Bijlage 1_25 Toelichting bijlage 18 ROB bijlage 17 Activiteitenplan.pdf
Tekst van het document
Activiteitenplan gewone dwergvleermuis, steenmarter en ransuil
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak Wehl
Ontwikkelingslocatie Lamsweerde B.V.
Projectnummer: 3402.01 Datum: 30-11-2022
Activiteitenplan Woningbouwplan Lamsweerde - Plak Wehl
Opdrachtgever:
Ontwikkelingslocatie Lamsweerde B.V.
Projectnummer:
3402.01
Datum:
30-11-2022
Projectleider en rapporteur:
Jur Metselaar
Autorisatie:
Dorie Lukkezen
Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
1
3402.01
INHOUD
Pagina
1
INLEIDING ........................................................................................................................................................4
2
SAMENVATTING ..............................................................................................................................................6 2.1 Locatiegegevens ................................................................................................................................ 6 2.2 Soorten .............................................................................................................................................. 6 2.3 Ontheffing gewone dwergvleermuis ................................................................................................. 7 2.4 Ontheffing steenmarter .................................................................................................................... 9 2.5 Ontheffing ransuil............................................................................................................................ 11
3
PROJECTGEBIED .............................................................................................................................................13 3.1 Beschrijving projectgebied .............................................................................................................. 13 3.2 Geplande werkzaamheden ............................................................................................................. 13
4
METHODE EN ONDERZOEKSRESULTATEN .....................................................................................................14 4.1 Vleermuizen .................................................................................................................................... 14 4.2 Steenmarter .................................................................................................................................... 16 4.3 Ransuil ............................................................................................................................................. 17
5
INSTANDHOUDING ........................................................................................................................................19 5.1 Gewone dwergvleermuis ................................................................................................................ 19 5.2 Steenmarter .................................................................................................................................... 21 5.3 Ransuil ............................................................................................................................................. 23
6
MAATREGELEN EN PLANNING .......................................................................................................................25 6.1 Uitvoering van de werkzaamheden ................................................................................................ 25 6.2 Plaatsing alternatieve verblijfplaatsen ............................................................................................ 26 6.3 Ontoegankelijk maken gebouwen ................................................................................................... 30 6.4 Controle op de effectiviteit ............................................................................................................. 31 6.5 Bescherming verblijfplaatsen .......................................................................................................... 31 6.6 Aanbrengen permanente voorzieningen ........................................................................................ 32 6.7 Herstel leefgebied ........................................................................................................................... 33 6.8 Natuurinclusief bouwen ..................................................................................................................
33 6.9 Logboek ........................................................................................................................................... 34 6.10 Planning ........................................................................................................................................... 34
7
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL......................................................................................................................36 7.1 Gewone dwergvleermuis ................................................................................................................ 36 7.2 Steenmarter .................................................................................................................................... 36 7.3 Ransuil ............................................................................................................................................. 37 7.4 Algemene maatregelen ................................................................................................................... 37
8
WETTELIJK BELANG EN ALTERNATIEVENAFWEGING .....................................................................................38 8.1 Wettelijk belang .............................................................................................................................. 38 8.2 Alternatievenafweging .................................................................................................................... 39
9
KWALIFICATIE EN CONTACTGEGEVENS .........................................................................................................41
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
2
3402.01
9.1 9.2 9.3 10
Kwalificatie onderzoekers ............................................................................................................... 41 Opdrachtgever ................................................................................................................................ 41 Opdrachtnemer en begeleidend ecoloog ....................................................................................... 42
LITERATUURLIJST ...........................................................................................................................................43 10.1 Referenties ...................................................................................................................................... 43 10.2 Overige geraadpleegde bronnen..................................................................................................... 43
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
3
3402.01
1
INLEIDING In opdracht van Ontwikkelingslocatie Lamsweerde B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving (BOO) een activiteitenplan opgesteld voor het gebied dat bekend is als Lamsweerde - Plak te Wehl. Aanleiding is de op 6 augustus 2021 door Buro Ontwerp & Omgeving uitgevoerde quickscan natuurtoets en het daaruit voortvloeiende nader onderzoek. Hieruit kwam naar voren dat de projectlocatie geschikt is als verblijfplaats voor gebouw- en boombewonende vleermuizen, als essentieel foerageergebied voor vleermuizen, als rust- en verblijfplaats voor de steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel en eekhoorn en als rust- of nestplaats voor de sperwer, ransuil, steenuil, gierzwaluw en huismus. Er is daarom nader onderzoek gedaan om vast te stellen of er verblijfplaatsen van deze soorten aanwezig zijn. Naar aanleiding van de resultaten van het nader onderzoek is onderhavig activiteitenplan opgesteld. In onderstaande tabel staat een samenvatting van de resultaten van het nader ecologisch onderzoek. Aangegeven is waar welke soort is aangetroffen, welke artikelen van de Wet natuurbescherming mogelijk overtreden worden en welke vervolgstappen genomen moeten worden. Tabel 1. Soortenoverzicht
Soort Vleermuizen
Steenmarter
Aanwezigheid Eén gecombineerd zomer-/paarverblijf en één zomerverblijf (gewone dwergvleermuis) Eén rust- of verblijfplaats
Bunzing Hermelijn Wezel Eekhoorn Sperwer Ransuil
Nee Nee Nee Nee Nee Eén rustplaats
Steenuil Gierzwaluw Huismus
Nee Nee Nee
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
Locatie Huize Lamsweerde (zuidoost- en westzijde)
Wnb-artikel Artikel 3.5 lid 2 en 4
Vervolgstap • Activiteitenplan • Ontheffing Wnb
Vrijstaande woning Hoogopgaande spar direct naast de vrijstaande woning -
Artikel 3.10 lid 1b Artikel 3.1 lid 2 en 4
• Activiteitenplan • Ontheffing Wnb • Activiteitenplan • Ontheffing Wnb
-
-
4
3402.01
In totaal is er één zomerverblijf en één gecombineerd zomer-/paarverblijf van de gewone dwergvleermuis, één rust- of verblijfplaats van de steenmarter en één rustplaats van de ransuil aangetroffen. Bij de werkzaamheden op de locatie worden artikel 3.1 lid 2 en 4 (ransuil), artikel 3.5 lid 2 en 4 (gewone dwergvleermuis) en artikel 3.10 lid en 1b (steenmarter) van de Wet natuurbescherming mogelijk overtreden. Voor het overtreden van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1 lid 2 en 4, artikel 3.5 lid 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1b is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Deze artikelen hebben betrekking op het opzettelijk storen en vernielen van rust-, nest- of verblijfplaatsen en het opzettelijk verstoren van soorten. Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag is onderhavig activiteitenplan opgesteld. Daarnaast zijn ook artikel 3.1 lid 1, artikel 3.5 lid 1 en artikel 3.10 lid 1a van de Wet natuurbescherming relevant voor de aangetroffen soorten. Dit artikel heeft betrekking op het doden en vangen van soorten. Er is echter geen ontheffing in het kader van dit wetsartikel nodig indien mitigerende maatregelen worden getroffen en zorgvuldig wordt gehandeld.
Voor de geplande ontwikkeling wordt daarom een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd voor het beschadigen of vernielen van rust- of nestplaatsen van de ransuil en het opzettelijk verstoren van de soort (artikel 3.1 lid 2 en 4), het beschadigen of vernielen van rust- of verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en het opzettelijke verstoren van de soort (artikel 3.5 lid 2 en 4) en het beschadigen of vernielen van de rust- of verblijfplaats van de steenmarter (artikel 3.10 lid 1b). Deze ontheffing wordt aangevraagd voor de periode 01-06-2023 tot 01-06-2028. Dit activiteitenplan dient ter onderbouwing van de beschermingsmaatregelen en de ontheffingsaanvraag. In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens de samenvatting (hoofdstuk 2), het projectgebied (hoofdstuk 3), de methode en onderzoeksresultaten (hoofdstuk 4), de betrokken soort (hoofdstuk 5), de maatregelen en planning (hoofdstuk 6), het ecologisch werkprotocol (hoofdstuk 7), het wettelijk belang en de alternatievenafweging (hoofdstuk 8) en de kwalificatie en de contactgegevens (hoofdstuk 9) beschreven.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
5
3402.01
2
SAMENVATTING
2.1
Locatiegegevens Adres: Gemeente: Provincie: Coördinaten: Kadastraal:
2.2
Soorten Nederlandse naam: Wetenschappelijke naam: Functie plangebied: Periode aanwezig: Nader onderzoek door: Uitvoeringsjaar: Vastgesteld:
Keppelseweg 29, Wehl Doetinchem Gelderland 51.964148, 6.211714 WEH00-H-5544 WEH00-H-6547 WEH00-H-6546 WEH00-H-6544 WEH00-H-6543 WEH00-H-5719 WEH00-H-5542 WEH00-H-5717
Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus Zomerverblijf en paarverblijf Jaarrond Buro Ontwerp & Omgeving 2021 en 2022 Conform vleermuisprotocol 2021
Nederlandse naam: Wetenschappelijke naam: Functie plangebied: Periode aanwezig: Nader onderzoek door: Uitvoeringsjaar: Vastgesteld:
Steenmarter Martes foina Rust- of verblijfplaats Jaarrond Buro Ontwerp & Omgeving 2022 Conform de ‘Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming’ (Bouwens, 2017) en de ‘Brochure Soortenbescherming in Overijssel’ (Veldman, Troost & Klink, 2021).
Nederlandse naam: Wetenschappelijke naam: Functie plangebied: Periode aanwezig: Nader onderzoek door: Uitvoeringsjaar: Vastgesteld:
Ransuil Asio otus Rustplaats Jaarrond Buro Ontwerp & Omgeving 2022 Conform telrichtlijnen van SOVON Vogelonderzoek Nederland
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
6
3402.01
2.3
Ontheffing gewone dwergvleermuis Periode ontheffing: 01-06-2023 tot 01-06-2028 Verbodsbepaling: Artikel 3.5 lid 2: “het opzettelijk verstoren van de soort” Artikel 3.5 lid 4: “het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen” Aanvraag op grond van: Artikel 3.8 lid 5b belang 3°: “in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten” Motivering:
Huize Lamsweerde in Wehl is een gemeentelijk monument (SintRosaklooster, ID: 0222/WN11). Nu het oorspronkelijke gebruik enige jaren geleden is gestaakt, raakt het gebouw steeds verder in verval. Dit verval zal doorzetten op het moment dat het gebouw onbewoond zal blijven en geen noodzakelijk onderhoud krijgt. Uiteindelijk kan dit leiden tot het verlies van het in 1893 door burgemeester Henri Baron van Lamsweerde gestichte pand. Het behoud en herstel van Huize Lamsweerde is van regionaal belang.
Alternatieve locaties:
Andere locaties zijn niet voorhanden. Door de monumentale status van het gebouw is renovatie de enige optie. Niets doen is ook geen optie doordat het gebouw goed onderhouden dient te worden. De aangetroffen soort bevindt zich in de villawoning en deze is niet te verplaatsen.
Alternatief inrichtingsplan:
Bij de renovatie is zoveel mogelijk gezocht naar mogelijkheden voor het natuurvriendelijk restaureren en verbouwen. Bij de renovatie gaan de verblijven van de gewone dwergvleermuis verloren of verliezen deze tijdelijk de functionaliteit. De monumentale status maakt dat het uiterlijk van het gebouw niet ziet zondermeer kan worden gewijzigd.
Alternatieve werkwijze:
Omdat vleermuizen aan verschillende kanten van het pand aanwezig zijn kan niet worden voorkomen dat er tijdens de actieve periode van vleermuizen moet worden gewerkt. De renovatie neemt langere tijd in beslag. De tijdelijke voorzieningen zijn daarom van duurzaam houtbeton zodat deze langere tijd kunnen functioneren. In de naastgelegen nieuwbouw worden permanente voorzieningen gerealiseerd die vele tientallen jaren en mogelijk nog honderden jaren kunnen functioneren.
Alternatieve planning:
De gewone dwergvleermuizen gebruiken de locatie vrijwel jaarrond. De werkzaamheden nemen een dusdanige tijd in beslag dat een planning buiten de meest kwetsbare periode niet mogelijk is. De aanwezige dieren zullen hierdoor enige overlast ervaren. Het ontoegankelijk maken van de bebouwing dient daarom plaats te vinden buiten de kwetsbare kraam- en winterperiode en nadat er acht tijdelijke vleermuiskasten zijn aangebracht in de directe omgeving.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
7
3402.01
Mitigatie: Effectief bewezen: Begeleidend ecoloog: Instandhouding: Onderbouwing:
Ja, meer informatie in hoofdstuk 5 en 6 Alternatieve verblijflocaties Ongeschikt maken buiten de kwetsbare periode Ja Ja, meer informatie in hoofdstuk 5 Zie hoofdstuk 8.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
8
3402.01
2.4
Ontheffing steenmarter Periode ontheffing: Verbodsbepaling: Aanvraag op grond van:
01-06-2023 tot 01-06-2028 Artikel 3.10 lid 1b: “het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen” Artikel 3.8 lid 5b belang 3°: “in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten” Artikel 3.10 lid 2a: “in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde”
Motivering:
Om een duurzame, toekomstbestendige situatie te creëren moet het oude gasgestookte pand worden gesloopt. Het huidige gebouw is zeer slecht geïsoleerd en kan niet verduurzaamd worden. De gehele bovenverdieping is onbewoonbaar en voldoet daarom niet aan het wooncomfort en eisen van deze tijd. Het pand staat sinds begin 2022 leeg en kan om de voorgenoemde redenen niet opnieuw bewoond worden. Het gebouw staat de herontwikkeling van het terrein in de weg en dient daarom te worden gesloopt. Daarnaast is de woningnood in Nederland hoog. Het niet kunnen vinden van een woning leidt bij veel starters en gezinnen tot wanhoop en gezondheidsklachten zoals stress en depressie. Het woningbouwplan aan de Keppelseweg draagt daarom bij aan de volksgezondheid doordat de doorstroming op de huizenmarkt wordt bevorderd en er woningen vrijkomen voor mensen die daar grote behoefte aan hebben.
Alternatieve locaties:
Alternatieve locaties zijn niet voorhanden. Alleen de huidige locatie voldoet aan de eisen die aan het project worden gesteld. Het realiseren van nieuwbouwwoningen op een andere locatie is daarom geen optie. De woning is op geen enkele wijze meer opnieuw te gebruiken. Er is behoefte aan duurzame en goed geïsoleerde woonruimtes. Hierdoor is niets doen geen optie.
Alternatief inrichtingsplan:
Er zijn geen reële alternatieven voorhanden waarmee de verblijfplaats van de steenmarter behouden kan blijven. De woning is op geen enkele wijze meer opnieuw te gebruiken. Op de locatie is behoefte aan duurzame en goed geïsoleerde woonruimtes. Hierdoor is een alternatieve inrichting niet mogelijk en is niets doen geen optie.
Alternatieve werkwijze:
Bij de sloop van de woning gaat een rust- of verblijfplaats van de steenmarter verloren. Dit is niet te voorkomen. De sloop van de woning vindt daarom plaats in de minst kwetsbare periode. Daarnaast heeft de soort in een eerder stadium kunnen wennen aan een nieuwe verblijfplaats (marterhoop). Dit is het meest gunstige alternatief, waarbij de mate van verstoring zoveel mogelijk wordt beperkt.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
9
3402.01
Alternatieve planning:
De planning is afgestemd op de kwetsbare periode van de steenmarter. Werkzaamheden die een negatief effect hebben op de verblijfplaats van de steenmarter mogen daarom niet in de periode tussen 1 maart en 1 augustus beginnen. Werken in deze periode is geen optie omdat geen verstoring mag optreden in de kwetsbare voortplantingsperiode.
Mitigatie: Effectief bewezen:
Ja, meer informatie in hoofdstuk 5 en 6 Alternatieve verblijfplaats aanbieden Werken buiten de kwetsbare periode Ja Ja, meer informatie in hoofdstuk 5 Zie hoofdstuk 8.
Begeleidend ecoloog: Instandhouding: Onderbouwing:
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
10
3402.01
2.5
Ontheffing ransuil Periode ontheffing: Verbodsbepaling:
Aanvraag op grond van:
01-06-2023 tot 01-06-2028 Artikel 3.1 lid 2: “het opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels en het wegnemen van nesten” Artikel 3.1 lid 4: “het opzettelijk verstoren van de soort” Artikel 3.3 lid 4b belang 1°: “in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid”
Motivering:
Om een duurzame, toekomstbestendige situatie te creëren moet het oude gasgestookte pand worden gesloopt. Deze bevindt zich direct naast de oude spar waarin de rustplaats van de ransuil zich bevindt. Het huidige gebouw is zeer slecht geïsoleerd en kan niet verduurzaamd worden. De gehele bovenverdieping is onbewoonbaar en voldoet daarom niet aan het wooncomfort en eisen van deze tijd. Het pand staat sinds begin 2022 leeg en kan om de voorgenoemde redenen niet opnieuw bewoond worden. Het gebouw staat de herontwikkeling van het terrein in de weg en dient daarom te worden gesloopt. Daarnaast is de woningnood in Nederland hoog. Het niet kunnen vinden van een woning leidt bij veel starters en gezinnen tot wanhoop en gezondheidsklachten zoals stress en depressie. Het woningbouwplan aan de Keppelseweg draagt daarom bij aan de volksgezondheid doordat de doorstroming op de huizenmarkt wordt bevorderd en er woningen vrijkomen voor mensen die daar grote behoefte aan hebben.
Alternatieve locaties:
Alleen de huidige locatie voldoet aan de eisen die aan het project worden gesteld. Alternatieve locaties zijn niet voorhanden en het realiseren van nieuwbouwwoningen op een andere locatie is daarom geen optie. De direct naast de oude spar gelegen woning is op geen enkele wijze meer opnieuw te gebruiken. Er is behoefte aan duurzame en goed geïsoleerde woonruimtes. Hierdoor is niets doen geen optie.
Alternatief inrichtingsplan:
Een andere inrichting is niet wenselijk doordat de rustplaats van de ransuil met het huidige plan behouden kan blijven en er evenwel duurzame en goed geïsoleerde woonruimtes kunnen worden gerealiseerd. De nieuw te bouwen woningen zullen verder van de oude spar afstaan, wat voordeling is voor het voortbestaan van de rustplaats. De huidige bebouwing op de locatie is op geen enkele wijze meer opnieuw te gebruiken en kan niet meer worden aangepast aan de huidige eisen die aan woonruimtes worden gesteld. Er is behoefte aan duurzame en goed geïsoleerde woonruimtes. Om voorgenoemde redenen is een alternatieve inrichting niet mogelijk en is niets doen geen optie.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
11
3402.01
Alternatieve werkwijze:
Bij de sloop van het oude pand en de realisatie van de nieuwbouw treedt er verstoring van de rustplaats op. De werkzaamheden vinden namelijk plaats op minder dan 75 meter van de oude spar. Om negatieve effecten te beperken beginnen de werkzaamheden in de minst kwetsbare periode, namelijk buiten de broedperiode van de soort. Daarnaast heeft de ransuil in een eerder stadium kunnen wennen aan vier alternatieve rustplaatsen (nestmanden). Na afloop van de werkzaamheden is de huidige rustplaats opnieuw in volledige mate functioneel. Dit is het meest gunstige alternatief, waarbij de mate van verstoring zoveel mogelijk wordt beperkt.
Alternatieve planning:
Theoretisch gezien kan de ransuil de locatie vrijwel jaarrond gebruiken. De werkzaamheden nemen een dusdanige tijd in beslag dat een planning buiten de meest kwetsbare periode niet mogelijk is. De aanwezige ransuil zal hierdoor enige overlast ervaren. De werkzaamheden dienen daarom pas te beginnen na de kwetsbare broedperiode en nadat alternatieve rustplaatsen zijn gecreëerd.
Mitigatie: Effectief bewezen:
Ja, meer informatie in hoofdstuk 5 en 6 Alternatieve verblijfplaats aanbieden Werken buiten de kwetsbare periode Ja Ja, meer informatie in hoofdstuk 5 Zie hoofdstuk 8.
Begeleidend ecoloog: Instandhouding: Onderbouwing:
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
12
3402.01
3
PROJECTGEBIED
3.1
Beschrijving projectgebied Het projectgebied ligt in het noorden van Wehl tussen de Keppelseweg, Broekhuizerstraat en Doesburgseweg. Op de locatie bevindt zich Huize Lamsweerde (Sint-Rosaklooster) met de bijbehorende tuin, houtopstanden en een boomgaard. Daarnaast is er nog een bijgebouw, een vrijstaand woonhuis en een braakliggend gedeelte aanwezig. De locatie ligt tegen de rand van de bebouwde kom en in de directe omgeving vindt men woningen, een tuinmeubelzaak, een begraafplaats en een maïsakker. Op de navolgende afbeelding is de globale begrenzing van het projectgebied weergegeven (figuur 1).
Figuur 1. Ligging projectgebied (rood kader).
3.2
Geplande werkzaamheden Het initiatief voorziet in de renovatie van Huize Lamsweerde, de sloop van de vrijstaande woning, de sloop van de aanbouw, de sloop van het bijgebouw met het platte dak en de herontwikkeling van de achterliggende tuin. In de stedenbouwkundige schets van het plan wordt rekening gehouden met de realisatie van vier woongebouwen. De initiatiefnemer is voornemens om de aanwezige oude bomen zoveel mogelijk te behouden.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
13
3402.01
4
METHODE EN ONDERZOEKSRESULTATEN
4.1
Vleermuizen Methode Het nader onderzoek naar vleermuizen werd uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021). De onderzoeksmethodes naar de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger werden aangehouden waar het gebouwbewonende vleermuizen betreft en de onderzoeksmethoden naar de rosse vleermuis werden aangehouden waar het boombewonende vleermuizen betreft. Hiermee konden ook andere vleermuissoorten worden aangetoond m.b.v. vleermuisdetectors. Dit houdt in dat werd onderzocht of de volgende verblijfsfuncties aanwezig zijn (BIJ12, 2017a): - Kraamverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij minimaal één onderzoeksronde in juni werd uitgevoerd; - Zomerverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen; - Paarverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 aug - 1 okt) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij één onderzoeksronde rond middernacht werd uitgevoerd. - Essentiële foerageergebieden: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 1 okt) met een tussenperiode van minimaal vier weken, waarbij één onderzoeksronde plaatsvond in de kraamperiode en één ronde tussen 1 augustus en 1 oktober. Deze werden gecombineerd uitgevoerd met onderzoeken naar verblijfplaatsen.
De veldbezoeken werden uitgevoerd onder omstandigheden die gunstig zijn voor het waarnemen van vleermuizen. De temperatuur was bij alle veldbezoeken tenminste 7°C, de windsnelheid lag onder de 5 Bft. en er viel geen neerslag. Tabel 2. Gegevens vleermuisonderzoek
Type onderzoek
Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Inventarisanten
Paar
27-08-2021 28-08-2021
22:25 00:30
15
N2
J. Metselaar M. Corporaal
Paar Foerageergebieden
09-09-2021
21:00 23:00
19 - 20
Z1 Z2
Zomer Foerageergebieden
18-05-2022
03:05 05:35
16
OZO2
Bewolking 0% en droog Bewolking 0% en droog Bewolking 0% en droog
Kraam Zomer
09-06-2022 10-06-2022
20:50 00:20
17 - 13
W1
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
14
Bewolking 0 - 10% en droog
J. Metselaar L. Tilleman J. Metselaar M. Hendriksen S. Vroom J. Heida J. Metselaar M. Hendriksen S. Vroom I. Bouwknegt
3402.01
Kraam Zomer
01-07-2022 02-07-2022
21:55 - 00:25
17 - 12
W2
Bewolking 15%
J. van Dijk D. Lukkezen M. Hendriksen I. Bouwknegt
De onderzoeken werden uitgevoerd met behulp van vleermuisdetectors (Batlogger M, Batlogger M2 en/of Pettersson D200) waarmee ultrasone geluiden van vleermuizen geluiden van vleermuizen hoorbaar werden gemaakt voor het menselijk oor. Resultaten Tijdens de veldbezoeken werden er één zomerverblijf en één gecombineerd paar-/zomerverblijf van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Deze bevonden zich in openingen langs de dakranden van de villawoning. Het zomerverblijf bevond zich aan de westzijde van het gebouw en het gecombineerde paar-/zomerverblijf bevond zich aan de zuidoostzijde van het gebouw.
Figuur 2. Zuidoostzijde van de villawoning waar zich een gecombineerd zomer-/paarverblijf van een gewone dwergvleermuis bevond (gele pijl).
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
15
3402.01
Figuur 3. Westzijde van de villawoning waar zich een zomerverblijf van een gewone dwergvleermuis bevond (gele pijl).
4.2
Steenmarter Methode Voor de steenmarter is geen onderzoeksprotocol beschikbaar. Deze soort kon echter worden vastgesteld doordat verspreid in het gebied cameravalonderzoek werd gedaan naar de kleine marterachtigen. Het nader onderzoek werd daarom uitgevoerd conform de ‘Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming’ (Bouwens, 2017) en de ‘Brochure Soortenbescherming in Overijssel’ (Veldman, Troost & Klink, 2021). Om de aanwezigheid van de soort aan te kunnen tonen zijn twee vrijstaande cameravallen en één marterbox met een cameraval geplaatst. Het onderzoek gebeurde in de periode dat ze het meest actief zijn, namelijk maart t/m augustus en moeten tenminste zes weken in het veld hebben gestaan. De onderzoeksperiode strekte zich daarom uit over acht weken, van 14 april tot en met 14 juni 2022. De materialen werden op de meest kansrijke locaties binnen het projectgebied geplaatst, namelijk in de bosschages en boomgaard aan de westzijde van het terrein. Met sterk geurende lokstoffen werden potentieel in de omgeving verblijvende marters voor de cameravallen gelokt. Als lokstof werd gekozen voor een combinatie van gekookt ei en sardines.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
16
3402.01
Resultaten Het nader onderzoek met cameravallen naar de steenmarter heeft niet geresulteerd in waarnemingen van de soort. De cameravallen werden opgesteld in de boomgaard en bosschages rondom de vrijstaande woning. Op de zolderruimte van de vrijstaande woning werden tijdens de quickscan uitwerpselen van de steenmarter aangetroffen en leek een exemplaar zich voort te bewegen in de ruimte tussen het dak en het dakbeschot. Op deze plek kon echter geen cameraval worden geïnstalleerd doordat de woning tijdens de onderzoeksperiode niet meer toegankelijk was. Gezien de eerdere waarnemingen dient te worden uitgegaan van een rust- of voortplantingsplaats in de zolderruimte van de vrijstaande woning. 4.3
Ransuil Methode Voor de ransuil is geen kennisdocument beschikbaar waardoor voor deze soort de telrichtlijnen van SOVON Vogelonderzoek Nederland werden aangehouden. Waarnemingen van baltsende exemplaren kunnen worden gedaan in de periode 20 februari t/m 20 juli en waarnemingen van volwassen exemplaren of koppels in de broedperiode kunnen worden gedaan van 15 maart t/m 20 juli (SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2022). In totaal werden er vier nachtbezoeken afgelegd en één dagbezoek afgelegd in de periode waarin onderzoek naar de steenuil en ransuil gecombineerd kan worden uitgevoerd. Tabel 3. Gegevens onderzoek naar de ransuil.
Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Inventarisanten
23-02-2022
18:55 - 20:55
9
ZZW3
J. Metselaar
17-03-2022
19:15 - 21:15
9-4
W2 - ZO1
28-03-2022
20:40 - 22:40
8,5 - 6
NNO1
12-04-2022
21:00 - 23:00
17
Z1
Bewolking 50 - 100% en droog Bewolking 20% en droog Bewolking 60% en droog Bewolking 0% en droog
14-04-2022
09:30 - 11:00
13
NW2
Bewolking 0% en droog
J. Metselaar J. van Dijk
J. Metselaar J. van Dijk D. Lukkezen J. van Dijk J. Metselaar
Resultaten Voor het onderzoek naar de roofvogels werden vijf veldbezoeken afgelegd. Deze vonden plaats op 3 maart, 14 maar, 14 april, 26 april en 14 juni 2022. Eerste uilenonderzoek (avondbezoek) Het eerste uilenonderzoek vond plaats in de avond van 23 februari 2022. Bij aankomst in het projectgebied werd direct een roepende ransuil gehoord. Deze riep van 18:55 tot 19:00 en bevond zich op een bomenrijk perceel, direct ten zuiden projectgebied. De soort werd alleen gehoord en zichtwaarnemingen bleven uit. De steenuil werd niet aangetroffen. Tweede uilenonderzoek (avondbezoek) Het tweede uilenonderzoek vond plaats in de avond van 17 maart 2022. Er werden geen waarnemingen van de steenuil en ransuil gedaan. Rond 20:00 is een potentieel leefgebied van de steenuil verkend door kort in noordwestelijke richting langs de N813 te lopen. Ook hier werd echter niets vastgesteld.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
17
3402.01
Derde uilenonderzoek (avondbezoek) Het derde uilenonderzoek vond plaats in de avond van 28 maart 2022. In het eerste uur werden geen uilen gehoord en om 21:20 is potentieel leefgebied van de steenuil verkend door een stukje langs de N813 te lopen en langs de achterzijde van de naastgelegen begraafplaats. Hier werd echter niets gezien of gehoord. Om 22:04 was twee keer de roep van een ransuil te horen vanuit een grote spar die centraal in het projectgebied staat. Vlak daarna werd nog twee maal de roep van een ransuil gehoord in het projectgebied. De steenuil werd niet aangetroffen. Vierde uilenonderzoek (avondbezoek) Het vierde uilenonderzoek vond plaats in de avond van 12 april 2022. Bij aankomst vloog een ransuil uit een hoogopgaande spar naast de vrijstaande woning richting een andere spar. Waarschijnlijk was deze doorgevlogen naar het bomenrijke perceel ten zuiden van het projectgebied, maakte daar een draai en is vervolgens niet meer waargenomen. De soort riep niet en was ook de rest van de avond niet te horen. De steenuil werd niet aangetroffen. Vijfde uilenonderzoek (dagbezoek) Het vijfde uilenonderzoek betrof een dagbezoek en vond plaats in de ochtend van 14 april 2022. In een hoogopgaande spar direct aan de zuidwestzijde van de vrijstaande woning werd een nest aangetroffen die gezien de voorgaande waarnemingen eventueel van de ransuil kan zijn.
Het nest is vanaf de grond slecht zichtbaar en bevindt zich hoog in de voorgenoemde spar. Aan de voet van deze boom werden meerdere braakballen van een ransuil aangetroffen (figuur 5). Overige bezoeken en conclusie Tijdens de vleermuisonderzoeken die werden uitgevoerd in de vroege ochtend van 18 mei, de avond en nacht van 9 op 10 juni en de avond en nacht van 1 op 2 juli 2022 werd de ransuil niet meer vastgesteld. Aangezien jonge ransuilen in deze periode veelvuldig de bedelroep laten horen kan worden geconcludeerd dat het nest in de hiervoor genoemde spar niet bezet is geweest, i.e. er werd niet gebroed. Gezien de eerdere waarnemingen van een exemplaar, maar het ontbreken van een tweede exemplaar en jongen, wordt uitgegaan van een rustplaats van één exemplaar van de ransuil.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
18
3402.01
5
INSTANDHOUDING
5.1
Gewone dwergvleermuis Staat van instandhouding De gewone dwergvleermuis is een algemeen voorkomende soort, waarvan geen aanwijzingen bekend zijn voor een aantalsverandering (NDFF, 2022). De staat van instandhouding is in de huidige situatie ‘ongunstig – ontoereikend’ in Nederland. De criteria populatieomvang, verspreidingsgebied en kwaliteit van het leefgebied zijn beoordeeld als gunstig. Het toekomstperspectief wordt beoordeeld als ongunstig, waardoor de eindbeoordeling ongunstig is. Daarbij wordt wel vermeld dat de staat van instandhouding als ‘gunstig’ beoordeeld wordt indien voldoende mitigerende maatregelen genomen worden (Arcadis, 2018). De staat van instandhouding komt niet in gevaar bij het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen. Door mitigerende en compenserende maatregelen te nemen, zoals het aanbieden van vervangende verblijfplaatsen, zal de plaatselijke populatie geen negatieve effecten ondervinden. Er wordt niet verwacht dat de staat van instandhouding in gevaar komt bij het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen. Door het aanbieden van vervangende verblijfplaatsen zal de plaatselijke populatie namelijk geen negatieve effecten ondervinden. Verder zijn er in de woonwijk ten zuiden en oosten van het projectgebied voldoende verblijfsmogelijkheden voor de gewone dwergvleermuis, zoals spouwmuren van woningen die toegankelijk zijn d.m.v.
open stootvoegen en ruimtes onder de gevelpannen. Naast het aanbieden van vervangende verblijfplaatsen is het voor de soort dus ook mogelijk om naar gebouwen in de omgeving uit te wijken. Effecten De gewone dwergvleermuis valt onder de Habitatrichtlijn en is beschermd volgens artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.5 lid 1 Wnb), opzettelijk te verstoren (artikel 3.5 lid 2 Wnb) en vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of vernielen (artikel 3.5 lid 4 Wnb). Overtreding van artikel 3.5 lid 1 moet worden voorkomen door op zorgvuldige wijze te handelen en de werkzaamheden uit te voeren in de minst kwetsbare periode van het jaar. Omdat de villawoning dient als zomeren paarverblijfplaats zullen de werkzaamheden leiden tot overtreding van artikel 3.5 lid 2 en lid 4 van de Wet natuurbescherming. Zoals boven beschreven worden op korte of lange termijn geen negatieve effecten verwacht op de lokale populatie of de staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis. Dit wordt voorkomen door het nemen van maatregelen, zorgvuldig te handelen en de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare periodes.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
19
3402.01
Maatregelen De eerste stap die genomen moet worden is het realiseren plaatsen van alternatieve verblijfplaatsen. Omdat er één zomerverblijfplaats en één gecombineerde paar-/zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is vastgesteld dienen er acht kasten opgehangen te worden binnen 200 meter van de huidige verblijfplaatsen. Gekozen wordt voor vier kasten van het type VK WS 02 en/of VK WS 11 van Vivara Pro die aan gevels zullen worden opgehangen. Per gevel wordt één kast opgehangen. Vier andere kasten van het type 1FF van Schwegler worden aan weerszijden opgehangen aan hoge palen of aan metalen constructies. Deze alternatieve verblijfplaatsen dienen op tenminste 3 meter hoogte, met een vrije invliegroute en buiten het bereik van predatoren te worden aangebracht. Voor het plaatsen van alternatieve paarverblijfplaatsen geldt een gewenningsperiode van zes maanden voorafgaand aan de paarperiode. Dit betekent dat de kasten uiterlijk op 15 februari 2023 aanwezig moeten zijn indien op 15 augustus 2023 wordt begonnen met het ongeschikt maken van de gebouwen. In de tussenliggende periode kan de gewone dwergvleermuis de kasten inspecteren. De volgende stap die genomen moet worden is het ontoegankelijk maken van het gebouw. Dit dient plaats te vinden in de periode waarin vleermuizen het minst kwetsbaar zijn, namelijk van 1 april tot 1 mei of van 16 juli tot 15 oktober.
Deze periodes zijn aangedragen door het provincieloket van de provincie Gelderland (persoonlijke communicatie, 05-11-2021). Gelet op de gewenningsperiodes van tijdelijke vleermuiskasten is de eerstvolgende periode waarin het gebouw ongeschikt kan worden gemaakt in de periode van 15 augustus tot 15 oktober 2023. Als de gewenningsperiode van de tijdelijke kasten voorbij is én de minst kwetsbare periode is aangebroken kan het gebouw ongeschikt worden gemaakt door exclusion flaps langs de openingen te plaatsen. Hierdoor kunnen vleermuizen de verblijfplaatsen verlaten, maar zijn deze daarna niet meer toegankelijk. Openingen onder de dakrand, dilatatievoegen en kieren langs kozijnen worden afgedicht met rugvulling van nietklevend schuimrubber, waarbij er een ontsnappingsmogelijkheid via een exclusion flap is. De opgehangen vleermuiskasten zullen tijdens en na het ongeschikt maken functioneren als verblijfplaats. Vijf dagen na het ongeschikt maken van het gebouw moet worden gecontroleerd of er nog vleermuizen aanwezig zijn. Er wordt één bezoek uitgevoerd waarbij de methode van het nader onderzoek naar zomerverblijven wordt aangehouden. Wanneer er nog steeds verblijfsfuncties worden aangetroffen moeten de maatregelen worden uitgebreid en vindt er na vijf dagen opnieuw een controle plaats.
Als er geen vleermuizen meer worden waargenomen kan de begeleidend ecoloog het gebouw natuurvrij verklaren en kunnen de werkzaamheden plaatsvinden. Hiermee is overtreding van 3.5 lid 1 van de Wnb voorkomen. Als de bouwfase eenmaal begint moeten permanente verblijfplaatsen worden gerealiseerd in de nieuwe bebouwing. Deze kunnen op meerdere manieren worden gerealiseerd. Duurzame verblijfplaatsen kunnen worden gerealiseerd door gevelkasten in te metselen in de bebouwing. Er wordt gekozen voor inmetselkasten van het type IB VL 08 van Vivara Pro of een gelijkwaardige inmetselkast. Omdat er twee verblijfplaatsen zijn aangetroffen moet er conform het kennisdocument met acht permanente kasten worden gecompenseerd.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
20
3402.01
5.2
Steenmarter Staat van instandhouding Het voorkomen van de steenmarter is sinds 1950 stabiel of toegenomen. De staat van instandhouding is in de huidige situatie ‘gunstig’ in zowel Gelderland als heel Nederland (Arcadis, 2018). Daarnaast zijn de criteria populatieomvang, verspreidingsgebied, kwaliteit van het leefgebied en toekomstperspectief ook beoordeeld als gunstig. Er wordt niet verwacht dat de gunstige staat van instandhouding in gevaar komt bij het verwijderen van deze rust- of verblijfplaats. Door het aanbieden van een vervangende verblijfplaats zal de plaatselijke populatie geen negatieve effecten ondervinden. De soort heeft een groot aanpassingsvermogen en kan in vrijwel alle biotopen voorkomen. In het landelijke gebied bouwen ze hun nesten op zolders van schuren of boerderijen, maar in de bebouwde kom ook op zolders van woningen. Een steenmarter heeft 25 à 30 verblijfplaatsen en deze kunnen naast bebouwing ook bestaan uit boomholten, dicht struweel of takkenhopen (Zoogdiervereniging, 2022). In de omgeving van het projectgebied is voldoende geschikt leefgebied aanwezig. Naast het aanbieden van een vervangende verblijfplaats is het voor de soort ook mogelijk om naar andere gebouwen of percelen in de omgeving uit te wijken. Effecten De steenmarter is een nationaal beschermde soort en is daardoor beschermd conform artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming.
Hierdoor is het verboden om de steenmarter opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.10 lid 1a Wnb) en de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of vernielen (artikel 3.10 lid 1b Wnb). Vanwege het geringe belang van het projectgebied voor de lokale populatie steenmarters (één exemplaar), de brede landelijke verspreiding en de gunstige staat van instandhouding van de soort in Nederland, kan ervan worden uitgegaan dat het onderhavige project geen afbreuk doet aan de gunstige staat van instandhouding van de lokale steenmarterpopulatie. Omdat de vrijstaande woning dient als rust- of verblijfplaats zal de sloop van het gebouw leiden tot overtreding van artikel 3.10 lid 1b van de Wet natuurbescherming. Overtreding van artikel 3.10 lid 1a moet worden voorkomen door op zorgvuldige wijze te handelen en de werkzaamheden uit te voeren in de minst kwetsbare periode van het jaar. Zoals boven beschreven worden op korte of lange termijn geen negatieve effecten verwacht op de lokale populatie of de staat van instandhouding van de steenmarter. Dit wordt voorkomen door het nemen van maatregelen, zorgvuldig te handelen en de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare voortplantingsperiode. Maatregelen Door mitigerende maatregelen te nemen en buiten de kwetsbare periode te werken kan overtreding van artikel 3.10 lid 1a Wnb worden voorkomen.
Voor het verlies van de verblijfplaats wordt een alternatieve verblijfplaats gecreëerd in de vorm van een marterhoop. Deze kan door middel van stoeptegels en stenen worden gemaakt of door een pallet te bedekken met zeil en deze aan de binnenkant geschikt te maken. Een geschikte marterhoop heeft bijvoorbeeld negen stoeptegels als vloer, muurtjes van baksteen (twee à drie bakstenen hoog) en negen stoeptegels als plafond. Verder moet de marterhoop vrij zijn van tocht en dient deze gevuld te worden met natuurlijk materiaal zoals blad, stro en dergelijke. Bovenop de marterhoop komt een laag van 0,5 tot 1 meter aan takken of snoeiafval. Daarnaast dienen tenminste twee of drie uitgangen te worden gerealiseerd.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
21
3402.01
In plaats van het tijdig ongeschikt maken zal het pand voorafgaand aan de sloop worden gecontroleerd op aanwezigheid van de steenmarter. Als de steenmarter niet aanwezig is wordt het pand natuurvrij verklaard door de begeleidend ecoloog en zullen de sloopwerkzaamheden direct worden uitgevoerd. Dit dient plaats te vinden buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van de steenmarter, dat indicatief van 1 maart tot 1 september loopt. Daarnaast mag de sloop van het gebouw niet plaatsvinden in het broedseizoen van de ransuil, dat indicatief loopt van 15 februari tot 1 augustus. De rustplaats van de ransuil bevindt zich namelijk direct naast het te slopen gebouw in een oude spar. De eerstvolgende periode waarin het gebouw gesloopt kan worden ligt daarom tussen 1 september 2023 en 15 februari 2024. Mocht er een steenmarter aanwezig zijn in het gebouw dan wordt verwacht dat deze bij het arriveren van mensen en werktuigen op het terrein zal vertrekken. Mocht dit niet het geval zijn, dan kan luide muziek worden afgespeeld om de steenmarter uit het gebouw te verjagen. De oude spar dient niet beschadigd te raken.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
22
3402.01
5.3
Ransuil Staat van instandhouding Sinds het begin van de BMP-tellingen in 1984 is de broedpopulatie van de ransuil significante afgenomen. In bosgebieden op de hoge zandgronden werd dit veroorzaakt door toegenomen predatie door de havik en in landelijke gebieden werd dit hoofdzakelijk veroorzaakt door het intensieve landgebruik en de daardoor afgenomen veldmuispopulaties. Lokaal waren er populatieafnames doordat het aantal kraaien en eksters is afgenomen. Verlaten ekster- en kraaiennesten worden namelijk gebruikt door ransuilen. Het landelijke aantal broedparen van de ransuil werd tussen 2018 en 2020 geschat op 2.100 à 3.000 paren. De staat van instandhouding wordt door SOVON Vogelonderzoek Nederland op alle criteria beoordeeld als ‘zeer ongunstig’. Binnen deze beoordeling is de kwaliteit van het leefgebied beoordeeld als ‘ongunstig’ en zijn de criteria populatieomvang, verspreidingsgebied en toekomstperspectief beoordeeld als ‘zeer ongunstig’ (SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2022). Er wordt echter niet verwacht dat de staat van instandhouding in gevaar komt doordat de spar waarin zich een rustplaats bevindt behouden zal blijven en er voldoende functioneel leefgebied aanwezig blijft.
Om de functionaliteit van de rustplaats te waarborgen dienen werkzaamheden die geluid en trilling veroorzaken ̶ binnen 75 meter afstand van de rustplaats ̶ buiten de kwetsbare broedperiode (maart juli) te worden uitgevoerd. Met het in acht nemen van de voorgenoemde maatregel en elementen aan te brengen die bijdragen aan het functioneel leefgebied zal de ransuil geen negatieve effecten ondervinden en komt de staat van instandhouding niet in gevaar. Effecten De ransuil valt onder de Vogelrichtlijn en is beschermd volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te doden of vangen (artikel 3.1 lid 1 Wnb), de nesten, rustplaatsen en eieren van de soorten opzettelijk te beschadigen en nesten weg te nemen (artikel 3.1 lid 2 Wnb) en de soorten opzettelijk te verstoren (artikel 3.1 lid 4 Wnb). Overtreding van artikel 3.1 lid 1 moet worden voorkomen door op zorgvuldige wijze te handelen en de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare broedperiode. Omdat de boom met een rustplaats van de ransuil behouden zal blijven is er ook geen sprake van overtreding van artikel 3.1 lid 2 en lid 4 van de Wet natuurbescherming. Zoals boven beschreven worden op korte of lange termijn geen negatieve effecten verwacht op de lokale populatie of de staat van instandhouding van de ransuil.
Dit wordt voorkomen door het nemen van maatregelen, zorgvuldig te handelen en de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare periodes. Maatregelen De eerste stap die genomen moet worden is het realiseren van vier nestmanden als alternatieve verblijfplaats. Gekozen wordt voor nestmand UK RA 01 van Vivara Pro. Deze alternatieve verblijfplaatsen dienen op tenminste 4 meter hoogte in bomen te worden aangebracht en binnen 1 kilometer van de huidige rustplaats. Dit valt ruim binnen de dispersieafstand (netwerkafstand 50 km) voor de soort (Melman et al., 2016). Om de acceptatie van de nestmanden te bevorderen worden deze voor tenminste de helft gevuld met turf, leem, of bosgrond en worden de manden verder bekleed met takken, twijgmateriaal en/of gebladerte. Indien de werkzaamheden beginnen in het najaar van 2023 dienen de nestmanden voor 15 februari 2023 te zijn aangebracht. Dit is voorafgaand aan het indicatieve broedseizoen. De nestmanden dienen als alternatieve verblijfplaatsen tijdens de werkzaamheden. Ook na afloop van de werkzaamheden blijven deze behouden.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
23
3402.01
De naast de oude spar gelegen woning zal worden gesloopt. Dit dient plaats te vinden na afloop van het broedseizoen van de ransuil (indicatief van 15 februari tot 1 augustus) en buiten de voortplantingsperiode van de in de woning verblijvende steenmarter (van 1 maart tot 1 september). Dit betekent dat het gebouw vanaf 1 september 2023 mag worden gesloopt, nadat de ontheffing is verleend én nadat vier nestmanden zijn gerealiseerd. De oude spar heeft een verwachte levensduur van meer dan 15 jaar en blijft gedurende de werkzaamheden beschermd. Werkzaamheden die geluidsoverlast en trilling veroorzaken mogen in de broedperiode niet plaatsvinden binnen 75 meter van de huidige rustplaats. Daarnaast dient de oude spar na afloop van de werkzaamheden opnieuw functioneel te zijn als rustplaats voor de ransuil. Uitstraling van licht op de huidige rustplaats en nestmanden van de ransuil moet te allen tijde worden voorkomen. Verder is het voor het behoud van het territorium noodzakelijk om het functioneel leefgebied van de ransuil binnen de begrenzing van het projectgebied te verbeteren. Dit kan worden gedaan door takkenrillen te plaatsen langs de noordelijke en noordwestelijke randen van het projectgebied en rondom de toekomstige parkeerplekken bloemenrijke zaadmengsels in te zaaien en fruitbomen aan te planten. Dit zal er voor zorgen dat het prooiaanbod van de ransuil kan toenemen.
Daarnaast worden de boomgaard en de andere bomen in het projectgebied zoveel mogelijk intact gehouden.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
24
3402.01
6
MAATREGELEN EN PLANNING
6.1
Uitvoering van de werkzaamheden De planning van de werkzaamheden is afgestemd op de aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis, steenmarter, ransuil en de broedperiode van algemene broedvogelsoorten. Werkzaamheden die invloed hebben op de rust-, nest- of verblijfplaatsen vinden daarom plaats in de minst kwetsbare periode van deze soorten. Per soort is dit verschillend (zie tabel). Omdat vleermuizen jaarrond gebruik kunnen maken van de verblijfplaatsen dienen de openingen langs de dakrand van de villawoning ontoegankelijk te worden gemaakt d.m.v. exclusion flaps voordat renovatiewerkzaamheden mogen plaatsvinden. Het ontoegankelijk maken van het gebouw mag alleen buiten de kwetsbare kraam- en winterperiode plaatsvinden. De eerstvolgende periode waarin dit theoretisch gezien kan plaatsvinden is tussen 15 augustus en 15 oktober 2023. Pas nadat de openingen ontoegankelijk zijn gemaakt en de effectiviteit van deze maatregel is gecontroleerd, mogen de werkzaamheden plaatsvinden. De sloop van de vrijstaande woning mag alleen plaatsvinden buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van de steenmarter en de kwetsbare broedperiode van de ransuil. Dit betekent dat de woning alleen in de periode tussen 1 september en 15 februari mag worden gesloopt.
In de periode tussen 15 februari en 31 juli dienen werkzaamheden die trilling en geluid veroorzake te allen tijde worden vermeden binnen 75 meter van de rustplaats van de ransuil. Dit om verstoring van de ransuil in de kwetsbare broedperiode te voorkomen. De eerstvolgende mogelijkheid tot de sloop van de vrijstaande woning is daarom tussen 1 september 2023 en 15 februari 2024. Tabel 4. Werkzaamheden in oranje periodes kunnen worden uitgevoerd mits aan voorschriften uit dit activiteitenplan wordt voldaan en in rode periodes kunnen de werkzaamheden niet plaatsvinden.
Jan
Feb
Mrt
Apr
Mei
Jun
Jul
Aug
Sep
Okt
Nov
Gewone dwergvleermuis Steenmarter Ransuil Algemene broedvogelsoorten Gewone dwergvleermuis De ecologische maatregelen worden in de onderstaande volgorde uitgevoerd: • Plaatsing tijdelijke vleermuiskasten; • Tijdig ongeschikt maken van de bebouwing (na aflopen gewenningstijd en ontheffingsverlening); • Controle op afwezigheid en natuurvrij verklaring; • Bescherming tijdelijke verblijven; • Renovatiewerkzaamheden; • Aanbrengen permanente verblijfplaatsen in nieuwbouw.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
25
3402.01
Dec
Steenmarter De ecologische maatregelen worden in de onderstaande volgorde uitgevoerd: • Realiseren permanente verblijfplaats (marterhoop); • Controle op afwezigheid; • Sloop vrijstaande woning (na realisatie marterhoop en ontheffingsverlening); • Bescherming vervangende verblijfplaats. Ransuil De ecologische maatregelen worden in de onderstaande volgorde uitgevoerd: • Realiseren tijdelijke verblijfplaatsen (nestmanden) • Start werkzaamheden, o.a. sloop van de vrijstaande woning (zie ook steenmarter) en nieuwbouw; • Bescherming rustplaats (binnen 75 meter geen geluid en trilling in de broedperiode); • Herstellen functioneel leefgebied (aanbrengen takkenrillen en inzaaien bloemenrijke mengsels). 6.2
Plaatsing alternatieve verblijfplaatsen Gewone dwergvleermuis De eerste stap die genomen moet worden is het realiseren plaatsen van alternatieve verblijfplaatsen. Omdat er één zomerverblijfplaats en één gecombineerde paar-/zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis is vastgesteld dienen er acht kasten opgehangen te worden binnen 200 meter van de huidige verblijfplaatsen. Gekozen wordt voor vier kasten van het type VK WS 02 en/of VK WS 11 van Vivara Pro die aan gevels zullen worden opgehangen. Per gevel wordt één kast opgehangen. Vier andere kasten van het type 1FF van Schwegler worden aan weerszijden opgehangen aan hoge palen of aan metalen constructies. Deze alternatieve verblijfplaatsen dienen op tenminste 3 meter hoogte, met een vrije invliegroute en buiten het bereik van predatoren te worden aangebracht (BIJ12, 2017). Voor het plaatsen van alternatieve paarverblijfplaatsen geldt een gewenningsperiode van zes maanden voorafgaand aan de paarperiode. Dit betekent dat de kasten uiterlijk op 15 februari 2023 aanwezig moeten zijn indien op 15 augustus 2023 (start paarperiode) wordt begonnen met het ongeschikt maken van de gebouwen. In de tussenliggende periode kan de gewone dwergvleermuis de kasten inspecteren.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
26
3402.01
Figuur 4. Voorgestelde locaties voor de plaatsing van tijdelijke vleermuisverblijven aan gevels (gele stippen) en aan door de initiatiefnemer geplaatste palen of metalen constructies (blauwe stippen). Aan de palen of metalen constructies kunnen twee kasten aan weerszijden worden geplaatst.
Steenmarter Voor het verlies van de verblijfplaats wordt in de directe omgeving een alternatieve verblijfplaats gecreëerd in de vorm van een marterhoop (figuur 5). Deze kunnen door middel van stoeptegels en stenen worden gemaakt of door een pallet te bedekken met zeil en deze aan de binnenkant geschikt te maken. Een geschikte marterhoop heeft bijvoorbeeld negen stoeptegels als vloer, muurtjes van baksteen (twee à drie bakstenen hoog) en negen stoeptegels als plafond. Verder moet de marterhoop vrij zijn van tocht en dient deze gevuld te worden met natuurlijk materiaal zoals blad, stro en dergelijke. Bovenop de marterhoop komt een laag van 0,5 tot 1 meter aan takken of snoeiafval. Daarnaast dienen tenminste twee of drie uitgangen te worden gerealiseerd. De marterhoop worden naar verwachting langs de westrand van het projectgebied geplaatst (figuur 6).
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
27
3402.01
Figuur 5. Afbeelding van de takkenhoop (Stichting Landschapsbeheer Gelderland, 2007).
Figuur 6. Voorgestelde locatie voor de plaatsing van een marterhoop (oranje stip).
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
28
3402.01
Ransuil De eerste stap die voor de ransuil genomen moet worden is het realiseren van vier nestmanden als alternatieve verblijfplaats (figuur 7). Gekozen wordt voor nestmand UK RA 01 van Vivara Pro. Deze alternatieve verblijfplaatsen dienen op tenminste 4 meter hoogte in bomen te worden aangebracht en binnen 1 kilometer van de huidige rustplaats. Dit valt ruim binnen de dispersieafstand (netwerkafstand 50 km) voor de soort (Melman et al., 2016). Om de acceptatie van de nestmanden te bevorderen worden deze voor tenminste de helft gevuld met turf, leem, of bosgrond en worden de manden verder bekleed met takken, twijgmateriaal en/of gebladerte. Indien de werkzaamheden beginnen in het najaar van 2023 dienen de nestmanden voor 15 februari 2023 te zijn aangebracht. Dit is voorafgaand aan het indicatieve broedseizoen. De nestmanden dienen als alternatieve verblijfplaatsen tijdens de werkzaamheden. Ook na afloop van de werkzaamheden blijven deze behouden.
Figuur 7. Voorgestelde locaties voor de plaatsing van vier nestmanden (lichtblauwe stippen) ten opzichte van de huidige rustplaats (gele stip met zwarte punt).
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
29
3402.01
6.3
Ontoegankelijk maken gebouwen Gewone dwergvleermuis De volgende stap die voor de gewone dwergvleermuis genomen moet worden is het ontoegankelijk maken van de villawoning. Dit dient plaats te vinden in de periode waarin vleermuizen het minst kwetsbaar zijn, namelijk van 1 april tot 1 mei of van 16 juli tot 15 oktober. Deze periodes zijn aangedragen door het provincieloket van de provincie Gelderland (persoonlijke communicatie, 05-11-2021). Gelet op de gewenningsperiodes van tijdelijke vleermuiskasten is de eerstvolgende periode waarin het gebouw ongeschikt kan worden gemaakt in de periode van 15 augustus tot 15 oktober 2023. Als de gewenningsperiode van de tijdelijke kasten voorbij is én de minst kwetsbare periode is aangebroken kan het gebouw ongeschikt worden gemaakt door exclusion flaps langs de openingen te plaatsen. Hierdoor kunnen vleermuizen de verblijfplaatsen verlaten, maar zijn deze daarna niet meer toegankelijk. Openingen onder de dakrand, dilatatievoegen en kieren langs kozijnen worden afgedicht met rugvulling van niet-klevend schuimrubber, waarbij er een ontsnappingsmogelijkheid via een exclusion flap is. De opgehangen vleermuiskasten zullen tijdens en na het ongeschikt maken functioneren als verblijfplaats. Vijf dagen na het ongeschikt maken van het gebouw moet worden gecontroleerd of er nog vleermuizen aanwezig zijn.
Er wordt één bezoek uitgevoerd waarbij de methode van het nader onderzoek naar zomerverblijven wordt aangehouden. Wanneer er nog steeds verblijfsfuncties worden aangetroffen moeten de maatregelen worden uitgebreid en vindt er na vijf dagen opnieuw een controle plaats. Als er geen vleermuizen meer worden waargenomen kan de begeleidend ecoloog het gebouw natuurvrij verklaren en kunnen de werkzaamheden plaatsvinden. Hiermee is overtreding van 3.5 lid 1 van de Wnb voorkomen. Steenmarter In plaats van het tijdig ongeschikt maken zal het pand voorafgaand aan de sloop worden gecontroleerd op aanwezigheid van de steenmarter. Als de steenmarter niet aanwezig is wordt het pand natuurvrij verklaard door de begeleidend ecoloog en zullen de sloopwerkzaamheden direct worden uitgevoerd. Dit dient plaats te vinden buiten de kwetsbare voortplantingsperiode van de steenmarter, dat indicatief van 1 maart tot 1 september loopt. Daarnaast mag de sloop van het gebouw niet plaatsvinden in het broedseizoen van de ransuil, dat indicatief loopt van 15 februari tot 1 augustus. De rustplaats van de ransuil bevindt zich namelijk direct naast het te slopen gebouw in een oude spar. De eerstvolgende periode waarin het gebouw gesloopt kan worden ligt daarom tussen 1 september 2023 en 15 februari 2024.
Mocht er een steenmarter aanwezig zijn in het gebouw dan wordt verwacht dat deze bij het arriveren van mensen en werktuigen op het terrein zal vertrekken. Mocht dit niet het geval zijn, dan kan luide muziek worden afgespeeld om de steenmarter uit het gebouw te verjagen. De oude spar dient niet beschadigd te raken. Ransuil De naast de oude spar gelegen woning zal worden gesloopt (zie ook hoofdstuk 6.3, onderdeel steenmarter). Dit dient plaats te vinden na afloop van het broedseizoen van de ransuil (indicatief van 15 februari tot 1 augustus) en buiten de voortplantingsperiode van de in het woning aanwezige steenmarter (van 1 maart tot 1 september). Dit betekent dat het gebouw vanaf 1 september 2023 mag worden gesloopt, nadat de ontheffing is verleend én nadat vier nestmanden zijn gerealiseerd. De oude spar heeft een verwachte levensduur van meer dan 15 jaar en blijft gedurende de werkzaamheden beschermd. Na afloop van de werkzaamheden dient de oude spar opnieuw functioneel te zijn als rustplaats voor de ransuil. Uitstraling van licht op de rustplaats van de ransuil moet te allen tijde worden voorkomen.