CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.2.1 Bestemmingsplan Parapluherziening Cultuurhistorie - 2023_Bijlagen toelichting.pdf

beeldvormende raad 11 oktober 2023, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan Parapluherziening Cultuurhistorie - 202323.327 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Parapluherziening Cultuurhistorie - 2023 Bijlagen toelichting

Vastgesteld

Inhoudsopgave Bijlagen toelichting

5

Bijlage 1 Bedrijventerreinen cultuurhistorisch waardevolle panden

6

Bijlage 2 Doetinchem centrum cultuurhistorisch waardevolle panden

45

Bijlage 3 Doetinchem oost cultuurhistorisch waardevolle panden

105

Bijlage 4 Doetinchem west cultuurhistorisch waardevolle panden

174

Bijlage 5 Gaanderen cultuurhistorisch waardevolle panden

213

Bijlage 6 Langerak cultuurhistorisch waardevolle panden

254

Bijlage 7 Wehl en Nieuw-Wehl cultuurhistorisch waardevolle panden

275

Bijlage 8 Adressenlijst cultuurhistorisch waardevolle objecten stedelijk gebied gemeente Doetinchem

321

Bijlage 9 Nota van inspraak

324

3 bestemmingsplan 'Parapluherziening Cultuurhistorie - 2023' vastgesteld

4 bestemmingsplan 'Parapluherziening Cultuurhistorie - 2023' vastgesteld

Bijlagen toelichting

5 bestemmingsplan 'Parapluherziening Cultuurhistorie - 2023' vastgesteld

Bijlage 1 Bedrijventerreinen cultuurhistorisch waardevolle panden

6 bestemmingsplan 'Parapluherziening Cultuurhistorie - 2023' vastgesteld

BEDRIJVENTERREINEN cultuurhistorisch waardevolle panden

colofon Bedrijventerreinen, cultuurhistorisch waardevolle panden © Belfort Cultuurhistorie en Monumenten, Doetinchem 25 oktober 2021 Belfort Cultuurhistorie en Monumenten Stevinlaan 28, 7002 HD Doetinchem www.belfortcultuurhistorie.nl www.tijdbeeld.com i.s.m. ARCX buro voor monumentenzorg en cultuurhistorie opdrachtgever: gemeente Doetinchem inventarisatie, fotografie en beschrijvingen: Jacco Vromen en Peter Boer rapportage: Jacco Vromen

Belfort heeft zijn best gedaan de rechten met betrekking tot de illustraties te regelen volgens de bepalingen van de Auteurswet. Zij die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, worden verzocht contact op te nemen.

1

INHOUD 1. INLEIDING 2. HISTORISCHE GEBIEDSANALYSE BRONNEN EN LITERATUUR 3. ADRESSENLIJST 4. CULTUURHISTORISCH WAARDEVOLLE PANDEN

4 9 22 23 24

2

Legenda Gemeentegrens

Deelgebied 1) Gaanderen 2) Doetinchem West 3) Doetinchem Oost 4) Wehl en Nieuw Wehl 5) Bedrijventerreinen 6) Langerak 7) Doetinchem Centrum 8) Buitengebied

6

5 3 4

7

4

2 8

5 5

1

3

1. INLEIDING aanleiding Met het oog op de totstandkoming van het omgevingsplan wordt door de gemeente Doetinchem de actualisatie van bestemmingsplannen in de kernen voorbereid. Een vast onderdeel betreft een paragraaf over de aanwezige- of te verwachten cultuurhistorische waarden in het plangebied. Panden die op dit moment geen monumentenstatus hebben, maar wel beschermenswaardig zijn, kunnen in het bestemmingsplan de functie-aanduiding ‘cultuurhistorisch waardevol’ krijgen. Dit betekent dat ze niet zonder vergunning mogen worden gesloopt. Om beter zicht te krijgen op potentieel cultuurhistorisch waardevolle objecten is aan Belfort Cultuurhistorie en Monumenten gevraagd een inventarisatie en waardering uit te voeren in de deelgebieden Doetinchem Centrum, Doetinchem Oost, Doetinchem West, Bedrijventerreinen, Langerak, Gaanderen, Wehl en Nieuw Wehl. Deze rapportage biedt een actueel overzicht van cultuurhistorisch waardevolle objecten in het deelgebied Bedrijventerreinen en voorziet

in een beknopte waardering en beschrijving per object. methode en werkwijze Het onderzoek is in de periode juni 2019 t/m maart 2020 uitgevoerd in samenwerking met ARCX buro voor monumentenzorg en cultuurhistorie. Op basis van literatuuronderzoek, bestaande cultuurhistorische rapportages, beperkt archiefonderzoek en historische kaartvergelijking is begonnen met het maken van een beknopte gebiedsanalyse van Bedrijventerreinen. Deze analyse geeft een overzicht van de historisch-ruimtelijke ontwikkeling en context van het betreffende gebied en vormt de inhoudelijke basis voor de waardering van individuele objecten. Vervolgens zijn de cultuurhistorisch waardevolle objecten in beeld gebracht door middel van een veldverkenning vanaf de openbare wegen en paden en door het raadplegen van de betreffende bouwdossiers. De door de gemeente samengestelde groslijst met potentieel cultuurhistorisch waardevolle panden van 14

4

januari 2019 heeft als startpunt gediend voor de inventarisatie. In het algemeen is de periode tot en met de wederopbouw (ca. 1965) geïnventariseerd. In een enkel geval zijn ook panden van kort na die periode bekeken, omdat deze in de groslijst van de gemeente waren opgenomen. Alle panden die op deze lijst stonden, aangevuld met objecten die op het moment van onderzoek al de status ‘cultuurhistorisch waardevol’ hadden, zijn beoordeeld. Daarnaast zijn enkele panden toegevoegd die niet op de lijst stonden, maar gedurende het onderzoek wel als cultuurhistorisch waardevol zijn geselecteerd. Begraafplaatsen zijn uitgezonderd van het onderzoek. De panden die bij dit onderzoek niet als cultuurhistorisch waardevol zijn beoordeeld, zijn voorzien van het advies ‘niet geselecteerd’. Tot slot zijn ook rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten binnen de kernen in de lijst opgenomen.

De rapportage bestaat uit drie onderdelen: • de historische gebiedsanalyse • een adressenlijst met beoordeelde objecten • de beschrijvingen met waardering van de individuele cultuurhistorisch waardevolle objecten

selectiecriteria Van de gebouwen die geselecteerd zijn als cultuurhistorisch waardevol is een beknopte beschrijving met waardering gemaakt. Het door de gemeente Doetinchem gehanteerde Kader selectie en waardering cultuurhistorische objecten en gebieden, afgeleid van onder meer de landelijke Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek, heeft hierbij als leidraad gediend. De gebruikte waarderingscriteria zijn: cultuurhistorische waarden, architectuurhistorische waarden en stedenbouwkundige/ensemble/ landschappelijke waarden. In de beschrijvingen van de cultuurhistorisch waardevolle panden wordt met nummers verwezen naar de subcriteria die bij de desbetreffende panden van toepassing zijn. Hieronder volgt een integraal overzicht van de waarderings- en selectiecriteria.

I Cultuurhistorische waarden 1. Nederzettingsgeschiedenis: belang van het object/complex/gebied als bijzondere uitdrukking van een geografische, landschappelijke, beleidsmatige en/of bestuurlijke ontwikkeling. 2. Sociaal-economische waarde: belang van het object/complex/gebied als bijzondere uitdrukking van een sociaalhistorische, economische, technische of religieuze ontwikkeling. 3. Innovatieve waarde: belang van het object/complex/gebied vanwege innovatieve waarde of pionierskarakter. 4. Historische waarde: belang van het object/complex/gebied vanwege de bijzondere plaatselijke, regionale en/of landelijke herinneringswaarde; bekende bewoners, beroepen, bijzondere activiteiten en/of gebeurtenissen. II Architectuurhistorische waarden 1. Ontwerper: bijzonder belang van het object/complex voor het oeuvre van een bouwmeester, architect, ingenieur of kunstenaar. 2. Esthetiek: bijzonder belang van het object/complex vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp.

5

3. Detaillering: bijzonder belang van het object/complex vanwege het materiaalgebruik, de ornamentiek en/of monumentale (toegepaste) kunst. 4. Interieur: bijzonder belang van het object/complex vanwege de interieurafwerking (in samenhang met het exterieur). Dit subcriterium speelt in dit onderzoek een ondergeschikte rol, omdat de inventarisatie vanaf de openbare weg is uitgevoerd. 5. Bouwstijl: bijzonder belang van het object/complex als goed voorbeeld van een bepaalde stijl of bouwtrant - al dan niet met plaatselijke variaties. 6. Bouwtype: bijzonder belang van het object/complex als goed voorbeeld van een functionele en/of typologische ontwikkeling. 7. Bouwtechniek: bijzonder belang van het object/complex voor de geschiedenis van de architectuur, bouwhistorie en/of bouwtechniek. 8. Historische gelaagdheid: bijzonder belang van het object/complex voor de afleesbaarheid van de bouwgeschiedenis.

III Stedenbouwkundige waarden, ensemblewaarden en landschappelijke waarden 1. Concept: belang van het object/complex/ gebied als essentieel onderdeel van een groter geheel, dat cultuurhistorisch, architectuurhistorisch, stedenbouwkundig, landschappelijk van belang is voor Doetinchem. 2. Gegroeid geheel: bijzondere beeldbepalende betekenis van het object vanwege de situering, verbonden met de ontwikkeling/uitbreiding van Doetinchem. 3. Verkaveling: bijzondere betekenis van het object/landschap vanwege de wijze van verkaveling/inrichting van de openbare ruimte/specifieke functies en/of de relatie met de omgeving, zoals groenvoorzieningen, wegen en/of water (vormgeving). 4. Silhouet: bijzondere betekenis van het object/complex/gebied voor het aanzicht van Doetinchem. 5. Ensemble: bijzondere betekenis van het object vanwege de situering en/of de historisch-ruimtelijke relatie met de omgeving, zoals groenvoorzieningen, park/tuin, wegen, wateren, bodemgesteldheid en/of archeologie.

6. Openbare ruimte: belang van het object/ complex/gebied vanwege de ruimtelijke kwaliteiten. beschrijvingen De rapporten van de cultuurhistorisch waardevolle panden zijn zo opgezet dat de materiële, behoudenswaardige onderdelen zijn verwerkt in de beschrijving. Hieruit volgt wat de karakteristieke hoofdvorm is en welke elementen van belang zijn voor het aangezicht. Afhankelijk van de architectuur, is de ene beschrijving langer en specifieker dan de andere. De beschrijving gaat vooral in op de hoofdvorm, de materialisatie van het exterieur en de gevelindeling. Elementen die vrij recent zijn vernieuwd of gemoderniseerd zijn niet in de beschrijving opgenomen of worden in enkele gevallen ter verduidelijking specifiek vermeld als ‘modern’ (bijvoorbeeld bij een vernieuwde winkelpui). Er is in de beschrijving geen sprake van hiërarchie tussen bijvoorbeeld de architectuurhistorische waarde van een deur ten opzichte van een raam, of van een dakkapel ten opzichte van een luifel. De afzonderlijke elementen bepalen samen de materiële architectuurhistorische waarde.

6

waardering De totale cultuurhistorische waarde van individuele panden wordt bepaald door een samenspel of combinatie van de drie hoofdwaarden of hoofdcriteria. Bij de selectie heeft de betekenis van het betreffende pand als fysieke drager van een specifieke lokale herinnering, historische gebeurtenis of ontwikkeling een belangrijke rol gespeeld. Deze lokale historische context van Doetinchem, Gaanderen, Wehl en Nieuw-Wehl wordt in grote lijnen uiteengezet bij de inleiding van de rapporten en gewaardeerd onder ‘cultuurhistorische waarden’. Bij de architectuurhistorische waarde is met name gekeken naar de gaafheid (authenticiteit) en/of zeldzaamheid van de uiterlijke verschijningsvorm van het betreffende gebouw in de gemeente Doetinchem. Dit heeft er toe geleid dat enkele panden, die in het verleden bij diverse quickscans en inventarisaties als beeldbepalend of cultuurhistorisch waardevol zijn aangeduid, bij dit onderzoek (gemeentebreed) niet geselecteerd zijn. Bij een deel van deze panden is de cultuurhistorische waarde in de loop der jaren aangetast door latere verbouwingen en zijn ze daarom niet geselecteerd. Bij een

ander deel van deze panden lag de cultuurhistorische waarde hoofdzakelijk in het aanzien van een heel gebied of omvangrijk stedenbouwkundig ensemble en minder in de bijzondere architectuurhistorische waarde van het individuele object. Voorbeelden zijn de naoorlogse gevelwanden in traditionalistische architectuur (wederopbouw) aan en rond het Simonsplein in de binnenstad en het complex woningen aan de Van der Grijnstraat in Doetinchem. Voor deze categorie panden is eventuele gebiedsgerichte waardering en bescherming meer geschikt. Dit geldt ook voor andere historisch-stedenbouwkundige ensembles die op het moment van onderzoek nog geen status van ‘cultuurhistorisch waardevol’ bezaten. Representatieve voorbeelden zijn villawijk De Pas, het Worpplein, tuinwijk ‘Kleintjeskamp’ en de naoorlogse woonwijken in Doetinchem en de bijzondere ruimtelijke structuur van Gaanderen. plangebied Het deelgebied Bedrijventerreinen bestaat uit de bedrijventerreinen ‘A18 Bedrijvenpark’ (p. 6 rechts), ‘De Huet’ en ‘Keppelseweg’ (p. 6 links), ‘Verheulsweide’, ’Stationspoort’ en ‘Wijnbergen’ (p. 5).

7

8

Kadastraal minuutplan Stad Doetinchem sectie B uit 1832. Links van de binnenstad de landbouwgronden van het Zandslag, rechts de ‘Stadstuinen’ en de uitgestrekte weidegronden van het Hamburgerbroek. De Oude IJssel is nog niet gekanaliseerd en is slecht bevaarbaar.

9

2. HISTORISCHE GEBIEDSANALYSE weidegronden langs de Oude IJssel Tot ver in de tweede helft van de 19e eeuw voltrokken bedrijfsmatige activiteiten in Doetinchem zich nog vrijwel volledig binnen de wallen en grachten van de oude binnenstad. Buiten de verdedigingswerken van de relatief kleine stad stond slechts een aantal windmolens, een watermolen en een enkele steenoven. De gebieden waar zich pas vanaf het einde van de 19e eeuw industrie zou vestigen - aan weerszijden van de binnenstad langs de Oude IJssel - waren tot die tijd grotendeels onbebouwd. Het hier gelegen ‘Zandslag’ en ‘Hamburgerbroek’ werd ingezet voor agrarische doeleinden, de lagere gronden langs de rivier waren hoofdzakelijk in gebruik als weide. Het Hamburgerbroek grensde aan de noordzijde aan de net buiten de stadsgracht gelegen ‘stadstuinen’: moestuinen en kwekerijen voor de stedelingen.

plaatse van het Hamburgerbroek lag lange tijd een doodlopende riviertak en evenwijdig aan de Oude IJssel stroomde aan de zuidzijde de Harreveldsche Tochtsloot, verbonden met de Grote- en Kleine Spanjaardskolk.

een loskade voor schepen. Verdere verbetering volgde tussen 1943 en 1963,

Al in 1834 gingen stemmen op om de bevaarbaarheid van de Oude IJssel te verbeteren, maar pas in 1889-1904 werden concrete maatregelen genomen die zouden leiden tot een scheepvaartkanaal voor vaartuigen tot 150 ton tussen Doetinchem en Doesburg. Bij het Hamburgerbroek kwam

Topografische kaarten uit ca. 1910 van het gebied ten zuiden van de Keppelseweg (links) en tussen de Terborgseweg en de Oude IJssel (rechts). De in 1885 geopende spoorlijn doorsnijdt het Hamburgerbroek. Op de rechteroever van de Oude IJssel is gestippeld een weg aangegeven met bruggen over de rivierarmen.

verbindingen over land en water De Oude IJssel was in deze periode nog niet gekanaliseerd en slecht bevaarbaar. Ter

10

waarbij de rivier geschikt werd gemaakt om met schepen tot 500 ton door te varen tot aan Ulft. Ook met de landwegen was het in het begin van de 19e eeuw nog slecht gesteld. De weg tussen Doesburg en Terborg was in zodanig slechte staat, dat Doetinchem buiten de hoofdroutes vanuit Arnhem en Zutphen naar Duitsland was komen te liggen. In de eerste helft van de 19e eeuw kwam de verbetering van het wegenstelsel op gang. Zo werd de weg DoesburgDoetinchem-Terborg in 1826 bestraat en in 1843 nogmaals verbeterd. de ontwikkeling van Doetinchem als regionaal centrum De groei van de stad en haar bevolking en de toenemende welvaart in de late 19e eeuw is enerzijds te danken aan verbeterde verbindingen, maar is ook sterk beïnvloed door een aantal instanties en personen. Onder leiding van dominee Jan van Dijk groeide Doetinchem geleidelijk uit tot centrum van onderwijs. Om voor zijn zendingsgemeente een blad te maken, trok Van Dijk de jonge Haarlemse drukker Cornelis Misset aan. Misset richtte een drukkerij/uitgeverij op en trad als initiatiefnemer op bij de ruimtelijke

De eerste aanzet tot industrialisatie langs de Oude IJssel werd gegeven in de jaren ‘60 van de 19e eeuw direct ten noorden van de binnenstad. In 1863 verrees op de wal tussen de binnengracht en de buitengracht een gasfabriek. Het terrein zou later de naam Gaswal krijgen. Naast de gasfabriek lag de in 1845 opgerichte houtzaagmolen van G.J. Horsting, waar in 1861 de eerste stoommachine van Doetinchem werd geïnstalleerd. De houtwerf zou zich uitstrekken tussen de Keppelseweg en de Oude IJssel, waar langs het oude jaagpad drie aanlegsteigers lagen. Linksonder is een klein deel van de houthaven De Ank te zien, waarvan een deel later in gebruik is genomen als jachthaven. Ten noorden van het houtbedrijf lagen vanaf 1881 de gebouwen van de Geldersche StoomtramMaatschappij (GSTM).

ontwikkeling van de stad. Door de verbetering van de bevaarbaarheid van de Oude IJssel, de verharding van landwegen en met name door de aanleg van de spoorlijn Zevenaar-Doetinchem-Winterswijk

11

in 1885 ontwikkelde Doetinchem zich tot infrastructureel knooppunt in de regio. Bij de kruising van de spoorlijn met de Terborgseweg werd een treinstation gebouwd. Naast de invloed van het

treinverkeer, was ook de opening van de tramlijnen tussen Dieren, Doetinchem en Terborg (1881-1882) en tussen Zutphen, Doetinchem en Emmerich (1902) van groot belang. Dit had een aanzuigende werking op de vestiging van industrie. Hoewel in de tweede helft van de 19e eeuw al de eerste aanzetten tot industrialisatie werden gegeven, zou Doetinchem zich pas na 1900 ontwikkelen tot een industriestad van regionale betekenis.

industrie op het Hamburgerbroek Ter voorbereiding op de samenvoeging van Stad- en Ambt Doetinchem maakte Ir. W.F.C. Schaap in 1918 een uitbreidingsplan voor de nieuw te vormen gemeente. Een belangrijk onderdeel van het plan was de realisatie van een industrie- en handelsterrein tussen de Terborgseweg en de Oude IJssel, ter plaatse van het Hamburgerbroek. In de kranten werd op ruime schaal reclame gemaakt voor het nieuwe industriegebied, ‘prachtig gelegen aan spoor, tram en water (…), totaal

Schetsontwerp van het Hamburgerbroek uit 1918 van Ir. W.F.C. Schaap. Het plan zou nooit op deze wijze gerealiseerd worden, maar tussen 1918 en 1940 ontwikkelde met name het gebied tussen de Terborgseweg en de spoorlijn zich tot industrieterrein.

12

groot 20 hectare, voor te vestigen industrie’. Gedurende het interbellum zou een deel van dit plan verwezenlijkt worden en verrezen op de voormalige weidegronden nabij het spoor diverse fabrieken. De als spin-off van de vele ijzergieterijen in de regio ontstane metaalindustrie voerde de boventoon. De rivierarmen van de Oude IJssel werden gedempt en tijdens de economische crisis in de jaren ’30 zorgden tachtig werklozen in het kader van de werkverschaffing voor de ophoging van de gronden langs de rivieroever. Hiervoor werd zand gebruikt dat afkomstig was van de afgegraven rivierduinen in Gaanderen. Al eerder waren de ten noorden van het Hamburgerbroek gelegen oude stadstuinen ontsloten door enkele dwarsstraten vanaf de Terborgseweg: de Spinbaan, Melkweg en Stationsstraat, verwijzend naar de activiteiten ter plaatse. Aan de Melkweg liet het bedrijf van G. Martens en Zoon in 1918 een nieuwe brandkasten- en kluisdeurenfabriek bouwen. Aan deze straat lag reeds de constructiewerkplaats van W. Haverkamp. Aan de zuidzijde van het spoor vestigde de bekende industrieel R.W.H.H. Crull uit Hengelo de electromotorenfabriek ‘De Vijf’ (Verenigde IJzer Fabrieken). Na een

1 3 2

4

5

Luchtfoto van Doetinchem vanuit het noorden uit 1928, met boven de voormalige weidegebieden van Hamburgerbroek. Aan weerszijden van de spoorweg zijn inmiddels de fabrieken De VIJF (1) en Beccon (2) gebouwd, met links het station (3). Aan de Melkweg staat onder andere de Brandkastenfabriek van Martens (4). Links daarvan de lintbebouwing aan de Terborgseweg (5).

13

korte periode vol rampspoed - stormschade in 1925, overstroming in 1926, brand in 1928 en de beurskrach in 1929 - ging het bedrijf in 1933 failliet. De gebouwen werden in gebruik genomen door de rubberfabriek van N.V. Vredestein, waar voornamelijk fietsbanden gemaakt werden. Direct ten noorden van het spoor werd in 1921 de emailleerfabriek en zinkerij Berk-Beccon opgericht. Aan de Spinbaan startte W.M. Eijmers in 1925 een bedrijf dat na de Tweede Wereldoorlog werd uitgebouwd tot machinefabriek. In de jaren ’30 zagen onder andere de Timmer- en Meubelfabriek van de Gebr. Agterhof (1935) op de oostoever van de rivier, de Papierfabriek (1937) aan de Terborgseweg en de Internationale Spinpot Exploitatie Maatschappij ISEM (1938) aan de Melkweg het licht.

Foto van de Electromotorenfabriek De VIJF uit 1925-1929. De fabriek werd na 1933 overgenomen door N.V. Vredestein, waarna een verbouwing volgde. Het complex werd in 1937 en na de Tweede Wereldoorlog uitgebreid. In de huidige situatie resteert alleen nog de schoorsteen en het bijbehorende ketelhuis.

14

Briefhoofd uit 1937 van de emailleerfabriek en zinkerij N.V. Beccon. De firma werd in 1921 opgericht door P.F.M. Becking en P.A. Conijn (Beccon) als dochteronderneming van De Berk in Kampen. De fabriek ten noorden van de spoorlijn werd uitgebreid in 1930 en 1967, maar moest uiteindelijk in 1992 haar deuren sluiten. Vervolgens volgde sloop van de bedrijfsgebouwen.

Luchtfoto van de Papierfabriek aan de Terborgseweg uit 1952, die tot op heden nog in werking is. De fabriek werd in 1937 opgericht door G. en B.C.H. van Veen in samenwerking met de uitgeversmaatschappij van Misset. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het bedrijf en verrees een aparte verwerkingsafdeling (1946), een papieropslagloods (1948), een kantoorgebouw (1954), een machinehal (1962). Rond 1950 werkten hier ruim honderd werknemers. Later nam de Papierfabriek ook de gebouwen van brandkastenfabriek Martens aan de Melkweg (op de foto boven de schoorsteen) en delen van de fabriek van Beccon in gebruik.

15

industrie tussen Keppelseweg en Oude IJssel Het uitbreidingsplan van 1918 voorzag tevens in een industriegebied aan de noordzijde van de binnenstad: ‘Stroomafwaarts van de brug is langs de rivier een kade gedacht en tussen deze kade en den nieuwen grooten verkeersweg naar den weg naar Doesburg [waarschijnlijk wordt hiermee de IJsselstraat bedoeld] zijn hoofdzakelijk terreinen voor klein-industrie gedacht, welke terreinen niet zoozeer behoefte aan onmiddelijke spoorwegaansluitingen hebben’. Hier verrees de ‘Eerste Nederlandsche Maatschappij voor Houtconstructies’, later afgekort tot NV. Nemaho. De fabriek pionierde in de houtbranche met de vervaardiging van gelijmde houten spanten, die in vele gebouwen in binnen- en buitenland werden toegepast. Het gebied ten oosten van de IJsselstraat werd al vanaf de 19e eeuw ingenomen door de houtzagerij van G.J. Horsting (1845), de gasfabriek (1863) en de opstallen van de Geldersche Stoomtram-Maatschappij (GSTM). Na de aansluiting van Doetinchem op het Provinciale elektriciteitsnet in 1919, werd in 1935 een stuk verderop aan de Keppelseweg een onderstation met dienstwoningen van de PGEM gebouwd.

Het in 1935 gebouwde en omstreeks 1950 uitgebreide onderstation van de PGEM op de kruising van de Keppelseweg en de Energieweg.

industrialisatie Hamburgerbroek na de Tweede Wereldoorlog Na de Tweede Wereldoorlog onderging het Hamburgerbroek een tweede industrialisatiegolf. Naast de bestaande Industriestraat, kwam in 1948 de Ambachtstraat gereed. De grote lijnen voor de verdere ontwikkeling van het industrieterrein in zuidelijke richting waren uitgezet in het Plan in Onderdelen voor de stad Doetinchem van 1953. Als uitwerking hiervoor volgde omstreeks 1960 een afzonderlijk plan voor het industrieterrein Hamburgerbroek. Het plan voorzag in de aanleg van de Fabrieksstraat (1956), de aanleg van goederenspoorlijnen evenwijdig aan de Havenstraat en de herinrichting van het stationsplein. Het zuidelijk deel van

16

Uitbreidingsplan in Onderdelen Hamburgerbroek, 1959-’60.

Hamburgerbroek kwam echt tot ontwikkeling met de aanleg van de Nijverheidsweg in 1965. Naast diverse uitbreidingen van bestaande fabrieken, vestigden zich na de Tweede Wereldoorlog vele nieuwe bedrijven op het industrieterrein, waaronder:

Foto uit de jaren ’50 van de 20e eeuw van het pas voltooide bedrijfsgebouw van het Bureau Op- en Overslagbedrijf, vanaf 1968 Cebeco-Handelsraad.

Luchtfoto van het Hamburgerbroek uit het derde kwart van de 20e eeuw ter hoogte van de spoorlijn, met langs de Oude IJssel de Havenstraat en geheel links het begin van de Industriestraat. Midden in beeld het fabriekscomplex van Beccon.

Aannemersbedrijf J.F. Böhmer (1945, Fabriekstraat 20-21), de smederij en constructiewerkplaats van Chr. Lammers (1946, Ambachtstraat 18), Komeetstaal Metaalwarenfabriek (1947, Industriestraat 1), Reparatiewerkplaats voor electromotoren ‘Erika’ (1948, Spinbaan 19), het Centraal Bureau Op- en Overslagbedrijf (1955 en later, Havenstraat 10), Bakkerijfabriek Vinkenborg (ca. 1960, Melkweg 8) en de Gas Maatschappij Oost-Gelderland of Gamog (1970, Industriestraat 32).

17

nieuwbouw Nemaho aan het Zaagmolenpad Aan de noordzijde van de binnenstad was de fabriek van Nemaho te klein geworden om aan de toenemende vraag naar gelijmde houten spanten te voldoen. In 1941 begon men daarom met de bouw van een nieuwe grotere fabriek aan het Zaagmolenpad, die in 1942 in gebruik werd genomen. Enkele maanden later werd de nieuwe fabriek gevorderd door de Duitse bezetter. Het Duitse bedrijf Diederichs Flugzeugbau zou hier onder andere militaire zweefvliegtuigen repareren. Nemaho moest hierdoor

noodgedwongen terugkeren naar de oude bedrijfspanden aan de IJsselstraat. Tegen het einde van de oorlog legde een geallieerd bombardement de nieuwe fabriek aan het Zaagmolenpad in de as. Na de bevrijding volgde in 1946 een wederopbouwplan voor de houtfabriek van Nemaho, waarna uitbreidingen volgden in de jaren ’50 en ’60. De oude fabriek aan de IJsselstraat werd kort na de Tweede Wereldoorlog gekocht en vernieuwd door N.V. Philips, die hier aanvankelijk grammofoonplaten en later condensatoren produceerden.

Uitbreidingsplan in Onderdelen Industrieterrein Keppelseweg, 1959-’61.

18

In 1961 stelde de gemeenteraad het Uitbreidingsplan in Onderdelen ‘Keppelseweg’ vast. Het plan moest zorgen voor extra capaciteit, omdat het terrein Hamburgerbroek vrijwel geheel was uitgegeven. De meeste bedrijven vestigden zich hier pas vanaf de jaren ’70. Het plan zorgde voor een economische impuls aan de noord-westzijde van de stad.

De kort na de Tweede Wereldoorlog gerealiseerde nieuwbouw van de fabriek van Nemaho aan het Zaagmolenpad, foto uit ca. 1960.

Overzicht van het fabriekscomplex van N.V. Nemaho in 1967. De noodwoningen moesten in 1968 worden afgebroken vanwege de aanleg van het nieuwe stratenplan van het bedrijventerrein Keppelseweg.

19

latere ontwikkelingen Vanaf de jaren ’80 van de vorige eeuw leidde concurrentie van lage-lonen-landen, globalisering, schaalvergroting en toenemende aandacht voor milieu-eisen een nieuwe ontwikkelingsfase in. Verschillende (met name grote) fabrieken gingen failliet, anderen vestigden zich elders of verplaatsten hun bedrijf naar nieuw ontwikkelde industrieterreinen aan de randen van de inmiddels sterk gegroeide stad: de bedrijventerreinen ‘Verheulsweide’, ’De Huet’ en ‘Wijnbergen’. Om het vestigingsklimaat in Doetinchem voor bedrijven te verbeteren, liet de gemeente extra bruggen over de Oude IJssel aanleggen. De Energiebrug (Energieweg) verbond de bedrijventerreinen Keppelseweg en De Huet en de industriegebieden van Verheulsweide en Wijnbergen werden gekoppeld door de aanleg van de Wijnbergseweg (Bedrijvenweg). De gesloten fabriekscomplexen van Vredestein, Beccon en Philips werden grotendeels gesloopt. De ontstane gaten in het stedelijk weefsel zijn inmiddels opgevuld met kantoor- of woningbouw. Het oude treinstation maakte in 1983 plaats voor een nieuw station naar ontwerp van P.A.M. Kilsdonk. Meer recent is op het

Topografische kaart van zuid-oost Doetinchem voor 1965, de Bedrijvenweg en het industrieterrein Verheulsweide zijn nog niet aangelegd.

Hamburgerbroek een nieuw woongebied ontwikkeld onder de naam Iseldoks en is bij Wehl het A18 Bedrijvenpark aangelegd.

20

Topografische kaart van zuid-oost Doetinchem van ca. 1980. Bedrijventerrein Verheulsweide is in ontwikkeling.

Topografische kaarten van het gebied rond de bedrijventerreinen Keppelseweg en De Huet uit ca. 1965, 1980 en 1995.

21

BRONNEN EN LITERATUUR archieven Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers 1117 Architectenbureau Ovink te Doetinchem, 1867-1980, inv.nrs 796 en 809.

houten spanten 1921-2009, Deel I., Doetinchem 2015. Meijel, L. van, Hamburgerbroek: quickscan cultuurhistorische waarden, Nijmegen 2011.

literatuur Boer, P. en K. van Dam, Stadsrand Doetinchem: cultuurhistorische analyse en waardering van de buitenrand van het stadscentrum, ARCX en SB4, Doesburg en Wageningen 2012.

Stenvert, R., Inventarisatie industrieel erfgoed Doetinchem, BBA Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis, Utrecht 2009. afbeeldingen

Boogman, J.C. en S. Oosterhaven, Geschiedenis van Doetinchem, Zutphen 1986.

Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers Dinkla en Nederkoorn, z.j. Kramer, 2015 Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Dinkla, A., en W.P. Nederkoorn jr., Oud Doetinchem vanuit de lucht, Hoogeveen z.j.

www.topotijdreis.nl

Kramer, J., Nemaho ging me aan het hart, Oud-directeuren, oud-werknemers en andere betrokkenen vertellen over Nemaho, de Doetinchemse fabriek voor gelijmde

22

3. ADRESSENLIJST ADRES

WOONPLAATS

NUMMER

STATUS

FUNCTIE

ADVIES

Ambachtstraat 10

Doetinchem

150

Geen

Metaalwarenfabriek

Cultuurhistorisch waardevol

Ambachtstraat 22

Doetinchem

149

Geen

Schoot Natuursteen

Cultuurhistorisch waardevol

Keppelseweg 131

Doetinchem

14

RM

Onderstation PGEM

n.v.t.

Havenstraat 1

Doetinchem

77 en 116

GM

Schoorsteen en ketelhuis Vredestein

n.v.t.

Havenstraat 5

Doetinchem

145

Geen

Handelsvennootschap Lymar

Cultuurhistorisch waardevol

Havenstraat 10

Doetinchem

419

Geen

Op- en Overslagbedrijf

Cultuurhistorisch waardevol

Plakhorstweg 17

Doetinchem

395

Geen

Fabriekshal

Niet geselecteerd

Spinbaan 11-17

Doetinchem

421

Geen

Machinefabriek en woning

Cultuurhistorisch waardevol

Spinbaan 21A

Doetinchem

396

Geen

Bedrijfspand

Niet geselecteerd

Spinbaan 23

Doetinchem

397

Geen

Groenteveiling

Niet geselecteerd

Stationsplein 8

Doetinchem

398

Geen

Station

Cultuurhistorisch waardevol

Stationsstraat 50 X

Doetinchem

280

Geen

Trafo

Niet geselecteerd

Terborgseweg 40 / Melkweg 1

Doetinchem

179 en 180

Beeldbepalend pand

Stalhouderij, garagebedrijf en woning

n.v.t.

Terborgseweg 44

Doetinchem

363

Geen

Woonhuis

Niet geselecteerd

Terborgseweg 148

Doetinchem

362

Geen

Woonhuis

Cultuurhistorisch waardevol

Zaagmolenpad 45

Doetinchem

153

Geen

N.V. Nemaho

Cultuurhistorisch waardevol

23

4. CULTUURHISTORISCH WAARDEVOLLE PANDEN

24

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

150 Ambachtstraat 10, Industriestraat 1, 7005AM Doetinchem metaalbewerkingsbedrijf (Komeetstaal) Komeetstaal 1947 met latere uitbreidingen H. Thijssen Doetinchem 10 december 2019

inleiding In 1947 stichtten A.A. en M.E. Merk de metaalwarenfabriek ‘Komeetstaal’. De fabriek legde zich toe op de productie van verspanende gereedschappen voor de metaalverwerkende industrie. In de jaren ’40, ’50 en ’60 werd het bedrijf een aantal malen uitgebreid, o.a. naar ontwerpen van H.J.L. Ovink en G.A. Derksen. Het bedrijf is in 2008 verplaatst naar de Fabrieksstraat. beschrijving Fabrieksgebouw gesitueerd op een ruim terrein op de hoek van de Ambachtstraat en de Industriestraat. Het verdiepingloze gebouw heeft een in hoofdvorm T-vormige plattegrond en een plat dak. De gevels zijn uitgevoerd in schoon metselwerk en worden afgesloten met een overstekend boeiboord. Centraal op het dak is een lange zadeldakvormige lichtstraat geplaatst. Aan de Industriestraat twee risalerende iets hogere bouwvolumes, met in het rechter deel de hoofdtoegang in de vorm van met beton omkaderde dubbele deuren, geaccentueerd met een gebogen luifel ondersteund door een stalen portaal. Boven de luifel is een vierledig bovenlicht aangebracht. De gevels zijn voorzien van grote gekoppelde puien, opgebouwd uit (aan de voorzijde) gemoderniseerde vensters met een roedeverdeling. Langs het gebouw zijn parkeerplaatsen aangelegd, omzoomd met gazons en afgezet met heggen en langs de straat met een bomenrij.

Rechts achter staat tegen het gebouw een in schoon metselwerk uitgevoerd transformatorhuisje van de v.m. PGEM. Deze trafo heeft een plat betonnen dak met daar op een gemetseld ventilatiekanaal. In de rechter gevel twee stalen deuren, waarvan de rechter boven een betonnen bordes op uitkragend metselwerk geplaatst is. waardering Ambachtstraat 10, Industriestraat 1 is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (I.2 en I.4) Het fabrieksgebouw is sociaal-economisch van belang vanwege de bijdrage aan de ontwikkeling en uitbreiding van de gespecialiseerde metaalverwerkende industrie die zich vanaf de eerste helft van de 20e eeuw in Doetinchem vestigde. Het gebouw is verder van belang vanwege de plaatselijke herinneringswaarde aan de in 1947 opgerichte metaalwarenfabriek ‘Komeetstaal’. architectuurhistorische waarde (II.1 en II.6) Het complex is een gaaf bewaard voorbeeld van een met één bouwlaag onder een plat dak vormgegeven fabrieksgebouw uit de late jaren ’40 van de 20e eeuw. De vormgeving van latere uitbreidingen is afgestemd op het oorspronkelijke deel zodat een uniform architectonisch beeld ontstaan is.

Het gebouw levert verder een belangrijke bijdrage aan het oeuvre van de regionaal bekende architect H. Thijssen uit Doetinchem. stedenbouwkundige waarden (III.4 en III.6) De fabriek maakt deel uit van het na de Tweede Wereldoorlog sterk ontwikkelde industrieterrein Hamburgerbroek en levert vanwege de situering en de groene invulling van de terrein een belangrijke bijdrage aan het ruimtelijke beeld ter plaatse.

Ambachtstraat 10, Industriestraat 1 (150)

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

149 Ambachtstraat 22, 7005AM Doetinchem Steenhouwerswerkplaats (Schoot Natuursteen) Steenhouwerij v.h. G.J. Schoot 1947 G.J. Graafsma Doetinchem 12 december 2019

inleiding Dit natuursteenbedrijf werd rond 1920 opgericht. In 1947 verrees aan de Ambachtstraat een nieuwe werkplaats. beschrijving Op een ruim terrein op de hoek van de Ambachtstraat en de Fabriekstraat gebouwde loods met een rechthoekige plattegrond en voorzien van een zadeldak gedekt met golfplaten. Op de nok zijn drie dakopbouwen geplaatst met aan voor- en achterzijde drieledige vensters met een roedeverdeling. De gevels zijn opgetrokken in schoon metselwerk en voorzien van gemoderniseerde vensters onder overstekende betonlateien. In de voorgevel zijn twee bedrijfsdeuren aangebracht waarvan de rechter gemoderniseerd is. In de linker zijgevel is in de top een rond venster met stalen raam met een roedeverdeling aangebracht. waardering Ambachtstraat 22 is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (I.2 en I.4) Het fabrieksgebouw is sociaal-economisch van belang vanwege de bijdrage aan de ontwikkeling en uitbreiding van de bouw- en steenhouwersnijverheid na de Tweede Wereldoorlog in Doetinchem. Het gebouw is verder van belang vanwege de plaatselijke herinneringswaarde aan Steenhouwerij v.h. G.J. Schoot.

architectuurhistorische waarde (II.1 en II.6) Het gebouw is van belang als voorbeeld van een sober vormgegeven werkplaats uit de late jaren ’40 van de 20e eeuw. Het gebouw levert verder een bijdrage aan het oeuvre van architect G.J. Graafsma uit Doetinchem. stedenbouwkundige waarden (III.4 en III.6) De fabriek maakt deel uit van het na de Tweede Wereldoorlog sterk ontwikkelde industrieterrein Hamburgerbroek en levert vanwege de situering en het open voorterrein een belangrijke bijdrage aan het ruimtelijke beeld ter plaatse.

Ambachtstraat 22 (149)

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

145 Havenstraat 5, 7005AG Doetinchem Magazijn, kantoren en woning N.V. Lymar Handelsonderneming Lymar 1955, 1963 H.J.L. Ovink en G.A.H. Clerx 10 december 2019

inleiding In 1955 werd in opdracht van Handelsonderneming “Lymar”, een groothandel in levensmiddelen, een magazijn met kantoor en woonhuis gebouwd aan de Havenstraat. De grossierderij was eerder gevestigd aan de Varsseveldseweg. Het ontwerp voor het complex was van het architectenbureau H.J.L. Ovink & Zn., destijds geleid door H.J.L. Ovink (jr.) en G.A.H. Clerx. De kantoren bevonden zich aan de voorzijde (noordzijde), met ten zuiden daarvan een grote open magazijnruimte voor de opslag van levensmiddelen. Aan de oostzijde had het magazijn een grote expeditieruimte. Aan deze kant bevonden zich ook twee aanbouwen waarin de kantine, een werkplaats, emballageruimte en aparte opslagplaatsen voor tabak, suikerwerken en kaas ondergebracht waren. Aan de noordoostzijde werd tegen de hal een bedrijfswoning gebouwd. Naar ontwerp van A. Zwaan werd de expeditie in 1963 ter plaatse van de expeditieruimte (oostzijde) een stuk uitgebreid. beschrijving Magazijnhal met kantoorruimte en aangebouwde voormalige woning op een langgerekte rechthoekige plattegrond. Het magazijn en de kantoren zijn samengebracht onder een zadeldak met lichtstraat. De voormalige woning aan de noordoostzijde van de hal heeft een flauw hellend lessenaardak en de langgerekte aanbouw aan de oostzijde is voorzien van een plat dak.

Het grote zadeldak van de hal wordt gedragen door gelamineerde houten spanten (Nemaho) die op gemetselde poeren staan. De gevels zijn rondom opgetrokken in schoon metselwerk. De voorgevel van de hal is uitgevoerd als puntgevel in een betonnen kader en is asymmetrisch ingedeeld. Een bordestrap leidt naar de rechts van het midden gesitueerde hoofdentree in een betonnen kader, bestaande uit dubbele houten glasdeuren met roedeverdeling en gekoppelde bovenlichten. De gevel bevat verder vijf grote houten vensters met gekoppelde ramen onder een doorlopende betonnen latei. De buitenste ramen van elk venster is voorzien van een bovenraam. In de top een tweeruits venster in een gemetseld kader. De voorgevel van de links aangebouwde woning is voorzien van houten vensters met gekoppelde ramen onder rollagen. Rechts van het midden de voordeur met bovenlicht in een smal betonnen kader, toegankelijk via een bakstenen trap met stalen leuningen. De rechter zijgevel van de hal bevat aan de linkerzijde twee vensters ter plaatse van de voormalige kantoren. Het overige deel van de gevel is ingedeeld met drie grote bedrijfstoegangen en kleine, van diefijzers voorziene vensters onder rollagen en met bakstenen onderdorpels. De achtergevel van de hal is uitgevoerd als puntgevel in een betonnen kader en bevat in de top een ronde voormalige vensteropening.

Tegen de gevel staan vier gemetselde steunberen. De linker zijgevel is aan de rechterzijde ingedeeld met gekoppelde houten vensters ter plaatse van de voormalige woning. Hier bevindt zich tevens een zij-ingang, bereikbaar via een bordestrap met stalen leuning. De gevel bevat verder grote bedrijfstoegangen, kleine vensters met diefijzers en een vooruitgeschoven portaal ter plaatse van de voormalige expeditie. waardering Havenstraat 5 is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (I.2, I.3 en I.4) Het complex is van belang vanwege de tastbare herinnering aan de regionale distributie van levensmiddelen. De bouw van het grote magazijn getuigt van de schaalvergroting van de

Havenstraat 5 Doetinchem (145)

Handelsonderneming Lymar en de toename van op- en overslagcapaciteit in de levensmiddelenindustrie. architectuurhistorische waarde (II.1, II.3, II.6 en II.7) Het complex is een gaaf bewaard voorbeeld van een vroeg naoorlogse (magazijn)hal met kantoren en woning. Het complex is van belang vanwege het materiaalgebruik. De draagconstructie van de hal uit 1955 is van belang voor de geschiedenis van de bouwtechniek. Het complex vormt een belangrijk onderdeel van het oeuvre van de in Doetinchem en omgeving zeer bekende architecten H.L.J. Ovink (jr.) en G.A.H. Clerx. stedenbouwkundige waarden (III.2 en III.5) Het complex is beeldbepalend vanwege het bouwvolume, de utilitaire vormgeving en de situering langs de Havenstraat en vanwege de ligging op een groot terrein nabij het spoor. Het complex maakt deel uit van het na de Tweede Wereldoorlog sterk ontwikkelde industrieterrein Hamburgerbroek.

Havenstraat 5 Doetinchem (145)

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

419 Havenstraat 10, 7005AG Doetinchem Veevoederfabriek Centraal Bureau Rotterdam en Op- en Overslagbedrijf Doetinchem 1955, 1956 en 1967 J.G.A. Heineman (1955), Centraal Bureau (1967) 10 december 2019

inleiding Vanaf de late 19e eeuw leiden de invoer van goedkoop graan uit de Verenigde Staten, de introductie van kunstmest en de toenemende mechanisatie in de landbouw in Nederland tot grotere oogsten en grotere veestapels. Met name de introductie van de combine was van groot belang. Boeren verenigden zich steeds vaker in coöperaties en er is sprake van een groeiende behoefte aan beter veevoer en meer en grotere opslagcapaciteit. Regionale coöperaties zijn in een verzuilde maatschappij lid van verschillende landelijke/overkoepelende ‘topcoöperaties’, zoals het (hervormde) Centraal Bureau uit Rotterdam of de Aartsdiocesane Rooms-Katholieke Boeren- en Tuindersbond (A.B.T.B.) uit Arnhem. In de loop van de 20e eeuw neemt de invloed en het takenpakket van deze overkoepelende coöperaties toe en bemiddelen, handelen en produceren zij steeds vaker voor de regionale coöperaties. Dit zorgt voor schaalvergroting en de oprichting en uitbreiding van nieuwe gebouwencomplexen voor de opslag en verwerking van grote hoeveelheden bulkgoederen. In 1955 krijgen het Centraal Bureau uit Rotterdam en Op en Overslagbedrijf Doetinchem vergunning voor de bouw van een veevoederfabriek aan de Havenstraat op het industrieterrein Hamburgerbroek.

Aan de andere kant van de Oude IJssel verrees in dezelfde periode als katholieke tegenhanger een silogebouw van de A.B.T.B., dit gebouwencomplex is recent gesloopt. Architect J.G.A. Heineman uit Velp, die meerdere vergelijkbare silo’s in Oost-Nederland heeft ontworpen, ontwierp voor het Centraal Bureau een gebouw met silocellen in de silotoren en haaks daarop aansluitend de fabriekshal waar de maalderij was ondergebracht. De constructie (silocellen en kolommen) werd in beton uitgevoerd en het gebouw werd voorzien van een bakstenen gevelbekleding. Graan en grondstoffen werden hoofdzakelijk over de Oude IJssel aangevoerd. Aan de noordzijde van het gebouw diende een restant van een oude rivierarm als haven. In 1956 bouwde men een kantoorgebouw en een weegbrug ten noorden van het silogebouw aan de haven en werd de fabriekshal aan de zuidzijde uitgebreid. In 1959 volgde de bouw van een vrijstaand grondstoffenmagazijn aan de zuidzijde van het terrein. Deze werd in 1968 met een nieuwe palletloods verbonden met het silogebouw. In 1967 vond een belangrijke verbouwing van het silogebouw plaats in opdracht van de Verenigde Landbouw Coöperatie Zuidelijke Achterhoek G.A. Het Centraal Bureau uit Rotterdam maakte het ontwerp, waarbij de capaciteit van de bestaande met baksteen beklede silotoren werd uitgebreid met een betonnen hoogbouw aan de noordzijde.

In het laatste kwart van de 20e eeuw en in het begin van de 21e eeuw volgden nog diverse latere verbouwingen en uitbreidingen, met name aan de zijde van de Oude IJssel. Het bedrijf was inmiddels voortgezet onder de naam Cebeco ‘De Oude IJsselstreek’. Na de fusie van Cebeco met de Handelsraad legde de fabriek zich toe op de productie van huisdiervoeders als onderdeel van het bedrijf Provimi Pet Food NL BV. beschrijving Silogebouw uit 1955 met uitbreidingen in 1956 en 1967, gebouwd op een ruim terrein op een Lvormige plattegrond. Aan de noordzijde van het gebouw ligt een smalle haven. Het silogebouw uit 1955 bestaat uit een fabriekshal van twee bouwlagen en een kelder onder een plat dak en een aangebouwde kleine en grote silotoren met boven de begane grond dubbele rijen met gewapend betonnen silocellen onder een plat dak. Aan de westzijde van de grote silotoren bevindt zich het iets hoger opgetrokken trappenhuis. De gevels van dit oorspronkelijke silogebouw zijn bekleed met geelbruine baksteen. De oostgevel bevat op regelmatige afstand van elkaar geplaatste vierkante vensters (enkele en reeksen van twee en drie) met betonnen

Havenstraat 10 Doetinchem (419)

Onderdorpels. In de oostgevel bevindt zich op de begane grond van de silotoren een sculptuur van een ploegende boer uit de bouwtijd. In de zuidgevel van de silotoren zijn bovenin vierkante vensters in een betonnen kader opgenomen. Tegen het met bakstenen beklede silogebouw staat een hoge silotoren uit 1967, met boven de begane grond een dubbele rij gewapend betonnen silocellen met (gemoderniseerde) dakopbouw/cellendak onder een plat dak. Het betonskelet vormt tegelijkertijd het kader van de gevels van gewapend beton. waardering Havenstraat 10 is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (I.2 en I.4) Het gebouw is van belang vanwege de tastbare herinnering aan de ontwikkeling en schaalvergroting van de coöperatieve landbouw- en veevoederindustrie na de Tweede Wereldoorlog in Nederland in het algemeen en in Doetinchem in het bijzonder. Het gebouw is van belang vanwege het zeer herkenbare historische gebruik als voormalige veevoederfabriek. Ook de haven vertegenwoordigt een gebruikshistorische waarde.

architectuurhistorische waarde (II.1, II.3, II.6 en II.7) Het complex is van belang vanwege de relatief gaaf bewaard gebleven oorspronkelijke veevoederfabriek met silotorens uit 1955, uitgebreid in 1956 en met aangebouwde silotoren uit 1967. De betonconstructie van de silocellen is van belang voor de geschiedenis van de bouwtechniek. Verder is het gebouw van belang vanwege de afleesbaarheid van de bouwgeschiedenis, het materiaalgebruik en het kunstwerk in de oostgevel. De oorspronkelijke veevoederfabriek vormt een belangrijk onderdeel van het oeuvre van de landelijk zeer bekende architect J.G.A. Heineman uit Velp. stedenbouwkundige waarden (III.2, III.3, III.4 en III.5) De veevoederfabriek maakt deel uit van het na de Tweede Wereldoorlog sterk ontwikkelde industrieterrein Hamburgerbroek. Het gebouw is zeer beeldbepalend vanwege het bouwvolume, de situering op de oostoever van de Oude IJssel nabij het spoor en vanwege het karakteristieke silhouet (landmark). Het silogebouw staat in directe historisch-ruimtelijke relatie tot de noordelijk gelegen haven, tevens restant van een oude rivierarm.

Havenstraat 10 Doetinchem (419)

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

421 Spinbaan 11-17, 7005AD smederij - machinefabriek (Eijmers) W. M. Eijmers 1925 met latere uitbreidingen J.A.H. Stap, H. Stein en F.A. Bruininkweerd, Doetinchem 23 december 2019

inleiding In 1925 begon W.M. Eijmers een smederij aan de Spinbaan, die later uitgroeide tot een machinefabriek. In 1947 deed Eijmers de gemeente Doetinchem een aanbod om een nieuw magazijn te bouwen en dit tijdelijk te verhuren als brandweerkazerne. In de jaren ’50, ’60 en ’70 werd het bedrijf een aantal malen uitgebreid en werd de naastgelegen woning aangekocht die in 1930 door architect Stap ontworpen was voor slager R. Mulder. beschrijving Het oudste deel van het gebouwencomplex bestaat uit twee gekoppelde verdiepingloze bakstenen gebouwen met een zadeldak aan de oostzijde van het terrein. Aan de zuidzijde hiervan staat een woning, in schoon metselwerk opgetrokken op een rechthoekige plattegrond. De woning heeft boven de begane grond een zolder onder een zadeldak. De zijgevels worden afgesloten met een omlopende uitkragende goot. De asymmetrisch ingedeelde voorgevel heeft boven de voordeur een luifel, rechts van de voordeur is een erker met bovenlichten onder een plat overstekend dak aangebracht. In de geveltop is een drieledig venster met daar boven een klein verticaal venster geplaatst. Het dak is gedekt met gesmoorde opnieuw verbeterde Hollandse pannen, met op beide dakschilden ‘EIJMERS’ geschilderd. Aan de rechter zijde staat achter op het terrein de in 1955 gebouwde smederij die in de richting van de straat aansluit op de in 1947 gebouwde brandweerkazerne.

Deze is later uitgebreid en voorzien van een breder zadeldak. De voormalige bedrijfsopeningen tekenen zich nog in het metselwerk van de voorgevel af. waardering Het complex van Eijmers is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (I.2 en I.4) Het gebouwencomplex is sociaal-economisch van belang vanwege de bijdrage aan de ontwikkeling en uitbreiding van de gespecialiseerde metaalverwerkende industrie die zich vanaf de eerste helft van de 20e eeuw in Doetinchem vestigde. Het gebouw is verder van belang vanwege de plaatselijke herinneringswaarde aan de in 1925 opgerichte smederij/machinefabriek ‘Eijmers’. architectuurhistorische waarde (II.1 en II.8) Het complex is een gaaf bewaard voorbeeld van een in één bouwlaag onder hellende daken vormgegeven bedrijfscomplex uit het tweede en derde kwart van de 20e eeuw. De latere uitbreidingen zijn individueel en gevarieerd vormgegeven, het op deze wijze ontstane architectonische beeld is van belang vanwege de afleesbaarheid van de (bouw)geschiedenis. Het gebouw levert verder een belangrijke bijdrage aan het oeuvre van de regionaal bekende architecten Stap, Stein en Bruininkweerd, allen uit Doetinchem.

stedenbouwkundige waarden (III.4 en III.6) De fabriek levert vanwege de situering en onderlinge ordening van de gebouwen een belangrijke bijdrage aan het ruimtelijke beeld ter plaatse.

Spinbaan 11-17(421)

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

398 Stationsplein 8, 7005AK Doetinchem Station N.V. Nederlandse Spoorwegen 1983 P.A.M. Kilsdonk 20 september 2021

inleiding De spoorlijn Winterswijk - Zevenaar is aangelegd door de Geldersch-Overijsselsche Lokaalspoorwegmaatschappij (GOLS) en in 1884 in gebruik genomen. Nabij de ontstane spoorkruising met de Terborgseweg werd aan de noordzijde van het spoor in 1885 een station geopend. Het oude station maakte in 1983 plaats voor het huidige stationsgebouw, ontworpen door P.A.M. Kilsdonk die in 1978-1992 als architect werkte bij de NS. Het nieuwe, transparante en veel kleinere station was geheel gericht op reizigersvervoer en kreeg bewust geen duidelijke voor- of achterkant, maar werd voorzien van gelijkwaardige gevels. Door de combinatie van massieve wanden en massief ogende dakoverstekken met grote terugliggende puien met veel glas, lopen exterieur en interieur (binnen en buiten) in elkaar over. De architectuur verraadt invloeden van het structuralisme en High Tech. Aan de westzijde kwam een transformatorhuisje te staan. Dick de Wit maakte het kunstwerk ‘Wachters’, een abstracte verbeelding van drie wachtende reizigers, dat direct ten westen van het station aan het spoor staat. beschrijving Het stationsgebouw heeft een asymmetrische plattegrond en is opgebouwd uit vier in- en uitspringende, blokvormige bouwvolumes die verschillend van hoogte zijn. Drie van de vier volumes zijn verdiepingloos en voorzien van platte daken met forse dakoverstekken.

Het vierde bouwvolume aan de noordzijde telt drie bouwlagen onder een plat dak en bestaat uit een smal, hoog en gesloten blok dat als een toren boven de andere bouwvolumes uitsteekt. De ruimtes tussen de verschillende dakvlakken zijn door lichtstraten met elkaar verbonden. Het gevelbeeld van het stationsgebouw wordt gedomineerd door de massief ogende dakoverstekken met brede dakranden die zijn uitgevoerd in beton brut. Het beton is na het storten niet afgewerkt en vertoont de latafdrukken van de bekisting. Daar waar de dakoverstekken aansluiten op de buitenmuren is een inspringende rand van zwarte tegeltjes aangebracht. De terugliggende gevels zijn opgebouwd uit een combinatie van met Portugees graniet (10x10 cm) uitgevoerde buitenmuren en grote lichtblauw gelakte stalen puien met veel glas. De puien staan op met Portugees graniet uitgevoerde plinten, steken tussen de bouwvolumes door tot boven de daken en vormen daar stalen lichtstraten. De stationstoren bevat in een aan de noord-, oost- en westzijde omlopend kader aan alle drie de zijden een stationsklok. Ten oosten van het stationsgebouw staat een transformatorhuisje op een vierkante plattegrond met een plat dak. De gevels zijn uitgevoerd in Portugees graniet, met aan de onderzijde in de voegen uitgespaarde ventilatiesleuven.

De entree in de noordgevel bestaat uit een stalen deur in een stalen kozijn met hardstenen onderdorpel. De overige gevels zijn blind. Ten westen van het stationsgebouw staat het kunstwerk ‘Wachters’ van kunstenaar Dick de Wit. Het kunstwerk verbeeldt op abstracte wijze wachtende reizigers en bestaat uit drie objecten op smalle taps toelopende ‘poten’ en met de ‘hoofden’ gericht naar het spoor. De objecten zijn voorzien van grote vlakken in roze en in blauw- en groentinten. waardering Stationsplein 8 is voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (I.2 en I.4) Het stationsgebouw is van belang vanwege het herkenbare historische gebruik op een locatie waar al sinds de opening van de spoorlijn Zevenaar - Winterswijk in 1884-’85 een station heeft

Stationsplein 8 (398)

gestaan. Het stationsgebouw met transformatorhuisje en kunstwerk herinnert aan de modernisering van de stationsomgeving in de jaren ’80 van de vorige eeuw, een tijd waarin bij de NS weer meer aandacht (en budget) kwam voor de vormgeving van stations en bijbehorende kunstwerken. architectuurhistorische waarde (II.1 en II.6) Het complex is van belang als uniek, zeldzaam en gaaf bewaard voorbeeld van een stationsgebouw met transformatorhuisje uit de jaren ’80 van de vorige eeuw, met invloeden van structuralisme en High Tech. Het stationsgebouw is van belang vanwege de esthetische kwaliteiten van het ontwerp, het materiaalgebruik en vanwege de relatief gaaf bewaard gebleven indeling en interieurafwerking. Het station vormt als vroeg ontwerp van P.A.M. Kilsdonk (1954) en vanwege de unieke architectuur een belangrijk onderdeel van zijn oeuvre. Het kunstwerk ‘Wachters’ is van belang als onderdeel van het oeuvre van kunstenaar Dick de Wit (1949). stedenbouwkundige waarden (III.4 en III.6) Het station is van stedenbouwkundige waarde als beeldbepalende markering van een belangrijk verkeersknooppunt: spoorlijn en Terborgseweg. Vanwege de solitaire ligging en de opvallende vormgeving is het gebouw van bijzondere betekenis voor het ruimtelijke beeld ter plaatse.

Het station vormt een waardevol historisch ensemble met het transformatorhuisje, het kunstwerk ‘Wachters’ en met de spoorlijn Zevenaar - Winterswijk.

Stationsplein 8 (398)

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

362 Terborgseweg 148, 7005BD woning ‘De Berkenhof’ ir. R. Meulenhoff 1937 18 december 2019

inleiding De vrijstaande villa ‘De Berkenhof’ werd in 1937 in opdracht van ir. R. Meulenhoff gebouwd in een traditionalistische bouwstijl. Meulenhoff werd in 1935 benoemd tot directeur van de NV Waterleiding Oost Gelderland, hij speelde een belangrijke rol bij de aanleg en ontwikkeling van het waterleidingnet in de Achterhoek. Het kantoor van de waterleidingmaatschappij was nabij gelegen op de hoek van de Emmastraat en de Terborgseweg. In de voorgevel van de woning is een ‘eerste steen’ gemetseld met het opschrift ‘Liesbeth 26-4-1937’. Liesbeth was de destijds 10-jarige dochter van Meulenhoff. beschrijving De woning is gebouwd op een rechthoekige plattegrond en telt twee bouwlagen onder een met gesmoorde opnieuw verbeterde Hollandse pannen gedekt zadeldak. De gevels zijn uitgevoerd als schoon metselwerk in kettingverband. De voorgevel wordt afgesloten met een dakoverstek in de vorm van een eenvoudige mastgoot op klossen en is asymmetrisch ingedeeld met in het midden de voordeur in een ondiepe met een rondboog afgesloten portiek. De vensters hebben zwarte keramische lekdorpels en zijn afgesloten met betonlateien en voorzien van (diagonaal) opgeklampte luiken. De draaiende delen en de vensters van het toilet, badkamer, kelder en trappenhuis zijn uitgevoerd met stalen ramen. Laatstgenoemden met een roedeverdeling en gevuld met kathedraalglas-in-lood.

Centraal op de gevel is het opschrift ‘De Berkenhof’ aangebracht. Aan de rechter zijde is een garage onder een zadeldak aangebouwd. De garage is voorzien van dubbele (diagonaal) opgeklampte deuren en een loopdeur. De ruime tuin is aan de straatzijde afgezet met een eenvoudig stalen buizenhek op een voetmuur met naast de inrit lage gemetselde peilers. waardering Terborgseweg 148 voor de gemeente Doetinchem cultuurhistorisch waardevol vanwege de cultuurhistorische, architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde. Het accent van de waardering ligt op de hierboven beschreven onderdelen. cultuurhistorische waarde (I.2 en I.4) Het complex is van belang vanwege de indirecte verwijzing naar de ontwikkeling en aanleg van het drinkwaternet in Oost Gelderland vanaf de jaren ’30 van de vorige eeuw. De bouw herinnert aan de belangrijke en invloedrijke bouwheer ir. R. Meulenhoff die vanaf 1935 directeur was van de Waterleiding Oost Gelderland. architectuurhistorische waarde (II.2, II.3, II.5 en II.6) Het pand is een representatief en gaaf bewaard voorbeeld van een kort voor de Tweede Wereldoorlog gebouwde representatieve villa. Het huis is van belang vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp, het materiaalgebruik en de zorgvuldige detaillering daarvan in stijl van het traditionalisme (Delftse School).

stedenbouwkundige waarden (III.4) Het pand is vanwege de situering van bijzondere beeldbepalende betekenis voor het ruimtelijke beeld ter plaatse.

Keppelseweg 419 (362)

CULTUURHISTORISCHE WAARDERING Nummer: Adres: Oorspronkelijke functie: Opdrachtgever: Ontwerp- en bouwjaren: Architect: Datum:

153 Zaagmolenpad 45-47, 7008AG Doetinchem Fabriek voor gelijmde houten spanten N.V. Nemaho 1941, 1946 (wederopbouw) en latere uitbreidingen Eigen beheer Nemaho, H. Stein 11 december 2019

inleiding In 1920 stichtte de bekende Twentse industrieel Rento Hofstede Crull in Doetinchem de electromotorenfabriek ‘De Vijf’ (later in gebruik genomen door Vredestein). Uit het contact tussen door Hofstede Crull ingeschakelde Duitse technici en houtzagerij Horsting ontstond in 1921 de ‘Eerste Nederlandsche Maatschappij voor Houtconstructies’, later afgekort tot NV. Nemaho. De fabriek kwam te staan op een terrein aan de IJsselstraat aan de zuidzijde van de Keppelseweg. Nemaho pionierde in de Nederlandse houtbranche met de door de firma Hertzer ontwikkelde vervaardiging van gebogen gelamineerde spanten. Deze waren zeer geschikt voor de toepassing in grote open ruimtes, zoals kerken, zwembaden, opslagloodsen en fabriekshallen. Vanwege de enorm toegenomen vraag naar Nemaho spanten bouwde men in 1941 een nieuwe grotere fabriek op terrein ‘De Plakhorst’ aan het huidige Zaagmolenpad, onder toezicht van architect H. Stein. Het ontwerp is in eigen beheer gemaakt en ondertekend met ‘G.L.’. De fabriek werd in 1942 in gebruik genomen, maar werd enkele maanden na de opening gevorderd door de Duitse bezetter. Het Duitse bedrijf Diederichs Flugzeugbau zou hier onder andere militaire zweefvliegtuigen repareren. Op 19 maart 1945 legde een geallieerd bombardement een groot deel van de nieuwe fabriek in de as. Het kantoorgebouw en een deel van het hoofd- en toegangsgebouw bleef gespaard.

Na de bevrijding volgde in 1946 een wederopbouwplan voor de grote fabriekshal en een deel van het poortgebouw naar ontwerp van H. Stein. Tot de herbouw behoorde ook de bouw van een ijzermagazijn. Later volgden diverse uitbreidingen. 1950: garage en fabrieksschoorsteen (gesloopt), verfhal. 1952-1954: uitbreiding schaafloods, nieuwe lijmhal (in 1960 na brand herbouwd), 1966-’67: houtopslagplaatsen oostzijde, 1971: uitbreiding trafo, 1976: bouw droogkamer, spanensilo en schoorsteen achter de lijmhal (gesloopt). Recent is het kantoorgebouw uit 1941 gesloopt. beschrijving A. Hoofd- en toegangsgebouw op rechthoekige, langwerpige plattegrond met linker vleugel uit 1941 en het middengedeelte met poort en rechter zijvleugel uit 1946. In de linker vleugel was o.a. de technische dienst ondergebracht, de rechter vleugel bevatte de kantine en een wasruimte. Oorspronkelijk was de poort een stuk hoger opgetrokken onder een zadeldak en was de linker zijvleugel een stuk langer. Het gebouw bestaat in hoofdzaak uit twee vleugels van gelijke lengte die in elkaar verlengde liggen en van elkaar gescheiden zijn door een poort met onderdoorgang. De vleugels tellen beiden één bouwlaag onder een zadeldak. Op de nok van beide zadeldaken staat een gemetselde schoorsteen. Het middengedeelte met de poort steekt met een extra bouwlaag boven het dak van de vleugels uit en heeft een plat dak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7995/documents/44162