Bijlage 1_08 Toelichting bijlage 2 - Verkennend bodemonderzoek Wehl Fokkenkamp.pdf
Tekst van het document
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en een infiltratieonderzoek Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl (Plan Fokkenkamp)
Opdrachtgever: Gemeente Doetinchem Postbus 9020 7000 HA DOETINCHEM Projectnummer:
Authorisatie:
401081
Redactie:
Paraaf:
Michel Steman Kenmerk:
Eindredactie/Kwaliteitscontrole:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Martijn Roording
Datum:
Status:
31-05-2021
Definitief
Paraaf:
Buro Antares, Kryptonstraat 12, NL-7031 GG DOETINCHEM Postadres: Postbus 3073, NL-3301 DB DORDRECHT Telefoon +31(0)314 62 77 01, Internet: www.buroantares.nl Bankrelatie Rabobank, IBAN: NL85 RABO 0326 8876 52, BIC: RABONL2U, BTW nr. NL007137291B01, HR 24158873 Buro Antares b.v. heeft vestigingen in Dordrecht en Doetinchem
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Colofon Opdrachtgever:
Gemeente Doetinchem
Projectnummer:
401081
Titel:
Verkennend bodem- en asbestonderzoek en een infiltratieonderzoek
Datum:
31-05-2021
Redactie:
Michel Steman
Met bijdragen van: Eindredactie:
Martijn Roording
Vestiging:
Buro Antares Doetinchem
Buro Antares bv Postadres: Postbus 3073, NL-3301 DORDRECHT, Internet: www.buroantares.nl Telefoon: +31(0)314 62 77 01.
© Buro Antares bv, 2021 De rechten van intellectueel eigendom verblijven te allen tijde bij Buro Antares bv.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 2 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
INHOUD 1.
INLEIDING .......................................................................................................................... 5
2.
VOORONDERZOEK .......................................................................................................... 6
3.
4.
5.
6.
2.1.
Algemeen ................................................................................................................................. 6
2.2.
Basisgegevens......................................................................................................................... 6
2.3.
Bekende gegevens .................................................................................................................. 7
2.4.
Topografische kaarten en luchtfoto`s ....................................................................................... 7
2.5.
Bodeminformatie ...................................................................................................................... 9
2.6.
Bouwvergunning .................................................................................................................... 10
2.7.
Locatie-inspectie .................................................................................................................... 10
2.8.
Bodemkwaliteitskaart ............................................................................................................. 11
2.9.
Geohydrologie........................................................................................................................ 12
2.10.
Conclusie vooronderzoek....................................................................................................... 12
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................ 14 3.1.
Algemeen ............................................................................................................................... 14
3.2.
Onderzoeksopzet ................................................................................................................... 14
3.3.
Uitgevoerde veldwerkzaamheden .......................................................................................... 14
3.4.
Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ........................................................................ 15
3.5.
Grondwaterbemonstering....................................................................................................... 16
3.6.
Monsterselectie en analysepakket ......................................................................................... 17
3.7.
Toetsingsresultaten ................................................................................................................ 18
3.8.
Interpretatie onderzoeksresultaten ......................................................................................... 20
3.9.
Toetsing onderzoekshypothese ............................................................................................. 21
VERKENNEND ASBESTONDERZOEK ........................................................................... 22 4.1.
Algemeen ............................................................................................................................... 22
4.2.
Onderzoeksopzet ................................................................................................................... 22
4.3.
Uitvoering veldonderzoek....................................................................................................... 22
4.4.
Visuele inspectie maaiveld ..................................................................................................... 22
4.5.
Visuele inspectie proefgaten .................................................................................................. 22
4.6.
Monsterselectie en analysepakket ......................................................................................... 24
4.7.
Analyseresultaten .................................................................................................................. 24
4.8.
Interpretatie onderzoeksresultaten ......................................................................................... 24
INFILTRATIEONDERZOEK ............................................................................................. 25 5.1.
Algemeen ............................................................................................................................... 25
5.2.
Onderzoeksinspanning .......................................................................................................... 25
5.3.
Toetsingskader ...................................................................................................................... 26
5.4.
Resultaten .............................................................................................................................. 26
5.5.
Interpretatie onderzoeksresultaten ......................................................................................... 26
SAMENVATTING EN CONCLUSIE ................................................................................. 27 6.1.
Samenvatting ......................................................................................................................... 27
6.2.
Conclusie en advies ............................................................................................................... 28
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 3 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Bijlagen 1.
Topografische ligging
2.
Situatietekening
3.
Profielbeschrijvingen
4.
Originele analysecertificaten, verkennend bodemonderzoek
5.
Getoetste analyseresultaten, verkennend bodemonderzoek ‘Wet bodembescherming’
6.
Getoetste analyseresultaten, verkennend bodemonderzoek ‘Besluit bodemkwaliteit’
7.
Originele analysecertificaten, verkennend asbestonderzoek
8.
Infiltratieonderzoek
9.
Toetsingskader
10. Kwaliteitsborging
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 4 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
1.
INLEIDING Door Buro Antares is in opdracht van de gemeente Doetinchem in april 2021 een verkennend bodemonderzoek, een verkennend asbest in puinonderzoek en een infiltratieonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied Fokkenkamp ten noorden van de Doesburgseweg te Wehl. De aanleiding tot de onderzoeken komt voort uit de voorgenomen bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een woonwijk. Vooronderzoek (hoofdstuk 2) Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek is het verzamelen van (historische) informatie voor een adequate invulling van de uit te voeren werkzaamheden en draagt bij aan de verklaring van de resultaten. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN-5725 (versie oktober 2017). Verkennend bodemonderzoek (hoofdstuk 3) Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse. Het bodemonderzoek is uitgevoerd op basis van de richtlijnen zoals die zijn gesteld in de Nederlandse Eindnorm (NEN) 5740+A1 (versie april 2016). De NEN-5740 beschrijft de werkwijze voor het opstellen van een onderzoeksstrategie voor een verkennend bodemonderzoek naar de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Verkennend asbestonderzoek (hoofdstuk 4) Het verkennend asbestonderzoek heeft tot doel om na te gaan of de verdenking van een asbestverontreiniging op de locatie terecht is.
Het verkennend asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5897 (puin, versie augustus 2015). De NEN beschrijft de werkwijze voor het opstellen van een onderzoeksstrategie voor een verkennend asbestonderzoek. Infiltratieonderzoek (hoofdstuk 5) Het doel van het infiltratieonderzoek is inzicht krijgen in de doorlatendheid van de bodem middels het bepalen van de K-waarde. De aanleiding is de voorgenomen realisatie infiltratie voorzieningen binnen het plangebied. Samenvatting, conclusies en eventuele aanbevelingen (hoofdstuk 6) Het rapport wordt afgesloten met de samenvatting, conclusies en eventuele aanbevelingen. Algemeen Volledigheidshalve merken wij op dat Buro Antares een onafhankelijk opererend adviesbureau is welke op generlei wijze verbonden is met de opdrachtgever dan wel eigenaar van de onderzoekslocatie.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 5 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
2.
VOORONDERZOEK
2.1.
Algemeen Het milieuhygiënisch vooronderzoek is uitgevoerd voorafgaand aan de uitvoering van het verkennend bodem- en asbestonderzoek conform de Nederlandse Norm (NEN) 5725. Op basis van de verkregen informatie uit het vooronderzoek wordt de hypothese opgesteld omtrent het al dan niet aanwezig zijn van een bodemverontreiniging op de onderzoekslocatie. Bij het vooronderzoek is informatie verzameld over het voormalige en huidige gebruik van de locatie en de directe omgeving. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform paragraaf 6.2.1 uit de NEN-5727 (aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek, versie oktober 2017). Ten behoeve van het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Verstrekte informatie door de heer E. Raben (opdrachtgever); Locatie inspectie 10 maart 2021 door de heer M. Steman van Buro Antares; Isohypsenkaart Dienst Grondwaterverkenning, kaartblad 20 oost en 21 west; www.kadaster.nl; www.dinoloket.nl; www.topotijdreis.nl; www.ahn.nl; www.bodemloket.nl. www.ecal.nu Opmerking: Opgemerkt wordt dat de voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Buro Antares afhankelijk van deze bronnen, waardoor we niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.
Buro Antares streeft wel naar het geven van een zo volledig mogelijk en betrouwbaar beeld.
2.2.
Basisgegevens De basisgegevens van de onderzoekslocatie zijn weergegeven in tabel 2.1. De globale ligging is aangegeven op de topografische kaart welke in bijlage 1 is opgenomen. Van de onderzoekslocatie is een situatietekening opgenomen in bijlage 2. Tabel 2.1:
Basisgegevens onderzoeklocatie
Straat, huisnummer
Doesburgseweg ong.
Plaats
Wehl
Gemeente
Doetinchem
Kadastrale gegevens:
Gemeente Wehl, sectie H, nummers 6497, 6500 en 6570
Oppervlakte locatie
1,9 hectare
Voormalige functie
Agrarisch
Huidige functie
Agrarisch en recreatief
Toekomstige functie
Woningbouw
Functie omgeving
Wonen met tuin
Aanleiding
Bestemmingsplanwijziging
Verharding
Deels puinverharding en verder onverhard
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 6 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
2.3.
Bekende gegevens De projectlocatie is gelegen tussen de Broekhuizenstraat (N813), de Doesburgseweg en de Fokkenkampseweg te Wehl. De gehele projectlocatie beslaat circa 2,5 hectare. Circa 1,9 hectare hiervan komt in aanmerking voor woningbouw. Het overig deel (perceel 4579) zal worden ingericht als honden losloopgebied. Tot de locatie behoren de kadastrale percelen 6497, 6500 en 6570 (gedeeltelijk), welke ook in eigendom zijn van de gemeente Doetinchem. In het gebied is een trapveldje met daarnaast een speeltuin, een scouting gebouw, een akker en een honden losloopveld gelegen. Het gehele projectgebied is gelegen binnen de blauwe contouren van figuur 2.1 en het gedeelte wat in aanmerking komt voor woningbouw is gelegen binnen de oranje arcering.
Figuur 2.1:
Luchtfoto afkomstig uit de BAG viewer van het kadaster
Online informatie Scouting Van Nispengroep Wehl Om een impressie te krijgen van de verbouwing van het scoutinggebouw is de facebookpagina van de vereniging geraadpleegd. Daaruit blijkt dat het nieuwe pand in ieder geval deels in 2013 is gebouwd en de bouw in 2014 is afgerond. In een bericht op 19 augustus 2019 bleek dat de scoutingvereniging is gestopt. Onderstaand zijn foto’s weergegeven de bouw van het clubgebouw. Foto geüpload op 24-09-2013
Figuur 2.2:
2.4.
Foto geüpload op 31-04-2014
Foto’s geraadpleegd van de facebookpagina van Scouting Van Nispengroep Wehl
Topografische kaarten en luchtfoto`s Op de volgende pagina zijn enkele topografische kaarten van de onderzoekslocatie en de directe omgeving opgenomen, de onderzoekslocatie is hierbij gelegen binnen de rode omlijning. Binnen de onderzoekslocatie is enkel bebouwing zichtbaar op kaartmateriaal na 2000, betreft het scoutinggebouw en de manege. De percelen zijn tot het jaar 2000 voornamelijk gebruikt voor agrarische doeleinden.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 7 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
De Doesburgseweg en Fokkenkampsweg is op kaartmateriaal uit 1860 al zichtbaar en de noordelijk gelegen rondweg is op kaartmateriaal uit 1980 voor het eerst zichtbaar. Het honden losloopgebied is voor het eerst zichtbaar op een luchtfoto uit 2011.
1860
1910
1950
1970
1980
1990
2010
2020
2000 Figuur 2.3:
Kaartmateriaal van de onderzoekslocatie van 1860 tot 2020 geraadpleegd van Topotijdreis.nl
Via topotijdreis.nl zijn enkele luchtfoto`s van de periode 2006 – 2019 geraadpleegd. Het clubgebouw wordt weergegeven met een gele cirkel. Ten noorden hiervan is een kleine paarden stalling met rijbak aanwezig. Op luchtfoto`s tussen 2013 en 2014 is weergegeven dat het clubgebouw veranderd is.
2010 Figuur 2.4:
2013
2014
Luchtfoto’s van de onderzoekslocatie van 2006 tot 2020 geraadpleegd op Topotijdreis.nl
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 8 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
2.5.
Bodeminformatie Binnen het projectgebied zijn ter plaatse van de Doesburgseweg 10a te Wehl (scouting gebouw) in het verleden een verkennend en een nader bodemonderzoek uitgevoerd. De onderzoeken dateren uit 2013 en staan bekend onder de projectnummers MT.13317 en MT.13342. Verkennend bodemonderzoek In 2013 is door Rouwmaat Groep een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op het perceel aan de Doesburgseweg 10a te Wehl. De aanleiding tot het onderzoek werd gevormd door de voorgenomen overdracht van de locatie naar de Scouting vereniging. Ten tijde van het onderzoek was het terrein niet verhard noch opgehoogd. Op de locatie hebben zich in het verleden geen calamiteiten voorgedaan en is er geen informatie bekend die duidt op de aanwezigheid van asbest. De locatie heeft een oppervlakte van circa 1.170 m2. In totaal zijn 7 boringen op de locatie geplaatst. In de bodemlaag van 0,6 – 1,1 m-mv uit boring 06 zijn zintuiglijk verbrandingsresten aangetroffen. Verder zijn geen bijmengingen op de locatie aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in boring 06 met zintuiglijk verbrandingsresten een sterk verhoogd gehalte zink en barium, een matig verhoogd gehalte koper en licht verhoogde gehalten kobalt lood, molybdeen, nikkel en PAK is gemeten. Verder is in de diepere ondergrond een licht verhoogd gehalte nikkel gemeten. Het grondwater
Figuur 2.5: Onderzoekslocatie verkennend onderzoek Rouwmaat Groep, d.d. 2013.
bevat een licht verhoogd gehalte met barium. Op basis van de resultaten is nabij boring 06 een nader bodemonderzoek uitgevoerd. Nader bodemonderzoek De aangetroffen verontreiniging met zware metalen is waarschijnlijk gerelateerd aan de bijmenging met verbrandingsresten. De verontreiniging is ingeperkt door 4 boringen in horizontale richting en 1 boring in verticale richting. In de afperkende
boringen zijn geen
waarnemingen met verbrandingsresten
aangetroffen. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de ondergrond van boring 101 licht verhoogde gehalten nikkel en kobalt zijn gemeten. Het sterk verhoogde gehalte zink is hierbij in verticale richting afgeperkt. In de boringen 102 t/m 105 zijn geen verhoogde gehalten gemeten. De verontreiniging is hiermee ook in horizontale richting voldoende afgeperkt.
Figuur 2.6: Onderzoekslocatie nader onderzoek, Rouwmaat Groep, d.d. 2013.
De verontreinigingscontour heeft een oppervlakte van maximaal over 6 m2 en betreft een volume van maximaal 3 m3 sterk verontreinigde grond. Deze laag is afgedekt met 0,6 meter aan grond, waardoor er geen sprake is van directe risico’s.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 9 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
2.6.
Bouwvergunning Bij het erfgoedcentrum Achterhoek Liemers is een verzoek ingediend voor het inzien van de beschikbare bouwvergunningen.
Bij
de
voormalige
gemeente
Wehl
is
op
14
november
1990
een
bouwvergunningsaanvraag ingediend voor het bouwen van een scoutinggebouw. Het zal gaan om een prefab gebouw met houten wanden en een ‘zw’ golfplaten dak. In de bouwvergunning staat vernoemd dat het zal gaan om ABC golfplaten. In figuur 2.7 is de situering van het pand alsmede een zij aanzicht en plattegrond opgenomen.
Figuur 2.7: schets uit oude situatie scoutinggebouw uit bouwvergunning
2.7.
Locatie-inspectie Op 11 maart 2021 is door Buro Antares een locatie bezoek uitgevoerd waarbij is waargenomen dat de percelen een verschillend gebruik kennen. In onderstaand overzicht wordt ingegaan op het gebruik en de eventuele waarnemingen. Perceel 6570 Westelijk gedeelte is in gebruik als trapveldje en
Perceel 6570, oostelijk gedeelte in gebruik als weiland/akker
speeltuin
voor agrarische doeleinden
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 10 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Perceel 6570, noordoostelijk gedeelte is in gebruik als honden
Perceel 6570 langs het weiland is een onverhard pad gelegen
losloopgebied
Perceel 6500 in gebruik als parkeerterrein en is gedeeltelijk
Perceel 6497 is bebouwd met het scoutinggebouw
verhard met een puin verharding (repac)
2.8.
Bodemkwaliteitskaart Voor de Regio Achterhoek zijn in 2011 de achtergrondwaarden voor diverse metalen, PCB’s, PAK en minerale olie in de grond vastgesteld (CSO, kenmerk 11K054 d.d. oktober 2011). De gemeente Doetinchem hanteert een percentielwaarde van 80%. Onderhavige onderzoekslocatie is gelegen binnen de zone ‘Buitengebied zand’. Door het natuurlijk voorkomen van arseen houdende ijzeroerbanken is het niet ongewoon om verhoogde gehalten aan arseen terug te vinden in de regio Doetinchem. De achtergrondwaarden van 15,7 en 12,8 mg/kg d.s. voor, respectievelijk, boven- en ondergrond zijn daarom niet representatief voor deze regio. De humane risicowaarde voor alle bodemfuncties (met uitzondering van moes- en volkstuin) liggen boven de 430 mg/kg d.s.. Het toepassen van grond met verhoogde arseengehalten is daarom toegestaan, mits deze grond aanvullend wordt onderzocht. Bij het aantreffen van een ijzeroerlaag dienen er 2 mengmonsters (elk 50 grepen) uit deze partij getoetst te worden op arseen. Bij een gemiddeld arseengehalte onder 430 mg/kg d.s. mag de toepassing plaatsvinden, als deze de humane risicowaarde niet overschrijdt. Bij een hoger arseengehalte is een toepassing van de partij niet toegestaan en moet deze worden afgevoerd naar een erkend verwerker (Nota Bodembeheer, dossier AC0831, november 2011). De onderzoekslocatie valt onder de bodemkwaliteitsklasse ‘Overig’.
Voor zowel het ontgraven als het toepassen van de boven- en ondergrond dient de bodemkwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’ aangehouden te worden.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 11 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
De humane risicowaarde voor de functies landbouw en natuur zijn, respectievelijk, 430 en 2.600 mg/kg d.s.. Aan de hand van de resultaten van het aanvullende onderzoek kan een arseengehalte van 430 mg/kg d.s. worden aangehouden als drempelwaarde.
2.9.
Geohydrologie De maaiveldhoogte van de onderzoekslocatie ligt op 13 meter boven NAP. Een eerder beschreven boormonsterprofiel nabij de onderzoekslocatie, verkregen via het dinoloket.nl, geeft aan dat de ondergrond bestaat uit een matig grove, zwak siltige zandlaag van 0,00 tot 0,35 m-mv. Daaronder is slechts beschreven dat het profiel tot 0,8 m-mv uit zand bestaat. Tot 2,15 m-mv is het zand matig grof en grindig met daaronder een sterk siltig laagje tot 1,20 m-mv. Tot 2,6 m-mv is het zandmatig grof en zwak siltig met daaronder een laagje van 0,3 m van uiterst grof zand. De boring is doorgezet tot een diepte van 3,8 mmv. Het zand is hier matig grof. De stromingsrichting van het grondwater is noordelijk richting het stroomgebied van de Oude IJssel. In tabel 2.3 is een schematisch weergave van de geologische opbouw opgenomen. Tabel 2.3:
Schematische voorstelling van de (hydro)geologische situatie (o.b.v. Dinoloket.nl)
Pakket
Diepte (m-mv)
Samenstelling
Deklaag
0,0 – 1,0
Zand, matig fijn tot zeer grof
1e watervoerend pakket (Formatie van Kreftenheye)
1,0 – 38,5
Zand, matig tot uiterst grof, lokaal grindig
38,5 – 67,5
Klei, deels zandig
67,5 – 80,3
Zand, midden tot grof
1e watervoerend pakket (Formatie van Oosterhout)
80,3 - 107,0
Zand, matig fijn tot matig grof, glauconiethoudend
Geologische basis (formatie van Breda)
107,0 - >150,0
Zand, zeer fijn tot matig grof, glauconiethoudend
2.10. Conclusie vooronderzoek Uit het vooronderzoek blijkt dat op een klein deel van de locatie in 2013 een bodemonderzoek is uitgevoerd. Uit het uitgevoerde verkennend en nader bodemonderzoek blijkt dat er sprake is van een lokale spot met sterk verontreinigde grond. In het vooronderzoek zijn geen gegevens gevonden over het verwijderen van de bodemverontreiniging (eventuele bodemsanering). Er wordt dan ook aangenomen dat de aanwezige bodemverontreiniging nog aanwezig is. Voor het verwijderden van de ‘spot’ dient een Plan van Aanpak opgesteld te worden welke ter goedkeuring aan het bevoegd gezag (gemeente Doetinchem) voorgelegd dient te worden. Verder blijkt dat een deel van het perceel sinds de jaren `90 bebouwd is. In het regionaal archief is een bouwvergunning aangetroffen uit 1994. Uit de bouwvergunning blijkt dat het toenmalig clubgebouw een dak met asbestcement golfplaten bevatte. Het is onbekend of het gebouw voorzien was van een dakgoot. Uit kaartmateriaal, luchtfoto`s en digitale bronnen blijkt dat rond het jaar 2013 het clubgebouw is gesloopt waarna een nieuw pand is gerealiseerd. Het pand is groter de vorige. Er zijn vooralsnog geen gegevens bekend over het verwijderen van de eventuele asbest dakplaten.
Gezien de nieuwbouw groter is zijn de eventuele druppelzones van de oude bebouwing niet meer te herleiden waardoor vooralsnog een asbest in bodemonderzoek ter plaatse niet zinvol wordt geacht. Wel dient men alert te zijn op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Op het voorterrein is een puinverharding aanwezig, vermoedelijk is de puinverharding gelijktijdig met de laatste bouw aangelegd. Echter zijn hiervan geen gegevens bekend waardoor het materiaal asbestverdacht is.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 12 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Op basis van het geheel aan resultaten uit het vooronderzoek kan het projectgebied onderzocht worden als een onverdachte locatie. Hierbij wordt door het gebruik wel onderscheidt gemaakt in klein- en grootschalig. De grond en het grondwater dient verder door het regionaal verhoogd voorkomen aanvullend op arseen onderzocht te worden. Het eerder aangetroffen sterk verhoogd gehalte wordt niet opnieuw onderzocht. Verder dient de aanwezig puinverharding conform de NEN 5897 onderzocht te worden.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 13 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1.
Algemeen De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder erkenning conform de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek” inclusief de van toepassing zijnde protocollen. De chemische analyses zijn uitgevoerd door het laboratorium van Eurofins Analytico te Barneveld die door de overheid in het kader van het Besluit bodemkwaliteit erkend is voor deze werkzaamheden. De voorbewerking en de analyses van de monsters zijn uitgevoerd conform het accreditatieprogramma AS3000.
3.2.
Onderzoeksopzet Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vasttestellen is de onderzoekslocatie verdeeld in twee deellocaties, namelijk het ‘projectgebied’ en ‘kavel 6500/6497’ (vml. scoutingterein). Op basis van het vooronderzoek is de gehele projectlocatie (behoudens het vml. scoutingterrein) onderzocht conform de strategie voor een grootschalige onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-GRNL) zoals beschreven in de NEN-5740+A1 (versie april 2016). Deze strategie geldt enkel bij gelijksoortige en extensief gebruik. Vanwege de (voormalige) activiteiten en het gebruik ter plaatse van het scoutingterrein mag dit deel niet meegenomen worden in deze strategie en is dan ook separaat onderzocht. De deellocatie is onderzocht als een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). De grond en het grondwater zijn onderzocht op de standaard parameters uit het standaardpakket aangevuld met arseen en PFAS (grond). Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksgegevens dient, gezien de gehanteerde strategie, welke is gericht op een steekproefsgewijze beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Tevens wordt erop gewezen dat onderhavig onderzoek een momentopname is.
Hoewel Buro Antares conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving handelt, is het juist deze steekproefsgewijze benadering die het onmogelijk maakt garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van een bodemonderzoek.
3.3.
Uitgevoerde veldwerkzaamheden Het veldwerk is op 13 en 14 april 2021 door de heer A. Zweers van Buro Antares uitgevoerd. De heer A. Zweers is gecertificeerd voor BRL SIKB 2000, protocol 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). In tabel 3.1 zijn de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven. De locaties van de boringen en de peilbuizen staan weergegeven op de situatietekening welke is opgenomen als bijlage 2. Tabel 3.1:
Overzicht verrichte veldwerkzaamheden:
Deellocatie
Oppervlakte
Boring
Boring
Boring
tot 0,5 m-mv
tot 2,0 m-mv
met peilbuis
Boorlocaties
Scoutingterrein (ONV-NL)
2.260 m²
9
2
1
101 t/m 114
Projectlocatie (GR-ONV-NL)
17.025 m²
17
4
3
201 t/m 224
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 14 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Veldtesten Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op textuur, kleur en zintuiglijk waarneembare verontreinigingen, waarbij de gegevens van de monsterpunten zijn verwerkt tot boorprofielen. De boorprofielen zijn opgenomen als bijlage 3. Monstername Voor het laboratoriumonderzoek is per maximaal een halve meter één grondmonster genomen. Bodemlagen met afwijkende kenmerken (textuur, kleur, aanwezigheid bodemvreemd materiaal, etc.) zijn hierbij apart bemonsterd. Afwijkingen op BRL SIKB 2000 Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet of niet noemenswaardig afgeweken van de BRL SIKB 2000 c.q. protocol 2001. Bij de uitvoering van het veldwerk en de bemonstering van de grond is zoveel als praktisch mogelijk aangesloten op de werkwijze zoals beschreven in het ‘Kennisdocument over stofeigenschappen, gebruik, toxicologie, onderzoek en sanering van PFAS in grond en grondwater’ van het Expertisecentrum PFAS (kenmerk DDT219-1/18-009.764, d.d. 20 juni 2018). Hierbij zijn de aandachtspunten uit het handelingskader ten aanzien van bemonsteringsapparatuur, velddocumentatie, kleding, persoonlijke verzorgingsproducten en voedsel- en drankverpakking meegenomen. De gebuikte emballage en monsteropslag zijn vooraf afgestemd met het laboratorium (Eurofins Analytico).
3.4.
Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen In het veld zijn de fysische bodemeigenschappen per te onderscheiden bodemlaag omschreven. In tabel 3.2 is de globale bodemopbouw weergegeven zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden is aangetroffen. Tabel 3.2:
Globale bodemopbouw (o.b.v. boring 107)
Diepte (m-mv)
Samenstelling
0,00 – 0,90
Zand, zeer grof, zwak siltig, zwak grindig
0,50 – 1,40
Zand, matig fijn, zwak siltig
1,40 – 1,90
Leem, zwak zandig, zwak roesthoudend
1,90 – 2,40
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak roesthoudend
2,40 – 3,00
Zand, matig fijn, zwak siltig
3,00 – 4,00
Zand, matig grof, zwak siltig
4,00 – 4,20
Zand, matig grof, zwak siltig, laagjes leem
4,20 – 4,40
Leem, zwak zandig
Tijdens het bodemonderzoek zijn geen bijmengingen met puin aangetroffen. Ook zijn in het opgeboorde materiaal en op het maaiveld geen asbestverdachte materialen waargenomen. Wel is waargenomen dat de ondergrond plaatselijk roesthoudend is. Een totaaloverzicht is opgenomen in tabel 3.3.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 15 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Tabel 3.3: Boring
Relevante bijmengingen Diepte (m-mv)
Samenstelling
Vml. Scoutingterrein 107
1,40 - 1,90
zwak roesthoudend
1,90 - 2,40
zwak roesthoudend
1,70 - 2,00
zwak roesthoudend
1,30 - 1,50
zwak roesthoudend
1,50 - 2,00
zwak roesthoudend
1,30 - 1,60
zwak roesthoudend
1,60 - 2,40
zwak roesthoudend
1,20 - 1,60
zwak roesthoudend
1,60 - 2,00
zwak roesthoudend
1,00 - 1,50
zwak roesthoudend
1,50 - 2,00
laagjes oer
215
1,70 - 2,00
zwak roesthoudend
220
0,90 - 1,50
zwak roesthoudend
111 Projectlocatie 203
205
207
211
3.5.
Grondwaterbemonstering De bemonstering van het grondwater is op 22 april 2021 door de heer A. Zweers van Buro Antares uitgevoerd. De heer A. Zweers is gecertificeerd voor BRL SIKB 2000, protocol 2002 (het nemen van grondwatermonsters). In tabel 3.4 zijn de gegevens van het grondwater weergegeven. Tabel 3.4: Peilbuis-
Meetresultaten grondwater Datum
Filterdiepte
Grondwaterstand
pH-waarde
EGV-waarde
Troebelheid
(m-mv)
mv)
(-/-)
(S/cm)
(NTU)
22-04-2021
3,40 - 4,40
2,80
6,9
380
2,63
205
22-04-2021
2,60 - 3,60
2,20
7,0
120
23,8
215
22-04-2021
3,00 - 4,00
2,50
7,3
310
2,56
220
22-04-2021
3,00 - 4,00
2,55
8,0
260
2.12
nummer
(m-
Vml. Scoutingterrein 107 Projectlocatie
De gemeten EGV en pH-waarde zijn aangetroffen zoals natuurlijk verwacht mag worden. De troebelheid van één grondwatermonster is boven de indicatieve waarde van 10 NTU gelegen. Uit de analyseresultaten (paragraaf 3.8) blijkt dat de verhoogde troebelheid geen gevolgen heeft op de organische parameters. Troebelheid Een representatief watermonster wordt verkregen als het watermonster dezelfde helderheid heeft als het water zoals die van natuurlijk voorkomt. Dit zal veelal het geval zijn wanneer de troebelheid 10 NTU of lager is. Wanneer een hogere troebelheid dan 10 NTU wordt geconstateerd, kan toch monsterneming plaatsvinden. Troebelheid kan worden veroorzaakt door het in suspensie zijn van (grond)deeltjes. Deze gronddeeltjes, met aangehechte organische stoffen, kunnen een belangrijke invloed hebben op de analyseresultaten. Ten behoeve van de analyse van het grondwater op zware metalen (anorganische stoffen) worden de watermonsters in het veld gefiltreerd waardoor de zwevende delen worden verwijderd. Pas met de interpretatie van de analyseresultaten kan beoordeeld worden of de troebelheid voor de organische stoffen een probleem vormt.
Afwijkingen op BRL SIKB 2000 Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet noemenswaardig afgeweken van de BRL SIKB 2000 c.q. protocol 2002.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 16 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
3.6.
Monsterselectie en analysepakket Grondmonsters De geselecteerde mengmonsters van de boven- en ondergrond staan vermeld in tabel 3.5. Tevens zijn in de tabel de parameters weergegeven waarop de monsters zijn onderzocht. Ook is het doel van de betreffende analyse aangegeven. Tabel 3.5:
Geselecteerde grond (meng)monsters
Mengmonster
Boringnummers en diepte
Analysepakket
Doel
(m-mv)
Vml Scoutingterrein MM 01
101 (0,30 - 0,70), 102 (0,40 - 0,70), 103 (0,40 - 0,70), 104 (0,40 - 0,70), 105 (0,30 - 0,70)
STAP + arseen
Vaststellen milieuhygiënische bodemkwaliteit bovengrond
MM 02
108 (0,00 - 0,50), 110 (0,00 - 0,50), 111 (0,00 - 0,50), 114 (0,00 - 0,50)
STAP + arseen
Vaststellen milieuhygiënische bodemkwaliteit bovengrond
MM 03
106 (0,20 - 0,50), 107 (0,08 - 0,50), 109 (0,20 - 0,50), 112 (0,20 - 0,50), 113 (0,08 - 0,50)
STAP + arseen
Vaststellen milieuhygiënische bodemkwaliteit bovengrond
MM 04
103 (0,70 - 1,10), 103 (1,10 - 1,40), 107 (0,90 - 1,40), 111 (0,50 - 1,00), 111 (1,00 - 1,30), 111 (1,30 - 1,70)
STAP + arseen
Vaststellen milieuhygiënische bodemkwaliteit ondergrond
MM P 01
106 (0,08 - 0,20), 107 (0,08 - 0,50), 109 (0,08 - 0,20), 110 (0,00 - 0,50), 111 (0,00 - 0,50), 112 (0,20 - 0,50),
PFAS en organische stof
Vaststellen gehalte PFAS in de bovengrond
STAP + arseen
Vaststellen milieuhygiënische bodemkwaliteit bovengrond
STAP + arseen
Vaststellen milieuhygiënische bodemkwaliteit bovengrond
STAP + arseen
Vaststellen milieuhygiënische bodemkwaliteit ondergrond
STAP + arseen
Vaststellen milieuhygiënische bodemkwaliteit ondergrond
113 (0,08 - 0,50), 114 (0,00 - 0,50) Projectlocatie MM 05
201 (0,00 - 0,50), 202 (0,00 - 0,50), 203 (0,00 - 0,50), 204 (0,00 - 0,50), 205 (0,00 - 0,50), 206 (0,00 - 0,50), 207 (0,00 - 0,50), 208 (0,00 - 0,50), 209 (0,00 - 0,50)
MM 06
210 (0,00 - 0,50), 212 (0,00 - 0,50), 213 (0,00 - 0,40), 214 (0,00 - 0,50), 215 (0,00 - 0,40), 216 (0,00 - 0,50), 217 (0,00 - 0,50), 219 (0,00 - 0,50), 222 (0,00 - 0,40), 223 (0,00 - 0,40), 224 (0,00 - 0,40)
MM 07
203 (0,50 - 1,00), 203 (1,00 - 1,30), 203 (1,30 - 1,50), 205 (0,50 - 1,00), 205 (1,00 - 1,30), 205 (1,30 - 1,60), 207 (0,50 - 0,90), 207 (0,90 - 1,20)
MM 08
211 (1,00 - 1,50), 211 (1,50 - 2,00), 215 (1,30 - 1,70), 215 (1,70 - 2,00), 217 (0,50 - 1,00), 217 (1,00 - 1,40), 220 (0,90 - 1,40), 220 (1,50 - 2,00)
MM 09
103 (1,40 - 1,90), 107 (1,40 - 1,90) 111 (1,70 - 2,00), 207 (1,20 - 1,60) 215 (0,90 - 1,30)
STAP + arseen
Vaststellen milieuhygiënische bodemkwaliteit leemhoudende bodemlagen
MM P 02
201 (0,00 - 0,50), 202 (0,00 - 0,50), 203 (0,00 - 0,50), 204 (0,00 - 0,50), 205 (0,00 - 0,50), 206 (0,00 - 0,50),
PFAS en organische stof
Vaststellen gehalte PFAS in de bovengrond
PFAS en organische stof
Vaststellen gehalte PFAS in de bovengrond
207 (0,00 - 0,50), 208 (0,00 - 0,50), 209 (0,00 - 0,50) MM P 03
210 (0,00 - 0,50), 212 (0,00 - 0,50), 213 (0,00 - 0,40), 214 (0,00 - 0,50), 215 (0,00 - 0,40), 216 (0,00 - 0,50), 217 (0,00 - 0,50), 219 (0,00 - 0,50), 222 (0,00 - 0,40), 223 (0,00 - 0,40), 224 (0,00 - 0,40)
Standaardpakket voor grond (STAP):
Zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink;
Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK);
Polychloorbifenylen (PCB);
Minerale olie (GC);
lutum en organische stof.
Grondwatermonsters De geselecteerde grondwatermonsters staan vermeld in tabel 3.6. Tevens zijn in de tabel de parameters weergegeven waarop het watermonster is onderzocht. Ook is het doel van de analyse aangegeven.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 17 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Tabel 3.6:
Geselecteerde grondwatermonster
Monster
Peilbuisnummer en
Analysepakket
Doel
107 (3,40 - 4,40)
STAPW + arseen
Vaststellen grondwaterkwaliteit
205-1-1
205 (2,60 - 3,60)
STAPW + arseen
Vaststellen grondwaterkwaliteit
215-1-1
215 (3,00 - 4,00)
STAPW + arseen
Vaststellen grondwaterkwaliteit
220-1-1
220 (3,00 - 4,00)
STAPW + arseen
Vaststellen grondwaterkwaliteit
filterdiepte (m-mv) Vml. scoutingterrein 107-1-1 Projectlocatie
Standaardpakket voor grondwater (STAPW): zware metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink; vluchtige aromatische koolwaterstoffen (BTEXN); vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl); minerale olie (GC).
3.7.
Toetsingsresultaten Grond In tabel 3.7 staan de geïnterpreteerde analyseresultaten van de grond weergegeven. De originele analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 4. De aan de Wet bodembescherming getoetste analyseresultaten zijn weergegeven als bijlage 5 en de indicatief aan het Besluit bodemkwaliteit getoetste analyseresultaten zijn weergegeven als bijlage 6. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 10. Tabel 3.7 (Meng) monster
Analyseresultaten grondmonsters met gestandaardiseerde gehalten in mg/kg ds. Deelmonsters
Zintuiglijke
Analy
> Achtergrondwaarde
> Tussenwaarde
> Interventiewaarde
Boring (m-mv)
waarnemingen
se
BBK
< Tussenwaarde
< Interventiewaarde
(sterk verontreinigd)
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
STAP + arseen
PAK (2,325)
-
-
AW
STAP + arseen
PAK (1,732)
-
-
AW
STAP + arseen
-
-
-
AW
STAP + arseen
-
-
-
AW
Scoutingterrein MM 01
MM 02
MM 03
MM 04
101 (0,30 - 0,70)
-
102 (0,40 - 0,70)
-
103 (0,40 - 0,70)
-
104 (0,40 - 0,70)
-
105 (0,30 - 0,70)
-
108 (0,00 - 0,50)
-
110 (0,00 - 0,50)
-
111 (0,00 - 0,50)
-
114 (0,00 - 0,50)
-
106 (0,20 - 0,50)
-
107 (0,08 - 0,50)
-
109 (0,20 - 0,50)
-
112 (0,20 - 0,50)
-
113 (0,08 - 0,50)
-
103 (0,70 - 1,10)
-
103 (1,10 - 1,40)
-
107 (0,90 - 1,40)
-
111 (0,50 - 1,00)
-
111 (1,00 - 1,30)
-
111 (1,30 - 1,70)
-
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 18 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Tabel 3.7 (vervolg) Analyseresultaten grondmonsters met gestandaardiseerde gehalten in mg/kg ds. (Meng) monster
Deelmonsters
Zintuiglijke
Analy
> Achtergrondwaarde
> Tussenwaarde
> Interventiewaarde
Boring (m-mv)
waarnemingen
se
BBK
< Tussenwaarde
< Interventiewaarde
(sterk verontreinigd)
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
STAP + arseen
-
-
-
AW
STAP + arseen
PAK (6,347)
-
-
WO
Projectlocatie MM 05
201 (0,00 - 0,50)
-
202 (0,00 - 0,50)
-
203 (0,00 - 0,50)
-
204 (0,00 - 0,50)
-
205 (0,00 - 0,50)
-
206 (0,00 - 0,50)
-
207 (0,00 - 0,50)
-
208 (0,00 - 0,50)
-
209 (0,00 - 0,50)
-
210 (0,00 - 0,50)
-
212 (0,00 - 0,50)
-
213 (0,00 - 0,40)
-
214 (0,00 - 0,50)
-
215 (0,00 - 0,40)
-
216 (0,00 - 0,50)
-
217 (0,00 - 0,50)
-
219 (0,00 - 0,50)
-
222 (0,00 - 0,40)
-
223 (0,00 - 0,40)
-
224 (0,00 - 0,40)
-
203 (0,50 - 1,00)
-
203 (1,00 - 1,30)
-
203 (1,30 - 1,50)
Zwak roest
205 (0,50 - 1,00)
-
205 (1,00 - 1,30)
-
205 (1,30 - 1,60)
Zwak roest
207 (0,50 - 0,90)
-
207 (0,90 - 1,20)
-
211 (1,00 - 1,50)
Zwak roest
211 (1,50 - 2,00)
Laagjes oer
215 (1,30 - 1,70)
-
215 (1,70 - 2,00)
Zwak roest
217 (0,50 - 1,00)
-
217 (1,00 - 1,40)
-
220 (0,90 - 1,40)
Zwak roest
220 (1,50 - 2,00)
-
MM 09
103 (1,40 - 1,90)
-
(Leem)
107 (1,40 - 1,90)
Zwak roest
111 (1,70 - 2,00)
Zwak roest
207 (1,20 - 1,60)
Zwak roest
215 (0,90 - 1,30)
-
MM 06
MM 07
MM 08
STAP + arseen
AW
STAP + arseen
AW
STAP + arseen
AW
Toelichting tabel: AW
Achtergrondwaarde
WO
Wonen
IND
Industrie
NTP
Niet toepasbaar
PFAS De analyseresultaten van de PFAS analyses zijn opgenomen in tabel 3.8. Het originele analysecertificaat is weergegeven in bijlage 4. Het toetsingskader is weergegeven in bijlage 9.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 19 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Tabel 3.8: Monster
Analyseresultaten grondmonsters met gehalten in µg/kg ds. Deelmonsters
Gemeten gehalte
boring (m-mv)
Indicatieve toetsing tijdelijk handelingskader
Scoutingterrein MM P 01
106 (0,08 - 0,20), 107 (0,08 - 0,50),
Som PFOA 0,4 µg/kg
109 (0,08 - 0,20), 110 (0,00 - 0,50),
Som PFOS 0,9 µg/kg
Voldoet aan de klasse ‘landbouw/natuur’
111 (0,00 - 0,50), 112 (0,20 - 0,50), 113 (0,08 - 0,50), 114 (0,00 - 0,50) Projectlocatie MM P 02
201 (0,00 - 0,50), 202 (0,00 - 0,50),
Som PFOA 0,4 µg/kg
203 (0,00 - 0,50), 204 (0,00 - 0,50),
Som PFOS 0,9 µg/kg
Voldoet aan de klasse ‘landbouw/natuur’
205 (0,00 - 0,50), 206 (0,00 - 0,50), 207 (0,00 - 0,50), 208 (0,00 - 0,50), 209 (0,00 - 0,50) MM P 03
210 (0,00 - 0,50), 212 (0,00 - 0,50),
Som PFOA 0,4 µg/kg
213 (0,00 - 0,40), 214 (0,00 - 0,50),
Som PFOS 1,5 µg/kg
Voldoet aan de klasse ‘wonen’
215 (0,00 - 0,40), 216 (0,00 - 0,50), 217 (0,00 - 0,50), 219 (0,00 - 0,50), 222 (0,00 - 0,40), 223 (0,00 - 0,40), 224 (0,00 - 0,40)
Grondwater De geïnterpreteerde analyseresultaten van het grondwater zijn opgenomen in tabel 3.9. Het originele analysecertificaat is opgenomen als bijlage 4 en de getoetste analyseresultaten zijn weergegeven in bijlage 5. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 9. Interpretatie grondwatermonsters met concentratie in g/l.
Tabel 3.9: Peilbuis-
Monster
nummer
Filterdiepte
Analyse
(m-mv)
> Streefwaarde
> Tussenwaarde
< Tussenwaarde
< Interventiewaarde
>Interventiewaarde
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
Scoutingterrein 107
107-1-1
107 (3,40 - 4,40)
STAPW + AS
Barium (99)
-
-
Projectlocatie
3.8.
205
205-1-1
205 (2,60 - 3,60)
STAPW + AS
-
-
-
215
215-1-1
215 (3,00 - 4,00)
STAPW + AS
Barium (76)
-
-
220
220-1-1
220 (3,00 - 4,00)
STAPW + AS
Barium (110)
-
-
Interpretatie onderzoeksresultaten Scoutingterrein Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek zijn ter plaatse van het voormalig scoutingterrein geen waarnemingen gedaan welke op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging zouden kunnen duiden. Op het voorterrein is een puinverharding gelegen welke is onderzocht op asbest, lees hiervoor hoofdstuk 4 van onderhavige rapportage. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de mengmonsters van de bovengrond en de bodemlaag direct onder de puinverharding een licht verhoogd gehalte PAK is gemeten. In het mengmonster van de bovengrond onder de klinkerverharding alsmede het mengmonster van de ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde gemeten.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 20 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Besluit bodemkwaliteit Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de onderzochte mengmonsters worden ingedeeld in de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarde’. PFAS De bovengrond binnen de onderzoekslocatie is aanvullend onderzocht op PFAS. Uit de resultaten blijkt dat er een marginaal verhoogd gehalte aan PFOS en PFOA wordt gemeten. Getoetst aan het tijdelijk handelingskader voldoet de bovengrond aan de klasse ‘landbouw/natuur’ Grondwater In het grondwater uit peilbuis 107 is een licht verhoogde concentratie barium gemeten. Projectlocatie In het opgeboorde materiaal zijn tijdens de uitvoering van het veldwerk geen waarnemingen gedaan welke op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging zal kunnen duiden. Wel is waargenomen dat de ondergrond zwak roesthoudend is en sporen oer bevat. Uit de analyseresultaten blijkt dat in het mengmonster van de bovengrond (MM 06) een licht verhoogd gehalte PAK is gemeten. In de overige mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geen van de onderzochte parameters verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde gemeten. Binnen de projectlocatie komt in de ondergrond een leemhoudende bodemlaag voor. Van de leemlagen is één mengmonster samengesteld (MM 09). Uit de analyseresultaten blijkt dat in het leem geen van de onderzochte parameters verhoogd zijn aangetoond.
Besluit bodemkwaliteit Uit de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit blijkt dat de onderzochte bovengrond met een licht verhoogd gehalte PAK wordt ingedeeld in de kwaliteitsklasse ‘wonen’. De overige onderzochte bodemlagen voldoen aan de kwaliteitsklasse ‘achtergrondwaarde’. PFAS De bovengrond binnen de onderzoekslocatie is aanvullend onderzocht op PFAS. Uit de resultaten blijkt de bovengrond ter plaatse van het trapveldje een marginaal verhoogd gehalte aan PFOS en PFOA bevat. Getoetst aan het tijdelijk handelingskader voldoet deze bovengrond aan de klasse ‘landbouw/natuur’. In de bovengrond van de akker en het hondenlosloopveld is een licht verhoogd gehalte PFOS gemeten. Getoetst aan het tijdelijk handelingskader wordt deze bovengrond ingedeeld in de klasse ‘wonen’. Grondwater In het grondwater uit de peilbuizen 215 en 220 is een licht verhoogde concentratie barium gemeten. Het grondwater uit peilbuis 205 bevat geen verhoogde concentraties.
3.9.
Toetsing onderzoekshypothese Op basis van de onderzoeksresultaten, waarbij in de grond plaatselijk een licht verhoogd gehalte aan PAK en in het grondwater licht verhoogde concentraties barium zijn gemeten, dient formeel gezien de onderzoekshypothese ‘onverdacht’ verworpen te worden
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 21 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
4.
VERKENNEND ASBESTONDERZOEK
4.1.
Algemeen De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder erkenning conform de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek” inclusief de van toepassing zijnde protocollen. De veldwerkers hebben een cursus asbestherkenning gevolgd en zijn gecertificeerd conform protocol 2018 (asbestonderzoek) waardoor de betrouwbaarheid van het verkennend asbestonderzoek geborgd is volgens de Beoordelingsrichtlijn. De asbestanalyses zijn door Eurofins Analytico uitbesteed aan Eurofins Omegam bv te Amsterdam, welke door de overheid in het kader van het Besluit bodemkwaliteit erkend zijn voor de uitvoering van deze werkzaamheden.
4.2.
Onderzoeksopzet Ter plaatse van het scoutingterrein is een puinverharding aanwezig met een oppervlak van circa 750 m². De puinverharding is onderzocht als een open half-verharding zoals opgenomen in paragraaf 6.5.2 van de NEN 5897.
4.3.
Uitvoering veldonderzoek Het veldwerk is op 14 april 2021 door de heer A. Zweers van Buro Antares uitgevoerd. In tabel 4.1 zijn de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven. De werkzaamheden zijn niet voor zonsopgang en niet na zonsondergang uitgevoerd. Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden was er geen neerslag. Het zicht tijdens de uitvoering bedroeg meer dan 50 meter. Tabel 4.1:
Overzicht verrichte veldwerkzaamheden
Onderzoekslocatie
Oppervlakte
Gaten tot 0,5 m-mv
Graaf-/boorlocaties
puinverharding
Circa 750 m²
5
101 t/m 105
Afwijkingen op de BRL SIKB 2000 Bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden is niet of niet noemenswaardig afgeweken van de BRL SIKB 2000 c.q. het protocol 2018.
4.4.
Visuele inspectie maaiveld Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is een visuele inspectie van het maaiveld uitgevoerd conform paragraaf 6.3 uit de NEN 5897, waarbij op de toplaag van de onderzoekslocatie globaal gezocht is naar stukjes asbestverdacht materiaal en afval- en puinrestanten. De inspectie-efficiëntie wordt geschat op 70-90 %. Er zijn tijdens de uitvoering van het veldwerk en de maaiveldinspectie geen asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen.
4.5.
Visuele inspectie proefgaten Op basis van de NEN zijn in totaal handmatig 5 proefgaten van circa 0,3 x 0,3 tot 0,5 meter diep geplaatst (proefgaten 101 t/m 105). De situering van de proefgaten is weergegeven op de situatietekening welke is opgenomen als bijlage 2. Per proefgat is het uitkomend materiaal uitgespreid in lagen van circa 2 centimeter dik en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen en afval- en puinrestanten.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 22 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Vervolgens is het uitkomende materiaal gezeefd over een zeef van 20 millimeter. Ook is per proefgat een foto gemaakt. In tabel 4.2. zijn de relevante bijzonderheden van de visuele waarnemingen betreffende puin en asbest opgenomen. Een volledig overzicht is opgenomen in bijlage 3. Tabel 4.2: Gat
Laagdikte
Visuele waarnemingen verkennend asbestonderzoek Bodemtype
(cm)
Percentage
Bodemvreemde
Zintuiglijk
bodemvreemd
materialen
waarneming
materiaal
Foto proefgat
asbest
101
0,00-0,30
puin
> 50%
Volledig menggranulaat
Geen
102
0,00-0,40
puin
> 50%
Volledig menggranulaat
Geen
103
0,00-0,40
puin
> 50%
Volledig menggranulaat
Geen
104
0,00-0,40
puin
> 50%
Volledig menggranulaat
Geen
105
0,00-0,30
puin
> 50%
Volledig menggranulaat
Geen
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 23 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
4.6.
Monsterselectie en analysepakket Van het beoordeelde puin is in het veld een mengmonster samengesteld. De monstersamenstelling is weergegeven in tabel 4.3. Tevens zijn in de tabel de analyses weergegeven waarop het monster is onderzocht. Door een upload fout in de software van het ‘lab opdrachtensysteem’ is per abuis in eerste instantie niet al het aangeleverde monstermateriaal in behandeling genomen. Door middel van een aanvullende opdracht is het volledige monster geanalyseerd (min. 25 kg ds.). De verkregen analyseresultaten geven samen een compleet beeld van het onderzoek. Tabel 4.3:
Geselecteerde puinmonsters
Mengmonsters
Traject (m-mv)
Analysepakket
Doel
MM ASB 01
101 (0,00 - 0,30), 102 (0,00 - 0,40),
Asbest in puin
Vaststellen concentratie aan asbest
(14,0 kg.ds)
103 (0,00 - 0,40), 104 (0,00 - 0,40), Asbest in puin
Vaststellen concentratie aan asbest
105 (0,00 - 0,30) MM ASB 01
101 (0,00 - 0,30), 102 (0,00 - 0,40),
(13,9 kg)
103 (0,00 - 0,40), 104 (0,00 - 0,40), 105 (0,00 - 0,30)
4.7.
Analyseresultaten In tabel 4.4 zijn de resultaten van de asbest in puinanalyse weergegeven. De originele analysecertificaten zijn opgenomen als bijlage 7 en het toetsingskader in bijlage 9. Tabel 4.3:
Analyseresultaten puinanalyse
Mengmonsters
Omschrijving
Gewogen concentratie asbest in mg/kg ds.
Opmerking
MM ASB 01
101 (0,00 - 0,30), 102 (0,00 - 0,40),
<0,8
Geen asbest aangetoond
(emmer 1)
103 (0,00 - 0,40), 104 (0,00 - 0,40), <0,7
Geen asbest aangetoond
105 (0,00 - 0,30) MM ASB 01
101 (0,00 - 0,30), 102 (0,00 - 0,40),
(emmer 2)
103 (0,00 - 0,40), 104 (0,00 - 0,40), 105 (0,00 - 0,30)
4.8.
Interpretatie onderzoeksresultaten Ter plaatse van puinverharding zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. De maaiveldinspectie efficiëntie is vastgesteld op 70-90%. In totaal zijn in het puin 5 proefgaten met de hand gegraven. De puinverharding bestond uit menggranulaat en had een dikte variërend van 30 – 40cm. In het materiaal zijn zintuiglijk geen asbestverdachte materialen waargenomen. In het veld is een mengmonster van het gezeefde puin samengesteld. Uit de analyseresultaten blijkt dat in het mengmonster geen asbest is gemeten.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 24 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
5.
INFILTRATIEONDERZOEK
5.1.
Algemeen De doorlatendheid van de bodem wordt grotendeels bepaald door de bodemtextuur. In een bodem met een grove bodemtextuur zijn grotere poriën aanwezig dan in een bodem met een fijne bodemtextuur. De grootte van de poriën heeft invloed op de hoeveelheid water die door deze bodem kan stromen en de snelheid waarmee het door de bodem stroomt. Het voorkomen van zowel de fijne als de grove fractie in een bodemkolom kan ertoe leiden dat de grote poriën dichtslibben, wat de doorlatendheid van de bodem verlaagt. Bij anorganische bodemdeeltjes met een korrelgrootte tussen de 2,0 en 0,063 mm spreken we over zand, anorganische bodemdeeltjes met een korrelgrootte tussen de 0,063 en 0,002 mm vallen binnen de fractie silt. Kleideeltjes (lutum) zijn kleiner dan 0,002 mm. Voor de bepaling van de doorlatendheid zijn in-situ doorlatendheid-metingen uitgevoerd: In de onverzadigde zone (boven de grondwaterspiegel) volgens de CCHP-methode (Compact Constant Head Permeameter) en in de verzadigde zone (onder grondwaterspiegel) volgens de HoogHoudt-methode. De locaties van de meetpunten staan weergegeven op de situatietekening welke is opgenomen als bijlage 2.
CCHP-methode Met de CCHP-methode wordt de verzadigde horizontale doorlatendheid van de bodem in de onverzadigde zone gemeten. Hiervoor wordt een waterkolom met een bepaalde hoogte in het boorgat gerealiseerd waarna de hoeveelheid water wordt gemeten welke per tijdseenheid nodig is om de waterkolom op constante hoogte te houden. De meting wordt gestart wanneer het benodigde debiet min of meer constant is en de zogenaamde ‘steady state’ is bereikt. Hierna wordt de benodigde hoeveelheid water per tijdseenheid minimaal 3 maal gemeten. Aan de hand van deze resultaten wordt de k-waarde berekend.
5.2.
Onderzoeksinspanning Het infiltratieonderzoek is op 22 en 23 april 2021 uitgevoerd door de heer A. Zweers van Buro Antares. De werkzaamheden bestonden uit het plaatsen van 3 handboringen voor het bepalen van de doorlatendheid van de bodem. De doorlatendheid is bepaald aan de hand van de CCHP methode (Ksat01, Ksat02 en Ksat03) Tijdens het verkennend bodemonderzoek is gelet op de bodemopbouw en de aanwezigheid van storende bodemlagen zoals leem- en kleilagen. Uit de boorprofielen blijkt dat de toplaag bestaat uit matig fijn, zwak siltig, zwak humeus zand. De ondergrond bestaat voornamelijk uit matig fijn zwak siltig zand. Binnen de projectlocatie is een ‘storende’ leemlaag waargenomen. Ter plaatse van boring Ksat 01 is de bodemlaag van 1,3 tot 1,5 m-mv zwak leemhoudend. De onderliggende bodemlaag bestaat uit matig grof zand. Ter plekke van boring Ksat 02 bestaat de bodemlaag van 0,9 tot 1,3 m-mv uit leem welke zwak zandig is. De onderliggende bodemlaag bestaat uit matig fijn, zwak siltig zand. In de boring Ksat 03 zijn in de matig fijn zandige bodemlaag van 1,3 tot 1,5 mmv laagjes leem aangetroffen. De onderliggende bodemlaag bestaat uit matig fijn zwak siltig zand. Om de doorlatendheid van de bodemlagen te bepalen zijn 3 doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. Middels de CCHP methode is de k-waarde van de ondergrond onder de leemhoudende grond bepaald.
De gegevens zijn weergegeven in tabel 5.1.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 25 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
Tabel 5.1:
5.3.
Uitgevoerde infiltratiemetingen
Boring
Datum
Meettraject (m-mv)
Methode
Bodemtextuur van infiltratielaag
Ksat 01
23-4-2021
1,50-1,60
CCHP
Zand, matig grof, zwak siltig
Ksat 02
22-4-2021
1,50-1,60
CCHP
Zand, matig fijn, zwak siltig
Ksat 03
23-4-2021
1,60-1,70
CCHP
Zand, matig fijn, zwak siltig
Toetsingskader De doorlatendheid van grond is het vermogen van grond om vloeistof of gas door te laten en wordt uitgedrukt als de K-waarde in meters per dag. Deze waarde kan gedefinieerd worden als de evenredigheidsfactor in de wet van Darcy. In tabel 5.2 wordt de k-waarde geclassificeerd. Tabel 5.2:
5.4.
Classificatie van k-waarden
K-waarde (m/d)
Klasse
< 0,01
Zeer slecht
0,01-0,10
Slecht
0,10-0,50
Matig
0,50-1,0
Vrij goed
1,0-10
Goed
> 10
Zeer goed
Resultaten In tabel 5.3 is per boring, de diepte, de laagbeschrijving en de berekende k-waarde weergegeven. De berekeningen van de k-waarde zijn in bijlage 8 opgenomen. Tabel 5.3: Boring
Doorlatendheid
Meettraject
Methode
Bodembeschrijving
in m-mv
Ksat01
1,50-1,60
CCHP
Zand, matig grof, zwak
Ondoorlatende laag
Berekende k-factor in
Conclusie
aanwezig welke
m/dag
doorlatendheid
van invloed is op
Reeks
de k-waarde
1
2
3
Nee
2,45
2,29
2,35
Goed (2,35)
Reeks
Reeks
siltig
5.5.
Ksat02
1,50-1,60
CCHP
Zand, matig fijn, zwak siltig
Ja
0,37
0,55
0,53
Matig (0,48)
Ksat03
1,60-1,70
CCHP
Zand, matig fijn, zwak siltig
Nee
0,55
0,48
0,39
Matig (0,47)
Interpretatie onderzoeksresultaten Ten behoeve van de aanleg van infiltratievoorzieningen zijn verdeeld binnen het projectgebied 3 doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. De metingen zijn uitgevoerd in de ondergrond onder de leemhoude bodemlagen of zandhoudende bodemlaag met leemlaagjes. De ondergrond binnen de onderzoekslocatie bestaat voornamelijk uit matig fijn, zwak siltig zand. Plaatselijk is de grond matig grof. Binnen de projectlocatie komt in de ondergrond een storende bodemlaag bestaande uit leem voor. Uit de meetresultaten van Ksat01 blijkt dat de gemiddeld berekende K-waarde is vastgesteld op 2,35 m/dag. De matig grof zwak siltige ondergrond wordt hiermee geclassificeerd als ‘goed doorlatend’. Uit de meetresultaten van Ksat02 en Ksat03 blijkt dat het gemiddelde is vastgesteld op 0,48 m/dag en 0,47 m/dag. De matig fijn zwak siltige ondergrond wordt hierdoor geclassificeerd als ‘matig doorlatend’.
© Buro Antares, Kryptonstraat 12, 7031 GG DOETINCHEM, Postadres: Postbus 3073, 3316 LB DORDRECHT
Pagina 26 van 28
Project:
Diverse onderzoeken, Doesburgseweg 10a en omgeving te Wehl
Kenmerk:
MST\401081\31-05-2021\Versie 1
6.
SAMENVATTING EN CONCLUSIE
6.1.
Samenvatting Door Buro Antares is in opdracht van de gemeente Doetinchem in april 2021 een verkennend bodemonderzoek, een verkennend asbest in puinonderzoek en een infiltratieonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied Fokkenkamp ten noorden van de Doesburgseweg te Wehl. De aanleiding tot de onderzoeken komt voort uit de voorgenomen bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een woonwijk. Vooronderzoek Het doel van het milieuhygiënisch vooronderzoek is het verzamelen van (historische) informatie voor een adequate invulling van de uit te voeren werkzaamheden en draagt bij aan de verklaring van de resultaten. Uit het in 2013 uitgevoerde verkennend en nader bodemonderzoek blijkt dat er sprake is van een lokale spot met sterk verontreinigde grond. In het vooronderzoek zijn geen gegevens gevonden over het verwijderen van de bodemverontreiniging (eventuele bodemsanering). Er wordt dan ook aangenomen dat de aanwezige bodemverontreiniging nog aanwezig is. Voor het verwijderden van de ‘spot’ dient een Plan van Aanpak opgesteld te worden welke ter goedkeuring aan het bevoegd gezag (gemeente Doetinchem) voorgelegd dient te worden. Verkennend bodemonderzoek Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse.