CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_29 Toelichting bijlage 22 ROB bijlage 21 Bomen Effect Analyse.pdf

gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6.2: Bestemmingsplan Lamsweerde e.o. Wehl - 2023 en beeldkwaliteitsplan5.546 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Boom effect analyse paardenkastanjes Keppelseweg 29 Wehl Lamsweerde - Plak

Boom effect analyse paardenkastanjes Keppelseweg 29 Wehl Lamsweerde - Plak

Opdrachtgever:

Buro Ontwerp & Omgeving Postbus 2033 6802 CA Arnhem

Datum:

12 april 2023

Status:

Definitief

Uitvoering:

Foreest Groen Consult B.V. Van Pallandtlaan 10 6998 AW Laag-Keppel T 0314 642221 E-mail info@foreestgroenconsult.nl Http://www.foreestgroenconsult.nl

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................... 3

2

Werkwijze ................................................................................................. 4 2.1

Mechanische kwaliteit ................................................................................................. 4

2.2

Vitaliteit ....................................................................................................................... 5

2.3

Resterende levensverwachting ................................................................................... 5

2.4

Kroonprojectie ............................................................................................................. 6

2.5

Bodemopbouw en bewortelingsstructuur .................................................................. 6

2.6

Boomnummers ............................................................................................................ 6

3

De boom en omgeving .............................................................................. 7 3.1

Huidige inrichting......................................................................................................... 7

3.2

Analyse ontwerp .......................................................................................................... 8

3.3

Kroonprojecties en boomspiegels ............................................................................... 9

4

Onderzoeksresultaten ............................................................................. 10 4.1

Boomveiligheidsinspectie .......................................................................................... 10

4.2

Nader onderzoek boom 1 .......................................................................................... 12

4.3

Nader onderzoek boom 8 .......................................................................................... 15

4.4

Bodem- en beworteling ............................................................................................. 18

5

Conclusies ............................................................................................... 19 5.1

Afstand graafwerkzaamheden tot stam .................................................................... 19

5.2

Toekomst boom 1 ...................................................................................................... 19

5.3

Resterende levensverwachting overige bomen ........................................................ 20

6

Adviezen ................................................................................................. 21 6.1

Ontwerp ..................................................................................................................... 21

6.1.1

Boomvakken ....................................................................................................... 21

6.1.2

Materialisering ................................................................................................... 21

6.1.3

Gevel ................................................................................................................... 21

6.1.4

Veilig gebruik ruimte boom 1 ............................................................................. 21

6.2

Veiligheidssnoei ......................................................................................................... 22

6.3

Werk voorbereiden.................................................................................................... 22

6.4

Uitvoering .................................................................................................................. 23

6.5

Nazorg ........................................................................................................................ 24

Bijlage 1: kroonprojecties Bijlage 2: resistograafstroken boom 1 en 8 Bijlage 3: poster beschermde boomzone Bijlage 4: poster bouwen bij bomen

1

Inleiding

In opdracht van Bureau Ontwerp & Omgeving is een boomonderzoek uitgevoerd bij acht bomen, op de locatie Lamsweerde - Plak in Wehl. Het betreft één dubbelbloemige en zeven witte paardenkastanjes. De bomen staan in de verharding van een vroegere parkeerplaats. Voor dit terrein is een stedenbouwkundig plan opgesteld. De herinrichting van het gebied is de aanleiding voor dit boomonderzoek. De te beantwoorden vraag is hoe de paardenkastanjes duurzaam ingepast kunnen worden. De tweede vraag betreft de veiligheid. Uit de boomveiligheidscontrole van 2021 blijkt dat twee kastanjebomen met nummer 1 en 8, mechanische gebreken bezitten. Deze zi jn onderzocht op breukvastheid. De rapportage is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 bevat de toelichting op de methode van onderzoek. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de huidige groeiplaatsomstandigheden en geeft een analyse van de toekomstige omstandigheden na uitvoering van dit ontwerp. De overzichtstabel in hoofdstuk 4 bevat de onderzoeksresultaten van de boomveiligheidscontrole. Daarnaast zijn hierin de resultaten, conclusies en adviezen van de nader onderzochte bomen te lezen. In bijlage 2 zijn de resistograafstroken toegevoegd. De laatste paragraaf gaat in op de resultaten van het bodem- en bewortelingonderzoek. Tot slot zijn de conclusies en adviezen te lezen in hoofdstuk 5 en 6.

De kaart met de locatie van de bomen en de kroonprojecties is opgenomen als bijlage 1. Bijlagen 3 en 4 bevatten de poster ‘Beschermde boomzone’ en ‘Bouwen bij bomen’. Het onderzoek is uitgevoerd op 30 maart en 4 april 2023 door ing. J.A. Kofman, boomonderzoeker bij Foreest Groen Consult BV.

-3-

2

Werkwijze

Hoe wordt een boom visueel gecontroleerd? Op welke wijze wordt een bodem- en bewortelingsonderzoek uitgevoerd? De antwoorden leest u in onderstaande paragrafen.

2.1 Mechanische kwaliteit Om de kwaliteit van bomen in kaart te brengen is de VTA-methode van C. Mattheck gehanteerd. Hierbij wordt de kroon, stam en stamvoet beoordeeld op breukvastheid en mogelijke aanwezige mechanische gebreken. Bij het onderzoek wordt gebruik gemaakt van een prikstok met een lengte van 50 centimeter, waarmee holtes, loslatende bast en aangetast hout beoordeeld worden. Gelet wordt op de volgende zaken. Kroon Beoordeeld worden de kwaliteit van de takaanhechtingen, aanwezigheid van gedelamineerde takken waarin scheurvorming plaatsvindt, snoeiwonden, holtes en spechtenholtes. Dood hout met een diameter groter dan 5 centimeter levert bij breuk en veiligheidsrisico op. Stam en stamvoet Onderzocht wordt de mechanische kwaliteit van de stam en stamvoet waarbij gelet wordt op aanwezigheid van schades, holtes, snoeiwonden, loslatende bast, zwammen van houtparasitaire schimmels en vorming van extra hout als reactie op een interne mechanische verzwakking. Bij de afweging betreffende veiligheid wordt uit gegaan van de norm voor breukvastheid. Een stam en stamvoet moeten op 2/3 van de omtrek minimaal 1/6 van de diameter sterk hout bevatten. VTA is een afkorting voor Visual Tree Assessment. Het is een op de mechanica gebaseerde methode volgens welke de veiligheidssituatie beoordeeld wordt aan de hand van de groeikenmerken van de boom.

De primaire reactie van een boom op een aantasting is de vorming van hout. Hierdoor zijn interne gebreken voor de geoefende onderzoeker aan de buitenzijde van de boom zichtbaar en te beoordelen.

-4-

2.2 Vitaliteit De methode voor de beoordeling van de vitaliteit is gebaseerd op de groei in de top van de kroon. Om een boom te kunnen behouden of verplanten, moet de conditie redelijk tot goed zijn. Dan kan de boom mogelijk wortelverlies of de verplantschok succesvol doorstaan. Bij de beoordeling van de conditie is de methodiek van de kroonarchitectuur toegepast. De methode is gebaseerd op de groei in de top is beschreven door A. Roloff (2001). Aan de kroonrand is te zien of de boom nog in de lengte groeit (conditie redelijk tot goed), stagneert (conditie matig) of aan het insterven is (conditie slecht). Exploratiefase 0: zonder schade  dichte, afgeronde kroonrand;  fijne vertwijgingsstructuur en dichte bladbezetting tot binnen in de kroon.

Degeneratiefase1: lichte schade  spitse twijgen in de kroonrand;  transparante top; dicht vertwijgde binnenkroon.

Stagnatiefase 2: middelmatige schade  penseelachtige of pluimerige takuiteinden;  knoppen en bladeren in de kroonrand;  lichte, transparante binnenkroon;  vorming van dood hout.

Aftakelingsfase 3: gehavende kroon  lichte, kartelige kroonrand;  instervende twijgen;  kleine knoppen, bladeren;  zeer transparante kroon. Afbeelding 1: indeling in vitaliteitsklassen

2.3 Resterende levensverwachting De resterende verwachting van een boom wordt in geschat op grond van mechanische kwaliteit en vitaliteit, voor de ongewijzigde situatie.

-5-

2.4 Kroonprojectie De standplaats van de boom is nauwkeurig ingemeten door een landmeetkundig bureau. Deze staat op de aangeleverde kaart. Ten behoeve van dit onderzoek zijn door Foreest Groen Consult BV de boomkronen op deze kaart ingetekend. Dit gebeurt middels een vierpuntsmeting. Daarvoor is de afstand van de kroonrand gemeten tot aan het hart van de stam, vanaf vier zijden. Hierbij is gebruikt gemaakt van een digitale afstandsmeter. De kroonprojecties zijn te zien op de tekening in bijlage 1.

2.5 Bodemopbouw en bewortelingsstructuur De invloed van herinrichting op de duurzaamheid van bomen hangt sterk af van de bodemopbouw en het bewortelingsprofiel. Het wortelonderzoek vindt plaats door middel van het graven van een proefsleuf met behulp van de spade en het verrichten van een grondboring.

2.6 Boomnummers In juni 2021 is een eerste boomveiligheidscontrole uitgevoerd bij deze bomen. De nummering van de bomen is overgenomen uit dat boomonderzoek.

-6-

3

De boom en omgeving

De paardenkastanjes staan in twee rijen op een oude parkeerplaats langs de Keppelseweg.

3.1 Huidige inrichting De kastanjebomen staan in een klinkerverharding met open voegen. Soms wordt een auto tijdelijk geparkeerd. De rest van de verharding wordt niet gebruikt, waardoor het grotendeels overgroeid is met gras. De boomspiegels hebben een diameter van 3 meter. De foto’s hieronder geven de groeiplaatsomstandigheden weer.

8 1

7 2

3

Foto 1: twee rijen kastanjes in parkeerplaats

Foto 2: boomspiegel in klinkerverharding

-7-

3.2 Analyse ontwerp De hieronder afgebeelde figuur bevat het ontwerp. Daarin zijn enkele plekken gemarkeerd die in de analyse daaronder, besproken worden.

1 3 6

2 7

2 7 meter 1

8

2 1

Afbeelding 1: zilverlindes 1 en 2 in het plan Figuur 1: stedenbouwkundig plan voor een gebouw met parkeerplaatsen onder de kronen.

Aan de noordzijde is een inrit gepland, waarvoor de bomen met de nummers 4 en 5 wijken. De toekomstige groeiplaatsomstandigheden van de overige zes kastanjebomen kenmerkt:  de kastanjebomen staan in plantvakken in een verharding voor oprit en parkeren.  De afstand tussen boom 1 en het gebouw is 7 meter (zie foto 3). Ter hoogte van de toekomstige gevellijn groeit de dubbelbloemige paardenkastanje nummer 1. De takken hebben diameters tussen de 10 en 20 centimeter.  Er wordt een heg geplant op 1 meter ten noorden van boom 3 (zie foto 4).  De afstand tussen de stamvoet van boom 6 en 8 en de toekomstige verharding is minder dan een halve meter.  Ten noorden van de inrit bevindt zich een 2 tot 3 meter brede reststrook groen.

-8-

7 meter Foto 3: 7 meter tot gebouw (pijl) bij boom 1

Foto 4: 0,5 meter van de heg (pijl) tot boom 3

3.3 Kroonprojecties en boomspiegels De figuur hieronder geeft de kroonprojecties en de huidige boomspiegels weer met daaronder het ontwerp van de toekomstige situatie.

Figuur 2: aan vier zijden ingemeten kroonprojecties weer gegeven in zwart en de boomspiegels in groen

-9-

4

Onderzoeksresultaten

De hieronder afgebeelde tabel bevat de onderzoeksresultaten van de visuele controle per boom. In de tweede paragraaf zijn verduidelijkende foto’s opgenomen. Het de resultaten van het bewortelingsonderzoek is te lezen in de derde paragraaf.

4.1 Boomveiligheidsinspectie De tabel op de volgende pagina geeft de resultaten weer van de visuele boomcontrole. Deze bevat de volgende opnamegegevens. Algemeen Boomnummer: uniek nummer dat refereert aan de standplaats Boomsoort: wetenschappelijke naam Stamdiameter: gemeten op borsthoogte, 1.3 meter boven maaiveld Onderzoeksresultaten Mechanische kwaliteit kroon / stam / stamvoet (zie toelichting in paragraaf 2.1) Vitaliteit: klasse 0 t/m 4 (zie toelichting in paragraaf 2.2). Conclusies Veilig voor de omgeving:  Ja: veilig te handhaven.  Herstel: er is een veiligheidsrisico geconstateerd. Nadat het advies is uitgevoerd, is voldaan aan de Zorgplicht en is de boom veilig te handhaven.  Nee: de boom heeft een ernstig mechanisch gebrek. Voor deze boom geldt een verhoogde Zorgplicht. Vellen of een nader onderzoek is vereist. TK (Toekomst): resterende levensverwachting <5 = minder dan 5 jaar 5-10 = 5 tot 10 jaar 10-15 = 10 tot 15 jaar > 15 = meer dan 15 jaar

-10-

Resultaten boomveiligheidsinspectie Object: Lamsweerde - Plak te Wehl

Datum: 30 maart 2023 Resultaat

Boom nr.

Boomsoort

Ø stam (cm)

Conclusies Kroon

1

Aesculus hippocastanum 'Baumannii'

114

2

Aesculus hippocastanum

40

3

Aesculus hippocastanum

40

4 5 6

Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum Aesculus hippocastanum

54 37

onderzijde aanzetten gesteltakken met holtes en signalen van overbelasting; stormankers aangebracht

Stam

twee omvangrijke holtes op 2 m¹

snoeiwond op 3 m¹ met een diameter van 20 cm diverse cambiumlekkages 1-2 m¹ westzijde stam; beperkt inrottende snoeiwond op 1,8 m¹; openstaande plakokselverbinding met lange, smalle stamschade van 0 tot 2 m¹ delaminatiescheur in gesteltak met goede wondhoutlijsten oppervlakkige schade met goede wondhoutlijsten

30

7

Aesculus hippocastanum

67

8

Aesculus hippocastanum

66

Stamvoet

stormanker aangebracht; plakokselverbinding zonder signalen van overbelasting op 6 m¹; inrottende snoeiwond beperkt tot oude paardenkastanjemineermot takaanzet, op 2 m¹ dikrandtonderzwammen (Ganoderma adspersum) van 2-5 m¹; inrottende snoeiwond op 8m¹; cambiumlekkages en bastscheur 0-3 m¹, gesteltakken met bastscheuren dit is een beginstadium van de onderzijde takaanzet kastanjebloedingsziekte

Vitaliteit

TK jaar

Veilig

2

10

herstel

1

> 15

ja

1

> 15

ja

2

10

herstel

1

> 15

ja

1

> 15

ja

2

> 15

ja

2

5-10

herstel

4.2 Nader onderzoek boom 1 Kroon De gesteltak aan de zuidwestzijde bevat een omvangrijke schade van 2.5 tot 6 meter hoogte. De oppervlakkige wond beslaat een breedte van 30 centimeter. In de basis van deze tak bevindt zich een grote, diepe holte. Deze gesteltak is recent verankerd met behulp van een driehoekig stormanker. Op 5 meter hoogte bevinden zich twee spechtenholtes, net onder een holte die is ontstaan door het uitbreken van een gesteltak op 6 meter hoogte. Aan de westzijde bevindt zich op 6 meter hoogte een grove tak met een plakokselverbinding. Aan beide zijden van de takaanhechting is een houtscheur aanwezig. De overige takken hebben een goede aanhechting. Hier en daar zijn inrottende snoeiwonden aanwezig, waarbij de rotting beperkt is tot de oude takaanzet. De twijgen in de kroonrand zijn redelijk bezet met knoppen. Op de stam is geen recente diktegroei aanwezig. Wel vindt op diverse wondhoutlijsten actieve versterkingsgroei plaats. Stam In de baststructuur op de stam is een draaiing zichtbaar. Aan de oostzijde bevinden zich onder de omvangrijke holtes op 2 meter hoogte, diverse verticale bastribben waarop versterkingsgroei plaatsvindt (foto 6). Onder de takaanzet aan de zuidzijde bevindt zich loslatende schors over een breedte van 15 centimeter. Bij het bekloppen van deze takaanzet met de rubber onderzoekshamer klinkt een hol geluid.

Deze tak (foto 7) is onderzocht met behulp van de resistograaf. Deze meet de weerstand van het hout waaruit afgeleid wordt hoeveel sterk hot de tak nog bevat. De resultaten zijn als volgt: Meting 1 (bovenzijde): 9 centimeter sterk hout met daarachter een holte; Meting 2 (zijkant oost): 12 centimeter sterk hout met daarachter een holte; Meting 3 (onderzijde): 8 centimeter sterk hout met daarachter een holte; Aan de basis heeft de gesteltak een diameter van 60 centimeter. Voor breukvastheid is minstens 10 centimeter sterke restwand nodig op minimaal 2/3 van de omtrek. Ter controle van de houtsterkte in de stam is aan de zuidzijde een meting verricht op 1 meter hoogte. Uit deze meting (4) blijkt dat de stam op deze hoogte bestaat uit massief en gezond hout. De resistograafstroken zijn opgenomen in bijlage 2. Stamvoet De stamvoet is regelmatig gevormd en heeft een goed aangehechte bast. De stamvoet vertoont geen signalen die wijzen op mechanische verzwakking. Vervolg: zie pagina 12

-12-

Foto’s dubbelbloemige paardenkastanje met nummer 1

Foto 5: boom 1 bezien vanaf de zuidoostzijde

Foto 6: torsie stam onder de holtes aan de oostzijde

Foto 7: de beschadigde tak aan de zuidoostzijde

Foto 8: spechtenholtes hoger in de tak

-13-

Foto 9: tak met scheur op de verbinding

Foto 10: dezelfde tak met slechte aanhechting

Conclusies De beschadigde tak aan de zuidzijde is op meer dan 50% van de omtrek beschadigd. Signalen zoals de breuk in het hout en de loslatende schors onder de aanzet wijzen op een verhoogd breukrisico. Dit wordt bevestigd door de resistograafmetingen waaruit blijkt dat de tak volledig hol is en minder dan 10 centimeter sterke restwand bevat. Daarmee voldoet deze tak niet aan de norm voor breukvastheid. Deze gesteltak is verankerd. Dit kan takbreuk niet voorkomen. Als de tak breekt, valt deze op het toekomstige bouwterrein. Dit kan een gevaarlijke situatie opleveren. De tak aan de westzijde (foto 9 en 10) heeft een openstaande plakokselverbinding, wat te zien is aan de houtscheur aan beide zijden van de aanhechting. Deze tak kan ieder moment afbreken. In de toekomstige situatie kan dit een gevaar opleveren voor de veiligheid van de gebruikers van de ruimte onder de kroon. Adviezen Met als doel de veiligheid te waarborgen wordt geadviseerd de holle tak aan de zuidzijde in te nemen tot 1 meter boven de spechtenholtes. De tak met openstaande plakokselverbinding wordt geadviseerd in te nemen tot 1 meter boven de aanhechting. Vervolgens moet de boom jaarlijks goed visueel gecontroleerd worden en indien nodig opnieuw nader onderzocht op breukvastheid. Onvoorziene takbreuk komt bij deze soort op deze leeftijd regelmatig voor.

Daarom wordt geadviseerd onder de kroon van deze aftakelende kastanjeboom geen gebruiksfuncties te realiseren.

-14-

4.3 Nader onderzoek boom 8 Kroon Op 6 meter hoogte splitst de stam zich in drie kroondelen. De kroon is ingenomen aan de wegzijde. Op de gesteltakken bevindt zich reïtteratiegroei*. Er bevinden zich oppervlakkige lengtescheuren in de bast onder de toptakken op 8 en 9 meter hoogte. De top aan de zuidzijde bevat instervende twijgen. Op deze gesteltak bevindt zich een holte met redelijk ontwikkelde wondhoutlijsten. Op de takaanzet boven de holte bevindt zich een duidelijk versterkte zone waarop geen recente diktegroei zichtbaar is. Op de aanhechting van de eerste gesteltak op 4 meter hoogte (oostzijde) bevinden zich diverse cambiumlekkages. De schors onder de gesteltak is geribbeld. De tak is in het verleden op 5 meter van de stam ingenomen. De knopbezetting is redelijk. De boom laat reactiegroei zien op de wondhoutlijsen. De stam laat geen recente diktegroei zien. Stam Aan de noordzijde bevinden zich tussen 2 en 5 meter, diverse vruchtlichamen van de dikrandtonderzwam**. De stam bevat verder een oude bastscheur van 0 tot 2 meter hoogte. Het onderste deel bevat goede wondhoutlijsten. Het deel daarboven bevat geen wondhoutlijsten. Daarnaast is een licht gedraaide schorsstructuur aanwezig met enkele zwarte vlekken als gevolg van het uittreden van cambium. Dit wordt cambiumlekkages genoemd.

Ter controle van de houtsterkte zijn drie metingen verricht op de stam met behulp van de resistograaf. De resultaten zijn als volgt. In bijlage 2 zijn de resistograafstroken opgenomen. Meting 1 (noord) op 1.8 meter: minstens 26 sterk hout aanwezig; Meting 2 (oost) op 3.5 meter hoogte: 12 centimeter sterk hout met daarachter lichte verzwakking tussen 6 en 7 centimeter diepte. Na 12 centimeter is het hout verzwakt. Aan de onregelmatige lijn is te zien dat zich hier een zich voortschrijdende aantasting bevindt; Meting 3 (zuid) op 3.5 meter hoogte: minstens 26 sterk hout aanwezig. Stamvoet De stamvoet is regelmatig gevormd en heeft een goed aangehechte bast. De stamvoet vertoont geen signalen die wijzen op mechanische verzwakking. * Reïtteratiegroei is de benaming voor twijgen die uitlopen op gesteltakken in de binnenkroon. De slapende knoppen op gesteltakken groeien uit wanneer er licht op valt door forse snoei en/of door een transparanter wordende kroon. De reïtteratiegroei voorziet de boom van de voor groei benodigde suikers. ** Dikrandtonderzwam (Ganoderma adspersum) veroorzaakt witrot met selectieve delignificatie van het kernhout. Het spinthout wordt niet of weinig aangetast. Een boom kan bij een ver gevorderde aantasting door tonderzwam, op den duur breukgevaarlijk worden.

-15-

Foto’s witte paardenkastanje met nummer 8

Foto 11: oude wond ter hoogte van takaanhechtingen Foto 12: noordzijde met dikrandtonderzwam op 4 m1

Foto 13: cambiumlekkage takaanzet op 4 meter aan de oostzijde

Foto 14: innemen verzwakte tak boven weg (rode lijn)

-16-

Conclusies Aan de gedraaide schorsstructuur is te zien dat de stam in het verleden licht getordeerd is. Mogelijk was de torsie het gevolg van een veranderde windbelasting. Kastanje is een zachte houtsoort en torsie komt vaker voor op latere leeftijd. De holte ter hoogte van de kroonsplitsing bevat goede wondhoutlijsten. De twee takken daarnaast laten met de ribbels en de oppervlakkige lengtescheur in de bast een lichte overbelasting zien. Op dit moment is dit nog geen punt van zorg voor de breukvastheid van deze gesteltakken. Omdat de dikrandtonderzwam lager in de stam het kernhout achter de gesteltak op 4 meter hoogte heeft verzwakt, moet in de toekomst rekening gehouden worden dat zich een voortschrijdende aantasting bevindt in de stam. Deze verplaatst zich omhoog in de stam. Uit meting 2 blijkt dat de dikrandtonderzwam het hout achter de gesteltak op 4 meter hoogte heeft aangetast. Dat betekent dat de gesteltak een slechte aanhechting aan de stam heeft. De in het verleden ingenomen tak is inmiddels enkele meters uitgegroeid. Daardoor is het gewicht op de takaanzet weer toegenomen en bestaat er een verhoogde kans op takbreuk. Deze tak boven de weg levert bij breuk een verhoogd veiligheidsrisico op. Te beoordelen aan de cambiumlekkages en de scheuren in de schors is de kastanje inmiddels aangetast door kastanjebloedingsziekte.

Deze ziekte wordt veroorzaakt door een bacterie Pseudomonas syringae pv aesculi. Op de bast van de boom ontstaan zwarte tot roestbruine vochtige plekken, die gaan bloeden met een stroperige vloeistof. De ziekte in combinatie met de vraat in het blad door de kastanjemineermot (Cameraria ohridella) kan de conditie van de boom verzwakken waardoor andere aantastingen zoals dikrandtonderzwam de boom sneller kunnen aantasten. Op dit moment is de conditie als redelijk beoordeeld op grond van de redelijke knopbezetting en de aanwezige reactiegroei op de wondhoutlijsten. De stam en stamvoet zijn breukvast. Na het uitvoeren van de adviezen kan de kastanje veilig gehandhaafd worden. Adviezen Met als doel de veiligheid te waarborgen wordt geadviseerd de holle tak aan de oostzijde opnieuw in te nemen. Dit heeft tot doel de belasting op de verzwakte aanhechting te verlagen. Doe dit op zo’n manier dat de mogelijkheid voor bladgroei blijft bestaan (zie foto 14). Bevestig de tak aan een stormanker zodat bij een eventuele breuk de tak dicht bij de stam blijft. Hiervoor kan eventueel het stormanker hergebruikt worden, dat vrij komt uit boom 1. Als voor snoeiwerkzaamheden een hoogwerker aanwezig is, is het aan te raden de wond op 8 meter hoogte en de takaanhechtingen nader te onderzoeken op breukvastheid. Indien nodig kan er vervolgens veiligheidssnoei plaatsvinden.

Geadviseerd wordt de boom jaarlijks visueel te controleren en indien nodig opnieuw nader te onderzoeken op breukvastheid.

-17-

4.4 Bodem- en beworteling Wat weten we van de bewortelingsstructuur van paardenkastanje in het algemeen? Deze boomsoort groeit met fijne en grove wortels in zijwaartse richting. De beworteling kan tot ver reiken. Op de grove wortels ontstaan zinkers. Deze groeien recht naar beneden. Daardoor kan de kastanje tegelijkertijd zijwaarts als in de diepte wortelen (Bron: Wurzelatlas mitteleuropäischer Waldbäume und Sträucher, Lore Kutschera en Erwin Lichtenegger, Leopold Stocker Verlag, 2002, 2ͤ druk 2013). Bestrating Op 3 meter ten noorden van boom 7, gemeten vanuit het hart van de stamvoet is onder de verharding een proefsleuf gegraven en een grondboring verricht. De resultaten zijn als volgt. Diepte – MV in cm 0-5

Beschrijving bodem

Beschrijving wortelpakket

betonklinker

enkele fijne wortels tussen klinker en straatzand geen wortels intensieve fijne beworteling extensieve fijne beworteling

5 - 50 50 - 100 100 - 180

straatzand bruin, vochtig en lemig zand steeds natter wordend, geel lemig zand met hier en daar roestvlekken Grondwaterstand op 1.7 meter onder maaiveld

Tabel 2: proefsleuf en grondboring onder de verharding op 3 meter ten noorden van de stamvoet

Boomspiegel Op 1 meter ten zuiden van boom 2 is een grondboring verricht in de boomspiegel. De resultaten zijn als volgt. Diepte – MV in cm 0 - 20 20 - 40 40 - 90 90 - 120

Beschrijving bodem

Beschrijving wortelpakket

lemig zand straatzand lemig zand lemig zand

intensieve fijne beworteling intensieve fijne beworteling geen wortels redelijk intensieve fijne beworteling

Tabel 3: grondboring in de boomspiegel op 1 meter van de stamvoet

Samenvatting In het straatzand onder de klinkers worden geen wortels aangetroffen. Dieper dan 50 centimeter onder maaiveld bevinden zich wortels in het lemige zand tot op het grondwaterniveau, op 1.7 meter onder maaiveld. In de boomspiegels bevindt zich van 0 tot 40 centimeter diepte een intensieve fijne beworteling. Daaronder wordt tot 90 centimeter diepte geen wortel aangetroffen. In het lemige, fijne zand tussen 90 en 120 centimeter diep is een redelijk intensieve beworteling aanwezig. -18-

5

Conclusies

In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van het duurzaam handhaven van de paardenkastanjes in het ontwerp, getoetst.

5.1 Afstand graafwerkzaamheden tot stam Uit het bewortelingsonderzoek onder de verharding blijkt dat de wortels dieper dan 50 centimeter onder maaiveld groeien. In het straatzand daarboven zijn geen wortels aanwezig, op enkele fijne wortels direct onder de klinkers na. Mits de toekomstige verharding wateren zuurstofdoorlatend is en er zorgvuldig gewerkt wordt, is het handhaven van een bestrating onder de kroonprojecties realiseerbaar. In de boomspiegel groeit in de eerste 40 centimeter veel fijne en middelfijne wortels. Deze zijn van belang voor de voedsel- en vochtopname. Breng geen schade toe aan de beworteling binnen de huidige boomspiegels. Graafwerkzaamheden binnen een afstand van 1.5 meter van de stam zijn niet toegestaan. Pas het ontwerp van de bestrating hierop aan bij boom 3, 6 en 8 (zie foto 16).

5.2 Toekomst boom 1 Een gevel optrekken op 7 meter van de stam van de dubbelbloemige kastanje met nummer 1 is niet mogelijk met behoud van deze boom. De mechanische kwaliteit is matig als gevolg van de twee omvangrijke holtes en de holte in de gesteltak. De metingen met de resistograaf geven aan dat de aangetaste delen in het hout niet afgegrendeld zijn van de gezonde hotdelen. Dat betekent dat de aantasting zich al blijven uitbreiden in de stam en de daarboven aangehechte gesteltakken. Als gevolg van de aanwezige holte in het kroondeel met de schade en de spechtenholtes, wordt geconcludeerd dat deze gesteltak met een diameter van 60 centimeter breukgevaarlijk is. Bij breuk in de huidige situatie kan de gesteltak op het terrein van de buren vallen en schade veroorzaken. In de toekomstige situatie wordt de ruimte onder de kroon intensiever gebruikt en zijn de risico’s op persoonlijke ongelukken groot. Gezien de matige mechanische kwaliteit en de voortgaande verzwakking van het hout in de stam is de resterende levensverwachting van de onderzochte paardenkastanje 10 jaar, reken dan op een periode tussen de 8 en 12 jaar. In een boom effect analyse wordt boom met een resterende levensverwachting lager dan 10 jaar vaak geadviseerd te vellen omdat deze niet duurzaam inpasbaar is. Deze paardenkastanje bevindt zich op die grens en heeft een monumentale omvang.

De boom is binnen het huidige stedenbouwkundige plan niet inpaspaar omdat de gevel in de kroon is geprojecteerd. Vanwege de lage resterende levensverwachting is het legitiem om de vraag te stellen of deze boom eventueel moet wijken voor het gebouw dat vele jaren mee moet gaan. -19-

Mocht de kastanjeboom ingepast worden, dan zijn er de volgende aandachtspunten. De kastanje heeft takken tot 11.5 meter van het centrum van de stam. Op een halve meter daarvan af, op twaalf meter gemeten vanuit het centrum van de stam kan een gevel opgetrokken worden, mits deze van binnenuit opgebouwd wordt. Dus 12 meter is de minimale afstand tussen stamkern en de gevel (zie foto 15).

1.5 meter 12 meter Foto 15: afstand tot gebouw (pijl) tot boom 1 minstens 12 meter

Foto 16: afstand haag (pijl) tot boom 3 minstens 1.5 meter

De dubbelbloemige paardenkastanje staat erom bekend dat die op latere leeftijd voorzien en onvoorzien (gestel)takken kan laten vallen. De veiligheid van de boom is in de huidige situatie te waarborgen omdat er niet of nauwelijks gebruik gemaakt wordt van de ruimte eronder. Als in de toekomst gebruiksfuncties gerealiseerd worden, zoals parkeerplaatsen, is de veiligheid daarvan niet te garanderen. Om de veiligheid zo goed mogelijk te waarborgen wordt aanbevolen geen parkeerplaatsen of andere verblijfsfuncties te realiseren onder de kroonprojectie van boom 1.

5.3 Resterende levensverwachting overige bomen De te behouden bomen met nummers 2, 3, 6 en 7 hebben op grond van de goede mechanische kwaliteit en redelijke conditie, een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. Boom 1 en 8 zijn allebei oudere exemplaren met een markante verschijning. In beide stammen bevinden zich holtes met een zich voortschrijdende houtrot. Op dit moment kan de veiligheid van de omgeving gewaarborgd worden door het uitvoeren van veiligheidssnoei. Door de aanwezige mechanische gebreken wordt de resterende levensverwachting geschat op maximaal 10 jaar.

-20-

6

Adviezen

De adviezen richten zich op de instandhouding van de zes paardenkastanjes. Daarvoor is een aanpassing van het ontwerp nodig, een zorgvuldige voorbereiding van het werken rondom bomen en een zorgvuldige uitvoering van de werkzaamheden. In de volgende paragrafen worden deze onderdelen belicht.

6.1 Ontwerp Op de volgende onderdelen wordt geadviseerd het ontwerp aan te passen.

6.1.1 Boomvakken  Voer geen graafwerkzaamheden uit in de ruimte binnen 1.5 meter van de stamvoeten. Pas het ontwerp aan bij de haag bij boom 3 en de verharding bij boom 6 en 8.  Maak de plantvakken zo groot mogelijk. In het ontwerp bevindt zich ten noorden van de inrit een reststrook van 2 tot 3 meter breed. Aangeraden wordt de reststrook te laten vervallen, zodat grotere plantvakken gerealiseerd kunnen worden.

6.1.2 Materialisering Pas water passeerbare en zuurstof doorlatende verharding toe. De klinkers die er nu liggen, met open voegen zijn een goed voorbeeld.

6.1.3 Gevel Verleg de gevellijn tot buiten de kroonprojectie. Dit is een afstand van minstens 12 meter tot het centrum van de stam van boom 1.

6.1.4 Veilig gebruik ruimte boom 1 Zorg dat er geen of weinig gebruik gemaakt wordt van de ruimte onder de kroon van boom 1 ten behoeve van het waarborgen van de veiligheid.

-21-

6.2 Veiligheidssnoei Uit het nader onderzoek volgen enkele veiligheidsadviezen. Deze zijn samengevat in onderstaande tabel. De toelichting is te lezen in paragraaf 4.2 en 4.3. Nr. 1

Boomsoort Dubbelbloemige paardenkastanje

Gebrek 1. holle tak aan zuidzijde 2. tak met openstaande plakokselverbinding

8

Witte paardenkastanje

1. holle tak aan wegzijde op 4 m¹ 2. holte op 8 m¹ 3. bloedingsziekte

Advies - innemen tak tot 1 meter boven spechtenholte - innemen gevaarlijke tak tot 1 meter boven aanhechting - jaarlijks VTA - opnieuw innemen tak boven weg, op 4 m¹ (zie foto 14) en aanbrengen stormanker (dat vrij komt bij boom 1) - desinfecteren gereedschap na snoei - nader onderzoek op hoogte - jaarlijks VTA

6.3 Werk voorbereiden Voor aanvang van de werkzaamheden kunnen al maatregelen genomen worden om de bomen te beschermen en duurzaam te behouden. Werkplan Laat de aannemer werken volgens een goedgekeurd werkplan. Het werkplan vermeldt onder andere gedetailleerd per boom: wanneer, op welke wijze, volgens welke (uitgewerkte) randvoorwaarden, met welk materieel en met welke hulpmiddelen werkzaamheden (moeten) worden uitgevoerd. De algemene randvoorwaarden voor de bescherming van de bomen zijn hieronder beschreven. Niet ophogen zonder aanvullende maatregelen Ophogen veroorzaakt een lager zuurstofpercentage in de bodem waardoor wortels stikken, afsterven en de conditie van de boom achteruit gaat. Onder de kroonprojecties is ophogen daarom niet toegestaan tenzij aanvullende maatregelen getroffen worden. Maaiveld verlagen onder voorwaarden mogelijk In het cunet onder de huidige bestrating zijn geen wortels te verwachten. Maaiveld verlagen kan daarom vanaf 1.5 meter van de stammen (buiten de huidige boomspiegels). Verlaag het maaiveld met maximaal 25 centimeter. Snoeien van bomen Snoeien is alleen toegestaan in opdracht en met toestemming van de opdrachtgever. Laat snoeiwerkzaamheden uitvoeren door een vakkundig boomverzorger.

-22-

Grondwaterbemaling Grondwaterbemaling in de herfst of winter heeft geen nadelig effect op de bomen. Dit is dus de meest gunstige periode voor de uitvoering van een eventueel benodigde bemaling voor het duurzaam behoud van de bomen. Er zijn dan geen aanvullende maatregelen nodig om de bomen van water te voorzien. Grondwateronttrekking in de lente en zomer heeft een nadelig effect op de conditie van bomen. Wanneer het een droog groeiseizoen is zoals in de voorgaande jaren, dan hebben de bomen een dubbel nadeel. Geadviseerd wordt als de werkzaamheden in de lente of zomer plaatsvinden, een retourbemaling toe te passen. Hierdoor verandert het vochtpercentage in de diepere bodem niet en kunnen de bomen vocht op blijven nemen.

6.4 Uitvoering De adviezen voor het zorgvuldig werken rondom bomen zijn hieronder belicht. Beschermde boomzones op de bouwplaats en langs de bouwinrit  Bescherm zowel de onder- als bovengrondse groeiruimte door de ruimte onder de kroonprojectie vermeerderd met 1,5 meter af te zetten met bouwhekken (zie bijlage 3).  Bescherm de stammen met door kokos omhulde ribbeldrains en houten planken. Voorkom bodemverdichting Voorkom structuurbederf van de bodem en wortelsterfte door verdichting. Sla daarom geen materialen en materieel op onder de kroonprojecties. Werkzaamheden aan verharding  Neem de betonklinkers op met de hand.  Maak gebruik van het bestaande cunet. Hierdoor blijven de groeiplaatsomstandigheden gelijk en is het risico op schade aan de beworteling gering. Strooi het cunet af met rondkorrelig grof zand om de nieuwe bestrating in te vlijen.  Voorkom verdichting van de lemige ondergrond. Berijdt de ruimte onder de kroonprojecties niet met zwaar materieel. Wortels afzagen Wortels met diameters groter dan 5 centimeter moeten gehandhaafd worden. Wortels met een diameter kleiner dan 5 centimeter, kunnen recht afgezaagd worden. Deze wonden zijn goed overgroeibaar waardoor aantasting door houtrottende schimmels voorkomen wordt. Laat wortels niet lang bloot liggen Voorkom uitdroging van wortels door het verwijderen en opnieuw aanbrengen van grond op dezelfde dag uit te voeren.

-23-

Aanplant onder kroonprojecties Voorkom wortelschade.  Grondbewerking zoals spitten of frezen is binnen een straal van 1.5 meter van de stam niet toegestaan.  Buiten de boomspiegels kan eventueel grond uitgewisseld worden tot een diepte van 25 centimeter. Doe dit handmatig of gebruik licht materieel om verdichting van de ondergrond te voorkomen. Zorgvuldige uitvoering Ogenschijnlijk kleine ingrepen kunnen grote gevolgen hebben voor de duurzaamheid van de bomen. Om deze gevolgen van verschillende ingrepen voor de werknemers buiten en toezichthouders inzichtelijk te maken is jaren geleden een poster ontwikkeld: “Veilig werken rondom bomen”. Worden deze 10 geboden gevolgd dan worden de risico’s voor de bomen beperkt en is het voortbestaan van de bomen op langere termijn gewaarborgd. Geadviseerd wordt de medewerkers hiervan in kennis te stellen en posters op te hangen in de bouwkeet (zie bijlagen 3 en 4). Om de aandacht erop te blijven vestigen kan boombescherming als vast agendapunt tijdens bouwvergaderingen worden besproken. Bomenwacht Door het aanstellen van een bomenwacht kunnen deze werkzaamheden bij de bomen worden begeleid en direct worden gecontroleerd. De bomenwacht opereert onafhankelijk van de aannemer. Dit kan een deskundige medewerker van de gemeente zijn of een aan te stellen externe toezichthouder.

6.5 Nazorg Na de werkzaamheden is het zaak om te controleren of zich wijzigingen hebben voorgedaan in conditie, mechanische kwaliteit en groeiplaatsomstandigheden. Visuele controle Geadviseerd wordt de bomen te controleren op mechanische kwaliteit en conditie, kort na afronding van de werkzaamheden. Geadviseerd wordt de VTA, twee jaar na afronding van de werkzaamheden te herhalen. Controle verdichting Voer een paar grondboringen uit om de ondergrond, dieper dan 50 cm, te controleren op verdichting.

-24-

Bijlage 1: kroonprojecties

3

6

2

7

1

8

55

_a0_20230317_ontwerp.jpg 9 10

51

Van Pallandtlaan 10 6998 AW Laag-Keppel T:0314 642221 E-mail: info@foreestgroenconsult.nl

11 22

Buro Ontwerp & Omgeving Boom Effect Analyse Witte paardenkastanjes Lamsweerde - Plak Wehl Kroonprojecties FGC

Datum

5 april 2023

Schaal

1 : 250

Status

Definitief

Formaat

A3

Bestand Tekeningnr.

FGC_Bomen_Wehl 1

Bijlage 2: resistograafstroken boom 1 en 8

Bijlage 3: poster beschermde boomzone

Bijlage 4: poster bouwen bij bomen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7973/documents/46982