CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_09_Toelichting bijlage 1.pdf

gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan Koningsweg 516.347 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Koningsweg 5, Wehl

Versie: Definitief Datum: 22 december 2022

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1

INLEIDING ....................................................................................................................... 4

1.1

Aanleiding en doel ................................................................................................................... 4

1.2

Ligging plangebied ................................................................................................................... 4

1.3

Planologische situatie .............................................................................................................. 5

1.4

Leeswijzer................................................................................................................................. 6

Hoofdstuk 2

PLANBESCHRIJVING ..................................................................................................... 7

2.1

Huidige situatie ........................................................................................................................ 7

2.2

Toekomstige situatie ................................................................................................................ 8

Hoofdstuk 3

BELEIDSKADER ........................................................................................................... 24

3.1

Inleiding.................................................................................................................................. 24

3.2

Rijksbeleid .............................................................................................................................. 24

3.3

Provinciaal beleid ................................................................................................................... 26

3.4

Regionaal beleid ..................................................................................................................... 29

3.5

Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 31

Hoofdstuk 4

HAALBAARHEID ......................................................................................................... 34

4.1 Algemeen..................................................................................................................................... 34 4.2

Milieueffectrapportage - (vormvrije) m.e.r.-(beoordelings)plicht ........................................ 34

4.3

Bodem .................................................................................................................................... 35

4.4

Geluid ..................................................................................................................................... 36

4.5

Luchtkwaliteit......................................................................................................................... 37

4.6

Externe veiligheid................................................................................................................... 38

4.7

Bedrijven en milieuzonering .................................................................................................. 40

4.8

Flora en Fauna........................................................................................................................ 42

4.9

Water ..................................................................................................................................... 46

4.10

Archeologie en cultuurhistorie .............................................................................................. 49

4.11

Parkeren en verkeer............................................................................................................... 51

Hoofdstuk 5

UITVOERBAARHEID .................................................................................................... 52

Hoofdstuk 6

CONCLUSIE ................................................................................................................ 54

BIJLAGEN ............................................................................................................................................... 55

2

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

BIJLAGEN 1. Bedrijfsplan; 2. Inrichtings- en beeldkwaliteitsplan; 3. Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling; 4. Verkennend bodemonderzoek; 5. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai; 6. Rapportage externe veiligheid; 7. Akoestisch onderzoek industrielawaai; 8. Quickscan flora en fauna; 9. Onderbouwing stikstofdepositie; 10. Archeologisch onderzoek.

3

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Hoofdstuk 1 1.1

INLEIDING

Aanleiding en doel

De initiatiefnemer heeft het voornemen een vakantiepark met 50 recreatiewoningen en een bedrijfswoning te realiseren op het perceel Koningsweg 5 Wehl. Op basis van het geldende bestemmingsplan is er reeds een vakantiepark toegestaan. Echter, in het geldende bestemmingsplan is opgenomen dat er alleen stacaravans zijn toegestaan. De initiatiefnemer heeft het voornemen 50 recreatiewoningen en een bedrijfswoning te realiseren in plaats van stacaravans. Het beoogde oppervlak bebouwing is vergelijkbaar met de geldende planologische bebouwingsmogelijkheden. Omdat recreatiewoningen niet zijn toegestaan is er een bestemmingsplanprocedure noodzakelijk om het initiatief mogelijk te kunnen maken.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen ten zuiden van het dorp Wehl in het buitengebied en ten oosten van de Koningsweg. Aan noord- en zuidzijde van het plangebied liggen woningen en aan de oostzijde grenst het plangebied aan een bos en aan agrarische gronden. Op korte afstand, ten zuiden van het plangebied, ligt de A18 (een rijksweg). Het plangebied bestaat uit de volgende kadastrale percelen: gemeente Wehl, sectie K nummers 65 en 600. De percelen hebben een totale oppervlakte van 26.925 m2. Zie volgende afbeelding met het plangebied rood omlijnd.

Afbeelding 1: Ligging plangebied (bron: www.google.nl/maps)

4

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

1.3

Planologische situatie

Bestemmingsplan Buitengebied 2002 Wehl Voor het plangebied, Koningsweg 5 te Wehl, is het bestemmingsplan Buitengebied 2002 Wehl het geldende bestemmingsplan. De gronden zijn volgens het bestemmingsplan Buitengebied 2002 Wehl bestemd voor recreatieve voorzieningen nader aangeduid met R4 en staat voor ‘terrein voor stacaravans’. Het ‘uitloopgebied’ is bestemd voor bij het terrein voor stacaravans behorende voorzieningen, zoals groen- en speelvoorzieningen. Zie volgende uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Afbeelding 2: Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Binnen het plangebied zijn ten behoeve van deze recreatieve bestemming 64 stacaravans, een bedrijfswoning en andere bedrijfsbebouwing (waaronder een kantine) toegestaan. In onderstaande uitsnede van een in de regels opgenomen tabel is het volgende opgenomen over de oppervlakten van de toegelaten gebouwen en functies.

5

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Afbeelding 3: Uitsnede voorschriften van het geldende bestemmingsplan (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Er gelden daarnaast, aanvullend op het geldende bestemmingsplan, ook enkele paraplubestemmingsplannen: “Buitengebied”, “Parkeren - 2018”, “Externe Veiligheid – 2020” en “Archeologie – 2020”.

1.4

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 Planbeschrijving is een beschrijving van de huidige en toekomstige situatie weergegeven. In hoofdstuk 3 zijn de beleidskaders van de verschillende overheden beschreven en de doorwerking hiervan in het voorliggende plan. In hoofdstuk 4 worden de omgevingsaspecten beschreven en hoofdstuk 5 geeft een samenvatting en bevat een conclusie.

6

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Hoofdstuk 2 2.1

PLANBESCHRIJVING

Huidige situatie

Het Stille Wald stond rond 2011 bekend als een ‘probleemcamping’. Er woonden veel gasten permanent in de stacaravans om uiteenlopende redenen. Onder de gasten bevonden zich arbeidsmigranten maar ook mensen die uit hun huis waren gezet en criminelen. Uiteindelijk is er ingegrepen en is de camping ontruimd. De toenmalige exploitant wilde dat ook. Van de voormalige camping waar ooit 64 stacaravans stonden, een kantine en een zwembad, is niets meer over. Een receptie en nog wat barakken stonden er, overwoekerd door groen. Na overname van de gronden door de huidige initiatiefnemer wordt er op het terrein inmiddels een aantal (outdoor)activiteiten ondernomen zoals paintball, die passen binnen de regels van het geldende bestemmingsplan of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend waaronder het plaatsen van: • • •

een vangnet met dragers voor onder andere laser-/paintballgames; een (tijdelijke) voorziening voor de ontvangst van bezoekers/gasten; containers voor de tijdelijke stalling van materieel en speeltoestellen. Volgens het geldende bestemmingsplan mogen de gronden worden gebruikt voor intensieve vormen van dagrecreatie.

Onderstaande afbeeldingen geven een impressie van de huidige activiteiten.

Afbeelding 4: Huidige activiteiten (bron: www.teamgamez.nl)

De huidige activiteiten moeten worden gestaakt als er een onherroepelijke omgevingsvergunning is voor het park. Dat zal ook in een anterieure overeenkomst worden vastgelegd.

7

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer en tevens grondeigenaar is voornemens een vakantiepark te realiseren met circa 50 recreatiewoningen. Dit initiatief sluit aan bij de geldende planologische mogelijkheden. Een vakantiepark is reeds toegestaan en ook de beoogde oppervlakte bebouwing is reeds toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan. Omdat er in het geldende bestemmingsplan alleen stacaravans zijn toegestaan en de initiatiefnemer recreatiewoningen wil realiseren is er een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. De gemeente is bereid medewerking te verlenen, mits er sprake is van een zorgvuldig landschappelijk ingepast vakantiepark. Landschappelijke analyse Het vakantiepark maakt onderdeel uit van het landschap van het Wehlse Bos. Dit wordt ruimtelijk herkenbaar gemaakt door het terugbrengen en herstellen van structureerde elementen (zoals houtwallen, (hak)houtsingels en bossage), maar ook door de realisatie van een meer open groengebied (kruidenrijk grasland) wordt de ecologische diversiteit vergroot. Er ontstaat een grote diversiteit aan biotopen en gradiënten tussen de besloten en open elementen en tussen droge en natte milieus, hetgeen van belang is voor de flora en fauna. Voor het plangebied is een inrichtingsplan en beplantingsplan opgesteld. De volledige rapportage is als bijlage opgenomen. Onderstaande afbeelding is een uitsnede uit deze rapportage.

Afbeelding 5: Inrichtingsplan (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

8

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Onderstaande afbeeldingen en nadere toelichting geven een beeld van de ruimtelijke uitgangspunten voor de hoofdopzet van het plan.

9

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Beeldkwaliteit De ontwikkeling van het vakantiepark Koningsbos vraagt om een zorgvuldig landschapsplan vanwege de ligging op de overgang van drie landschapstypen, te midden van de (geplande) ecologische verbindingszone tussen Montferland en de Oude IJssel. De drie landschapstypen (karakteristieken van het natte kampontginning, droge en natte ontginningen) zijn de leidraad voor het ontwerp. Het planconcept is hierdoor tweedelig. Het noordelijke gedeelte van het park heeft een besloten en bosachtig karakter, dat aansluit op de aangrenzende bossen van het Wehlse Bos (landgoed Stilliwald). De recreatiewoningen krijgen aldus een plek in een meer besloten bossfeer en gaan geen visuele relatie aan met de omgeving. Een aantal woningen zijn gelegen rondom een aan te leggen waterpartij, waarbij de bossfeer de inspiratie vormt voor de vormgeving van de recreatiewoningen.

10

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Afbeelding 6: Beoogde beeldkwaliteit (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

Het zuidelijke deel van het park is het landschap meer open en grenst het aan halfopen agrarische graslanden. De karakteristrieken van de droge en natte ontginningen komen tot uitdrukking in het ontwerp van dit gedeelte door hier een meer open weidesfeer te creëren. Dit in afwijking van het bosachtige karakter in het noordelijk gedeelte, waar woningen in het ‘bos’ worden gerealiseerd, met een sterk introvert en besloten karakter. Een centraal gelegen waterpartij met natuurvriendelijke oevers zorgt voor een aantrekkelijke verblijfsomgeving en habitat voor flora en fauna. De grootste variatie in levensgemeenschappen is te vinden in de overgang van land naar water. Aan de zuidoostzijde grenst het plangebied aan een open weide en het Wehlse Bos. In deze landschappelijke zone zijn de recreatiewoningen gericht op de omgeving en gaan een visuele verbinding aan met de open grasweide Beeldkwaliteit criteria Op onderstaande afbeeldingen wordt de gewenste beeldkwaliteit voor de recreatiewoningen en de inrichting van het park weergegeven. Onderdelen als opgave, situering, massa, gevels, detaillering, kleuren, materialen, buitenruimte en erfafscheiding komen hier aan bod.

11

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Afbeelding 7: Beoogde beeldkwaliteit recreatiewoningen (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

Afbeelding 8: Doorsnede inrichting terrein (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

12

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Afbeelding 9: Uitgangspunten voor de bebouwing (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

Materiaal- en kleurgebruik, detaillering • • • • • •

De gekozen detaillering, materialen en kleuren ondersteunen het karakter van het bouwwerk; Overwegend eigentijds, natuurlijk en streekeigen materiaalgebruik met gedekte kleuren, die de sfeer en het karakter van de woningen ondersteunen; De materialen zijn natuurlijk; verduurzaamd hout, groene daken, zink, beton, glas en ook als zodanig herkenbaar; Terughoudend gebruik van details; detaillering dient sober/subtiel maar zorgvuldig vormgegeven te zijn, passend bij de omgeving; Details als kozijnen worden ook in gedekte, donkere kleuren uitgevoerd, zodat ze één worden met de massa en gevel; Het is mogelijk om een terras constructief te verbinden aan de recreatiewoningen.

Compositie massaonderdelen •

• • •

Eventuele schoorstenen, dakramen en dakkapellen worden zo geplaatst dat het dakvlak als geheel leesbaar blijft en de bindende werking van het vlak in tact blijft. De schoorstenen, dakramen en dakkapellen blijven ondergeschikt aan het dakvlak; Bovendakse uitmondingen, zoals dakkapellen, zijn uitsluitend op het meest van het open landschap afgekeerde dakvlak geplaatst, of als ondergeschikt detail op het voorste dakvlak; Eventuele zonnepanelen of technische installaties die in het zicht komen dienen te worden meegenomen in het ontwerp van de gebouwen; Toepassen van ruime overstekken middels het aanbrengen van eenvoudige dakgoten of druipranden; 13

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

•

Gewenst is om de mogelijkheid te hebben om op de kopse gevel het dak door te zetten, waarmee een overdekt terras wordt verkregen.

Kavelinrichting De opbouw van een kavel is gebaseerd op het 1:4 principe. Dit houdt in: • • • •

De oppervlakte van de recreatiewoning is maximaal 1/4 van de oppervlakte van de kavel (max 75 m²); De verharding is maximaal 1/4 van de kavel (parkeren, terras en paden); Minimaal 1/4 opgaande natuurlijk streekeigen beplanting (extensief gemaaid gras en bosplantsoen); Maximaal 1/4 overige beplanting (intensief gemaaid gras)

Afbeelding 10: Impressie kavelinrichting (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

• • • •

Per kavel is minimaal ruimte voor 2 parkeerplaatsen; De verharding (terras) en andere ‘dode materialen’ zijn in materiaal, kleur etc. een eenheid met het gebouw; Gebruik van halfverharding Achterhoeks Padvast of gelijkwaardig, bij paden en parkeerplaatsen op de kavel. Erfscheidingen worden niet aangebracht, behoudens middels streekeigen beplanting op plekken die daar aanleiding toe geven tussen privé en openbaar. In het zuidelijke open gedeelte van het park zorgt een landschappelijke knip- en scheerheg voor scheiding tussen privé en openbaar.

Beeldkwaliteit Park

Er wordt een hoogwaardige inrichting van het terrein nagestreefd; met de toepassing van duurzame natuurlijke materialen. Een landelijke uitstraling van de inrichtingselementen en de toepassing van bedekte tinten is van belang. In het vakantiepark zal er niet zozeer sprake zijn van ingerichte speelplekken, maar zijn zogenaamde ‘speelaanleidingen’ van belang.

14

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Om ‘lichtvervuiling’ zoveel mogelijk te voorkomen worden lage armaturen gebruikt of een naar beneden stralende paaltop (vleermuisvriendelijk). Het toepassen van buitenverlichting op de kavels en aan recreatiewoningen is ook terughoudend en alleen waar dat nodig is. Buitenverlichting gaat automatisch aan en uit door gebruik van bewegingsmelders. Lichtpunten stralen van boven naar beneden en niet van onderen naar boven. Gebruik zo min mogelijk lichtpunten van zo zwak mogelijke sterkte.

Afbeelding 11: Beoogde inrichting vakantiepark (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

Duurzaamheid Het is de ambitie om van het vakantiepark Koningsbos een duurzaam en natuur inclusief park te maken waarbij maximaal ingezet wordt op het behouden van de bestaande groene uitstraling van de plek. Bestaand groen als uitgangspunt • Natuur inclusief is ook zoveel mogelijk natuurwaarden vanuit de bestaande situatie behouden en versterken door de toepassing van inheemse en streekeigen beplantingssoorten Opwarming en koeling van recreatiewoningen • Dak overstekken inzetten om zon in de zomer te weren; • (bestaande) landschappelijke bosschages inzetten om zon in zomer te weren en zon in winter (blad van de bomen) toe te laten in de recreatiewoning; • Groendaken op het zuiden; bij de toepassing van lessenaarsdaken glasgevels op het noorden ten behoeve van optimale koeling van de woning in de zomer (indien er geen bosschages aanwezig zijn om zon buiten de woning te houden); • Groene (gras-sedum)daken isoleren en dragen bij aan de biodiversiteit van het park. Energieneutraal 15

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

•

Door plaatsing van onder andere zonnepanelen, (lucht)warmtepompen, toepassing van goede isolatie en oriëntatie die het daglicht tot diep in de woning laat schijnen kunnen recreatiewoningen op jaarbasis minstens evenveel energie opleveren als zij verbruiken.

Vasthouden en infiltreren hemelwater • Hemelwater wordt zoveel mogelijk opgevangen in de regenton, infiltratiekratten, groendaken; • Hemelwater wordt opgevangen in wadi, zakgreppel • Hemelwater wordt opgevangen in de waterpartijen; • Overtollige water waterpartijen kan toegepast worden voor tegengaan verdroging Wehlse Bos.

Afbeelding 12: Natuur inclusieve voorbeelden (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

Natuurbeheer • Grasvelden, bermen en kavels worden voor een groot deel natuurlijk beheerd (kruidenrijk grasland); • Kruidenrijk grasland geeft per seizoen variatie en bevorderen de biodiversiteit in het park; • Kruidenrijk grasland worden 1 á 2 maal per jaar gemaaid; • Alleen langs de paden, het terras en rondom speelaanleidingen kan intensief gemaaid worden. Natuur-inclusief bouwen 16

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

• • • • •

Bij de verkaveling van de woningen is er rekening gehouden met brede zoom en mantelzones rond de bestaande bossen en bosschages; Alle recreatiewoningen zijn bij voorkeur natuur-inclusief ontworpen en bij het materiaalgebruik is circulariteit een belangrijk thema; De inrichting van de kavels zijn beperkt en functioneel en hebben geen tuin, maar het terras van de woningen grenst direct aan de natuur; Nestvoorzieningen voor vogels, vleermuizen en insecten integreren in woning of op kavels en in het park toepassen; Creëren van passage in bestaand hekwerk voor o.a. dassen, marterachtigen, konijnen, egels en hazen.

Vleermuisvriendelijke verlichting Uit onderzoek en ervaring is gebleken dat vleermuizen op hun vliegroutes en in hun verblijfplaatsen gestoord kunnen worden door kunstmatige lichtbronnen. Vooral lichtbronnen met een hoog gehalte aan ultraviolet en blauwe licht worden door een vleermuis extra sterk waargenomen. Hierdoor kunnen ze op verschillende manieren worden verstoord. Vleermuizen zijn minder gevoelig voor amber kleurig licht waarbij de golflengte tussen de 580 en 600nm is. Hierdoor worden de vleermuizen minder gehinderd in hun gedrag. Beplantingsplan De omgeving en met name het Wehlse Bos heeft een aantrekkelijk en gevarieerd bosbeeld met een hoge belevingswaarde dankzij een aanzienlijk deel structuurrijke, gemengde opstanden en markante inheemse bomen. Voor de landgoederen Stilliwald en het Jagershuis zijn beheervisies met beheerdoelen opgesteld die de aanwezige natuur-, cultuurhistorischeen recreatieve waarden moeten behouden en indien mogelijk versterken. De bestaande en nieuwe landschapselementen die toegepast zijn in het vakantiepark Koningsbos kunnen meedragen aan de beheerdoelen van het Wehlse Bos. De doelen die relevant en van toepassing zijn voor het vakantiepark staan hieronder opgesomd. • In stand houden en, indien mogelijk, verhogen van het aandeel inheemse boomsoorten mits de bomen vitaal zijn. • Landschappelijke elementen behouden en waar mogelijk versterken.

• Het verhogen van de belevingswaarde van het gehele bos. • Verbeteren van zowel de horizontale- als verticale structuur van het bos. • Minimaal handhaving van het aandeel inheems bos. • Verhogen van het aandeel dood hout, zowel staand als liggend. Met het oog op de beheervisie van het Wehlse Bos zijn de voorgestelde maatregelen in het inrichtingsplan hierna in beplantingsrichtlijnen uitgewerkt. In verband met de grote waterstand fluctuatie in het Wehlse bos en omgeving kunnen de beoogde vijvers tijdens een deel van het jaar grotendeels droogstaan. Het toepassen van een oevermengsel met droogte tolerante soorten zoals Kattestaart, Zegges, watermunt e.d. zorgen tijdens laagstaand water voor een aantrekkelijk beeld. Bestaand groen In en aan de randen van het plangebied bevinden zich houtopstanden en karakteristieke inheemse bomen. Het bestaande groen zal zoveel mogelijk in stand worden gehouden en waar mogelijk versterkt worden. Over het gehele plangebied worden de restanten van de dagrecreatie (paintball, airsoft en elektrische motorcross) in de vorm van afbakeningen van hagen, gebouwtjes, hekwerken en 17

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

overtollige verharding verwijderd, zodat de voorheen kenmerkende meer robuuste groenstructuren weer beelddragers kunnen worden.

Afbeelding 13: Bestaand groen (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

Bos, mantel en zoomvegetatie In de bufferzone wordt ter versterking van de bestaande houtopstanden nieuwe houtopstanden aangeplant. • Terreinvoorbereiding: voor frezen tot ca. 15 cm diepte. Inzaaien gefreesde zone met een autochtoon wildmengsel • Planten in driehoeksverband, in groepen van 5-7 stuks per soort • Plantafstand 1,5m x 1,5m • Bosplantsoen 2-3 jarig autochtoon • Maat 80-100 30% Quercus robur (eik) - karakterbepalend 20% Carpinus betulus (haagbeuk) 10% Ulmus laevis (fladderiep) 10% Corylus avellana (hazelaar) 10% Frangula alnus (vuilboom) 10% Crataegus monogyna (meidoorn) 10% Amelanchier lamarkii (krentenboompje)

18

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Afbeelding 14: Bos, mantel en zoomvegetatie (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

Natuurlijke kavelbeplanting Erfscheidingen worden niet aangebracht, behoudens de plekken tussen prive kavels en openbare ruimte en prive kavels onderling die daar aanleiding toe geven. Daar zal indien nodig enkel inheemse beplanting worden toegepast. • Terreinvoorbereiding: voor frezen tot ca. 15 cm diepte. Inzaaien gefreesde zone met een autochtoon wildmengsel • Planten in driehoeksverband, in groepen van 5-7 stuks per soort • Plantafstand 1,5m x 1,5m • Bosplantsoen 2-3 jarig autochtoon • Maat 80-100 20% Corylus avellana (hazelaar) 20% Frangula alnus (vuilboom) 15% Sorbus aucuparia (lijsterbes) 15 % Salix caprea (boswilg) 10% Crataegus monogyna (meidoorn) 10% Ilex aquifolum (hulst) 10% Amelanchier lamarkii (krentenboompje)

19

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Afbeelding 15: Natuurlijke kavelbeplanting (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

Boomvormers Het park is opgedeeld in twee gebieden. Een meer besloten gebied met een bosachtig karakter, dat aansluit op de aangrenzende bossen van het Wehlse Bos. En het meer open landschap dat grenst aan het halfopen agrarische graslanden. Bomen besloten deel: - 30% Quercus robur (eik) - karakterbepalend - 20% Carpinus betulus (haagbeuk) - 10% Ulmus laevis (fladderiep) - 20% Tilia cordata (winterlinde) - 10% Acer pseudoplatanus (gewone esdoorn) Bomen open landschap: - 30% Prunus avium (zoete kers) - 15% Populus tremula (ratelpopulier) - 15% Fraxinus excelsior (gewone es) - 20% Salix alba (knotwilg) boomvormers - 20% Salix alba ‘Chermesina’ (oranje knotwilg)

20

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Afbeelding 16: Boomvormers (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

Knip- en scheerheggen

Alle erfafscheidingen in het open landschap die een overgang van privaat eigendom naar openbaar gebied markeren, worden uniform projectmatig aangelegd en bestaan uit een landschappelijke haag passend in de omgeving. Langs de kavelgrenzen wordt een geschoren haagbeuk aanbevolen. De parkeerkoffers zijn ingepast door een landschappelijke haag bestaande uit veldesdoorn. De hagen zijn tenminste 80 centimeter hoog. • Terreinvoorbereiding: voor frezen tot ca. 15cm diepte • Plantafstand 4 stuks per m1 • Maat 80-100 • Carpinus betulus (haagbeuk) Acer campestre (veldesdoorn)

Afbeelding 17: Knip- en scheerheggen (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

21

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Kruidenrijk grasland

Grasvelden, bermen en kavels worden voor een groot deel ontwikkeld tot kruiden- en bloemrijk grasland. Een kruidenrijk grasland is niet alleen mooi in het landschap, maar levert ook een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de biodiversiteit en aan de belevingswaarde van het landschap. Een kruidenrijke grasland herbergt een grote verscheidenheid aan grassen en kruiden en is zeer geschikt als foerageer- en nesthabitat voor weidevogels. Maar ook andere boerenlandvogels, zoals patrijzen, graspiepers en gele kwikstaarten hebben baat aan een aantrekkelijk foerageeren leefgebied. Dit geldt tevens voor muizen en dassen en roofvogels, zoals de uil en de torenvalk. Daarnaast zijn kruidenrijke graslanden aantrekkelijk voor veel insecten. Gras- en kruidenmengsel • Verrijkte toplaag wordt afgeschraapt • Kruidenmengels inzaaien

Afbeelding 18: Kruidenrijk grasland (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

22

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Collectieve ruimte Het park wordt bedrijfsmatig geëxploiteerd. De collectieve ruimte rondom de recreatiewoningen (parkinrichting, bermen, wegen, parkeerplaatsen, tuinen, waterpartijen e.d.) worden beheerd door de exploitant. De woningeigenaren worden dus slechts eigenaar van de woning en de kavel. De woningeigenaar en de exploitant hebben een individuele overeenkomst over het beheer van de kavel/tuin. Zo is ook op de lange termijn geborgd dat het park goed onderhouden blijft en eenheid blijft uitstralen.

Afbeelding 19: Collectieve ruimte (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving)

23

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Hoofdstuk 3 3.1

BELEIDSKADER

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan de Rijksoverheid inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: Wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De voorgenomen plannen voorzien in de realisatie van verblijfsrecreatie. Daarnaast wordt de locatie landschappelijk ingepast. Hiermee wordt een passende combinatie van functies voorgesteld die aansluit op de kenmerken en identiteit van het gebied. De ontwikkeling past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI.

24

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

3.2.2

De ladder voor duurzame verstedelijking

De Ladder voor duurzame verstedelijking (verder: 'de Ladder') is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De uitgangspunten hierbij zijn dat de ontwikkeling voorziet in een behoefte, en dat de ontwikkeling in eerste instantie in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Artikel 3.1.6 lid twee Bro omschrijft de ladder als volgt: 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' Voor de Ladder is dus een onderzoek nodig dat uit drie stappen bestaat: 1. Is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'? 2. Vindt de ontwikkeling plaats buiten bestaand stedelijk gebied? 3. Als hier sprake van is, dan moet motivering plaats vinden volgens de Ladder: waarom kan niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte worden voorzien? De toepassing van de Ladder is mede bepaald door uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS). De ABRS heeft in een 'overzichtsuitspraak' op 28 juni 2017 op een rij gezet hoe de Ladder gebruikt moet worden.

Hiermee wordt houvast geboden aan de rechtspraktijk. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Volgens het vigerende bestemmingsplan zijn stacaravans en gebouwen toegestaan op de gronden van het perceel Koningsweg 5: • • •

64 stacaravans met een maximale oppervlakte van 50 m2 per stacaravan 1 bedrijfswoning, centrale voorzieningen, kantine, campingwinkel met een gezamenlijke maximale oppervlakte van 470 m2 het toegelaten ruimtebeslag bedraagt maximaal 3.670 m2 (3.200 + 470)

De beoogde situatie sluit qua bebouwingsmogelijkheden en gebruiksmogelijkheden aan bij de planologische mogelijkheden, met uitzondering van de recreatieverblijven. Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn stacaravans toegestaan, deze worden vervangen door recreatiewoningen. Het ruimtebeslag neemt niet toe. Er is ook geen sprake van intensivering van het toegestane gebruik. In verband hiermee wordt opgemerkt dat volgens het vigerende bestemmingsplan Wehl Buitengebied 2002 ter plaatse 64 stacaravans aanwezig mogen zijn. Bij een maximale bezetting van 4 personen per stacaravan betekent dit in het hoogseizoen dat gemiddeld 240 gasten per dag aanwezig zullen zijn op het terrein. Het gemiddelde aantal bezoekers voor het vakantiepark is vergelijkbaar (grotendeels 4 persoonsvakantiewoningen en enkele 6 persoonsvakantiewoningen). Dat betekent ook dat het aantal verkeersbewegingen in de omgeving niet toeneemt ten opzichte van het aantal verkeersbewegingen bij een bezetting van de 64 stacaravans. Conclusie Het geldende bestemmingsplan staat reeds een vakantiepark toe. Er is daardoor geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarmee wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

25

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie en –verordening Gelderland

In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 15 december 2021 is door Provinciale Staten van Gelderland de nieuwe Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.

Deze ambities worden hieronder kort samengevat: • Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; • Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; • Een voortvarend en innovatief circulair beleid; • Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; • Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; • Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; • Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De verordening bevat geen specifieke regels meer ten aanzien van uitbreiding en nieuwvestiging van recreatieparken. De activiteit dient net als elke andere ontwikkeling te passen binnen het beleid dat voor het specifieke gebied geldt.

Wel is, teneinde de kwaliteit van het toeristisch product te behouden en te vergroten, de eis gesteld dat nieuwvestiging en uitbreiding van recreatiewoningen in bestemmingsplannen alleen mogelijk mag wordt gemaakt indien daaraan de eis van bedrijfsmatige exploitatie wordt verbonden. Ook is in de verordening een instructieregel opgenomen ter voorkoming van permanente bewoning van vakantiewoningen. Daarnaast is een instructieregel klimaatadaptatie opgenomen. In een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing dient te worden onderbouwd welke maatregelen worden getroffen om risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken: Instructieregel klimaatadaptatie De instructieregel klimaatadaptie (2.65b) in de provinciale omgevingsverordening luidt als volgt: 1.

2.

3.

Voor zover een bestemmingsplan een nieuwe activiteit of ontwikkeling mogelijk maakt, bevat de toelichting bij het bestemmingsplan een beschrijving van de maatregelen of voorzieningen die worden getroffen om de risico’s van klimaatverandering te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. In de beschrijving worden in ieder geval de volgende aspecten betrokken: a. waterveiligheid; b. wateroverlast; c. droogte; en d. hitte. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het dagelijks bestuur van het waterschap waar de activiteit wordt verricht of de ontwikkeling plaatsvindt. 26

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Plan specifiek Voorliggend plan heeft betrekking op een locatie waar reeds een vakantiepark is toegestaan. De inzet is een duurzaam en toekomstbestendig vakantiepark. Dit is in het voorliggende plan geborgd. De collectieve voorzieningen blijven in eigendom van de exploitant en verhuur wordt collectief via de exploitant georganiseerd. Permanente bewoning is niet toegestaan. Andere aspecten die betrekking hebben op de kwaliteit zoals de groene omzoming en de groene uitstraling van het terrein zijn met voorliggend plan gewaarborgd. In het bijgevoegde inrichtingsplan is beschreven op welke wijze maatregelen worden getroffen in het kader van klimaatadaptatie: Waterveiligheid - Het plangebied is niet gelegen nabij een Waterkering. Wateroverlast -

-

Voor het opvangen van extreme neerslag kan worden gedacht aan het realiseren van extra waterberging door het toepassen van doorlatende verharding ter plaatse van de parkeervakken; In het beeldkwaliteitsplan is geborgd dat toekomstige eigenaren niet de volledige tuin mogen verharden waardoor er sprake is van minder verhard oppervlak; Hemelwater wordt zoveel mogelijk opgevangen in de regenton, infiltratiekratten en groene daken; Het overschot aan hemelwater, bijvoorbeeld bij piekbuien, wordt opgevangen in wadi’s en de waterpartijen.

Droogte -

-

Droogte kan worden voorkomen door wadi's in te richten met beplanting. Er bevindt zich groen in het plangebied, waarvoor een tekort aan waterbeschikbaarheid moet worden voorkomen in tijden van droogte om sterfte te voorkomen. Door meer beplanting met diepwortelende planten is het groen minder kwetsbaar voor droogte. Door de (diepe) wortels wordt het beschikbare vocht in de bodem beter benut, en in tijden van droogte is de kans op sterfte kleiner. Het water wordt zoveel mogelijk vastgehouden bij de woning, of elders in het plangebied; Ook kan het overtollige water worden ingezet tegen de verdroging van het Wehlse Bos.

Hitte -

-

Hittestress is een opkomend (en vaak onderschat) probleem. Belangrijk in het beperken van hittestress is het gebruik van verkoelende materialen, en het creëren van zoveel mogelijk schaduw. Dat is in het plan goed toegepast. Het groen in het plan is voordelig voor het beperken van hittestress; Dakoverstekken worden ingezet om zon in de zomer te weren; (bestaande) landschappelijke bossages worden ingezet om in de zomer de zon te weren en zon in de winter (blad van de bomen) toe te laten in de vakantiewoning;

-

Groendaken op het zuiden ten behoeve van optimale koeling van de woning in de zomer (indien er geen bosschages aanwezig zijn om zon buiten de woning te houden);

-

Groene (gras-sedum)daken isoleren en dragen bij aan de biodiversiteit van het park.

Het plan voldoet daarmee aan de criteria zoals opgenomen in de Omgevingsverordening m.b.t. klimaatadaptatie. De vakantiewoningen mogen alleen recreatief worden gebruikt. Permanente bewoning is niet toegestaan. In de koop/aannemingsovereenkomst en in de splitsingsakte / statuten en regelement wordt opgenomen dat permanente bewoning niet is toegestaan. De VVE beheerder ziet toe op naleving hiervan. Daarnaast wordt planologisch verankerd dat er sprake moet zijn van bedrijfsmatige exploitatie en permanente bewoning niet is toegestaan. Daarmee wordt er alles aan gedaan om permanente bewoning te voorkomen. Het plan voldoet daarmee aan de criteria zoals opgenomen in de Omgevingsverordening m.b.t. permanente bewoning. 27

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Conclusie Het beoogde vakantiepark is passend binnen het provinciaal beleid zoals beschreven in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Daarnaast is deze in overeenstemming met de in de Omgevingsverordening Gelderland opgenomen regels. Relevant beleid- en regelgeving Gelders Natuurnetwerk (GNN) In de Verordening (artikel 2.39) is bepaald dat in het GNN een andere bestemming dan natuur alleen mogelijk is als er sprake is van een groot openbaar belang en a. er voor de realisering daarvan geen reële alternatieven zijn; b. de negatieve effecten op de kernkwaliteiten en oppervlakte van het gebied en de ecologische samenhang binnen het gebied zoveel mogelijk worden beperkt en de overblijvende effecten gelijkwaardig worden gecompenseerd in overeenstemming met bijlage 8 Gelijkwaardige natuurbeheertypen. Een klein deel van de gronden - met een oppervlakte van circa 300 m2 - in het noordoostelijk deel van het plangebied ligt in het Gelders Natuurnetwerk. Deze gronden hebben een recreatieve bestemming. In het bestemmingsplan voor het vakantiepark zullen de gronden worden bestemd voor natuur en worden als zodanig ingericht ter versterking en verbetering van de kernkwaliteiten. Op onderstaande afbeelding is het plangebied aangegeven met een rode omlijning. Naast deze afbeelding is een uitvergroting opgenomen met de gronden die binnen de GNN liggen.

Afbeelding 20: Ligging plangebied deels in GNN (bron: provincie Gelderland)

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie De gronden in het plangebied die gelegen zijn binnen het GNN worden bestemd voor ‘natuur’. De recreatieve functie komt te vervallen. Met deze wijziging worden kernkwaliteiten van dat gebied niet aangetast. In het inrichtingsplan zijn maatregelen opgenomen om deze kernkwaliteiten te verbeteren. In het voorliggende plan is op grond van de huidige inzichten geen sprake van de vestiging van een nieuw bedrijf in het buitengebied omdat er reeds een vakantiepark is toegestaan op basis van het geldende bestemmingsplan. De uitvoering van het voorliggende plan is niet strijdig met het provinciale beleid en regels. 28

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Algemeen

Op het terrein van de ruimtelijke ordening en volkshuisvesting heeft de Regio Achterhoek geen structurele overgedragen taak. Sinds september 2008 worden deze taken door de gezamenlijke gemeenten zelf opgepakt. Bestuurlijk en ambtelijk aanspreekpunt voor dit werkterrein ligt bij respectievelijk de gemeente Aalten en Bronckhorst. 3.4.2

Regionale Structuurvisie Achterhoek 2012

De gemeenteraden van Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Doetinchem, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk hebben in hun vergaderingen van april/mei 2012 de 'Regionale structuurvisie Achterhoek 2012' vastgesteld. De Regionale structuurvisie is een actualisatie van de visie uit 2004. Er is gekozen voor een actualisatie, omdat in de Achterhoek zich een aantal belangrijke en ingrijpende economische en maatschappelijke ontwikkelingen voordoen, zoals: 

energietransitie en het inspelen op de gevolgen van de klimaatveranderingen;

bevolkingsverandering, krimp, vergrijzing en ontgroening;

de veranderingen in de landbouw en het landelijk gebied;

positionering van de Achterhoek in (inter)nationaal perspectief.

Deze ontwikkelingen zullen gevolgen hebben voor de manier waarop er nu gewoond, geleefd en gewerkt wordt in de Achterhoek. Ze hebben ook invloed op de wijze waarop geld verdiend wordt in de regio. Wijzigingen hierin kunnen ruimtelijke consequenties hebben. De geactualiseerde visie geeft richting aan het regionaal ruimtelijk beleid om de transitieopgaven goed te kunnen faciliteren. Dit door belangrijke ruimtelijke thema’s te agenderen en hierop afstemming tussen gemeenten te zoeken. Het doel is, dat de Achterhoek ook in de toekomst een vitale, regionale economie heeft en een zeer prettige omgeving blijft om in te wonen en te recreëren. De visie sluit aan bij de Agenda 2020 van Regio Achterhoek en de provinciale regioverkenningen. Inhoudelijk beschrijft de structuurvisie: 

Samenwerking op volkshuisvesting, bedrijfsvestigingen en functieveranderingsbeleid

Bereikbaarheid van de regio, zowel fysiek als digitaal

Balans tussen bestaande en nieuwe kwaliteiten in de landbouw/het landschap

Innoveren van de maakindustrie en landbouw en het verduurzamen van productieprocessen en energievoorziening

Ruimtelijk wordt de 'ja, mits' benadering leidend.

Deze visie is geen blauwdruk voor hoe het allemaal zou moeten. Respect voor het Achterhoekse landschap staat voorop, maar het ruimtelijk beleid mag innovatieve en duurzame ontwikkelingen niet in de weg staan. Van belang is om flexibel te blijven. Het beoogde plan is daarmee in lijn met het regionale beleid. 3.4.3

Waterbeheerplan

Het Waterschap Rijn en IJssel heeft eind 2021 het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. Doel en functie van het WBP Het waterschap heeft een speciale verantwoordelijkheid voor het water. Zij heeft wettelijk vastgelegde taken die aangeven wat de maatschappij van het waterschap mag verwachten. Namelijk: zorgen voor een goede bescherming tegen hoog water, voor een goed functionerend regionaal watersysteem en voor het zuiveren van afvalwater. In dit waterbeheerplan beschrijft het waterschap hoe zij dit in de periode 2022-2027 doet. Ook stellen zij de benodigde maatregelen voor. De maatregelen zijn nog niet concreet in projecten of activiteiten uitgewerkt. Dat volgt in een later stadium, bij het vaststellen van de (meerjaren)begroting. Dit plan geeft dus vooral de koers aan die het waterschap gaat varen. 29

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Doelgroep Het waterbeheerplan gaat niet alleen over het werk van het waterschap, maar ook over de verbinding die zij van daaruit legt met het werk van andere overheden: de provincies, gemeenten, Rijkswaterstaat en het Rijk. Het waterbeheer schept vaak randvoorwaarden voor gebruikers van het water, maar biedt ook mogelijkheden en meerwaarde voor maatschappelijke gebruikers, zoals burgers, agrariërs en terreinbeheerders, ondernemers en (drinkwater)bedrijven, recreanten en de naburige Duitse waterbeheerders. Hierbij hebben zij de overtuiging dat partijen samen verder komen. Samenwerking in Rijn-Oost Dit waterbeheerplan is gezamenlijk door de waterschappen in Oost-Nederland opgesteld. Dit zijn de waterschappen Vechtstromen, Reest en Wieden, Rijn en IJssel en Groot Salland. Wat hen bindt is de ligging in het deelstroomgebied Rijn-Oost, dat behoort tot het internationale stroomgebied van de Rijn. Voor dit stroomgebied zijn de doelen van het waterbeheer en de aanpak ervan in grote lijnen gelijk. Daarom is de tekst van dit waterbeheerplan grotendeels identiek voor de vier waterschappen. Per waterschap zijn aanvullingen of uitvoeringsmaatregelen voor het eigen beheergebied toegevoegd. Van watervisie naar waterbeheerplan Waterschap Rijn en IJssel heeft in 2013 de 'Watervisie 2030' opgesteld. Vanuit deze visie vult zij het beleid voor de periode 2012-2027 verder in.

Verbinden en samenwerken, ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid, staan in deze visie centraal. De ambities uit de watervisie wil zij samen met haar partners verder vormgeven. Dit waterbeheerplan biedt hiervoor concrete aanknopingspunten. Relatie met andere waterplannen en overheden De verantwoordelijkheid voor het waterbeheer in Nederland ligt bij het Rijk, de provincies en de waterschappen. Ieder heeft daarin zijn eigen verantwoordelijkheden en taken. Voor het waterschap als functionele overheid, zijn de wettelijke en beleidsmatige kaders vanuit het Rijk en provincie van belang. Dit waterbeheerplan staat dan ook niet op zich zelf, maar houdt rekening met de plannen van het Rijk en provincie. Zo staat het nationale waterbeleid in het nationale Waterplan en het – voor ons gebied relevante – Stroomgebiedbeheerplan Rijn. Het provinciale waterbeleid is opgenomen in de Omgevingsvisies van de provincies Gelderland, Overijssel en Drenthe. De provincies stellen onderdelen van deze visies bij, om een actueel kader voor de waterschappen te bieden. Plan specifiek Het hemelwater wordt opgevangen en geïnfiltreerd in de bodem. Het overtollige hemelwater, bijvoorbeeld bij piekbuien, wordt afgevoerd en opgevangen in wadi’s en de waterpartijen.

In paragraaf 3.3.1 en het bijgevoegde inrichtingsplan is nader onderbouwd hoe om te gaan met de berging van hemelwater ter voorkomen van overlast en droogte. In het plangebied is meer dan voldoende oppervlak voor de noodzakelijke waterberging. Het hemelwater wordt zichtbaar opgevangen middels watergoten die in verbinding staan met de waterpartijen of eventueel een wadi nabij het speelveld. Het overtollige water kan mogelijke via overstort waterpartijen gecombineerd worden met het watersysteem van het Wehlse Bos en mee helpen aan het tegengaan van de verdroging, zoals in onderstaande afbeelding is weergegeven.

Afbeelding 21: Infiltreren en vasthouden hemelwater (bron: Oostzee Ontwerp en Omgeving) 30

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

3.5

Gemeentelijk beleid

3.5.1

Structuurvisie Doetinchem 2035

Op 26 september 2013 heeft de gemeenteraad van Doetinchem de Structuurvisie Doetinchem 2035 vastgesteld. Deze structuurvisie schetst een beeld van de huidige ruimtelijke situatie en gaat zowel in op de kwaliteiten als op onderdelen waar verbeteringen denkbaar zijn. Er worden ruimtelijke kaders geschetst waarbinnen de gemeente Doetinchem de komende jaren wil werken. Daarbij gelden drie van vier thema’s uit deze visie die voor de ontwikkelingen in het projectgebied van belang zijn. Dit zijn: • • •

beherend ontwikkelen van stad en land; kwaliteit en beleving in het buitengebied; economische kansen.

Beherend ontwikkelen van stad en land Het accent verschuift van ontwikkeling naar beheer als gevolg van de te verwachten vergrijzing van de bevolking en daling van het aantal inwoners. De focus komt te liggen op het verbeteren van bestaande gebieden en functies. Wat goed is vraagt om goed beheer en behoud. Wat niet langer voldoet vraagt om aanpassing of, in het uiterste geval, om vervanging door iets anders. Denkbaar is de sloop van bebouwing en het transformeren van stukken stad naar natuur of stadspark. Kwaliteit en beleving in het buitengebied De verschuiving van het accent naar beheer biedt kansen voor kwalitatieve ontwikkeling. Doetinchem moet aantrekkelijk zijn voor bewoners, bezoekers en bedrijven. In de structuurvisie ligt de focus op de beleving en ruimtelijke kwaliteit. De structuurvisie streeft een hoge ruimtelijke kwaliteit na. De kwaliteit zal er overal weer anders uitzien en is op verschillende manieren te realiseren. Economische kansen De gemeente Doetinchem wil aantrekkelijk blijven door bestaande kwaliteiten te versterken en nieuwe kwaliteiten aan te boren. Inzet is het behoud van werkgelegenheid en het redden van de traditioneel sterke sectoren, zoals de maakindustrie en de zorg. Daarnaast zet de gemeente in op onverwachte kansen die zich voordoen en het anticiperen daarop. De stad moet vernieuwend zijn zonder de bestaande kwaliteiten te verwaarlozen.

Het is het enige vakantiepark in de gemeente en versterkt daarmee het toeristische aanbod in de gemeente. In de Structuurvisie wordt ook ingegaan op de trend klimaatverandering en duurzaamheid. De gemeente Doetinchem heeft afgesproken om net als de andere gemeenten 30.000 m² aan zonnepanelen te realiseren op bijvoorbeeld platte daken of op gemeentelijk vastgoed. In het kader van de Agenda Achterhoek 2020 wordt momenteel door de regio verder gewerkt aan thema’s als het duurzaam inkopen en duurzame mobiliteit. Met de oprichting van de Achterhoekse Groene Energiemaatschappij (AGEM) wordt op regionaal niveau een grote stap gezet naar een duurzame energievoorziening. Het vraagstuk rondom energietransitie van gemeente verschuift hierdoor naar de regio. Of daarbij ook ruimte wordt gereserveerd voor windmolens op Doetinchem’s grondgebied is onzeker. Als gevolg van verwachte klimaatveranderingen, zullen steden de komende jaren geconfronteerd worden met de toename van warmte. In een stenige en verdichte stad zijn de gevolgen van temperatuurstijgingen sterker voelbaar dan op het platteland. Groene daken en muren kunnen een bijdrage leveren bij het temperen van de temperatuur, het afvangen plekken, maar ook als duurzaam alternatief voor gevels of dakbedekking. Groene daken worden al regelmatig aangelegd, maar groene gevels amper.

Zogenaamde koelteparken, groenzones en met name waterkanten kunnen in de warme zomermaanden hun nut hebben. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Het onderhavige plan sluit aan op de visie ‘Kwaliteit en beleving in het buitengebied’. De verpaupering en het verval van het voormalige vakantiepark is een halt toegeroepen door het park te sluiten. Een nieuw duurzaam vakantiepark met een zorgvuldige landschappelijke inpassing is passend in de omgeving. Het is het enige 31

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

vakantiepark in de gemeente en versterkt daarmee het toeristische aanbod in de gemeente. De afwijking ten opzichte van het geldende bestemmingsplan is beperkt. Door een goede landschappelijke inpassing wordt de omgevingskwaliteit van de locatie en de aangrenzende gronden verbeterd. De nieuwbouw levert een positieve bijdrage aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voorts biedt de voorgestane ontwikkeling kansen voor de bouwondernemingen uit Doetinchem en omstreken in combinatie met de versterking van de werkgelegenheid. 3.5.2

Waterplan Doetinchem

Het Waterplan Doetinchem bundelt op lokaal niveau het inzicht in de huidige situatie en geeft in de streefbeelden en ambities aan hoe duurzaamheids- en gidsprincipes van integraal waterbeheer in plannen vertaald kunnen worden. Hierin zijn belangen van ruimtelijke ordening, milieu, natuur en toerisme meegewogen. Het Waterplan Doetinchem is door de gemeente in samenwerking met waterschap, waterbedrijf, vertegenwoordigers van natuur en milieubelangen, inwoners en bedrijfsleven tot stand gekomen. In het Waterplan Doetinchem zijn Rijksbeleid, provinciaal beleid en het beleid van het waterschap als fundamentele elementen opgenomen. Het Waterplan Doetinchem uit 2003 vormt samen met het Gemeentelijk Rioleringsplan 2010-2015 de basis voor de omgang met water in het algemeen en het rioleringsstelsel in het bijzonder. Met betrekking tot de ruimtelijke ordening en het stedelijk gebied zijn de volgende gidsprincipes voor integraal waterbeheer van belang: • • • • • • •

het toepassen van de drietrapsstrategie: vasthouden, bergen en afvoeren; water van schoon naar minder schoon laten stromen (geen afwenteling); met water de identiteit van een plek zichtbaar maken; een goede communicatie opzetten (intern en extern); water als mede-ordenend principe toepassen bij ruimtelijke plannen; samenwerken en afstemmen; balans in watersysteem en waterketen.

Door het toepassen van deze principes wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een robuust, veerkrachtig en gezond watersysteem binnen de gemeentegrenzen, gecombineerd met een aantrekkelijke woonomgeving met optimale belevings- en gebruiksmogelijkheden van het water. Er is een goede samenwerking en afstemming tussen alle bij het waterbeheer betrokken partijen, en er vindt geen bestuurlijke, financiële of ruimtelijke afwenteling plaats. Dit is het algemene streefbeeld voor 2030. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In het waterplan wordt het algemene streefbeeld per functie en thema nader uitgewerkt. In paragraaf 4.9 wordt nader op het aspect water ingegaan. De ontwikkeling van het plangebied sluit aan op het gestelde in het waterplan. 3.5.3

Continuïteit in Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem

Het cultuurhistorisch beleid in de gemeente Doetinchem is vastgelegd in de nota Continuïteit in Karakter, Cultuurhistorie Doetinchem. De gemeente Doetinchem kent verschillende historische identiteiten, zoals landschap, wonen en werken, et cetera, welke de komende jaren een leidraad moeten vormen voor het cultuurhistorisch beleid. Daarnaast moet het cultuurhistorisch beleid zoveel mogelijk aansluiten op bestaande wetgeving. De gemeente heeft inmiddels veel informatie beschikbaar over de archeologie, de naoorlogse wijken, het industrieel erfgoed, het centrum van Doetinchem, het landelijk gebied en enkele kleinere onderzoeksgebieden. Uit alle onderzoeken zijn aanbevelingen naar voren gekomen voor behoud en ontwikkeling van bepaalde panden of structuren, onder en boven de grond. Voor sommige panden heeft dat een bescherming opgeleverd als gemeentelijk monument. Voor andere loopt die procedure of volgt die nog. Daarnaast zijn er panden die net niet in aanmerking komen voor de monumentale status, maar wel bescherming verdienen tegen sloop. Dit gebeurt of door de aanwijzing als beeldbepalend pand of als karakteristieke boerderij als voortvloeisel uit de Erfgoedverordening, of door de bescherming met en de regeling in het bestemmingsplan. Zo krijgen de te beschermen waarden een status.

32

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Het voormalige bedrijfspand heeft geen monumentale status als rijksmonument of gemeentelijk monument en maakt ook geen onderdeel uit van te beschermen cultuurhistorische structuren. De ontwikkeling is daarmee niet in strijd met de uitgangspunten van het cultuurhistorisch beleid. 3.5.4

Nota Parkeernormen Auto en fiets

Op 8 juni 2017 heeft de raad de nota Parkeernormen Auto en Fiets vastgesteld. Parkeernormen hebben tot doel een zodanig aantal parkeerplaatsen voor nieuwe ontwikkelingen voor te schrijven, dat voorzien wordt in de in te schatten parkeervraag. Dat aantal voorkomt dat door de aanleg van te weinig plaatsen er een tekort ontstaat. Ook voorkomt het toepassen van de normen dat er teveel plaatsen komen, waardoor de automobiliteit gestimuleerd wordt en de leefbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en bereikbaarheid nadelig wordt beïnvloed. De nota wil ook de toepassing van de normen voor burgers, bedrijven, gebouweigenaren, ontwikkelaars, et cetera inzichtelijk maken. Het parkeerbeleid is voor het plangebied nader uitgewerkt in paragraaf 4.11 Verkeer en parkeren.

33

Ruimtelijke onderbouwing “Vakantiepark Koningsbos”

Hoofdstuk 4

HAALBAARHEID

4.1 Algemeen Dit hoofdstuk geeft de randvoorwaarden van de milieukundige aspecten en andere omgevingsaspecten waarmee rekening gehouden moet worden bij het bouwen en bij de inrichting en het beheer van het plangebied. Deze aspecten kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik van bepaalde locaties.

4.2

Milieueffectrapportage - (vormvrije) m.e.r.-(beoordelings)plicht

Bij ruimtelijke plannen en besluiten die mogelijk gevolgen kunnen hebben voor het milieu dient te worden beoordeeld of ten behoeve van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Een milieueffectrapportage is bedoeld om milieubelangen bij verschillende ruimtelijke procedures een volwaardige plaats bij de besluitvorming te geven. Het wettelijk kader voor de m.e.r. is hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm) en het daarbij behorende Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In het Besluit m.e.r. is geregeld voor welke plannen en besluiten die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken daadwerkelijk een m.e.r.-(beoordelings)procedure doorlopen moet worden dan wel een vormvrije m.e.r.beoordeling dient te worden uitgevoerd. Bij het toetsen van plannen en besluiten aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: 1. De activiteit(en) die het plan of besluit mogelijk maakt, komt niet voor in of kan niet worden beschouwd als een activiteit zoals opgenomen in kolom 1 van onderdeel C (C-lijst) of D (D-lijst) van de bijlage van het Besluit m.e.r. Er geldt geen m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. 2. Een m.e.r.-plicht: voor (onderdelen van) het plan of besluit is het uitvoeren van een m.e.r. verplicht; a) M.e.r.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7973/documents/46894