voldoende afstand van de aanwezige bomen gesitueerd. Bij het ontwerp is rekening gehouden met de aanwezige notenboom (zie paragraaf 4.5.7). Daarnaast wordt er aan de achterzijde van het plan een gezamenlijke tuin gerealiseerd (zie paragraaf 2.2). Het voorliggende bestemmingsplan is hiermee in overeenstemming met het groenstructuurplan.

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

21

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

4.5.7.

Bomenbeleid en de Bomenverordening

De bescherming, de herplant en het kappen van bomen is geregeld in de gemeentelijke bomenverordening. De beleidsregels voor toepassing van deze regelgeving zijn opgenomen in de Bomenverordening 2015. Deze verordening bevat regels ten aanzien van de beoordeling kapaanvragen en belangenafweging, bijzondere bomen en de duurzame instandhouding en bescherming van bomen. Het bomenbeleid is in essentie gericht op het behoud van (toekomstig) waardevolle bomen en boomstructuren. Bomen dragen in belangrijke mate bij aan de structuur, identiteit, belevingswaarde, ecologische waarde en gebruikswaarde van de (woon)omgeving en worden dan ook beschouwd als de belangrijkste groenelementen in de stedelijke omgeving. Hierbij geldt dat naarmate bomen ouder zijn de waarde voor de omgeving toeneemt. Om deze reden is het van belang in de bestaande situatie en bij nieuwe ontwikkelingen met zorg om te gaan met aspecten van beheer en inrichting van de boom en zijn groeiplaats. Om inzicht te krijgen in de invloeden van de (civiele) werkzaamheden op de nabij gelegen Walnoot (Juglans regia (gewone walnoot)) is een Boom Effect Analyse (BEA) uitgevoerd. Deze is als bijlage 6 bijgevoegd. Uit de BEA is naar voren gekomen dat de boom in de huidige situatie een goede conditie en toekomstverwachting heeft.

Doordat de voorgenomen ontwikkeling bovengronds van belemmerende invloed zijn op de boom zijn een aantal maatregelen beschreven. De ondergrondse werkzaamheden zijn van beperkt belemmerende invloed op het behoud van de boom.. Om schade aan de boom te voorkomen wordt de boom, conform de voorschriften in de BEA voor aanvang van de werkzaamheden in de daarvoor geschikte periode gesnoeid Hiermee wordt voldaan aan de randvoorwaarden uit de BEA. Voor een goede toegankelijkheid van het terrein moet één boom (plataan) aan de Varsseveldseweg gekapt worden. Deze gewone plataan kan niet gehandhaafd blijven vanwege de realisatie van een nieuwe inrit voor de bewoners van de nieuwbouw aan de Varsseveldseweg 95-97. Deze gewone plataan is in eigendom van de gemeente Doetinchem en maakt deel uit van de laanbomenstructuur binnen de gemeente Doetinchem. Alle mogelijkheden om deze boom te sparen zijn onderzocht maar bleken niet haalbaar. Voor deze boom is de taxatiewaarde bepaald (zie bijlage 6a). Op basis van deze waarde wordt er een afdracht aan het bomenfonds gedaan.

Onderzoek en conclusie De aanwezige waardevolle boom wordt beschermd middels de kapverordening en de kapvergunning. Voor de gewone plataan wordt een afdracht gedaan aan het bomenfonds. In dit bestemmingsplan zijn derhalve geen maatregelen opgenomen. Het bestemmingsplan vormt geen belemmering voor het Bomenbeleid en de Bomenverordening. 4.5.8.

Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem

Het klimaat verandert. We krijgen steeds vaker te maken met zware buien, hitte en perioden van forse droogte. Bij nieuwbouw en herinrichting moeten we daar rekening mee houden. De gemeente Doetinchem vraagt initiatiefnemers van bouwprojecten om zo veel als mogelijk rekening te houden met het veranderende klimaat. Doetinchem wil een klimaatbestendige en waterrobuuste stad worden met voldoende ruimte voor o.a. water en groen. Dit kan door maatregelen te nemen tegen wateroverlast, hittestress en droogte. Daarnaast wil de gemeente de biodiversiteit behouden en versterken. De gemeenteraad heeft op 7 juli 2022 de ‘Klimaatadaptatiestrategie Doetinchem’ vastgesteld. De strategie (met visie en ambities) is gebaseerd op vijf pijlers. Pijler vier gaat over “Ontwikkelingen klimaatbestendig”: In deze pijler is het volgende aangegeven “We bouwen met het oog op de toekomst. Als we nu iets ontwikkelen, houden we rekening met het klimaat van de toekomst. Dit betekent dat we nieuwbouw en herinrichtingen alleen nog maar klimaatbestendig realiseren. En dat we daarbij de effecten op de bestaande woon- en leefomgeving expliciet meenemen.”

22

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VASRSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM Bij nieuwe en lopende projecten moet rekening worden gehouden met het veranderende klimaat. Dat betekent kansen benutten en maatregelen treffen. Voor nieuwbouwprojecten betekent dit dat de gemeente aan initiatiefnemers van bouwprojecten vraagt om in de plannen aan te geven hoe hieraan invulling wordt gegeven. Conclusie In de paragraaf 5.9 Waterhuishouding wordt onder het kopje 'klimaatadaptatie' op de aspecten wateroverlast, droogte en hitte ingegaan

VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

23

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING VARSSEVELDSEWEG TUSSEN 93 EN 99 TE DOETINCHEM

Hoofdstuk 5 5.1

Haalbaarheid

Algemeen

Dit hoofdstuk geeft de randvoorwaarden van de milieukundige aspecten en andere omgevingsaspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij het bouwen en bij de inrichting en het beheer van het plangebied. Deze aspecten kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van bepaalde locaties. Als dit zo is, blijkt dit uit de tekst onder het bepaalde aspect.

5.2

Milieueffectrapportage - (vormvrije) m.e.r.-(beoordelings)plicht

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. De activiteit(en) die het plan of besluit mogelijk maakt, komt niet voor in of kan niet worden beschouwd als een activiteit zoals opgenomen in kolom 1 van onderdeel C (C-lijst) of D (D-lijst) van de bijlage van het Besluit m.e.r. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.beoordelingsplicht. 2. Een m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; a. M.e.r.

is verplicht bij een plan als:  het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor volgens de Wet milieubeheer een project-m.e.r. of een m.e.r.-beoordeling verplicht is.  of als de ontwikkelingen binnen het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een Passende beoordeling nodig is. b. M.e.r. is verplicht bij een project:  als de activiteit die mogelijk wordt gemaakt is opgenomen in kolom 1 van de C-lijst.  als de omvang van de activiteit de drempelwaarde van kolom 2 van de C-lijst overschrijdt.  en er een besluit als genoemd in kolom 4 van de C-lijst nodig is. 3. Een formele m.e.r.-beoordelingsplicht: indien sprake is van een formele beoordelingsplicht, dan moet het bevoegd gezag (aan de hand van de criteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling) met een m.e.r.-beoordelingsbesluit beoordelen of de voorgenomen activiteit (door de initiatiefnemer bij bevoegd gezag gemeld in de vorm van een aanmeldnotitie) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben c.q. of belangrijke gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten. Indien belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, dan geldt een m.e.r.-plicht. Kunnen belangrijke nadelige milieugevolgen wel worden uitgesloten, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk.

Er is sprake van een formele m.e.r.-beoordelingsplicht als de voorgenomen activiteit:  voorkomt/beschouwd kan worden als een activiteit in kolom 1 van de D-lijst, en  groter is dan de drempelwaarde in kolom 2 van de D-lijst, en  mogelijk gemaakt wordt door een besluit in kolom 4 van de D-lijst (indien de activiteit mogelijk wordt gemaakt door een plan in kolom 3, dan geldt een plan-m.e.r.-plicht).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7991/documents/43932