Bijlage 1_24 Toelichting bijlage 17 ROB bijlage 16 Nader onderzoek ecologie.pdf
Tekst van het document
RF
Nader ecologisch onderzoek
Woningbouwbouwplan Lamsweerde - Plak Wehl
Ontwikkelingslocatie Lamsweerde B.V.
Projectnummer: 3402.01 Datum: 08-08-2022
Nader ecologisch onderzoek Woningbouwplan Lamsweerde - Plak Wehl
Opdrachtgever:
Ontwikkelingscombinatie Lamsweerde B.V.
Projectnummer:
3402.01
Datum:
08-08-2022
Projectleider en rapporteur:
Jur Metselaar
Autorisatie:
Jesse van Dijk
Opdrachtnemer:
Buro Ontwerp & Omgeving Velperweg 157 6824 MB Arnhem Postbus 2033 6802 CA Arnhem info@ontwerpenomgeving.nl www.ontwerpenomgeving.nl
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
INHOUD
Pagina
1
INLEIDING .............................................................................................................................................. 4
2
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN ................................................................................................ 5 2.1 Beschrijving projectgebied ...................................................................................................... 5 2.2 Algemene constateringen ....................................................................................................... 5 2.3 Geplande werkzaamheden ..................................................................................................... 6
3
RESULTATEN QUICKSCAN ...................................................................................................................... 7 3.1 Gebouw- en boombewonende vleermuizen........................................................................... 7 3.2 Steenmarter ............................................................................................................................ 7 3.3 Kleine marterachtigen ............................................................................................................. 7 3.4 Eekhoorn ................................................................................................................................. 8 3.5 Steenuil ................................................................................................................................... 8 3.6 Gierzwaluw .............................................................................................................................. 8 3.7 Huismus ................................................................................................................................... 8 3.8 Sperwer en ransuil .................................................................................................................. 8
4
ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................................................ 9 4.1 Gebouw- en boombewonende vleermuizen .......................................................................... 9 4.2 Steenmarter .......................................................................................................................... 10 4.3 Bunzing, hermelijn en wezel ................................................................................................. 10 4.4 Eekhoorn ............................................................................................................................... 12 4.5 Sperwer ................................................................................................................................. 12 4.6 Ransuil en steenuil ................................................................................................................ 12 4.7 Gierzwaluw ............................................................................................................................ 13 4.8 Huismus ................................................................................................................................. 13
5
RESULTATEN ........................................................................................................................................ 15 5.1 Vleermuizen .......................................................................................................................... 15 5.2 Steenmarter .......................................................................................................................... 17 5.3 Bunzing, hermelijn en wezel ................................................................................................. 18 5.4 Eekhoorn ............................................................................................................................... 18 5.5 Sperwer ................................................................................................................................. 18 5.6 Ransuil en steenuil ................................................................................................................ 18 5.7 Gierzwaluw ............................................................................................................................ 20 5.8 Huismus .................................................................................................................................
20 5.9 Overige informatie ................................................................................................................ 20
6
CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................................ 22
7
LITERATUURLIJST ................................................................................................................................. 24 7.1 Referenties ............................................................................................................................ 24
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
2
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
7.2
Buro Ontwerp & Omgeving
Overige geraadpleegde bronnen .......................................................................................... 24
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
3
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
1
Buro Ontwerp & Omgeving
INLEIDING In opdracht van Ontwikkelingscombinatie Lamsweerde B.V. is door Buro Ontwerp & Omgeving een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de locatie bekend als Lamsweerde - Plak te Wehl. Het plan voorziet in de realisatie van 55 appartementen verdeeld over vier appartementengebouwen. Het nader ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan natuurtoets die Buro Ontwerp & Omgeving op 6 augustus 2021 in het projectgebied heeft uitgevoerd. Hieruit kwam naar voren dat de projectlocatie geschikt is als verblijfplaats voor gebouw- en boombewonende vleermuizen, als essentieel foerageergebied voor vleermuizen, als rust- en verblijfplaats voor de steenmarter, bunzing, hermelijn, wezel en eekhoorn en als rust- of nestplaats voor de sperwer, ransuil, steenuil, gierzwaluw en huismus. Er is daarom nader onderzoek gedaan om vast te stellen of er beschermde functies van deze soorten en soortgroepen aanwezig zijn.
De volgende vragen staan centraal in het onderzoek: Zijn gebouw- en boombewonende vleermuizen, steenmarter, kleine marters (bunzing, hermelijn en wezel), eekhoorn, sperwer, ransuil, steenuil, gierzwaluw en huismus in het projectgebied aanwezig? Wat is de functie van het projectgebied voor deze soorten? Moet er een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) worden aangevraagd? Moeten er mitigerende en compenserende maatregelen worden genomen? In het voorliggende rapport worden achtereenvolgens het projectgebied (hoofdstuk 2), de resultaten uit de quickscan (hoofdstuk 3), de onderzoeksmethode (hoofdstuk 4), de resultaten van het nader onderzoek (hoofdstuk 5) en de conclusie en het advies (hoofdstuk 6) beschreven.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
4
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
2
PROJECTGEBIED EN WERKZAAMHEDEN
2.1
Beschrijving projectgebied Het projectgebied ligt in het noorden van Wehl tussen de Keppelseweg, Broekhuizerstraat en Doesburgseweg. Op de locatie bevindt zich Huize Lamsweerde met de bijbehorende tuin, houtopstanden en een boomgaard. Daarnaast is er nog een bijgebouw, een vrijstaand woonhuis en een braakliggend gedeelte aanwezig. De locatie ligt tegen de rand van de bebouwde kom en in de directe omgeving vindt men woningen, een tuinmeubelzaak, een begraafplaats en een maïsakker. Op de navolgende afbeelding is de globale begrenzing van het projectgebied weergegeven.
Figuur 1. Luchtfoto van het projectgebied (rood kader) langs de Keppelseweg.
2.2
Algemene constateringen Huize Lamsweerde dateert uit 1845 en was oorspronkelijk een blokvormige villawoning. In 1893 is er een kapel aangebouwd en recenter is nog een aanbouw aan de achterzijde toegevoegd. Het landhuis is wit gepleisterd en heeft een dak met meerdere dakkapellen. Er bevindt zich een kelder onder het hoofdgebouw, maar er is geen zolderetage aanwezig. Naast het landhuis bevindt zich nog een bijgebouw met een plat dak en aan de andere kant van de tuin staat een vrijstaand woonhuis. In de huidige situatie zijn Huize Lamsweerde en het vrijstaande huis (deels) bewoond. De tuin wordt niet meer onderhouden waardoor het enigszins verwilderd is geraakt. Hier bevindt zich een boomgaard en er staan diverse oude bomen zoals de witte paardenkastanje, tamme kastanje, haagbeuk en Kaukasische zilverspar. Het braakliggende terrein is inmiddels overgroeid geraakt met grassen en ruigtekruiden.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
5
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
2.3
Buro Ontwerp & Omgeving
Geplande werkzaamheden Het initiatief voorziet in de renovatie van Huize Lamsweerde, de sloop van de vrijstaande woning, de sloop van de aanbouw, de sloop van het bijgebouw met het platte dak en de herontwikkeling van de achterliggende tuingrond. In de stedenbouwkundige schets van het plan wordt rekening gehouden met de realisatie van appartementen, rijtjeswoningen, patiowoningen en seniorenwoningen. De initiatiefnemer is voornemens om de aanwezige oude bomen zoveel mogelijk te behouden.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
6
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
3
Buro Ontwerp & Omgeving
RESULTATEN QUICKSCAN Op 6 augustus 2021 is in het projectgebied een quickscan natuurtoets uitgevoerd. Uit de quickscan bleek dat er meer informatie benodigd was om de herontwikkeling van het projectgebied volledig te kunnen toetsen aan de Wet natuurbescherming. Hieronder worden deze resultaten nog eens kort besproken.
3.1
Gebouw- en boombewonende vleermuizen Tijdens het veldbezoek werden diverse invliegopeningen in de gebouwen en een moerascipres aangetroffen die als rust- of verblijfplaats van vleermuizen kunnen dienen. Daarnaast kan de tuin een essentieel foerageergebied zijn. Alle vleermuissoorten vallen onder de Habitatrichtlijn en zijn beschermd volgens artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te doden of vangen, opzettelijk te verstoren of de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of vernielen. De sloop en/of renovatie van de gebouwen en het vellen van de moerascipres zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als verblijfplaats fungeren. Ook kan de bouw van woningen in de tuin een negatief effect hebben op een potentieel aanwezig essentieel foerageergebied. De aanwezigheid en het terreingebruik van vleermuizen moet daarom nader worden onderzocht.
3.2
Steenmarter Van de steenmarter is de aanwezigheid in het projectgebied niet uit te sluiten. Tijdens de quickscan is daarom gelet op sporen (bijv. latrines en prooiresten) die duiden op de aanwezigheid van de soort. Er werden veel uitwerpselen van de soort en prooiresten aangetroffen op de zolderverdieping van het vrijstaande woonhuis. Daarnaast bewoog een dier zich tussen het isolatiemateriaal en de dakpannen. Gezien de hoeveelheid sporen en de manier waarop het zich voortbewoog gaat het zeer waarschijnlijk om een steenmarter. Daarnaast bieden bosschages en takkenrillen op het terrein eventueel ook voldoende dekking om als verblijfplaats te dienen. De steenmarter is nationaal beschermd (art. 3.10 Wnb) en is in de provincie Gelderland niet vrijgesteld. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te vangen of doden en hun vaste verblijf- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Nader onderzoek naar de steenmarter is daarom noodzakelijk.
3.3
Kleine marterachtigen Van de bunzing, hermelijn en wezel is de aanwezigheid in het projectgebied niet uit te sluiten. Tijdens de quickscan is het terrein geschikt bevonden door de aanwezigheid van dichte bosschages en takkenrillen. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de kleine marterachtigen niet worden uitgesloten. De bunzing, hermelijn en wezel zijn nationaal beschermd (art. 3.10 Wnb) en zijn in de provincie Gelderland niet vrijgesteld. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te vangen of doden en hun vaste verblijf- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Nader onderzoek naar de bunzing, hermelijn en wezel is daarom noodzakelijk.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
7
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
3.4
Eekhoorn Tijdens het veldbezoek is het terrein geschikt bevonden door de aanwezigheid van een geschikte boomholte en een nestkast. In de tuin staan ook diverse bomen die in de voedselvoorziening van de soort kunnen voorzien. Hierdoor kunnen negatieve effecten op de eekhoorn niet worden uitgesloten. De eekhoorn is nationaal beschermd (art. 3.10 Wnb) en is in de provincie Gelderland niet vrijgesteld. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te vangen of doden en hun vaste verblijf- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Nader onderzoek naar de eekhoorn is daarom noodzakelijk.
3.5
Steenuil Gezien de ligging aan de rand van de bebouwde kom en de aanwezigheid van elementen als een boomgaard kan het projectgebied deel uitmaken van het territorium van in de omgeving broedende steenuilen en daarmee de essentiële functionele leefomgeving. De steenuil wordt beschermd volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te storen, vangen of doden en de nest- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Aangezien de functionele leefomgeving van de steenuil ook beschermd is moet de aanwezigheid van de soort nader worden onderzocht.
3.6
Gierzwaluw Tijdens het veldbezoek zijn potentieel geschikte nestlocaties aangetroffen in Huize Lamsweerde. De gierzwaluw is beschermd volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te storen, vangen of doden en zijn vaste verblijf- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. De renovatie van het dak zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestplaats fungeert voor de gierzwaluw. De aanwezigheid van gierzwaluwen in het gebouw moet daarom nader worden onderzocht.
3.7
Huismus Tijdens het veldbezoek zijn potentieel geschikte nestlocaties aangetroffen in Huize Lamsweerde. De huismus wordt beschermd volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soort opzettelijk te storen, vangen of doden en de nest- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. De renovatie van het dak zou kunnen leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming als deze als nestlocatie fungeert. Daarnaast is ook de functionele leefomgeving van de huismus beschermd. De aanwezigheid van huismussen moet daarom nader worden onderzocht.
3.8
Sperwer en ransuil Tijdens het veldbezoek werden geen nesten of sporen van de sperwer en ransuil aangetroffen. Beide soorten worden beschermd volgens artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Hierdoor is het verboden om de soorten opzettelijk te storen, vangen of doden en zijn vaste verblijf- of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen. Het kappen van bomen met nesten kan leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Er zat echter nog teveel blad aan de bomen om de aanwezigheid van potentiële nesten definitief uit te sluiten. Ter info: De aanwezigheid van zowel de sperwer als de ransuil is nader onderzocht.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
8
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
4
ONDERZOEKSMETHODE
4.1
Gebouw- en boombewonende vleermuizen Het nader onderzoek naar vleermuizen werd uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021). De onderzoeksmethodes naar de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger werden aangehouden waar het gebouwbewonende vleermuizen betreft en de onderzoeksmethoden naar de rosse vleermuis werden aangehouden waar het boombewonende vleermuizen betreft. Hiermee konden ook andere vleermuissoorten worden aangetoond m.b.v. vleermuisdetectors. Dit houdt in dat werd onderzocht of de volgende verblijfsfuncties aanwezig zijn (BIJ12, 2017a): - Kraamverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij minimaal één onderzoeksronde moet plaatsvinden in juni; - Zomerverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 15 juli) met een tussenperiode van minimaal tien dagen; - Paarverblijven: Twee onderzoeksrondes (15 aug - 1 okt) met een tussenperiode van minimaal tien dagen, waarbij één onderzoeksronde rond middernacht moet worden uitgevoerd. - Essentiële foerageergebieden: Twee onderzoeksrondes (15 mei - 1 okt) met een tussenperiode van minimaal vier weken, waarbij één onderzoeksronde moet plaatsvinden in de kraamperiode en één ronde tussen 1 augustus en 1 oktober.
Deze kunnen gecombineerd worden uitgevoerd met onderzoeken naar verblijfplaatsen. De veldbezoeken werden uitgevoerd onder omstandigheden die gunstig zijn voor het waarnemen van vleermuizen. De temperatuur was bij alle veldbezoeken tenminste 7°C, de windsnelheid lag onder de 5 Bft. en er viel geen neerslag. Tabel 1. Gegevens vleermuisonderzoek
Type onderzoek
Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Waarnemers
Paar
27-08-2021 28-08-2021 09-09-2021
22:25 - 00:30
15
N2
21:00 - 23:00
19 - 20
Z1 - Z2
Bewolking 0% en droog Bewolking 0% en droog
J. Metselaar M. Corporaal J. Metselaar L. Tilleman
18-05-2021
03:05 - 05:35
16
OZO2
Bewolking 0% en droog
09-06-2022 10-06-2022
20:50 - 00:20
17 - 13
W1
Bewolking 0 - 10% en droog
J. Metselaar M. Hendriksen S. Vroom J. Heida J. Metselaar M. Hendriksen S. Vroom I. Bouwknegt
Paar Foerageergebieden Zomer Foerageergebieden Kraam Zomer
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
9
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Kraam Zomer
01-07-2022 02-07-2022
Buro Ontwerp & Omgeving
21:55 - 00:25
17 - 12
W2
Bewolking 15%
J. van Dijk D. Lukkezen M. Hendriksen I. Bouwknegt
De onderzoeken werden uitgevoerd met behulp van vleermuisdetectors (Batlogger M, Batlogger M2 en/of Pettersson D200) waarmee ultrasone geluiden van vleermuizen geluiden van vleermuizen hoorbaar werden gemaakt voor het menselijk oor. 4.2
Steenmarter Voor de steenmarter zijn geen onderzoeksprotocollen beschikbaar. Steenmarters konden echter worden vastgesteld doordat verspreid in het gebied cameravalonderzoek werd gedaan naar de kleine marterachtigen (zie paragraaf 4.3).
4.3
Bunzing, hermelijn en wezel Het nader onderzoek naar de bunzing, hermelijn en wezel werd uitgevoerd conform de ‘Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming’ (Bouwens, 2017) en de ‘Brochure Soortenbescherming in Overijssel’ (Veldman, Troost & Klink, 2021). Om de aanwezigheid van de soorten aan te kunnen tonen zijn drie sporenbuizen, twee vrijstaande cameravallen en één marterbox met een cameraval geplaatst (figuur 2, 3 en 4). Dit gebeurde in de periode dat ze het meest actief zijn, namelijk maart t/m augustus. De onderzoeksmaterialen werden voor een periode van twee maanden geplaatst op de meest kansrijke locaties binnen het projectgebied. Tussentijds zijn er controles uitgevoerd. Kleine marterachtigen kunnen voor de camera worden gelokt met een sterk geurende lokstof. Er werd daarom gekozen voor een combinatie van gekookt ei en sardines om de potentieel aanwezige soorten te lokken. De onderzoeksmaterialen werden geplaatst op de locaties die het meest kansrijk werden geacht, namelijk in de bosschages en boomgaard aan de westzijde van het terrein.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
10
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 2. Locaties van de cameravallen (rode stippen met nummers) en sporenbuizen (gele stippen met nummers) voor het onderzoek naar de steenmarter en kleine marters. Tabel 2. Gegevens cameravallen voor het onderzoek naar de steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel.
Cameraval
Begindatum
Einddatum
Doelsoorten
Positionering
1
14-04-2022
14-06-2022
Bunzing, hermelijn en wezel
In marterbox
2
14-04-2022
14-06-2022
Vrijstaande cameraval
3
29-04-2022
14-06-2022
Steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel Steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel
Vrijstaande cameraval
Tabel 3. Gegevens sporenbuizen voor het onderzoek naar de hermelijn en wezel.
Sporenbuizen
Begindatum
Einddatum
Doelsoorten
1 2 3
14-04-2022 14-04-2022 14-04-2022
14-06-2022 14-06-2022 14-06-2022
Hermelijn en wezel Hermelijn en wezel Hermelijn en wezel
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
11
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
4.4
Buro Ontwerp & Omgeving
Eekhoorn Voor de eekhoorn is geen kennisdocument beschikbaar. Om vast te kunnen stellen of de eekhoorn in het projectgebied aanwezig is werden drie veldbezoeken afgelegd in verschillende jaargetijden. Hiervan werd één veldbezoek uitgevoerd in de periode dat er geen blad meer aan de bomen zit, in de periode 1 december t/m 30 maart. Zo konden eventueel aanwezige boomnesten worden vastgesteld. De twee andere inventarisaties werden uitgevoerd om de fysieke aanwezigheid van de eekhoorn vast te kunnen stellen. Tabel 4. Gegevens onderzoek naar de eekhoorn.
4.5
Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Inventarisanten
02-12-2021
09:00 - 9:45
3
NW2
J. Metselaar
14-04-2022
09:30 - 11:00
13
NW2
Bewolking 25 - 100% en droog Bewolking 0% en droog
29-04-2021
09:00 - 10:30
8
NO3
Bewolking 40% en droog
J. Metselaar J. van Dijk J. van Dijk
Sperwer Voor de sperwer is geen kennisdocument beschikbaar waardoor voor deze soort de telrichtlijnen van SOVON Vogelonderzoek Nederland werden aangehouden. Waarnemingen van paren in broedbiotoop, zang en/of balts kunnen worden gedaan van 1 maart t/m 15 juli en waarnemingen volwassen exemplaren in de broedbiotoop kunnen worden gedaan van 1 april t/m 15 juli (SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2021b). It totaal werden er drie veldbezoeken afgelegd voor deze soort. Tabel 5. Gegevens onderzoek naar de sperwer.
4.6
Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Inventarisanten
14-04-2022
09:30 - 11:00
13
NW2
Bewolking 0% en droog
29-04-2021
09:00 - 10:30
8
NO3
14-06-2022
11:40 - 12:40
17,5
ZO1
Bewolking 40% en droog Bewolking 20% en droog
J. Metselaar J. van Dijk J. van Dijk J. Metselaar
Ransuil en steenuil Voor de ransuil is geen kennisdocument beschikbaar waardoor voor deze soort de telrichtlijnen van SOVON Vogelonderzoek Nederland werden aangehouden. Waarnemingen van baltsende exemplaren kunnen worden gedaan in de periode 20 februari t/m 20 juli en waarnemingen van volwassen exemplaren of koppels in de broedperiode kunnen worden gedaan van 15 maart t/m 20 juli (SOVON Vogelonderzoek Nederland, 2021a). In totaal werden er vier nachtbezoeken afgelegd en één dagbezoek afgelegd in de periode waarin onderzoek naar de steenuil en ransuil gecombineerd kan worden uitgevoerd.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
12
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Het nader onderzoek naar de steenuil werd uitgevoerd conform het kennisdocument van BIJ12 (BIJ12, 2017c). Er werd onderzocht of het gebied deel uitmaakt van het territorium van een steenuil en of het gebied al dan niet in voldoende mate wordt gebruikt om te worden beschouwd als de essentiële functionele leefomgeving. Waarnemingen van exemplaren kunnen het hele jaar worden gedaan, met een optimum van 15 februari tot en met 15 april. Tabel 6. Gegevens onderzoek naar de steenuil en ransuil.
4.7
Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Inventarisanten
23-02-2022
18:55 - 20:55
9
ZZW3
J. Metselaar
17-03-2022
19:15 - 21:15
9-4
W2 - ZO1
28-03-2022
20:40 - 22:40
8,5 - 6
NNO1
12-04-2022
21:00 - 23:00
17
Z1
Bewolking 50 - 100% en droog Bewolking 20% en droog Bewolking 60% en droog Bewolking 0% en droog
14-04-2022
09:30 - 11:00
13
NW2
Bewolking 0% en droog
J. Metselaar J. van Dijk
J. Metselaar J. van Dijk D. Lukkezen J. van Dijk J. Metselaar
Gierzwaluw Het nader onderzoek naar de gierzwaluw werd uitgevoerd tussen 15 mei en 15 juli, wanneer gierzwaluwen gebruik maken van de nestlocaties. In deze periode werden er drie veldbezoeken worden afgelegd met een tussenperiode van tenminste tien dagen. Hiervan vond minimaal één van de veldbezoeken plaats tussen 20 juni en 7 juli. Dat is de periode dat er jongen aanwezig zijn. De inventarisaties werden uitgevoerd tussen 21:00 en 22:30 conform de ‘Toelichting aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming (Wnb), Hoofdstuk 3 soorten’ van provincie Gelderland (Provincie Gelderland, 2021). Tabel 7. Gegevens onderzoek naar de gierzwaluw.
4.8
Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Inventarisanten
09-06-2022
20:50 - 22:30
17 - 16
W1
Bewolking 0% en droog
20-06-2021
21:00 - 22:30
17 - 16
NW2
01-07-2021
21:00 - 22:30
17
W2
Bewolking 30% en droog Bewolking 15%
J. Metselaar M. Hendriksen J. Metselaar M. Hendriksen J. van Dijk L. Lukkezen
Huismus Het nader onderzoek naar de huismus werd uitgevoerd tussen 1 april en 15 mei conform het kennisdocument van BIJ12. In deze periode werden twee veldbezoeken afgelegd met een tussenliggende periode van minimaal tien dagen. Gedurende één uur werd gekeken of er zingende mannetjes aanwezig zijn en of er gebruik wordt gemaakt van invliegopeningen naar nestlocaties (BIJ12, 2017b).
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
13
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Tabel 8. Gegevens onderzoek naar de huismus.
Datum
Tijd
Temp. (°C)
Wind (Bft.)
Weer
Inventarisanten
14-04-2022
09:30 - 11:00
13
NW2
Bewolking 0% en droog
29-04-2021
09:00 - 10:30
8
NO3
Bewolking 40% en droog
J. Metselaar J. van Dijk J. van Dijk
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
14
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
5
RESULTATEN
5.1
Vleermuizen Eerste veldonderzoek (paarverblijven) Het eerste vleermuisonderzoek werd uitgevoerd in de avond en nacht van 27 op 28 augustus 2021. Tijdens het veldbezoek werd er veelvuldig baltsactiviteit van een gewone dwergvleermuis vastgesteld ter hoogte van de zuidoostelijke hoek van villawoning Huize Lamsweerde. Een tweede baltsende gewone dwergvleermuis komt tot aan de zuidelijke rand van het projectgebied en heeft mogelijk een verblijfplaats in zuidelijker gelegen bomen of verder tot aan een woonhuis (buiten het projectgebied), maar aangezien het dier zich merendeels over een privéterrein verplaatst kan de precieze locatie niet met zekerheid worden aangegeven. Los van de gewone dwergvleermuis werd vijf keer een passerende ruige dwergvleermuis, acht keer een passerende laatvlieger en één keer een passerende gewone grootoorvleermuis vastgesteld. Deze toonden echter geen binding met het projectgebied. Tweede veldonderzoek (paarverblijven en foerageergebieden) Het tweede vleermuisonderzoek werd uitgevoerd in de avond van 9 september 2021. Tijdens vrijwel de gehele onderzoeksperiode was er baltsactiviteit van de gewone dwergvleermuis waar te nemen langs de Keppelseweg. Het gaat om twee exemplaren waarvan er één regelmatig baltste rond de zuidoostelijke hoek van de villawoning.
Omdat de activiteit lang aanhield en de balts op dezelfde plek ten gehore wordt gebracht als tijdens het vorige bezoek wordt uitgegaan van één paarverblijf van een gewone dwergvleermuis in de villawoning. In de achterliggende tuin en rond de vrijstaande woning werden geen baltsende vleermuizen waargenomen. Naast de gewone dwergvleermuis werd de laatvlieger regelmatig waargenomen. De meeste waarnemingen werden gedaan langs de hoge bomen op de Keppelseweg. Ook werd vier keer een passerende ruige dwergvleermuis en één keer een overvliegende rosse vleermuis waargenomen. Er was echter geen sprake van binding met het projectgebied. In de tuin en rond de vrijstaande woning was op deze avond zeer weinig vleermuisactiviteit. Derde veldonderzoek (zomerverblijven en foerageergebieden) Het derde vleermuisonderzoek werd uitgevoerd in de vroege ochtend van 18 mei 2022. Gedurende het veldbezoek werd er regelmatig activiteit van de laatvlieger en gewone dwergvleermuis vastgesteld. Van beide soorten werden op alle locaties zowel passerende als kort foeragerende exemplaren waargenomen. Aan de achterzijde van de villawoning werd ook drie keer een passerende ruige dwergvleermuis vastgesteld. De laatvliegers en ruige dwergvleermuizen toonden echter geen binding met de onderzochte bebouwing. De ruige dwergvleermuis toonde ook geen binding met de onderzochte boom met spechtenholen.
Aan de straatzijde van de villawoning werd wel een gewone dwergvleermuis waargenomen met een verblijfplaats in het onderzochte gebouw. Rond 05:05 werd hier meermaals de gevel aangetikt en daaropvolgend ging vloog deze in onder een opening tussen de gevel en de dakrand aan de zuidoostzijde van de villawoning (figuur 3). De overige gewone dwergvleermuizen die in het gebied aanwezig waren toonden geen binding met de aanwezige bebouwing in het projectgebied.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
15
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 3. Zuidoostzijde van de villawoning waar zich een gecombineerd zomer- en paarverblijf van een gewone dwergvleermuis bevindt (gele pijl).
Vierde veldonderzoek (kraam-/zomerverblijven) Het vierde vleermuisonderzoek werd uitgevoerd in de avond en nacht van 9 op 10 juni 2022. Tijdens dit veldbezoek werd er één zomerverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis vastgesteld. Dit exemplaar vloog om 22:16 uit onder een opening tussen de gevel en de dakrand aan de zuidoostzijde van de villawoning. Verder was er gedurende het veldbezoek regelmatig activiteit van zowel de gewone dwergvleermuis als de laatvlieger met van beide soorten op alle locaties passerende exemplaren, met name tussen 22:16 en circa 23:00. Daarna nam de activiteit snel af en werden deze soorten nog maar af en toe vastgesteld. De overige vleermuizen die aanwezig waren toonden geen binding met de onderzochte bebouwing en boom met holen.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
16
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Vijfde veldonderzoek (zomer- en kraamverblijven) Het vijfde vleermuisonderzoek werd uitgevoerd in de avond en nacht van 1 op 2 juli 2022. Tijdens dit veldbezoek werden er twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Hiervan bevond er zich één op de bekende locatie. Deze vloog uit om 22:16. De tweede zomerverblijfplaats werd aangetroffen aan de westzijde van de villawoning en was hier om 22:35 uitgevlogen uit een spleet tussen de gevel en de dakrand (figuur 4). Verder was er gedurende het veldbezoek regelmatig activiteit van zowel de gewone dwergvleermuis als de laatvlieger met van beide soorten op alle locaties passerende en kort foeragerende exemplaren. Ook werd aan de noordzijde van de villawoning twee keer een passerende ruige dwergvleermuis (22:42 en 23:03) en één keer een overvliegende rosse vleermuis (23:24) vastgesteld. Deze toonden echter geen binding met het projectgebied.
Figuur 4. Westzijde van de villawoning waar zich een zomerverblijf van een gewone dwergvleermuis bevindt (gele pijl).
5.2
Steenmarter Het nader onderzoek met cameravallen naar de steenmarter heeft niet geresulteerd in waarnemingen van de soort. De cameravallen werden opgesteld in de boomgaard en bosschages rondom de vrijstaande woning. Op de zolderruimte van de vrijstaande woning werden tijdens de quickscan uitwerpselen van de steenmarter aangetroffen en leek een exemplaar zich voort te bewegen in de ruimte tussen het dak en het dakbeschot. Op deze plek kon echter geen cameraval worden geïnstalleerd doordat de woning tijdens de onderzoeksperiode niet meer toegankelijk was. Gezien de eerdere waarnemingen dient te worden uitgegaan van een rust- of voortplantingsplaats in de zolderruimte van de vrijstaande woning.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
17
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
5.3
Bunzing, hermelijn en wezel Het nader onderzoek naar de bunzing, hermelijn en wezel met behulp van een marterbox en twee vrijstaande cameravallen heeft niet geresulteerd in waarnemingen van kleine marterachtigen. Daarnaast werden op de sporenbuizen alleen pootafdrukken van muizen vastgesteld en sporen zoals uitwerpselen en nootjes die door muizen worden getransporteerd. Negatieve effecten op de bunzing, hermelijn en wezel kunnen daarom worden uitgesloten.
5.4
Eekhoorn Voor het onderzoek naar de eekhoorn werden twee veldbezoeken afgelegd. Deze vonden plaats op 2 december, 14 april en 29 april 2022. Tijdens de veldbezoeken werden er geen waarnemingen gedaan van boomnesten van eekhoorns, door eekhoorns bezette vogelnesten, eekhoornnestkasten of door eekhoorns bezette boomholtes. Ook werden er geen fysieke waarnemingen gedaan. Op basis van de huidige onderzoeksinspanning kan daarom worden uitgesloten dat vaste rust- en verblijfplaatsen of het functioneel leefgebied van de eekhoorn zal worden aangetast door de werkzaamheden.
5.5
Sperwer Voor het onderzoek naar de sperwer werden drie veldbezoeken afgelegd. Deze vonden plaats op 14 april, 29 april en 14 juni 2022. Tijdens geen enkel van de locatiebezoeken werd een sperwer vastgesteld in het projectgebied. Negatieve effecten op de sperwer kunnen daarom worden uitgesloten.
5.6
Ransuil en steenuil Eerste uilenonderzoek (avondbezoek) Het eerste uilenonderzoek vond plaats in de avond van 23 februari 2022. Bij aankomst in het projectgebied werd direct een roepende ransuil gehoord. Deze riep van 18:55 tot 19:00 en bevond zich op een bomenrijk perceel, direct ten zuiden projectgebied. De soort werd alleen gehoord en zichtwaarnemingen bleven uit. De steenuil werd niet aangetroffen. Tweede uilenonderzoek (avondbezoek) Het tweede uilenonderzoek vond plaats in de avond van 17 maart 2022. Er werden geen waarnemingen van de steenuil en ransuil gedaan. Rond 20:00 is een potentieel leefgebied van de steenuil verkend door een stukje in noordwestelijke richting langs de N813 te lopen. Ook hier werd echter niets vastgesteld. Derde uilenonderzoek (avondbezoek) Het derde uilenonderzoek vond plaats in de avond van 28 maart 2022. In het eerste uur werden geen uilen gehoord en om 21:20 is potentieel leefgebied van de steenuil verkend door een stukje langs de N813 te lopen en langs de achterzijde van de naastgelegen begraafplaats. Hier werd echter niets gezien of gehoord. Om 22:04 was twee keer de roep van een ransuil te horen vanuit een grote spar die centraal in het projectgebied staat. Vlak daarna werd nog twee maal de roep van een ransuil gehoord in het projectgebied. De steenuil werd niet aangetroffen.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
18
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Vierde uilenonderzoek (avondbezoek) Het vierde uilenonderzoek vond plaats in de avond van 12 april 2022. Bij aankomst vloog een ransuil uit een hoogopgaande spar naast de vrijstaande woning richting een andere spar. Waarschijnlijk was deze doorgevlogen naar het bomenrijke perceel ten zuiden van het projectgebied, maakte daar een draai en vervolgens niet meer waargenomen. De soort riep niet en was ook de rest van de avond niet te horen. De steenuil werd niet aangetroffen. Vijfde uilenonderzoek (dagbezoek) Het vijfde uilenonderzoek betrof een dagbezoek en vond plaats in de ochtend van 14 april 2022. In een hoogopgaande spar direct aan de zuidwestzijde van de vrijstaande woning werd een nest aangetroffen die gezien de voorgaande waarnemingen eventueel van de ransuil kan zijn. Het nest is vanaf de grond slecht zichtbaar en bevindt zich hoog in de voorgenoemde spar. Aan de voet van deze boom werden meerdere braakballen van een ransuil aangetroffen (figuur 5). Overige bezoeken en conclusie Tijdens de vleermuisonderzoeken die werden uitgevoerd in de vroege ochtend van 18 mei, de avond en nacht van 9 op 10 juni en 1 juli 2022 werd de ransuil niet meer vastgesteld. Aangezien jonge ransuilen in deze periode veelvuldig de bedelroep laten horen kan worden geconcludeerd dat het nest in de hiervoor genoemde spar niet bezet is geweest, i.e. er werd niet gebroed.
Gezien de eerdere waarnemingen van een exemplaar, maar het ontbreken van een tweede exemplaar en jongen, wordt uitgegaan van een rustplaats van één exemplaar van de ransuil. Overigens zijn er geen waarnemingen gedaan van de steenuil in en vlak rondom het projectgebied. Hieruit kan worden geconcludeerd dat er geen rust- of verblijfplaatsen van de steenuil aanwezig zijn en dat het projectgebied niet deel uitmaakt van de functionele leefomgeving van potentieel in de omgeving broedende steenuilen. Negatieve effecten op de steenuil zijn daarom uitgesloten.
Figuur 5. Een van de aangetroffen braakballen onder de spar (links) en de locatie waar zich een rustplaats bevindt (rechts).
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
19
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
5.7
Buro Ontwerp & Omgeving
Gierzwaluw Eerste gierzwaluwonderzoek Het eerste gierzwaluwonderzoek vond plaats op 9 juni 2022. Tijdens dit bezoek werden op slechts zes momenten een aantal passerende gierzwaluwen hoog in de lucht waargenomen. Het hoogste aantal gierzwaluwen dat tegelijk in de lucht aanwezig was betrof vier exemplaren om 22:01. Geen van deze gierzwaluwen toonde enige binding met de bebouwing in het projectgebied, noch met omliggende gebouwen. Tweede gierzwaluwonderzoek Het tweede gierzwaluwonderzoek vond plaats op 20 juni 2022. Gedurende dit bezoek werden zeven keer overvliegende gierzwaluwen gezien ter hoogte van de villawoning en één keer een overvliegende gierzwaluw ter hoogte van de vrijstaande woning. De gierzwaluwen vlogen hoog en er werd geen poging gedaan om in te vliegen. Er werden dan ook geen nestlocaties aangetroffen. Derde gierzwaluwonderzoek Het derde gierzwaluwonderzoek vond plaats op 1 juli 2022. Tijdens dit bezoek werd slechts één keer een overvliegende gierzwaluw waargenomen. Vloog in oostelijke richting hoog boven de Keppelseweg om 21:22.
5.8
Huismus Voor het onderzoek naar de huismus werden twee veldbezoeken afgelegd. Deze vonden plaats op 14 april en 29 april 2022. Bij zowel het eerste als het tweede locatiebezoek werden er geen huismussen aangetroffen in het projectgebied en ook in de directe omgeving werden ook geen huismussen aangetroffen. Negatieve effecten op de huismus kunnen daarom worden uitgesloten.
5.9
Overige informatie Volgens verspreidingsgegevens komt de strikt beschermde teunisbloempijlstaart niet voor in de omgeving van het projectgebied. Echter, gezien de opmars van deze soort is besloten om de aanwezige waardplanten van de teunisbloempijlstaart te onderzoeken op rupsen, vraatsporen of andere sporen die duiden op aanwezigheid van de soort (voorbeelden in figuur 6). De aangetroffen waardplanten in het projectgebied zijn de basterdwederik en de teunisbloem. De inventarisatie op aanwezigheid van de teunisbloempijlstaart vond plaats op 14 juni 2022 en op 1 juli 2022 werd nogmaals een controle uitgevoerd. De teunisbloempijlstaart werd echter niet aangetroffen.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
20
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Figuur 6. Voorbeelden van plekken waar zich teunisbloemen bevinden (gele pijlen). Deze zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van de teunisbloempijlstaart.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
21
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
6
Buro Ontwerp & Omgeving
CONCLUSIE EN ADVIES Buro Ontwerp & Omgeving heeft in opdracht van Ontwikkelingscombinatie Lamsweerde B.V. een nader ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de locatie bekend als Lamsweerde - Plak te Wehl. Het onderzoek vond plaats naar aanleiding van de voorgenomen renovatie van Huize Lamsweerde en de herontwikkeling van het terrein ten behoeve van woningbouw. In onderstaande tabel staat een samenvatting van de resultaten. Bij aanwezigheid van de soort is aangegeven waar deze soort is aangetroffen, welke artikelen van de Wet natuurbescherming (mogelijk) worden overtreden en welke vervolgstappen ondernomen moeten worden. Tabel 9. Samenvatting van de resultaten en vervolgstappen.
Soort Vleermuizen
Steenmarter
Aanwezigheid Eén gecombineerd zomer-/paarverblijf en één zomerverblijf (gewone dwergvleermuis) Eén rust- of verblijfplaats
Bunzing Hermelijn Wezel Eekhoorn Sperwer Ransuil
Nee Nee Nee Nee Nee Eén rustplaats
Steenuil Gierzwaluw Huismus Teunisbloempijlstaart
Nee Nee Nee Nee
Locatie Huize Lamsweerde (zuidoosten westzijde)
Wnb-artikel Artikel 3.5 lid 2 en 4
Vervolgstap • Activiteitenplan • Ontheffing Wnb
Vrijstaande woning Hoogopgaande spar direct naast de vrijstaande woning -
Artikel 3.10 lid 1b Artikel 3.1 lid 2 en 4
• Activiteitenplan • Ontheffing Wnb • Activiteitenplan • Ontheffing Wnb
-
-
Voor het overtreden van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1 lid 2 en 4 (ransuil), artikel 3.5 lid 2 en 4 (vleermuizen) en artikel 3.10 lid 1b (steenmarter) is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Deze artikelen hebben betrekking op het vernietigen van rust- of verblijfplaatsen en/of het verstoren van soorten. Ten behoeve van de ontheffingsaanvraag dient een activiteitenplan te worden opgesteld. Daarnaast zijn ook artikel 3.1 lid 1, artikel 3.5 lid 1 en artikel 3.10 lid 1a van de Wet natuurbescherming relevant voor deze soorten. Deze artikelen hebben betrekking op het doden en vangen van soorten. Er is echter geen ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk indien mitigerende maatregelen worden getroffen en zorgvuldig wordt gehandeld. Dit dient opgenomen te worden in het activiteitenplan. Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
22
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
Buro Ontwerp & Omgeving
Algemene diersoorten Het kan zijn dat er tijdens de werkzaamheden algemene diersoorten in het projectgebied voorkomen. Tijdens het nader ecologisch onderzoek werd de egel bijvoorbeeld meermaals waargenomen. Hierdoor dient te allen tijde de algemene zorgplicht in acht te worden genomen (artikel 1.11 Wnb). Daarnaast dient de kap van bomen en het verwijderen van bosschages plaats te vinden buiten het vogelbroedseizoen omwille van de aanwezigheid van algemene broedvogelsoorten.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
23
3402.01
Nader ecologisch onderzoek
7
LITERATUURLIJST
7.1
Referenties
Buro Ontwerp & Omgeving
BIJ12 (2017ᵃ). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Huismus, Passer domesticus, versie 1.0, juli 2017. BIJ12: Utrecht, Nederland. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Steenuil, Athene noctua, versie 1.0, juli 2017. Utrecht, Nederland: BIJ12. Bouwens, S. (2017). Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. ’s-Hertogenbosch, Nederland: Zoogdiervereniging Nederland en Provincie Noord-Brabant Provincie Gelderland (2021). Toelichting aanvraag ontheffing Wet natuurbescherming (Wnb), Hoofdstuk 3 soorten. Arnhem, Nederland: Provincie Gelderland. Veldman, J. & Troost, C. (2019). Brochure Soortenbescherming in Overijssel: Bunzing, egel, hermelijn en wezel. Zwolle, Nederland: Provincie Overijssel. SOVON Vogelonderzoek Nederland (2021a). Ransuil. Geraadpleegd op 6 augustus 2021 via https://stats.sovon.nl/stats/soort/7670 SOVON Vogelonderzoek Nederland (2021b). Sperwer. Geraadpleegd op 6 augustus 2021 via https://stats.sovon.nl/stats/soort/2690 Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. Geraadpleegd via www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl 7.2
Overige geraadpleegde bronnen Dietz, C. & Kiefer, A. (2016). Bats of Britain and Europe. Londen, Verenigd Koninkrijk: Bloomsbury Publishing. Vogelbescherming Nederland & Stichting Veldonderzoek Flora en Fauna (2007). Topografische atlas voor flora en fauna van Nederland (1e ed.). Papendrecht, Nederland: Mouthaan Grafisch Bedrijf.
Woningbouwplan Lamsweerde - Plak te Wehl
24
3402.01