Bijlage 1_20 Toelichting bijlage 14 - Maatwerkadvies gezondheidsaspecten woningbouw Wehl.pdf
Tekst van het document
Memo duiding gezondheidseffecten rond intensieve veehouderijen en woningbouw Wehl
Voor: Gemeente Doetinchem – Linda Nieuwenhuis Van : Team milieu en gezondheid
Datum: 8 juni 2021
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ......................................................................................................... 2 1
Intensieve veehouderij en gezondheid ............................................................... 3 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding ................................................................................................................................. 3 Probleemstelling .................................................................................................................... 3 Onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) ................................................ 3 Q-koorts ................................................................................................................................. 4
2
Duiding en situatie Wehl .................................................................................... 5
3
Advisering door GGD ......................................................................................... 8
Memo gezondheidsaspecten IV en woningbouw Wehl Juni21-v5.docx – GGD Noord- en Oost-Gelderland
2
1 Intensieve veehouderij en gezondheid 1.1 Inleiding De gemeente Doetinchem heeft de GGD gevraagd of een duiding is te geven van de effecten op de gezondheid door intensieve veehouderijen op woningbouwplannen in Wehl.
1.2 Probleemstelling De gemeente Doetinchem heeft diverse deelplannen in voorbereiding om realisatie mogelijk te maken van nieuwe woningen in Wehl. Het gaat om diverse plannen van 1-70 woningen. In de omgeving is een aantal intensieve veehouderijen gevestigd, te weten een melkveebedrijf en twee geitenbedrijven. De gemeente wil graag weten of hiervan gezondheidseffecten zijn te verwachten in relatie tot de nieuwbouwplannen.
1.3 Onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO) Door RIVM, IRAS, WUR en NIVEL zijn onderzoeken uitgevoerd in Noord-Brabant en Limburg, naar gezondheidseffecten van het wonen in gebieden met veel intensieve veehouderijen 1 (voor meer info zie literatuurlijst). Dit omvatte huisartsgegevens van ca. 110.000 patiënten, 12.000 vragenlijsten en 2.500 medische onderzoeken. Hieruit is een aantal effecten naar voren gekomen: 1) Er is minder astma, COPD en allergie bij mensen die op korte afstand van een veehouderij wonen 2) Maar mensen met luchtwegklachten en met veel veehouderijen in de buurt hebben wel een grotere kans op ernstige klachten. Ze gebruiken ook meer luchtwegmedicatie. 3) In situaties waarbij 15 veehouderijbedrijven of meer binnen een kilometer van een woning zijn gelegen, is er een nadelig effect op de longfunctie gemeten. Daarnaast blijkt de longfunctie lager te zijn bij een hoge concentratie ammoniak. De effecten van ammoniakblootstelling zijn in omvang vergelijkbaar met de gezondheidseffecten van verkeer in stedelijke omgeving. 4) Er komt meer longontsteking voor binnen een straal van 1.5 km rond pluimveebedrijven en binnen een straal van 2.0 km van geitenbedrijven. 5) In de vervolgonderzoeken (VGO 2 en 3) bleek het effect tussen longontsteking en pluimvee niet consistent.
Het vervolgonderzoek concludeert dat hiervan toch geen verhoogd risico op longontsteking is aangetoond. Wel is het zo dat rond pluimveebedrijven een verhoogde concentratie fijnstof aanwezig is. Gecombineerd hiermee is er ook een verhoogde concentratie endotoxinen gevonden. Deze effecten spelen vooral binnen een straal van ca. 250m van de bedrijven. 6) Rond geitenbedrijven is de relatie met longontsteking wel consistent in de onderzoeken terug te zien. Omwonenden binnen een zone van 1,5-2.0 km van een geitenbedrijf met meer dan 50 geiten hebben gemiddeld ca. 29% meer kans op longontsteking (VGO-onderzoeksgebied 2009-2013). In vervolgonderzoek 2014-2016 VGO 2) was die kans 27% hoger (binnen 2 km). Daarbij is er een relatie met de afstand: hoe dichter mensen bij een geitenhouderij wonen, des te groter de kans op longontsteking. 7) Uit het VGO-UGO onderzoek blijkt feitelijk dat de in Brabant gevonden relaties met longontsteking rond geitenbedrijven ook in Utrecht, Gelderland en Overijssel zijn gevonden. Het is daarmee zeer aannemelijk dat ze algemeen geldig zijn in gebieden met veel intensieve veehouderijen.
1 Veehouderij: onderzoek Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (VGO): een bedrijf wordt als veehouderij
aangemerkt bij een minimaal aantal dieren per bedrijf, namelijk: 250 stuks pluimvee, 250 nertsen, 50 geiten, 50 schapen, 25 varkens, 5 runderen of 5 paarden. De GGD’en sluiten zich hier in de advisering bij aan.
Memo gezondheidsaspecten IV en woningbouw Wehl Juni21-v5.docx – GGD Noord- en Oost-Gelderland
3
8) Van de onderzochte veehouderijen, zorgen de pluimveebedrijven voor de meeste uitstoot aan fijnstof. Dit fijnstof betreft grotere deeltjes dan fijnstof afkomstig van het verkeer en is totaal anders van samenstelling. De eventuele gezondheidseffecten zijn daarmee dan ook niet één op één vergelijkbaar. Wel is het zo dat alle verlagingen van de concentratie fijnstof positief zijn voor de gezondheid. Er is daarbij geen drempelwaarde. Er is nog geen oorzaak gevonden van de verhoogde longontsteking rond geitenbedrijven. Daarom heeft de provincie Gelderland een stop gezet op nieuwvestiging en uitbreiding van alle geitenhouderijen. Dit besluit loopt al vanaf medio 2017. Bestaande bedrijven met geldige vergunning mogen hun bedrijf wel blijven uitoefenen. Voor zowel omwonenden, bedrijven en overheden is het van belang dat er duidelijkheid komt over een mogelijke oorzaak. Onderzoek hiernaar door het RIVM heeft helaas vertraging opgelopen door de corona pandemie. De resultaten van het onderzoek worden nu niet in 2022 verwacht maar waarschijnlijk in 2024. Zoals gezegd neemt het gevonden risico af met een toenemende afstand tot een geitenbedrijf, maar het blijft lastig daar exacte uitspraken over te doen. Ook het effect van het aantal dieren en of meerdere bedrijven leiden tot andere effecten, is niet bekend.
De onderzoeken hebben betrekking op bedrijven met huisvesting van minimaal 50 geiten.
Risico op longontsteking (per 1000 )
Risico op longontsteking binnen 2 km van een geitenhouderij (VGO, 2019)
10 3
14
500
0
14
14
1000
2000
Afstand tot geitenhouderij (m) Basis incidentie
Extra incidentie
Het RIVM heeft verschillende analysetechnieken gebruikt, om eventuele relaties te kunnen aantonen. Er is wel enige variatie in aantallen, maar alle toegepaste technieken en onderzoeken van de afgelopen jaren geven eenduidig het hogere risico op longontsteking weer. 1.4 Q-koorts In de periode 2007-2010 was er in Nederland een grote Q-koorts uitbraak, veroorzaakt door de gramnegatieve bacterie Coxiella burnetii. De belangrijkste dierreservoirs van deze bacterie zijn runderen, geiten en schapen. De Q-koorts is eigenlijk geen probleem meer omdat de geiten daar nu verplicht jaarlijks tegen worden ingeënt. Dat
Memo gezondheidsaspecten IV en woningbouw Wehl Juni21-v5.docx – GGD Noord- en Oost-Gelderland
4
geldt ook voor bijv. kinderboerderijen en andere locaties waar publiek bij kan komen. In de huidige situatie met inentingsplicht, is de bacterie onder controle en zal daarmee ook niet in mest aanwezig zijn. Daarnaast moet mest uit geitenstallen of direct in een afgedekte vrachtwagen naar een erkend composteerbedrijf worden afgevoerd of na verwijdering uit de stal minstens 30 dagen luchtdoorlatend en afgedekt worden opgeslagen. Afdekken zorgt voor een composteringsproces waardoor de temperatuur van de mest zo ver oploopt dat het aantal Q-koortsbacteriën dat eventueel in de mest zou zitten sterk wordt gereduceerd. Verder is houders van melkgeiten en melkschapen verplicht afwijkende abortusaantallen te melden. De NVWA gaat dan onderzoek doen. Bij een eventuele uitbraak doet de NVWA dan de bestrijding. Daarmee is via diverse wegen geborgd dat de Q-koorts geen grote uitbraken meer zou moeten krijgen. Tot op heden lijkt dit ook feitelijk te werken.
2 Duiding en situatie Wehl De gemeente heeft gevraagd een duiding te geven van de effecten van veehouderijbedrijven in de omgeving op eventuele woningbouw. De vraag betreft met name de effecten van de geitenbedrijven op longontsteking. Volgens de gegevens van de gemeente is er een aantal veehouderijen gelegen rond Wehl. Het gaat dan om twee geitenbedrijven, een aantal pluimvee- en een aantal rundveebedrijven.
Veehouderijen rond Wehl
In de figuur zijn contouren getekend van 2km rond de geitenbedrijven (paars) en 250m rond de overige veehouderijen (groen). In geen van de gevallen liggen er meer dan 15 bedrijven binnen een kilometer van woningen. Het in de VGO gevonden effect op een lagere longfunctie, bij meer dan 15 veebedrijven binnen 1 kilometer afstand, is hier dan ook niet te verwachten.
Memo gezondheidsaspecten IV en woningbouw Wehl Juni21-v5.docx – GGD Noord- en Oost-Gelderland
5
Rond pluimveebedrijven is iets meer fijnstof te verwachten en daaraan gekoppeld mogelijk een iets verhoogd endotoxinegehalte. De pluimveebedrijven liggen op voldoende afstand van de woonkernen om die effecten te kunnen uitsluiten. Melk- en jongvee bedrijven behoren tot de zogenaamde afstandsdieren op basis van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Hiervoor is geen geurcontour vastgesteld, maar wel eisen t.a.v. afstanden. Binnen de bebouwde kom moet de afstand van de stal tot de woning minimaal 100m bedragen, buiten de kom is dat 50m. Andere gezondheidseffecten dan eventuele geurhinder zijn hiervan niet te verwachten. In totaal liggen ca. 260 woningen binnen 250m van de veehouderijen rond Wehl (excl. geitenbedrijven). Verder zijn twee bedrijven met meer dan 50 geiten aanwezig in de omgeving, te weten aan de Broekhuizerstraat 6 en de Fokkenkampseweg 11. De contour van 2km rond de bedrijven ligt vrijwel over geheel Wehl. Omdat de afstand tot een geitenbedrijf wel van belang is zijn ook de 500 en 1.000m contouren ingetekend. Het grootste deel van Wehl ligt buiten de 1.000m contour.
Contouren rond geitenbedrijven
Huidige situatie De momenteel gemiddelde incidentie van longontsteking in Nederland is 14,6 per 1.000 inwoners (Nivel mei 2021). Binnen een straal van 2km rond de betreffende geitenbedrijven zijn ca. 2.088 woningen gelegen. Bij een gemiddelde grootte per huishouden van 2.2 personen, zijn dan zonder de geitenbedrijven ca. 67 gevallen van longontsteking per jaar te verwachten. Uitgaande van een gemiddeld extra risico van 28% zijn dan circa 18 extra gevallen van longontsteking te verwachten (totaal 85 per jaar), bij omwonenden binnen 2km van de geitenbedrijven. Voor de huidige situatie blijkt dat voor de huishoudens al een verhoogd risico op longontsteking aanwezig is.
Memo gezondheidsaspecten IV en woningbouw Wehl Juni21-v5.docx – GGD Noord- en Oost-Gelderland
6
Toekomstige situatie Er is een aantal plannen in voorbereiding voor realisatie van nieuwe woningen in Wehl. Gezien de huidige situatie zal door deze ontwikkeling dus een hoger risico op longontsteking te verwachten zijn. Het risico is het grootst binnen de contour van 500m en zal afnemen op grotere afstand van de veehouderijen. Bij kleine projecten is eigenlijk niet goed te voorspellen hoeveel extra gevallen van longontsteking zijn te verwachten. Dat hangt o.a. af van de samenstelling van de toekomstige bewoners en of er meer of minder risicogroepen zijn. Het is overigens ook niet mogelijk om individuele gevallen in de praktijk toe te wijzen aan de geitenhouderijen. Daarvoor is de variatie aan oorzaken te groot. De resultaten uit de VGO-onderzoeken in de periode 2009-2017 gaan over grotere groepen en zijn consistent over meerdere jaren. De diverse onderzoeken en toegepaste onderzoeksmethodes wijzen wel steeds op een verband met longontsteking door een geitenhouderij. Ook al is de oorzaak nog niet bekend. Op individueel niveau spelen vele factoren een rol, maar er lijkt dus zeker wel sprake van een groter risico door het wonen rond een geitenhouderij. De oorzaak van de extra longontsteking rond de geitenbedrijven is (nog) niet bekend. Bij pluimvee werd eerder wel gedacht aan fijnstof als oorzaak.
Het zou kunnen dat dit ook voor geiten het geval is, maar bij geitenbedrijven komt veel minder fijnstof vrij dan bij pluimvee. Het is niet goed mogelijk om de ziektelast te vergelijken met die van verkeer of met het roken van sigaretten. Verkeer gerelateerde luchtverontreiniging geeft zeker gezondheidseffecten, maar is een heel ander mengsel, dan lucht afkomstig uit veehouderijen. Uit VGO3 is af te leiden dat er een verband lijkt te zijn met de afstand tussen geitenbedrijf en woningen. Het extra risico op longontsteking op 900-1.000m is lager dan binnen 500m afstand. Op grotere afstand neemt het extra risico af tot nul op 2 km. Daarmee is het extra risico bij nieuwe woningen dus mede afhankelijk van de afstand tot de geitenbedrijven.
Memo gezondheidsaspecten IV en woningbouw Wehl Juni21-v5.docx – GGD Noord- en Oost-Gelderland
7
3 Advisering door GGD Voor iedere situatie is een passend gezondheidskundig advies aan te bevelen. Er zijn verschillende situaties waarbij de GGD kan adviseren over de gezondheidsrisico’s van veehouderijbedrijven, gebaseerd op afstandscriteria. A. Uitbreiding of nieuwvestiging van een veehouderij binnen een straal van 250 m van een gevoelige bestemming, of een nieuwe gevoelige bestemming binnen een straal van 250 m van een veehouderij. Voor geitenhouderij geldt een andere afstand. B. Uitbreiding of nieuwvestiging van een geitenhouderij binnen een straal van 2 kilometer van een gevoelige bestemming (momenteel geldt hiervoor een moratorium van de provincie) , of een nieuwe gevoelige bestemming binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij. C. De opvang van gevoelige groepen binnen een straal van 250 meter van een veehouderij, of binnen een straal van 2 kilometer van een geitenhouderij. D. Een nieuwe gevoelige bestemming met meer dan 15 veehouderijbedrijven binnen een straal van 1 kilometer. Vanuit gezondheid adviseert de GGD om terughoudend te zijn met nieuwe gevoelige functies binnen een straal 250m van intensieve veehouderijen en raadt de GGD nieuwe gevoelige functies binnen 2 km van geitenbedrijven in principe af.
Onder gevoelige groepen wordt dan verstaan: ouderen, kinderen (onder de 18 jaar), astmapatiënten, mensen met bestaande hart- en vaataandoeningen en mensen met genetische aanleg voor luchtwegaandoeningen. Gevoelige bestemmingen zijn woningen, scholen, kinderopvang, bejaardenhuizen, verzorgings- en verpleegtehuizen, ziekenhuizen (Gezondheidsraad 2008). Ook voormalige bedrijfswoningen waarbij er geen binding meer is met veehouderij-activiteiten beschouwt de GGD als gevoelige bestemming. Het advies is om uit voorzorg rekening te houden met mogelijk extra longontsteking, zonder dat nog duidelijk is wat hiervan de oorzaak is. En dit rekening houden kan betekenen om een bepaalde activiteit uit voorzorg niet toe te staan, totdat meer bekend is over de oorzaak van de extra longontsteking rond geitenbedrijven (advies RIVM verwacht medio 2024). Terughoudend betekent niet per sé dat er niets meer kan, maar dat de GGD het verstandig vindt goed na te denken over eventuele gezondheidseffecten en zo nodig passende maatregelen te treffen en een goede belangenafweging te maken. Bijvoorbeeld door winkels of bedrijvigheid het dichtst bij het geitenbedrijf te situeren en gevoelige bestemmingen verder weg. Voor wat betreft het melk- en jongveebedrijven verwacht de GGD verder geen speciale negatieve gezondheidseffecten. De wettelijk aan te houden afstanden geven voldoende bescherming.
Voor ontwikkelingen in een gebied dat ligt binnen een straal van 2km van de geitenbedrijven zal een bestuurlijke afweging moeten worden gemaakt, of het extra risico op longontsteking in deze situatie de geplande woningbouw in de weg moet staan. Bij eventuele woningbouw binnen deze contour is het advies toekomstige bewoners te informeren over de mogelijke extra risico’s op longontsteking als ze daar gaan wonen. Dit geldt dan zolang de oorzaak van het extra risico op longontsteking nog niet duidelijk is.
Memo gezondheidsaspecten IV en woningbouw Wehl Juni21-v5.docx – GGD Noord- en Oost-Gelderland
8
Bijlage 1
Literatuur -
RIVM e.a. 2016, Veehouderij en gezondheid omwonenden VGO 1 (Onderzoek gezondheidseffecten omwonenden veehouderijen in de periode 2009-2013 ) RIVM e.a. 2017, VGO 2, Veehouderij en Gezondheid Omwonenden (aanvullende studies). Analyse van gezondheidseffecten, risicofactoren en uitstoot van bio-aerosolen Nivel e.a. 2018, VGO 3, Veehouderij en Gezondheid, Omwonenden III, Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen; actualisering van gegevens uit huisartspraktijken 2014 – 2016 IRAS e.a. 2019, Veehouderij en Gezondheid Omwonenden III, Longontsteking in de nabijheid van geiten- en pluimveehouderijen in Gelderland, Overijssel en Utrecht RIVM 2020-0092, GGD Richtlijn medische milieukunde, Veehouderij en gezondheid
Memo gezondheidsaspecten IV en woningbouw Wehl Juni21-v5.docx – GGD Noord- en Oost-Gelderland
9