CConstaterende datDoetinchem
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 03_B5_Toelichting_Rapport nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem V1.0.pdf

beeldvormende raad 14 maart 2024, gemeente DoetinchemBij agendapunt: 4: Bestemmingsplan Hulleweg 5 en 7 - 20234.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hulleweg 5 te Doetinchem - Nader onderzoek naar vleermuizen en gierzwaluw -

Opdrachtgever

De heer Van den Broek

Data veldbezoeken

Diverse data 2022/2023

Kenmerk rapport

N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem

Datum rapport

18 augustus 2023

Versie

1.0

Auteur

ing. W. Egging

Controle

ing. J.M. de Wever

EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Abraham Teerlinkstraat 10 7424 DM Deventer Bezoekadres: Keulenstraat 10 7418 ET Deventer www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418

Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming

Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE

1 INLEIDING

4

1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT

4 4 4 5

2 ONDERZOEKSOPZET

6

2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEKEN

6 6

3 SITUATIEBESCHRIJVING

8

3.1 PLANGEBIED 3.2 VOORGENOMEN INGREPEN

8 9

4 BEVINGINGEN ONDERZOEK EN TOETSING 4.1 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK 4.2 VLEERMUIZEN 4.3 GIERZWALUW 4.4 OVERIGE WAARNEMINGEN 4.5 ALGEMENE ZORGPLICHT 4.6 VOLLEDIGE UITSLUITING AANWEZIGHEID

5 CONCLUSIE

11 11 11 16 16 17 17

18

BIJLAGEN 1. Waarnemingen 2. Wettelijk kader 3. Factsheet Gewone dwergvleermuis 4. Factsheet Gewone grootoorvleermuis 5. Factsheet Laatvlieger 6. Bronnen

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 3

1 INLEIDING In opdracht van de heer Van den Broek heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Hulleweg 5 te Doetinchem een nader onderzoek naar vleermuizen en gierzwaluw uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming. 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens de opstallen van het waterpompstation en het transformatorhuisje te herontwikkelen, waarbij 4 woningen en 6 recreatieve verblijven in de bestaande opstallen worden gerealiseerd. In dit kader is door EcoTierra-ecologisch adviesbureau in mei 2022 een quickscan flora en fauna (Q2022-WE-2036 - Quickscan flora en fauna Hulleweg 5 te Doetinchem, mei 2023, versie 4.0) uitgevoerd. Uit dat onderzoek kwam naar voren dat de aanwezigheid van vaste en jaarrond beschermde verblijfplaatsen/ nestlocaties van vleermuizen en gierzwaluw op basis van dat veldbezoek niet uitgesloten kon worden en dat nader onderzoek naar deze soort/ soortgroep noodzakelijk was. 1.2 Doelstelling Het doel van het nader onderzoek is vast te stellen of de voorgenomen ingrepen een overtreding van de vigerende natuurwetten tot gevolg hebben aangaande de onderzochte soorten.

Om dit inzicht te verkrijgen worden, onder andere, de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied vaste verblijfplaatsen van vleermuizen en/of jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw aanwezig? • hoeveel eventueel aanwezige jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw zijn er aanwezig? • welke overige functie(s) heeft het plangebied voor de eventueel aanwezige soorten? • wat zijn de gevolgen van de ingrepen (welke verbodsbepalingen worden overtreden) en zijn er mitigerende maatregelen te nemen om overtreding van de wet te voorkomen? • dient er een ontheffing te worden aangevraagd? 1.3 Volledigheid onderzoek Het vleermuizenonderzoek is onder andere uitgevoerd op basis van het ‘Vleermuizenprotocol 2021’. Tevens zijn de onderzoeksmethodes zoals beschreven in de Kennisdocumenten Gewone dwergvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis en Gierzwaluw van BIJ12 (versies 1.0, juli 2017) en in het document van het NGB ‘Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming (versie juli 2017)’ zo veel mogelijk gehanteerd. Door het hanteren van de Kennisdocumenten en overig goedgekeurde inventarisatiemethodes kan bij een eventuele zienswijze worden aangetoond dat de noodzakelijke onderzoeksinspanning is verricht. Mogelijk zijn er, ondanks de volledigheid van het onderzoek, exemplaren niet waargenomen.

Ondanks de meerdere onderzoeksrondes blijft er sprake van momentopnamen.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 4

1.4 Geldigheidsduur rapport Voor Habitat- en Vogelrichtlijnsoorten dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd (wanneer er weinig (fysieke) verandering in de situatie heeft plaatsgevonden).

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 5

2 ONDERZOEKSOPZET Om een goed beeld te verkrijgen hoe en of het plangebied gebruikt wordt door de genoemde soort/ soortgroep heeft er een bronnenonderzoek plaatsgevonden en is het plangebied vervolgens meerdere malen in 2022 en 2023 bezocht in de daarvoor geschikte periodes en onder de juiste weersomstandigheden. Het volledige onderzoek is door EcoTierra- ecologisch adviesbureau uitgevoerd. EcoTierra heeft ruime ervaring met het uitvoeren van onderzoeken naar de onderzochte soort/ soortgroep. 2.1 Bronnenonderzoek Voorafgaande aan het onderzoek zijn de beschikbare gegevens van de NDFF bestudeerd. 2.2 Veldbezoeken Er is voor elke soort/ soortgroep een specifieke onderzoeksmethode gebruikt. De methodes worden in deze paragraaf beschreven. Vleermuizen Tijdens de (schemer)onderzoeken is met behulp van een batdetector, batlogger, zaklamp, warmtebeeldcamera en zoomcamera zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van vleermuizen. Het vleermuizenonderzoek bestaat uit twee onderdelen, namelijk een visuele inspectie bij daglicht en onderzoeken tijdens de schemeruren. Tijdens de visuele inspectie zijn elementen als vensterbanken, muren en tegels onderzocht op uitwerpselen en vegen van vleermuizen.

Tijdens de schemer-/ nachtonderzoeken wordt door middel en met behulp van visuele waarnemingen (zicht en met behulp van de warmtebeeldcamera Pulsar Helion 2 XP pro) en een batdetector (Pettersson D240X, batlogger M/M2) onderzocht of vleermuizen gebruik maken van het plangebied. De batloggers nemen ultrasone geluiden op die later geanalyseerd kunnen worden. Voor soorten van het Myotis geslacht kan dit noodzakelijk zijn om tot een correcte determinatie te komen. Het onderzoek in de avondschemer is bedoeld om uitvliegende exemplaren te kunnen waarnemen. Vleermuizen warmen gedurende de dag op in hun verblijfplaats en vliegen rond de schemer uit om op jacht te gaan naar insecten. In de ochtenduren keren ze terug naar hun verblijfplaats, zodat invliegende exemplaren waargenomen kunnen worden. Gedurende de onderzoeken wordt tevens gelet op sociale roepen en baltsgedrag. Er is tevens onderzocht of er een massawinterverblijf aanwezig is. Met behulp van cameravallen (3 cameravallen (verschillende merken)) in het najaar van 2022 en in het voorjaar van 2023 is getracht de vliegbewegingen van de vleermuizen en toegang tot de zolders in kaart te brengen. Gierzwaluw Het onderzoek naar de gierzwaluw is uitgevoerd zoals beschreven in het Kennisdocument Gierzwaluw van BIJ12 (versie 1.0 juli 2017). Dit Kennisdocument schrijft drie onderzoeken in de periode 1 juni – 15 juli voor.

Tevens is er voor en na de vleermuizenonderzoeken “getaped”. Dit is het afspelen van gierzwaluwengeluid om een reactie vanuit het nest uit te lokken.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 6

Onderzoeksdata en informatie Datum

Tijdstip

18-08-2022

Avond Start: 21:00 Eind: 00:15 Avond Start: 21:30 Eind: 00:30 Overdag Start: 10:00 Eind: 12:00 Avond Start: 19:30 Eind: 01:30

12-09-2022

02-02-2023

01-06-2023

20-06-2023

29-06-2023

10-07-2023

11-07-2023

02-08-2023

16-08-2023

Avond Start: 19:30 Eind: 22:30 Ochtend Start: 03:00 Eind: 07:00 Avond Start: 19:55 Eind: 00:30 Avond Start: 20:00 Eind: 23:15 Avond Start: 23:30 Eind: 02:15 Avond Start: 23:30 Eind: 02:15

Aantal onderzoekers 2

Onderzochte soort Vleermuis

Onderzochte functie

2

Vleermuis

1

Vleermuis

Winterverblijf Ophalen cameravallen

8°C, miezer, 2 Bft, bewolkt

4

Vleermuis

18°C, droog, 2 Bft, helder

3

Gierzwaluw Gierzwaluw

Zomer-/kraamverblijf Plaatsen cameravallen op zolders Nest Nest

3

Vleermuis Gierzwaluw

Zomer-/kraamverblijf Nest

17°C, droog, 1 Bft, helder

4

Vleermuis

18°C, droog, 2 Bft, half bewolkt

2

Gierzwaluw Vleermuis

2

(Gierzwaluw) Vleermuis

Zomer-/ kraamverblijf Ophalen cameravallen Nest Uitvliegonderzoek kraamverblijf (Nest) Massawinterverblijf

2

Vleermuis

Massawinterverblijf

22°C, droog, 2 Bft, helder

Paarverblijf/ winterverblijf Plaatsen cameravallen op zolders Paarverblijf/ winterverblijf

Weersgesteldheid (minimum temperatuur) 21°C, droog, 1 Bft, helder

20°C, droog, 1 Bft, half bewolkt

24°C, droog, 1 Bft, helder

19°C, droog, 1 Bft, helder

19°C, droog, 2 Bft, bewolkt

Tabel 1: Onderzoeksdata en informatie veldbezoeken.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 7

3 SITUATIEBESCHRIJVING 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van Doetinchem en betreft het voormalige waterpompstation “De Pol” met een transformatorhuisje. Het pompstation bestaat uit verschillende geschakelde opstallen, bestaande uit een kantoor, filterkamers, pompenkamers, ontijzerkamers, opslag- en beluchtingsruimtes en een werkplaats.

Afbeelding 1: Situering plangebied (bron: PDOK).

Foto’s: Plangebied in de avond en met warmtebeeldcamera in de nacht (bron: EcoTierra).

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 8

Afbeelding 2: Plattegrond pompstation “De Pol” (bron: Dhr. Van den Broek).

3.2 Voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens de opstallen van het pompstation te herontwikkelen, waarbij 4 woningen en 5 recreatieve verblijven in het bestaande waterpompstation worden gerealiseerd. Het transformatorhuisje wordt eveneens als gastenverblijf ingericht. De geplande ingrepen zijn met name van toepassing op de binnenzijde van de opstallen. Het dak van het waterpompstation blijft grotendeels onaangetast. Wel vinden er een aantal kleine ingrepen plaats zoals het plaatsen/ vervangen van dakramen, plaatsen van zonnepanelen en het verwijderen/ plaatsen van dakdoorvoeren. In februari 2023 is er overleg geweest met de stadsecoloog van de gemeente Doetinchem, naar aanleiding van dat overleg en de haalbaarheid van de bestemmingsplanwijziging heeft de initiatiefnemer besloten de ingrepen op de zolders uit zijn planontwikkeling te schrappen. De aanwezige zolders (die geschikt zijn voor vleermuizen) blijven daarmee behouden voor deze soort. Dit zijn de oranje omcirkelde zolders, afbeelding 3. De toekomstige woningen worden hier van binnenuit geïsoleerd (tot de zoldervloer). Wel wordt de toegang, die momenteel aanwezig is vanaf de eerste verdieping, naar beide zolders dichtgemetseld. De eerste verdieping wordt namelijk in gebruik genomen als woonruimte.

Eén zolder blijft toegankelijk via de reeds aanwezige vlizotrap de andere zolder krijgt ook een toegang via een vlizotrap. Er vindt geen na-isolatie van spouwmuren plaats. In de gevels worden wel op een aantal plaatsen kozijnen vervangen/ geplaatst en doorvoeren gecreëerd voor onder meer afzuiging in de keukens/ badkamers.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 9

Afbeelding 3: Indruk van de gewenste situatie (bron: Plan Architecten, versie 2023 revisie 02-02).

Foto’s: Dicht te metselen toegangen naar de zolders. (bron: EcoTierra).

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 10

4 BEVINGINGEN ONDERZOEK EN TOETSING Hieronder worden de bevindingen van de onderzoeken besproken, allereerst de bevindingen van het bronnenonderzoek en vervolgens de bevindingen van het veldonderzoek. De bevindingen van het veldonderzoek worden in bijlage 1 weergegeven op kaart. 4.1 Bevindingen bronnenonderzoek In de geraadpleegde verspreidingsatlassen (NDFF) zijn relevante waarnemingen van gewone grootoorvleermuis (4 exemplaren) en franjestaart aangetroffen. De waarnemingen van gewone grootoorvleermuis en franjestaart zijn aan de rand van het plangebied weergegeven, maar hebben betrekking op een vleermuizen wintertelling (protocol; “17.201 Monitoren van vleermuizen in de winter”) die heeft plaatsgevonden in de opstallen. In de directe omgeving zijn geen relevante waarnemingen aangetroffen. 4.2 Vleermuizen Zomerverblijf In de ochtend van 29 juni 2023 zijn drie zomerverblijven vastgesteld. Eén zomerverblijf van een gewone grootoorvleermuis en twee zomerverblijven van de gewone dwergvleermuis. De verblijven bevinden zich in het dak van het filtergebouw van het waterpompstation en zijn bereikbaar via de gevelpannen. Tijdens de avondonderzoeken zijn eveneens zomerverblijven aangetoond. Hierbij zijn drie gewone dwergvleermuizen en een laatvlieger uitvlogen. Ook deze kwamen van onder een gevelpan uitgevlogen.

Twee van de gewone dwergvleermuizen vlogen uit bij een reeds ontdekt zomerverblijf. De laatvlieger aan de zuidwestzijde van het waterpompstation. Tijdens de verschillende onderzoeksrondes zijn in totaal twee hangende exemplaren van de gewone grootoorvleermuis aangetroffen op één zolder, dit betreft de zolder van het filtergebouw. In totaal zijn er vier zomerverblijven van de gewone dwergvleermuis, één zomerverblijf van laatvlieger en twee zomerverblijven van de gewone grootoorvleermuis aangetoond. Er zijn geen zomerverblijven van andere soorten aangetoond. In het transformatorhuisje zijn geen zomerverblijven vastgesteld.

Foto’s: Locaties van 2 van de 4 zomerverblijven van de gewone dwergvleermuis (bron: EcoTierra).

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 11

Foto’s: Twee hangende gewone grootoorvleermuizen op de zolder van het filtergebouw (bron: EcoTierra).

Foto’s: Etende gewone grootoorvleermuis aan een balk op één van de zolders (bron: EcoTierra).

Op basis van het cameravalonderzoek op de zolders en eerste verdieping is getracht de vliegbewegingen en toegang tot de zolders in kaart te brengen. Op zowel de zolder van het filtergebouw, de pompenkamer en de eerste verdieping zijn vliegbewegingen waargenomen. Op de zolders van het filtergebouw (daar zijn de verblijfplaatsen aangetoond) en de pompenkamer bevinden zich ook veel sporen. Op de eerste verdieping zijn nimmer sporen en verblijfplaatsen waargenomen. In deze ruimte zijn ook veel ramen aanwezig waardoor er in deze ruimte teveel daglicht aanwezig is voor vleermuizen. De eerste verdieping lijkt te fungeren als oversteek tussen de zolders.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 12

De locatie(s) waar de vleermuizen binnen komen is helaas niet duidelijk geworden uit het cameravalonderzoek, er is geen duidelijke eenduidige richting of locatie vastgesteld. Paarverblijf Tijdens de najaarsonderzoeken zijn sociale roepjes van de gewone dwergvleermuis waargenomen aan de zuidoost- en noordwestzijde van de opstallen. Ook tikte de baltsende vleermuizen meermaals de gevelpannen aan op dezelfde locaties als de vastgestelde zomerverblijven. Er kan derhalve vanuit worden gegaan dat deze twee zomerverblijven ook als paarverblijf worden gebruikt. Er zijn geen paarverblijven van andere soorten vastgesteld of verblijven op een andere plek binnen het plangebied. Kraamverblijf Er is binnen het plangebied een kraamverblijf van gewone dwergvleermuizen aangetoond ter hoogte van de gevelpannen aan de zuidgevel van het waterpompstation. Op de avond van 10 juli 2023 zijn er 32 uitvliegende gewone dwergvleermuizen vastgesteld tussen 20:20 en 23:15. Ook zijn er, startende voor middernacht, terugkerende exemplaren waargenomen. De vleermuizen vliegen uit op circa 5 plekken aan de rechterzijde van het dakvlak en uit de nokpan. Op 11 juli 2023 is het plangebied nogmaals bezocht om het aantal individuen binnen het kraamverblijf vast te stellen. Op deze avond vlogen er 54 exemplaren uit.

Foto: Uitvliegende gewone dwergvleermuis ter plaatse van de gevelpannen (bron: EcoTierra).

Het kraamverblijf van de gewone dwergvleermuizen is laat in het seizoen vastgesteld. Kraamverblijfplaatsen worden gebruikt van begin mei tot half juli. De verwachting is dat het aangetroffen kraamverblijf onderdeel is van een uit elkaar gevallen (groter) verblijf in de omgeving of een verhuisd kraamverblijf. In het transformatorhuisje is geen kraamverblijf vastgesteld.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 13

Winterverblijf Zomer- en/of paarverblijven van gewone dwergvleermuizen en laatvlieger kunnen een aanwijzing zijn dat de aanwezige individuen de locatie ook als winterverblijf gebruiken. Dergelijke verblijfplaatsen zijn aangetoond in het pompstation. De opstallen zijn qua constructie geschikt als winterverblijf. Op de camerabeelden op de zolders zijn ook in de winterperiode nog vliegende gewone grootoorvleermuizen waargenomen, zelfs bij een temperatuur van -5°C. Op 2 februari 2023 heeft er een uitgebreide wintercheck plaatsgevonden. Tijdens deze controle zijn geen vleermuizen waargenomen, mogelijk zaten de vleermuizen zo weggekropen dat deze niet waarneembaar waren of zijn ze vertrokken naar een ander winterverblijf. Het is bekend dat gewone grootoorvleermuizen naar kelders, groeven, grotten en bunkers vertrekken als hun huidige verblijfplaats te koud wordt. Desondanks dient er voor zowel de gewone grootoorvleermuizen als de gewone dwergvleermuizen en laatvlieger vanuit gegaan te worden dat deze ook in de winter aanwezig kunnen zijn.

Foto: Vliegende gewone grootoorvleermuis op de eerste verdieping richting één van de zolders (bron: EcoTierra).

In het transformatorhuisje zijn geen winterverblijven te verwachten. Massawinterverblijf Op basis van de informatie van de initiatiefnemer werd er tijdens de quickscan van uitgegaan dat er slechts bij één van de geschakelde gebouwen een spouwmuur aanwezig was. Uit de daaropvolgende veldbezoeken en asbestinventarisatie bleek dat alle opstallen beschikken over spouwmuren. Ten tijde van deze ontdekking was de onderzoeksperiode naar massawinterverblijf reeds voorbij. Derhalve is er alsnog onderzoek gedaan naar de functie van massawinterverblijf in 2023. Hierbij is gelet op zogeheten “zwermgedrag”. Er is geen zwermgedrag waargenomen, de opstallen worden niet gebruikt als massawinterverblijf. Foerageergebied en vliegroute In het plangebied zijn rondom de opstallen foeragerende gewone dwergvleermuizen, laatvlieger en gewone grootoorvleermuizen waargenomen.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 14

Ten zuidoosten van het plangebied, nabij de groenstructuren, wordt veel gefoerageerd door gewone dwergvleermuizen. Het plangebied betreft geen significant foerageergebied van de genoemde soorten. Er zijn overvliegende rosse vleermuizen en laatvliegers waargenomen. Er zijn geen essentiële vliegroutes aanwezig binnen het plangebied. Toetsing Vleermuizen zijn beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming op basis van het feit dat de soort is opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op vleermuizen, onder andere: 1. Het is verboden vleermuizen in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden deze dieren opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. (Bron: Kennisdocument Gewone dwergvleermuis/ Gewone grootoorvleermuis, BIJ12, versie 1.0, juli 2017). De genoemde verblijfplaatsen in de opstallen zijn jaarrond beschermd. Door de voorgenomen ontwikkelingen zullen de genoemde vaste verblijfplaatsen niet (direct of indirect) verloren gaan. Er treedt geen fysieke aantasting van vleermuisverblijven op en geen significante aantasting van het microklimaat. Het dak blijft onaangetast en de spouwmuren worden niet na-geïsoleerd.

Op de locatie waar de kraamkolonie is aangetroffen vinden geen werkzaamheden plaats, daarnaast wordt in dit gedeelte van het gebouw niet gewerkt in de kwetsbare kraamperiode mei-juli. Verstoring zal derhalve niet optreden. Op de zolder waar vleermuizen zijn aangetroffen is reeds een betonvloer aanwezig en er vindt geen na-isolatie van het dak plaats, er vindt derhalve geen significante aantasting van het microklimaat plaats. Wel treedt er mogelijk (tijdelijke) verstoring op omdat de toegangen vanaf de eerste verdieping naar de zolders worden dichtgemetseld en kan er tijdelijke verstoring door trillingen en geluid optreden. Gezien de (mogelijk) jaarronde aanwezigheid van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger zomer- en paarverblijven kan deze tijdelijke verstoring ook hier optreden. Dit is niet toegestaan bij de Wnb. In dit kader zal er een ontheffing Wet natuurbescherming (soorten) moeten worden aangevraagd bij de provincie Gelderland. In het kader van de ontheffingsaanvraag dient vervolgens een projectplan te worden opgesteld. Tevens dienen er tijdelijke mitigerende maatregelen genomen te worden om uitwijkmogelijkheden in de vaste verblijfplaatsen te bieden. Permanente mitigerende maatregelen worden vanwege bovengenoemde niet noodzakelijk geacht, wel dienen de te behouden zolders toegankelijk en ingericht te worden voor vleermuizen.

De te nemen maatregelen dienen te worden begeleid door een ecoloog en vastgelegd te worden in een werkprotocol. Er zal geen aantasting plaatsvinden van foerageergebied of vliegroutes. Wel dient verstoring door licht op de groenstructuren rondom het plangebied voorkomen te worden tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige situatie.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 15

In het najaar van 2022 zijn er op basis van de uitkomsten van het onderzoek (die op dat moment bekend waren) al tijdelijke voorziening geplaatst. Er zijn tijdelijke kasten voor de gewone grootoorvleermuizen (4) en de gewone dwergvleermuizen (4) opgehangen.

Foto’s: Twee van de 8 tijdelijke vleermuiskasten (bron: EcoTierra).

4.3 Gierzwaluw Er zijn geen in- of uitvliegende exemplaren waargenomen en er is geen reactie gekomen op het zogenaamde “tapen”. Nesten van deze soort zijn derhalve uitgesloten. Tijdens de onderzoeken zijn wel meerdere gierzwaluwen overvliegend waargenomen. Toetsing De gierzwaluw is een beschermde inheemse diersoort als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming op basis van het feit dat de soort is opgenomen in Bijlage II van de Vogelrichtlijn. De gierzwaluw staat vermeld op de lijst met vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn (RVO, 2009). Op deze lijst vallen de gierzwaluwnesten onder categorie 2 “nesten van deze semikoloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar” De Gierzwaluw staat niet vermeld op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels (2004). De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels. De wet verbiedt onder andere: 1. het opzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); 2. het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); 3. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); 4.

het opzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); 5. het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2). (Bron: Kennisdocument Gierzwaluw, BIJ12, versie 1.0, juli 2017). Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van de gierzwaluw aangetoond. Functioneel leefgebied wordt door de ingrepen niet aangetast. Een ontheffing Wnb is niet noodzakelijk. 4.4 Overige waarnemingen In het waterpompstation is een nestlocatie van koolmees aanwezig ter plaatse van een dakgoot. Daarnaast hangen er meerdere onbezette vogelhuisjes aan het gebouw.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 16

Nesten van koolmees dienen in Gelderland als zogenaamde categorie 5 nesten (nesten die als jaarrond beschermde verblijfplaats kunnen worden gekwalificeerd indien er geen c.q. onvoldoende alternatieve locaties aanwezig zijn) te worden beschouwd. De nestlocatie van deze soort blijft onaangetast, daarnaast is uit de omgevingscheck gebleken dat er bij het mogelijk wegvallen van deze nestlocatie voldoende broedplekken in de omgeving aanwezig zijn. Er zijn op basis van het bronnenonderzoek dan ook meerdere waarnemingen van deze soort in de omgeving gedaan. Er is derhalve geen sprake van een jaarronde bescherming. Indien er verstoring kan optreden dienen de ingrepen buiten het broedseizoen plaats te vinden of te starten (broedseizoen loopt globaal van maart tot en met augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Het gaat erom of een broedgeval wordt verstoord/ vernietigd of niet. Indien dit niet mogelijk is, dient er voorafgaande aan de werkzaamheden vastgesteld te zijn dat er geen broedgevallen aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Wanneer er broedgevallen aanwezig zijn dient gewacht te worden met de verstorende werkzaamheden totdat de jongen zijn uitgevlogen. 4.5 Algemene zorgplicht De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet. Eventueel aanwezige dieren dienen de kans te krijgen om te vluchten.

De zorgplicht houdt ook in dat er zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de periode waarin wordt gewerkt (buiten kwetsbare voortplantings- en overwinteringsperiode). Bij voorkeur vinden de verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels plaats (seizoen loopt globaal van maart tot en met augustus). 4.6 Volledige uitsluiting aanwezigheid De onderzoeken zijn conform de vigerende protocollen en onderzoeksstrategieën uitgevoerd opdat aantoonbaar is dat er voldoende zorg in acht is genomen om de te verwachten soorten te kunnen waarnemen/ aantreffen. Het blijft echter natuur en het is nooit geheel uit te sluiten dat er, ondanks de voldoende onderzoeksinspanning, toch een exemplaar aanwezig is van de onderzochte soorten of zelfs van een soort dat niet is onderzocht. Bij het aantreffen van een exemplaar/ een niet in de rapportage vernoemd jaarrond beschermd nest/ verblijfplaats dienen de werkzaamheden ter plaatse en rondom direct gestaakt te worden en dient er een ter zake kundige ingeschakeld te worden.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 17

5 CONCLUSIE Op basis van het nader onderzoek is beoordeeld of er procedurele gevolgen zijn betreffende de vigerende (natuur)wetgeving. Hoofdstuk 4 dient geraadpleegd te worden voor achterliggende/ aanvullende informatie. Tevens dient de quickscan geraadpleegd te worden voor eventuele aanvullende maatregelen. Soort/ Effect

Aangetoond/ hoeveelheid

Overtreding Wnb

Ontheffing Wnb

Mitigatie

Gierzwaluw

Nee

Nee

Nee

N.v.t.

Significant functioneel leefgebied Vleermuizen

N.v.t.

Nee

Nee

N.v.t.

2 Zomerverblijven

Mogelijk verstoring

Ja

Behouden verblijfplaatsen

2 Zomer/paarverblijven

Mogelijk verstoring

Ja

Behouden verblijfplaatsen

1 Kraamverblijf (54 exemplaren)

Nee, mits werken buiten kraamperiode

Nee

Behouden verblijfplaats Werken buiten kraamperiode

Gewone grootoorvleermuis

2 jaarrond gebruikte verblijven

Ja

Ja

Behouden en inrichten zolders.

Laatvlieger

1 Zomerverblijf

Mogelijk verstoring

Ja

Behouden verblijfplaats

- Transformatorhuisje

Nee

Nee

Nee

N.v.t.

Essentieel foerageergebied

Nee

Nee

N.v.t.

Essentiële vliegroute Vrijgestelde soorten en alle overige dieren

Nee Koolmees

Nee Nee, wel zorgplicht

N.v.t. Nee

Verstoring door licht tijdens werkzaamheden en in toekomstige situatie voorkomen op omgeving Indien verstoring kan optreden, ingrepen buiten broedseizoen uitvoeren

Vogels Jaarrond beschermd nest § 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn

§ 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn

Vaste verblijfplaatsen - Waterpompstation Gewone dwergvleermuis

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 18

BIJLAGE 1 WAARNEMINGEN

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 19

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 20

BIJLAGE 2 WETTELIJK KADER

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 21

Hieronder wordt het wettelijke kader en de toepassing op ruimtelijke ingrepen beschreven aangaande onderzochte soorten Wet natuurbescherming (Wnb) De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn (beschermd). Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd.

Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).

Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde inheemse diersoorten die in de Wet natuurbescherming opgenomen zijn in paragraaf 3.2 Wnb (bijlage IV van de EU-Habitatrichtlijn, dier- en plantensoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd). Op grond van de artikelen 3.5 lid 2 en 3.5 lid 4 is het onder meer verboden om beschermde inheemse diersoorten opzettelijk te verontrusten of voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen te beschadigen of te vernielen. Tot vaste rust- en verblijfplaatsen worden locaties gerekend waarin zich kraamkolonies, paarverblijven, overwinteringsplaatsen en verblijven van (groepen) mannetjes bevinden.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 22

Belangrijke migratie- en vliegroutes en foerageergebieden die van belang zijn voor de instandhouding van een vaste rust- of verblijfplaats van de soort op populatieniveau, vallen hier (vooralsnog) ook onder. Wanneer een gebodsbepaling van de Wnb wordt overtreden, dient men mitigerende maatregelen te nemen om het te verwachten negatieve effect zoveel mogelijk te beperken of te voorkomen. Tevens dient er een ontheffing van de Wnb aangevraagd te worden.

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 23

BIJLAGE 3 FACTSHEET GEWONE DWERGVLEERMUIS

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 24

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 25

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 26

BIJLAGE 4 FACTSHEET GEWONE GROOTOORVLEERMUIS

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 27

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 28

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 29

BIJLAGE 4 FACTSHEET LAATVLIEGER

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 30

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 31

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 32

BIJLAGE 4 BRONNEN

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 33

www.vleermuis.net www.vleermuizenindestad.nl www.vogelbescherming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.vogelbescherming.nl Kennisdocumenten BIJ12, versie 1.0, juli 2017: Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Gierzwaluw

- N2023-WE-3002 - Nader onderzoek Hulleweg 5 te Doetinchem -

Pagina | 34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://besluitvorming.doetinchem.nl/api/v1/meetings/7964/documents/46037