CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1_03_Toelichting_Nader bodemonderzoek.pdf

beeldvormende raad 16 mei 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 6: Bestemmingsplan Augustinuspark Gaanderen - 2023 en beeldkwaliteitsplan Het Augustinuspark12.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 7: Weergave asbestdakenkaart 2.5 Voorgaande onderzoeken In relatie tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse en/of in de directe omgeving van onderhavige onderzoekslocatie is in het verleden het volgende gerapporteerd: - Verkennend bodemonderzoek Van Damstraat 19 te Gaanderen, Ecopart, kenmerk 13281, d.d. 10 juli 2003; Het onderzoek is ingesteld in het kader van de realisatie van een aanbouw. Uitkomsten van het onderzoek zijn niet bekend.

6

2.6 Geohydrologie Op basis van de geologische overzichtskaarten en grondwaterkaart van Nederland kan het volgende beeld van de bodemopbouw worden geschetst. Het maaiveld bevindt zich volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland op een hoogte van circa 15 m +NAP. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 13 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2 m -mv zou bevinden. Uit de grondwaterkaarten van TNO blijkt dat de regionale grondwaterstromingsrichting zuidwestelijk is gericht. Het grondwater is voor zover bekend niet onderhevig aan invloeden van buitenaf. 2.7 Locatie inspectie Bij de locatie inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen. De onderzoekslocatie werd aangetroffen zoals op basis van het vooronderzoek kon worden verwacht. Het terrein is gedeeltelijk verhard met tegels. Het terrein is niet opgehoogd. 2.8 Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek is gebleken dat er op de onderzoekslocatie een verdachte deellocatie aanwezig is. De verdachte deellocatie is hieronder weergegeven: - A: Ondergrondse HBO-tank Het overig terrein (deellocatie B genoemd) kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging worden beschouwd. De onderzoekslocatie is verdacht op het voorkomen van asbest in de bodem.

7

3.

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSOPZET

3.1 Verkennend bodemonderzoek Op basis van het vooronderzoek zijn een aantal deellocaties te onderscheiden. In onderstaande tabel zijn de onderzoeksstrategieën per deellocatie weergegeven. Deellocatie Oppervlakte Verwachte stoffen A: Ondergrondse HBO± 10 m2 Minerale olie tank B: Overig terrein ± 7400 m2 Onderzoeksstrategieën volgens NEN-5740: ONV: Onverdacht VEP-OO: Verdacht, één of meerdere ondergrondse opslagtanks

Onderzoeksstrategie VEP-OO ONV

Deellocatie A kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO)' gehanteerd. Deellocatie B kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een onverdachte locatie (ONV)' gehanteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Deellocatie A: Ondergrondse HBOtank

B: Overig terrein

Veldwerk Boringen 2 tot ± 3,5 m-mv

13 tot ± 0,5 m-mv 4 tot ± 2,0 m-mv

Peilbuizen 1

2

Analyses Grond Grondwater 2 Minerale olie (1x 1 Minerale olie + bovengrond nabij aromaten ontluchting, 1x ondergrond) 5 Standaardpakket grond 2 Standaardpakket + 3 PFAS grondwater

Standaardpakket grond: • Lutum en organische stof (volgens AS3010)(bovengrond en optioneel in de ondergrond) • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn) (volgens AS3010) • PCB's (volgens AS3010 en AS3020) • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (10 PAK uit Leidraad Bodembescherming, volgens AS3010) • Minerale olie (C10-40) )(volgens AS3010) Standaardpakket grondwater: • Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni, Zn)(volgens AS3110) • Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen, naftaleen) (volgens AS3110 en AS3130) • Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, chloorethenen, chloormethaan, chloroform, chloorethanen, chloorpropanen en bromoform) (volgens AS3110) • Minerale olie (C10-40), (volgens AS3110)

3.2 Verkennend asbestonderzoek De gehele locatie kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd en hiervoor wordt de 'Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld' gehanteerd. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal een visuele inspectie van het maaiveld worden uitgevoerd. Het maaiveld wordt hierbij steekproefsgewijs geïnspecteerd. De locatie wordt opgedeeld in inspectiestroken van 1,5 m en deze worden geïnspecteerd. In de onderstaande tabel is de onderzoeksopzet weergegeven. Aantal gaten in de verdachte laag (l*b*d) 17 (0,3m*0,3m*0,5m-mv) Asbest in grond (NEN 5707): • Droge stof • Fijne fractie asbest

Aantal gaten tot onderzijde verdachte laag 4

Analyses 4 Asbest in grond (NEN 5707)

8

3.3 Infiltratiemetingen onverzadigde zone Op een tweetal plaatsen zal de doorlatendheid van de grond worden bepaald. Voor de metingen wordt gebruik gemaakt van de zogeheten Aardvark Permeameter. De Aardvark is een volledig geautomatiseerde constant head permeameter voor de meting van de hydraulische conductiviteit. Het apparaat voert automatisch metingen uit waardoor afleesfouten of andere menselijke fouten zoveel mogelijk worden voorkomen.

9

4.

RESULTATEN

4.1 Visuele inspectie maaiveld In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de visuele inspectie van de toplaag opgenomen. Inspectiepunten Weersomstandigheden Type grond Conditie maaiveld

Resultaat Droog Zand Vochtig > 10 % Los Matige vegetatie 90%-100% Ja, verharding en vegetatie Nee

Inspectie-efficiëntie Beperkingen van de inspectie Asbestverdacht materiaal op het maaiveld aangetroffen?

4.2 Uitvoering veldwerk De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 31 augustus en 1 september 2021 en op 7 september 2021 is de peilbuis bemonsterd. Op de tekening in bijlage 3 staan de diverse boringen weergegeven. Het opgeboorde materiaal is beoordeeld op korrelgrootte (=textuur), kleur, geur, oliewaterreactie en andere bijzonderheden. Per proefgat wordt het uitkomende materiaal uitgespreid in lagen van circa 2 cm dik en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Vervolgens wordt al het uitkomende materiaal gezeefd (zeeffractie 20 mm) en worden de mengmonsters samengesteld. De bovengrond bestaat overwegend uit donkerbruin, matig fijn zand. Daaronder bestaat de ondergrond overwegend uit lichtbruin, matig fijn zand. De complete omschrijvingen van de boorprofielen staan vermeld in bijlage 4. In onderstaande tabel zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden weergegeven: Boring

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

03

Diepte boring (m -mv) 0,50

Zand

08 09 10 13 14 20 22

0,50 0,50 2,00 0,50 2,00 3,50 4,60

0,03 - 0,20 0,05 - 0,50 0,03 - 0,50 0,20 - 0,50 0,00 - 0,40 0,40 - 1,00 0,40 - 1,50

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

zwak glashoudend, zwak teerhoudend, Zwak brokjes teer zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend, Zand- cementpuin zwak puinhoudend, zwak plastichoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend

In de onderstaande tabel staan de meetresultaten van het grondwater weergegeven: Peilbuis 01 02 22

Filterstelling (m-mv) 3,40 - 4,40 3,25 - 4,25 3,50 - 4,50

Grondwaterstand (m-mv) 3,00 3,00 2,96

Zuurgraad (pH) 6,1 6,0 6,8

Geleidbaarheid EGV (µS/cm) 320 450 350

Troebelheid (NTU) 6,77 2,98 15

Geen van de gemeten waarden van de zuurgraad en de geleidbaarheid wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. De waarde van de troebelheid van peilbuis 22 is verhoogd t.o.v. de natuurlijke achtergrondwaarde (tussen 0 en 10 NTU). Deze hoge troebelheid kan een overschatting van organische parameters ten gevolg hebben.

10

4.3 Samenstelling (meng)monsters en chemische analyses Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn (meng)monsters samengesteld van de grond. In onderstaande tabel staan de mengmonsters weergegeven. Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Deellocatie Grond(meng)monster(s) A: MM06 Ondergrondse HBO-tank 20-1

B: Overig terrein

Samenstelling 20 (3,00 - 3,50) + 21 (3,00 - 3,50) + 22 (3,00 - 3,50)

Traject (m-mv) 3,00 - 3,50

20 (0,00 - 0,40)

0,00 - 0,40

01 (0,00 - 0,50) + 04 (0,00 - 0,50) + 05 (0,00 - 0,50) + 06 (0,00 - 0,50) + 07 (0,03 - 0,50) + 17 (0,00 - 0,50) + 18 (0,00 - 0,40) + 19 (0,00 - 0,50) 02 (0,00 - 0,50) + 11 (0,10 - 0,50) + 12 (0,03 - 0,50) + 15 (0,00 - 0,50) + 16 (0,00 - 0,50)

0,00 - 0,50

MM03

08 (0,03 - 0,20) + 09 (0,05 - 0,50) + 10 (0,03 - 0,50) + 13 (0,20 - 0,50) + 14 (0,00 - 0,40)

0,00 - 0,50

MM04

0,50 - 1,70

03-1

01 (1,00 - 1,50) + 01 (1,50 - 1,70) + 14 (0,50 - 1,00) 02 (0,50 - 1,00) + 02 (1,00 - 1,50) + 05 (0,50 - 1,00) + 05 (1,00 - 1,50) + 10 (0,50 - 1,00) + 10 (1,00 - 1,70) + 17 (0,50 - 1,00) + 17 (1,00 - 1,50) 03 (0,00 - 0,50)

Grondwatermonster(s) 22-1-1

MM01

MM02

MM05

0,00 - 0,50

0,50 - 1,70

Analyses Lutum + Organische stof, Minerale Olie (C10-C40) Lutum + Organische stof, Minerale Olie (C10-C40) PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS PFAS (28) Handelingskader, Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS Standaardpakket grond incl. LUOS

0,00 - 0,50

Standaardpakket grond incl. LUOS

-

Traject (m-mv) 3,50 - 4,50

Analyses BTEXN + Minerale olie GC

01-1-1

-

3,40 - 4,40

02-1-1

-

3,25 - 4,25

Standaardpakket grondwater Standaardpakket grondwater

Deellocatie A: Ondergrondse HBO-tank B: Overig terrein

Verkennend asbestonderzoek (NEN 5707) Deellocatie Grond(meng)monster(s) B: Overig terrein Asmm01-1

Samenstelling

Gat 03-06

Samenstelling

Traject (m-mv) 0,00 - 0,50

Asmm02-1

Gat 07-11

0,03 - 0,50

Asmm03-1

Gat 12-15

0,00 - 0,50

Asmm04-1

Gat 16-19

0,00 - 0,50

Analyse Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016

Motivatie: MM06 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de ondergrond ter plaatse van deellocatie A. 20-1 wordt separaat geanalyseerd. Het monster is genomen ter plaatse van de ontluchting ter plaatse van deellocatie A. MM01 en MM02 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de zintuiglijk schone bovengrond ter plaatse van deellocatie B. MM03 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de puinhoudende bovengrond ter plaatse van deellocatie B. MM04 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de humeuze ondergrond ter plaatse van deellocatie B.

11

MM05 is samengesteld uit de individuele grondmonsters van de zanderige ondergrond ter plaatse van deellocatie B. 03-1 wordt separaat geanalyseerd in verband met de zintuiglijke bijmenging van glas, en teer. ASMM01 t/m ASMM04 zijn samengesteld uit de individuele grondmonsters van de bovengrond. 4.4 Interpretatie analyseresultaten verkennend bodemonderzoek In bijlage 5 zijn de analyserapporten van de grond opgenomen, in bijlage 6 van het asbest en in bijlage 7 van het grondwater. De toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage 8. De gemeten gehalten zijn met behulp van het organisch stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. In de onderstaande tabel worden de concentraties aangegeven die de geldende toetsingskaders overschrijden, daarnaast is een indicatie van de te verwachten bodemkwaliteitsklasse volgens het Besluit Bodemkwaliteit weergegeven. Deellocatie A: Ondergrondse HBO-tank B: Overig terrein

Grond (meng)monster(s) MM06 20-1

Traject (m-mv) 3,00 - 3,50 0,00 - 0,40

Gehalte > AW/S

Gehalte > T

Gehalte > I

Indicatie BBK

-

-

-

AW AW

MM01 MM02 MM03 MM04 MM05 03-1

0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,50 - 1,70 0,50 - 1,70 0,00 - 0,50

PAK Lood Lood Zink Cadmium Lood

PCB

-

AW AW AW Wonen AW NT > Industrie

-

-

-

N.v.t.

Deellocatie Grondwatermonster(s) A: 22-1-1 3,50 - 4,50 Ondergrondse HBO-tank B: Overig 01-1-1 3,40 - 4,40 terrein 02-1-1 3,25 - 4,25 Betekenis van de tekens en afkortingen WBB: S = streefwaarde AW = achtergrondwaarde (licht verontreinigd) T = tussenwaarde (matig verontreinigd) I = interventiewaarde (sterk verontreinigd) - = onder achtergrondwaarde of detectiegrens

Barium N.v.t. N.v.t. Betekenis van de afkortingen BBK: AW= toepasbaar voldoet aan Achtergrondwaarde Wonen= toepasbaar (functieklasse Wonen) Industrie= toepasbaar (functieklasse industrie) NT= niet toepasbaar

Toelichting: In monster 03-1 is een matig verhoogd gehalte PCB aangetroffen. Hierdoor is ter plaatse nader onderzoek benodigd. PCB's werden onder andere toegepast als isolatievloeistof in transformatoren, als hydraulische vloeistof, koelvloeistof en weekmaker in kunststoffen. Voor zover bekend is op de onderzoekslocatie geen bron aanwezig of aanwezig geweest die een dergelijke verontreiniging met PCB’s veroorzaakt kan hebben. In grondmengmonster MM02 van de bovengrond voldoen de aangetroffen gehalten PFAS niet aan de normering voor ‘vrije’ toepassing op land. Mocht deze grond worden afgevoerd dan dient hier rekening mee gehouden te worden. De bodemkwaliteit ter plaatse van 03-1 voldoet niet aan bodemkwaliteitsklasse Wonen, bij eventuele herinrichting/ gebruikswijziging dient hier rekening mee te worden gehouden. Het is bekend dat in de grond en in het grondwater zware metalen in sterk fluctuerende gehalten kunnen voorkomen, zowel door natuurlijke bronnen als door menselijke activiteiten veroorzaakt. De gehalten betreffen dan (natuurlijke) achtergrondwaarden.

12

De verhoogde gehalten PAK in de grond kunnen veroorzaakt worden door antropogene bestandsdelen (puin/kooldeeltjes) en/of door microscopisch kleine deeltjes (bijv. roet). Het betreffen dan diffuus verspreide verontreinigingen. In de grondmengmonsters MM01 en MM03 van de bovengrond voldoen de aangetroffen gehalten PFAS aan de normering voor ‘vrije’ toepassing op land. De algehele bodemkwaliteit voldoet, met uitzondering van 03-1, aan bodemkwaliteitsklasse Wonen. 4.5 Interpretatie analyseresultaten verkennend asbestonderzoek In bijlage 6 zijn de analyserapporten van het asbest opgenomen. Bij het asbestonderzoek zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In zowel de grove als in de fijne fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen. 4.6 Infiltratiemetingen onverzadigde zone De waterdoorlatendheid van de onverzadigde bodemlagen is bepaald met de constant head methode. Hierbij is de doorlatendheid bepaald van de onverzadigde zone. In onderstaande tabel is een classificatie van de doorlatendheid weergegeven. K-waarde Classificatie (8A) (m/dag) <0,01 Zeer slecht doorlatend 0,01 – 0,1 Slecht doorlatend 0,1 – 0,5 Matig doorlatend 0,5 – 1,0 Vrij goed doorlatend 1,0 – 10 Goed doorlatend >10 Zeer goed doorlatend (*A) Classificatie (m/d) (bron: Cultuurtechnisch Vademecum, 2000)

Op een tweetal plaatsen zijn de K-waarden bepaald. Deze zijn in onderstaande tabel weergegeven. In bijlage 5 zijn de uitgewerkte meetgegevens opgenomen. K-waarde bepalingen Boring K01 K01a K02

Grondwaterstand (m-mv) 3,00 3,00 2,70

Infiltratiediepte (m-mv) 2,00- 2,20 2,00- 2,20 1,60- 2,00

Grondsoort Matig fijn, zwak siltig, zand Matig fijn, zwak siltig, zand Matig fijn, zwak siltig, zand

K-waarde (m/dag) 47,38 47,58 19,01

Classificatie doorlatendheid Zeer goed Zeer goed Zeer goed

Aangezien de K-waarde ter plaatse van K01 significant hoger uitviel dan ter plaatse van K02 is een nieuwe meting (K01a) uitgevoerd ter controle. Deze bleek een vergelijkbare, hoge waarde te geven. Op basis van de verkregen gegevens is de doorlatendheid van de bodem als ‘zeer goed’ te beoordelen.

13

5.

CONCLUSIE

5.1 Algemeen In opdracht van Gemeente Doetinchem heeft Milieutechniek Rouwmaat een verkennend bodem- en asbestonderzoek verricht aan de Van Damstraat 19 te Gaanderen (gemeente Doetinchem). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en bouwvergunning. 5.2 Conclusie en aanbevelingen Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: ▪ Tijdens de veldwerkzaamheden is zintuiglijke bijmenging van glas, puin en teer aangetroffen. ▪ In monster 03-1 is een matig verhoogd gehalte PCB aangetroffen. Hierdoor is ter plaatse nader onderzoek benodigd. ▪ In grondmengmonster MM02 van de bovengrond voldoen de aangetroffen gehalten PFAS niet aan de normering voor ‘vrije’ toepassing op land. Mocht deze grond worden afgevoerd dan dient hier rekening mee gehouden te worden. ▪ De bodemkwaliteit ter plaatse van 03-1 voldoet niet aan bodemkwaliteitsklasse Wonen, bij eventuele herinrichting/ gebruikswijziging dient hier rekening mee te worden gehouden. ▪ ▪ ▪ ▪

▪

De elders op het terrein aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond en in het grondwater vormen geen belemmering voor het toekomstige gebruik. In de grondmengmonsters MM01 en MM03 van de bovengrond voldoen de aangetroffen gehalten PFAS aan de normering voor ‘vrije’ toepassing op land. De algehele bodemkwaliteit voldoet, met uitzondering van 03-1, aan bodemkwaliteitsklasse Wonen. De hypothese voor het bodemonderzoek van deellocatie A “Deellocatie A kan op basis van het vooronderzoek als verdacht worden beschouwd” wordt verworpen aangezien geen verhoogde gehalten zijn aangetroffen. De hypothese voor het bodemonderzoek van deellocatie B “Deellocatie B kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd” wordt verworpen aangezien licht tot matig verhoogde gehalten zijn aangetroffen.

▪

Op basis van de verkregen gegevens is de doorlatendheid van de bodem als ‘zeer goed’ te beoordelen.

▪

Bij het asbestonderzoek zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In zowel de grove als in de fijne fractie van de bodem is over de gehele locatie geen asbest aangetroffen. De hypothese voor het asbestonderzoek “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als heterogeen verdacht worden beschouwd” wordt verworpen.

▪

Op basis van het matig verhoogde gehalte PCB welke is aangetroffen in de bovengrond ter plaatse van boring 03, dient een nader onderzoek uitgevoerd te worden naar de aard en omvang van de verontreiniging. Hierbij dient bepaald te worden of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (meer dan 25 m3 verontreinigde grond). Dit betekent dat de verontreiniging in zowel het horizontale als in het verticale vlak afgeperkt dient te worden middels een aantal aanvullende boringen. Indien blijkt dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, zal bepaald dienen te worden of er sprake is van een spoedeisend geval. Opmerking Eventueel vrijkomende grond kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen. Mocht de grond naar elders worden getransporteerd, dient te worden nagegaan in hoeverre de kwaliteit van de af te voeren grond overeenstemt met de verwerkingsmogelijkheden die voor de betreffende stort- c.q. hergebruikslocatie gelden. Deze zijn geformuleerd in het Besluit bodemkwaliteit. Aanbevolen wordt dan ook de eindverwerkingslocatie in overleg met het bevoegd gezag vast te stellen. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.

14

Legenda Bebouwing Locatiegrens Klinker 0

5

10

15

20

25 m

Tegels Ondergrondse tank Ontluchting Asbestgat + boring tot 0,5 m-mv Asbestgat + boring tot 2,0 m-mv Boring tot 3,5 m -mv Peilbuis en bepaling K-factor

Situatietekening met monsternamepunten

A3

Bodemonderzoek Van Damstraat 19 Gaanderen

SCHAAL: 1:500

PROJECTNUMMER: 210323

GETEKEND: NTB DATUM:10-9-2021 BIJLAGE: 3

BIJLAGE 9 ONAFHANKELIJKHEIDSVERKLARING

BIJLAGE 10 TOEGEPASTE NORMEN

NEN 5104 NEN 5707 NEN 5709

Geotechniek Asbest Bodem

Classificatie van onverharde grondmonsters Bodem- Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem Monstervoorbehandeling voor de bepaling van organische en anorganische parameters in grond NEN 5725 Bodem Richtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, orienterend en nader onderzoek NEN 5740 Bodem Onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek NPR 5741 Bodem Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek NPR 6616 Water en slib Routinebepaling van de pH NEN 5742 Bodem Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische bodemkenmerken. NEN 5743 Bodem Monsterneming van grond en sediment t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. NEN 5744 Bodem Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig vluchtige organische verbindingen en fysisch/chemische eigenschappen. NEN 5745 Bodem Monsterneming van grondwater t.b.v. de bepaling van vluchtige verbindingen. NEN 5120 Geotechniek Bepaling van stijghoogten van grondwater door middel van peilbuizen . NEN 5751 Bodem Voorbereiding van het monster voor fysisch-chemische analyses NEN 5733 Bodem Bepaling van de korrelgrootte m.b.v.

zeef en pipet NEN 5766 Bodem Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek NEN 5861 Milieu Procedures voor monsteroverdracht NEN-EN-ISO 5667- Water Bemonstering - Deel 3: Richtlijnen voor de conservering en behandeling 3 van watermonsters NEN 5897 Asbest Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat NEN-ISO 7888 Water Bepaling van het elektrisch geleidingsvermogen SIKB protocol 2001 Milieu Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen SIKB protocol 2002 Water Het nemen van grondwatermonsters SIKB protocol 2018 Asbest Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/8153/documents/46730