Bijlage 1_10 Toelichting bijlage 4 - Onderzoek ontplofbare oorlogsresten.pdf
Tekst van het document
2.8
INTERNATIONALE ARCHIEVEN
ECG beschikt over gegevens uit internationale archieven welke voor dit onderzoek zijn geraadpleegd. Het betreft historische informatie afkomstig uit The National Archives (TNA) te Londen, Library and Archives Canada (LAC) te Ottawa en het Bundesarchiv-Militärarchiv (BAMA) te Freiburg im Breisgau.
16 J. van Woensel, Vrij van explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel 2004) 107
en 142.
2.8.1
THE NATIONAL ARCHIVES
ECG beschikt over de Daily Logs van de Geallieerde 2nd Tactical Airforce (2nd TAF – een Geallieerd luchtleger welke veelvuldig in de periode september 1944-april 1945 boven Nederland actief was) en enkele overige AIR-collecties. Deze gegevens zijn afkomstig uit The National Archives te Londen. Uit deze gegevens kan in de meeste gevallen (onder andere) informatie worden gehaald omtrent de aanvalsdoelen, het verloop van de gebeurtenissen/gevechtshandelingen en de gehanteerde wapens en/of gebruikte OO. Een overzicht van de geraadpleegde archiefstukken is opgenomen in Bijlage 4. De achterhaalde indicaties worden in Paragraaf 2.11 beoordeeld op relevantie en herleidbaarheid.
2.8.2 THE NATIONAL ARCHIVES: OMGANG MET HET ONTLENEN VAN GEGEVENS AAN DAILY LOGS EN ORB’S Alvorens de gegevens de Daily Logs en Operation Record Books verwerkt worden, dienen de volgende zaken opgemerkt te worden. De ervaring leert dat enige terughoudendheid bij het hanteren van de gegevens hieruit op zijn plaats is. Coördinaat aanduidingen, informatie over bommenlast en gevechts-/ bombardements-beschrijvingen kunnen door allerlei oorzaken niet overeenkomen met de werkelijke gebeurtenissen en/of locaties. Door middel van ander bronnenmateriaal zoals luchtfoto’s zal ECG, waar mogelijk, trachten de (beschreven locaties van de) oorlogshandelingen te verifiëren en (indien relevant) zo exact mogelijk te herleiden naar een geografische locatie.
2.8.3
GEALLIEERDEN: NORD DE GUERRE-COÖRDINATENSTELSEL
De Geallieerden hanteerden gedurende de Tweede Wereldoorlog onder andere het zogeheten Nord de Guerre coördinatenstelsel. De gegevens uit de Daily Logs, ORB’s en War Diaries met de eventueel daarin aangehaalde coördinaten zijn door middel van Geallieerde stafkaarten herleidbaar naar een locatie. Een met vier cijfers aangeduid coördinaat beslaat een kaartvierkant van 1000 bij 1000 meter. Indien een locatie met zes (100 meter) of acht cijfers (10 meter) wordt aangeduid, is het in de meeste gevallen mogelijk een specifiekere positie binnen het desbetreffende kaartvierkant aan te geven. De volgende Geallieerde stafkaarten hebben betrekking op het onderzoeksgebied: ▪ Doetinchem, sheet 4003, A.M.S.M832 (G.S.G.S.4414) second edition 1944, Eastern Holland 1:25000 De volgende kaartvierkanten zijn bij het doornemen van de Geallieerde bronnen gehanteerd:
NORD DE GUERRE COÖRDINAAT: QE9475 QE9575
LOCATIE: Onderzoeksgebied. Onderzoeksgebied.
Tabel 6: De gehanteerde kaartvierkanten met basis coördinaten bij het doornemen van de Daily Logs en War Diaries e.d.
Op de volgende pagina is een overzichtstekening van de kaartvierkanten weergegeven.
2.8.4
BUNDESARCHIV-MILITÄRARCHIV
Het Militärarchiv is een onderdeel van het Duitse Bundesarchiv en is gehuisvest in Freiburg im Breisgau. Deze instelling beheert onder meer het archiefmateriaal en documenten van de Duitse strijdkrachten en het Ministerie van Defensie. Uit de periode van het Deutsches Reich 1933-1945, beheert het onder meer de archieven van de Reichswehr, Wehrmacht en Waffen-SS. Opgemerkt dient te worden dat de archieven door verschillende oorlogsactiviteiten ernstig hebben geleden. De schade aan de collecties wordt als volgt omschreven door het Militärarchiv: “Die Überlieferungen aus der Zeit bis 1945 haben durch Kriegseinwirkungen erhebliche Verluste erlitten. Die Unterlagen der zentralen Dienststellen der Wehrmacht und der Heeresführung, der Dienststellen und der Truppen des Heeres unterhalb der Divisionsebene sowie der Luftwaffe und der Waffen-SS sind weitgehend verlorengegangen. Dagegen haben die Masse der Kriegstagebücher der Kommandobehörden des Heeres und der Divisionsstäbe bis 1943 sowie das Archivgut der Marine den Krieg überdauert. Ebenso blieb das Archivgut der wehrtechnischen Einrichtungen und Dienststellen der Wehrmacht nahezu vollständig erhalten. Der größte Teil der Akten der Preußischen Armee wurde 1945 mit dem Brand des Heeresarchivs Potsdam vernichtet.”17 ECG heeft de beschikking over een aantal Lageberichten van de Duitse Luftwaffenführungsstab uit de periode 1940-1941.
In deze rapporten, die per dag werden opgesteld, werd informatie verzameld omtrent de voortgang van de strijd in de verschillende oorlogsgebieden. Een overzicht van de geraadpleegde archiefstukken is opgenomen in Bijlage 4. De achterhaalde indicaties worden in Paragraaf 2.11 beoordeeld op relevantie en herleidbaarheid.
2.8.5
LIBRARY AND ARCHIVES CANADA
ECG beschikt over een collectie Defence Overprints, afkomstig uit de Library and Archives Canada te Ottawa. Dit betreffen militaire stafkaarten waarop Duitse stellingen en versperringen zijn ingetekend op basisinformatie verkregen middels luchtfotoverkenning en informatie verkregen uit de illegaliteit. Ook de oorlogsverslagen van de Canadese 3rd Canadian Infantry Division met de bijbehorende onderliggende regimenten en ondersteunende tankregimenten die betrokken waren bij de bevrijding van het onderzoeksgebied zijn bij ECG voorhanden. Een overzicht van de geraadpleegde archiefstukken is opgenomen in Bijlage 4. De achterhaalde indicaties worden in Paragraaf 2.11 beoordeeld op relevantie en herleidbaarheid.
17 https://www.bundesarchiv.de/DE/Content/Artikel/Benutzen/Hinweise-zur-Benutzung/benutzen-hinweise-militaerische-
unterlagen.html (geraadpleegd: april 2021).
2.9
GEMELDE EN GERUIMDE EXPLOSIEVEN EOD EN M.M.O.D.
Ten behoeve van dit indicatieonderzoek zijn de archieven van de Explosieven Opruimingsdienst (EOD) en zijn voorgangers geraadpleegd op OO-gerelateerde gegevens betreffende het onderzoeksgebied. Hierbij is het meldingsarchief (gegevens van gemelde en geruimde explosieven vanaf de jaren ’70 tot medio 2010) van de EOD ingezien en het door de EOD verstrekte overzicht met kenmerk ‘2020 05 25 Uitvoeringsopdrachten totaal’ doorgenomen. Tevens zijn de archieven van de Mijn- en Munitie Opruimingsdienst (MMOD) en het Korps Hulpverleningsdienst (HVD) doorgenomen. Deze twee organisaties kunnen als ‘voorlopers’ van de EOD worden gezien. Tot slot is de collectie mijnenveldkaarten geraadpleegd die in bezit is van de EOD te Soesterberg. Een nadeel van deze bronnen is dat deze niet volledig is: over de meldingen/ruimingen tussen 19401944 en 1947/1948-1971 zijn bij de EOD nauwelijks gegevens beschikbaar.
2.9.1
ARCHIEF UITVOERINGSOPDRACHTEN EXPLOSIEVEN OPRUIMINGSDIENST DEFENSIE
ECG heeft een overzicht van de Uitvoeringsopdrachten van het onderzoeksgebied en het omliggende gebied welk in Nederland is gelegen, ontvangen.18 De omschrijvingen van de locaties zijn inclusief spelfouten en dergelijke letterlijk overgenomen. Uit de praktijk is gebleken dat door de EOD en haar voorgangers het dichtstbijzijnde adres in de omgeving van de vindplaats als locatie aanduiding wordt gehanteerd. Dit kan betekenen dat het gemelde of geruimde object op een locatie (bijvoorbeeld in akkerland achter het vermelde adres) is gevonden zodat naderhand slechts bij benadering de locatie kan worden aangegeven. Om de door de EOD opgegeven adressen en plaatsaanduidingen te lokaliseren is door ECG gebruik gemaakt van Google Earth & Maps. Er heeft geen controle plaatsgevonden of de hieraan ontleende adresgegevens corresponderen met mogelijk in de loop van de jaren veranderde huisnummering, straatnamen of perceelindelingen. Verder zijn te globale locatieaanduidingen en ruimingen waarbij geen Ontplofbare Oorlogsresten zijn aangetroffen (bijvoorbeeld “schroot”) niet meegenomen. Er zijn geen ruimingen direct herleidbaar naar het onderzoeksgebied. De volgende ruimingen zijn op basis van de adresopgave herleidbaar naar de omgeving van het onderzoeksgebied: MELDINGNR.
DATUM19
LOCATIE
AANGETROFFEN
19762371
28-07-1976
Wehl, Keppelseweg ter gemeente werken zoutkelders
2 brisantgranaten van 3 inch mortier met schokbuis, niet verschoten, doch weggeslingerd door een detonatie.
18 Om een zo nauwkeurig mogelijk beeld te kunnen schetsen OF een gebied bloot heeft gestaan aan een bepaald soort
oorlogshandelingen (grondgevechten, beschietingen, bombardementen etc.), hanteert ECG een afbakening van 500 meter rondom het onderzoeksgebied bij het aanvragen van de meldings- en ruimrapporten. 19 Meldingsdatum.
MELDINGNR.
DATUM19
LOCATIE
AANGETROFFEN
19773002
08-09-1977
1x kern van contragewicht
19851046 19930971 20050997
22-04-1985 30-04-1993 11-07-2005
20061083
05-07-2006
20061211
03-08-2006
Doesburgseweg, nabij tennisbaan aan de openbare weg Keppelseweg 34 Keppelseweg Hoek Kerkplein en koningin Wilhelminaplein Weversveld 55, zolder van de woning Weversveld 55, in tuin
1x handgranaat mills 36 1x brisantgranaat van 10,5 cm met schokbuis AZ1 3x eihandgranaat 39; 1x steelhandgranaat; 6x restanten; 150 klein kaliber divers 2x scherfhandgranaat mills 36 1x brisantgranaat van 75mm, M48 zonder ontsteker (verschoten)
Tabel 7: Meldingen en ruimingen van mogelijke Ontplofbare Oorlogsresten in (de omgeving van) het onderzoeksgebied.
De ruimingen zijn weergegeven in de onderstaande afbeelding. Geen van de MORA’s bevindt zich binnen het onderzoeksgebied. Opgemerkt dient te worden dat meldingen met locatieaanduiding ‘buro’ of ‘politieburo’ niet zijn meegenomen in het onderzoek. In dat geval is de gevonden munitie allereerst naar het politiebureau gebracht, waarna een rapport is opgesteld. De oorspronkelijke vindplaats is dan niet meer te achterhalen. Tevens dient opgemerkt te worden dat sommige ruimingen mogelijk wel relevant zijn, maar vanwege een te globale locatieaanduiding niet te herleiden zijn tot het onderzoeksgebied. De dichtstbijzijnde MORA nabij het onderzoeksgebied is aangetroffen op circa 325 meter afstand van de onderzoeksgebieden. Geen van de meldingen wordt daarom nader behandeld in het onderzoek. Een overzichtskaart van de MORA’s staat op onderstaande pagina weergegeven.
Figuur 3: Met meldingsnummer weergegeven zijn de locaties van de ruimingen door de EOD nabij het onderzoeksgebied. De cirkel om het gebied geeft de grens van het analysegebied weer (500 meter rondom het onderzoeksgebied.)
2.9.2
ARCHIEF M.M.O.D. SEMISTATISCHE ARCHIEFDIENSTEN MINISTERIE DEFENSIE RIJSWIJK
Bij het Semi-statisch Informatiebeheer van Defensie te Rijswijk bevindt zich eveneens het archief van de Mijn- en Munitieopruimingsdienst (M.M.O.D). Deze dienst was in de periode 1945-1947 verantwoordelijk voor het opruimen van mijnen en achtergelaten munitie. Het archief bestaat uit meldingen, kaarten, plattegronden en ruimingrapporten uit diverse Nederlandse gemeenten. Een overzicht van de geraadpleegde archiefstukken is opgenomen in Bijlage 4. De achterhaalde indicaties worden in Paragraaf 2.11 beoordeeld op relevantie en herleidbaarheid.
2.9.3 MIJNENVELDREGISTER Gedurende de oorlog zijn door de strijdende partijen mijnenvelden ingericht. Deze velden werden voor verschillende doeleinden aangelegd: bescherming, verdediging, het stoppen of desorganiseren van de vijandelijke opmars. Daarnaast werden zogenaamde ‘schijnmijnenvelden’ aangelegd. Een dergelijk veld bevatte geen explosieven en had ten doel de vijandelijke opmars te vertragen. Het soort (antitank- of antipersoneelmijnen) en aantal gelegde mijnen binnen een mijnenveld was afhankelijk van de functie van het veld. Na de oorlog zijn de mijnenvelden in Nederland (voor zover bekend) in kaart gebracht in zogenaamde ‘mijnenboeken’. Deze mijnenkaarten zijn in het bezit van de EOD. ECG heeft bij de EOD navraag gedaan of er voor het onderzoeksgebied mijnenvelden zijn gedocumenteerd. Uit de door de EOD aangeleverde gegevens blijkt dat er geen geregistreerde mijnenvelden hebben gelegen in en nabij het onderzoeksgebied.
2.9.4
KRANTENBERICHTEN DELPHER
Daar de registratie van ruimingen tot 1972 zeer beperkt is, wordt conform het CS-VROO aanvullend krantenonderzoek gedaan middels de online zoekmachine Delpher naar berichten over explosievenruimingen welke van 1945 t/m 1971 hebben plaatsgevonden. De achterhaalde indicaties en contra-indicaties worden in Paragraaf 2.11 en Hoofdstuk 3 beoordeeld op relevantie en herleidbaarheid.
2.10 LUCHTFOTO-INTERPRETATIE Luchtfoto’s uit de Tweede Wereldoorlog kunnen in een aantal gevallen een bruikbare bron vormen bij het vergaren van informatie betreffende de mogelijke aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten.
2.10.1
DOEL VAN DE LUCHTFOTO-INTERPRETATIE
Het primaire doel van de luchtfoto interpretatie is het vaststellen of een gebied zichtbaar betrokken is geweest bij oorlogshandelingen. Met andere woorden: zijn er sporen waarneembaar van kraters, stellingen, objecten (militaire werken), vernielde of beschadigde bebouwing, schade aan het landschap of infrastructuur en andere oorlogs-gerelateerde handelingen. Ten gevolge van deze constatering kan een inschatting worden gemaakt of er aanwijzingen zijn voor het aantreffen van achtergebleven Ontplofbare Oorlogsresten.
2.10.2
METHODIEK
Er zijn meerdere typen luchtfoto’s, dit heeft onder andere te maken met de opnamehoek. De meest bruikbare voor interpretatie zijn de zgn. verticals. Het interpreteren van deze luchtfoto’s gebeurt op diverse manieren. Eenvoudig gesteld: de foto’s worden zo nauwkeurig mogelijk geanalyseerd op zichtbare verstoringen die mogelijk in verband staan met oorlogshandelingen. Een aantal van de geselecteerde foto’s heeft de overlapping en kwaliteit om het stereoscopisch interpreteren (creëren van diepte voor dimensionaal inzicht door middel van het gebruik beeldparen) mogelijk te maken. Vervolgens worden middels georeferentie en georectificatie (door middel van ArcGIS Pro 2.7) de luchtfoto’s zo exact mogelijk middels 10 tot 15 controlepunten gepositioneerd op een recente ondergrond om de interpretatie resultaten te transponeren naar de hedendaagse situatie.20 De luchtfoto’s zijn met behulp van een digitaal beeldbewerkingsprogramma (Photoshop) bewerkt om de beeldkwaliteit daar waar nodig te optimaliseren. De interpretatie wordt uitgevoerd door twee deskundigen op het gebied van luchtfoto beoordeling.
20 Afhankelijk van de fotohoek (verticals - split verticals e.d.), vlieghoogte, de schaal, de gehanteerde fotolens, de
beeldkwaliteit, de stabiliteit tijdens de vlucht van het fotograferende vliegtuig, de beschikbare georeferentiepunten, hoogteverschillen in het landschap en de georectificatie, treden er tijdens de georeferentie van de verschillende foto’s afwijkingen (toleranties) van 5 meter tot maximaal 15 meter op. Onderlinge afwijkingen tussen de foto’s zijn gezien het voorgaande niet uit te sluiten.
2.10.3
CLASSIFICATIE VALIDITEIT WAARNEMING
Luchtfoto’s kunnen in de meeste gevallen als een betrouwbare bron worden gezien, waarmee tevens indicaties geverifieerd en geografisch herleid kunnen worden. Hierbij worden voor de waargenomen indicaties/aanwijzingen of objecten op een luchtfoto de validiteit van de classificatie vastgelegd in drie niveaus van betrouwbaarheid: ▪ Classificatie A: Bevestigd: betrouwbaarheid grenst aan zekerheid. De waarneming kan worden bevestigd met een tweede bron (betrouwbaarheid 99%); ▪ Classificatie B: Waarschijnlijk: de organisatie is overwegend zeker van de classificatie van het object op de luchtfoto (betrouwbaarheid 50% of hoger); ▪ Classificatie C: Mogelijk: de organisatie is overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto (betrouwbaarheid lager dan 50%). Indien de betrouwbaarheid met de Classificatie C ‘mogelijk’ invloed uitoefent op de afbakening van het verdachte gebied dan wordt dit in de rapportage beschreven.
2.10.4
GRENZEN EN MOGELIJKHEDEN VAN LUCHTFOTO-INTERPRETATIE
Het hanteren van luchtfoto’s bij explosievenonderzoek wordt sterk beïnvloed door een aantal kwaliteits- en randvoorwaarden: ▪ Beschikbaarheid van luchtfoto’s van het gebied (inclusief gebiedsafdekking); ▪ Opnamedata; ▪ Hanteren van beeldparen/overlappend beeldmateriaal (voor stereoscopische interpretatie en ontdekken beeldfouten/beschadigingen); ▪ Beeldkwaliteit (en eventuele digitale beeldverbeteringsmogelijkheden); ▪ Opnamehoogte en (brandpunt van) de gehanteerde lens (schaal); ▪ Beschikbare neveninformatie (bijv. bombardements- en aanvalsdata); ▪ Kwaliteit van de scan (bijvoorbeeld belichtingsfouten ed.); ▪ Ondersteunende technische mogelijkheden (bijv. analoge of digitale interpretatie-systemen); ▪ Ervaring en kwalificaties van het uitvoerende personeel met interpreteren/analyseren. Daarnaast blijft een luchtfoto een momentopname van een situatie die bijvoorbeeld een week, een maand of een jaar later totaal anders zou kunnen zijn. Het is mogelijk dat een bomkrater of een loopgraaf op de ene foto wel, maar op een eerdere of latere luchtfoto niet (meer) zichtbaar is. Tussentijdse herstel- en/of dempwerkzaamheden en camouflage kunnen een vertekend/onvolledig beeld geven. Bovendien kunnen bijvoorbeeld: jaargetijden, bebouwing, schaduwwerking, wolken, puin, begroeiing (bijv.
een bos, boomgaard of park) en water een belemmerend effect hebben op het ontlenen van gegevens aan luchtfotografie.
2.10.5
INVENTARISATIE, SELECTIE EN INTERPRETATIE VAN HET GEHANTEERDE BEELDMATERIAAL
Voor dit onderzoek is er door ECG (deels in samenwerking met de Luftbilddatenbank Dr. Carls GmbH) een inventarisatie uitgevoerd van beschikbare luchtopnamen in de luchtfotocollecties van Wageningen University (WUR), de Topografische Dienst/Kadaster te Zwolle (TOPO/Kadaster), The National Archives te Londen (TNA), The National Archives and Record Administration in College Park te Maryland USA (NARA II) en The National Collection of Aerial Photography (NCAP) – The Aerial Reconnaissance Archives (TARA) te Edinburgh (Schotland).21 Van de in deze archieven beschikbare luchtfoto’s van het onderzoeksgebied zijn er in totaal 12 luchtfoto’s uit de periode 1943-1945 geïnterpreteerd door twee deskundigen met ervaring in de interpretatie van luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945 op indicaties van oorlogshandelingen. In het navolgende overzicht zijn de opnamen beschreven welke voor de multi-temporele luchtfotointerpretatie zijn gebruikt en is gemotiveerd waarom foto’s van bepaalde data zijn gebruikt.22 De waargenomen indicaties zijn beschreven in de overzichtstabel in Paragraaf 2.11.
21 Het opnemen van inventarisatielijsten zoals aangeboden door de diverse archieven/distribiteurs/re-sellers wordt door
ECG als een mogelijk niet reële afspiegeling van de daadwerkelijke beschikbaarheid of kwaliteit van het luchtfotomateriaal beschouwd. In een aantal gevallen blijken foto’s uit deze lijsten niet leverbaar of is de kwaliteit/ schaal/datum anders dan vermeld en/of blijken de lijsten niet volledig te zijn. 22 Bij de selectie van luchtfoto’s is rekening gehouden met: opnamedatum in relatie tot oorlogshandelingen, kwaliteit van het fotobeeld en de schaal.
NR.: DATUM:
SORTIE NR.:
SCHAAL (1:X):
BEELDNUMMER(S):
KWALITEIT:
MOTIVATIE SELECTIE:
AFDEKKING: ARCHIEF: AANTAL:
01
30-10-1943
E-447
7.600
4197; 4198
Goed
MULTI-TEMPORELE AFDEKKING
100%
NCAP
2
1
02
28-11-1944
106G-3693
7.600
3079; 3080; 3081
Goed
100%
NCAP
3
2
03
14-02-1945
4-1744
10.800
3182
Redelijk
EERSTE BESCHIKBARE LUCHTOPNAMES NA HET BOMBARDEMENT VAN 26 NOVEMBER MULTI-TEMPORELE AFDEKKING
25%
TARA
1
-
04
21-02-1945
106G-4420
7.600
4195; 4196; 4197
Goed
MULTI-TEMPORELE AFDEKKING
100%
TOPO
3
2
05
03-03-1945
106G-4625
9.000
4023; 4025
Redelijk Goed
100%
NCAP
2
1
06
19-07-1945
3G-TUD-S123
40.000
5035
Matig
EERSTE BESCHIKBARE LUCHTOPNAMES NA INDICATIES 24-, 25 FEBRUARI EN 1 MAART NAOORLOGSE EINDSITUATIE
100%
TARA
1
-
12
6
TOTAAL
BEELDPAREN:
Tabel 8: Overzicht van gehanteerde opnamen bij de luchtfoto-interpretatie.
159-021-VO-01
Pagina 42 van 77
2.11 OVERZICHTSTABEL CONFLICTPERIODE In navolgend overzicht zijn de gegevens opgenomen welke zijn achterhaald uit hiervoor opgesomde geraadpleegde literatuur, archieven en luchtopnamen. In de tabel worden de locatie beschrijvingen nader getoetst op verificatie, herleidbaarheid en relevantie tot het onderzoeksgebied. DATUM:
LITERATUUR:
31-08-1940
NATIONALE ARCHIEVEN
DATUM:
SORTIE NR.:
Nationaal Archief – Commissie van Proefneming 13-9, Wehl. 3 gaten in weide vermoedelijk van ENG vliegtuigbommen. Diep in grondwater. Laten zitten.26 SCHAAL (1:X):
30-10-1943
E-447
Ca. 8.000
HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: Indicatie vermeldt het neerkomen van brisant- en brandbommen in de gemeente Wehl. Uit het aanvullende krantenartikel blijkt dat alle bommen gedetoneerd zijn. Daarnaast is de indicatie zonder locatievermelding en daarmee niet herleidbaar naar het onderzoeksgebied.
Delpher – Bommen op den Achterhoek .. ook boven de gemeente Wehl zijn bommen uit vliegtuigen geworpen. In den nacht van vrijdag op zaterdag werden in deze gemeente in het bouwland niet ver van de bebouwde kom een 3-tal brandbommen uit een vliegtuig geworpen, waarvan 2 direct ontploften, terwijl de 3e des zaterdagnamiddags tegen ruim 3 uur ontplofte. Ook werd een bom geworpen in een weiland in het broek, welke direct ontplofte, terwijl ook een 6-tal brandbommen vielen. Van omliggende boerderijen en gebouwen werden door de luchtdruk verschillende ruiten vernield, Persoonlijke ongelukken kwamen gelukkig niet voor.24 Nationaal Archief – Commissie van Proefneming 73/40 Wehl, in weide. Diep in grond. 3 gaten vermoedelijk van Eng vliegtuigbommen. Laten zitten.25
13-09-1940
13-09-1944
INTERNATIONALE ARCHIEVEN
NIOD -Dagberichten Am 31.8.40, in Wehl, 4 brisanzbomben, davon 1 blindgängersowie 6 Brandbomben auf ackerland abgeworfen. Keine Verluste. Nur Glasschaden am umliegenden Häusern.23
Indicatie vermeldt 3 gaten in de weide, veroorzaakt door vliegtuigbommen. De bommen zijn in de grond achtergebleven. De indicatie is echter niet locatie specifiek en wordt daarom niet verder meegenomen in het onderzoek.
BEELDNUMMER(S):
BESCHRIJVING:
4197; 4198
De luchtopnames laten Wehl en het onderzoeksgebied zien voordat er indicaties zijn achterhaald. Op de luchtopnames zijn dan ook geen sporen van militaire werken of andere schade als gevolg van oorlogshandelingen waargenomen binnen en/of nabij het onderzoeksgebied.
National Archives – Daily Logs Mustangs. A/C 12. Sqn/Wing 122/122. Up 1000, Down 1345. Des: 1 MET, Dam: 5 MET, 4 Locos, 12 Trucks, 5 Tugs. Zwolle – Lingen – Venlo. 1 loco and 12 goods trucks dam E.5498. 3 locos dam E.8296, E.9575, Z.9727. 5 tugs dam E.8095. MET claims (1-1-4).27
Indicatie vermeldt het aanvallen van locomotieven op coördinaat QE9575, een coördinaat waarin ook het onderzoeksgebied. Dit kaartvierkant bevat echter geen spoor. Vermoedelijk wordt daarom coördinaat QE9574 bedoeld. De indicatie wordt niet verder in het onderzoek meegenomen.
National Archives – Wing Book 122 Wing
23 NIOD Instituut voor Oorlogs-s Holocaust- en Genocidenstudies, 077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Hühere SS- und Polizeiführer Nord-West), (1938) 1940-1945, Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen,
1940-1941, inr.nr. 1328, Luftangriffe. 24 Delpher, ‘Bommen op den Achterhoek en de Lijmers’, De Graafschapbode (2 september 1940), P.1. 25 Nationaal Archief, 2.13.210 Ministerie van Defensie: Commissie van proefneming, inv.nr. 23, Staten houdende opgaven van plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, Opgave projectielen. 26 Nationaal Archief, 2.13.210 Ministerie van Defensie: Commissie van proefneming, inv.nr. 23, Staten houdende opgaven van plaatsen waar mogelijk onontplofte projectielen zijn gevonden, die wel of niet geruimd zijn, Opgave projectielen. 27 National Archives, Air 37, Daily Logs 2nd TAF sheet no. 1555, inv. nr. 715.
159-021-VO-01
Pagina 43 van 77
DATUM:
LITERATUUR:
NATIONALE ARCHIEVEN
INTERNATIONALE ARCHIEVEN
HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:
122 Squadron: The combination of being second off and the presence of a ground mist prevented the squadron from taking off until 1000. The usual task was undertaken – Zwolle – Lingen – Venlo. There was very little seen at first during the patrols but towards the end some of the usual stuff was clobbered, claims being 4 engines, 5 tugs, 12 trucks and MET 1.1.4.28 National Archives – ORB 122 squadron The Squadron was Airborne at 10.00 hours. F/Lt. Wright leading, on an armed recce in the Zwolle, Lingen, Venlo area. Movement definitely decreasing but 3 engines were spotted and severely damaged, 1 damaged, 5 tugs damaged, 1 M.E.T. destroyed, 1 probable and 4 damaged.29 26-11-1944
Chris van Keulen – Geschiedenis van Wehl Vooral in de maanden september en november krijgt Wehl te maken met oorlogsgeweld. Bombardementen verwoesten en beschadigen verscheidene panden waaronder het koffiehuis naast het station.30
Indicatie vermeldt bombardementen op Wehl. Op basis van luchtfotoanalyse is achterhaald dat geen van deze bombardementen in de buurt of in het onderzoeksgebied plaatsgevonden hebben.
Blom – Bommen op Wehl Eind november, werd het A.B.T.B. gebouw in de Spoorstraat kind van de rekening van bevriende bommen.31
DATUM: 28-11-1944
Heerlijk Ni-js – Deel 8 Op zondag 26 november werd Wehl tweemaal gebombardeerd. Even na één uur lieten Amerikaanse vliegtuigen hun bommen vallen op de spoorlijn ter hoogte van de overweg in de Beekseweg. Er vielen 3 gewonden. De spoorlijn werd slechts licht beschadigd; enkele omliggende huizen liepen echter flinke schade op. Diezelfde middag rond vier uur volgde er een bombardement op het station. De schade bleef beperkt tot glas en pannen. De omgeving was er heel wat slechter aan toe. Het gebouw van de Boerenbond (A.B.T.B.) werd vrijwel met de grond gelijk gemaakt, terwijl de naastgelegen huizen van de families Damen en Kraaijvanger zwaar werden beschadigd, evenals het tegenovergelegen huis van de erven van Raay.32 SORTIE NR.: 106G-3693
SCHAAL (1:X): Ca. 8.000
BEELDNUMMER(S): 3079; 3080; 3081
BESCHRIJVING: De luchtopnames zijn enkele dagen na de twee bombardementen op Wehl van 26 november 1944. Op de luchtopnames zijn dan ook meerdere inslagen zichtbaar. Deze hebben echter geen betrekking op het
28 National Archives, Air 26, Operation Record Book, 122 Wing, inv.nr. 181. 29 National Archives, Air 27, Operation Record Book, 122 squadron, inv.nr. 915. 30 Geschiedenis Wehl, http://www.chrisvankeulen.nl/wehl.htm, <geraadpleegd op 29-04-2021>. 31 Th.A. Blom, Bommen op Wehl, (Kortenhoef 1945), 42. 32 Oudheidkundige Vereniging Wehl, ‘Heerlijk Ni-js, deel 8’, (Wehl, 1989), 16.
159-021-VO-01
Pagina 44 van 77
DATUM:
LITERATUUR:
NATIONALE ARCHIEVEN
INTERNATIONALE ARCHIEVEN
14-02-1945
4-1744
Ca. 10.800
3182
21-02-1945
106G-4420
Ca. 7.600
4195; 4196; 4197
03-03-1945
106G-4625
Ca. 7.600
4023; 4025
05-03-1945
National Archives – Daily Logs Typhoons. A/C 12. Sqn/Wing 439/143. Up 0808, Down 0919. Rail Interdiction. 24 x 500, 11 sec. at E.9575. No results observed.33 National Archives – Wing Book 143 Wing Fair to cloudy with a few scattered showers. Good visibility. Light North Westerly Wind. In spite of low clouds two complete Wing shows on German Rails were not unsuccessful. About twelve cuts were made.34
HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED: onderzoeksgebied. In de omgeving van het onderzoeksgebied zijn wel meerdere loopgraven, schuttersputten en geschutsopstellingen zichtbaar. Binnen het onderzoeksgebied zijn geen sporen van militaire werken of andere schade als gevolg van oorlogshandelingen waargenomen. Een uitsnede van de waargenomen indicaties is opgenomen onder paragraaf 2.12. Betrouwbaarheid: Classificatie B: Waarschijnlijk. De luchtopname dekt het rechter deelgebied af, en daarnaast een klein gedeelte van het middelste onderzoeksgebied. Op de luchtopnames zijn dan ook geen sporen van militaire werken of andere schade als gevolg van oorlogshandelingen waargenomen binnen en/of nabij het onderzoeksgebied. De luchtopnames brengen het hele onderzoeksgebied in beeld. De opnames laten één wapenopstelling binnen de contouren van het onderzoeksgebied zien. Een uitsnede is opgenomen onder paragraaf 2.12. De waargenomen wapenopstelling wordt als relevant beschouwd voor het onderzoek en indien nodig afgebakend. Betrouwbaarheid: Classificatie B: Waarschijnlijk. De luchtopnames laten het onderzoeksgebied zien na de indicaties van 24- en 25 februari en 1 maart 1945. Op de luchtopnames zijn geen aanvullende indicaties gedaan voor het onderzoeksgebied of de directe omgeving.
Indicatie vermeldt een bombardement op coördinaat QE9575, een coördinaat waarin ook het onderzoeksgebied ligt. Uit onderzoek in de Wing- en de Operation Record Books is echter gebleken dat de aanvallen op Duitsland plaats gevonden hebben. De indicatie wordt niet verder in het onderzoek meegenomen.
National Archives – ORB 439 squadron This show was a rail interdiction on the CoesfeldAhaus line. The squadron took off at 08:15 hours and started off steering 060 degrees. 500 Pound bombs, 11 second delay tail fused were carried out on 12 aircraft. Cloud was 10/10 and no pin points could be obtained, so the squadron turned north in search of a hole which had been reported by 440 squadron. The only hole in the area was over the bomb line, so they jettisoned their
33 National Archives, Air 37, Daily Logs 2nd TAF sheet no. 2713, inv. nr. 718. 34 National Archives, Air 26, Operation Record Book, 143 Wing, inv.nr. 208.
159-021-VO-01
Pagina 45 van 77
DATUM:
LITERATUUR:
NATIONALE ARCHIEVEN
INTERNATIONALE ARCHIEVEN
HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:
bombs on Germany and returned to base with all landing safely. No claims.35 24-03-1945
Heerlijk Ni-js – Deel 21 Bombardement in Wehl.36
Indicatie vermeldt een bombardement in de kom van het dorp. Het onderzoeksgebied ligt niet in de toenmalige kom van Wehl. De indicatie wordt daarom niet verder in het onderzoek meegenomen.
Blom – Bommen op Wehl Enkele dagen later, op een Zaterdag, acht dagen voor paschen, het feest, waarop we werden bevrijd, doken typhoons ’s morgens vroeg om zeven uur al op Duitsche wagens en wierpen raketbommen in de kom van het dorp. 37 Datum kaart 25-03-1945
Bevrijding Wehl (2 april 1945)
Waarneming Op een Canadese Defence Overprint zijn voor Wehl en het onderzoeksgebied enkele dingen ingetekend. Zo zijn er enkele loopgraven ingetekend met mitrailleursnesten, gericht op het noorden. Daarnaast is er wapen opstelling ingetekend tussen de twee linker deelgebieden in. Tevens zijn er in de omgeving van het onderzoeksgebied allerlei verdedigingswerken ingetekend. Deze komen in grote mate overeen met de waargenomen verdedigingswerken op de luchtopnames. Een overzicht van de Defence Overprint is opgenomen onder paragraaf 2.12 (159-021-TE-06).38 Heerlijk Ni-js – Deel 17 Plotseling hooren we van dichtbij commando’s, er loopen soldaten. Het schieten begint en blijft duren, overal klinkt het vandaan. Door de zak, die voor het gat hangt, zien we licht. Er brandt iets. Het is verder dan de boerderij. Waarschijnlijk de roggemieten aan de overkant. Allen zijn we angstig stil. Het schieten is hevig en er wordt om de muur van de schuur gelopen, er klinkt gekerm! We fluisteren elkaar toe dat er wel gewonden zullen zijn. Tja, er zullen wel dooden vallen, zo hevig wordt er geschoten. De grond dreunt, zeker tanks op de Doetinchemseweg. Zwaar dreunt alles. Wat klinkt dat vreemd in den grond. We denken dat de Tommies oprukken. Het schieten heeft hier opgehouden. Het is bijna twee uur. Plotseling een harde slag. Wat kan dat wel wezen.
Later vernamen wij dat dit de boerderij van Menting getroffen was. Deze brandde geheel uit, waarbij ook alles en alle vee verloren ging.39 Heerlijk Ni-js – Deel 27 Om Half drie begonnen weer de zware beschietingen, als het ware de aankondiging dat de Amerikanen in aantocht zijn….. Vele branden, in de buurt van Jan Rob 2 graanmijten en de boerderij van Menting…. Toen echter ongelukkig om circa 9 uur nog Duitse schoten knalden uit de Motketel.40
War Diary – Headquarters 3rd Infantry Division R Reg Rif area 939730. Sent patrols out and contacted enemy. Fired on from 962765 and 949743 spotted knocked out recce car with … facing south at 955753. Rushed car but no one there. Further on saw occupied [Jerry] positions. Deserter states one 200mm, four mortars and one 88mm on line of railway. As a result of patrolling R Reg Rifles have teed up attack to go in at 0400 hrs. Phase one line of railway – phase two clearing of Wehl….. 0515. Wehl not cleared yet but fire plans have been called off. Cleared to line of railway only.43
De loopgraven zijn indicatief op basis van de kaart ingetekend. De daadwerkelijke locatie kan afwijken. De exacte locatie van de stellingen is slechts beperkt herleidbaar vanwege een gebrek aan luchtopnames van de bevrijdingsperiode waarop de stellingen waargenomen kunnen worden. De waarnemingen op de Defence Overprint worden als relevant voor het onderzoeksgebied beschouwd en indien nodig afgebakend. Indicatie beschrijft de bevrijding van Wehl. Hieruit wordt duidelijk dat de gevechten zich voornamelijk afspeelden aan de zuid(oost)zijde van Wehl. De indicatie heeft geen betrekking op het onderzoeksgebied en niet herleidbaar tot (de omgeving van) het onderzoeksgebied. De indicatie is daarmee indicatief van aard.
War Diary – 7th Canadian Infantry Brigade At 09.00 hrs the fight was still raging – SP guns seemed to be the main source of worry – and they were very difficult to pinpoint. Enemy bazooka fire knocked out one of our tks. A and D coys also on left flank, but behind B and C coys reported being in the area of of 949749 at 0920 hrs. B and C coys in the meantime were pushing ahead and reported themselves as north of Wehl at 953754. At 0950 hrs Reginas were in complete possession of the town, and immediately sent out patrols to
35 National Archives, Air 27, Operation Record Book, 439 squadron, inv.nr. 1879. 36 Oudheidkundige Vereniging Wehl, ‘Heerlijk Ni-js, deel 21’, (Wehl 1995), 17. 37 Th. Blom, Bommen op Wehl, (Kortenhoef 1945), 45. 38 4003 Doetinchem, Eastern Holland: defence overprint, 25 maart 1945, Library and Archives Canada, RG24M 997-02033-5 Cartographers Collection, inv.nr. 865. 39 Oudheidkundige Vereniging Wehl, ‘Heerlijk Ni-ijs, Deel 17’, (Wehl 1994), 11. 40 Oudheidkundige Vereniging Wehl, ‘Heerlijk Ni-ijs, Deel 27’, (Wehl 1997), 35. 43 Library and Archives Canada, RG24-C-3 Division, War Diary of 3rd infantry division – General Staff, 1945/04-1945/11, inv.nr. 13771.
159-021-VO-01
Pagina 46 van 77
DATUM:
LITERATUUR:
NATIONALE ARCHIEVEN
Heerlijk Ni-js – Deel 46 Het aanvalsdoel voor de 8ste Brigade is de brug over de Oude IJssel in Laag-Keppel, daar zullen ze ook contact maken met infanteristen van de 2de Canadese Infanterie Divisie. Om 13.15 begint de opmars van het eerste bataljon van The Queen’s Own Rifles of Canada in de richting van de Wehlse Beek. De C compagnie over de hoofdweg en de B compagnie op de rechterflank. Ze worden gesteund door tanks van het B squadron van de Sherbrooke Fusiliers. Even buiten Wehl wordne ze beschoten door Duits geschut op positie 947757 (achter het Concordia voetbalveld), dit wordt echter snel door de tanks uitgeschakeld.41 Heerlijk Ni-js – Deel 46 In de ochtend van 2 april draait een Canadese tank, onder commando van luitenant Ed HAddon, vanuit de Grotestraat de Keppelseweg op. Ter hoogte van smederij Otters gaat het mis. Terwijl Haddon de tank laat stoppen, omdat er op zijn stafkaart een vijandelijk kanon is ingetekend op de splitsing Keppelseweg/laan naar Broekhuizen, worden ze frontaal geraakt door een zeer explosieve granaat.42
INTERNATIONALE ARCHIEVEN
HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:
try and locate an enemy SP gun that was still firing on the town.44 War Diary – Regina Rifles All patrols have now returned and a picture of problem in hand is built up. Enemy are dug in South along tracts and a second defence line would seem to be established around town of Wehl. It is then planned to start attack at 0400 hrs with a preliminary dusting up from arty and 4.2 mortars beforehand. A coy on left flank, D coy right, each with section of wasp flamethrowers. Opposition is quite stiff, but by 0600 hrs both coys are on objective in south side of town. Then C coy left, B coy right pass through and fight through North boundaries of town, with Wasps and also aided by troop og tanks. One tank is knocked out by an SP gun from North end of the town.45 War Diary – Regina Rifles 0925 B and C Coys now completely consolidated, and BnHQ moves in to town, taking up position at MR952746. Coy locations are as follows: A Coy – 951750, B Coy 951749, C Coy 950750, D Coy 953748. There is still considerable hostile mortar fire landing in the town from the vicinity of woods sq 9374.46 The regiment moved up during the night and concentrated in square 9770. Moving just after first light, and into action in square 9572. It is a very cold, windy day, with intermittent showers. Several battery and mike targets were enjoyed from this area and the Regiment definitely knocked out two mortars.
A large HP program was laid on, to be fired all through the night., scale 2 and 3. 100 RPG drawn from ammunition dump at Emmerich.47 War Diary – Headquarters 3rd Divisional Artillery 2 April – Cloudy with intermittent showers Recce parties went fwd early in the morning. Svy RC was est at E951713. Regts were deployed, 12 fd at E9678, 13 Fd at 9572, 14 Fd at 9471, 7 med at 9470. 7 med engaged three enemy tanks, predicted shooting, one knocked out, one
41 Oudheidkundige Vereniging Wehl, ‘Heerlijk Ni-js, Deel 46’, (Wehl 2005), 7. 42 Oudheidkundige Vereniging Wehl, ‘Heerlijk Ni-js, Deel 46’, (Wehl 2005), 17. 44 Library and Archives Canada, RG24-C-3 Division, War Diary of 7th Canadian Infantry Brigade, Headquarters, 1945/03-1945/10, inv.nr. 14133. 45 Library and Archives Canada, RG24-C-3 Division, War Diary of 7th Canadian Infantry Brigade, Regina Rifles, 1945/04-1945/10, inv. nr. 15201. 46 Library and Archives Canada, RG24-C-3 Division, War Diary of 7th Canadian Infantry Brigade, Regina Rifles, 1945/04-1945/10, inv. nr. 15201. 47 Library and Archives Canada, RG24-C-3 Division, War Diary of the 13th Field Regiment, Royal Canadian Artillery, Inv. Nr. 14466.
159-021-VO-01
Pagina 47 van 77
DATUM:
LITERATUUR:
NATIONALE ARCHIEVEN
INTERNATIONALE ARCHIEVEN
HERLEIDBAARHEID & RELEVANTIE ONDERZOEKSGEBIED:
damaged and one disappeared. Harassing fire was laid on in sp 8bde. 14fd Regt moved to area E9674. Harassing fire was fired again in sp 8 Bde.48 War Diary 27th armoured Regiment C sqn moved in support of 7 Cdn Inf Bde at first light. 2 tp in support of the Regina Rifles with the town of Wehl being their objective. 3 tp moved in support RWR. Their objective was the Xrds at 953749. 4 tp passed through 3 tp, who had crossed the tracks and had put the inf on their objective, lost their leading tk which was hit twice by an SP and brewed up.49
DATUM: 19-07-1945
SORTIE NR.: 3G-TUD-S213
SCHAAL (1:X): Ca. 40.000
War Diary – Queens Own Rifles 0800. ‘O’Gp. Our job now to push on through 7nde and go on towards Laagkeppel MR 963787. 1315 The bn started their attack, going through the R.R.R., C Coy going North on the main road and B coy to the right oif the road. C Coy immediately raN INTO TROUBLE FROM AN ENEMY s.p. The tanks after considerable manouvring managed to remove this menace with their 17pdrs. Both coys then easily got on to their objectives.50 BEELDNUMMER(S): 5035
BESCHRIJVING: De luchtopname is van dermate hoogte en kwaliteit dat er geen aanvullende waarnemingen voor het onderzoeksgebied gedaan kunnen worden.
Tabel 9: Overzichtstabel oorlogshandelingen/indicaties met verwijzingen naar (de omgeving van) het onderzoeksgebied.
48 Library and Archives Canada, RG24-C-3 Division, War Diary of the Headquarters, 3rd Divisional Artillery, Royal Canadian Artillery, 1944/10-1945/11, Inv. Nr. 14329. 49 Library and Archives Canada, RG24-C-3 Division, War Diary of the 27th Armoured Regiment (Sherbrooke Fusiliers Regiment), 1945/03-1945/07, Inv. Nr. 14289. 50 Library and Archives Canada, RG24-C-3 Division, War Diary of the Queen's Own Rifles of Canada, Canadian Active Service Force, 1945/02-1945/10, Inv. Nr. 15170.
159-021-VO-01
Pagina 48 van 77
2.12 BEELDMATERIAAL AFKOMSTIG UIT LITERATUUR EN ARCHIEVEN
Figuur 4: Uitsnede van een luchtopname van 21 februari 1945. Met cirkels zijn de verscheidene achterhaalde indicaties gespecificeerd. Vooral van belang is de wapenopstelling in het onderzoeksgebied. Bron: TOPO, sortie: 106G-4420, fotonummer 4195
159-021-VO-01
Pagina 49 van 77
Figuur 5: Uitsnede van de Defence Overprint die betrekking heeft op het onderzoeksgebied. De relevante indicaties zijn ingetekend. Vooral van belang zijn de loopgraven in het onderzoeksgebied (indicatief ingetekend). Bron: 4003 Doetinchem, Eastern Holland: defence overprint, 25 maart 1945, Library and Archives Canada, RG24M 99702033-5 Cartographers Collection, inv.nr. 865.
159-021-VO-01
Pagina 50 van 77
3 HET CONTRA-INDICATIE ONDERZOEK In de onderzoeksgebieden kunnen na de oorlog activiteiten hebben plaatsgevonden die de kans op de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten kunnen beïnvloeden. Dit betreft bijvoorbeeld grondroerende werkzaamheden (zoals ontgravingen, de aanleg van wegen en watergangen, agrarische activiteiten, bouw van opstallen en andere grondroerende werkzaamheden) waarbij veronderstelt mag worden dat bij deze werkzaamheden eventuele aangetroffen OO zijn gemeld en geruimd. Er kunnen activiteiten hebben plaatsgevonden waarbij grond is aangevoerd welke mogelijk OO bevatten (redepositie). Onder contra-indicaties worden ook opsporingswerkzaamheden door zowel de EOD (en haar voorgangers) en civiele opsporingsbedrijven verstaan. Dit onderdeel van de bureaustudie bestaat uit een beeldvergelijking van naoorlogse luchtfoto’s en een KLIC-melding.
3.1
BEELDVERGELIJKING TEN BEHOEVE CONTRA-INDICATIEONDERZOEK
Middels een vergelijking van recente satellietbeelden met luchtopnamen uit de Tweede Wereldoorlog, is getracht globaal te bepalen waar de bodem is geroerd. Op de volgende pagina is een beeldvergelijking weergegeven. De eerste foto betreft een luchtopname van 21 februari 1945, de tweede een moderne luchtopname met de meest recente satellietbeelden. Op basis van de beeldvergelijking zijn slechts enkele grondroerende werkzaamheden achterhaald. Zo zijn er enkele bomen geplant en is er een gebouwtje gerealiseerd. Tevens is er tegen de noordgrens aan een sloot gegraven. Ten slotte valt op dat een gedeelte van de gerealiseerde bebouwing, buiten het onderzoeksgebied, na 1971 heeft plaatsgevonden op de locaties waar stellingen en loopgraven zijn waargenomen.
159-021-VO-01
Pagina 51 van 77
3.2
KLIC-MELDING
Er is een verzoek geplaatst bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC-melding) om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van kabels en leidingen in het onderzoeksgebied. Uit de KLIC-melding valt op te maken dat er vooral in het linker gedeelte enkele kabels en leidingen zijn gelegd. Voor een gedeelte overlappen deze kabels en leidingen met de locaties waar verdedigingswerken zijn waargenomen. Voor de rest is er nauwelijks sprake van grondroerende werkzaamheden t.b.v. kabels en leidingen. Een uitsnede van de KLIC is opgenomen in de tekening (159-021-TE-05) op de onderstaande pagina.
159-021-VO-01
Pagina 53 van 77
3.3
ANALYSE ONDERZOEK NA-CONFLICTPERIODE (CONTRA-INDICATIES)
Op basis van het onderzoek na-conflictperiode is vastgesteld dat er een groot aantal grondroerende werkzaamheden plaats hebben gevonden binnen de onderzoeksgebieden. De belangrijkste bevindingen staan hieronder weergegeven: -
Realisatie gebouw; Aanleg kabels en leidingen; Gegraven sloot
In het navolgende contra-indicatie schema (figuur 7) zijn de achterhaalde contra-indicatieve aspecten weergegeven: MOGELIJKE OORZAKEN VOOR CONTRA-INDICATIES VOOR DE AANWEZIGHEID VAN ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN
GRONDROERENDE WERKZAAMHEDEN
Ontgravingen
Gronddepositie
BAGGERWERKZAAMHEDEN
OPSPORINGSWERKZAAMHEDEN
EOD en voorgangers
Civiele opsporingsbedrijven
Figuur 7: Schema met voorbeelden van oorzaken/scenario’s voor contra-indicaties betreffende de aan/afwezigheid van OO.
Vanwege de beperkte contra-indicaties is ervoor gekozen geen overzichtstabel en gebeurtenissenkaart na-conflictperiode op te nemen in de rapportage. In het navolgende hoofdstuk zullen de achterhaalde indicaties voor de conflictperiode en de naconflictperiode tegen elkaar afgewogen worden.
159-021-VO-01
Pagina 55 van 77
4 AFWEGING INDICATIES EN CONTRA-INDICATIES EN AFBAKENING 4.1
BEOORDELING EN BEREDENEERDE INSCHATTING OMTRENT AANWEZIGHEID OO
Uitgaande van de indicaties en contra-indicaties vindt er een afweging plaats omtrent de indicatie VERDACHT/ONVERDACHT (in Paragraaf 2.11 zijn de potentiële indicaties chronologisch uitgewerkt in een overzichtstabel. Tevens is in bijlage 2 een Gebeurtenissenkaart opgenomen waarin de waargenomen indicaties staan weergegeven). Na de afweging van de indicaties volgt de eventuele afbakening van het verdachte gebied. Voor het onderzoeksgebied, en de directe nabijheid daarvan, zijn er enkele indicaties geverifieerd. Deze zullen vanwege de onderstaande redenatie niet van een afbakening worden voorzien: -
Verdedigingswerken (Wapen-/geschutsopstellingen en loopgraven) Op basis van de luchtfotoanalyse en archiefonderzoek is de aanwezigheid van enkele wapen- en geschutsopstellingen en loopgraven in-, en in de directe nabijheid van, het onderzoeksgebied vast komen te staan. Deze zijn gebouwd in het kader van de verdediging van Wehl door de Duitsers. Op basis van literatuuronderzoek en de War Diaries is achterhaald dat de bevrijding van Wehl echter niet vanuit het noorden, maar vanuit het zuiden plaats heeft gevonden. Op basis van dit feit, en de bevindingen uit de War Diaries, acht ECG het niet aannemelijk dat de geallieerden de stellingen en loopgraven beschoten hebben. Daarnaast acht ECG het niet aannemelijk dat de stellingen en loopgraven bemand zijn geweest bij de bevrijding en dat er munitie in gedumpt is. Dit heeft een aantal redenen. Ten eerste vond de bevrijding uiteindelijk plaats vanuit zuidelijke richting, vanaf Kilder. Hierbij hebben de voornaamste gevechtshandelingen rond het spoor plaatsgevonden. Uit de War Diaries van de betrokken regimenten is niet achterhaald dat ze stellingen en loopgraven in of in de nabijheid van het onderzoeksgebied beschoten hebben, of dat zij vanaf daar beschoten zijn.
Ten derde hebben er inmiddels grondroerende werkzaamheden na 1971 plaatsgevonden bij enkele van de achterhaalde loopgraven en stellingen in de nabijheid van het onderzoeksgebied. Hierbij is geen OO aangetroffen. Op basis van al deze redenen acht ECG het niet aannemelijk dat hier sprake is van een evident aantoonbare verhoogde kans op het aantreffen van verschoten- en/of gedumpte OO. In het Vooronderzoek Conflictperiode zijn er op basis van de geraadpleegde bronnen geen indicaties achterhaald die aanleiding vormen tot de afbakening van verdacht gebied op het aantreffen van Ontplofbare Oorlogsresten. Een horizontale en verticale afbakening van verdachte gebieden en een inventarisatie van te verwachten aan te treffen OO is derhalve niet van toepassing.
159-021-VO-01
Pagina 56 van 77
5 LEEMTEN IN KENNIS ▪ Van eventuele meldingen of ruimingen van (vermoede) explosieven in of direct grenzend aan het onderzoeksgebied zijn over de periode 1940-1944 en 1948-1970 geen gegevens meer bekend bij de EOD of het SIB. ▪ De oorzaken voor een aantal op luchtfoto’s waargenomen verstoringen konden niet onomstotelijk worden vastgesteld. ▪ Bepaalde indicaties die zijn aangetroffen in literatuur en archiefstukken en meldingsrapportages van de EOD zijn niet te herleiden naar een specifieke locatie. ▪ Er is beperkt exacte maatvoering bekend met betrekking tot naoorlogse werkzaamheden binnen het onderzoeksgebied en tot welke diepten er naoorlogse werkzaamheden/grondroeringen hebben plaatsgevonden. ▪ Het Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers was gedurende het onderzoek gesloten vanwege Covid-19. Aanvullend archiefonderzoek was daarom niet mogelijk. ▪ Niet alle kadastrale verwijzingen uit de oorlogsperiode en kort daarna konden aan de hand van het door ECG geraadpleegde bronnenmateriaal eenduidig worden gereconstrueerd en/of herleid naar een locatie. ▪ Er zijn geen luchtopnamen beschikbaar vanaf 3 maart 1945. De gegraven verdedigingswerken en de bevrijding van Wehl kunnen daardoor zeer beperkt in beeld gebracht worden. Hierdoor is er sprake van een leemte in kennis aangaande de exacte ligging van enkele verdedigingswerken alsmede de precieze locatie van enkele gevechtshandelingen.
▪ ECG beschikt niet over de gevechtsverslagen van Duitse zijde. Hierdoor is er sprake van een leemte in kennis over eventuele beschieting en bemanning van de Duitse verdedigingswerken.
159-021-VO-01
Pagina 57 van 77
6 CONCLUSIE EN ADVIES Het doel van deze studie is het verkrijgen van een, door middel van het verzamelen en verwerken van relevant historisch feitenmateriaal, gefundeerd antwoord op de volgende drie kernvragen: 1. Is het onderzoeksgebied of een deel hiervan betrokken geweest bij oorlogshandelingen (aanwijzingen indicaties)? Op basis van literatuur- en archiefonderzoek, het ruimingen register van de Explosieven Opruimingsdienst en luchtfoto-interpretatie zijn er binnen het onderzoeksgebied geen voldoende concrete en/of eenduidige indicaties/aanwijzingen achterhaald van oorlogshandelingen die zouden kunnen duiden op een evident verhoogde kans op de aanwezigheid van achtergebleven Ontplofbare Oorlogsresten. 2. Zijn er gebeurtenissen (contra-indicaties) die een aanwijzing vormen dat een (mogelijk verdacht) gebied of een deel hiervan als onverdacht kan worden aangemerkt? Er is sprake van enkele grondroerende werkzaamheden, namelijk: Realisatie gebouw; Aanleg kabels en leidingen; Gegraven sloot 3. Indien er sprake is van verdacht gebied wat is dan de (sub)soort, hoeveelheid en verschijningsvorm van de vermoede Ontplofbare Oorlogsresten? Niet van toepassing
ADVIES INZAKE GRONDROERENDE WERKZAAMHEDEN IN ONVERDACHT GEBIED:
VOOR DE NIET ALS VERDACHT AANGEMERKTE DELEN VAN HET ONDERZOEKSGEBIED ADVISEERT ECG U OM DE GEPLANDE WERKZAAMHEDEN IN HET ONDERZOEKSGEBIED OP REGULIERE WIJZE UIT TE VOEREN .
Daarbij raden wij u aan om het uitvoerend personeel voorafgaand aan werkzaamheden in de te bewerken gebieden altijd te instrueren (aan de hand van Bijlage 3 Protocol Toevalsvondst) geen verdere acties te ondernemen in het geval van het onverhoopt aantreffen van munitieverdachte objecten en terstond contact op te nemen met de (plaatselijke) politie: telefoon: 0900-8844. Mocht er zich een zulke toevalsvondst voordoen, of dat het aantal spontaan aangetroffen Ontplofbare Oorlogsresten een incidenteel karakter verliest, dan wordt aanbevolen om alsnog, in overleg met een CS-OOO gecertificeerd opsporingsbureau, een afweging te maken om een eventueel
159-021-VO-01
Pagina 58 van 77
opsporingsproces in gang te zetten. ECG is in bezit van het CS-OOO certificaat en kan meedenken in een vervolgtraject en eventueel diensten verzorgen bij opsporingswerkzaamheden.
159-021-VO-01
Pagina 59 van 77
7 OVERZICHT VAN GEHANTEERDE BRONNEN ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg Erfgoedcentrum Achterhoek en Liemers te Doetinchem Explosieven Opruimingsdienst van het ministerie van Defensie te Rijswijk en Soesterberg Gelders Archief te Arnhem Imperial War Museum te Londen (Engeland) Library and Archives Canada te Ottawa Luchtfotoarchief Topografische Dienst/Kadaster te Zwolle Nationaal Archief te Den Haag National Archives te Londen (Engeland) National Archives and Record Administration II te College Park Maryland (USA) National Collection of Aerial Photography/The Aerial Reconnaissance Archives/Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh (Schotland) Nederlands Instituut voor Militaire Historie te Den Haag NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust – en Genocidestudies Semistatische archiefdiensten Ministerie Defensie te Rijswijk Speciale Collecties Wageningen University te Wageningen
Literatuur: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
▪ ▪
▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Amersfoort, H. en P. Kamphuis, eds., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (2e druk; Den Haag 2005). Blom, T. A., Bommen op Wehl, (Kortenhoef 1945). Bollen, H. en P. Vroemen, Canadezen in actie: Nederland najaar '44 - voorjaar '46 (Warnsveld 1994). Brendel, C., Ahornblad aan de beukenbomen: Doetinchemse herinneringen 1940-1945 (Amersfoort 1996). Jaarboek Achterhoek en Liemers, deel 43 (Doetinchem 2020). Korthals Altes, A., Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940-1945 (Amsterdam 1984). Nederkoorn, W.P. en G.J.B. Stork (red.), Er op of er onder : hoe Achterhoek en Lijmers de Duitsche bezetting doorstonden en ervan werden bevrijd : gegevens over den bezettingstijd, het verzet en de bevrijding (Arnhem 1977). Nierstrasz e.a. (Ministerie van oorlog, hoofdkwartier van de chef van de generale staf, krijgsgeschiedkundige afdeling,) De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II, Hoofddeel III/ Deel 2 Onderdeel B, De verdediging van Noord-Limburg en Noord-Brabant mei 1940 (’s-Gravenhage 1953). Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 2 delen ('s-Gravenhage 1970). Oudheidkundige Vereniging Wehl, Heerlijk Ni-js (Wehl, verscheidene uitgaven). Pater, B.C. de, B. Schoenmaker e.a., Grote Atlas van Nederland 1930-1950. Comprehensive Atlas of the Netherlands (Den Haag 2005).
Penders, A.F.J., De krijgsverrichtingen ten oosten van de Ijssel en in de Ijssellinie, mei 1940 (Den Haag 1952). Peters, C., Gelderland bevrijd (Hulst 1994).
159-021-VO-01
Pagina 60 van 77
▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Rooi, Cees-Jan de. En Willem Berendsen, Boerderij- en veldnamen in Wehl en Nieuw-Wehl (…) Rutten, F., En toen was er oorlog: 1939-1945, een tijdsbeeld. W.O. II in Gaanderen en de Achterhoek (Gaanderen Herziene Druk 2015). Velhorst, G.W., Van bezetting tot bevrijding: periode eind 1944 tot de bevrijding (Doetinchem 2005). Woensel, J. van, Vrij van explosieven. De geschiedenis van het EOCKL en zijn voorgangers, 1944-2004 (Meppel 2004). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 1 (Den Haag 1990). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil…: kroniek van een luchtoorlog, deel 2 (Den Haag 1993).
Niet gedrukte literatuur: ▪ Eversteijn, T., Bombardementen en verongelukte vliegtuigen in de periode 10 mei 1940 – 5 mei 1945 (z.p. z.j.). ▪ Studiegroep Luchtoorlog 1939-1945, Verliesregister 1939-1945. Alle militaire vliegtuigverliezen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog (Den Haag 2008).
Overige rapportages/documentatie: ▪ Beoordelingsrichtlijn voor het Procescertificaat “Opsporen Conventionele Explosieven (OCE)” versie 2007-02 (8 februari 2007). ▪ Cator, E., I. Helsloot en J. Vlagsma, Afbakening van verdacht gebied in Amsterdam. Onderzoek naar nieuwe, onderbouwde methodes voor de afbakening van CE-verdachte gebieden (Nijmegen juni 2017). ▪ Cator, E. en I. Helsloot, Methodiek afbakening van verdacht gebied. Een beschrijving van de ‘Amsterdamse’-methode voor de afbakening van CE-verdachte gebieden (Renswoude juni 2018). ▪ Deltares, Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven Kenmerk 1210497000-GEO-0002 (z.p. 2014). ▪ Dijkstra, M., Een op risico gebaseerde methode om de efficiëntie en effectiviteit van Conventionele Explosieven onderzoeken van RWS projecten te verbeteren (Delft 2013). ▪ Explosive Clearance Group, Vooronderzoek naar het risico op het aantreffen van Conventionele Explosieven in het onderzoeksgebied ‘Heideslag 2 te Wehl, Documentcode 157-020-VO-01 (Wijchen 22 juli 2020). ▪ Helsloot, I., en G. van Melick, Uitgangspunten voor een redelijk en proportioneel CE beleid. Inclusief een concept besluitvormingsstroomschema (z.p. augustus 2016). ▪ Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Jaarplan 2015 (Den Haag 2014).
▪ Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Sectorrapportage Grond-, Weg- en Waterbouw 2014 (z.p. juli 2015). ▪ Operational Research Section (M.A.A.F.) report No. N. 14, The Bombing accuracy of M.A.T.A.F. fighter-bomber aircraft on rail lines and rail bridges (22nd august 1944). ▪ Raad voor de financiële verhoudingen, Herziening bommenregeling gemeentefonds Kenmerk 2015-0000363666 (26 juni 2015). ▪ Vereniging voor Explosieven Opsporing, Handreiking vooronderzoeken BRL-OCE versus WSCSOCE. Notitie 3VEO-VOO.05667.V (Geldermalsen 16 april 2013). 159-021-VO-01
Pagina 61 van 77
▪ Werkveld specifiek Certificatieschema voor het Systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE: 2012, versie 1), Staatscourant 2012 nr. 4230 (Den Haag 2012) 106144. ▪ Werkveld Specifiek certificatie Schema voor het Opsporen Conventionele Explosieven zoals opgenomen in bijlage XII behorend bij Artikel 4.17f van de Arbeidsomstandighedenregeling.
Internet: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
http://ahn.nl http://archieven.nl http://archisarchief.cultureelerfgoed.nl http://bundesarchiv.de http://www.chrisvankeulen.nl/wehl.htm https://www.doetinchem.nl/ http://dotkadata.nl http://explosievenopsporing.nl http://feststellung-weststellung.de http://geheugenvannederland.nl http://inspectieszw.nl http://maps.bing.com http://maps.google.nl http://www.vergeltungswaffen.nl/
159-021-VO-01
Pagina 62 van 77
8 BIJLAGEN BIJLAGE 1: BODEMBELASTINGKAART ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN
159-021-VO-01
Pagina 63 van 77
BIJLAGE 2: GEBEURTENISSENKAART
159-021-VO-01
Pagina 65 van 77
BIJLAGE 3: PROTOCOL TOEVALSVONDST
159-021-VO-01
Pagina 67 van 77
Legenda Actie Grondroerder Actie ECG
Explosive Clearance Group B.V. Nieuweweg 210 6603 BV Wijchen T: 024- 645 24 09
Actie Politie Actie EODD
Start-werk vergadering
Personeel informeren hoe te handelen bij vondst van een verdacht object
Vervolgstap
Aantreffen verdacht object tijdens werkzaamheden
Werkzaamheden
Het object niet beroeren!
Werkzaamheden in de omgeving van het object staken Personen uit de omgeving van het object verwijderen Na het aantreffen van een verdacht object
Contact opnemen met ECG (024-645 24 09)
Eventueel toolbox door een Senior OCEdeskundige
Maak geen melding van de vondst op social media! Identificatie van het object door ECG
Object is geen explosief
Object is een explosief
Politie in kennis stellen van vondst
Situatie wordt veiliggesteld door ECG conform het WSCS-OCE
EODD in kennis stellen van explosief
(Eventueel) Bevoegd Gezag in kennis stellen van vondst
Bij het melden van de vondst: - Naam, functie en telefoonnummer van de melder; - De ligplaats van het object; - Een omschrijving van het object (kleur, vorm, lengte, breedte, diameter, etc); - Hoeveel objecten er zijn aangetroffen; - Naam en telefoonnummer van de contactpersoon die bekend is met de ligplaats van het object; - (indien mogelijk) Een foto van het object.
Ruiming explosief door EODD
In overleg met EODD bepalen of het om een incidentele vondst gaat
EODD arriveert bij het verdachte object
Incidentele vondst
Vervolgstappen
Werkzaamheden hervatten
De instructies van de medewerkers van de EODD en de Politie dienen strikt opgevolgd te worden!
Verdacht gebied
(Eventueel) Aanvullend explosievenonderzoek vereist
Stroomschema aantreffen verdacht object
BIJLAGE 4: GERAADPLEEGDE ARCHIEVEN Bundesarchiv-Militärarchiv RL 2-II GENERALSTAB DER LUFTWAFFE/LUFTWAFFENFÜHRUNGSSTAB INV.NR.: OMSCHRIJVING: 4 5. Abteilung (Ic; Feindaufklärung, Abwehr, geistige Betreuung) 4.1 Lagemeldungen, Lageberichte 205 Lageberichte Nr.246-Nr.258, 9. Mai 1940 – 21. Mai 1940 206 Lageberichte Nr.259-Nr.264, 22. Mai 1940 – 27. Mai 1940 207 Lageberichte Nr.265-Nr.270, 28. Mai 1940 – 1. Juni 1940 208 Lageberichte Nr.271-Nr.276, 3. Juni 1940 – 7. Juni 1940 209 Lageberichte Nr.277-Nr.282, 9. Juni 1940 – 13. Juni 1940 210 Lageberichte Nr.283-Nr.290, 15. Juni 1940 – 21. Juni 1940 211 Lageberichte Nr.292-Nr.298, 23. Juni 1940 – 29. Juni 1940 211a 1. Juli 1940 – 5. Juli 1940 212 Lageberichte Nr.305-Nr.317, 7. Juli 1940 – 19. Juli 1940 213 Lageberichte Nr.319-Nr.330, 21. Juli 1940 – 1. Aug. 1940 214 Lageberichte Nr.375-Nr.382, 15. Sept. 1940 – 22. Sept. 1940 215 Lageberichte Nr.383-Nr.391, 23. Sept. 1940 – 1. Okt. 1940 216 Lageberichte Nr.393-Nr.403, 3. Okt. 1940 – 13. Okt. 1940 217 Lageberichte Nr.404-Nr.414, 14. Okt. 1940 – 24. Okt. 1940 218 Lageberichte Nr.415-Nr.425, 25. Okt. 1940 – 4. Nov. 1940 219 Lageberichte Nr.426-Nr.434, 5. Nov. 1940 – 13. Nov. 1940 220 Luftlageberichte Nr.435-Nr.440, 14. Nov. 1940 – 19. Nov. 1940 221 Luftlageberichte Nr.441-Nr.447, 20. Nov. 1940 – 26. Nov. 1940 222 Luftlageberichte Nr.448-Nr.454, 27. Nov. 1940 – 3. Dez.