Bijlage 1 01_19_Bijlagen toelichting_Bijlage 13 Aanvullend onderzoek natuur.pdf
Tekst van het document
RAPPORTAGE aanvullend onderzoek Vulcaanstraat 1-3 Gaanderen
Rapport aanvullend onderzoek Vulcaanstraat 1-3, Gaanderen Opdrachtgever
T2 Groep Wijnbergseweg 105a 7007 AA Doetinchem
1
Rapportnummer
22018.001
Versienummer
D1
Status
Definitief
Datum
17 november 2023
Opsteller1
De heer V.R. Jeronimus, BSc
Kwaliteitscontrole
De heer T.J.J. Versluis, MSc
AVG
In onze rapportages wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of parafen. Conform protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem wordt het rapport aantoonbaar vrijgegeven. In het kader van de AVG dient, voorafgaand aan publicatie of bij uitlevering aan derden, bijlagen met kadastrale uittreksels en namen van opdrachtgevers verwijderd dan wel zwart gelakt te worden.
KWALITEITSZORG Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus die werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en die de belangen behartigt van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Daarnaast staat veilig werken bij Econsultancy voorop en zijn we gecertificeerd voor VCA*. BETROUWBAARHEID Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten en het al dan niet voorkomen van soorten. De gebruikte informatie omtrent verspreiding van soorten is deels afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
Al onze rapportages worden opgesteld conform de ‘Handreiking omgaan met AVG in bodemonderzoeken’ opgesteld door de VKB (29 juni 2022). Hiermee voldoet de rapportage aan de eisen die de wet en NEN normen ons stellen en wordt tevens voldaan aan de AVG. GELDIGHEID ONDERZOEK In het algemeen kan gesteld worden dat een quickscan geldig is voor een periode van 2 tot 3 jaar, tenzij in deze periode de ecologische omstandigheden wezenlijk zijn veranderd en/of de Wet natuurbescherming, dan wel inzichten hieromtrent zijn gewijzigd. Bij uitstel van de uitvoering van een project met meer dan 3 jaar verdient het de aanbeveling de resultaten van de quickscan opnieuw te toetsen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING .............................................................................................................................. 2 2.1 2.2 2.3
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................................ 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie .............................................................................. 3 Te verwachten werkzaamheden en ingrepen ................................................................................ 4
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK .................................................................................................. 4
4
ONDERZOEKSMETHODIEK ......................................................................................................................... 4
5
ONDERZOEKSRESULTATEN ........................................................................................................................ 6 5.1 5.2 5.3
6
Huismus .......................................................................................................................................... 6 Gierzwaluw..................................................................................................................................... 6 Vleermuizen ................................................................................................................................... 7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN............................................................................................................. 8
22018.001
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van T2 Groep opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend onderzoek aan de Vulcaanstraat 1-3 te Gaanderen. Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen sloop en nieuwbouw aan de Vulcaanstraat 1-3 te Gaanderen. Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die door SAB in maart 2023 is uitgevoerd (rapportage 220287). De onderhavige rapportage heeft enkel betrekking op het nader onderzoek naar de huismus, gierzwaluw en vleermuis. Ten aanzien van de verblijfplaats van de steenmarter is een separate rapportage geschreven (22018.002). Econsultancy is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
22018.001 versie D1
1/8
2
GEBIEDSBESCHRIJVING
2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving De onderzoekslocatie (± 2.950 m²) ligt aan de Vulcaanstraat 1-3 te Gaanderen. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 2.1 Topografische ligging van de onderzoekslocatie.
De onderzoekslocatie betreft meerdere kadastrale percelen. Op de onderzoekslocatie staan twee aan elkaar geschakelde gebouwen. Dit betreft een voormalige woning en een voormalig postkantoor. Het overige deel van het plangebied betreft braakliggend terrein, tuin en verharding. De onderzoekslocatie bevindt zich ten midden van de bewoonde kern van Gaanderen.
22018.001 versie D1
2/8
2.2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie
Op de percelen aan de Vulcaanstraat 1-3 in Gaanderen bevindt zich het oude postkantoor en een woning. De twee panden staan reeds geruime tijd leeg en het voornemen is de locatie een nieuwe invulling te geven. Het plan is om de twee panden te slopen en hier een woongebouw te realiseren bestaande uit 22 appartementen met omliggend groen en parkeerplaatsen. In figuur 2.2 is een bestektekening van de toekomstige situatie weergegeven.
Figuur 2.2
Bestektekening (Bron: T2Groep).
22018.001 versie D1
3/8
2.3 Te verwachten werkzaamheden en ingrepen Ten behoeve van de nieuwbouw zal de huidige bebouwing gesloopt worden en zal de gehele locatie her-ontwikkeld worden.
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK
Door SAB is in maart een quickscan Wet natuurbescherming voor de locatie opgesteld (220287). De quickscan is uitgevoerd aan de hand van een bureaustudie en een veldbezoek. Het veldbezoek is afgelegd in maart 2023. Uit de quickscan is gebleken dat er aanvullend onderzoek benodigd is naar huismus, gierzwaluw, vleermuis. Gedurende de quickscan door SAB is vastgesteld dat de zolder van de woning een vaste rust- en voortplantingsplaats van de steenmarter betreft en dat hiervoor een ontheffing benodigd is.
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
Voor het onderzoek naar de huismus zijn op 2 en 13 mei twee veldbezoeken uitgevoerd, gedurende de ochtend. Tijdens de veldbezoeken is gezocht naar roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar (’s ochtends) vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Bij het aantreffen van roepende mannetjes mag worden aangenomen dat zich onder het betreffende dak één of meerdere nesten bevinden. Tevens is gedurende de rondes in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Behalve op de onderzoekslocatie, is ook de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid of geschiktheid van de bebouwing voor huismus. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de huismus (BIJ12, versie februari 2023). Voor het onderzoek naar de gierzwaluw zijn op 31 mei, 13 juni en 11 juli drie veldbezoeken uitgevoerd met een tussenliggende periode van minimaal 10 dagen. De onderzoeksinspanning is conform hetgeen is gesteld in het kennisdocument (BIJ12, versie juli 2023). De veldbezoeken hebben plaatsgevonden gedurende de avondschemering. In de betreffende periode scheren groepen gierzwaluwen langs gevels van panden waarin zich nesten bevinden. De vrouwtjes die zich op het nest bevinden beantwoorden vervolgens het “gieren” van langs vliegende groepen soortgenoten.
Bovendien zijn tijdens de avondschemering vaak invliegende vogels waar te nemen. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de gierzwaluw (BIJ12, versie juli 2023). Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode half april tot oktober in totaal zes veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus.
22018.001 versie D1
4/8
De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Het totaal aantal veldbezoeken is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, uitgaande van twee waarnemers per veldronde. Verwacht wordt dat met zes bezoeken omtrent deze soortgroep voldoende zekerheid is verkregen over de functie van de onderzoekslocatie. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson D240x). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen, gierzwaluw en vleermuizen gunstig.
Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 10 ºC. De windsnelheid lag beneden de 3 Bft. en er was geen sprake van neerslag. In tabel 4.1 zijn de omstandigheden gedurende de onderzoeken weergegeven. Tabel 4.1
Omstandigheden nadere onderzoeken beschermde soorten.
Datum
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
Soort
02-05-2023
07:45 - 08:45
10 oC
Helder, 2 Bft.
Huismus
13-05-2023
18:45 - 19:45
20 oC
Helder, 2 Bft.
Huismus
31-05-2023
20:10 - 23:40
20 oC
Bewolkt, 3 Bft.
Vleermuis
06-06-2023
03:15 - 05:15
11 oC
Helder, 3 Bft.
Vleermuis
13-06-2023
20:25 - 23:55
24 oC
Helder, 2 Bft.
Vleermuis
11-07-2023
20:20 - 00:00
25 oC
Bewolkt, 3 Bft.
Vleermuis
21-08-2023
22:30 - 01:30
17 oC
Helder, 2 Bft.
Vleermuis
13-09-2023
21:00 - 23:00
12 oC
Helder, 1 Bft
Vleermuis
22018.001 versie D1
5/8
5
ONDERZOEKSRESULTATEN
5.1 Huismus In het onderzoeksgebied zijn gedurende het onderzoek geen beschermde nestlocaties van de huismus aangetroffen. In de directe omgeving is één nestlocaties van de huismus aangetroffen. De huismussen buiten het onderzoeksgebied toonde geen binding met de onderzoekslocatie (zie figuur 5.1). Overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de huismus is uitgesloten.
Figuur 5.1 Verspreiding van de huismus op basis van inventarisatie in het seizoen 2023.
5.2 Gierzwaluw In het onderzoeksgebied zijn gedurende het onderzoek geen beschermde nestlocaties van de gierzwaluw aangetroffen. In de directe omgeving eveneens geen beschermde nestlocatie van de gierzwaluw aangetroffen. Overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de gierzwaluw is uitgesloten.
22018.001 versie D1
6/8
5.3 Vleermuizen In het onderzoeksgebied zijn geen beschermde verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Gedurende de onderzoeken zijn enkele passerende gewone dwergvleermuizen en laatvliegers waargenomen, echter toonde deze exemplaren geen binding met de onderzoekslocatie. In de directe omgeving zijn eveneens geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen is uitgesloten.
22018.001 versie D1
7/8
6
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Econsultancy heeft in opdracht van T2 Groep nader ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Vulcaanstraat 1-3 te Gaanderen. Het aanvullend onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Op de onderzoekslocatie zijn geen beschermde functies aangetroffen ten aanzien van de huismus, gierzwaluw of vleermuis. Overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soorten is uitgesloten.
Econsultancy 17 november 2023
22018.001 versie D1
8/8
Geraadpleegde bronnen
BIJ12 (2023a). Kennisdocument huismus. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2023/02/Kennisdocument -Huismus-versie-2.1-februari-2023.pdf BIJ12 (2023b). Kennisdocument gierzwaluw. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/ 2023/07/ Kennisdocument-Gierzwaluw-2.0-juli-2023.pdf BIJ12 (2017c). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-1.0.pdf. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021. Opgehaald van https://netwerkgroenebureaus.nl/vleermuisprotocol. Wet natuurbescherming (2015, 16 december). Opgehaald van: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-02-17.
Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 augustus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.
Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.
Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.
Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd.
Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.